Bijlage 1A jaarstukken 2022__14999196__ (002)
Tekst van het document
Victorialaan 1 | 5213 JG ’s-Hertogenbosch (088) 743 00 00 info@odbn.nl | www.odbn.nl
Datum 6 april 2023 Bijlage(n) 1
Ons kenmerk Z/173052, Z/196156, Z/196290 Uw kenmerk
Telefoonnummer (088) 7430 242 (088) 7430 154 Registratienummer
Contactpersoon Dhr. W. Remmits en Mevr. J. Baart Onderwerp P&C documenten
Geachte gemeenteraad, college van Burgemeester en Wethouders, Provinciale Staten en college van Gedeputeerde Staten Via deze brief willen wij u 3 verschillende documenten aanbieden. 1. Jaarstukken 2022 2. Begrotingswijziging 2023 3. Ontwerpbegroting 2024 1. Jaarstukken 2022 In de bijlage treft u de definitieve jaarstukken 2022 van de Omgevingsdienst Brabant Noord ter kennisname aan. De jaarstukken 2022 zijn op 31 maart 2023 voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Het accountantsverslag en daarop de reactie van de ODBN treft u ook aan bij de stukken. De jaarstukken zijn op 5 april jl. vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Conform artikel 29, lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling ODBN worden de vastgestelde stukken ter kennisname aangeboden aan de deelnemers. 2. Begrotingswijziging 2023. Op 13 juli 2022 heeft het Algemeen Bestuur de begroting 2023 vastgesteld. Inmiddels zijn er een aantal ontwikkelingen (nieuw Cao-akkoord, gewijzigde prijsindexen en definitieve opdracht, waardoor de ramingen in deze begroting achterhaald zijn. Daarom stellen we voor om de begroting 2023 te wijzigen. Conform de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) artikel 35, lid 6 én de gemaakte afspraken in artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling ODBN leggen we deze wijziging ter zienswijze voor aan onze deelnemers omdat deze de bijdrage van de deelnemers beïnvloedt.
Dit zienswijzetraject laten we gelijk lopen met het traject van de ontwerpbegroting 2024. In de begrotingswijziging treft u een uitgebreide toelichting aan. 3. Ontwerpbegroting 2024 In de bijlage is ook opgenomen de ontwerpbegroting 2024 van de ODBN. Ook dit document wordt conform artikel 35 van de Wgr ter zienswijze aan u voorgelegd.
De ontwerpbegroting 2024 is opgesteld op basis van de uitgangspunten die waren opgenomen in de Kadernota 2024. Over de Kadernota 2024 heeft u ook uw reactie kunnen indienen. In onze reactienota, ook bijgevoegd, kunt u lezen wat voor reacties we hebben ontvangen en hoe deze zijn meegenomen bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2024. Tevens is het Cao-akkoord voor 2023 verwerkt in deze ontwerpbegroting 2024. Zienswijzetraject begrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting 2024 U ontvangt nu de stukken zodat u in de gelegenheid bent om uw zienswijze op deze stukken kenbaar te maken. Conform artikel 35, lid 1 van de Wgr heeft u hiervoor 12 weken de tijd, daarmee sluit de zienswijzetermijn op vrijdag 30 juni. Op 5 juli 2023 vergadert het Algemeen Bestuur over de begrotingswijziging 2023 én de ontwerpbegroting 2024 inclusief de binnengekomen zienswijzen, met de bedoeling om deze stukken vast te stellen. Daarmee wordt de begroting 2024 vastgesteld Wij verzoeken u vriendelijk om uw zienswijze over één of beide documenten uiterlijk vrijdag 30 juni 2023 bij het Dagelijks Bestuur van de ODBN in te dienen. Dit kunt u doen door de zienswijze, gericht aan het Dagelijks Bestuur, te mailen aan info@odbn.nl.
Met vriendelijke groet, Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord namens deze,
De heer C.H.C van Rooij, Voorzitter Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Brabant Noord
Bijlage: • Jaarstukken 2022 o Jaarverslag 2022 ODBN inclusief controleverklaring van de accountant. o Accountantsverslag 2022 o Reactie van de ODBN op het accountantsverslag. • Begrotingswijziging 2023 • Ontwerpbegroting 2024 o Ontwerpbegroting 2024 o Reactienota ODBN bij reacties Kadernota 2024
ODBN, Kenmerk
6 april 2023
2
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving Nu en in de toekomst
Jaarstukken 2022
’s-Hertogenbosch, 22 maart 2023
ODBN Jaarstukken 2022
1
2
Voorwoord
Geachte bestuurders, raads- en statenleden Voor u liggen de jaarstukken van de Omgevingsdienst Brabant Noord, de inhoudelijke en financiële verantwoording van het begrotingsjaar 2022. We kunnen in meerdere opzichten terugkijken op een turbulent jaar. Zo zien we in ons werkveld dat er grote transities gaande zijn die de maatschappij fundamenteel gaan veranderen. We zien ontwikkelingen op het gebied van waterkwaliteit en -kwantiteit, op het gebied van bodem, lucht en natuur. Deze ontwikkelingen en het gebrek aan duidelijke integrale kaders, raakt de ODBN als uitvoeringsdienst in haar dagelijkse werk. Het vergt veel flexibiliteit en veerkracht van onze medewerkers, onze organisatie en natuurlijk ook van onze opdrachtgevers. Toch kunnen we ook 2022 afsluiten met een positief resultaat. We zijn trots op onze medewerkers dat zij dit gezamenlijk hebben kunnen realiseren. Maar bovenal zijn wij natuurlijk trots dat we ook het afgelopen jaar weer een stevige bijdrage hebben kunnen leveren aan een schoon, duurzaam en veilig Brabant. Dat is de kern van ons werk.
3
De onzekerheid in ons werk en in onze leefomgeving is en blijft ook de komende jaren groot. Samen met onze opdrachtgevers zorgen wij ervoor dat de ODBN een gezonde en effectieve organisatie blijft. Dat kunnen we alleen bereiken door ons te blijven ontwikkelen, in nauwe samenspraak met onze deelnemers. De uitdagingen waar wij gezamenlijk voor staan vragen om een dergelijke breed gedragen koers. Afsluitend willen we onze dank uitspreken aan onze opdrachtgevers voor het vertrouwen dat zij het afgelopen jaar in ons hebben gesteld. We hebben elkaar hard nodig om ook de komende jaren onze invloed op een schone, veilige en duurzame leefomgeving uit te kunnen blijven oefenen en waar mogelijk te vergroten. Onze medewerkers zijn er klaar voor.
Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord
ODBN Jaarstukken 2022
Inhoud
4
Voorwoord
2
Inleiding
6
Financiële samenvatting
8
I.
Jaarverslag 2022
12
1.
Programmaverantwoording
14
1.1
Individuele Dienstverlening
15
1.2
Regionale dienstverlening
28
1.3
Bedrijfsvoering
35
2.
Paragrafen
40
2.1
Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing
40
2.2
Paragraaf Financiering
45
2.3
Paragraaf Bedrijfsvoering
48
2.4
Paragraaf Verbonden Partijen
52
2.5
Niet van toepassing zijnde paragrafen
55
II. Jaarrekening 2022
56
3.
Overzicht
58
3.1
Balans per 31 december 2022
58
3.2
Baten en lasten
60
3.3
Recapitulatie resultaat
61
3.4
Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s
62
3.5
Nacalculatorisch tarief
63
4.
Toelichting
64
4.1
Waarderingsgrondslagen jaarrekening
64
4.2
Toelichting op de balans per 31 december 2021
68
4.3.
Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen
79
4.4
Toelichting op baten en lasten 2022
80
4.5
Incidentele baten en lasten
87
4.6
Financieel overzicht per taakbeeld BBV
89
4.7
Overzicht aanwending post onvoorzien
89
4.8
Declarabiliteit
90
4.9
EMU-saldo
93
4.10 Wet Normering Topinkomens (WNT)
94
4.11 Bijdrage deelnemers
100
5.
Sisa Verantwoording
102
6.
Controleverklaring van de accountant
104
III. Bijlagen
110
1. Geactualiseerde risicoanalyse per 31 december 2022
112
2. Overzicht investeringen
114
3. projecten en opgaven Ontwikkelprogramma ODBN Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
5
115 ODBN Jaarstukken 2022
6
Inleiding
7
De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling en voert haar taken uit voor 11 overheden: 10 gemeenten en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Noordoost-Brabant is het belangrijkste werkgebied van de ODBN. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken ruim 300 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur, water en mest. Ook heeft de ODBN op de genoemde terreinen een adviserende taak en wordt gewerkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit.
Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabant breed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom, onze ambitie is:
“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“
Oss
Leeswijzer De jaarstukken bestaan uit een jaarverslag (de programmaverantwoording) en uit een jaarrekening (de financiële verantwoording). Met de jaarstukken legt het bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid en beheer in het afgelopen jaar.
's-Hertogenbosch Bernheze Vught
SintMichielsgestel
Boxtel
Meierijstad
Maashorst
Land van Cuijk
Boekel
Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze medewerkers, op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost Brabant en de provincie Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze e visie.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Als eerste leest u de financiële samenvatting van de jaarstukken 2022. Hierin wordt een korte toelichting opgenomen op het gerealiseerde resultaat, een verklaring van het resultaat met de belangrijkste afwijkingen en de eventuele voorstellen voor budgetoverhevelingen. In hoofdstuk I treft u het jaarverslag aan. Dit jaarverslag bestaat uit de programmaverantwoording waarbij wordt toegelicht of de destijds in de (primaire) begroting opgenomen beleidsvoornemens al dan niet zijn gerealiseerd. In het tweede gedeelte van het jaarverslag wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In hoofdstuk II vindt u de financiële jaarrekening. Deze omvat een totaaloverzicht van de balans per 31 december 2022 en de baten en lasten over 2022. Beide onderdelen zijn daarbij voorzien van een toelichting en de daarbij voorgeschreven bijlagen.
ODBN Jaarstukken 2022
8
Financiele samenvatting
9
Het jaar 2022 is afgerond en daarmee wordt de jaarrekening van de ODBN opgemaakt. Het financiële jaar sluit met een positief resultaat van € 988.000. Bij de tweede bestuursrapportage hadden we nog een positief resultaat aangekondigd van € 1.018.000. Het resultaat is op hooflijnen als volgt te verklaren: OMSCHRIJVING | BEDRAGEN X €1.000
RESULTAAT
Begrotingsresultaat
1.018
V
Omzet individuele dienstverlening
-1.456
N
Projectkosten individuele dienstverlening
-311
N
Lonen en inhuur
1.196
V
Regionale dienstverlening
296
V
Inkomsten regionale dienstverlening
75
V
Opleiding en loopbaanbegeleiding
34
V
Overige baten
139
V
Reserves
-107
N
4
V
Stelpost onvoorzien
100
V
TOTAAL VOORDELIG SALDO
988
V
Diversen bedrijfsvoering
Voor een uitgebreide toelichting op de verschillende onderdelen verwijzen wij u graag naar de toelichting op de baten en lasten in paragraaf 4.4. In de tweede bestuursrapportage van 2022 is een verwacht positief resultaat van € 1.018.000 gepresenteerd. Hierbij zijn toen 2 kanttekeningen geplaatst met betrekking tot de verwachte omzet en de mogelijke fluctuaties in de lonen. Voor wat betreft de omzet gaven we aan dat we ten tijde van de tweede bestuursrapportage qua uren achterliepen op de begroting, enerzijds omdat de vraag op bepaalde onderdelen achterbleef bij de verwachtingen die we hadden bij het opstellen van de opdracht. Anderzijds was vooral de capaciteit een grote uitdaging. Voor de lonen was ten tijde van de bestuursrapportage de verwachting dat een voordeel zou ontstaan, waarmee een (groot) deel van het achterblijven van de omzet opgevangen zou kunnen worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Het beeld uit de tweede bestuursrapportage hebben we later in de novembervergadering van het algemeen bestuur genuanceerd. Bij het opstellen van de prognoses voor de bestuursrapportage, waarbij we de cijfers tot en met augustus analyseerden, hebben we voor het eerst gebruik gemaakt van concrete ervaringscijfers van de afgelopen 3 jaar. In deze jaren zagen we dat het laatste kwartaal meer declarabele uren gerealiseerd worden dan gemiddeld in de eerste 3 kwartalen. Deze trend hebben we meegewogen in de prognose voor 2022. Op basis van de omzetcijfers tot en met oktober zagen we deze trend echter (nog) niet in het aantal declarabele uren terugkomen. Dat heeft ons opnieuw naar de prognose doen kijken. Op basis daarvan hebben we aangegeven dat het geprognosticeerde resultaat van een miljoen mogelijk niet gehaald zou worden, maar dat we op een klein voordelig saldo zouden uitkomen. Dit ook met het oog op het heropenen van de cao 2022, waardoor alle medewerkers recht hebben op een extra incidentele uitbetaling. Nu presenteren we toch een resultaat van € 988.000. De gemiddelde declarabiliteit ligt met 1.323 uren iets onder de norm van 1.350 uren per medewerker. Dit komt vooral doordat in 2022 veel nieuwe medewerkers zijn gestart die pas eind 2022 goed zijn ingewerkt en begin 2022 nog niet volledig declarabel waren. Zij konden de laatste maanden meer declarabel worden ingezet.
Bovendien is het aantal medewerkers in het primaire proces gedurende 2022 behoorlijk toegenomen van 197,5 fte in januari naar 208,5 fte in december. Dit heeft ertoe geleid dat in november en december het aantal declarabele uren per week van gemiddeld 5.000 uur is gestegen naar bijna 6.000 uren per week. We hebben gestuurd op extra productiviteit en hadden een stijging verwacht, maar deze 20% stijging hadden we niet verwacht.
ODBN Jaarstukken 2022
10
In 2021 hebben we 2 reserveringen opgenomen voor het grote aantal verlof en spaaruren dat de afgelopen jaren gecumuleerd was. In 2022 werden de meeste beperkingen die corona met zich mee bracht opgeheven. Dit heeft er ertoe geleid dat medewerkers extra dagen hebben opgenomen om de uitgestelde vakanties alsnog in te halen. Daarmee is het verlofstuwmeer iets afgenomen. Daarmee kan een deel van de reservering die opgenomen was, vrijvallen ten gunste van het resultaat. Deze vrijval is ook groter dan we op basis van de cijfers tot en met oktober hadden verwacht. Ten opzichte van de 2 bestuursrapportage zijn er nog wat kleine verschillen ontstaan in de bedrijfsvoering. Op het geheel van opleidingen en loopbaanbegeleiding resteert uiteindelijk een klein budget omdat een aantal voorgenomen opleidingen doorgeschoven zijn naar 2023. Alle overige mutaties middelen elkaar uit. e
Voorstel resultaat bestemming Onderhandelingsakkoord cao 2023 Op het moment van schrijven ligt er een voorlopig onderhandelingsakkoord voor een nieuwe cao voor 2023. De effecten van dit onderhandelingsakkoord zijn dermate groot dat we deze niet binnen de begroting 2023 kunnen opvangen. Daarom zullen we de begroting 2023 gaan herzien. Deze herziene begroting zal begin april ter zienswijze voorgelegd aan de raden en staten. Het onderhandelingsakkoord moet nog voorgelegd worden aan de achterban van de onderhandelende partijen. Dit gaat medio april gebeuren. Dit zou ertoe kunnen leiden dat dit akkoord nog gewijzigd gaat worden. Dit risico schatten we laag in maar desondanks hebben we dat wel gekwantificeerd in ons risicoprofiel.
De weerstandratio daalt met het nieuwe risicoprofiel, vooral door het nieuw opgenomen risico van de concept-cao, naar 0,83. Daarmee valt de ratio nog binnen de afgesproken bandbreedte van 0,75 en 1,5, maar wel onder de streefwaarde van 1,0. Daarom stellen we voor om het resultaat te storten in de algemene reserve van de ODBN om een eventuele wijziging van het onderhandelingsakkoord (deels) op te kunnen vangen. Wanneer de achterban ongewijzigd instemt, kan het resultaat alsnog vrijvallen voor uitbetaling aan de deelnemers. Met de storting van het volledige jaarrekeningresultaat in de algemene reserve zou deze stijgen tot een omvang van bijna € 2,84 miljoen euro. Met het risicoprofiel zoals gepresenteerd in bijlage 1 van deze jaarrekening zou de weerstandsratio dan weer uitkomen op 1,28. Daarmee zou de weerstandsratio weer boven de streefwaarde van 1,0 uitkomen. Als het voorlopig onderhandelingsakkoord definitief wordt, kan het risicoprofiel worden bijgesteld en neemt de ratio toe tot 1,72. Uitbetaling van een deel van de algemene reserve aan de deelnemers is dan alsnog verantwoord. Uitstel Omgevingswet Nu de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2024 zien we ons opnieuw geconfronteerd met de kosten die dit uitstel met zich meebrengt.
De afgelopen jaren hebben we de kosten voor het gereedmaken van de Omgevingswet steeds kunnen bekostigen uit de incidentele bijdragen die de deelnemers in 2019 en 2020 gedaan hebben. Het restant van dit budget is inmiddels in 2022 volledig benut. Mocht de invoering van de Omgevingswet ingaan per 1 januari 2024 dan zien we voor 2023 vooral kosten voor het opleiden van nieuwe medewerkers en het bijscholen van de al opgeleide medewerkers op ons afkomen. In onze risicoanalyse hebben we dit risico eerder aangekaart. Daarom stellen we voor om, bij het doorgaan van de invoering per 1 januari 2024, de daadwerkelijk gemaakte kosten voor opleidingen Omgevingswet in 2023 en de uren voor het volgen van deze opleidingen met een maximum van € 150.000 te bekostigen uit de Algemene Reserve. Om te voorkomen dat we daarmee een surplus voor de bedrijfsvoering creëren, stellen we voor om voor de uren alleen de daadwerkelijke loonkosten van medewerkers uit het primaire proces uit de reserve te halen. Het resultaat over 2022 komt er dan als volgt uit te zien: BESTEMMINGSVOORSTELLEN RESULTAAT ODBN
BEDRAG 988
V
MUTATIES RESERVES Storting in Algemene Reserve
988
Onttrekking voor implementatie Omgevingswet uit Algemene Reserve
PM
TOTAAL VOORGENOMEN BUDGETOVERHEVELING
988
RESULTAAT ODBN NA BESTEMMING
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
N
0
ODBN Jaarstukken 2022
11
12
I Jaarverslag 2022
13
2
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
14
1 Programmaverantwoording
1.1 Individuele Dienstverlening
De programmabegroting van de ODBN voor 2022 onderscheidt 3 programma’s die in de jaarstukken verantwoord worden. Dezelfde volgorde wordt aangehouden in het voorliggende jaarverslag. Het gaat hierbij om de volgende indeling:
Inhoud programma
1. Individuele dienstverlening 2. Regionale dienstverlening 3. Bedrijfsvoering Gedurende het jaar stellen wij diverse uitgebreide rapportages op waarin we verantwoording afleggen aan de individuele deelnemers over de voortgang van onze opdrachten. Daarom gaan we in de jaarstukken niet in op de situatie per deelnemer, maar zoomen we uit op de resultaten van de organisatie als geheel over het afgelopen jaar. We blikken terug op de belangrijkste ontwikkelingen uit 2022 en de realisatie ten opzichte van de begroting.
15
Het programma individuele dienstverlening sluit aan op de individuele werkprogramma's die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
1 januari 2024*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
1 januari 2024*
Wet Natuurbescherming
1 januari 2017
1 januari 2024*
Draaiboek deelproces milieubeheer
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
1 januari 2024*
In ontwikkeling
* Uitgaande van besluit Rijk invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.
Wat willen we bereiken? AAls ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving, nu en in de toekomst. De ODBN is de uitvoeringsexpert voor onze regio op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het programma individuele dienstverlening voeren we hoofdzakelijk de taken uit die onze deelnemers bij ons hebben belegd. De werkprogramma's en de provinciale opdracht zijn hierbij leidend.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
16
De VTH-taken vormen de vaste kern van ons werk als omgevingsdienst. De omgeving en het institutionele speelveld zijn echter constant in beweging. Daarom moeten wij onze VTH-taken altijd blijven ontwikkelen. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Als ODBN moeten we aandacht hebben voor veranderingen in onze omgeving. Daarbij is de nauwe samenwerking met onze partners en deelnemers onontbeerlijk. Samen kunnen we onze expertise over de fysieke leefomgeving optimaal koppelen aan de lokale situatie.
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2022? Uitvoering VTH-taken De VTH-taken op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet natuurbescherming (Wnb) vormen de kern van de werkzaamheden van de ODBN. Onze taken bestaan uit de wettelijk bij ons belegde taken – de zogenoemde basistaken –, de VTH-verzoektaken en verzoektaken die buiten de werkprogramma's vallen. VTH-verzoektaken zijn taken die weliswaar wettelijk uitgevoerd moeten worden, maar waarvan de deelnemers zelf mogen bepalen of zij deze taken bij de ODBN beleggen. Overige verzoektaken zijn niet-wettelijke taken die onze opdrachtgevers niettemin graag bij ons beleggen. Tot slot voeren we de aanvullende verzoektaken uit. Dit zijn opdrachten die niet in de reguliere werkprogramma's of opdracht opgenomen zijn, of opdrachten van niet-deelnemers. Maar de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht vormen de basis van ons werk. Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van een aantal belangrijke ontwikkelingen, die verderop in het jaarverslag toegelicht worden. Zaken als de komst of eigenlijk het herhaalde uitstel van de Omgevingswet, ontwikkelingen in het Informatiegestuurd werken en het de stand van het stikstofdossier hebben impact op onze organisatie en de invulling van onze kerntaken.
Daarnaast moeten we opmerken dat de krapte op de arbeidsmarkt aanhoudt, en daarmee ook de druk die deze ontwikkeling uitoefent op onze organisatie. Door ons HR-beleid op deze krapte in te richten, zelf personeel op te leiden en nieuwe medewerkers ervaring op te laten doen op complexe dossiers hebben wij hier ook het afgelopen jaar op ingespeeld. Dit thema zal ook de komende jaren nog extra aandacht vragen.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
17
Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we ‘het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, actualiseren, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor het onderdeel ‘milieu’ en ‘het beoordelen van meldingen en OBM's (omgevingsvergunning beperkte milieutoets), het voorbereiden van beschikkingen (toestemming om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen) en het opstellen van (maatwerk)voorschriften’. De wijze waarop we invulling geven aan de vergunningverleningstaak is vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV). Voor de gemeentelijke opdracht zien we dat in de eerste maanden van 2022 nauwelijks aanvragen zijn doorgestuurd door nieuw gefuseerde gemeenten. Daarna is in april sprake geweest van een inhaalslag in de aanvragen, hetgeen heeft geleid tot een enorme werkvoorraad. Als gevolg daarvan is een achterstand ontstaan, die we gedurende 2022 met moeite weg hebben kunnen werken. Voor de zomer van 2022 is een interventie gepleegd op deze achterstand, door de meldingen Activiteitenbesluit risicogerichter af te handelen. Deze interventie is in het najaar herhaald.
Het feit dat in 2022 een aantal vergunningsaanvragen zijn ingediend door complexe bedrijven heeft eveneens een groot beroep gedaan op onze capaciteit en heeft extra inspanningen van onze medewerkers gevergd. Voor de provinciale opdracht is het aantal Wabo-initiatieven met 22 gestegen ten opzichte van 2021. Daarmee is sprake van een trendbreuk. De afgelopen jaren – vanaf 2019 – was jaarlijks een dalende trend waarneembaar. Nu lijkt het aantal initiatieven weer iets op te lopen. Het aantal aanvragen regulier en uitgebreide procedures is in 2022 verder gedaald ten opzichte van 2021. In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat de werkvoorraad is toegenomen ten opzichte van 2021. In 2022 is veel aandacht uitgegaan naar enkele complexe en (bestuurlijk) gevoelige dossiers. Deze kennen vaak een langere doorlooptijd en vragen extra inspanningen van onze VTH-medewerkers, specialisten en juristen. Daarnaast is geïnvesteerd in het aantrekken van personeel, en zijn 3 senior+ vergunningverleners aangesteld. Daarmee zijn we als ODBN minder afhankelijk geworden van de inhuur van externe kennis en capaciteit.
ODBN Jaarstukken 2022
18 Binnengekomen nieuwe vergunningszaken
Afgeronde vergunningszaken
19
Meldingen In 2022 zijn er in totaal 3372 meldingen afgehandeld. Deze zijn als volgt verdeeld:
Afgehandelde meldingen
1.222
1.106 Asbestinventarisatierapporten
In totaal zijn er in 2022 1.222 nieuwe vergunningszaken binnengekomen, ten opzichte van 1.226 in 2021. Met ‘vergunningszaken’ bedoelen we zaken die betrekking hebben op het werk van vergunningverleners. Het betreft 811 nieuwe zaken voor de provinciale opdracht. We zien daarbij een lichte verschuiving. In 2021 zijn er ongeveer honderd zaken minder binnengekomen voor de provinciale opdracht, terwijl we een omgekeerde ontwikkeling zien binnen de gemeentelijke. Verder zijn er het afgelopen jaar 1.106 vergunningszaken afgerond. Het betreft 779 zaken in het kader van de provinciale opdracht, waaronder 122 Wabo-zaken (vergunningverlening grijs) en 657 zaken volgend uit de Wnb (vergunningverlening groen), waarvan weer 256 bestonden uit vergunningszaken op het gebied van soortenbescherming (voornamelijk ontheffingen). In het kader van de gemeentelijke opdracht zijn in 2022 327 vergunningszaken afgerond. Dat zijn er behoorlijk wat minder dan in 2021. Oorzaak hiervan is onder andere dat diverse aanvragen in verband met de stikstofproblematiek niet afgerond kunnen worden en een aantal vergunningaanvragen waren dusdanig complex dat hier veel inzet op is gepleegd. Ook zijn er simpelweg minder vergunningszaken binnengekomen voor de gemeentelijke opdracht dan in 2021.
eldingen Besluit bodenkwaliteit/ M mobiel breken
545 | 16% 504 | 15%
1500 | 45%
Meldingen Activiteitenbesluit Meldingen overige werkzaamheden
823 | 24%
Toezicht Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de milieuregels. De kaders voor de wijze waarop wij toezicht houden (en handhaven) zijn vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Toezicht en Handhaving (ROK-T&H). Het geprogrammeerde en nietgeprogrammeerde toezicht op het gebied van milieu heeft in 2022 volop aandacht gekregen. Voor wat betreft de gemeentelijke opdracht is het accent binnen toezicht steeds meer komen te liggen op vraag gestuurde opdrachten. Daardoor kan verdringing ontstaan op het geprogrammeerde toezicht. Veel deelnemers geven aan waarde te hechten aan het verplaatsen van dit accent. Het is belangrijk om bij het opstellen van de opvolger van het huidige ROK VV-TH stil te staan bij deze ontwikkeling, de gevolgen en wenselijkheid daarvan. Voor wat betreft de provinciale opdracht is er voor toezicht – alsook voor vergunningverlening en handhaving – fors meer capaciteit ingezet naar aanleiding van een aantal complexe en (bestuurlijk) gevoelige dossiers. Desondanks heeft dit met extra investeringen, juridische inzet en een herverdeling van de werkzaamheden geen invloed gehad op de realisatie van onze reguliere toezichtstaken. Het provinciale team heeft volledig kunnen voldoen aan de opdracht en het bijbehorende programma voor toezicht.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
20 Afgeronde Inspectiezaken
Uitgevoerde herinspecties
5.540
1.612
In totaal zijn in 2022 5.540 inspectiezaken afgerond. Met ‘inspectiezaken’ bedoelen we zaken die betrekking hebben op het werk van onze toezichthouders. Binnen het provinciale team zijn in totaal 1.690 zaken afgerond. De meeste daarvan hadden betrekking op het ‘groene’ toezicht in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De grootste categorie daarvan wordt gevormd door houtopstanden, met 855 afgeronde inspectiezaken. 146 zaken hadden betrekking op het grijze toezicht, oftewel de inrichtinggebonden zaken. Voor de gemeentelijke opdracht zijn 3.850 inspectiezaken afgerond. 832 zaken betrof milieucontroles. 1.642 zaken hadden betrekking op het toezicht van asbestsloop. Naast reguliere inspecties zijn in 2022 1.612 herinspecties uitgevoerd. 1.325 van deze herinspecties zijn uitgevoerd in het kader van de gemeentelijke opdracht, waarvan 387 na een handhavingsvoornemen en 2 na een handhavingsbesluit. Voor de provinciale opdracht zijn 287 herinspecties uitgevoerd, waarvoor 90 inrichtinggebonden en 197 in het kader van de Wnb.
Handhaving Handhaving in het omgevingsrecht staat landelijk steeds nadrukkelijker onder de aandacht. Niet voor niets is ‘bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging’ in het interbestuurlijk programma versterking VTH opgenomen als één van de zes programmadoelen. Hoewel strafrechtelijke handhaving nooit een op zichzelf staand doel mag vormen, is het wel een onmisbaar middel bij handhaving in het omgevingsrecht, en hét repressieve sluitstuk wanneer maatregelen gericht op herstel tekortschieten. Ook zijn bestuursrechtelijke én strafrechtelijke handhaving onderdeel van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) die door onze deelnemers is vastgesteld. Daarom hebben wij ook afgelopen jaar weer gewerkt aan de doorontwikkeling van de strafrechtelijke arm van de ODBN: ons Team Handhaving waar de ‘grijze’ boa's samen met de ‘groene’ boa's van SSiB de milieuzaken oppakken die om strafrechtelijke opvolging vragen. Daarbij maken we gebruik van ontwikkelingen binnen het Informatiegestuurd werken.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Bij het oppakken en afhandelen van strafzaken krijgt de samenwerking met de partners in de strafrechtelijke handhavingsketen, zoals de politie en het Functioneel Parket, steeds beter gestalte. Van het OM ontvangen we inmiddels twee keer per jaar afdoeningsberichten, als terugkoppeling op de door ons ingebrachte zaken. Daarbij krijgen we ook inzicht in de uitspraken van de rechter, waar wij ook lering uit kunnen trekken. Positief was dat in één van de door ons aangedragen zaken in 1e aanleg een boete is opgelegd van 150.000,- euro, en daarnaast een veroordeling van opruimwerkzaamheden waarvan de kosten geraamd zijn op 1.500.000, - euro. Zo dragen we er aan bij dat het nalatig of crimineel omspringen met onze omgeving niet onbestraft blijft. In totaal hebben we het afgelopen jaar 70 strafzaken opgepakt. Het gaat om 16 zaken volgend uit de Wnb (groen), waarvan 4 zaken soortenbescherming en 12 zaken houtopstanden. Daarnaast hebben we 54 zaken opgepakt die betrekking hebben op milieu-inrichtingen (grijs). In totaal zijn in 2022 13 volledige strafdossiers opgemaakt, alsmede 4 bestuurlijke strafbeschikkingen milieu (BSBm) en één SAM-procedure (snelle afhandeling milieu). Hierbij gaat het dus nadrukkelijk om volledig afgehandelde zaken. Diverse zaken zijn opgestart, maar kennen een doorloop naar 2023.
Specialistische taken Binnen de specialistische dienstverlening van de ODBN merken we dat onze deelnemers ons in toenemende mate weten te vinden met inhoudelijke vragen. Dit vatten wij op als een toename in het vertrouwen dat onze deelnemers hebben in onze expertise. Anderzijds weten we ook dat de hoeveelheid vragen gedeeltelijk voortkomt uit de moeite die onze deelnemers hebben met het voorzien in voldoende capaciteit en kwaliteit op het gebied van de milieutaken. Ook dit is van invloed op de toename in het aantal RO-verzoektaken. Wij ervaren dit zelf ook. De arbeidsmarkt is krap en dat geldt zeker bij de werving van inhoudelijk specialistisch personeel – bijvoorbeeld op het gebied van geur, lucht, geluid en externe veiligheid – dat nodig is voor de afhandeling van de RO-verzoeken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en de ontheffingen op het gebied van de Wnb. Daarnaast wordt ook de gemeentelijke opgave op het onderdeel natuur steeds meer ingevuld door de ODBN, kijkend naar het stijgende aantal groene verzoektaken op het gebied van flora en fauna. Ook voert de ODBN hierop het toezicht uit. Waar nodig treden we handhavend op.
ODBN Jaarstukken 2022
21
22
Stikstofdossier Het afgelopen jaar werd in sterke mate beïnvloed door de ontwikkelingen binnen het stikstofdossier (of de stikstofcrisis). Het ontbreekt aan consequent landelijk beleid en we zien dat bestaand beleid steeds vaker onderuitgehaald wordt door de rechter. De discussie in de samenleving wordt op het scherpst van de snede gevoerd. Dit alles heeft ook consequenties voor onze uitvoering. Dat geldt ook voor de uitwerking van het adviesrapport van de Commissie Remkes van oktober 2022. De ontwikkelingen in het stikstofdossier vergen veel afstemming binnen de ODBN, maar ook met de andere omgevingsdiensten. Het veelvuldig bijstellen van ons handelingsperspectief door landelijke en juridische ontwikkelingen doet een beroep op de flexibiliteit van onze medewerkers. Het afgelopen jaar werd – voor wat betreft onze taken op het gebied van de Wnb gebiedsbescherming – getekend door gerechtelijke uitspraken, ontbrekende uitvoeringskaders en bestuurlijke besluitvorming met impact op de wijze waarop de ODBN haar taken uitvoert. Stapsgewijs is in 2022 onze handelingsruimte in de uitvoering van deze taken steeds verder beperkt, waarbij eind 2022 de VTH-uitvoering voor emissiearme stalsystemen met betrekking tot de Wnb volledig is stilgelegd. Soortenbescherming De ODBN verzorgt ook de VTH-taken op het gebied van soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden.
Waar de VTH-uitvoering onder de Omgevingswet verschuift van ‘nee-tenzij’ naar ‘ja, mits’, gaat dit niet op voor de Wnb. Het beschermingsregime van de Wnb gaat uit van het “nee, tenzij-principe. Dat gaat niet altijd even goed samen met maatschappelijke ontwikkelingen, zoals bij de isolatie en renovatie van gebouwen in verband met de klimaatopgave en de woningbouwopgave.
De hoge urgentie van het verduurzamen van bestaande woningen – aangejaagd door de energiecrisis – is niet altijd complementair aan natuurbeschermingsdoelen volgend uit de Wet natuurbescherming. Dit leidt tot veel (juridische) uitdagingen in de soortenbescherming. Bij de realisatie van projecten zoals de verduurzaming van woningen kunnen verblijfplaatsen van beschermde diersoorten worden aangetast. Daarom is voor dergelijke ontwikkelingen een ontheffing nodig. De ODBN zorgt dan voor een goede belangenafweging, waarbij de bescherming van soorten nooit uit het oog verloren mag worden. De ontheffingsverlening op het gebied van soortenbescherming kamt al enkele jaren met een (te) grote werkvoorraad. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt is het wederom gelukt om het team dat zich hiermee bezighoudt verder uit te breiden in 2022. De vraag stijgt echter sneller dan de beschikbare capaciteit. De ODBN werkt nauw samen met de provinciale opdrachtgever aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de ontheffingsverlening. Deze inzet en de uitbreiding van de capaciteit hebben de te grote werkvoorraad echter nog niet voldoende kunnen dempen. Deze problematiek gaat alleen op voor soortenbescherming. Op het gebied van de bescherming van houtopstanden en faunabeheer volgend uit de Wnb zijn deze problemen niet aan de orde.
Vanuit het Rijk wordt de maatschappelijke betrokkenheid en het urgentiegevoel bij natuurbehoud gestimuleerd. Het toegenomen maatschappelijk doorleefde natuurbeschermingsbelang heeft consequenties voor de rol van de ODBN. Zo zien we een toegenomen vraag vanuit onze gemeentelijke deelnemers naar ondersteuning bij het toepassen en uitvoeren van de Wet natuurbescherming. Bodemtaken Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) overgeheveld naar de gemeenten. Gemeenten worden dan de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie vallen. Doordat de Omgevingswet is uitgesteld, is ook de overdracht van de bodemtaken van provincie naar gemeenten uitgesteld. Omgevingswet In 2022 hebben we als ODBN hard gewerkt om tijdig klaar te zijn voor de Omgevingswet. Gedurende het jaar werd de invoeringsdatum steeds onzekerder, met wederom uitstel als gevolg. Waar we vorig jaar nog uitgingen van een inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023, is ook voor dit jaarverslag weer sprake van een nieuwe (verwachte) inwerkingtredingsdatum: 1 januari 2024.
Ondanks dit herhaalde uitstel en alle onzekerheden die daarmee gepaard gaan, doen wij er alles aan om tijdig klaar te zijn voor de Omgevingswet. Daarvoor hebben wij het afgelopen jaar ook weer de nodige stappen gezet, waaronder:
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
23
24
➜ Alle medewerkers zijn in 2022 opgeleid om te werken onder de Omgevingswet. Elk van onze collega's heeft de basisopleiding gevolgd. Ook heeft een groot gedeelte van onze medewerkers deelgenomen aan verdiepende trainingen, wanneer zij dat gezien hun taakstelling nodig hadden. ➜ In anticipatie op de Omgevingswet hebben we een nieuw VTH-systeem aangeschaft, dat gefaseerd ingevoerd wordt. Dit systeem zal voor de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet volledig operationeel zijn. ➜ We hebben een interne focusgroep ingericht met deskundigen. De focusgroep kan tijdens de invoering en implementatie van de Omgevingswet adviseren bij de onvermijdelijke knelpunten die gedurende het implementatieproces aan het licht zullen komen. Zo zorgen wij ervoor dat we slagvaardig op kunnen treden bij ongewenste of onvoorziene effecten van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. ➜ Met de komst van de Omgevingswet zullen sommige bedrijven in onze regio onder een ander bevoegd gezag komen te vallen. Deze bedrijven zijn geïnventariseerd en daarover is gecommuniceerd met onze deelnemers. Deze inventarisatie is verwerkt in de conceptwerkprogramma's. ➜ Er is een pilot uitgevoerd om inrichtingen om te zetten naar mba’s (milieubelastende activiteiten). Dit geeft ons een beeld van de gevolgen van de omzettingen voor het totale inrichtingenbestand. De pilot wordt begin 2023 geëvalueerd.
Met deze en andere acties zijn we er echter nog niet. Als omgevingsdienst zijn we in sterke mate afhankelijk van de wijze waarop onze deelnemers het DSO inrichten, zodat de aanvragen onder de Omgevingswet ook goed bij ons terecht kunnen komen. We constateren dat daar nog forse stappen in gezet moeten worden. Eind 2022 is door de directie in overleg met het dagelijks bestuur besloten om de voorbereiding op de Omgevingswet tijdelijk op een ‘waakvlam’ te zetten. We constateerden dat de voorbereidingen enorm veel tijd en daarmee ook financiële middelen vergen. Telkens verschuift de datum waardoor er dubbele kosten gemaakt moeten worden. De motivatie om met maximale inzet aan de implementatie van de Omgevingswet te blijven werken dreigde hierdoor te verdwijnen. We hebben daarom besloten om de activiteiten pas weer in alle volledigheid op te starten als er sprake is van een definitieve inwerkingtredingsdatum.
Transitie zorgvuldige veehouderij Met de zogenoemde ‘Transitie Zorgvuldige Veehouderij’ streven onze deelnemers naar een veehouderij-sector met een minder negatieve impact op leefomgeving en milieu, bijvoorbeeld door geurhinder en de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken. Om deze doelstelling te realiseren, werkt de Taskforce Intensieve Veehouderij 2.0 aan de verdere implementatie van adviezen uit het rapport ‘Meer dan de som der delen’. De taskforce heeft er onder andere voor gezorgd dat we Brabant breed - met de drie diensten en de Provincie samen - maatregelen hebben geïmplementeerd die ervoor zorgen dat we efficiënter kunnen werken, zonder de beleidsdoelstellingen uit het oog te verliezen. Hiermee proberen we het toegenomen beroep op onze capaciteit te beperken of zelfs terug te dringen. In 2022 is door de drie diensten verder onderzocht hoe we de samenwerking op het agrarische vlak kunnen voortzetten en verder invullen. Het tempo waarin maatschappelijke, juridische en beleidsmatige ontwikkelingen elkaar opvolgen noopt ons om onze werkwijze waar mogelijk te blijven herijken. Met Taskforce 3.0 wordt via herijkingsdocumenten gewerkt aan het nauw monitoren en prognosticeren van de werkvoorraad vergunningverlening voor de diensten. Dat dit nodig is blijkt wel uit het soms stagneren, uitstellen, dan wel ophopen van aanvragen.
Denk hierbij aan de ontwikkelingen met betrekking tot de Routekaart van Brabantse Interim Omgevingsverordening IOV. Begin 2023 zal het Agrarisch Platform starten. In 2022 zijn de voorbereidingen getroffen voor de start van het Agrarisch Platform. Dit platform overkoepelt de VTH-samenwerkingsvormen die er bestaan tussen de Brabantse diensten en Provincie Noord-Brabant, maar ook met Waterschappen, GGD's en andere betrokken organisaties. Het Agrarisch Platform is de gewezen plek vanuit waar straks bij wijzigingen in wet- en regelgeving snel en slagvaardig gecoördineerd kan worden. Dit, om voor de uitvoering van de VTH-taken eenduidige richtlijnen te verschaffen. Zeer zorgwekkende stoffen (zzs) Zowel op Europees als op landelijk niveau hebben de zogenoemde ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ - gevaarlijke stoffen die risico's opleveren voor mens en milieu - de afgelopen jaren veel aandacht gekregen. Het streven is om deze stoffen in de toekomst uit de leefomgeving te weren en zo emissies naar lucht, water en bodem te voorkomen. Doordat er pas recentelijk veel aandacht is gekomen voor ZZS, staat het landelijke beleid in zekere zin nog in de kinderschoenen. In 2022 is er door de ODBN deelgenomen aan structurele overleggen tussen de drie Brabantse diensten. Hierbij zijn actuele beleidsontwikkelingen en ervaringen gedeeld.
Bedrijven moeten continu streven naar vermindering van de emissie van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Dit legt een bedrijf vast in een vermijdings- en reductieprogramma (V&R). In 2022 is er door één bedrijf in de metaalindustrie een V&R ingediend en beoordeeld door de ODBN namens de provincie. Het landelijke beleid ten aanzien van ZZS voor afvalverwerkende bedrijven was in 2022 nog niet uitgekristalliseerd. De verwachting is dat een aantal afvalverwerkers in 2023 zullen volgen met het indienen van een V&R.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
25
26
27
Verder is in 2022 is voor het eerst via het gemeentelijk toezicht uitvoering gegeven aan het thema ZZS. Via een inventarisatie is voor 11 bedrijven in beeld gebracht of er sprake was van Zeer Zorgwekkende Stoffen die eventueel naar de lucht of het water of via afval zouden kunnen emitteren. Na deze inventarisatie is beoordeeld of werd voldaan aan de emissiegrenswaarden voor ZZS. Dit heeft geresulteerd in een aantal aanschrijvingen met als conclusie dat deze bedrijven invulling moeten geven aan de minimalisatieverplichting. Dit project heeft aangetoond dat deze aanpak werkbaar is voor het thema ZZS. In 2023 wordt deze aanpak gecontinueerd. Energie In 2022 is uitvoering gegeven aan meerdere energie-opdrachten: het ‘Themaplan Energie’ in het gemeentelijk werkprogramma, het ‘Energiebod’ voor vijf gemeenten en de provinciale opdracht. Vanuit deze energie-opdrachten hebben we het afgelopen jaar toegezien op de naleving van de informatie- en energiebesparingsplicht met zowel fysieke als administratieve controles. In totaal zijn in 2022 ruim 300 specifieke energiecontroles uitgevoerd wat een energiebesparing van naar schatting 22 TeraJoule heeft opgeleverd. Dat is mooie besparing, maar minder dan vooraf ingeschat.
Bedrijven laten een beter naleefgedrag zien, vermoedelijk door de sterk gestegen energieprijzen en doordat zij zich vanwege de Informatieplicht en de toegenomen aandacht voor energie steeds meer bewust zijn van besparingsmogelijkheden. In 2022 is subsidie aangevraagd en toegekend voor de derde regeling ‘Versterkte Uitvoering Energietoezicht’ (VUE-3, voor 2022 en 2023) en voor de ‘Specifieke Uitkering voor Toezicht en Handhaving Energie’ (SPUK-THE, voor 2022 -2026). De uitvoering van beide regelingen is in 2022 gestart, maar zal vooral voor de komende jaren een flinke intensivering van het energietoezicht betekenen. Daarom zijn we in 2022 gestart met de werving wat vooralsnog heeft geresulteerd in twee extra toezichthouders.
Wat heeft het in 2022 gekost? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING
REKENING 2022
REKENING 2021
BEGROTING 2022
14.536
14.445
15.588
15.355
270
0
1.263
1.573
TOTAAL LASTEN
14.806
14.445
16.851
16.929
Basistaken (werkprogramma)
13.974
13.653
14.886
13.757
Verzoektaken (werkprogramma)
9.717
9.543
10.414
9.938
Aanvullende verzoektaken
1.127
1.087
575
724
TOTAAL BATEN
24.818
24.283
25.875
24.419
SALDO
10.012
9.838
9.024
7.490
BEDRAGEN X €1.000 Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
BEGROTING NA WIJZIGING 2022
ODBN Jaarstukken 2022
28
1.2 Regionale dienstverlening
Wat willen we bereiken? In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN met haar deelnemers aan de regionale ontwikkeling, de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kan worden uitgevoerd.
Inhoud programma Naast individuele werkprogramma’s voert de ODBN ook regionale programma’s uit. Hierbij gaat het om meer dan één opdrachtgever. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van het regionale programma: ➜ Collectieve taken ➜ Samen Sterk in Brabant ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Klachtenregeling / crisispiket - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
1 januari 2024*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
1 januari 2024*
Wet Natuurbescherming
1 januari 2017
1 januari 2024*
Draaiboek deelproces milieubeheer
29
Wat hebben we daarvoor in 2022 gedaan? Ontwikkelprogramma 2022 Normaliter vormt het Ontwikkelprogramma het document waarin de meerjarenontwikkeling van de ODBN staat beschreven. In 2022 is gewerkt met een activiteitenplan omdat er onvoldoende capaciteit beschikbaar was voor het opstellen van een ontwikkelplan. Lopende 2022 zijn er meerdere nieuwe medewerkers aangetrokken. Hierdoor is in 2022 een ontwikkelprogramma opgesteld voor 2023. Toekomstverkenning nieuwe ontwikkelingen Om zicht te krijgen op toekomstige ontwikkelingen is het zaak dat de ODBN oog houdt voor de ontwikkelingen in de buitenwereld. Dit is een belangrijke taak van team I&O. I&O houdt vinger aan de pols van Europese en landelijke ontwikkelingen met mogelijke consequenties voor onze primaire dienstverlening. Dit kunnen wij als ODBN niet alleen. Daarom wordt op meerdere dossiers de samenwerking gezocht met andere omgevingsdiensten, waaronder natuurlijk de twee andere Brabantse diensten, en met onze deelnemers. Daarnaast werken we samen met andere relevante partijen, zoals waterschappen, opleidingsinstituten en/of onderzoeksbureaus.
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
1 januari 2024*
In ontwikkeling
* Uitgaande van besluit Rijk invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
30
Uitvoering Interbestuurlijk Programma versterking VTH (IBP) Maart 2020 presenteerde de commissie Van Aartsen haar rapport ‘Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’. Hierin deed de commissie aanbevelingen voor het VTHstelsel. In 2022 is het Interbestuurlijk Programma versterking VTH (IBP) gestart. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt middelen beschikbaar voor de uitvoering van het programma. De ODBN heeft eind 2022 een activiteitenplan ingediend bij het ministerie. Daardoor ontvangen wij circa €600.000,- voor de uitvoering van het Interbestuurlijk Programma versterking VTH. In 2023 gaan wij verder met de uitvoering ervan. Afronding Programma Kompas In 2022 zijn diverse projecten van het programma Kompas getemporiseerd. Voor 2023 gaan wij uit van de ambitie om het programma Kompas af te ronden. De laatste projecten worden opgepakt. Daarmee zijn de gestelde doelen en resultaten ter verbetering van ons (voornamelijk) provinciaal VTH-instrumentarium voor eind 2023 behaald. In 2023 bereiden we ons ook voor op de audit die in 2024 hierop plaats gaat vinden. Doorontwikkelen Informatiegestuurd werken (IGW) IGW is een nieuwe manier van werken, waarbij keuzes meer gebaseerd worden op de analyse van informatie die voortkomt uit onze systemen en de kennis van relevante en belangrijke stakeholders.
Om deze manier van werken verder te ontwikkelen binnen onze organisatie, zijn 2 businessanalisten aangetrokken. Zij hebben de ambities inzake het IGW uitgewerkt en werken aan het strategisch plan IGW dat uitgaat van een drietal pijlers: 1.
2.
3.
Verbeteren van de datakwaliteit: goede datakwaliteit is de basis van IGW. Hiermee kan informatie worden ontsloten en kunnen inzichten worden gecreëerd ten behoeve van een veilige, duurzame en schone leefomgeving. Hierbij sluit I&O aan bij de recent opgerichte projectgroep datakwaliteit en gegevensbeheer. Met de uitvoer van concrete projecten wordt iteratief de kwaliteit van de data verbeterd. Waardecreatie door middel van dataproducten: om IGW te laten slagen is het belangrijk dat de ontsloten informatie wordt omgezet in bruikbare producten ten behoeve van het primaire proces. In 2023 zal middels ‘user stories’ de behoefte uit het primaire proces worden opgehaald en vertaald naar datagedreven producten die waar mogelijk in kort cyclische projecten worden opgepakt. Investeren in datacultuur: om IGW binnen de organisatie te laten landen is het belangrijk dat medewerkers van de ODBN en stakeholders het belang van data inzien en snappen welke mogelijkheden dat biedt. Voorbeeld hiervan is het meenemen van het IGW in de uitwerking van het regionaal handhavings- en uitvoeringskader (ROK).
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Regionaal kader VTH Het Regionaal Kader VTH is dé basis voor de wijze waarop wij onze kerntaken vormgeven en vervangt de huidige operationele kaders: het ROK-VV en ROK-TH. Afgelopen jaar is een start gemaakt met het opstellen van het Regionaal Kader VTH. Het Team Innovatie en Ontwikkeling is penvoerder bij het opstellen Regionaal Kader VTH. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de collega's van het Team Gemeenten en met de deelnemers: de provincie Noord-Brabant en de gemeenten. De verkennende fase is na meerdere gesprekken met de deelnemers en collega's afgerond in 2022. In 2023 gaan we aan de slag met het schrijven en implementeren van het kader. De evaluatie van zowel het ROK VV als het ROK TH worden daarin meegenomen. Het Informatiegestuurd werken (IGW) zal een belangrijk onderdeel vormen van het Regionaal Kader VTH. Deze manier van werken helpt ons door middel van een risico-inventarisatie bij het maken van de keuze welke branches en bedrijven we scherp in de gaten moeten houden. Daarmee worden we in staat gesteld om onze inzet toe te spitsen op die branches en bedrijven waar de risico's het grootst zijn.
Samen Sterk in Brabant Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provincie brede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN – waarin gemeenten, provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven participeren. Samen met het netwerk wordt gewerkt aan een schoon, veilig en groen buitengebied. SSiB handhaaft op zaken als stroperij, wildcrossen, afvaldumpingen en het overtreden van de toegangsbepalingen. SSiB heeft in 2022 de werkzaamheden uitgevoerd binnen de bestaande budgetten. Ook heeft het afgelopen jaar de 7e editie van de ‘Ontmoeting in het Groen’ plaatsgevonden, een bijeenkomst waar uitvoerders, beleidsmakers, leidinggevenden en bestuurders op het gebied van toezicht en handhaving in het buitengebied elkaar kunnen ontmoeten. SSiB kent een eigen meerjarenprogramma en legt jaarlijks verantwoording af middels een jaarverslag. Zie hiervoor www.ssibbrabant.nl.
t.nl n a b a r b b i s .s w ww
ODBN Jaarstukken 2022
31
32
De daling in het aantal klachten wordt met name veroorzaakt door een afname in het aantal binnengekomen geurklachten, de grijze lijn in onderstaande tabel. De meeste geurklachten – meer dan 50% van het totaal – wordt veroorzaakt door dieren en mest. Het aantal bedrijfsmeldingen – de ‘ik voel …'- en de ‘ik zie ...’ -klachten – zijn stabiel gebleven. De geluidsklachten (de oranje lijn) zijn wederom iets toegenomen. 32% van de geluidsklachten wordt veroorzaakt door de industrie en zo'n 22% door de horeca. Bromtonen en evenementen leveren respectievelijk ieder 10% van de klachten. Een verklaring voor de genoemde ontwikkelingen in de binnengekomen klachten is moeilijk te geven. Na de coronacrisis zijn de evenementen en feesten weer op gang gekomen. Dat zou de toename in de geluidsklachten kunnen verklaren. Sinds 2023 beschikt de ODBN over een klachtendashboard, waardoor we diepere analyses kunnen maken. Deze analyses gebruiken we bij de brancheaanpak en themagerichte controles.
Klachtendashboard dekt de lading wel Milieuklachtencentrale De ODBN voert de klachtenregeling uit voor de gemeenten en de provincie. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, bijvoorbeeld wanneer sprake is van geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun klacht indienen bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten en RUD Zeeland. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst. De afgelopen jaren was sprake van een duidelijke stijgende trend. Het aantal milieuklachten nam elk jaar stevig toe. Dit jaar zien we voor het eerst een daling in het totaal aantal klachten. Dit jaar zijn er 5.635 klachten ontvangen, waarvan 315 met betrekking tot provinciale inrichtingen, 5.287 klachten aangaande gemeentelijke inrichtingen en 33 klachten over BRZO-bedrijven.
Aantallen milieuklachten
Alle 5.636 klachten zijn in 2022 beoordeeld door ons team klachtenafhandeling. Deze medewerkers maken een schifting in klachten die direct opgepakt moeten worden door een toezichthouder (15%) en klachten die door een administratief medewerker kunnen worden afgehandeld (85%). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een klacht wordt meegenomen bij een reguliere controle, de klacht bij andere klachten over hetzelfde bedrijf wordt gevoegd of als uit het eerste contact met klager blijkt dat de klachten er inmiddels niet meer zijn. Voorheen werd meer dan 35% van de klachten nog door een toezichthouder afgehandeld. Uit een evaluatie bleek dat klagers tevreden zijn over de nieuwe aanpak, omdat de terugkoppeling nu sneller en beter is. Voor de toezichthouders is het voordeel dat zij minder administratieve handelingen hoeven te verrichten en effectief bezig kunnen zijn met klachten waar ze echt wat mee kunnen. Dit jaar zijn de drie Brabantse omgevingsdiensten en RUD Zeeland gestart met een aanbesteding voor een nieuwe milieuklachten-applicatie. Het huidige systeem - S@men – wordt vanaf 2024 niet meer ondersteund.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2022
33
34
1.3 Bedrijfsvoering
Wat heeft het in 2022 gekost? PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING
BEGROTING NA WIJZIGING 2022
REKENING 2022
REKENING 2021
BEGROTING 2022
Inzet personeel
1.701
1.765
1.819
1.929
Inzet bedrijfsmiddelen
631
562
873
578
TOTAAL LASTEN
2.332
2.327
2.692
2.506
Collectieve taken
649
677
659
659
Samen Sterk in Brabant
2.386
2.436
2.436
2.484
97
164
164
191
3.132
3.277
3.259
3.334
800
950
567
828
BEDRAGEN X €1.000
Overige regionale programma's TOTAAL BATEN SALDO
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
35
Inhoud programma De directie, staf en alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces maken onderdeel uit van het ‘programma bedrijfsvoering’. Het betreft taken met betrekking tot: personeel en inhuur van de ondersteunende processen en kosten gerelateerd aan het personeel, informatievoorziening, facilitaire en bestuurlijke kosten, financiën, administratie, organisatieontwikkeling en deskundigheid en huisvesting. In dit programma worden tevens de baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Hiermee is het een atypisch onderdeel van deze beleidsbegroting en het programmaplan. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
01-07-2019
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
01-01-2020
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16-12-2020
Open
Financiële verordening ODBN
24-02-2021
Open
ODBN Jaarstukken 2022
36
37
Wat hebben we bereikt? Indicatoren Bedrijfsresultaat Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd. KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF) KPI
REALISATIE
TOELICHTING
2022
2020
2021
Productiviteit
1.350 uur per fte op jaarbasis
1.398 uur per fte
1.383 uur per fte
1.323
Gemiddeld uurtarief
€ 101,21
€ 88,45
€ 96,82
€ 97,67
Ziekteverzuim
5,5%
5,75%
5,8%
6,3%
2.3 HRM
Formatie overhead
23%
23%
23%
22,5%
4.8.1 Declarabiliteit
Aandeel kosten overhead personeel
25%
24,5%
24,4%
23,9%
3.4 Overhead
Aandeel kosten overhead totaal
35,4%
33%
33,2%
29,6%
3.4 Overhead
Weerstandsratio
1,51
0,93
1,47
0,83
15-20%
19%
17,6%
22,5%
Flexschil 1
NORM
2022
4.8. Declarabiliteit
3.5 Nacalculatorisch tarief
2.1 Weerstandsvermogen 2.3 HRM
Stand bij begroting 2022
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2022? In 2022 hebben we de bedrijfsvoering van ODBN weer ingericht volgens de bovenstaande afgesproken KPI's. Ten opzichte van de twee voorgaande jaren zien we dat de declarabiliteit in 2022 lager ligt dan de norm. Vooral het grote aantal verlofuren, bijzonder verlofuren en uren voor het inwerken van nieuwe medewerkers hebben een grote bres geslagen in het aantal beschikbare uren. Tevens zien we dat het ziekteverzuim hoger is dan waar we vooraf rekening mee gehouden hadden. Begin 2022 hadden we nog te maken met een behoorlijk aantal corona-gerelateerde ziektegevallen en aan het einde van het jaar heeft de griepgolf zijn effect gehad op de organisatie.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Ook de weerstandsratio is behoorlijk gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2021. Dit komt vooral door het nieuwe risico van nog geen definitieve nieuwe cao. De effecten van het onderhandelingsakkoord worden vertaald in een herziene begroting 2023. Het risico bestaat dat de achterban niet instemt met het akkoord en dat er opnieuw onderhandeld moet worden. Dit risico is nu opgenomen in de risico-inventarisatie en leidt tot een daling van de weerstandsratio. Arbeidsmarkt In 2022 zijn er 62 nieuwe medewerkers in dienst getreden bij de ODBN en 42 medewerkers hebben de organisatie verlaten. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt lukt het nog steeds om geschikte medewerkers te vinden. Door het thema arbeidsmarkt op te nemen als strategische HR-pijler zijn we in staat gebleken om gerichte acties te nemen en initiatieven te ontplooien om veel nieuwe medewerkers te vinden.