CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Veiligheidsmonitor 2021

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Veiligheidsmonitor 202133.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

28

2.1.4

Huiselijk geweld

Huiselijk geweld is een zeer ingrijpende vorm van geweld. Hieronder valt bijvoorbeeld partnergeweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling en seksueel geweld (binnen de huiselijke kring). Vormen van mishandeling kunnen zijn fysieke mishandeling, verwaarlozing of emotionele mishandeling of financieel misbruik. De huiselijke kring bestaat uit (ex-)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het slachtoffer kan een volwassene zijn of een kind; van -9 maanden tot en met 100+ jaar. Ook als kinderen getuige zijn van huiselijk geweld is dit kindermishandeling. Ervaren huiselijk geweld In 2020 gaf 6% aan dat zij in de afgelopen twee jaar slachtoffer of getuige waren van huiselijk geweld. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Vrouwen, 30-39 jarigen en inwoners uit een eenoudergezin of een huishouden met minderjarige kinderen hebben hier vaker dan gemiddeld mee te maken. 1 op de 10 inwoners die te maken hadden met huiselijk geweld geven aan dat zij zelf slachtoffer waren. Volgens 8% ging het om iemand uit hun huishouden. In ruim de helft van de gevallen was het slachtoffer een bekende, zoals een buurtgenoot, familielid, kennis of collega. Ruim de helft meldde het voorval bij een instantie, met name bij de politie en Veilig Thuis. Zo’n 7 op de 10 inwoners kennen Veilig Thuis. De bekendheid hiervan is de afgelopen jaren toegenomen14.

Geregistreerde huiselijk geweld Het aantal door de politie geregistreerde incidenten van huiselijk geweld is al enkele jaren stabiel. In 2021 waren er gemiddeld 1,3 incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners. Relatief de meeste incidenten werden geregistreerd in de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt en Maasdal. In deze buurten registreerde de politie minimaal 5 incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners. Afbeelding 19: Aantal incidenten van huiselijk geweld per 1.000 inwoners

Huiselijk gew eld 2021

1,3

2020

1,4

2019

1,3

2018

1,4

2017

1,7

Bron: Politie

Naast politiecijfers stelt ook het CBS (half)jaarcijfers beschikbaar van Veilig Thuis15. Veilig Thuisorganisaties zijn het advies- en meldpunt voor (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en professionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van huiselijk geweld. Veilig Thuis kan advies en ondersteuning geven over wat de beller zelf kan doen. Is dit niet mogelijk of is de situatie te complex of ernstig? Dan kan de beller een melding doen en komt Veilig Thuis in actie.

14

Bron: Monitor Sociaal domein 2021 (O&S, juni 2021) Bron: CBS statline (kerncijfers Veilig Thuis). De meest recente gegevens gaan over de eerste helft van 2021. Van de tweede helft van 2021 zijn nog geen gegevens beschikbaar. De cijfers van de eerste helft van 2021 zijn voorlopige cijfers. 15

29

Het aantal adviezen dat door Veilig Thuis wordt afgegeven is sinds 2019 gestegen. In de eerste helft van 2019 ging het om 2,9 adviezen per 1.000 inwoners. Dit steeg naar 5,6 adviezen per duizend inwoners in de eerste helft van 2021. Het aantal ontvangen meldingen neemt sinds de tweede helft van 2020 licht af. In de eerste helft van 2020 waren er 4,1 meldingen per 1.000 inwoners ontvangen. Dit nam af naar 3,6 meldingen per 1.000 inwoners in de eerste helft van 2021. Afbeelding 20: Halfjaarcijfers Veilig Thuis per 1.000 inwoners

Gestarte adviezen 2021-1

5,6

2020-2

5,2

2020-1

4,6

2019-2

3,9

2019-1

2,9 Ontvangen meldingen

2021-1

3,6

2020-2

3,9

2020-1

4,1

2019-2

4,1

2019-1

4,1

Bron: CBS StatLine

Daarnaast beschikken we ook nog over cijfers over huisverboden. In 2021 zijn er 15 huisverboden opgelegd. Dit is iets lager dan in voorgaande jaren (2020: 23, 2019: 20, 2018: 21, 2017: 13). Aanpak huiselijk geweld Het interbestuurlijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ (GHNT) heeft sinds 2019 jaren de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandelingen langs drie lijnen geïntensiveerd:  Eerder en beter in beeld. De meldcode is onder de aandacht gebracht van het onderwijs, de ouderenzorg en op dit moment onder gemeenten o.a. onze eigen gemeente. Daarnaast worden aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, mensenhandel samengebracht om hun functie en taak te versterkten in de eigen organisatie.  Duurzaam oplossen. Hiervoor zijn regionaal twee projecten gestart en druk doende met de implementatie: o Kwaliteitskader voor lokale wijkteams m.b.t. expertise inzake geweld in afhankelijkheidsrelaties o Samenwerken aan veiligheid volgens de visie ‘gefaseerde ketenzorg’ wordt momenteel regionaal geïmplementeerd middels de TOP-3 methodiek van samenwerken.  Specialistische thema’s zoals seksueel geweld en mensenhandel zijn doorontwikkeld en verankerd in een Centrum Seksueel Geweld Brabant Oost en in de functie van zorgcoördinator mensenhandel Brabant Noordoost.

Ouderenmishandeling heeft vorm gekregen in een regionale alliantie waarin private en publieke partijen samenwerken. Een kerngroep én een brede schil uit een brede range van partijen werken daar samen aan gezamenlijk beleid en het gezamenlijk oppakken van casuïstiek. In de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelatie staat de visie van gefaseerd samenwerken aan veiligheid met de Top3 methodiek inzake geweld in afhankelijkheidsrelaties centraal.

30

Dit komt kort gezegd op het volgende neer. In situaties waar sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling (geweld in afhankelijkheidsrelaties) werken alle partijen samen, met in eerste instantie de focus op het weer veilig maken van de situatie. Pas daarna gaan we ons (allemaal) richten op de aanpak van de risicofactoren en daarna richten we ons (allemaal) op het herstel. We maken met de direct betrokkene, het netwerk van de direct betrokkene én alle betrokken partijen, één gezamenlijk plan onder leiding van een veiligheidscoördinator bij wie het ‘zicht op veiligheid’ is belegd. Pas als er structurele veiligheid is gerealiseerd starten andere fases (risicogestuurde zorg en op herstelgerichte zorg) op. Wat betreft het kwaliteitskader hebben alle gemeenten een zelfscan ingevuld en een verbeterplan gemaakt om te kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen die deze gefaseerde manier van samenwerken en veiligheidscoördinatie van lokale teams vraagt. Is het lokale team voldoende uitgerust om dossiers met geweld in afhankelijkheidsrelaties effectief op te pakken? Het programmateam GHNT organiseert wat er nodig is om deze twee projecten breed in de regio te implementeren om de blijvende aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties te borgen. 2.1.5

Aanpak overlast en geweld op het snijvlak zorg & veiligheid

De verbinding tussen het sociaal- en veiligheidsdomein is belangrijk. De aanpak van verschillende belangrijke veiligheidsthema’s, zoals huiselijk geweld, woonoverlast, jeugdoverlast en personen met verward gedrag is ondenkbaar zonder een goede samenwerking tussen beide domeinen. Niet alleen op beleidsmatig niveau maar ook praktisch is het samen aanpakken van casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid geïntensiveerd met het implementeren van de regisseurs Zorg en Veiligheid. Dit heeft ook consequenties voor de teams Toegang en Regie. Daarover staat in deze paragraaf meer beschreven. Complexe casuïstiek zorg & veiligheid Sinds april 2019 hebben we regisseurs zorg en veiligheid. Zij voeren procesregie op casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid en waarbij sprake is van een van de 3 p’s (pers, publiek, politiek). Hierbij is er een rechtstreekse lijn naar wethouder en burgemeester, opdat het bestuurlijk instrumentarium tijdig en juist ingezet kan worden. De relatie met de afdeling Openbare Orde en Veiligheid is zeer nadrukkelijk aanwezig. Doordat de regisseurs zijn gepositioneerd binnen de beleidsafdeling van Maatschappelijke Ontwikkeling bestaat er tevens een verbinding tussen uitvoering en beleid.

Momenteel wordt de samenwerking met het team Toegang en Regie doorontwikkeld zodat de casussen kunnen doorstromen naar dit team en de regisseurs zorg en veiligheid hun caseload klein houden. Team Toegang & Regie Team Toegang & Regie is er voor inwoners waarbij meerdere problemen tegelijkertijd spelen. In het team werken regisseurs met kennis en ervaring op het gebied van jeugd, maatschappelijk werk, ouderen en/of mensen met een beperking. Zij gaan samen met de inwoner op zoek naar oplossingen voor hun hulpvraag. De doelen daarbij zijn: hulp in de directe omgeving, regie bij de inwoner, benutten van eigen kracht, normaliseren en 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Samen met de inwoner wordt een regieplan gemaakt, regie gevoerd en andere benodigde hulpverlening gearrangeerd. Eventueel toegang tot gespecialiseerde hulp, met monitoring en evaluatie, behoort ook tot de taak van een regisseur. Inmiddels is de scope van de verantwoordelijkheid van de regisseurs verruimd van regie bij hulpvragen naar ook regie ten behoeve van cliënten. Voor dat laatste geldt een onderscheidend principe voor regie zorg en veiligheid dat is vastgesteld dat wanneer sprake is van de 3 P’s, dan ligt de verantwoordelijkheid bij het team regie zorg en veiligheid. Wanneer er geen sprake meer is van dit criterium wordt de casus overgedragen aan het team Toegang en Regie.

31

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Noordoost (ZVH BNO) is de plek waar veiligheid, zorg en lokaal bestuur samenkomen voor de integrale aanpak van complexe problematiek. Het is een netwerksamenwerking tussen partners uit de zorg- en strafrechtketen en gemeentelijke partners. Het doel van de samenwerking is het terugdringen van overlast en recidive, waarbij wordt ingezet op gedragsverandering en verbetering van kwaliteit van het leven van de betrokkene(n). De ketenpartners signaleren problemen, bedenken oplossingen en voeren die samen uit onder procesregie van het Zorg- en Veiligheidshuis. Het ZVH BNO is in 2019 ontstaan uit een fusie van het Regionaal Veiligheidshuis Brabant Noordoost met het Veiligheidshuis ’s-Hertogenbosch en omgeving. Het ZVH BNO heeft de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met de persoonsgerichte aanpak (PGA) en werkte conform het landelijk kader Veiligheidshuizen. Dat betekent dat er een structuur is waarbij indien reguliere samenwerking c.q. afstemming niet leidt tot een effectieve gezamenlijke aanpak van de problematiek, werd opgeschaald naar het Zorg- en Veiligheidshuis. Zowel vanuit de wijk als vanuit justitiële partners kon worden opgeschaald. In 2021 heeft het ZVH BNO 41 ‘Casus op maat’ behandeld en 63 adviezen gegeven. In 2020 waren dit 27 ‘Casus op maat’ en 72 adviezen.

Aanpak complexe casuïstiek en voorkoming van escalatie Het is van belang dat professionals in de wijk sensitief zijn, tijdig problemen signaleren en daarop passend interveniëren, ook als dat betekent dat ze elkaar daarvoor moeten opzoeken. Een helder escalatiemodel voor op- en afschaling is essentieel voor de preventie van escalatie. De gemeente werkt met een escalatiemodel voor alle ketenpartners op basis van het AVE-model (Aanpak ter Voorkoming van Escalatie). De AVE-aanpak sluit aan bij de 3D-aanpak16 van gemeenten en bij de ketens van politie en justitie. Het doel van het escalatiemodel is het voorkomen van een dreigende escalerende situatie of het beperken en beëindigen van een escalerende situatie. Het begrip escalatie heeft twee betekenissen:  In een gezin of huishouden lopen de zaken uit de hand (geweld, misbruik, ruzie, overlast e.d.)  De opschaling van een interventie. Hiervan is sprake als de hulpverlening moet opschalen naar een hoger niveau van expertise of een specifieke voorziening moet inzetten. AVE beoogt stagnerende samenwerking weer vlot te trekken en ineffectiviteit in de hulpverlening te voorkomen. In overleg met de partners dient duidelijkheid te zijn over verantwoordelijkheid en bevoegdheden per AVE fase. AVE kent vier fasen. In elke fase neemt het regievermogen van de burger af. Bij AVE1 heeft de burger totale regie.

Bij AVE2 is aanvulling of ondersteuning nodig. Bij AVE3 en AVE4 is overname van de regie noodzakelijk, in het belang van de burger en de veiligheid. CvTB Het CvTB biedt zowel bemoeizorg als begeleiding aan bijzondere doelgroepen, zoals zorgwekkende zorgmijders, daklozen, verslaafden en multiprobleemhuishoudens. Deze mensen kampen vaak met complexe, meervoudige problemen waarin psychiatrische, lichamelijke, verslavings- en/of psychosociale aspecten een rol kunnen spelen. Hierdoor kunnen ze slecht voor zichzelf zorgen of overlast veroorzaken. In veel gevallen kunnen, mogen of willen ze (nog) geen gebruik maken van de reguliere hulpverlening en hebben ze geen steunsysteem waarop ze kunnen terugvallen. Het CvTB ondersteunt deze cliënten in het vinden van een zorgaanbod dat aansluit bij hun speciale wensen en (on)mogelijkheden. Het doel is om een sluitende zorgketen te realiseren die leidt tot een blijvende verbetering op de diverse levensgebieden. 16

3D: Decentralisatie op 3 terreinen in het sociaal domein: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet.

32

2.2

Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes

Belangrijkste onderwerpen hierbij zijn woninginbraak, diefstal uit of vanaf auto, diefstal van motorvoertuigen en fietsdiefstal. In de afgelopen jaren zijn deze fenomenen behoorlijk teruggedrongen. Soms is er een uitschieter, vaak met aanwijsbare oorzaken. Toch moeten we stevige aandacht behouden voor deze vormen van criminaliteit. De impact van een inbraak is immers groot en ook de criminaliteit zelf blijft zich ontwikkelen. We blijven innoveren op dit onderwerp, samen met professionals en inwoners. Doelstelling 2022: Door slimme inzet van preventieve en repressieve middelen, samen met inwoners en veiligheidspartners, woninginbraken en andere vormen van vermogenscriminaliteit zoveel mogelijk voorkomen en op lange termijn op een aanvaardbaar niveau houden. Indicatoren:

 In 2022 zijn er maximaal 6,0 woninginbraken per 1.000 woningen.  In 2022 zijn er maximaal 6,5 diefstallen uit/vanaf auto’s per 1.000 inwoners.  In 2022 zijn er maximaal 1,3 diefstallen van motorvoertuigen per 1.000 inwoners. 2.2.1

Vermogenscriminaliteit

Slachtofferschap vermogenscriminaliteit In 2021 werd gemiddeld 13% van de respondenten slachtoffer van één of meerdere vermogensdelicten in het afgelopen jaar. Dit is vergelijkbaar met 2019. Als we kijken naar de onderliggende delicten, dan blijkt dat van 6% van de respondenten een (elektrische) fiets is gestolen, 5% werd slachtoffer van diefstal uit hun auto of diefstal van auto-onderdelen en 4% had te maken met een (poging tot) woninginbraak. Daarnaast werd 1% slachtoffer van autodiefstal en 2% van diefstal van een ander motorvoertuig. Aan de respondenten is gevraagd waar het misdrijf (de laatste keer) plaatsvond. Bij ongeveer twee derde van de slachtoffers vond de fietsdiefstal, diefstal van de auto en diefstal van een ander motorvoertuig plaats in de eigen buurt. Daarnaast geeft bijna negentig procent van de slachtoffers van diefstal uit/vanaf de auto aan dat dit plaatsvond in de eigen buurt. De meeste andere misdrijven vonden plaats ergens anders in de gemeente; bij een enkeling vond het misdrijf buiten de gemeente plaats. In het Zand, Orthenpoort, de Overlaet west, de Watertuinen, Empel oost, de Muziekinstrumentenbuurt, Orthen west en Landelijk gebied Vinkel zijn meer respondenten dan gemiddeld slachtoffer geworden van een vermogensdelict. In deze buurten geeft minimaal 20% van de respondenten aan slachtoffer te zijn geworden van één of meerdere vermogensdelicten.

33

Afbeelding 21: % slachtoffers van een vermogensdelict in de afgelopen 12 maanden Diefstal (elektrische) fiets 2021

6%

2019

6% Diefstal uit auto of diefstal van auto-onderdelen

2021

5%

2019

7% Diefstal van auto

2021

1%

2019

2% Diefstal ander motorvoertuig (zoals motor/scooter)

2021

2%

2019

1% Woninginbraak

2021

4%

2019

4% Slachtoffer vermogensdelicten totaal

2021

13%

2019

14%

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid

Ervaren vermogenscriminaliteit in de buurt Sinds 2017 geven minder respondenten aan dat er wel eens sprake is van vermogenscriminaliteit in hun buurt, zoals fietsdiefstal, diefstal uit auto’s of diefstal van auto-onderdelen en woninginbraak. In 2021 worden er volgens 5% van de respondenten vaak (elektrische) fietsen gestolen in hun buurt. Volgens nog eens 20% komt dit soms voor. In 2017 was dit nog respectievelijk 8% en 32%. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor fietsdiefstal berekend. Respondenten uit Orthenpoort en de Schutskamp geven het vaakst aan dat fietsdiefstal wel eens voorkomt in hun buurt. In 2021 geeft 7% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak diefstal is uit auto’s of diefstal van auto-onderdelen en nog eens 27% geeft aan dat dit soms voorkomt. In 2017 was dit nog respectievelijk 13% en 33%. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is een buurtscore berekend. Respondenten uit Paleiskwartier geven veruit het vaakst aan dat diefstal uit en vanaf auto’s wel eens voorkomt in hun buurt. Aan de respondenten is ook gevraagd hoe vaak woninginbraak voorkomt in hun buurt. In 2021 geeft 4% van de respondenten aan dat dit in hun buurt vaak voorkomt en nog eens 30% soms. In 2017 was dit nog respectievelijk 8% en 40%. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is een buurtscore berekend.

Respondenten uit Vughterpoort geven het vaakst aan dat woninginbraak wel eens voorkomt in hun buurt.

34

Afbeelding 22: Ervaren van vermogenscriminaliteit in de buurt

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid

Geregistreerde vermogenscriminaliteit Diefstal/inbraak woningen en garages/schuurtjes Het aantal geregistreerde (poging tot) woninginbraken daalt al enkele jaren. Tussen 2020 en 2021 is het aantal woninginbraken met 9% afgenomen, van 275 naar 250 inbraken. Dat komt neer op 3,5 inbraken per 1.000 woningen. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling uit het Integraal Veiligheidsplan dat er maximaal 6,0 woninginbraken zijn per 1.000 woningen in 2022. In 2021 vond het grootste deel van de woninginbraken plaats in de tweede helft van het jaar; een derde van de geregistreerde inbraken in 2021 vond plaats in de eerste zes maanden van het jaar en twee derde van de woninginbraken in de laatste zes maanden. Hierbij zien we een kleine piek in de zomermaanden juli en augustus. In 2021 ging het bij 79% om een ‘voltooide inbraak’; bij 29% bleef het bij een poging tot inbraak. Afbeelding 23: Aantal misdrijven van diefstal/inbraak woning en box/garage/schuur/tuinhuis per 1.000 woningen

Diefstal/inbraak w oning 2021

3,5

2020

3,9

2019

4,2

2018

5,9

2017

6,4 Diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis

2021

2,0

2020

2,5

2019

1,7

2018

1,9

2017

2,5

Bron: Politie

35

Relatief de meeste woninginbraken zijn geregistreerd in de buurten Vughterpoort, Orthenpoort, de Overlaet west, Orthen, de Italiaanse buurt en Boschveld. In deze buurten werden minimaal 8 woninginbraken per 1.000 woningen geregistreerd. Naast woninginbraken registreert de politie ook diefstallen/inbraken in boxen, garages, schuurtjes en tuinhuizen. Tussen 2019 en 2020 nam het aantal misdrijven eerst toe, waarna het in 2021 weer afnam. In 2021 waren er 2,0 diefstallen/inbraken in boxen, garages, schuurtjes en tuinhuizen per 1.000 woningen. Relatief de meeste misdrijven vonden plaats in de buurten Maasakker, Orthen en Landelijk gebied Vinkel. In deze buurten werden minimaal 8 diefstallen/inbraken per 1.000 woningen geregistreerd. Voertuigcriminaliteit Onder voertuigcriminaliteit verstaan we diefstal van voertuigen (zoals diefstal van fietsen, brommers, motoren, auto’s), diefstal uit motorvoertuigen (zoals diefstal van geld, laptop of gereedschappen uit een voertuig) en diefstallen vanaf motorvoertuigen (zoals diefstal van airbags, wieldoppen of andere auto-onderdelen). Hieronder gaan we dieper in op de onderliggende delicten. Fietsdiefstal Het aantal geregistreerde diefstallen van (elektrische) fietsen is al enkele jaren ongeveer hetzelfde. In 2021 zijn er bijna 650 gestolen fietsen geregistreerd. Dit komt neer op 4,1 fietsdiefstallen per 1.000 inwoners.

Relatief de meeste diefstallen zijn geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, Orthenpoort, Rosmalen centrum en Paleiskwartier. In deze buurten werden minimaal 12 fietsdiefstallen per 1.000 inwoners geregistreerd. Uit een analyse van de politiecijfers door de Stichting Aanpak Fiets en E-bikediefstal (SAFE) blijkt dat in Nederland het aantal diefstallen van e-bikes in twee jaar tijd met 75% is toegenomen17. Daarentegen nam het aantal diefstallen van gewone fietsen met 44% af. Volgens de analyse van SAFE zijn er in ’s-Hertogenbosch in 2020 169 e-bikes gestolen en in 2021 190 (+12%). Op basis van deze cijfers blijkt dat van alle fietsen die in 2021 in ’s-Hertogenbosch zijn gestolen, het bij zo’n 30% om een elektrische fiets gaat. Diefstal bromfietsen Sinds 2018 neemt het aantal diefstallen van bromfietsen (en snorfietsen) af. Met name in 2020 en 2021 waren er minder diefstallen van bromfietsen. Tussen 2019 en 2021 is het aantal diefstallen bijna gehalveerd, van 277 naar 142 diefstallen. Dat komt neer op 0,9 diefstallen van bromfietsen per 1.000 inwoners in 2021. Relatief de meeste diefstallen zijn geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, de Bossche Pad en Graafsebuurt noord. In deze buurten werden minimaal 3 diefstallen van bromfietsen per 1.000 inwoners geregistreerd.

Diefstal uit of vanaf auto’s Het aantal diefstallen uit of vanaf auto’s daalt al enkele jaren. Tussen 2020 en 2021 is het aantal diefstallen met 11% afgenomen, van 711 naar 633 inbraken. Dat komt neer op 4,1 diefstallen/ inbraken per 1.000 inwoners in 2021. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling uit het Integraal Veiligheidsplan dat er maximaal 6,5 diefstallen uit of vanaf auto’s zijn per 1.000 inwoners in 2022.

17

Bron: https://www.bd.nl/binnenland/e-bikebezitter-vogelvrij-diefstal-stijgt-explosief-aangiftes-gewone-fietsenhalveert~a24488c4/

36

Afbeelding 24: Aantal misdrijven van voertuigcriminaliteit per 1.000 inwoners

Diefstal (elektrische) f iets 2021

4,1

2020

4,3

2019

4,0

2018

4,5

2017

5,8 Diefstal snorfietsen/bromf ietsen

2021

0,9

2020

1,1

2019

1,8

2018

2,0

2017

1,9 Diefstal uit/vanaf auto's

2021

4,1

2020

4,6

2019

5,1

2018

5,8

2017

8,3 Diefstal van motorvoertuigen

2021

0,3

2020

0,6

2019

0,8

2018

1,3

2017

1,8 Diefstal af /uit/van overige voertuigen

2021

1,1

2020

1,4

2019

1,7

2018

1,5

2017

1,7

Bron: Politie

Als we kijken naar de ontwikkeling van het aantal diefstallen uit of vanaf auto’s tijdens de coronapandemie, dan zien we eerst een toename van het aantal misdrijven in het begin van de coronapandemie. In maart en april 2020 waren er 68% meer diefstallen uit of vanaf auto’s dan in dezelfde maanden in 2019. Vervolgens is het aantal misdrijven lager of ongeveer hetzelfde in vergelijking met dezelfde maand in 2019. Dat blijft zo tot en met oktober 2021. In de laatste maanden van 2021 is er uiteindelijk een negatieve ontwikkeling te zien; in november en december 2021 waren er ongeveer twee keer zoveel diefstallen uit of vanaf auto’s plaats als in dezelfde maanden in 2019. In 2021 vonden relatief de meeste diefstallen uit/vanaf auto’s plaats in Binnenstad centrum, het Zand, Orthenpoort, de Italiaanse buurt en Vinkeloord. In deze buurten werden meer dan 8 misdrijven per 1.000 inwoners geregistreerd.

37

Diefstal van motorvoertuigen Sinds 2017 neemt het aantal diefstallen van motorvoertuigen af. Tussen 2020 en 2021 is het aantal diefstallen met 45% afgenomen, van 93 naar 51 diefstallen. Dat komt neer op 0,3 diefstallen van motorvoertuigen per 1.000 inwoners in 2021. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling uit de Begroting dat er maximaal 1,3 diefstallen van motorvoertuigen per 1.000 inwoners zijn in 2022. Bij de registraties van diefstallen van motorvoertuigen wordt onderscheid gemaakt naar verschillende type voertuigen. Hieruit blijkt dat in 2021 personenauto’s (73%) het meest zijn gestolen, gevolgd door motoren (22%) en vrachtauto’s/bestelauto’s (6%). Diefstal af/uit/van andere motorvoertuigen Sinds 2019 neemt het aantal diefstallen af/uit/van andere motorvoertuigen af. Tussen 2020 en 2021 is het aantal diefstallen met 19% afgenomen, van 222 naar 179 diefstallen. Dit komt neer op 1,1 diefstallen af/uit/van andere motorvoertuigen per 1.000 inwoners in 2021. Uit de registraties blijkt dat het hierbij veelal om diefstal uit/vanaf andere motorvoertuigen gaat (84%), en in mindere mate om diefstal van andere motorvoertuigen (16%). 2.2.2

High Impact Crimes

Tot de High Impact Crimes worden woninginbraken (zie § 2.2.1), straatroven, overvallen en andere geweldsmisdrijven gerekend. Dit zijn delicten met een grote impact op het slachtoffer, diens directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij. Slachtofferschap agressie en geweld In 2021 was gemiddeld 9% van de respondenten slachtoffer van één of meerdere geweldsdelicten (bedreiging, mishandeling en/of zakkenrollen/beroving). Dit is ongeveer hetzelfde als in 2019. Als we kijken naar de onderliggende delicten, dan blijkt dat van 7% van de respondenten slachtoffer werd van bedreiging. Daarnaast werd 2% slachtoffer van mishandeling en 1% van zakkenrollen of beroving. Aan de respondenten is gevraagd waar het misdrijf (de laatste keer) plaatsvond. Zo’n drie kwart van de bedreigingen en mishandelingen vond plaats in de eigen buurt. Van de slachtoffers van zakkenrollen / beroving geeft ongeveer de helft aan dat dit in hun eigen buurt gebeurde. Voor de rest vonden de misdrijven plaats ergens anders in de gemeente; bij een enkeling vond het misdrijf buiten de gemeente plaats. In het Zand en de Muziekinstrumentenbuurt zijn meer mensen dan gemiddeld slachtoffer geworden van een geweldsdelict. In deze buurten geeft minimaal 20% van de respondenten aan slachtoffer te zijn geworden van één of meerdere geweldsdelicten.

We hebben in 2021 respondenten voor het eerst gevraagd of men slachtoffer is geworden van seksuele intimidatie, zoals ongewenste aanrakingen of seksueel getinte opmerkingen. Vijf procent van de respondenten werd hier het afgelopen jaar slachtoffer van. Ongeveer de helft van de incidenten vond plaats in de eigen buurt. De overige incidenten vond plaats elders in de gemeente en een klein deel buiten de gemeente. In de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, de Gestelse buurt, de Hinthamerpoort, de Buitenpepers, de Slagen, de Sprookjesbuurt, Orthen, de Staatsliedenbuurt, de Schutskamp en Landelijk gebied Vinkel zijn meer respondenten dan gemiddeld slachtoffer geworden van seksuele intimidatie. In deze buurten geeft minimaal 10% van de respondenten aan hier slachtoffer van te zijn.

38

Afbeelding 25: % slachtoffers van agressie en geweld in de afgelopen 12 maanden Bedreiging 2021

7%

2019

7% Mishandeling

2021

2%

2019

1% Zakkenrollen/beroving

2021

1%

2019

2% Seksuele intimidatie

2021

5%

2019 Slachtoffer geweldsdelicten 2021

9%

2019

9%

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid

Voor slachtofferschap van seksuele intimidatie hebben we onderzocht wie hier slachtoffer van zijn geworden. Jonge vrouwen van 18 tot 30 jaar oud zijn opvallend vaak slachtoffer van seksuele intimidatie. Een kwart van de jonge vrouwen geeft dit aan. Zij geven dit vaker aan dan vrouwen in andere leeftijdsgroepen; hoe ouder vrouwen zijn, hoe minder vaak zij slachtoffer zijn van seksuele intimidatie. Over het algemeen zijn vrouwen (7%) vaker slachtoffer van seksuele intimidatie dan mannen (2%). Ook bij mannen zijn er verschillen naar leeftijd te zien, maar dit betreft geen statistisch significante verschillen. Afbeelding 26: Slachtoffer van seksuele intimidatie in de afgelopen 12 maanden

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

Ervaren agressie en geweld in de buurt In 2021 is er volgens 1% van de respondenten vaak sprake van bedreigingen in hun buurt. Volgens nog eens 8% komt dit soms voor. In 2017 was dit nog respectievelijk 2% en 11%. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is een buurtscore voor bedreiging berekend. Respondenten uit het Zand, de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt geven het vaakst aan dat bedreigingen wel eens voorkomen in hun buurt.

39

In 2021 geeft 1% van de respondenten aan dat er in hun buurt vaak mishandelingen zijn en nog eens 5% geeft aan dat dit soms voorkomt. In 2017 was dit nog respectievelijk 1% en 8%. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is een buurtscore voor mishandeling berekend. Respondenten uit de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt en de Kruiskamp geven het vaakst aan dat mishandelingen wel eens voorkomen in hun buurt. Aan de respondenten is ook gevraagd hoe vaak zakkenrollen / beroving voorkomt in hun buurt. In 2021 geeft minder dan een half procent van de respondenten aan dat dit in hun buurt vaak voorkomt en nog eens 3% soms. In 2017 was dit nog respectievelijk 1% en 7%. In 2021 is er volgens ongeveer 1% van de respondenten in hun buurt vaak sprake van mensen die op straat worden lastiggevallen. Nog eens 9% geeft aan dat dit soms voorkomt. In 2017 was dit nog respectievelijk 2% en 12%. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is een buurtscore berekend. Respondenten uit Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, de Sprookjesbuurt en Boschveld geven het vaakst aan dat in hun buurt wel eens mensen worden lastiggevallen. Afbeelding 27: Ervaren van agressie en geweld in de buurt

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid

40

In 2021 is er voor het eerst gevraagd hoe vaak vrouwen worden nageroepen of nagefloten in de buurt. Van de respondenten geeft 2% aan dat dit vaak voorkomt en 7% soms. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is een buurtscore berekend. Respondenten uit Binnenstad centrum, Binnenstad oost, de Hofstad, het Zand, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt en de Schutskamp geven het vaakst aan dat in hun buurt wel eens vrouwen worden nageroepen of nagefloten. Voor de vragen ‘vrouwen die worden nageroepen of nagefloten’ en ‘mensen die op straat worden lastiggevallen’ in de buurt is onderzocht wie dit meer ervaren. Jonge vrouwen van 18 tot 30 jaar oud geven het vaakst aan dat er in hun buurt wel eens vrouwen worden nageroepen of nagefloten (34%) en dat mensen op straat worden lastiggevallen (21%). Zij geven dit opvallend vaker aan dan vrouwen in andere leeftijdsgroepen; hoe ouder vrouwen zijn, hoe minder vaak zij dit aangeven. Over het algemeen geven vrouwen vaker aan dat vrouwen worden nageroepen of nagefloten (11%) en dat mensen op straat worden lastiggevallen (11%) dan mannen (respectievelijk 6% en 9%). Wel geven mannen tot 40 jaar vaker aan dat dit wel eens voorkomt in hun buurt dan mannen die ouder zijn dan 40 jaar. Afbeelding 28: Vrouwen die worden nageroepen of nagefloten komt vaak/soms voor in de buurt

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021 Afbeelding 29: Mensen die op straat worden lastiggevallen komt vaak/soms voor in de buurt

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

41

Geregistreerde misdrijven Bedreiging Tussen 2019 en 2020 nam het aantal bedreigingen eerst toe, waarna het in 2021 weer afnam. In 2020 waren er eerst meer bedreigingen in het begin van de coronapandemie; in maart en april 2020 waren er 70% meer bedreigingen dan in dezelfde maanden in 2019. Vervolgens is het aantal bedreigingen in 2020 de meeste maanden vergelijkbaar of (iets) hoger dan in dezelfde maanden in 2019. In 2021 daalt het aantal bedreigingen weer naar het niveau van 2019. Uiteindelijk zijn er in 2021 gemiddeld 2,2 bedreigingen per 1.000 inwoners. In 2021 werden relatief de meeste bedreigingen geregistreerd in de buurten het Zand, de Gestelse buurt, Graafsebuurt noord, Orthenpoort, Kruisstraat, de Slagen, de Haren, de Donk, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, Willemspoort en Vinkeloord. In deze buurten werden minimaal 4 bedreigingen per 1.000 inwoners geregistreerd. Afbeelding 30: Aantal misdrijven van geweldsdelicten per 1.000 inwoners

Bedreiging 2021

2,2

2020

2,7

2019

2,3

2018

1,9

2017

2,4 Mishandeling

2021

2,6

2020

2,5

2019

3,2

2018

3,2

2017

3,4 Openlijk gew eld

2021

0,2

2020

0,3

2019

0,6

2018

0,5

2017

0,5 Zedenmisdrijf

2021

0,6

2020

0,6

2019

0,5

2018

0,6

2017

0,6

Bron: Politie

Mishandeling In 2020 en 2021 zijn er minder mishandelingen geregistreerd dan in voorgaande jaren. Ten opzichte van 2019 waren er in 2021 19% minder minhandelingen. In 2021 zijn er 2,6 mishandelingen per 1.000 inwoners geregistreerd.

42

Als we kijken naar de ontwikkelingen in de afgelopen twee jaar, dan zien we eerst in het begin van de coronapandemie een afname van het aantal mishandelingen. In 2020 waren er in maart (61%) en mei (-66%) minder mishandelingen dan in dezelfde maanden in 2019. Dit valt deels samen met de sluiting van horecagelegenheden van half maart tot 1 juni. Vervolgens is het aantal mishandelingen weer vergelijkbaar of iets minder in vergelijking met dezelfde maand in 2019. Vanaf half oktober 2020 geldt er opnieuw een (gedeeltelijke) lockdown, waarbij onder andere de horeca wordt gesloten. Dit duurt tot eind april 2021. Op dat moment zijn er enkele versoepelingen, zoals het openen van terrassen. Daarna volgen meer versoepelingen. Ook hierbij zien we een relatie tussen het aantal mishandelingen en de sluiting van de horeca. Van november 2020 tot en met mei 2021 waren er minder mishandelingen in vergelijking met dezelfde maanden in 2019 (-36%). Vanaf juni 2021 is het verschil in het aantal mishandelingen ten opzichte van 2019 weer minder groot (-7%). In 2021 vonden relatief de meeste mishandelingen plaats in de Binnenstad en in de buurten de Meerendonk, Grevelingen, Graafsebuurt zuid, Graafsebuurt noord, Orthenpoort, de Binckhorst, de Edelstenenbuurt, Willemspoort, de Schutskamp en Ertveld. In deze buurten werden minimaal 4 mishandelingen per 1.000 inwoners geregistreerd.

Openlijk geweld In 2020 en 2021 zijn er minder openlijke geweldplegingen geregistreerd dan in voorgaande jaren. In 2019 waren er 90 misdrijven van openlijke geweldpleging, dit daalde naar 50 misdrijven in 2020 en 37 misdrijven in 2021. Sinds de start van de coronapandemie zien we een afname van het aantal openlijke geweldplegingen. De afname komt (deels) door de (gedeeltelijke) sluiting van horeca- en uitgaansgelegenheden. In de Binnenstad vinden doorgaans relatief veel geweldsdelicten plaats, zoals mishandeling en openlijke geweldpleging. Dit heeft te maken met de concentratie van mensen, vooral op uitgaansavonden en evenementen, waarbij in veel gevallen alcohol en/of drugs in het spel is. In hoofdstuk 3 gaan we in op de ontwikkelingen van (uitgaans)geweld in de Binnenstad. Overvallen en straatroven In 2020 en 2021 waren er minder overvallen dan in de jaren ervoor. In 2019 waren er 11 overvallen, dit daalde naar 7 overvallen in 2020 en 5 in 2021. In 2021 waren er 4 overvallen op woningen en 1 overval op een geld-/waardetransport. Tussen 2018 en 2020 was het aantal straatroven redelijk stabiel met 17 à 18 straatroven per jaar. In 2021 waren dit er minder met 8 straatroven in een jaar. Hiervan vonden er 3 plaats in Binnenstad centrum. Zedenmisdrijven De afgelopen jaren worden er jaarlijks tussen de 80 en 95 zedenmisdrijven per jaar geregistreerd.

In 2021 gaat het in totaal om 90 zedenmisdrijven. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om (poging tot) verkrachting, aanranding, openbare schennis der eerbaarheid (zoals potloodventen of seksuele handelingen in het openbaar), seksueel misbruik of sexting. Het aantal zedenmisdrijven was in 2021 het hoogst in de Binnenstad (20), West (14) en Noord (11).

43

2.2.3

Preventie en repressie

In deze paragraaf worden enkele preventieve en repressieve middelen beschreven, waarmee we woninginbraken en andere vormen van criminaliteit willen voorkomen. Dit doen we samen met inwoners en andere veiligheidspartners. Er wordt bijvoorbeeld actief ingezet op burgerparticipatie onder de noemer ‘Samen zien we meer’. Daarnaast werken we informatiegestuurd. Bijvoorbeeld door op basis van actuele politiecijfers een actie op te zetten bij een hotspot, zoals de Helftheuvelpassage, waar veel fietsdiefstal voorkomt. Inwoners krijgen dan tips om preventief te kunnen handelen. Burgerparticipatie Inwoners kunnen zelf bijdragen aan een veilige wijk. In de gemeente zijn verschillende mogelijkheden om mee te helpen. Enkele initiatieven kwamen aan bod in de vragenlijst Leefbaarheid & Veiligheid. Hieronder bespreken we deze initiatieven en hoe vaak respondenten hieraan deelnemen. Buurtapp Respondenten geven het vaakst aan gebruik te maken van een buurtapp. Met een buurtapp(groep) kunnen bewoners makkelijk onderling communiceren over onveilige en ongewenste situaties in de wijk. Het succes van een buurtapp valt of staat met de betrokkenheid van bewoners. In de gemeente zijn diverse initiatieven van buurtapps. Bijna iedereen gebruikt WhatsApp, maar er zijn ook andere kant en klare buurtapps. 31% van de respondenten geeft aan lid te zijn van een buurtapp. Nog eens 21% is hierin geïnteresseerd.

Respondenten uit de wijken Muntel/Vliert, Rosmalen zuid, De Groote Wielen, Empel, Engelen, Nuland en Vinkel geven het vaakst aan al lid te zijn van een buurtapp. Respondenten uit de Binnenstad en Rosmalen noord geven meer dan gemiddeld aan hierin geïnteresseerd te zijn. Burgernet Vervolgens zijn respondenten het vaakst lid van Burgernet. Dit is een initiatief dat gebruikt wordt bij spoedsituaties, zoals vermiste personen en inbraak. Of doorrijden na een aanrijding in de buurt. Deelnemers ontvangen een spraak-, sms- of appbericht met de vraag uit te kijken naar een persoon of voertuig. 18% van de respondenten geeft aan lid te zijn van Burgernet. Nog eens 24% is hierin geïnteresseerd. Respondenten uit de wijken Rosmalen zuid, Rosmalen noord, Empel en Maaspoort geven het vaakst aan al lid te zijn van Burgernet. Respondenten uit de Binnenstad, Muntel/Vliert en Rosmalen zuid zijn meer dan gemiddeld hierin geïnteresseerd. Afbeelding 31: Kunt u voor elk van de volgende maatregelen aangeven hoe vaak u deze neemt?

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

44

Buurt Informatie Netwerk (BIN) Het BIN is een samenwerking tussen bewoners, politie en gemeente om de leefbaarheid en veiligheid in buurten te verbeteren. BIN-leden ontvangen per e-mail informatie van politie en gemeente, bijvoorbeeld als er in hun buurt is ingebroken. Het BIN telt ca. 8.730 abonnees. 12% van de respondenten geeft aan lid te zijn van het BIN. Nog eens 27% van de respondenten is nog geen lid, maar is hier wel in geïnteresseerd. Respondenten uit de wijken Empel, Maaspoort, West en Engelen geven het vaakst aan al lid te zijn van het BIN. Respondenten uit de Binnenstad, Muntel/Vliert en Rosmalen zuid zijn meer dan gemiddeld hierin geïnteresseerd. Buurtpreventieteams Buurtpreventieteams hebben een rol in het signaleren van criminaliteit of onveiligheid in de wijk. Inwoners gaan samen de wijk in. Hierdoor zijn er extra ogen en oren in de wijk. Buurtpreventie is een vorm van burgerparticipatie waarbij inwoners zich organiseren om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid en veiligheid van een buurt/wijk. Dit gaat in samenwerking met de gemeente, politie en eventuele derden. 1% van de respondenten geeft aan lid te zijn van een buurtpreventieteam. Nog eens 7% van de respondenten is hier geen lid van, maar is hier wel in geïnteresseerd. Deze interesse is het grootst in Rosmalen zuid en Nuland.

Dankzij de ervaringen van het buurtpreventieteam zijn de politie, buurtbewoners en gemeente beter op de hoogte van de ontwikkelingen in een buurt. De actieve teams zijn terug te vinden op onze website “Samen zien we meer”. Daar is ook een kaart te vinden met de grenzen van de werkgebieden per buurtpreventieteam. De buurtpreventie blijft zich uitbreiden. Rond april 2022 start er een nieuw buurtpreventieteam in Engelen. Vanaf 2021 werken een aantal buurtpreventieteams met de “We Watch” app. De buurtpreventieteams kunnen daarin een logboek bijhouden, planning maken en de beschikbaarheid van hun leden inzien. Communicatie over veiligheid Aan respondenten is gevraagd hoe zij graag geïnformeerd willen worden over de veiligheid in hun buurt. Denk hierbij aan een inbraak in de buurt of preventietips. Hierbij worden verschillende digitale/telefonische opties genoemd: 41% wil hierover graag geïnformeerd worden per e-mail, 33% via een app, 23% via sociale media, 22% per SMS-bericht en 15% via een website. Andere mensen ontvangen de informatie liever op papier, zoals via Wijkgericht Werken, huis-aan-huis bladen of de krant. 14% ziet deze informatie graag via berichtgeving van de lokale of regionale omroep (zoals radio, televisie, teletekst of internet). Eén procent van de respondenten ontvangt de informatie graag op een andere manier.

Hierbij werden onder andere genoemd via het BIN, buurtapp/whatsapp, per post/brief of persoonlijk via de wijkagent/toezichthouder/buurttent. Niet iedereen wil geïnformeerd worden over de veiligheid in hun buurt; 9% van de respondenten is hier niet in geïnteresseerd.

45

Afbeelding 32: Hoe wilt u graag geïnformeerd worden over de veiligheid in uw buurt? (Meer antwoorden mogelijk)

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

Preventie woninginbraak Aan de respondenten is gevraagd of een aantal voorzieningen aanwezig zijn om de woning te beveiligen. In 2021 is buitenverlichting met 70% het vaakst aangebracht. Bijna de helft van de respondenten heeft extra sloten of grendels op buitendeuren (49%) en hang- en sluitwerk volgens het Politiekeurmerk Veilig Wonen (46%). Andere voorzieningen tegen inbraak komen aanzienlijk minder vaak voor: 20% heeft (rol)luiken voor ramen en/of deuren, 15% camerabewaking en 11% een alarminstallatie. Van de respondenten geeft 12% aan geen van deze preventie voorzieningen te hebben. Dit aandeel is relatief groot in de Binnenstad en in de buurten de Gestelse buurt, de Bossche Pad, Grevelingen, de Hinthamerpoort, de Sprookjesbuurt, Paleiskwartier en Willemspoort. In deze buurten geeft minimaal 25% van de respondenten dit aan. Of er één of meerdere preventieve voorzieningen zijn om de woning te beveiligen hangt onder andere af van de woonsituatie van respondenten. Van de respondenten met een koopwoning heeft 94% één of meerdere preventieve voorzieningen genomen. Bij de respondenten met een huurwoning van een corporatie is dit 80% en bij respondenten met een huurwoning van een andere verhuurder 67%. Afbeelding 33: Aanwezigheid preventieve voorzieningen in/rond de woning

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

46

Aan de respondenten zijn ook aanvullende vragen gesteld over het beveiligen van de woning. Deze vragen zijn meer gericht op het gedrag van de respondenten. De resultaten laten zien dat zo’n negen op de tien respondenten vaak ervoor zorgen dat anderen niet zomaar binnen kunnen komen, zoals met een sleutel onder de deurmat of touwtje uit de brievenbus, en doen zij de deur op slot doet als zij (even) niet thuis zijn. Ongeveer driekwart van de respondenten haalt binnen de sleutels van het slot af en zorgt ervoor dat waardevolle spullen uit het zicht liggen. Bijna zeven op de tien respondenten zorgt voor voldoende buitenverlichting, maakt een bewoonde indruk als zij op vakantie zijn en sluit alle ramen als zij even niet thuis zijn. Zo’n 6 op de 10 respondenten zorgt ervoor dat inklimmen door tuinspullen, vuilcontainers en dergelijke niet mogelijk is. Op basis van de genoemde maatregelen is een gemiddelde score berekend voor het nemen van deze maatregelen. Respondenten uit Binnenstad centrum, Binnenstad oost, Binnenstad noord, Zuid, de Gestelse buurt, de Bossche Pad, de Hinthamerpoort, de Muntel, Orthenpoort, Orthen west, Paleiskwartier, Willemspoort en Vinkeloord nemen deze maatregelen minder vaak. Afbeelding 34: Kunt u voor elk van de volgende maatregelen aangeven hoe vaak u deze neemt?

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

Bossche Buurttent De ‘Bossche Buurttent’ wordt ingezet in buurten waar in de week ervoor is ingebroken. In de Buurttent ontvangen bewoners onder andere informatie en advies om inbraken te voorkomen. In 2020 en 2021 werd de Buurttent slechts een aantal keer ingezet in verband met de coronapandemie. In 2022 wordt dit na carnaval weer opgepakt. Brandgangen en achterpaden De gemeente, BrabantWonen, Zayaz en Woonstichting Joost krijgen regelmatig vragen over het vergroten van de veiligheid van brandgangen en achterpaden bij woningen. Bijvoorbeeld door het plaatsen van poorten of het aanbrengen van verlichting. De gemeente en corporaties denken met bewoners mee hoe zij de brandgang bij hun woning veiliger kunnen maken. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van verlichting, spiegels of lage hekjes aan de buitenzijde of afsluiting van het achterpad. Dit gebeurt alleen bij voldoende draagvlak onder bewoners.

47

Donkere dagen offensief In de wintermaanden slaan criminelen veelvuldig hun slag, vaak met een piek voor de feestdagen. Een donkere dagen offensief zet in deze periode extra maatregelen in tegen overvallen, straatroven, woning- en auto-inbraken. In 2021 hebben we hierop ingezet tijdens carnaval/voorjaarsvakantie en de kerstperiode. Digitaal opkopersregister en digitaal opkopersloket Heling wordt aangepakt middels het digitaal opkopersloket (DOL) en het digitaal opkopersregister (DOR). Ondernemers die tweedehands goederen in- en verkopen moeten alles wat ze inkopen controleren op diefstal en registreren in het DOR. Het sanctioneringsbeleid geeft mogelijkheid om naast het strafrecht ook bestuursrechtelijk op te treden. Zo volgt niet alleen straf, maar ook maatregelen om de openbare orde te herstellen. Een sluiting zorgt er bijvoorbeeld voor dat criminelen gestolen spullen niet meer kunnen verkopen in dat pand. Aanpak fietsdiefstal Het fietsdiefstalpreventieteam speelt onder andere actief in op de hotspots die in beeld zijn vanuit aangifteoverzichten. Daarnaast zijn zij actief op plekken waar veel fietsen worden gestald. Naast het actief zoeken naar gestolen fietsen houden zij ook toezicht. In de Binnenstad zijn vier gratis bewaakte fietsenstallingen. De huidige stallingen kennen een goede bezetting en worden bijvoorbeeld goed gebruikt tijdens evenementen.

Mensen die een tweedehands fiets willen kopen kunnen via het RDW controleren of deze als gestolen geregistreerd staat. De gemeente verwijst hiernaar op haar website. Handelaren in tweedehands fietsen zijn inmiddels allemaal aangemeld in het DOR waardoor zij kunnen controleren of een iemand een gestolen fiets aanbiedt en/of achteraf gezien kan worden of zij een gestolen fiets in voorraad hebben. Hiermee proberen we de handel in gestolen fietsen moeilijker te maken. Aanpak auto-inbraken De samenwerking tussen partners bestaat uit het gezamenlijk bekijken van hotspots en deze indien nodig schouwen. Samen voor veilig en de inzet van politie doen we op basis van voorspellingen en analyses. Opkopers in de autobranche blijven herinnerd worden aan het DOR. Persoonsgerichte aanpak Geprioriteerde casuïstiek wordt onder procesregie van het Zorg- en Veiligheidshuis opgepakt. Samen met partners wordt voor de geprioriteerde casus een persoonsgerichte aanpak ontwikkeld. Instroom criteria zijn landelijk bepaald en overgenomen. Bureau Nazorg Ex-gedetineerden Bureau Nazorg Ex-gedetineerden helpt iedereen die uit detentie komt om het leven weer op de rit te krijgen. Veel mensen die in detentie komen, hebben problemen. Bureau Nazorg helpt om deze problemen aan te pakken. Op het gebied van werk, woonruimte, zorg, schulden en ID bewijs.

Het is een laagdrempelige ingang voor antwoord op praktische vragen van (ex-)gedetineerden. Dit met het doel om recidive zoveel mogelijk te voorkomen. In 2021 zijn er 198 personen gedetineerd geraakt en zijn er 302 personen vrijgekomen uit detentie (dit betreft 239 unieke personen). Daarmee heeft de instroom zich weer genormaliseerd naar het niveau van voor de pandemie. Het is nog steeds zo dat er een toename is in complexiteit van de doelgroep. Dit zorgt voor een toenemende belasting op de capaciteit.

48

2.2.4

Fraude en online criminaliteit

Slachtofferschap online criminaliteit In 2021 is de landelijke veiligheidsmonitor uitgevoerd (maart 2022). Dit is een tweejaarlijks terugkerend bevolkingsonderzoek naar leefbaarheid, veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit. De veiligheidsmonitor wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De landelijke veiligheidsmonitor gaat niet alleen in op de landelijke situatie. Via een online databank zijn ook de resultaten van alle Nederlandse gemeenten met meer dan 70.000 inwoners te raadplegen, waaronder ’sHertogenbosch18. In de landelijke veiligheidsmonitor wordt naast slachtofferschap van traditionele criminaliteit ook aandacht besteed aan slachtofferschap van online criminaliteit. Het betreft delicten en incidenten die via internet, e-mail of app plaatsvinden. Het gaat om strafbare feiten in de sfeer van oplichting en fraude (aan- en verkoopfraude, fraude betalingsverkeer, ID-fraude en phishing), computervredebreuk (hacken) en om incidenten in de interpersoonlijke sfeer die niet altijd strafbaar zijn zoals bedreigen, pesten, stalken en shamesexting. In 2021 is 17% van de Nederlanders slachtoffer geweest van een of meer online delicten of incidenten. Ook in ’s-Hertogenbosch is dit 17%.

In ’s-Hertogenbosch was 10% slachtoffer van online oplichting en fraude, 7% van hacken, 2% van online bedreiging en intimidatie en minder dan 1% van overige online delicten. Aankoopfraude en hacken komen het meeste voor. Bij aankoopfraude worden online gekochte producten of diensten niet geleverd terwijl ze wel betaald zijn. In het geval van hacken breekt iemand met kwade bedoelingen zonder toestemming in op een apparaat (zoals een computer of tablet) of een account (zoals e-mail of bankaccount). Meer mensen zijn slachtoffer van het hacken van een account (7%) dan van het hacken van een apparaat (2%). Afbeelding 35: % slachtoffers van online criminaliteit in de afgelopen 12 maanden

Online criminaliteit totaal

17%

Online oplichting en fraude Aankoopfraude Verkoopfraude Fraude betalingsverkeer Identiteitsfraude Phishing

10% 7% 1% 2% 1% 0%

Hacken Hacken account Hacken apparaat

7% 7% 2%

Online bedreiging en intimidatie Pesten Stalken Shamesexting

2% 2% 1% 0%

Overige online delicten

0%

Bron: Databank Veiligheidsmonitor 2021, CBS / ABF Research

18

De vragenlijst en onderzoeksopzet van de landelijke veiligheidsmonitor is in 2021 gewijzigd. Hierdoor is er sprake van een trendbreuk. Er worden daarom geen ontwikkelingen over de tijd gepresenteerd.

49

Bij phishing gaat het om alle vormen van online oplichting waarbij de dader zich voordoet als iemand anders (een persoon of bedrijf) en via allerlei kanalen personen benaderd met valse verhalen met as doel geld te krijgen. Vaak worden veel personen tegelijk benaderd. Gemiddeld in Nederland geeft 68% van de respondenten aan dat zij in de afgelopen 12 maanden ten minste één keer een telefoontje, e-mail- of ander bericht hebben ontvangen dat (waarschijnlijk) van een oplichter is. In ’s-Hertogenbosch geeft 72% van de respondenten dit aan. Twee procent geeft aan hier wel eens te zijn ingetrapt. Een enkeling geeft aan dat zij hier uiteindelijk geld mee hebben verloren. Zij zijn in afbeelding 48 opgenomen als slachtoffer van phishing. Gemiddeld in Nederland is 0,8% geld verloren door middel van phishing. Landelijk gebeurt dit het vaakst door zogeheten vriend-in-nood-acties, gevolgd door wangirifraude (waarbij het slachtoffer na een oproep van een onbekend nummer heeft teruggebeld naar een duur betaalnummer) en bankspoofing (waarbij de oplichter deed alsof hij een medewerker van de bank was). Landelijk zijn er verschillen naar leeftijd bij online criminaliteit. Jongeren (15-25 jaar) zijn vaker slachtoffer van online bedreiging en intimidatie en hacken.

25-65 jarigen zijn vaker slachtoffer van aankoopfraude en fraude in het betalingsverkeer en phishing gebeurt het vaakst bij 65-plussers. Gemiddeld in Nederland is het slachtofferschap van online criminaliteit sinds 2012 met 22% toegenomen. Vooral de laatste jaren is er sprake van een stijgende tendens. Het sterkst toegenomen sinds 2012 is het slachtofferschap van aankoopfraude, gevolgd door verkoopfraude en online pesten. Het percentage slachtoffers van hacken is vrij stabiel over de tijd. Met identiteitsfraude komen juist minder mensen in aanraking dan in 2012. Wel neemt dit de laatste jaren weer iets toe. Preventie digitale gegevens In 2021 heeft het CBS voor het eerst onderzocht welke maatregelen mensen nemen om de eigen digitale gegevens te beschermen. 72% zegt sterke wachtwoorden te kiezen, 54% gebruikt een virusscanner, 54% voert updates uit of maakt back-ups. Minder vaak gebruikte maatregelen om eigen digitale gegevens te beschermen zijn een firewall (40%), het regelmatig veranderen van wachtwoorden (25%) en het gebruik van een wachtwoordmanager (13%). Vier procent geeft aan geen van de onderzochte digitale beschermingsmaatregelen te gebruiken. Tabel 2: Digitale gegevensbescherming

Sterke wachtwoorden kiezen die moeilijk te raden zijn Wachtwoorden regelmatig veranderen Wachtwoordmanager gebruiken

’s-Hertogenbosch 72% 25% 13%

Nederland 72% 28% 13%

Firewall gebruiken Virusscanner gebruiken Updates uitvoeren of back-ups maken (evt. automatisch) Geen van deze

40% 54% 54% 4%

40% 55% 52% 4%

Bron: Databank Veiligheidsmonitor 2021, CBS / ABF Research

Geregistreerde fraude en cybercrime Horizontale fraude is een fraudevorm die is gericht tegen burgers, bedrijven en financiële instellingen. Denk hierbij aan fraude met betaalproducten of online handel, identiteitsfraude of online oplichting via WhatsApp. Het aantal misdrijven van horizontale fraude nam tussen 2019 en 2020 met 50% toe, van 832 naar 1.252 misdrijven. Vervolgens daalt het aantal misdrijven weer iets naar 1.202 misdrijven in 2021 (-4%). Dit komt neer op 7,7 misdrijven per 1.000 inwoners in 2021. Landelijk is een ongeveer gelijke trend te zien. Tussen 2019 en 2020 steeg het aantal misdrijven van horizontale fraude met 48%, waarna het in 2021 met 6% afnam.

50

Afbeelding 36: Aantal misdrijven van horizontale fraude per 1.000 inwoners

Horizontale f raude 2021

7,7

2020

8,1

2019

5,4

2018

3,8

2017

3,9

Bron: Politie

In de eerste twee maanden van 2020 zijn er slechts kleine verschillen in het aantal misdrijven van horizontale fraude in vergelijking met 2019. Sinds de start van de coronapandemie neemt het aantal registraties van horizontale fraude fors toe. Waar er in 2019 gemiddeld 69 misdrijven per maand waren, neemt dit toe naar gemiddeld 109 misdrijven per maand in de periode maart 2020 tot en met juni 2021. In de tweede helft van 2021 daalt het aantal misdrijven weer iets. In deze periode vinden er gemiddeld 85 misdrijven per maand plaats. Afbeelding 37: Aantal misdrijven van horizontale fraude per maand

Bron: Politie

Ook het aantal misdrijven van cybercrime is de afgelopen 2 jaar sterk gestegen. In 2019 waren er 21 misdrijven van cybercrime in de gemeente, dit is gestegen naar 87 misdrijven in 2020 en 109 misdrijven in 2021. Tussen 2019 en 2021 betekent dit een stijging van 419%. Ook landelijk is er tussen 2019 en 2021 een sterke toename van het aantal cybercrime delicten te zien (+200%). Afbeelding 38: Aantal misdrijven van cybercrime

Cybercrime 2021

109

2020

84

2019

21

2018

21

2017

9

Bron: Politie

51

Aanpak cybercrime In het Regionaal Veiligheidsplan (RVP) is cybercrime een geprioriteerd thema. De focus ligt op: Het vergroten van kennis en kunde bij politie, Openbaar Ministerie en gemeenten ten aanzien van cybercrime en informatieveiligheid;  Het vergroten van de bewustwording, kennis en weerbaarheid bij burgers (met een extra focus op kwetsbare doelgroepen als jongeren en ouderen) en bedrijven;  Het verbeteren van de informatiepositie van gemeenten, politie en OM (intelligence);  Het versterken van de informatieveiligheid. Om dit te bereiken wordt ingezet op het voorlichten van burgers, bedrijven en eigen organisaties, worden nieuwe publiek-private samenwerkingsverbanden aangegaan en worden gezamenlijke instrumenten op het gebied van informatieveiligheid en informatie-uitwisseling ontwikkeld. De bestuurlijke werkgroep cyber neemt de uitvoering ter hand. Het regionale Platform veilig ondernemen heeft hierin een ondersteunende rol. Als gemeente sluiten we hier op aan.

52

2.3

Wijkgerichte aanpak

Voor wijken en buurten waar verschillende bedreigingen bij elkaar komen, voeren we een integrale, gebiedsgerichte aanpak. Veiligheid is daarbij één van de componenten, naast onder meer zorg en welzijn, openbare ruimte, inrichting/infrastructuur en economie. Vanuit het veiligheidsbeleid worden veiligheidsonderdelen ingebracht en uitgevoerd voor deze programmatische aanpak. Betreffende wijken worden geselecteerd op basis van de tweejaarlijkse wijk- en buurtmonitor. Naast deze gebiedsgerichte intensivering voor twee à drie wijken zetten we in alle wijken en buurten van ’s-Hertogenbosch ‘op maat’ op veiligheid en leefbaarheid in. Daartoe stellen we wijkveiligheidsplannen op. Op basis daarvan bepalen we wat nodig is per wijk. Belangrijk vertrekpunt van de inzet in elke wijk is goede samenwerking tussen wijkprofessionals en tussen professionals en inwoners. We funderen deze samenwerking in vaste uitgangspunten en werkwijzen. En sluiten aan op de reeds bestaande ‘Leefbaarheidsteams’ in de wijken; in deze teams participeren onder meer de politie (wijkagenten), woningcorporaties en Stadstoezicht. Speciale aandacht hebben we hierbij voor de wisselwerking met de teams Toegang & Regie en gebiedsteams (Wmo, Jeugdwet). We zorgen dat we als professionals met één mond praten en verstevigen zo onze betrouwbaarheid én effectiviteit.

Doelstelling 2022: Door maatwerk, scherpte en integraliteit in onze aanpak voor alle wijken en buurten een tenminste aanvaardbaar en stabiel veiligheids- en leefbaarheidsniveau in stand houden en waar nodig bewerkstelligen. We werken hierbij vanuit een solide informatiepositie en zijn als gemeente zichtbaar, aanspreekbaar en betrouwbaar voor de burger. Indicatoren:

In 2022 is het rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt minimaal een 7,3.

2022 hebben alle buurten een rapportcijfer van minimaal 6,0 voor de veiligheid in de  Inbuurt. 2022 vindt maximaal 9% van de inwoners dat er veel criminaliteit plaatsvindt in hun  Inbuurt. 2.3.1

Leefbaarheid woonbuurt

In deze paragraaf gaan we in op enkele onderwerpen die van invloed zijn op de leefbaarheid in de buurt. Iedereen woont graag in een schone woonomgeving, waar mensen op een prettige manier met elkaar omgaan. Hoe gaat het met de leefbaarheid van de buurten in de gemeente ’s-Hertogenbosch? En hoe hebben deze zich ontwikkeld? Rapportcijfers woonomgeving De respondenten is gevraagd om rapportcijfers te geven over enkele zaken in hun buurt, zoals voor hun eigen woning, de woonomgeving, de tolerantie in de buurt en het contact met buurtbewoners. Tussen 2017 en 2019 stegen de meeste rapportcijfers iets, waarna deze in 2021 weer licht daalde. Onder andere het rapportcijfer voor de woonomgeving en de tolerantie in de buurt daalde iets ten opzichte van twee jaar geleden. De rapportcijfers lopen uiteen als er wordt gekeken naar de resultaten op buurtniveau. Zo hebben sommige buurten een gemiddeld rapportcijfer lager dan een 6: Woonomgeving: de Gestelse buurt, de Hambaken Tolerantie: de Gestelse buurt, de Muziekinstrumentenbuurt Contact met buurtbewoners: De Hofstad, de Gestelse buurt, de Sprookjesbuurt

53

Afbeelding 39: Welk rapportcijfer geeft u voor…? Uw w oning 2021

7,9

2019

7,9

2017

7,9 Uw w oonomgeving

2021

7,4

2019

7,5

2017

7,5 De tolerantie in uw buurt

2021

7,1

2019

7,3

2017

7,2 Uw contact met buurtbew oners

2021

6,9

2019

7,0

2017

6,8

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid

Afbeelding 40: Welke rapportcijfers geeft u voor…? Uw woning

Uw woonomgeving

De tolerantie in uw buurt

Uw contact met buurtbewoners

Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021

54

Sociale cohesie De sociale cohesie zegt iets over hoe mensen in een buurt met elkaar omgaan. Kennen mensen elkaar in de buurt? En hoe gaan zij met elkaar om? In de vragenlijst leefbaarheid & veiligheid zijn enkele vragen gesteld over hoe mensen in de buurt met elkaar omgaan. Ten opzichte van 2017/2019 zien we enkele kleine veranderingen. Minder respondenten geven aan dat de mensen in hun buurt elkaar nauwelijks kennen19. Afbeelding 41: In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen over de buurt waarin u woont (% (helemaal) mee eens)? De mensen in mijn buurt kennen elkaar nauw elijks 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11680496/1