Bijlage 1A jaarstukken 2022__14999196__ (002)
Tekst van het document
ODBN Jaarstukken 2022
Wat heeft het in 2022 gekost? REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING NA WIJZIGING 2022
Personeel en inhuur
6.592
6.103
6.207
5.136
Opleiding en loopbaanbegeleiding
267
536
558
524
Dienstreizen & woon-werkverkeer
293
577
301
329
Overige personele kosten
370
291
381
339
Organisatie
130
194
164
172
Huisvesting
590
711
707
682
Kantoor
64
136
98
108
1.755
1.693
2.134
2.097
Vervoermiddelen
31
82
4
24
Extern onderzoek / advies
128
228
144
177
Overige kosten
380
102
47
38
10.598
10.653
10.746
9.627
0
100
100
0
10.598
10.753
10.846
9.627
Bijdrage personeel
67
0
64
203
Overige baten
3
0
0
19
TOTAAL BATEN
70
0
64
222
-10.528
-10.753
-10.782
-9.405
BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000
Informatisering / automatisering
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
Het betreft een mix van ervaren medewerkers en onervaren medewerkers. Die laatste groep bestaat onder andere uit vele trainees (schoolverlaters én zij-instromers), die de werkzaamheden nog volledig moeten leren. Het valt op dat de meeste nieuwe medewerkers op zoek zijn naar werk met meer maatschappelijke waarde. Dit benutten we uiteraard in ons voordeel bij de werving en selectie van nieuwe medewerkers.
39
Onvoorzien TOTAAL LASTEN
SALDO
REKENING 2022
Klachtenregeling In 2022 zijn er 6 externe klachten ontvangen over het handelen van (medewerkers van) de ODBN. De klachten hadden betrekking op Samen Sterk in Brabant (2), team provincie (3) en team specialisten (1). De klachten zijn in behandeling genomen met inachtneming van de afspraken uit onze (externe) klachtenregeling. De ODBN streeft naar een snelle en informele afhandeling van de binnengekomen klacht, in goed overleg met de klager. In 2022 is het gelukt om vier van de zes klachten informeel af te handelen. De andere twee klachten zijn formeel afgehandeld door een brief van de directeur. Deze klachten waren ingediend door een burger die regelmatig klachten indient bij de ODBN en andere overheidsorganisaties. Zijn klachten werden ongegrond verklaard. In 2022 heeft de Nationale Ombudsman geen klachten over de ODBN in behandeling genomen.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
40
2 Paragrafen
41
2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden niet meegenomen omdat deze door het algemeen bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen.
Inventarisatie risico’s Aan het begin van 2022 is een nieuwe actualisatie van het risicoprofiel van de ODBN uitgevoerd. Hierbij zijn alle financiële risico’s meegenomen die, na het nemen van beheersmaatregelen, nog steeds een mogelijke financiële impact hebben die niet uit de reguliere exploitatie gedekt kan worden. Risico’s die afgedekt worden door bijvoorbeeld een verzekering, een voorziening of een bestemmingsreserve, zijn in dit overzicht buiten beschouwing gelaten. Immers door het treffen van deze maatregelen wordt de financiële impact gemitigeerd. Voor een geactualiseerd overzicht van alle risico’s wordt verwezen naar bijlage 1 van deze jaarrekening.
Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact in één jaar vermenigvuldigd is met 2. Dit hebben we gedaan vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of te verwerken in de begroting. Dit principe is ook opgenomen in de “Nota weerstandsvermogen en risicomanagement” die in december 2020 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Nieuw risico Concept Cao Op dit moment ligt er een voorlopig onderhandelingsresultaat voor een nieuwe cao 2023. Dit conceptakkoord zal vertaald worden in de begroting 2023. Echter de achterban van de onderhandelende partijen moet nog instemmen met het akkoord. Wanneer er geen instemming bereikt wordt, zal er opnieuw onderhandeld moeten worden voor een nieuw akkoord. De kans bestaat dat de aanpassingen in de begroting 2023 dan onvoldoende zijn om de financiële gevolgen van een dat akkoord op te vangen. De financiële impact van dit risico kan vrij fors zijn. De kans wordt laag ingeschat, conform ons risicomanagement beleid is de laagste inschatting 25%.
Bij het bepalen van de impact van het risico is rekening gehouden met de kans van optreden van het risico. De impact van het risico wordt daardoor bepaald door de ingeschatte financiële jaaromvang te vermenigvuldigen met de kans van optreden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
42
Gestegen risico’s Onevenredige stijgende tarieven op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan. We zien steeds vaker dat het lastig is om de juiste mensen op diverse plekken te vinden. Het komt steeds vaker voor dat op vacatures geplaats via werkeninnoordoostbrabant.nl geen of slechts zeer beperkt reactie komt. Het maakt dat de keuzevrijheid om een indexering van tarieven niet te accepteren beperkter wordt. Om ons heen zien we de eerste bureaus al die de tarieven met meer indexeren dan in de begroting 2023 rekening is gehouden. Daarom zijn zowel de kans als het bedrag verhoogd. Onevenredige prijsstijgingen De onrust in de wereld leidt op diverse fronten tot het flink stijgen van de prijzen. Door goed contractmanagement hebben we de effecten in 2022 nog weten te beperken en zijn de meeste stijgingen binnen de lopende begroting opgevangen. Aangezien de inflatie hoog blijft, en fors hoger ligt dan het indexeringspercentage dat we in de begroting 2023 hebben opgenomen, hebben we voor dit punt de berekening aangepast. Het aandeel van de begroting van de ODBN dat prijsgevoelig is, is ongeveer € 5.500.000. Verdwenen en verminderde risico’s Ten opzichte van het risicoprofiel zoals dit gepresenteerd is bij de begroting 2023 zijn er geen risico’s die van omvang/kans verminderd zijn of dit geheel van de lijst verdwenen zijn.
Door het grote nieuwe risico van de nieuwe cao daalt de weerstandsratio voor de ODBN aanzienlijk en komt deze met de huidige stand van de Algemene reserve uit beneden de gewenste grens van 1,0. Daar zijn 2 kanttekeningen bij te plaatsen: 1. 2.
De ratio zit met 0,83 nog binnen de bandbreedte van 0,75 en 1,5 die in het ‘beleid risicomanagement en weerstandsvermogen’ uit december 2020 is vastgesteld. In deze jaarrekening wordt voorgesteld om een bedrag van € 988.000 toe te voegen aan de algemene reserve, juist om de grote impact van een nieuwe cao in 2023 te dempen. Wanneer we dit bedrag toevoegen aan de Algemene Reserve, dan stijgt de weerstandsratio naar 1,28 en is deze weer boven de gezonde norm van 1,0.
Wel zullen we in de komende periode de ontwikkelingen rondom de nieuwe cao goed monitoren en het bestuur informeren over de consequenties van de cao. Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
Totale omvang Netto-risico's
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsratio
Benodigde weerstandscapaciteit
Opbouw van de weerstandsratio. NAAM
BEGROTING 2022
JAARREKENING 2022
Algemene reserve op 01-01
1.852.238
1.852.238
Risicoprofiel
1.234.000
2.226.800
1,5
0,83
WEERSTANDSRATIO
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
REKENING 2021
BEGROTING 2022
JAARREKENING 2022
Netto schuldquote
-50%
-25%
-27%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-50%
-25%
-27%
Solvabiliteitsratio in %
47%
46%
45%
Structurele exploitatieruimte
1,2%
1%
2,4%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote: De netto schuldquote geeft aan of de ODBN in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODBN ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe lager dit percentage is, hoe minder de schuldenlast op een organisatie drukt. De ODBN heeft geen langlopende leningen, alleen kortlopende openstaande crediteuren. Daarmee is er weinig druk op de exploitatieruimte voor het voldoen aan de schuldenverplichting en geeft het een indruk van de goede financiële uitgangspositie voor de ODBN.
ODBN Jaarstukken 2022
43
2.2 Paragraaf Financiering
44
45
Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s.
Renterisico
Solvabiliteitsratio: Deze ratio geeft weer in welke mate de ODBN in staat is op ‘langere’ termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de ODBN. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODBN. Voor de ODBN geldt dat er geen langlopende schulden zijn. Bedrijfsmatig wordt een bedrijf als financieel gezond gezien, wanneer de solvabiliteit tussen de 25% en 40% ligt. De ODBN valt met een solvabiliteit van 45% ruimschoots boven deze richtlijn.
Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen.
In het gemeenschappelijke toezichtkader van de provincie wordt voor gemeenten het percentage van 50% gehanteerd voor de meest gezonde organisaties. Met 45% solvabiliteit scoren we hoog in de 2e categorie van bedrijven. Vooral de hoge voorzieningenpositie heeft invloed op dit percentage. Deze voorzieningenpositie is vooral gevormd voor het eeuwigdurend onderhoud van de stortplaats Voortse Heide. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Met een structurele exploitatieruimte van 2,4% geeft aan dat de verhouding tussen structurele lasten en de structurele dekking hiervoor goed geregeld is. Conclusie Op basis van de financiële kengetallen is te stellen dat de financiële uitgangspositie van de ODBN als goed en stabiel te kwalificeren is. Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
46
Kasgeldlimiet
Renteresultaat treasury
Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt.
In het Besluit Begroting en Verantwoording is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de manier waarop deze rente wordt toegerekend aan investeringen. Aangezien de ODBN geen leningen heeft afgesloten, wordt er ook geen rente betaald. In 2022 zijn er ook geen leningen verstrekt, waardoor er ook geen rentebaten ontvangen zijn. Dit betekent dan ook dat er geen rente kan worden toegerekend aan de investeringen en daarmee is er geen renteresultaat.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. KASGELDLIMIET UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
A. Gemiddeld vlottend overschot
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
OMSCHRIJVING
47
BEDRAG
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
€ 0,-
b
Externe rentebaten
€ 0,-
SALDO EXTERNE RENTELASTEN
€ 0,-
d
Interne eigen rente
€ 0,-
e
Toerekening rente via renteomslag
€ 0,-
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
€ 0,-
€ -19.414.144,74
Ultimo 1e kwartaal
€ 3.320.880,62
€ 20.364.033,90
€ -17.043.153,27
Ultimo 2e kwartaal
€ 3.788.250,70
€ 25.207.901,74
€ -21.419.651,04
Ultimo 3e kwartaal
€ 3.140.739,15
€ 25.150.354,26
€ -22.009.615,10
Ultimo 4e kwartaal
€ 3.403.540,47
€ 20.587.700,03
€ -17.184.159,56
B. Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal
€
2.396.150,21 € 29.221.344,00
Percentage regeling
8,20%
C. Ruimte kasgeldlimiet Gemiddeld vlottend overschot (A)
€ -19.414.144,74
Kasgeldlimiet (B)
€
RUIMTE ONDER KASGELDLIMIET
2.396.150,21
€ 21.810.294,95
Volgens bovenstaande berekening bedraagt de kasgeldlimiet voor de ODBN in 2022 € 2.396.150,21. Het gemiddelde vlottende overschot bedroeg € -19.414.144. Daarmee bleef de ODBN ruim € 21,8 mln. onder de norm. Het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen is daarmee niet aan de orde.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
48
2.3 Paragraaf Bedrijfsvoering
Dit zien we ook terug in de cijfers van de ODBN (zie grafiek). De piek in het eerste kwartaal loopt synchroon met het loslaten van de coronamaatregelen, waardoor alle virussen weer vrij spel kregen. In december was er een griepgolf die landelijk leidde tot een verdubbeling van ziekmeldingen (bron: ArboNed en HumanCapitalCare).
Voor 2022 hebben we vooral ingezet op in continueren van de al ingezette koers. Vertraging in de ingang van de Omgevingswet en de daarmee samenhangende ingebruikname van het DSO en CLO hebben de bedrijfsvoering in 2022 ook geraakt.
In het eerste kwartaal van 2023 organiseren wij het preventief medisch onderzoek voor alle medewerkers, waarmee wij verwachten meer inzicht te krijgen in het algeheel welzijn van onze medewerkers, zodat we gepaste maatregelen kunnen nemen als dat nodig blijkt te zijn.
HRM In 2022 hebben we een toekomstbestendig HR-team gebouwd met nieuwe collega's. Dit betrof zowel vervangingsvacatures als uitbreiding. De nieuwe posities zijn ingericht vanuit het budget voor de drie strategische HR-pijlers.
Percentage
Dankzij deze nieuwe medewerkers wordt de HR-dienstverlening verder geoptimaliseerd en hebben we grote vooruitgang geboekt binnen de strategische HR-pijlers. Dit heeft o.a. geresulteerd in succesvolle impulsen in werving & selecte, een nieuw opleidingsbeleid en een opleidingsplan 2023 waarbinnen Arbo-opleidingen en OW een prominente plaats hebben. Dit alles draagt eraan bij dat we onze personele capaciteit op peil kunnen houden en dat onze medewerkers veilig en gemotiveerd kunnen werken. In 2022 is gestart met het project om de kwaliteitscriteria structureel en continu te kunnen valideren en borgen binnen de ODBN. Het is de verwachting dat in 2023 gestart wordt met de uitvoering. Ziekte verzuim Het verzuimpercentage in 2022 is gestegen naar 6,3%. Dit is een stijging van 0,5% ten opzichte van 2021. De benchmarkcijfers van Gemeenten zijn nog niet bekend op het moment van schrijven. Wel is bekend dat het verzuim landelijk vooral hoger lag in het eerste kwartaal en in december.
Formatieomvang De gemiddelde bezetting in 2022 bedroeg 296,71 fte (2021: 269,3), waarvan 66,7fte (2021: 47,6) werd ingehuurd. Daarmee was de flexschil 22,5% (2021: 17,6%). Planning en control Voor het verder op orde krijgen en in control zijn is het belangrijk dat informatie uit systemen eenvoudig met elkaar te delen en te matchen zijn. In 2022 hebben we verder gewerkt aan het digitaal verwerken van informatie door middel van koppelingen tussen systemen. Met de komst van het nieuwe systeem voor vergunningverlening en handhaving hebben we de bestaande koppeling hernieuwd en daarmee een verdere stap gezet in het delen van informatie tussen het inhoudelijke systeem en het tijdschrijfsysteem. In 2023 zullen nieuwe versies van diverse koppelingen in gebruik genomen worden, waarmee informatie tussen het HRM-systeem en het vakinhoudelijke systeem met het financiële en tijdschrijfsysteem gedeeld kunnen gaan worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
49
50
De ICT-architectuur (hard- en software) heeft nu bijna de fase van consolidatie bereikt, alle medewerkers zijn voorzien van een mobiel device (laptop of iPad en iPhone) en dus niet meer (op enkele uitzonderingen na) afhankelijk van een “fysiek” kantoor. In 2022 hebben we de noodzakelijke voortdurende aandacht voor Informatiebeveiliging en – veiligheid geborgd door de noodzakelijke aanpassingen te doen zoals: a. b.
De vervanging van hulpmiddelen van de leden van het crisisteam en toezichthouders in het veld die voldoen aan alle eisen om deze bijzondere werkzaamheden te ondersteunen; Implementeren van “beveiligd mailen”. Implementeren van extra beveiligingsmaatregelen om continuïteit te waarborgen.
Data gestuurd werken We gaan steeds verder in het ontsluiten van onze data. Het ontwikkelde Data Warehouse waar al onze data samenkomt en dus ook benaderbaar is, is de basis. In 2022 is dit verder uitgebouwd en kunnen we door middel van nieuwe technieken betere rapportages en dashboards opleveren. Ook het samenwerken met de andere Brabantse OD’s neemt hierbij een vlucht. Alle Brabantse OD’s zitten intussen op een soortgelijk dataplatvorm.
Informatisering en automatisering Digitalisering In 2022 hebben we verdere stappen gezet naar de digitale transformatie door betere dashboards (nu nog intern gericht) op te leveren. Er is besloten afscheid te gaan nemen van Cognos en te gaan migreren naar Power BI. Power BI biedt meer mogelijkheden en is veel gebruikersvriendelijker voor de eindgebruiker. De eerste Dashboards zijn al opgeleverd. De GEO-App is verder ontwikkeld en de eerste robots (softbots) doen hun werk, wat platgeslagen betekent: het automatiseren van repetitieve handelingen door software ook wel ‘softbots’ genoemd. In 2023 en verder zullen we dit verder uitbouwen waarbij we ook gebruik maken van de kennis die is opgedaan bij onze collega OD’s. Een voorwaarde is dat de datakwaliteit maximaal is. Dat betekent dat het op de juiste manier vastleggen aan de bron maximaal in de processen verankerd moet zijn. Door goede afspraken te maken welke kerngegevens we vast leggen kunnen we dit realiseren. Controle op die kwaliteit is dan essentieel en aan het einde van 2022 hebben we hiervoor maatregelen genomen die in 2023 gerealiseerd zullen worden.
Zorgvuldig omgaan met data en de opgeslagen informatie is essentieel om te kunnen voldoen aan alle eisen op het gebied van informatieveiligheid. We zijn intussen compliant met de BIO en AVG. In 2022 zijn alle nog openstaande technische oplossingen geïmplementeerd. Wet open overheid In 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Op grond van art. 3.5 van de Woo wordt in dit jaarverslag verantwoording afgelegd over de uitvoering van de beleidsvoornemens in het kader van de Woo. In juli 2022 is door het directieteam de memo 'Verkenning opgave Woo' vastgesteld. Daarmee is inzicht gegeven over de opgave waar we als ODBN voor staan. In 2022 zijn de rollen van de Woo-contactfunctionaris en een projectleider Woo belegd. In 2023 wordt de implementatie afgerond. Er is in 2022 één Woo-verzoek ingediend over de bewapeningsdiscussie van SSiB. Via onze website hebben we de documenten die daarop betrekking hebben actief openbaar gemaakt. Ook de belangrijke organisatiedocumenten (bijv. de kadernota, begroting en het werkprogramma) en alle vergaderdocumenten van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt via onze website.
Fundament Het vervangen van de primaire applicaties door Cloud en Software As A Service (SaaS)-oplossingen is ook in 2022 verder uitgebouwd. Zo is JOIN (het DMS) nu ook volledig in de Cloud. De gevolgen van het uitstel van de Omgevingswet naar, waarschijnlijk, 1 januari 2024 hebben ook gevolgen voor het gebruik maken van het DSO wat daaraan is verbonden. Er is toch besloten om de nieuwe VTHapplicatie in fases in productie te nemen maar dan onder het regime van de WABO. Per 1 april 2023 zal de applicatie volledig operationeel zijn.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
51
52
PROGRAMMA 3 | BEDRIJFSVOERING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT
2.4 Paragraaf Verbonden Partijen
Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft.
Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2022 was geraamd op € 77.851, -.
Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
53
Eigen vermogen: per 1-1-2021 € 974.598 per 31-12-2021 € 1.405.076 (inclusief resultaat 2021) Financiële informatie
Vreemd vermogen: per 1-1-2021: € 1.008.732 per 31-12-2021: € 1.139.796 Resultaat 2021: € 568.702
Eventuele risico's
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Niet van toepassing
ODBN Jaarstukken 2022
54
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN: de 10 gemeenten (Gemeente Bernheze, Gemeente Boekel, Gemeente Boxtel, Gemeente Maashorst, Gemeente Meierijstad, Gemeente Land van Cuijk, Gemeente Oss, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Sint-Michielsgestel en Gemeente Vught) in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
2.5 Niet van toepassing zijnde paragrafen
55
Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
ODBN Jaarstukken 2022
56
II Jaarrekening 2022
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
57
ODBN Jaarstukken 2022
58
3 Overzicht
59
3.1 Balans per 31 december 2022 ACTIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2021
31-12-2022
VASTE ACTIVA
PASSIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2022
31-12-2021
VASTE PASSIVA
Materiële vaste activa
1.494
1.677
Eigen vermogen
9.040
10.127
Investeringen met economisch nut
1.494
1.677
Algemene reserves
1.852
1.852
Bestemmingsreserves
6.200
6.706
Rekening resultaat
988
1.569
Voorzieningen
5.352
5.333
Langlopende schulden
0
0
Onderhandse leningen BWS
0
0
14.392
15.460
TOTAAL VASTE ACTIVA
1.494
1.677
VLOT TENDE ACTIVA 18.318
19.433
619
2.064
17.699
17.370
Overige vorderingen
0
0
Liquide middelen
104
304
VLOT TENDE PASSIVA
Banksaldi
104
304
Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar
3.079
3.190
Overlopende activa
45
92
Overige schulden (Crediteuren)
2.544
2.510
Nog te ontvangen bedragen
17
6
Overige schulden (rekening couranten)
530
601
Vooruitbetaalde bedragen
28
86
Tussenrekeningen Salarissen
5
79
Te verrekenen bedragen
0
0
Overlopende passiva
2.489
2.856
Verplichtingen
1.804
2.779
685
77
Overige vooruit ontvangen bedragen
0
0
TOTAAL VLOT TENDE PASSIVA
5.568
6.046
TOTAAL GENERAAL
19.961
21.507
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan een jaar Vorderingen op openbare lichamen
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
TOTAAL VLOT TENDE ACTIVA
18.467
19.830
TOTAAL GENERAAL
19.961
21.507
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
TOTAAL VASTE PASSIVA
Vooruit ontvangen bedragen EU en NL-overheidslichamen
ODBN Jaarstukken 2022
60
61
3.2 Baten en lasten OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
3.3 Recapitulatie resultaat REKENING 2021
BIJGESTELDE BEGROTING 2022
BEGROTING 2022
REKENING 2022
LASTEN
REKENING 2021
BEGROTING 2022
BEGROTING NA WIJZIGING 2022
REKENING 2022
VERSCHIL
Totale lasten
27.737
27.526
30.389
29.062
1.327
V
28.021
27.561
29.198
27.975
-1.222
N
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
Individuele dienstverlening
14.806
14.445
16.851
16.929
Totale baten
Regionale dienstverlening
2.332
2.327
2.692
2.506
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
283
34
-1.191
-1.087
105
V
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
17.139
16.773
19.543
19.435
Storting in reserves
1.449
0
48
159
-24
V
Bedrijfsvoering
10.598
10.653
10.746
9.627
Onttrekking uit reserves
2.735
0
2.258
2.234
-111
N
0
100
100
0
RESULTAAT VÓÓR BELASTING
1.569
34
1.018
988
-30
N
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
10.598
10.753
10.846
9.627
Vennootschapsbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
27.737
27.526
30.389
29.062
RESULTAAT NA BELASTING
1.569
34
1.018
988
-30
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2021
BEGROTING 2022
HERZIENE BEGROTING 2022
REKENING 2022
Individuele dienstverlening
24.818
24.283
25.875
24.419
Regionale dienstverlening
3.132
3.277
3.259
3.334
27.951
27.561
29.134
27.753
Bedrijfsvoering
70
0
64
222
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
70
0
64
222
28.021
27.561
29.198
27.975
REKENING 2021
BEGROTING 2022
HERZIENE BEGROTING 2022
REKENING 2022
Totale lasten exploitatie
27.737
27.526
30.389
29.062
Totale baten exploitatie
28.021
27.561
29.198
27.975
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
283
34
-1.191
-1.087
Onttrekking aan reserves
2.735
0
2.258
2.234
Storting in reserves
1.449
0
48
159
RESULTAAT NA BESTEMMING
1.569
34
1.018
988
Onvoorzien
BATEN
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
N
62
63
3.4 Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2021
BEGROTING 2022
HERZIENE BEGROTING 2022
TOTAAL
PROGRAMMA’S
OVERHEAD
Personeel en inhuur
22.961
22.313
23.615
22.420
17.284
5.136
Opleiding en loopbaanbegeleiding
339
598
620
570
441
130
Dienstreizen & woonwerkverkeer
293
577
301
329
255
75
Overige personele kosten
394
315
406
389
301
88
Organisatie
504
194
164
172
133
39
Huisvesting
589
701
707
682
0
682
Kantoor
64
146
98
108
0
108
REKENING 2022
Daarnaast hebben we gezien in 2022 dat het aantal uren in de productie behoorlijk gestegen is. Doordat er meer uren verkocht zijn, komt er ook meer budget beschikbaar voor de overhead. Zoals bij de eerste bestuursrapportage al was aangegeven, is dit extra gegenereerde budget in 2022 niet nodig geweest.
3.5 Nacalculatorisch tarief De begroting 2022 is opgesteld met een gemiddeld tarief van € 101,21, waarvan € 36,37 voor de overhead bestemd was. Nu de jaarrekening 2022 is afgerond, kunnen we het nacalculatorisch tarief bepalen. BEREKENING UURTARIEF 2022
PROGRAMMA'S
OVERHEAD
Totaal lasten
20.466.801
8.594.687
Resultaat
763.262
224.304
Lasten niet gedekt door uren
2.132.945
621.684
19.097.118
8.197.307
Informatisering / automatisering
1.755
1.693
2.134
2.097
0
2.097
Vervoermiddelen
165
252
174
162
138
24
Gerealiseerde declarabele uren
279.443
279.443
Extern onderzoek / advies
129
228
144
177
0
177
GEMIDDELD TARIEF 2021
€ 68,34
€ 29,33
Overige kosten
544
407
1.925
1.954
1.916
38
SUBTOTAAL
27.737
27.426
30.289
29.061
20.467
8.595
0
100
100
0
0
0
27.737
27.526
30.389
29.061
20.467
8.595
Onvoorzien TOTAAL LASTEN
TOTAAL LASTEN TE DEKKEN VIA TARIEVEN
TOTAAL 29.061.488
29.061.488
€ 97,67
Doordat in realiteit de verhouding in de bezetting tussen overhead en primair proces anders was dan in de begroting geraamd, zie je een verschuiving optreden in het nacalculatorisch tarief van overhead naar primair proces.
Om het algemeen bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, is vanaf 2017 in het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht om de overhead apart te verantwoorden en niet meer als integrale kostprijs op te nemen in de programma’s. Bovenstaande tabel is opgesteld op basis van de benchmarkmethodiek waarop de jaarcijfers 2019 van de drie omgevingsdiensten vergeleken zijn. Hiermee komen de overhead kosten uit op 29,6% van de totale kosten. In 2022 is het percentage behoorlijk verlaagd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt vooral doordat de benchmarksystematiek consequent is toegepast.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
64
4 Toelichting
65
4.1 Waarderingsgrondslagen jaarrekening Algemeen De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV). Waardering van activa en passiva De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel, daar wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd: TYPE ACTIVA
AFSCHRIJVINGSTERMIJN
Parkeerterrein (inrichting)
15 jaar
Kantoormeubilair
10 jaar
Straalverbinding
10 jaar
ICT-hardware
5 jaar
ICT - laptops en telefoons
3 jaar
ICT-software
3 jaar
Bedrijfsauto’s
5 jaar
Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. Immateriële vaste activa De ODBN bezit geen immateriële vaste activa.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Materiële vaste Activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Financiële vaste activa De ODBN bezit geen financiële vaste activa. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.
Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies.
In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.’
ODBN Jaarstukken 2022
66
67
Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in, uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met een looptijd < 1jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, voorzieningen, en langlopende schulden (met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer). Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het algemeen bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd (rekening resultaat).
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. Langlopende schulden Langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De ODBN heeft geen “eigen” langlopende schulden. Vanuit de uitvoering van taken van het voormalig RMB zijn hier de onderhandse leningen, i.v.m. het Besluit Woning gebonden Subsidies (BWS), opgenomen. Per ultimo boekjaar 2017 bestaan deze schulden niet meer.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In de presentatie van de baten en lasten wordt voldaan aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Door gewijzigde regelgeving wordt de overhead vanaf 2017 apart in beeld gebracht onder hoofdstuk bedrijfsvoering. De overhead is bepaald op basis van de notitie overhead van het BBV. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van de aan de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Een voorbeeld daarvan is de verplichting wegens verlofdagen. Indien echter de verplichting sterk fluctueert, zal de last (of bate) die gerelateerd is aan deze fluctuatie in het jaar van ontstaan opgevoerd worden en zal de toename van de verplichting op de balans opgevoerd worden. Onlangs is er door de commissie BBV een nieuwe nota uitgebracht met daarin aanwijzingen hoe omgegaan moet worden met het treffen van een voorziening voor verlofdagen. Nu het via de cao mogelijk is geworden om verlof te gaan sparen, moet voor het saldo van het verlofsparen een voorziening getroffen worden.
ODBN Jaarstukken 2022
68
69
4.2 Toelichting op de balans per 31 december 2021
Uitzettingen korter dan één jaar Deze post is als volgt samengesteld.
In deze paragraaf wordt op alle onderdelen van de balans de toelichting gegeven.
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
4.2.1 Activa Materiële vaste activa € 1.493.646 In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie van de ODBN is een gedetailleerdere specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. STAND PER 31-12-2021
VERMEERDERING 2022
VERMINDERING 2022
AFSCHRIJVING IN 2022
BOEKWAARDE 31-12-2022
Bedrijfsgebouwen
588
0
0
65
523
Inrichting en inventaris kantoorgebouwen
620
22
0
79
562
Automatisering
470
121
0
181
409
1.677
142
0
326
1.494
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA
Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Rekening-courant verhoudingen met het Rijk TOTAAL UITZET TINGEN
€
VOORZIENING ONINBAAR
STAND PER 31-12-2022
BOEKWAARDE 31-12-2021
18.318.061
BOEKWAARDE 31-12-2022
2.064
668
50
619
0
0
0
17.370
17.699
17.699
19.433
18.368
50
18.318
Vorderingen op openbare lichamen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen is in 2022 gedaald naar € 618.978. Het gaat hier vooral om de nog openstaande eindafrekeningen over het jaar 2022. Voor de voorzichtigheid hebben we een voorziening dubieuze debiteuren opgenomen van € 49.500. Deze voorziening is vergelijkbaar met 2021. Binnen de administratie is een specificatie van het bedrag van de openstaande vorderingen aanwezig. Schatkistbankieren Onder rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht hieraan deel te nemen. Dit heeft tot gevolg dat alle saldi van de ODBN geregistreerde bankrekeningen worden afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de organisatie en bedroeg in 2022 € 1.000.000.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
70
71
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2022 zijn er een aantal dagen geweest dat het saldo van de lopende rekening hoger was dan het drempelbedrag. Deze hebben niet geleid tot een overschrijding van het gemiddelde drempelbedrag.
Liquide middelen € 103.709 Deze post bestaat uit het totaal van de middelen op de 2 lopende rekeningen bij de Rabobank. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN, VERSLAGJAAR 2021
BOEKWAARDE 31-12-2021
STAND PER 31-12-2022
Banksaldi Rabobank
304
104
TOTAAL UITZET TINGEN
304
104
BEREKENING DREMPELBEDRAG ( X € 1.000) a
Begrotingstotaal verslagjaar
29.221
b
Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
29.221
c
Drempel is 7,5% van begrotingstotaal onder sub b
1
DREMPELBEDRAG
Overlopende activa € 45.121 Deze post bestaat uit het totaal van de middelen op de 2 lopende rekeningen bij de Rabobank. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
1.000
BEREKENING KWARTAALCIJFERS BUITEN RIJKSSCHATKIST
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
d
Som van de buiten Rijksschatkist aangehouden middelen
44.185
67.219
37.945
15.273
e
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2
KWARTAALCIJFERS OP DAGBASIS BUITEN SCHATKIST = D/E
491
739
412
171
STAND PER 31-12-2022
Nog te ontvangen bedragen
6
17
Vooruitbetaalde bedragen
86
28
Ter verrekenen bedragen
0
0
TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
92
45
Nog te ontvangen bedragen Onderstaande tabel betreft het verloopoverzicht 2021 van de nog te ontvangen bedragen: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
BOEKWAARDE 31-12-2021
BOEKWAARDE 31-12-2021
TOEVOEGINGEN
ONT VANGEN BEDRAGEN
BOEKWAARDE 31-12-2022
Diverse opbrengsten ODBN
6
0
0
6
Nog te ontvangen bedragen
0
10
0
10
TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN
6
10
0
17
ODBN Jaarstukken 2022
72
73
4.2.2 Passiva
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2022.
Eigen vermogen € 9.040.381 De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2022 als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2021
BOEKWAARDE 31-12-2022
Algemene reserve
1.852
1.852
Bestemmingsreserves
6.706
6.200
Rekeningresultaat
1.569
988
10.127
9.040
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
Reserves Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.
VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2021
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2022
Algemene reserve ODBN
1.852
0
0
1.852
TOTAAL ALGEMENE RESERVE
1.852
0
0
1.852
Bestemmingsreserve ISV
5.944
0
143
5.801
Bestemmingsreserve implementatie Omgevingswet
150
0
120
30
Bestemmingsreserve Informatiegestuurd werken
200
0
113
87
Bestemmingsreserve HR-instrumentarium
400
0
277
123
0
159
0
159
TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES
6.706
159
665
6.200
TOTAAL RESERVES
8.558
159
665
8.053
Reserves
Egalisatiereserve SSIB
Algemene reserves De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van minimaal 1,0. Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Binnen deze bandbreedte is niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren om de algemene reserve op hetzelfde niveau te krijgen als de streefwaarde. Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het algemeen bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren.
Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het algemeen bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
74
75
algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang en van de bestemmingsreserves. Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden. In de 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van de restant van de A-lijst woningen en voor de opzet van een projectorganisatie. Tot dusver is van deze € 2,5 miljoen € 924.887 onttrokken, daarvan is € 142.709 in 2022 onttrokken.
Reserve implementatie Omgevingswet Voor de implementatie van de Omgevingswet in alle onderliggende systemen op de landelijke voorzieningen is uit het jaarrekeningresultaat van 2020 een bestemmingsreserve gevormd van € 150.000. Deze middelen worden gebruikt om de eigen systemen en gekoppelde systemen aan te passen. In 2022 is een bedrag van € 120.000 uitgegeven voor de technische kant van de implementatie van het DSO. Daarmee resteert er nog € 30.000, - in de reserve per 31-12-2022. Reserve Informatiegestuurd werken Voor de verdere ontwikkeling van het Informatiegestuurd werken is uit het jaarrekeningsaldo 2020 een bestemmingsreserve gevormd voor het Informatiegestuurd werken. In 2022 is dit voortvarend opgepakt. Van de beschikbare gestelde middelen uit deze reserve is in 2022 € 113.381 uitgegeven. Daarmee resteert een bedrag van € 86.619, - in de reserve.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Reserve HR-instrumentarium Uit het jaarrekeningresultaat 2020 is een bestemmingsreserve gevormd voor het verder (door-) ontwikkelen van het HR-instrumentarium ad € 400.000. Deze reserve zal, conform besluitvorming op 10 november 2021 door het algemeen bestuur, in 2022 ingezet worden voor de 3 pijlers die in het strategische HR-beleid genoemd zijn. In 2022 is hier een grote start mee gemaakt door het aantrekken van extra capaciteit om deze projecten op te pakken. Deze capaciteit is in de begroting 2023 structureel geregeld. Omdat een deel van het jaar de capaciteit nog niet beschikbaar was, is een bedrag van € 150.000 uit deze reserve vrijgevallen ten gunste van het jaarrekeningresultaat. Daarnaast is door de latere invulling van de vacatures een aantal projecten doorgeschoven naar 2023. In 2022 is daarom een bedrag onttrokken van € 227.000. In de reserve resteert per 31-12-2022 een bedrag van € 123.000. Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves In 2021 vonden er geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan of van de reserves plaats. De onttrekkingen en toevoegingen waren incidenteel van aard. Rekeningresultaat € 987.739 Als gevolg van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 42) wordt het resultaat van het lopende jaar afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen.
Over de besteding van dit resultaat dient door uw algemeen bestuur een afzonderlijk besluit te worden genomen. De jaarrekening 2022 sluit met een voordelig resultaat van € 987.739. Voor een nadere toelichting van de totstandkoming van dit resultaat wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de baten en lasten over 2022. Voorzieningen € 5.352.027 De in de balans opgenomen post voorzieningen op het eind van 2021 is als volgt te specificeren: VERLOOP VOORZIENINGEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2021
ONTTREKKING
TOEVOEGING
STAND 31-12-2022
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening nazorg Voortse Heide
4.283
0
43
4.240
Voorziening ww-gelden
1.039
247
192
1.093
Voorziening transitievergoeding
12
43
35
19
TOTAAL VOORZIENINGEN ODBN
5.333
289
271
5.352
ODBN Jaarstukken 2022
76
77
Voorziening nazorg Voorste Heide De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van de geactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jaren zowel positief als negatief kan afwijken. Het bestuur is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de omvang van de voorziening.
Langlopende schulden De ODBN heeft geen langlopende leningen afgesloten.
Voorziening WW-gelden Wanneer er geen passende functie meer is voor medewerkers zal de werkgever, op basis van caoafspraken, medewerkers gedurende twee jaar begeleiden naar een andere baan. Het zgn. ‘Van Werk naar Werk’ Traject. Als dit traject niet het gewenste resultaat heeft wordt afscheid genomen. Deze medewerkers hebben recht op een WW-uitkering. De ODBN is zelfrisicodragend, wat betekent dat de WW-uitkering voor rekening komt van de voormalige werkgever. Conform de BBV-voorschriften moet hiervoor een voorziening worden getroffen voor toekomstige verplichtingen. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. Per saldo leidt dit in de jaarrekening van 2022 nog tot een bijstorting van € 247.000 om de voorziening weer op peil te brengen. Daarnaast is in 2022 voor een bedrag van € 192.000 aan uitkeringslasten betaald vanuit de voorziening. Voorziening transitievergoeding Als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 is een nieuwe voorziening gevormd. Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn. In 2022 zijn een hoop nieuwe medewerkers in dienst gekomen.
Dat maakt dat de totale lijst met tijdelijke contracten vergroot is. Daarom is in de jaarrekening 2022 de voorziening verhoogd naar € 19.170.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
VERLOOP LANGLOPENDE SCHULDEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2020
€
TOEVOEGING
0
ONTTREKKING
STAND 31-12-2021
Onderhandse lening van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
0
0
0
0
Waarborgsommen
0
0
0
0
TOTAAL LANGLOPENDE SCHULDEN
0
0
0
0
Kortlopende schulden € 3.078.902 De in de balans opgenomen post kortlopende schulden eind 2022 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2021
BOEKWAARDE 31-12-2022
Overige schulden (Crediteuren)
2.510
2.544
Overige schulden (Vereniging van contractanten)
601
530
Tussenrekening salarissen
79
5
3.190
3.079
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
ODBN Jaarstukken 2022
78
79
Overlopende passiva € 2.489.227 De in de balans opgenomen post overlopende passiva op het eind van 2022 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2021
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde Verplichtingen van vergelijkbaar volume
BOEKWAARDE 31-12-2022
2.779
1.804
77
685
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
0
0
TOTAAL OVERLOPENDE PASSIVA
2.856
2.489
Vooruitontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen De post vooruit ontvangen bedragen op het eind van 2022 is als volgt te specificeren:
SSiB 3.0
BOEKWAARDE 31-12-2021
TOEVOEGINGEN
AFNAME
BOEKWAARDE 31-12-2022
77.416
116.663
77.416
116.663
Specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH
0
199.822
45.968
153.854
Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving energiebesparingsplicht
0
427.969
13.264
414.705
TOTAAL VOORUIT ONT VANGEN BEDRAGEN
In onderstaande tabel hebben we de ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen’ inzichtelijk gemaakt. Deze hebben betrekking op langlopende overeenkomsten die de ODBN aangegaan is. In verband met de relevantie zijn in dit overzicht uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting minimaal een totaalwaarde van € 25.000, - heeft. OMSCHRIJVING
De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1
4.3. Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen
REKENING 2021
HUISVESTING Voor de huisvesting aan de Victorialaan 1 in 's-Hertogenbosch hebben we een meerjarige huurovereenkomst gesloten. Dit contract loopt tot en met 31 juli 2024 en daarmee bedraagt de verplichting voor de komende periode per einde balansdatum 2022 nog € 473.964,12.
473.964
LEASE WAGENPARK De ODBN heeft in 2022 het bestaande wagenpark al grotendeels vervangen door leaseauto's. De oude auto's worden naar verwachting voor 01-04-2023 nog vervangen voor nieuwe. Voor de nieuwe auto's geldt dat deze contracten lopen 8 jaar na aflevering van de auto. Daarmee bedraagt de verplichting voor de komende periode per einde balansdatum 2022 nog 318.280,58.
318.281
TOTAAL NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN
792.245
Vennootschapsbelasting In 2020 heeft nadere afstemming plaatsgevonden met de belastingdienst over een eventuele VPBplicht van de ODBN. De belastingdienst is tot de volgende conclusie gekomen:
“Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst 77.416
744.454
136.648
685.222
geen reden om een aangiftebiljet Vpb uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor Vpb-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen.”
Deze conclusie van De Belastingdienst biedt de ODBN voldoende comfort om te stellen dat bij een ongewijzigde situatie de ODBN de komende jaren niet VPB-plichtig is. Indien de situatie of feiten veranderen, ontstaat een nieuwe situatie en moet opnieuw aangetoond worden dat VPB-plicht wel of niet van toepassing is voor de ODBN. Aangezien de situatie in 2021 én 2022 niet veranderd is, zijn we van mening dat we ook voor deze jaren niet Vpb-plichtig zijn. Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
80
81
4.4 Toelichting op baten en lasten 2022
Inzet bedrijfsmiddelen € 311.000 (N) Het nadelig saldo op de inzet van bedrijfsmiddelen in dit programma wordt veroorzaakt door de gemaakte projectkosten voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en de aanvullende verzoektaken. Deze projectkosten zijn door gefactureerd naar de deelnemers en vallen dus weg tegen de inkomsten. Deze projectkosten zijn vooraf slechts deels begroot aan zowel de lasten als baten kant, maar per saldo neutraal.
In dit onderdeel van de financiële verantwoording wordt aangegeven wat de belangrijkste verschillen zijn in de programma’s. Hierbij wordt een vergelijk gemaakt tussen de bijgestelde begroting en de realisatie in het jaar 2022.
4.4.1. Programma Individuele dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING NA WIJZIGING 2022
BEGROTING 2022
REKENING 2022
VERSCHIL
14.445
15.588
15.355
233
0
1.263
1.573
-311
TOTAAL LASTEN
14.445
16.851
16.929
-78
Basistaken (werkprogramma)
13.653
14.886
13.757
-1.129
Verzoektaken (werkprogramma)
9.543
10.414
9.938
-476
Aanvullende verzoektaken
1.087
575
724
149
TOTAAL BATEN
24.283
25.875
24.419
-1.456
SALDO
9.838
9.024
7.490
-1.533
Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen
Programma 1 laat in de jaarrekening 2022 een positief resultaat zien van bijna € 7,5 miljoen. Dit is bijna € 1,5 miljoen minder dan geraamd in de begroting. Belangrijkste oorzaak zit hem in de lagere omzet binnen de basistaken. Door minder mensen en een lagere declarabiliteit door het inwerken van nieuwe mensen zijn hier minder uren gemaakt dan geraamd. Daarnaast is er een overschrijding van de lasten. Dit komt door het voorschieten van projectkosten die doorberekend worden aan de opdrachtgevers. Hier staan dus baten tegenover, per saldo is het effect voor de jaarrekening van de ODBN budgettair neutraal. Inzet personeel € 233.000 (V) Organisatie breed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel. De totale ontwikkeling op het personeelsbudget wordt nader toegelicht in het programma bedrijfsvoering.