Bijlage 2 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie 's-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER)
Tekst van het document
Inwoner van ’s-Hertogenbosch, lid van Woon Advies Commissie i.o. 20a.
Samenvatting
Indiener stelt dat de Bossche omgevingsvisie een breed verhaal is dat alle kanten uitgaat. Het is zo breed dat iedereen er zich in kan vinden. Hopelijk zal in de praktijk duidelijk worden dat de omgevingsvisie fungeert als een kompas. Daarom is het volgens indiener goed dat bij voorbaat aan momenten voor herijking, verbetering en aanpassing is gedacht. Nog mooier zou zijn als aangegeven zou zijn hoe we dat gaat doen, aldus indiener. Antwoord De omgevingsvisie is een visie over de wenselijke ontwikkelingsrichting voor de fysieke leefomgeving op lange termijn. Het gaat over aspecten die daarvoor van belang zijn. Dat zijn Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 38 van 80
veel onderwerpen. Om de visie voor een langere periode houdbaar te kunnen laten zijn en om een koers uit de zetten voor die lange termijn, is het van belang om niet al te concrete uitspraken op te nemen. Het geeft de hoofdrichting die in specifiek beleid en projecten verder uitgewerkt wordt. Bij deze uitwerking wordt de vinger aan de pols gehouden of dit vraagt om aanpassing van de koers in de omgevingsvisie. Dit proces is uitgeschreven in Deel B van de omgevingsvisie. 20b.
Samenvatting
Indiener merkt het volgende op ten aanzien van de ambities aan over het tegengaan van hittestress en vergroenen. De gemeente kapt volgens indiener op sommige momenten mooie gezonde bomen ten behoeve van verkeer en stadsontwikkeling. Verder is volgens indiener recentelijk door de raad het advies van de klimaatcoalitie in de wind geslagen. Antwoord We hebben in de omgevingsvisie onder de ontwikkellijn 'Groots vergroenen' de 3-30-300 regel opgenomen. Dit is de basis van het beleid, maar laat onverlet dat ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen soms bomen gekapt worden of groen anders ingericht wordt. Dat is gebonden aan regels en beleid conform het 'Bomenbeleidsplan 2017' en de 'Verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch, 2021'. De stellingname ten aanzien van de raad over het al dan niet opvolgen van adviezen van derden valt buiten de strekking van de omgevingsvisie. 20c.
Samenvatting
Indiener vraagt waar de visie op mobiliteit in een 'autoluwe' woonomgeving blijft. Zoals het nu ernaar uitziet wordt autoluw opgevat als autoverbod. Wat betekent het voor de burger als zijn straat ineens autoluw wordt verklaard. Beperking van bewegingsvrijheid? Indiener verzoekt om handvatten in de omgevingsvisie over dit onderwerp. Antwoord Autoluw is in ons beeld echt iets anders dan autovrij. We richten ons op autoluwe woonomgevingen, waarbij alle modaliteiten worden gefaciliteerd. In vervolg op de omgevingsvisie zal er onder andere hiervan een uitwerking worden opgenomen in een op te stellen mobiliteitsbeleid. 20d.
Samenvatting
Een bezoekersregeling is een mooi instrument, zo vindt indiener, maar dan moet die in de praktijk wel te gebruiken zijn door het bezoek. Als er steeds minder betaalde parkeerplaatsen over blijven in je wijk, hoe blijf je dan bereikbaar voor hulpverleners, vraagt indiener? Zij kunnen hun cliënten steeds moeilijker bereiken. Antwoord Vanwege het globale karakter doet de omgevingsvisie geen uitspraken over bezoekersparkeren. Hiervoor is aandacht in het verkeers- en parkeerbeleid en bij de inrichting van de openbare ruimte. 20e.
Samenvatting
Indiener vraagt waarom het gendersensitief bouwen ontbreekt, en de impact daarvan op de woonomgeving en wonen. Dit mag volgens indiener niet ontbreken in een innovatieve omgevingsvisie. Antwoord Een inclusieve samenleving, waarin gewerkt wordt aan gelijke kansen voor iedereen, is een uitgangspunt van de omgevingsvisie (zie bijvoorbeeld paragraaf 3.2 voor de wijken en 3.4 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 39 van 80
voor de dorpen in het buitengebied). De Brede Inclusie Agenda is een van de onderleggers voor de Omgevingsvisie. Specifiek voor de Brede Binnenstad is in paragraaf 3.1 beschreven dat gewerkt wordt aan een gezonde, inclusieve en diverse huiskamer in het hart van de stad met kansen voor alle Bosschenaren. 20f.
Samenvatting
De omgevingsvisie erkent het belang van doorstroming en nieuwe woonvormen, maar mist volgens indiener aandacht voor een solide basis: toegankelijke woningen waar iedereen baat bij heeft. Een inclusieve woonomgeving moet aansluiten op de behoeften van verschillende generaties en levensfasen. Terzijde: daar hoort ook bij dat je als stad openbare en toegankelijke toiletten mogelijk maakt. Wonen voor iedereen: toegankelijk en inclusief Iedereen in Nederland heeft recht op een geschikte en toegankelijke woning. Dit perspectief ontbreekt grotendeels in de gepresenteerde Woonvisie van de gemeente. De omgevingsvisie biedt volgens indiener onvoldoende concrete handvatten voor toegankelijkheid en inclusie in de woonomgeving. Wonen en leefomgeving: wonen voor iedereen gaat verder dan alleen een dak boven het hoofd. De woning en woonomgeving moeten ondersteunend zijn aan het dagelijks leven en ruimte bieden voor zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Dit geldt voor iedereen: jong en oud, alleenstaand of samenwonend, met of zonder beperking. Toch worden volgens indiener woningen nog vaak ontworpen voor de ‘gemiddelde mens’ – iemand zonder fysieke of zintuiglijke beperkingen. Hierdoor sluiten veel woningen mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid uit.
Indiener verzoekt om toegankelijkheid en inclusie op te nemen in de woonvisie, woonzorgvisie en prestatieafspraken met woningcorporaties en andere partners. Het VN-verdrag Handicap garandeert het recht op zelfstandig wonen en vrije keuze in woonlocatie en medebewoners. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat mensen met een beperking dezelfde toegang tot woonruimte moeten hebben als ieder ander. Dit geldt ook voor gemeenschappelijke ruimtes zoals trappenhuizen en entrees. Om dit recht te waarborgen, is het noodzakelijk om te bouwen volgens toegankelijkheidsnormen en ervaringsdeskundigheid te betrekken. De nieuwe NEN 9120-norm biedt een uitgebreide set technische voorschriften voor integraal toegankelijke gebouwen. Voor meer informatie verwijst indiener naar de website: Leidraad Toegankelijk Bouwen. Antwoord We verwijzen naar het antwoord onder 17a. Deze principes zijn daarnaast voldoende verwoord in de woon(zorg)visies. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen in overeenstemming te zijn met de gemeentelijke beleidsstukken en geldende wet -en regelgeving. 20g.
Samenvatting
Het is noodzakelijk om gentrificatie van de binnenstad tegen te gaan. Antwoord Verwezen wordt naar de gemeentelijke Woonvisie en naar de beantwoording onder 20e. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt tot een aanvulling van de omgevingsvisie, zie onder zienswijze 17. In paragraaf 2.3.2 is de tekst aangescherpt. 21.
Gemeente Oss
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 40 van 80
21a.
Samenvatting
De visie straalt volgens de gemeente Oss een heldere ambitie uit en geeft een duidelijke kijk op de doelen en de ontwikkelingsrichting van de gemeente 's-Hertogenbosch. Oss herkent veel van de door de gemeente aangehaalde thema's en ziet veel gelijkenissen op inhoud en in de totstandkoming en de opbouw met de eigen (ontwerp) omgevingsvisie. Antwoord Wij nemen dit ter kennisgeving aan. 21b.
Samenvatting
De gemeente Oss ziet de visie van ‘s-Hertogenbosch ook nadrukkelijk als uitnodiging om samen de uitdagingen op het gebied van onder andere verstedelijking, mobiliteit, werkgelegenheid en energieopwekking op te pakken. Oss geeft aan de door de gemeente beschreven intensieve relatie tussen de gemeente Oss en de gemeente 's-Hertogenbosch te herkennen. Ook onderschrijft zij het feit dat door samenwerking en complementaire ontwikkeling deze relatie verder aan belang wint en dat dit de gezamenlijke positie in de driehoeksrelatie met Eindhoven-Helmond en Tilburg-Breda versterkt. Oss geeft aan dat op 7 januari 2025 er op ambtelijk en directieniveau in een brede delegatie overleg heeft plaatsgevonden over de afstemming tussen de (ontwerp) omgevingsvisies en de daarin gesignaleerde opgaves. Deze opgaves brengt Oss graag nog een keer onder de aandacht met nadrukkelijk de handreiking om hier in de nabije toekomst met elkaar over door te praten en op deze punten de visies verder gezamenlijk uit te werken, al dan niet met andere partners in de regio, Brabantstad, de provincie en het rijk. Resumerend ziet Oss een heel herkenbare (ontwerp) omgevingsvisie met voor een groot deel vergelijkbare uitdagingen. De ontwikkelopgaves op het gebied van verstedelijking, mobiliteit en economie, maar ook klimaat, energie, natuur en landschap liggen duidelijk in elkaars verlengde, aldus Oss.
En stelt dat Oss en 's-Hertogenbosch kunnen complementair zijn aan elkaar indien beide gemeenten durven te zoeken naar een gemeentegrensoverstijgende aanpak waarbij de gemeenten als partners optrekken voor het borgen van onze belangen bij regio, provincie en rijk. Indiener pakt graag samen met de gemeente ‘s-Hertogenbosch die handschoen op. Antwoord We onderschrijven onze gedeelde belangen en opgaven en betekenis van een goede en transparante relatie met buurgemeenten. Graag pakken we het vervolg met u verder op. 21c.
Samenvatting
De gemeente Oss stelt dat in de omgevingsvisie het principe water- en bodem sturend op structurerend niveau al wordt omarmd. Oss herkent dat en omarmt zelf ook deze principes. Oss vraagt zich dan ook af hoe deze principes zich verhouden tot het "zoekgebied extra woonopgave bandstad" welke de gemeente ’s-Hertogenbosch intekent ten noordoosten van de kern Nuland, inclusief een extra station op de lijn Nijmegen- 's-Hertogenbosch. Oss ziet hierin een tegenstrijdigheid alsmede ook een strijdigheid ten opzichte van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant (hierin is het onderdeel van te versterken groene buffer en het kleurt oranje op de kaart watersysteem als basis voor verstedelijking). Oss gaat graag met de gemeente in gesprek waar en hoe de door de gemeente gesignaleerde extra woonopgave (3.000 tot 5.000 woningen) in het kader van de Bandstad gedachte gezamenlijk het beste een plek kan worden gegeven de stedelijke regio. Ook Oss ziet de stedelijke regio 's-Hertogenbosch-Oss als een logische plek om verder te verstedelijken, maar het nu al intekenen van een zoekgebied buiten bestaand stedelijk gebied gaat wat haar betreft voor nu een stap te ver en zou eerst in regionale context moeten worden afgewogen. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 41 van 80
Antwoord De gemeente 's-Hertogenbosch is net als de gemeente Oss nagenoeg volledig 'oranje' aangeduid op de watersignaleringskaart. Zoals bij u bekend betekent de oranje kleur niet dat er niets kan, maar het vraagt aan de voorkant om een goede afstemming, randvoorwaarden en criteria voor gebiedsontwikkeling, overeenkomstig uw gebiedsontwikkeling Amsteleind. Het betreft vooralsnog enkel de aanwijzing van een zoekgebied voor een eventuele extra woonopgave en een eerste schets van voorwaarden voor ontwikkeling. Dat sluit geenszins een regionale of provinciale afweging voorafgaand aan de invulling van deze opgave uit. De gemeente 's-Hertogenbosch is graag goed voorbereid op een dergelijke uitvraag en wil daar op een zo vroeg mogelijk moment transparant over zijn naar inwoners en andere belanghebbenden. Het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant heeft een planhorizon tot 2040. Wij kijken in 'sHertogenbosch 25 jaar vooruit en reserveren ook ruimte voor het onbekende, waar het Ontwikkelperspectief van een meer vastomlijnd programma uitgaat. Overigens is in de komende periode alweer een actualisatie van het Ontwikkelperspectief voorzien met een doorkijk naar 2050. Wij herkennen ons niet in een strijdigheid met de groene buffer, maar zien het vooral als een ontwerp-opgave om dit goed te borgen met impuls voor de ruimtelijke kwaliteit als geheel. 21d.
Samenvatting
De gemeente Oss geeft aan graag het gesprek aan te gaan over een gemeentegrensoverstijgende aanpak op de opgave voor industrie en stedelijke ontwikkeling ontmengen en tegelijkertijd werken aan nieuwe werklandschappen en ruimte bieden voor circulaire economie. Oss verwijst daarbij naar het partnerschap van beide gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West. Oss stelt dat hier wellicht in de toekomst nog ruimte ligt om uit te breiden. Locaties - zoals Heesch -West - die gunstig gelegen zijn ten opzichte van verstedelijkingen goed bereikbaar met zwaar verkeer, hebben dan weer een lagere categorie (overigens heeft de STAB aan de Raad van State geadviseerd om een streep te zetten door het toestaan van hogere milieu categorieën op Heesch West). Oss stelt dat de gemeente ’s-Hertogenbosch aangeeft aan dat locaties met een hoge milieucategorie op goed bereikbare plekken en op afstand van verstedelijking van grote waarde voor de circulaire economie zijn (er wordt ingeleid met dat er in de omgevingsvisie staat dat er voor 'sHertogenbosch name spanning zit op de bedrijventerreinen met een zwaardere milieucategorie. De Rietvelden heeft bijvoorbeeld een milieucategorie 5+ en grenst aan de Brede Binnenstad.) Antwoord Wij gaan graag met u en de regio in gesprek over de kwalitatieve programmering van de verschillende werklandschappen. 21e.
Samenvatting
De opgaves ten aanzien van mobiliteit en bereikbaarheid zijn volgens de gemeente Oss nauw verweven met de beoogde schaalsprong in verstedelijking. Dat geldt voor zowel 'sHertogenbosch als Oss. De gemeente ‘s-Hertogenbosch geeft aan dat de verdichte stad om scherpe keuzes vraagt, met name om het openbaar vervoerssysteem van toegevoegde waarde te laten zijn. Een sneller netwerk van HOV-lijnen en (snel) fietsroutes dat de juiste knopen verbindt, maakt het mogelijk om het stedelijk systeem efficiënter te maken en de dynamiek op de juiste plekken te stimuleren. Oss herkent deze opgave en blijft daarom samen Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 42 van 80
met de gemeente inzetten op verbetering van de doorstroming op de spoorlijn Nijmegen- 'sHertogenbosch, onder andere door verdubbeling van de spoorbrug bij Ravenstein. Antwoord Wij zien het belang van een gezamenlijke inzet en trekken hier graag samen in op. 21f.
Samenvatting
De gemeente Oss geeft aan te kijken naar een nieuw station op de lijn 's-Hertogenbosch Nijmegen voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling rondom Nuland. Zoals eerder reeds aangegeven gaat Oss graag met de gemeente in overleg over deze beoogde ontwikkeling. Antwoord We zien een treinstation in Nuland als een randvoorwaarde bij de eventuele ontwikkeling van het aangeduide zoekgebied tot een grootschalige woningbouwlocatie, zoals eerder toegelicht. Het is vooralsnog geen zelfstandige ambitie. 21g.
Samenvatting
De gemeente Oss stelt dat naast het verbeteren van het openbaar vervoersysteem beide gemeenten gezamenlijk moeten kijken naar het verbeteren van de doorstroming op de A50, A59 en A2, plus de effecten die dat heeft op het onderliggend verkeersnetwerk. Immers naast het verbeteren van de OV-ontsluiting weet Oss dat de gemeente nog een opgave heeft ten aanzien van de auto-ontsluiting van de woningbouw aan de noord- en oostzijde van Rosmalen, aldus Oss. Een mogelijke nieuwe aansluiting op de A2 zal volgens Oss aanzienlijke effecten hebben op de verkeerstromen aan de westkant van Oss en mogelijke toename van sluipverkeer op het onderliggend wegennet. Oss wil daarom graag betrokken worden in deze verkenningen en ziet graag dat de gemeente-overstijgende effecten van een keuze adequaat worden meegenomen. De gemeente ‘s-Hertogenbosch ziet op het hoofdwegennet een toenemende filedruk op de A2 en de A59 en dat capaciteitsaanpassingen op de lange baan zijn geschoven. Dit betekent nog meer filedruk en toenemend sluipverkeer op de stedelijke wegen met een negatief effect op 's-Hertogenbosch. De gemeente Oss signaleert hetzelfde alsmede toenemende drukte op de (aansluiting met) de A50 en stelt dat beide gemeenten hierin als partners kunnen optreden richting hogere overheden. Antwoord Wij zien het belang van een gezamenlijke inzet en trekken hier graag samen in op.
Bevindingen en doorwerking: De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. We trekken graag samen verder op in vervolg op de omgevingsvisie. 22.
Vastgoedontwikkelaar, belegger en vastgoedbeheerder MWPO 22a.
Samenvatting
Met de opgestelde ontwerp omgevingsvisie heeft MWPO er vertrouwen in dat er voor de aankomende 25 jaar een gedragen, duidelijk en samenhangend perspectief is geschetst voor de stad. Indiener onderschrijft grotendeels de plannen die in de ontwerp omgevingsvisie worden uitgedragen. De plannen vormen volgens MWPO dan ook positieve bijdragen aan de stad van de toekomst, waar ruimte is voor groei en verdichting, met oog voor de bestaande waarden. Het creëren van een divers woonmilieu waar ruimte is voor alternatieve woonvormen. Dat alles met een duidelijk langetermijnperspectief voor de hele stad, aldus MWPO. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 43 van 80
Antwoord Wij nemen dit onderdeel van de zienswijze ter kennisneming aan. 22b.
Samenvatting
Graag denkt indiener mee in de implementatie en verdere verfijning van de visie. Op locaties waar MWPO momenteel betrokken is (o.a. Bossche Stadsdelta — Insteekhaven, Tolbrug — Groote Stroom, Ertveldplas) maar ook daarbuiten werkt zij dan ook graag vooruitstrevende plannen uit waarin de kansen en mogelijkheden voor de stad tot uiting komen. Antwoord We zien uw ambities, ideeën en plannen graag in een vroegtijdig stadium tegemoet. 22c.
Samenvatting
MWPO stelt dat het in tijd misschien het meest ver weg is, maar qua (positieve) impact en kans voor de stad grootst: het creëren van een nieuw stadsfront met een duidelijk herleidbaar stadsilhouet langs de Ertveldplas biedt mogelijkheden en kansen maar vraagt ook zeker om het maken van duidelijke keuzes ten aanzien van geluid en milieu. Graag trekt MWPO hierin met de gemeente op. Antwoord We zien uw ambitieuze ideeën en plannen voor dit gebied graag in een vroegtijdig stadium tegemoet om de kansen in een breed perspectief te kunnen beschouwen. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. Graag blijven we de samenwerking voortzetten, mede op basis van de omgevingsvisie. 23.
Vereniging Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) Oss-Den Bosch 23a.
Samenvatting
ZLTO heeft de omgevingsvisie met interesse gelezen en zou graag in het proces van verdere uitwerking (het strategisch uitvoeringsprogramma) worden betrokken. ZLTO is ervan overtuigd dat er goede kansen liggen om het buitengebied van de gemeente Den Bosch ook landschappelijk verder te versterken. ZLTO stelt de vraag of de gemeente bereid is om deze samenwerking meer op te zoeken en samen naar een werkbare uitvoering te komen. Antwoord De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting voor de integrale opgaven en voor de verschillende deelgebieden, waaronder het buitengebied. Om deze ambities waar te maken nodigen we inwoners, ondernemers en onze partners, waaronder ZLTO, van harte uit om hiermee samen aan de slag te gaan. 23b.
Samenvatting
ZLTO stelt dat in de omgevingsvisie doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit worden genoemd. ZLTO mist de verwevenheid tussen de agrarische sector en andere sectoren en opgaven en signaleert dat het buitengebied in de omgevingsvisie met name door een landschappelijke en beschouwende bril is bekeken. ZLTO vindt het van belang om bottom-up te redeneren vanuit de bijdragen die ondernemers daar zelf willen en kunnen leveren.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 44 van 80
Antwoord De basis voor de hoofdkeuzes in de omgevingsvisie en de gewenste ontwikkelrichting, vormen het landschap en een algemene beschouwing. Het samen aan de slag gaan zoals benoemd onder 23a, levert bottum-up een toevoeging op aan de omgevingsvisie. Deze vormt een inspiratie om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan de gezamenlijke stip op de horizon. We kijken uit naar de bijdrage van ZLTO bij verdere uitwerking van plannen en projecten om in samenwerking met alle betrokkenen het buitengebied en grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch mooier, veiliger en beter te maken. 23c.
Samenvatting
In de ontwikkellijn Groots vergroenen wordt gesproken over "Water en bodem sturend". ZLTO vraagt waarom de gemeente niet aansluit bij het huidige Rijksbeleid "Rekening houden met water en bodem"? Antwoord De gemeente heeft door de ligging in een moerasdelta op de overgang van hoog naar laag én zand en klei stevige uitdagingen om de voeten droog te houden, natuur in leven te houden en grond geschikt te houden voor productie. 'Rekening houden met bodem en water' dekt voor ons onvoldoende de lading en urgentie. De gemeente heeft beleidsvrijheid om rijks- of provinciaal beleid scherper te formuleren, daarmee is het niet strijdig. 23d.
Samenvatting
ZLTO constateert dat in de omgevingsvisie wordt nog gesproken over het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit Programma bestaat niet meer, dus een verwijzing daarnaar als zijnde staand beleid is op zijn minst vreemd te noemen, aldus indiener. Antwoord De dynamiek in de planvorming voor het buitengebied is groot en hierop wordt de lezer in de omgevingsvisie geattendeerd middels voetnoot 7. We hebben de tekst en voetnoot 7 in paragraaf 2.2.3 onder kopje 4 aangepast op het actuele beleid. Bij een actualisatie van de Omgevingsvisie zullen we ons beleid wederom herijken aan de hand van actuele kaders met betrekking tot het landelijk gebied. 23e.
Samenvatting
ZLTO geeft aan er verbaasd over te zijn dat in de toelichting van de ontwikkellijn Groots vergroenen de bijdrage die de agrarische sector hieraan kan leveren nergens genoemd staat. Het is juist deze sector die in staat is om grote hoeveelheden water te bufferen (sponswerking van de bodem) en letterlijk bij te dragen aan groenstructuren. Daarnaast is het volgens ZLTO juist deze sector die afhankelijk is van een gezonde bodem en daar alle dagen mee bezig is. De zinsnede dat de akkerbouw slecht is en zorgt voor verdichting van de bodem vindt ZLTO dan ook onacceptabel. Antwoord De aanname is onjuist dat de omgevingsvisie stelt 'dat de akkerbouw slecht is en zorgt voor verdichting van de bodem'. Er staat immers 'Ook in het ommeland (met veel akkerbouw spoelt regenwater direct af. Dit is een gevolg van verdichting van de bodem door gebruik van zware machines of door het technisch watersysteem, dat primair het agrarisch gebruik faciliteert.' In de ontwikkellijn schetsen we de opgaven in het buitengebied op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie, natuur en een toekomstbestendige agrarische sector. Deze vragen allen meer ruimte. We geven een richting aan, waarbij we als uitgangspunt hanteren dat bodem, water en cultuurhistorie sturend zijn.
Dat levert een mozaïek op van water, natuur, Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 45 van 80
(productie)bossen, agrarisch natuurbeheer, energieopwekking, bewoning en hoogproductieve landbouw. Hierin benoemen we bewust niet dat specifiek één partij hiervoor aan de lat staat. We bieden ruimte voor bestaande en nieuwe initiatiefnemers. 23f.
Samenvatting
ZLTO stelt dat de gesuggereerde invulling van wonen in het buitengebied in de ontwikkellijn Bouwen aan generaties met meerdere woningen verspreid over een (voormalige) agrarische kavel, mogelijk een mooi concept op een paar specifieke locaties is. ZLTO wijst erop dat een dergelijke invulling echter nooit mag leiden tot beperkingen in de agrarische bedrijfsvoering van naastliggende agrarische bedrijven. Antwoord De ontwikkellijn Bouwen aan generaties schetst een perspectief voor herontwikkeling van landbouwareaal, waarbij op basis van landschapsontwikkeling ruimte wordt geboden voor solitaire woningen, in combinatie met het vergroten van de doorwaadbaarheid van het gebied. In de planuitwerking dient bij ontwikkelingen onderbouwd te worden dat de bestaande omliggende bedrijvigheid niet mag worden belemmerd. 23g.
Samenvatting
ZLTO stelt dat in de ontwikkellijn Welvarend welzijn de circulariteitsgedachte sterk naar voren komt. ZLTO mist de relatie tussen zand- en kleigronden; mist de relatie tussen die twee in het kader van kringlopen. Volgens ZLTO zijn beide grondsoorten geschikt voor agrarisch gebruik; sommige gewassen hebben kleigrond nodig en andere gewassen juist zandgrond. Daarom zitten er andere type agrarische bedrijven op zandgrond dan op kleigrond. En juist de agrarische sector in zijn totaliteit (dus alle sectoren tezamen) hebben elkaar nodig om kringlopen te sluiten, stelt ZLTO. Dit evenwicht is volgens ZLTO belangrijk om te behouden en in deze visie verstoort de gemeente dit evenwicht door met name op de zandgronden agrarische ontwikkelingen te beperken. ZLTO verzoekt de gemeente om dit deel van de visie te herzien. Antwoord De ontwikkellijn Welvarend welzijn schetst een perspectief waarin we ruimte bieden voor transitie. Hierbij kijken we zorgvuldig naar het huidig gebruik, het onderliggende water- en bodemsysteem en de rol die de sector kan nemen om de doelen op het gebied van natuur, water (berging en vasthouden), innovatie en circulariteit, duurzaamheid en klimaatadaptie te halen. Dit kan een nieuw economisch perspectief bieden. We maken hierin een bewust onderscheid in mogelijkheden in het lage kleipolderlandschap en het hoge zandlandschap.
Het huidige gebruik van de gronden wordt hiermee niet beperkt. Ook de mogelijke onderliggende relaties tussen de gebieden worden hierdoor niet verstoord. Bovendien is dit evenwicht niet specifiek aan gemeentegrenzen gebonden. We verwijzen verder naar het antwoord onder 1b. 23h.
Samenvatting
ZLTO is van mening dat in de teksten over het gebied Dorpen en Bossche Buitens vanuit een maakbaarheidsgedachte enkele middelsturingsprincipes genoemd worden. Zoals de grootte van bedrijven en teelten die wel of niet geschikt zouden zijn. ZLTO is vvan mening dat de gemeente ’s-Hertogenbosch bij haar primaire taak en rol moet blijven om maatschappelijke doelen helder te formuleren. Het is volgens ZLTO niet nodig om achter de voordeur van bedrijven te komen door te gaan beschrijven of bedrijven groot of klein moeten zijn of welke gewassen er wel of niet geteeld zouden kunnen worden. Bedrijfsgrootte zegt immers niets over duurzaamheid, zo stelt ZLTO. Een heel groot agrarisch bedrijf kan volgens ZLTO net zo Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 46 van 80
duurzaam zijn als een klein bedrijf en net zo goed ingepast zijn in het landschap. Welke gewassen wel of niet geteeld kunnen worden, hangt volgens ZLTO van heel veel zaken af, zoals onder andere de grondsoort, maar ook de marktvraag. ZLTO is van mening dat het is aan de ondernemer is om hierin — rekening houdend met wettelijke milieueisen — keuzes te maken. Antwoord In de toelichting onder paragraaf 3.4 de dorpen en de Bossche Buitens zijn de ontwikkellijnen uitgewerkt naar het betreffende deelgebied. Hierin is op basis van de landschappelijke onderlegger een onderverdeling gemaakt in het (kleinschalig) zandlandschap, het (grootschalig) polderlandschap en de Groenblauwe Delta. We kiezen er bewust voor om het onderscheid tussen de landschapstypen te versterken. Gebiedspecifiek beschrijven we welke ontwikkelruimte we hier voor de agrarische sector zien in combinatie met de opgaven die er spelen. Het is aan de agrariër zelf om binnen de kaders de bedrijfsvoering in te vullen. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt tot een aanpassing van tekst in paragraaf 2.2.3 onder kopje 4 (in de tekst en in voetnoot 7).
24.
Fietsersbond, afdeling ’s-Hertogenbosch 24a.
Samenvatting
De Fietsersbond stelt dat de participatie niet wordt bevorderd door ’een dik rapport [Omgevingsvisie, red.] waarin alle ontwikkellijnen (en daarbinnen nog eens doelen en hoofdopgaves) worden geprojecteerd op de vier gebieden. Zo ontstaan heel veel tekstdubbelingen. Antwoord We verwijzen naar het participatielogboek. De omgevingsvisie gaat over een veelheid aan onderwerpen, wat niet in een beperkt aantal pagina’s beschreven kan worden. 24b.
Samenvatting
Op hoofdlijnen vindt De Fietsersbond de omgevingsvisie een goed verhaal waar zij zich goed in kan vinden. Antwoord Wij nemen dit onderdeel van de zienswijze voor kennisgeving aan. 24c.
Samenvatting
De Fietsersbond is van mening dat een scherpere formulering van de problemen (uitdagingen) die op ons afkomen ontbreekt: klimaatverandering, opgaves omtrent natuur en water, energietransitie en meer in het algemeen de strijd om ruimte. Antwoord In paragraaf 1.4 van de omgevingsvisie hebben we door de Fietsersbond beschreven uitdagingen verwoord. 24d.
Samenvatting
De Fietsersbond ziet in de omgevingsvisie graag nadrukkelijk geformuleerd wat we niet meer doen, zoals geen capaciteitsuitbreiding van het (auto)wegennet onder verwijzing naar de “Verstedelijkingsstrategie” uit maart 2022. In z'n algemeenheid geldt volgens de Fietsersbond Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 47 van 80
dat formulering van richtinggevende keuzes niet alleen betekent wat je wel gaat doen, maar ook wat je niet (meer) gaat doen. Antwoord In de omgevingsvisie beschrijven we de richting waar we met de gemeente naar toe gaan. De route naar de stip op de horizon is echter geen rechte lijn. Veel zaken die we onderweg tegenkomen, zijn nu nog onbekend. We geven dan ook vooral aan waar we de focus leggen en wat onze inwoners en andere partners van ons kunnen verwachten. We herkennen ons niet in de aanname dat expliciet aangeven wat je niet (meer) doet hier onderdeel van moet zijn. 24e.
Samenvatting
De Fietsersbond vindt dat de relatie met bv. de Brabantse omgevingsvisie ("Kwaliteit van Brabant") ontbreekt, terwijl onze stad toch in Noord-Brabant ligt. 24f.
Antwoord
In de (gemeentelijke) omgevingsvisie is het ruimtelijke beleid van de provincie vertaald naar de gemeentelijke context, zie ook de zienswijze van de Provincie Noord-Brabant onder 31. We hebben er niet voor gekozen om een samenvatting van de provinciale omgevingsvisie op te nemen in het document. Het beleid van de gemeente, de regio en hogere overheden is één van de bouwstenen voor de omgevingsvisie. 24g.
Samenvatting
De Fietsersbond vraagt om bij "Groots Vergroenen" en "welvarend welzijn" de bereikbaarheid en doorkruisbaarheid van groen/blauwe gebieden voor fietsers en wandelaars nadrukkelijker te benoemen. Antwoord We verwijzen naar de beantwoording onder 2k en 24j. 24h.
Samenvatting
De Fietsersbond stelt dat met (beperkend) auto parkeerbeleid sturing richting fietsen en wandelen nodig is. Antwoord In lijn met motie 17, is in paragraaf 2.5.2 met de ambitie en opgaven en 2.5.3 in het handelingsperspectief, het mobiliteitsverhaal wat evenwichtiger uitgewerkt. 24i.
Samenvatting
Volgens de Fietsersbond is het bieden van alternatieven voor vervoersmodaliteiten (pag. 89) niet voldoende, want dat brengt mensen nog niet (letterlijk) in beweging. Antwoord De omgevingsvisie is met name een ruimtelijke visie, waarin wordt benadrukt dat we ruimte willen bieden voor beweging. Overige programma’s, maatregelen en activiteiten om mensen in beweging te krijgen geven vervolgens uitvoering aan de omgevingsvisie. 24j.
Samenvatting
In de ontwikkellijn welvarend welzijn onder zorg- en beweeglandschap moet volgens De Fietsersbond ook de rol van aantrekkelijke fiets- en loopnetwerken worden benoemd. Dat is immers ook bewegen, zoals wel benoemd op pag. 89 van de visie. Dit sluit ook aan bij het provinciaal beleid (Beleidskader Gezondheid), aldus de Fietsersbond. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 48 van 80
Antwoord Het belang van aantrekkelijke fiets- en loopnetwerken komt ruimschoots aan de orde bij de ontwikkellijn ‘vorstelijk verbinden’. Om een langere omgevingsvisie te voorkomen, herhalen we niet alle ambities continu bij de verschillende ontwikkellijnen. Per ontwikkellijn benoemen we de belangrijkste accenten. Omdat de omgevingsvisie integraal is, is het logisch dat verschillende thema’s voor meerdere ontwikkellijnen relevant zijn. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is de relatie tussen ruimtelijke kwaliteit en aantrekkelijkere routes met voorzieningen door het hele stuk heen aangescherpt. 24k.
Samenvatting
In de ontwikkellijn welvarend welzijn moet volgens de Fietsersbond ook een aantrekkelijkere inrichting worden benoemd: benoem bv. in het buitengebied de aanleg van (meer) houtwallen en groen(boom)stroken. Dat maakt de beleving van een route als 1629 ook veel groter. Antwoord De beleving van ruimtes en een aantrekkelijke inrichting van gebieden wordt wel degelijk in de omgevingsvisie benoemd, alsmede het belang hiervan voor betere routes. In de toelichting onder paragraaf 3.4 de dorpen en de Bossche Buitens van de omgevingsvisie zijn de ontwikkellijnen doorvertaald naar het betreffende deelgebied. Specifiek voor het deelgebied (kleinschalig) zandlandschap beschrijven we dat ingezet moet worden op de ontwikkeling van het landschap. Deze ontwikkeling moet daarnaast bijdragen aan het vergroten van de doorwaadbaarheid. Transformaties in het zandlandschap zijn erop gericht om de kleinschaligheid, fijnmazigheid en dooradering van het gebied te versterken. De aanleg van houtwallen en groen(boom)stroken valt hieronder. 24l.
Samenvatting
In de ontwikkellijnen welvarend welzijn en vorstelijk verbinden mist de Fietsersbond dat fietsen (en wandelen) sociale interactie mogelijk maakt. Het "open karakter" is daarom reden om deze mobiliteit (beter) te faciliteren. Ook past deze interactie in het circus Jeroen Bosch, aldus de Fietsersbond. Antwoord In de omgevingsvisie hebben wij gekozen voor de term 'ontmoeting' in plaats van de minder toegankelijke term 'sociale interactie'. Op diverse plekken in de omgevingsvisie wordt de meerwaarde van fietsen lopen voor ontmoeting beschreven en geduid. Zie hiervoor bijvoorbeeld paragraaf 2.5.3 in de Ontwikkellijn Vorstelijk Verbinden. 24m.
Samenvatting
De Fietsersbond stelt dat de rol voor fietsen en lopen niet alleen het hoogstedelijk gebied betreft (zoals opgenomen op p.89). De Fietsersbond vraagt of hier de brede binnenstad mee wordt bedoeld? Dit is namelijk ook in stedelijke en landschappelijke wijken essentieel. Antwoord Het klopt dat het belang van lopen en fietsen ook voor de stedelijke en landschappelijke wijken geldt, evenals voor de dorpen en het buitengebied. 24n.
Samenvatting
De Fietsersbond ziet graag het belang benoemd van “in de keten” stallen (zowel thuis als bij de bestemming), waarbij onderscheid wordt gemaakt naar kort- en lang stallen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 49 van 80
Antwoord Het klopt dat de gehele keten bij fietsen van belang is om fietsen aantrekkelijk te maken. In de omgevingsvisie is het belang van fietsen benadrukt, daarbij zijn veel verschillende voorzieningen van belang. Deze krijgen aandacht in het verkeers- en parkeerbeleid en bij de inrichting van de openbare ruimte en in projecten. 24o.
Samenvatting
De Fietsersbond is van mening dat in de visie niet mag ontbreken dat handhaving noodzakelijk is; en niet als sluitstuk, maar integraal moet worden meegenomen. Antwoord Handhaving is een belangrijk onderdeel van het beleid. Het beleid moet uitvoerbaar zijn en ook handhaafbaar. Handhaving is onderdeel van de beleidscyclus zoals beschreven in paragraaf 1.3 van deel B van de omgevingsvisie. 24p.
Samenvatting
De Fietsersbond geeft aan dat in de omgevingsvisie openbaar vervoer en fiets 'gelijk' worden behandeld. De Fietsersbond is van mening als je daadwerkelijk een modal-shift richting fiets (en lopen) wilt bereiken, dat de fiets een veel groter oplossend vermogen dan het OV heeft. Daarbij wijst de Fietsersbond op grote jaarlijkse exploitatietekorten, die bij een verdubbeling van het OV nog eens extra zullen toenemen. Terwijl een verdubbeling van het fietsverkeer veel meer zoden aan de dijk zet, en ook nog eens een directe deur-tot-deur verbinding biedt. En iedereen heeft bijna een fiets tot zijn beschikking, aldus de Fietsersbond. Antwoord Openbaar vervoer is, net als de fiets, een onmisbaar onderdeel van het mobiliteitssysteem. Voor beiden is aandacht nodig. Hierbij merken wij op dat fiets vaak de voor- en natransportverbinding bij het openbaar vervoer is. 24q.
Samenvatting
De Fietsersbond stelt dat het helaas nog niet zo is dat stedelijke voorzieningen en grote groengebieden nu al binnen 15 minuten fietsen bereikbaar zijn. Hier ligt nog een grote opgave. Antwoord Het klopt dat niet alle voorzieningen vanuit het gehele grondgebied op 15 minuten bereikbaar zijn. De schaalsprong fiets wordt uitgewerkt in het nog op te stellen Fietsnetwerk 3.0. 24r.
Samenvatting
De Fietsersbond vindt dat fiets- en wandelnetwerken aantrekkelijker (groener) kunnen worden ingericht. Aandachtspunt 1 is hierbij is volgens de bond ook de vergrijzing: fietsnetwerken moeten ruimer en veiliger worden ingericht. Een tweede aandachtspunt is dat met name fietsnetwerken ontvlecht moeten zijn van auto- en OV-netwerken. Antwoord Wij zijn het eens met de Fietsersbond dat delen van het fiets- en wandelnetwerk aantrekkelijker en veiliger kunnen worden ingericht. Hierbij merken wij op dat een menging van verkeerstromen ook een prettige en veilige verkeerssituatie kan bieden. Een volledig gescheiden fiets- en wandelnetwerk is vanuit het oogpunt van sociale veiligheid niet altijd wenselijk. Het fietsnetwerk wordt verder uitgewerkt in het Fietsnetwerk 3.0.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 50 van 80
Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt tot een aanpassing van de omgevingsvisie (op verschillende plekken in het stuk), wat betreft de relatie tussen ruimtelijke kwaliteit en de aantrekkelijke routes. 25.
Platform gebiedsvisie Nuland (dorpsraad en grootste verenigingen Nuland) 25a.
Samenvatting
Het Platform gebiedsvisie Nuland verwijst naar pag. 67 waar wordt gesproken over een grote woonopgave (3000-5000 woningen) en dat Nuland daarvoor de meeste potentie heeft. Het Platform gebiedsvisie Nuland vraagt of dit betekent dat alle benodigde 3000-5000 woningen dan in Nuland worden voorzien. Het Platform vraagt welk gebied men hier voor ogen heeft. Het Platform vindt het een groot aantal woningen, gelet op behoud van het dorpse karakter. En stelt de vraag als niet alle 3000-5000 woningen in Nuland hoeven te landen, hoeveel woningen (specifiek voor Nuland) worden hier op de lange termijn dan wel voorzien in Nuland? Het Platform wil graag verduidelijkt zien of dit alleen voor Nuland is en/of dit een totaalopgaaf is voor de hele gemeente. Voor autonome groei had het Platform gebiedsvisie Nuland eerder 2% met een kleine plus aangegeven in gesprekken met de gemeente. Antwoord Het betreft vooralsnog enkel de aanwijzing van een zoekgebied voor een eventuele extra woonopgave en een eerste schets van voorwaarden voor ontwikkeling, dat sluit geenszins een regionale of provinciale afweging voorafgaand aan de invulling van deze opgave uit. En kan betekenen dat een extra opgave (deels) elders in de gemeente, regio of provincie wordt ingepast.
De gemeente 's-Hertogenbosch is echter graag goed voorbereid op een dergelijke uitvraag en wil daar op een zo vroeg mogelijk moment transparant over zijn naar inwoners en andere belanghebbenden. Voor de duidelijkheid: de autonome groei zonder een extra opgave is inpasbaar binnen het bestaand stedelijk gebied, de dorpen en gebieden als de Groote Wielen. Het is enkel een zoekgebied voor een eventueel extra opgave. We hebben dit in de tekst van de omgevingsvisie in paragraaf 2.3.3 nog verder verduidelijkt. Een exacte begrenzing, programma en planning kunnen we om deze reden dan ook niet geven. En vraagt - zoals omschreven in de omgevingsvisie - om een zorgvuldig proces met de Nulandse gemeenschap met oog voor de identiteit, kwaliteit en voorzieningen van het huidige Nuland, maar ook nadere onderzoeken of de woningbouw op deze plaats daadwerkelijk inpasbaar en realiseerbaar is. Voor nu zijn de situering in het podium ’s-Hertogenbosch en een (potentiële) goede ontsluiting via spoor en weg als indicatoren gebruikt. Het al dan niet activeren van het zoekgebied op de lange termijn betekent dat we tussentijds wel verder werken aan ontwikkelingen in en aansluitend aan Nuland voorzover de locaties niet in het zoekgebied zijn gelegen. 25b.
Samenvatting
Het Platform gebiedsvisie Nuland begrijpt dat beoogd wordt een start te maken met een zorgvuldige planontwikkeling/haalbaarheidsonderzoek in nauw overleg met onder andere de samenleving. Het Platform gebiedsvisie (dorpsraad en grootste verenigingen) wil daar graag bij betrokken worden in een verder traject. Antwoord Zodra een dergelijke opgave concreter in beeld komt, gaan we graag met u en vele anderen in gesprek over de inhoudelijk opgave en zeker ook over de vorm van participatie. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 51 van 80
25c.
Samenvatting
Het Platform gebiedsvisie Nuland is positief over het feit dat wordt gesproken over een treinstation in Nuland. Het Platform vindt dit een goede ontwikkeling met betrekking tot de verkeersafwikkeling en het erbij komende Heesch-West. Het Platform stelt dat in de teksten wordt gesproken over realisatie in fase 1. Bij een dergelijke uitbreiding van Nuland voorziet het Platform problemen met o.a. de school en het sportcomplex (te klein). Wat het Platform betreft zou zoiets ook in fase 1 moeten landen. Antwoord In de omgevingsvisie staat dat we onderzoeken of een dergelijke opgave haalbaar, betaalbaar en maakbaar is. Het opschalen van voorzieningen zoals scholen en sportcomplexen is onlosmakelijk onderdeel van deze opgave. Dit staat er onvoldoende duidelijk en is tekstueel aangevuld (par. 2.3.3). 25d.
Samenvatting
Het Platform gebiedsvisie Nuland zou graag nog een keer in gesprek gaan met een afgevaardigde van de gemeente en wethouder. Er zijn nogal wat vragen/onduidelijkheden ontstaan n.a.v. de uitbreiding i.c.m. 3000-5000 woningen. Eerder heeft het Platform de aantallen qua groei etc. verwijderd uit de opgave/notities en nu komt de gemeente ineens met aantallen van 3000-5000 voor Nuland. Waarom zijn die aantallen in een eerder overleg met indiener dan nooit genoemd door de gemeente? Antwoord Mede naar aanleiding van deze zienswijze heeft op 8 april 2025 met het Platform een afspraak plaatsgevonden met een ambtelijke en bestuurlijke afvaardiging van de gemeente. Hierin zijn de vragen nader besproken. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt op een tweetal punten tot een verduidelijking van de teksten in paragraaf 2.3.3 van de ontwikkellijn ‘bouwen aan generaties’. 26.
Het Groene Hart Brabant Mede namens het bestuur Boom & Bos 26a.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant (HGHB) geeft aan dat de hoofdopgave van het beleid gericht dient te worden op het zoveel als mogelijk herstellen van de balans natuurlijke omgeving. Dit kan volgens HGHB nooit het geval zijn indien het belang van de mens op de eerste plaats komt en natuurbehoud en herstel al laatste restdoeleind wordt opgevoerd. Antwoord Wij herkennen ons niet in de stelling dat het belang van de mens op de eerste plaats komt en natuurbehoud en -herstel als laatste. In de Omgevingsvisie ziet u dit onder andere vertaald in de ontwikkellijn 'groots vergroenen'. Hiermee beogen we dat op basis van de natuurlijke condities van bodem en water een betere balans gecreëerd wordt tussen menselijk en natuurlijk gebruik. 26b.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant kan niet uit de stukken opmaken dat bij de milieueffecten de potentiële natuurontwikkelingswaarden zijn betrokken. Indien dit zo is, dan kan er volgens HGHB geen sprake zijn van een evenwichtige belangenafweging ten behoeve van de te maken ontwikkelingskeuzes en zou deze tekortkoming dienen te worden hersteld. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 52 van 80
Antwoord In het OER zijn, zoals gangbaar in milieueffectrapportages, de effecten op natuur beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie en voor de aspecten beschermde gebieden (Natura2000 en NNB) en beschermde soorten/biodiversiteit. Er is hierbij rekening gehouden met het provinciaal beleid en het beleid van de gemeente. In de Leefomgevingsfoto (bijlage bij het OER) is in paragraaf 1.5 ingegaan op dit beleid en de natuurwaarden. Hierbij is ook de gewenste groenstructuur van de gemeente betrokken. Er is ingegaan op trends en ontwikkelingen voor het aspect natuur. Dit is als basis gebruikt voor de effectenbepaling in het OER. Er is met de invalshoek Bossche Moerasdraak een groenblauwe ontwikkeling van de gemeente geschetst en beoordeeld. Ook is middels de andere invalshoeken inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn van een mindere inzet op groen-blauw. Daarom wordt de zienswijze, dat geen sprake is van een evenwichtige belangenafweging, niet gedeeld. 26c.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant verwijst naar de passage op pagina 54. ''Veenmoeras dat opgehoogd is met zand uit de winplassen heeft water- en bodemeigenschappen van de hogere zandgronden. Daar spelen we op in bij het groen inrichten en vormgeven van de openbare ruimte''. Ophoging van veenmoeras heeft inklinking van de bodem tot gevolg. Daardoor wordt volgens indiener het natuurlijke waterregime beïnvloed zoals minder waterbindend vermogen, stagnatie ondergronds watertransport etc. Deze gronden missen hun oorspronkelijke abiotische natuurwaarden en zij zijn dan ook feitelijk ongeschikt voor natuurherstel, aldus indiener. Antwoord Wij nemen dit standpunt voor kennisneming aan. Wij gaan op de door indiener genoemde plekken uit van de huidige situatie, na ophoging van het zand. Het klopt dat op deze plekken natuurherstel naar de situatie ten tijde dat het veenmoeras nog aanwezig was, niet aan de orde is. Wel kan op deze plekken natuurontwikkeling nog steeds wenselijk zijn. 26d.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant geeft aan dat in de ontwikkellijn groots vergroenen op pagina 58 onder 5 "een mozaïek koesteren van groen, blauw, mens en dier" nader wordt toegelicht. HGHB vindt dat hierin het thema van de bestaande over-verstening van het buitengebied en de versnippering van de samenhang van de groene bebouwingsvrije arealen, ontbreekt. Ook wordt niks gezegd over de vernietiging van de potentiële natuurontwikkeling door nieuwe bouwkavels in het buitengebied. Antwoord Het klopt dat diverse thema's effect hebben op de het mozaïek van groen, blauw, mens en dier, maar het is niet de bedoeling om alles wat effect heeft in het mozaïek uitputtend te beschrijven. 26e.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant stelt dat in de ontwikkellijn bouwen aan generaties wordt op pag 70 beschreven: ''We bieden de mogelijkheid om op basis van landschapsontwikkeling solitaire woningen verspreid over een voormalig agrarisch domein te realiseren. Het uitgangspunt is één woning per vier hectare met een maximum van zes woningen per initiatief''. Een woning per 4 ha betekent 25 woningen per km2. Dat heeft volgens HGHB impact op de verstening en op de open landschapstypen en het sluit niet aan bij het voornemen om het ommeland te vrijwaren van verstening. Ook introduceert het een verdere versnippering met negatieve
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 53 van 80
gevolgen voor de functie van het plaatselijke ecologische netwerk, aldus HGHB. Ook worden potentiële natuur en landschapsontwikkelingen vernietigd, aldus indiener. Antwoord In de omgevingsvisie worden mogelijkheden voor nieuwe bouwkavels in het buitengebied mogelijk geboden onder de noemer van superlandschappelijk wonen. Uitgangspunt vormt landschapsontwikkeling in combinatie met het vergroten van de doorwaadbaarheid en enkele solitaire woningen verspreid over een voormalig agrarisch domein. Hierbij is het uitgangspunt dat tegelijkertijd afbouw van de intensieve agrarische productie op het kavel en de bijbehorende cultuurgronden plaatsvindt. Het uitgangspunt is de zeer lage dichtheid van één woning per vier hectare met een maximum van zes woningen per initiatief. De beoogde landschapsversterking dient bij te dragen aan het vergroten van de samenhang van gebieden en uitbreiding van het natuurareaal. Daarbij merken wij op dat de voorgestelde dichtheid van 25 woningen per km2 honderd keer zo laag is als de dichtheid van een landschappelijk stadsdeel. Er is dus geen sprake van substantiële verstening door dit voornemen, bovendien werken we vanuit de versterking van landschappelijke kwaliteiten. 26f.
Samenvatting
In de ontwikkellijn welvarend welzijn worden vijf werklandschappen onderscheiden. Het Groene Hart Brabant stelt dat intensiveren van bestaand ruimtegebruik van bedrijventerreinen vergelijkbaar is met dat van de stedelijke inbreidingsaanpak. HGHB roept op ook hier open (rest-) plekken te gebruiken en te zorgen voor een opschaling van de bedrijfsvloeren van minimaal vier bouwlagen. Hierdoor kan de bestaande capaciteit van oudere bedrijventerreinen aanzienlijk toenemen en zijn nieuwe locaties niet meer nodig, aldus HGHB. Antwoord Intensiveren en beter benutten van de bestaande werklandschappen is een belangrijk onderdeel van de strategie in de omgevingsvisie, zoals beschreven als onderdeel van de ontwikkellijn ‘welvarend welzijn’. 26g.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant citeert de ontwikkellijn welvarend welzijn: ''De ontwikkeling van de al bekende locaties Heesch-West (Bossche deel) en De Brand II zetten we onverminderd voort. De nieuwe stedelijke productielandschappen bieden samen een ruimte van bijna 50 hectare en mogelijkheden voor bedrijven in de hogere milieucategorieën.'' HGHB is er kritisch over dat bedrijven met hogere milieucategorieën worden voorzien. Dit levert volgens HGHB strijd op met de gewenste hoogkwalitatieve bedrijvigheid, waar ook geen vakbekwaam arbeidsaanbod voor bestaat. Antwoord We herkennen ons niet in de stelling dat bedrijven in de hogere milieucategorieën geen hoogkwalitatieve bedrijvigheid is of kan zijn. We zijn het dus ook niet eens met de strijdigheid zoals gesteld. In de volle breedte van de economie zien we tekorten in het arbeidsaanbod. In de ontwikkellijn 'welvarend welzijn' sturen we bij vestiging van nieuwe bedrijven op nieuwe locaties -zoals Brand II en Heesch-West - op werkgelegenheid met betekenis voor de lokale arbeidsmarkt. 26h.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant stelt dat het uitgangspunt op p.83 het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en herstel van landschap (…)" conflicteert met het voornemen tot verbreden van mogelijkheden van andere nevenactiviteiten en gebruik van de ruimte in de ommelanden. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 54 van 80
Antwoord Het verbreden van de mogelijkheden voor nevenactiviteiten en gebruik leidt tot minder (economische) druk op de hoofdactiviteiten, tot meer (economische) veerkracht en voorkomt verwaarlozing en onvoldoende middelen voor onderhoud en beheer. Dit kan een positieve uitwerking op de ruimtelijke kwaliteit hebben door onder voorwaarden hieraan mee te werken door verbetering of herstel van het landschap te verlangen in het verlengde van het provinciaal afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap. 26i.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant onderschrijft (pagina 85) dat ''Nieuwe ontwikkelingen moeten altijd bijdragen aan behoud, herstel en/of opbouw van het oude cultuurlandschap'', maar stelt dat dit niet gepaard kan gaan met nieuwe bouwkavels. Verder dient actief gestreefd te worden naar het zoveel als mogelijk amoveren van bestaande verstening. Antwoord We verwijzen naar het antwoord onder 26e voor wat betreft de uitgangspunten die we hanteren voor nieuwe bouwkavels onder de noemer van superlandschappelijk wonen. In geval van herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bedrijfspercelen in het buitengebied streven we naar het amoveren van overtollige bedrijfsbebouwing. 26j.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant is van mening dat de waardering voor de bebouwingslinten onder het kopje landschappelijk wonen in het zandlandschap (pag. 126) aangescherpt dient te worden. Bebouwingslinten hebben volgens HGHB een ecologisch barrière-effect; de bestaande open ruimten tussen de bebouwingen dienen beschermd te worden als waardevolle ecologische corridors. Hier dienen dus geen ontwikkelingen plaats te vinden die een verkleining door verstening van de corridors tot gevolg hebben, aldus HGHB. Antwoord Onder het kopje Landschappelijk wonen wordt juist de bestaande kwaliteit van de bebouwingslinten en het open zicht naar het achterliggende landschap beschreven. Deze karakteristiek en kwaliteit koesteren we en passen we in. In geval van een herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bedrijfspercelen of lintkavel is sloop van overtollige bedrijfsbebouwing en kwaliteitsverbetering landschap het uitgangspunt. Bij een uitwerking dienen de bestaande ruimtelijke en landschappelijke waarden en mogelijkheden voor herstel en versterking te worden verkend. Dit vergt een zorgvuldige verkenning en onderbouwing die bij een uitwerking meegenomen dient te worden. 26k.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant stelt dat de kaart in paragraaf 2.3 de hele op de zandgronden gelegen oostflank van de gemeente bij Nuland en Vinkel weergeeft als zoekgebied voor superlandschappelijk bouwen. HGHB is van mening dat het hier oude cultuurlandschappen betreft die in zijn algemeenheid nu al overweldigd zijn door een hoge mate van verstening en verharding. Gelukkig zijn er nog enkele enclaves binnen het zoekgebied op een of andere manier voor deze aantasting gespaard gebleven, aldus HGHB. De kaart houdt daar volgens HGHB echter geen rekening mee en scheert alles over een kam. Dit draagt volgens HGHB het risico in zich dat ook de laatste overgebleven authentiek gebleven landschapsdelen ten onder dreigen te gaan aan nieuwbouwprojecten. De omgevingsvisie dient volgens HGHB bijgesteld te worden in die zin dat de leidende doelstelling hier superlandschappelijk kwaliteitsbehoud en herstel dient te betreffen waar het terugdrukken van de storende verstening en versnippering een leidend principe dient te zijn. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 55 van 80
Antwoord De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting. De kaart geeft met een grove aanduiding de ruimte aan die we bieden aan de mogelijkheden voor superlandschappelijk wonen, tekstueel beschrijven we de kaders en uitgangspunten. Landschapsontwikkeling is het vertrekpunt. Bij een uitwerking dienen de bestaande ruimtelijke en landschappelijke waarden, het tabula scripta, en mogelijkheden voor herstel en versterking te worden verkend. Dit vergt een zorgvuldige aanpak en ontwerpproces, in combinatie met een toegesneden onderbouwing. 26l.
Samenvatting
De Beleidsregel Maatwerk doet niets af aan de hoofdkwaal van de afname van de ruimtelijke kwaliteit, aldus Het Groene Hart Brabant. Volgens HGHB komt dit in hoofdzaak door de over de top gegane versteningsgraad en versnipperende gevolgen ervan van onder meer het buitengebied. HGHB stelt dat er geen enkele ruimte meer aan te wijzen is, waar een verdere verstening tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering kan voeren. Dit heeft volgens HGHB te maken met de gevolgen van de intensieve verstening; ruimtelijke en ecologische functionele versnippering en landschappelijke verrommeling. HGHB stelt dat de gevolgen van versnippering zich aanzienlijk verder uitstrekken dan de verstoring op de locatie zelf. Naast de directe omgevingsgevolgen in de vorm van verstoring van rust en stilte is er die van ecologische barrièrewerking, aldus HGHB. HGHB stelt dat door de hoge versteningsintensiteit de verstorende omgevingsgevolgen van de individuele bebouwingen een vrijwel gebiedsdekkende structuur omvatten, die elke vrije migratie van plant en dier in de weg staat. De versnippering van de eertijds bestaande samenhang maakt dat er nauwelijks nog natuurkerngebieden van enige omvang bestaan, zo betoogt HGHB. HGHB is van mening dat door de isolerende gevolgen van het rode netwerk, de uitwisseling van natuurbiotopen stagneert en de biodiversiteit dramatisch afneemt.
HGHB is van mening dat de overkill van verstening, versnippering en verrrommeling maken dat er geen enkele reserve meer aanwezig is om een verdere verstening te kunnen toestaan. Het idee dat met maatregelen nog een extra ruimtelijke kwaliteit kan worden geschapen berust op het blind zijn voor de vernietiging van de potentiële natuurontwikkelingswaarde van de restgebieden zonder bebouwing, zo stelt HGHB. HGHB is van mening dat met geen enkele landschappelijke inpassing door groenaanplant het verlies van de potentiële natuurontwikkelingswaarde ter plaatse van weer een nieuwbouwproject kan worden gecompenseerd. Antwoord In onze eerdere beantwoording hebben we aangegeven onder welke uitgangspunten ontwikkelingen voorstelbaar zijn. Daarnaast dienen we als gemeente ook rekening te houden met het provinciaal beleid. Nieuwe initiatieven zullen we hieraan toetsen en vergen een zorgvuldige en integrale afweging. De mogelijkheden die de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant (paragraaf 7.1 Maatwerk omgevingskwaliteit) biedt, worden hierin meegenomen. In onze ogen zijn de omgevingsvisie en het provinciaal beleid belangrijk instrumentarium om tot passende (her)ontwikkelingen in het buitengebied te komen. 26m.
Samenvatting
Het Groene Hart Brabant is van mening dat een bebouwingsconcentratie in het buitengebied in het algemeen ruime bebouwingsvrije ruimtes tussen de bewoonde percelen kent. Deze zijn volgens HGHB van groot belang voor migratie van plant en dier. Worden deze scheidende bebouwingsvrije tussenruimten alsnog bebouwd dan neemt de ecologische barrièrewerking beduidend toe. Bovendien niet alleen in ecologische zin, ook in historisch stedenbouwkundig opzicht eist dit zijn tol, aldus HGHB. HGHB betoogt dat de onregelmatige bebouwingsstructuur van een concentratie in het buitengebied een welkom kenmerk is (ook voor de linten), omdat Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 56 van 80
het voor gevarieerde visuele beleving zorgt. HGHB stelt dat de relatief ruime vrije ruimte tussen de percelen in een concentratie ook zorgt voor een sterke verwevenheid (integratie) van rood met groen. Ook heeft het, naast een gunstige ecologische omstandigheid, een hoge belevingswaarde wegens de doorkijken vanaf de openbare weg naar het achterliggende landbouwgebied. Het 'afronden' van een concentratie dient volgens HGHB dus beter achterwege te blijven en zou hooguit bij hoge uitzondering plaats mogen vinden. De zogenaamde fysieke tegenprestatie laat zich niet in geld uitdrukken omdat de plaatsspecifieke ruimtelijke kenmerken veelal een uniek, locatiegebonden karakter dragen en dus niet objectief beprijsbaar zijn, aldus HGHB. De evidente nadelen van een verdere toename van een al overvoerde verstening dienen volgens HGHB richtinggevend te zijn om hier een halt toe te roepen. Overigens valt de beoogde versteningsgroei volgens indiener volgens HGHB ook niet te verenigen met de doelen van het Nationale Landschap van Het Groene Woud. Antwoord We verwijzen naar het antwoord onder 26j voor wat betreft de bebouwingslinten. Bebouwingsconcentraties worden noch gemeentelijk noch provinciaal op kaart weergegeven. Of er al dan niet sprake is van een bebouwingsconcentratie (lint, cluster of kernrandzone) dient te worden meegenomen in de motivering van een eventueel principeverzoek.