bijlage 1 toelichting Blokkenweg 4 en 4a
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
27
Blokkenweg 4: De locatie ligt in meerdere gebieden, echter is alleen het ‘landelijk gebied’ relevant voor de beoogde ontwikkelingen. Hieronder zullen de ontwikkelingen getoetst worden aan de instructieregels van het landelijk gebied.
Figuur 10: Interim omgevingsverordening - Blokkenweg 4
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Er wordt ruimtelijke kwaliteit geleverd door het volledig saneren van de varkensstallen, hierdoor gaat de ruimtelijke ontwikkeling gepaard met een fysieke verbetering(bijlage 4) van het omliggende landschap. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing zullen de beoogde ontwikkelingen financieel (paragraaf 4.3), juridisch en feitelijk geborgd worden. b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. De afspraken van Gedeputeerden Staten(betreft afdeling 5.4) worden, d.m.v. kwaliteitsverbetering van het landschap, nagekomen. Voor de toelichting van kwaliteitsverbetering wordt u verwezen naar bijlage 5.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
28
Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f.
de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;
g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De verbetering van de landschappelijk kwaliteit betreft punt a, b, d en e. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Er wordt toepassing gegeven aan het tweede lid door te voldoen aan de regels van de `Kwaliteitsverbetering gemeente ’s-Hertogenbosch’. Deze bijdrage in het landschapsfonds betreft de landschappelijke inpassing(bijlage 4) rondom de locatie Blokkenweg 4, in bijlage 5 vindt u de toelichting van de besteding.
Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; Het bestemmingsplan ‘Buitengebied noord en Kloosterstraat’ borgt dat op het huidige bouwvlak een maximum van twee bedrijfswoningen is toegestaan. In de beoogde situatie zal het tweetal bedrijfswoningen verdeeld worden over de bouwvlakken. Hiermee zal de bestaande bedrijfswoning op de Blokkenweg 4 worden gehandhaafd. b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Het bewonen van bedrijfsgebouwen is niet aan de orde.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
29
Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; De huidige bedrijfsbebouwing is in gebruik als statische opslag, deze bebouwing wordt gehandhaafd. Op basis van een binnenplanse ontheffing is deze bedrijfsfunctie gegrond(bijlage 1). b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Niet van toepassing
Blokkenweg 4a: De Blokkenweg 4a ligt tevens in meerdere gebieden, echter is alleen het ‘landelijk gebied’ relevant voor de beoogde ontwikkelingen. Hieronder zullen de ontwikkelingen getoetst worden aan de instructieregels van het landelijk gebied.
Figuur 11: Interim omgevingsverordening - Blokkenweg 4a
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De beschreven ontwikkeling in paragraaf 1.2 zal gepaard gaan met een fysieke verbetering van de omliggende landschappelijke kwaliteit. De sloop van de opstallen vormt een geweldige stimulans om de openheid van het landschap te versterken. De benodigde kwaliteitsverbetering van het landschap (LIR) zorgt daarbij voor een extra impuls aan de kwaliteiten van dit open landschap, hiervoor wordt er naar paragraaf 4.3 verwezen. BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
30
Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing zullen de beoogde ontwikkelingen financieel (paragraaf 4.3), juridisch en feitelijk geborgd worden. b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. De afspraken van Gedeputeerden Staten(betreft afdeling 5.4) worden, d.m.v. kwaliteitsverbetering van het landschap, nagekomen. Voor de toelichting van kwaliteitsverbetering wordt u verwezen naar bijlage 5. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f.
de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;
g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De verbetering van de landschappelijk kwaliteit betreft punt a, b, d en e. Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Er wordt toepassing gegeven aan het tweede lid door te voldoen aan de regels van de `Kwaliteitsverbetering gemeente ’s-Hertogenbosch’. Deze bijdrage in het landschapsfonds betreft de landschappelijke inpassing rondom de locatie Blokkenweg 4-4a, in paragraaf 4.3 vindt u de toelichting van de besteding.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
31
Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; Zoals eerder vermeld zullen de twee bestaande bedrijfswoningen verdeeld worden over de toekomstige bouwvlakken, waardoor op grond van het huidige bestemmingsplan de bedrijfswoningen toegestaan zijn. b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Tevens niet van toepassing Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; Middels artikel 3.73 is ruimtelijk onderbouwd dat de dat de toekomstige functie op basis van de Interim omgevingsverordening toegelaten kan worden. b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Er wordt een loods van 720 m2 gerealiseerd, als tegenprestatie wordt er ca. 4.400 m2 aan bebouwing gesloopt. Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.
de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De functie hoveniersbedrijf/cultuurtechnisch hulpbedrijf(milieucategorie 2) past goed in een omgeving waarbij de omliggende (en meest voorkomende) bestemming ‘Agrarisch’ is. Daarnaast zal de omgeving een positieve ontwikkeling doormaken, doordat de volledige opstallen van de varkenshouderij gesloopt worden 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; -
Mobiliteit: de ontwikkeling zal geen nadelige invloed hebben op de omgeving(zie hiervoor paragraaf 5.6.2). Ten opzichte van de huidige situatie, waarbij de inrichting aan de Blokkenweg 4a een agrarische bestemming heeft, wordt de situatie wat betreft de verkeersbewegingen (van vrachtwagens) niet slechter. In de agrarische
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
32
-
-
bestemming (vergunde situatie) komen reeds zware vrachtwagens over de toegangsweg gereden in de dagperiode (vee-, voer- of mestwagens). Deze wagens hebben een hogere verkeersintensiteit, als de beoogde bedrijfsbestemming. Agrarische ontwikkeling: het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie is (zeer)goed. De belangen van omliggende veehouderijen worden niet geschaad. Daarnaast vormt het aspect geurhinder geen belemmeringen voor het realiseren van beoogde ontwikkeling(zie paragraaf 5.4). Leefbaarheid: uit paragraaf 5.7 kan worden afgeleid dat er een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Leegstand elders: door de deelname aan de warme saneringsregeling wordt geborgd dat alle opstallen (verplicht) gesloopt moeten worden. Hierdoor wordt leegstand voorkomen en wordt er ruimte gemaakt voor de bedrijfsloods, waardoor huidige locatie uitermate geschikt is voor onderhavig plan.
3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Zie het gestelde onder 1. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; In onderhavig plan wordt het huidige bouwvlak gesplitst. Deze afsplitsing is echter afweegbaar op grond van de IOV, wel moet overtollige bedrijfsbebouwing gesloopt worden, wat in deze ook gebeurt. c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; De volledige opstallen van de varkenshouderij worden gesloopt, waardoor er gehoor wordt gegeven aan bovenstaande regel. Bovendien is het afsplitsen van het bouwvlak hierdoor gegrond. d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; Ter plaatse is geen kantoor met een baliefunctie aanwezig 2. lawaaisport; niet van toepassing 3. mestbewerking; niet van toepassing Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Als gevolg van het voornemen treedt er geen grote wijziging op m.b.t. het aantal verkeersbewegingen (zie paragraaf 5.6). De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een versterkte publieksaantrekkelijke werking. b.
welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; Door de bestemmingswijziging naar Bedrijf zal de specifieke gebruiksactiviteit ‘hoveniersbedrijf/cultuurtechnisch hulpbedrijf’ (niet-agrarische bedrijfsactiviteit), passen binnen ontwikkelingsrichting van het bestemmingsplan.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
33
c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; De bedrijfsloods zal dienen als opslag van het materieel dat de initiatiefnemer nodig heeft om de gebruiksfunctie uit te kunnen voeren. d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Met het realiseren van de beoogde ontwikkeling kan er voor de lange termijn worden voldaan aan de economische perspectieven van dit bedrijf, een verdere groei is niet noodzakelijk. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; Het betreft een onderneming die zich vooral focust op het uitvoeren van ‘loonbedrijf’ gerelateerde dienstverlening(maaien van bermen, houtsnipperen Enz.). Hierdoor zal de huidige bedrijfsomvang voldoende zijn voor het doelmatig uitvoeren van de bedrijfsactiviteiten. Daarnaast wil de initiatiefnemer het kleinschalige van het bedrijf blijven benadrukken, waardoor uitwijking naar een bedrijventerrein niet in de toekomstvisie van het bedrijf past. b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Het beoogd plan voorziet niet in de verkoop van artikelen ter plaatse. c.
een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Niet van toepassing Conclusie toets Bijzonder aan het verzoek is, dat er feitelijk al langer sprake is van twee afzonderlijke bedrijven met ieder een aparte bedrijfswoning. De caravanstalling is vergund en een bestaand recht. Op basis daarvan is de beoogde bestemming aanvaardbaar. De afsplitsing van de bedrijfswoning 4a is afweegbaar op grond van de IOV, wel moet de overtollige bedrijfsbebouwing dan worden gesloopt. Dit heeft inmiddels plaatsgevonden. Een niet-agrarische bestemming voor het perceel ligt voor de hand. De realisatie van een loods ter grootte van 720 m2 bij deze bedrijfswoning is gewenst, waarvan 500 m2 voor de beoogde functie ‘cultuurtechnisch bedrijf / hoveniersbedrijf’ fysiek beschikbaar is. De sloop van de opstallen vormt een stimulans om de openheid van het landschap te versterken. De benodigde kwaliteitsverbetering van het landschap (LIR) kan daarbij een extra impuls geven aan de kwaliteiten van dit open landschap. Bovendien vraagt de omgeving daarnaast ook aandacht voor de wijze waarop de ontwikkelingen landschappelijk zal worden ingepast. Op basis van de regels Interim verordening Noord-Brabant kunnen de beoogde ontwikkelingen, op beide planlocaties, door gezet worden. Op provinciaal gebied vormt het realiseren zodoende geen belemmering.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
34
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft in 2003 de Ruimtelijke Structuurvisie (RSV 2003) ‘Stad tussen stromen’ vastgesteld. Inmiddels zijn er de volgende aanleidingen om te komen tot een geactualiseerde structuurvisie: - De inwerkingtreding van de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening (Wro); - Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken; - Nieuw flankerend (gemeentelijk) beleid; - Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant, per 1 januari 2011. Hoewel de visie die ten grondslag ligt aan de RSV 2003 nog onverminderd van toepassing is, voldoet de Structuurvisie op onderdelen niet meer aan de huidige inzichten en vereisten. Er is dan ook sprake van een actualisering (beperkte aanpassingen in de RSV) en niet van een herijking (totaal herziene RSV). De ruimtelijke structuurvisie betreft het gehele gemeentelijke grondgebied, zoals ook bedoeld in de Wet Ruimtelijke Ordening. De ruimtelijke structuurvisie omvat de uitgangspunten en ambities van onze gemeente voor het - door haar te voeren - ruimtelijk beleid in de komende 10 jaar, met een doorkijk naar 15 á 20 jaar. Hierdoor heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch op 28 januari 2014 de visie ‘Ruimtelijke Structuurvisie Stad tussen Stromen’ vast gesteld.
Deze gemeentelijke visie vervult de volgende functies: • Integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 á 20 jaar • Visitekaartje voor de visie en ambities richting burgers, bedrijfsleven en een belangrijk referentiekader in gesprekken met het rijk en de provincie over nieuwe rijksnota’s en provinciale nota’s • Bijeenbrengen en afwegen van belangen (inhoudelijk en procesmatig) Om de structuurvisie binnen de gemeente zo concreet mogelijk toe te passen, is de gemeente verdeeld in een vijf tal deelgebieden, genaamd ‘vleugels’. Dit is een concept dat in de structuurvisie van 2003 voor het eerst is toegepast en nu nog steeds gehandhaafd wordt. Hierin kunnen de stadsuitbreidingen worden beschouwd als stedelijke ‘vleugels’ die zijn aangehaakt aan de binnenstad(figuur 11).
Figuur 12: De onderscheiden stedelijke vleugels BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
35
Hierin dringt het buitengebied op aantrekkelijke wijze tussen de stadsuitbreidingen door de stad binnen waardoor de Bosschenaar steeds dicht bij de natuur woont. Het stadslichaam wordt hiermee ruimtelijk op een aantrekkelijke, natuurlijke wijze geleed door de beekdalen van Dommel, Aa en Dieze en het natuurgebied de Heinis. Onderhavige plangebieden bevinden zich in de ‘Rosmalense vleugel’. De oostelijke, Rosmalense vleugel verbindt de stad met Rosmalen en de uitbreidingslocatie De Groote Wielen. Rosmalen is van de stad gescheiden door het kanaalpark langs de omgelegde Zuid-Willemsvaart en een nieuwe beek, de Rosmalense Aa. Deze vleugel wordt in oostelijke richting bescheiden uitgebreid met een nieuwe woonbuurt: De Bunders, voorheen aangeduid als De Blokken. In dit gebied is er sprake van enkele grote intensieve veehouderijen. In de toekomst zal het aantal veehouderijen niet toenemen, veehouderijen die blijven zullen naar alle waarschijnlijkheid gaan schaal vergroten. Door vergaande schaalvergroting van intensieve veehouderij en tegelijk daarmede steeds verder gaande milieueisen op het gebied van geur, ammoniakuitstoot, gezondheid, dierenwelzijn etc. is een spanningsveld ontstaan die andere benadering van de ontwikkeling van de veehouderij noodzakelijk maakt. Daarbij speelt tevens dat ook de burger zich steeds kritischer opstelt ten opzicht van ontwikkelingen in de veehouderij.
Voor de gemeente is het specifiek van belang dat verdere ontwikkeling van de veehouderij een goede stedelijke ontwikkeling dreigt te gaan verstoren, zowel van de noordoosthoek van De Groote Wielen als van een mogelijk aan te leggen nieuwe wijk De Bunders. Ook beperkt het de mogelijkheid van de ontwikkeling van het lint Kruisstraat / Heeseind. De provincie heeft een leidende en beleidsbepalende rol bij de verdere ontwikkeling van de veehouderij. Het beleid is vastgelegd in de Verordening Ruimte van de Provincie Noord Brabant. De betekenis van het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in de Rosmalense Polder is daarmede ook in een ander daglicht komen te staan. Deze komt te verdwijnen. Daarvoor in de plaats komt de Brabantse Zorgvuldigheidstoets Veehouderij. Door het feit dat de intensieve veehouderij aan de Blokkenweg 4a op ca. 300 meter afstand van de Groote Wielen ligt, hebben voorgenomen ontwikkelingen een positieve invloed op de omliggende leefbaarheid van de omgeving. Conclusie: Op basis van de ‘Ruimtelijke Structuurvisie Stad tussen Stromen’ van de gemeente ’s-Hertogenbosch kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkelingen(het saneren van de varkenshouderij) passen binnen de visie van de gemeente zoals ze die de komende 10 á 15 jaar wil volgen. Hierdoor kan er op het gebied van de structuurvisie geen belemmering optreden bij het realiseren van de plannen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
36
3.3.2 Bestemmingsplan Voor de inrichtingen aan de Blokkenweg geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied noord en Kloosterstraat’, zoals dat op 25 juni 2013 is vastgesteld van toepassing voor wat betreft het bestemmingsvlak en de van toepassing zijnde bestemmingen. Voor wat betreft de planregels gelden tevens de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied noord en Kloosterstraat’. Blokkenweg 4:
Figuur 13: Bestemmingsplan Buitengebied gemeente ’s-Hertogenbosch (06-25-2013)
Voor de bestaande situatie is er sprake van de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’. Daarnaast geldt er een functieaanduiding van ‘intensieve veehouderij’ en een maatvoering ‘maximum aantal bedrijfswoning: 2’. Verder is er één gebiedsaanduiding van toepassing, betreft ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Om te waarborgen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt er m.b.t. tot het bestemmingsplan getoetst aan relevante artikelen, waar hier nader op wordt ingegaan. 4.5.4 Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' voor zover deze niet is gelegen binnen de gebiedsaanduiding "reconstructiewet zone - landbouwontwikkelingsgebied" wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' ten behoeve van kleinschalige vormen van bedrijvigheid, agrarischtechnisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf, onder voorwaarde dat: a. het hergebruik qua aard en omvang past bij de specifieke kwaliteit en schaal van de omgeving; De voormalige rundveestallen zijn in gebruik als statische opslag (caravanstalling), dit op basis van een binnenplanse ontheffing(bijlage 1). Met in combinatie het uitvoeren van ambachtelijke bedrijvigheid. Qua aard en omvang wil de initiatiefnemer het kleinschalige blijven benadrukken, waardoor het als passend wordt gezien.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
37
b. het hergebruik geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen mag veroorzaken voor omliggende (agrarische) bedrijven of woningen; Op basis van paragraaf 5.4 en 5.7 blijkt dat omliggende bedrijven en/of woningen niet in hun belangen worden geschaad. c. de activiteit qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; De initiatiefnemer wil de huidige activiteit(statisch opslag) onder de bestemming Bedrijf voortzetten, zodat er gewoond mag worden ten dienste van de feitelijke activiteiten. Er kan dus gesteld worden dat de reeds bestaande infrastructuur aansluit op de activiteiten. d. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; Het huidige wegennet is van voldoende capaciteit om de beoogde ontwikkelingen aan te kunnen. e. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden Binnen het bouwvlak is voldoende ruimte om het aantal verwachte bezoekers van een parkeerplek te kunnen voorzien. f.
het in opzet en ontwikkelingsperspectief gaat om een kleinschalige activiteit met in beginsel slechts enkele werknemers; De huidige omvang heeft een der mate kleinschalige omvang dat het aanstellen van werknemers geen noodzaak kent.
g. de milieubelasting niet groter is dan die van activiteiten als bedoeld in de categorieën 1 en 2 van de Bedrijvenlijst; De beoogde activiteiten worden volgens de bedrijvenlijst geschaard onder milieucategorie 2 (statische opslag en ambachtelijke bedrijvigheid). h. detailhandel alleen is toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit; Het beoogd plan zal niet voorzien in de verkoop van eventuele artikelen ter plaatse i.
buitenopslag niet is toegestaan; Het opslaan van producten en/of goederen op een buitenopslag is niet aan de orde.
j.
overtollige gebouwen worden gesloopt; Op het huidig bouwvlak wordt, na het deelnemen aan de warme sanering, de gehele opstallen van de varkenshouderij aangemerkt als overtollige bebouwing. Deze wordt dan ook volledig gesloopt. Op het toekomstig bouwvlak van Blokkenweg 4 bevindt zich geen overtollige bebouwing.
k. de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Bedrijf' mag nooit meer bedragen dan 0,5 ha. en dient verkleind te worden voor zover dat voor een doelmatige inrichting en gebruik van de hergebruiksfunctie mogelijk is; De toekomstige oppervlakte van het bouwvlak zal 4.130 m2 bedragen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
38
l.
in afwijking van het bepaalde onder m. mag de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf, nooit meer bedragen dan 1,5 ha. Deze wijzigingsmogelijkheid geldt niet voor bedrijven die zijn gelegen in gebieden met de dubbelbestemming Waarde - groenblauwe mantel; Niet van toepassing
m. de wijziging milieu hygiënisch uitvoerbaar is; Op basis van paragraaf 5.2.2 en 5.4 kan worden geconcludeerd dat de wijziging milieu hygiënisch uitvoerbaar is. n. de gebiedswaarden substantieel worden versterkt conform een ingediend landschapsversterkingsplan, door het aanleggen van landschaps- of natuurlijke elementen, het aanbrengen van beeldkwaliteit en/of herstel van cultuurhistorische elementen aan gebouwen en/of omgeving; Zie hiervoor paragraaf 4.3. Blokkenweg 4a:
Figuur 14: Bestemmingsplan Buitengebied gemeente ’s-Hertogenbosch (06-25-2013)
Door het feit dat beide plangebieden in de huidige situatie op hetzelfde bouwvlak liggen, gelden logischerwijs dezelfde bestemmingsaanduidingen. Hierdoor is er tevens sprake van de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’, met de functieaanduiding van ‘intensieve veehouderij’ en een maatvoering ‘maximum aantal bedrijfswoning: 2’. Verder is er één gebiedsaanduidingen van toepassing, betreft ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Om te waarborgen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt er m.b.t. tot het bestemmingsplan getoetst aan relevante artikelen, waar hier nader op wordt ingegaan.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
39
4.5.4 Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' voor zover deze niet is gelegen binnen de gebiedsaanduiding "reconstructiewet zone - landbouwontwikkelingsgebied" wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' ten behoeve van kleinschalige vormen van bedrijvigheid, agrarischtechnisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf, onder voorwaarde dat: a. het hergebruik qua aard en omvang past bij de specifieke kwaliteit en schaal van de omgeving; De functie hoveniersbedrijf/cultuurtechnisch hulpbedrijf(milieucategorie 2) past goed in een omgeving waarbij de omliggende (en meest voorkomende) bestemming ‘Agrarisch’ is. Daarnaast zal de omgeving een positieve ontwikkeling doormaken, doordat de volledige opstallen van de varkenshouderij gesloopt worden b. het hergebruik geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen mag veroorzaken voor omliggende (agrarische) bedrijven of woningen; Op basis van paragraaf 5.4 en 5.7 blijkt dat omliggende bedrijven en/of woningen niet in hun belangen worden geschaad. c. de activiteit qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van een bedrijfsloods t.b.v. een hoveniersbedrijf/cultuurtechnisch hulpbedrijf, hierdoor sluit de geplande activiteit aan op de reeds geplande infrastructuur. d.
geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; Het huidige wegennet ondervindt geen nadelige gevolgen van de verkeersbewegingen t.b.v. de varkenshouderij. Daarnaast blijkt op basis van het akoestisch onderzoek(bijlage 6) dat de beoogde verkeersbewegingen geen grote wijzigingen doormaken, waardoor het aanpassen van het wegennet geen noodzaak kent. e. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden Binnen het beoogd bouwvlak(bijlage 3) is voldoende ruimte aanwezig om voertuigen op verhard oppervlak te stationeren. f.
het in opzet en ontwikkelingsperspectief gaat om een kleinschalige activiteit met in beginsel slechts enkele werknemers; De bedrijfsgrootte zal in het beginsel zo worden opgezet dat de onderneming op zijn minst werk biedt voor één persoon (betreft de initiatiefnemer).
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
40
g. de milieubelasting niet groter is dan die van activiteiten als bedoeld in de categorieën 1 en 2 van de Bedrijvenlijst; De bedrijfsactiviteiten worden in de VNG brochure geschaard onder milieucategorie 2, ‘plantsoendiensten en hoveniersbedrijf’, met een maximum bebouwd oppervlak van maximaal 500 m2. h. detailhandel alleen is toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit; Het beoogd plan voorziet niet in de verkoop van spullen ter plaatse. i.
buitenopslag niet is toegestaan; Door de realisatie van de bedrijfsloods(720 m2, dit is inclusief inpandig privé bijgebouw) wordt buitenopslag van goederen en/of werktuigen uitgesloten.
j.
overtollige gebouwen worden gesloopt; De volledige varkenshouderij wordt geamoveerd, waardoor er in de beoogde situatie geen overtollige bebouwing aanwezig is.
k. de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak 'Bedrijf' mag nooit meer bedragen dan 0,5 ha. en dient verkleind te worden voor zover dat voor een doelmatige inrichting en gebruik van de hergebruiksfunctie mogelijk is; De omvang van het beoogde bouwvlak bedraagt 3.835 m2 l.
in afwijking van het bepaalde onder m mag de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak van een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf, nooit meer bedragen dan 1,5 ha. Deze wijzigingsmogelijkheid geldt niet voor bedrijven die zijn gelegen in gebieden met de dubbelbestemming Waarde - groenblauwe mantel; Niet van toepassing.
m. de wijziging milieu hygiënisch uitvoerbaar is; Op basis van paragraaf 5.2.2 en 5.4 kan worden geconcludeerd dat de wijziging milieu hygiënisch uitvoerbaar is. n. de
gebiedswaarden
substantieel
worden
versterkt
conform
een
ingediend
landschapsversterkingsplan, door het aanleggen van landschaps- of natuurlijke elementen, het aanbrengen van beeldkwaliteit en/of herstel van cultuurhistorische elementen aan gebouwen en/of omgeving; Zie hiervoor paragraaf 4.3 BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
41
4 Ruimtelijke aspecten 4.1
Stedenbouwkundige inpassing
Blokkenweg 4: De huidige inrichting zal de komende jaren geen grote veranderingen door maken. Er zal geen nieuwbouw plaats gaan vinden, waardoor stedenbouwkundige inpasssing niet van toepassing zal zijn. Blokkenweg 4a: Door het saneren van de varkenshouderij opstallen én het realiseren van een bedrijfsloods zal er op het gebied van stedenbouwkundige inpassing grote verandering plaats gaan vinden. De loods zal op de plek komen waar op dit moment opstal A is gepositioneerd. Daarnaast zijn er op beoogde omvang van 700 m2(18x40m) na, nog geen concrete plannen betreft het aanzicht, goot- en nokhoogtes van de bedrijfsloods. Deze plannen zullen nader uitgelicht worden in de nog in te dienen omgevingsvergunning, feit is wel dat de loods rondom wordt voorzien van groene structuren zodat het geheel landschappelijk wordt ingepast in de huidige omgeving. Ten slotte zijn de algemene bouwregels, t.b.v. van de bedrijfsloods, opgenomen in de bijgevoegde planregels.
4.2
Voorzieningen en verzorgingsstructuur
Binnen het plangebied zijn geen voorzieningen aanwezig. Het plangebied is qua voorzieningen en verzorgingsstructuur gericht op de kern van Rosmalen. De kern Rosmalen beschikt over een uitgebreid voorzieningenniveau. De bestemmingswijziging(en) naar Bedrijf zullen geen gevolgen hebben op deze voorzieningen- en verzorgingsstructuur.
4.3
Kwaliteitsverbetering gemeente ‘s-Hertogenbosch
Ruimtelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied dienen te allen tijde invulling te geven aan de “Meerwaardecreatie en een kwaliteitsverbetering van het landschap” aan de hand van artikel 3.8 en 3.9 uit de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente ’sHertogenbosch heeft voor de landschapsinvesteringsregeling (LIR) een aantal normbedragen opgenomen om de ‘basis-verplichting’ te vertalen naar een bedrag. De achterliggende gedachte van deze verplichting is de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te handhaven, zo niet te verbeteren. Afhankelijke van de (omgevings)impact wordt bepaald hoe er invulling wordt gegeven aan artikel 3.8 en 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De bestemmingswijzigingen naar Bedrijf zullen zorgen voor een waardestijging van het bouwvlak. Door het feit dat in het vigerend bestemmingsplan de beide planlocaties, Blokkenweg 4 en Blokkenweg 4a, op één bouwvlak(14.765 m2) zijn gesitueerd zal er een gezamenlijke kwaliteitsberekening worden uitgevoerd. Uiteindelijk zal de berekening een bepaald bedrag aan vereiste landschappelijke inpassing opleveren, die in de vorm van kwaliteitsverbetering in de omgeving ingepast moet worden.
Op basis van vastgestelde normbedragen (door de gemeente ’s-Hertogenbosch) is er een landschapsinvesteringsberekening opgesteld, voor deze berekening inclusief toelichting wordt er verwezen naar bijlage 5
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
42
4.4
Archeologie
4.4.1 Wet op de archeologische monumentzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied.
4.4.2 Archeologiebeleid bestemmingsplan Buitengebied-Noord en Kloosterstraat In de archeologische beleidsnota van de gemeente is aangegeven, dat bij het opstellen van elk bestemmingsplan zal worden bekeken in hoeverre de zones met een hoge en middelhoge verwachting nader kunnen worden uitgewerkt door het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek. Ten behoeve van het bestemmingsplan Buitengebied-Noord en Kloosterstraat is ook bekeken in hoeverre de bestaande verwachting nader is te specificeren. Voor plangebied Kloosterstraat geldt dat op basis van archeologisch onderzoek uit de afgelopen jaren voldoende informatie is verkregen over de archeologische verwachtingswaarden en dat de verwachtingswaarden voldoende onderbouwd zijn (figuur 14). Op basis hiervan is ook de beleidskaart voor dit bestemmingsplangebied aangepast. Voor plangebied Buitengebied-Noord is wel aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was vooral om de (intactheid van de) bodemopbouw te bepalen. Op basis hiervan kon mogelijk beter worden geschat wat de verstorende werking van de ruilverkaveling is geweest op eventueel aanwezige archeologische niveaus.
Indien in de toekomst blijkt, dat de archeologische verwachting voor (delen van) het plangebied niet aansluit bij de bestaande verwachting dan zal worden bekeken hoe deze verwachting kan worden bijgesteld zodat een meer realistisch verwachtingsbeeld ontstaat. In zijn algemeenheid geldt dat, indien tijdens werkzaamheden geïsoleerde, zogenaamde 'losse' archeologische vondsten worden gedaan, men wettelijk verplicht is dergelijke vondsten te melden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ook de gemeentelijk archeoloog wordt in dit geval op de hoogte gebracht. Beide plangebieden zijn in het bestemmingsplan Buitengebied-Noord en Kloosterstraat niet aangeduid met een archeologische waarde. Om het plangebied desondanks te laten toetsen aan archeologiebeleid worden de ontwikkelingen getoetst aan de regels van het archeologiebeleid van Buitengebied-Noord en Kloosterstraat (figuur 14). Hierin liggen de plangebieden in de categorie 5A ‘terreinen met verspreide nederzettingen en grafvelden uit de prehistorie, Romeinse tijd en Middeleeuwen’. Bijbehorend algemeen beleid is dat er bij het vervaardigen van het bestemmingsplan de verwachting nader onderbouwd en gepreciseerd wordt. De oppervlakte en dieptegrens zal per bestemmingsplan op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek worden bepaald.
Wanneer in het vigerende bestemmingsplan archeologische verwachtingen mogelijk strijden met bestaande bouwrechten, zal de gemeente op eigen kosten het waarderend onderzoek door middel van proefsleuven betalen. Met betrekking tot onderhavig plangebied zijn voor alle bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm onder het maaiveld een omgevingsvergunning vereist.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
43
Blokkenweg 4-4a
Figuur 15: archeologische verwachtingen- en waardenkaart
Blokkenweg 4: Voorgenomen ontwikkelingen aan de Blokkenweg 4 hebben betrekking op het legaliseren van de feitelijke situatie, het uitvoeren van bodemingrepen is hiermee uitgesloten, evenwel het aanvragen van een omgevingsvergunning. Blokkenweg 4a: Beoogde ontwikkelingen betreft het volledig amoveren van de varkenshouderij. Aangezien de opstallen gezamenlijk een grotere oppervlakte dan 100 m2 innemen, zou er in eerste instantie archeologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden. Het is echter zo dat de sloopwerkzaamheden zich bevinden in zogenoemde ‘geroerde grond’. Dat wil zeggen dat er in dit soort gronden geen archeologische waarden kunnen bevinden. Waaruit geconcludeerd kan worden dat de omliggende archeolgische waarden niet in het geding komen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkelingen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
44
4.3 Cultuurhistorie Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart 2016(Noord-Brabant) is het plangebied gelegen in een gebied dat zowel cultuurhistorisch van waarde is én een landschap dat cultuurhistorische waarde heeft. Concreet betekent dit dat er in deze gebieden rekening gehouden moet worden met archeologische waarden, historische stedenbouw, rijksmonument, archeologische monumenten Enz. In paragraaf 4.4 is reeds toegelicht dat de archeologische omliggende waarden niet in het geding komen, daarnaast zijn de gebouwen aan de zowel de Blokkenweg 4 als 4a niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol(figuur 15). Geconcludeerd kan worden dat er voor beoogde ontwikkelingen geen rekening gehouden hoeft te worden met lokale belangen van een stad of dorp.
Blokkenweg 4-4a
Figuur 16: Cultuurhistorische Waardenkaart 2016
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
45
5 Milieuaspecten 5.1
Water
Bij ruimtelijke ingrepen is het verplicht de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen.
5.1.1 Beleidskaders Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1.
Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem.
2.
Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).
3.
Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: −
schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;
−
de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;
−
de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;
−
de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.
Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
46
Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.
5.1.2 Watertoets In de 'Keur' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
i. Huidige waterhuishoudkundige situatie Omdat sprake is van 2 eigendom situaties en twee aparte enkelbestemmingen op de locaties Blokkenweg 4 en Blokkenweg 4a, is de watertoets apart per locatie toegelicht. Blokkenweg 4: Ligging en gebruik Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en maakt onderdeel uit van het agrarisch gebied. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit voedselrijk en vochtig tot natte rivierkleigrond. De grondwaterstanden zijn voor het plangebied globaal als volgt: • Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand 60 - 100 cm-mv • Gemiddelde Voorjaarsgrondwaterstand 80 - 100 cm-mv BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
47
• Gemiddeld Laagste Grondwaterstand 120 - 160 cm-mv • Grondwatertrap VI & VII Aangezien de beoogde ontwikkelingen betrekking hebben op het legaliseren van de feitelijke situatie, zal de huidige waterhuiskundige situatie geen gevolgen ondervinden van de plannen. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone, zoals deze zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening (PMV) van de provincie Noord-Brabant. Oppervlaktewater De projectlocatie is omgeven door (droogvallende) kavelsloten, beekdalen, greppels en/of waterlopen. Riolering De (bedrijfs)woning is aangesloten op de bestaande riolering (drukriolering) van de gemeente ‘sHertogenbosch. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar de riolering, de hemelwaterafvoerbuizen vloeien over het terrein waarna het de bodem kan infiltreren. Kijkend naar de bodemgesteldheid zal dit geen problemen veroorzaken. Blokkenweg 4a: Ligging en gebruik Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en maakt onderdeel uit van het agrarisch gebied. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit voedselrijk en vochtig tot natte rivierkleigrond.
De grondwaterstanden zijn voor het plangebied globaal als volgt: • Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand 60 - 80 cm-mv • Gemiddelde Voorjaarsgrondwaterstand 80 - 100 cm-mv • Gemiddeld Laagste Grondwaterstand 120 - 160 cm-mv • Grondwatertrap VI De ontwikkelingen hebben betrekking op een flinke afname van bebouwd oppervlak, deze afname zal geen negatieve gevolgen hebben op het infiltreren van hemelwater. Aangezien op basis van bodemgesteldheid en grondwaterstanden er kan worden geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor het infiltreren van het hemelwater afkomstig van de bedrijfsloods. Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone, zoals deze zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening (PMV) van de provincie Noord-Brabant. Oppervlaktewater De projectlocatie is omgeven door (droogvallende) kavelsloten, beekdalen, greppels en/of waterlopen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
48
Riolering De huidige inrichting is tevens aangesloten op de bestaande riolering (drukriolering) van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Hemelwater wordt niet afgevoerd naar de riolering, de hemelwaterafvoerbuizen vloeien over het terrein waarna het de bodem kan infiltreren. Kijkend naar de bodemgesteldheid zal dit geen probleem veroorzaken.
ii. Waterhuishoudkundige situatie i.r.t. beoogde ontwikkeling Hydrologisch Neutraal ontwikkelen In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is een watertoets verplicht. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zodanig te worden vormgegeven dat er geen negatieve gevolgen ontstaan voor de plaatselijke waterhuishouding en de waterhuishouding in de omgeving. Zo mag een ruimtelijk plan niet tot een structurele verandering van de grondwaterspiegel leiden of tot een structurele toename van het afvloeiend hemelwater naar het omliggende watersysteem leiden. Ook mag de kwaliteit van gronden oppervlaktewater niet worden aangetast. Kort gezegd dient een ruimtelijke ontwikkeling zoveel mogelijk ‘hydrologisch neutraal’ te geschieden. Omdat sprake is van 2 eigendom situaties en twee aparte enkelbestemmingen op de locaties Blokkenweg 4 en Blokkenweg 4a, is de watertoets apart per locatie toegelicht. Blokkenweg 4 & Blokkenweg 4a: Toename verhard oppervlak Beide ontwikkelingen leiden niet tot een uitbreiding van het verhard oppervlak. Ten opzichte van de bestaande situatie zal de sanering van de varkenshouderij leiden tot een flinke afname van bebouwd/verhard oppervlak. Hemelwaterafvoer Wanneer er sprake is van een toename van het verhard oppervlak zal volgens de ‘Handreiking watertoets’ onderzocht moeten worden of het noodzakelijk is om compenserende maatregelen te treffen.
Volgens artikel 15.2.4 van algemene regels ‘Brabant Keur’ geldt deze maatregel alleen wanneer de toename van het verhard oppervlak boven de 500 m2 is. Aangezien de totale ontwikkeling leidt tot een afname van het verhard oppervlak zijn de regels van Brabant Keur niet van toepassing. Hierdoor is het in beginsel niet noodzakelijk om compenserende maatregelen te realiseren. Het hemelwater afkomstig van de huidige en toekomstige bedrijfsgebouwen zal infiltreren in het omringende terrein en/of worden geleid naar omliggende sloten. Aangezien de planlocaties in een infiltratiegebied liggen, met voldoende diepe grondwaterstanden is infiltratie van hemelwater in de ondergrond zeer goed mogelijk. Vuilwaterafvoer Met de ontwikkeling is geen toename van de vuilwaterafvoer gemoeid. Er zijn echter geen capaciteitsproblemen te verwachten op dit vlak. De huidige drukriolering is van voldoende omvang om een eventuele toename van de vuilwaterafvoer aan te kunnen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
49
Waterkwaliteit Zoals in buitengebieden gebruikelijk, zal afvloeiend hemelwater niet worden afgevoerd via de riolering. Hemelwater van daken zal ter plaatse in het milieu worden gebracht. Voor het waarborgen van een goede grond- en/of oppervlaktewaterkwaliteit is het van groot belang dat oppervlakken waarvan water afstroomt niet worden vervaardigd van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, lood en zink), zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een coating. Oppervlaktewater Specifiek bij het aspect oppervlaktewater is de legger van toepassing (zie: Legger (arcgis.com)). Ten westen van het plangebied is een A-watergang gesitueerd. Aan beide zijden van deze watergang geldt een beschermingszone met een breedte van 5 meter ten behoeve van het doelmatig beheer en onderhoud. Binnen deze beschermingszone is de Keur van het waterschap Aa en Maas van toepassing. Deze stelt onder andere beperkingen aan het aanbrengen van obstakels, in welke vorm dan ook. In het landschappelijk inpassingsplan staan binnen deze beschermingszone obstakels beoogd. Het realiseren van obstakels binnen de beschermingszone mag alleen als hiervoor door het waterschap een (water)vergunning is verleend. Een vergunning hiervoor wordt alleen verleend indien het beheer en onderhoud van de watergang niet belemmerd wordt.
In de beleidsregel van de Keur, de beleidsregel 3 “ werken en objecten in de watergang en beschermingszone” is opgenomen aan welke voorwaarden voldaan moet worden. Ook is aan de oostzijde van het plangebied een B-watergang gesitueerd. Aan de hand van het landschappelijk inpassingsplan zijn grenzend aan deze watergang verschillende beplantingstypen beoogd. De B-watergang blijft ongewijzigd gehandhaafd. B-watergang Watergang blijft volledig behouden
A-watergang 2* beschermingszone 5 meter
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
50
Herstructurering van het gestopte agrarische bedrijf
Onderhoudspad éénzijdig westzijde
Bestaande A-watergang
Bestaande B-watergang Niet gedempt
In verband met de herstructurering van het gestopte agrarische bedrijf, is aansluitend aan deze Awatergang de landschappelijke inpassing voorzien. Dit ter vervanging van een recent verwijderde bomenrij. De inpassing is voorzien in de 5-meter-beschermingszone, aan de oostzijde van de watergang. Aan het waterschap is voorgelegd om het onderhoud van deze watergang éénzijdig, aan de westelijke kant, te doen. De grond aan weerszijden van de watergang is in eigendom van de initiatiefnemer. Eénzijdig onderhoud is gerelateerd aan de breedte van de watergang. Na inmeting blijkt dat de waterbestemming van de A-watergang 7 meter breed is. Nu de breedte van de waterloop minder is dan 8 meter, is planaanpassing ter plaatse van de a-watergang niet nodig, op voorwaarde dat er een watervergunning wordt aangevraagd en een zakelijk recht wordt gevestigd zodat het waterschap het onderhoud éénzijdig kan doen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
51
iii. Provinciaal waterbeleid Beleidsopgaven De visie op ons water- en bodemsysteem is in transitie. Van een probleemgerichte aanpak maken we de omslag naar een systeemgerichte aanpak. Gezien de urgentie en de grootte van de opgaven is een trendbreuk nodig: een nieuwe manier van denken waarbij de draagkracht van het wateren bodemsysteem leidend is. Water wordt een kostbaar goed, waar het water- en bodemsysteem op aangepast zal moeten worden. Dit vraagt om een integrale aanpak waarbij schoon water, voldoende water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie gezamenlijk toewerken naar een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem dat bestand is tegen extremen. Door de gevolgen van klimaatverandering wordt de gemeente 's-Hertogenbosch kwetsbaarder voor verdroging, extreme hitte en extreme neerslag. In 2021 is de Visie Groen en Klimaatbestendig vastgesteld waarin staat dat we in 's-Hertogenbosch een natuurlijk en klimaatbestendig watersysteem willen creëren. Regenwater vasthouden en vergroenen zijn belangrijke uitgangspunten hierbij. Dit beleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021(zie volgende paragraaf). Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het van belang dat zowel op particulier terrein als in openbaar gebied voldoende waterberging wordt gerealiseerd.
In de verordening zijn hiervoor concrete regels opgenomen.
iv. Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch In de Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 worden regels gesteld over activiteiten in de fysieke leefomgeving specifiek wat betreft het vellen van beschermde houtopstanden, het lozen van grondwater en hemelwater en het verplicht realiseren van groen in het geval van verhardingstoename. Bomen. Als gevolg van de herontwikkeling van dit plangebied worden geen beschermde houtopstanden geveld. In het voorjaar zijn de populieren gerooid, direct grenzend aan de ontsluiting / verharding naast de gesloopte varkensstallen. Het verbod voor het velen van bomen geldt niet voor o.a. de gevelde Italiaanse populieren. In het landschapsplan wordt deze rij bomen herplant als houtwal waardoor de nieuwe loods beter wordt afgeschermd in het landschap. Binnen het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig op basis van de Verordening Bomen, Water en Groen. Hemelwater. Het lozen van grond en hemelwater van erf en daken op de gemeentelijke riolering is niet toegestaan en afhankelijk van de omstandigheden is een hemelwater opvangvoorziening vereist.
Beleidsmatig stelt de gemeente ’s-Hertogenbosch de voorwaarde dat bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding met een oppervlakte van meer dan 500 m², de te realiseren hemelwater opvangvoorziening minimaal 60 mm per m² toename verhard oppervlak of vernieuwing bestaand verhard oppervlak kan verwerken.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
52
Feitelijk is sprake van een enorme afname van verhard oppervlak in de vorm van daken en erfverharding als gevolg van de sloop van het varkensbedrijf. De bestaande oppervlakte verharding op de locatie Blokkenweg 4 wijzigt niet. De oppervlakte verharding op de locatie Blokkenweg 4a wordt geheel vernieuwd aangelegd ter grootte van een oppervlakte van ca. 2.100 m 2 verharding / bebouwing, zie onderstaande figuur.
Op te richten bebouwing / verharding ca. 2.100 m2
Waterpoel in aanleg-fase
Figuur 17: Oppervlakte nieuwe verharding / bebouwing
Hemelwater mag niet worden afgevoerd via de riolering, het dient te worden verwerkt op eigen terrein. De perceel eigenaar is zelf verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. Gezien er in de beoogde situatie een flink aantal vierkante meters verhard oppervlak zal zijn, zullen er extra compenserende maatregelen getroffen worden om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Dit zal gerealiseerd worden in de vorm van een wadi. Een wadi betreft een voorziening voor de infiltratie van regenwater. Een wadi is een laagte waarin het regenwater zich kan verzamelen en in de bodem kan infiltreren. De vereiste opvangcapaciteit op locatie dient deze inhoud te hebben: ** m2 bebouwing (nieuwe loods) + verharding = ca. 2.100 m2 x 60 mm neerslag, vereiste opvang capaciteit = 126 m3
Er dient in deze een wadi uitgegraven te worden die gebruikt kan worden ten behoeve van de opvang van hemelwater en minimaal een capaciteit van 126 m3 heeft, bovenop het grondwater dat al in de poel staat. Omdat de hoogste grondwaterstand op 60 cm diepte zit, mag de poel maximaal 60 cm diep zijn. In de beoogde situatie zal een wadi met een oppervlak van 183 m2 gerealiseerd worden(bijlage 4), deze omvang in combinatie met de maximale diepte is echter niet voldoende om aan de 126 m3 te voldoen (183m2 x 0,6 m = 109,8 m3). Om deze reden komt er een overloopconstructie te liggen, in de vorm van een dam, zodat in tijden van onvoorziene weersomstandigheden de omgeving geen last zal ondervinden van het wateroverschot op de Blokkenweg 4a. Zie bijlage 4 voor een visualisatie van de wadi. Feitelijke opvangcapaciteit: 183 m2 waterpoel x 0,7 m diepte = gem. opvangcapaciteit 128,1 m3
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
53
Groennorm. Het is verboden meer dan 500 m2 nieuwe verharding te realiseren zonder daarbij te voldoen aan de groennorm die geldt voor een bepaald gebied, zoals opgenomen op de Groenkaart in bijlage 3 van deze Verordening, en te voldoen aan de minimale kwalitatieve biodiversiteitscore, zoals opgenomen in bijlage 4 van deze Verordening. Voor de sloop van ca. 7.000 m² stallen met verharding komt er ca. 2.100 m² bebouwing en verharding terug op de locatie Blokken weg 4a. De locatie Blokkenweg 4 blijf qua bebouwing en verharding ongewijzigd gehandhaafd. Voor ontwikkelingen geldt een kwantitatieve en een kwalitatieve groennorm. Deze volgt uit de ‘Verordening bomen, water en groen 2021’. De groennomen zijn echter pas van toepassing bij meer dan 500 m2 nieuwe verharding. De groennormen zijn hier dus niet van toepassing, daar sprake is van een afname van 70% verharding in de vorm van stallen en erfverharding. Voor de nieuwe functie met bijhorende bebouwing en verharding is wel een landschapsplan opgesteld, zie bijlage 4. Conclusie De waterhuiskundige situatie is van voldoende omvang, de forse afname van verhard oppervlak zal hierdoor geen problemen opleveren voor het realiseren van beoogde ontwikkelingen. De nieuwe bedrijfsloods en erfverharding wordt gebouwd met niet uitlogende bouwmaterialen.
Voor de opvang van hemelwater afkomstig van de nieuwe bebouwing / verharding wordt extra waterberging gerealiseerd (waterpoel) met voldoende capaciteit bij extreme weersomstandigheden (neerslag 60 mm). Planaanpassing ter plaatse van de a-watergang is niet nodig, omdat een watervergunning is aangevraagd en een zakelijk recht is gevestigd zodat het waterschap het onderhoud aan één zijde (westzijde) van de A-watergang kan doen.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
54
5.2
Natuur
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt 3 wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet.
5.2.1 Wet natuurbescherming, gebiedsbescherming Natura2000 De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming.
Rijntakken
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Figuur 18: omliggende Natura2000 gebieden
Ondanks dat de Natura2000 gebieden ‘Rijntakken’ (ca. 6,75 km) en ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ (ca. 7,7 km) op ruime afstanden liggen, zouden de aanlegfase én gebruiksfase aan de zowel de Blokkenweg 4 als 4a kunnen bijdragen aan emissies die kunnen leiden tot stikstofdepositie. Ter onderbouwing zijn er hierom de volgende Aerius berekening uitgevoerd gebruiksfase, projecteffect, sloop- en aanlegfase. Deze berekeningen met bijbehorende onderbouwing is als bijlage 7 aan het plan toegevoegd. Uit deze bijlage blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot significante negatieve effecten*. De beschermingsstatus van de Natura-2000 gebieden staat realisatie van de ontwikkelingen niet in de weg.
BESTEMMINGSPLAN BLOKKENWEG 4 EN 4A ROSMALEN
55
*Als voorwaarde van de Saneringsregeling Varkenshouderij is bij besluit van 29 maart 2021 / kenmerk SO/VTH – WB00057833 de milieuvergunning gedeeltelijk ingetrokken betreft het houden van varkens. In de Interim omgevingsverordening (IOV art. 2.7 lid 10 onder b) is opgenomen dat 15% van de stikstof op basis van de laatst verleende Wnb-vergunning ingezet / kan worden behouden (referentie) op dezelfde bedrijfslocatie voor de planologische opvolgfunctie.