Bijlage 1a bijlagen Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch
Tekst van het document
4.5.2
Terreinverhardingen
Het onderzoeksgebied en directe omgeving kennen een behoorlijk hoge mate van verstening. Het beeld wordt echter verzacht door de verspreid aanwezige groenelementen, hoewel deze een relatief klein oppervlak beslaan. In de openbare ruimte zijn geen historische terreinverhardingen meer aanwezig. Dit is mede het gevolg van de verlegging van de Parallelweg in oostelijke richting en de algehele herinrichting van zowel de Koestraat als de Paardskerkhofweg. Toegepast materialen (asfalt, betontegels, betonklinkers, baksteenklinkers en betonplaten) zijn eigentijds en hebben geen historische relatie, hoewel met name de bestratingen van trottoirs het grootste deel van de twintigste eeuw zeer algemeen was. Wel bleef langs de oostzijde van de Paardskerkhofweg een deel van het fabrieksspoor bewaard en werd dit in de terreininrichting gemarkeerd door een afwijkende invulling. Binnen het gebied is het overgrote deel van het terrein verhard met betonnen Stelconplaten. Deze verharding komt grotendeels voort uit het gebruik als fabrieksterrein door Grasso en Grenco. Het betreft echter wel een terreinverharding die pas na 1970 gefaseerd tot stand kwam. Tussen de gebouwen 5 en 8 zijn de Stelconplaten gecombineerd met een middenstrook met een bestrating van baksteenklinkers.
Alleen ten oosten van gebouw 5 en op de binnenterreinen van de gebouwen 22 t/m 24 en is een bestrating van betonklinkers in keperverband aanwezig. Ook dit betreft relatief recente bestratingen.
Afb. 109 Overzicht van het onderzoeksgebied, met daarop weergegeven alle onbebouwde gebieden met een steenachtige inrichting. blad 84 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
4.5.3
Groenelementen
Het gebied heeft nooit beeldbepalende groenstructuren gekend. Een rij bomen ten westen van de Parallelweg ter hoogte van het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied en tuinaanleg rond de in 1960 gebouwde showroom vormden de meest bepalende onderdelen. Ook tegenwoordig bevindt zich op dezelfde plaats langs de westzijde van de Parallelweg een rij bomen, die dit deel van de weg een groen karakter verlenen. De bomen staan in rechthoekige grasborders.
Afb. 111 Zicht over het gazon voor de showroom in noordelijke richting.
Afb. 110 Markante bomenrij langs de westzijde van het zuidelijke deel van de Parallelweg.
Verder noordelijk liggen slechts bestrate parkeerterreinen tussen de Parallelweg en de gebouwen. Deze benemen deels ook het zicht op de in 1960 aangelegde tuin rond de showroom. Deze heeft, overeenkomstig de oorspronkelijke aanleg, een groot L-vormig grasveld, dat aan de voorzijde door een (beuken)heg wordt begrensd.
Afb. 112 Sterk gewijzigde aanleg ten zuiden van de showroom.
blad 85
De heggen aan de zijkanten van het gazon en de borders langs de rechterzijde van het gazon en ten zuiden van de showroom zijn nog slechts ten delen, en bovendien in sterk gewijzigde vorm aanwezig. Op de noordoosthoek van de showroom is een fors vlak met Stelcon-platen verhard. De oorspronkelijk langs de zuidgevel van het historische Grassokantoor aangelegde brede border is in de vorm van een zeer smalle border teruggebracht. Zowel bij de Paardskerkhofweg als de Koestraat is sprake van recent aangelegde groenelementen in een eigentijdse opzet. Het betreft hoofdzakelijk langgerekte rechthoekige borders met struiken. Ten dele zijn daarin betrekkelijk kleine bomen aanwezig. Hoewel het totale oppervlak aan groenstructuren, met name bij de Paardskerkhofweg relatief beperkt is, geven de aanwezige delen de straten toch een betrekkelijk groene aanblik. Dit beeld zal nog worden versterkt doordat de nu nog relatief jonge bomen forser zullen worden. Binnen het tot het complex behorende terrein komen hoofdzakelijk langs de westrand recente groenstructuren voor. Ook hier is sprake van een hoofdzakelijk geometrische rechthoekige aanleg. Tussen de gebouwen is het groen beperkt tot enkele smalle borders en op de bestrating geplaatste bakken.
Afb. 113 Overzicht van het onderzoeksgebied, met daarop weergegeven alle groenelementen. blad 86 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
blad 87
5
GEBOUWENCATALOGUS
In dit hoofdstuk volgt per gebouw een korte beschrijving van de actuele verschijningsvorm van zowel het exterieur als het interieur. Tevens wordt daarbij ook aangegeven hoe de huidige verschijningsvorm zich verhoudt tot de oorspronkelijke opzet. De gebouwen worden per samenhangend cluster of historische fase behandeld. In enkele gevallen worden daarbij bouwdelen samengevoegd. Voor de nummering van die afzonderlijke bouwdelen, welke per paragraaf worden vermeldt, is de door Grasso/Grenco gehanteerde halnummering aangehouden. Deze nummering is deels incompleet omdat daarin ook enkele inmiddels gesloopte bouwdelen (10, 13, 19 en 20) waren opgenomen. Voor de gebouwen die nooit (functioneel) tot het Grasso/Grenco-complex hebben behoord is de nummering vanaf de Grasso/Grenco-nummering voor dit onderzoek voortgezet (nrs. 21 t/m 24).
Afb. 114 Overzicht gebouwen met gehanteerde gebouwnummers. De gele nummers zijn de door Grasso/Grenco gebruikte gebouwnummers, waarbij de nummers 10, 13, 19 en 20 inmiddels niet meer bestaan. De oranje nummers betreft gebouwen die nooit als onderdeel van Grasso en/of Grenco hebben gefungeerd. blad 88 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
5.1
GRASSO – FABRIEKSHALLEN
Bouwdelen 1, 2, 3 en 11 De uit 1912 daterende Grasso-fabriekshallen bevinden zich aan de noordzijde van het onderzoeksgebied. Dit grote complex beslaat een hoofdvolume met een rechthoekig grondvlak van ca. 100 bij 80 meter met op de noordwesthoek een rechthoekige achtervleugel van ca. 65 bij 15,5 meter. 5.1.1
Hoofdopzet
Hoofdopzet hoofdvolume Het hoofdvolume heeft één hoge bouwlaag en is opgebouwd uit drie parallelle, oost-west georiënteerde hallen. Daarbij zijn de beide buitenste hallen ca. 30 meter breed en de middelste hal ca. 20 meter. Alleen bij de zuidelijke hal is de oorspronkelijke getrapte dakvorm met hellende lichtstroken, afgewisseld met flauw hellende, met bitumen gedekte dakvlakken aan de oostzijde nog aanwezig. Bij het westelijke deel van de zuidelijke hal en de gehele noordelijke hal zijn daken langs de randen vervangen door platte daken met aansluitend een verticale lichtstrook. Bovenliggende (oorspronkelijke) lichtstroken zijn met bitumen afgedekt. Centraal hebben beide hallen nog over de volledige lengte een zadeldakvormige lichtstraat. Het dak van de middelste hal heeft aan de oostzijde de oorspronkelijke contour met platdak met centraal een zadeldakvormige lichtstraat. Daarachter volgt een recente rechthoekige opbouw. Het achterste (westelijke) deel stamt uit 1943 en heeft in het midden een flauwhellend zadeldak met grotendeels als lichtstraat uitgevoerde nokzone. Dit zadeldak wordt aan weerszijden geflankeerd door een smalle strook platdak.
De draagconstructies met stalen vakwerkspanten op een stramien van 6,7 meter bleven, behoudens voornoemde wijzigingen in de dakcontouren, grotendeels oorspronkelijk. Wel werden op verschillende plaatsen versterkingen aangebracht t.b.v. de in de constructie aangebrachte kraanbanen. Daarnaast hebben alle dakvlakken vernieuwde stalen dakplaten, recente balklagen met plaatmateriaal en in dubbelwandige kunststof platen uitgevoerde lichtstroken. Hoofdopzet achtervleugel De achtervleugel heeft vier delen van wisselende lengte met eveneens wisselende bouwhoogtes. Alle delen hebben platte daken. De oostelijke drie daken hebben zadeldakvormige lichtstraten in noord-zuidelijke richting. Bij het meest oostelijke dak zijn de lichtstraten echter met bitumen afgedekt. De constructies hebben hier een traditionele opzet met door stalen onderslagen ondersteunde enkelvoudige balklagen. Een aanzienlijk deel van de balklagen en het bovenliggende dakbeschot lijkt te zijn vernieuwd. 5.1.2
Gevels
Gevels hoofdvolume De gevels van het hoofdvolume zijn gemetseld in donkerrode machinale baksteen in kruisverband. De architectuur in overgangsstijl met een hoofdzakelijk rationalistische opzet, maar met expressionistische elementen is zeer sterk op de als voorgevel te beschouwen oostgevel gericht. Hier accentueren de in drie delen gelede gevels de achterliggende kappen. Elk geveldeel wordt geflankeerd door hoekdammen en heeft een risalerend middendeel, dat bij de buitenste hallen wordt geflankeerd door iets minder risalerende zijdelen die op hun beurt ook weer worden geflankeerd door uitgemetselde hoekdammen. De gevels sluiten af met een blad 89
fries van siermetselwerk in de vorm van op verschillende hoogtes uitgemetselde consoles. De bovenrand heeft een gepleisterde geprofileerde afdekking. In de risalerende middendelen zijn geclusterde hoge verticale vensters onder rondbogen aanwezig. De zijvlakken hebben per twee geclusterde hooggeplaatste kleine rechthoekige vensters onder een overspannende hanenkam. Alle vensters hebben bakstenen lekdorpels. In de vensters zijn nog grotendeels oorspronkelijke stalen ramen aanwezig. De beide zijgevels van de fabriekshallen worden op het stramien van de draagconstructie geleed door iets uitgemetselde penanten. De tussenliggende vlakken sluiten af met een bloktandlijst. Boven de gevels zijn eenvoudig geprofileerde gootlijsten aanwezig. In elke travee is een hooggeplaatst verdiept vlak onder een segmentboog aanwezig met aan de onderzijde een bakstenen lekdorpel. Binnen elk vlak bevinden zich twee door een brede gemetselde middendam gescheiden vensters met schuin naar het (gezamenlijke) midden oplopende bovenzijde. In de openingen van de noordgevel zitten vernieuwde enkelruits ramen. Naast deze oorspronkelijke vensters is in de noordgevel één enkele deuropening toegevoegd. Bij de zuidgevel zijn nog de stalen ramen met roeden aanwezig. De zuidgevel had oorspronkelijk een dubbele deuropening onder één van de dubbele vensters en één brede hoge deuropening onder een tweesteens strek.
De eerste opening is geheel gewijzigd tot een grote opening met daarin de huidige hoofdentree. De tweede opening is sterk verlaagd en voorzien van een recente overheaddeur. Daarnaast zijn nog twee recente dubbele deuropeningen toegevoegd. De achtergevels zijn geheel blind en sluiten af met een strook van meerdere baksteenlagen die de contouren van de daken volgt. Het onderste deel van deze gevel valt volledig binnen latere aanbouwen.
Gevels achtervleugel De gevels van de achtervleugel zijn eveneens gemetseld in donkerrode machinale baksteen in kruisverband met een plintzone in iets donkerder baksteen, die afsluit met een halfsteens rollaag. De gevels sluiten af met een bloktandlijst met daarboven het geprofileerde dakoverstek op uitgezaagde klossen. De niveauverschillend van de verschillende bouwdelen vormen de belangrijkste geleding. Dat wordt nog geaccentueerd door twee hoger opgemetselde- en aan de zuidzijde uitspringende brandgevels. De brede noord- en zuidgevel hebben bovenin een reeks rechthoekige vensters die deels individueel en deels in drietallen met doorlopende bakstenen lekdorpel zijn geclusterd. Alle openingen hebben vernieuwde kozijnen met enkelruits ramen. In de onderzone van de gevels hebben veel veranderingen plaatsgevonden. Bij de aan de Koestraat grenzende noordgevel betreft het zowel de dichtzetting van eerdere gevelopeningen als een geheel vernieuwd geveldeel met daarin een reeks nieuw toegevoegde gevelopeningen. Bij de zuidgevel is onderin de gevels een reeks oorspronkelijke deuropeningen met ijzeren lateien onder strekken of rollagen aanwezig. Deels zijn openingen dichtgemetseld en in alle gevallen zijn invullingen vernieuwd. Op de verdieping van het hogere, meest westelijke bouwdeel zijn reeksen rechthoekige vensters met doorlopende bakstenen lekdorpels aanwezig.
Ook hier hebben alle vensters vernieuwde kozijnen met enkelruits ramen. Twee iets lager geplaatste luiken werden dichtgemetseld. De in de bovenste delen van de oostelijke geveldelen aanwezige rechthoekige vensters zijn allemaal dichtgemetseld. De smallere westgevel heeft op de verdieping in twee- of drietallen geclusterde rechthoekige vensters met doorlopende bakstenen lekdorpels. Alle openingen hebben vernieuwde kozijnen met daarin enkelruits ramen of lamellenroosters. Op de begane grond is één niet-oorspronkelijke
blad 90 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
deuropening en vier niet-oorspronkelijke, dichtgemetselde vensters aanwezig. 5.1.3
Interieur
Interieur hoofdvolume Het interieur van de drie grote hallen wordt gedomineerd door de grotendeels oorspronkelijke dakconstructie, die wordt ondersteund door rijen vakwerkkolommen. Tussen de hallen zijn nog grotendeels de oorspronkelijke tussenmuren aanwezig. Deze zijn overeenkomstig de buitengevels uitgevoerd met lisenen en een afsluitende bloktandlijst. Binnen deze, door de oorspronkelijke gevels en constructies bepaalde hoofdopzet is sprake van een eigentijdse fabriek met los binnen de ruimte geplaatste ruimtes en machines. Binnen de oostelijke travee is een recente inbouw met twee bouwlagen met kantoren en een galerij langs de westzijde toegevoegd.
Afb. 115 Overzicht van de voorgevel uit het noordoosten.
Interieur achtervleugel Het interieur van de achtervleugel wordt ter hoogte van de bouwmuren tussen de vier bouwdelen verdeeld, maar heeft daarnaast ook een meer recente indeling gekregen. Het meest oostelijke deel is daarbij als kantoor over twee bouwlagen ingericht. De westelijke ruimtes dienen als testruimtes van wisselende afmetingen. Binnen deze ruimtes zijn geen historische elementen of constructies herkenbaar.
Afb. 116 Detail middenrisaliet van één van de brede hallen.
blad 91
Afb. 117 Zicht door de Koestraat in westelijke richting, met links de noordelijke fabrieksgevel.
Afb. 119 Westelijk deel van de zuidgevel.
Afb. 120 Oostelijk deel van de zuidgevel. Afb. 118 Noordwesthoek van het hoofdvolume met aansluitende achtervleugel (rechts). blad 92 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
Afb. 121 Overzicht zuidgevel van de achtervleugel.
Afb. 123 Overzicht van de Koestraat en de westzijde van de achtervleugel.
Afb. 122 Noordgevel van de achtervleugel.
Afb. 124 Zuidwesthoek van het dak van het hoofdvolume. Het deel op de voorgrond heeft nog de oorspronkelijke contour. blad 93
5.2
GRASSO – EXPEDITIELOODS
Bouwdeel 4
5.2.1
Hoofdopzet
De expeditieloods werd in 1943 toegevoegd. Tegelijkertijd kwam het westelijke deel van de middelste hal van het hoofdvolume van de Grassofabriek tot stand.
Afb. 125 Interieur van de noordelijke brede hal, gezien in westelijke richting.
De expeditieloods heeft een rechthoekig grondvlak van ca. 21 bij 50 meter. Dit bouwdeel is met de lange oostzijde grotendeels tegen de achtergevel (west) van het hoofdvolume van de fabriek gebouwd, maar steekt aan de zuidzijde verder door. De loods heeft een met bitumen gedekt betrekkelijk flauw hellend zadeldak. Daarbij ligt het middendeel enkele decimeters boven de onderste dakgedeeltes, wat de driebeukige opzet accentueert. Het grootste deel van de nokzone was met een lichtstraat uitgevoerd, maar deze is met bitumen afgedekt. De dakvlakken zijn uitgevoerd met betonnen cassetteplaten, waarvan de rechthoekige randen de iets overstekende dakranden vormen. Het eerder aanwezige bedrijfsspoor liep door de zuidelijke travee van de expeditieloods. T.b.v. de hoge deuropeningen in de oost- en westgevel zijn hier de onderste dakgedeeltes opgewipt en als gevolg daarvan geknikt. Deze geknikte opzet is ook kenmerkend voor de als voorgevel te beschouwen zuidgevel. De dakvlakken zijn grotendeels met zonnepanelen bedekt.
Afb. 126 De middelste hal, in westelijke richting.
blad 94 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
5.2.2
Gevels
De gevels zijn gemetseld in donkerrode machinale baksteen in kettingverband met verdiepte voegen. De gevels hebben een plintzone in iets lichtere, meer oranjekleurige baksteen die afsluit met een halfsteens rollaag. De zuidgevel heeft een sobere architectuur, maar de geknikte onderste dakgedeeltes en het iets verhoogde middendeel verlenen de gevel een markante hoofdvorm. Dit wordt versterkt door twee, ter hoogte van de verspringende daklijn toegepaste uitgemetselde lisenen met een betonnen afdekking. Het middendeel van de gevel heeft een forse pui met een betonnen kader met uitspringende boven- en onderdorpel. De door vijf betonnen tussenstijlen verdeelde openingen hebben stalen ramen met roeden. De lagere zijdelen van de gevel hebben elk een venster met betonnen kader met uitspringende boven- en onderdorpel en twee betonnen tussenstijlen. De drie openingen van elke pui hebben vernieuwde aluminium kozijnen. Onder het rechter venster is een dichtgemetselde deuropening herkenbaar. De smalle oostgevel heeft links de brede oorspronkelijke deuropening onder een betonlatei, waardoor het bedrijfsspoor liep. In de opening is een recente aluminium overheaddeur aanwezig. Rechts van de deuropening zijn enkele dichtgemetselde vensters met uitspringende betonnen boven- en onderdorpels aanwezig.
De westgevel heeft aan de rechterzijde eveneens een brede oorspronkelijke deuropening onder een betonlatei, waardoor het bedrijfsspoor liep. Ook in deze opening is een vernieuwde aluminium overheaddeur aanwezig. Het resterende deel van de westgevel valt binnen een oorspronkelijke aanbouw. De noordgevel valt binnen diverse recente enkellaags aanbouwen met platte- of flauw hellende daken.
De oorspronkelijke aanbouw aan de westgevel heeft een flauwhellend, tegen de hogere westgevel van de loods oplopend lessenaardak met een iets uitspringende betonnen dakrand. De gemetselde gevels hebben rollagen halverwege en direct onder de dakrand. Daarbij zijn alleen de noord- en zuidgevel oorspronkelijk en was waarschijnlijk sprake van een open afdak. Deze oorspronkelijke gevels zijn gemetseld in kettingverband. De in halfsteens verband gemetselde westgevel werd hier later tussengevoegd. In deze jongere gevels zijn diverse grote vensters met houten kozijnen toegepast. De oorspronkelijke zuidgevel valt deels binnen een recent bouwdeel met platdak. 5.2.3
Interieur en constructie
Het interieur van de expeditieloods wordt hoofdzakelijk verdeeld door de binnen de ruimte geplaatste stalen kolommen van de grotendeels oorspronkelijke dakconstructie. Deze kolommen ondersteunen een stalen vakwerkconstructie met driebeukige opzet. Daarbij is in de lengterichting tussen de bovenzijde van de kolommen een vakwerk aanwezig. Langs de binnenzijde van beide rijen kolommen zijn oorspronkelijke liggers t.b.v. een kraanbaan aanwezig. De halve vakwerkspanten van de zijbeuken sluiten op het niveau van het vakwerk in de lengterichting tegen de buitenzijde van de kolommen aan. De vakwerkspanten van de middenbeuk liggen hoger en worden door een systeemplafond aan het zicht onttrokken. Over de spanten liggen als smalle betonnen cassetteplaten uitgevoerde dakplaten. Behoudens de binnen de ruimte staande kolommen en zichtbare delen van de vakwerkspanten en dakplaten heeft de loods een volledig eigentijds afgewerkt en ingericht interieur.
blad 95
Afb. 127 Overzicht expeditieloods uit het zuidoosten.
Afb. 129 Zuidwesthoek van de expeditieloods.
Afb. 128 Detail oorspronkelijk venster met stalen ramen in de zuidgevel.
Afb. 130 Het oorspronkelijke betonnen afdak is dichtgemaakt en tegen de zuidgevel is een aanbouw gebouwd.
blad 96 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
5.3
GRASSO – OVERIGE BOUWDELEN
Westelijke muur en bouwdelen 9, 12 en 18
5.3.1
Afb. 131 Overzicht interieur van de expeditieloods in noordelijke richting.
Afb. 132 Detail constructie van de expeditieloods.
Westelijke muur
Op de westelijke perceelgrens bevindt zich nog een aanzienlijk deel van de kort na de bouw van de fabriek gebouwde hoge muur. Deze sloot aan op de zuidwesthoek van de achtervleugel (11) van de fabriek en de zuidwesthoek van het kantoorgebouw (8), waarmee deze zijde van het fabrieksterrein volledig was afgesloten. De muur bestond uit een hoog noordelijk deel, dat tevens de westgevel vormde van een tegen de muur aanwezig afdak, en een lager zuidelijk deel. Inmiddels is dit lagere deel volledig verdwenen. Het huidige hoge muurgedeelte is gemetseld met donkerrode machinale baksteen in kruisverband met een plintzone die afsluit met een halfsteens rollaag. De muur wordt aan de buitenzijde op regelmatige afstanden geleed door uitgemetselde lisenen die boven de muur doorsteken en afsluiten met trapsgewijs oplopende rollagen. De tussenliggende muurdelen sluiten aan deze zijde af met een bloktandlijst met afsluitende halfsteens rollaag. Alleen het iets lagere smalle noordelijke muurgedeelte sluit alleen met een rollaag af. De smallere, meest zuidelijke travee is smaller. Binnen de meest noordelijke travee is rechts een extra oorspronkelijke, iets lagere liseen aanwezig. De oostzijde van de muur valt deels grotendeels binnen het tegen de muur aanwezige bouwdeel 12, dat voor een deel nog uit het oorspronkelijke afdak bestaat.
Ten noorden hiervan zijn in de bovenzijde van de muur nog de afgeslepen liggers van het oorspronkelijke dak zichtbaar. blad 97
Van het verwijderde lage zuidelijke muurgedeelte zijn uitsluitend de aftekeningen op het resterende muurgedeelte en de gevel van het kantoorgebouw bewaard.
Afb. 134 Bij het noordelijke deel zijn de afgezaagde balken van het afdak nog zichtbaar.
Afb. 133 Alleen het noordelijke deel van de muur is vanaf het terrein goed zichtbaar.
Afb. 135 Overzicht westzijde van de oorspronkelijke muur.
blad 98 Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch
De verschillende delen zijn ontstaan als pragmatische kleinschalige uitbreidingen bij de omliggende historische gebouwen en hebben als zelfstandige bouwdelen geen architectonische kwaliteiten.
Afb. 136 De muur, gezien uit het zuidwesten, met daartegen vernieuwd bouwdeel 12.
5.3.2
Bouwdeel 9
Bouwdeel 9 bevindt zich in de noordwestelijke binnenhoek tussen de expeditieloods (4) en het tegelijkertijd ontstane westelijke deel van de middelste fabriekshal (2). Het betreft een amorf cluster van verschillende vrij recente kleinere bouwdelen met zeer flauw hellende daken van golfplaten of stalen profielplaten. De meerdere malen verspringende gevels zijn aan de zuidzijde uitgevoerd in vlakke sandwichpanelen en bij de wat oudere noordelijke delen met geprofileerde staalplaten boven een gemetselde borstwering.
Afb. 137 Overzicht latere bouwdelen in de binnenhoek tussen de fabriekshallen (midden), de achtervleugel (links) en de expeditieloods (rechts).
5.3.3
Bouwdeel 12
Bouwdeel 12 is ontstaan als een oorspronkelijk, ca. 10 meter breed afdak tegen de oostzijde van de terreinmuur. Dit afdak, waarvan aan de noordzijde nog zes traveeën resteren, besloeg de volledige lengte van het hoge noordelijke muurgedeelte. De oorspronkelijke constructie bestaat uit samengestelde geklonken stalen kolommen op lage betonnen poeren. Over de kolommen lopen rechte stalen INP-liggers, die aan de voorzijde blad 99