CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie 's-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER)

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch'36.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In de omgevingsvisie zijn hiervoor geen harde uitspraken opgenomen en als gemeente hebben we hierin afwegingsvrijheid. 26n.

Samenvatting

Uit de stukken heeft Het Groene Hart Brabant niet kunnen opmaken dat bij het onderzoek van de milieugevolgen de potentiële ontwikkelingswaarde van de gronden is meegewogen. Indien dit zo is dan is de belangenafweging volgens HGHB niet evenwichtig verlopen en zou dit gebrek eerst verholpen dienen te worden vooraleer de procedure wordt voortgezet. Antwoord We verwijzen naar het antwoord onder 26b. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. 27.

Inwoner van ’s-Hertogenbosch 27a.

Samenvatting

Indiener heeft in juli 2024 een principeverzoek ingediend wat door de gemeente is afgewezen. In een aanvullende mail is door gemeente aangegeven dat eerst nader onderzoek gedaan gaat worden naar extra ruimte voor mkb, in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein. In paragraaf 3.4 pagina 126 wordt aandacht besteed aan kleinschalige uitbreidingen bij o.a. bedrijventerrein Kruisstraat ''Lokale bedrijvigheid is essentieel om als compleet dorp te kunnen functioneren. Daarvoor is ruimte ten oosten van het bedrijventerrein Kruisstraat en in de buurt van bedrijventerrein De Terp in Nuland (uitbreiding stedelijk productielandschap). Om een goed functionerende regio te blijven, zijn werklocaties onmisbaar. Voor de ontwikkeling van bedrijventerrein zetten we in op herstructureren op de bestaande bedrijfskavels. Dit door optimaal gebruik te maken van de bestaande terreinen en kleinschalige uitbreidingen, wederom landschappelijk ingepast. Denk aan bedrijventerrein Kruisstraat in Rosmalen en bedrijventerrein De Terp in Nuland.'' Indiener stelt dat verzoek past bij voorgestane ontwikkeling van bedrijventerreinen, het is echter niet geheel duidelijk of het beoogde Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 57 van 80

bedrijfsperceel is betrokken. Verzocht wordt het beoogde bedrijfsperceel aan de noordoostzijde van het bedrijventerrein Kruisstraat te betrekken en concreet te benoemen in de vast te stellen Omgevingsvisie (met als bijlage principeverzoek). Antwoord Het betreffende verzoek is bekend. We hebben dit verzoek betrokken bij het duiden van mogelijke zoekruimte bij het bestaande bedrijventerrein. Zoals reeds in het verzoek al kort benoemd, vormt de open landschappelijke ruimte tussen het bebouwingslint van Kruisstraat en het bedrijventerrein een kwaliteit die we koesteren. De Kruisstraat wordt gevormd door karakteristieke lintbebouwing met een aantal gemeentelijk beschermde panden. Om het bebouwingslint als lint te blijven herkennen is behoud van de open ruimte tussen bedrijventerrein en het lint gewenst. In de omgevingsvisie bieden we dan ook alleen ruimte voor uitbreiding van het bedrijventerrein aan de oostzijde en bewust niet aan de noordzijde. Het perceel maakt geen onderdeel uit van de beoogde uitbreiding. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. 28.

Kinderopvangbedrijf 28a.

Samenvatting

In de (ontwerp) omgevingsvisie ligt de locatie van indiener (kinderdagopvang) in de overgangszone tussen stad en ommeland. Indiener is van mening op verschillende manieren een bijdrage te kunnen leveren aan de doelstellingen en ambities uit de omgevingsvisie. De ontwikkeling van de Groote Wielen op een afstand van 500 meter en de grote vraag naar agrarische kinderopvang maakt het een aantrekkelijke kinderopvanglocatie. Indiener zet graag in op verdere verbreding van haar activiteiten door uitbreiding van de agrarische kinderopvang met als uitgangspunt dat activiteiten ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf. Tevens kan met een landschappelijke inpassing een kwaliteitsverbetering van het landschap worden gerealiseerd. De familie ziet dat eerdere verzoeken om uitbreiding van de nevenactiviteit vastlopen omdat in het (tijdelijk) omgevingsplan ‘Buitengebied noord en Kloosterstraat’ een maximale ruimte van 250 m2 is opgenomen dat in gebruik mag zijn voor een kinderopvang. Deze ruimte is in de huidige situatie volledig benut. Graag ziet de indiener dat de gemeente, juist om nieuwe economische activiteiten in de overgangszone te stimuleren, dat er maatwerk toegepast kan worden en er dus geen harde (oppervlakte) grenzen gehanteerd worden.

Antwoord We onderschrijven dat de combinatie van huidige activiteiten aansluiten op de ambities die we hebben voor de overgangszone tussen stad en ommeland. Het (tijdelijk) omgevingsplan en de omgevingsvisie hanteren we als toetsingskader. De omgevingsvisie schetst de beoogde ontwikkelrichting. De omgevingsvisie biedt mogelijkheden om met maatwerk af te wijken van hetgeen nu in het omgevingsplan is opgenomen. We bieden ruimte voor verbreding gericht op het versterken van de wisselwerking tussen stad en land. Hiermee werken we aan het versterken van het landschap en het verbeteren van de doorwaadbaarheid van het landschap. Het bestaand agrarisch bouwvlak vormt het vertrekpunt, waarin de nevenactiviteiten (gebouw incl. buitenruimte) en hoofdactiviteit plaatsvinden. Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben we in paragraaf 2.4.3 verduidelijkt hoe we in het landelijk productielandschap ruimte zien voor niet-agrarische bedrijvigheid. Wij nodigen indieners uit om een aangepast initiatief in relatie tot de bredere overgangszone tussen stad en ommeland aan ons toe te lichten in een meer uitgewerkt principeverzoek. Dat Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 58 van 80

valt buiten de scope van de omgevingsvisie. De aangedragen suggestie om bij de toekomstige ontwikkeling kwaliteitsverbetering van het landschap mee te nemen onderschrijven we. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt overgenomen en leidt tot een verduidelijking in de tekst onder het landelijk productielandschap in paragraaf 2.4.3. 29.

GGD 29a.

Samenvatting

Allereerst wil de GGD graag haar complimenten uitspreken over de aandacht die in de omgevingsvisie is besteed aan de publieke gezondheid. De GGD is blij om te lezen dat de strategische ontwikkellijnen veel aanknopingspunten voor gezondheid bieden. Antwoord Wij nemen dit onderdeel van de zienswijze voor kennisgeving aan. 29b.

Samenvatting

De GGD gaat waar mogelijk uit van gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die veelal strikter zijn dan de wettelijke normen. Om de gezondheid van inwoners te beschermen en waar mogelijk te bevorderen neemt indiener de inwoner als uitgangspunt van haar advies. Daarnaast raadt indiener de gemeente aan om dit ook te doen bij de omgevingsvisie en de uitwerkingen in het omgevingsprogramma en/of het omgevingsplan. Elke inspanning om dichter bij de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO te komen (dan de wettelijk gestelde normen) is winst voor de gezondheid van de inwoners. Antwoord Als gemeente nemen we deel aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Als onderdeel van het SLA is afgesproken om in 2030 te voldoen aan de vorige WHO eisen. Dit levert 50% gezondheidswinst op (ten opzichte van 2016). Daar zetten we ons voor in. We onderschrijven het belang van gezondheidsbescherming en de noodzaak om blootstelling aan vervuilde lucht, geluid en geurhinder te verminderen. We delen ook de visie dat een integrale aanpak, waarbij sociaal en fysiek beleid worden verbonden, essentieel is voor een gezonde leefomgeving. We onderzoeken hoe we gezondheid beter kunnen verankeren in beleid en besluitvorming gemeentebreed.

Wat betreft de WHO-advieswaarden: in de Leefomgevingsfoto (bijlage bij het OER) en in het OER zelf zijn de WHO-advieswaarden benoemd en is geconstateerd dat er nog niet aan voldaan wordt. Luchtkwaliteit en geluid zijn benoemd als opgave en ambitie en meegenomen in de effectbeoordeling van de invalshoeken. In het kader van het OER zijn geen concrete luchtkwaliteits- en geluidberekeningen gedaan, omdat het voornemen daarvoor nog te abstract is. Berekening van luchtkwaliteit en geluid en toetsing aan de WHO-advieswaarden gebeurt in de vervolg plan- en besluitvorming. 29c.

Samenvatting

Wat de GGD mist is een concrete uitwerking hoe de gemeente wil voorkomen dat de bewoners worden blootgesteld aan onder meer vervuilde lucht en aan geluid- en geurhinder. Er ontbreekt volgens de GGD een visie hoe de gemeente de gezondheid van haar inwoners gaat beschermen. In de OER is aandacht besteed aan de invloed van de leefomgeving op de gezondheid van de inwoners. Om dit te bereiken is het belangrijk om niet alleen aan de wettelijke normen te voldoen, maar ook aan de WHO advieswaarden. Op grond van de wet Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 59 van 80

Publieke Gezondheid heeft de gemeente ruimte om deze gezondheidsaspecten mee te wegen in bestuurlijke beslissingen. Antwoord Als gemeente hebben we beleid op het gebied van geur en geluid. Daarnaast zijn we deelnemer van het Schone Lucht Akkoord. Zie verder ook het antwoord onder 29c. Bij het afwegen van initiatieven wordt in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) ook gekeken naar deze milieuaspecten en de cumulatie daarvan. 29d.

Samenvatting

De GGD heeft de volgende adviezen voor de Omgevingsvisie: •

• •

•

• •

Neem de WHO advieswaarden voor alle gebieden in de gemeente als uitgangspunt en streef ernaar om slechts bij uitzondering de wettelijke normen als minimum te hanteren. Neem cumulatieve omgevingseffecten op de gezondheid als concreet uitgangspunt in de omgevingsvisie; Verbind het ruimtelijk beleid met het sociale beleid op gebied van sport en bewegen (zoals de aanpak Jongeren op gezond gewicht (JOGG)), preventieakkoord of lokale nota volksgezondheid; Laat de doelstellingen uit het Schone Lucht Akkoord terugkomen in de omgevingsvisie. Denk bijvoorbeeld aan wat de gemeente concreet wil met de luchtkwaliteitsmetingen die door het burgermeetnet onder het SLA worden uitgevoerd. Wat hier behulpzaam kan zijn is om steviger de uitgangspunten van het SLA (50% gezondheidswinst door emissies vanuit binnenlandse bronnen in 2030) en de inzet daarop te benoemen; Besteed in de inrichting van de leefomgeving ook aandacht aan een rookvrije omgeving; Houdt aandacht voor de beleving van de inwoners van de leefomgeving op aspecten zoals geluid en geur.

Antwoord Als gemeente 's-Hertogenbosch streven we naar een gezonde leefomgeving. Waarbij hinder zoveel mogelijk voorkomen wordt en inwoners gestimuleerd worden te bewegen en te kiezen voor een gezond voedings- en leefpatroon. Specifiek gericht op het komen tot een rookvrije omgeving hebben we het plan 'Rookvrij 's-Hertogenbosch 2024-2025' opgesteld. Het doel hiervan is een rookvrije generatie creëren waarin kinderen volledig rookvrij kunnen opgroeien. Vanuit het programma Samen Gezond 's-Hertogenbosch nemen we samen met de GGD ook deel aan het wijkgerichte project Rookvrij Leven in de Wijk in Boschveld. Ook werken we aan beleid op het gebied van 'spelen, bewegen en ontmoeten', waarmee we (zoals de naam al zegt) inwoners willen stimuleren om meer te bewegen en te ontmoeten en een gezondere levensstijl te volgen. We willen bijvoorbeeld ook toewerken naar een beperking van ongezonde reclame uitingen en we onderzoeken de mogelijkheden om ons als gemeente aan te sluiten bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Zie verder ook de antwoorden hiervoor onder 29b en 29c. 29e.

Samenvatting

De GGD heeft de volgende adviezen voor het omgevingsplan: •

Realiseer nieuwe woningbouwlocaties en scholen op ruime afstand van snelwegen en drukke provinciale of gemeentelijke wegen (advies GGD is om minimaal 300m aan te houden bij snelwegen en minimaal 50 meter voor drukke provinciale of gemeentelijke

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 60 van 80

•

wegen zoals de N601). Op die manier kan de gemeente ervoor zorgen dat niet nog meer inwoners worden blootgesteld aan een te hoge geluidbelasting en aan extra luchtvervuiling; Bij nieuwbouw van woningen, scholen en kinderdagverblijven en bij nieuwbouw en uitbreiding van elektriciteitsnetwerkcomponenten wordt zoveel als redelijkerwijs mogelijk voorkómen dat woningen, scholen en kinderdagverblijven in een magneetveld komen te liggen dat sterker is dan 0,4 microtesla jaargemiddeld. Dit geldt ook voor de plaatsing van transformatorhuisjes.

Antwoord Deze aspecten nemen we mee bij gebiedsontwikkeling en locatieonderzoeken voor nieuwe functies. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarbij een kortere afstand mogelijk is (bijvoorbeeld door een afschermende voorziening aan te brengen die de geluid- en luchtkwaliteitssituatie kan beïnvloeden bij de woning). Er zijn daarbij meer aspecten die relevant zijn, het hanteren van een stringente afstandseis is niet altijd wenselijk; maatwerk is van groot belang. We zijn momenteel bezig met het opstellen van beleid voor de ruimtelijke inpassing van de honderden trafostations die met de energietransitie bijgeplaatst gaan worden. Hiervoor hebben we eerder ook advies ingewonnen bij de GGD. 29f.

Samenvatting

De GGD adviseert om onder de ambitie op te nemen dat ’s-Hertogenbosch sponsstad moet worden en een passage over het voorkomen van hittestress (door middel van een groene inrichting van de bebouwde omgeving met als doel het bieden van verkoeling en ontspanning). Meer schaduw beschermt daarnaast ook tegen de blootstelling aan UV-straling om huidkanker te voorkomen, aldus de GGD. Antwoord In andere delen van de omgevingsvisie is te lezen dat we als uitgangspunt de 3-30-300 regel hanteren. Dit moet voor voldoende groen en schaduw zorgen om hittestress tegen te gaan en ruimte te bieden voor ontspanning. 29g.

Samenvatting

De GGD vraagt bij de keuze van de beplanting rekening te houden met mogelijke overlast in de vorm van plaagdieren, teken, processierupsen en pollenallergieën. Goed groenbeheer is essentieel om overlast (van ongedierte en bijvoorbeeld (reuze)Berenklauw) en negatieve gezondheidseffecten te minimaliseren, aldus de GGD. En adviseert om voor een biodiverse plantenkeuze te kiezen. Antwoord Qua plaagdieren (en invasieve soorten zoals reuzeberenklauw) hebben we als gemeente een verplichting om deze aan te pakken/te beheren. Echter in en ook rond natuurgebieden en natuurlijke vegetaties kunnen altijd soorten voorkomen waar mensen last van kunnen hebben. We houden als gemeente bij inrichtingsmaatregelen rekening met een natuurlijke biodiverse vegetatie, zeker bij de aanplant daarvan. 29h.

Samenvatting

De GGD stelt voor bij voldoende verkoeling ook te denken aan bijv. watertappunten, goede waterkwaliteit bij speelwater, fonteinen.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 61 van 80

Antwoord Deze suggestie is op het abstractieniveau van de omgevingsvisie te gedetailleerd om over te nemen. Het is waardevol om dit onderwerp mee te nemen bij inrichtingsprojecten voor de openbare ruimte. 29i.

Samenvatting

De GGD vindt de beleving van de inwoners van de leefomgeving een aandachtspunt. Voor inzicht in de beleving verwijst indiener naar de Brabantse Omgevingsscan (BrOS). Antwoord We zijn op de hoogte van de BrOS. De beleving van de leefomgeving is inderdaad van groot belang voor het welbevinden. Dit vormt een aandachtspunt bij (her)ontwikkeling van locaties en gebieden. 29j.

Samenvatting

De GGD vraagt om in te zetten op een gezonde voedselomgeving. Maak keuzes over reclame-uitingen in het openbaar. Antwoord Er is hierover een motie aangenomen, wat heeft geleid tot een aanpassing van de tekst van de omgevingsvisie (zie Motie 9 onder paragraaf Moties). De verdere uitvoering van de motie vindt plaats in het programma Samen Gezond 's-Hertogenbosch. Deze ziet op het tegengaan van reclame voor ongezonde voeding in de openbare ruimte. 29k.

Samenvatting

De GGD stelt dat er een wisselwerking is tussen sociaaleconomische status, de plek waar je woont en je gezondheid. Daarbij verwijst de GGD naar de volgende passage op pagina 109 van de omgevingsvisie. “Door partijen te verbinden, kunnen we meerdere uiteenlopende opgaven aanpakken, zowel ruimtelijk als sociaal. Daarmee willen we de leefbaarheid verbeteren en de gezondheidsverschillen verkleinen. Het toevoegen van woningen kan daarbij een aanjager zijn”. Belangrijk is om in wijken met grote gezondheidsverschillen extra aandacht te besteden aan de groene leefomgeving, een gezond binnenmilieu, sociale samenhang en voorzieningen. Antwoord Hier zijn we ons van bewust. In de omgevingsvisie wordt voor de wijken binnen de ring ook aandacht gevraagd voor een integrale gebiedsgerichte aanpak. Met de corporaties zijn we ook hierover in gesprek. Daarnaast ligt hier een link met het gemeentelijke programma "samen gezond". 29l.

Samenvatting

De GGD vraagt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening te houden met de verkeersveiligheid en de veiligheid van loop- en fietspaden. Denk hierbij aan het gebruik van scooters en e-Bikes, maar ook voldoende verlichting en veilige oversteekplekken. Ook vraagt de GGD aandacht te besteden aan de toegankelijkheid voor mensen die minder goed ter been zijn. Antwoord Deze suggestie is op het abstractieniveau van de omgevingsvisie te gedetailleerd om over te nemen. Voor dit onderwerp is aandacht vanuit verkeersbeleid en bij inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 62 van 80

29m.

Samenvatting

De GGD vraagt de omgevingsvisie te concretiseren door middel van een omgevingsprogramma. Indiener verzoekt om de GGD vroegtijdig bij de invulling van programma’s en omgevingsplannen te betrekken. Op die manier kan de gemeente volgens de GGD optimaal aandacht besteden aan gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. Antwoord De omgevingsvisie wordt op onderdelen uitgewerkt in thematisch en gebiedsgericht beleid. Dit geschiedt voor prioritaire opgaven en vraagstukken. Of we aan dit beleid de 'programmastatus' hangen is nog een vraagstuk op zichzelf. Bij nieuwe instrumenten voortvloeiend uit de Omgevingswet betrekken we de GGD, evenals bij beleidsvorming op het gebied van gezondheid. Momenteel wordt gewerkt aan het beleidstraject 'Health in all policies’, gericht op het zorgdragen dat gezondheid in alle beleidsterreinen meegenomen wordt. Ook wordt er gewerkt aan een analyse van de impact op het gemeentelijk gezondheidsbeleid n.a.v. de Volsgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). 29n.

Samenvatting

De GGD verzoekt gebruik te maken van de Brabantse Omgevingsscan voor het maken van een gemeenteprofiel met de beleving van de leefomgeving door de bewoners. Voor de GGDadvieswaarden kan het portaal GGD Omgevingsadvies geraadpleegd worden. Antwoord We zijn op de hoogte van de BrOS. We gaan niet voor de gemeente als geheel een belevingsprofiel opstellen. Per project vormt de aandacht voor de beleving van de leefomgeving een belangrijk aandachtspunt. In de beschrijving van het tabula scripta hebben we, naar aanleiding van de zienswijze, de aandacht opgenomen voor belevingsprofielen (paragraaf 1.1 en 1.2). Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt tot een aanpassing van paragraaf 1.1 en 1.2 onder het kopje tabula scripta van de omgevingsvisie. 30.

Megment b.v. 30a.

Samenvatting

Megment stelt dat, gezien de geldende bestemmingen op de locatie, dient te worden vastgesteld dat de gronden van Megment onderdeel uitmaken van het zorglandschap in het Sparrenburgbos. Met instemming constateert Megment dat de omgevingsvisie voor de zorglocatie Mariaoord ruimten ziet voor de doorontwikkeling van zorg- en woonzorgprogramma. Megment stelt dat de omgevingsvisie terecht aangeeft dat op de kavel op Graafsebaan 162 - vanwege de ruime bebouwingmogelijkheden voor deze locatie in het omgevingsplan - mogelijkheden zijn om flexibel om te gaan met de geldende bestemming en andere functies toe te staan. Megment concludeert dat de in voorbereiding zijnde bouwplannen op haar gronden in het Sparrenburgbos passen binnen de beoogde ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarom komt Megment graag verder in gesprek met de gemeente om ontwikkelingen van woningen en uitbreidingsmogelijkheden van het zorglandschap Sparrenburgbos met elkaar te verkennen en vast te leggen in een gezamenlijk masterplan.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 63 van 80

Antwoord De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting. In de ontwikkellijn bouwen voor generaties zijn de zorglocaties Mariaoord, Sint Jozefoord en De Binckhorst aangeduid als 'Doorontwikkeling van het zorg- en woonprogramma zorglocaties' en in de ontwikkellijn welvarend welzijn als 'zorg- en beweeglandschap'. Deze locaties en gebieden, die exclusief zijn ingericht voor zorg en welzijn, bieden vaak nog ruimte voor extra capaciteit voor diezelfde functie. We zien ruimte voor doorontwikkeling van het zorg- en woonzorgprogramma en het mogelijk delen van zorgvoorzieningen. De ligging in en aangrenzend aan het bosgebied de Hooge Heide vraagt echter om een zorgvuldige landschappelijke inpassing, met aandacht voor het vergroten van de doorwaadbaarheid van het gebied. We zien een verzoek waarin deze ambities concreet zijn vertaald, waarbij de locaties aan de Graafsebaan in relatie tot het zorgcomplex van Mariaoord zijn meegenomen, tegemoet. De aanname die in de zienswijze is opgenomen met betrekking tot Graafsebaan 162, waarin wordt gesteld dat er ruime bebouwingsmogelijkheden zijn, begrijpen we niet. Hierin is, conform het (tijdelijke) omgevingsplan slechts een vrijstaande woning toegestaan; ruimere mogelijkheden worden niet geboden. 30b.

Samenvatting

Megment is verbaasd over het feit dat het college bij de voorbereiding van de omgevingsvisie geen gebruik heeft gemaakt van de gebiedsvisie Hooge Heide-Midden Boszone, zoals deze is vastgesteld in januari 2009 en van de in oktober 2011 vastgestelde Natuur- en landschapsvisie Hooge Heide Midden. Beide visies worden breed gedragen en bevatten goede aanknopingspunten voor de (verdere) ontwikkeling van woningen en zorgfuncties in het Sparrenburgbos, aldus Megment. Om deze reden verzoekt Megment de gemeente om de inhoud van deze visies ten aanzien van ontwikkelingen op het Sparrenburgbos ongewijzigd te verwerken in de nu voorliggende omgevingsvisie. Antwoord De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting op hoofdlijnen. Hierin zijn ook zorgvuldige de opgaven betrokken die spelen in ons Bossche buitengebied. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is bestaand beleid betrokken. Hier is ook zorgvuldig gekeken naar beleid dat met de vaststelling van de omgevingsvisie kan komen te vervallen. De gebiedsvisie Hooge Heide-Midden Boszone (vastgesteld door de raad in 2009) en Natuuren landschapsvisie Hooge Heide Midden (opgesteld in 2011 maar niet vastgesteld door de raad) betreffen beide documenten die sterk verouderd zijn en niet geheel aansluiten op de ambities die we in de omgevingsvisie hebben opgeschreven.

Deze documenten voldoen niet meer aan de opgaven waar we nu als gemeente voor staan. Tegelijk met het vaststellen van de omgevingsvisie wordt daarom ook het besluit genomen om de gebiedsvisie Hooge HeideMidden Boszone in te trekken (samen met ander verouderd beleid). De Natuur- en landschapsvisie Hooge Heide Midden is niet vastgesteld en hoeft daarom ook niet ingetrokken te worden. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 64 van 80

31.

Provincie Noord-Brabant 31a.

Samenvatting

Allereerst wil de provincie Noord Brabant de gemeente complimenteren met de voorliggende omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch' en het intensieve proces dat is doorlopen. De omgevingsvisie kent volgens de provincie een verhalende opzet met een integraal perspectief als leidraad. Het toont de hoofdkeuzes voor 's-Hertogenbosch voor de actuele opgaven in de samenleving en de wenselijke toekomstige ontwikkelrichting voor de integrale opgaven en voor de verschillende onderscheiden deelgebieden. De visie getuigt van een intensief en interactief proces met de diverse stakeholders en de inwoners, aldus de provincie. Het kaartmateriaal is aantrekkelijk vormgegeven. Het document heeft een uitnodigend karakter, aldus de provincie. Antwoord We nemen dit onderdeel van uw zienswijze voor kennisgeving aan. 31b.

Samenvatting

De provincie Noord Brabant is van mening dat in de visie duidelijk naar voren komt welke kant 's-Hertogenbosch op wil met de woningbouw namelijk maximaal bouwen binnen de bestaande stad en dorpen om de stevige groei op te vangen. Mocht er vanuit het rijk toch een extra woonopgave (3.000 tot 5.000 woningen) komen dan is deze volgens de provincie niet meer passend binnen het bestaand stedelijk gebied, De Groote Wielen en de kleinschalige uitbreidingslocaties. Hiervoor zal dan een nieuwe, grootschalige uitleglocatie gevonden dienen te worden op basis van het principe water- en bodem sturend, mobiliteit, cultuurhistorie en nabijheid van voorzieningen. De provincie leest dat in de omgevingsvisie met enige voorbehoud is opgenomen dat de noordoosthoek van Nuland in beginsel de meeste potentie heeft om deze woonopgave te ontvangen. Hierbij merkt de provincie op dat een dergelijke opgave verder reikt dan de gemeente Den Bosch alleen, en deze regionaal zal moeten worden afgestemd. Waardoor deze niet zonder meer in Nuland gedacht kan worden. Antwoord Het betreft vooralsnog enkel de aanwijzing van een zoekgebied voor een eventuele extra woonopgave en een eerste schets van voorwaarden voor ontwikkeling, dat sluit geenszins een regionale of provinciale afweging voorafgaand aan de invulling van deze opgave uit.

Het kan betekenen dat een extra opgave (deels) elders in de regio of provincie wordt ingepast. De gemeente 's-Hertogenbosch is echter graag goed voorbereid op een dergelijke uitvraag en wil daar op een zo vroeg mogelijk moment transparant over zijn naar inwoners en andere belanghebbenden. 31c.

Samenvatting

De provincie Noord Brabant stelt dat de primaire verantwoordelijkheid voor het maken van keuzes over de inrichting van de fysieke leefomgeving bij de gemeente ligt. De provincie biedt de gemeente volop ruimte om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen maar zien deze ook graag aansluiten bij de ambities van de provincie. De provincie is van mening dat de omgevingsvisie van 's-Hertogenbosch aansluit bij de belangrijkste basis voor de provincie Noord-Brabant zoals beschreven in de provinciale omgevingsvisie. Namelijk een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit, die kan fungeren als uitgangspunt om te werken aan een welvarend, duurzaam, verbonden, klimaatprooi en vernieuwend Brabant.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 65 van 80

Antwoord Wij zijn verheugd met uw constatering dat de omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch' aansluit bij de ambities van de provincie Noord-Brabant. We nemen dit ter kennisgeving aan. 31d.

Samenvatting

De provincie Noord Brabant onderschrijft het uitgangspunt in de visie dat maatwerk dé manier is om met kwaliteit voort te bouwen op de veranderende vraag en de verscheidenheid van een sterke woon-, werk en leefomgeving. Dit om de kwaliteiten, kansen en diverse uitdagingen op het gebied van waterberging, verdichting, gezondheid, vergrijzing, ontmoeting, groen, energietransitie, mobiliteit en verduurzaming optimaal te benutten ten gunste van de bewoners en gebruikers. Dit sluit volgens de provincie aan bij de uitganspunten van de verstedelijkingsstrategie Brabant. Antwoord Wij zijn verheugd met uw constatering dat de omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch' aansluit bij de ambities van de provincie Noord Brabant. We nemen dit ter kennisgeving aan. 31e.

Samenvatting

De provincie Noord Brabant stelt dat de gemeente ’s-Hertogenbosch in de omgevingsvisie uitgaat van stedelijke dynamiek van rust, ruis en reuring. In het ommeland, en dan met name op de hoger gelegen zandgronden biedt de visie nog enige ruimte voor herontwikkeling van agrarische bedrijfskavel maar biedt de visie mogelijkheid voor superlandschappelijk wonen. Uitgangspunt is daarbij één woning per vier hectare, solitair gelegen en verspreid over het agrarisch gebied. Dat met deze woningen wordt ingezet op landschapsherstel en doorwaadbaarheid van het landschap waardeert de provincie. De provincie ziet echter dat dit onderdeel van de visie zich niet verhoudt tot het provinciaal verstedelijkingsbeleid. Er zijn volgens de provincie wel mogelijkheden voor woningen in het landelijk gebied. Uitgangspunt volgens de provincie daarbij is dat met de komst van de woningen, een evenredige bijdrage wordt geleverd aan omgevingskwaliteit en de woningen worden opgericht op een aanvaardbare locatie; in of aan een bebouwingsconcentratie of kernrandzone. De provincie gaat er van uit dat met de uitwerking van het superlandschappelijk wonen rekening wordt gehouden met het provinciaal beleid op dit punt.

Antwoord De gemeente 's-Hertogenbosch is bekend met het provinciale beleid op dit punt, maar is op zoek naar ruimte voor een experiment om anders met de herontwikkeling van agrarische bouwkavels om te gaan. Binnen vier jaar zullen we de resultaten van dit experiment met u evalueren en indien nodig wijzigingen of aanscherpingen meenemen in de eerste actualisatie van de omgevingsvisie. We zien namelijk dat het huidige beleid dikwijls niet leidt tot de beoogde ruimtelijke kwaliteitsverbetering voor het omliggende landschap. De agrarische bouwkavels worden fors verdicht met weinig ruimte voor een goede landschappelijke inpassing of het herstel van het omliggende landschap. Met het superlandschappelijk wonen kunnen we hier beter op inspelen. Op basis van maatwerk vragen we om een plan voor een grote landschappelijke zone. Hier kunnen we aan het wonen in een zeer lage dichtheid ook andere maatschappelijke opgaven koppelen, zoals natuur- en landschapsherstel, groenblauwe dooradering en de transitie van de landbouw op de droge en grotendeels uitgeputte zandgronden. Ook biedt dit perspectief voor de agrariër die overstapt op een duurzame en minder intensieve vorm van landbouw en op deze wijze niet het agrarische bouwkavel volledig hoeft te transformeren.

We zien op voorhand niet dat superlandschappelijk wonen leidt tot onaanvaardbare locaties voor individuele woningen of conflicten met andere belangen in het buitengebied. Vanzelfsprekend Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 66 van 80

respecteren we hierbij de wettelijke contouren en/of afstanden in relatie tot onder andere natuur en bedrijvigheid. 31f.

Samenvatting

De provincie Noord Brabant mist het aspect van aardkundige waarden, terwijl het Bossche Broek volgens de provincie een aardkundig waardevol gebied is waar extra aandacht voor de bodem en het in stand houden van de aanwezige aardkundige waarden relevant is (in relatie tot de aanwezige natuur in dit gebied). Antwoord De status van het gebied Bossche Broek is abusievelijk niet benoemd in het Podium 'sHertogenbosch en is in de tekst toegevoegd (paragraaf 1.1). Voor de exacte begrenzing kan de provinciale verordening worden geraadpleegd. 31g.

Samenvatting

Volgens de provincie Noord Brabant speelt er momenteel veel op het gebied van de warmtetransitie. De provincie vraagt aandacht voor deze en andere wetgeving in relatie tot de energietransitie. De provincie geeft aan dat per 1 januari 2026 naar alle waarschijnlijkheid de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) in werking treedt. Voor gemeenten is de wet een belangrijke stap in de uitvoering van de energietransitie. Gemeenten bepalen waar en wanneer een warmtenet wordt aangelegd en kiezen welke warmteleverancier dit mag doen, aldus de provincie. Voorts geeft de provincie aan dat de wetgeving op nationaal niveau verder wordt uitgebreid met de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (Wgiw). De Wgiw treedt gefaseerd in werking en brengt gemeenten de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar het gasnet verdwijnt. De Wgiw wordt nader uitgewerkt in het onderliggend besluit, het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) (het streven is de Wgiw en het Bgiw per 1 januari 2026 inwerking te laten treden). Antwoord De gemeente 's-Hertogenbosch is bekend met de ontwikkelingen op dit vlak. In paragraaf 2.5.3 is hiervoor de benodigde ontwikkelruimte op het niveau van de omgevingsvisie gecreëerd. Dit is en wordt nader uitgewerkt in specifiek beleid, maatregelen en plannen. Ter informatie: de gemeente 's-Hertogenbosch werkt al geruime tijd aan de warmtetransitie.

In de Transitievisie Warmte 2.0 (TVW 2.0) staat beschreven waar de gemeente collectieve warmte voorziet (23 buurten in Noord en Maaspoort), en waar wij als gemeente de regie nemen om dit gefaseerd uit te rollen. De Klimaat Impact Analyse (beoogde besluitvorming 1 juli 2025) gaat ons ruimte geven om de aanwijsbevoegdheid in te zetten, wat betekent dat wij wijken actief gasloos kunnen maken. Dit zal ook nog verankerd worden in het omgevingsplan. We werken aan het warmteprogramma als opvolger van de TVW 2.0. Hierin wordt de routekaart naar aardgasvrij nader uitgewerkt. We richten een gemeentelijk warmtebedrijf op (besluitvorming 1 april), om vooruitlopend op de Wet collectieve warmte zorg te dragen voor een goede ontwikkeling en beheer van warmtenetten. 31h.

Samenvatting

De provincie Noord Brabant ziet in de visie een stevige basis voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente 's-Hertogenbosch. Zoals eerder in deze brief al is opgemerkt ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het maken van keuzes over de inrichting van de fysieke leefomgeving bij de gemeente. De provincie stelt dat zij de gemeente volop ruimte biedt om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen, maar geeft aan hier ook graag verder in mee te denken. De provincie ziet een meerwaarde in het integraal met elkaar optrekken om de omgevingsvisie van 's-Hertogenbosch te vertalen in actuele realiseerbare programma's en Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 67 van 80

plannen. Zoals de provincie betrokken was bij het proces van totstandkoming van deze visie, blijft de provincie graag met de gemeente in overleg over de uitwerking van de visie in samenhang met de provinciale ambities en met de ambities van andere stakeholders. De provincie geeft aan dat de gemeenten en de provincie ambtelijk al verder hebben gesproken over het vervolg. Gezien de goede relatie heeft de provincie er alle vertrouwen in dat in het vervolg op deze visie in gezamenlijkheid verdere invulling kan worden gegeven aan de inhoud en het proces. Antwoord We kijken eveneens terug op een prettig en constructief doorlopen proces met onze stakeholders, waaronder ook met de provincie. Met de omgevingsvisie hebben we nu de stip op de horizon gezet, waarbij ook de verdere uitwerking en doorvertaling vraagt om hierin gezamenlijk op te trekken. Ons periodiek ambtelijk overleg helpt hierin om ruimtelijke initiatieven in een vroegtijdig stadium voor te leggen. Daarnaast gaan we graag in op de uitnodiging om in zogenaamde ontwerpateliers met elkaar verder de verdieping op te zoeken. 31i.

Samenvatting

De provincie geeft aan dat bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie van de gemeente in concrete omgevingsplannen altijd de provinciale belangen en de regels uit de omgevingsverordening gelden. Antwoord De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting. Daarnaast houden we als gemeente ook rekening met het provinciaal beleid, waaronder de omgevingsverordening. Nieuwe initiatieven zullen we hieraan toetsen en vergen een zorgvuldige en integrale afweging. Op het vlak van het superlandschappelijk wonen verkennen we graag samen de ruimte om te experimenteren, zie bovenstaande toelichting. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt tot aanpassing van paragraaf 1.1 Podium 'sHertogenbosch. Graag blijven we met de provincie de goede en constructieve samenwerking voortzetten, mede op basis van de omgevingsvisie.

32.

Isabel van Lent, cultuurhistorisch onderzoek en advies 32a.

Samenvatting

Isabel van Lent van het bureau cultuurhistorisch onderzoek en advies is van mening dat in het hoofdstuk stedelijke wijken de nadruk voornamelijk lijkt te liggen op de problemen in de wijken zoals overgewicht, gebrek aan sociale cohesie en eenzaamheid. Er wordt volgens Isabel van Lent niet genoemd dat deze wijken ook een cultuurhistorische waarde én ruimtelijke kwaliteit hebben. Er wordt volgens Isabel van Lent ten onrechte de indruk gewekt dat de sociaalmaatschappelijke problemen in de wijken uitsluitend een ruimtelijke oorzaak hebben. ''Een groot deel van de stedelijke wijken bestaat uit sociale woningbouw in de vorm van eengezinswoningen in bezit van woningcorporaties. Het resulteert in een monotoon beeld in een groot deel van de wijken, een concentratie van doelgroepen en een aanbod aan woningtypen die niet goed meer aansluit bij de huidige bewoners.“ Dit leest als een zeer negatieve kwalificatie (denk aan het woord ‘monotoon’) terwijl er ook veel rijkdom en variatie te vinden is in de naoorlogse Bossche wijken, aldus Isabel van Lent. We hebben veel aan het modernisme en het postmodernisme te danken. De naoorlogse wijken hadden een democratisch grondbeginsel, met ruimte voor alle inkomens, met veel collectief groen, licht, Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 68 van 80

lucht en ruimte. De stedenbouwkundige kwaliteiten van deze wijken zijn het waard te koesteren. Natuurlijk moet je de knelpunten aanpakken, maar de ontwerpuitgangspunten van toen kunnen opnieuw inspiratie bieden bij de opgaven van nu, aldus Isabel van Lent. Antwoord Het klopt dat de stedelijke wijken ook grote kwaliteiten kennen. Deze kwaliteiten komen in de teksten van met name de naoorlogse wijken te weinig tot uitdrukking. Dit geldt op meer plekken waar het gaat over de ruimtelijke kwaliteit. Dit aandachtspunt is op diverse plekken in de tekst nadrukkelijker uitgewerkt en ook is de tekst ten aanzien van het tabula scripta – het beschreven blad – aangepast om hier meer te schrijven over de analyse en waardestelling van ruimtelijke kwaliteiten als basis voor verdere ontwikkeling. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt overgenomen en leidt tot een aanpassing van de tekst in paragraaf 1.1 onder de noemer van tabula scripta en in paragraaf 3.2 stedelijke wijken van de omgevingsvisie.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 69 van 80

5.

Moties en ambtshalve wijzigingen Tijdens de procedure van wensen en bedenkingen bij de concept-Omgevingsvisie heeft de raad tijdens de vergadering op 28 januari 2025 een achttal moties aangenomen. Het college heeft op 18 februari 2025 een schriftelijke reactie op deze moties gegeven. De onderstaande moties geven aanleiding tot ambtshalve wijzigingen. Zeven van de acht moties geven aanleiding tot wijziging van de omgevingsvisie.

1.

Motie 8 Grondbeginselen van ontmoeting 1a.

Dictum motie 8 1. Grondbeginselen voor ontmoeting op te stellen die gebruikt kunnen worden als basisontwerpprincipe bij (her-)ontwikkelingen zodat ontmoeting geborgd wordt in de openbare ruimte en in wijken gemeenschappen kunnen ontstaan om zo de sociale interactie en verbinding binnen de gemeente te bevorderen met aandacht voor toegankelijkheid, veiligheid, comfort en faciliteiten; 2. In de verdere uitwerking van de omgevingsvisie deze grondbeginselen terug te laten komen zodat deze beginselen bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dienen als denkkader. 3. Deze beginselen voor te leggen aan de gemeenteraad.

1b.

Reactie college

De in de omgevingsvisie opgenomen principes voor het ordenen van de ruimte - nabij, compact en meervoudig - zijn er alledrie op gericht om de ruimte in de stad en dorpen beter te benutten. Doordat hiermee de (openbare) ruimte en publieke gebouwen voor meer doeleinden worden gebruikt, wordt de mogelijkheid tot ontmoeting, sociale interactie en verbinding vergroot. Hieraan draagt ook de inzet op gemengde wijken qua woningaanbod en gebruiksvormen (werk en voorzieningen) bij. In het verlengde hiervan nemen wij in de omgevingsvisie de grondbeginselen van ontmoeting op, die wij vervolgens nader zullen uitwerken in de bestaande programma's Sociale Structuur en Samen Gezond, de uitwerking van ons accommodatiebeleid, het beleid bewegen, spelen en ontmoeten in de openbare ruimte. 1c.

Ambtshalve wijziging

In het verlengde hiervan is in de omgevingsvisie in paragraaf 1.2 een voorzet voor de grondbeginselen van ontmoeting opgenomen. 2.

Motie 9 Gezond voedselaanbod; liever gezond dan te rond 2a.

Dictum motie 9

1. In de verdere uitwerking van de omgevingsvisie op te nemen dat naast het stimuleren van sporten en bewegen ook gewerkt dient te worden aan het creëren van een gezond voedselaanbod in het bijzonder in de nabijheid van onderwijsinstellingen, sportverenigingen en jongerencentra; 2. Te onderzoeken hoe in het omgevingsplan concrete bijpassende maatregelen te nemen zijn om een gezonder voedselaanbod te creëren en de groei van het aantal fastfoodzaken te stoppen met een terugkoppeling bij de behandeling van het beleid Samen Gezond. 2b.

Reactie college

In de Omgevingsvisie is in het kader van het doel ‘het creëren van een doorwaadbare en gezonde leefomgeving’ geformuleerd dat de ruimtelijke opzet van buurten en wijken en de inrichting van de openbare ruimte bewust of onbewust kunnen leiden tot gezondere keuzes en gedrag. En, dat we tegen die achtergrond bij de (her)inrichting van openbare ruimtes aan de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 70 van 80

hand van een gezonde leefomgevingsanalyse het gezondheidsperspectief meenemen met het doel om zoveel mogelijk de juiste randvoorwaarden te creëren voor een gezonde leefstijl. Dit zullen we in de omgevingsvisie aanpassen, zodat de gezonde leefomgevingsanalyse in breder perspectief wordt toegepast dan alleen bij de (her)inrichting van openbare ruimtes. Specifiek zullen we daarbij ingaan op ‘fastfood in de nabijheid van onderwijsinstellingen, sportverenigingen en jongerencentra’. De verdere uitvoering van de motie vindt plaats in het programma Samen Gezond 'sHertogenbosch. In het programmaplan hebben we eerder al aangegeven dat we de mogelijkheden om vestiging van fastfoodaanbieders en tabaksverkooppunten bij scholen te verbieden of ontmoedigen willen verkennen. In de loop van het jaar willen we starten met deze verkenning. 2c.

Ambtshalve wijziging

In paragraaf 2.5.3 onder kopje 3, we creëren een doorwaardbare en gezonde leefomgeving, ‘gezonde leefomgeving’ is de tekst aangescherpt wat betreft de gezonde leefstijl. 3.

Motie 11 Station Maaspoort 3a.

Dictum motie 11

In de definitieve versie van de omgevingsvisie de ambitie voor een station Maaspoort als ook een ‘zoekgebied (hoog)stedelijke woonvormen’ beargumenteerd op te nemen. Zowel in woorden als in de kaart behorende bij de ambitie ‘vorstelijk verbinden’ en ‘bouwen aan generaties. 3b.

Reactie college

We zullen de ambitie voor een station in Maaspoort opnemen in de omgevingsvisie en daarbij de volgordelijkheid opnemen dat dit volgt na een eventueel station in Nuland. Hierbij zoeken we net zoals in Nuland de randvoorwaardelijke samenhang tussen station en hoogstedelijk programma. Bij vaststelling van de omgevingsvisie kan deze motie als afgehandeld beschouwd worden. 3c.

Ambtshalve wijziging

In de omgevingsvisie is op de kaarten een aanduiding voor mogelijk toekomstig treinstation ter hoogte van de Maaspoort opgenomen nabij de Mangaan. Het nabijgelegen gebied aan weerszijden van de Lugteren tot aan de Zwartbroekweg is indicatief aangewezen als ‘zoekgebied (hoog)stedelijke woonvormen'. De teksten in paragraaf 2.3.3 en 2.5.3 zijn overeenkomstig aangepast (conform de aanwijzing van Nuland dient hier een zorgvuldig proces met de omgeving, belanghebbenden en eigenaren doorlopen te worden). 4.

Motie 12 Een visie op hoogbouw 4a. • • 4b.

Dictum motie 12 In de definitieve omgevingsvisie bij ‘Bouwen aan generaties’ een afwegingskader voor hoogbouw op te nemen. In 2025 te starten met het opstellen van een Nota Verdichting en de raad te informeren over de voortgang. Reactie college

In de omgevingsvisie zullen we een verwijzing naar het afwegingskader van de nota hoogbouw opnemen. Na vaststelling van de omgevingsvisie in 2025 zullen we starten met het opstellen van de gevraagde nota. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 71 van 80

4c.

Ambtshalve wijziging

In de omgevingsvisie hebben we in paragraaf 2.3.3 een verwijzing opgenomen naar het afwegingskader in de Nota Hoogbouw, tevens is een verwijzing opgenomen naar de op te stellen Nota Verdichting (werktitel). In paragraaf 3.1 hebben we de opgave voor hoogbouw in de Brede Binnenstad verder verduidelijkt. 5.

Motie 14 Meer ruimte voor Groen en Natuur, voorkom stilstand 5a. •

• •

Dictum motie 14 Om bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie expliciet rekening te houden met de mogelijkheid om de natuur een extra stimulans te geven, door naast de inzet op agrarische natuur, ook in te zetten op de mogelijkheid om de bestemming agrarisch om te zetten in de bestemming natuur; Om bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie een zoekgebied aan te wijzen voor nieuwe bossen in de gemeente; Om de raad te informeren bij wijzigingen in het stikstofdossier.

5b.

Reactie college

De concept-omgevingsvisie biedt ruimte om natuur te realiseren, zoals ook nieuwe bossen. In het provinciaal Natuurbeheerplan 2024 is een ambitiekaart (no. 11) opgenomen met zoekgebieden voor nieuwe bossen vanuit een breed en integraal perspectief. Voor de gemeente 's-Hertogenbosch beperkt zich dit tot de oostelijke oevers van de Dieze aan de noordzijde van de Ertveldplas (Franse Wielen, Engelse dijk e.o.) en ten zuiden van de A59. Deze zoekgebieden zullen we specifiek aanduiden op de kaart ‘groots vergroenen’ (waar het al binnen past) van de omgevingsvisie en zal het karakter van een moerasbos krijgen. Aanvullend hierop zullen we ook het klimaatlandschap bij de Groote Wielen als zoekgebied voor bos aanduiden. Het informeren van de raad over wijzigingen in het stikstofdossier is reeds ingeregeld. Bij vaststelling van de omgevingsvisie kan deze motie als afgehandeld beschouwd worden. 5c.

Ambtshalve wijziging

Op de kaart ‘groots vergroenen’ in paragraaf 2.2 zijn de twee zoekgebieden voor nieuwe bossen opgenomen met een aanduiding en in de tekst van paragraaf 2.2.3 is hier een korte verwijzing naar opgenomen. 6.

Motie 15 Behoud en versterken van karakter in dorpen en wijken 6a.

Dictum motie 15

In het kader van behoud van karakter: • • •

6b.

De gebiedspaspoorten groen en klimaatbestendig en buurtmonitor als uitgangspunt te nemen om onze wijken en dorpen te identificeren; Inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden actief te blijven betrekken bij het opstellen van ruimtelijke ontwikkelingen en de uitvoering daarvan; In de onderbouwing van ruimtelijke ontwikkelingen vast te leggen welke impact dit heeft op de identiteit en leefbaarheid van dorpen en wijken, met name bij gebiedsontwikkelingen. Reactie college

Bij iedere ontwikkeling zijn de bestaande situatie (tabula scripta) en bodem, water en cultuurhistorie vertrekpunt. Dit is deels terug te vinden in de gebiedspaspoorten en buurtmonitor. Aanvullend stellen we in de concept-omgevingsvisie voor om bij Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 72 van 80

woningbouwprojecten een demografische en impactanalyse te doen van de 'ontvangende' buurt om zo goed mogelijk op de demografische vraag in te kunnen spelen en daarnaast de voorzieningen te ondersteunen of juist te ontlasten. Dit zal bijdragen aan het behoud van het karakter van een gebied. Via het participatiebeleid (wat er al is en nog gemaakt wordt) worden inwoners, ondernemers en belanghebbenden betrokken hierbij. In motiveringen van ruimtelijke plannen zal het effect van het planvoornemen op het podium en circus beschreven worden. Bij vaststelling van de omgevingsvisie kan deze motie als afgehandeld beschouwd worden. 6c.

Ambtshalve wijziging

Bovenstaande motie leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. 7.

Motie 16 Groene ontmoetingen – parken en verbindende routes voor iedereen 7a. •

•

7b.

Dictum motie 16 In de omgevingsvisie te benadrukken dat parken, natuurgebieden en verbindingsroutes inclusieve en toegankelijke ontmoetingsplekken worden, door de infrastructuur (deels) geschikt te maken voor rolstoelen, kinderwagens en andere hulpmiddelen, uiteraard met respect voor de natuur; Het principe van ‘groene ontmoetingen’ uit te werken als integraal onderdeel van toekomstige gebiedsontwikkelingen, waarbij parken en verbindingsroutes worden ontwikkeld en doorontwikkeld als plekken die zowel natuurbeleving als sociale interactie bevorderen. Reactie college

Bij de inrichting van gemeentelijke groene gebieden - parken, verbindingsroutes en natuurgebieden - gaan we altijd uit van inclusieve toegankelijkheid, natuurbeleving en het bevorderen van sociale interactie. Wij zullen dit nadrukkelijker opnemen in de omgevingsvisie. In de planvorming van (gebieds)ontwikkelingen is reeds ingebed dat we diverse organisaties en burgers betrekken, ook zij die een goed oog hebben voor specifieke doelgroepen. Uitgezonderd gebieden waar het primaire doel natuurontwikkeling is. Die gebieden zijn niet gebaat bij ontmoetingsplekken en menselijke aanwezigheid. Bij vaststelling van de omgevingsvisie kan deze motie als afgehandeld beschouwd worden. 7c.

Ambtshalve wijziging

In de paragraaf 2.2.2 met de ambitie en opgaven voor ‘groots vergroenen’ zijn de teksten bij de opgaven hierop aangepast. 8.

Motie 17 (Omgevings)Visie op veiligheid en betere bereikbaarheid 8a. •

•

Dictum motie 17 In de definitieve omgevingsvisie de bereikbaarheid voor iedereen en het belang van alle vervoersmiddelen te benadrukken zonder vervoersmiddelen uit te sluiten en ruimte te houden voor toekomstige innovaties. De formulering in de Omgevingsvisie zodanig aan te passen dat deze inzet op het maximaal verbeteren van de bereikbaarheid voor alle vervoersvormen, inclusief degenen die de komende 25 jaar ontwikkeld gaan worden.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 73 van 80

8b.

Reactie college

We werken in de tekst van de omgevingsvisie een mobiliteitsverhaal uit, waarbij alle modaliteiten in evenwicht hun plek hebben. Bij vaststelling van de omgevingsvisie kan deze motie als afgehandeld beschouwd worden. 8c.

Ambtshalve wijziging

In paragraaf 2.5.2 met de ambitie en opgaven en 2.5.3 in het handelingsperspectief, is het mobiliteitsverhaal wat evenwichtiger uitgewerkt, waaruit tenminste blijkt dat ook de auto nog altijd een belangrijke rol inneemt in onze mobiliteitsvraag. 6.

Overige ambtshalve wijzigingen 1a. Aanleiding ambtshalve wijziging De doorlopen zienswijzenperiode voor de omgevingsvisie met het bijbehorende OER en de resultaten daarvan dienen verwerkt te worden in het hoofdstuk over participatie (H4) in deel B van de omgevingsvisie. 1b. Aangevulde of gewijzigde tekst In paragraaf 4.3 van deel B van de omgevingsvisie is een nieuwe alinea opgenomen waarin de doorlopen zienswijzenperiode is beschreven. 2a.

Aanleiding ambtshalve wijziging

Het ontvangen advies van de Commissie mer moet worden verwerkt in de omgevingsvisie en het OER. 2b.

Aangevulde of gewijzigde tekst

Aan hoofdstuk 3 in deel B is paragraaf 3.6 ‘Advies Commissie mer’ toegevoegd. In het OER is een nieuw hoofdstuk toegevoegd en zijn kleine correcties doorgevoerd. 3a. Aanleiding ambtshalve wijziging Begin 2025 heeft de provincie Noord-Brabant aangegeven dat er geen ruimte-voor-ruimte titels meer uitgegeven worden. Hierdoor is het de verwachting dat er meer gebruik gemaakt gaat worden van de provinciale Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit, als gevolg waarvan vaker een storting in een door de gemeente in te stellen Fonds Buitengebied aan de orde zal zijn. Deze ontwikkeling is verwerkt in de omgevingsvisie in subparagraaf 2.2.2.2 (deel B). Deze werkwijze kan geschaard worden onder artikel 13.22 en 13.23 van de Omgevingswet, het is een vorm van kostenverhaal. Om te voorkomen dat de gemeente het risico loopt dat een initiatiefnemer een procedure onverschuldigde betaling opstart, is het belangrijk dat in de omgevingsvisie benoemd wordt waaraan de te ontvangen fondsbijdragen besteed worden. Dit werkt de gemeente verder uit in het op te stellen Programma Financiële bijdragen, zoals reeds benoemd in de omgevingsvisie.

Echter om in de omgevingsvisie iets meer duidelijkheid te geven over de doelen waarvoor het fonds ingezet wordt, is in de betreffende subparagraaf 2.2.2.2 (deel B) de relatie gelegd met de ambities van de omgevingsvisie zoals beschreven bij de ontwikkellijn groots vergroenen en de ontwikkelingsrichting voor het deelgebied dorpen en Bossche Buitens. Daarnaast is in deze subparagraaf per abuis het Bomenfonds niet benoemd, zoals dat naar aanleiding van het Bomenbeleidsplan ingesteld is. 3b. Aangevulde of gewijzigde tekst In paragraaf 2.2.2.2 (deel B) is een aantal zinnen toegevoegd om invulling te geven aan bovenstaande wijzigingen. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 74 van 80

4a. Aanleiding ambtshalve wijziging De nummering van de hoofdstukken in voetnoot 6 is niet juist. 4b. Aangevulde of gewijzigde tekst In voetnoot 6 is de verwijzing naar paragraaf 2.1 gewijzigd naar 1.1. 5a. Aanleiding ambtshalve wijziging Tegelijkertijd met het vaststellen van de omgevingsvisie wordt voorgesteld om verouderd beleid in te trekken. Hierdoor wordt het beleid opgeschoond en een eerste stap gezet naar een samenhangend beleidshuis. Over dit voornemen wordt voorgesteld een alinea op te nemen in paragraaf 1.5 van deel B van de omgevingsvisie. 5b. Aangevulde of gewijzigde tekst Aan paragraaf 1.5 is een nieuwe alinea toegevoegd waarbij bovenstaande wordt beschreven. 6a. Aanleiding ambtshalve wijziging Naar aanleiding van het opschonen van beleid, zijn er extra documenten toegevoegd op de lijst van actueel thematisch en gebiedsgericht beleid, anderzijds zijn enkele documenten van de lijst gehaald en wordt voorgesteld om die in te trekken omdat ze verouderd zijn. 6b. Aangevulde of gewijzigde tekst Bijlagen 1 en 2 met een overzicht van actueel thematisch en gebiedsgericht beleid zijn vervangen door actuelere versies. 7a. Aanleiding ambtshalve wijziging De arcering op de kaart ‘Bouwen aan generaties’ voor landschappelijk wonen is bij Nuland niet juist weergegeven. Er ligt nu een arcering op de locatie van de Pelgrimsche Hoeve. Deze is reeds in ontwikkeling.

Daarnaast ontbreekt de arcering voor het deel ten zuiden van de Papendijk, hier hoort wel de arcering landschappelijk wonen. Daarnaast ontbreekt in de bijbehorende beschrijving in paragraaf 2.2.2 een deel van de tekst. 7b. Aangevulde of gewijzigde tekst De kaart Bouwen aan generaties is aangepast zoals hierboven weergegeven. In paragraaf 2.2.2. bij de opgaven voor de ontwikkellijn groots vergroenen is de ontbrekende tekst aangevuld. 8a. Aanleiding ambtshalve wijziging In het algemeen is een aantal kleine andere omissies geconstateerd op de verschillende kaarten in de omgevingsvisie. 8b. Aangevulde of gewijzigde tekst Diverse kaarten zijn in ondergeschikte mate aangepast.

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 75 van 80

7.

Overige inbreng

1.

Stichting Dungens Broek i.o. Op 5 maart heeft een inwoner van de gemeente St. Michelsgestel namens de Stg. Dungens Broek i.o. een reactie gestuurd op de concept-omgevingsvisie. Hierin zijn de volgende punten naar voren gebracht: •

•

•

In de tekst van de omgevingsvisie worden alle keuzes voor de Groene Delta opengehouden natuur, recreatie, zonneparken etc. Indiener bepleit om prioriteit te geven aan het realiseren van een robuuste, natte ecologische verbindingszone tussen Dooibroek en Meerse Plas/Kanaalzone. Naast realisatie van natte natuur is deze verbindingszone ook goed bruikbaar voor versterking van ecologische landbouw, bijv. door de inzet van Stadsboerderij Den Dungen in het beheer van een deel van de landbouwgronden in de Groene Delta Stichting Dungens Broek heeft de voorkeur om zonneparken niet te combineren met ecologische verbindingszones. Indien dit toch besloten wordt is er volgens indiener schade aan de ecologische verbindingszone en fourageergebieden van met name de das tussen Dooibroek en Wamberg. Mocht onverhoopt toch besloten worden om zonneweiden aan te leggen, dan is compensatie van verlies aan fourageergebied voor das en weidevogels elders in de Kloosterstraat volgens indiener noodzakelijk. Deze randvoorwaarde zou in de passages voor De Groene Delta nadrukkelijk opgenomen moeten worden. De omgevingsvisie wordt uitgewerkt in uitwerkingsplannen- en programma's van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Stichting Dungens Broek bepleit om de uitwerking van de visie in nauwe samenspraak met de gemeente Sint-Michielsgestel te doen.

Voor de Stichting Dungens Broek is een actieve rol en inbreng bij diverse uitvoeringsprojecten gewenst om te komen tot de realisatie van het uitvoeringsprogramma Dungens Broek. Dit programma is vanuit een burgerinitiatief opgesteld en onlangs gehonoreerd door het Groene Woud. Ook andere partijen zoals de gemeente Sint-Michielsgestel, waterschap Aa en Maas, Brabants Landschap, ARK en provincie Noord-Brabant ondersteunen het programma Dungens Broek.

Conclusie De reactie van Stichting Dungens Broek is ruim buiten de zienswijzentermijn ingediend en is daarom niet als zienswijze beschouwd. We hebben de reactie echter zorgvuldig gelezen en dus betrokken bij de omgevingsvisie. De inhoud van de inbreng van Stichting Dungens Broek geeft geen aanleiding om ambtshalve wijzigingen door te voeren in de omgevingsvisie. De door de stichting aangebrachte punten zullen in vervolg op de omgevingsvisie in projecten en uitwerking aandacht krijgen. 2.

Bestuursraad Bokhoven Engelen De bestuursraad Engelen Bokhoven (BREB) heeft op 10 maart een advies uitgebracht naar aanleiding van het ter inzage leggen van de ontwerp Omgevingsvisie en bijbehorende Omgevingseffectrapportage. Het advies is van toepassing op het grondgebied van de dorpen Bokhoven en Engelen. Dit advies heeft betrekking op de onderwerpen werken, klimaat en energietransitie bereikbaarheid, groen en natuur, gezondheid, ontmoeten/ verbinden, voorzieningen en verenigingen/ sport. Het advies is hieronder kort samengevat. •

Wonen Woningbouwinitiatieven moeten volgens de BREB breed gedragen zijn en passen bij de vraag, schaal en uitstraling van het dorp en voldoen aan de behoefte. De BREB

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 76 van 80

onderschrijft de behoefte aan woningen voor senioren en starters. Volgens de BREB hebben met name senioren een voorkeur voor grondgebonden, gelijkvloerse woningen in plaats van appartementen. Voor bewoners met een zorgvraag heeft de BREB de voorkeur voor een Knarrenhof. Buiten de bebouwde kom denkt de BREB aan een ‘zorgkasteel’. Ruimte voor ontwikkeling vraagt volgens de BREB om een zorgvuldige landschappelijke invulling met bescherming van zichtlijnen om de authenticiteit van het dorp Bokhoven te bewaren. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15706214/5