Bijlage 1b bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas (toelichting en regels)
Tekst van het document
Daardoor komt het fietspad verder af van de bomen te liggen. Verder wordt in de BEA geadviseerd de aansluiting op het fietspad langs de Burgemeester Burgerslaan aanders uit te voeren om zoveel mogelijk bomen te sparen. Zoals hieronder in figuren aangeven is dit advies in het ontwerp overgenomen.
Fig.17: advies BEA aansluiting fietspad Burgemeester Burgerslaan aansluiting
Fig 18: ontworpen
Verder zullen de bomen voorafgaand aan de aanleg deskundig worden gesnoeid. Tijdens de werkzaamheden zullen aanvullende beschermende maatregelen worden getroffen. Bij graafwerkzaamheden zal een ETW-er betrokken worden om de wortels te beoordelen. Door deze maatregelen zullen de effecten die het fietspad op de bomen veroorzaakt minimaal blijven. 5.4.4 Water in het landschap Hoofdwaterstromen moeten een gemiddelde diepte hebben van 1,1 meter. Indien rietgroei gewenst is, kan hiervan worden afgeweken. Hoofdwaterstromen worden gedimensioneerd op basis van de benodigde afvoercapaciteit. Het uigangspunt is het bestaande profiel van de watergang te behouden of te verbeteren om de waterafvoer van het watersysteem in de wijken in Den Bosch te garanderen. Door het plaatselijk verflauwen van het talud wordt er meerwaarde gecreeerd voor de waterkwaliteit, ten behoeve van Kaderrichtlijn Water (KRW).
36
Een waterdiepte van minder dan 1,1 meter zal steeds verder verlanden. De Rosmalense Plas, de Waterpartij in de parkzone en de Grote Wetering (Nieuwe Vliet) hebben het zelfde waterpeil. Poelen hebben een heel geleidelijk profiel op de noordoever (meeste zon) en steilere oevers aan andere zijde; de maximale diepte is daar 1,1 meter. Het water van de poelen wordt vertraagd afgevoerd naar de Grote Wetering (Nieuwe Vliet). Een wadi vereist een breedte van minimaal 6 meter met taluds van 1:3. 5.4.5 Het bestemmingsplan in relatie tot de verordening Bomen Water en Groen Hierboven is uitgebreid stil gestaan over de groene landschappelijke en ecologische ambities die in het bestemmingsplan zijn verwerkt. Volgens bijlage 3 van de verordening Bomen, Water en Groen geldt voor het plangebied een groenscore van 50%. In totaal voorziet het bestemmingsplan in een groenscore van 91%. Daarmee wordt ruimschoots aan de verordening gedaan. Hieronder wordt ingegaan op het aspect water in het plangebied.
5.5
Waterparagraaf
5.5.1 Inleiding De kantorenstrook vormt een onderdeel van het totale Werklandschap Rosmalense Plas. De wateropvang vindt dan ook plaats binnen het totale werklandschap. De Waterparagraaf is dan ook gebasserd op de watertoets zoals deze is opgesteld voor het Werklandschap Rosmalense plas. 5.5.2 Watertoets Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Kansen worden benut en functies zoveel mogelijk gecombineerd. De waterparagraaf is tot stand gekomen na diverse overlegmomenten met Waterschap Aa en Maas en gemeente 's-Hertogenbosch. In deze waterparagraaf is toegelicht hoe het waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichting in dit bestemmingsplan. Ten behoeve van de watertoets is overleg gepleegd met het waterschap "Waterschap Aa en Maas. Het resultaat van dit overleg is verwerkt in het eindverslag Vooroverleg in paragraaf 8.1.1.3 en verwerkt in deze Waterparagraaf. 5.5.3 Beleid en uitgangspunten De beleidsdoelen voor integraal waterbeheer zijn door de gemeente vastgesteld in het Waterplan 2016. Hierin staat dat we in 's-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem willen creëren.
Ook is hierin het hemelwaterbeleid vastgelegd; het hemelwaterbeleid is verankerd in de gemeentelijke 'Verordening Bomen Water en Groen' Op 19 november 2021 heeft het waterschap Aa en Maas het nieuwe waterbeheerplan vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt 37
het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.
Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. 5.5.4 Huidige situatie en Waterbergingsopgave Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van Waterschap de Aa en Maas. Door het plangebied loopt de hoofdwatergang de Grote Wetering (Nieuwe Vliet) (leggerwatergang), die in het beheer is van het waterschap. Het stedelijke gebied van 's-Hertogenbosch in Noord, Maaspoort en Empel watert af via de Grote Wetering (Nieuwe Vliet) (deze heet stroomafwaarts de Grote Wetering (Nieuwe Vliet)); bij Gewande wordt het water op de Maas geloosd. Het peil van de Grote Wetering (Nieuwe Vliet) is 1,5m +NAP; het waterpeil op dit traject ligt gemiddeld tussen 1,55m en 1,60m +NAP. Tevens is er vanuit Kaderrichtlijn water een opgave op deze waterloop om een Natuurvriendelijke oever te realiseren.
Hemelwater Binnen de kantorenstrook zijn er nog geen kavels in gebruik genomen. Uitgangspunt hier is dat het hemelwater op de kantoorpercelen wordt vastgehouden en geïnfiltreerd. Overtollig water wordt vertraagd afgevoerd naar de poelen en/of de Grote Wetering (Nieuwe Vliet). Afvalwater In het zuidwestelijk deel van het plangebied is reeds een vuilwaterriool aangelegd langs de Wisent en Sneeuwhaas. Het vuilwater wordt met een persleiding naar het eindgemaal in Empel gevoerd, van waaruit het naar de rioolwaterzuivering van Oijen wordt getransporteerd. Grondwater Het peil van het grondwater varieert tussen 1,4 en 2,2 m +NAP. De verwachting is dat het grondwater een verhoogd ijzergehalte heeft. Mogelijk is ontijzering nodig bij bronbemalingen. Bouwmaterialen Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater moet bij her- en nieuwbouw worden afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen (goten en leidingen).
38
Beheer en onderhoud De natuurzone, wadi's en overige watergangen komen in onderhoud en beheer bij de gemeente. De Groote Wetering vormt een onderdeel van het hoofdwaterlopensysteem en daarmee een A-watergang. De A-watergang is in onderhoud en beheer van het waterschap Aa en Maas. In de Keur van waterschap Aa en Maas is te lezen, wanneer er werkzaamheden verrichten gaan worden in of nabij het A-watergangen, er een watervergunning aangevraagd dient te worden. Daarnaast is in de Keur een verbod opgenomen om aan weerszijden van A-watergangen binnen 5,00 meter breedte uit de insteek (beschermingszone) obstakels te plaatsen of geplaatst te hebben. Gelet op het doelmatig beheer van het waterschap en waterhuishoudkundige belangen is het noodzakelijk om deze de onderhoudsstrook vrij te houden van alle obstakels. Wanneer er een voornemen is waarbij obstakels in de beschermingszone wordt geplaatst, is een watervergunning verplicht. Gelet op deze verplichting is het wenselijk ook in het bestemmingsplan met deze beschermingszone rekening te houden. In de nieuwe invulling van het gebied is met deze verplichting rekening gehouden. Langs de A watergang wordt aan de zijde van de kantorenstrook een fietspad met een breedte van 5 meter aangelegd waardoor deze strook vrij blijft van obstakels.
Gelet op deze verplichting is het wenselijk ook in het bestemmingsplan met deze beschermingszone rekening te houden. In de nieuwe invulling van het gebied is met deze verplichting rekening gehouden. Langs de A watergang wordt aan de zijde van de Rosmalense Plas een fietspad met een breedte van 3 meter aangelegd met een berm van aan beide zijden 1 meter. Aan de zijde van de Kantorenstrook wordt een onderhoudstrook van 5 meter aangelegd. Daardoor blijven beide zijden langs de A- watergang vrij van obstakels, met uitzondering van drie bruggen die over het water worden geplaatst. Deze zullen in overleg met het Waterschap zo worden geplaatst dat zij geen obstakel vormen. 5.5.5 Conclusie Waterparagraaf In deze waterparagraaf is de waterbergingsopgave van het totale Werklandschap inclusief de kantorenstrook bepaald en ingevuld met een passend ontwerp voor hemelwater, grondwater en afvalwater. Het plan voldoet hiermee aan het huidige hemelwaterbeleid. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.
5.6
Externe veiligheid
Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen. De gemeente 's-Hertogenbosch is voornemens het bestemmingsplan voor de Rosmalense plas) als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien. Met deze herziening wordt het plangebied (direct aan de Rijksweg A2) van bedrijventerrein gewijzigd in een kantoorlocatie met solitaire kantoorgebouwen Deze wijzing betekent vanuit externe veiligheid een wijziging van beperkt kwetsbare objecten naar kwetsbare objecten. Voor de Rosmalense plas heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de risicobronnen. Hieruit blijkt dat de bestemmingsplanwijziging ligt binnen 200m van de A2/A59. Vandaar dat er een groepsrisicoberekening is uitgevoerd.
De groepsrisicoberekening is te vinden in de bijlage Kwantitatieve risicoanalyse, Bestemmingsplan werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase), Anteagroup, projectnummer 0461025.100 definitief, 22 januari 2021. (Bijlage 5). De verantwoording is opgenomen in de bijlage 'Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico' (Bijlage 6).
39
Ter verbetering van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid worden bij de grondverkoop aanvullende gebouw gebonden voorwaarden opgenomen, waaronder gebruik van scherfvrij glas, afschakelbare ventilatie, en plaatsing ingang afzijdig van de A2/A59. De veiligheidsregio draagt zorg voor risicocommunicatie richting de nieuw te vestigen kantoren. Op die manier kunnen incidenten op de weg opgenomen worden in het bedrijfsnoodplan. Het bevoegd gezag accepteert het restrisico.
40
5.7
Beeldkwaliteit
Een middel om de ambities ten aanzien van de beeldkwaliteit van dit werklandschap verder inhoud te geven is het gebruik van een beeldkwaliteitsplan (BKP). Het BKP beschrijft de kwaliteitseisen die aan het beeld van de bebouwing op en de inrichting van de uit te geven bedrijfskavels gesteld worden en biedt een kader voor de beoordeling van de bouw- en inrichtingsplannen. Het BKP geeft zowel in het proces van gronduitgifte als in de toetsing van bouwplannen door de Welstandscommissie "spelregels" aan. Daarnaast geldt het BKP als vertrekpunt en inspiratiebron voor architecten en opdrachtgevers bij het ontwikkelen van bouw- en inrichtingsplannen. Gezien de hoge ruimtelijk-kwalitatieve ambities voor het bedrijvenparkgedeelte gelegen aan de Rosmalense Plas kan de gemeenteraad, voor start van de uitgifte van de verschillende kavels een beeldkwaliteitsplan vaststellen. Gemeenten zijn volgens de wet gehouden aan een toetsbaar, objectief en transparant welstandsbeleid. Dit betekent dat er duidelijkheid moet zijn over de beoordeling van bouwplannen door de welstandscommissie. De criteria waarop beoordeeld wordt dienen objectief toetsbaar te zijn. Dit houdt niet in dat deze criteria altijd 100% meetbaar, dus absoluut van aard, dienen te zijn. De in het BKP opgenomen criteria gelden als toetsingskader voor de beoordeling door welstand van bouwplannen.
Uitgangspunt van het beeldkwaliteitsplan is om in dialoog met initiatiefnemer tot een gezamenlijke oplossing voor de inrichting van de kavel en het bouwplan te komen. Het beeldkwaliteitsplan geeft de richtlijnen weer, aan welke esthetische en duurzame kwaliteiten het gebouw en de inrichting minimaal moet voldoen. Het biedt echter ook de nodige flexibiliteit om tot maatwerk te komen, zodat ook rekening kan worden gehouden met de specifieke wensen van de bouwer. De welstandscommissie kan bouwplannen beoordelen op basis van de in de, door de gemeenteraad vastgestelde, welstandsnota opgenomen algemene toetsingscriteria of op specifiek voor gebieden geformuleerde en vastgestelde criteria. Het beeldkwaliteitsplan fungeert dan als onderbouwing van deze specifiek geformuleerde criteria. Dit betekent dat de commissie over een plan: 1. positief moet adviseren indien deze in overeenstemming is met het gestelde in het BKP 2. negatief moet adviseren, indien deze afwijkt van het gestelde in het BKP. De welstandscommissie kan van de geformuleerde criteria in het BKP afwijken, wanneer zij van mening is dat dit leidt tot een verdere verbetering met een uitzonderlijke ruimtelijke kwaliteit. Deze afwijking dient de welstandscommissie nadrukkelijk te motiveren. De welstandscommissie heeft op 29 maart 2022 positief over het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 8) geadviseerd.
5.8
Duurzaamheid
5.8.1 Inleiding De gemeente Den Bosch zet bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein Rosmalense Plas in op een duurzame kwaliteit. Dat betekent voor de openbare ruimte een groene inrichting waarin water, ecologie, natuur en biodiversiteit veel aandacht krijgen. Bij de inrichting van de kavels – op maaiveld, eventueel ook op/aan de bedrijfspanden zelf - dient zoveel mogelijk te worden aangesloten op dit groene karakter. Handvatten hiervoor zijn gegeven in dit document en in het Beeldkwaliteitsplan. Aanvullend zal ook bij de ontwikkeling van de bedrijfsgebouwen volop aandacht zijn voor duurzaamheid. Drie thema's zijn hierbij prioritair.
41
5.8.2 Energieneutraal Doel van de gemeente 's-Hertogenbosch is in zijn totaliteit klimaatneutraal te zijn in 2050. Hiervoor zet de gemeente in op forse energiebesparing bij alle sectoren, het zoveel mogelijk benutten van lokale duurzame energiebronnen en het lokaal opwekken van duurzame energie. Doel voor nieuwbouw in de dienstensector/kantoren/utiliteit is dat dit vanaf 2020 energieneutraal of energieleverend is. Voor de industrie geldt dit in ieder geval voor het gebouw, en streeft de gemeente naar zoveel mogelijk toepassen van duurzame energiebronnen in het productieproces. Voor de Rosmalense Plas is uitgangspunt aardgasvrij en energieneutraal. Energieneutraal houdt in ieder geval in dat alle gebouw gebonden energie zelf wordt opgewekt. Het streven is om ook de energievraag voor de bedrijfsvoering zoveel mogelijk zelf op te wekken (richting nul op de meter). Verwarmen van gebouwen zonder aardgas vraagt een slim alternatief. Op dit moment lijkt bodemenergie (Warmte en Koude Opslag, WKO) de meest voor de hand liggende optie eventueel in combinatie met warmte uit oppervlakte water (Rosmalense Plas) of uit rioolwater. Collectieve systemen zijn daarvoor zeer geschikt vanwege de hogere rendementen. In ieder geval dienen de gebouwen geschikt te zijn voor een transitie naar deze nieuwe vormen van warmtelevering.
Dat betekent onder andere een lage temperatuur afgiftesysteem in de gebouwen en voldoende beschikbare ruimte in de panden waarin de installatietechniek ondergebracht kan worden die nodig is voor de warmte- en koudedistributie. De gemeente streeft naar zo veel mogelijk duurzame energie opwekking op eigen terrein. Elektriciteitsopwekking kan door middel van zonnepanelen, vooral op de (groene) daken, maar ook op gevels of parkeerterrein mits dit aansluit op het Beeldkwaliteitsplan. Het toepassen van windenergie is toegestaan mits dit op een passende wijze kan worden geïntegreerd in het gebouw, waarbij deze maatregelen voldoen aan regelgeving en hindernormen. Deze maatregelen moeten bovendien passen in het Bestemmingsplan.
Figuur 19 en 20 :twee voorbeelden toepassing zon, op groen dak en geïntegeerd zon en wind op het dak. 5.8.3 Circulair De gemeente 's-Hertogenbosch volgt de landelijke doelstelling rond circulariteit: 50% in 2030 en in 2050 100% circulair. Bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein vormt dit naast energieneutraal een belangrijk uitgangspunt. Circulair is een abstract begrip, maar bij de ontwikkeling van de Rosmalense Plas volgen we de volgende 5 strategieën benadering: 1. Benut het beschikbare: behouden van bestaande elementen, gebruik maken van beschikbare producten uit de directe omgeving of van elders, gebruik van secundaire grondstoffen. 2. Gebruik het hernieuwbare: biobased producten, hernieuwbare energie, gebruik van grijs of hemelwater. 3. Minimaliseer de milieubelasting: toepassen van materialen met een zo laag mogelijke milieubelasting. 4. Creëer voorwaarden voor een lange cyclus: zo lang mogelijk vasthouden van water in het gebied en voorwaarden voor een zo lang mogelijke levensduur van het gebouw (flexibiliteit, belevingswaarde, gezondheid, belasting riolering). 5. Creëer voorwaarden voor een toekomstige cyclus: het gebouw als grondstoffenvoorraad, maakt herbruikbaarheid en recyclebaarheid mogelijk, zorg voor demontabele gebouwelementen.
42
5.8.4 Klimaatadaptief Klimaatverandering zal onherroepelijk leiden tot ernstige gevolgen op het gebied van onder andere de natuur, de biodiversiteit, onze veiligheid en gezondheid. Om de effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden dienen maatregelen te worden getroffen die zowel extreme wateroverlast als droogte en hittestress moeten voorkomen. Verder heeft de gemeente in de “Verordening hemelwater en grondwater 's-Hertogenbosch 2017” voorschriften opgenomen waarin het lozen van hemelwater op de riolering wordt verboden en het lozen van hemelwater in openbaar gebied alleen met ontheffing toegestaan.. Voor de gebouwen draagt het toepassen van groene daken (naast een positieve invloed op luchtkwaliteit, verkoeling en biodiversiteit) bij aan het langer vasthouden van water in het gebied (en voorziet dus voor een deel in de waterberging). Het beperken van verharding (met een dichte structuur) is een noodzakelijke maatregel ter voorkoming van wateroverlast door extreme neerslag. In paragrafen 5.4 en 5.5 zijn deze en andere aspecten uitgewerkt die hierin voorzien. Ook in het Beeldkwaliteitsplan zijn al handvatten geboden om invulling te geven aan klimaatadaptatie. 5.8.5 Aanvullende maatregelen Naast de prioritaire thema's kan ook nog gedacht worden aan:
Plaatsen van laadvoorzieningen voor elektrisch vervoer Voorzieningen voor afvalscheiding, bij voorkeur via collectieve contracten Coöperatieve bedrijventerrein / mogelijkheid voor opzetten parkmanagement
5.9
Milieueffectrapportage
Er is nagegaan of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings) plichtig. Dit project kan aangeduid worden als de wijziging van een - reeds bestemd - industrieterrein (bijlage D 11.3). Onder industrieterrein worden voor wat betreft de m.e.r. beoordeling terreinen verstaan die bedoeld zijn voor de vestiging van industriële bedrijven. Hierbij worden niet alleen terreinen voor vestiging de grote, zware industrie bedoeld, maar ook terreinen voor de vestiging van kleinere bedrijven waarbinnen industriële activiteiten plaatsvinden. Daarmee valt ook een 'bedrijventerrein' hier onder het begrip 'industrieterrein'. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein is m.e.r.
beoordelingsplichtig indien het een gebied betreft met een oppervlakte van 75 hectare of meer. Aan deze criteria voldoet het plangebied niet waardoor op grond hiervan geen m.e.r. nodig is. Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn. ad b. Het plangebied ligt pal naast de Rijksweg A2, tussen de woongebieden Empel en Rosmalen. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek op 4.5 km ten zuiden van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden in de nabije regio betreffen Rijntakken, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Voor het nieuwe bestemmingsplan werklandschap Rosmalense Plas is voor het gehele bedrijventerrein – zowel voor de aanleg als het gebruik - een stikstofonderzoek uitgevoerd om de eventuele effecten vanwege stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden inzichtelijk te maken. Dit stikstof-onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat - voor zowel de gebruiksfase als voor de aanlegfase – er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De gewenste ontwikkelingen in het plangebied zullen geen significant negatief effect hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning nodig volgens de Wet natuurbescherming.
Een rechtstreekse 43
m.e.r.-(beoordelings-)plicht is derhalve niet aan de orde. Een vormvrije mer beoordeling heeft – middels de beoordeling van alle relevante milieu en hinderaspecten plaatsgevonden. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde die een milieueffectrapportage rechtvaardigen. Dit blijkt uit de milieuparagraaf behorende bij dit bestemmingsplan. Daarbij wordt ook verwezen naar paragraaf 5.4, waarin ingegaan wordt op de ecologische - en landschappelijke investeringen die in het plangebied worden gedaan. De conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Het bevoegd gezag heeft dan ook besloten dat voor de voorgenomen activiteit geen milieueffectrapportage nodig is.
44
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
6.1
Inleiding
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen de grenzen van dit bestemmingsplan. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten en de RO standaarden 2008 die per 1 januari 2010 verplicht zijn. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008), die zijn vertaald in een gemeentelijke standaard. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid wordt geschaad. Met het bestemmingsplan kunnen met direct recht omgevingsvergunningen voor het bouwen (voorheen: bouwvergunningen) worden verleend. De gekozen bestemmingen en aanduidingen en de daarbij behorende regels geven helder aan welke functies op welke plaats zijn toegestaan en welke bouwregels er gelden. De regels zijn onderverdeeld in de volgende 4 delen:
Inleidende regels. Hierin wordt aangegeven wat in de overige regels verstaan wordt onder bepaalde begrippen en hoe bij toepassing van de voorschriften moet worden gemeten; Bestemmingsregels. Hierin zijn steeds per bestemming de daarop van toepassing zijnde regels weergegeven. Daarbij is, al naar gelang de bestemming, onderscheid gemaakt in verschillende onderdelen; Algemene regels. Dit deel geeft algemene regels, zoals algemene afwijkingsregels; Overgangs- en slotregels. Hierin zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.
45
6.2
Artikelsgewijze toelichting
6.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen: In artikel 1 is een aantal begrippen nader uitgelegd. Door het opnemen van definities wordt inzicht gegeven in de betekenis van de gebruikte termen. Het doel is het scheppen van duidelijkheid en eenduidigheid. De begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen. Artikel 2 Wijze van meten: In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook hier is het doel het wegnemen van onduidelijkheden. De termen zijn in alfabetische volgorde opgenomen. 6.2.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Kantoor: In dit artikel wordt de vestiging van kantoren geregeld. Van de zeven kantoorvilla's in de randzone Rosmalense Plas staan er zes twee-aan-één in één bouwblok. Er is één solitaire kantoor aan de zuidzijde geprojecteerd. Het bestemmingsplan heeft ook een correctie van de Bouwregels voor de bestemming Kantoor in werklandschap Rosmalense plas. In artikel 5.2.2 lid f onder 2 van het bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas staat dat als het gebouw langs de A2 een rechte gevel naar de A2 heeft deze gevel in een hoek van 45 graden op de A2 moet worden geplaatst. Deze regel is in het bestemmingsplan gevoegd om de gevels van de kantoren in een uniforme hoek op de A2 te positioneren.
Bij de toetsing van de bouwplannen bleek echter het hanteren van een hoek ten opzichte van de A2 niet te werken. Zo is het onduidelijk van welke richting bij de toetsing uit moet worden gegaan. Om duidelijkheid te verkrijgen is deze regel gewijzigd in "als het gebouw een rechte gevel naar de A2 heeft, moet deze evenwijdig aan de naar de ontsluitingsweg gekeerde gevellijn worden geplaatst." Hiermee is niet meer de A2 richtinggevend voor de plaatsing van de gevel, maar de ontsluitingsweg De Wisent. Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van het gebruik voor de vestiging van bedrijven die vallen binnen categorie 1 tot en met 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein 2. In de regels is opgenomen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning dient vast te staan dat er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2021. De normen uit deze Nota worden ook genoemd in paragraaf Parkeren van de toelichting. In de regels wordt in dit bestemmingsplan in eerste instantie naar deze Nota verwezen. Als de parkeernormering in de toekomst wijzigt dan moet met die wijziging rekening worden gehouden. Parkeren vindt plaats op maaiveld onder het gebouw.
Onder in de regels genoemde voorwaarden kan het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de parkeernormen. Artikel 4 Natuur: De gronden die deze bestemming hebben gekregen, hebben thans al de bestemming 'Natuur'. Om binnen deze bestemming het geplande fietspad aan te leggen, is, daar waar het fietspad is gepland, de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - fietspad' in dit bestemmingsplan opgenomen. Binnen deze functieaanduiding is een fietspad met een maximale breedte van 3 meter toegestaan. De hoofdbestemming blijft echter 'Natuur'. Artikel 5 Water: De voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterberging, groenvoorzieningen, natuur en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals steigers, voetpaden e.d. Ter plaatse van de aanduiding brug is een brug toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding "ecologische verbindingszone" zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige of potentiële natuurwaarden. Op de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd.
Er is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden vereist voor het uitvoeren van verschillende werken/werkzaamheden, zoals het afgraven of ophogen van gronden, op gronden met de aanduiding "ecologische verbindingszone". Voor werken ten behoeve van behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige of potentiële natuurwaarden is een dergelijke vergunning niet nodig.
46
Artikel 6 Leiding - Hoogspanningsverbinding: Deze bestemming is een zogenaamde dubbelbestemming. De gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een bovengrondse hoofdtransportleiding, met een strook van 25 meter ter weerszijde van de hoogspanningsleiding. Binnen deze dubbelbestemming mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals hoogspanningsmasten, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. Het college van burgemeester en wethouders kan hiervan onder voorwaarden van afwijken. Voorafgaand dient advies te worden gevraagd aan de leidingbeheer/directeur van het energiebedrijf. Het is bovendien verboden zonder vergunning bepaalde werken/werkzaamheden, zoals het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen, uit te voeren. Voorafgaand aan het besluit omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden moet advies worden gevraagd aan de leidingbeheer/directeur van het energiebedrijf. 6.2.3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Met de anti-dubbeltelbepaling wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende vergunning of een mededeling op een meldingsplichtig bouwwerk is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen.
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels: In dit artikel is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders onder voorwaarden met een omgevingsvergunning kunnen afwijken van hetgeen in de planregels is bepaald. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om vermeerdering dan wel vermindering van de voorgeschreven maten en normen, mits de vermeerdering of vermindering ten hoogste 10% bedraagt. 6.2.4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht: In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan en mits niet strijdig met het voorheen geldende bestemmingsplan met de daaronder begrepen overgangsbepaling. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het strijdig gebruik mag worden gecontinueerd. Hierop zijn echter twee uitzonderingen gemaakt. Gebruik dat reeds onder het hiervoor geldende bestemmingsplan illegaal is aangevangen en ook volgens het nieuwe bestemmingsplan niet kan, blijft illegaal en mag dus niet worden gecontinueerd. Zo wordt in dit artikel bepaald dat de bestaande bouwwerken en vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze van de overige bepalingen af. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel opnieuw op te bouwen.
Evenmin is het geoorloofd om een bouwwerk geleidelijk aan geheel te vernieuwen. In geval een bouwwerk door een calamiteit geheel verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. De onder het overgangsrecht geplaatste bouwwerken mogen via een omgevingsvergunning voor het bouwen, eenmalig nog met maximaal 10% worden uitgebreid. Het voorgaande is niet van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd in strijd met het geldend bestemmingsplan (met inbegrip van de hierin opgenomen overgangsbepaling). Artikel 12 Slotregel: Deze bepaling bevat de citeertitel van de regels.
47
48
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Het totaal te ontwikkelen plangebied heeft betrekking op bedrijventerrein Empel Zuid eerste fase, Empel Zuid tweede fase en bedrijventerrein Rosmalense plas. Het totaal plangebied heeft een oppervlak van ca. 34 hectare, waarvan 54% uitgeefbaar is als bedrijventerrein, 33% bestemd is voor water en groen en 13% voor verkeersdoeleinden. De gemeente heeft voor het plangebied bedrijventerrein Empel Zuid eerste fase en Empel Zuid tweede fase alle betrokken gronden in eigendom. De gronduitgifte geschiedt tegen markconforme prijzen en dekt de totale exploitatiekosten. Het bestemmingsplan is voor dit onderdeel financieel economisch uitvoerbaar. Voor het onderdeel bedrijventerrein Rosmalense plas heeft de gemeente inmiddels alle gronden in eigendom. Daarmee is het vaststellen van het ontwerpexploitatieplan niet langer noodzakelijk. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht om tegelijkertijd met het bestemmingsplan één of meerdere exploitatieplan(nen) vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd.
Aan deze laatste voorwaarde is voldaan, nu de gemeente alle gronden voor het onderdeel Rosmalense Plas in eigendom heeft. Gesteld kan worden dat voor dit plangebied, de ruimtelijke planvorming zoals neergelegd in dit bestemmingsplan financieel economisch uitvoerbaar is en dat alle exploitatiekosten worden gedekt door marktconforme uitgifteprijzen.
49
50
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke haalbaarheid 8.1
Vooroverleg en inspraak
8.1.1
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
8.1.1.1 Inleiding Het voorontwerp is voor vooroverleg voorgelegd aan de Provincie (toelaten kantoorfunctie in het plangebied en aanleg fietspad binnen de aanduiding NatuurNetwerk Brabant), Waterschap Aa en Maas (waterhuishouding en aanwezigheid waterlegger) en TenneT (aanwezigheid hoogspanningsleiding). 8.1.1.2 Provincie De provincie heeft in een ambtelijke reactie aangegeven dat voor de aanleg van het fietspad binnen de aanduiding Natuur Netwerk Brabant een compensatie moet plaatsvinden elders binnen de aanduiding Natuur Netwerk Brabant. De gemeente kan er ook voor kiezen de financiële bijdrage over te maken aan de provincie zodat de provincie deze investering kan doen laten plaatsvinden. Antwoord op vooroverleg reactie Zoals in paragraaf 3.2.2 staat vermeld, vindt de compensatie plaats in het Kanaalpark middels een bestemmingswijziging van "Agrarisch met waarde" naar "Natuur". Deze wijziging zit in het voorliggend bestemmingsplan. Hierdoor vindt er een afwaardering van de grond plaats dat als compensatie voor het fietspad binnen het NNB wordt ingezet. Het perceel dat de bestemming "Natuur" krijgt grenst aan de aanduiding NNB. Daarmee wordt het Natuur Netwerk Brabant in het Kanaalpark versterkt. Ondanks het feit dat de compensatie niet plaatsvindt binnen de aanduiding NNB versterkt de compensatie, gelet op de ligging waar deze plaatsvindt het NNB in het kanaalpark.
Daarmee wordt voldaan aan de compensatieplicht zoals voorgeschreven in de Interim Omgevingsverordening van de provincie. 8.1.1.3 Waterschap Het Waterschap Aa en Maas heeft op 28 april 2022 een vooroverleg reactie op het voorontwerp gegeven. Deze reactie betrof alleen opmerkingen en vragen over de tekst van de toelichting. De opmerkingen zijn in de toelichting verwerkt. Daarmee is het vooroverleg met het waterschap Aa en Maas afgerond. 8.1.1.4 TenneT Vooroverleg reactie 1. Binnen de grenzen van het plan bevindt zich de 150kV hoogspanningsverbinding 's Hertogenbosch Noord – Oss. De aanwezigheid van deze hoogspanningsverbinding kan beperkingen opleveren voor het gebruik van de gronden. 51
Hierbij zijn onder meer aspecten aan de orde waaronder de veiligheid van personen en goederen, de aan te houden veiligheidsafstanden, de bereikbaarheid van de hoogspanningsverbindingen, de leveringszekerheid en de benodigde ruimte voor het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden. In voorliggend plan is ten opzichte van het vigerende plan een gewijzigd bestemmingsvlak en een gewijzigde bestemming weergegeven. Het nu voorliggende vlak ligt voor de helft binnen de belemmerde strook van de hoogspanningsverbinding en maakt de bouw van 10-14 meter hoogte mogelijk. Binnen de belemmerde strook is een afwijkende bouwhoogte van toepassing en kan lager uitvallen dan op de verbeelding aangegeven. De bestemming Kantoor, zoals aangegeven op de toegestuurde verbeelding, bevind zich in het midden van de zeeg; dus in het midden tussen de twee masten. Juist op dit punt is de bouwhoogte het laagst vanwege de doorhang van de draden. Ons voorstel zou zijn om het geheel een klein stukje noordelijker te situeren zoals hieronder aangegeven in groen, zodat een eventuele initiatiefnemer meer kans geboden kan worden om hier een kantoor met parkeergarage en dakterras te kunnen realiseren. Eveneens is een 16 meter hoog kantoorgebouw op zo'n korte afstand van de hoogspanningsverbinding niet te adviseren. Antwoord op voorverleg reactie 1: Het bouwvlak ligt buiten de belemmeringsstrook.
Dit is conform voorstel van Tennet. Het deel van het perceel dat binnen de belemmeringstrook is gelegen, ligt buiten het bouwvlak. Het hoofdgebouw mag alleen in het bouwvlak worden gebouwd. De maximale hoogte is vastgelegd op 14 meter. Op het dak is een dakopbouw mogelijk van 16 meter en ligt 7 meter buiten de belemmeringsstrook. Vooroverleg reactie 2. Tevens merken wij op dat eventueel nieuw op te richten opstallen wellicht dienen te worden voorzien van een deugdelijke en juiste aarding die voldoet aan de van toepassing zijnde normen en richtlijnen om ontoelaatbare beïnvloeding van de nabijgelegen hoogspanningsverbinding te voorkomen. Bij de berekening van de aarding dient rekening te worden gehouden met inductieve beïnvloeding, capacitieve beïnvloeding, de elektrische- en magnetische velden en weerstandsbeïnvloeding van de aanwezige hoogspanningsverbinding. Door het wijzigen van de bestemming (o.a. Verkeer) ontstaan er andere veiligheidsnormen met betrekking tot de afstand tussen de ondergrond en de spanningvoerende draden dan voorheen het geval was. TenneT dient te voldoen aan NEN normering qua veiligheidsafstand. Het is te adviseren om hiervoor contact te zoeken met ons team Asset Environment management (toestemming@tennet.eu) zodat zij kunnen toetsen of wij nog aan de NEN norm voldoen, of dat er wellicht een reconstructie noodzakelijk zal zijn.
Voorts wil ik nog opmerken dat voor de uitvoering van werken en werkzaamheden binnen de belemmerde strook schriftelijke veiligheidsvoorwaarden noodzakelijk zijn van TenneT. Deze kunnen via hetzelfde emailadres worden verkregen. Antwoord op vooroverleg reactie 2: Zoals wij in het antwoord op reactie 1 al hebben opgemerkt laat het bestemmingsplan geen hoofdbebouwing toe binnen de belemmeringstrook. Het is dan ook de vraag of de bebouwing aan de genoemde voorzieningen moet voldoen. Mede gelet op het tweede deel van de reactie zal de ontwikkelaar, voor de ontwikkeling van het deel van het perceel binnen de belemmeringstrook, voorafgaand aan het ontwikkelen van het perceel zijn plannen aan TenneT moeten voorleggen. Tijdens dit contactmoment kan ook de bebouwing en de eventuele voorzieningen aan het gebouw met Tennet worden besproken. Reactie op de regels Vooroverleg reactie 3. In artikel 6 zijn de regels opgenomen voor de hoogspanningsverbinding. Onder 6.2 onder a is aangegeven dat masten met een maximale bouwhoogte van 43 meter zijn toegestaan op de voor Leiding Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden. Mast 14, welke aan de andere kant van de plas is gesitueerd, is 62 meter hoog. Mijn advies om die hoogte in voorliggend plan over te nemen. 52
Antwoord op vooroverleg reactie 3 : De genoemde mast staat buiten het plangebied. Binnen het plangebied is geen mast aanwezig. Gelet op de ligging van het water de Nieuwe Vliet lijkt het niet voorstelbaar dat er binnen het plangebied een nieuwe mast kan worden geplaatst. Niettemin blijft, vanwege de uniformiteit de bouwmogelijkheid voor een mast binnen de bestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding met een standaard hoogte van 43 meter in de regels staan. TenneT heeft in haar reactie niet onderbouwd waarom een mast op deze locatie moet afwijken van de standaard hoogte. De maximale hoogte blijft in de regels dan ook 43 meter. Vooroverleg reactie 4. Onder 6.3, 6.5 en 6.6 onder d verzoek ik om de tekst aan te passen naar “…. Mits vooraf schriftelijk advies is ingewonnen etc”. Ter bescherming van de omgeving en de hoogspanningsverbinding, verzoek ik om een uitbreiding van de verboden onder 6.6 om zonder een omgevingsvergunning bepaalde werken en/of werkzaamheden uit te mogen voeren met het volgende: 1. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte door ontgrondingswerkzaamheden, ophoging of andere graafwerkzaamheden; 2. het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid …. omschreven bestemming; 3.
het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; 4. het aanleggen van zonneparken. Ad 1: wijziging van het maaiveld kan ervoor zorgen dat TenneT niet meer aan de NEN eisen voldoet. Ad 2: het slopen van opstallen kan gevaren met zich meebrengen door het veroorzaken van overslag. Ad 3: aanleg van wegen en parkeergelegenheden zijn verbonden aan voorwaarden van TenneT. Ad 4: zonnepanelen/-parken binnen de belemmerde strook zijn niet zondermeer toegestaan en worden voorwaarden aan verbonden. Het is dus van belang dat hierover afstemming komt met TenneT om een veilig functioneren van de hoogspanningsverbinding beter te kunnen borgen. Antwoord op vooroverleg reactie 4: De voorgestelde aanvulling zijn in de regels gevoegd. 8.1.1.5 Conclusie vooroverleg 8.1.2 Inspraak / omgevingsdialoog Het moederplan heeft de inspraakprocedure doorlopen. De planologische wijzigingen die dit plan in zich heeft ten opzichte van het moederplan is gering. Daarom is besloten geen voorontwerp bestemmingsplan in de inspraak te brengen.
8.2
Ontwerpfase
Het ontwerp bestemmingsplan wordt vanaf 4 juli 2022 zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze termijn zijn geen zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan aan de gemeenteraadkenbaar gemaakt. In de, bij het vaststellingsbesluit behorende, 'Nota van Zienswijzen' zijn/is deze zienswijze(n) beantwoord. De zienswijze biedt (geen) grond om het plan gewijzigd / niet vast te stellen. Daarmee is de ontwerpprocedure afgerond.
53
54
Hoofdstuk 9 Conclusie In dit bestemmingsplan is nadrukkelijk aandacht besteed aan de ruimtelijke, stedenbouwkundige en milieukundige effecten van het initiatief. Er is gemotiveerd aangetoond dat het initiatief zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden in het plangebied en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk planologische beleid en de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieukundige deelaspecten onderzocht. Gebleken is dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering oplevert voor een goede ruimtelijke ordening. Mede door middel van deze bestemmingsplantoelichting is nu een planologische en juridische basis gelegd om het initiatief te kunnen realiseren.
55
56
Bijlagen bij toelichting
57
58
Bijlage 1 Ladder toets kantoorruimte Rosmalense Plas en De Brand
59
60
Bijlage 2 Natuurtoets 's-Hertogenbosch
Brabantse
61
Poort
62
Bijlage 3 Quickscan, soortenbescherming Aanleg fietspad Rosmalense Plas
63
64
Bijlage 4 BEA - Fietspad Rosmalense Plas
65
66
Bijlage 5 Onderzoek Rosmalense Plas
externe
67
veiligheid
68
Bijlage 6 Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico, plangebied Rosmalenseplas, (als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien.
69
70
Bijlage 7 Advies Rosmalense Plas
Veiligheidsregio
71
72
Bijlage 8 Ontwerp beeldkwaliteitsplan Werklandschap Rosmalense Plas Herziening kantorenstrook
73
74
Bijlage 9 Stikstofdepositie gebruiksfase en aanlegfase Rosmalense Plas
75
onderzoek Werklandschap
76
Regels
77
78
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas van de gemeente 's-Hertogenbosch. 1.2 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.4 bebouwingspercentage: een op de kaart of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft, dat maximaal bebouwd mag worden. 1.5 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke.
bedrijfsruimte,
inclusief
de
1.6 Besluit externe veiligheid inrichtingen Het besluit externe veiligheid inrichtingen zoals deze is vastegsteld op 27 mei 2004 en bekend gemaakt in de staatscourant nummer 2005 op 10 juni 2004. 1.7 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.8 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0796.0002502-1401 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen.
79
1.9 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.11 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.12 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.13 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.14 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel. 1.15 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.16 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.17 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.18 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.19 geluidzoneringsplichtige inrichtingen inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid van het Besluit omgevingsrecht, zoals deze luidt op het moment van vaststelling van het plan. 1.20 hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht. 1.21 horeca horeca van categorie 1: een bedrijf dat is gericht op het bieden van logies en hotels;
80
horeca van categorie 2: het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf, waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, automaten, broodjeszaken en dergelijke); horeca van categorie 3: een bedrijf dat is gericht op het ter plaatse verstrekken van dranken, waaronder feestzalen; horeca van categorie 4: 1. elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die in belangrijke mate is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; 2. inrichtingen waarin een speelautomatenhal zoals bedoeld in de wet op de kansspelen wordt uitgeoefend, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
1.22 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.23 natuurwaarden De aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden. 1.24 ondergeschikte functie: functie waarvoor maximaal 35% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt. 1.25 ondergronds beneden het peil. 1.26 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces. 1.27 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.28 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.29 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond. 1.30 voorste perceelsgrens de naar de weg gekeerde perceelsgrens.
1.31 voorgevelrooilijn: a. langs een wegzijde met een regelmatige ligging of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft;
81
b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a. bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn op 10 meter uit de as van de weg. 1.32 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen, gemalen, en inlaten).
82
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen gebouwen tezamen. 2.5 peil: a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
83
84
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3
Kantoor
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': mede voor een parkeervoorziening onder het gebouw; c. aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen a. voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd. b. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2021; c. als de beleidsregels als bedoeld onder b wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; b. terplaatse van de specifieke bouwaanduiding 'dakterras' zijn dakterrassen ten behoeve van de bestemming 'Kantoor' toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. de dakterrassen mogen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; 2. de hoogte van terrasafscheidingen op het dak mag niet meer bedragen dan 1,00 meter, gemeten ten opzichte van de vloer waarop wordt gebouwd en worden uitgevoerd in een open transparante constructie; c. ter plaatse van de aanduiding 'minimum bebouwingspercentage terrein' geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag niet minder bedragen dan op de verbeelding als 'minimum bebouwingspercentage terrein' is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'minimale-maximale bouwhoogte' geldt het volgende: 1.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding als "maximum bouwhoogte" is aangegeven; 2. de bouwhoogte mag niet minder bedragen dan op de verbeelding als "minimum bouwhoogte" is aangegeven; 85
e. ter plaatse van van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-2 (sba-2)' mag de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedragen dan 7,5 meter. f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwingsrichting' gelden het volgende: 1. ten minste één deel van de naar de A2 gekeerde gevel moet in de naar de A2 georiënteerde bouwgrens worden geplaatst en; 2. als het gebouw een rechte gevel naar de A2 heeft, moet deze evenwijdig aan de naar de ontsluitingsweg gekeerde gevellijn worden geplaatst. g. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen van ondergeschikte aard, zoals een fietsenberging, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 per bouwperceel; de maximale bouwhoogte van deze gebouwen is 3 meter; 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen is vanaf de voet gemeten 1,2 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter; 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de handhaving van de oorspronkelijke parcellering (i.g.v. beschermde stadsgezichten).
3.4 Afwijken van bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder c sub 1 tot een minimum van 70% bebouwingspercentage mits de verkleining de bebouwingspercentage het stedenbouwkundig beeld van de omgeving, de landschappelijke inpassing en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast; 3.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder a. voor de vestiging van bedrijven die vallen onder, of die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven zoals genoemd in, categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein 2, mits deze qua bedrijvigheid, uitstraling en omvang passen bij het kantoorachtige karakter.
86
Artikel 4
Natuur
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ecologische verbindingszone met waterlopen; b. natuurgebied; c. terplaatse van de aanduiding "specifieke vorm van natuur - fietspad" een fietspad met een breedte van 3 meter; d. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals sportvoorzieningen, speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen bijbehorende verhardingen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van een gebouw mag ten hoogste 50 m2 bedragen; b. de bouwhoogte mag ten hoogste 3 meter bedragen. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; 2. het aanplanten of kappen van bomen en/of houtgewassen; 3. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 200 m2; 4. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden; 5. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik en het educatief medegebruik; 6. het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen; 7. het aanbrengen van drainage; 8. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport -, energie – en/of communicatieleidingen. b. Het onder a. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De onder a.
genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurwetenschappelijke en/of landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden. 4.4 Specifieke gebruiksregels a. De gerealiseerde voorzieningen ten behoeve van de natuur dienen als zodanig te worden gehandhaafd. b. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. 4.5 Afwijking van de gebruiksregels Het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in lid 4.4, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.