CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bestemmingsplan Sluiswachterskade (toelichting en regels)

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Sluiswachterskade28.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

32

Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1

duurzaamheid

en

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

Het plan De toe te laten nieuwe functies zullen (moeten) resulteren in een sociale ontmoetingsplek voor onder meer mensen uit de wijk alsook in een kleinschalige stadscamping met een beperkt aantal plaatsen voor tentjes, caravans en campers. De kampeerplaats zal zich voor een gedeelte aan de westzijde en geheel aan de oostzijde van het perceel bevinden. Aan westzijde zal het bestaande object (sluiswachtershuisje) een lichte horeca-functie (daghoreca) krijgen met terras. In het midden van het plangebied – onder de brug binnen een verkeersbestemming - zal een parkeervoorziening worden gerealiseerd voor bezoekers en gasten. Het gehele perceel kan – zij het in beperkte mate – gebruikt worden voor evenementen. Het zal hierbij in de meeste gevallen gaan om evenementen of activiteiten zonder versterkte muziek. Evenementen met een muzikaal karakter zullen maximaal 5 keer per jaar mogelijk worden gemaakt.

Omgeving Het plangebied zit ingeklemd tussen het kanaal aan de noordzijde en de woonwijk 'Zuid' alsook het bedrijventerrein Zuid'66 aan de zuidzijde. Door het plangebied loopt de drukke Merwedelaan. De omgeving van het plangebied is dan ook flink belast met geluiden van de drukke Merwedelaan en - in mindere mate - van het nabije bedrijventerrein Zuid'66. Zowel een stadscamping als horecavoorziening betreffen overigens geen 'geluidsgevoelig objecten'. De voorzieningen die met het plan mogelijk worden gemaakt vallen derhalve buiten het regime van de Wet geluidhinder. Dit geldt ook voor de aspecten geur en stof. Een stadscamping en horecabestemming is niet gevoelig te noemen voor deze aspecten. 33

Wél is het plan beschouwd op een 'goede ruimtelijke ordening' en is derhalve het aspect van eventuele hinder beschouwd. Zowel de hinder die dit plan zou kunnen veroorzaken op de nabije woonomgeving, als eventuele hinder die (camping)gasten zouden kunnen ondervinden vanuit de omgeving (weg en bedrijvigheid). Andere milieuaspecten (zoals bodem, geur, luchtkwaliteit, stikstof, externe veiligheid) kunnen eventueel voor de stadscamping en horecavoorziening relevant zijn en worden in deze paragraaf belicht.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren.

Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudowetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf of instelling waar de belastende activiteiten plaats kunnen vinden tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een bijzonder licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter).

Beschouwing woongebied De omgeving hier kan worden beschouwd als een gemengd gebied. Er bevindt zich immers een drukke weg door het plan- en woongebied met nabij bedrijvigheid tot een categorie 3.2. Vanwege deze bestaande functies is sprake van een verhoogde milieubelasting vanwege het vele geluid hier. Ten aanzien van de toe te laten functies zijn de activiteiten camping, horeca (met terras), parkeerterrein en ‘evenemententerrein’ maatgevend voor de VNG hinderafstanden en dus beschouwd. Voor het terrein waar festiviteiten kunnen plaatsvinden, c.q. 'evenement-terreinen' kent de VNG-brochure echter geen specifieke aan te houden hinderafstand. Bij festiviteiten, c.q. evenementen is het aspect geluid bepalend voor een mate van hinder. Daarom is dit aspect specifiek akoestisch onderzocht. Dit geldt ook voor de horeca (met terras). Ondanks dat wordt voldaan aan de afstand van 30 meter van horecaterras tot de ligplaatsen van woonboten, is ook de geluidsuitstraling van het terras beschouwd in het geluidsonderzoek. De mate van geluid en het voorkomen van eventuele geluidshinder, zowel van het terras als van het evenemententerrein wordt – aan de hand het uitgevoerde geluidsonderzoek beschouwd binnen de paragraaf geluid.

De maatgevende aan te houden hinderafstand van de 3 functies: camping, horeca en parkeerterrein tot de nabije geluidsgevoelige objecten (bestaande woningen en ligplaatsen voor woonboten) bedraagt in deze gemengde omgeving ten hoogste 30 meter. Deze afstand tot de bestaande woningen wordt gerespecteerd, zodat hinder als gevolg van deze 3 functies hier niet aannemelijk is. Hoewel aan de VNG-afstand van horecaterras tot woonboten kan worden voldaan, is dit onderdeel – zoals gezegd – akoestisch onderzocht.

Beschouwing plangebied 34

De omgeving van het plan 'stadscamping met horecavoorziening' is belast met geluiden van de drukke Merwedelaan als ook van het nabije bedrijventerrein Zuid'66. Zoals gezegd worden binnen het plangebied geen nieuwe gevoelige bestemmingen toegelaten die bescherming dienen te genieten tegen geluidshinder, geur of stof. Het 'sluiswachtershuisje' ontvangt met een horeca-bestemming geen woonfunctie, er mag derhalve niet in gewoond worden, zodat dit object niet hoeft te worden beschermd tegen hinder. Dit geldt ook zo voor de stadscamping. Campings (en andere recreatievoorzieningen) zijn geen geluidsgevoelige objecten. De bestemde geluidscontour van geluidsgezoneerd bedrijventerrein Zuid'66 bevindt zich weliswaar binnen het plangebied, echter worden belangen van bedrijven niet geschaad door de afwezigheid van nieuwe geluidsgevoelige objecten hier (zie ook paragraaf 5.3). Omdat een stadscamping en horecavoorziening voor de aspecten geluid, stof, en geur als 'niet-gevoelig' moet worden beschouwd – en daarmee ook geen formele toets aan de orde is - is de VNG-brochure hier enkel gehanteerd in het kader van een beschouwing van 'goede ruimtelijke ordening'. De aspecten geluid (zoals gezegd formeel geen toets) en 'externe veiligheid' worden verderop in deze paragraaf nader belicht.

Voor de aspecten stof en geur gelden – zoals gezegd – geen formele normen voor de stadscamping en horecavoorziening. Gezien de afstand van ten minste 25 meter tussen het bedrijventerrein en de stadscamping, de afwezigheid van klachten, alsook dat op een camperplaats mensen slechts voor een beperkte tijd verblijven, is deze situatie aanvaardbaar en wordt door gasten geen overmatige hinder op de camperlocatie verwacht vanwege nabije bedrijvigheid. Tenslotte is het schaden van bedrijfsbelangen voor de aspecten geluid, geur en stof voor dit plan – vanwege het uitblijven van een formele toets - niet aan de orde.

5.3

Geluid

Inleiding Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

Geluid van weg en industrie Zoals gezegd maakt onderhavig plan geen geluidsgevoelige objecten mogelijk. De stadscamping of andere recreatievoorzieningen, evenals een horecalocatie zijn geen geluidsgevoelige objecten die formeel bescherming behoeven tegen te veel geluid. Een toets aan de Wet geluidhinder is daarom niet aan de orde. Echter, omdat het gaat om het verblijf van personen (campinggasten), is de geluidbelasting vanwege de nabije drukke Merwedelaan als ook industrieterrein Zuid'66 wel beschouwd met het oog op een 'goede ruimtelijke ordening'.

a. Wegverkeer. Vanwege de drukke Merwedelaan is dit perceel belast met lawaai van 65 tot circa 70+ dB. Deze geluidsbelasting is fors te noemen. Zeker voor campinggasten waarbij tenten of campers geen of nauwelijks isolatie tegen geluid bevatten. De situatie is te accepteren omdat mensen hier slechts voor een beperkte tijd verblijven. Daarbij hebben bezoekers de keuze om hier wel of niet te verblijven. Eventuele hinder als gevolg van de drukke nabije weg is voor campinggasten niet uit te sluiten. b. Industrie. De stadscamping ligt deels binnen de wettelijke geluidzone van 50 dB(A) van bedrijventerrein 35

Zuid'66. Een geluidszone is bedoeld om lawaai-makende bedrijven ruimtelijk te scheiden van gevoelige objecten zoals woningen. Ten aanzien van de geluidzone is een stadscamping – al dan niet tijdelijk – geen gevoelig object en is toetsing aan de Wet geluidhinder formeel niet aan de orde. De stadscamping is daarmee – voor geluid - niet belemmerend voor de aanwezige bedrijvigheid. Een situatie van maximaal 50 dB als gevolg van industrielawaai is acceptabel te noemen, te meer omdat op een camperplaats mensen slechts voor een beperkte tijd verblijven. Het geluid van de drukke weg zal overheersend zijn. Stadscamping en horeca (met terras) De stadscamping valt voor het onderdeel 'geluidshinder' van rechtswege onder de bepalingen van het 'Activiteitenbesluit Wet milieubeheer'. Dit betekent dat de stadscamping voor haar representatieve bedrijfsvoering verplicht is te voldoen aan de geldende geluidsvoorschriften uit dit Activiteitenbesluit. Voor wat betreft de activiteiten valt hierbij te denken aan de horeca-met-terras, geluid door aanwezige installaties en toestellen en diverse werkzaamheden op het perceel van de stadscamping, alsook laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de stadscamping. Voor al deze activiteiten tezamen gelden (van rechtswege) geluidsvoorschriften op de nabije woningen (en woonboten) om eventuele hinder te voorkomen.

Deze geluidsvoorschriften zijn in de avond strenger dan overdag en in de nacht strenger dan in de avond. Er gelden zowel normen voor het langtijdgemiddeld geluidsniveau als voor piekgeluiden. Aangezien kan worden voldaan aan de diverse indicatieve hinderafstanden uit de VNG-Handreiking, wordt onacceptabele hinder als gevolg van de stadscamping in een representatieve bedrijfsvoering niet verwacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het terras bij de horeca nader onderzocht op het gebied van geluid. Hiervoor wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek (Cauberg-Huygen, stadscamping van Veldekekade, akoestisch onderzoek, d.d. 7 november 2023, 05110-48262-24v4) in bijlage 2. In het onderzoek zijn twee terras-varianten bekeken.Ten eerste is (als variant) de locatie beschouwd met de geplande ‘terras-functie’. Hierbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 100 personen. Tevens is een variant onderzocht met een terras ‘worst-case’ over het gehele westelijke deel van het terrein (daarmee ook buiten het gedeelte welke is aangewezen als ‘terras-functie’). Hierbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 200 personen. Bij beide varianten is het geluid beschouwd van het menselijk stemgeluid van de pratende/zittende mensen op het terras. Tevens is ook de geluidsbelasting van een terras met achtergrondmuziek inzichtelijk gemaakt.

Uit het onderzoek blijkt dat de optredende stemgeluiden als gevolg van een terras met 100 personen ter plaatse van de geplande terras-functie kan voldoen aan de gangbare normen voor geluid, namelijk ten hoogste 40 dB(A) op de gevel van woningen, dan wel woonboot. Voldoen aan de gangbare normen voor geluid betekent een goed woon- en leefklimaat waarbij de eventuele hinder acceptabel is. Uit het onderzoek komt naar voren dat een terras – met 200 personen over het gehele westelijke deel van het terrein (daarmee ook buiten het gedeelte welke is aangewezen als ‘terras-functie’) zal resulteren in een overschrijding van de gangbare geluidsnormen en hinderlijk kan zijn. Dit wordt dan ook niet toegelaten met dit plan. Uit het geluidsonderzoek blijkt tevens dat het ten gehore brengen van achtergrondmuziek op/nabij het terras zorgt voor een overschrijding van de geluidsnormen conform het Activiteitenbesluit. Achtergrondmuziek op het terras is daarmee niet toelaatbaar. Gelet op de resultaten uit het geluidsrapport zal het geplande terras niet leiden tot onacceptabele hinder bij de nabije woonobjecten en is derhalve toelaatbaar.

Evenementen Bij evenementen kan geluid een belangrijke rol spelen, want sommige evenementen gaan gepaard met versterkte muziek. Hierdoor kunnen evenementen geluidshinder veroorzaken. In tegenstelling tot geluidhinder die afkomstig is van bijvoorbeeld wegen, spoorwegen en bedrijfsactiviteiten, is voor evenementen geen sprake van een wettelijk kader waarin geldende normen zijn opgenomen die een bepaalde hoeveelheid geluid toelaten bij woningen om onacceptabele hinder tegen te gaan. Wel wordt voor het beoordelen en toetsen van geluid van evenementen de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' (van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg van januari 1996) gehanteerd. In vaste rechtspraak van de Raad van State is aanvaard dat deze Nota het uitgangspunt is voor de beoordeling of het geluid van een evenement aanvaardbaar is of niet. Deze Nota wordt 36

later in deze paragraaf toegelicht. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat in dit gebied spelen verschillende zaken een rol. De belangrijkste is dat het hier aan een woongebied grenst en onacceptabele hinder bij woningen dient te worden voorkomen. Anderszijds geeft een stadcamping met horeca en de mogelijkheid tot een beperkt aantal festiviteiten op het terrein een bepaalde reuring in het gebied die de sociale cohesie in de buurt doet laten vergroten. Het gebied wordt overigens niet gezien als een ‘rustige woonwijk’ maar kent een wat verhoogde geluidsbelasting door de drukke nabije Merwedelaan het bedrijventerrein Zuid’66. Zoals gezegd gaan sommige evenementen gepaard met muziek. Hierdoor kunnen evenementen geluidshinder veroorzaken. In dit bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen die bepaald welke geluidswaarden op de gevel van een geluidsgevoelig object (bestaande woningen en geprojecteerde - nog te vestigen – woonboten) de gemeente nog toelaatbaar en aanvaardbaar vindt. Daarnaast zijn de evenementen onderverdeeld in 3 categorieën, met per categorie een maximaal aantal (alsook een eindtijd), zodat de maximale geluidswaarden incidenteel (alleen bij de festiviteiten, c.q. evenementen) aanwezig zullen zijn.

Om in te zien wat de mogelijkheden zijn voor evenementen op het terrein van de stadscamping en wat de akoestische gevolgen zijn van bepaalde evenementen op de omgeving, is een geluidsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (Cauberg-Huygen, stadscamping van Veldekekade, akoestisch onderzoek, d.d. 7 november 2023, 05110-48262-24v4) is in bijlage 2 bijgevoegd. In het onderzoek zijn een aantal typen (varianten) van evenementen onderzocht, met daarbij ook verschillende varianten voor de opstelling van geluidboxen, namelijk tezamen op één positie (op/bij het podium) of verdeeld in posities over het terrein. Er is uitgegaan van maximaal 600 bezoekers, waarbij ook het stemgeluid is meegenomen in de geluidsberekeningen. De exacte resultaten hiervan, dus de berekende geluidsbelastingen op de gevels van omliggende woningen (bestaand en/of geprojecteerd) per type evenement, staan in het genoemde geluidsonderzoek.

Geluidsnormen Zoals gezegd is er geen wetgeving die voorziet in harde geluidgrenswaarden waaraan evenementen moeten voldoen ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Uit uitspraken van de Raad van State blijkt dat de gemeenteraad bij evenementen zelf moet aangegeven welke geluidwaarden nog toelaatbaar worden geacht bij de omliggende woningen om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Daarbij is volgens de Raad van State een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van evenementen niet alleen afhankelijk van een aanvaardbaar geluidniveau, maar ook van hoe vaak deze geluidniveaus zich voordoen, alsmede de begin- en eindtijden van de evenementen. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State de geluidgrenswaarden in de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' uit 1996 een goed aanknopingspunt vindt voor het waarborgen van een acceptabel woonen leefklimaat bij gevoelige objecten. De gemeente heeft aansluiting gezocht bij deze Nota waarbij gestreefd is naar evenwicht tussen een realistische, danwel gewenste geluidgrenswaarde voor het organiseren van festiviteiten/evenementen en een nog prima en aanvaardbare geluidbelasting in de geluidsgevoelige ruimten binnen woningen. De Nota gaat uit van een maximale belasting van 70 à 75 dB(A) op de gevel van woningen bij evenementen.

Bij deze geluidsniveaus zal in de gevoelige ruimten in de bestaande nabije woningen de hinder/spraakverstaanbaarheid tijdens evenementen nog acceptabel zijn,. Bij deze geluidsniveaus kan in de woningen nog een prima gesprek worden gevoerd. De gemeente heeft er echter voor gekozen hier niet het maximale (conform de Nota) toe te laten maar hier - met een gevelbelasting van 60 dB(A) – zo'n 10 dB(A) minder aan geluid toe te laten. Wetende dat -3dB(A) een halvering is van geluid, betekent -10 dB(A) een fors mindere geluidsbelasting op woningen dan gangbaar bij evenementen. Nabij de stadscamping bevinden zich – naast diverse bestaande woningen – ook een aantal ligplaatsen bestemd voor woonboten. Een ligplaats in het water, bestemd om door een woonboot te worden ingenomen, is aangewezen als een geluidgevoelig terrein conform het (tot 1-1-2024 geldende) Besluit geluidhinder artikel 1.2. Woonboten zijn (net als woningen) geluidsgevoelige 'gebouwen'. Een woonboot kent volgens de wet in tegenstelling tot woningen, geen geluidsgevoelige ruimtes. Een waarborg van een binnenniveau is daarmee wettelijk niet bepaald. Niettemin achten wij het redelijk dat ter bescherming van de woonboten ook eenzelfde “gevelnorm” zou moeten gelden. Omdat gedurende de planperiode de woonboten kunnen verplaatsen, is 37

uitgegaan van de rand van de aanduiding “woonbotenligplaats 1” uit het naastgelegen bestemmingsplan 'Woonbootlocaties van Veldekekade en Rosmalense Plas” om de “gevelnorm” van maximaal 60 dB(A) te bepalen om onacceptabele hinder te voorkomen. Uiteindelijk zijn er 2 categorieën evenementen opgenomen met aanvaardbare geluidsniveaus: Categorie 1: evenementen zonder versterkt geluid en/of omroepinstallaties; Categorie 2: evenementen waarbij het geluid maximaal 60dB(A)/75 dB(C) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt; Als we het hebben over dB staan de letters (A) en (C) voor het toegepaste filter in de geluidsmeting. Het menselijk oor is gevoelig voor tonen tot een bepaald niveau (circa 55-60 dB). Bij muziekgeluid bij evenementen gaat het echter om hogere geluidsniveaus waarbij ook de lage frequenties en de bassen een grote rol spelen in de hinderbeleving. Als hindermaat is hiervoor het C-filter geschikter. Om die reden is hiervoor een aparte norm opgenomen. Bij omrekening van de waarden in dB(A) en dB(C), ligt de waarde in dB(C) doorgaans 15 dB boven de overeenkomstige waarde in dB(A) bij hetzelfde muziekstuk. Zoals beschreven gelden de toegelaten geluidsnormen op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen. In dit geval zijn dat de gevels van omliggende woningen en woonboten/ligplaatsen.

Gemeente waarborgt voor evenementen een acceptabel woon- en leefklimaat met de toegelaten geluidniveaus op de gevels tijdens de evenementen. Hiermee zal – bij evenementen - geen sprake zijn van onacceptabele hinder. Zoals gezegd is de mate van hinder niet alleen afhankelijk van de toegestane geluidbelasting, maar spelen meerdere factoren een rol. Zo zijn de evenementen gelimiteerd in aantal en duur. Daarbij zijn ook voorwaarden van voldoende spreiding in datums opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat dat (continu) elk weekend een evenement plaatsvindt en dat evenementen met een hogere geluidsbelasting niet 'te kort' op elkaar kunnen plaatsvinden. Het aantal evenementen is beperkt tot maximaal 12 per jaar, waarbij maximaal 5 (van de 12) evenementen met een geluidsbelasting tot 60 dB(A) op de gevel van woningen (en woonboten) wordt toegelaten. Evenementen op onderhavig terrein van de stadscamping mogen daarbij niet langer duren dan 23:00 uur. Behalve op vrijdag, zaterdag en een weekdag waarop een nationale feestdag volgt, dan is de maximale eindtijd 1 uur langer, namelijk 24:00 uur. Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek blijkt dat met een maximale geluids-gevelnorm van 60 dB(A) verre van alle type evenementen mogelijk zijn. Dit komt door enerzijds de lager (dan gangbare) geluidsnorm, alsook dat de stadscamping is omringd door diverse woningen en woonboten.

Grote luidruchtige evenementen, zoals house en dance, zijn er nimmer mogelijk. Ook een evenement met groot podium met live muziek (als 'smerrig' en 'het levenslied') zijn niet mogelijk binnen de gestelde geluidsnormen. Om zulke evenementen tot een succes te maken, is eenvoudig weg veel meer geluid gewenst. Een organisator is zich bewust van deze beperking en restrictie. Voor mogelijke evenementen (met muziek) moet gedacht worden aan kleinschalige evenementen zoals een markt, braderie of een foodtruckfestival met wat achtergrond muziek of een buurtfeest. Een kleinkunst festival met een minimaal podium behoort eventueel ook tot de mogelijkheden. Altijd zal voor een evenement een evenementenvergunning moeten worden aangevraagd (en verleend). Alleen kleinschalige evenement met zeer weinig impact op de omgeving en verkeer (zogenaamde 0-evenementen), zijn niet evenementenvergunningplichtig. Bij het indienen van de aanvraag voor een evenementenvergunning moeten de akoestische gegevens over het evenement worden aangeleverd met daarop onder andere de plaats van het podium en de geluidsbronnen, met de afstand tot de meest dichtbij gelegen woningen/panden. Bij een evenement dat geluid produceert dient een volledig akoestisch onderzoek op basis van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999 (of diens opvolger) te worden aangeleverd.

Aan de hand van deze gegevens wordt getoetst of aan de geluidsnormen (die gelden op de gevels van de omliggende woningen) met de aangevraagde opstelling en apparatuur kan worden voldaan. Dit volgt uit de gemeentelijke nota 'Uitvoeringsregels Evenementenbeleid 2020' d.d. 10 december 2019. Opgemerkt wordt dat de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' uit 1996 – hoewel deze door de Raad van State voor deze toets wordt gehanteerd - enigszins gedateerd is. Dit blijkt onder andere uit recente jurisprudentie waarbij voor stedelijke gebieden bij evenementen ook hogere geluidsbelastingen toelaatbaar 38

worden geacht (zie onder andere Raad van State, d.d. 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3720). De Raad van State oordeelt dan ook dat in drukke stedelijke (gemengde) gebieden ook hogere geluidsbelastingen bij evenementen op gevels te accepteren zijn. Hoewel ook hier op deze locatie langs de drukke Merwedelaan en nabij Zuid'66 gesproken kan worden van een stedelijk (gemengd) rumoerig gebied, worden dergelijke hogere geluidsbelastingen (80 à 85 dB(A)) uitdrukkelijk niet toegelaten. Het onderzoek is gericht op versterkte muziek als belangrijkste geluidbron. Daarnaast is aangetoond dat bij festiviteiten of evenementen zonder versterkte muziek, maar vanwege het stemgeluid met het beoogd aantal bezoekers altijd kan worden voldaan aan de gestelde norm van 60 dB(A).

Conclusie Met het bovenstaande maakt gemeente duidelijk dat hier – binnen de opgelegde normen - geen bijzondere en grootschalige evenementen mogelijk zijn met veel muziek. Wel kleinschalige activiteiten en festiviteiten voor vermaak, alsook informerende, culturele en buurtgerelateerde evenementen. Markten, braderieën en foodtruckfestivals met wat achtergrondmuziek, eventueel ook kleinkunst behoren ook tot de mogelijkheden, mits ze voldoen aan de gestelde geluidsnorm. Van de 12 mogelijk evenementen laat de gemeente 5 evenementen toe met een beperkte hoeveelheid muziekgeluid. Gelet op het bovenstaande, de opgelegde geluidsnormen voor evenementen, in combinatie met de voorwaarden in aantallen per type evenement, frequentie en (eind)tijden, is de gemeente van mening dat eventuele optredende hinder als gevolg van het geluid van de toegelaten evenementen hier acceptabel en passend is in deze gemengde stedelijke woonomgeving. De toegelaten 12 evenementen (waarvan 5 met muziekgeluid) zullen - met genoemde restricties - niet tot onaanvaardbare hinder leiden.

5.4

Trillingen

Bij trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het vrijwel altijd om bescherming tegen trillinghinder bij personen. Trillingen is een mee te nemen aspect in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening'. Weg- of railverkeer en bepaalde industriële activiteiten kunnen trillingen in de bodem veroorzaken. De trillingen verspreiden zich verder via de bodem naar gevoelige objecten. Wegverkeer over een oneffen wegdek veroorzaakt trillingen. De aard en heftigheid van deze trilling is afhankelijk van het type voertuig, de belading, snelheid en de oneffenheden waar het verkeer overheen rijdt. Dit geldt ook zo bij treinverkeer. Het voorgenomen plan betreft geen permanente verblijfsfunctie in de vorm van woningen. Een campingplaats is derhalve geen gevoelig object voor trillingen. Dat neemt niet weg dat gasten van de stadscamping – hier in de buurt van de drukke Merwedelaan – mogelijk hinder van trillingen kunnen ervaren. Dit is niet uit te sluiten. Het verblijf van mensen hier is echter van korte duur. Gasten hebben daarbij ook de keuze op deze stadscamping te verblijven of niet.

5.5

Verlichting

Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Er zijn veel functies met kunstmatige verlichting, zoals (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Hinder door licht hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Maar ook door de kans op blootstelling. Bij onderhavig plan is lichthinder niet relevant te noemen, omdat er geen nieuwe licht gevoelige functies (zoals woningen) worden bestemd. Het betreft hier een centrum stedelijke omgeving met een reeds hogere verlichtingsachtergrond (met name door openbare verlichting). Campinggasten hebben de keuze hier te verblijven en kiezen bewust voor deze locatie. De evenementenvergunning is het regime waarbij dit aspect geregeld, ondervangen en gecontroleerd wordt. Binnen de kaders van onderhavig bestemmingsplan is dit 39

aspect niet relevant te noemen. Onderhavig bestemmingplan laat activiteiten in de vorm van evenementen toe die naar verwachting ook extra verlichting met zich mee zal brengen. De functie van de verlichting op een evenement is ten behoeve van sfeer en veiligheid. Het is niet aannemelijk dat zulke verlichting tijdens een evenement onacceptabele hinder zal veroorzaken in de woonomgeving. De evenementenvergunning is het regime waarbij dit aspect geregeld, ondervangen en gecontroleerd wordt. Binnen de kaders van onderhavig bestemmingsplan is dit aspect niet relevant te noemen.

5.6

Externe veiligheid

Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's – met het voldoen aan normen – aanvaardbaar zijn en wanneer ze verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De aanvaardbare risico's zijn vast gelegd in diverse besluiten. De belangrijkste in de ruimtelijke ordening zijn: a. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) b. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) c. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". In Nederland heeft de overheid bepaald dat in principe nergens in Nederland iemand een groter plaatsgebonden risico mag lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10-6/jaar). Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen) geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen) geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

40

Beleidsvisie externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch, deel A t/m C, 2010). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor ontwikkelingen bevat deze beleidsvisie ook een kleurenkaart van het gemeentelijk gebied, waarin met een kleur (groen, oranje of rood) is aangegeven welke objecten (kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of extra kwetsbaar) juist wel (groen), niet (rood) of onder voorwaarden (oranje) toelaatbaar zijn op een bepaalde locatie.

Toetsing beleidsvisie De beoogde ontwikkeling voorziet in een stadscamping met horeca en een kleine evenementenlocatie. De aanwezigen worden als normaal zelfredzaam beschouwd. Aangezien deze nieuwe functie in de regel bestemd is voor het verblijf van minder dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen, wordt deze beschouwd als een beperkt kwetsbaar (te beschermen) object voor het aspect 'externe veiligheid'. Hiervoor zijn in het Uitvoeringskader EV, deel C de eisen geformuleerd. Deze eisen zijn vertaald in kleurenkaarten. De beoogde ontwikkeling vindt plaats in een groen gebied. Beperkt kwetsbare (maar ook kwetsbare) objecten zijn hierin toegestaan.

Figuur 5.1. Vestigingskaart 'beperkt kwetsbare objecten' met planlocatie (pijl)

Beschouwing risicobronnen Op minimaal 145 meter afstand van de stadscamping bevindt zich Campina Buttergold BV (aan de Pieter Langendijksingel). Dit bedrijf zou relevant kunnen zijn t.a.v. de externe veiligheid. Binnen Campina zijn namelijk twee ammoniakkoelinstallaties aanwezig: een ammoniakkoelinstallatie met een inhoud van 3800 kg ammoniak en een 2e ammoniakkoelinstallatie met een inhoud van 380 kg ammoniak. Aan de hand van het Bevi en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) blijkt dat de ammoniakkoelinstallaties binnen Campina géén invloedsgebied en géén plaatsgebonden risicocontour (PR) bezitten. Dit is tevens te zien op de risicokaart (zie figuur onder). Verder bevindt zich op circa 950 meter ten zuiden van het plangebied een LPG-tankstation aan de Gestelseweg. De planlocatie bevindt zich echter ver buiten de belangrijke PR-contouren van dit tankstation alsook buiten het invloedsgebied (van 150 meter) relevant voor het GR. 41

Er bevinden zich in de nabijheid van het projectgebied geen andere bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen en die een externe-veiligheidsrisico kunnen zijn. Ook ondergrondse buisleidingen of routes voor het transport van gevaarlijke stoffen zijn afwezig. Over het nabije water vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats.

Figuur 5.2. Knip risicokaart met daarop het plangebied (groene pijl). Oktober 2022.

Advies Veiligheidsregio: Bij wet is bepaald dat voor een ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare objecten in de nabijheid van risicobronnen advies wordt gevraagd aan de Veiligheidsregio. Het advies dient te worden betrokken bij de onderbouwing en uitwerking van het plan. In overleg met de regionale brandweer is besloten dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied buiten 325 meter van relevante transportroutes (wegen of spoorwegen) geen aanvullende eisen vanuit externe veiligheid meer worden gesteld. Tevens is in het kader van de verantwoording van het GR niet meer nodig is om voor dergelijke ontwikkelingen advies in te winnen bij de regionale brandweer (Veiligheidsregio). Deze afspraak is tevens opgenomen in de gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. Een advies van de Veiligheidsregio is derhalve niet gevraagd en betrokken.

Conclusies Het plangebied ligt niet in de nabijheid van risicobronnen, niet binnen PR contouren of invloedgebieden voor het Groepsrisico van risicobronnen. Het plangebied bevindt zich in een groen gebied conform het vast gestelde uitvoeringskader externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering voor onderhavig plan.

5.7

Lucht

Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; PM2,5 fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De grenswaarden voor luchtkwaliteit kunnen beperkend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en plannen. Uitgangspunt is dat een ruimtelijke plan (een project) niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. 42

Kleine projecten en ruimtelijke plannen, waarvan duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Dit is geregeld in het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)”. De grens NIBM voor de stoffen PM10 (fijnstof) en NO2 ligt vanaf 1 augustus 2009 op 1,2 ìg/m3. Om de bijdrage aan de luchtkwaliteit bij een kleiner ruimtelijk plan of verkeersplan vast te kunnen stellen, is door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een speciale rekentool ontwikkeld, genaamd de NIBM-tool. Met het invoeren van het extra aantal voertuigbewegingen en aandeel vrachtverkeer, bepaalt de NIBM-tool – uitgaande van worst-case omstandigheden – de bijdrage aan luchtkwaliteit en daarmee of een plan wel of niet NIBM is. Het omslagpunt waarbij een plan nog bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit ligt bij circa 1000 motorvoertuigbewegingen per etmaal (met daarin 5% aan vrachtverkeer). Dit aantal zal – jaargemiddeld – vanwege onderhavig plan van stadscamping met horeca en evenementlocatie nimmer worden behaald. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het optredende verkeer als gevolg van het plan niet in betekenende mate bijdraagt bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarom hoeft onderhavig plan formeel niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen.

Vanuit de wetgeving bestaat dan ook geen bezwaar tegen onderhavig plan. Zoals gezegd is een formele toets aan de kwaliteitsnormen hier niet aan de orde, echter is in het kader van 'goede ruimtelijke ordening' de luchtkwaliteit wel beschouwd. Uit de landelijke Monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties van de relevante stoffen NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) in dit gebied (aan de Van Veldekekade, nabij de Lambooijbrug) onder respectievelijk 25 en 19 µg/m3 liggen. Hiermee wordt ruim voldaan aan de wettelijke maximale grenswaarden (van 40 µg/m3). Verder is de heersende jaargemiddelde concentratie PM2,5 (de fijnere fractie van fijn stof) hier beneden 11 microgram/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde van 25 microgram/m3. Naar verwachting nemen deze concentraties in de toekomst verder af door nationale en lokale maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit vormt geen knelpunt vormt voor de realisatie van het bestemmingsplan.

5.8

Bodem

Algemeen Bij plannen en ontwikkelingen, het daarvoor opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Derhalve dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming.

Bodemsituatie Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te leggen voor deze bestemmingsplanwijziging, c.q. herontwikkeling zijn bodemonderzoeken uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport “Diverse verkennende en nader (bodem)onderzoeken, Toekomstige stadscamping aan de Van Veldekekade 35 e.o. te 's-Hertogenbosch. Projectnummer B22.8509C van 22 september 2022”. Op de onderzoekslocatie is een ernstige verontreiniging van zowel lood als zink aanwezig. Het gaat hierbij om 80m3 grond met een sterke loodverontreiniging en 70m3 grond met een sterke zinkverontreiniging. Voor de voorgenomen bestemmingswijziging en toekomstige herontwikkeling (realisatie van een stadscamping) zijn sanerende maatregelen noodzakelijk met betrekking tot de sterk verhoogde gehalten met lood en zink in de boven- en ondergrond. Kortom: de vervuiling zal gesaneerd moeten worden. Voor de volledige ontgraving van de sterke verontreinigingen zal een BUS-melding noodzakelijk zijn. Onderdeel van deze BUS melding is dat de sanering wordt geëvalueerd zodat zeker zal zijn dat de vervuiling gesaneerd is en de kwaliteit van de bodem aansluit bij het nieuwe beoogde gebruik. 43

5.9

Geur

Met het plan worden geen nieuwe geurgevoelige objecten bestemd. Derhalve is toetsing van eventueel aanwezige of optredende geur door (nabije) industriële bedrijvigheid niet aan de orde. Wel wordt een horecavoorziening bestemd dat eventueel geuremissie kan veroorzaken vanwege het bereiden van voedsel. Echter, bevinden woningen zich buiten de gangbare VNG-richtafstanden, zodat geurhinder vanuit de horeca-functie niet wordt verwacht. Daarbij is ieder horeca bedrijf verplicht zich te houden aan de algemene regels en voorschriften uit het 'Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer' (kortweg: Activiteitenbesluit). Dit besluit bevat diverse voorschriften om onacceptabele hinder tegen te gaan. Dit besluit bevat derhalve ook voorschriften ten aanzien van geurhinder. Met het (verplicht) voldoen aan deze voorschriften in combinatie met de aanwezige afstand tot woningen - wordt geurhinder niet verwacht.

5.10

Hoogspanningslijnen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van bovengrondse hoogspanningslijnen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijken namelijk aanwijzingen dat langdurig verblijf in de buurt van hoogspanningslijnen mogelijk invloed heeft op de gezondheid van kinderen, namelijk een verhoogde kans op het krijgen van leukemie. Met het plan worden hier geen gevoelige objecten mogelijk gemaakt waar kinderen in de regel langdurig verblijven (woningen, scholen, kinderdagverblijven). Hoogspanningslijnen of andere relevante bronnen (transformatorhuisjes) zijn hier afwezig. Dit aspect is niet relevant te noemen.

5.11

Water

In deze waterparagraaf wordt toegelicht hoe het waterbeleid en geldende normen zijn vertaald naar de waterhuishoudkundige inrichting in dit bestemmingsplan.

Beleid en uitgangspunten voor integraal waterbeheer Het klimaat verandert. We verwachten meer hevige én meer langdurige neerslag in de toekomst. Daarom is de kern van het waterbeleid van de 21e eeuw: ruimte maken voor water. Naast de kans op meer wateroverlast neemt ook de kans op langdurige periodes van droogte toe.

Gemeente 's-Hertogenbosch Door de gevolgen van klimaatverandering wordt de gemeente 's-Hertogenbosch kwetsbaarder voor verdroging, extreme hitte en extreme neerslag. In 2021 is de Visie Groen en Klimaatbestendig vastgesteld waarin staat dat we in 's-Hertogenbosch een natuurlijk en klimaatbestendig watersysteem willen creëren. Regenwater vasthouden en vergroenen zijn belangrijke uitgangspunten hierbij. Dit beleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het van belang dat zowel op particulier terrein als in openbaar gebied voldoende waterberging wordt gerealiseerd. In de verordening zijn hiervoor concrete regels opgenomen.

44

Waterschap Aa en Maas In het Waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma's: 1. Waterveiligheid; Het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma 'Klimaatbestendig en gezond watersysteem' draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma 'Schoon Water' speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.

Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico's geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

Huidige situatie Het oppervlak van het plangebied bedraagt circa 3400 m2. Binnen dit gebeid bevindt zich een bestemming 'bedrijven' van circa 900 m2. Het overige deel betreft een verkeersbestemming. Grenzend aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het water van de Zuid Willemsvaart. Aan de zuid- en westzijde de woonwijk 'Zuid oost' en aan de oostzijde het bedrijventerrein Zuid '66. In de huidige situatie is circa de helft van het terrein verhard met klinkers. Het overige deel is onverhard, c.q. met groen en tuin ingevuld met name rondom de 'sluiswachterswoning'. Deze 'sluiswachterswoning' is aangesloten op het gemengde rioolstelsel van de nabije woonwijk.

Grond- en oppervlaktewater Binnen het plangebied heeft geen grondwatermeting plaatsgevonden. Echter is het zeer aannemelijk dat de grondwaterstand nagenoeg gelijk is als die van de Zuid-Willemsvaart. De dichtstbijzijnde peilbuis bevindt zich in de Eindstraat, aan de andere kant van de Zuid-Willemsvaart. Het maaiveld bevindt zich daar op 6,11 meter t.o.v. NAP, en de GHG op 3,01 meter t.o.v. NAP. Het plangebied grenst aan de Zuid-Willemsvaart. Dit betreft een A-watergang en heeft de status beschermd gebied Keur, overgenomen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Paragraaf 3.2.3 Natuur Netwerk Brabant. 45

Daarnaast is de locatie gesitueerd in een invloedsgebied t.b.v. de grondwaterhuishouding. Er mogen door de ontwikkeling geen nadelige effecten optreden m.b.t. de grondwaterhuishouding. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen, omdat hier bepaalde planten en dieren leven die beschermd moeten worden. Invloedsgebieden Natura 2000 zijn bufferzones rond de Natura 2000-gebieden.

Aanbouw steiger Als onderdeel van het plan wordt in de toekomst een drijvende steiger gerealiseerd in de Zuid-Willemsvaart. Deze drijvende steiger is watervergunning plichtig en mag niet de hydrologische situatie nadelig beïnvloeden. Het is aannemelijk dat de drijvende steiger wordt vergund als deze aan de regels van de Keur voldoet. Een melding volstaat indien de drijvende steiger voldoet aan categorie AR (algemene regels) 7, wat inhoudt dat de A-watergang geen vaarweg is, onderhoud vanaf het water gebeurt, deze geen vastgestelde ecologische functie heeft en het werk vrijstaand is en rust op de oeverwerken. Indien de drijvende steiger hier niet aan voldoet, valt de ontwikkeling in categorie BR (beleidsregels waterkering, waterkwantiteit en grondwater) 11. Er dient een vergunning te worden aangevraagd bij Waterschap Aa en Maas. De drijvende steiger dient te voldoen aan de toetsingscriteria uit de Keur.

Toekomstige situatie en waterbergingsopgave Zoals gezegd bedraagt de grootte plangebied van het plangebied zo'n 3400 m2. Het plangebied zal met de bestemmingsplanwijziging qua functie en gebruik een geheel andere invulling en functie krijgen. Daarmee zal ook de verharding qua positie en type wijzigen. Het plangebied zal de functie krijgen van een stadscamping met plaatsen voor tenten en campers. Deze standplaatsen zullen onverhard zijn met semi verharde looppaden. De brugwachterswoning zal een lichte horeca functie krijgen met een verhard terras en een semi verharde 'jeu de boules' baan. De toegangsweg en parkeerplaatsen (onder de brug) zullen verhard zijn. Verder zal binnen het plangebied een moestuin worden aangelegd en een fietsenstalling komen. De totale hoeveelheid nieuwe verharding zal circa 1000 m2 bedragen. De parkeerplaats (onder de brug) betreft circa 500 m2, maar is reeds bestaande verharding.

Figuur 5.3. Bestratingsplan op basis van impressie indeling Stadscamping met ontmoetingsplek juli 2022

Uitgaande van het initiatief bedraagt de hoeveelheid nieuwe verharding naar verwachting circa 1000 m2 en circa 46

500 m2 bestaande verharding (de nieuwe parkeerplaats onder de brug). Het weghalen en verplaatsen van bestaande verharding op een nieuwe locatie elders binnen het plangebied wordt beschouwd als 'nieuwe verharding'. Conform de Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021 bedraagt de norm voor hemelwaterberging 60 mm per vierkante meter voor nieuwe verharding. Voor de bestaande verharding geldt geen norm. Het hemelwater dient conform de Verordening op eigen terrein te worden verwerkt. De keuze op welke wijze de berging van het hemelwater plaats vindt is vrij. De waterbergingsopgave voor dit plan bedraagt naar verwachting (conform het bestratingsplan van juli 2022) 1000 * 0,06 = 60 m3. Een uitzondering op de verplichting is opgenomen voor de situatie dat een groen dak wordt gerealiseerd. Groene daken beschikken over een bergingscapaciteit voor hemelwater. Op het moment dat een groen dak wordt gerealiseerd met een bergingscapaciteit van minimaal 25 mm per m2 dak, wordt dit niet als verharding gezien en telt voor de oppervlakte van het groene dak geen extra verplichting tot het realiseren van een hemelwatervoorziening met een bergingscapaciteit van 60 mm per m2. Het op eigen terrein verwerken van hemelwater mag overigens niet leiden tot overlast op naburige percelen.

Indien hemelwater wordt verwerkt op een naburig perceel is altijd schriftelijke toestemming van de eigenaar van dat perceel noodzakelijk. In de methode van verwerken is de 'ontdoener' vrij. De voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater is: hergebruiken, infiltreren, bovengronds vasthouden (bergen), ondergronds vasthouden (bergen), afvoeren. Vanzelfsprekend zijn combinaties voor de verwerking van hemelwater ook mogelijk, waarbij dezelfde prioriteitsvolgorde geldt. Nog onbekend is op welke wijze het hemelwater binnen het plangebied gaat worden geborgen. Dit zou kunnen middels één of meerdere kleine wadi's (een greppel voor de berging van water waarna het de bodem kan infiltreren). Logischerwijs wordt hemelwater opgevangen in een poel of bassin van waaruit de moestuin zou kunnen worden besproeid. Een berekening van de wateropgave en een situatietekening van de waterberging moet worden ingediend bij de omgevingsvergunning, zodat er dan kan worden getoetst of aan de verplichtingen voor het lozen van hemelwater wordt voldaan.

Afvalwater en riolering De bestaande sluiswachterswoning zal niet of nauwelijks meer afvalwater genereren dan momenteel het geval is. De situatie van aansluiting op het gemengde rioolstelsel zal blijven gehandhaafd. De recreatieverblijven en het toilet- en douchegebouw worden op hetzelfde riool aangesloten.

Conclusie In deze waterparagraaf is de waterbergingsopgave van het plangebied ingeschat op basis van een concept inrichting. De uiteindelijke hoeveelheid waterberging zal (moeten) blijken uit de aanvraag om omgevingsvergunning. Hiertoe is een overzicht van de verharding (van zowel de bestaande situatie als de nieuwe aangevraagde situatie) nodig in combinatie met een berekening van de hoeveelheid waterberging (oppervlak x bergingsopgave). De wijze waarop het hemelwater wordt geborgen dient eveneens uit de aanvraag (tekening) te blijken (grootte en locatie). Geconcludeerd kan worden dat het plangebied van voldoende grootte is en voldoende mogelijkheden heeft om de nodige hoeveelheid hemelwater te kunnen bergen. Hemelwaterberging vormt geen belemmering voor onderhavig plan. Voor de steiger, die wordt ontwikkeld in de Zuid-Willemsvaart, geldt een kader waarbinnen deze kan worden gerealiseerd met goedkeuring van het waterschap. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.

47

5.12

Duurzaamheid

We staan in Nederland voor ingewikkelde opgaven. Niet alleen moeten we steeds meer mensen huisvesten, ook hebben we rekening te houden met klimaatverandering en een toenemende schaarste aan energie en grondstoffen. Ook ontwrichten hoosbuien steeds vaker de openbare ruimte. Gemeente 's-Hertogenbosch werkt intensief aan een energiebewuste, gezonde, groene en klimaatbestendige gemeente. Hierbij zorgen we er onder meer voor dat onze gemeente door onze inwoners als prettig en gezond wordt ervaren, met behoud van grondstoffen en het milieu in het algemeen. De duurzame uitgangspunten zijn vast gelegd in de 'visie duurzaam 's-Hertogenbosch' (mei 2019).

Met de vast gestelde visie zet gemeente 's-Hertogenbosch verduurzaming in op de onderstaande 4 thema's: 1. 2. 3. 4.

Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving (o.a. hemelwaterberging) CO2 neutrale omgeving (energie) Waardebehoud van grondstoffen (circulariteit) Duurzame mobiliteit

Conform de visie houden we rekening met veranderingen in het klimaat met meer extreme buien en hete zomers. We zorgen voor een veilig watersysteem en werken aan vergroening van onze omgeving. Op het gebied van energie (om een CO2 neutrale gemeente te worden) werken we enerzijds aan het verminderen van de energievraag en anderzijds het opwekken van duurzame energie op diverse manieren. Ook maken we stappen om de gemeente op termijn aardgasloos te laten zijn. Ten aanzien van grondstoffen zijn we ons er van bewust dat deze dreigen schaars te worden door een groeiende bevolking en toenemende welvaart in de wereld. Beschikbare grondstoffen dienen derhalve zo efficiënt mogelijk te worden gebruikt (en hergebruikt) en we gaan er bewust mee om. Ten aanzien van het vervoer werken we aan schonere, slimmere en duurzame mobiliteit. Op deze wijze bouwen we samen aan een duurzaam 's-Hertogenbosch.

Ten aanzien van het plan is per thema beschreven op welke wijze hier invulling wordt gegeven: 1. Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving (o.a. hemelwaterberging en vergroening) Binnen het plangebied zal per saldo de hoeveelheid verharding verminderen. Verder worden in overleg met de gemeente nieuwe bomen geplant en versterkt de aan te leggen moestuin de biodiversiteit. Ook de mogelijkheden voor sedum op daken wordt bekeken en waar mogelijk aangelegd.

2. CO2 neutrale omgeving (energie) Energiebeheer is een belangrijk speerpunt binnen duurzaamheids-ambities van de gemeente 's-Hertogenbosch. De gemeente heeft doelen gesteld waaraan wordt gewerkt om te komen tot een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2035 en 's-Hertogenbosch volledig klimaatneutraal in 2050. Deze ambities zijn fors te noemen, waarbij 'alles uit de kast' moet worden gehaald. De ambitie van de stadscamping is om deze al vanaf de opening bijna volledig gebruik te laten maken van zelf opgewekte energie. Hiertoe zullen diverse zonnepanelen worden geplaatst. De nieuwe horecavoorziening (het bestaande sluiswachtershuisje) zal een duurzaamheids-impuls krijgen die de nodige hoeveelheid energie/gas zal doen verminderen. De maatregelen zitten met name in het isoleren van vloer, dak en gevels. De mogelijkheid wordt bekeken om hier op elektriciteit te koken in plaats van op het bestaande gas. De ambitie is om in de buurt te komen van een volledig energie neutrale stadscamping. 48

3. Waardebehoud van grondstoffen (circulariteit) Voor de aankleding van het terrein zal zo veel als mogelijk gebruik worden gemaakt van gerecyclede materialen. Overige (bouw)materialen zijn zo veel als mogelijk van gebruikte afkomst. Het ontstane groenafval wordt gecomposteerd en hergebruikt voor bemesting van de moestuin of als voer voor kippen. Voor het (milieu)bewustzijn van dit onderwerp zullen markten van tweedehands goederen worden georganiseerd. Dit bevordert hergebruik en maakt mensen en buurtbewoners bewust over minimalistisch en duurzamer leven.

4. Duurzame mobiliteit Gasten worden gestimuleerd met het openbaar vervoer te komen. Om elektrisch (duurzaam) vervoer te stimuleren wordt een parkeergelegenheid gerealiseerd met oplaadmogelijkheden voor zo'n 30 fietsen. Daarbij is de insteek om 2 parkeerplaatsen te realiseren met laadpalen voor elektrische auto's. In bijlage 3 is de uitwerking van de duurzaamheidsparagraaf opgenomen.

Verordening Bomen, hemelwater en groen De 'Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021' is door de gemeenteraad vastgesteld op 9 maart 2021. Deze verordening bestaat uit drie onderdelen: bomen, water en groen en behoort bij de visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. In de verordening worden regels gesteld over het vellen van houtopstanden (bomen), het lozen van hemelwater en grondwater en het realiseren van groen. Het doel hiervan is het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Door de gevolgen van klimaatverandering wordt de gemeente 's-Hertogenbosch kwetsbaarder voor verdroging, extreme hitte en extreme neerslag. Ook is sprake (in het algemeen, zowel nationaal als mondiaal) sprake van achteruitgang van de biodiversiteit. Met de regels in de verordening kunnen de gevolgen van klimaatverandering beter worden opgevangen en wordt een meer groene en blauwe inrichting van de stad, wijken en dorpen geborgd.

Bomen Voor bomen (houtopstanden) is aangesloten bij de uitgangspunten van het Bomenbeleidsplan 2017. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in de verordening regels opgenomen om categorieën houtopstanden die voor de gemeente van belang zijn te beschermen. Voor deze categorieën houtopstanden geldt onder meer een vergunningplicht. Zonder een vergunning mogen deze houtopstanden niet worden geveld. Het initiatief betreft een stadscamping in het groen, waarbij de kampeerplaatsen zich tussen de bestaande bomen begeven. Bestaand groen wordt zoveel als mogelijk behouden en daar waar mogelijk uitgebreid.

Water Voor water gelden regels voor het lozen van grondwater en hemelwater. Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag toe, maar ook de kans op langdurige periodes van droogte. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het onder meer van belang dat voldoende waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd. Daarom is in de verordening onder meer de verplichting opgenomen om hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij een hemelwatervoorziening met een bepaalde capaciteit moet worden gerealiseerd. In de regel dient een hemelwatervoorziening te worden gerealiseerd die minimaal 60 mm/per m2 toename verhard oppervlak kan verwerken. (Daarbij geldt een ondergrens van 500 m2 nieuwe verharding). De bergingsopgave geldt (conform de verordening) niet bij de aanleg van verharding in de vorm van een groen dak. 49

Binnen het plangebied zullen - met uitzondering van de parkeerplaats en bestaande horecavoorziening met terras – geen bijzonder grote verharde oppervlakken bijkomen. De bestaande verharding neemt zelfs af. De stadscamping zal onverhard zijn met looppaden die grotendeels worden uitgevoerd met half-verharding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13956680/1