CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a bijlagen Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch20.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlage 1 Cultuurhistorische gebiedsanalyse met transformatiekader projectgebied GRASSO/IKDB

CULTUURHISTORISCHE GEBIEDSANALYSE MET TRANSFORMATIEKADER

Projectgebied

GRASSO / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Onderzoek i.o.v. gemeente ’s-Hertogenbosch

23 april 2025

COLOFON Onderzoeksobject Projectgebied Grasso / Innovatiekwartier 's-Hertogenbosch (IKDB) Parallelweg 25 – 64 5223 AL ‘s-Hertogenbosch Paardkerkhofsweg 15 5223 AJ ‘s-Hertogenbosch Koestraat 80 5223 AH ‘s-Hertogenbosch

MONUMENTEN ADVIES BUREAU bureau voor architectuur- en bouwhistorisch onderzoek, cultuurhistorische gebiedsanalyses, restauratie, onderhoud en bouwtechnisch onderzoek, publieksvoorlichting en publicaties over cultuurhistorie

Status Parallelweg 25 – Rijksmonument nr. 522434 (complexnr. 522432) Parallelweg 27 – Rijksmonument nr. 522433 (complexnr. 522432) Kadastraal ’s-Hertogenbosch, sectie F, nrs. 925, 1462, 1999, 2000, 2001 en 3771 Opdrachtgever Gemeente ‘s-Hertogenbosch Contactpersoon: Postbus 12345 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch

Bredestraat 1 6542 SN NIJMEGEN tel: 024-3786742 info@monumentenadviesbureau.nl www.monumentenadviesbureau.nl

Onderzoek en rapportage

Foto’s en tekeningen Monumenten Advies Bureau, tenzij anders is vermeld Status Definitief – 23-04-2025

blad 2  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Monumenten Advies Bureau. NB: Op de afbeeldingen in deze rapportage kunnen auteursrechten van toepassing zijn. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade, die voortkomt uit het ongeoorloofd gebruik van het beeldmateriaal in deze uitgave. Met betrekking tot het beeldmateriaal hebben wij ons best gedaan om alle rechthebbenden te achterhalen en deze te vermelden in de bijschriften dan wel de bronnen. Als u van mening bent dat uw beeldmateriaal zonder voorafgaande toestemming is gebruikt, neem dan contact met ons op. © Monumenten Advies Bureau – Nijmegen, 2025

INHOUD 1 Inleiding ............................................................................ 6 2 Gebiedsontwikkeling ....................................................... 9 2.1 Het spoor over de vesting.................................................................. 9 2.2 Ontwikkeling tot haven- en industriegebied ................................... 10 2.3 Verdere verdichting van het gebied............................................. 14 2.4 Latere ontwikkelingen .................................................................. 15 2.5 Ontwikkelingen op topografische kaarten .................................. 16 2.6 Leeswijzer – gebouwaanduidingen ............................................. 19 2.7 Terreininrichting ........................................................................... 20 2.7.1 Terreinverhardingen ................................................................ 20 2.7.2 Groenelementen ...................................................................... 20 2.7.3 Terreinafscheidingen ................................................................ 21 2.7.4 Bedrijfssporen ........................................................................... 22

3 Ontwikkeling van de gebouwen ................................... 26 3.1 Fabriekshallen Grasso – Parallelweg 25............................................ 27 3.1.1 Grasso’s machinefabriek .......................................................... 27 3.1.2 Aanbesteding, bouw en oorspronkelijke opzet ..................... 28 3.1.3 Latere wijzigingen.................................................................... 29 3.2 Kantoorgebouw Grasso – Parallelweg 27 ....................................32 3.2.1 Het kantoor van Grasso’s machinefabriek ..............................32 3.2.2 Aanbesteding, bouw en oorspronkelijke opzet ......................32 3.2.2 Latere wijzigingen.................................................................... 34 3.3 Veilinggebouw N.C.B. – Parallelweg 32-49 ................................. 36 3.3.1 Veilingvereniging N.C.B. uit Eindhoven .................................. 36 3.3.2 Aanbesteding, bouw en oorspronkelijke opzet ..................... 36 3.3.3 Latere wijzigingen.................................................................... 39

3.4 Grenco bedrijfshal en showroom – Parallelweg 30 ....................44 3.4.1 Een bedrijfshal met aangebouwde showroom ......................44 3.4.2 Oorspronkelijke opzet.............................................................. 45 3.4.3 Latere wijzigingen ................................................................... 49 3.5 Parallelweg 30 – Zuidelijk deel ..................................................... 55 3.5.1 Verdere uitbreidingen van Grenco (middengedeelte) ........... 55 3.5.2 Uitbreiding op het vroegere veilingterrein ............................. 57 3.6 Parallelweg 51/52.......................................................................... 60 3.7 Parallelweg 53-56A .......................................................................65 3.7.1 De meubelfabriek van Leon A. Schippers ...............................65 3.7.2 Wijzigingen ............................................................................... 67 3.8 De Hoge Donken – Parallelweg 58-64 ........................................ 69 3.9 Dateringskaart gebouwen ........................................................... 72

4 Gebiedsanalyse ...............................................................74 4.1 Ligging ............................................................................................... 74 4.2 Bereikbaarheid .............................................................................. 74 4.3 Gebiedsstructuur .......................................................................... 75 4.4 Bebouwingskarakteristiek ........................................................... 78 4.5 Gebiedsinrichting ......................................................................... 80 4.5.1 Karakteristiek straten.............................................................. 80 4.5.2 Terreinverhardingen ............................................................... 84 4.5.3 Groenelementen ...................................................................... 85

5 Gebouwencatalogus ...................................................... 88 5.1 Grasso – Fabriekshallen ................................................................... 89 5.1.1 Hoofdopzet.............................................................................. 89 5.1.2 Gevels ....................................................................................... 89 5.1.3 Interieur .................................................................................... 91 5.2 Grasso – Expeditieloods .............................................................. 94 5.2.1 Hoofdopzet.............................................................................. 94  blad 3

5.2.2 Gevels ....................................................................................... 95 5.2.3 Interieur en constructie ........................................................... 95 5.3 Grasso – Overige bouwdelen ...................................................... 97 5.3.1 Westelijke muur ....................................................................... 97 5.3.2 Bouwdeel 9 .............................................................................. 99 5.3.3 Bouwdeel 12 ............................................................................. 99 5.3.4 Bouwdeel 18 ............................................................................ 101 5.4 Grasso – Kantoor ......................................................................... 102 5.4.1 Hoofdopzet ............................................................................. 102 5.4.2 Constructies ............................................................................ 103 5.4.3 Gevels ...................................................................................... 103 5.4.4 Interieur................................................................................... 104 5.5 Veilinggebouw N.C.B. ................................................................. 110 5.5.1 Hoofdopzet en dak .................................................................

110 5.5.2 Gevels ...................................................................................... 110 5.5.3 Constructie en interieur........................................................... 111 5.6 Uitbreidingen Veilinggebouw N.C.B............................................ 115 5.6.1 Verbindingslid (16) ................................................................... 115 5.6.2 Uitbreiding (17) ....................................................................... 116 5.7 Grenco bedrijfshal en showroom ............................................... 118 5.7.1 Hoofdopzet bouwdeel 5 ........................................................ 118 5.7.2 Gevels showroom ................................................................... 118 5.7.3 Constructie en interieur showroom....................................... 118 5.7.4 Gevels bedrijfshal (5) ............................................................... 121 5.7.5 Constructie en interieur bedrijfshal ........................................ 121 5.7.6 Bedrijfshal (6).......................................................................... 125 5.8 Parallelweg 30 – zuidelijk deel.................................................... 127 5.8.1 Bouwdeel 7..............................................................................

127 5.8.2 Bedrijfshal 14 ........................................................................... 128 5.9 Parallelweg 51/52 ......................................................................... 132 blad 4  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

5.10 Parallelweg 53-56 (woningen) ................................................... 135 5.10.1 Hoofdopzet............................................................................. 135 5.10.2 Gevels ...................................................................................... 135 5.10.3 Interieur .............................................................................. 136 5.11 Parallelweg 56A (fabriek) ........................................................... 139 5.12 De Hoge Donken ......................................................................... 140

6 Cultuurhistorische waardestelling............................... 144 6.1 Waardestelling op bouwblokniveau .............................................. 144 6.2 Ruimtelijke waarden binnen het gebied ................................... 144 6.3 Vergelijkende waardestelling gebouwen .................................. 146 6.4 Cultuurhistorische waarden per object ..................................... 147 6.4.1 Fabriekshallen Grasso – Parallelweg 25 ................................ 147 6.4.2 Kantoorgebouw Grasso – Parallelweg 27 ............................. 150 6.4.3 Veilinggebouw N.C.B. – Parallelweg 32-49............................ 153 6.4.4 Grenco bedrijfshallen en showroom – Parallelweg 30 ......... 155 6.4.5 Bedrijfshallen – Parallelweg 30 (zuidelijk deel) .................... 159 6.4.6 Stalen ramenfabriek met woning – Parallelweg 51-52 ......... 160 6.4.7 Meubelfabriek met woningen – Parallelweg 53-56A ........... 162 6.4.8 De Hoge Donken – Parallelweg 58-64 ................................... 163 6.5 Toelichting waardengradaties ................................................... 165

7 Transformatiekader ...................................................... 168 7.1 Gebied .............................................................................................. 168 7.2 Ontwikkelkansen ........................................................................ 170 7.3 Architectuur ................................................................................ 170 7.4 Gebouwen .................................................................................... 172 7.4.1 Grasso fabriekshallen .............................................................. 172 7.4.2 Expeditieloods 1943 ................................................................ 172 7.4.3 Terreinmuur met aangebouwde loodsen ..............................173 7.4.4 Toegangshek en portiersloge .................................................173

7.4.5 7.4.6 7.4.7 7.4.8 7.4.9 7.4.10 7.4.11

Grasso kantoorgebouw .......................................................... 174 Veilinggebouw N.C.B. ............................................................. 174 Showroom met aangebouwde bedrijfshallen ...................... 175 Bedrijfshallen Parallelweg 30 (zuidelijk deel)........................ 175 Stalen ramenfabriek met woning Parallelweg 51-52 ............. 176 Meubelfabriek met woningen Parallelweg 53-56A .......... 176 De Hoge Donken Parallelweg 58-64 ...................................... 177

8 Bronnen en literatuur ................................................... 179 8.1 Bronnen ........................................................................................... 179 8.2 Internet ........................................................................................ 179 8.3 Literatuur ..................................................................................... 179

Bijlage – Redengevende beschrijving ............................. 180

 blad 5

1

de gebouwen als de ruimtelijke structuur aan de orde kwamen werd niet uitgevoerd.

INLEIDING

In december 2024 kreeg het Monumenten Advies Bureau opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch voor het uitvoeren van een cultuurhistorische gebiedsanalyse met transformatiekader voor het voormalige Grasso-terrein en ten zuiden daarvan, binnen hetzelfde bouwblok gelegen gebied dat als onderdeel van het Innovatie Kwartier 's-Hertogenbosch (IKDB) de komende jaren herontwikkeld zal worden. Binnen het gebied bevinden zich de sinds 2001 als rijksmonumenten beschermde fabriekshallen en kantoorgebouw van Machinefabriek Grasso. Verder bevinden zich binnen het gebied diverse gebouwen die deels als uitbreiding van de Machinefabriek Grasso zijn ontstaan en deels ook een individuele ontwikkeling kennen, zoals de voormalige groenteveiling. Deze gebouwen hebben geen beschermde status, maar al eerder werd geconstateerd dat binnen delen van dit omvangrijke complex wel cultuurhistorische waarden liggen. Eerder al vonden een bouwhistorische verkenning (BAAC 2014) en gebouweninventarisatie (gemeente ’s-Hertogenbosch) plaats. Daarnaast werd in 2020 een transformatievisie (Tarra architectuur en stedenbouw) opgesteld.

Deze onderzoeken hebben steeds een onderdeel van het complex of een specifiek thema als onderwerp gehad, maar een totale cultuurhistorische analyse, waarin zowel de kenmerken en kwaliteiten van blad 6  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft het Monumenten Advies Bureau gevraagd om middels het opstellen van een cultuurhistorische analyse een totaalbeeld van het gebied en daarin besloten ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten inzichtelijk te maken. In het vervolg daarop zal tevens een transformatiekader worden opgesteld. Hierin worden geconstateerde kwaliteiten vertaald naar concrete aanwijzingen en adviezen met betrekking tot de mogelijkheden voor aanpassingen met behoud van cultuurhistorische kwaliteiten.

Veldwerk Voor dit onderzoek heeft op dinsdag 14 januari 2025 een opname op locatie plaatsgevonden. Daarbij kon van alle gebouwen de buitenzijde worden opgenomen en daarnaast werd van de gebouwen, waar een verwachting bestond ten aanzien van de aanwezigheid van cultuurhistorische kwaliteiten, ook het interieur bezocht. Daarnaast vond er aanvullend literatuur- en bronnenonderzoek plaats. Dit gebeurde aan de hand van relevante literatuur en websites, maar ook door het inzien van bouwtekeningen en ander archiefmateriaal. Dit materiaal is voor een belangrijk deel aangeleverd door de afdeling Erfgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Daarnaast is materiaal verzameld bij verschillende archieven en beeldbanken, alsmede diverse online bronnen.

Rapport In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 eerst de ontwikkeling van het gebied behandeld, van de eerste ontginning tot het ontstaan van de huidige ruimtelijke opzet. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de historische ontwikkeling van de binnen het gebied aanwezige gebouwen. Hierna volgt in hoofdstuk 4 de beschrijving en ruimtelijke analyse van het gebied. In hoofdstuk 5 worden vervolgens de diverse gebouwen beschreven, met hun belangrijkste kenmerken en bouwhistorische bijzonderheden. Deze beschrijving vormt ook de onderlegger voor de in hoofdstuk 6 weergegeven cultuurhistorische waardestelling. Daarin wordt ook eerst ingegaan op het gebied, maar komen vervolgens ook de belangrijkste waarden per gebouw aan de orde.

Het Monumenten Advies Bureau hoopt met dit onderzoek met een heldere duiding van de monumentale kwaliteiten een zinvolle bijdrage te leveren aan de planvorming voor het gebied, zodat aanwezige cultuurhistorische waarden op een maximaal mogelijke wijze worden gerespecteerd en waar mogelijk worden versterkt.

Monumenten Advies Bureau – 23 april 2025 G. Korenberg, bouwhistoricus bnb

Vanuit de karakteristiek van het gebied en de gebouwen en daarin besloten cultuurhistorische waarden volgt in hoofdstuk 7 een transformatiekader. Daarin worden ook weer eerst op gebiedsniveau aanbevelingen en aanwijzingen voor ontwikkeling gegeven, alsmede de belangrijkste kansen voor versterking van waarden bij ontwikkeling. Vervolgens wordt per gebouw aangegeven waar ruimte ligt voor ontwikkeling, maar ook waar juist kansen liggen voor versterking van de identiteit. Tot slot volgt in hoofdstuk 8 nog een beknopt overzicht van gehanteerde bronnen en literatuur. In de bijlage volgen nog de redengevende beschrijvingen van de als monumenten beschermde gebouwen.

Afb. 1 Zicht over het noordelijke deel van het plangebied, richting de binnenstad in 1924. EDB, nr. 0076606.

 blad 7

blad 8  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

2

GEBIEDSONTWIKKELING

In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de historie van het onderzochte gebied vanuit verschillende invalshoeken. Hierbij wordt onder meer ingegaan op stedenbouwkundige en sociaaleconomische ontwikkelingen om het gebied in zijn context te kunnen plaatsen. Afb. 2 Topografische kaart 1868, waarop het station wordt weergegeven, maar de spoorlijnen nog ontbreken. Centraal op de kaart de Paardskerkhofsteeg. Topotijdreis.nl.

2.1

HET SPOOR OVER DE VESTING

Totdat de vestingwet van 1874 de slechting van de Bossche vestingen mogelijk maakte lag de stad ingesnoerd door de beknellende krans van vestingwallen en grachten. Omdat voor een goede verdediging een vrij schootsveld noodzakelijk was mocht binnen de ‘verboden kringen’ bovendien ook geen permanente bebouwing verrijzen. Toen in 1868 de spoorlijn Utrecht - Boxtel langs de westrand van de vestingen werd gelegd werd het bijbehorende eerste stationsgebouw dan ook geheel in hout uitgevoerd, om snel verwijderd te kunnen worden. Het emplacement werd in een rechte lijn, direct langs de westrand van de vesting gelegd. Aansluitend op de Dieze werd ten oosten van het emplacement een ‘spoorhaven’ aangelegd (Afb. 3).

Afb. 3 Situatietekening uit 1868 t.b.v. de aanleg van het stationsemplacement. Aan de onderzijde de Kerkhofsteeg. BHIC, nr. 343-6510.  blad 9

Toen in 1874 de vestingstatus werd opgeheven ontstonden al snel plannen voor stadsuitbreidingen op de vrijkomende vestinggronden. Inmiddels was het vervoer per spoor al fors toegenomen en bezonnen de spoorwegen zich vanaf 1883 op het verleggen van het spoor in westelijke richting. Dit enerzijds om een ruimer emplacement en station te kunnen realiseren, maar anderzijds ook om een betere brugverbinding over de Dieze mogelijk te maken. De aanwezige draaibrug was laag en moest daardoor vaak open, terwijl het toenemend aantal treinen dit juist steeds meer belemmerde.

te ontwikkelen, waarvan het nieuwe stationsgebouw, ontworpen door Eduard Cuypers het centrum vormde. In diezelfde periode werd ten westen van het emplacement, aansluiten op de Dieze, een tweede insteekhaven aangelegd. Door de globaal driehoekige vorm van dit havengebied ontstond aan de westzijde een nieuwe stedenbouwkundige begrenzing. De al langs de Dieze aanwezige ‘puinweg’ werd hierna in zuidelijke richting doorgetrokken langs het spoor- en havenemplacement om vervolgens even ten noorden van het station aan te sluiten op de Paardskerkhofsteeg. Dit is de huidige Parallelweg. Hiermee waren rond 1896 de contouren van het onderzoeksgebied ontstaan.

2.2

Afb. 4 Ontwerp voor het stationsemplacement bij het tweede station. Ten westen van het emplacement werd aansluitend op de Dieze nog een tweede haven aangelegd. HUA, nr. 959-5413 A185221.

Tussen 1890 en 1896 werden een nieuw emplacement en spoor, evenals een nieuwe spoorbrug over de Dieze aangelegd. Doordat het spoor verder westelijk kwam te liggen werd het mogelijk om op de vrijgekomen vestinggronden tussen de binnenstad en het spoor de nieuwe wijk het Zand

ONTWIKKELING TOT HAVEN- EN INDUSTRIEGEBIED

Ten oosten van het spoor werd de wijk het Zand verder ontwikkeld en verdichtte het gebied zich. Ten westen van het spoor gebeurde jarenlang weinig, totdat de gemeente 's-Hertogenbosch fabrikant Henri Grasso in 1911 wist over te halen zijn machinefabriek van Vught naar een nieuw te ontwikkelen gebied ten westen van het spooremplacement te verplaatsen. Om Grasso over te halen droeg de gemeente voor de helft bij in de kosten voor het ophogen van het terrein en zorgde zij voor een goede ontsluiting door de aanleg van een verbindingsweg met een brug over de spoorhaven en spoorviaduct. Grasso kocht de percelen, van burgemeester Van Lanschot en voegde enkele op de Paardskerkhofweg gerichte percelen samen tot één op de Parallelweg gericht perceel.1 De vanouds tussen de percelen lopende Kinderdijk kwam daarbij volledig te vervallen. In 1912 verrezen een grote fabriekshal met daarbij een afzonderlijk kantoor-, kantine- en

1 De aanvankelijk haaks op de Paardskerkhofweg staande perceelgrenzen kwamen nu haaks

op de Parallelweg te liggen. blad 10  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

fabrieksgebouw. De gebouwen waren gericht op de nieuwe Parallelweg. Het aangekochte terrein was groter dan benodigd voor de fabriek, zodat ten zuiden van de fabriek jarenlang een groot onbebouwd terrein bleef bestaan. Hoewel de Paardskerkhofsteeg op alle topografische kaarten steeds prominent werd weergegeven, is deze weg op de luchtfoto’s uit de jaren 1920 in het geheel niet herkenbaar en kan dit niet meer dan een onverhard pad zijn geweest (Afb. 1 en Afb. 31). Tot in de jaren vijftig bleef de weg onverhard en lag hier een spoorlijn vanaf het emplacement richting de Industriehaven.

Afb. 5 'Plan der industrie terreinen' van de gemeente 's-Hertogenbosch uit 1919. De fabriek van Grasso is aan de zuidrand van het op te hogen terrein (rood) gemarkeerd. Op deze voor promotie bestemde plattegrond zijn ook goed de bedrijfssporen herkenbaar. EDB, nr. 0061398.  blad 11

zuidelijke uiteinde van de Paardskerkhofweg werd in 1927 sportpark De Hooge Donken aangelegd. De wielerbaan grensde direct aan deze weg. Langs de noordrand van het perceel van Grasso werd de Koeweg aangelegd en vanaf 1931 werden langs de noordzijde hiervan percelen uitgegeven voor de bouw van woningen. Aansluitend werden de verder noordelijk aangelegde Kalverstraat en Ossenstraat bebouwd.

Afb. 6 De topografische kaart uit 1927 toont de fabriek van Grasso nog altijd in een grotendeels landelijk gebied. Korte tijd later zouden de nieuwe haven en omliggend industriegebied tot ontwikkeling komen. Topotijdreis.nl.

De fabriek van Grasso vormde het begin van een industriegebied dat zich in noordwestelijke richting langs de Dieze ontwikkelde. Daar werd in de vroege jaren 1920 een nieuwe haven tussen het westelijke deel van de Paardskerkhofsteeg en de Dieze aangelegd. Aansluitend werden op de strook tussen de haven en de Dieze in 1931 de eerste bedrijven gevestigd, evenals de nieuwe Veemarkthallen, de huidige Brabanthallen. Ondanks de al uit 1919 daterende gemeentelijke plannen voor uitbreiding van het westelijke industriegebied bleven uitbreidingen aanvankelijk beperkt tot een smalle strook ten zuiden van de haven. Wat later ontstond ook langs de zuidwestzijde van de Paardskerkhofweg een strook met kleinere industriële gebouwen. Ter hoogte van de Grasso-fabriek verrees hier de markante gashouder van het gemeentelijk gasbedrijf. Naast het

Afb. 7 Zicht op de zuidzijde van de fabriek van Grasso op 11 september 1931. Op de voorgrond het nog altijd onbebouwde aangrenzende gebied. EDB, nr. 0033206.

Vanaf 1930 werden ook de percelen ten zuiden van het grote perceel van Grasso geleidelijk uitgegeven voor de ontwikkeling van bedrijven. In 1930 en 1931 werden de drie zuidelijke percelen verkocht aan Bergmeyer’s

blad 12  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Natuursteenhandel, L. Schippers en M.A.N. Gielens. In juni 1933 werd het resterende perceel verkocht aan de Veilingvereniging N.C.B. uit Eindhoven. De ‘Doorgezichte Lijn Voorgevel Fabriek Grasso’ vormde daarbij de rooilijn (Afb. 8).

Afb. 8 Grondaanvraag door de N.V. J.G. Bergmeijer's Natuursteenhandel d.d. 12 februari 1930. EDB, nr. 0063404.

Afb. 9 Uitsnede uit een luchtfoto in de jaren 1930. Aan de bovenzijde de Dieze. Rechtsonder het station. NIMH, nr. 2011-9068 (Fototechnische Dienst Luchtvaartafdeling).  blad 13

Ten oosten van de Parallelweg lag nog een smalle strook gemeentegrond. Het noordelijke deel hiervan werd vanaf 1947 verhuurd en bebouwd met een reeks van twaalf twee-onder-één-kap bungalows (noodwoningen). De rond 1895 aangelegde haven was op dat moment al komen te vervallen, waarna het vrijgekomen gebied was gebruikt voor uitbreiding van het spooremplacement. Langs het zuidelijke deel van de Parallelweg liep een zakspoor vanaf het spooremplacement naar de fabriek van Grasso, waar het spoor met een bocht tussen het kantoor en de fabriekshal eindigde.

Afb. 10 Zicht over het onderzoeksgebied in zuidoostelijke richting op 1 september 1939. NIMH, 2155-073416 (Fototechnische Dienst Luchtvaartafdeling).

2.3

VERDERE VERDICHTING VAN HET GEBIED

Ook ten zuiden van de Paardskerkhofweg ontwikkelde zich vanaf de jaren 1940 geleidelijk een uitgebreid industriegebied, waarvan de in de jaren vijftig aangelegde Oude Vlijmensweg / Oude Engelseweg de zuidoostelijke begrenzing vormde. Deze nieuwe weg sloot aan de noordzijde aan op de Paardskerkhofweg, ter hoogte van de noordwesthoek van het complex van Grasso. Direct langs de westzijde van de Paardskerkhofweg ontstond nog een smalle industriestrook maar het grootste deel van het driehoekige gebied tussen de Oude Vlijmenseweg en de Paardskerkhofweg werd vanaf de jaren vijftig ingevuld met de nieuwe wijk Boschveld.

Afb. 11 De topografische kaart uit 1956 laat zowel de uitbreidingen binnen het onderzoeksgebied als de verdere ontwikkeling van het omliggende industriegebied zien. Topotijdreis.nl.

blad 14  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Afb. 12 Op de smalle strook tussen de haven en de Parallelweg werden ter hoogte van de fabriek van Grasso in 1947 enkele noodwoningen gebouwd. EDB, nr. 0002185 (Fotopersbureau Het Zuiden).

Afb. 13 Zicht over de Grasso-fabriek in oostelijke richting. Ten zuiden van de fabriek (rechts) is het terrein nog altijd onbebouwd. EDB, nr. 0086017 (Fotopersbureau Het Zuiden).

2.4

LATERE ONTWIKKELINGEN

Vanaf de jaren vijftig was ten zuidwesten van de Paardskerkhofweg een volledige strook met industrie ontstaan, waar geleidelijk nog enige schaalvergroting plaatsvond. De weg was, nadat het spoor werd verwijderd in de late jaren 1950, verhard. Deze strook werd in het afgelopen decennium herontwikkeld tot een woongebied met hoofdzakelijk grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een kap of drie bouwlagen met een platdak.

 blad 15

In de jaren tachtig kwam het deel van het spooremplacement ter plaatse van de vroegere haven weer te vervallen, waarmee een bouwterrein vrijkwam. Hierop werd rond 1995 een postsorteerhal van PostNL gebouwd. Eveneens in de jaren negentig vond ook een grootschalige renovatie van het station plaats in combinatie met de ontwikkeling van het Paleiskwartier ten westen van het station. Aan de noordzijde kwam opnieuw een deel van het vroegere emplacement te vervallen. Direct langs de westrand van het emplacement werden de nieuwe Magistratenlaan en Nelson Mandelalaan aangegd, met daartussen nog een klein deel dat Parallelweg bleef heten. Het spooremplacement lag altijd nagenoeg op dezelfde hoogte als het onderzoeksgebied. Met de aanleg van de hogere Diezespoorbruggen in 2013 en de dubbele Royal Welsh verkeersbruggen in 2015 werden ter hoogte van het onderzoeksgebied veel hogere opritten aangelegd. Ter hoogte van het kantoorgebouw van de Grasso-fabriek werd een verbindingsweg aangelegd tussen de nieuwe Nelson Mandelalaan en de oorspronkelijke Parallelweg. Vooral op dit punt valt de grotere hoogte.

Afb. 14 Topografische kaart 1850. Buiten de vestinggracht ligt een geheel ongebouwd landelijk gebied. De Paardskerkhofsteeg is goed herkenbaar binnen het gebied. Topotijdreis.nl.

Het terrein ten noorden van deze verbindingsweg, waar in de jaren negentig het postsorteercentrum van PostNL werd gebouwd, wordt op dit moment herontwikkeld onder de naam EKP-Noord, genoemd naar het voormalige expeditieknooppunt van PostNL.

2.5

ONTWIKKELINGEN OP TOPOGRAFISCHE KAARTEN

Hierna volgende topografische kaarten vanaf 1850 geven een mooi beeld van de veranderingen binnen het gebied. De kaarten werden vaak wat later bijgewerkt, waardoor een exacte datering van veranderingen op basis van deze kaarten niet mogelijk is.

Afb. 15 Topografische kaart 1870. Het stationsemplacement is nu herkenbaar tussen de vesting en de Paardskerkhofsteeg. Topotijdreis.nl.

blad 16  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Afb. 16 Topografische kaart 1899. Het spooremplacement werd in westelijke richting uitgebreid. Langs de rand hiervan werd de Parallelweg aangelegd. Van de Kinderdijk resteert alleen nog de westelijke aansluiting op de Paardskerkhofsteeg. Topotijdreis.nl.

Afb. 18 Topografische kaart 1956. Ten noorden en westen van het gebied vinden diverse ontwikkelingen plaats. Aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied is nu ook bebouwing weergegeven. Topotijdreis.nl.

Afb. 17 Topografische kaart 1927. De fabriek van Grasso wordt hierop voor het eerst weergegeven. Het fabrieksterrein was haaks op de Parallelweg georiënteerd. Topotijdreis.nl.

Afb. 19 Topografische kaart 1967. Inmiddels is het gebied ten westen van het onderzoeksgebied vrijwel volledig bebouwd. Topotijdreis.nl.

 blad 17

Afb. 20 Topografische kaart 1988. Ook de laatste ruimtes werden ingevuld. Aan de noordzijde van het spooremplacement is inmiddels een onbebouwd gebied ontstaan. De bedrijfssporen zijn nog altijd goed herkenbaar. Topotijdreis.nl.

Afb. 22 Topografische kaart 2013. Het bedrijventerrein ten westen van de Paardskerkhofweg is nu al gedeeltelijk gesloopt. Het bedrijfsspoor naar de haven is hier nog weergegeven. Topotijdreis.nl.

Afb. 21 Topografische kaart 1998. Inmiddels worden de eerste bedrijfsterreinen alweer gesaneerd. Ten oosten van de Grasso-fabriek is het postsorteercentrum van PostNL gebouwd. Topotijdreis.nl

Afb. 23 Huidige topografische kaart. De fabrieken ten westen van de Paardskerkhofweg zijn vervangen door woningen. Topotijdreis.nl.

blad 18  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

2.6

LEESWIJZER – GEBOUWAANDUIDINGEN

Voor de aanduiding van specifieke (delen van) gebouwen of locaties binnen het gebied worden hierna zoveel mogelijk de ook door Grasso en Grenco gehanteerde gebouwnummers gebruikt. Daarbij zijn inmiddels de bouwdelen 10, 13, 19 en 20 niet meer aanwezig. Voor de gebouwen die nooit als onderdeel van Grasso en Grenco hebben gefungeerd is de nummering voortgezet vanaf het hoogste gebouwnummer van het Grasso/Grencocomplex. Dit betreft de nummers 21 t/m 24 voor bouwdelen in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied (Afb. 32).

Afb. 24 Overzicht gebouwen met gehanteerde gebouwnummers. De gele nummers zijn de door Grasso/Grenco gebruikte gebouwnummers, waarbij de nummers 10, 13, 19 en 20 inmiddels niet meer bestaan. De oranje nummers betreft gebouwen die nooit als onderdeel van Grasso en/of Grenco hebben gefungeerd.  blad 19

2.7

TERREININRICHTING

2.7.1

Terreinverhardingen

Oorspronkelijk waren de terreinen van het fabrieksterrein van Grasso (ten noorden van gebouw 8) volledig bestraat met baksteenklinkers in keperverband. Deze terreinverharding werd aanvankelijk ook nog rond de gebouwen 5 en 6 toegepast, maar in de jaren zeventig werd geleidelijk overgegaan op de toepassing van Stelconplaten. Aanvankelijk betrof dit een smalle strook langs de zuidgevel van gebouw 6 en enkele kleinere delen langs de westelijke terreinrand. In 1988 was al het grootste deel van het terrein rond de westzijde van de gebouwen met deze betonplaten verhard. Later zouden ook de fabrieksstraten volgen, waarbij ook alle sporen van het eerdere bedrijfsspoor, tussen de gebouwen 1 en 8 verloren gingen.

2.7.2

Groenelementen

Lange tijd kenden zowel het onderzochte gebied als de direct omgeving nauwelijks groenelementen. Langs de straten bevonden zich, al dan niet verharde, parkeerplaatsen. Trottoirs waren slechts ten dele aanwezig. Dit terwijl op de vroegste foto’s zichtbaar is dat langs de oostzijde van de Parallelweg een rij berken was geplant (Afb. 25).

Afb. 25 Vroege foto van de Parallelweg, met op de voorgrond de rand van het spooremplacement. Langs de oostzijde van de weg (herkenbaar aan de auto) stond een rij berken. Direct ten zuiden van het kantoor van Grasso bevond zich de ‘boomkuil’ voor het wateren van het voor timmerwerk benodigde hout. EDB, nr. 0033206.

Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw verschenen de eerste, merendeels onbedoelde groenvoorzieningen. Dit betrof hoofdzakelijk onbedoelde hogere struiken. De eerste bewust aangelegde groenstructuur was de tuin voor de in 1960 gebouwde showroom. Deze bestond uit een groot L-vormig gazon, omgeven door een lage heg. Ten zuiden van de showroom en op de beide voorhoeken waren perken met heesters aanwezig. Als tegenhanger werd ook langs de zuidgevel van het oorspronkelijke kantoorgebouw een border aangelegd, zodat het voor klanten bestemde pad naar de showroom door borders werd geflankeerd.

blad 20  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Daarnaast hadden de tuinen van de vanaf 1948 ten oosten van de Parallelweg gebouwde bungalows tuinen met deels ook wat hogere opgaand groen. In 1988 bestond het belangrijkste groen uit enkele bomenrijen langs de oostgevels van gebouw 14 en de woningen aan de zuidzijde van het bouwblok. Daarnaast waren tussen de afzonderlijke delen van het grote parkeerterrein ten zuiden van de Parallelweg stroken met bomen aangelegd. De tuin rond de showroom werd in deze periode echter weer grotendeels aan het zicht onttrokken door het inmiddels weer gesloopte kantoorgebouw 19.

2.7.3

Terreinafscheidingen

Het oorspronkelijke fabrieksterrein van Grasso wordt voor een groot deel door de op de perceelgrenzen geplaatste gebouwen afgesloten. Met name de noordwestvleugel werd daarbij als een bouwkundig ‘scherm’ voor de noorwesthoek van het terrein. De westrand van het terrein was waarschijnlijk korte tijd open, maar werd al snel met een hoge gemetselde muur tussen de noordwesthoek van de fabriek en de zuidwesthoek van het kantoor afgesloten. Daarmee was sprake van een volledige afsluiting met een sterk gesloten karakter. Alleen de tussen de fabriekshallen en het kantoor aan de Parallelweg aanwezige toegangspoort bood toegang tot het terrein en bood een beperkte mogelijkheid tot zicht op het terrein. De zuidelijke delen van het onderzoeksgebied waren nog onbebouwd en kenden geen afsluitingen. Uitzondering vormde een afrastering rond de ‘boomkuil’, direct ten zuiden van het kantoor (Afb. 25). Met de gefaseerde kleinschalige ontwikkeling van het zuidelijke deel van het terrein werden ook door de individuele eigenaren terreinafscheidingen

opgericht op de plaatsen waar de bebouwing niet direct langs de perceelgrenzen stond. Dit betrof veelal zeer eenvoudige afrasteringen met draad en/of gaaswerk tussen houten palen. Veelal werden deze afrasteringen op de erfgrenzen geplaatst. Uitzondering vormde een inspringend deel aan de Paardskerkhofweg bij het perceel van de veilinghal van de N.C.B. De hiermee gecreëerde ruimte buiten het perceel zal tot doel hebben gehad om voertuigen buiten het langsliggende bedrijfsspoor te kunnen opstellen voor het openen van het hek. In navolging van de afscheidingen rond het terrein van de veilinghal werd ook het braakliggende zuidelijke terreingedeelte van Grasso voorzien van een vergelijkbare omheining. Alleen bij het tevens als showtuin fungerende perceel van Bergmeyers natuursteenhandel, aan de zuidzijde van het gebied, werd een meer representatieve terreinafscheiding in de vorm van houten hekwerken tussen hoge gemetselde poeren toegepast. Met de toename van het autoverkeer werd het belang van voldoende parkeerplaatsen groter. Met name langs de Parallelweg werden vanaf de jaren 1970 de terreinafscheidingen verder naar achteren geplaatst om langs de openbare weg parkeerstroken aan te kunnen leggen. Terreinafscheidingen bestonden veelal uit verzinkt stalen gaaswerk langs eveneens in verzinkt staal uitgevoerde palen, veelal met een bovenregel.

Bij de Grasso-fabriek werd het zuidelijke deel van de terreinmuur vervangen door een overeenkomstig gaashekwerk. Zowel ter hoogte van de latere uitbreidingen van Grasso (Parallelweg 30) als bij de veilinghal werden langs de Paardskerkhofweg aan de binnenzijde van het hekwerk struiken geplaatst, zodat ook iets meer visuele afscheiding ontstond.  blad 21

Met de laatste herontwikkelingen heeft het gebied tussen de veilinghal en het Grasso-kantoor een open karakter gekregen en zijn eerdere afscheidingen verwijderd ter verbetering van de toegankelijkheid en (deels) om meer parkeergelegenheid te bieden.

2.7.4

Bedrijfssporen

Een belangrijk voordeel van de locatie was de mogelijkheid om het gebied aan te sluiten op het nabijgelegen spooremplacement. Niet alleen kon de Industriehaven zo als overslaghaven fungeren, maar ook voor de individuele bedrijven bood de aanwezigheid van bedrijfssporen belangrijke voordelen. De aanwezigheid werd dan ook gebruikt voor promotie van het te ontwikkelen industriegebied (Afb. 5).

De bedrijfssporen rond het onderzoeksgebied bestonden uit twee afzonderlijke delen. De Grasso-fabriek kreeg een eigen aftakking vanaf het meest westelijke spoor binnen het spooremplacement. Die aftakking liep met een ruime bocht vanaf dit westelijke spoor het fabrieksterrein op langs de noordoosthoek van het kantoorgebouw (Afb. 26). Dit spoor was in ieder geval in de jaren twintig al aanwezig. Dit spoor was in ieder geval tot ca. 1990 nog aanwezig en herkenbaar op luchtfoto’s en topografische kaarten (Afb. 20 en Afb. 27). Het gebogen tracé was zelfs tot een tiental jaren geleden nog herkenbaar in de groenstrook ten oosten van de Parallelweg.

Afb. 27 Luchtfoto van het noordelijke deel van het onderzoeksgebied in 1988, gezien in westelijke richting. Het bedrijfsspoor van de Grasso-fabriek is nog aanwezig, evenals de sporen richting de industriehavens. EDB, nr. KN53431. Afb. 26 Zicht op de Grasso-fabriek vanuit het oosten omstreeks 1970. De bedrijfssporen zijn geel gemarkeerd. Aan de onderzijde de exclusieve aansluiting van Grasso. EDB, nr. 78330. blad 22  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Een tweede (westelijke) tak ontsprong verder zuidelijk vanaf het spooremplacement. Dit spoor liep eerst parallel aan het spooremplacement en boog even ten zuiden van het onderzoeksgebied af in westelijke richting om direct daarna te splitsen. De oostelijke afsplitsing liep direct ten westen van het onderzoeksgebied langs de oostzijde van de Paardskerkhofweg om vervolgens ten noorden van de noordelijke industriehaven te eindigen met een klein rangeerterrein. Langs de Paardskerkhofsteeg is een deel van het tracé van dit bedrijfsspoor zichtbaar gemaakt in de bestratingen, maar de aansluitingen aan weerszijden zijn niet meer herkenbaar.

industriehaven. Vanaf de jaren vijftig splitst dit spoor al ten zuiden van het onderzoeksgebied af en liep vervolgens direct langs de westzijde van de bedrijven aan de westzijde van de Paardskerkhofweg. Dit spoor ging met de recente herontwikkeling van het gebied geheel verloren.

Afb. 29 Het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied, gezien in zuidelijke richting in juni 1956. Het vanaf het spooremplacement afbuigende bedrijfsspoor en de naar het zuiden verlegde splitsing zijn hier goed herkenbaar. EDB.

Afb. 28 Op deze foto uit 1939 splitst de westelijke aftakking nog iets ten noorden van het veilinggebouw. NIMH, nr. 2155_073416.

De westelijke afsplitsing ontsprong aanvankelijk direct ten noorden van het veilinggebouw (Afb. 28). Dit spoor eindigde ten zuiden van de zuidelijke  blad 23

Afb. 30 Op deze topografische kaart uit 1967 zijn de bedrijfssporen gemarkeerd. Topotijdreis. Afb. 31 Overzicht van het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied op 21 december 1956. Langs de Paardskerkhofweg is prominent het bedrijfsspoor herkenbaar. EDB, nr. 0067243 (P. Farla). blad 24  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

 blad 25

3

ONTWIKKELING VAN DE GEBOUWEN

In dit hoofdstuk wordt per gebouw of sterk samenhangend cluster van gebouwen kort de ontwikkelingsgeschiedenis behandeld. Daarbij komen de locatie, het initiatief, de oorspronkelijke opzet en de belangrijkste veranderingen aan de orde.

Gebouwaanduidingen Voor de aanduiding van specifieke (delen van) gebouwen worden zoveel mogelijk de ook door Grasso en Grenco gehanteerde gebouwnummers gebruikt. Daarbij zijn inmiddels de bouwdelen 10, 13, 19 en 20 niet meer aanwezig. Voor de gebouwen die nooit als onderdeel van Grasso en Grenco hebben gefungeerd is de nummering voortgezet vanaf het hoogste gebouwnummer van het Grasso/Grenco-complex. Dit betreft de nummers 21 t/m 24 voor bouwdelen in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied (Afb. 32).

Afb. 32 Overzicht gebouwen met gehanteerde gebouwnummers. De gele nummers zijn de door Grasso/Grenco gebruikte gebouwnummers, waarbij de nummers 10, 13, 19 en 20 inmiddels niet meer bestaan. De oranje nummers betreft gebouwen die nooit als onderdeel van Grasso en/of Grenco hebben gefungeerd. blad 26  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

3.1

FABRIEKSHALLEN GRASSO – PARALLELWEG 25

Gebouwen 1, 2, 3, 4, 9, 11, 12 en 18 3.1.1

Grasso’s machinefabriek

Grasso’s machinefabriek werd opgericht door Willem Grasso (1833-1903). Deze uit Tilburg afkomstige arbeiderszoon opende in 1858 een kleine smederij aan het Hinthamereinde. Grasso ontpopte zich als werktuigbouwkundige en uitvinder, waarbij hij vooral mogelijkheden zocht om bestaande machines te verbeteren. In 1868 werd een grotere fabriek met woonhuis gebouwd aan de Zuid-Willemsvaart. Hier legde Grasso zich onder meer toe op de ontwikkeling van een stoomhamer. Ook produceerde hij stoommachines naar eigen ontwerp. Een grote doorbraak volgde, toen Grasso vanaf 1871 machines ging bouwen voor de productie van margarine voor de Bossche fabrikant Jurgens. Er volgden meer opdrachtgevers en ook machines voor het maken van ‘kunstboter’ werden aan het assortiment toegevoegd. In 1883 produceerde Grasso zelfs de volledige inrichting voor een kunstboterfabriek in New York. In 1894 werd Willem opgevolgd door zijn zoon Henri Grasso (1863-1944). Het bedrijf, waar op dat moment dertig mensen werkten, kampte echter met een forse schuldenlast. Om het bedrijf gezond te kunnen maken en, bovendien te kunnen uitbreiden verkocht Henri de fabriek aan de Zuid-Willemsvaart en kocht hij grotere bedrijfsgebouwen aan de Taalstraat in Vught. Daar legde Grasso zich toe op de productie van machines en installaties voor de zuivelindustrie en in het bijzonder de hiervoor benodigde koelinstallaties.

De locatie in Vught bood voldoende ruimte aan het bedrijf dat bij het vijftigjarig bestaan in 1908 250 werknemers telde, maar het ontbreken van goede verbindingen leidde tot hoge transportkosten.

In 1912 wist het Bossche gemeentebestuur Grasso over te halen om zich te vestigen op een nieuw op te hogen terrein ten westen van het spooremplacement. Deze percelen waren eigendom van burgemeester Van Lanschot. De gemeente nam een deel van de kosten voor het ophogen van het terrein op zich en legde bovendien de voor een goede ontsluiting van de fabriek benodigde verkeersweg met spoorviaduct en havenoverbrugging aan Henri Grasso gaf de Tilburgse architect F.C. (Frans) de Beer (1873-1960) opdracht voor het ontwerpen van een omvangrijke fabriek met vrijstaand kantoorgebouw met kantine en werkplaats. Om meer kapitaal te kunnen aantrekken werd het bedrijf in 1912 omgevormd tot een Naamloze Vennootschap, waarvan Henri Grasso in aanvang alle aandelen bezat. Het bedrijf ging zich ook toeleggen op koelinstallaties en compressoren voor schepen en werd de meest vooraanstaande fabrikant van koelmachines. In 1920 werd een eigen agentschap geopend in Soerabaja, om zo een geheel nieuwe markt te kunnen aanboren. Bij gebrek aan een opvolger en vanwege teruglopende resultaten zag Henri Grasso zich in 1937 genoodzaakt zijn bedrijf te verkopen aan VEHA uit Den Haag. Dit bedrijf was eigendom van de familie Verheijst en producent van verwarmingsketels en radiatoren.

De familie Verheijst hield de goed aangeschreven naam Grasso aan en zette ook de productie van koeltechnische machines en apparatuur voort. Het bedrijf ontwikkelde zich in de volgende decennia tot een internationale leverancier van koelinstallaties. In 1958 ontving Grasso bij het 100-jarig bestaan het predicaat ‘Koninklijke’ voor de betekenis in de internationale industrie. Ter gelegenheid hiervan werd door het personeel een glas-inloodraam van Marius de Leeuw aangeboden. Dit werd op de verdieping in de voorgevel van het kantoor geplaatst.

 blad 27

Vanaf 1960 volgden verschillende fusies om nieuwe markten te kunnen aanboren, waaronder installaties voor het vriesdrogen van producten. In 1965 werd Grenco BV (Grasso Engineering en Contracting) opgericht. Dit afzonderlijke bedrijf richtte zich op het ontwerpen en bouwen van koel- en vriesinstallaties. Hiervoor werd ten zuiden van het oorspronkelijke kantoorgebouw een nieuwe bedrijfshal met aangebouwde showroom gebouwd (Parallelweg 30) In 1973 trad de laatste telg van de familie Verheijst terug uit het bedrijf. De jaren zeventig en tachtig kende het bedrijf sterk wisselende resultaten en eind jaren tachtig zag het zich in 1991 genoodzaakt te fuseren met het Duitse GEA tot GEA Grasso. Omdat het Duitse moederbedrijf van de onderhoudsgevoelige gebouwen af wilde werden deze eind jaren negentig verkocht aan de gemeente ’s-Hertogenbosch en werden deze in 2001 op de monumentenlijst geplaatst. De gebouwen werden hierna door GEA gehuurd en tot op heden worden in de oude fabriekshallen van Henri Grasso warmtepompen geproduceerd voor industriële toepassingen. Het kantoorgebouw (Parallelweg 27) werd afgesplitst en door de gemeente 's-Hertogenbosch herontwikkeld tot ‘data-hotspot’ De Grasso, een bedrijfsverzamelgebouw voor ICT-gerelateerde ondernemingen. 3.1.2

Aanbesteding, bouw en oorspronkelijke opzet

Nadat Henri Grasso het benodigde terrein in 1911 van burgemeester Van Lanschot had gekocht werden op woensdag 29 november 1911 het grondwerk en de ophoging van het 2,5 ha grote terrein aanbesteed.2 Dit werd uitgevoerd door de Nijmeegse aannemer Stuij en ving aan in december 1911.3

Architect Frans de Beer Beer ontwierp een omvangrijke fabriek met vrijstaand kantoorgebouw met kantine en werkplaats in overgangsarchitectuur. De aanbesteding voor: ‘Het bouwen van eene Machinefabriek, Ketelmakerij, enz.’ vond plaats op 24 mei 1912. Inbegrepen waren de levering van alle benodigde materialen, ‘uitgenomen de geconstrueerde ijzeren dakconstructie met dakbedekking der beide machinehallen en magazijn, alsmede de ijzeren fabrieksdeuren’. Deze onderdelen zullen ongetwijfeld door Grasso zelf vervaardigd zijn.4 De inschrijvingen voor de bouwkundige werkzaamheden varieerden van Fl. 228.700,- tot Fl. 172.900. Met dit laatste bedrag was L. Renses uit Utrecht de laagste inschrijver. De laagste inschrijver voor de ‘betonwerken’ was Betonmaatschappij voorheen Bourdry uit Den Haag voor Fl. 14.900,-.5 De fabriekshallen werden gebouwd op een rechthoekig grondvlak van ca. 100 bij 80 meter aan de noordrand van het beschikbare perceel en grenzen daarmee aan de huidige Koestraat. Het gebouw bestond uit drie parallelle hallen van ongelijke breedte. De daken van de buitenste hallen en het voorste deel van de middelste hal kregen een opvallende geknikte vorm met een per hal naar de middenas oplopende opbouw met hellende lichtstroken met tussenliggende flauwhellende dakgedeeltes. Op de middenas kreeg elke hal een zadeldakvormige lichtstrook.

Het achterste (westelijke) deel van de middelste hal kreeg een dak met segmentboogvormig middendeel geflankeerd door flauwhellende zijdelen. Dit betrof een overdekte buitenruimte, begrensd door de gevels van omliggende hallen. Alle de daken werden gedragen door ijzeren vakwerkspanten met geklonken verbindingen.

2 Advertentie Nieuwe Tilburgsche Courant 18 november 1911.

4 Advertentie Nieuwe Tilburgsche Courant 04 mei 1912.

3 Bericht Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant 12 december 1911.

5 Bericht RK dagblad het huisgezin 24 mei 1912.

blad 28  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Aan de brede, op het oosten gerichte voorgevel was de constructieve indeling ook goed herkenbaar. Deze gevel kreeg een sterke geleding door bij elke hal een risalerende middenpartij met terugliggende gevelvlakken en gepleisterde bekroningen toe te passen. In deze delen werden opvallende verticale vensterstroken met stalen ramen toegepast. De flankerende delen kregen hooggeplaatste vensters in een doorlopende horizontale reeks. De gevel kreeg een afsluiting met trapsgewijs uitgemetseld siermetselwerk. De lagere zijgevels werden soberder uitgevoerd en per travee geleed met een uitgemetselde penant. De tussenliggende muurvlakken werden afgesloten met een bloktandlijst onder de houten gootlijst. De gekoppelde smalle vensters werden per twee onder een gezamenlijke segmentboog gebracht. Op de noordwesthoek sloot een rechthoekig, deels enkellaags en deels tweelaags volume met platte daken op wisselende hoogtes aan. De vlakke gevels sloten af met dakoverstekken op bewerkte klossen en kregen een hooggeplaatst reeks rechthoekige vensters. Hierin was onder meer de draaierij ondergebracht. Aan de westzijde was het terrein aanvankelijk met een afrastering afgesloten. Aan de zuidzijde vormde het tegelijkertijd gebouwde kantoor-, kantine- en werkplaatsgebouw de afsluiting van het complex.

Dit gebouw was niet verbonden met de fabriekshallen en van de vanaf 1960 aanwezige noord-zuid georiënteerde ‘corridor’ was ook nog geen sprake vanwege de niet tegenover elkaar geprojecteerde toegangen. In het interieur waren de drie hallen onderling gescheiden door twee in de lengterichting geplaatste tussengevels.

Afb. 33 Mooi overzicht van de fabriek uit het noordwesten in 1924. Tussen de noordelijkeen zuidelijk hal is hier goed de met een gebogen dak overdekte binnenplaats herkenbaar. EDB, nr. 0076606.

3.1.3

Latere wijzigingen

Als productielocatie waren de fabriekshallen voortdurend onderhavig aan veranderingen ten dienste van het productieproces. Dit betrof echter vooral aanpassingen in het interieur en slechts kleine veranderingen aan het exterieur van het gebouw. In 1920 werd de afrastering langs de westrand van het terrein vervangen door de huidige hoge muur. Langs deze muur werd een open loods gebouwd (gebouw 12)6

6 De als ‘nieuw’ aangeduide muur werd door het Kadaster op veldwerk F79 op 11 december

1920 vastgelegd.  blad 29

Afb. 34 Op deze vóór 1943 gemaakte foto staat de westgevel van de zuidelijke hal nog vrij en is links nog het gebogen dak van de binnenplaats zichtbaar. EDB, nr. 0086017 (Fotopersbureau Het Zuiden).

Een belangrijke verandering aan het exterieur was de toevoeging van een expeditieloods (gebouw 4) aan de westzijde van de zuidelijke hal, samen met de vervanging van de getoogde overkapping van de westelijke binnenplaats door een gesloten bouwdeel. Daarbij werd de dakvorm van het bestaande dak van de middelste hal in westelijke richting doorgetrokken. Deze veranderingen werden door het Kadaster in juni 1943 vastgelegd (Afb. 35). Tegelijk met de expeditieloods werd ook een bedrijfsspoor vanaf het spooremplacement aangelegd. Dit spoor liep door de deuren aan de zuidzijde van de expeditieloods.

Afb. 35 Kadastrale hulpkaart F138 uit juni 1943. Hierop worden de gesloten bebouwing van de westelijke binnenplaats en de nieuwe hal achter de zuidelijke hal weergegeven. Kadaster.

Bij de bevrijding van 's-Hertogenbosch in oktober 1944 liepen de hallen forse oorlogsschade op. Bij het herstel ging het nodige oorspronkelijke

blad 30  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

materiaal verloren, maar er lijken geen grote veranderingen plaats te hebben gevonden.

In het interieur zijn de oorspronkelijke binnenmuren grotendeels verdwenen. Achter de voorgevel werd een geheel nieuwe tweelaags invulling met kantoren toegevoegd, waarmee de fabriek onafhankelijk van het eerder bijbehorende kantoorgebouw kan functioneren. Aan de zijde van de Parallelweg werd ter plaatse van het middelste deel van het toegangshek een nieuwe portiersloge ingevoegd. Het zuidelijke hekgedeelte werd vervangen door een nieuw hekwerk.

Portiersloge (gebouw 18) Vanaf de jaren zeventig was in het middelste deel een gesloten wand met afzonderlijke personeelstoegang aanwezig. In de jaren 1980 werd op deze plaats een portiersloge ingevoegd die omstreeks 1990 werd vervangen door de huidige portiersloge.

Afb. 36 Deze aggregaten staan klaar voor transport naar Indonesië op 1 augustus 1956. De gevel hoort bij een inmiddels verdwenen bouwdeel bij de in 1943 aangebouwde westelijke loods. EDB, nr. 0019713 (Fotopersbureau Het Zuiden).

Nadien werd een deel van de open loods langs de westelijke muur afgesloten, evenals de aankapping langs de westzijde van de in 1943 toegevoegde expeditieloods. Ten westen van de middelste- en noordelijke hal zijn verschillende kleine bouwdelen met wanden van stalen platen met damwandprofielen ontstaan (gebouw 9).

 blad 31

3.2

KANTOORGEBOUW GRASSO – PARALLELWEG 27

Gebouw 8 3.2.1

Het kantoor van Grasso’s machinefabriek

Tot de overname van de gebouwen door de gemeente 's-Hertogenbosch was dit gebouw in gebruik als kantoor, kantine en draaierij bij de in 1912 op deze locatie gebouwde machinefabriek van Henri Grasso (zie ook par. 3.1.1). Omdat het Duitse moederbedrijf GEA in de jaren negentig van de onderhoudsgevoelige gebouwen af wilde, werden deze verkocht aan de gemeente ’s-Hertogenbosch en werden deze in 2001 op de monumentenlijst geplaatst. De fabriekshallen werden hierna door GEA gehuurd en zijn tot op heden als fabriek in gebruik. In 2012-2013 werden de gebouwen gerestaureerd. Het kantoorgebouw (Parallelweg 27) werd afgesplitst en door de gemeente 's-Hertogenbosch herontwikkeld tot ‘data-hotspot’ De Grasso, een bedrijfsverzamelgebouw voor ICT-gerelateerde ondernemingen.

3.2.2

Aanbesteding, bouw en oorspronkelijke opzet

Het kantoor werd op 24 mei 1912, samen met de fabriekshallen, aanbesteed. Laagste inschrijver was L. Renses uit Utrecht voor Fl. 172.900,-. De betonwerken werden voor Fl. 14.900,- aanbesteed aan Betonmaatschappij voorheen Bourdry uit Den Haag.

een markant tweelaags volume met zeer hoge kop, bekroond met een ventilatiekap (Afb. 38). Aan de bovenzijde van de dakvlakken werden brede dakkapellen met getoogde daken en vijf ramen toegepast. De voorgevel kreeg, evenals de voorgevels van de fabriekshallen, een risalerende middenpartij met gepleisterde bekroningen. Boven de entree werden opvallende verticale vensterstroken met stalen ramen met glas-in-lood toegepast. De flankerende delen kregen op de begane grond en verdieping forse vensters met enkelruits onderramen en bovenlichten met een roedenverdeling. De lage tweede verdieping kreeg ronde vensters. Bij beide zijgevel werd de architectuur van de zijdelen van de voorgevel doorgezet, met bij beide gevels aan de westzijde een risaliet onder halfrond gebogen dak. Deze risalieten vormden de overgang naar het aansluitende deel met een platdak boven de verdieping, maar met een overeenkomstige gevelopzet. Daarachter volgde en nog weer lager deel met één hoge bouwlaag onder een platdak met haaks op de gevels geplaatste zadeldakvormige lichtstraten. Bij dit deel hadden de gevels alleen bovenin een reeks, in drietallen gekoppelde rechthoekige vensters. Aan de achterzijde sloot het gebouw af met een machinegebouw, met op de zuidwesthoek een watertoren met tentdak.

Tegen de noordzijde van de watertoren sloot de machinehal met een parallel aan de achtergevel gesitueerd pannengedekt schilddak aan. Achter de machinehal stond een hoge rond gemetselde schoorsteen met het opschrift ‘GRASSO’. Op meerdere plaatsen waren ook op de verschillende dakvlakken schoorstenen aanwezig.

Architect Frans de Beer Beer ontwierp het los van de fabriekshallen gebouwde kantoorgebouw in overgangsarchitectuur met aan de voorzijde blad 32  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

Afb. 37 Mooi beeld van de Grasso-fabriek in 1914, gezien vanaf de Sint-Leonarduskerk. Links van het kantoor is de rand van de terreinverhoging goed herkenbaar. BAAC 2014, p. 16.

 blad 33

Afb. 38 Oorspronkelijke bouwtekening voor het kantoorgebouw door F.C. de Beer. EDB, nr. 0058897.

Afb. 39 Op deze foto uit september 1931 is nog goed de oorspronkelijke opzet van het kantoorgebouw zichtbaar. Het gebouw kent een duidelijke hiërarchie tussen de verschillende functies. De watertoren op de zuidwesthoek vormt een duidelijke architectonische afsluiting. EDB, nr. 0033206 (Fotopersbureau Het Zuiden).

3.2.2

Latere wijzigingen

De in 1920 langs de westrand van het terrein gebouwde muur werd aangesloten op de zuidwesthoek van de watertoren. Bij de bevrijding van 's-Hertogenbosch in oktober 1944 liep ook het kantoorgebouw forse oorlogsschade op. Het dak van de watertoren werd hierna niet meer herbouwd. De gevels van de toren kregen een afdekking met dakpannen.

blad 34  Cultuurhistorische Gebiedsanalyse met transformatiekader Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch

In het interieur hebben de nodige kleine veranderingen ten gevolge van functiewijziging van ruimtes plaatsgevonden. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan in 1958 werd door het personeel een glas-in-loodraam van Marius de Leeuw aangeboden. Dit werd op de verdieping in de voorgevel van het kantoor geplaatst. Het oorspronkelijk enkellaags middengedeelte van het gebouw werd voorzien van een tussenvloer en vervolgens werd ook nog een extra bouwlaag met platdak toegevoegd. Hierbij werden ook de meeste gevelopeningen in de zijgevels van dit gedeelte ingrijpend gewijzigd, waardoor het oorspronkelijke beeld ernstig werd aangetast. De watertoren werd gesloopt. Eind jaren negentig werd het gebouw eigendom van de gemeente 'sHertogenbosch en in 2001 werd het rijksmonument. Recent werd het kantoorgebouw volledig herbestemd. Onder de naam Grasso – Space for digital minds biedt het onderdak aan diverse ICTgerelateerde bedrijven. Hiervoor werd de eerder op het enkellaags middendeel van het gebouw toegevoegde een extra bouwlaag vervangen door een bouwdeel in eigentijdse vormgeving. Ook werden de contouren van de vroegere watertoren hersteld door de opbouw van een techniekoren in eigentijdse vormgeving met een platdak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16196666/1