CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - PlanMER Duurzame Polder

Commissie BEDRIJVIGHEID 18 maart 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Discussienotitie Concept Voorkeursalternatief Duurzame Polder32.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1

Raadsbesluit gemeente ’s-Hertogenbosch van 6 oktober 2020, Raadsbesluit (Vaststelling Visie energielandschap), gemeente ’sHertogenbosch van 7 juli 2020, Raadsbesluit gemeente Oss van 28 januari 2021, Bestuursovereenkomst Project Duurzame Polder.

30 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

1.1.5

Locatiekeuze Duurzame Polder

Sinds 2017 werken de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch aan plannen voor de Duurzame Polder. Dit doen zij in afstemming met de provincie, het rijk en de omgeving. In maart 2020 heeft dit geleid tot het rapport ‘Eindrapport Verkenning Duurzame Polder’. In de RES 1.0 van Noordoost Brabant is de Duurzame Polder vervolgens opgenomen als zoekgebied voor wind- en zonne-energie. Voorafgaand aan de keuze om een windpark te ontwikkelen in de Duurzame Polder, hebben de gemeenten afzonderlijk onderzocht welke locaties geschikt zijn voor windenergie binnen de gemeentegrenzen. Het voornemen is om in 2025 de benodigde vergunningen te kunnen verlenen. Ter voorbereiding van de vergunningverlening dient in het planMER de locatie van nieuw aan te wijzen windenergiegebieden onderbouwd te worden. Om de locatiekeuze vanuit technische potentie te onderbouwen is een eerste analyse uitgevoerd voor de twee gemeenten. Hiervoor zijn de zogenaamde harde en zachte belemmeringen in beeld gebracht. Harde belemmeringen zijn bijvoorbeeld fysieke objecten, waar het niet mogelijk is een windturbine te realiseren. Daarnaast is tot kwetsbare objecten een afstand gelijk aan de tiphoogte aangehouden. De harde belemmeringen zijn weergegeven op Afbeelding 1.3 en 1.4. Dit toont een eerste inschatting van de vrije ruimte in de twee gemeenten.

Hierbij geldt dat de kaarten moeten worden gezien als een globale inschatting van de harde belemmeringen.

Afbeelding 1.3 Harde belemmeringen windenergie gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch

Naast de harde belemmeringen zijn er ook zachte belemmeringen. Dit zijn belemmeringen waarvan bekend is dat het onder voorwaarden mogelijk is hiervan af te wijken. Op afbeelding 1.4 is dit weergegeven als ‘kansrijk, tenzij’. Voorbeelden van zachte belemmeringen zijn bijvoorbeeld natuurgebieden en laagvlieggebieden. De zachte belemmeringen zijn gecombineerd met de harde belemmeringen en weergegeven op een kansenkaart voor windenergie. Afbeelding 1.4 toont deze kaart en geeft de potentiële gebieden voor grootschalige windenergie in de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch weer (zie vervolg toelichting).

31 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Afbeelding 1.4 Potentiële ruimte voor grootschalige windenergie

Uit deze afbeeldingen volgt dat met name in de gemeente Oss (meerdere) grote gebieden ‘kansrijk’ (geen belemmeringen) of ‘kansrijk, tenzij’ (zachte belemmeringen) zijn voor grootschalige windenergie. Een groot deel van het Osse grondgebied is ‘kansrijk, tenzij’ vanwege het laagvlieggebied. De gemeenten Oss en ’sHertogenbosch hebben zoals benoemd gekozen voor de Duurzame Polder om grootschalig windenergie op te wekken. Hieraan liggen voor beide gemeenten verschillende onderzoeken en motiveringen ten grondslag. Deze worden in het vervolg van deze paragraaf toegelicht. Gemeente ’s-Hertogenbosch Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft de gemeenteraad besloten dat de Rosmalense polder een gebied is waar in beginsel ruimte is voor een grootschalige plaatsing van windturbines en zonnepanelen. De polder kan daarmee een belangrijke plaats innemen in bij het realiseren van de doelstelling ‘Klimaatneutraal in 2050’.1 In hetzelfde besluit is akkoord gegeven voor de opstelling van de Visie Energielandschap en de tweede fase van de verkenning Duurzame Polder. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft ervoor gekozen om de opwek van grootschalige energie op één locatie te clusteren. De reden is dat (wind)vrije zichten moeten blijven bestaan en voorkomen moet worden dat gebieden ingesloten worden door windturbines.

Er zijn drie gebieden te onderscheiden voor deze keuze: - het gebied tussen Oss en ’s-Hertogenbosch; - het gebied rond de Bokhovense Polder, tussen ’s-Hertogenbosch-West en Heusden; - het gebied vanaf De Brand, richting Sint-Michielsgestel, inclusief de Dungense Polder. Op 7 juli 2020 is de Visie Energielandschap2 vastgesteld door de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch. In de visie wordt voor grootschalige windenergie geconstateerd en gemotiveerd dat de grote open polder tussen Oss en ‘s-Hertogenbosch hier het meest geschikt voor is. Ook wordt benoemd dat hier de verbinding kan worden gemaakt met duurzame energieopwekking in de Lithse en Geffense polder in gemeente Oss. De totstandkoming van deze conclusie wordt hieronder toegelicht. 1

Besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch van 9 oktober 2018 (reg.nr. 8257032).

2

Raadsbesluit (Vaststelling Visie energielandschap), gemeente ’s-Hertogenbosch van 7 juli 2020.

32 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

De redenen hiervoor zijn als volgt geformuleerd in de Visie Energielandschap: - de drie gebieden zijn gebieden binnen de gemeentegrenzen die technisch geschikt zijn voor de opwek van duurzame windenergie, gezien het open en grootschalige karakter van de gebieden; - de drie gebieden kennen weliswaar bepaalde kwaliteiten, zoals openheid en het weidevogelgebied, maar in alle drie de gevallen zijn de gebieden als geheel niet van dusdanige hoge kwaliteit dat dit dient te worden gevrijwaard. De huidige kernkwaliteiten van het landschap moeten wel als uitgangspunten worden meegenomen in de nadere uitwerking; - bij deze drie gebieden blijft de hinder voor omwonenden van de opwek van grootschalige windenergie relatief gezien beperkt, doordat afstand kan worden gehouden tot de woongebieden en in de gebieden zelf weinig mensen wonen. Hierbij wordt opgemerkt dat niettemin naar verwachting wel hinder voor omwonenden zal ontstaan. De gebieden hebben alle drie eigen kwaliteiten en kenmerken, alhoewel de openheid en grootte van het gebied bij alle drie aanwezig is. Daarnaast zijn windparken volgens de Visie Energielandschap niet in te passen in het landschap. Dit komt omdat impact van windturbines op landschappen te groot is om dit passend te maken bij huidige landschappen die de gebieden kennen.

Om deze reden kan ook niet landschappelijk worden bekeken in welk van de drie gebieden windturbines het best passend zouden zijn. Er is daarom gekozen om de opgave, het realiseren van duurzame energie, leidend te laten zijn voor de gebiedskeuze. Daarom kiest de gemeente ’s-Hertogenbosch nadrukkelijk voor de Rosmalense en Nulandse Polder, omdat deze polder als het grootste open gebied verreweg het beste potentieel heeft voor de energieproductie. Ook kan hier de verbinding worden gemaakt met duurzame energieopwekking in de Lithse en Geffense Polder in gemeente Oss. Daarnaast is deze polder het meest geschikt voor de opgave van het maken van een integraal plan. De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft op 6 oktober 2020, nadat de Visie Energielandschap is vastgesteld, het besluit1 genomen dat de Duurzame Polder geschikt is en aangewezen wordt voor grootschalige opwek van windenergie. Dit heeft zij gedaan nadat de Verkenning 2 e fase was afgerond en het rapport was opgeleverd (zie alinea ‘Verkenning 1e fase en 2e fase Duurzame Polder’). In het besluit van 6 oktober 2020 is ook opgenomen dat de windturbines in de Duurzame Polder op meer dan 1 km afstand van de bebouwde kom moeten worden gerealiseerd. Dit is het gevolg van de aangenomen motie ‘Wind te Gast’2 van 7 juli 2020 bij het besluit over de Visie Energielandschap.

Gemeente Oss Op basis van de potentie voor windenergie zijn ook elders in de gemeente Oss grotere gebieden ten noordoosten van Oss geschikt en/of onderzocht. Het gaat in hoofdlijnen om twee alternatieve gebieden waarover discussie heeft plaatsgevonden: - Vorstengrafdonk/Nieuw Zevenbergen (industrieterrein ten zuidoosten van de stad Oss, nabij snelwegknooppunt Paalgraven). De ruimte die hier is, lijkt echter te beperkt voor windturbines. Dit komt door de aanwezigheid van een hoogspanningsverbinding, buisleidingen en natuur; - Stijbeemden (ten oosten van de stad Oss). Dit gebied komt vanuit de analyse (afbeelding 1.3), maar ook uit het rapport ‘Energie en ruimte’3, naar voren als geschikt. De gemeente heeft desondanks besloten niet mee te werken aan de ontwikkeling van windturbines in dit gebied, omdat: · wordt gekozen voor ruimtelijke clustering met het initiatief in ’s-Hertogenbosch; · investeringen in de netwerkaansluiting gespreid kunnen worden over eer windturbines in combinatie met windturbines in ’s-Hertogenbosch; · in de Duurzame Polder sprake is van een lokaal geworteld initiatief op coöperatieve basis.

1

https://s-hertogenbosch.raadsinformatie.nl/document/9134859/1/Raadsvoorstel+Duurzame+Polder.

2

https://s-hertogenbosch.raadsinformatie.nl/document/8982343/1/Agendanummer+8+-+Motie+6+-+Wind+te+Gast+-+RB-

3

Te raadplegen via https://www.oss.nl/bestuur_en_organisatie/verordeningen-en-beleidsdocumenten/Beleidsdocumenten.htm,

VVD-CDA-GL-D66+-+Besluit. ‘Duurzame energie opwekken (ruimtelijk beleid)’.

33 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

In de raadsinformatiebrief1 van 10 november 2020 heeft het college van de gemeente Oss aangegeven, naast de Duurzame Polder, geen andere geschikte locaties voor windenergie te zien binnen de gemeentegrenzen. Vervolgens heeft de gemeenteraad van Oss op 28 januari 2021 het besluit genomen dat er een maximale inspanning gedaan moet worden om de afstanden tot de kernen zo groot mogelijk te laten zijn. Als uitgangspunt heeft de raad hierbij een norm van minimaal 2 km gehanteerd. 2 Gelet op vorenstaande argumenten en de keuze van ’s-Hertogenbosch voor de Duurzame Polder heeft de gemeente Oss daarom ook gekozen voor de Duurzame Polder als gebied voor de grootschalige opwek met windenergie. Overige locatiealternatieven worden daarom in dit planMER niet onderzocht. Verkenning 1e fase en 2e fase Duurzame Polder In 2020 is het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder3 vrijgegeven. Dit is de tweede fase in de verkenning voor de mogelijkheden van windenergie in de Duurzame Polder. De eerste fase vond plaats van oktober 2017 tot januari 2018. In deze periode zijn gesprekken gevoerd en beleidskaders verkend om te bezien welke mogelijkheden en belemmeringen er zijn voor een grootschalige opwekking van duurzame energie in het poldergebied.

Geconcludeerd werd onder meer dat: - er in het algemeen een positieve houding is ten opzichte van duurzame energie en bereidheid voor deelname aan het planvormingsproces, mits dat transparant en eerlijk verloopt en de overheid daarover de regie voert; - voor de realisatie van grootschalige windparken en zonnevelden een herziening van de geldende bestemmingsplannen nodig is; - er diverse belangen spelen in het gebied, zoals leefbaarheid, economische waarden, natuurwaarden (weidevogels), landschappelijke waarden, laagvliegroutes van Defensie. Deze conclusies waren voor de gemeenteraden van Oss en ’s-Hertogenbosch en Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aanleiding om gezamenlijk een tweede fase uit te voeren om in beeld te brengen welke bredere gebiedsopgaven er zijn en op welke manieren de Duurzame Polder zich zou kunnen ontwikkelen. Uit de tweede fase is het Eindrapport voortgekomen. De conclusie is dat er geen harde belemmerende factoren zijn om niet in te zetten op de opwekking van grootschalige duurzame energie. Wel spelen veel belangen in en om de polder. Dit maakt dat de opgave voor het vervolg geen technische opgave is, maar met name een ruimtelijke opgave. Dit vraagt een vervolgproces waarin de verschillende belangen, aandachtspunten en afspraken afgewogen zullen moeten worden.

De resultaten van de verkenning zijn gedeeld met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het ministerie benadrukt4 het belang van de ontwikkeling in de Duurzame Polder. Na afronding van de tweede verkenningsfase en vaststelling van de Visie Energielandschap, hebben de gemeenteraden van Oss en ‘s-Hertogenbosch besloten dat het gebied van de Duurzame Polder geschikt is en aangewezen wordt voor grootschalige opwek van windenergie (raadsbesluiten 6 oktober 2020 en 28 januari 2021), zoals hiervoor beschreven. RES 1.0 Noordoost Brabant Voor de Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant (RES 1.0) is een handreiking afwegingskader landschap5 opgesteld. Hierin is geconcludeerd dat de Duurzame Polder als ‘meest wenselijk’ zoekgebied geldt. Het landschapstype wordt vanwege de grootschaligheid en openheid geschikt geacht, met een maat en schaal die aansluit bij windturbines. Op de schaal van Noord-Brabant is met windturbines een landschappelijk passend verhaal te maken, als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines 1

Raadsinformatiebrief gemeente Oss van 10 november 2020, inclusief bijlagen.

2

Raadsbesluit verkenning Duurzame Polder 28 januari 2021 gemeenteraad Oss.

3

https://www.duurzamepolder.nl/storage/files/24/eindrapport-verkenning-duurzame-polder.pdf.

4

https://www.duurzamepolder.nl/storage/files/23/bijlage-f-brief-ministerie-ezk-verkenning-duurzame-polder.pdf.

5

Bijlage 4a RES 1.0 NOG - Handreiking afwegingskader landschap bij RES 1.0 Noordoost Brabant. Afbeelding 1.5 afkomstig van

pagina 119.

34 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

in de Brabantse rivierklei en zeekleigronden. Ook wordt het benoemd als relatief dun bevolkt gebied, worden de mogelijkheden om een groot cluster te maken als positief gezien en liggen vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar. Als aandachtspunten worden de ligging in waardevol weidevogelgebied benoemd, evenals de ligging in cultuurhistorisch landschap (Maaskant en Beerse Overlaat). Naast de Duurzame Polder wordt ook een gebied ten noordoosten van Oss aangeduid als ‘meest wenselijk’ op regionale schaal. Hiervoor geldt een gelijkende argumentatie als voor de Duurzame Polder, waarbij tevens wordt benoemd dat het mogelijk is aan te sluiten op windpark Elzenburg-De Geer. De zoekgebieden Polder Bokhoven en Oss-Noord worden beschouwd als ‘passend’, maar minder/niet wenselijk. Dit komt met name doordat de afstand tussen de zoekgebieden Duurzame Polder en de reeds vergunde ontwikkelingen (Elzenburg-De Geer in Oss en Riethoven in ’s-Hertogenbosch) te klein is om van een individueel onderscheidend cluster te spreken. Tezamen zouden windturbines in de verschillende zoekgebieden in het noorden van de RES-regio een lange horizon van windturbines vormen. Vanuit landschappelijke beleving levert dit een onwenselijk beeld. Bovendien zouden Oss en ’s-Hertogenbosch bij de ontwikkeling van de zoekgebieden Polder Bokhoven en Oss-Noord omringd zijn door drie windparken.

Afbeelding 1.5 toont de kaart met de ‘meest wenselijke’ zoekgebieden Duurzame Polder en Oss-Oost, zoals opgenomen in de RES 1.0 van Noordoost Brabant.

Afbeelding 1.5 Kaart met ‘meest wenselijke’ zoekgebieden voor windenergie in de regio Noordoost Brabant (RES 1.0)

Aanvullende motivering locatiekeuze De doelstelling voor de gemeenten is om te komen tot een grootschalige opwek van windenergie. Dat betekent dat daar zowel fysieke ruimte voor nodig is in een voldoende open gebied, als ook het kunnen houden van voldoende afstand tot woonkernen in verband met mogelijke milieuhinder. Bovendien gelden ook landschappelijke redenen en afwegingen om te kunnen kiezen voor de realisatie van windenergie op een locatie. In de gemeente ’s-Hertogenbosch zijn hiervoor drie mogelijke polders beschreven in de Visie Energielandschap. In de motivering in de Visie Energielandschap zijn diverse argumenten en onderbouwingen gegeven voor de keuze voor de Duurzame Polder (zie bovenstaande beschrijvingen). Dit

35 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

wordt ook gestaafd door afbeelding 1.4, waaruit onder andere blijkt dat in de Bokhovense Polder en de Dungense Polder fysiek minder ruimte is voor de plaatsing van grootschalige windenergie. Daarnaast zijn deze polders ook relatief minder open dan de Duurzame Polder. De gemeente Oss heeft eveneens een grote opgave om grootschalige windenergie te gaan opwekken. Beide gemeenten wensen niet ‘nadelig’ beïnvloed te worden door de andere gemeente. Gezamenlijk optrekken is hierbij een vereiste. Voor beide gemeenten kan dit resulteren in een grote energieopbrengst ofwel de grootste energieopbrengst gelet op de aanwezige beschikbare gebieden in combinatie met de milieutechnische belemmeringen die windturbines met zich meebrengen. Los van deze ruimtelijke, landschappelijke en maatschappelijke argumenten (energiedoelstelling), geldt dit ook voor de milieuaspecten. Hoe groter de afstand tot milieugevoelige objecten, hoe kleiner de milieuimpact zal zijn, waarbij het aantal mogelijke gehinderden ook een rol speelt. In de eerdergenoemde beschrijving uit de Visie Energielandschap is ook onderkend dat bij de drie gebieden in ’s-Hertogenbosch de hinder voor omwonenden van de opwek van grootschalige windenergie relatief gezien beperkt is, doordat afstand kan worden gehouden tot de woongebieden en in de gebieden zelf relatief weinig mensen wonen.

Dit geldt dus bij alle drie genoemde polders, maar in de Duurzame Polder kan in de gemeente ’sHertogenbosch de meeste afstand worden gehouden tot bewoonde gebieden. De afweging per potentieel gebied wordt hieronder toegelicht: - in de Bokhovense Polder is ook een bepaalde afstand te houden, maar met name, als er meerdere windturbines geplaatst zouden worden in een grid of in verschillende rijen (wat zeer voorstelbaar is bij grootschalige windenergie), is veel ruimte nodig, en is daardoor minder goed afstand te houden tot de dichtbij gelegen woonkernen of bebouwingsclusters, dan in de Duurzame Polder; - in de Dungense Polder kan ook minder afstand worden gehouden tot bewoonde gebieden, tegelijkertijd is daar het geluid mogelijk minder prominent vanwege de reeds aanwezige snelweg, maar blijft ook de vraag openstaan of cumulatie van geluiden (snelweg en windturbines) het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zal aantasten voor de bewoonde gebieden. Desondanks zouden de windturbines dan wel dichtbij de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling van locatie Meerendonk (op lange termijn, in ieder geval niet voor 2030) liggen. Dit kan in de toekomst dus eventuele woningbouwontwikkeling belemmeren, wat naast de energietransitie een grote opgave voor de gemeente betreft.

Conclusie Gelet op hetgeen overwogen in deze paragraaf, is de Duurzame Polder de meeste geschikte locatie voor het gezamenlijk door Oss en ’s-Hertogenbosch ontwikkelen van grootschalige windenergie. Alternatieve locaties worden vanwege ruimtelijke, milieutechnische, maatschappelijke en politiek-bestuurlijke argumenten minder geschikt geacht.

1.2

Leeswijzer

Tabel 1.1 toont de leeswijzer van dit planMER.

Tabel 1.1 Leeswijzer planMER Duurzame Polder Hoofdstuk

Inhoud

Deel A - Algemene delen 1

inleiding

de aanleiding en doel van dit planMER

2

m.e.r.-procedure

de mer-plicht, mer-procedure en rollen in de mer-procedure

3

kaders vanuit wetgeving en beleid

de nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke wetgeving en beleidsdocumenten die een kader stellen voor het project Duurzame Polder

4

referentiesituatie

de huidige situatie binnen de Duurzame Polder

36 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Hoofdstuk

Inhoud

Deel A - Algemene delen Deel B - Onderzoek milieueffecten windenergie 8

onderzoeksaanpak

de algemene onderzoeksaanpak van dit planMER

9

varianten windenergie

de vijf varianten die in dit planMER onderzocht worden

10 effectanalyse en -beoordeling maatgevende

de onderzoeksaanpak en beschrijving en beoordeling van de maatgevende milieuthema’s

11 niet-maatgevende thema’s

de beschouwing van de niet-maatgevende milieuthema’s

12 ontwerpbesluit windturbines leefomgeving

beschrijving van de effecten van het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving voor de Duurzame Polder

13 mitigerende maatregelen

de mitigerende maatregelen die nodig zijn

14 bevindingen voor verdere besluitvorming

bevindingen die ondersteunend zijn aan de besluitvorming door de gemeenten

Deel C - Integrale gebiedsontwikkeling 15 ruimtelijke principes integrale gebiedsontwikkeling

een toelichting op de ruimtelijke principes voor de integrale gebiedsontwikkeling van de Duurzame Polder

16 beschouwing kansen en aandachtspunten ruimtelijke principes

beschouwing van de kansen en aandachtspunten vanuit milieu van de ruimtelijke principes voor integrale gebiedsontwikkeling

Deel D - Voorkeursalternatief en vervolg 17 voorkeursalternatief

een nadere beschouwing van de milieueffecten van het voorkeursalternatief

18 leemten in kennis en aanzet tot monitoring

de aspecten waar (te) weinig (wetenschappelijke) kennis over is en hoe de milieueffecten gemonitord worden

19 referenties

de gebruikte bronnen voor dit planMER

37 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

2 MER-PROCEDURE De Omgevingswet stelt regels over de milieueffectrapportage en bijbehorende procedures. Dit hoofdstuk beschrijft de mer-plichten voor de Duurzame Polder, de procedure van het programma en het planMER en wie de initiatiefnemer en het bevoegd gezag is voor de planMER-procedure. Het planMER is één stap uit het gehele proces van de Duurzame Polder, dat is beschreven in paragraaf 1.1.1.

2.1

Mer-plicht

2.1.1

PlanMER

De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen voor de Duurzame Polder een programma op. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. In deze wet is het programma aangewezen als een document waarvoor een planMER-plicht kan gelden.1 Het programma is planMER-plichtig wanneer: 1 het programma kaderstellend is voor projectMER-(beoordelings)plichtige besluiten die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit;2 2 voor het programma een Passende Beoordeling moet worden gemaakt;3 3 het programma kaderstellend is voor besluitvorming over projecten die niet zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit, maar wél aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. 4 Voor het programma Duurzame Polder geldt dat het programma kaderstellend is voor de besluitvorming over onder andere een windpark. Het programma bevat namelijk kaders voor de inrichting van het in de toekomst te vergunnen windpark. Het oprichten van een windpark van meer dan 20 windturbines is in bijlage V bij het Omgevingsbesluit aangewezen als projectMER-plichtig project. Voor een windpark van minder dan 20 windturbines5 geldt een projectMER-beoordelingsplicht. Daarom geldt voor het programma een planMER-plicht. Het Omgevingsbesluit stelt ook eisen aan de inhoud van het planMER (zie onderstaand tekstkader).

Inhoud planMER Het Omgevingsbesluit bepaalt dat een planMER in ieder geval de volgende informatie moet bevatten: - een beschrijving van de inhoud van het programma en de redelijke alternatieven (varianten), de belangrijkste doelstellingen van het programma en het verband met andere relevante plannen en programma’s; - de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd; - de milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van het programma aanzienlijk kunnen zijn; - alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt;

1

Artikel 16.34 lid 2 Omgevingswet.

2

Artikel 16.36 lid 1 Omgevingswet.

3

Artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet.

4

Artikel 16.36 lid 4 Omgevingswet.

5

Vanaf 3 windturbines

38 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

-

een beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het plan of programma, voor zover zij relevant zijn voor het plan of programma; een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma en van de redelijke alternatieven (varianten), met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten; de voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van het programma te voorkomen, te beperken of te compenseren; een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven (varianten) en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten zijn vastgesteld en beoordeeld, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis; een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen; een niet-technische samenvatting.

-

-

-

2.1.2

ProjectMER

Onder de Omgevingswet zijn projectMER-plichtige besluiten aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In deze bijlage zijn windturbineparken opgenomen in categorie C2, zie tabel 2.1.

Tabel 2.1 Categorie C2 van bijlage V van het Omgevingsbesluit Kolom 1 Projecten

Kolom 2 Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)

Kolom 3 Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)

Kolom 4 Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit

C2 Windparken

oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met 20 of meer windturbines

oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met drie of meer windturbines

de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of het kavelbesluit op grond van artikel 3 van de Wet windenergie op zee

Indien er een windpark van meer dan 20 windturbines in de Duurzame Polder wordt gerealiseerd, geldt een projectMER-plicht voor de omgevingsvergunning die de windturbines mogelijk maakt. Bij een (of meerdere) windpark(en) van minder dan 20 windturbines geldt een projectMER-beoordelingsplicht voor de omgevingsvergunning die de windturbines mogelijk maakt.

2.2

Procedure en besluitvorming

De planMER-procedure voor de Duurzame Polder kent de stappen zoals weergegeven in tabel 2.2.

Tabel 2.2 Stappen planMER-procedure

1

Stap

Inhoud

kennisgeving voornemen en participatie

van het voornemen tot de benodigde besluitvorming voor de Duurzame Polder, het opstellen van een milieueffectrapportage en de NRD is op 7 september 2022 kennisgegeven in het Gemeenteblad van gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch en Oss Actueel

39 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Stap

Inhoud

2

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

de NRD (zie bijlage I) heeft vanaf 8 september 2022 voor zes weken ter inzage gelegen en een aantal instanties is om advies gevraagd. De zienswijzen zijn beantwoord in een zienswijzennota en document beantwoording adviezen (zie bijlage II en III)

3

tussentijds advies Commissie m.e.r.

de Commissie m.e.r. is vrijwillig om advies gevraagd over de tussenrapportage en concept varianten. Dit advies is opgenomen in bijlage VI

4

opstellen planMER

in 2023 is dit planMER opgesteld. Het planMER is opgesteld op basis van het concept c.q. het ontwerp Programma

5

ter inzage leggen planMER en programma

het ontwerp programma wordt voor 6 weken ter inzage gelegd, met dit planMER als bijlage. Iedereen heeft dan de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen

6

toetsingsadvies Commissie m.e.r.

de Commissie m.e.r. wordt om advies gevraagd over het planMER

7

vaststellen programma met planMER

het advies van de Commissie m.e.r. en de zienswijzen worden meegenomen in de definitieve versie van het programma. De definitieve versie van het programma, waarin het voorkeursalternatief is verwerkt, wordt vastgesteld door beide gemeenten

8

monitoring

de gemeenten monitoren de aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het programma

Nadat de planMER-procedure is afgelopen en het programma is vastgesteld kan een initiatiefnemer (de ontwikkelaar van een windpark) een projectMER-procedure opstarten en vervolgens een vergunning aanvragen.

2.3

Rollen in de mer-procedure

Initiatiefnemer Een initiatiefnemer is degene die het voornemen heeft een activiteit te ondernemen. Voor de Duurzame Polder zijn er twee typen initiatiefnemers: - de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch: zij zijn initiatiefnemer voor het programma Duurzame Polder, en dus initiatiefnemer in het kader van dit planMER; - de initiatiefnemers van concrete ontwikkelingen in de Duurzame Polder: zij zijn initiatiefnemer voor de concrete projecten, en dus initiatiefnemer in het kader van een toekomstige projectMER-procedure. Bevoegd gezag De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch zijn, ieder voor het eigen grondgebied, het bevoegd gezag voor het programma en daarmee ook het bevoegd gezag voor deze planMER-procedure. In beginsel is het Rijk bevoegd gezag voor windparken van meer dan 100MW, en de provincie voor windparken tussen de 5 en 100MW.1 Het Rijk en de provincie kunnen hun bevoegdheid echter overdragen als besluitvorming door een ander bestuursorgaan het project kan versnellen of daar andere voorwaarden aan zijn verbonden en het college van burgemeester en wethouders daarmee instemt. In 2021 sloten het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincie Noord-Brabant en beide gemeenten een bestuursovereenkomst waarin de bevoegdheid is overgedragen aan de gemeenten.

1

Artikel 9B en 9C Elektriciteitswet na invoering Omgevingswet (N.B. wetsvoorstel is op het moment van schrijven nog aanhangig bij de Tweede Kamer).

40 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Adviseurs De gemeenten hebben een aantal instanties om advies gevraagd over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Deze adviseurs zijn het ministerie van EZK, de provincie Noord-Brabant, TenneT, Rijkswaterstaat Zuid Nederland, Waterschap Aa en Maas, de GGD en de Brandweer Brabant-Noord. De adviezen zijn opgenomen in de beantwoording van de adviezen. Zij zijn ook gevraagd om advies tijdens het vervolg van de merprocedure. Daarnaast is de Commissie m.e.r. om advies gevraagd op de concept varianten en het planMER.

41 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

3 KADERS VANUIT WETGEVING EN BELEID Dit hoofdstuk beschrijft de hoofdlijnen van relevante wetgeving en beleid dat heeft geleid tot de plannen voor de Duurzame Polder. De thema-specifieke wetgeving en beleid, zoals natuurwetgeving en -beleid is nader beschreven in de themahoofdstukken.

3.1

Europees en internationaal beleid

Klimaatakkoord Parijs De Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering (Klimaatakkoord Parijs) is het eerste juridisch bindende, wereldwijde klimaatverdrag. Hier is als belangrijkste doelstelling in opgenomen dat de gemiddelde mondiale temperatuurstijging onder 2°C moet blijven, met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5 °C. Om deze doelstelling te bereiken moet de CO2-uitstoot worden teruggedrongen, dit kan onder andere door meer elektriciteit op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. European Green Deal: Fit for 55 De Europese Green Deal is het programma van de Europese Commissie om klimaatverandering tegen te gaan. Binnen de Green Deal is het Fit for 55 het eerste pakket aan maatregelen om de ambities van de Green Deal in wetgeving om te zetten. Fit for 55 bestaat uit een reeks voorstellen om de EU-wetgeving te actualiseren en het EU-beleid aan te passen aan de Europese klimaatdoelen. Fit for 55 verwijst namelijk naar de doelstelling van de EU om in 2030 de netto‑uitstoot van broeikasgassen met ten minste 55 % te hebben verminderd. Het Fit for 55-pakket bevat onder andere een voorstel om de richtlijn Hernieuwbare energie te herzien. Het aandeel hernieuwbare energie in 2030 wordt met dit voorstel verhoogd van 32 % naar 42,5 %, waarbij de EU-lidstaten moeten streven naar 45 %.

3.2

Nationaal beleid

Nederlands Klimaatakkoord In 2015 is in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee graden Celsius, met een streven naar 1,5 graad Celsius. In het Nederlandse Klimaatakkoord is daaropvolgend afgesproken om het emissieniveau van broeikasgassen (met name CO2) in Nederland te reduceren, om zo een bijdrage te leveren aan het beperken van het opwarmen van de aarde. Conform het Klimaatakkoord heeft het kabinet een Klimaatplan 2021-2030 opgesteld, waarin het beleid en de afspraken staan beschreven om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen. In het Coalitieakkoord 2021-2025 is dit doel verder aangescherpt naar een 60 %-afname in broeikasgassen in 2030. In het Klimaatakkoord wordt gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh. De hernieuwbare bronnen bestaan uit onder andere wind op zee, en hernieuwbare energie op land. Het aandeel hernieuwbaar op land zal in 2030 35 TWh bedragen en bestaat voornamelijk uit wind op land en zon-PV. Het doel is om een overwegend decentraal, hernieuwbaar elektriciteitssysteem te hebben in 2050. Het is aan de regio om na te gaan op welke manier de doelstellingen het beste gerealiseerd kunnen worden. Decentrale overheden kunnen ervoor kiezen om ten behoeve van de

42 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

maatschappelijke acceptatie van de energietransitie het instrument van de Regionale Energiestrategieën (RES) in te zetten. Nationale Omgevingsvisie Eén van de vier prioriteiten uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is ‘Ruimte maken voor klimaatadaptie en energietransitie’. De Rijksoverheid kiest in de NOVI voor het realiseren van de opgave van duurzame energie voor de kwaliteit van de omgeving en het combineren van functies. Grootschalige clustering van de productie van duurzame energie heeft de voorkeur. Daarbij moet rekening gehouden worden met andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem én maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Bewoners moeten betrokken zijn, invloed hebben en meeprofiteren in de opbrengsten. Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving Op 12 oktober 2023 is het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving gepubliceerd. Dit ontwerpbesluit bevat een wijziging van de windturbinebepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving onder de Omgevingswet. Het bevat strengere normen ten aanzien van geluidsbelasting, slagschaduw en externe veiligheid. Ook introduceert het Ontwerpbesluit een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte van de windturbine tot windturbinegevoelige gebouwen (waaronder woningen). De geplande inwerkingtreding van dit besluit is op 1 juli 2025.

Tot deze datum is het voor gemeenten mogelijk om lokale normen te stellen voor windturbines. Bij vaststelling van het programma moet wel rekening worden gehouden met verlening van een vergunning (Bopa) na inwerkingtreding van het Ontwerpbesluit. Hoofdstuk 9 bevat een samenvatting van de belangrijkste bepalingen uit het Ontwerpbesluit en de mogelijke impact op dit planMER.

3.3

Provinciaal beleid

Brabantse Omgevingsvisie Provincie Noord-Brabant noemt in haar Omgevingsvisie uit 2018 als één van de vier hoofdopgaven ‘Werken aan de Brabantse energietransitie’. Voor 2030 stelt de provincie als doel ten minste 50 % reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50 % duurzame energie. Voor 2050 is het doel 100 % duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. Om deze doelen te bereiken wil de provincie onder andere via een enorme groeispurt grootschalig gebruikmaken van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Omgevingsverordening Noord-Brabant Windenergie In de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn regels opgenomen met betrekking tot nieuwvestiging van windenergie.

Artikel 5.51 van de Omgevingsverordening stelt regels voor het plaatsen van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 m: - de windturbines moeten passen in de gewenste ontwikkelrichting; - de windturbines worden in een cluster opgesteld; - de ontwikkeling dient maatschappelijke meerwaarde te geven, waaronder de mogelijkheid om te participeren voor de omgeving; - de ontwikkeling is afgestemd met de omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder; - de plannen moeten borgen dat wordt voldaan aan het treffen van mitigerende maatregelen om faunaslachtoffers te voorkomen en de daaraan gekoppelde onderzoek- en monitoringsplicht, zoals opgenomen in het bouwstenendocument ‘Natuurinclusieve Energietransitie voor Wind en Hoogspanning op Land’; - de verleende omgevingsvergunning is ten hoogste 25 jaar geldig; - er is juridisch en financieel geborgd dat de windturbines na verstrijken van de termijn worden verwijderd.

43 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Artikel 5.52 stelt aanvullende regels voor windturbines in het Natuur Netwerk Brabant. Windturbines kunnen slechts worden toegestaan in het NNB in het geval dat: - het NNB direct aansluitend op de hoofdinfrastructuur ligt; - uit een alternatievenafweging blijkt dat negatieve effecten op de ecologische waarden en kenmerken waar mogelijk worden beperkt; - bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan de bepalingen rondom compensatie uit artikel 5.37 van de Omgevingsverordening; - toepassing is gegeven aan artikel 5.31 van de Omgevingsverordening betreffende overdraai van de wieken. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies De Omgevingsverordening bevat ook een aantal basisprincipes die van toepassing zijn op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze principes zijn in deze paragraaf samengevat. Artikel 5.7 bevat een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Een omgevingsplan moet invulling geven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Hiervoor moet in ieder geval toepassing worden gegeven aan:

- zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8). Dit betekent onder andere dat een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag;

- de lagenbenadering (artikel 5.9). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met de effecten op (de onderlinge wisselwerking tussen de) verschillende lagen: de ondergrond (bijvoorbeeld bodem), de netwerklaag (bijvoorbeeld natuurnetwerk) en de bovenste laag (bijvoorbeeld cultuurhistorische waarden);

- meerwaardecreatie (artikel 5.10). Dit omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Versterken van omgevingskwaliteit De provincie Noord Brabant stelt ook regels voor het versterken van de omgevingskwaliteit. Artikel 5.11 bepaalt dat een omgevingsplan dat activiteiten mogelijk maakt in het landelijk gebied, moet bepalen dat dit gepaard gaat met een fysieke verbetering van landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze verbetering kan bestaan uit: a) landschappelijke inpassing; b) het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c) het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d) het wegnemen van verharding; e) het slopen van bebouwing; f) de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of g) het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De verbetering moet daarnaast in lijn zijn met de gewenste ontwikkelrichting voor dit gebied.

Artikel 5.12 bepaalt dat een dergelijke ontwikkelingsrichting moet worden opgesteld met inbegrip van in ieder geval de volgende aspecten: a) welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b) welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten (bijvoorbeeld een veilige en gezonde leefomgeving en leefbaarheid); c) op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden; d) op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. De notitie ‘Uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering landschap Noord-Brabant’ bevat de Brabantbrede uitgangspunten voor de toepassing van de regeling kwaliteitsverbetering landschap.

44 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Bestuursakkoord 2023 - 2027 ‘Samen maken we Brabant!’ Het bestuursakkoord van de Provincie Noord Brabant geeft richting aan de toekomstbestendige ontwikkeling van Brabant. In de komende bestuursperiode richt de provincie zich op de vier onderstaande vooruitzichten. Per vooruitzicht zijn de thema’s die relevant zijn voor de Duurzame Polder beschreven. 1 zicht op een welvarend, gezond en gelukkig Brabant: · gezondheid: de provincie streeft naar een goede kwaliteit van het milieu: een schone bodem, schoon water, schone lucht en zo min mogelijk geluidshinder. Er wordt ingezet op aantrekkelijke groene omgevingen in het stedelijk gebied en het beschermen van de leefomgeving tegen negatieve invloeden; 2 zicht op een verbonden Brabant: · ruimtelijke kwaliteit: de provincie heeft verschillende beleidskaders voor het behoud en de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. De Brabantse Omgevingsvisie ‘Kwaliteit voor Brabant’ blijft de stip op de horizon. De provincie wil ook inzetten op meer mogelijkheden voor gecombineerd meervoudig ruimtegebruik, door meer functies op één plek mogelijk te maken; 3 zicht op een duurzaam veranderend Brabant: · klimaat en energie: de provincie wil in 2030 55 % minder CO2 uitstoten dan in 1990. Het streven is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Windenergie is een onderdeel van de uitvoering van de Regionale Energie Strategieën.

Extra wint op land wordt door de provincie toegestaan als er sprake is van lokaal eigenaarschap en voldoende draagvlak; · agrarische ontwikkeling: de provincie wil een toekomstbestendige landbouw- en voedselsector die bijdraagt aan een balans tussen maatschappij, economie en ecologie. Dit vraagt om een ingrijpende transitie. De provincie jaagt innovatie in de landbouwsector aan. Daarnaast wil ze inzetten op biologische-, natuurinclusieve- en kringlooplandbouw; 4 zicht op een gezonde natuur- en waterrijke leefomgeving: · natuur: de provincie realiseert het Natuurnetwerk Brabant en legt ecologische verbindingszones aan. Daarnaast zet de provincie in op groenblauwe dooradering: het toevoegen van natuur en water aan de openbare ruimte; · water en bodem: de provincie wijst gebieden aan voor het opvangen van water bij hevige regenbuien en infiltratiegebieden voor het aanvullen van het grondwater. Om verdroging tegen te gaan voert de provincie de Brabantse Droogteagenda uit. Voor grondwater ontwikkelt de provincie een verdringingsreeks in geval van schaarste en ernstige verdroging.

3.4

Regionaal beleid

Regionale Energiestrategie 1.0 (RES Noordoost Brabant) De RES 1.0 van Noordoost Brabant is het resultaat van samenwerking tussen de gemeenten in de regio, de provincie Noord-Brabant, Waterschappen Aa en Maas en De Dommel en netbeheerder Enexis. In de RES 1.0 wordt beschreven hoe de regio tot 2030 aan de slag gaat met besparing en opwekking van duurzame energie, voor zowel elektriciteit als warmte. De regio heeft als doelstelling om in 2030 1,6 TWh elektriciteit op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Bij die 1,6 TWh wordt uitgegaan van 0,7 TWh door wind en zonnevelden, dat is gelijk aan 48 windturbines of 794 ha aan zonnevelden. Het Bossche en Osse deel van de regionale opgave is toegelicht in paragraaf 1.1.2.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Gemeente Oss

De gemeente Oss heeft verschillende relevante beleidsstukken die raakvlak hebben met de ontwikkelingen in de Duurzame Polder. Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss De gemeenteraad van de gemeente Oss heeft in 2021 ingestemd met de gebiedsvisie vitaal buitengebied als bouwsteen voor de omgevingsvisie. De gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss is één van de drie gebiedsvisies

45 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

die samengevoegd zullen worden tot een integrale Omgevingsvisie voor de gehele gemeente Oss. Als de Omgevingsvisie is vastgesteld is daarmee ook de Structuurvisie Buitengebied uit 2015 vervangen. Een belangrijk thema van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss is het thema ‘Ruimte voor Energie’. In regionaal verband is afgesproken dat in Oss in 2030 11 % energie is bespaard en 0,93 PJ duurzame energie is opgewekt. De gemeente Oss kiest ervoor om de RES-opgave voor 2030 in te vullen door middel van windenergie, vanwege de hoge opwekcapaciteit per windturbine en het relatief geringe ruimtebeslag. Deze energieopgave wordt onder andere ingevuld door middel van clustering van windturbines in de Duurzame Polder. Dit wordt gecombineerd met een integrale gebiedsontwikkeling, dat wil zeggen dat de energieopwekking in samenhang met andere waarden zoals agrarische ontwikkeling, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie wordt opgepakt. Coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit 2022 - 2026 In mei 2022 hebben de politieke partijen die gezamenlijk de coalitie vormen in de gemeente Oss het coalitieakkoord gepresenteerd. Hierin staan de hoofdlijnen van de richting voor de komende jaren voor de gemeente Oss. Ten aanzien van klimaat en energie is opgenomen dat de gemeente in 2050 klimaat adaptief en energieneutraal is.

De ambitie is om in te zetten op het vergroten van een tijdig aanbod van duurzame energie (meer opwekken) en het verminderen van energiegebruik door besparing. Het speerpunt ten aanzien van opwek in de Duurzame Polder is als volgt opgenomen: ‘We realiseren een windpark in de duurzame polder en op Elzenburg de Geer. We gaan door met deze vastgestelde plannen. De afspraken in de bestuursovereenkomst over de duurzame polder zijn leidend.’ De bestuursovereenkomst is op 12 oktober 2021 gesloten met de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK). In de bestuursovereenkomst is afgesproken dat de gemeenten als bevoegd gezag optreden voor het project Duurzame Polder. Ook is het doel van het project vastgelegd (zie hoofdstuk 1). De toekomst van de landbouw in Oss In januari 2021 heeft het college van B&W de visie op de transitie van de landbouw in Oss aangeboden aan de gemeenteraad. Hierin is opgenomen dat de gemeente streeft naar een sterke, toekomstbestendige agrarische sector in Oss. Op basis van een economisch vol te houden model dat ecologisch verantwoord is en voldoende politiek- maatschappelijk draagvlak heeft. Binnen die context ondersteunt de gemeente de transitie van de landbouw in de gemeente en regio Binnen de transitie van de landbouw spelen allerlei thema’s met specifieke accenten.

De visie benoemt de thema’s die het meest relevant zijn met de uitgangspunten die worden gehanteerd, zoals klimaat, mest, agrarisch ondernemerschap en grondgebruik. Over de energietransitie is opgenomen dat de gemeente koppelkansen ziet tussen landbouw en energieopwekking. Zo lopen allerlei initiatieven van agrariërs en van ontwikkelaars in agrarisch gebied. Een ander aspect is het terugdringen van het energieverbruik in de sector. Omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie speelt hierin een belangrijke rol. Om de biodiversiteit te versterken ziet de gemeente mogelijkheden in het concept van natuurinclusieve landbouw. De gemeente werkt aan nieuwe manieren om natuurinclusieve landbouw te stimuleren. Om de verschillende belangen en de daaruit voortkomende behoefte aan gericht overleg beter tot hun recht te laten komen, wil de gemeente werken vanuit collectieve initiatieven. Hierbij wil de gemeente gesprekpartner zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de melkveehouders die zijn verenigd in Windcollectief OssDen Bosch. Dit collectief heeft plannen voor de ontwikkeling van windenergie in het Osse deel van de Duurzame Polder. Routekaart Groen, Blauw & Natuur De Routekaart Groen, Blauw & Natuur (GBN) uit 2017 is opgesteld vanuit twee doelen: het verbeteren van de kwaliteit en kwantiteit van het GBN in de gemeente en het herkenbaar maken en laten waarderen van GBN.

46 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

Voor de Lithse Polder (onderdeel van de Duurzame Polder) is benoemd dat dit één van de grootste weidevogelgebieden van de provincie is. De ambitie van de gemeente is om zich samen met de agrariërs in te spannen voor het vergroten van de biodiversiteit. Daarnaast wil de gemeente de ecologische verbindingszone Hertogswetering tussen het Osse Meer en het gemaal bij ’t Wild realiseren. Ook wordt in de routekaart benoemd dat de gemeente onderzoek doet naar de combinatie van duurzame energie (door windturbines), landbouw en natuur. Hierbij stelt de routekaart dat uit onderzoek blijkt dat windturbines het meest effectief zijn om de duurzaamheidsambities te realiseren. Gesteld wordt het volgende: ‘In de Lithse polder wonen vooral veel agrariërs. Agrariërs zijn recent geconfronteerd met een verplichte versnelling van de veehouderij transitie. Wellicht dat het opwekken van duurzame energie in combinatie met natuur-inclusieve landbouw en/ of natuurrealisatie interessant kan zijn. Voor de agrariër en voor onze GBNdoelstelling.’ De routekaart kan hiermee worden gezien als een eerste aanzet tot de doorontwikkeling van de huidige plannen voor de Duurzame Polder en de visie op de transitie van de landbouw in Oss uit 2021. Visie op recreatie en toerisme: verbinden en vertellen De visie op recreatie en toerisme van de gemeente Oss komt uit 2021.

Voor het plangebied is de Maas een belangrijk kerngebied voor toerisme en recreatie. De Maas met zijn natuur, landschap, cultuur(historie) en water/rivier vormt het zogenaamd ‘goud’ waarop recreatieve beleving in het gebied is gebaseerd. De grootste troeven zijn de natuurlijke aantrekkingskracht van de Maas en de Maasdijk gecombineerd met de vestingstadjes Megen en Ravenstein. Er is veel recreatieve bedrijvigheid aanwezig, veelal kleinschalig en met een nadruk op dagrecreatie. Over duurzaamheid geldt dat Oss de ambitie heeft een groene, energie neutrale gemeente te zijn. Recreatie en toerisme dragen hieraan bij. Zo wordt benoemd dat landschappelijke inpassing van nieuwe duurzame initiatieven en het inzetten op kwalitatief groen en biodiversiteit bijdraagt aan een grotere aantrekkelijkheid om in het gebied te recreëren. Erfgoedvisie Oss In de Erfgoedvisie van Oss uit 2021 is de visie van de gemeente Oss op het erfgoed in de gemeente opgenomen. De gemeenschappelijke deler van al het Osse erfgoed is de Maas. Zoals de meanders van de Maas door het landschap lopen, loopt het verhaal van de Maas als een rode draad door de geschiedenis van Oss.

Om het erfgoed naar een hoger niveau te kunnen tillen, zijn drie ambities geformuleerd: 1 met het erfgoed bijdragen aan een mooie en prettige leefomgeving; 2 het erfgoed ontsluiten voor een breed publiek; 3 de vele samenwerkingsverbanden op het gebied van erfgoed versterken. Erkend wordt dat grote transities plaatsvinden die voortkomen uit de klimaatmaatregelen, zoals windturbines. Het gebouwde erfgoed, maar ook het cultuurhistorisch landschap zijn daarmee volgens de visie verweven. Om te zorgen dat het erfgoed zo min mogelijk lijdt onder de ontwikkelingen, maar hierin juist een passende plek krijgt zijn drie actielijnen opgesteld, namelijk beschermen, beheren en behouden.

3.5.2

Gemeente ’s-Hertogenbosch

Visie Energielandschap Op 7 juli 2020 is de Visie Energielandschap vastgesteld door de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch. De gemeente wil in 2045 klimaatneutraal zijn. Om dit te bereiken wil de gemeente omschakelen naar duurzame vormen van energieopwekking. De Visie energielandschap richt zich uitsluitend op productiemethoden met ruimtelijke impact. Dit betreft zonne- en windenergie. Daarbij wordt voor grootschalige windenergie geconstateerd en gemotiveerd dat de grote open polder tussen Oss en ‘s-Hertogenbosch hier het meest geschikt voor is. Ook wordt benoemd dat hier de verbinding kan worden gemaakt met duurzame energieopwekking in de Lithse en Geffense polder in gemeente Oss. De Visie Energielandschap stuurt op

47 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

een integrale gebiedsontwikkeling, dat wil zeggen dat de energieopwekking in samenhang met andere waarden zoals agrarische ontwikkeling, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie wordt opgepakt. Vaak ligt het accent bij de inpassing van duurzame energie op ‘het beperken van schade’. Beperken of voorkomen van schade is zeker een aandachtspunt, maar minstens zo belangrijk is dat de energieopgave ook de kans biedt om kwaliteit aan het buitengebied toe te voegen. Daarbij zijn de volgende (randvoorwaardelijke) uitgangspunten opgenomen in de Visie: de ontwikkeling van zonne- en windenergie vergt een integrale benadering waarbij meerdere doelen met elkaar worden verenigd; windenergie wordt ontwikkeld in grootschalige, open landschappen in een grootschalig windpark en op enkele plekken in kleine clusters gekoppeld aan bedrijventerreinen en snelwegen; de ontwikkeling moet leiden tot ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde; de ontwikkeling houdt zoveel mogelijk rekening met het woon- en leefklimaat, waaronder gezondheid, van omwonenden, brengt de consequenties hiervan in beeld en neemt dit integraal mee in de afwegingen; de ontwikkeling houdt zoveel mogelijk rekening met natuurwaarden en beschermde soorten flora en fauna, waaronder de (beschermde) weidevogels en vleermuizen. De Duurzame Polder maakt deel uit van het gebied ‘Transformeren (windenergie)’ uit de Visie.

In deze gebieden kan windenergie worden gerealiseerd wanneer dit deel uitmaakt van een gebiedsgerichte aanpak waarin alle initiatieven in het gebied worden opgehaald. Bij transformatie ontstaan essentieel andere, nieuwe landschappen. In deze gebieden moet het opwekken van duurzame energie nadrukkelijk samengaan met ruimtelijke kwaliteit en verduurzaming van de omgeving. Bestuursakkoord gemeente ’s-Hertogenbosch Het Bestuursakkoord 2022 - 2026 van de gemeente ’s-Hertogenbosch legt de ambitie voor een klimaat neutrale gemeente vast. De gemeente wil actief en concreet werken aan de transitie van fossiele energie naar hernieuwbare energie. Zij versnelt de ambitie van klimaatneutraliteit van 2050 naar 2045. Met betrekking tot de Duurzame Polder zet de gemeente in op de volgende doelen: - het realiseren van 16 windturbines in de Duurzame Polder, voor 2030, passend binnen de geldende randvoorwaarden; - het creëren van een gebiedsfonds dat ten goede komt aan de omwonenden van de Duurzame Polder; - het realiseren van een klimaatbos tussen De Groote Wielen en de Grintweg; - de lusten van duurzame energie worden eerlijk verdeeld met de omgeving. Daarnaast wil de gemeente inzetten op klimaatbestendigheid, door meer ruimte te maken voor groen en water. De gemeente wil onder andere investeren in de grote groenstructuren.

Dit richt zich op kwaliteitsverbetering in wijken, buurten, parken, bedrijventerreinen en natuurgebieden. In het Bestuursakkoord wordt ook waterveiligheid genoemd als een opgave voor de gemeente. Deze opgave vraagt om ruimte, maar er zijn ook kansen om dit te koppelen aan andere doelen en ruimtelijke kwaliteit toe te voegen. ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig Het doel van het beleidsplan ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig is om ’s-Hertogenbosch beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering door in te zetten op een groene en klimaatbestendige inrichting van de stad, wijken en dorpen. Daar horen verschillende ambities bij: - de stad kan wateroverlast en hitte opvangen. Opnamecapaciteit van regenwater is daarin belangrijk; - meer investeren in het aanleggen van waardevol groen. Ecologisch ontwerpen, inrichten en beheren is daarin cruciaal. De gemeente stimuleert en ondersteunt bewonersinitiatieven voor groene plekken in de wijken; - het versterken van de relatie tussen het stedelijk gebied met het buitengebied. Er wordt ingezet op extra natuur- en bosontwikkeling, ecologische verbindingen. Ook worden belangrijke boomstructuren beschermd en verder ontwikkeld als een groen raamwerk van de gemeente.

48 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

De Visie Groen en Klimaatbestendig beschrijft ook het doel van een natuurlijk en klimaatbestendig watersysteem. Dit beleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Bomen, Water en Groen. Zowel de visie als de Verordening zijn in maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Ruimtelijke Structuurvisie Stad tussen Stromen Op 28 januari 2014 heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch de Ruimtelijke Structuurvisie ‘Stad tussen Stromen’ vastgesteld. Deze bevat het wensbeeld van ’s-Hertogenbosch als een compacte, complete, contrastrijke en ook nadrukkelijk een duurzame stad. Hiervoor heeft de gemeente (onder andere) de volgende doelstellingen: - een schone en veilige stad, met een goede balans tussen gezondheid / veiligheid en hinder / gevaar, zorgvuldig ruimtegebruik, respect voor natuur en landschap en een zo verantwoord mogelijk gebruik van energie en grondstoffen; - zorgvuldig grondgebruik en bevordering van functiemenging vormen het uitgangspunt voor ruimtelijk beleid; - inspelen op de klimaatverandering door versterking van de robuustheid van het water- en bodemsysteem en klimaatadaptatie van de gebouwde stad; - een klimaat neutrale stad met een integraal grondstoffenbeleid door energiebesparing en inzet op duurzame energie; - een zorgvuldig ruimtegebruik naar hinder (lawaai verkeer, industrie, recreatie), lucht, geur en veiligheid (bedrijven en transportassen).

Het energiebeleid is een belangrijke pijler in het milieubeleid van de gemeente. Om het doel van een klimaat neutrale stad te bereiken is de productie van duurzame energie noodzakelijk. Deze is op de korte termijn gericht op onder andere windenergie. Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch In mei 2019 is de Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch door de gemeenteraad vastgesteld. Duurzaamheid is een belangrijk speerpunt binnen de gemeente ‘s-Hertogenbosch, dat bij alle ontwikkelingen wordt betrokken. Naast volledig klimaatneutraal in 2050 heeft de gemeente de ambitie om in 2035 al een klimaatneutraal bebouwde omgeving te hebben. Deze doelstelling betekent dat niet alleen de gemeente veel doet, maar ook de bedrijven, inwoners, ontwikkelaars, maatschappelijke groepen, woningcorporaties zullen hierin moeten investeren, samenwerken, creatief zijn en vooruitdenken. De gemeentelijke energiedoelstellingen zijn gericht op de volgende vier pijlers: 1 groen en klimaatbestendig; 2 CO2-neutrale omgeving (Energie); 3 waardebehoud van grondstoffen (Circulariteit); 4 duurzame mobiliteit. Er wordt rekening gehouden met veranderingen in het klimaat met meer extreme buien en hete zomers. De gemeente zorgt voor een veilig watersysteem en werken aan vergroening van onze omgeving.

Op het gebied van energie werkt de gemeente enerzijds aan het verminderen van de energievraag en anderzijds het opwekken van duurzame energie. Ook worden stappen gezet richting een aardgasloze gemeente. De gemeente zet ook in op het efficiënt gebruik (en hergebruik) van beschikbare grondstoffen. Ten aanzien van het vervoer werkt de gemeente aan schonere, slimmere en duurzame mobiliteit. Omgevingsvisie gemeente ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s-Hertogenbosch werkt toe naar een gemeentebrede Omgevingsvisie. Het concept Koersdocument Omgevingsvisie bevat de koers voor de leefbaarste en meest gastvrije gemeente van nationaal belang. De grote vraag naar ruimte voor woningen en bedrijvigheid moet in relatie gebracht worden met andere grote opgaven. Zoals het veranderende klimaat waarbij droogte, hitte en wateroverlast vaker voor komen (klimaatadaptatie). De overstap van fossiele brandstoffen (olie en gas) naar groene energiebronnen (energietransitie). De gemeente streeft naar een circulaire economie waarbij grondstoffen en producten hergebruikt worden. De landbouw moet verduurzamen (landbouwtransitie), en met slimme mobiliteitsoplossingen wil de gemeente de CO2-uitstoot en geluidoverlast verminderen. Ook biodiversiteit en gezondheid voor mens en dier verdient aandacht. Het concept-Koersdocument geeft op hoofdlijnen richting aan deze opgaven en gaat over de toekomst van de gemeente.

Het concept Koersdocument is ook

49 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

de opstap en het kader voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De uitwerking daarvan krijgt gestalte in vier gebiedsvisies. De gebiedsvisies en het definitieve Koersdocument worden uiteindelijk door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de Omgevingsvisie voor de gemeente.

50 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13840734/1