Bijlage 2 - PlanMER Duurzame Polder
Tekst van het document
Duurzame Polder PlanMER
Gemeente Oss en gemeente 's-Hertogenbosch 12 januari 2024
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Duurzame Polder Gemeente Oss en gemeente 's-Hertogenbosch
PlanMER Definitief 12 januari 2024 134741/24-000.393
Projectdirecteur
134741 -
Auteur(s)
-
Projectcode Projectleider
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
-
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
DEEL A - ALGEMENE DELEN
9
0
SAMENVATTING
10
0.1
Aanleiding en doel planMER
10
0.2
Wat leest u in het planMER?
11
0.3
Samenvatting effecten per thema
13
0.3.1 0.3.2 0.3.3 0.3.4 0.3.5
14 14 15 16 16
Landschap, cultuurhistorie en archeologie Water Natuur Veiligheid Gezonde leefomgeving
0.4
Beschouwing ruimtelijke principes integrale gebiedsontwikkeling
17
0.5
Bevindingen voor verdere besluitvorming
18
0.6
Totstandkoming en beoordeling voorkeursalternatief
19
0.6.1 0.6.2 0.6.3
19 21 23
Totstandkoming en beschrijving VKA Beoordeling VKA Ruimtelijke principes VKA
0.7
Samenvatting effectbeoordeling
24
1
INLEIDING
27
1.1
Voorgenomen project: Duurzame Polder
27
1.1.1 1.1.2 1.1.3 1.1.4 1.1.5
27 29 30 30 31
Aanleiding Doel Programma Doel milieueffectrapportage Locatiekeuze Duurzame Polder
1.2
Leeswijzer
36
2
MER-PROCEDURE
38
2.1
Mer-plicht
38
2.1.1 2.1.2
PlanMER ProjectMER
38 39
Procedure en besluitvorming
39
2.2
2.3
Rollen in de mer-procedure
40
3
KADERS VANUIT WETGEVING EN BELEID
42
3.1
Europees en internationaal beleid
42
3.2
Nationaal beleid
42
3.3
Provinciaal beleid
43
3.4
Regionaal beleid
45
3.5
Gemeentelijk beleid
45
3.5.1 3.5.2
45 47
Gemeente Oss Gemeente ’s-Hertogenbosch
4
REFERENTIESITUATIE
51
4.1
Plan- en studiegebied
51
4.2
Huidige situatie
52
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7
52 58 62 63 65 67 70
4.3
Natuur Landschap, cultuurhistorie en archeologie Bodem Water Gezonde leefomgeving Veiligheid Gebruiksfuncties
Autonome ontwikkelingen
71
DEEL B - ONDERZOEK MILIEUEFFECTEN WINDENERGIE
73
5
ONDERZOEKSAANPAK
74
5.1
Onderzoeksaanpak op hoofdlijnen
74
5.2
Uitgangspunten
75
5.3
Ingreep-effectrelaties
76
5.4
Beoordelingskader
77
5.4.1 5.4.2 5.4.3
77 77 78
Uitgangspunten beoordelingskader Wijzigingen ten opzichte van de NRD Beoordelingskader
5.5
Beoordelingsschaal
82
6
VARIANTEN WINDENERGIE
83
6.1
Variantenontwikkeling
83
6.2
Variant Basis
86
6.3
Variant Geluid
89
6.4
Variant Landschap
91
6.5
Variant Natuur
94
6.6
Variant Restruimte
96
6.7
Subvarianten Landschap en Natuur
98
6.7.1 6.7.2
98 100
Subvariant Landschap Subvariant Natuur
7
EFFECTENANALYSE- EN BEOORDELING (MAATGEVENDE THEMA’S)
103
7.1
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
103
7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5 7.1.6
104 108 113 115 118 120
7.2
7.3
Bodem en water
120
7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4
120 121 123 125
7.5
Bodem Effecten op beschermde watergebieden Effecten op waterberging Samenvatting effectbeoordeling bodem water
Natuur 7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.5 7.3.6
7.4
Invloed op ruimtelijk-visuele kenmerken Effecten op landschappelijke waarden: structuren en elementen Effecten op aardkundige waarden Effecten op cultuurhistorische waarden Effecten op archeologie Samenvatting effectbeoordeling landschap, cultuurhistorie en archeologie
125 Stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden Overige effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op Natuurnetwerk Brabant Effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten Effecten op beschermde plant- en diersoorten Samenvatting effectbeoordeling natuur
126 128 132 135 138 140
Veiligheid
141
7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4
141 146 148 150
Effecten op externe veiligheid Effecten op (defensie)laagvliegverkeer Effecten op waterkeringsveiligheid Samenvatting effectbeoordeling veiligheid
Gezonde leefomgeving
151
7.5.1 7.5.2 7.5.3 7.5.4 7.5.5 7.5.6
151 154 165 169 172 175
Effecten op gezondheid Effecten op geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen Effecten op laagfrequent geluid Effecten op geluid in cumulatie Effecten op slagschaduw op omgeving Samenvatting effectbeoordeling gezonde leefomgeving
7.6
Samenvatting effectbeoordeling varianten
176
8
NIET-MAATGEVENDE THEMA’S
180
8.1
8.2
Bodem en water
180
8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.1.4
180 180 182 185
Natuur 8.2.1
8.3
8.4
Grondverzet Effecten op bodemkwaliteit Effecten op oppervlaktewater Effecten op grondwater
185 Effecten op biodiversiteit
185
Veiligheid
186
8.3.1 8.3.2 8.3.3 8.3.4
186 186 187 187
Effecten op ontplofbare oorlogsresten Effecten op ondergrondse leidingen Effecten op defensieradar Effecten op verkeersveiligheid
Gebruiksfuncties
188
8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4
188 188 188 189
Effecten op landbouw Effecten op recreatie Effecten op overige bedrijven Effecten op verkeer
8.5
Netinpassing
189
8.6
Gezonde Leefomgeving
191
8.6.1 8.6.2 8.6.3 8.6.4 8.6.5
191 193 193 194 194
8.7
8.8
Verandering in uitstoot luchtverontreinigende stoffen Verandering in gezondheidsrisico’s van veehouderijen Trillingseffecten op omgeving Veranderingen in geurbelasting en effect windturbines op verspreiding geur Effecten door lichthinder
Klimaatadaptatie
195
8.7.1 8.7.2
195 196
Effecten op droogte Effecten op hittestress
Duurzaamheid en circulariteit
196
8.8.1 8.8.2
196 198
Vermeden emissies Kansen voor circulariteit
8.9
Kosten
198
8.10
Integraliteit
199
8.11
Aandachtspunten niet-maatgevende aspecten
200
9
ONTWERPBESLUIT WINDTURBINES LEEFOMGEVING
203
9.1
Inleiding
203
9.2
Geluid
203
9.3
Slagschaduw
204
9.4
Externe veiligheid
205
9.5
Afstandsnorm
206
9.6
Overgangsrecht
207
10
MITIGERENDE MAATREGELEN
209
10.1
Te vermijden aspecten
209
10.2
Mitigerende maatregelen landschap, cultuurhistorie en archeologie
210
10.2.1 10.2.2
210 211
Landschap Cultuurhistorische waarden
10.3
Mitigerende maatregelen natuur
211
10.4
Mitigerende maatregelen veiligheid
213
10.5
Mitigerende maatregelen gezonde leefomgeving
213
11
BEVINDINGEN VOOR VERDERE BESLUITVORMING
215
11.1
Variant Basis
215
11.2
Variant Geluid
217
11.3
Variant Landschap
218
11.4
Variant Natuur
221
11.5
Variant Restruimte
222
11.6
Afwegingen voor verdere besluitvorming
224
DEEL C - INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING
226
12
RUIMTELIJKE PRINCIPES INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING
227
12.1
Achtergrond
227
12.2
Beschrijving deelgebieden en ruimtelijke principes
228
12.3
Te beschouwen ruimtelijke principes
233
13
BESCHOUWING KANSEN EN AANDACHTSPUNTEN RUIMTELIJKE PRINCIPES
236
13.1
Onderzoeksaanpak
236
13.2
Kansen en aandachtspunten ruimtelijke principes
237
13.2.1 13.2.2 13.2.3
237 239
13.2.4 13.2.5 13.2.6 13.2.7 13.2.8
Versterken natuur langs de Hertogswetering Open plas-dras gebieden ontwikkelen voor weidevogels Verbeteren waterkwaliteit en vergroten biodiversiteit (benutten netwerk van weteringen, waterlopen en sloten) Zichtbaar en beleefbaar maken van de ontginningsgeschiedenis van de polder Ontwikkelen van een klimaatlandschap (langs rand ‘s-Hertogenbosch) Vergroten mogelijkheden voor berging en vasthouden van water Versterken en toevoegen van nieuwe groenstructuren als verbinding staddorp en polder Vernatten Rompertweg/Heeseindseweg/Weteringsgraaf
240 241 243 244 245 247
DEEL D - VOORKEURSALTERNATIEF EN VERVOLG
249
14
VOORKEURSALTERNATIEF
250
14.1
Proces totstandkoming voorkeursalternatief
250
14.2
Beschrijving voorkeursalternatief
250
14.3
Beoordeling voorkeursalternatief (maatgevende aspecten)
256
14.3.1 14.3.2 14.3.3 14.3.4 14.3.5 14.3.6
256 262 263 266 269 288
Landschap, cultuurhistorie en archeologie Bodem en water Natuur Veiligheid Gezonde leefomgeving Samenvatting effectbeoordeling en vergelijking varianten
14.4
Beoordeling voorkeursalternatief (niet-maatgevende aspecten)
291
14.5
Beschouwing ruimtelijke principes
294
15
LEEMTEN IN KENNIS EN AANZET TOT MONITORING
303
Laatste pagina
305
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
NRD
65
II
Beantwoording zienswijzen
51
III
Beantwoording adviezen
5
IV
Quickscan milieu
103
V
Tussenrapportage H+N+S
79
VI
Advies Commissie M.e.r.
14
VII
Aanvullend ecologisch onderzoek
43
VIII
Variantenrapport H+N+S
76
IX
Visualisaties
25
X
Proefstikstofdepositieberekening
21
XI
Proefberekening afbladdering windturbinebladen
3
XII
Afbeeldingen geluidsonderzoek
22
XIII
Afbeeldingen onderzoek externe veiligheid
15
XIV
Afbeeldingen onderzoek slagschaduw
15
XV
Toelichting ontwerpprincipes
26
XVI
Ontwerptoelichting VKA Duurzame Polder H+N+S
92
DEEL A - ALGEMENE DELEN
9 | 305
Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
0 SAMENVATTING 0.1
Aanleiding en doel planMER
Duurzame Polder De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch werken sinds 2017 samen met provincie Noord-Brabant en het rijk aan plannen voor het opwekken van duurzame energie in de Duurzame Polder. De Duurzame Polder bestaat uit de Lithse, Geffense, Rosmalense en Nulandse polder. Dit is het gebied tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en de Maas. Beide gemeenteraden hebbende Duurzame Polder aangewezen als gebied voor grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines. Het project Duurzame Polder bestaat niet alleen uit windenergie. Beide gemeenten hebben de ambitie om in de Duurzame Polder tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen, waarbij de opgave voor het opwekken van duurzame energie wordt beschouwd in samenhang met andere belangen, zoals klimaatadaptatie, wonen, landbouw, natuur, recreatie en cultuurhistorie. Het plangebied van de Duurzame Polder is weergegeven op afbeelding 0.1.
Afbeelding 0.1 Plangebied Duurzame Polder
10 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Energiedoelstelling Beide gemeenten willen een groot deel van hun energiedoelstelling realiseren in de Duurzame Polder. De energiedoelstelling voor de Duurzame Polder is nader geconcretiseerd en verschilt per gemeente. - Oss: doel om 0,514 PJ (142 GWh/jaar) opwekken met windturbines in de Duurzame Polder; - ‘s-Hertogenbosch: doel om 16 windturbines te ontwikkelen in de Duurzame Polder. Hier is geen specifieke energieopgave aan gekoppeld. Programma De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen een programma op voor de Duurzame Polder. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Het programma bevat een voorkeursalternatief voor de inrichting van de Duurzame Polder. Dit voorkeursalternatief bevat plaatsingszones, kaders en maatregelen voor windenergie en de integrale gebiedsontwikkeling. Het programma is het ‘moederbesluit’ voor dit planMER. Het planMER wordt ten grondslag gelegd aan het programma. Doel milieueffectrapportage Het doel van een milieueffectrapportage is om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in te brengen in de plan- en besluitvorming. Dit planMER brengt de milieueffecten van (varianten voor) de ontwikkeling van de Duurzame Polder in beeld. Ook beschrijft het maatregelen om mogelijke aanzienlijke milieueffecten te voorkomen, te beperken of compenseren.
Hiermee helpt dit rapport de gemeenten Oss en ’sHertogenbosch om tot een zorgvuldige en transparante afweging en besluit te komen.
0.2
Wat leest u in het planMER?
Dit planMER is een onderzoek naar de te verwachten milieueffecten van verschillende varianten voor de inrichting van de Duurzame Polder. Voor windenergie zijn vijf varianten en twee subvarianten met verschillende plaatsingszones voor windturbines ontwikkeld. De varianten hebben als doel het gehele speelveld van windontwikkeling in de Duurzame Polder in kaart te brengen. Om de hoeken van het speelveld in beeld te krijgen, zijn de varianten zoveel mogelijk onderscheidend ten opzichte van elkaar. Alle varianten zijn ontwikkeld vanuit een leidend ontwerpprincipe. Daarnaast zijn de varianten ontwikkeld voor twee referentieturbines met verschillende hoogtes. Turbinetype 1 heeft een ashoogte van 134 m en een tiphoogte van 192,5 m. Turbinetype 2 heeft een ashoogte van 175 m en een tiphoogte van 261 m. De referentieturbines worden in het planMER gehanteerd om de bandbreedte van effecten op hoofdlijnen te bepalen, niet om (maximale) specificatie van windturbines in concrete projecten voor te schrijven. De samenvatting van de effecten en de beoordeling is opgenomen in paragraaf 0.3. Paragraaf 0.4 bevat een beschouwing van de ruimtelijke principes voor de integrale gebiedsontwikkeling van de Duurzame Polder. Paragraaf 0.5 geeft een overzicht van de bevindingen vanuit de vijf varianten die zijn onderzocht en de basis vormen voor het voorkeursalternatief (VKA).
Het VKA is samengevat toegelicht en beoordeeld in paragraaf 0.6. Paragraaf 0.7 sluit af met een samenvattende beoordelingstabel. Voor het onderzoek naar milieueffecten zijn vijf varianten ontwikkeld, voor zowel turbinetype 1 als turbinetype 2. De belangrijkste uitgangspunten en afbeeldingen van de varianten zijn in onderstaand tekstkader opgenomen.
Variant Basis Uitgangspunt: rekening houden met een zone van 1 km rond de kernen in ’s-Hertogenbosch en een zone van 2 km rond de kernen in Oss. Daarnaast wordt rekening gehouden met een geluidsnorm van 47 dB Lden.
11 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Afbeelding 0.1 Variant Basis 1 en Basis 2
Variant Geluid Uitgangspunt: rekening houden met een strengere geluidsnorm van 45 dB Lden.
Afbeelding 0.2 Variant Geluid 1 en Geluid 2
Variant Landschap Uitgangspunt: rekening houden met een zo optimaal mogelijke invulling van het landschap. De subvariant gaat uit van een situatie zonder molenaarswoningen.
Afbeelding 0.3 Variant Landschap 1 en Landschap 2
12 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Variant Natuur Uitgangspunt: rekening houden met de natuurwaarden in het gebied. De subvariant gaat uit van een situatie zonder molenaarswoningen.
Afbeelding 0.4 Variant Natuur 1 en Natuur 2
Variant Restruimte Uitgangspunt: zorgen dat alle mogelijke locaties in het plangebied zijn onderzocht.
Afbeelding 0.5 Variant Restruimte 1 en Restruimte 2
In het planMER is ook beschouwd wat de effecten zijn van de integrale gebiedsontwikkelingen in de vijf deelgebieden in de Duurzame Polder. Dit is minder verder uitgewerkt dan de varianten voor windturbines, omdat deze ontwikkelingen nog minder concreet zijn. De samengevatte resultaten zijn te lezen in paragraaf 0.7.
0.3
Samenvatting effecten per thema
In dit planMER zijn verschillende milieuthema’s en milieuaspecten onderzocht. Er is een verdeling gemaakt in maatgevende en niet-maatgevende aspecten: - maatgevende aspecten: geven inzicht in onderscheidende effecten die bijdragen aan de locatiekeuze voor windenergie. Deze aspecten zijn beschreven, onderzocht en beoordeeld in het planMER (in hoofdstuk 7); - niet-maatgevende aspecten: geven voornamelijk inzicht in locatiespecifieke aandachtspunten. Deze zijn relevant voor de nadere uitwerking van het project in een latere fase, als locaties van windturbines
13 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
bekend zijn. Een voorbeeld hiervan is het effect op de Defensieradar of op verkeer. Deze aspecten zijn beschouwd in het planMER (in hoofdstuk 8). Deze samenvatting bevat de conclusies van het onderzoek naar de maatgevende thema’s. Een overzicht van de aandachtspunten van alle niet-maatgevende thema’s is te vinden in paragraaf 8.11.
0.3.1
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Invloed op ruimtelijk-visuele kenmerken Het plangebied kenmerkt zich door de grootschalige openheid. Windturbines passen goed bij een grootschalig landschap, maar hebben wel effecten op de openheid. De landschapsstructuren van de Duurzame Polder lenen zich goed voor lange lijnopstellingen of grootschalige clusters in het centrale gebied van de polder. Ook kunnen de windturbines langs de randen van de polder worden geplaatst, maar daar zijn wel meer risico’s met betrekking tot de aantasting van het kleinschalige landschap. Alle varianten zijn negatief (-) beoordeeld, omdat de openheid wordt aangetast door de windturbines. Met de juiste inpassing kunnen de effecten worden beperkt. Effecten op landschappelijke waarden: structuren en elementen Het aspect effecten op landschappelijke waarden (structuren en elementen) heeft de effecten van windturbines op de landschappelijke structuren en elementen in het plangebied. Het gaat dan om grotere ruimtelijke eenheden die vanuit de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis kenmerkend zijn voor een gebied. Alle varianten zijn negatief (-) beoordeeld. Dit komt met name omdat de lange, lijnvormige structuren door de windturbines visueel doorsneden worden. Met een juiste inpassing kunnen deze structuren en elementen worden versterkt als kenmerk in het landschap.
Effecten op aardkundige waarden Het Peelrandbreukenstelsel is een aandachtspunt en windturbines kunnen de aardkundige waarden aantasten. Alle varianten zijn negatief (-) beoordeeld. Met lokale inpassing kunnen effecten worden voorkomen. Ook dient onderzocht te worden in hoeverre het Peelrandbreukenstelsel nog aanwezig is in de ondergrond. Effecten op cultuurhistorische waarden Bij de inpassing van de windturbines is het belangrijk dat de cultuurhistorische elementen, zoals de Hertogswetering, Maasdijk en eendenkooien niet worden aangetast of vernietigd. Dit kan door windturbines buiten deze elementen te plaatsen. Alleen de natuurvarianten liggen buiten deze cultuurhistorische elementen en zijn als negatief (-) beoordeeld. De overige varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld. Effecten op archeologie De bekende archeologische waarden kunnen worden aangetast door windturbines. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de rijksmonumenten. Door te schuiven met de windturbines kan aantasting worden voorkomen. De varianten Geluid 1, Natuur en Restruimte zijn beoordeeld als sterk negatief (--). De overige varianten tasten mogelijk archeologische verwachtingswaarden aan.
0.3.2
Water
Effecten op beschermde watergebieden In het plangebied ligt rond het waterwingebied een grondwaterbeschermingsgebied. Hier mogen alleen onder voorwaarden activiteiten in de bodem worden uitgevoerd. De provincie heeft hiervoor regels opgesteld. Dit is bedoeld om het grondwater en het waterwingebied te beschermen. Windturbines in het waterwingebied zijn niet toegestaan. De varianten Basis 1 en 2, Geluid 1 en 2, Landschap 1 en Restruimte 1 en 2 overlappen met het grondwaterbeschermingsgebied. Dit geldt ook voor subvariant Landschap 1.a. Daarom geldt voor deze varianten een negatieve (-) beoordeling.
14 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
De varianten overige (sub)varianten bevinden zich zuidelijker in het plangebied, waardoor deze niet overlappen met het grondwaterbeschermingsgebied. Plaatsing van windturbines binnen deze (sub)varianten heeft geen effect op beschermde watergebieden. Deze varianten zijn daarom neutraal (0) beoordeeld. Effecten op waterberging In het plangebied ligt het stroomvoerend regime van de Maas. Bij het realiseren van windturbines in deze plaatsingszones kan de doorstroming van rivierwater bij hoogwater gehinderd worden. Rijkswaterstaat verleent daarom geen vergunning als er alternatieven voorhanden zijn. Ook geldt een compensatieverplichting voor het verlies aan doorstroming en bergingscapaciteit. De variant Restruimte ligt in dit gebied en is beoordeeld als sterk negatief (--). De andere variantenoverlappen allemaal met de reserveringsgebieden voor waterberging. Daarom zijn de varianten beoordeeld als negatief (-).
0.3.3
Natuur
Stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden Alle varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld op potentiële effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Uit de proefstikstofdepositieberekening volgt dat stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet is uitgesloten. In het vervolg moet een projectspecifieke berekening worden uitgevoerd. Aan de hand hiervan kan bepaald worden welke vervolgstappen nodig zijn. Overige effecten op Natura 2000-gebieden Windturbines kunnen leiden tot vernietiging en/of verstoring op Natura 2000-gebieden. Het gaat hierbij ook om soorten die beschermd zijn onder bijvoorbeeld Natura 2000-gebied Rijntakken, maar in het plangebied komen om te rusten of foerageren. Alle varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld. Dit komt omdat waarnemingen zijn gedaan in het plangebied van soorten die beschermd zijn onder Natura 2000-gebied Rijntakken. Het is niet uitgesloten dat deze soorten worden verstoord of gedood door windturbines in het plangebied. Effecten op Natuurnetwerk Brabant In het plangebied zijn diverse gebieden aanwezig die vallen onder Natuurnetwerk Brabant (NNB) en bijbehorende ecologische verbindingszones. De ontwikkeling van windturbines kan hier effecten op hebben. De provincie Noord-Brabant hanteert het ‘nee, tenzij’ principe. Dit betekent dat zij in principe geen windturbines in NNB toestaat.
Behalve de variant Natuur zijn alle varianten sterk negatief (--) beoordeeld. Dit komt doordat de plaatsingszones in NNB gebied liggen of in de ecologische verbindingszones. Effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten Centraal in het plangebied ligt een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. De windturbines kunnen een effect hebben op de ganzen en smienten die rusten en foerageren in dit gebied. Deze soorten mogen tussen 1 november en 1 april niet opzettelijk worden verstoord. Negatieve effecten kunnen ook buiten het gebied voorkomen, zo kan sprake zijn van verstoring of barrièrewerking. Alle varianten, met uitzondering van de variant Natuur, zijn sterk negatief (--) beoordeeld. Dit komt doordat de plaatsingszones in het beschermde gebied liggen. Effecten op beschermde plant- en diersoorten In het plangebied zijn verschillende gebieden aanwezig die kunnen worden aangemerkt als belangrijk leefgebied voor beschermde diersoorten. De aanwezigheid van beschermde plantsoorten wordt niet op grote schaal verwacht. De gebieden waarop mogelijk sterk negatieve (--) effecten verwacht worden zijn: - weteringen en de groenblauwe waarden; - weidevogelkerngebieden; - NNB-gebieden; - rust- en foerageergebied van ganzen en smienten; - eendenkooien.
15 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Behalve de variant Natuur zijn alle varianten sterk negatief (--) beoordeeld. Het risico bestaat dat de windturbines zorgen voor significante effecten op beschermde soorten. om de effecten specifiek te bepalen is locatiespecifiek onderzoek nodig.
0.3.4
Veiligheid
Effecten op externe veiligheid Het aspect externe veiligheid gaat over het beheersen van risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van risicobronnen (zoals windturbines) bevinden. Het plaatsen van windturbines kan leiden tot verhoogde veiligheidsrisico’s. In het planMER zijn de effecten op risico-ontvangers (kwetsbare gebouwen en locaties) en andere risicobronnen (bijvoorbeeld buisleidingen en hoogspanningsverbindingen) onderzocht. De varianten waarbij meer afstand tot woningen wordt aangehouden (varianten Basis en Geluid) scoren negatief (-). De varianten met plaatsingszones dichter bij woningen (Natuur, Restruimte en Landschap) scoren sterk negatief wegens overschrijding van de normafstand tot kwetsbare gebouwen en locaties. Effecten op defensie(laag)vliegverkeer In de Duurzame Polder bevinden zich een laagvliegroute en een laagvlieggebied van Defensie. Plaatsing van windturbines in de Duurzame Polder heeft negatieve effecten op het (defensie)laagvliegverkeer. Dit kan (delen van) een het gebied namelijk ongeschikt maken voor vliegbewegingen van Defensie. Voor alle varianten geldt een negatieve (-) beoordeling, waardoor nadere afstemming met Defensie noodzakelijk is voor het bepalen van realiseerbare plaatsingszones. Effecten op waterkeringsveiligheid Plaatsing van windturbines op of nabij waterkeringen kan gevolgen hebben voor de veiligheid van de waterkeringen.
Zo kan de stabiliteit van de waterkering bijvoorbeeld nadelig beïnvloed worden. De varianten scoren op dit aspecten sterk negatief (--) en negatief (-). Om negatieve effecten te voorkomen moet plaatsing op of nabij waterkeringen voorkomen worden.
0.3.5
Gezonde leefomgeving
Effecten op gezondheid Windturbines kunnen invloed hebben op de leefomgeving door onder andere productie van geluid, het vormen van slagschaduw, verhoogd veiligheidsrisico of het knipperen van verlichting. Bewoners kunnen hier hinder van ondervinden. In de samenleving leven veel zorgen en bestaat veel onduidelijkheid over de gezondheidseffecten van windturbines. Paragraaf 7.5.1 van het planMER bevat een kwalitatieve beschouwing met het antwoord op verschillende vragen over gezondheid, die in diverse zienswijzen op de NRD naar voren zijn gekomen. Effecten op geluidsbelasting op de omgeving Het geluid van windturbines kan zorgen voor geluidhinder op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. In het planMER is onderzoek gedaan naar de effecten op geluidsbelasting van de verschillende varianten. Op dit moment bestaat er geen bindende norm voor maximale geluidsbelasting van windturbines. Het planMER brengt daarom verschillende geluidcontouren in beeld: 47 dB Lden, 45 dB Lden, 42 dB Lden en 40 dB Lden. Het uitgangspunt is dat varianten die een geluidsbelasting van hoger dan 45 dB Lden veroorzaken, sterk negatief beoordeeld worden. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat de variant Geluid geen geluidsbelasting hoger dan 45 dB Lden veroorzaakt. Daarom is deze variant negatief (-) beoordeeld. De overige varianten veroorzaken wel een geluidsbelasting van meer dan 45 dB Lden.
Daarom zijn deze sterk negatief (--) beoordeeld. Deze beoordeling schetst een worst-case scenario, waarbij de windturbines op de rand van de plaatsingszones zijn geplaatst. Bij plaatsing van windturbines verder binnen de plaatsingszones zal de geluidsbelasting lager zijn. Daarnaast wordt in de praktijk gebruik gemaakt van mitigerende maatregelen om geluidsbelasting te beperken.
16 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Effecten op laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een lage frequentie van 4-125 Hz. Dit noemt men laagfrequent geluid. Nederland kent geen wettelijke eisen voor de beoordeling van laagfrequent geluid. Wel zijn er richtlijnen zoals de ‘NSG Richtlijn laagfrequent geluid’ en de zogenaamde Vercammen-curve. Met de NSG-curve wordt getoetst of laagfrequent geluid potentieel hoorbaar is. Vervolgens wordt met de Vercammen-curve beoordeeld of de eventuele hinder vanwege laagfrequent geluid aanvaardbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat voor de varianten Basis 2 en Geluid 1 en 2 het risico op hinder aanvaardbaar is. Deze varianten zijn daarom neutraal (0) beoordeeld. De overige varianten veroorzaken wel mogelijk effecten op geluidgevoelige gebouwen en zijn daarom negatief (-) beoordeeld. Effecten op geluid in cumulatie In het planMER zijn ook de effecten van geluid van windturbines, in cumulatie met bestaande geluidsbronnen beoordeeld. Dit is gedaan met de Methode Miedema. Per locatie is beoordeeld in hoeverre de realisatie van windturbines op een bepaalde locatie een relatief negatief effect heeft op de kwaliteit van de leefomgeving van omwonenden, ten opzichte van de referentiesituatie.
In de referentiesituatie wordt uitgegaan van de volgende geluidsbronnen: geluid afkomstig van industrie en geluid afkomstig van wegverkeer, treinverkeer en vliegverkeer. Uit het onderzoek blijkt dat bij alle varianten geluidgevoelige objecten een toename van gecumuleerde geluidbelasting ondervinden van 1 trede of meer volgens de classificatie van Methode Miedema. Alle varianten hebben een negatief effect (-) op cumulatie van geluid. Uit de achterliggende analyse blijkt dat varianten Natuur 1 en 2 de meeste objecten hinderen. Deze varianten liggen dicht bij de bebouwing in het zuiden van het plangebied. Varianten Geluid en Landschap veroorzaken aanzienlijk minder effecten op de akoestische kwaliteit van de leefomgeving. Effecten op slagschaduw op de omgeving Windturbines veroorzaken slagschaduw. Dit is een schaduw van de draaiende rotorbladen. Onder bepaalde omstandigheden kan de slagschaduw hinder veroorzaken. De mate van hinder is afhankelijk van de volgende factoren: frequentie van passeren, blootstellingsduur en intensiteit van de verandering in lichtsterkte. In dit planMER worden slagschaduwcontouren bepaald om te bepalen of voldaan wordt aan de (op dit moment ongeldige) norm van 5 uur en 40 minuten slagschaduw op slagschaduwgevoelige gebouwen.
Alle varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld, op basis van de theoretische maximale impact en daarmee het worst-case scenario. Deze beoordeling geeft geen realistisch beeld van de daadwerkelijke impact van slagschaduw, omdat er in de praktijk standaard mitigatie (een stilstandvoorziening) wordt toegepast om normoverschrijding te voorkomen.
0.4
Beschouwing ruimtelijke principes integrale gebiedsontwikkeling
Het doel van de Duurzame Polder is een integrale gebiedsontwikkeling. Om de plannen voor de integrale gebiedsontwikkeling te vormen is de Duurzame Polder opgedeeld in vijf deelgebieden. Deze gebieden zijn samengesteld op basis van kenmerkende ruimtelijke en landschappelijke eenheden, en opgaven. In een iteratief proces met de omgeving zijn vervolgens per deelgebied verschillende ruimtelijke principes tot stand gekomen. De uitvoering van de ruimtelijke principes kan milieueffecten met zich meebrengen. Inzicht in deze milieueffecten kan helpen in de afweging richting een voorkeursalternatief. Dit planMER bevat een beschouwing van de kansen en aandachtspunten vanuit milieu van elk ruimtelijk principe. De ruimtelijke principes zijn op hoofdlijnen en op principeniveau bepaald, zonder een exacte ruimtelijke invulling vast te leggen. Het onderzoek naar de exact te verwachten effecten van de ruimtelijke principes is in deze fase daarom dan ook op hoofdlijnen uitgevoerd. De uitgebreide samenvatting van de beschouwing is opgenomen in hoofdstuk 12.
17 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
0.5
Bevindingen voor verdere besluitvorming
Op verschillende milieuaspecten kunnen sterk negatieve (--) effecten voorkomen. Sommige van deze sterk negatieve (--) effecten zijn met relatief eenvoudige maatregelen te mitigeren. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van een stilstandvoorziening om slagschaduwhinder te voorkomen of het toepassen van mitigatie om geluidhinder te beperken. Daarnaast zijn (sterk) negatieve effecten vaak ook te voorkomen door een locatie te vermijden. In hoofdstuk 9 van het planMER is uitgewerkt welke locaties vermeden kunnen worden en welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn. Daarnaast is het van belang om te benoemen dat de varianten worst-case beoordeeld zijn. De effecten kunnen hiermee overschat zijn. Uit nader onderzoek kan dan blijken dat de effecten minder sterk zijn, dan gesteld in het planMER. Conclusies milieueffecten varianten Ten aanzien van de verschillende varianten kunnen een aantal conclusies worden getrokken die kunnen worden meegewogen in de verdere besluitvorming. In hoofdstuk 10 zijn deze in meer detail uitgewerkt. Variant Basis Als de minimale afstanden van 1 en 2 km uit de raadsbesluiten van de gemeenteraden van Oss en ‘sHertogenbosch worden aangehouden, concentreren de plaatsingszones zich in het midden van de Duurzame Polder. In het centrale gedeelte van het plangebied bevinden zich ook de meeste natuurwaarden.
Dit brengt sterk negatieve effecten met zich mee voor met name natuur. Binnen de varianten Basis 1 en 2 ligt namelijk een deel van het NNB en ecologische verbindingszones. Ook het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten concentreert zich in het midden van de polder. De effecten zijn mogelijk te mitigeren door plaatsing van windturbines op verdere afstand van NNB en ecologische verbindingszones en door toepassing van een stilstandvoorziening. De schuifruimte van windturbines om het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten te ontzien is echter beperkt in relatie tot de energieopgave en de omvang van het gebied. Variant Geluid Als rekening wordt gehouden met het toepassen van een strengere geluidsnorm (45 dB Lden zonder mitigatie) concentreren de plaatsingszones zich in het midden van het plangebied. Doordat gekozen is voor een strengere geluidsnorm rond woningen in het buitengebied is de beschikbaarheid van grote, aaneengesloten plaatsingszones beperkt. De windturbines zullen dan meer verspreid over het plangebied worden geplaatst. Dit zorgt voor overlap met natuurwaarden van het NNB, ecologische verbindingszones en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Dit zorgt voor potentiële risico’s op sterk negatieve effecten.
Deze effecten zijn mogelijk te mitigeren door plaatsing van windturbines op verdere afstand van deze gebieden en door toepassing van een stilstandvoorziening. Hierdoor is het echter onzeker of de beschikbare ruimte voldoende is om de opgave te bereiken. Dit is met name voor de Bossche opgave een punt van aandacht. Variant Landschap De varianten Landschap gaan uit van een landschappelijk gunstige opstelling, met lange lijnen van west naar oost. De effecten op NNB, de ecologische verbindingszone en rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten zijn mogelijk te mitigeren door plaatsing van windturbines op verdere afstand van deze gebieden De schuifruimte is echter beperkt, omdat de varianten grotendeels overlappen met de natuurgebieden. Het toepassen van een stilstandvoorziening kan een mitigerende maatregel zijn, maar door de lijnopstelling bestaat alsnog het risico op barrièrewerking. Indien geen molenaarswoningen worden toegepast is het aantal geluidgevoelige objecten dat geluidhinder ondervindt lager. Wel geeft dit het risico dat een lijnopstelling van windturbines minder herkenbaar wordt, doordat windturbines op verschillende afstanden geplaatst worden om nabijheid van woningen te voorkomen.
18 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Variant Natuur In de variant Natuur is het uitgangspunt om de natuur zoveel mogelijk te beschermen tegen negatieve effecten van windturbines. De plaatsingszones liggen daardoor aan de zuidkant van de Duurzame Polder. De sterk negatieve effecten die ontstaan zijn met name het gevolg van de korte afstand tot woningen. Dit valt te mitigeren door een grotere afstand tot woningen te hanteren. In enkele gevallen is het aanwijzen van een molenaarswoning, als onderdeel van een windpark een mogelijkheid. Hieruit volgt dat de keuze voor het beschermen van de bekende natuurwaarden leidt tot negatievere effecten op de leefomgeving, zoals het aantal geluidgehinderden en externe veiligheidscontouren van kwetsbare objecten. Variant Restruimte Het doel van deze variant is om inzicht te geven in de mogelijkheden in de nog niet onderzochte gebieden. De plaatsingszones voor de variant Restruimte bevinden zich voornamelijk in het noordwesten van de Duurzame Polder, dichter bij de Maasdorpen. De variant scoort op meerdere thema’s sterk negatief. Wegens de kortere afstand tot woningen in de dorpskernen zijn sterk negatieve effecten op externe veiligheid en geluidhinder te verwachten. Verder overlappen de plaatsingszones met de natuurgebieden in de Duurzame Polder.
Ook hier zijn de sterk negatieve effecten op NNB, de ecologische verbindingszone en rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten mogelijk te mitigeren door plaatsing van windturbines op verdere afstand van deze gebieden en door toepassing van een stilstandvoorziening. Specifiek aandachtspunt is de overlap met de weidevogelkerngebieden. De variant Restruimte scoort verder sterk negatief op de aspecten waterberging en waterkeringsveiligheid. Deze sterk negatieve effecten zijn te mitigeren door het uitsluiten van de beschermde gebieden in de plaatsingszones. Door de bevindingen van de variant Restruimte is het in het vervolg mogelijk om in het voorkeursalternatief de plaatsingszones van de andere varianten te optimaliseren.
0.6
Totstandkoming en beoordeling voorkeursalternatief
Hoofdstuk 14 van het planMER bevat een beoordeling van het gekozen voorkeursalternatief (VKA) voor windenergie in de Duurzame Polder.
0.6.1
Totstandkoming en beschrijving VKA
Op basis van een brede belangenafweging, waarin ook milieueffecten zijn meegewogen is een VKA voor windenergie in de Duurzame Polder gekozen. Om tot een VKA te komen zijn verschillende uitgangspunten, redeneerlijnen en ontwerpprincipes toegepast. Het gekozen VKA bestaat uit een gebied dat aan de westzijde wordt begrensd door de Grintweg en de ondergrondse buisleiding. De Deelenweg, Stroobroekweg, Krichemstraat en Gewandeweg vormen de noordelijke grens en aan de zuidzijde wordt het VKA begrenst door de hoogspanningslijn. Aan de oostzijde is geen specifieke infrastructuur gekozen als begrenzing, maar vormt de 1 km begrenzing tot de nieuw te ontwikkelen woonwijk in Oss de grens. Het VKA is weergegeven op afbeelding 0.6.
19 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Afbeelding 0.6 Weergave VKA windenergie (bron: H+N+S Landschapsarchitecten & Open Kaart)
Het VKA kent verschillende lagen: 1 de uiterste grenzen van het zoekgebied. Hiervoor worden zoveel mogelijk de logische landschappelijke lijnen zoals wegen en de hoogspanningslijn toegepast, omdat deze vanaf het maaiveld duidelijk herkenbaar en te beleven zijn. Het uitgangspunt hierbij is minimaal 1 km vanaf de kernen in de beide gemeenten en het zoveel als mogelijk respecteren van een minimale afstand van 2 km tot kernen in Oss; 2 harde belemmeringen die binnen het VKA liggen en zijn uitgesloten, zoals een contour van een ½ rotordiameter rond woningen; 3 de contouren en randvoorwaarden voor natuur en geluid. Hier moet zoveel mogelijk rekening mee gehouden worden, maar er zijn wel mogelijkheden om in deze contouren windturbines te plaatsen in combinatie met mogelijke mitigatie of compensatie. Het uitgangspunt voor het VKA is plaatsing van windturbines binnen het zoekgebied. Daarbij wordt in eerste instantie gekeken naar het gebied dat op 2 km afstand ligt van de kernen in Oss. Indien de doelstelling voor energieopwekking in de gemeente Oss niet behaald kan worden binnen het zoekgebied van het VKA, kan het gebied ten noordoosten hiervan beschouwd worden als extra zoekgebied, zie afbeelding 0.7.
20 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Afbeelding 0.7 Uitbreidingsoptie VKA Oss-Noordoost (bron: H+N+S Landschapsarchitecten & Open Kaart)
0.6.2
Beoordeling VKA
In hoofdstuk 14 zijn de maatgevende milieueffecten van het VKA beoordeeld, op dezelfde manier als de varianten. De effecten van de uitbreidingsoptie in Oss zijn separaat beoordeeld. In deze paragraaf is de beoordeling samengevat. Landschap, cultuurhistorie en archeologie Ruimtelijk-visuele kenmerken Het zoekgebied van het VKA ligt grotendeels in het open kommenlandschap. Langs de zuidelijke grens ligt het VKA deels in het overgangslandschap van klei naar zand. Het zoekgebied van het VKA heeft een negatief effect (-) op de ruimtelijk-visuele kenmerken van het huidige landschap. Voor de uitbreidingsoptie van het VKA geldt dat deze eveneens in het Kommenlandschap ligt. De windturbines komen dichterbij de kern Lith te staan. Hiermee worden de ruimtelijk-visuele effecten groter, omdat meer verspreid over de polder sprake is van hinder. De uitbreidingsoptie is eveneens beoordeeld als negatief (-). Landschappelijke waarden: structuren en elementen Het ontwikkelen van windturbines in het zoekgebied van het VKA kan zorgen voor een doorsnijding van de strak afgebakende landschappelijke structuren, zoals wegen en weteringen. Het VKA heeft een negatief effect op de landschappelijke waarden en de potentie structuren en elementen aan te tasten. Er is sprake van een negatieve (-) beoordeling. Deze beoordeling geldt ook voor de uitbreidingsoptie van het VKA.
Aardkundige waarden Voor het aspect aardkundige waarden geldt dat zowel het zoekgebied VKA als de uitbreidingsoptie in Oss overlappen met een deel van het Peelrandbreukenstelsel. Op dit aspect zijn beide gebieden negatief (-) beoordeeld. Cultuurhistorische waarden Het VKA overlapt met de Beerse overlaat, de Hertogswetering en dijk en kooicirkels van twee eendenkooien. Vanwege overlap met de Hertogswetering en dijk is het VKA sterk negatief (--) beoordeeld. Binnen de uitbreidingsoptie in Oss liggen geen cultuurhistorisch waardevolle gebieden. De uitbreidingsoptie is daarom neutraal (0) beoordeeld.
21 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Archeologie Binnen het zoekgebied van het VKA liggen een aantal gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Het zoekgebied VKA is daarom negatief (-) beoordeeld. Binnen de uitbreidingsoptie in Oss liggen geen bekende archeologische monumenten of gebieden met hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. De uitbreidingsoptie is daarom neutraal (0) beoordeeld. Bodem en water Beschermde watergebieden Het zoekgebied van het VKA bevindt zich buiten de beschermde watergebieden (waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied). Plaatsing van windturbines binnen het zoekgebied van het VKA heeft geen effect op de beschermde watergebieden. Het VKA, inclusief de uitbreidingsoptie in Oss is daarom neutraal (0) beoordeeld. Waterberging Het VKA overlapt met de reserveringsgebieden voor waterberging en is beoordeeld als negatief (-). De uitbreidingsoptie in Oss overlapt niet met de reserveringsgebieden. Deze is daarom neutraal (0) beoordeeld. Natuur Stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden Tijdens de aanlegfase kan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen voorkomen. De exacte omvang van de effecten is afhankelijk van de onder meer het type windturbine, de omvang van het windpark, de inzet van materieel en de gekozen aanlegmethode.
Omdat sterk negatieve effecten niet zijn uitgesloten zijn het VKA en de uitbreidingsoptie in Oss beoordeeld als sterk negatief (--). Overige effecten op Natura 2000-gebieden Vanwege de ligging in gebied waar soorten uit Natura 2000-gebied Rijntakken voor kunnen komen, zijn sterk negatieve effecten van het VKA op de instandhoudingsdoelstellingen door habitatverlies en sterfte als gevolg van aanvaring op voorhand niet uit te sluiten. Het VKA en de uitbreidingsoptie zijn beoordeeld als sterk negatief (--). Hierbij geldt in de praktijk wel een groter risico op significant negatieve effecten op locaties in het zoekgebied van het VKA die geschikter zijn voor soorten die beschermd zijn onder Natura 2000-gebied Rijntakken. Effecten op Natuurnetwerk Brabant In het zoekgebied van het VKA liggen twee percelen die onderdeel zijn van Natuurnetwerk Brabant (NNB). De Hertogswetering en de Hoefgraaf zijn aangeduid als ecologische verbindingszone (EVZ). Ecologische verbindingszones zijn eveneens onderdeel van het NNB. Plaatsing van windturbines in of binnen ½ rotordiameterafstand van deze gebieden heeft effecten op deze gebieden. Het VKA is beoordeeld als sterk negatief (--). De uitbreidingsoptie ligt voor een klein deel binnen een afstand van een ½ rotordiameter van NNB en EVZ en is daarom beoordeeld als sterk negatief (--).
Effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten Een deel van het zoekgebied van het VKA overlapt met het rust- en foerageergebied. Daarom scoort het VKA sterk negatief (--). De uitbreidingsoptie ligt niet in het rust- en foerageergebied. Wel ligt het binnen de verstoringscontour. De uitbreidingsoptie is beoordeeld als negatief (-). Effecten op beschermde plant- en diersoorten In het gehele zoekgebied van het VKA worden beschermde soorten verwacht. Grotere concentraties worden verwacht nabij de watergangen, NNB-gebieden, het rust- en foerageergebied en de ecologische verbindingszones. Het zoekgebied van het VKA is beoordeeld als sterk negatief (--). De uitbreidingsoptie ligt eveneens in gebied waarvoor een sterk negatieve (--) beoordeling geldt.
22 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Veiligheid Externe veiligheid Het zoekgebied VKA biedt namelijk mogelijkheden om windturbines binnen de PR10-6 contour (tiphoogte) rond woningen te plaatsen. Daarnaast ligt het zoekgebied VKA binnen de adviesafstanden die aangehouden dienen te worden tot de ondergrondse buisleiding van Gasunie en de hoogspanningslijn van TenneT. Het VKA scoort sterk negatief (--). Voor de uitbreidingsoptie in Oss geldt dat deze overlapt met de PR10-6 contour van woningen. Ook dit gebied scoort daarom sterk negatief (--). (Defensie)laagvliegverkeer Het zoekgebied voor het VKA (inclusief de uitbreidingsoptie Oss) bevindt zich binnen het laagvlieggebied en de laagvliegroute van Defensie. Het VKA, inclusief de uitbreidingsoptie in Oss is negatief (-) beoordeeld. Nadere afstemming met Defensie is noodzakelijk voor het bepalen van realiseerbare plaatsingszones. Waterkeringsveiligheid Het VKA overlapt met de kades van de Nulandse aanvoersloot en de Hertogswetering. Het voorkeursalternatief is daarom negatief (-) beoordeeld. De uitbreidingsoptie overlapt met de kade van de Hertogswetering en is ook negatief (-) beoordeeld. Gezonde leefomgeving Geluidsbelasting Het VKA, inclusief uitbreidingsgebied in Oss scoort voor geluidsbelasting sterk negatief (--) omdat het plaatsing van windturbines binnen de 45 dB Lden-contour rondom geluidgevoelige woningen en overige objecten mogelijk maakt.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat geen mitigatie wordt toegepast. Laagfrequent geluid Bij het VKA zoekgebied liggen er gebouwen binnen de kritische afstand voor laagfrequent geluid. Hiermee scoort het VKA negatief (-) op het aspect effecten op laagfrequent geluid. Cumulatief geluid Volgens de Methode Miedema zijn er bij het VKA zoekgebied en de uitbreidingsoptie in Oss geluidgevoelige objecten die een verslechtering van cumulatieve geluidskwaliteit kunnen ondervinden. Voor het VKA zoekgebied en de uitbreidingsoptie in Oss geldt daarom een negatieve (-) beoordeling. Slagschaduw Het VKA, inclusief uitbreidingsgebied in Oss is voor slagschaduw beoordeeld als sterk negatief (--). Voor turbinetype 2 zijn er meer potentieel slagschaduwgevoelige gebouwen die slagschaduw kunnen ontvangen dan voor turbinetype 1. Dit is de theoretisch maximale impact en daarmee het worst-case scenario. Met een stilstandvoorziening kan de slagschaduwhinder worden beperkt.
0.6.3
Ruimtelijke principes VKA
In de Ontwerptoelichting VKA Duurzame Polder (bijlage XVI) zijn kansen voor de integrale gebiedsontwikkeling gekoppeld aan het VKA voor windenergie. Dit is gedaan voor de thema’s natuur, landbouw, wonen en recreatie, en landschap en cultuurhistorie. In hoofdstuk 14 is - net als in hoofdstuk 13 op hoofdlijnen beschouwd wat de kansen en aandachtspunten vanuit milieu zijn voor de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen van het gebied. Deze ontwikkelingen hebben in sommige gevallen raakvlak met de ontwikkeling van windturbines, maar bestaan ook uit ontwikkelingen die los staan van de ontwikkeling van windturbines in de Duurzame Polder.
23 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
0.7
Samenvatting effectbeoordeling
In tabel 0.2 is de samenvatting van de effectbeoordeling opgenomen. De rode cellen betekenen dat een sterk negatief (--) effect te verwachten is ten opzichte van de referentiesituatie. De oranje cellen betekenen dat een negatief (-) effect te verwachten is. De witte cellen betekenen dat er geen effecten optreden. Dan is sprake van een neutrale (0) beoordeling. Hierbij wordt opgemerkt dat de effecten op natuur zijn worst-case beoordeeld, waardoor de varianten veelal sterk negatief (--) beoordeeld zijn. Dit komt onder andere doordat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op basis van het onderzoek in dit planMER niet kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek is noodzakelijk om in beeld te brengen in hoeverre sterk negatieve effecten optreden en/of beperkt kunnen worden.
24 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Tabel 0.2 Overzicht effectbeoordelingen (inclusief VKA en uitbreidingsoptie VKA) Variant
Turbinetype
Basis
Geluid
1
Landschap
2 744.000
1 264.000
1
2
360.000
336.000
Restruimte
1 360.000
2 360.000
1
VKA zoekgebied
2
niet bepaald (n.b.)
VKA uitbreidingsoptie Oss
1
2
1
2
n.b.
544. 000
n.b.
n.b.
energieopbrengst (indicatief) in MWh/jaar
360.000
effecten op ruimtelijkvisuele kenmerken
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op landschappelijke waarden
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op aardkundige waarden
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op cultuurhistorische waarden
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
0
0
effecten op archeologie
-
-
--
-
-
-
--
--
--
--
-
-
0
0
effecten op beschermde watergebieden
-
-
-
-
-
0
0
0
-
-
0
0
0
0
effecten op waterberging
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
-
-
0
0
stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
overige effecten op Natura 2000-gebieden
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
effecten op Natuurnetwerk Brabant
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
--
--
effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
-
-
effecten op beschermde plant- en diersoorten
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
--
--
25 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
360.000
2
Natuur
Variant
Basis
Geluid
Landschap
Natuur
Restruimte
VKA zoekgebied
VKA uitbreidingsoptie Oss
Turbinetype
1
2
1
2
1
2
1
2
1
2
1
2
1
2
effecten op externe veiligheid
-
-
-
-
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
effecten op (defensie)laagvliegverkeer
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op waterkeringsveiligheid
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
-
-
-
-
geluidbelasting op omgeving
--
--
-
-
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
aantal geluidgevoelige gebouwen 47 dB contour
62
74
0
0
41
30
967
979
982
832
50
57
59
70
aantal geluidgevoelige gebouwen 45 dB contour
73
93
0
0
47
35
1820
1977
1940
1466
57
70
68
86
aantal geluidgevoelige gebouwen 42 dB contour
93
128
119
96
60
58
3580
4763
3948
3217
71
105
87
125
aantal geluidgevoelige gebouwen 40 dB contour
107
337
141
135
64
104
5477
7585
5757
4639
87
311
104
358
effecten op laagfrequent geluid
-
0
0
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op geluid in cumulatie
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op slagschaduw
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
aantal slagschaduwgevoelige gebouwen > 5 uur en 40 minuten/jaar (woningen en overig)
120
854
111
225
69
61
7463
10190
3006
5704
334
1202
624
1218
26 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
1 INLEIDING 1.1
Voorgenomen project: Duurzame Polder
1.1.1
Aanleiding
De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch werken sinds 2017 samen met provincie Noord-Brabant en het rijk aan plannen voor het opwekken van duurzame energie in de Duurzame Polder. De Duurzame Polder bestaat uit de Lithse, Geffense, Rosmalense en Nulandse polder. Dit is het gebied tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en de Maas. In 2020 is het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder1 afgerond. Mede op basis van dit rapport hebben beide gemeenteraden de Duurzame Polder aangewezen als gebied voor grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines. Op 12 oktober 2021 hebben de gemeenten een bestuursovereenkomst gesloten met de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK). In de bestuursovereenkomst is afgesproken dat de gemeenten als bevoegd gezag optreden voor het project Duurzame Polder. Ook is het doel van het project nogmaals vastgelegd. Het doel luidt: ‘Bij de uitwerking van de voor Duurzame Polder gestelde energieopgave, namelijk het uiterlijk 1 januari 2025 2 verlenen van vergunningen voor de beoogde opwek van duurzame energie, wordt de samenhang met andere waarden en belangen in ogenschouw genomen, waardoor een integrale gebiedsontwikkeling plaatsvindt.’ De ontwikkelingen die onderdeel zijn van het project de Duurzame Polder zijn dus breder dan de opwek van duurzame energie.
Ook integrale gebiedsontwikkeling is onderdeel van het project. Het plangebied van de Duurzame Polder is weergegeven op afbeelding 1.1.
1
Eindrapport Verkenning Duurzame Polder, ‘Mogelijkheden voor grootschalige windmolenparken en zonnevelden’, 16
2
Door een gewijzigde procesaanpak is de deadline van 1 januari 2025 aangepast (besluit gemeente ‘s-Hertogenbosch d.d. 5
maart 2020. september, gemeente Oss d.d. 29 augustus). De planning is dat in 2024 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.
27 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Afbeelding 1.1 Plangebied Duurzame Polder
In het Plan van Aanpak Duurzame Polder1 is het proces tot aan vergunningverlening geschetst. Dit plan van aanpak ging nog uit van een combi-MER. Het plan van aanpak is inmiddels op enkele punten gewijzigd.2 Zo is gekozen voor het apart uitvoeren van een planMER en projectMER, wat in relatie staat tot de keuze een programma op te stellen op basis van de Omgevingswet. Het huidige proces van het project is voorzien in vier stappen. Het stappenplan is weergeven op afbeelding 1.2. Onder de afbeelding is een toelichting op de stappen opgenomen.
Afbeelding 1.2 Stappenplan tot vergunningverlening
4
Stap 1
Stap 2
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Tussenrapportage varianten
Stap 3 PlanMER en voorkeursalternatief in programma
Stap 4 ProjectMER en besluitvorming BoPa
notitie Reikwijdte en Detailniveau: · de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: NRD) legt vast welke milieueffecten worden onderzocht, en hoe gedetailleerd dit gebeurt. De NRD bevat een beschrijving van het proces van het project, een beschrijving van de referentiesituatie en de voorgenomen activiteit. Ook bevat de NRD het beoordelingskader en geeft het een beeld van de mogelijke varianten. De NRD Duurzame Polder heeft van 8 september 2022 tot en met 19 oktober 2022 ter inzage gelegen. Dit planMER bouwt
1
Plan van Aanpak Duurzame Polder Oss – ’s-Hertogenbosch, mei 2022.
2
Door een gewijzigde procesaanpak is de deadline van 1 januari 2025 aangepast (besluit gemeente ‘s-Hertogenbosch d.d. 5 september, gemeente Oss d.d. 29 augustus). De planning is dat in 2024 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.
28 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
5
6
7
voort op de NRD en de binnengekomen zienswijzen. De NRD, zienswijzennota en beantwoording van adviezen op de NRD zijn opgenomen in bijlagen I, II en III; tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder: · na de publicatie van de NRD is een ontwerpend onderzoek van start gegaan. In dit ontwerpend onderzoek zijn in deze fase vier denkrichtingen gedefinieerd voor de inrichting van de Duurzame Polder, met daarbij telkens vier varianten voor windopstellingen. In een Quickscan (opgenomen in bijlage IV) zijn deze opstellingsvarianten beoordeeld op haalbaarheid vanuit milieuperspectief. Ook zijn aandachtspunten inzichtelijk gemaakt voor de afweging over de varianten die in dit planMER onderzocht worden. De resultaten uit het ontwerpend onderzoek en het participatieproces zijn vastgelegd in de tussenrapportage (opgenomen in bijlage V). Op basis van de tussenrapportage (inclusief het ontwerpend onderzoek en participatieproces) zijn onderscheidende varianten ontwikkeld die de bandbreedte aan mogelijkheden in de Duurzame Polder met betrekking tot windenergie onderzoeken. Daarnaast zijn inrichtingsontwerpen voor de integrale gebiedsontwikkeling ontwikkeld die in het planMER beschouwd worden; planMER en voorkeursalternatief in programma: · het planMER onderzoekt de milieueffecten van de vijf varianten die op basis van het voorgaande proces zijn ontwikkeld.
Hierbij worden plaatsingszones onderzocht. Ook beschouwt dit planMER de milieueffecten van verschillende andere gebiedsontwikkelingen die plaats kunnen vinden in de Duurzame Polder. Deze informatie helpt de gemeenten tot een zorgvuldige keuze van het voorkeursalternatief te komen, dat bestaat uit plaatsingszones voor windturbines en een afweging ten aanzien van mogelijke gebiedsontwikkelingen. Het voorkeursalternatief wordt door de gemeenten vastgelegd in een programma onder de Omgevingswet. Het ontwerp programma wordt met het planMER als bijlage - ter inzage gelegd voor zienswijzen; projectMER en besluitvorming BoPa: · als het planMER is afgerond en het programma is vastgesteld kunnen initiatiefnemers een vergunning aanvragen voor het afwijken van het omgevingsplan. Dit is de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BoPa). Beide gemeenten zijn bevoegd gezag voor deze vergunning. Voor de vergunningaanvraag moet een projectMER worden uitgevoerd. De planning is dat in 2024 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.
Dit planMER bouwt voort op de NRD en het ontwerpend onderzoek dat is uitgevoerd. Het biedt de benodigde milieu-informatie voor de besluitvorming over het programma Duurzame Polder.
1.1.2
Doel
Doelstelling Duurzame Polder Het doel van het project Duurzame Polder is het uiterlijk 1 januari 20251 verlenen van vergunningen voor de beoogde opwek van duurzame energie. Dit dient in samenhang met andere waarden en belangen te gebeuren, waardoor een integrale gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Dit doel vloeit voort uit de gemeentelijke ambities om in 2045 (‘s-Hertogenbosch) en 2050 (Oss) klimaatneutraal te zijn en daarnaast uit het Klimaatakkoord en de RES 1.0 van de RES Noordoost Brabant. Energiedoelstelling Beide gemeenten willen een groot deel van hun energiedoelstelling realiseren in de Duurzame Polder. De energiedoelstelling voor de Duurzame Polder is nader geconcretiseerd en verschilt per gemeente. Gemeente Oss In de RES 1.0 is de energiedoelstelling van de gehele gemeente Oss vastgesteld op 0,28 terawattuur (TWh). Hiervan moet 0,24 TWh nog worden gerealiseerd (peildatum: RES 1.0). Een deel hiervan wil Oss buiten de
1
Door een gewijzigde procesaanpak is de deadline van 1 januari 2025 aangepast (besluit gemeente ‘s-Hertogenbosch d.d. 5 september, gemeente Oss d.d. 29 augustus). De planning is dat in 2024 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.
29 | 305 Witteveen+Bos | 134741/24-000.393 | Definitief
Duurzame Polder opwekken. In totaal wil de gemeente Oss een resterend deel van de RES-opgave van 0,514 PJ (142 GWh) opwekken met windturbines in de Duurzame Polder. Gemeente ’s-Hertogenbosch In de RES 1.0 (besluit 18 mei 2021) is de opgave voor de opwek van duurzame energie met wind en zon van de gemeente ’s-Hertogenbosch vastgesteld op 0,35 TWh (1,3 PJ), waarvan 0,24 TWh nog te realiseren (0,86 PJ) als resterende opgave voor de gemeente. Hierbij is 0,86 PJ als opgave voor het Bossche deel van de Duurzame Polder tot 2030 opgenomen, minus het resultaat van de uitvraag van 100 hectare zonnevelden buiten de Duurzame Polder. Met het Bestuursakkoord 2022 - 2026 is de opgave voor de Duurzame Polder gewijzigd. In het Bestuursakkoord is besloten door te pakken op de RES-opgave en deze te versnellen. Het college en de gemeenteraad hebben ervoor gekozen om de realisatie van de opgave en de versnelling te realiseren met 16 windturbines in de Duurzame Polder tot 2030 binnen de bestaande randvoorwaarden (dus uitsluitend windenergie). Daarnaast wordt maximaal 50 hectare aan zonnevelden buiten de Duurzame Polder gerealiseerd en worden kansen gepakt voor zonnevelden op incourante stukken grond. De exacte opwekdoelstelling die uit het aantal van 16 windturbines voor de Duurzame Polder volgt, is niet vastgelegd.
Wel moet het samen met de 50 hectare zonnevelden buiten de Duurzame Polder, tot meer energieopwek leiden dan de resterende RES-opgave uit 2021 van 0,86 PJ die voor de gehele gemeente en voor zowel zon -als windenergie gold. Integrale gebiedsontwikkeling Beide gemeenten hebben de ambitie om in de Duurzame Polder tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen, waarbij de opgave voor het opwekken van duurzame energie wordt beschouwd in samenhang met andere belangen, zoals klimaatadaptatie, wonen, landbouw, natuur, recreatie en cultuurhistorie. Deze ambitie is vastgelegd in raadsbesluiten en de bestuursovereenkomst.1
1.1.3
Programma
De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen een programma op voor de Duurzame Polder. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Een programma bevat beleid en/of maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In dit geval gaat het om een voorkeursalternatief voor de inrichting van de Duurzame Polder. Dit voorkeursalternatief bevat plaatsingszones, kaders en maatregelen voor windenergie en de integrale gebiedsontwikkeling. Het programma vormt daarmee een ontwikkelkader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied (visie, beleid en vergunningverlening). Het programma is het ‘moederbesluit’ voor dit planMER. Het planMER wordt ten grondslag gelegd aan het programma.
1.1.4
Doel milieueffectrapportage
Het doel van een milieueffectrapportage is om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in te brengen in de plan- en besluitvorming. Dit planMER brengt de milieueffecten van (varianten voor) de ontwikkeling van de Duurzame Polder systematisch, transparant en objectief in beeld. Ook beschrijft het maatregelen om mogelijke aanzienlijke milieueffecten te voorkomen, te beperken of compenseren. Hiermee helpt dit rapport de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch om tot een zorgvuldige en transparante afweging en besluit te komen.