Bijlage 1a bijlagen Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch
Tekst van het document
Waar mogelijk werden gevelopeningen naar de oorspronkelijke opzet gereconstrueerd of op de nieuwe bestemming aangepast in een bij de oorspronkelijke opzet passende architectuur.
blad 35
3.3
VEILINGGEBOUW N.C.B. – PARALLELWEG 32-49
3.3.1
Veilingvereniging N.C.B. uit Eindhoven
De Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) werd in 1896 opgericht om de belangen van de Brabantse boeren te behartigen. De NCB hielp plaatselijke boerenbonden om op coöperatieve wijze gezamenlijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld melkfabrieken, verzekeringen, inkooporganisaties en banken op te richten. Verschillende van deze, in aanvang kleinschalige plaatselijke initiatieven groeiden later uit tot landelijke bedrijven, zoals Campina, Interpolis en de Rabobank. Ook de oprichting van een veilingvereniging en eigen groenteveiling behoorde tot één van deze initiatieven. Het bood de lokale tuinders de mogelijkheid om hun producten op een efficiënte wijze aan een bredere afzetmarkt aan te bieden. Vanaf het midden van de jaren twintig vond geleidelijk een schaalvergroting plaats en gingen plaatselijke afdelingen gezamenlijke initiatieven ondernemen, al dan niet onder de noemer van de NCB. De veilingvereniging van de NCB hield in 1926 de eerste veiling in Eindhoven, maar exploiteerde in 1934 ook al veilingen in Eindhoven, Tilburg en 'sHertogenbosch. Zo nam de NCB in 1930 ook de N.V. Bossche veiling over. Deze lokale veiling, gevestigd aan de Kempenlandstraat 14-20 was in 1917 opgericht op initiatief een groep grotere regionale tuinders.
3.3.2
Aanbesteding, bouw en oorspronkelijke opzet
te Eindhoven een bouwterrein van 6.680 m2 van de gemeente 'sHertogenbosch voor de bouw van een nieuw veilinggebouw.7
Afb. 40 Grondaanvraag van 20 juni 1933 door de Veilingvereeniging N.C.B. Eindhoven. EDB, nr. 0063529.
Het veilinggebouw werd ontworpen door de Vughtse architect ir. S.L.A. Orie, die al eerder enkele pakhuizen voor de NCB had ontworpen. Bij de op 28 maart 1934 gehouden aanbesteding was aannemer Koolen uit Nieuwkuik de laagste inschrijver voor het bedrag van Fl. 35.597,-.8
In 1933 kocht de ‘R.K. Veilingvereeniging van den Noord-Brabantschen Christelijken Boerenbond te Eindhoven’, gevestigd aan de Dommelstraat 14
7 Naam volgens kadastraal eigendomsartikel 10366.
8 Bericht Provinciale Noordbrabantische en ’s-Hertogenbossche Courant 28-03-1934.
blad 36 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
prismavormige glazen bouwstenen met halfsteens bakstenen tussendammen toegepast. De zijgevels kregen aan weerszijden van de tweelaags delen twee brede deuropeningen met dubbele houten schuifduren onder betonnen luifels. Deze deuropeningen werden afgewisseld met brede vensters met stalen puien met een 10-vaks verdeling. De tweelaags middendelen hadden op de begane grond en verdieping vijf vensters met zesruits stalen ramen.
Afb. 41 Bij het artikel ter gelegenheid van de opening op 29 november 1934 geplaatste foto. Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche courant 10 oktober 1934
Het gebouw werd op 29 november 1934, anderhalve maand later dan eerder gepland, in gebruik genomen. Het door Orie ontworpen gebouw had een eenvoudige rechthoekige opzet van ca. 27 bij 56 meter met een, vermoedelijk met bitumen bedekt zadeldak met centraal op de nok een lichtstraat. Beide lage zijgevels (noord en zuid) kregen in het midden een tweelaags deel met platdak. De voor- en achtergevel kregen in het midden dubbele houten schuifdeuren onder een betonnen luifel. Aan weerszijden van de toegang werd een reeks van zes rechthoekige vensters met zesruits stalen ramen toegepast. Boven de luifels werden vlakken met verticale
Ten aanzien van de oorspronkelijke opzet van het interieur geeft onderstaand verslag van de bezichtiging, voorafgaand aan de op 9 oktober 1934 gehouden jaarvergadering van de veilingvereniging een goed beeld: ‘Het nieuwe veilinggebouw onderscheidt zich van het oude, zoowel door de meerdere ruimte alsook door de moderne outillage en constructie. Onder architectuur van Ir. Orie uit Vught werd het gebouwd door de aannemersfirma Koolen uit Nieuwkuik, terwijl de heer Schuurmans uit 'sHertogenbosch op vakkundige wijze het dagelijksche opzicht uitvoerde en zoo in de voltooiing een werkzaam aandeel had. Het geheel is door deze samenwerking tot een prachtig resultaat geworden, waarop de Veilingsvereeniging van den N.C.B. terecht trots mag zijn. In tegenstelling met de beperkte ruimten van weleer vindt men hier ontzaglijke hallen. De totale oppervlakte bedraagt ruim 1500 M2, waarvan voor de verkoopsruimte een hal van 26 x 22 M. en voor de aanvoerruimte een hal van 30 x 18 M. Tusschen deze beide, aan vliegtuighangars gelijkende zalen, vindt men de eigenlijke ruimte voor de veiling. Een tribune, amphitheatersgewijs opgebouwd, heeft 100 zitplaatsen. Daarachter is een ruim buffet dat geëxploiteerd wordt door de bekende onderneming Peynenburg. Verder beschikt het gebouw over een fraaie kantoorruimte met speciale afdeeling voor den heer v.d.
Vleuten die de kassa’s beheerscht en dus “veilig” opgeborgen is. Moderne lokettten, modern ameublement zonder overdreven luxe, hebben dit geheele gebouw gestempeld tot een blad 37
smaakvol, en vooral nuttig intituut. De kantoorruimten ontvangen van alle zijden licht door glas in lood-ramen. De plafonds werden hygienisch uitgevoerd in triplex. [. . .] Boven de kantoorgebouwen werd een nuttige ruimte gevonden voor het bergen van de archieven’.9 De grotendeels oorspronkelijke indeling is ook nog herkenbaar op een tekening van de bestaande toestand in 1983 (Afb. 50). Naast deze uitgebreide beschrijving van het interieur geeft het verslag ook nog een beeld van het terrein rond het gebouw: ‘Rondom het gebouw vindt men een zeer ruim parkeerterrein voor automobielen en andere voertuigen terwijl een aparte emballageloods van 30 x 18 M. ter zijde van het parkeerterrein gevonden wordt.’ Genoemde emballageloods bevond zich in de noordwesthoek van het perceel, parallel aan het veilinggebouw (Afb. 42).
Afb. 42 Overzicht van het terrein van het veilinggebouw op 1 september 1939, gezien in zuidoostelijke richting. Op dat moment was nog de oorspronkelijke emballageloods in de noordwesthoek van het perceel aanwezig. Op het dak is nog de gladde bitumendekking aanwezig. NIMH, nr. 2155_073416.
9 Verslag jaarvergadering in Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche courant
10 oktober 1934. blad 38 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 43 Interieur van het veilinggebouw in oktober 1947. EDB, nr. 0022170. Afb. 44 Interieur van het veilinggebouw in 1947. Gezien de aanwezige kerstboom, waarschijnlijk in december. EDB, nr. 0049088.
3.3.3
Latere wijzigingen
Op zaterdag 19 mei 1951 brandde de emballageloods op de noordwesthoek van het perceel volledig af.10 Waarschijnlijk werd het herstel pas in het volgende jaar uitgevoerd. In juni 1952 vonden in ieder geval bouwwerkzaamheden plaats op het terrein blijkens onderstaande advertentie (Afb. 45).
10 Bericht Trouw, 21-05-1951.
blad 39
Afb. 45 Uit deze advertentie blijkt dat in 1952 bouwwerkzaamheden op het terrein plaatsvonden. Provinciale Noord-Brabantsche courant Het Huisgezin 07 juni 1952.
Omstreeks 1956 werden de ten zuiden gesitueerde percelen F923 en F924 aangekocht t.b.v. een uitbreiding van het gebouw in zuidelijke richting. Hierna vond op de zuidwesthoek van het veilinggebouw een uitbreiding plaats. De uitbreiding bestond uit een enkellaags verbindingslid met platdak en een rechthoekige hal met een zadeldak. De zuidgevel van deze hal sloot aan op de noordgevel van het bestaande gebouw Parallelweg 56A. De nieuwe situatie werd op 2 juli 1956 vastgelegd (Afb. 46). Tegelijkertijd kreeg het bestaande gebouw grotendeels een nieuwe dakbedekking met dakpannen. Alleen de dakgedeeltes onder de lichtstraat waren hierna nog met bitumen uitgevoerd (Afb. 47).
Afb. 46 Kadastraal veldwerk F249 d.d. 2 juli 1956. Linksboven zijn de restanten van het oude emballagegebouw nog altijd herkenbaar. Ten oosten daarvan was een nieuwe loods gebouwd. Aan de onderzijde de uitbreidingen aan de bestaande veilinghal. Kadaster.
blad 40 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
uitgebreid, waarna dit de volledige noordrand van het perceel omvatte. Deze uitbreiding werd door het kadaster op 1 december 1964 voor het eerst vastgelegd en vervolgens op een hulpkaart d.d. 1 mei 1965 verwerkt.
Afb. 47 Op deze foto van 21 december 1956 is het nieuwe emballagegebouw zichtbaar. Ook op de zuidwesthoek van het veilinggebouw had inmiddels een uitbreiding plaats gevonden. EDB, nr. 0067243 (P. Farla).
In juli 1956 waren de funderingen van de oude loods nog altijd aanwezig, getuige de opmerking ‘restant oude loods’ op het kadastrale veldwerk. Sporen daarvan zijn ook op de luchtfoto uit december 1956 herkenbaar (Afb. 47). Op de op basis van het veldwerk vervaardigde hulpkaart uit augustus 1956 werd de afgebrande loods nog als ‘gebouw’ weergegeven en op een veldwerk van 15 januari 1959 als ‘gesloopt’. Ten oosten van de afgebrande emballageloods was inmiddels een nieuwe loods gebouwd. Deze had hogere gevels en een zeer flauw hellend dak. Vervolgens werd deze loods enkele jaren later in westelijke richting
Afb. 48 Uitsnede kadastrale hulpkaart F286 d.d. 1 mei 1965, met aan de onderzijde de in westelijke richting uitgebreide loods uit 1956. De contouren van de afgebrande loods zijn nog met een blauwe lijn weergegeven. Kadaster.
In 1968 werden zowel het perceel bij het veilinggebouw als het ten zuiden gesitueerde perceel F924 verkocht aan de handelsonderneming Firma Gebr. blad 41
Sars. Direct hierna vond een verbouwing naar plannen van Buro voor Architectuur H.J. Rijcken uit Nijmegen plaats. In de noordgevel van het oorspronkelijke veilinggebouw werd de gevelindeling op de begane grond van het tweelaags middengedeelte gewijzigd. De oorspronkelijke zes vensters werden vervangen door een entree met zij- en bovenlichten en drie brede vensters met een middenstijl en tussendorpel. Daarnaast werden de twee deuropeningen onder rondbogen, aan weerszijden van het tweelaags gedeelte, dichtgemetseld. Op het dak waren sinds 1956 twee extra daklichten toegevoegd (. Binnen het rond 1956 gebouwde deel van het emballagegebouw werd een extra brandmuur ingevoegd. Op de scheiding tussen dit deel en de uitbreiding in 1964 was al een brandmuur toegepast. Het deel tussen de twee brandmuren kreeg in de zuidgevel een stalen glaspui over drie traveeën met daarin een grote kanteldeur.
Afb. 49 Bouwtekening d.d. 20-11-1968 t.b.v. wijzigingen aan het emballagegebouw (boven) en de noordgevel van het veilinggebouw. EDB, bouwdossiers.
In 1982 werd het complex aan de bebouwing van Grenco toegevoegd. Het oorspronkelijke veilinggebouw had in 1983 nog grotendeels de oorspronkelijke opzet met in de zuidelijke helft van het middengedeelte de veilingzaal met tribunes. In 1988 hadden al diverse aanpassingen plaatsgevonden en had het middengebied een geheel gewijzigde indeling gekregen. Ook waren de oorspronkelijk nog deels in glas uitgevoerde tussenwanden met voorzetwanden aan het zicht onttrokken. Centraal in de westelijke hal was een meetkamer gebouwd. Binnen de uitbreiding uit 1956 was aan de oostzijde een kantoor met DoKa ingericht.
blad 42 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 50 Tekening bestaande toestand d.d. 24 mei 1983. In het interieur was op dat moment nog grotendeels de oorspronkelijke indeling met een kantoor en veilingzaal met tribune aanwezig. EDB, bouwdossiers.
Afb. 51 Nieuwe situatie d.d. 22-09-1988. EDB, bouwdossiers.
Nadien is de in de jaren tachtig ingevoegde indeling weer grotendeels komen te vervallen. De vroegere kantoren vormen thans één ongedeelde ruimte. Ook de vroegere veilingzaal vormt één ongedeelde ruimte, waarin zich op de zijmuren nog een deel van de lambrisering van de vroegere tribune aftekent. Van de grote oostelijke hal werd aan de zuidzijde een strook afgescheiden middels wanden van plaatmateriaal.
blad 43
3.4
GRENCO BEDRIJFSHAL EN SHOWROOM – PARALLELWEG 30
3.4.1
Een bedrijfshal met aangebouwde showroom
De periode rond 1960 wordt voor Grasso gekenmerkt door fusies, samenwerkingen en de zoektocht naar nieuwe producten en afzetmarkten. Hieruit zou in 1965 het afzonderlijke installatiebedrijf Grenco ontstaan. Het aanvankelijke plan uit juni 1960 betrof alleen de bouw van een hal van 80 bij 28 meter, met twee parallelle zadeldaken. Deze werd direct ten zuiden van het oorspronkelijke kantoorgebouw gesitueerd. Dit terrein werd al in 1912 aangekocht, maar bleef tot dan onbebouwd. Hier was vanaf ca. 1930 de zogenaamde ‘boomkuil’ gesitueerd. Dit was een langwerpige vijver, waarin het voor timmerwerk benodigde hout werd gewaterd. Rond de vijver waren een singel en afrastering aanwezig. In de jaren vijftig was de vijver al niet meer in gebruik, maar was het water nog herkenbaar in het verwilderde terrein ten zuiden van het kantoor.
Afb. 52 Zicht over de Grasso-fabriek in oostelijke richting, met rechts het braakliggende terrein met daarin de vroegere 'boomkuil'. EDB, nr. 0086017 (Fotopersbureau Het Zuiden).
De staalconstructie van de nieuwe hal werd meteen al voorbereid voor een uitbreiding in zuidelijke richting. Op de constructietekening en detailtekening van de gevels werd de hal van Grasso gecombineerd met een hal met drie zadeldaken voor dochteronderneming NAMI in Nijmegen. In november 1960 werd het al goedgekeurde plan gewijzigd. Het grondvlak bleef ongewijzigd, maar ter plaatse van de twee oostelijke traveeën werd nu een showroom ontworpen. Hierin konden de diverse producten van de fabriek worden getoond.
blad 44 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 53 Oorspronkelijk plan uit juni 1960, waarbij nog geen showroom werd weergegeven. EDB, bouwdossiers.
3.4.2
Oorspronkelijke opzet
De bedrijfshal werd uitgevoerd met twee parallelle, met eternit golfplaten gedekte zadeldaken. Daaronder werden stalen vakwerkspanten op een stramien van 5 meter toegepast. De spanten werden uitgevoerd in twee delen met in de gevels en in het midden, onder de zakgoot, stalen kolommen. De spanten kregen een naar het midden iets oplopende onderregels die met verticale stijlen en diagonale schoren werden verbonden met de bovenregels. Alle onderdelen werden uitgevoerd in Tprofielen met gelaste verbindingen. Op de spanten lagen de houten gordingen h.o.h. 124 tot 145 cm t.b.v. de met golfplaten gedekte dakvlakken.
De gevels werden uitgevoerd in baksteen, maar boven de brede vensters in de zijgevels werden verticale schroten toegepast. Deze puien werden op het regelmatige stramien van de constructie geplaatst. Alleen in het midden van de gevel bevatte één travee een brede inrijdeur met daarnaast, door een betonkolom gescheiden, een enkele deuropening. Over beide openingen werd één doorlopende betonlatei toegepast. De westelijke kopgevel werd volledig in baksteen uitgevoerd. De gevel volgde de contouren van de twee zadeldaken met tussenliggende zakgoot. Midden onder beide topgevels waren twee brede vensterpuien onder één doorlopende betonlatei aanwezig. Het interieur van de bedrijfshal was ongedeeld, op een toiletgroep tegen de zuidgevel na. De showroom kreeg gemetselde gevels die afsloten met een uitspringende betonnen dakrand. De naar de Parallelweg gerichte voorgevel kreeg in het midden vier brede glaspuien tussen voor het gevelvlak uitspringende betonkolommen. Op tweederde van de hoogte werd over de hele breedte een betonluifel toegepast. Aan de boven- en onderzijde sloten de openingen af met een betonband en betonnen borstwering die ook iets teruglagen ten opzichte van de kolommen. Elke opening kreeg onder de luifel een invulling met stalen ramen in drie tweeruits delen. Daardoor werden de dubbele stijlen iets breder dan de liggende roede.
Boven de luifel een invulling met drie enkelruits stalen ramen. De entree met dubbele deuropening in de rechterzijgevel werd binnen een naar de bovenzijde uitlopend betonnen portaal geplaatst. De linkerzijgevel kreeg alleen geheel rechts een nooddeur. Het interieur van de showroom bestond uit één hoge ruimte met wanden van geglazuurde baksteen. In de achterwand sprongen de vijf betonkolommen van de hoofdconstructie buiten het muurvlak. Het plafond blad 45
bestond uit houten delen tussen de onder de dakbalklaag toegepaste vijf betonbalken. Uit de plattegrond blijkt dat ook het terrein vóór de showroom werd mee ontworpen. In het verlengde van de voorgevel van het oorspronkelijke kantoor werd een stalen hekwerk geplaatst. Ter hoogte van de nieuw ontstane fabrieksstraat tussen het kantoorgebouw en de bedrijfshal werd het hekwerk onderbroken door twee gemetselde posten. Daarachter kwam een pad van betontegels met aan weerszijden een tuinaanleg. Tussen de showroom en het kantoorgebouw kwam een gemetselde muur met een dubbel draaihek tussen twee zware gemetselde posten. De toegang tot de showroom bevond zich vóór deze muur, die de eigenlijke begrenzing van het bedrijfsterrein vormde. De nieuw ontstane fabrieksstraat werd met klinkers bestraat, maar ter hoogte van de toegang in het midden van de noordgevel werd een strook betonplaten (Stelconplaten) aangelegd, waarmee een vlakke verbinding met tegenoverliggende toegang in de zuidgevel van het oorspronkelijke kantoorgebouw werd verkregen. Deze nieuwe noord-zuidverbinding was dan ook de belangrijkste verbinding met het bestaande complex en werd op de bouwtekening ook specifiek weergegeven (Afb. 54). Voor deze ontsluiting moest in de zuidgevel van het kantoorgebouw een nieuwe uitgang worden gerealiseerd.
Waarschijnlijk werd in diezelfde periode ook in de tegenoverliggende gevel van het kantoor gebouw een ruimere opening gemaakt. Deze verbinding zou zich tot een volwaardige ‘fabriekscorridor’ ontwikkelen met de verdere uitbreidingen in zuidelijke richting. In de jaren tachtig was de verbinding omgevormd tot een afgesloten gang, waarmee de doorgaande bedrijfsstraat volledig werd geblokkeerd.
Afb. 54 Gewijzigd plan d.d. november 1960. Ter plaatse van de twee oostelijke traveeën werd nu de showroom met platdak gerealiseerd. Aan de bovenzijde van de plattegrond markeert een pijl de belangrijkste verbinding met de bestaande gebouwen. EDB, bouwdossiers.
blad 46 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 55 Deze presentatietekening uit november 1960 toon mooi hoe de hogere showroom voor de bedrijfshal een voortzetting vormt van de hogere voorbouw van het oorspronkelijke kantoor. EDB, bouwdossiers.
Afb. 56 Geveltekening d.d. juli 1960. De opzet van de gevels werd tevens toegepast voor een uitbreiding van dochteronderneming NAMI Nijmegen. EDB, bouwdossiers.
blad 47
Afb. 57 Detail middendeel noordgevel met daarin de belangrijkste verbinding met de overige delen van de fabriek. EDB, bouwdossiers.
Afb. 58 Bestektekening d.d. november 1960 t.b.v. de bouw van de showroom. Ondanks de betonnen dakranden, werd het dak uitgevoerd met een houten balklaag. EDB, bouwdossiers.
blad 48 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
zijgevels kregen een enkele deuropening. In het ongedeelde interieur waren twee ‘olieputten’ aanwezig. Al in december 1961 werd een schetsplan gemaakt voor de inbouw van een galerij in het achterste deel van de showroom. Deze kreeg een als houten balklaag uitgevoerde vloer die werd opgehangen aan een stalen ligger over de betonbalken van het dak. De galerij werd met een stalen balustrade met in V-vorm geplaatste balusters van stripstaal uitgevoerd. Tegelijkertijd werd in het midden van de showroom een muur tussen de voor- en achtergevel geplaatst. De galerij werd toegankelijk gemaakt middels een stalen wenteltrap aan de voorzijde van de rechterhelft van de ruimte. Onder dit deel van de galerij werd ook een ruimte afgescheiden. Tegen de rechterzijgevel werd een enkellaags aanbouw met platdak geplaatst, waarin een garderobe, geflankeerd door dames- en herentoiletten werden ondergebracht. Afb. 59 Ontwerp van de westelijke kopgevel van de bedrijfshal. EDB, bouwdossiers.
3.4.3
Latere wijzigingen
In juli 1961 werd tegen de westelijke perceelgrens, ter hoogte van de bedrijfshal uit 1960, een rechthoekige traforuimte gebouwd. Het enkellaags rechthoekige bouwdeel van 15 bij 3 meter kreeg dezelfde architectuur met gemetselde gevels en een betonnen dakrand als de showroom. De naar de Paardskerkhofweg gerichte westgevel kreeg alleen onderin twee brede ventilatieroosters. De oostgevel werd voorzien van vijf gevelopeningen over de volledige gevelhoogte, waarbij de middelste drie openingen iets smaller waren dan de buitenste twee openingen. In alle openingen werd een houten kozijn met stalen raam met 12ruits of 16ruits verdeling. De lagere bovenste strook werd echter met roosters uitgevoerd. Beide smalle blad 49
De hoogte van de nieuwe hal werd zo gekozen dat de dakrand van de westgevel iets boven de bestaande dakvoet aansloot. Aan de oostzijde werd het volume daarmee lager dan de showroom. De oorspronkelijke zuidgevel van de bedrijfshal werd vervangen door een rij stalen kolommen met daartussen een vulling van halfsteens metselwerk. Alleen naast de toiletgroep bleef een klein deel als spouwmuur uitgevoerd. Na deze uitbreiding werd de tuin voor de showroom uitgebreid voor de nieuwe uitbreiding. In februari 1968 werd een plan gemaakt voor het plaatsen van een ‘bestaande’ houten barak ten westen van de bedrijfshal. Waar deze barak eerder stond is niet duidelijk. Ook zijn geen verdere aanwijzingen dat de barak ook daadwerkelijk werd geplaatst.
Afb. 60 Schetsplan uit december 1961 voor de aanleg van een galerij en tussenmuur in de showroom en een toiletgroep naast de rechterzijgevel. EDB, bouwdossiers.
Eind jaren zestig werd de showroom in gebruik genomen als Grasso bedrijfsschool.
In januari 1963 werd een aanvraag ingediend voor een uitbreiding van de bedrijfshal in zuidelijke richting. Dit betrof een enkellaags bouwdeel van 14 bij 70 meter met een platdak, gedragen door stalen vakwerkspanten. In het dak werden vier lange vlakke lichtstroken met uitzetbare delen opgenomen. De oostgevel werd ter hoogte van de achtergevel van de showroom gelegd en werd voorzien van één venster met betonnen kader. De westgevel kwam in één lijn met de bestaande westgevel te liggen kreeg ook weer twee brede puien onder een doorlopende betonlatei.
blad 50 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 62 Interieur zuidelijk deel van de Grasso bedrijfsschool omstreeks 1967. EDB, nr. 22844 (P. Farla). Afb. 61 Zicht op de voorzijde van de Grasso bedrijfsschool in april 1967. EDB, nr. 22845 (P. Farla).
blad 51
Afb. 63 Interieur noordelijk deel van de Grasso bedrijfsschool omstreeks 1967. EDB, nr. 22846 (P. Farla).
Afb. 64 In de ongedeelde bedrijfshal achter de showroom bevond zich in maart 1970 de appendagefabriek. Rechts zijn de schuifdeuren in de noordgevel zichtbaar. EDB, nr. 27090 (P. Farla).
blad 52 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Daarnaast was een scheidingsmuur onder de zakgoot geplaatst en was binnen de hiermee ontstane compartimenten deels nog een verdere verdeling toegepast (Afb. 66). Nadien werd de draagconstructie van de galerij vervangen door een constructie die wordt gedragen door een binnen de ruimte geplaatste staalconstructie. De eerder tussenmuur werd weer verwijderd. Op de verdieping werd de galerij met een wand afgesloten. Naast de noordgevel werd een nieuwe trapopgang gemaakt en verder werden alle afwerkingen vernieuwd.
Afb. 65 Deze luchtfoto uit ca. 1970 toont aan de linkerzijde de bedrijfshal en showroom uit 1960 met uitbreiding uit 1963. EDB, nr. 78330 (KLM Aerocarto).
In 1999 werden in de linker achterhoek van de begane grond een kantoor/spreekkamer en toiletgroep ingevoegd. De galerij werd in twee ruimtes met elk een eigen trapopgang tegen de voorgevel opgedeeld (Afb. 67). De bedrijfshal had op dat moment al een indeling gekregen met een dwarsgang aansluitend op de inrijdeuren in de rechterzijgevel. Deze vormde een bouwkundige opvolging van de met de bouw van deze bedrijfshallen geïntroduceerde ‘fabriekscorridor’ die de verschillende gebouwen in noord-zuidelijke richting onderling verbond. blad 53
Afb. 67 Verdieping showroom d.d. 15-07-1999. Op de verdieping werden nu twee gescheiden ruimtes gerealiseerd. EDB, bouwdossiers.
Afb. 66 Plattegrond d.d. 15-07-1999. In het linkerdeel van de vroegere showroom werden een grotere ruimte en toiletten afgescheiden. Tegen de voorgevel zijn twee trappen naar de galerij zichtbaar. EDB, bouwdossiers. blad 54 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
3.5
PARALLELWEG 30 – ZUIDELIJK DEEL
3.5.1
Verdere uitbreidingen van Grenco (middengedeelte)
Na de oprichting van Grenco in 1965 werd dit afzonderlijke installatiebedrijf gehuisvest in de bedrijfshal ten zuiden van het oorspronkelijke kantoorgebouw. Deze hal bestond uit het oorspronkelijke deel uit 1960 (met aangebouwde showroom) en een uitbreiding aan de zuidzijde uit 1963. Ten zuiden van deze bouwdelen lag nog een smalle onbebouwde terreinstrook. Deze strook grensde aan de zuidzijde aan de emballageloods van de groente- en fruitveiling. In 1965 werd vergunning verleend voor de bouw van een volgende bedrijfshal t.b.v. de Grasso Ontwikkelingsafdeling. Het betrof een rechthoekige hal van 17,5 bij 55 meter met aan de westzijde een laag enkellaags bouwdeel van 25 bij 6,25 meter met platdak. Daarin werden zes afzonderlijke compressorruimtes ondergebracht. Dit bouwplan werd niet uitgevoerd. In 1968 werd een gewijzigd plan ingediend, waarbij de compressorruimtes waren komen te vervallen. De hal was nu 17,8 bij 53 meter. In beide gevallen werd de nieuw te bouwen hal tegen de zuidelijke perceelgrens gebouwd, zodat aan de noordzijde een 12 meter brede, in het eerste plan deels onderkelderde, fabrieksstraat ontstond. De gevels waren uitgevoerd met stalen profielplaten boven een gemetselde borstwering. In de gevels waren één (eerste plan) of twee (tweede plan) doorlopende vensterstroken toegepast.
Pas in 1974 werd een plan ontwikkeld dat ook daadwerkelijk (in 1976) werd uitgevoerd. Ditmaal werd de volledige strook tussen de bestaande gebouwen volgebouw met een hal van 91 bij 28 meter. Deze hal kwam daarmee met de voorgevel bijna in één lijn te liggen met het oorspronkelijke kantoorgebouw. Op de noordoosthoek van de hal werd nog een tweelaags kantoorvleugel van 43 bij 7 meter aangebouwd, zodat de totale breedte van de voorgevel 71 meter bedroeg. Ook binnen de voorste travee van de grote hal was een verdieping aanwezig met op beide etages kantoorruimtes. Het op de noordoosthoek uitgebouwde kantoorgedeelte lag op enige afstand vóór de showroom. Dit deel werd in 2018 weer gesloopt, waarmee het zicht op de showroom weer werd hersteld. De hal kreeg een vrijdragende constructie met stalen vakwerkspanten. In het platdak werden vier polycel lichtkoepels van 20 meter lengte aangebracht. De gevels bestonden boven de bakstenen borstwering uit verticale geïsoleerde geprofileerde stalen platen. De gevels van de bedrijfshal kregen boven de borstwering één horizontale vensterstrook over de volledige breedte. Ter plaatse van de kantoren werden twee vensterstroken over de volledige breedte toegepast.
In het plan uit december 1974 werd de stalen gevel ook doorgezet langs de bestaande westgevels van de bedrijfshallen uit 1960 en 1963, maar dit werd bij de uiteindelijke realisatie in 1976 niet uitgevoerd.
blad 55
Afb. 68 Uitbreidingsplan uit december 1974. EDB, bouwdossiers.
Afb. 69 Plattegrond van de begane grond op de plantekening uit december 1974. Het noorden is boven. Rechts de over de hele gevelbreedte doorlopende kantoren. EDB, bouwdossiers.
blad 56 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 71 Bouwtekening d.d. 16-12-1982 t.b.v. de aanbouw van een trappenhuis aan de westgevel van de uitspringende kantoorvleugel. EDB, bouwdossiers. Afb. 70 Op deze luchtfoto uit oktober 1976 is links de zojuist gereed gekomen hal met aangebouwde kantoorvleugel zichtbaar. Ten zuiden daarvan bevindt zich nog de emballagehal van de groenteveiling. EDB, nr. 31847-3.
In 1984 vond een interne verbouwing van het kantoorgedeelte plaats. Op de noordwesthoek van het noordelijke kantoorgedeelte (computerafdeling) werd een trappenhuis bijgebouwd.
3.5.2
Uitbreiding op het vroegere veilingterrein
In 1982 werd het complex van de vroegere groenteveiling van de N.C.B. door Grasso overgenomen. Vervolgens werd de emballagehal van de groenteveiling vervangen door een nieuwe, veel grotere bedrijfshal met platdak. In dit gebouw van ca. 91 bij 28 meter werd ook weer aan de voorzijde (oost) een kantoorgedeelte met een verdieping toegepast. Dit deel kreeg volledig in baksteen uitgevoerde gevels die werden geleed door iets verdiepte verticale stroken, waarin de hemelwaterafvoeren werden geïntegreerd. Alle zes traveeën kregen op de begane grond en verdieping een breed venster met twee tussenstijlen. blad 57
De gevels van de bedrijfshal werden uitgevoerd met stalen profielplaten boven een gemetselde borstwering. De westgevel werd deels terugliggend, haaks op de zuidgevel van de bestaande bedrijfshal gericht met daarvoor een overdekte laad- en losplaats. Het zuidelijke deel werd parallel aan de Paardskerhofweg gelegd. De gehele rooilijn kwam ten opzichte van de westgevel van de eerdere emballageloods iets verder terug te liggen. Hoewel de nieuwe hal aanzienlijk breder werd dan de bestaande emballageloods bleef tussen deze hal en het voormalige veilinggebouw nog een open ruimte van ca. 16 meter breed bestaan.
Afb. 72 Op deze tekening uit 2000 zijn zowel de uitbreiding uit 1977 als de uitbreiding uit 1982 ongearceerd weergegeven. Op de plattegrond is goed de vanuit de bestaande delen doorgezette gangstructuur herkenbaar. EDB, bouwdossiers.
blad 58 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
vormt de nieuwe gang de ontsluiting voor diverse bedrijfsunits van sterk wisselende afmetingen.
Afb. 73 Luchtfoto uit 1988, met aan de linkerzijde de kort daarvoor gereed gekomen meest zuidelijke hal. EDB, nr. K53431 (B. Hofmeester).
Recent heeft een herbestemming van deze zuidelijke hal plaatsgevonden. Het exterieur werd hoofdzakelijk cosmetisch opgewaardeerd door wijziging van de kleurstelling en toevoeging van extra elementen t.b.v. een meer sprekende lijnvoering. De eerdere overdekte laad- en losruimte aan de westzijde werd afgesloten en tot hal en trappenhuis voor aangrenzende bedrijfsruimtes ingericht. Verder werd deels een extra verdiepingsvloer ingevoegd en werd een gangstructuur in oost-westelijke richting aangelegd op de scheiding van de bedrijfshal uit 1977 en de bedrijfshal uit 1982. Samen met de bestaande noord-zuid verbinding vanuit de bedrijfshal uit 1960
blad 59
3.6
PARALLELWEG 51/52
Ten zuiden van het terrein van Grasso resteerde een gebied met een lengte van 190 meter, dat in zuidelijke richting steeds smaller werd. Hier werden vanaf 1930 percelen uitgegeven. Deze percelen kregen globaal dezelfde oppervlakte, maar werden daarmee in noordelijke richting steeds smaller. Het vierde perceel vanaf de aansluiting van de Paardskerkhofweg op de Parallelweg was aanvankelijk slechts 10 meter breed en had een oppervlak van 640 m2. Hiervoor werd op 9 september 1931 een aanvraag gedaan door Marinus Antonius Nicolaas Gielens (Afb. 74). De gebroeders Gielens hadden daarvoor al een fabriek voor stalen ramen aan de Orthenstraat 23, welke ook na de bouw van de fabriek aan de Parallelweg in gebruik bleef. Op 25 november 1931 werd daarbij aan de noordzijde nog een strook van 3 meter aangevraagd, zodat het perceel in totaal 13 meter breed en maximaal ca. 68 meter diep was (Afb. 75). Afb. 75 Op 25 november 1931 werd door Gielens nog een strook van 3 meter aan zijn perceel toegevoegd. EDB, nr. 0063388.
Met de extra breedte werd het mogelijk om naast het aan de Parallelweg gebouwde pand met een winkel met bovenwoning en achterliggende fabriek een pad langs het terrein aan te leggen. Hoewel de fabriek voor stalen ramen ook een toegang in de voorgevel had werd zo ook een toegang in de noordgevel mogelijk. (Afb. 77). Het ontwerp werd gemaakt door architect J. van Kaathoven. Het nieuwe pand werd door het Kadaster al in maart 1932 weergegeven en moet op dat moment (grotendeels) gereed moet zijn geweest (Afb. 76). Afb. 74 Grondaanvraag door M.A.N. Gielens d.d. 9 september 1931. De flankerende percelen waren nog onbebouwd. EDB, nr. 0063389.
blad 60 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 77 Bouwtekening bij 'Plan voor het bouwen van een stalenramenfabriek met winkel waarop een bovenwoning te 's-Hertogenbosch'. EDB, bouwdossiers.
Op zaterdag 24 oktober 1931 vond de aanbesteding plaats. Dit betrof: ‘Het bouwen van een stalenramen-fabriek, met winkel, kantoor en bovenwoning, aan den Parallelweg te ’s-Hertogenbosch.’11 Het is niet bekend aan wie het werk werd aanbesteed.
Afb. 76 Kadastrale hulpkaart F107 d.d. maart 1932, waarop de kort daarvoor op perceel 923 gebouwde woning en fabriek zijn weergegeven. Kadaster. 11 Advertentie in Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche courant 17 oktober
1931. blad 61
verwarming. In het platte dak van de enkellaags fabriek was aan de voorzijde een forse zadeldakvormige lichtkap aanwezig (Afb. 78). Op de begane grond bevond zich links achter de voorgevel een portaal met daarachter het trappenhuis en een magazijn. Daarnaast waren de winkel met achterliggend kantoor aanwezig. Tussen de winkel en de rechterzijgevel bevond zich de brede toegang tot de fabriek. Op de verdieping lag de bovenwoning ook boven deze toegang. In februari 1933 werd het bedrijf omgevormd tot de N.V. Gielmo Stalenramenfabrieken en constructiewerkplaatsen, waarvan M.A.N. Gielens tot directeur werd benoemd.12
Afb. 78 Overzicht van de bebouwing in september 1939. NIMH, nr. 2155-073416 (uitsnede).
Het pand kreeg een globaal L-vormige opzet, waarbij de enkellaags fabriek aan de achterzijde smaller was, met rechts daarnaast een onbebouwd terrein. Aangezien dit achterste deel van het gebouw door het Kadaster niet werd weergegeven, betrof dit mogelijk alleen maar een overkapping of loods met houten wanden. Het achterste deel van het terrein was volledig onbebouwd. De bovenwoning aan de voorzijde kreeg een opmerkelijke ondiepe opzet met een voordakvlak met daarachter nog een heel ondiep platdakgedeelte. Daardoor lag de hoge achtergevel veel verder naar voren dan bij de bijna tegelijkertijd gebouwde panden ten zuiden van dit pand. Tegen de hoge achtergevel waren nog wat kleinere bouwdelen met platte daken aanwezig, evenals een hoge schoorsteen van de centrale
12 Bericht Provinciale Noordbrabantse en ’s-Hertogenbossche courant 2 februari 1933.
Het bedrijf bleef tot in de jaren 1950 aan de Parallelweg gevestigd en heette toen ‘Gielmo, fabriek van Hefwerktuigen’.13 In 1956 werden zowel het perceel van Gielmo als het ten zuiden daarvan gesitueerde perceel door de Veilingvereniging van de N.C.B. aangekocht. Direct daarna werd achter het bestaande pand van Gielmo een nieuwe bedrijfshal gebouwd. Daarvoor moet het achterste deel van de fabriek zijn gesloopt.
13 Advertentie in Provinciale Noord-Brabantsche courant Het Huisgezin 06-11-1951.
blad 62 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 79 Bericht naar aanleiding van het nieuw opgerichte bedrijf aan de Parallelweg. Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche courant 16 december 1933.
Afb. 80 Advertentie van Gielmo in december 1933. Provinciale Noordbrabantsche en 'sHertogenbossche courant, 16-12-1933. blad 63
Afb. 81 Zicht op de achterzijde van het complex in 1956, na de uitbreiding van de veiling. De opvallende hoge achtergevel met lagere uitbouw en hoge schoorsteen van de cv-ruimte zijn duidelijk herkenbaar. EDB, nr. 0067243 (P. Farla).
Op het voordakvlak werden in 1988 twee forse dakkapellen met platdak geplaatst. In 2016 werd de fabriek naar achteren uitgebouwd en voorzien van een verdieping. Dit bouwdeel werd later ingevuld met meerdere onzelfstandige wooneenheden. Tegelijkertijd werd de bovenwoning op de verdieping en tweede verdieping naar achteren uitgebouwd. Deze uitbouw bevindt zich ter hoogte van de eerdere inrijdeuren in de rechterzijgevel, die bij de uitbreiding werden dichtgemetseld. Op de begane grond werden in de rechterzijgevel van de fabriek meerdere nieuwe vensters ingevoegd. Behalve de voorgevel herinnert daarmee weinig aan de oorspronkelijke opzet van het pand.
blad 64 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
3.7
PARALLELWEG 53-56A
3.7.1
De meubelfabriek van Leon A. Schippers
Ten zuiden van het terrein van Grasso resteerde een gebied met een lengte van 190 meter, dat in zuidelijke richting steeds smaller werd. Hier werden vanaf 1930 percelen uitgegeven. Deze percelen kregen globaal dezelfde oppervlakte, maar werden daarmee in noordelijke richting steeds smaller.
Op 23 oktober 1931 werd door meubelfabrikant Leon A. Schippers een bouwaanvraag gedaan voor het bouwen van een ‘Meubelfabriek annex 2 beneden en 3 bovenwoningen’. Evenals buurman Gielens (Parallelweg 51/52) schakelde Schippers architect Van Kaathoven in om een plan te maken (Afb. 83).
Het derde perceel vanaf de aansluiting van de Paardskerkhofweg op de Parallelweg was 20 meter breed. Hiervoor werd op 21 juli 1931 een aanvraag gedaan door Leonardus Antonius Schippers. Dit betrof aanvankelijk alleen een deel aan de zijde van de Parallelweg ter grootte van 400 m2. Op 22 september 1931 werd daar het achterliggende terrein ter grootte van 780 m2 aan toegevoegd (Afb. 82).
Afb. 83 Bouwtekening uit oktober 1931 voor de bouw van de meubelfabriek en vijf woningen. EDB, bouwdossiers.
Afb. 82 Tekening t.b.v gronduitgifte aan H.L. Schipper d.d. 21 juli 1931, met een uitbreiding d.d. 22 september 1931. EDB, nr. 0063397.
De woningen bestonden uit een rechthoekig bouwdeel met drie bouwlagen onder een hoog, met ‘blauwe’ Verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak. De linker travee van de voorgevel kreeg op de begane grond een driezijdige erker en was daarboven risalerend uitgevoerd met een afsluitende topgevel. De rechter travee van de voorgevel was tot aan de tweede verdieping risaleren, met daarboven een balkon. De voorgevel blad 65
werd boven het balkon iets hoger opgetrokken met een afdekking van gesmoorde dekstukken. Vooral de indeling van de linker woning was zeer opvallend. Hier lag achter de voorgevel een zeer ruimte hal met een ruime bordestrap. Deze woning had de toegang in de linkerzijgevel. Aan de achterzijde bevonden zich een keuken en zitkamer. Op de verdieping en tweede verdieping bevonden zich in totaal vier slaapkamers. Het rechterdeel van de begane grond vormde één benedenwoning met twee slaapkamers aan de achterzijde en één slaapkamer aan de voorzijde, tussen de trapopgangen naar de drie bovenwoningen. Die hadden op de verdieping hun zitkamer en woonkeuken en op de tweede verdieping drie slaapkamers. Daarbij was de rechter bovenwoning beduidend ruimer dan de linker twee bovenwoningen. De voorgevel (oost) van de aan de achterzijde van het perceel gebouwde fabriek werd parallel aan de Parallelweg gelegd, terwijl de achtergevel de rooilijn van de Paardskerkhofweg volgde. Als gevolg hiervan kreeg de fabriek een onregelmatige vierhoekige opzet. Het gebouw kreeg één lage bouwlaag onder een platdak. Zowel de voorgevel als de achtergevel van de fabriek kregen een afwisseling van meerdere dubbele deuren met meerruits glasopeningen en vensters met kozijnen met tussenstijlen en ramen met een roedenverdeling. In 1932 werd de (rechter) benedenwoning te huur aangeboden voor Fl. 35,per maand.
Bij de woning was eventueel een autogarage te huur. Eén van de bovenwoningen werd voor Fl. 6,- per week te huur aangeboden.14 Afb. 84 Bouwtekening uit mei 1932 voor uitbouw van de achtergevel van de rechter benedenwoning en het plaatsen van een muur op de rechter perceelgrens. EDB, bouwdossiers. 14 Advertentie Provinciale Noordbrabantsche en ’s-Hertogenbossche courant 10 mei 1932.
blad 66 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
3.7.2
Wijzigingen
Al op 3 juni 1932 werd een bouwaanvraag gedaan voor het maken van een uitbouw aan de achterzijde van de rechter benedenwoning en het bouwen van een scheidingsmuur op de rechter perceelgrens (Afb. 84). Al omstreeks 1935 verkocht Schippers het perceel aan aannemer Jacobus van Dun. Rond 1943 ging het perceel over op koopman Henricus van Engelen, waarna het omstreeks 1950 werd verkocht aan de firma Boersma en Kerssemakers uit 's-Hertogenbosch. Boersma was handelaar in zuivelwerktuigen en Kerssemakers was werktuigkundige. Zij richtten in dat jaar de N.V. Machinefabriek Boersma en Kerssemakers op. Al omstreeks 1952 verkochten zij het terrein aan de Veilingvereniging van de N.C.B., waarna zij hun bedrijf voortzetten in een nieuwe fabriek, verder zuidelijk aan de Parallelweg. Nadat het perceel in 1952 in bezit kwam van de Veilingvereniging van de N.C.B. werd op 16 juli 1953 een bouwaanvraag gedaan om van twee linker woningen één woning te maken. Het plan d.d. 3 juli 1953 werd gemaakt door de architecten Ir. C.G. Geenen en Ir. L.R.T. Oskam uit Eindhoven (Afb. 85).
Afb. 85 Bouwplan d.d. 3 juli 1953, voor samenvoeging van de linker twee woningen tot één grote woning. EDB, bouwdossiers.
Afb. 86 Op deze foto uit 1956 is de meubelfabriek al sterk gewijzigd. In de westgevel lijkt nog één deuropening aanwezig. EDB, nr. 0067243 (P. Farla).
blad 67
In april 1970 werd een aanvraag gedaan voor verbouwing van de oorspronkelijke meubelfabriek door Sampermans Autobanden N.V. uit Maastricht. De aanvraag betrof een ingrijpende wijziging van de voorgevel van de fabriek. De achtergevel was op dat moment al volledig gesloten. De voorgevel kreeg in de nieuwe situatie brede asymmetrisch geplaatste schuifdeuren, met links daarvan één venster en rechts een enkele deuropening. In het interieur kwam het oorspronkelijke kantoortje te vervallen. Tegen de linkerzijgevel werden een nieuw kantoor, een kantine, toiletten en een wachtruimte gerealiseerd.
De woningen werden verder gerenoveerd, waardoor veel van de oorspronkelijke details verloren gingen. In 1986 werd aan de zuidrand van het perceel nog een strookje toegevoegd, waarmee de toegang tot het achterterrein iets werd verbreed. Daarna werd het zuidelijke deel van het oorspronkelijke volume vervangen door een garage met sectionaaldeuren in de voor- en achtergevel. De vermoedelijk al eerder vernieuwde gevels van het oorspronkelijke volume werden volledig gepleisterd. In diezelfde periode werd tegen de rechter perceelgrens een rechthoekig tweelaags kantoor met platdak gebouwd. Door alle wijzigingen is de oorspronkelijke opzet van de fabriek uitsluitend nog ten dele in het grondvlak herkenbaar.
Afb. 87 Bouwtekening d.d. april 1970 voor wijziging van de vroegere meubelfabriek. EDB, bouwdossiers.
blad 68 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
3.8
DE HOGE DONKEN – PARALLELWEG 58-64
Ten zuiden van het terrein van Grasso resteerde een gebied met een lengte van 190 meter, dat in zuidelijke richting steeds smaller werd. Hier werden vanaf 1930 percelen uitgegeven. Deze percelen kregen globaal dezelfde oppervlakte, maar werden daarmee in noordelijke richting steeds smaller. Het meest zuidelijke perceel mat 1575 m2 en werd op 12 februari 1930 aangevraagd door Naamloze Vennootschap J.G. Bergmeijer’s Natuursteenhandel. Het tweede perceel was op dat moment nog ‘in optie’. Opvallend is dat het perceel ook een eigen bedrijfsspooor kreeg. Dit betrof een aftakking van het spoor ter plaatse van de Paardskerkhofweg. Eerder was dit bedrijf gevestigd aan de Koningsweg 60 te 's-Hertogenbosch.
Afb. 88 Grondaanvraag d.d. 12 februari 1930 door J.G. Bergmeijers's Natuursteenhandel. EDB, nr. 0063404.
optie’ werd weergegeven, lijkt dit al in 1931 door Bergmeijer in gebruik te zijn geweest. In ieder geval in 1933 was dit in eigendom van het bedrijf. Bergmeijer bouwde aan de oostzijde van het perceel een forse woning met werkplaats en kantoren. Aan de noordzijde werd waarschijnlijk een showtuin ingericht. Het noordelijke deel van het perceel bleef nog lang ongebruikt. Het driehoekige terrein op de aansluiting van de Parallelweg en de Paardskerkhofweg behoorde deels bij het terrein van Bergmeijer en werd deels als open groenstrook ingericht.
Afb. 89 Na de ingebruikname van het nieuwe pand eind 1930 verscheen deze foto in de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche courant van 9 september 1931.
Eind 1930 werd het nieuwe pand in gebruik genomen. Hoewel het aan de noordzijde aangrenzende perceel bij grondaanvragen in 1931 nog steeds ‘in blad 69
Afb. 90 Op deze luchtfoto uit september 1939 is ook Bergmeijer's Natuursteenbedrijf goed herkenbaar. Ten noorden van het bedrijf lag een braakliggend terrein. NIMH, nr. 2155073416 (uitsnede).
Na 1939 werd het enkellaags bouwdeel aan de zuidzijde van het complex met een bouwlaag verhoogd. Ook werd tegen de westelijke perceelgrens nog een enkellaags bouwdeel gerealiseerd.
Afb. 91 Op deze foto uit december 1956 is het terrein ten noorden van het natuursteenbedrijf nog steeds onbebouwd. Aan de westzijde (rechts) van het bedrijfsterrein was nu ook een enkellaags bouwdeel verrezen. EDB, nr. 0067243 (P. Farla) (uitsnede).
In 1977 verkocht Bergmeijer de percelen.
Het op de grondaanvraag aangegeven bedrijfsspoor was eind jaren 1930 niet meer aanwezig en werd mogelijk nooit aangelegd.
blad 70 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
ronde centrale opzet aangelegd, waarmee dit plein en de gebogen vleugel aansloten op de hoek tussen de Parallelweg en de Paardskerkhofweg. In de binnenhoek tussen de twee kantoorvleugels werd een parkeerterrein aangelegd, dat aan de zijde van de Paardskerkhofweg met een muur werd afgesloten. Dit deel van het onderzoeksgebied was nooit eigendom van Grasso, maar is wel sterk bepalend voor het aanzicht van het gebied.
Afb. 92 Het pand van Bergmeijer in 1997. Ten zuiden van het perceel is nog altijd een groenstrook herkenbaar. EDB, nr. 0086295 (F.W. Pelzer).
Eind jaren negentig was het complex behoorlijk in verval geraakt en werden plannen ontwikkeld voor grootschalige vervangende nieuwbouw. Na eerdere initiatieven en schetsplannen werd in 1997 het plan voor het huidige kantoorencomplex De Hoge Donken ontwikkeld door AXIS Architecten in samenwerking met Bureau voor Architectuur, Stedebouw en Bouwmanagement uit ’s-Hertogenbosch. Opdrachtgever wasLithos Bouw uit Barneveld. Het L-vormige gebouw kreeg een vleugel langs de oostrand van het noordelijke deel van het perceel en een iets gebogen vleugel aan de noordrand van het meest zuidelijke perceel van Bergmeijer’s Natuursteenhandel. Ten zuiden van deze vleugel werd een voorplein met
Afb. 93 Geveltekening bij de bouwaanvraag uit juni 1997. EDB, bouwdossiers.
blad 71
Afb. 94 Situatietekening bij de bouwaanvraag uit juni 1997. EDB, bouwdossiers.
3.9
DATERINGSKAART GEBOUWEN
Hiernaas weergegeven kaart geeft de (hoofd)fasen van de verschillende gebouwen binnen het gebied weer.
blad 72 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
blad 73
4
hoofdzakelijk ontstond als ‘reststrook’ en ten dele met parkeerterreinen is ingericht, maar deels ook braak ligt.
GEBIEDSANALYSE
In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de huidige opzet van het gebied. Hierbij komen de stedenbouwkundige opzet, de toegankelijkheid en bebouwingskarakteristiek aan de orde. Tevens wordt ingegaan op aanwezige inrichtings- en groenelementen. Daarbij wordt steeds ook de koppeling gemaakt met de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied.
4.1
LIGGING
Het onderzoeksgebied bevindt zich ten noordwesten van de historische binnenstad, direct ten westen van de het spoortracé, dat hier in noordzuidelijke richting loopt. Het station bevindt zich even ten zuiden van het onderzoeksgebied. Aan de noordzijde loopt de Dieze, die zich in oostelijke richting langs de noordrand van de binnenstad voortzet en in westelijke richting doorloopt richting de Maas. Het spoortracé loopt met hoge, uit 2013 daterende vaste bruggen over de Dieze. Ten westen van deze bruggen loopt tevens de parallel aan het spoortracé lopende Nelson Mandelalaan over de dubbele Royal Welsh verkeersbruggen uit 2015. Het ter hoogte van het onderzoeksgebied al oplopende spoor- en wegtracé vormen een duidelijke fysieke en visuele begrenzing van het gebied. Tussen het oplopende talud en de langs de oostrand van het onderzoeksgebied lopende Parallelweg bevindt zich een terreinstrook die in de huidige opzet
Ten noorden van de Koestraat, die de noordzijde van het onderzoeksgebied begrensd, bevindt zich een uit de vroege jaren dertig daterende woonbuurt met woningen in gesloten drielaags blokken. Deze buurt kwam in dezelfde periode tot stand als de ten westen daarvan gelegen Industriehaven met aangrenzend industriegebied, met daarin de Brabanthallen Aan de westzijde begrenst de Paardskerkhofweg het gebied. Hier werd het ten westen gesitueerde voormalige industriegebied recent volledig herontwikkeld tot een woonwijk met gevarieerde bebouwing. Hoofdzakelijk op de noordwesthoek van het onderzoeksgebied herinneren enkele overgebleven kleine bouwwerken uit de industriële periode aan het vroegere gebruik. De Oude Engelseweg en Oude Vlijmenseweg begrenzen de westzijde van dit voormalige industriegebied en lopen op de noordwesthoek van het onderzoeksgebied tussen dit gebied en de Industriehaven door. De Paardskerkhofweg sluit hier aan op de Oude Engelseweg.
4.2
BEREIKBAARHEID
Hoewel het gebied aanvankelijk alleen via een weg langs de Dieze, vanuit de binnenstad was ontsloten, ligt dit tegenwoordig volledig omsloten door de hoofdverkeersstructuur, waardoor het gebied zeer goed toegankelijk is en bovendien vanaf deze hoofdroutes prominent zichtbaar is (Afb. 95).
blad 74 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
4.3
GEBIEDSSTRUCTUUR
Het onderzoeksgebied beslaat een globaal driehoekig gebied dat aan de oostzijde wordt begrensd door de Parallelweg en aan de westzijde door de Paardskerkhofweg (Afb. 98). Aan de zuidzijde eindigt het gebied in een punt die wordt doorsneden door de omhoekende aansluiting van de Paardskerkhofweg op de Parallelweg en Nelson Mandelalaan. Ten zuiden van deze aansluiting volgt nog een driehoekige groenstrook. Het zich naar het noorden verbredende gebied sluit aan de noordzijde af met de Koestraat, die zo tevens een verbinding vormt tussen de Parallelweg en de Paardskerkhofweg (niet voor autoverkeer). De Parallelweg is de oorspronkelijke ontsluitingsweg voor het onderzoeksgebied en zowel de Koestraat als de door het onderzoeksgebied lopende rechte fabrieksstraten zijn haaks op de Parallelweg gericht, evenals de hoofdstructuur van vrijwel alle bebouwing. Doordat de bebouwing primair op de Parallelweg was gericht, staan aan deze zijde de gevels van de vroegste gebouwen in één rechte lijn, parallel aan de openbare weg. Doordat het merendeel van de bebouwing een rechthoekige opzet heeft is aan de zijde van de Paardskerkhofweg een meer getrapte bebouwingslijn ontstaan (Afb. 96).
Het gebouw van de Avans Hogeschool aan de zuidzijde van het gebied staat met beide zijgevels parallel aan de aangrenzende straten met aan de zuidzijde een hol gebogen gevel die als een façade voor het gebied fungeert.
Afb. 95 In rood weergegeven, de belangrijkste hoofdwegen rond het geel gemarkeerde onderzoeksgebied. De oranje gemarkeerde wegen vormen de directe ontsluiting voor het gebied.
Hoewel een groot deel van het gebied relatief dicht is bebouwd zijn enkele wat grotere vlakken, al dan niet bewust onbebouwd gebleven (Afb. 97). Deze gebied vormen een onlosmakelijke eenheid met omliggende bebouwing.
blad 75
Afb. 96 Overzicht van de gevellijnen die het straatbeeld bepalen. Aan de zijde van de Parallelweg volgen de gevellijnen hoofdzakelijk de lijn van de straat, terwijl aan de zijde van de Paardskerkhofweg een meer getrapt verloop herkenbaar is. De oranje pijlen geven de zichtlijnen door het onderzoeksgebied weer.
Afb. 97 Karakteristieke open ruimtes, die een relatie vormen met de historische bebouwingsstructuur.
blad 76 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 98 Overzicht van het onderzoeksgebied in westelijke richting. Op de voorgrond de Parallelweg en achter het gebied de Paardskerkhofweg.
blad 77
4.4
BEBOUWINGSKARAKTERISTIEK
De binnen het onderzoeksgebied aanwezige bebouwing heeft sterk wisselende dateringen, afmetingen en bouwhoogtes. Overwegend is sprake van gebouwen met een groot grondvlak en een, zeker in relatie tot dit grondvlak, beperkte bebouwingshoogte. Ook hierin is een relatie met het ontstaan vanaf de Parallelweg ter herkennen. Bij verschillende gebouwen is aan de zijde van de Parallelweg een prominente hogere opbouw toegepast, waardoor dat deel van het gebouw als een duidelijk herkenbaar front voor een lager achterliggend volume fungeert (Afb. 99). Binnen de zuidelijke helft van het gebied is de bebouwing overwegend kleinschaliger van karakter.
Afb. 99 Niet alleen het op de achtergrond zichtbare kantoorgebouw van de Grasso-fabriek heeft een prominenten hoge voorbouw. Ook de aan de linkerzijde zichtbare showroom fungeert als representatieve voorbouw voor de achterliggende bedrijfshal.
blad 78 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 100 Overzicht plangebied met hoofdkarakteristiek van bebouwing. De groene gebouwen of delen van gebouwen betreft latere onderdelen en delen waar een relatie met de primaire ontwikkeling van het gebied ontbreekt of is verstoord.
blad 79
4.5
GEBIEDSINRICHTING
4.5.1
Karakteristiek straten
Het gebied wordt omgeven door drie wegen met elk een geheel eigen karakter. Dit betreft aan de oostzijde de Parallelweg, aan de westzijde de Paardskerkhofweg en aan de noordzijde de Koestraat. Daarnaast vormt de aansluiting van de Parallelweg en de Paardskerkhofweg aan de zuidzijde van het gebied, samen met de hier vanuit het westen aansluitende Edisonstraat een gecombineerd plein en plantsoen.
de fabriekshallen opliep, nog herkenbaar in de structuur van het terrein, maar dit is thans niet meer het geval. Ten noorden van de verbindingsweg met de Nelson Mandelalaan bevond zich tot voor kort het postsorteercentrum van PostNL. Dit gebied wordt thans onder de naam EKP-Noord herontwikkeld tot een woongebied met deels hoogbouw en kleinschalige bedrijvigheid en voorzieningen.15
Parallelweg Aan de oostzijde bevindt zich de Parallelweg. Dit is de oorspronkelijke ontsluitingsweg en ook tegenwoordig nog de belangrijkste toegangsweg. Dit is ook herkenbaar in het ruimere straatprofiel en de geasfalteerde uitvoering met fietsstroken. De weg heeft grotendeels uitsluitend langs de westzijde bebouwing. Dit betreft de bebouwing van het onderzoeksgebied. Aan de oostzijde sluit een recente geasfalteerde verbindingsweg met de Nelson Mandelalaan, ter hoogte van het voormalige kantoorgebouw van Grasso, aan op de Parallelweg. Ten zuiden van deze verbindingsweg liggen aansluitend op de Parallelweg meerdere parkeerterreinen die aan de oostzijde van de Nelson Mandelalaan worden gescheiden door een brede groenstrook met een inrichting die varieert van uitsluitend gras tot hoger opgaande singelbegroeiing. Tot de aanleg van de verbindingsweg was een deel van het tracé van het fabrieksspoor, dat met een ruime bocht het terrein tussen het kantoor en
Afb. 101 Zicht over de Parallelweg in zuidelijke richting.
Aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied ligt het trottoir direct langs de bebouwing. Hier wordt het trottoir door een groenstrook met een rij forse bomen van de rijbaan gescheiden. De groenstrook wordt ter hoogte van Parallelweg 56A en ter hoogte van het voormalige veilinggebouw
15
https://www.denbosch.nl/nl/projecten/spoorzone/ekp-terrein (geraadpleegd op 03-022025) blad 80 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
(Parallelweg 32-49) onderbroken door bestrating. Daarbij is direct langs de voorgevel van het veilinggebouw nog wel een smalle groenstrook aanwezig. Verder noordelijk is de strook tussen de bebouwing en de Parallelweg grotendeels met parkeervakken ingericht en is een sterk versteend karakter ontstaan. Aan de oostzijde sluiten de parkeerterreinen direct aan op de rijbaan.
Paardskerkhofweg Tot de recente gebiedsontwikkeling van het industrieterrein ten westen van de Paardskerkhofweg, had deze weg een sterk versteend karakter. Aan de oostzijde waren haaks op de rijbaan gerichte parkeervakken tussen de rijbaan en de hekken rond het terrein van Grasso/Grenco. Aan de westzijde bevonden de gevels van de enkellaags- en tweelaags bedrijfsbebouwing zich direct langs het trottoir aan de westzijde van de rijbaan. Omstreeks 2017 werd de weg opnieuw ingericht, waarbij het profiel veel breder werd. De rijbaan heeft een bestrating. De parkeervakken aan de oostzijde zijn vervangen door een brede strook met een bestrating van rode baksteenklinkers. Hierin is een groot deel van het vroegere tracé van het bedrijfsspoor herkenbaar gebleven door middel van de oorspronkelijke rails met daartussen een strook witte betonplaten in een kader van donker fijn grind. Zowel aan de noordzijde als de zuidzijde heeft dit spoor geen aansluitingen meer, waardoor de eerdere context onherkenbaar is. Langs de rijbaan worden parkeervakken in de lengterichting afgewisseld door in rijen van wisselende lengtes geplante bomen.
Afb. 102 Zicht over de Parallelweg in noordelijke richting, met rechts de verbindingsweg naar de Nelson Mandelaweg.
Het terrein langs de westzijde van de Paardskerkhofweg werd volledig nieuw ingericht en heeft volledig het karakter van een woonwijk. Een strook parkeervakken in de lengterichting wordt hier door een groenstrook geschieden van het dicht langs de woningen lopende trottoir.
blad 81
Koestraat De koestraat wordt in hoge mate bepaald door de hoge noordgevel van de oorspronkelijke Grasso-fabriek. Deze smalle straat is afgesloten voor doorgaand gemotoriseerd verkeer door deze te onderbreken met een groenstrook. De vrij smalle, met betonklinkers bestrate rijbaan ligt centraal tussen de bebouwing. Alleen aan de noordzijde ligt een trottoir direct langs de gevels van de woningen. Langs de fabrieksgevel aan de zuidzijde is deels een groenstrook aanwezig en zijn deels parkeervakken, haaks op de rijbaan aangelegd. Bij het westelijke deel van de straat worden parkeervakken afgewisseld met bomen.
Afb. 103 Zicht door de Paardskerkhofweg in zuidelijke richting, met links de historische muur rond het oorspronkelijke fabrieksterrein van Grasso.
Afb. 105 Het oostelijke deel van de Koestraat in westelijke richting.
Afb. 104 De Paardskerkhofweg in noordelijke richting. Rechts het fabrieksspoor. blad 82 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 106 Westelijk deel van de Koestraat, met op de voorgrond de groenstrook die de straat voor doorgaand verkeer afsluit.
Afb. 107 Zicht over het voorplein van De Hoge Donken in oostelijke richting.
Zuidelijk voorplein en plantsoen Met de bouw van gebouw De Donken in 1997 werd het nieuwe gebouw opnieuw op ruime afstand van de aansluiting van de Parallelweg op de Paardskerkhofweg gesitueerd. Het terrein ten zuiden van het gebouw werd als een grotendeels verhard voorplein ingericht met steenachtige elementen langs de randen. Door de hier omheen gesitueerde groenelementen en een doorlopende bomenrij aan de oostzijde wordt dit voorplein visueel verbonden met het plantsoen dat zich ten zuiden van de aansluiting met de Edisonstraat bevindt. Het plantsoen en het voorplein vormen zo samen een open gebied met een groen karakter rond dit knooppunt. Afb. 108 Zicht vanaf de Edisonstraat in oostelijke richting. Geheel links is de zuidrand van het voorplein van De Hoge Donken. blad 83