CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch27.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

omliggende omgeving. Het gaat hierbij om de ontsluitende wegen voor zowel langzaam als snel verkeer: de Paardskerkhofweg, de Nelson Mandelalaan en de Parallelweg (zie foto op pagina 33). De Parallelweg wordt heringericht met aandacht voor enerzijds de ontsluiting van de mobiliteitshub en anderzijds het autoluwe karakter ter stimulering van de verblijf- en ontmoetingsfunctie. Zo transformeert de Parallelweg tot “De Groene Loper”. Deze vormt een belangrijke verbinding tussen het station en het oeverpark aan de Dieze. De Groene Loper doorkruist het Innovatiebos, een van de centrale bestemmingsplekken binnen het IKDB. Naast het Innovatiebos passeert de Groene Loper ook het Grassoplein, dat fungeert als entreegebied nabij de showroom en het mobiliteitshub en het Edisonplein die aan de zuidzijde de entree markeert.

Studiegebied

Lange lijnen openbare ruimte

31

Themakaart sferen en openbare ruimten

Principes De richtlijnen om de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen op aspecten als samenhang, complementariteit en maatvoering uit het Ruimtelijk Raamwerk zijn als gevolg van het Beeldkwaliteitsplan verder uitgewerkt in dit Ontwikkelkader. Onderstaand volgt een overzicht van de principes per type openbare ruimte:

Rijksmonument Grasso Fabrieksstraat

Grassoplein

Fabriekscorridor

Lange lijnen Paardskerkhofweg • Is onderdeel van een grotere lijn/groter geheel. • Het is een bestaande straat, grenzend aan het plangebied. • Bijzondere aandacht voor betere verbinding tussen het Innovatiebos en Boschveld. • Adressen liggen aan de straat. • Kans om profiel te vergroenen. • Aandacht voor vormgeving van de zaagtand. • Behoud van bestaande structuurbomen langs de Paardskerkhofweg (aansluitend aan het plangebied) is uitgangspunt.

Parallelweg

Innovatiebos

traat

ikes

Zern

Edisonplein

Ediso

nstra

at

VERKLARING uitgangspunt: behouden bestaande bomen bestaande bomen binnen bouwvelden: mogelijk behouden, verplanten of te kappen (nog uit te werken) ontwikkelvelden groenstructuren toekomstige bebouwing te onderzoeken in samenhang met omgeving

Bestaande bomen en groenstructuur.

Dwaalmilieu Tussen de ‘lange lijnen’ en de ‘bestemmingen’ bevindt zich het dwaal­milieu. Dit is een netwerk van smalle straten en stegen waar gebruikers en bezoekers steeds nieuwe plekken kunnen ontdekken in het gebied.

32

Nelson Mandelalaan • Het is een bestaande straat, grenzend aan het plangebied • Tussenstrook tussen bebouwing en fietspad benutten voor ecologische verbinding en de mogelijkheid voor ommetjes en wandelroutes hierin mee faciliteren. • Rekening houden met verbreding voor de nieuwe snelfietsroute • Ecologie loopt door in de gevels. • Gevels dragen bij aan een groene stadsentree. • Behoud van bestaande structuurbomen langs de Nelson Mandelalaan (aansluitend aan het plangebied) is uitgangspunt.

Groene Loper / Parallelweg • De doorkruising van het Innovatiebos. • Onderdeel van groter geheel; eerst integraal ontwerp schetsen van het geheel, daarna gefaseerd uitwerken. • Ontwerpen vanuit het perspectief van fietsers en voetgangers, behalve in het entreedeel, waar de verkeersfunctie voor auto’s dominant is. De auto is wel toegestaan. Het ontwerp is autoluw. Route met verblijfsplekken, balans tussen samenhang en variatie. • Behoud van bestaande structuurbomen langs de Parallelweg is uitgangspunt. Dwaalmilieu • Fijnmazig netwerk van smalle straten en stegen. • Delftse stoep realiseren (zie beschrijving in Beeldkwaliteitsplan) als overgangszone met groen, zitplekken en ruimte voor wonen/ werken. • Activering van de plint, zichtbaar en voelbaar op straatniveau. • Materialiseren met industriële uitstraling. Bijzonder element van het dwaalmilieu: de Innovatiestraat • Gebaseerd op de historische industriële straatstructuur in het Grasso-hallencomplex. In deze nieuwe tijdslaag wordt dit de verbinding tussen het Grassoplein en het Innovatiebos. • Noord-zuidrichting wordt benadrukt voor leesbaarheid van de historische structuur. • Industrieel karakter krijgt een plek in de sfeer en materialisering van de straat.

Paardskerkhofweg

Parallelweg

Nelson Mandelalaan

33

Bestemmingsplekken Innovatiebos • Geschatte afmeting: 120 x 60 meter. • Stadsbos met diverse beplanting, speels geplaatste bomen en een onderlaag van beplanting. • Geen grasveld met bomen, maar gelaagdheid in de beplanting. • Ruimte voor drie ontmoetingsplekken, bij: − Aanlanding van de brug. − Entree van de Veilinghal. − Uitbouw van de Veilinghal. • • •

Bewegingservaring vanuit Parallelweg: gevoel van ‘door het bos lopen’. In de zomer een koele, schaduwrijke plek. Toegankelijk via informele padenstructuur en formele routes langs de randen.

Bestemmingsplek

34

Grassoplein • Stedelijk plein met intensief gebruik en terrasfunctie naast een gebied met duidelijke verkeersfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer. • Geschatte afmeting: 25 x 45 meter. • Besloten ligging, in de luwte. • Plintprogrammering heeft een sterke relatie met het plein. • Voldoende schaduw via bomen en gevelgroen. • Materialisering refereert aan het industriële karakter. • Een mogelijkheid creëren om waterberging op dit plein integreren waar mogelijk. • Cultuurhistorie komt tot uiting in combinatie met nieuwe innovatie. Dit komt o.a. tot uiting in de bebouwing aan het plein en in de uitstraling van het plein zelf in overeenstemming met de eisen en voorwaarden zoals opgenomen in de toetsingskaders van hoofdstuk 3.

Edisonplein • Is een parkachtig gebied. • Is de entree van het IKDB; knooppunt waar de drie lange lijnen samenkomen. • Vormt een schakel richting Boschveld (voorzieningen). • Onderdeel van de Groene Loper en het grotere ruimtelijke geheel. • Ontwerp faciliteert: − Verblijf, groen en spel. − Verkeersfunctie, maar mag ondergeschikt zijn aan verblijfskwaliteit. • Er is een reservering voor een bouwmogelijkheid op het plein. Dit kan nader onderzocht worden in samenhang met de omgeving.

KAMPUS, Manchester. Mecano

Toetsingskaders in relatie tot bestemmingen, lange lijnen en dwaalmilieu:

•

•

•

•

•

De hoofdopenbare ruimtes of bestemmingen zijn vormgeven als duidelijk herkenbare plekken, die van elkaar onderscheidend zijn volgens de daarbij behorende principes zoals in bovenstaande tekst beschreven. De lange lijnen en dwaalmilieus zijn ingericht met de daarbij behorende principes zoals in bovenstaande tekst beschreven De openbare ruimte is onderdeel van een groter geheel. Het ontwerp en materialisering houdt hier rekening mee en laat zien hoe het hierbij past.

4.3 Beeldkwaliteit Beeldkwaliteit van het IKDB moet, als onderdeel van de Spoorzone en van de Brede Binnenstad, voldoen aan de hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit voor zowel de openbare ruimte als de (nieuwe) gebouwde omgeving. De gestelde ambitie en richtlijnen zijn vertaald in het Beeldkwaliteitsplan Innovatiekwartier (zie bijlage 2). Het Beeldkwaliteitsplan bevat beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken en de inrichting van de openbare ruimte voor de toekomstige ontwikkeling van het IKDB. Het Beeldkwaliteitsplan vervangt de welstandsnota als basis voor de beoordeling van alle bouwplannen binnen het plangebied. In de praktijk komt dit erop neer dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit de plannen zal toetsen aan de hand van de stedenbouwkundige uitgangspunten en

35

•

•

•

De beheeropgave is onderdeel van de ontwerpopgave. De groene Loper is ontworpen vanuit een visie op het geheel. Behoud van bestaande bomen langs de Parallelweg, een aantal in het Innovatiebos, op het Edisonplein en langs de randen is het uitgangspunt. Voor de overige bomen wordt onderzocht of deze door verplaatsen behouden kunnen blijven Als kappen nodig blijkt wordt bij voorkeur voorzien in herplant binnen het plangebied.

•

• •

Groen is ervaarbaar en draagt bij aan een prettige en gezonde omgeving. Groen draagt bij aan ecologie, het vergroten van de biodiversiteit en is bij voorkeur onderdeel van grotere structuren. Innovatie en erfgoed zijn zichtbaar in het plan. Verdere uitgangspunten voor de inrichting van de lange lijnen, dwaalmilieus en bestemmingen zijn opgenomen in het Schets inrichtingsplan IKDB (bijlage 3) en in het Beeldkwaliteitsplan (bijlage 2), zoals beschreven in paragraaf 4.3.

de kwaliteitseisen zoals deze in voorliggend Ontwikkelkader en het Beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen. Het Beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad, samen met het Ontwikkelkader. Sturen op ruimtelijke samenhang en kwaliteit De gefaseerde ontwikkeling van het Innovatie Kwartier Den Bosch vergt een sturing op samenhang en (leef-, verblijfs- en beeld-) kwaliteit waarbij kan worden meebewogen met toekomstige ontwikkelingen en wensen. Het Beeldkwaliteitsplan legt de essentie van het plan en het toetsingskader voor de beeldkwaliteit vast. Hiermee wordt richting gegeven, en wordt tevens ruimte geboden voor de uitwerking van de bouwplannen en de inrichting van de openbare ruimte. Trappen als verblijfsplek

Integraal Q-team (kwaliteitsteam) Om de ruimtelijke kwaliteit en samenhang te versterken, wordt een integraal Q-team (kwaliteitsteam) samengesteld in gezamenlijkheid met de partners. De invulling zal in een later stadium worden bepaald. Het team is betrokken bij de architectenkeuze en geeft de architecten advies over de ruimtelijke uitgangspunten en stuurt daarmee mede op de gewenste ruimtelijke kwaliteit en samenhang tussen de bouwplannen en de openbare ruimte. Deeluitwerkingen kunnen door het Q-team worden voorzien van de daarvoor specifieke ontwerpopgaven.

ecologie, afhankelijk van het deelplan. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit behoudt haar onafhankelijke rol. Zij geeft advies bij het programma van eisen en wensen van elke deelfase en de architectenkeuze. Zij toetsen de bouwplannen aan de toetsingscriteria zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan.

36

•

•

•

Bij de toetsing van de aanvragen voor een omgevingsvergunning geeft het Q-team advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Deze werkzaamheden doen zij op basis van de uitgangspunten en kaders die zijn vastgelegd in het Ontwikkelkader Innovatiekwartier Den Bosch en het Beeldkwaliteitsplan dat daarvan onderdeel uitmaakt. Ook het ruimtelijk raamwerk vormt een van de kaders. Inzet voor de samenstelling van het Q-team is dat het Q-team ontwerpgericht is, en in ieder geval de disciplines architectuur, stedenbouw en landschap omvat. Van belang is dat de aanhaking van de gemeentelijke disciplines is geborgd, en daarmee afstemming plaatsheeft met andere plannen binnen de context van de brede binnenstad. Het is mogelijk om externe expertise onderdeel te maken van het Q-team. Eveneens kan er naar behoefte een adviseur worden ingeschakeld, zoals een specialist op gebied van innovatie, een lid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit van de gemeente ’s-Hertogenbosch of een gemeentelijke adviseur bouwhistorie (afdeling Erfgoed) of

Toetsingskaders beeldkwaliteit:

Norwell Public Library Norwell Oudens Ello Architecture. Chuck Choi

Het Beeldkwaliteitsplan Innovatie Kwartier Den Bosch vervangt de bestaande uitgangspunten van de welstandsnota voor dit plangebied en geldt als toetsingskader voor de Adviescommissie omgevingskwaliteit. Aanvragen omgevingsvergunning worden getoetst aan het Ontwikkelkader en de in het BKP opgenomen toetsingscriteria voor bebouwing, architectuur en openbare ruimte Elke deeluitwerking wordt begeleid door het Q-team conform de uitgangspunten zoals in deze paragraaf genoemd. Tevens biedt het BKP aanvullende ontwerpopgaven per deelgebied.

Hoofdstuk 5. Hoogbouw

37

5. 5.1

Hoogbouw Onderbouwing hoogbouw

Volgens de Nota Hoogbouw van de gemeente, vastgesteld op 17 juni 2003, wordt boven de 25 meter gesproken van hoogbouw. In de Nota hoogbouw worden zoekgebieden aangegeven voor mogelijke hoogbouwlocaties. Bij de uitwerking van de hoog­ bouw is volgens de Nota Hoogbouw (paragraaf 4.4, Stap 3) een ruimtelijk onderzoek vereist waarbij de inpasbaarheid in de omgeving en in het stads­silhouet wordt nagegaan aan de hand van tien aspecten.

recenter beleid en samenhang met de ontwikkelingen in de directe omgeving langs de stadsentree aan het spoor. Deze onderbouwing sluit naadloos aan op de stedenbouwkundige motivering voor hoogbouw uit het Ontwikkelplan Bossche Stadsdelta (2024), namelijk hoogbouw ‘Langs het spoor’ (zoals beschreven in hoofdstuk 8 van dat Ontwikkelplan); de ruimtelijke opzet van EKP-terrein Noord (beiden met een basishoogte voor hoogbouw van 60 meter); en bovendien geeft het ook uitvoering aan zowel

In dit Ontwikkelkader wordt ruimte geboden voor hoogbouw tot 60 meter hoog (inclusief hoogte­ accenten), en tevens één hoogteaccent tot 70 meter hoog (zie hoofdstuk 4). De locatie van het IKDB valt (vrijwel volledig) binnen de zone Knopen uit de Nota Hoogbouw, waaronder ook Paleiskwartier en station vallen. In deze gebieden kan volgens de Nota worden gestreefd naar een grote menging van functies in een hoge stedelijkheid, middels een compacte ruimtelijke opzet. De Nota Hoogbouw benoemt daarbij een ruime hoogte maat in clusters van bebouwing tot 80 meter voor het zuidelijk deel Boschveld. Dit is niet nader gebiedsspecifiek beschreven. Algemene principes vragen om verfijning op locatieniveau omdat deze niet universeel toepasbaar zijn op deze locatie, rekening houdend met de aanwezige bebouwing. Tevens is er recenter beleid van toepassing. Dit Ontwikkelkader en de bijlage ‘Hoogbouw onderbouwing IKDB’ geven de visie op hoogbouw weer voor het zeer compacte beoogde hoogstedelijke programma in het IKDB. De inpassing is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke overgang naar de lagere omgeving van Boschveld, aansluiting op

38

Diverse bouwhoogtes aan het spoor

het Position Paper Brede Binnenstad (2023) en de gemeentelijke omgevingsvisie (beoogde vaststelling 9 september 2025) - waarin deze hoogbouwmogelijkheden langs het spoor voor het IKDB ook worden benoemd en gevisualiseerd. In lijn met bovenstaande, wordt in het rapport “Hoogbouw onderbouwing IKDB” in bijlage 4, aan de hand van de tien punten uit paragraaf 4.4 van de Nota Hoogbouw, onderbouwd hoe hoogbouw ingepast wordt binnen het IKDB.

5.2 Bezonningsaspecten Bezonning is een belangrijk aspect van ruimtelijke kwaliteit. Voldoende zonlicht – of juist voldoende schaduw – op gebouwen, tuinen, terrassen en speelplekken draagt bij aan een prettig woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling van bezonning wordt gebruikgemaakt van de TNO-bezonningsnorm. TNO kent een ‘lichte’ en ‘strenge’ norm. De lichte TNO-norm hanteert een meetperiode van 19 februari tot 21 oktober, waarbij minimaal 2 uur zonlicht per dag wordt gemeten in het midden van de venster­ bank aan de binnenzijde van het raam. De strenge TNO-norm hanteert een meetperiode van 21 januari tot 22 november, waarbij minimaal 3 uur zonlicht per dag wordt gemeten in het midden van de venster­bank aan de binnenzijde van het raam. De Nota Hoogbouw gaat uit van de strenge TNO-norm. Op dit moment is nog geen sprake van een stedenbouwkundige uitwerking. Derhalve is het op dit moment niet zinvol om een bezonningsberekening uit te voeren. Bij de verdere uitwerking van IKDB wordt gestreefd naar naleving van de strenge TNOnorm (en de Nota Hoogbouw), met als ondergrens de lichte TNO-norm.

Opgemerkt wordt dat deze eerste studie is gedaan op basis van een voorbeelduitwerking. De daad­ werkelijke planvorming moet nog plaatsvinden, waardoor de resultaten van het onderzoek slechts een eerste indicatie geven.

van een toren, het toepassen van setbacks en/of luifels en het reliëf van de gevel een groot verschil. De juiste situering van grote bomen in de openbare ruimte levert een bescheidener bijdrage aan een goed windklimaat maar dat kan net genoeg zijn.

Uit de windhinderanalyse gemaakt op basis van een voorbeeld massa-opbouw, lijkt dat op de meeste plaatsen van het gebied een matig tot goed wind­ klimaat zal zijn. Dit wordt uitgedrukt in score A (goed voor doorlopen, slenteren en langdurig zitten) en B (goed voor doorlopen en slenteren, matig voor langdurig zitten). Op een aantal plekken scoort het windklimaat een C of D. Dat betekent dat je er on­ge­ hinderd kunt doorlopen en fietsen. Voor slenteren of een langdurig verblijf zijn deze plekken echter minder geschikt. Het windklimaat E (slecht voor doorlopen, slenteren en zitten) komt in de voor­ beelduitwerking op het maaiveld op één plek voor.

Het kan zijn dat, ondanks alle ontwerpinzet, een goed windklimaat aan de gevel niet haalbaar blijkt. In dat geval gaat stap 3 van start, waarbij gezocht wordt naar oplossingen om het windklimaat zo dicht mogelijk bij klimaat C te brengen. Het gedetailleerd in kaart brengen van het windklimaat rondom de entrees van het gebouw en bij de straten en pleinen met een verblijfsfunctie, om een A of B windklimaat te krijgen, blijft daarbij het uitgangspunt.

5.3 Windhinder

Richtlijn is om bij entrees van gebouwen en op straten en pleinen met een verblijfsfunctie, een windklimaat A of B te halen. Sommige locaties verdienen in de verdere uitwerking tot een architectonisch plan en het inrichtingsplan voor de openbare ruimte nog wat extra aandacht. Dat gebeurt in een aantal vervolgstappen op de globale toetsing (stap 1) die reeds heeft plaatsgevonden.

In het IKDB wordt een goed windklimaat nagestreefd, hiermee wordt beoogd een prettig verblijfsklimaat te creëren om de invloed van wind te beperken. In de voorbereiding van het Ontwikkelplan en het Ruimtelijk Raamwerk (2024) is op basis van een voorbeeld massa-opbouw van het IKDB, onderzoek gedaan naar windhinder, waarbij berekeningen zijn uitgevoerd om een eerste inschatting te maken van het windklimaat. De risicogebieden voor windhinder en windgevaar zijn daarbij in kaart gebracht.

In stap 2 wordt onderzocht hoe het windklimaat verder kan worden verbeterd. Dat gebeurt al in een vroeg stadium van het ontwerp, zodat eventuele maatregelen kunnen worden geïntegreerd zonder het esthetische karakter van de gebouwen aan te tasten. Hierbij vindt een wisselwerking plaats tussen het architectonische ontwerp van de torens en de inrichting van de openbare ruimte. In het architectonische ontwerp maken de hoofdvorm

39

Windonderzoek – resultaten windhinder maaiveld. DGMR, 18 januari 2024

Hoofdstuk 6. Programma

40

6. 6.1

Programma Toekomstbeeld van het IKDB

Het toekomstbeeld van het IKDB is in de haal­ baarheidsfase vastgesteld en omschreven in het Ontwikkelplan, wat het uitgangspunt vormt voor de uitwerking van de plannen in het gebied. Zie hierover de beschrijving in hoofdstuk 4. Om het IKDB succesvol te laten functioneren, is een samenhangend programma van werken, leren, wonen en beleven noodzakelijk. Deze mix draagt bij aan een levendig stedelijk milieu en stimuleert interactie en kennisoverdracht. Daarbij wordt nauw samengewerkt met kennis- en onder­ wijsinstellingen in de stad. Het IKDB moet een plek worden waar de nieuwste data-innovaties ontstaan en zich verder ontwikkelen, met toepassingen op actuele maatschappelijke thema’s zoals health & well-being, bouw & techniek, (agri)food en crime & safety. Zoals ook omschreven in de profielschets voor het IKDB zijn deze thema’s het vertrekpunt en zijn ze dynamisch. Dit betekent dat aanpassingen of toevoegingen in de toekomst mogelijk zijn. In tegenstelling tot een traditionele campus wordt het IKDB geen afgesloten gebied, maar juist een integraal onderdeel van de stad. Ecosysteem voor digitale innovatie Het realiseren van het toekomstbeeld en het bijbehorende DNA met kernwaarden van het IKDB vraagt om een ecosysteem. Dit ecosysteem bestaat uit bedrijven, onderwijs, overheid, bewoners en bezoekers die samen het gebied tot een innovatieve en dynamische omgeving maken.

De interactie tussen deze groepen en hun verbinding met de stad en regio zijn van belang voor het succes van het IKDB. Zie hierover verder de beschrijvingen in paragrafen 1.2 en 4.1.

41

6.2 Ruimtelijk programma Het creëren van een ecosysteem voor innovatie vraagt om voldoende en goed ingerichte ruimte. Het ruimtelijke programma van het IKDB is gebaseerd op onderzoek naar het ruimtegebruik van andere innovatiedistricten en -campussen. Het totale ruimtelijke programma voor het IKDB is verkend op een maximale omvang van circa 105.000 m² BVO. De invulling van deze ruimte vraagt om maatwerk, afgestemd op de lokale situatie en behoeften. Bovendien is de markt veranderlijk en kent de ontwikkeling van het IKDB een lange doorlooptijd. Dit betekent dat het programma per (deel)fase wordt uitgewerkt. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is dat elke deelontwikkeling op zichzelf een sterke en functionele toevoeging vormt in het toekomstbeeld van het IKDB, bijdraagt aan de verdere versterking van het IKDB als geheel en in lijn is met het totaalprogramma. Dit moet in overeenstemming zijn met de ruimtelijke kaders zoals beschreven in het voorliggende document. Daarbij wordt uitgegaan van een mix van verschillende functies in het IKDB.

Moscone Center Expansion, San Francisco SOM. Matthew Millman

Totaalprogramma Het totale ruimtelijke programma voor het IKDB is verkend op een maximale omvang van circa 105.000 m² BVO. Deze totale oppervlakte is globaal als volgt onderverdeeld: • Werken en leren: circa 50.000 m² BVO • Wonen voorzieningen: circa 35.000 m² BVO • Mobiliteitshub/parkeren: circa 15.000 m² BVO • Commerciële en voorzieningen: circa 5.000 m² BVO, bestaande uit: − Kleinschalige leisurevoorzieningen (nader te bepalen) − Zelfstandige horeca: maximaal 1.500 m² gefaseerd te ontwikkelen − Detailhandel: een (kleine) to-go supermarkt van maximaal 300 m² voor een initiatief passend binnen het IKDBconcept − Overige dienstverlening in relatie tot de totale opgave binnen de Noordelijke Spoorzone. Werken Het IKDB richt zich op kennisgedreven innovatieve ICT- en data-bedrijven die met behulp van datatoepassingen en -technieken impact maken in hun sector. Er wordt ruimte geboden aan bedrijven uit verschillende levensfasen, van startups tot gevestigde bedrijven. Deze mix is essentieel voor het functioneren van het innovatie-ecosysteem, waarin bedrijven van elkaar kunnen leren, met elkaar kunnen samenwerken en zo innovaties tot stand kunnen komen. Om deze mix te bewerkstelligen is een profielschets opgesteld voor nieuwe vestigers in het gebied (als onderdeel van het Ontwikkelplan / Ruimtelijk Raamwerk, september 2024).

Aan de hand van deze profielschets kan getoetst worden of bedrijven

42

Inspiratiebeeld werken. Next Lab, Melbourne. Ample

in het gebied passen. Het is namelijk van belang dat de bedrijven die zich in het IKDB vestigen, zich committeren aan het DNA van het gebied en dus een bijdrage willen leveren aan kennisdeling, samenwerking en talentontwikkeling.

Leren Binnen een succesvol ecosysteem is kennisuitwisseling en kennisdeling van groot belang. Het IKDB is er daarom op gericht om het bedrijfsleven samen te brengen met onderwijs, kennisinstellingen en overheid. De samenwerking met (lokale) onderwijspartijen vormt hierin een belangrijke sleutel, zoals in het Ontwikkelplan ook

uitgebreid is toegelicht. Samen met verscheidene Bossche onderwijs- en kennisinstellingen wordt op dit moment al gewerkt aan de totstandkoming van een hybride leeromgeving binnen het IKDB. Hierin werken onderwijs, bedrijfsleven en overheid samen aan een omgeving waarin leren en innoveren centraal staat, buiten de muren van de onderwijs­ instellingen of de bedrijven zelf. Hierdoor komen multidisciplinaire, mixed level samenwerkingen tot stand en wordt impact gemaakt via het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Om de hybride leeromgeving binnen het IKDB te laten floreren, zijn gemeenschappelijke voorzieningen, zoals onderzoek- en ontwikkelruimtes, van groot belang. De ruimtelijke inrichting van het IKDB moet ontmoeting en interactie stimuleren en faciliteren, waardoor samenwerking en innovatie kan volgen.

Inspiratiebeeld leren. Dataweek ’s-Hertogenbosch 2022

Wonen Wonen vormt een essentieel onderdeel van het IKDB en draagt bij aan het innovatieve en dynamische karakter van het gebied. Het streven is om 400 tot 500 huurwoningen te realiseren, afhankelijk van de uiteindelijke woonproducten en grootte. Het woonprogramma beslaat circa eenderde van het totale programma en de ambitie is dat de toekomstige bewoners in het IKDB gaan werken en leren. Het vertrekpunt voor de differentiatie van het woonprogramma is als volgt onderverdeeld: 70% betaalbaar (30% sociaal en 40% middenhuur) en 30% dure huur. Daarbij wordt specifiek gestuurd op de doelgroepen passend in het ecosysteem IKDB, met passende huurprijzen die aansluiten bij hun inkomensniveaus (bijvoorbeeld voor studentenwoningen is dat maximaal de kwaliteitskortingsgrens, voor 1-en-2persoonshuishoudens met een lager inkomen de eerste aftoppingsgrens). In de verdere uitwerking wordt overleg gevoerd met een woningcorporatie als beoogde afnemer van de sociale en middenhuurwoningen.

43

Doelgroepen In lijn met het DNA van het IKDB ligt de nadruk op Young Urban Professionals (circa 25-35 jaar, werkend, alleenstaand of stellen zonder kinderen). Ongeveer de helft van de wooneenheden in het IKDB is bestemd voor deze doelgroep. De overige woningen richten zich op expats (short-stay < 4 maanden en mid-stay 4 maanden - 2 jaar), (internationale) studenten, Medior Urban Professionals (35-44 jaar) en Senior Urban Professionals (45-67 jaar). Binnen deze laatste doelgroepen ligt de focus met name op huishoudens die een directe relatie hebben met het gebied. Woningtypen Het IKDB krijgt een stedelijk woon­programma met diverse woningtypen, variërend van studio’s tot twee- en drie-kamer­­appartementen, van regulier verhuur tot friends­contracten. In de woon­ complexen komen gemeenschappelijke ruimtes en gedeelde voorzieningen, zoals binnentuinen, daktuinen, wasruimtes en ontmoetingsruimtes. Deze voorzieningen zijn essentieel voor het stimuleren van ontmoeting en het creëren van een sterke community. De omvang en invulling van de gemeenschappelijke ruimten worden afgestemd op de opzet van de woonruimten. In het IKDB wordt ingespeeld op vernieuwende, innovatie woonvormen. De ambitie is immers een Innovatiekwartier. Die bijzondere, vernieuwende woon­vormen kunnen daarmee ook een bijdrage leveren aan het IKDB als innovatieve broedplaats.

Bijzondere woonvormen kunnen in het gebied ook een plek krijgen (denk aan concepten als co-living, friendswoningen, SoHo’s (small office home office) en waarmee het een bijdrage kan leveren aan het gewenste ecosysteem ook shortstay-voorzieningen.

KAMPUS Apartments, Manchesters. Mecanoo

Parkeren Het onderdeel parkeren is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7 over Mobiliteit, verkeer en parkeren. Gedeelde voorzieningen Binnen het IKDB is maximaal 1.500 m² BVO aan zelfstandige horecavoorzieningen toegestaan. De ontwikkeling hiervan gebeurt gefaseerd: in eerste instantie wordt maximaal 1.000 m² BVO gerealiseerd. Uitbreiding naar 1.500 m² BVO is mogelijk als het eerste horecavolume succesvol en duurzaam is ingevuld, met goed functionerende en levensvatbare horecabedrijven als resultaat.

Daarnaast wordt een nader te bepalen hoeveelheid overige dienstverlening opgenomen. Hiervoor geldt een totaal van 1.000 m² BVO, te verdelen over EKP, Bossche Stadsdelta en IKDB. Binnen het IKDB is geen ruimte voor hotel- of logiesfuncties. Ook zijn er op basis van de beschikbare marktruimte kansen voor een nader te bepalen hoeveelheid

kleinschalige leisurevoorzieningen. Daarbij ligt de focus op de functies sport, recreatie, cultuur en ontspanning, aansluitend bij het innovatieve en creatieve karakter van de omgeving (denk aan culturele initiatieven of een kleinschalige sportschool met een buurtgerichte functie).

Inspiratiebeeld horeca & ontmoeten. A rustic Affair, Long Island, New York.

Inspiratiebeeld horeca. Elephant Grounds Coffee Shop, Hong Kong. Bespoke Architecture. Zach Hone

Daarnaast is er ruimte voor functieondersteunende en/of niet-zelfstandige horeca die onderdeel is van een andere hoofdfunctie en daaraan ondergeschikt blijft. Bij het inrichten van de ondersteunende horeca worden de richtlijnen voor functie-ondersteunende horeca gevolgd. Voor de niet-zelfstandige horeca geldt dat de openingstijden gekoppeld moeten zijn aan de openingstijden van de hoofdfunctie, zonder aparte toegang en niet fysiek gescheiden van de hoofdfunctie. Collectieve ruimten waarin gebruikers elkaar ontmoeten en samenwerken – en die ondernemerschap en innovatie stimuleren – maakt ofwel deel uit van zelfstandige horeca ofwel van ondergeschikte horeca. Voor zelfstandige detailhandel is maximaal 300 m² BVO toegestaan, specifiek voor een kleine supermarkt.

44

Hoofdstuk 7. Mobiliteit, Verkeer en Parkeren

45

7.

Mobiliteit, verkeer en parkeren

Met het IKDB wordt een totaalprogramma van maximaal 105.000 m² bvo toegevoegd, bestaande uit een mix van functies zoals werken, wonen, leren en leven. Dit programma zorgt voor een toename van het verkeer in en rondom het plangebied. Mobiliteit, verkeer en parkeren zijn daarom van groot belang. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.

7.1

Visie

Het uitgangspunt in het IKDB is een voor (duurzaam) bestemmingsverkeer bereikbare Brede Binnenstad met hoge verblijfskwaliteit, waar doorgaand verkeer via de doorstroomassen omheen wordt geleid. De ambitie is een Brede Binnenstad waar mensen graag komen, verrast worden, plezierig werken, prettig wonen en goed kunnen ondernemen; kortom een leefbare brede binnenstad die voor iedereen toegankelijk is. In de Brede Binnenstad wordt het accent gelegd op het stimuleren van lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit (conform STOMP-aanpak). Daarmee worden de voetganger en fietser optimaal gefaciliteerd en wordt gezorgd voor een goede aansluiting op OV en deelmobiliteit. De privéauto komt op de laatste plaats in de prioritaire aanpak. Dit past bij de ambitie voor een autoluw IKDB. Er wordt een zogenaamd mobiliteitshub gerealiseerd, waar ruimte komt voor parkeren van fietsen, auto’s en mogelijk andere vormen van deelmobiliteit. De mobiliteitshub bevindt zich aan de entree vanuit de Nelson Mandelalaan

46

en zorgt daardoor voor minder autoverkeer binnen het gebied. Door de centrale ligging en in combinatie met de beoogde verbinding over het spoor naar de Bossche Stadsdelta is het een ideale plek voor zowel fiets- als autoparkeerplaatsen. Bezoekers kunnen hun auto parkeren in de mobiliteitshub en vandaar het IKDB en de Brede Binnenstad in lopen/fietsen. Zo ontstaat in het gebied meer ruimte voor groen, ontmoeten, recreëren en veilig bewegen. Door middel van voldoende laadmogelijkheden in de mobiliteitshub wordt de mobiliteitstransitie naar schoner vervoer gefaciliteerd. Verbreken van barrières De centrale ligging van het IKDB maakt onderdeel uit van de Brede Binnenstad, een samenhangend netwerk van hoogwaardige openbare ruimte aan beide zijden van het spoor. In de huidige situatie is de verbinding vanaf het station naar het noorden niet optimaal door een niet goed zichtbare route vanaf het Stationsplein bij Paleiskwartier. In deze route kan het Edisonplein een belangrijke rol spelen als entree van het IKDB. Tegelijkertijd fungeert het spoor als barrière tussen IKDB en de Bossche Stadsdelta. De verbinding wordt nu alleen gemaakt bij de Veemarktweg en de Stationstunnel. Een toekomstige verbinding voor langzaam verkeer kan deze twee delen van de stad beter verbinden, als derde sprong over het spoor, na het station en de Paleisbrug, om oost aan west te verbinden.

Onderwerp

Ontwerpprincipes

Voorzieningen

Stappen

• Autoluw • Wandelverkeer prioriteit op de Parallelweg • Waarborgen van toegankelijkheid voor rolstoelen • Langzaamverkeersverbinding tussen het IKDB en de binnenstad

• Voldoende zitgelegenheden • Schaduwrijke looproutes

Trappen

• Aansluiting fietsparkeren op fietsnetwerk Nelson Mandelalaan en Paardskerkhof

• Laadpunten voor E-bikes • Voldoende (veilige) fietsparkeerplekken en ruimte buitenmodelfietsen

OV

• Aantrekkelijke looproute richting bushalte Oude Vlijmenseweg • Aantrekkelijke loop- en fietsroutes die aansluiten op het centraal station

• Dynamische reisinformatie in centrale gebouwen

MaaS

• Deelauto’s in de parkeervoorziening • Deelfietsen geclusterd in mini-hubs fijnmazig door het IKDB

• Deelmobiliteit is 100% elektrisch

Privé auto

• Sociaal veilige parkeervoorziening

• Minimaal 20% EV met smart charging • 100% EV Ready

Logistiek

• Logistieke laad/los-punten met goede aansluiting op snelverkeerverbinding Nelson Mandelalaan • Fijnmazig netwerk logistieke diensten dat aansluit op de logistieke verbinding voor groot/snel verkeer • Voldoende ruimte voor hulpdiensten, ook in de autoluwe delen

• Logistieke hub gekoppeld aan andere voorzieningen • Pakketwand

Schema STOMP-aanpak

47

7.2 Bereikbaarheid Voor gemotoriseerd verkeer De Nelson Mandelalaan blijft als doorstroomas (50 km/uur) langs het gebied liggen en vormt de ontsluiting van het gebied naar het hoofdwegennetwerk. De Parallelweg wordt een 30 km/uur weg met een autoluwe inrichting en prioriteit voor de fiets en voetganger. De verbinding met de achterliggende buurt Boschveld blijft voor alle verkeer beschikbaar, zodat het voor deze buurt ook de ontsluiting naar het hoofdwegennetwerk biedt. De Parallelweg moet geschikt blijven voor bestemmingsverkeer naast het bevoorradingsverkeer, de afvalstoffendienst en calamiteitenverkeer. Nood- hulpdiensten Bij de verdere uitwerking van de plannen in het IKDB is aandacht voor de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Bij het creëren van een groter autoluw gebied, zullen mogelijk enkele routes als calamiteitenroute moeten worden aangeduid en ook zo moeten worden vormgegeven. Dit stelt eisen aan een mogelijke doorrijbreedte binnen wegen en de dwaalgebieden. Tevens worden er vanuit het milieuaspect externe veiligheid, vanwege de ligging nabij een transportroute van gevaarlijke stoffen over het spoor, eisen gesteld om het gebied te bereiken voor de nood- en hulpdiensten en om het gebied van het spoor af te ontvluchten voor de aanwezige personen bij een incident (zie verder hoofdstuk milieu en duurzaamheid onder externe veiligheid).

48

Auto- en logistieke verbindingen

Voor fiets- en voetgangers Het IKDB wijkt af van een gemiddeld werkgebied doordat het niet alleen goed bereikbaar is voor autoverkeer, maar vooral voor fietsers en voetgangers door de nabijheid van het openbaar vervoer. De leefbaarheid is hoog en deze kwaliteit wordt ondersteund doordat het IKDB uitstekend verbonden wordt met het omringende stedelijke milieu voor zowel fietsers als voetgangers. Langzaam- en snelverkeer Het binnengebied van het IKDB wordt autoluw ingericht en faciliteert langzaamverkeer. Dat betekent dat het wandel- en fietsgebied dominant is en fietsverkeer voorrang heeft, terwijl de auto hier te gast is. Ook de Parallelweg is op deze manier georganiseerd. De randen van het gebied kennen en reuring. Daar is snelverkeer zoals de auto en logistiek dominant.

Aansluiting Netwerk van de stad, verkeersstromen

49

7.3 Loopverbindingen

7.4 Fiets

In het IKDB wordt gestreefd naar een fijnmazig netwerk van looproutes, waarbij barrières met hoofdinfrastructuur (spoor, weg, water) ongelijk­ vloers worden opgelost. Bij de looproutes richting bezoek-aantrekkende functies wordt rekening gehouden met voldoende breedte van looproutes (zonder te veel obstakels). De looproutes moeten ook geschikt zijn voor mindervaliden. Dit vraagt ook om rustmogelijkheden op de routes. Naast routes binnen het gebied wordt het gebied ook met routes goed aangesloten op de omliggende buurten. Belangrijke looproutes zijn de Parallelweg en Paardskerkhofweg voor de verbinding tussen station en het gebied (en ook EKP-Noord en Brabanthallen). De verbinding over het spoor moet de loopverbinding naar de oostzijde verder faciliteren, naast de al bestaande verbinding via de Veemarktweg (onder het spoor door).

Het streven voor IKDB is een fijnmazig netwerk voor de fiets. Op de noord-zuid verbinding loopt op dit moment al een snelfietsroute van minimaal 4 meter breed in rood asfalt (langs de Nelson Mandelalaan). Daarnaast maakt de Parallelweg ook onderdeel uit van het fietsnetwerk. Oostwest verbindingen lopen aan de noord- en zuidzijde van het gebied (Veemarktweg, Chr. Huygensweg en Edisonstraat) en vormen de relaties met de omliggende buurten. Het gebruik van het fietsnetwerk in de Brede Binnenstad zal de komende jaren toenemen als gevolg van de groei van de stad (inwoners, werknemers en bezoekers). Dit vraagt om een schaalsprong in het fietsnetwerk, waarbij dit goede keuzes vergt in breedtes en kwaliteit van de fietsvoorzieningen en kruispuntoplossingen (inspelend op de toekomstige behoefte). De grotere diversiteit aan type fietsen vraagt om voldoende breedte van fietsvoorzieningen om snelheidsverschillen goed af te kunnen wikkelen. Sturen op meer fietsers vraagt ook om het sturen op goede stallingsruimte bij de verschillende gebouwen, waarbij ook voldoende faciliteiten aanwezig moeten zijn voor het laden van e-bikes en de buitenmodelfietsen. Voor nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt gestuurd op inpandige stallingen voor bewoners en werknemers, conform de eisen vanuit de nota Parkeernormering.

Openbare fietsenstallingen voor bezoekers maken zo veel als mogelijk onderdeel uit van de mobiliteitshub, waar de mogelijkheden zijn voor het wisselen van vervoermiddel (OV, (deel)auto en (deel)fiets).

Groene loopverbindingen. Ballerup Boulevard, Copenhagen. Marianne Levinsen Landskab. Torben Eskerod.

50

Wandelverbindingen

7.5 Openbaar vervoer Het station ligt in het hart van de Spoor­zone en fungeert als ‘spin in het web’ voor het stedelijke busnetwerk. Vanaf het IKDB zijn korte en direct loop- en fietsroute naar het station. Ook de transferiumbussen bieden op termijn de mogelijkheid om de auto aan de rand van de stad te parkeren en via een bus richting de Brede Binnenstad te komen. Dit past goed in de visie op mobiliteit in de Brede Binnenstad en zal financieel ook aantrekkelijker zijn dan het parkeren in of net aan de rand de binnenstad. Voor de verdere toekomst wordt rekening gehouden met de ruimtereservering voor een bushalte (haven) langs de Nelson Mandelalaan ter hoogte van het met verkeerslichten geregelde kruispunt. Dit past in een betere busbereikbaarheid van de Noordelijke Spoorzone.

7.6 Deelmobiliteit

Fietsverbindingen

51

In het IKDB worden vaste locaties ingericht voor deelfietsen en deelscooters, bijvoorbeeld bij de mobiliteitshub, fietsenstallingen en andere verkeersaantrekkende voorzieningen. Deelauto’s worden gestimuleerd volgens de Nota Parkeernormering, en samenwerkende initiatiefnemers in het gebied werken een plan uit voor de organisatie, financiering en exploitatie van de deelmobiliteit. Dit plan is essentieel voor het borgen van een langdurige reductie van de parkeerbehoefte; de maatwerkoptie in de Nota Parkeernormering. Deelauto’s maken onderdeel uit van de mobiliteitshub en de inzet van deelfietsen of andere deelvervoerwijzen wordt aangemoedigd. Initiatiefnemers worden uitgedaagd om een compleet aanbod te bieden voor bewoners, werknemers en bezoekers van het gebied.

Naast de deelauto’s die specifiek gericht zijn op de bewoners en werknemers van de nieuwe ontwikkelingen, zijn er ook andere aanbieders van autodeelmobiliteit in de stad, die op openbare parkeerplaatsen actief zijn. Deze initiatieven worden eveneens in het IKDB gefaciliteerd, met de mogelijkheid om ook in de mobiliteitshub te worden opgenomen. Particuliere coöperatieve deelmobiliteit is ook toegestaan.

7.7 Parkeren Autoparkeren In het IKDB wordt een relatief lage parkeer­ normering en parkeer­vergunning­verlening gehanteerd (in vergelijking met de rest van de stad) om de mobiliteits­transitie naar een duurzaam systeem te bevorderen (conform Nota Parkeer­ normering 2021). Door de nabijheid van het station, busstation en snelfiets­route is het gebied goed bereikbaar voor voetgangers en fietsers. Parkeren op maaiveld wordt niet gefaciliteerd; alle parkeer­ plaatsen worden centraal ondergebracht in een inpandige parkeervoorziening, ofwel de mobiliteitshub. Het IKDB ligt namelijk al binnen een gereguleerde parkeerzone, die een beperking stelt aan het aantal vergunningen. Ook wordt een POET/GROP-beleid geïmplementeerd, waardoor woningen en bedrijven met eigen parkeerplaatsen, dan wel in de omgevingsvergunning zijn aangemerkt als woningen zonder parkeren, geen vergunningen voor de openbare ruimte (of de mobiliteitshub) kunnen verkrijgen. Voor bewoners en bezoekers met een fysieke beperking worden wel parkeerplaatsen gefaciliteerd (mogelijk wel in de openbare ruimte) om te zorgen dat deze doelgroepen op acceptabele afstand van de voorzieningen kunnen parkeren. De omvang van de mobiliteitshub, met het aantal parkeerplaatsen, wordt gebaseerd op het verwachte bouwprogramma van het IKDB.

Daarbij wordt rekening gehouden met bezoekersstromen vanuit BSD-Zuid (via de toekomstige verbinding over het spoor) en EKP-Noord. Bij de eerste deeluitwerking dient inzicht te worden gegeven in de parkeeraanpak en gevolgen voor het totaal IKDB-gebied.

52

Gedurende de hele ontwikkeling van het IKDB is er voldoende aanwezigheid van parkeren voor werknemers en bewoners vereist. Gekoppeld aan de bouwfasering en het ontwikkeltempo van het IKDB moet ook de mobiliteitshub worden gepland.

Laadinfrastructuur dient onderdeel te zijn van het energieplan van het gebied. Daartoe wordt in de mobiliteitshub voor voldoende laadpunten gezorgd, waarbij rekening wordt gehouden met een toekomstige uitbreiding.

Het dak van de mobiliteitshub met sport en spel geprogrammeerd

Fietsparkeren Fietsen wordt gestimuleerd vanwege de gezondheids- en duurzaamheidvoordelen. In de mobiliteitshub wordt daarom voldoende ruimte geboden voor het stallen van fietsen.

7.8 Laden/lossen en bezorgdiensten

7.10 Mobiliteitstransitie

Binnen het IKDB worden verschillende locaties aangewezen voor het laden en lossen. Mocht dit in de praktijk niet goed werken, dan kunnen aanvullende maatregelen worden genomen, zoals venstertijden of een selectief toegangsregime. Een streven is om zero-emissie bevoorrading te realiseren, zonder uitstoot en met minimale geluidsoverlast. De bevoorrading is daarbij ook slim: bevoorradingsstromen zijn optimaal gebundeld zodat onze bezoekers, bewoners en andere partijen zo min mogelijk hinder ervaren van vrachtwagens en bestelbussen in de openbare ruimte.

Naast een andere inrichting van het gebied vereist de mobiliteitstransitie ook een gedragsverandering bij de (toekomstige) gebruikers. Deze verandering begint al bij de positionering en promotie van het gebied en het aantrekken van bedrijven en bewoners. Dit proces stopt niet bij de eerste bewoners, maar moet langdurig worden voortgezet.

7.9 Toegankelijkheid Wegen, paden, gebouwen en voorzieningen moeten toegankelijk zijn voor mindervaliden.

Goede informatie en communicatie over de beschikbare mobiliteitsopties en de beperking van autoverkeer zijn cruciaal. Naast voorlichting en communicatie kunnen ook stimulerings­maat­regelen worden ingezet, zoals proefabonnementen voor deelauto’s, deelfietsen of openbaar vervoer. Voor een succesvolle ontwikkeling is een proactieve houding van de betrokken initiatiefnemers noodzakelijk.

Inspiratie fietsparkeren. The Bicycle Garage, Uppsala. Tengbom. Felix Gerlach.

Een goede fietsparkeeroplossing bij de gebouwen is bovendien essentieel. Bij de niet-grondgebonden gebouwen in het IKDB kan fietsparkeren aantrekkelijker worden gemaakt door een gemeenschappelijke inpandige fietsenberging (bij voorkeur op maaiveld). Bewoners parkeren hun fietsen in ieder geval niet op straat, maar in een gebouwde voorziening. Net als bij het parkeren van auto’s moet er ook aandacht zijn voor de mogelijkheid om fietsen op te laden. Bovendien moeten de plannen rekening houden met parkeerfaciliteiten voor bezoekers en stallingsplaatsen voor deeltweewielers, gerealiseerd door middel van fysieke hubs.

53

Mobiliteitstransitie. Îlot Bergeron, Nantes. Alexandre Chemetoffte

Hoofdstuk 8. Duurzaamheid en Gezondheid

54

8.1

Beleid en ambities duurzaamheid

Met het IKDB wordt een gemengd stedelijk gebied gecreëerd met een duurzame en leefbare toekomst. In het Ruimtelijk Raamwerk is hiervoor het ambitieweb duurzaamheid gepresenteerd, met ambities op de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit, energie, circulariteit, Paris Proof en gezondheid. De thema’s in het ambitieweb sluiten aan bij de in beleid vastgestelde speerpunten van de gemeente om te werken aan een duurzaam ’s-Hertogenbosch. Hieronder wordt verstaan: • Gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving; • Circulaire economie; • Klimaatneutraal; • Duurzame mobiliteit.

•

Energie, omdat wij uitgaan van een Innovatie­ kwartier met functies met een hoge energie­ vraag. Dit vraagt om een energiesysteem waarbij het omgaan met netcongestie een belangrijke rol speelt en waar een collectief warmtesysteem een noodzaak is.

8.2 Klimaatadaptatie: groen en klimaatbestendig Klimaatadaptatie is één van de focusthema’s voor duurzaamheid in het IKDB (zie paragraaf 8.1). Het is van cruciaal belang om steden leefbaar en vitaal te houden en goede oplossingen te bieden voor de

effecten van klimaatverandering. Dit betekent dat het IKDB, zowel de gebouwen als de openbare ruimte, hittebestendig moet worden gemaakt, invulling moet geven aan de sponsstad en/of dat slimme oplossingen voor waterberging noodzakelijk zijn. Groene, natuurlijke oplossingen krijgen daarin prioriteit. Het IKDB moet zijn voorbereid op lange periodes van hitte, droogte en wateroverlast. Deze aspecten worden verder in onderstaande paragrafen beschreven. Het onderdeel gezondheid als onderdeel van dit speerpunt is nader in paragraaf 8.11 omschreven.

Het ambitieweb kent per duurzaamheidsaspect 3 niveau’s: de wettelijke eis, de daar bovenliggende minimumambitie en een maximumambitie. Het uiteindelijke te behalen resultaat is altijd een onderbouwing binnen het duurzaamheidsaspect, maar ook tussen de verschillende aspecten. Het betreft een complex van afwegingen op het gebied van materialen, systemen, ruimte in samenhang met kosten en opbrengsten. Bij de realisatie van ambities boven de wettelijke eisen gaat het eerder om de optimale mix van het totaal aan ambities, dan om de maximale score op 1 duurzaamheids­ aspect. Voor de thema’s klimaatadaptatie en energie ligt dat anders. Deze thema’s zijn in de ambities maatgevend: • Klimaatadaptatie, omdat de schaal en dichtheid van deze gebiedsontwikkeling vraagt om een slimme, klimaatrobuuste inrichting waarmee de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van het gebied wordt gewaarborgd. Groene Daken. Teds Rotterdam - Op het Dak, Rotterdam. Weekends in Rotterdam

55

8.3 Water Waterberging Uitgangspunt is dat regenwater op eigen terrein wordt opgevangen en verwerkt. Bij de uitwerking van de omgang met regenwater geldt de volgende volgorde: 1) hergebruik, 2) infiltreren en vasthouden, 3) bergen, 4) vertraagd afvoeren van overtollig hemelwater. Er dient zo hoog mogelijk ingezet te worden in het naleven van deze volgorde. Hergebruik van regenwater is het uitgangspunt, dit mede gelet op de toekomstbestendigheid en innovatief bouwen. Er zijn diverse (creatieve) oplossingen mogelijk om te kunnen gaan voldoen. Daarbij is in ieder geval een infiltratieonderzoek noodzakelijk. Voor het IKDB geldt de beleidseis van 70mm waterberging per vierkante meter, waarvan tenminste 10 mm per vierkante meter direct moet infiltreren in de bodem, zoals vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Gebiedspaspoorten ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. Het doel is om de sponswerking van de bodem te herstellen en verdroging van groen in drogere periodes zoveel mogelijk te voorkomen. Hier ligt de uitdaging om de meest robuuste en haalbare oplossingen te vinden. Als het opvangen van neerslag op perceelsniveau moeilijk is, wordt er gekeken of er op groter schaalniveau alternatieven zijn; in de buurt, de wijk of een aanliggend gebied of watersysteem. Ondergrondse waterbergende voorzieningen worden alleen ingezet wanneer er geen andere mogelijkheden zijn.

Het IKDB wordt gefaseerd ontwikkeld via verschillende bouwvelden. Gelet op de beoogde bebouwingsintensiteit, dient elk initiatief een Groen in de openbare ruimte. Mellemrummet, Copenhagen BOGL. Anne-Sophie Rosenvinge

56

integraal perspectief te schetsen voor een waterbergingsaanpak op gebiedsniveau, zodat per deelgebied de juiste keuzes kunnen worden gemaakt. Hierbij wordt ook gevraagd het effect van een extreme bui (100 mm) in het ontwerpproces mee te nemen, om wateroverlast en schade aan gebouwen en infrastructuur te voorkomen. Persleiding watersysteem ‘s-HertogenboschWest en waterschapsbelangen Vanuit de Dieze loopt een persleiding richting ‘s-Hertogenbosch West, langs de Nelson Mandelalaan. De ligging, instandhouding en noodzakelijke bereikbaarheid van deze persleiding dient te worden gehandhaafd. Deze leiding is aangemerkt als a-watergang. Hierop is de Waterschapsverordening van Waterschap Aa en Maas van toepassing. Voor deze leiding geldt dat deze altijd in werking moet zijn en dat er geen bebouwing op de leiding kan worden geplaatst. Het waterschap is daarnaast een overlegpartner tijdens de planvorming die wordt meegenomen in de verschillende planfases. Waterkwaliteit Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt bij de bouw in het plangebied IKDB afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals zink en koper) in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen zoals goten en leidingen.

Daarnaast is het, indien vanuit de waterbergingsopgave wordt gekozen voor infiltreren, niet wenselijk dat infiltratiekratten worden gebruikt om (extra) microplastics in grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

8.4 Hittestress voorkomen: warmtewerende oppervlakten en schaduw Het gemeentelijk beleid, zoals weergegeven in de Gebiedspaspoorten ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig, stuurt op een percentage van minimaal 30% van de totale openbare ruimte binnen het plangebied dat beschaduwd is, inclusief pleinen en andere open ruimtes. De ambitie voor het IKDB is om bij verblijfsplekken en routes voor langzaam verkeer (zoals voetgangers en fietsers) 50% van de openbare ruimte te beschaduwen. Het is wenselijk dat schaduw door bomen/groen wordt verkregen. Voor pleinen hoeft dit percentage niet over het volledige oppervlak behaald te worden, maar wel op de plekken met een verblijfsfunctie of belangrijke doorgangsroute. De weergegeven percentages schaduw worden allen bepaald tijdens de hoogste zonnestand. Blauwe lijn vanaf De Dieze geeft de ligging van de persleiding/a-legger aan (parallel aan het spoor)

57

40% van alle oppervlakten (gehele schil, horizontaal en verticaal) wordt warmtewerend of verkoelend ingericht of gebouwd om opwarming van het gebied te verminderen. Dit kan door gebruik van materialen met hoge reflectie, lage warmte­ afgifte en/of door het gebruik van begroeiing.

8.5 Groenkwaliteit, groennormen en bomenbeleid 3-30-300 regel In de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig en de ontwerp Omgevingsvisie van de gemeente ’s-Hertogenbosch wordt voor groen de 3-30-300 regel gehanteerd: drie bomen zichtbaar vanuit je woning, minimaal 30% van de openbare ruimte beschaduwd en 300 meter afstand tot een grote, groene koele plek van minimaal 0,5 hectare. In het IKDB is het zicht op drie bomen vanuit iedere woning in een hoogstedelijke context, niet zonder meer haalbaar vanwege de beperkte ruimte en keuze voor stedelijke dichtheid. Daarom wordt primair ingezet op het realiseren van voldoende groen in de openbare ruimte, waarmee de zichtbaarheid van groen vanuit woningen zoveel mogelijk wordt gewaarborgd. Verder wordt ingezet op het beschaduwen van de openbare ruimte zoals in de voorgaande paragraaf benoemd. Het Innovatiebos leent zich om invulling te geven aan een groene koele plek in nabijheid van de woningen in het gebied. Groenkwaliteit / kwalitatieve groennorm Er wordt voor het IKDB gestreefd naar het behalen van de maximale kwalitatieve biodiversiteitsscore van 13 punten uit de Verordening Bomen, Water en Groen 2021 van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Minimaal geldt de minimumnorm van 8 punten uit de Verordening voor de biodiversiteitsscore. De biodiversiteitscore waardeert inspanningen die bijdragen aan meer biodiversiteit.

Dit gaat bijvoorbeeld om het aanplanten van inheemse soorten of aanvullende voorzieningen voor flora en fauna.

58

Kwantitatieve groennorm Voor het IKDB wordt, conform de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig waarin is opgenomen dat 10% meer groen in het plangebied gerealiseerd moet worden dan de referentiesituatie, gestreefd naar het realiseren van een kwantitatieve groennorm van minimaal 84% groen. Het huidige percentage groen in het plangebied is namelijk bepaald op 74% (referentiesituatie). Deze percentages komen niet letterlijk overeen met het aandeel groen in het plangebied, maar worden bepaald conform de vastgestelde rekensystematiek uit de Verordening. Bomenbeleid Bij de uitwerking van bouwplannen wordt aangesloten bij het bomenbeleid van de gemeente. Dit betekent dat het uitgangspunt is bestaande bomen zoveel als mogelijk te behouden. Oude bomen hebben immers een veel grotere waarde dan nieuwplant. Net als bij alle andere ruimtelijke ontwikkelingen, moeten bij de uitwerking van de bouwplannen de stappen van het gemeentelijk Bomenbeleidsplan en de Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 worden gevolgd. Op voorhand is duidelijk dat niet alle bestaande bomen behouden kunnen worden in het IKDB, met name in het gebied tussen de Nelson Mandelalaan en de Parallelweg.

Indien verplaatsing van deze bomen binnen het plangebied ook niet mogelijk is, zal een compensatieplan worden opgesteld, waarin het uitgangspunt is dat het huidige boomkroonoppervlak volledig wordt gecompenseerd in de eindsituatie.

Groen in de openbare ruimte. One Darling Island, Sydney. ASPECT Studios. Florian Groehn

8.6 Natuurinclusief Positionering Het IKDB maakt deel uit van de zone ‘Zandwijken’, zoals opgenomen in de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig. Het plangebied ligt dichtbij het Natuur Netwerk Brabant (NNB) zoals de Diezemonding, Stadsdommel en StadsAa. In de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig is het regionaal netwerk verfijnd met de zogenaamde Buitendieze en de groenzone langs het spoor; beide als potentiële verbinding tussen de Dieze en het Natura 2000-gebied. Binnen het IKDB liggen er, ondanks het hoogstedelijke karakter, concrete kansen om de biodiversiteit te versterken en het groenblauwe netwerk van de stad uit te breiden. Dit draagt bij aan een duurzame, biodiverse en gezonde leefomgeving. Bij de keuze van beplanting wordt bij voorkeur gekozen voor gebiedseigen en klimaatbestendige soorten die de biodiversiteit vergroten. Vergroenen van gebouwen en openbare ruimte In overeenstemming met het ambitieweb, welke is vastgesteld met het Ruimtelijk Raamwerk, is de ambitie voor het IKDB dat gebouwen geschikt zijn voor vijf gebouwbewonende soorten met een minimum van 4 soorten. In de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig zijn zogeheten ambassadeursoorten benoemd voor de ‘zandwijken’. Dit zijn onder andere gierzwaluw, huismus en vleermuizen (o.a. laatvlieger en gewone dwergvleermuis).

59

Inspiratiebeeld natuurinclusief. Inside-out office, Lyon. Nicolas Laisné Associés

Het gebied wordt ingericht op basis van de vijf V’s: Voedsel, Veiligheid, Voortplanting, Verbinding en Variatie. Dit is onder meer mogelijk door de aanleg van grote groenverbindingen en ecologische corridors; groene daken en ruwe grasstroken als voedselvoorziening voor insecten, vogels en vleermuizen; natuurlijke schuilplaatsen en nestgelegenheden in gebouwen, gebruik van inheemse beplanting, ruigte en bloemrijke graslanden; en gebouwen met geïntegreerde neststenen, holtes en open stootvoegen op geschikte hoogtes. Groene daken kunnen tevens broedhabitat zijn voor verschillende vogels (zoals scholekster en zwarte roodstaart). Door beperkte ruimte op maaiveldniveau wordt ook ingezet op vergroening van daken en gevels. Groene daken tot 40 meter hoogte bieden ecologische meerwaarde voor vogels en insecten. Onder deze hoogte van 40 meter is ook het toepassen van natuurinclusieve gevels interessant voor gebouwbewonende soorten, zoals open stootvoegen, natuurlijke holtes, ingebouwde nestkasten, insectenstenen en gevelgroen op zonluwe zijdes. Boven deze hoogte ligt de nadruk op functies als zonne-energie, maar ook extensieve daken zoals sedumdaken dragen bij aan verkoeling, waterbuffering en biodiversiteit. Ecologische verbindingen Het gebied wordt begrensd door twee belangrijke wegen: de Nelson Mandelalaan en de Paardskerkhofweg. De Parallelweg doorkruist het gebied.

De bomen en het groen langs deze lanen vormen gezamenlijk de ecologische hoofdstructuur (niet formeel als Natuur Netwerk Brabant) binnen het plangebied en vormen in de toekomst de verbinding met de nieuwe groenblauwe structuur van de Buitendieze.

60

De hoofdlanen worden ecologisch verbonden met aaneengesloten boomkronen (hierbij is het uitgangspunt een afstand van circa 15 meter tussen de boomkronen) en een gelaagde beplanting (bloemen, heesters, bomen) voor nectar, schuilplaatsen en nestgelegenheid door middel van groene gevels en/of plantenbakken met inheemse soorten op verschillende hoogtes. In samenhang met de vergroening van de gebouwen en openbare ruimte (zie hiervoor), zorgt dit voor versterking van de biodiversiteit. Elke laan krijgt een eigen groene identiteit en levert daarmee een bijdrage aan biodiversiteit, verkoeling (hittestress), wateropvang (sponswerking) en een gezonde woon-werkomgeving. De exacte invulling ervan en de beoogde bijdrage zal bij iedere ontwikkeling aangetoond moeten worden.

Groene gevels

Natuurversterkend ontwikkelen Om de natuur in het Natura2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek op robuuste wijze te verbeteren en te versterken mede met het oog op de stikstofwaarden, heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch gekozen voor het concept van natuurversterkend ontwikkelen. De provincie en het rijk leggen de focus op het verbeteren van de natuurwaarden door in te zetten op het verlagen van de stikstofdepositie in het gebied. Complementair hieraan wordt lokaal (op gemeenteniveau) ingezet op natuurversterkende maatregelen vanuit een drietal sporen. Dit wordt nader beschreven in het collegebesluit ‘Aanpak “Natuurversterkend ontwikkelen” om uit de stikstofimpasse te komen’, van 15 april 2025.

In de omgevingsvergunningaanvraag moet worden onderbouwd welke bijdrage wordt geleverd aan het natuurversterkend ontwikkelen op basis van de in het collegebesluit genoemde sporen en lijnen. Dit in relatie met de totale gebiedsontwikkeling. Het gaat hierbij niet om een evenwichtige bijdrage aan alles, maar om een aantoonbare bijdrage aan specifieke onderdelen.

8.7 Circulaire economie Gemeentelijke en nationale beleidsuitgangspunten circulair bouwen De gemeente heeft op dit moment nog geen eigen beleid voor circulair bouwen. De gemeente koopt bewust in en ziet het circulair inrichten van de gebouwde omgeving en infrastructuur als belangrijke kans om deze ambitie te realiseren. Tevens wil de gemeente een voorbeeldrol vervullen richting haar bewoners, bedrijven en wil partijen stimuleren. Circulaire economie betekent optimaal gebruik van grondstoffen, behoud van grondstofkwaliteit en het voorkomen van afval. Is er toch afval, dan wordt dit gescheiden ingezameld. Waar mogelijk wordt gekozen voor hernieuwbare, biologische, afbreekbare of herbruikbare grondstoffen. Daarnaast heeft de gemeente het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ondertekend, als onderdeel van het Schone Lucht Akkoord. Dit past bij de aanpak ‘natuurversterkend ontwikkelen’ in relatie tot het Natura2000-gebied (zie beschrijving hiervoor), maar sluit ook goed aan bij de principes van circulair en conceptueel bouwen. Het Nationaal Programma Circulaire Economie biedt richtlijnen voor de toepassing van circulaire principes. Voor het IKDB geldt dat nieuwbouw en renovatie zoveel mogelijk circulair worden uitgevoerd. Dit wordt hieronder toegelicht.

61

Richtlijnen indicatoren circulair bouwen (HNN) voor IKDB Het raamwerk Het Nieuwe Normaal (HNN) is een standaard voor circulair bouwen met haalbare en meetbare ambities. Het raamwerk maakt circulair bouwen concreet en beoordeelbaar aan de hand van drie hoofdthema’s namelijk: (1) milieu-impact, (2) materiaalgebruik en (3) waardebehoud. Bij de uitwerking van een bouwplan moet onderbouwd worden hoe aan de onderstaande thema’s en indicatoren van HNN wordt voldaan. Milieu-impact De milieu-impact gaat in op de totale milieuimpact van materialen, de CO2-uitstoot en de opslag ervan in biobased materialen. Milieuprestatie Gebouw (MPG) (totale milieuimpact materialen) De MPG is de wettelijke norm om de milieu­ belasting van toegepaste materialen in gebouwen te meten. De norm geldt bij aanvragen voor omgevingsvergunningen voor kantoren (>100 m²) en nieuwbouwwoningen. Er is een maximum grenswaarde van 1,0 per m2 BVO/ jaar voor kantoren en 0,8 per m2 BVO/ jaar voor woningen. In het IKDB wordt gestreefd naar een MPG van 0,5 per m2 BVO/ jaar of lager op basis van de geldende methodiek. Gedurende de looptijd van de ontwikkeling van het plangebied zal gestreefd worden naar een hoger ambitieniveau. Een belangrijk aandachtspunt is dat maatregelen die gunstig zijn voor de BENG-indicatoren (zie paragraaf 8.8), ongunstig kunnen zijn voor de MPG en omgekeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16196659/1