Bijlage 1. Veiligheidsmonitor 2021
Tekst van het document
26%
2019
26%
2017
29% De mensen in mijn buurt gaan op een prettige manier met elkaar om
2021
73%
2019
72%
2017
71% Ik w oon in een gezellige buurt w aar mensen elkaar helpen (en dingen samen doen)
2021
56%
2019 2017 Ik voel me thuis bij de mensen die in mijn buurt w onen 2021
62%
2019
60%
2017
60%
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
Op basis de volgende vier stellingen doen we uitspraken over de sociale cohesie in een buurt: de mensen in mijn buurt kennen elkaar nauwelijks de mensen in mijn buurt gaan op een prettige manier met elkaar om ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen ik voel me thuis bij de mensen die in mijn buurt wonen Aan de hand van deze stellingen wordt een schaalscore berekend. Deze loopt van 0 tot en met 10, waarbij een hogere score overeenkomt met een positiever oordeel over de sociale cohesie. In 2021 bedraagt de schaalscore sociale cohesie 6,4. De sociale cohesie wordt het best beoordeeld in de wijken en dorpen Rosmalen zuid, Empel, Engelen, Nuland en Vinkel. Hier is de gemiddelde score voor de sociale cohesie minimaal een 7,0. In enkele buurten is de score voor sociale cohesie relatief laag (<5,5): de Hofstad, de Gestelse buurt, de Bossche Pad, Grevelingen, de Slagen, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, de Schutskamp en de Kruiskamp.
19
Deze stelling is in 2021 gewijzigd. In 2021 was de stelling: “Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen”. In 2019 was dit: “Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen en dingen samen doen”. De stelling is gewijzigd, omdat deze ook in de vragenlijsten van het CBS werd gewijzigd. Door de gewijzigde formulering, kunnen de resultaten niet meer vergeleken worden met voorgaande jaren.
55
Afbeelding 42: Schaalscore sociale cohesie
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
Fysieke verloedering Fysieke verloedering is één van de meest zichtbare problemen in wijken en buurten. Het varieert van de aanwezigheid van graffiti en vandalisme tot hondenpoep en zwerfvuil. Een verloederde leefomgeving vormt een grote bron van ergernis voor bewoners en is van invloed op de leefbaarheid van een buurt. In de vragenlijst leefbaarheid & veiligheid zijn hierover enkele vragen opgenomen. Ten opzichte van 2017/2019 geven meer respondenten aan dat er in hun buurt wel eens sprake is van hondenpoep, rommel op straat, vernieling van straatmeubilair en bekladde muren of gebouwen. Op basis de volgende vier onderwerpen doen we uitspraken over de fysieke verloedering in een buurt: rommel op straat vernieling van straatmeubilair, zoals vuilnisbakken, bankjes of bushokjes bekladde muren of gebouwen hondenpoep Aan de hand van deze onderwerpen is de schaalscore fysieke verloedering berekend. Deze schaalscore loopt van 0 tot en met 10, waarbij een hogere score overeenkomt met een negatiever oordeel over de fysieke verloedering. Sinds 2017 is de schaalscore fysieke verloedering gestegen van een 3,1 naar 3,6 in 2021. Afbeelding 43: Schaalscore fysieke verloedering Schaalscore f ysieke verloedering 2021
3,6
2019
3,4
2017
3,1
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
56
Afbeelding 44: Ervaren van fysieke verloedering in de buurt (% komt vaak/soms voor)
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
De schaalscore fysieke verloedering is relatief hoog in de buurten de Hinthamerpoort, de Reit, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, de Edelstenenbuurt en de Kruiskamp. In deze buurten is de schaalscore fysieke verloedering een 5,0 of hoger. Afbeelding 45: Schaalscore fysieke verloedering
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
57
Ontwikkeling woonomgeving In 2021 is aan de respondenten gevraagd of zij vinden dat hun buurt er in het afgelopen jaar op vooruit is gegaan, op achteruit is gegaan of dat dit gelijk is gebleven. De meeste respondenten geven aan dat de buurt waarin zij wonen het afgelopen jaar gelijk is gebleven (65%). Daarnaast geven meer respondenten aan dat hun buurt achteruit is gegaan (20%), dan vooruit gegaan (9%). Het saldo van de ontwikkeling van de buurt ligt daarmee op -11%. De ontwikkeling van de buurt wordt het best beoordeeld in Vughterpoort, de Meerendonk, de Lanen, Boschveld, Willemspoort en Kom Vinkel. Met name in de nieuwbouwbuurten Willemspoort en de Lanen zijn inwoners erg positief. Hier geeft 40% van de respondenten aan dat hun buurt het afgelopen jaar vooruit is gegaan, terwijl minder dan 10% aangeeft dat hun buurt achteruit is gegaan. In een aantal buurten geven relatief veel respondenten aan dat hun buurt achteruit is gegaan. Minimaal een kwart van de respondenten uit Grevelingen, Aawijk zuid, de Slagen, de Haren, de Hambaken, Abdijenbuurt, Lokeren, Maasvallei, de Schutskamp en Ertveld geven aan dat hun buurt het afgelopen jaar achteruit is gegaan, terwijl maximaal 6% van de respondenten aangeeft dat hun buurt erop vooruit is gegaan. Afbeelding 46: Saldo ontwikkeling buurt in het afgelopen jaar (% vooruit gegaan minus % achteruit gegaan)
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
58
2.3.2
Veiligheidsbeleving
De respondenten uit de gemeente ’s-Hertogenbosch beoordelen de veiligheid van hun buurt gemiddeld met een 6,9. In 2019 was dit een 7,0. Om aan de doelstelling te voldoen moet het rapportcijfer stijgen naar minimaal een 7,3 in 2022. Dat is niet gelukt. Afbeelding 47: Welk rapportcijfer geeft u voor…? De veiligheid in uw buurt 2021
6,9
2019
7,0
2017
6,9
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
We willen dat alle buurten een rapportcijfer hebben van minimaal een 6,0 voor de veiligheid in de buurt. In 2021 voldoen acht buurten hier niet aan: de Gestelse buurt, Grevelingen, Graafsebuurt zuid, de Hambaken, de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt, de Schutskamp en de Kruiskamp. De respondenten uit deze buurten geven de veiligheid van hun buurt gemiddeld een rapportcijfer van 5,6 tot 6,0. In 2019 voldeden 7 buurten niet aan de doelstelling. Voor een groot deel gaat het om dezelfde buurten. Hiermee wordt niet voldaan aan de IVP-doelstelling dat maximaal 3 buurten een rapportcijfer hebben van lager dan een 6. Afbeelding 48: Rapportcijfer veiligheid in uw buurt
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
59
Aan de respondenten is gevraagd hoe vaak men zich onveilig voelt in de eigen buurt. Van de respondenten voelt 4% zich vaak onveilig in de eigen buurt. Nog eens 19% voelt zich hier soms onveilig. Sinds 2017 is het aandeel respondenten dat zich vaak of soms onveilig voelt iets toegenomen. Afbeelding 49: Hoe vaak voelt u zich onveilig in uw buurt?
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor onveilig voelen in de buurt berekend. De onveiligheidsgevoelens zijn relatief groot in de buurten: het Zand, de Gestelse buurt, Graafsebuurt zuid, de Reit, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt, de Schutskamp en Ertveld. Afbeelding 50: Buurtscore voor onveilig voelen in uw buurt
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
60
Onderzocht is wie zich vaker wel eens onveilig voelen in de eigen buurt. Jonge vrouwen van 18 tot 30 jaar oud geven het vaakst aan dat zij zich wel eens onveilig voelen in hun buurt (36%). Zij geven dit vaker aan dan vrouwen in andere leeftijdsgroepen. Over het algemeen geven vrouwen vaker aan dat zij zich wel eens onveilig voelen in hun buurt dan mannen (respectievelijk 27% en 18%). Bij de mannen geven ook de jonge mannen van 18 tot 30 jaar oud het vaakst aan dat zij zich wel eens onveilig voelen in hun buurt (25%)20. Afbeelding 51: Hoe vaak voelt u zich onveilig in uw buurt?
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
Ook voor andere (achtergrond)kenmerken is gekeken wie zich vaker wel eens onveilig voelen in hun buurt. De volgende groepen respondenten voelen zich vaker dan gemiddeld vaak of soms onveilig in hun buurt: Respondenten die het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden van een geweldsdelict Respondenten die het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden van een vermogensdelict Respondenten uit een eenouderhuishouden Respondenten met een huurwoning van een woningcorporatie Respondenten met een inkomen tot €2.250 netto per maand Alleenwonenden
20
Ook uit de landelijke veiligheidsmonitor van het CBS (2021) blijkt de veiligheidsbeleving verschilt naar geslacht en leeftijd. Vrouwen voelen zich vaker onveilig dan mannen, zowel in de eigen buurt als in het algemeen. Ook de jongere leeftijdsgroepen 15 tot 25 jarigen en 25 tot 45 jarigen voelen zich vaker onveilig dan 45 tot 65 jarigen en vooral 65-plussers. Het meest onveilig voelen zich jonge vrouwen (15 tot 25 jaar).
61
Waarom mensen zich onveilig voelen in hun buurt heeft verschillende oorzaken. De 5 belangrijkste redenen zijn: Rondhangende jongeren Drugsdealers en/of drugsverslaafden Personen die zich verdacht gedragen / er verdacht uitzien Verkeer Donkere, slecht verlichte plekken De top 5 bestaat uit dezelfde redenen als in 2019. Bij de categorie ‘anders, namelijk’ wordt door relatief veel respondenten (overlastgevende / criminele / agressieve) buurtbewoners genoemd. Afbeelding 52: Waarom voelt u zich wel eens onveilig in uw buurt?
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
Vermijdingsgedrag In de vragenlijst zitten ook enkele vragen die gaan over vermijdingsgedrag. In 2021 doet 12% vaak de deur ’s avonds niet open, omdat men dat niet veilig vindt. Nog eens 20% doet dat soms niet. Sinds 2017 geven minder respondenten aan dat zij dit vaak niet doen. Van de respondenten geeft 4% aan dat zij vaak omlopen of omrijden om onveilige plekken in de buurt te vermijden. Nog eens 15% doet dat soms. Ten opzichte van 2019 geven meer respondenten aan dat zij dit wel eens doen. Afbeelding 53: Hoe vaak komt het voor dat u …
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
62
Criminaliteitsperceptie Aan de respondenten is gevraagd of zij vinden dat er veel, weinig of geen criminaliteit is in hun buurt. In 2021 geeft 10% van de respondenten aan dat er veel criminaliteit is in hun buurt. Volgens 55% is er weinig criminaliteit in hun buurt en volgens 19% geen criminaliteit. Ten opzichte van 2019 geven minder respondenten aan dat er veel of weinig criminaliteit is in hun buurt en geven meer respondenten aan dat er geen criminaliteit is in hun buurt. Om aan de doelstelling te voldoen, willen we dat maximaal 9% van de respondenten vindt dat er veel criminaliteit is in hun buurt. Ondanks de positieve ontwikkeling is dit niet gehaald. Afbeelding 54: Vindt u dat er veel, weinig of geen criminaliteit is in uw buurt?
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
Onveilige plekken in de woonplaats Aan de respondenten is een aantal plekken in de woonplaats voorgelegd met de vraag om aan te geven hoe vaak men zich hier onveilig voelt. De onveiligheidsgevoelens zijn het hoogst op plekken waar jongeren rondhangen; 9% voelt zich hier vaak onveilig en nog eens 42% soms. Op de tweede plek staat het onveilig voelen in de buurt van verwarde personen. Hier voelt 7% van de respondenten zich vaak onveilig en 29% soms. Ook de onveiligheidsgevoelens rondom uitgaansgelegenheden zijn relatief groot. Hier voelt 3% zich vaak onveilig en 25% soms. Ten opzichte van 2019 voelen (iets) minder respondenten zich wel eens (vaak of soms) onveilig rondom uitgaansgelegenheden, op het treinstation of in het openbaar vervoer. Mogelijke oorzaak hiervoor is dat door de coronapandemie mensen minder of niet op deze plekken komen.
63
Afbeelding 55: Hoe vaak voelt u zich onveilig op de volgende plekken in uw woonplaats?
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
64
Positie ’s-Hertogenbosch landelijk Hoe doet de gemeente ’s-Hertogenbosch het qua veiligheidsgevoelens vergeleken met andere (grote) gemeenten? In 2021 is de landelijke veiligheidsmonitor uitgevoerd (maart 2022). Dit is een tweejaarlijks terugkerend bevolkingsonderzoek naar leefbaarheid, veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit. De veiligheidsmonitor wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De landelijke veiligheidsmonitor gaat niet alleen in op de landelijke situatie. Via een online databank zijn ook de resultaten van alle Nederlandse gemeenten met meer dan 70.000 inwoners te raadplegen, waaronder ’s-Hertogenbosch21. Landelijk geeft 14% van de respondenten aan zich wel eens onveilig te voelen in de eigen buurt. In ’s-Hertogenbosch is dit 15%22. Als er wordt gekeken naar de frequentie van de veiligheidsgevoelens, dan geven zowel in ’s-Hertogenbosch als gemiddeld in Nederland 2% van de respondenten aan dat zij zich vaak onveilig voelen in hun buurt. Nog eens 9% voelt zich soms onveilig. Wel geven respondenten uit ’s-Hertogenbosch iets vaker dan gemiddeld aan dat er veel criminaliteit voorkomt in hun buurt. In ’s-Hertogenbosch geeft 12% van de respondenten dit aan, tegenover 9% gemiddeld in Nederland. In ’s-Hertogenbosch is het rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt gemiddeld een 7,4.
Gemiddeld in Nederland is dit een 7,5. In tabel 3 wordt een vergelijking gemaakt met de resultaten in de andere grote Noord-Brabantse gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond en Tilburg. Respondenten uit ’s-Hertogenbosch voelen zich (iets) minder vaak onveilig in de eigen buurt, ervaren minder vaak veel criminaliteit in hun buurt, en geven een hoger rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt dan in Eindhoven, Helmond en Tilburg. Tabel 3: Veiligheidsbeleving ’s-Hertogenbosch, B5-gemeenten en Nederland
% voelt zich wel eens onveilig in buurt % ja % vaak % soms
Perceptie criminaliteit in buurt % veel % weinig
’s-Hertogenbosch Breda Eindhoven Helmond Tilburg
15% 14% 20% 20% 23%
2% 2% 2% 3% 5%
9% 10% 12% 14% 13%
12% 11% 14% 13% 13%
65% 65% 61% 63% 62%
Rapportcijfer veiligheid in buurt 7,4 7,3 7,2 7,2 7,2
Nederland
14%
2%
9%
9%
64%
7,5
Bron: Databank Veiligheidsmonitor 2021, CBS / ABF Research
21
De vragenlijst en onderzoeksopzet van de landelijke veiligheidsmonitor is in 2021 gewijzigd. Hierdoor is er sprake van een trendbreuk. Er worden daarom geen ontwikkelingen over de tijd gepresenteerd. 22 Er bestaan kleine verschillen in de uitkomsten voor ’s-Hertogenbosch voor de lokale en landelijke Veiligheidsmonitor. Dit komt doordat het twee verschillende onderzoeken zijn, die verschillen betreft steekproef, methoden en vraagstelling.
65
2.3.3
Aanpak
Wijkveiligheidsscans In 2019 is de gemeente van start gegaan met het opstellen van wijkveiligheidsscans. De wijkveiligheidsscans geven een beeld van hoe het gaat met de veiligheid in wijken, dorpen en buurten in ’s-Hertogenbosch. Door het voeren van gesprekken met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionals in wijken en dorpen willen we een meer gedetailleerd beeld krijgen van wat er speelt op het gebied van overlast en criminaliteit in de verschillende wijken en dorpen van onze gemeente en om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren. Per wijk of dorp wordt een wijkveiligheidsplan gemaakt. Op basis van de wijkveiligheidsplannen worden per wijk of dorp veiligheidsagenda’s opgesteld. Bij het opstellen van de wijkveiligheidsplannen wordt gebruik gemaakt van al beschikbare onderzoeken en –data, zoals de vragenlijst leefbaarheid & veiligheid en politiegegevens. Deze gegevens worden onder andere gebruikt voor het opstellen van profieltaarten van alle wijken en woonbuurten. Deze profieltaarten zijn ook opgenomen in deel 2 van deze veiligheidsmonitor, waar kort wordt ingegaan op de veiligheidssituatie van alle wijken en aandachtsbuurten in de gemeente23. In de wijkveiligheidsplannen wordt er daarnaast per wijk aanvullend onderzoek gedaan door middel van een korte wijkveiligheidsenquête.
De wijkveiligheidsplannen voor Empel, Maaspoort, West, Engelen, Nuland en Vinkel zijn inmiddels gereed. In de andere wijken hebben de aanvullende onderzoeken al plaatsgevonden en zijn de conceptrapporten gereed. De resultaten hiervan worden nog in de wijken met bewoners besproken, zodat samen gezocht kan worden naar oplossingen voor de veiligheidsproblemen. Dit wordt naar verwachting in de eerste helft van 2022 afgerond. ‘Gestelse buurt werkt’ In de Gestelse buurt staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk en worden lager beoordeeld dan in de rest van de stad. Ook is er een bovengemiddelde sociale problematiek op het gebied van vooral armoede en jeugdzorg. Daarnaast gaat woningcorporatie BrabantWonen de komende 10 jaar een zestal sterk verouderde flats slopen en vervangen door nieuwbouw. Om deze verschillende, vaak elkaar versterkende problemen terug te dringen, alsmede de kansen te benutten die sloop-nieuwbouw biedt, is een integrale aanpak nodig. Gemeente, politie, BrabantWonen en Farent hebben daarom de handen ineengeslagen. Samen hebben ze het plan 'Gestelse buurt werkt' gemaakt. Omdat de Gestelse buurt vooral in sociaal opzicht én vanuit openbare orde en veiligheid een zorgenkind is, richt de aanpak van de problematiek zich met prioriteit op de bewoners.
Het bieden van perspectief en het bevorderen van zelfredzaamheid en weerbaarheid van bewoners is van essentieel belang in de aanpak. Met betrekking tot het verstevigen van de aanpak van ondermijnende criminaliteit in de wijk willen we de vooraanstaande families (wijkkoningen) aanpakken, gaan we norm overschrijdend gedrag (overlast) aanpakken en zetten we in op schoon ondernemerschap in de winkelstrip en in de buurt. Onze aanpak richt zich vooral op de bewoners ‘achter de voordeur’. Door de gecombineerde en integrale inzet van middelen en instrumenten uit het sociale-, veiligheids- en fysieke domein wint de aanpak aan kracht. Fysieke inrichting, onderhoud en beheer Bij (her)inrichting wordt het uitgangspunt ‘Veilig Ontwerp’ toegepast. Hiermee worden sociaal onveilige plekken aangepakt door bijvoorbeeld groenonderhoud en aanpassen verlichting. Dit is mede onderdeel van de wijkaanpakken. 23
De profieltaarten in de veiligheidsmonitor wijken iets af van de profieltaarten in de wijkveiligheidsplannen. Dit komt omdat in deze veiligheidsmonitor gebruik is gemaakt van de meest recente gegevens (2021). De wijkveiligheidsscans zijn opgesteld voor 2022, waardoor er gebruik ik gemaakt van oudere politie (2019/2020) en enquêtegegevens (2019). Ook is er sprake van kleine wijzigingen in indicatoren en grenzen van categorieën.
66
3.
Veilig uitgaan en veilige evenementen
Als gemeente hebben we een krachtig uitgaans- en evenementenprofiel. Dit betreft zonder twijfel een belangrijke kwaliteit van onze gemeente. In het veiligheidsbeleid ligt de focus op het bewaken en waar nodig verbeteren van de veiligheidscondities rond uitgaan en evenementen. Zodat we als gemeente en samenleving optimaal en duurzaam kunnen blijven profiteren van deze cruciale economische pijler. Doelstelling 2022: Een zodanige combinatie van procedures en veiligheidschecks en –instrumenten enerzijds en samenwerking met én initiatief van ondernemers anderzijds dat de veiligheid rond uitgaan en evenementen duurzaam beheersbaar zijn. We zorgen ervoor dat veiligheid op het eerste plan blijft staan bij keuzes over uitgaan en evenementen. Indicatoren: In 2022 voelt maximaal 2% van de inwoners zich vaak onveilig rondom uitgaansgelegenheden.
In 2022 ervaart maximaal 2% van de inwoners vaak overlast van horecagelegenheden
in de buurt.
De coronapandemie heeft veel invloed op het uitgaansleven en evenementen. Sinds de start van de coronapandemie waren eet- en drinkgelegenheden met periodes gesloten en in andere periodes onder voorwaarden open. De beperkingen waren het grootst voor discotheken, nachtclubs en vergelijkbare dansgelegenheden; deze zijn nauwelijks open geweest. Ook zijn veel evenementen afgelast of aangepast. Dit heeft vanzelfsprekend ook invloed op bijvoorbeeld overlast en criminaliteit in de Binnenstad, zoals uitgaansgeweld.
3.1
Ervaren overlast en onveilig voelen
Ervaren overlast van horecagelegenheden Het aantal respondenten dat in hun buurt wel eens overlast ervaart van horecagelegenheden, zoals cafés, restaurants en snackbars, is ten opzichte van 2019 licht afgenomen. In 2021 ervaart 2% vaak en 7% soms overlast van horecagelegenheden in hun buurt. Hiermee voldoen we aan de doelstelling, dat maximaal 2% vaak overlast van horecagelegenheden ervaart. In een aantal buurten ervaren meer mensen overlast van horecagelegenheden. Bijvoorbeeld in Binnenstad centrum, Binnenstad oost, Rosmalen centrum en Boschveld. In deze buurten ervaart 9% à 10% van de respondenten vaak overlast van horecagelegenheden in hun buurt. Afbeelding 56: Overlast van horecagelegenheden en onveilig voelen rondom uitgaansgelegenheden
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
67
Onveilig voelen rondom uitgaansgelegenheden Een andere doelstelling is dat maximaal 2% zich vaak onveilig voelt rondom uitgaansgelegenheden. Dit is niet gehaald. Net als in voorgaande jaren voelt 3% van de respondenten zich vaak onveilig rondom uitgaansgelegenheden. Wel geven in 2021 minder respondenten aan zich soms onveilig te voelen rondom uitgaansgelegenheden. Dit is tussen 2019 en 2021 afgenomen van 30% naar 25%. Mogelijke oorzaak hiervoor is de coronapandemie; horecagelegenheden waren gedeeltelijk gesloten of onder voorwaarden open. Door de maatregelen waren er minder bezoekers in de Binnenstad. Vanwege de geldende coronamaatregelen voor horecagelegenheden, en dat met name voor discotheken en nachtzaken, is besloten om in 2021 geen aanvullend onderzoek te doen onder uitgaanspubliek (monitor veilig uitgaan). Deze monitor gaat in op de veiligheid in het uitgaansgebied, locaties en redenen van onveiligheidsgevoelens, ervaren overlast en criminaliteit tijdens het uitgaan en slachtofferschap. De eerstvolgende monitor veilig uitgaan verschijnt in 2024.
3.2
Algemene indicatie objectieve veiligheid Binnenstad
Veruit de meeste misdrijven vinden doorgaans plaats in de Binnenstad. In de Binnenstad zorgt de concentratie van veel mensen in een relatief klein gebied met uiteenlopende functies, zoals winkels en horeca, voor een hoger incidentenpatroon als het gaat om overlast en criminaliteit. Door de coronapandemie waren er minder bezoekers in de Binnenstad. Dit kwam onder andere door de oproep om zoveel mogelijk thuis te blijven en de (tijdelijke) sluiting van bijvoorbeeld nietessentiële winkels en horecagelegenheden en publiek toegankelijke locaties zoals musea, theaters en bioscopen. In de afgelopen twee jaar waren er dan ook minder misdrijven in de Binnenstad dan in voorgaande jaren. In 2021 waren er 22% minder misdrijven in de Binnenstad dan in 2019. Gemiddeld in de gemeente nam het aantal misdrijven met 8% af. Afbeelding 57: Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners
Binnenstad
Gemeente 's-Hertogenbosch
2021
137,2
2021
53,8
2020
146,3
2020
57,0
2019
178,1
2019
58,9
2018
176,6
2018
57,6
2017
203,8
2017
64,2
Bron: Politie
3.3
Geweldsmisdrijven
In § 2.2.3 werd ingegaan op het aantal geweldsmisdrijven in de gemeente. Doorgaans vindt een relatief groot deel van de geweldsmisdrijven plaats in de Binnenstad. Dit heeft te maken met de concentratie van mensen, vooral op uitgaansavonden en evenementen, waarbij in veel gevallen alcohol en/of drugs in het spel is. Zo bleek uit de monitor veilig uitgaan 2019 dat ongeveer de helft van alle geweldsmisdrijven in het centrum plaatsvindt tijdens uitgaansavonden24. Om de huidige ontwikkelingen van veilig uitgaan en veilige evenementen in beeld te brengen, worden op de volgende pagina de ontwikkelingen van geweldsmisdrijven voor de totale gemeente en voor de Binnenstad gepresenteerd. Hierbij wordt gekeken naar alle dagen van de week; er wordt niet ingezoomd op uitgaansavonden gezien de beperkte opening(stijden) van horeca sinds de coronapandemie.
24
Bron: Monitor veilig uitgaan 2019. Afdeling Onderzoek & Statistiek ’s-Hertogenbosch (juni 2020)
68
Bedreiging Zowel gemiddeld in de gemeente als in de Binnenstad neemt het aantal bedreigingen tussen 2019 en 2020 eerst toe, waarna het in 2021 weer afneemt tot (iets) onder het niveau van 2019. In 2021 waren er in de Binnenstad 4,0 bedreigingen per 1.000 inwoners. Gemiddeld in de gemeente waren er afgelopen jaar 2,2 bedreigingen per 1.000 inwoners. In 2021 was het aantal bedreigingen in de Binnenstad relatief hoog in het Zand (8,3 bedreigingen per 1.000 inwoners), gevolgd door Binnenstad centrum (3,8 bedreigingen per 1.000 inwoners). Afbeelding 58: Aantal misdrijven van geweldsdelicten per 1.000 inwoners
Binnenstad
Gem eente totaal
Bedreiging
Bedreiging
2021
4,0
2021
2,2
2020
5,9
2020
2,7
2019
4,3
2019
2,3
2018
5,2
2018
1,9
2017
5,8
2017
2,4
7,9
2021
2,6
2020
8,6
2020
2,5
2019
13,3
2019
3,2
2018
14,4
2018
3,2
2017
15,5
2017
3,4
Mishandeling 2021
Mishandeling
Openlijk gew eld
Openlijk gew eld
2021
0,8
2021
0,2
2020
1,9
2020
0,3
2019
2,8
2019
0,6
2018
3,1
2018
0,5
2017
2,7
2017
0,5
Bron: Politie
Mishandeling In 2020 en 2021 zijn er minder mishandelingen geregistreerd dan in voorgaande jaren, zowel in de Binnenstad als in de totale gemeente. Ten opzichte van 2019 waren er in 2021 40% minder minhandelingen in de Binnenstad en 19% minder in de totale gemeente. In 2021 zijn er in de Binnenstad 7,9 mishandelingen per 1.000 inwoners geregistreerd. Dit is wel nog steeds zo’n drie keer zo hoog als gemiddeld in de gemeente (2,6 mishandelingen per 1.000 inwoners). Als we kijken naar de ontwikkelingen in de afgelopen twee jaar, dan zien we eerst in het begin van de coronapandemie een afname van het aantal mishandelingen in de Binnenstad. In maart 2020 (-71%) 25 en mei (-64%) waren er minder mishandelingen dan in dezelfde maanden in 2019. Dit valt deels samen met de sluiting van horecagelegenheden van half maart tot 1 juni. Vervolgens is het aantal mishandelingen weer vergelijkbaar of iets minder in vergelijking met dezelfde maand in 2019. Vanaf half oktober 2020 geldt er opnieuw een (gedeeltelijke) lockdown, waarbij onder andere de horeca wordt gesloten. Dit duurt tot eind april 2021. Op dat moment zijn er enkele versoepelingen, zoals het openen van terrassen. Daarna volgen meer versoepelingen. Ook hierbij zien we een relatie tussen het aantal mishandelingen en de sluiting van de horeca.
25
Deze afname komt naast de coronapandemie ook door carnaval. Deze was in 2019 in maart en in 2020 in februari.
69
Van november 2020 tot en met mei 2021 waren er in de Binnenstad minder mishandelingen in vergelijking met dezelfde maanden in 2019 (-64%). Vanaf juni 2021 is het verschil in het aantal mishandelingen ten opzichte van 2019 weer minder groot (-27%). In 2021 was het aantal mishandelingen in de Binnenstad relatief hoog in het Zand (12,7 mishandelingen per 1.000 inwoners), gevolgd door Binnenstad centrum (8,6 per 1.000 inwoners), Binnenstad noord (6,4 per 1.000 inwoners) en Binnenstad oost (5,1 per 1.000 inwoners). Openlijk geweld In 2020 en 2021 zijn er minder openlijke geweldplegingen geregistreerd dan in voorgaande jaren. Sinds de start van de coronapandemie zien we een afname van het aantal openlijke geweldplegingen. De afname komt (deels) door de (gedeeltelijke) sluiting van horeca- en uitgaansgelegenheden. In de gehele gemeente waren er in 2019 90 misdrijven van openlijke geweldpleging, dit daalde naar 50 misdrijven in 2020 en 37 misdrijven in 2021. Dit is een afname van 59%. In de Binnenstad daalde het aantal openlijke geweldplegingen van 36 misdrijven in 2019, naar 25 in 2020 en 10 misdrijven in 2021. Dit is een afname van 72%. In 2021 vond het grootste deel van de openlijke geweldplegingen plaats in Binnenstad centrum (7). Ruzie/twist Naast de al eerder besproken geweldsmisdrijven registreert de politie ook incidenten van ‘ruzie/twist’.
Dit is geen fysiek geweld, maar betreft bijvoorbeeld scheldpartijen, ruzies en andere conflicten. In de Binnenstad is het aantal ruzies sinds 2019 afgenomen. In 2019 werden er 453 ruzies geregistreerd in de Binnenstad. Dit nam af naar 373 ruzies in 2020 en 341 ruzies in 2021. Dit is een afname van 25% ten opzichte van 2019. In 2021 was het aantal ruzies in de Binnenstad relatief hoog in het Zand (41,3 incidenten per 1.000 inwoners), gevolgd door Binnenstad oost (27,8 per 1.000 inwoners) en Binnenstad centrum (24,3 per 1.000 inwoners). Afbeelding 59: Aantal incidenten van ruzie/twist per 1.000 inwoners
Binnenstad
Gemeente 's-Hertogenbosch
2021
25,9
2021
14,6
2020
28,5
2020
15,6
2019
34,8
2019
14,5
2018
31,0
2018
13,7
2017
31,2
2017
12,6
Bron: Politie
3.4
Overlast
Uitgaan en evenementen kunnen gepaard gaan met overlast, zoals luidruchtig uitgaanspubliek, al dan niet onder invloed van alcohol of drugs. In deze paragraaf gaan we in op enkele overlastthema’s die aan uitgaan en evenementen kunnen worden gerelateerd. Om de huidige ontwikkelingen van veilig uitgaan en veilige evenementen in beeld te brengen, worden ook hier weer de ontwikkelingen van incidenten voor de totale gemeente en voor de Binnenstad gepresenteerd.
70
Alcohol- en drugsoverlast In de Binnenstad is het aantal incidenten van alcohol- en drugsoverlast het afgelopen jaar licht gedaald (-10%). Gemiddeld in de gemeente is het aantal incidenten van alcohol- en drugsoverlast redelijk stabiel gebleven. In de Binnenstad vindt zo’n vier keer zoveel alcohol- en drugsoverlast plaats dan gemiddeld in de gemeente. Met name in het Zand is het aantal incidenten hoog (34,7 per 1.000 inwoners), gevolgd door Binnenstad centrum (16,5 per 1.000 inwoners). Geluidshinder Overlast en evenementen kunnen gepaard gaan met luidruchtig (uitgaans)publiek. Door de (gedeeltelijke) sluiting van horeca en afgelaste / aangepaste evenementen, zou een afname van het aantal incidenten van geluidshinder verwacht kunnen worden. Echter, ten opzichte van 2019 zijn er in 2021 zowel in de totale gemeente (+104%) als in de Binnenstad (+169%) meer incidenten van geluidshinder geregistreerd. In de Binnenstad zijn in 2021 2,6 keer zoveel incidenten van geluidshinder geregistreerd als gemiddeld in de gemeente. Bij de meeste incidenten van geluidshinder gaat het om ‘overige’ geluidshinder. Maar de politie registreert ook geluidshinder door horeca en geluidshinder door evenementen. Hierbij zien we geen toename van het aantal incidenten. In de Binnenstad zijn in 2021 10 incidenten van geluidshinder horeca geregistreerd en 2 incidenten van geluidshinder evenementen.
In 2019 was dit respectievelijk 14 en 2 incidenten. Afbeelding 60: Aantal incidenten van overlast per 1.000 inwoners
Binnenstad
Gem eente totaal
Alcohol- / drugsoverlast
Alcohol- / drugsoverlast
2021
16,3
2021
4,2
2020
18,2
2020
4,2
2019
18,6
2019
4,1
2018
15,5
2018
3,3
2017
17,0
2017
3,2
2021
48,1
2021
18,2
2020
31,4
2020
13,3
2019
18,0
2019
9,0
2018
25,1
2018
10,6
2017
27,4
2017
11,4
Geluidshinder
Geluidshinder
Bron: Politie
3.5
Maatregelen
Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan De Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU) helpt de gemeente, politie en horecaondernemers samen de veiligheid in het uitgaansgebied te verbeteren. Een uitgaansgebied met aandacht voor veiligheid komt de werkomgeving van het horecapersoneel en de politie ten goede. De maatregelenmatrix KVU is een meerjarig, dynamisch stramien voor publiek-private inzet op veilig uitgaan. Accenten liggen onder meer op de toepassing van ZSM (Zo snel mogelijksnelrecht), gebiedsontzegging, fysieke maatregelen in de openbare ruimte en collectieve horecaontzegging. De maatregelenmatrix wordt voortgezet en actueel gehouden. In 2020 en 2021 heeft vanwege de coronapandemie geen update plaatsgevonden van de maatregelenmatrix.
71
Cameratoezicht In 's-Hertogenbosch zijn meerdere gebieden waar cameratoezicht in het kader van artikel 151c Gemeentewet wordt ingezet. Hieronder vallen de Binnenstad, de buurt Boschveld, voor- en achterplein Centraal Station en de fietstunnel Klokkenlaan A59. Daarnaast bestaat de optie om tijdelijk cameratoezicht in te zetten, waar ook gebruik van gemaakt wordt als dat nodig is om de openbare orde te handhaven. In ieder gebied is de inzet gericht op het handhaven van de openbare orde (denk aan evenementen, demonstraties, sociale veiligheid in gebieden met minder sociale controle en horeca/uitgaansgebieden) en daarmee gepaard het voorkomen van strafbare feiten. Per gebied is het maatwerk om onder andere te kunnen beslissen waar, hoe, wanneer en hoe lang de camera's gebruikt worden. De cameratoezichtruimte (CTR) biedt centrale regie op de uitvoering. Hier komen de camerabeelden via een digitale omgeving binnen en worden de beelden bekeken. Door de realisatie van de CTR innoveert de gemeente 's-Hertogenbosch en worden nieuwe technieken centraal en grootschaliger toegepast. Zo worden er bijvoorbeeld bezoekersstromen geteld. Veilige evenementen Bij grootschalige evenementen worden aan de organisatie van evenementen eisen gesteld om de veiligheid van personen en goederen te garanderen.
Deze eisen betreffen onder andere het creëren van vluchtwegen, het reguleren van bezoekersstromen, de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de aanwezigheid van EHBO en beveiliging. Aandacht voor crowd management speelt hierbij tegenwoordig een grote rol. De gemeente blijft extra aandacht besteden aan crowd management bij evenementen als carnaval, 11/11, Koningsdag en Bevrijdingsfestival. Het crowd management systeem is voor carnaval uitgebreid en we blijven nieuwe ontwikkelingen monitoren. Er zijn vaste draaiboeken voor grote evenementen als carnaval, Koningsdag en oud op nieuw. Voor locaties waar regelmatig evenementen plaatsvinden is een profiel gemaakt. Deze profielen worden ieder jaar opnieuw vastgesteld en zijn onderdeel van het evenementenbeleid. Aan de hand van dit profiel kunnen organisatoren op voorhand weten wat op deze locatie al dan niet mogelijk is. Ook voor omwonenden en andere belanghebbenden is het duidelijker wat er op een bepaalde locatie mag en wat er niet mag. We zagen in de afgelopen jaren een toename van het aantal evenementen in de stad, met name in de Binnenstad. Vanwege de coronapandemie hebben de evenementen in 2020 en 2021 grotendeels stil gelegen. In 2022 pakken we de draad zo goed als kan weer op.
72
4.
Problematische jeugd en jeugdgroepen
Jeugd is enerzijds oorzaak, ‘dader’ van onveiligheid, anderzijds slachtoffer. Deze ambivalentie is onontkoombaar en het noodzakelijke kompas van onze aanpak. Aan de ‘daderkant’ zien we overlast en criminaliteit, soms geconcentreerd op specifieke locaties. Groepen kunnen daadwerkelijk intimiderend richting omgeving en professionals zijn. Sommige jongeren ‘groeien door’, komen in aanraking met criminele groepen. Aan de ‘slachtofferkant’ zien we kwetsbaarheid door problematische omstandigheden op school en thuis, mogelijk GGZcomponenten, alcohol- en drugsvraagstukken. Ook sexting en loverboyproblematiek kunnen een rol spelen. Essentie: er is altijd een integrale, groeps- én persoonsgerichte aanpak nodig met zowel preventieve als repressieve componenten, strafrechtelijke én zorgcomponenten. Een aanpak die zich richt op het individu in de groep, maar ook op het individu thuis, op school en werk, bij sport en bij het uitgaan. We hebben deze aanpak deels ‘staan’ maar zijn er nog niet. Doelstelling 2022: Via integrale sets van maatregelen, met zorg en veiligheidscomponenten en zowel persoonsals groepsgericht, in samenwerking met partners en in wisselwerking met ander gemeentelijk beleid, zodanig investeren in problematische jeugd dat ongewenst gedrag ‘duurzaam’ vermindert en de focus meer komt te liggen op perspectief en inclusie.
Indicatoren: In 2022 zijn er maximaal 4,8 incidenten van overlast jeugd per 1.000 inwoners.
In 2022 ervaart maximaal 4,5% vaak overlast van groepen jongeren de buurt. In 2022 ervaart maximaal 5% van de inwoners zich vaak onveilig op plekken waar groepen jongeren rondhangen. 4.1
Ervaren overlast en onveilig voelen
Ervaren overlast van rondhangende jongeren Het aantal respondenten dat in hun buurt wel eens overlast ervaart van rondhangende jongeren neemt sinds 2017 toe. De stijging is het grootst tussen 2019 en 2021. In 2021 ervaart 11% vaak en 33% soms overlast van rondhangende jongeren in hun buurt. Dit is vergelijkbaar met de resultaten van 2015; toen gaf ook 11% van de respondenten aan vaak overlast van jongeren in hun buurt te ervaren en nog eens 31% soms. Door de toename wordt er niet voldaan aan de doelstelling, dat maximaal 4,5% vaak overlast van jongeren in de buurt ervaart. Afbeelding 61: Overlast van en onveilig voelen bij rondhangende jongeren
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
73
Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor overlast van rondhangende jongeren in de buurt berekend. De ervaren overlast is relatief groot in de buurten Binnenstad oost, Kom Empel, Maasakker, de Reit, de Hambaken, Lokeren, Boschveld, de Schutskamp en de Kruiskamp. Afbeelding 62: Buurtscore voor overlast van rondhangende jongeren in de buurt
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
Onveilig voelen op plekken waar groepen jongeren rondhangen Een andere doelstelling is dat maximaal 5% zich vaak onveilig voelt op plekken waar groepen jongeren rondhangen. Ook dit is niet gehaald. In 2021 voelt 9% zich vaak onveilig op plekken waar groepen jongeren rondhangen en nog eens 42% soms. Dit is vergelijkbaar met 2019.
4.2
Geregistreerde jongerenoverlast
Sinds de start van de coronapandemie is het aantal incidenten van jongerenoverlast fors gestegen. Tussen 2019 en 2020 steeg het aantal geregistreerde incidenten van 5,5 naar 10,4 incidenten per 1.000 inwoners. Dit is een toename van 91%. In 2021 bleef het aantal incidenten van jongerenoverlast hoog met 10,5 incidenten per 1.000 inwoners. Hiermee wordt niet voldaan aan de doelstelling, dat er maximaal 4,8 incidenten van jongerenoverlast zijn per 1.000 inwoners. In totaal gaat het in 2021 om 1.638 meldingen van overlast jeugd. Afbeelding 63: Aantal incidenten van overlast jeugd per 1.000 inwoners
Jongerenoverlast 2021
10,5
2020
10,4
2019
5,5
2018
4,8
2017
5,9
Bron: Politie
74
De cijfers worden beïnvloedt door de coronapandemie en de daarmee samenhangende sluiting van scholen. In de eerste twee maanden van 2020 (voor de coronapandemie) zijn er nauwelijks verschillen in het aantal incidenten van jongerenoverlast in vergelijking met 2019. In het begin van de coronapandemie (16 maart 2020) gingen alle scholen dicht. Dit duurde tot begin juni 2020, toen mocht het voortgezet onderwijs met beperkingen weer open. Mbo’s, hbo’s en universiteiten volgden later. In deze periode was er een grote toename van de geregistreerde jongerenoverlast. Van maart tot en met juni 2020 waren er 184% meer incidenten van jongerenoverlast dan in dezelfde periode in 2019. Maar ook daarna vonden er meer incidenten plaats dan in 2019. Van juli tot en met december 2020 waren er 59% meer incidenten van jongerenoverlast in vergelijking met dezelfde maanden in 2019. Vanaf half december 2020 gold er een strenge lockdown, waarbij onder andere de scholen opnieuw werden gesloten. Vanaf maart 2021 gingen de middelbare scholen en mbo’s weer beperkt open met minimaal 1 dag fysiek onderwijs per week. Hetzelfde werd eind april 2021 ingevoerd voor hogescholen en universiteiten. Vanaf augustus 2021 gingen alle scholen weer over op volledig fysiek onderwijs.
Als we naar deze periode kijken, dan zien we dat er van januari tot en met juli 126% meer incidenten van jongerenoverlast waren dan in dezelfde maanden in 2019. Vervolgens daalde het aantal incidenten weer. Tussen augustus en december waren er 15% minder incidenten van jongerenoverlast geregistreerd dan in dezelfde maanden in 2020. Wel was dit nog steeds 48% hoger dan in dezelfde maanden in 2019. Afbeelding 64: Aantal incidenten van overlast jeugd per maand
Bron: Politie
Door de sluiting van de scholen (en andere activiteiten, zoals sport) waren jongeren meer thuis. Hierdoor zag je ze op sommige plekken meer op straat, bijvoorbeeld om bij te kletsen of voor een potje voetbal. Soms met de nodige overlast en tot ergernis van buurtbewoners. Het gaat echter niet altijd gepaard met ‘echte overlast’. De politie nuanceert daarom het aantal meldingen van jongerenoverlast en geeft aan dat een deel van de meldingen gaat om het niet houden van 1,5 meter afstand of samenscholen. Ook de inschatting van professionals is dat de stijging van het aantal registraties van jongerenoverlast grotendeels te verklaren is door de coronapandemie. Enerzijds doordat meldingen van het overtreden van coronaregels werden geregistreerd als jongerenoverlast. Anderzijds doordat jeugd meer op straat was dan voor de coronapandemie (bijvoorbeeld door sluiting van scholen en andere voorzieningen). Dit leidt tot meer overlast, maar vindt de oorsprong wel in corona.
75
In de buurten Binnenstad centrum, Rosmalen centrum, de Overlaet west, Vlietdijk, Kom Empel, Maasakker, de Rompert, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt en Abdijenbuurt werden het afgelopen jaar relatief de meeste incidenten van jongerenoverlast geregistreerd. In deze buurten waren er minimaal 20 incidenten van jongerenoverlast per 1.000 inwoners. Afbeelding 65: Aantal incidenten van overlast jeugd per 1.000 inwoners per buurt (2021)
Bron: Politie 2021
4.3
Verwijzingen naar bureau HALT
Bureau Halt richt zich op het voorkomen en bestraffen van jeugdcriminaliteit. Vanuit de overtuiging dat jongeren een tweede kans verdienen. Halt heeft de wettelijke taak om strafbaar gedrag onder jongeren aan te pakken, zonder dat de jongere een strafblad krijgt. De jongere krijgt ‘een tweede kans’. In 2020 zijn er in ’s-Hertogenbosch 15,3 jongeren per 1.000 jongeren doorverwezen naar bureau HALT. Dit is 17% minder dan in 2019. Ook landelijk daalde het aantal HALT-zaken. Het HALT geeft hierbij (over de landelijke cijfers) het volgende aan: “Het coronavirus zorgde voor een daling in het aantal Halt-zaken. Van 16.088 Halt-interventies in 2019 naar 13.421 Halt-interventies in 2020, waarvan 10% corona-gerelateerd. Omdat jongeren meer thuis waren, daalden het aantal zaken voor schoolverzuim, winkeldiefstal en vernieling.”26
26
Bron: Bureau Halt: https://www.halt.nl/over-halt/organisatie/cijfers . De meest recente cijfers gaan over 2020.
76
Afbeelding 66: Aantal verwijzing naar bureau HALT per 1.000 jongeren
Verw ijzingen bureau HALT 2020
15,3
2019
18,2
2018
16,6
2017
21,8
Bron: bureau HALT
4.4
Aanpak jongerenoverlast
Ook het jaar 2021 stond in het teken van de coronapandemie. We hebben ons met name bezig gehouden met het contact behouden met jongeren. Enerzijds omdat er zorgen zijn over hun mentale en sociale gezondheid. Anderzijds omdat ze de coronamaatregelen niet altijd goed in acht nemen. Dit leverde een intensivering op in de samenwerking met alle professionals op straat. Er was een goede afstemming nodig tussen het preventieve gesprek en handhaven. Door deze intensivering in de samenwerking is het vertrouwen tussen het preventieve en repressieve veld gegroeid. Dit heeft de integrale aanpak van jeugdoverlast bevorderd. De integrale aanpak van jeugdoverlast en –criminaliteit is doorontwikkeld op basis van het landelijke 7-stappenmodel. We leggen de accenten op de balans tussen ‘zorg, veiligheid en participatie’, aanhaking Teams Toegang & Regie in verband met persoonsgerichte aanpak/individuele problematiek en het betrekken van maatschappelijke partners en in het bijzonder ouders. Zeker in de nafase van de rellen in januari is dit intensief toegepast. Afbeelding 67: 7 stappenmodel aanpak problematische jeugdgroepen en groepsgedrag
Integrale werkwijze De aanpak van jeugdoverlast en -criminaliteit wordt aangepakt gericht op drie soorten interventies: Preventief: positief opvoed- en opgroeiklimaat, positieve gezondheid, talentontwikkeling, gelijke kansen en bestrijden eenzaamheid; Curatief: groep en individueel aanpak van problemen, schulden, JPP traject, Halt, fight to create; Repressief: met name individueel ingrijpen, optreden, handhaven.
77
De afstemming en combinatie van het geheel maakt het verschil. De afstemming vindt beleidsmatig plaats binnen het operationeel overleg per wijk (de jongerentafels) en de stedelijke jongerentafel. Hierbinnen werken het preventieve, curatieve en repressieve veld samen. De rollen en posities hierbinnen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 4: Rollen en posities aanpak jeugdoverlast en -criminaliteit Jongerenwerk
Straatcoaches
Jeugdboa
Jeugdagent
Beleids-
Preventief en curatief.
Curatief.
Curatief en repressief.
Curatief en repressief.
theorie
Overlastbestrijding
Overlastbestrijding
Overlastbestrijding (en
Overlastbestrijding en
door gedrags-
door uit de anonimiteit
feitelijk ook criminaliteits-
criminaliteitspreventie door
beïnvloeding / talent-
halen en
preventie) door contact
contact leggen, in gesprek
ontwikkeling jeugd door
gelegenheidsreductie
leggen, in gesprek zijn en
zijn en grenzen stellen
(toe geleiden naar)
grenzen stellen door
door corrigerend optreden
activiteiten /voorlichting
corrigerend optreden
wanneer nodig
hulp
wanneer nodig
Positie in
Jongeren ‘vinden’
Aanspreken jeugd en
Toezicht en handhaven
Toezicht en handhaven
de keten
en begeleiden
hun ouders en
Wettelijke
Wettelijke
naar activiteiten en of
doorverwijzen
bevoegdheden
(opsporings)-
hulp- en zorginstanties .
•Geen bevoegdheden
bevoegdheden
aanspreken, signaleren en informeren Praktijk
Criminaliteits- en
In goed contact met
Zacht optreden waar het kan
Maakt beweging van
ervaring
overlastbestrijding door
jongeren en hun
en hard daar waar het moet
repressief naar curatief.
talentontwikkeling/ in
ouders. Rijke
Jeugdboa kan volledige
Heeft momenteel geen
goed contact zijn met
informatiepositie
inzet besteden aan jeugd, is
uren formeel te besteden
jongeren + Belangrijke
in goed contact met hen.
aan jeugd.
signaalfunctie
Sterke informatiepositie
Informatiepositie komt hierdoor onder druk te staan
78
5.
Ondermijning
Fenomenen als drugsproductie en –handel, fraude en witwassen, mensenhandel, cybercrime27, gaan óók aan ’s-Hertogenbosch niet voorbij. De precieze aard en omvang zijn, zoals gebruikelijk bij deze fenomenen, niet goed vast te stellen. Er zijn fijnmazige, diffuse verbindingen met de lokale samenleving en economie. Georganiseerde criminaliteit werkt ondermijnend als de werking van overheidsinstrumenten erdoor aangetast wordt, de integriteit en veiligheid van publieke taken onder druk staan en de democratische rechtsorde in het geding is. We hebben in afgelopen jaren al belangrijke stappen gezet om de ondermijnende criminaliteit aan te pakken, de speelruimte te ontnemen. Vervolgstappen zijn echter nodig. We kunnen de activiteiten en invloed van criminele netwerken nog effectiever ontregelen. We blijven werken volgens de systematiek van de Taskforce Brabant-Zeeland. Doelstelling 2022: Via consequente inzet van de bestuurlijke instrumenten, in samenwerking met onze partners de speelruimte en invloed van criminele netwerken/fenomenen verder verkleinen. We zijn bestuurlijk weerbaar en ondersteunen maatschappelijke weerbaarheid. Gezamenlijk werpen we een dam op tegen de criminele industrie.28
5.1
Ondermijning
In 2021 is ondermijning aangepakt door de ‘Lokale Stuurtafel Ondermijning’ (gemeente, politie, OM en belastingdienst). De verschillende partners bereiden op ambtelijk niveau samen met de Taskforce-RIEC, dossiers voor in het Ambtelijk Voorbereidingsoverleg (AVO). Het AVO komt elke twee weken een volledige dag bij elkaar om integraal samen te werken aan de aanpak van ondermijning. Binnen het AVO van het basisteam 's-Hertogenbosch zijn er wat personele wijzigingen geweest. Zo zijn er in april 2021 een nieuwe basisteam programmaleider ondermijning (BTPL) en een nieuwe accountmanager (ACM) van Taskforce-RIEC gestart. Aan de hand van de voorbereide dossiers wordt de prioriteit binnen de Lokale Stuurgroep Ondermijning (LSO) bepaald. In 2021 zijn er 16 casussen in behandeling geweest in de informatiefase. Er zijn 3 casussen afgerond en 1 van deze casussen is gebruikt voor storytelling. Dit jaar is er uitvoering gegeven aan het strategisch communicatieplan door het inplannen van structurele communicatiemomenten met communicatieadviseurs van alle partners en TaskforceRIEC. Per nieuwe RIEC-casus kan op deze wijze de integrale communicatiestrategie worden bepaald. In 2021 zijn er vanuit het AVO verschillende integrale controles uitgevoerd. De aard en omvang van de acties verschilt sterk van elkaar.
Van buitengebied tot arbeidsmigranten/overbewoning en van verkeerscontroles tot garageboxen/vuurwerk. Ook zijn er controles geweest aan de hand van lopende RIEC-casuïstiek. Andersom hebben signalen van toezichthouders tijdens reguliere controles uiteindelijk geleid tot de ontdekking van een synthetisch drugslab en twee hennepkwekerijen met verborgen ruimten. Naar aanleiding van deze ontdekkingen zijn RIECcasussen aangemaakt voor een vervolg van de integrale aanpak van ondermijning.
27
De onderwerpen fraude en cybercrime komen aan bod in §2.2.4. Goede kwantitatieve indicatoren voor het meten van de effecten van onze aanpak ontbreken bij dit thema. We evalueren onze resultaten vooral kwalitatief, aan de hand van onder meer de ondermijningsbeelden van het RIEC. 28
79
5.2
Drugscriminaliteit
Het aantal geregistreerde misdrijven van drugsbezit en drugshandel steeg tussen 2017 en 2019 van 121 naar 192 misdrijven. Vervolgens nam het aantal misdrijven weer af naar 131 in 2021. Dit is een afname van 32%. Deze afname komt onder andere door een afname van bezit van harddrugs in 2020 en 2021. Voor de coronapandemie werd er relatief veel bezit van harddrugs geregistreerd tijdens Masters of Hardcore. Dit evenement vindt doorgaans in maart plaats in de Brabanthallen in het Veemarktkwartier. In maart 2019 werden er 24 misdrijven van bezit harddrugs geregistreerd in deze buurt. Door de coronapandemie is Masters of Hardcore in 2020 en 2021 niet doorgegaan. Dit is terug te zien in de cijfers. Een andere ontwikkeling is een afname van het aantal geregistreerde misdrijven van vervaardigen softdrugs. In 2019 en 2020 werden hier respectievelijk 38 en 42 misdrijven van geregistreerd. Dit is afgenomen naar 12 misdrijven in 2021. Afbeelding 68: Aantal misdrijven van drugsbezit/-handel
Drugsbezit/drugshandel 2021
131
2020
155
2019
192
2018
125
2017
121
Bron: Politie
Damocles-beleid De gemeente past het Damocles-beleid toe. Volgens artikel 13b van de Opiumwet heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in panden de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. In de praktijk is dit feitelijk sluiting van een pand. Het gaat in dit geval om het aantreffen van verdovende middelen uit Lijst 1 en 2 Opiumwet. Het doel hiervan is om drugshandel en –productie te stoppen en de openbare orde te herstellen. In 2021 zijn 26 panden (17 woningen) gesloten en 1 maal werd volstaan met een waarschuwing. In 4 panden werden er materialen aangetroffen ter voorbereiding van een hennepkwekerij of drugslab. In de overige 23 panden werd er 15 maal softdrugs aangetroffen en 8 maal harddrugs. De sluitingen en waarschuwingen geschiedde conform het Damocles-beleid.
5.3
Bibob
De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegde bestuursorgaan de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Om de mate van gevaar te bepalen, kan het bestuursorgaan een advies aanvragen bij het Bureau Bibob. In 2021 zijn er gemeentelijk 83 Bibob-toetsen uitgevoerd. Dit waren er meer dan in andere jaren omdat er sinds dit jaar een andere werkwijze gehanteerd wordt. De stijging is met name terug te zien bij toetsen in het kader van de Omgevingswet en Vastgoed.
80
6.
Overige strategische thema’s
Naast de prioriteiten hebben we zeven overige strategische veiligheidsthema’s benoemd. Op deze thema’s willen we consolideren ofwel het veiligheidsniveau vasthouden en de lopende aanpak voortzetten.
6.1
Veilig winkelgebied, veilige bedrijventerreinen
Winkelgebieden en bedrijventerreinen zijn belangrijk voor onze gemeente. Maar dit gaat ook gepaard met bepaalde vormen van onveiligheid. Hierbij kan het gaan om het veiligheidsgevoel van winkelend publiek en ondernemers. Maar ook om het concreet plaatsvinden van delicten, zoals zakkenrollen, winkeldiefstal en bedrijfsinbraken. Ervaren veiligheid in het winkelgebied Aan de respondenten is gevraagd hoe veilig of onveilig zij zich voelen op verschillende plekken in hun woonplaats. In 2021 voelt 2% van de respondenten zich vaak onveilig in het centrum van hun woonplaats of het winkelgebied/winkelcentrum in hun buurt. De onveiligheidsgevoelens zijn voor beide onderwerpen ongeveer hetzelfde als twee jaar geleden. Afbeelding 69: Hoe vaak voelt u zich onveilig op de volgende plekken in uw woonplaats?
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
Zakkenrollen Het aantal misdrijven van zakkenrollen neemt al enkele jaren op rij af. Ook het afgelopen jaar daalde het aantal voorvallen met 41%. In totaal werden er in 2021 65 misdrijven van zakkenrollen geregistreerd. Hiervan vond twee derde plaats in de Binnenstad. Sinds de start van de coronapandemie zien we een verdere afname van het aantal misdrijven van zakkenrollen. In 2019 waren er gemiddeld 13 misdrijven van zakkenrollen per maand (exclusief de maand waarin carnaval plaatsvond). In 2020 nam dit af naar gemiddeld 7 misdrijven per maand (exclusief carnavalsmaand) en in 2021 nam dit nog iets verder af naar gemiddeld 5 misdrijven per maand. Doorgaans vinden er tijdens carnaval relatief veel misdrijven van zakkenrollen plaats. Zo werden er in maart 2019 29 misdrijven van zakkenrollen geregistreerd, en in februari 2020 37 misdrijven. Ten tijde van de carnaval 2021 was er vanwege de lockdown en de gesloten horeca geen sprake van reguliere carnavalsactiviteiten. Dit zien we ook terug in de cijfers over zakkenrollen (4 misdrijven in februari 2021).
81
Afbeelding 70: Aantal misdrijven van zakkenrollen, winkeldiefstal en diefstal/inbraak bedrijven en instellingen
Bron: Politie
Winkeldiefstal Het aantal geregistreerde winkeldiefstallen is tussen 2019 en 2021 met 11% afgenomen van 414 naar 368 diefstallen. Als we kijken naar de ontwikkeling tijdens de coronapandemie, dan zien we eerst een afname van het aantal winkeldiefstallen in het begin van de coronapandemie. In maart en april 2020 waren er 66% minder winkeldiefstallen dan in dezelfde maanden in 2019. Vervolgens vinden er van mei tot en met december 2020 iets meer winkeldiefstallen plaats in vergelijking met dezelfde periode in 2019 (+7%). Vanaf half december is er een harde lockdown en zijn de niet-essentiële winkels gesloten. Van januari tot en met april zijn er 43% minder winkeldiefstallen in vergelijking met dezelfde periode in 2019. Vervolgens vinden er van mei tot en met december 2021 iets meer winkeldiefstallen plaats in vergelijking met dezelfde periode in 2019 (+8%). Het afgelopen jaar vond ruim een derde van de winkeldiefstallen plaats in de Binnenstad. De overige winkeldiefstallen vinden voornamelijk plaats in buurten met grote winkelcentra/-gebieden, zoals Graafsebuurt noord, Orthenpoort , Rosmalen centrum, de Rompert, Paleiskwartier en de Schutskamp. Er zijn de afgelopen jaren diverse maatregelen ingezet om het aantal winkeldiefstallen terug te dringen.
Zo is de ‘Collectieve Winkel Ontzegging’ ingevoerd om personen te kunnen weren die strafbare feiten hebben gepleegd of zich niet houden aan de huisregels. Er is een civiele schadevergoeding, om de kosten te verhalen op de dader. Elke betrapte dief dient een extra boete te betalen aan de winkelier. Diefstal/inbraak in winkels, bedrijven en instellingen Tussen 2017 en 2019 nam het aantal diefstallen en inbraken in winkels, bedrijven, kantoren en instellingen af, waarna het in 2020 weer toenam. Tussen 2020 en 2021 is het aantal diefstallen/inbraken weer afgenomen van 246 naar 203 misdrijven. Dit komt neer op een afname van 17%.
82
De meeste diefstallen en inbraken in winkels, bedrijven, kantoren en instellingen vonden plaats in de Binnenstad (61). Daarnaast waren er relatief veel misdrijven in Paleiskwartier (11) en de Schutskamp (9). Ook zijn er relatief veel misdrijven op bedrijventerreinen. In buurten met minder dan 100 huishoudens zijn in 2021 in totaal 33 diefstallen/inbraken in winkels, bedrijven en instellingen geregistreerd. Tot deze buurten behoren verschillende bedrijventerreinen, zoals bedrijvenpark de Brand, bedrijventerrein de Herven en de Rietvelden. Keurmerk Veilig Ondernemen In de gemeente ’s-Hertogenbosch hebben verschillende winkelcentra en bedrijventerreinen het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Het KVO certificaat is de afgelopen jaren met succes gehercertificeerd. Op bedrijventerrein Hightech Park Maaspoort Treurenburg in 2020, op bedrijventerrein De Herven in 2021 en naar verwachting voor bedrijventerrein Rietvelden – De Vutter – Ertveld in april 2022. Op bedrijventerrein De Brand zijn de eerste stappen gezet om te komen tot een aanvraag voor KVO certificering.
6.2
Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheid is een belangrijk maatschappelijk thema. Onze ambitie is dat onze stad goed bereikbaar is en dat iedereen snel, betrouwbaar en veilig van A naar B kan. Daar spannen we ons samen met inwoners en bezoekers en met verschillende partners in de gemeente, provincie en Rijk voor in. Hoewel 100% veiligheid niet bestaat en we dat ook niet kunnen garanderen, is onze aanpak gericht om risico’s te minimaliseren. Onze aanpak breiden we uit naar een proactieve risicogestuurde aanpak. Dat betekent dat we niet alleen reactief reageren op dat wat gebeurd is, maar anticiperen op plekken en doelgroepen. We richten ons op locaties met potentieel risico en doelgroepen die in hun kwetsbaarheid een groter risico vormen in het verkeer. We zoeken steeds een combinatie van maatregelen die samen oplossend vermogen hebben; infrastructuur, handhaving, technologie en gedrag & educatie. Ervaren verkeersveiligheid Aan de respondenten is gevraagd hoe zij de verkeersveiligheid in hun buurt beoordelen. Gemiddeld is bijna de helft van de respondenten hier (zeer) tevreden over. Daarentegen is bijna een derde hier (zeer) ontevreden over. Met name in de wijken Binnenstad, Noord en West zijn respondenten minder tevreden over de verkeersveiligheid in hun buurt. Verkeersongevallen Voor het in beeld brengen van de problematiek rondom verkeersongevallen gebruiken we gegevens van de politie.
Echter, niet alle verkeersongevallen zijn bekend bij de politie. Ongevallen met enkel materiële schade, ongevallen die onderling opgelost worden of eenzijdige aanrijdingen met (zeer) licht letsel worden veelal niet geregistreerd omdat betrokkenen het ongeval veelal zelf afhandelen. De politie wordt bijvoorbeeld ingeschakeld wanneer er iemand gewond is geraakt, er een gevaarlijke situatie is ontstaan na het verkeersongeval of als emoties hoog oplopen. We nemen deze cijfers hier wel op, omdat ze een indicatie geven van de problematiek. Tussen 2019 en 2020 nam het aantal geregistreerde verkeersongevallen met 17% af, van 785 naar 648 verkeersongevallen. Vervolgens nam het aantal verkeersongevallen in 2021 weer met 13% toe naar 734 ongevallen. Dit komt neer op 4,7 verkeersongevallen per 1.000 inwoners. Met name in de periodes met meer coronamaatregelen waren er minder verkeersongevallen.
83
In 2021 was er bij 84% van de door de politie geregistreerde ongevallen uitsluitend materiële schade. Bij de overige ongevallen was er sprake van letsel en bij enkele ongevallen van een dodelijke afloop. Het betreft zowel verkeersongevallen die plaatsvinden op gemeentelijke wegen, als op provinciale en rijkswegen binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch. Afbeelding 71: Aantal incidenten van ongevallen op de weg per 1.000 inwoners
Ongevallen 2021
4,7
2020
4,2
2019
5,1
2018
4,9
2017
5,4
Bron: Politie
De gemeente heeft alleen directe invloed bij ongevallen op wegen waarvan de gemeente zelf wegbeheerder is. Aanpak verkeersveiligheid Het verkeersveiligheidsbeleid is in 2021 geactualiseerd en kent de volgende uitgangspunten: 1. We gaan voor nul verkeersslachtoffers, net zoals het landelijke en provinciale verkeersveiligheidsbeleid. 2. Infrastructuur richten we in volgens de landelijke principes van Duurzaam Veilig met maatwerk per locatie. 3. Verkeersveiligheid is een vast onderdeel in de aanpak van gebiedsontwikkeling en aanleg en onderhoud van infrastructuur. 4. Veilige infrastructuur combineren we met handhaving en samenwerking, technologie en gedrag & educatie. 5. Locaties en doelgroepen met het hoogste ongevalsrisico pakken we als eerste aan. De komende jaren richten we ons op de risicogroep fiets (jong en oud), 50 km/uur wegen en snelheid in het verkeer. 6. We maken een meerjarenplanning op basis van de prioriteiten in de risicoanalyse en het ongevallenverloop. We informeren de raad via de begrotingscyclus. Deze actualisering van het verkeersveiligheidsbeleid kent de volgende elementen: 1. Infrastructuur: het voortzetten van het landelijke principe van Duurzaam Veilig. 2. Handhaving en samenwerking: in samenwerking met onder andere het Openbaar Ministerie, politie, Stadstoezicht en bewoners werken we aan de aanpak van de (subjectieve) onveiligheid.