CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas (toelichting en regels)

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas19.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

87

Artikel 5

Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

water; waterberging; groenvoorzieningen; natuur; ter plaatse van de aanduiding 'brug': mede een brug van maximaal 5 meter; ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone': mede het behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige of potentiële natuurwaarden; g. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals openbare verblijfsvoorzieningen, steigers, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, voet- en fietspaden, taluds, bermen, kunstwerken, oeverbeschoeiingen en kademuren 5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Op of in deze grond mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 meter. b. In afwijking van hetgeen onder a bepaald mag de hoogte van een brug niet meer bedragen dan 6 meter. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'ecologische verbindingszone' zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: 1. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen van gronden; 2. het wijzigen van de waterhuishouding of de grondwaterstand en/of het vergroten van de toe- of afvoer van water door bijvoorbeeld het afdammen, stuwen, bemaling en onderbemaling, het draineren van gronden, en het graven, dempen of anderszins vergroten en verbeteren van waterlopen, sloten en greppels, anders dan ten gevolge van een uitwerkingsplan voor natuur en landschap. b.

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden kan slechts worden verleend indien de in de bestemmingsomschrijving van deze bestemming omschreven waarden niet onevenredig worden aangetast en de werken voor de naast liggende gebieden geen onevenredig nadelige gevolgen hebben. c. Geen vergunning is vereist voor: 1. werken van geringe omvang; 2. werken het normale onderhoud betreffen; 3. werken ten behoeve van behoud, herstel en /of versterking van aanwezige of potentiële natuurwaarden; 4. werken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

88

Artikel 6

Leiding - Hoogspanningsverbinding

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van bovengrondse hoofdtransportleidingen, met een strook van 25 meter ter weerszijden van de aangeduide leiding. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 6.2 Bouwregels a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd met een maximum hoogte van 43 meter; b. op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken, c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de bovengrondse hoofdtransportleiding, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd, mits vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de leidingbeheerder/directeur van het energiebedrijf. 6.4 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de bovengrondse hoofdtransportleiding en toestaan dat de gronden gebruikt worden conform de basisbestemming, mits vooraf schriftelijk advies is ingewonnen van de leidingbeheerder/directeur van het energiebedrijf. 6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden a.

Het is verboden op de tot Leiding - Hoogspanningsverbinding bestemde grond, zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: 1. het aanbrengen en/of rooien van hoogopgaande beplanting of bomen; 2. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte door ontgrondingswerkzaamheden, ophoging of andere graafwerkzaamheden; 3. het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 6.1 omschreven bestemming; 4. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; 5. het aanleggen van zonneparken; 6. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter; 7. het opslaan van materialen of stoffen; 8. het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld -en weghoogte; 9. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen 89

b. Het in lid 6.6 onder a vervatte verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. welke betreffen het normale onderhoud en beheer van de hoogspanningsverbinding; 2. die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn. c. De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 6.6 onder a zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de hoogspanningsverbinding en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan. d. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 6.6 onder a wordt schriftelijk advies ingewonnen van de leidingbeheerder / directeur van het energiebedrijf.

90

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

91

Artikel 8

Algemene bouwregels

a. Bij de toepassing van de bouwregels in dit plan worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter. b. Bouwwerken die op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan met een daartoe verleende vergunning binnen het plangebied aanwezig of opgericht zijn of kunnen worden opgericht maar die in strijd zijn met dit bestemmingsplan, worden geacht aan dit bestemmingsplan te voldoen. c. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2021; d. Als de beleidsregels als bedoeld onder c wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden

92

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemmingen van dit plan. b. Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd en gehandhaafd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2021. c. Als de beleidsregels als bedoeld onder b wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden.

93

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

a. Het bevoegd gezag kan, mits het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast, met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding: 1. voor een vermeerdering of vermindering van maten en normen tot 10% van die maten en normen; 2. voor een geringe afwijking van plaats en richting van bestemmingsgrenzen als dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waarin een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; 3. voor een grotere bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer tot een bouwhoogte van 10 meter; 4. voor een grotere bouwhoogte van gebouwen vanwege plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, onder de volgende voorwaarden:  de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging is 10% van het dakoppervlak;  de maximale hoogte van de plaatselijke verhoging is 4 meter. b.

Het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in artikel 9, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

94

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11

Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

95

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas.

96

Bijlagen bij regels

97

98

Bijlage 1 Staat van bedrijventerrein 1 SBI-CO Nummer DE

Bedrijfsactiviteiten Afstanden in meters

Omschrijving

Geur

CA TE GO RIE

Stof

Geluid

Gevaar

Grootste afstand

01

-

LANBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW

014

0

Dienstverlening landbouw

014

1

- algemeen (o.a. loonbedrijven(: 30 b.o. > 500 m2

10

50

10

50

3.1

014

2

- algemeen (o.a. loonbedrijven(: 30 b.o. <= 500 m2

10

30

10

30

2

014

3

plantsoendiensten en 30 hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m2

10

50

10

50

3.1

014

4

lpantsoendiensten en 30 hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m2

10

30

10

30

2

15

-

VERVAARDIGING VOEDINGSMIDDELEN DRANKEN

151

0

Slachterijen en vleesverwerking:

t.b.v.

de

VAN EN overige

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785504/1