Bijlage 1 Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch
Tekst van het document
Ontwikkelkader Innovatie Kwartier Den Bosch DECEMBER 2025
Voorwoord De gemeente ‘s-Hertogenbosch is een belangrijke vestigingslocatie voor data- en ICT-bedrijvigheid. In het Innovatie Kwartier Den Bosch (IKDB) komen nu al innovatief werken met data en ICT, kennisuitwisseling en leren bij elkaar. Dit gaat in de toekomst verder ontwikkeld worden tot een internationaal innovatiemilieu. Het plangebied van het IKDB, met onder andere Grasso en Grenco, bevindt zich op een strategische locatie, op loopafstand van het station en de Dieze, binnen de Spoorzone en onder de paraplu van de Brede Binnenstad. Doel van het voorliggend Ontwikkelkader is om de ruimtelijke en functionele randvoorwaarden te scheppen voor de gewenste doorontwikkeling van het IKDB. Het streven voor het IKDB is om het bestaande ecosysteem voor data en ICT met de aanwezige ruimtelijke en programmatische waarden, te versterken en te ontwikkelen tot een hoogwaardig en levendig hoogstedelijk gebied. Het IKDB wordt hét gebied waar innovatief werken met data en ICT, kennisuitwisseling, leren, wonen en beleven samenkomen. Een gemengd stedelijk gebied waarin overal ruimte is voor ontmoeting met een mix aan functies en een sterk data/ICT ecosysteem. Een gebied met een onderscheidend karakter dat aanvullend aan de verdere ontwikkelingen in de Spoorzone bijdraagt aan de doorontwikkeling van de Bossche Brede Binnenstad.
2
Ontwikkelkader als toetsingskader De gefaseerde ontwikkeling van het IKDB over een periode van 10 tot 20 jaar vergt sturing op samenhang en (leef-, verblijfs-, programma- en beeld)kwaliteit, waarbij kan worden meebewogen met nu nog onvoorziene toekomstige marktontwikkelingen. Het Ontwikkelkader IKDB voorziet hierin. Het wordt samen met het Beeldkwaliteitsplan (BKP) en een aantal andere bijlagen, aan de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch ter vaststelling aangeboden. Dit Ontwikkelkader, met bijhorende bijlagen, wordt het planologisch-juridisch toetsingskader voor toekomstige deelplanuitwerkingen binnen het plangebied van het IKDB. De gemeentelijke ambities en doelstellingen voor de gewenste ontwikkeling van het IKDB zijn vertaald in kaders in dit Ontwikkelkader voor de in het vervolg nog uit te werken bouw- en inrichtingsplannen in het gebied. Het Ontwikkelkader is opgesteld in lijn met de werkwijze van de gemeente ’s-Hertogenbosch.
Belangrijke aandachtspunten vooraf De afbeeldingen in het Ontwikkelkader, met uitzondering van de Ontwikkelkaderkaart, zijn impressies waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Deze dienen enkel om een zo goed mogelijke indruk te geven van de gewenste uitwerking van de bouwplannen en openbare ruimte in de volgende uitwerkingsfasen. De indicatieve berekeningen en ruimtelijke (voor) onderzoeken die bij de totstandkoming van dit Ontwikkelkader zijn uitgevoerd, bieden inzicht in de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling en de mogelijkheden voor de inrichting, bebouwing
en het gebruik van het IKDB. Bij de verdere uitwerking van deelgebieden en bouwplannen in het plangebied dienen initiatiefnemers de richtlijnen van voorliggend Ontwikkelkader te volgen en onderbouwingen aan te leveren voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL), aangevuld indien nodig, met de vereiste ruimtelijke onderzoeken. De sturing op samenhang en ruimtelijke kwaliteit, waaronder milieu- en duurzaamheidsaspecten, leef-, verblijfsen beeldkwaliteit gedurende de uitwerking- en realisatie van alle plannen in het gebied wordt gewaarborgd door een kwaliteitsteam (zie paragraaf 4.3). Daar waar in dit kader wordt gesproken over ‘de initiatiefnemer’ voor de uitwerking van de deelplannen, wordt bedoeld de samenwerkende partners in het samenwerkingsverband tussen gemeente en AM/Coebax. Dit Ontwikkelkader is gebaseerd op de stand van zaken op het moment van vaststelling en beschrijft de belangrijkste beleidskaders en regelgeving (maar niet per se uitputtend). Wet- en regelgeving, alsook gemeentelijke en provinciale beleidskaders, zijn voortdurend in ontwikkeling. Bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling dient enerzijds altijd te worden nagegaan of de in dit document genoemde kaders nog van toepassing zijn en anderzijds dient daarbij altijd te worden getoetst aan alle overige dan geldende wet- en regelgeving.
Inhoudsopgave Voorwoord
3
2
Hoofdstuk 1. Inleiding
4
Hoofdstuk 2. Locatie toen en nu
9
Hoofdstuk 3. Cultuurhistorie
13
Hoofdstuk 4. Stedenbouw en openbare ruimte
17
Hoofdstuk 5. Hoogbouw
37
Hoofdstuk 6. Programma
40
Hoofdstuk 7. Mobiliteit, Verkeer en Parkeren
45
Hoofdstuk 8. Duurzaamheid en Gezondheid
54
Hoofdstuk 9. Milieu
65
Hoofdstuk 10. Ontwikkelkader-kaart Innovatie kwartier Den Bosch
77
Hoofdstuk 11. Participatie en planologische procedures
81
Referenties
84
Bijlagen: 1. Cultuurhistorische gebiedsanalyse met Transformatiekader, projectgebied Grasso / IKDB ‘s-Hertogenbosch 2. Beeldkwaliteitsplan Innovatie Kwartier Den Bosch 3. Concept schets Inrichtingsplan IKDB 4. Hoogbouw onderbouwing IKDB 5. Nadere toelichting Well principes gezondheid 6. Passende beoordeling, Innovatie Kwartier Den Bosch 7. Plan-mer beoordeling 8. Afwegingskader geluid (spoor)wegen IKDB 9. Participatieverslag IKDB 10. Verslag schriftelijke reacties sep 2025 en inloopavond
Hoofdstuk 1. Inleiding
4
1. Inleiding De ambities, uitgangspunten en doelstellingen voor het IKDB zijn op 10 september 2024 door de gemeenteraad vastgesteld middels het Ontwikkelplan en het Ruimtelijk Raamwerk. Dit was de uitkomst van een gezamenlijk (PPSpartijen) uitgevoerd haalbaarheidsonderzoek. Het voorliggend Ontwikkelkader met bijhorende bijlagen vormt de doorontwikkeling van het Ontwikkelplan en Ruimtelijk Raamwerk tot juridisch-planologisch toetsingskader voor de toekomstige deeluitwerkingen binnen het plangebied.
1.1
Plangebied
Het IKDB is gelegen in de Brede Binnenstad van ’s-Hertogenbosch. De gemeente ’s-Hertogenbosch ziet het geheel van de historische binnenstad en de dynamische omgeving van de spoorzone als een bruisend stedelijk gebied: de Brede Binnenstad. Het plangebied wordt begrensd door het Grasso Fabriekscomplex en de afslag Nelson Mandelalaan aan de noordzijde, de Nelson Mandelalaan en het spoor aan de oostzijde, de Paardskerkhofweg aan de westzijde en de woonwijk Boschveld aan de west- en zuidzijde. Het gebied kent een gemixt gebruik, waarbij werkfuncties en bedrijfshallen de overwegende functies vormen. Deels is het gebied onbebouwd en in gebruik ten behoeve van parkeren en groen. Het NS station bevindt zich op korte afstand ten zuiden van het plangebied. Direct aansluitend bevindt zich de woonwijk Boschveld (westzijde), en het in ontwikkeling zijnde EKP-terrein Noord (noordoostzijde), waar een stedelijk woongebied met kunstacademie wordt ontwikkeld. Het plan gebied maakt onderdeel uit van een groter gebied binnen de Noordelijke Spoorzone, dat zich door ontwikkelt als onderdeel van de Brede Binnenstad.
5
Plangebied Innovatie Kwartier Den Bosch
Ten westen van het gebied bevindt zich het geluidgezoneerde industrieterrein Rietvelden ertveld met onder andere de Brabanthallen
Nieuwe woonconcepten
BBQ met de buren
Groen/blauw op hoogte
Talent behouden
1.2 Van Ontwikkelplan en Ruimtelijk Raamwerk naar Ontwikkelkader
Maandelijkse data-borrel
LA B
Actief tweede maaiveld
Doel IKDB De gemeente ‘s-Hertogenbosch is een belangrijke vestigingslocatie voor data- en ICT-bedrijvigheid. In het IKDB, in het noordelijke deel van de Spoorzone, is een sleutelpositie weggelegd voor het gebied waarin onder andere Grasso, Grenco en EKPterrein Zuid zich bevinden. Doel van het IKDB is dit gebied, als onderdeel van de Brede Binnenstad, te ontwikkelen tot een hoogwaardig en levendig stedelijk gebied waar innovatief werken met data en ICT, kennisuitwisseling, leren, wonen en beleven samenkomen.
Future is here ! Internet of Things
De gemeente heeft een groot deel van de grond en opstallen binnen het IKDB in eigendom. Daarmee is er grip op het gebied en regie op de ontwikkelingen. Om deze eigendommen succesvol te ontwikkelen tot een innovatiekwartier, heeft de gemeente de keuze gemaakt om vroegtijdig samenwerking met marktpartijen te zoeken. In 2022 is een partnerselectieprocedure gestart, waaruit ontwikkelcombinatie AM/Coebax als partner is geselecteerd. Deze partij brengt ontwikkelkracht en inhoudelijke expertise op het gebied van (economische) ecosystemen en campusontwikkeling mee, evenals ideeën voor het toekomstige beheer en exploitatie. Naast de gemeente en AM/ Coebax denkt ook de NV Bossche Investerings Maatschappij (BIM) mee in het proces. Bij de BIM zit veel kennis over de bestaande exploitatie in het IKDB, als exploitant van de Grasso en de Grenco.
6
Startup hotel
DB Scale-ups
Reparatie & helpdesk services
GB Spontane ontmoetingen
TE
BY
Research & Development
Sport & spel met collega’s
ITS Overal Wifi
B S&
Start-ups
Cloud storage
H2O O2 C
IKDB Shuttle
Uitnodigende trappen
Deel licenties
Deelmobiliteit
Gevestigde namen Koning Willem I eerstejaars rondleiding
Groen/blauwe hoofd-as
Stedelijke kabelgoot
Realtime sensors
Publiek-private samenwerking
Podium voor lokaal & wereldwijd
Waardenmakers
Langzaam verkeer overal voorrang Automated lane
Glasvezel Infrastructuur
Inspiratiebeeld Ruimtelijk Raamwerk IKDB 2024
Haalbaarheidsfase met het oog op langjarige samenwerking In 2023-2024 heeft het samenwerkingsverband tussen gemeente, AM/Coebax en BIM onderzocht onder welke voorwaarden het IKDB tot ontwikkeling kan worden gebracht. Deze haalbaarheidsfase was gericht op het verkennen van de mogelijkheden voor een langjarig partnerschap en op het bepalen van het ruimtelijke programma binnen het gebied. Daarbij is onderzocht in hoeverre relevante aspecten, zoals de samenhang tussen verschillende functies, duurzaamheid en mobiliteit, in de plannen tot hun recht komen.
Ontwikkelplan en Ruimtelijk Raamwerk Het haalbaarheidsonderzoek heeft geresulteerd in het Ontwikkelplan met het bijbehorende Ruimtelijk Raamwerk, dat op 10 september 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. De uitkomsten van de haalbaarheidsfase vormen geen vastomlijnd eindbeeld, maar bieden de eerste richtlijnen, principes en spelregels voor de gebieds ontwikkeling. Het doel hiervan was het creëren van een gezamenlijke visie, gezamenlijke doelstellingen en een gezamenlijk toekomstbeeld van het IKDB, met behoud van bestaande kwaliteiten in het gebied.
Voorblad Ontwikkelplan IKDB juni 2024
De uitkomsten van de haalbaarheidsfase zijn opgesomd in het Ontwikkelplan als must-haves van het IKDB. Deze must-haves zijn de basis voorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied. Het zijn de essentiële elementen die nodig zijn om een ecosysteem voor innovatie te laten ontstaan en verder te laten groeien tot een volwaardig IKDB. Het bereiken van deze must-haves, zal leiden tot een succesvol IKDB. Het uitgangspunt is dan ook dat de plannen in het IKDB altijd in lijn moeten zijn met deze must-haves: 1. Het IKDB biedt ruimte voor innovatie. 2. Het IKDB is een gemengd werk-, woon- en voorzieningengebied. 3. Het IKDB voorziet in een duurzame gezonde en groene woon-werkleeromgeving. 4. Het IKDB is een hoogstedelijk gebied met bijzondere, aansprekende architectuur. 5. Het IKDB hanteert een ‘strenge’ selectie van bedrijven, gebaseerd op het gebiedsprofiel.
7
6. Er is een divers en kwalitatief kantorenaanbod, gericht op de doelgroep. 7. Onderwijsinstellingen zijn betrokken bij en aanwezig in het IKDB. 8. Woonvoorzieningen zijn gericht op de doelgroep die hier werkt. 9. De plinten (begane grond/ooghoogte) bieden ruimte voor ondernemerschap. 10. Horeca is te vinden in de plinten (begane grond/ooghoogte) van de gebouwen, op de daarvoor aangemerkte locaties in de belangrijkste openbare ruimte. 11. Er is een (kleine) supermarkt aanwezig. 12. De inrichting van de buitenruimte is van hoogwaardige kwaliteit. 13. Een verbinding over het spoor verbindt het IKDB met de historische binnenstad. 14. De verbinding tussen station ‘s-Hertogenbosch en het IKDB werkt goed en is aantrekkelijk. 15. Er is een gebiedsgerichte oplossing voor mobiliteit. 16. Het IKDB is een verkeersluw gebied gericht op fietsers en voetgangers - ook de Parallelweg. 17. Mobiliteit wordt gebiedsbreed georganiseerd, met onder meer een mobiliteitshub. 18. Het IKDB heeft een goede ontsluiting voor het mobiliteitshub richting de Nelson Mandelalaan. 19. Er is een professionele bewaker van het ecosysteem: een gebiedsregisseur en/of kwartiermaker. 20. Er zijn voldoende financiële middelen om het ecosysteem te onderhouden. 21. Partijen blijven langjarig betrokken. 22. Het eigendom is in één hand om het DNA van het IKDB te behouden en te versterken.
23. Het IKDB is een goed ingerichte werkorganisatie met juiste expertise. 24. Samenwerking met bestaande ecosystemen in de stad/regio (zoals bijvoorbeeld de JADS) ter versterking van het totale data/ICT cluster van de stad
Ontwikkelkader Verrijking uitgangspunten Ruimtelijk Raamwerk en Ontwikkelplan Met de vaststelling van het Ontwikkelplan en het Ruimtelijk Raamwerk is een stevige basis gelegd voor een duurzame, hoogwaardige en succesvolle ontwikkeling en exploitatie van het IKDB. Sinds september 2024 zijn nadere onderzoeken uitgevoerd op het gebied van milieu en erfgoed. Daarnaast zijn er aanvullende studies verricht op stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsniveau. Het Beeldkwaliteitsplan is opgesteld en afgestemd met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Het resultaat van deze onderzoeken en nadere studies heeft geleid tot een aantal verdiepingen of wijzigingen in dit Ontwikkelkader ten opzichte van het Ruimtelijk Raamwerk en Ontwikkelplan: •
•
De GEA-locatie, onderdeel van het studiegebied in het Ruimtelijk Raamwerk, maakt geen onderdeel uit van het plangebied en is daarom buiten de grens van voorliggend Ontwikkelkader gehouden. Indien in de toekomst de GEA-locatie vrijkomt, biedt deze locatie eventuele kansen in de toekomst. De resultaten van het erfgoedonderzoek hebben geleid tot verrijking van de geformuleerde uitgangspunten voor een nog betere inpassing van erfgoed-waarden. Deze zijn in hoofdstuk 3 verwerkt en beschreven als toetsingskader (in het bijzonder omtrent
•
• •
•
de integratie van bestaande gebouwen en openbare ruimte rondom Grasso, showroom en de veilinghal). Daarnaast zijn ontwerpregels uit het Ruimtelijk Raamwerk aangepast ten aanzien van de ontwerpopgave voor de rooilijn van de Paardskerkhofweg. Stedenbouwkundige principes zijn in lijn gebracht met de nieuwe uitgangspunten vanuit het erfgoedonderzoek en de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan. Resultaten van milieuonderzoeken zijn verwerkt en beschreven als toetsingskader Relevante beleids- en uitgangspunten van gemeente ’s-Hertogenbosch, van belang voor het doel van voorliggend planologisch-juridisch instrument, zijn in voorliggend Ontwikkelkader opgenomen. Het gaat hier om beleid over klimaatadaptatie, groen, duurzaamheid en gezondheid. Voor wat betreft programma, is een totaaloppervlak van 105.000 m2 in plaats van 100.000 m2 (zoals nog het uitgangspunt was in het raadsbesluit van september 2024) als maximaal toe te voegen programma in het gebied opgenomen.
Hoofdraamwerk-kaart uit Ruimtelijk Raamwerk versus Ontwikkelkaderkaart Het voorliggend Ontwikkelkader bestaat uit de toelichting, de Ontwikkelkaderkaart en bijlagen. De Ontwikkelkaderkaart is opgesteld om op één kaart een totaaloverzicht van de kaders uit dit Ontwikkelkader te presenteren. Deze kaart moet altijd in samenhang worden gelezen met de teksten in dit Ontwikkelkader. De Ontwikkelkaderkaart borduurt voort op de “hoofdraamwerk-kaart” en onderliggende thema-
8
kaarten uit het Ruimtelijk Raamwerk. Echter, het gaat verder dan de weergave van het concept voor het gebied. In de Ontwikkelkaderkaart is essentiële informatie, in directe relatie met de toelichting en bijlagen, verwerkt. Dit heeft te maken met het doel van het Ontwikkelkader waarin rechtszekerheid voorop staat. Daarom zijn in de Ontwikkel kaderkaart meer richtinggevende kaders zoals bebouwingspercentages, functies en hoogtes per bouwveld.
te passen binnen dit Ontwikkelkader, dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Een ontwikkelkader is geen wettelijk instrument, maar een kaderstellend beleidsdocument dat vanwege de kaderstellende functie door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De vormgeving van dit Ontwikkelkader volgt de werkwijze zoals gebruikelijk in de gemeente ’s-Hertogenbosch en is bekend bij de gemeente raad.
Juridische status Het uitgangspunt voor dit Ontwikkelkader is dat het een zelfstandig leesbaar document is en een richtinggevend kader vormt voor de latere deeluitwerkingen. Het is een planologischjuridisch toetsingskader voor in te dienen deelplanuitwerkingen en vergunningen in het IKDB-gebied. Essentiële onderdelen van het Ruimtelijk Raamwerk en Ontwikkelplan, die van belang zijn als toetsingskader voor verdere deel-ontwikkelingen, zijn daarom in voorliggend Ontwikkelkader opgenomen. Dit maakt de toetsing van deelplanuitwerkingen straks duidelijk. Voor achtergrondinformatie of aanvullende informatie, wordt ook verwezen naar het Ruimtelijk Raamwerk en Ontwikkelplan. Daar waar het Ontwikkelkader strijdig is met het Ontwikkelplan of het Ruimtelijk Raamwerk, prevaleert het Ontwikkelkader.
Dit Ontwikkelkader is de volgende stap richting de gewenste transformatie van het gebied. Het beschrijft een integrale visie op de toekomstige plannen in het IKDB en de daaruit voortvloeiende (toetsing)kaders voor bebouwing, openbare ruimte en verkeer. Deze (toetsing)kaders gaan over ruimtelijke en functionele thema’s, zoals stedenbouw, beeldkwaliteit, landschappelijke inrichting, erfgoed, programma, mobiliteit, duurzaamheid en milieu. Door al deze thema’s in samenhang te beschouwen, wordt toegewerkt naar de gewenste samenhangende gebiedsontwikkeling.
De gewenste gebiedsontwikkeling van het IKDB past niet binnen het omgevingsplan van ‘s-Hertogenbosch. Om de plannen mogelijk te maken kan het omgevingsplan worden gewijzigd (WOPLA) of van het omgevingsplan worden afgeweken met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactivieit (Bopa). Het uitgangspunt is dat de plannen altijd dienen
1.3
Het beoordelingskader voor plannen
Het Ontwikkelkader fungeert dus als toetsings kader voor alle toekomstige deelplanuitwerkingen in het IKDB. Alle ontwikkelingen binnen het plangebied worden uitgewerkt in concrete deelplannen op basis van de ambities uit dit kader. In deze uitwerking worden onderbouwde keuzes gemaakt rekening houdende met de haalbaarheid van het programma en betaalbaarheid van de totale planontwikkeling. Het doel is om een aantrekkelijk innovatiekwartier te ontwikkelen waarin het beoogde innovatie ecosysteem volop tot wasdom komt.
Hoofdstuk 2. Locatie toen en nu
9
2.
Locatie toen en nu
Het is bijzonder dat het IKDB – een gebied met een grootschalige industriële geschiedenis – zo strategisch is gelegen in de Brede Binnenstad van ’s-Hertogenbosch en binnen het Spoorzonegebied. Het industriële karakter is nog altijd goed zichtbaar in het gebied. De ontstaansgeschiedenis is uitgebreid beschreven in het Ruimtelijk Raamwerk. Ter verdieping is aanvullend een cultuurhistorisch erfgoedonderzoek uitgevoerd, waarin de ontwikkeling van het gebied en de aanwezige gebouwde en landschappelijke waarden zijn onderzocht. Een samenvatting van de historische ontwikkeling van het gebied tot op heden is opgenomen in dit hoofdstuk. Hoofdstuk 4 gaat nader in op de betekenis van de aanwezige gebouwde en landschappelijke waarden voor de verdere ontwikkeling van het IKDB.
2.1
Historie
Bijzondere historie In de tweede helft van de 19e eeuw was ’s-Hertogenbosch nog volledig omringd door stenen vestingmuren en aarden wallen, gelegen op een hoger deel van het landschap. Daarbuiten lagen lagergelegen, moerassige inundatiegebieden die het grootste deel van het jaar onder water stonden, waardoor bebouwing vrijwel onmogelijk was. Om het waterprobleem te beheersen, werden uitvalswegen geleidelijk verhoogd.
Locatie nu met de directe omgeving
10
De Paardekerkhofsteeg en de Deuterse Weg vormden vanuit de St. Janspoort de enige verbindingen met het westelijk gebied buiten de wallen. Na de opheffing van de vestingstatus in 1874 ontstond ruimte voor stedenbouwkundige ontwikkelingen buiten de beperkingen van de vestingwerken. Al in 1868, net vóór die opheffing, werd aan de westzijde van de stad de eerste spoorlijn aangelegd. Deze sloot ’s-Hertogenbosch aan op de spoorverbinding Eindhoven–Boxtel en Utrecht. Hoewel de gemeente het station liever aan de zuidzijde had gezien, koos het Ministerie van Oorlog om strategische redenen voor een locatie ten westen van de stad.
Geschiedenis van de wegenstructuur
Het gebied ten westen van het spoor kennen we nu als Boschveld en het Paleiskwartier. Voor de ontwikkeling van het Paleiskwartier bevond zich hier het industrieterrein De Wolfsdonken. Boschveld ontwikkelde zich tot een gemengd gebied met zowel industrie als woningen. In het eerste kwart van de 20e eeuw was het, net als de kop van het Zand bij de Dieze, een belangrijke locatie voor de industrialisatie van de stad.
Geschiedenis van de woonbebouwing
In 1920 werden in de directe omgeving van de Paardskerkhofweg diverse wegen verhard met sintels afkomstig van de voormalige gasfabriek Vughterpoort. Enkele jaren later leverden de Staatsspoorwegen eveneens sintels als verhardingsmateriaal voor de wegen langs de Parallelweg. Dit alles had als doel het gebied geschikt te maken voor intensief gebruik als industrieterrein. Het oostelijke deel van het plangebied diende lange tijd als spoorwegraccordement, terwijl ten noorden daarvan tot in de jaren vijftig een spoorweghaven was gevestigd.
Geschiedenis van Grasso In het destijds laaggelegen en drassige gebied ten westen van de spoorlijn werd in 1912 het eerste fabriekscomplex opgericht: Grasso. Het gebied moest hiervoor circa 3 meter worden opgehoogd. Tot de jaren vijftig bleef het industriegebied rondom Grasso relatief beperkt bebouwd. De belangrijkste stedelijke ontwikkelingen vonden plaats ten noorden van het Grasso-complex, met de realisatie van de Veemarkt (1929-1931) en een woongebied rondom de Koestraat. Ten zuiden hiervan werd langs de uitvalsweg naar Deuteren een grootschalig sportpark aangelegd.
11
Locatie Grasso, 1990. Bron: Foto Wies van Leeuwen, collectie BHIC, nr. PNB001033498
De fabriekshal en kantoorvleugel van Grasso hebben een hoge waarde en zijn sinds 2001 beschermd als rijksmonument. Het veilinggebouw staat op de lijst als een potentieel gemeentelijk beschermd monument.
Pas na de oorlog ontstond ten zuidwesten van het Grasso-complex de eerste woonbebouwing in het uitbreidingsplan West. Dit plan laat een gedifferentieerd beeld zien van de stadsontwikkeling van ’s-Hertogenbosch met de projectie van woonwijken, industrieterreinen en groengebieden. In 1946 kwam de realisatie van het uitbreidingsplan West I in een stroomversnelling. Tijdelijk vonden noodwoningen een plek naast het spoor en de Parallelweg voor het oplossen van de woningnood na de Tweede Wereldoorlog. In 1946 werd begonnen met het opspuiten van de weilanden in het gebied met zand uit de Ertveldplas. Het grootste deel van de woonwijk Boschveld is in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw gerealiseerd. De nieuwe wijk was vooral bedoeld voor arbeiders, kantoorpersoneel en middenstanders van de nabijgelegen haven- en industrieterreinen. De wijk werd in 1957 voltooid.
In het spievormige gebied wat opgespannen wordt door de Parallelweg en de Paardskerkhofweg is in 1934, naast de Grasso fabriek en kantoorvleugel, een groente- en fruitveiling gebouwd. Maar ook het almaar groeiende Grasso bedrijf bebouwt dit gebied vanaf de jaren vijftig en zestig geflankeerd door woonwijken en het spoor.
Geschiedenis van het Grenco-complex en de Hooge Donken Het Grenco-complex, onderdeel van het Grasso-ensemble, bestaat uit een verzameling bedrijfsgebouwen, kantoorruimtes en een showroom, gelegen tussen de oude Grasso-fabriek en de veilinghal. Grenco – tegenwoordig bekend als GEA – is nog steeds actief in de oude Grasso-
hallen met de productie van koelcompressoren. De bebouwing van Grenco is onderling verbonden door een doorlopende corridor, die een functionele koppeling vormt tussen alle bedrijfsruimtes. Aan de zuidzijde wordt het gebied gekenmerkt door een reeks woonhuizen met kleinschalige bedrijven en wordt afgesloten door het kantoorpand Hooge Donken, gebouwd in 1998.
Locatie Grasso, 1990. Bron: Foto Wies van Leeuwen, collectie BHIC, nr. PNB001033498
12
Hoofdstuk 3. Cultuurhistorie
13
3.
Cultuurhistorie
Het verhaal van deze locatie wordt in sterke mate bepaald door haar industriële verleden en de onlosmakelijke verbondenheid met de binnenstad. Het oorspronkelijke gebruik en de nog aanwezige historische gebouwen en structuren vormen zowel een inspiratiebron als een uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen in het IKDB. Voor een korte beschrijving van de ontstaansgeschiedenis wordt verwezen naar het voorgaande hoofdstuk, hoofdstuk 2 van dit Ontwikkelkader. Deze plek heeft een bijzondere industriele geschiedenis. Hier vonden de eerste stedelijke ontwikkelingen ten westen van het spoor plaats, met Grasso als pionier en blijvend aanwezige
gebruiker. Het DNA en het verhaal van de plek worden benut als dragers voor de verdere ontwikkeling van het IKDB. Oud en nieuw worden met elkaar verbonden, waarbij de bestaande karakteristieken zichtbaar en herkenbaar blijven in de toekomstige gebiedsontwikkeling. Hieronder valt in ieder geval behoud van de wezenlijke erfgoed- en monument waarden , waarbij een connectie aangegaan kan worden met de toekomstige ontwikkelingen. Ook de relatie en de interactie met de omliggende gebieden ten westen en noorden ervan (Boschveld en het Veemarktkwartier) dient onderkend te worden. Dat geldt ook voor het spoorgebied aan de oostzijde en de overzijde van het spoor met de wijk het Zand (Rijksbeschermd stadsgezicht).
Fabriekshal Grasso. Afdeling Erfgoed, gemeente ‘s-Hertogenbosch
Grasso en Grenco 1937. Afdeling Erfgoed, gemeente ‘s-Hertogenbosch
14
Fabriekshal Grasso 1942. Afdeling Erfgoed, gemeente ‘s-Hertogenbosch
De bouw- en cultuurhistorische waarden in het gebied zijn dan ook van groot belang voor de toekomstige leefomgeving van het IKDB. Ze vormen een fundament voor de identiteit van het gebied en dragen bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Bescherming en behoud van deze unieke waarden betekent niet dat nieuwe ontwikkelingen worden uitgesloten, maar dat het verleden op een respectvolle manier wordt verweven met nieuwe plannen. Zo kunnen historische kenmerken richting geven aan eigentijdse ontwerpen en fungeren als inspiratiebron voor innovatie. Om deze waarden goed in beeld te krijgen, is in de voorbereiding van het Ontwikkelkader een cultuurhistorisch erfgoedonderzoek uitgevoerd door ‘Monumenten Advies Bureau’ (zie bijlage 1). Dit onderzoek heeft geresulteerd in een rapport, dat met de cultuurhistorische analyse inzicht heeft gegeven in de ruimtelijke en cultuurhistorische waarden in het totale gebied. Op basis hiervan heeft het adviesbureau een transformatiekader opgesteld, waarin de waardevolle elementen zijn vertaald naar concrete richtlijnen en aanbevelingen voor ontwikkeling met behoud van erfgoedwaarden. De erfgoedwaarden zijn verder vertaald in het Beeldkwaliteitsplan (BKP) en onderdeel geworden van het ontwikkelconcept. De uitkomsten zijn hieronder samengevat in toetsingskaders.
De waarden worden gekoppeld aan functies en programma en spelen hierdoor een belangrijke rol in het functioneren van het gebied. Voor de te herbestemmen en te transformeren gebouwen zijn er ontwerphoudingen geformuleerd die in het BKP verder worden uitgediept.
15
Hoge waarde Positieve waarde Basiswaarde Indifferente waarde Hoge waarde open ruimte Positieve waarde open ruimte Waardevolle zichtlijn binnen terrein Waardevolle functionele route
Ruimtelijke en cultuurhistorische waarden gebouwen en terreinen. Bron: Cultuurhistorisch rapport IKDB, MAB, 2025
Ontwerphoudingen Veilinghal en Showroom Medium transformatie: De Veilinghal en de showroom blijven herkenbaar als historische gebouwen en vervullen, na herbestemming, een centrale rol als ontmoetingsplek in het Innovatiekwartier. De bestaande karakteristieken van deze iconische gebouwen blijven behouden en wordt gerestaureerd. Dit gebeurt op een terughoudende manier met subtiele architectonische interventies waarbij maat en schaal en behoud van het oorspronkelijk volume en materiaal leidend zijn. Interventies zijn herkenbaar afleesbaar als nieuwe tijdslaag zonder historische
stijlen te imiteren. De nieuwbouw achter de showroom onderscheidt zich in materialisatie en kleur maar verwijst in stijlkenmerken naar het bestaande. Een nieuwe toevoeging op het veilinggebouw is een nieuwe architectonische laag en vormt een samenhangend geheel met het oorspronkelijke gebouw. Uitbreiding veilinghal en hal achter de showroom Grote transformatie: De uitbouw van de Veilinghal en de hal achter de showroom blijven herkenbaar als zelfstandig bouwwerk, waarbij de ambitie is om karakteristieke elementen zoals spantconstructies en delen van de fabrieksgevels te behouden.
Toetsingskaders: •
•
•
•
•
16
Het industriële verleden van het gebied omarmen, zowel in bebouwing als in structuur en ruimte. Onderzoeksbureau MAB (Monumenten Advies Bureau) heeft het gebied cultuurhistorisch gewaardeerd (Cultuurhistorische gebiedsanalyse met transformatiekader) (bijlage 1). Gebruik de rapportage als inspiratie en als input voor ontwerpopgaves voor deze gebiedstransformatie. Alle interventies en transformaties van te handhaven gebouwen of structuren worden beoordeeld door een integraal Q-team (nader in te vullen, zie hoofdstuk 4.3) en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Vanuit Erfgoed ’s-Hertogenbosch wordt verdere input en ondersteuning geboden. De GEA-locatie en kantoorvleugel Grasso (rijksmonumenten) en bijbehorende bouwwerken zoals de fabrieksmuur, garage en woonhuis en expeditiehal vallen grotendeels buiten het plangebied maar vormen wel een belangrijke schakel en zijn bepalend voor het ensemble van het toekomstige IKDB. Overgangen in maat en schaal naar dit complex toe dienen zorgvuldig te worden ontworpen. Het gebied behoudt haar industriële identiteit, de belangrijkste waardevolle gebouwen en structuren blijven bewaard (zie het BKP) of worden op innovatieve wijze getransformeerd of opgenomen in de gebiedsontwikkeling.
Transformaties, interventies en toevoegingen kunnen een eigenheid hebben in maat, schaal, materiaal en kleur maar zijn wel in balans met de bestaande kernkwaliteiten. De bestaande beeldkwaliteit niet verdringen. Afstemming en aansluiting dient gezocht te worden met de bestaande structuren en kenmerken van de omliggende gebieden ten westen, noorden en
• •
•
•
•
oosten (overzijde spoor) van het gebied. De fabriekscorridor vormt een belangrijke drager en kapstok voor de gebiedsontwikkeling. De fabrieksstraat tussen het Grassokantoor en de Grencohallen kent een hoge waarde, niet alleen als zichtlijn en open ruimte maar ook deels in fysiek materiaal. De voormalige showroom is een bouw- en cultuurhistorisch beeldbepalend gebouw en transformaties dienen in dat licht te worden bezien. De ontwerphouding is een medium transformatie. Voor de achterliggende hallen zijn behoud van de spanten en de essentie van de zijgevel hier essentieel. Hier ligt een ontwerpopgave om de kernkwaliteiten te borgen. De ontwerphouding is een grote transformatie. De voormalige veilinghal is een potentieel gemeentelijk monument en een belangrijke identiteitsdrager, transformaties dienen in dat licht te worden bezien. De ontwerphouding is een medium transformatie: het pand wordt behouden en gerestaureerd voor een nieuw gebruik. Dit gebeurt op een terughoudende manier met subtiele architectonische interventies. Op het veilinggebouw kan een volume worden geplaatst. Het nieuwe object onderstreept het innovatieve karakter van het gebied. De uitbreiding bij de veilinghal heeft een basiswaarde en vertelt mede het verhaal van het gebied. Het gebouw kan grote interventies aan.
Een krachtig ontwerp en programma, als ondersteuning aan het veilinggebouw, draagt bij aan behoud van het industriële verleden. De ontwerphouding is een grote transformatie: het gebouw blijft zijn stoere en authentieke karakter tonen maar grote interventies, als onderdeel van het innovatiebos, zijn mogelijk.
•
•
•
•
•
De thematische jaren dertig werk-woningen als inspiratie gebruiken voor nieuwe ontwikkelingen (architectuurschema of als thema). De karakteristieke zaagtand komt op een aantal plekken terug aan de Paardskerkhofweg in zowel de nieuwbouw als de openbare ruimte. De open ruimte voor de showroom en achter de hallen naast de fabrieksstraat, het Grassoplein, zijn hoog gewaardeerde gebieden. Benut de gedefinieerde waarde voor nieuwe bebouwing rond deze plekken. Gebruik de informatie over historische relicten in de openbare ruimte (aanwezig en verdwenen) als inspiratie voor de inrichting van het openbaar gebied. Nadere uitgangspunten zijn verwoord in het Beeldkwaliteitsplan zoals beschreven in par. 4.3 en gelden daarmee ook als toetsingskader
Hoofdstuk 4. Stedenbouw en openbare ruimte
17
4.
Stedenbouw en openbare ruimte
In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en principes voor stedenbouw en openbare ruimte uiteengezet. De uitgangspunten en ambities voor stedenbouw en de openbare ruimte uit het Ruimtelijk Raamwerk vormden het vertrekpunt voor het Ontwikkelkader. Deze zijn aangevuld met de verdieping van ruimtelijke thema’s zoals cultuurhistorie, milieuaspecten, beeldkwaliteit en hoogbouw.
4.1. Stedenbouw Het IKDB ontwikkelt zich verder tot een hoogwaardig, levendig en leefbaar stedelijk gebied, waar innovatie zichtbaar en ervaarbaar is. De gebiedsontwikkeling draagt bij aan de verdere versterking van de Bossche Brede Binnenstad. Het IKDB is onlosmakelijk verbonden met haar omgeving en maakt deel uit van de hoogstedelijke ontwikkeling van de Noordelijke Spoorzone in de komende jaren. Tegelijkertijd is het van belang de aansluiting op de bestaande wijk Boschveld te waarborgen.
DNA sporen van het gebied, worden bij de verdere ontwikkelingen ten volle benut voor een waardevolle aanvulling met een eigen karakter binnen de Spoorzone en Brede Binnenstad. De ruimtelijke opzet en kwaliteit bieden de juiste omstandigheden om deze ambities te realiseren.
Drie pijlers voor innovatie Het creëren van innovatie wordt gestimuleerd door het samenbrengen van verschillende mensen, met diverse achtergronden in een omgeving die ontmoetingen bevordert en kennisoverdracht mogelijk maakt: een interactiemilieu. Dit worden de drie pijlers van innovatie genoemd: mensen of netwerk, mix van economische disciplines en ruimte voor ontmoeting en uitwisseling. •
Visie op de opgave Binnen de Brede Binnenstad vormt het IKDB een belangrijke en onderscheidende vestigingslocatie voor data- en ICT-bedrijvigheid: een toonaangevend innovatiemilieu. Het IKDB moet hét gebied worden waar innovatief werken met data en ICT, kennisuitwisseling, wonen en beleven samenkomen. Het wordt een plek die nauw verbonden is met de omgeving en waar vele verschillende gebruikersgroepen een plek vinden. De aanwezige potentie van het gebied, strategische locatie op loopafstand van het station, de Dieze en de Binnenstad, samen met de herkenbare
18
•
•
Mensen zijn de drijfveer van innovatie. Het is daarom van belang mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen en de omgeving zo in te richten dat ontmoetingen worden gefaciliteerd. Daarom is de vormgeving van gebouwen, openbare ruimten samen met de locatie van functies en programma, cruciaal. Mix. Innovatie ontstaat wanneer verschillende kennis of disciplines samenkomen. Door het bijeenbrengen van uiteenlopende ideeën, inzichten en concepten kunnen vruchtbare kruisbestuivingen ontstaan. Daarom is het van essentieel belang om een zo divers mogelijke mix van werken, wonen, leren, wonen en leven in het gebied te hebben. Ruimte. Om verschillende mensen samen te laten komen is een aantrekkelijke, duurzame, gezonde, groene en veilige bebouwde en onbebouwde omgeving de sleutel tot succes.
Voorbeelduitwerking
Inspiratiebeeld. Een innovatieve plek waar kennis en data wordt uitgewisseld. Aarhus, Denmark. Rasmus Hjortshøj
Toetsingskaders in relatie tot de drie pijlers voor innovatie: •
Scale-ups Fietsers Wer k ne mer Ku s nst en St aar ar t-u s ps
ten Studen ks ge e ds & s p Ner u wn n ge Gro lin ve tie ea Cr Be
Gebruik is complementair Hu
ur
I nd ivid
uel e
Ma we rk
ke
zo e
ke rs rs Lera ren
Ha
cke
Mensen
rsp
n
Innovatie
innovation assets
Ruimte
economic assets
physical assets
Hyb
ride
Re
se
arc
ru
im t h l es lee ab rom s gev Micro ing -appa rtem ents Café’s
Mix
Drie pijlers voor innovatie
Veelvoud aan diversiteit
•
Ruimte voor ontmoeting n te oe tm d On inen vel aai e l m P ede ch Twe n Bos e d p o Zicht Grasso Langs het spoo r Cultu reel e rfgoe Vei d ling Ide hal nt ite its dr ag ers
om ro n ow lle Sh A-ha er lop GE ene Gro os atie b Innov Dwaalmilieu
tie
k er W rs IT’e rt Buu
in ge
Experience en ening s i z r o o ub Deelv itsh e t i bs bil kla Mo r Wo Pr od uc
rs ve e g
networking assets
w on
ac e ple k ke n Hore ca IT Faciliteiten
19
•
• •
• •
•
Het stimuleren van ontmoeting met gedeelde voorzieningen binnen gebouwen en in de openbare ruimte. Strategische locatie van ingangen van gebouwen en functies in de openbare ruimte. Een mix van werken, wonen, leren en beleven, in een hoogstedelijke dichtheid, gericht op levendigheid en leefbaarheid. Een aantrekkelijke, duurzame, gezonde, groene en veilige omgeving. Het creëren van een dwaalmilieu en ontmoetingsplekken waarbij het gebied autoluw wordt ingericht. Innovatie is zichtbaar en ervaarbaar zowel binnen gebouwen als de openbare ruimte. Het gebied is levendig op ooghoogte. Plinten zijn zorgvuldig ontworpen en interactie tussen binnen en buiten wordt gestimuleerd. Gebouwen zijn adaptief, onder meer door een hoge plintmaat zoals vastgelegd in voorliggend Ontwikkelkader.
Aansluiting op de Brede Binnenstad De ambitie is om IKDB complementair en aanvullend te laten zijn aan (en onderdeel van) de Brede Binnenstad, goed verbonden met haar omgeving en gericht op uitwisseling tussen mensen en functies. Dit wordt als volgt ingevuld:
van de Spoorzone ’s-Hertogenbosch, verbindt lokale groenstructuren en het netwerk voor wandelen en fietsen. Er zijn verschillende opgaven:
•
Locatie toen en nu / DNA van het gebied Het onderscheidend DNA van de locatie wordt sterk bepaald door haar industriële historie en onlosmakelijke verbondenheid met de Brede Binnenstad. Het oorspronkelijke gebruik en de nog aanwezige historische gebouwen en structuren vormen zowel inspiratiebron als uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen. De bijzondere industriële historie van deze plek voegt een bijzondere waarde toe aan de locatie. Hier vonden de eerste ontwikkelingen ten westen van het spoor plaats, met Grasso als pionier en nog steeds aanwezige gebruiker. De pioniersfunctie van Grasso komt onder meer tot uiting in een mix van elkaar versterkende functies. De monumentale bebouwing en structuren vormen nog steeds een icoon in het gebied. Het DNA en het verhaal van de plek worden mede ingezet als dragers voor de verdere ontwikkeling van het IKDB. Hierbij worden oud en nieuw met elkaar verbonden, en blijven de bestaande karakteristieken zichtbaar en herkenbaar in de toekomstige gebiedsontwikkeling. Karakteristieke plekken krijgen extra betekenis met toegankelijke functies en programmering.
•
Het slechten van de barrières over het spoor en weg en het gebied zowel noord-zuid als oostwest verbinden. − Het oeverpark vormt een belangrijke aantrekkelijke verbinding langs het water. − De verbinding over het spoor is essentieel om de Bossche Stadsdelta met het Innovatie Kwartier te verbinden (en in ruimer verband West, Boschveld met de historische binnenstad). De brugverbinding voor langzaam verkeer is nodig ter verfijning van het netwerk openbare ruimte, verkorten van loopafstanden en het toegankelijk maken van de Mobiliteitshub voor een ruim gebied. − In noord-zuid richting speelt de as vanaf het centraal station tot aan de Dieze een belangrijke rol. De ‘groene loper’ schakelt meerdere gebieden en openbare ruimten aaneen. Een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer vraagt om meer routes door het gebied heen.
Uitstekend verbonden Goede verbinding(en) met haar omgeving zijn cruciaal voor het succes en de aantrekkelijkheid van IKDB als innovatiedistrict. De locatie als onderdeel
20
Impressie samenhang noordelijke spoorzone (KCAP)
Station ‘s-Hertogenbosch
Complementair in de Spoorzone Het IKDB wordt een nieuwe aanvulling op de Spoorzone en de Brede Binnenstad. Samen met de Bossche Stadsdelta en EKP-terrein Noord zal het IKDB een publiekstrekker zijn van de Noordelijke Spoorzone, in het bijzonder voor bedrijven en kennisinstellingen op het gebied van data en ICT innovatie. IKDB heeft een eigen karakter en identiteit, en tegelijkertijd verweven met haar omgeving. Ontwikkelingen in de Spoorzone zijn aanvullend aan elkaar, niet concurrerend, om kruisbestuiving te bevorderen.
Groene schakel Het gebied in en rondom het IKDB biedt vele kansen om het groene netwerk van de stad te versterken op verschillende schaalniveaus. Het IKDB verbindt zowel groene hoofdstructuren als fijnmaziger groen in het stedelijk weefsel. De belangrijkste groenstructuren in en rondom het IKDB bevinden zich langs de randen en aan het water (oeverpark). De ecologische zone langs het spoor kan aan de Nelson Mandelalaan versterkt worden. Als secundaire groenstructuur kan er aangehaakt worden op de groenstructuur van Boschveld. De Parallelweg verbindt als Groene loper een langzaam verkeer verbinding van het station naar de Dieze. Op kleine schaal kan een doorwaadbaar groen netwerk van straten en stegen gerealiseerd worden dat aanhaakt op de omgeving.
Luchtfoto Spoorzone. De Dieze schakelt meerdere gebieden en openbare ruimten aaneen.
De Zwarte Hond, Aliander Westpoort Amsterdam kantoor
21
Toetsingskaders in relatie tot de aansluiting op de Brede Binnenstad: •
•
•
•
Het DNA en verhaal van de plek worden mede als drager ingezet voor de doorontwikkeling, waarbij oud & nieuw worden verbonden en bestaande karakteristieken blijvend afleesbaar blijven. Toevoeging van kwalitatieve verbindingen, in belangrijke mate gericht op langzaam verkeer op zowel stedelijk schaalniveau (verbinding over het spoor en de groene loper Station-Dieze) als fijnmazige verbindingen op gebiedsniveau. IKDB vormt een aanvulling op de programmaprofielen in de Brede Binnenstad, elkaar versterkend en niet concurrerend. Versterking van het groene netwerk op zowel stedelijk schaalniveau (Nelson Mandelalaan, Innovatiebos) als een fijnmazig groen netwerk dat aanhaakt op de omgeving.
Mix van programma en ontmoeting verbonden door netwerk
Inspiratiebeeld. Levendigheid op straat
Om deze diversiteit te accommoderen, moeten er verschillende programmamogelijkheden beschikbaar zijn. Dit wordt gefaciliteerd door verschillende korrelgroottes (footprints van gebouwen) waardoor er variatie is in het aanbod van werkplekken, passend bij de wensen en behoeften van toekomstige gebruikers. Gebruikers en bezoekers komen samen op strategisch gepositioneerde plekken aan de hoofd openbare ruimtes.
Inspiratiebeeld. Groen netwerk van straten en stegen
22
In het plangebied worden het Grassokwartier en het Veilingkwartier onderscheiden. De kwartieren worden met elkaar verbonden door een innovatienetwerk dat niet alleen belangrijke plekken en gebouwen met elkaar verbindt, maar ook de geschiedenis (gebouw en elementen) en toekomst van het gebied. Ruimtelijk, spelen hier de structuur, vormgeving en materialisatie van de openbare ruimte, de positionering en architectuur van de bouwvolumes, samen met de strategische mix van programma, een cruciale rol. Via- en door het nieuwe ruimtelijke raamwerk, kan het innovatienetwerk bloeien. Diverse gebruikers komen in contact met elkaar.
Grassokantoor & Showroom
Grassokwartier
Grassoplein Nieuw icoon Innovatiebos
Veilingkwartier
Edisonplein
Kwartieren IKDB
Drie hoofd openbare ruimtes
Divers programma Deze kaarten zijn afkomstig uit het Ruimtelijk Raamwerk (2024), opgesteld door Fabrications
23
Veilinghal
Iconische gebouwduo’s
Activeringsplekken
Toetsingskaders voor de mix en ontmoeting: •
• • •
•
•
• •
24
Innovatie is zichtbaar en ervaarbaar, zowel in de gebouwen als in openbare ruimte. Het gebied bruist innovatie, en dat is onder meer zichtbaar in de gezamenlijke ontmoetingsplekken. Een mix van werken, wonen en voorzieningen in verschillende korrelgroottes. Strategische locatie van ingangen van gebouwen en functies in de openbare ruimte. Binnen het plangebied is sprake van complementaire sferen in de openbare ruimte en gebouwen. Het gebied is zorgvuldig en veilig ingericht voor langzaam verkeer (STOMP) en stimuleert ontmoeting, dwalen en interactie. Overal in het gebied, in de straat en op gebouwniveau is ruimte voor samenwerken en ontmoeten. Het maaiveld wordt geactiveerd door levendige plinten en het dakenlandschap. Specials (bijzondere gebouwen en functies) worden gepositioneerd aan de hoofd openbare ruimtes.
Het stedenbouwkundig concept Het stedenbouwkundig concept borduurt verder op de aanwezige stedenbouwkundige structuur en verkavelingsrichtingen, legt verbindingen en stuurt op een fijnmaziger maat (korrel), met als doel een omgeving te creëren die uitnodigt tot uitwisseling en ontmoeting tussen de gebruikers en bewoners.
Twee kwartieren, bestemmingen & iconen In de kwartieren is er een levendige mix van werken, wonen en voorzieningen. Om deze mix te faciliteren, heeft elk kwartier een openbare ruimte van betekenis. Deze openbare ruimten zijn onderling verschillend, waardoor ze aanvullend op elkaar werken binnen het geheel; denk hierbij aan een plein, binnentuin, bos of een parkachtige ruimte. Aan en op deze openbare ruimte plekken staan zowel historische als toekomstige iconische gebouwen. Deze gebouwen fungeren als ontmoetingsplekken en stimuleren uitwisseling en interactie. De openbare ruimte plekken zijn naast “een bestemming” in het IKDB ook van belang als schakelpunten in de verbindingen op het niveau van de (Brede Binnen)stad.
De huidige situatie dient als onderlegger voor het raamwerk
De historische iconen krijgen een prominente positie
Kenmerkende richting gebied als vertrekpunt
Station naar Dieze en Boschveld naar Bossche Stadsdelta verbonden
1. Huidige situatie
2. Historische iconen
3. Dominante west-oost oriëntatie
4. Hoofdverbindingen
Deze kaarten zijn afkomstig uit het Ruimtelijk Raamwerk (2024), opgesteld door Fabrications
25
Aansluiten op het straten-netwerk van Boschveld
Oorspronkelijke fabriekscorridor verbindt hoofd openbare ruimtes
Een dwaalmilieu van straten wordt geïntroduceerd
Bouwblokken variëren in korrelgroottes en programma
5. Aansluiting Boschveld
6. Fabriekscorridor
7. Dwaalmilieu
8. Diversiteit
Deze kaarten zijn afkomstig uit het Ruimtelijk Raamwerk (2024), opgesteld door Fabrications
26
Massa en korrelgrootte De massaopzet en de richtlijnen voor bebouwing hebben betrekking op meerdere schaalniveaus. Vanuit onder meer de samenhang met de omgeving, de ontwikkeling als onderdeel van de stadsentree en ervaring vanaf ooghoogte. De ervaring voor de gebruikers en bezoekers speelt een belangrijke rol. Er wordt aandacht besteed aan de programmaopgave met een stedelijke dichtheid, met daarbij oog voor een prettige menselijke maat. Er gelden principes voor bouwhoogtes, samenstelling en korrelgroottes (de footprint van een gebouw). De principes dienen in samenhang met elkaar te worden gelezen.
Bouwvelden en inpassing cultuurhistorische waarden De stedenbouwkundige opzet gaat uit van een drietal hoofd openbare ruimten en lange doorlopende wegstructuren. De contour hiervan bepaalt de gebieden waarbinnen bebouwing is toegestaan; de bouwvelden. Uitkomst van het cultuurhistorisch onderzoek is onder meer dat de waarden rondom het Grasso kantoor en de aangrenzende showroom en bedrijfshal (hal 5) om een nadrukkelijke inpassing vragen. Het zicht en ruimte rond het entreegebied van Grasso aan de oostzijde blijven gewaarborgd. Om deze reden voorziet dit Ontwikkelkader in het handhaven van de open ruimte aan de oostzijde van de showroom. Ook aan de Paardskerkhofweg wordt er open ruimte gehandhaafd, ten behoeve van zichtrelaties met het Grasso monument en de aangrenzende fabrieksstraat en behoud van de kenmerkende ‘zaagtandrand’ (repetitie in een getrapt verloop van de rooilijn). Het Grassoplein krijgt hiermee een relatie met de Parallelweg, en
27
de showroom een plek op het plein. Ten westen van de showroom is, direct aangrenzend, een beperkt bouwveld opgenomen om de mix tussen oud en nieuw op het plein te kunnen invullen, en te markeren aan de entree van IKDB aan de Parallelweg. Op deze onderdelen vormt het Ontwikkelkader een verdere uitwerking ten opzichte van het Ruimtelijk Raamwerk.
Aansluiting op de context De ruimtelijke opzet van het totaalgebied gaat uit van een zorgvuldige aansluiting op de omgeving. Deze opzet is gebaseerd op een geleidelijke hoogteopbouw van lager aan de westzijde, gericht op een zorgvuldige overgang naar de aangrenzende woonwijk Boschveld, naar hoogstedelijk aan de zijde van het spoor waar meer lucht en ruimte aanwezig is en wordt aangesloten op de stadsentree.
Legenda Zoekgebied hoogste gebouw Zoekgebied hoogte acce nt(en) Indicatieve zone hoogste acce nten ≤ 70m* Indicatieve zone hoogbouw ≤ 60m Indicatieve zone middenhoogbouw ≤ 45m Indicatieve zone laagbouw ≤ 15m** Indicatieve overgangszone * in vervolgfase mogelijkheden onderzoeken voor één gebouw boven de 60 m eter, wijkt af van Nota Hoogbouw ** Wanneer houtbouw wordt toegepast mag er 10% hoger gebouwd worden
Dubbel hoge plinten
Massa & korrelgroottes
Bouwhoogtezonering
De eyeline, highline en skyline
Diversiteit in korrelgroottes en bouwhoogtes zorgt voor overgangszones met de omgeving. Om deze overgang goed te organiseren, worden in de basis vier zoneringen met bijbehorende richtlijnen onderscheiden. De bouwhoogtezonering biedt richtlijnen om enerzijds het ontwerp te laten aansluiten bij de omgeving en anderzijds variatie en diversiteit te bevorderen. Samen zorgt dit voor een aantal bouwvelden, zie ook de Ontwikkelkader kaart in hoofdstuk 10: • laagbouw met een maximale bouwhoogte van 15 meter (met enkele uitzonderingen in de toetsingskaders). De bouwhoogtes in de laagbouwzone aan de zijde van de woonwijk Boschveld (langs de Paardskerkhofweg) krijgen extra aandacht in de richtlijnen, ten behoeve van een zorgvuldige overgang naar de aangrenzende grondgebonden woningen • middenhoogbouw met een maximale bouwhoogte van 45 meter • hoogbouw met een maximale bouwhoogte van 60 meter, inclusief drie hoogteaccenten • één hoogteaccent tot maximaal 70 meter bouwhoogte (binnen de hoogbouwzone) • ook zijn er twee overgangszones gedefinieerd; de overgangszone van 15 tot 45 meter bouwhoogte en van 45 tot 60 meter bouwhoogte.
Relevant voor de ervaring van het gebied vanaf de openbare ruimte is de diversiteit van gebouwen, het programma en hoe deze zich verhouden met de openbare ruimte. De perceptie van gebruikers bevindt zich op drie niveaus: de eyeline, highline en skyline. De eyeline beslaat de eerste twee lagen (ongeveer 9 tot 11 meter hoog). Voor deze zone is interactie en levendigheid in de plint erg belangrijk voor de kwaliteit van de publieke ruimte. De highline
28
zone beslaat de derde en vierde lagen (circa 9 tot 15 meter hoog). In deze zone is programma ondersteunend aan innovatie en uitwisseling. Toegankelijke daken, collectieve ruimtes of sportvoorzieningen dragen hieraan bij. Alles daarboven bevindt zich in de skyline zone. Hier is de relatie met de stad en omgeving belangrijk. In deze zone is het van belang om hoogbouw integraal te ontwerpen en geluid, externe veiligheid en trillingen mee te nemen in de ontwerpkeuzes.
15m naast 9m
18m met setback
12 m
Sky-line Richtlijnen bouwhoogtes aan Paardskerkhofweg
+ High-line
Sky-line
+ Eye-line Principes opbouw hoogbouw
High-line Eye-line Opbouw bouwhoogtes van Boschveld naar het Spoor
60 m 30-45 m 9-15 m
Aansluiting stadsentree Het Innovatie Kwartier bevindt zich aan de westzijde van het spoor en de Nelson Mandelalaan. In samenhang met EKP-terrein Noord en de Bossche Stadsdelta is het gebied onderdeel van de stadsentree van ’s-Hertogenbosch. Het is daarom van groot belang om de hoogteaccenten te positioneren binnen een bredere context. De eyeline en skyline (zie beschrijving hiervoor) spelen een rol bij de aansluiting op de context. Vanaf (toegankelijke) daken (2e maaiveld) biedt IKDB een uniek uitzicht op de Brede Binnenstad. Tegelijkertijd is het zicht op IKDB in relatie tot de ontwikkelingen in haar omgeving eveneens beeldbepalend.
Toetsingskaders in relatie tot massa en korrelgrootte: • • •
In totaal vier hoogteaccenten langs het spoor zullen het gezicht van IKDB aan het spoor vormen. Belangrijk in deze opzet is de variatie in hoogteaccenten, waarbij het hoogste punt wordt geplaatst nabij de kop van het Innovatiebos en de aanlanding van de brug. Dit hoogste punt wordt geflankeerd door drie lagere hoogteaccenten. In paragraaf 5.1 wordt verder ingegaan op de motivering van de hoogbouw in het IKDB.
•
29
Een hoogstedelijk gemixt milieu, met daarbij oog voor een prettige menselijke maat. Afwisseling in korrelgroottes (footprint) van gebouwen. Een laagbouwzone aan de Paardskerkhofweg, met een maximale bouwhoogte van 15 meter, met een aantal uitzonderingen en specificaties: − Om aansluiting te vinden bij de wijk Boschveld speelt bebouwing aan de Paardskerkhofweg een belangrijke rol. Uitgangspunt is dat het grootste deel van de nieuwe bebouwing aan de Paardskerkhofweg in het IKDB een bouw hoogte onder de 12 meter hoogte krijgt met een maximale bouwhoogte van 15 meter. Ten behoeve van variatie en aansluiting op bestaande bebouwing bestaan er hierop drie nadere regels c.q. uitzonderingen: − Wanneer een gebouw op de rooilijn een bouwhoogte van 15 meter heeft, dient het naastgelegen gebouw een maximale bouwhoogte van 9 meter te volgen. − Wanneer een gebouw een setback heeft (terugspringt uit de rooilijn) van minimaal 4 meter, kan de bouwhoogte incidenteel worden verhoogd tot maximaal 18 meter. − Wanneer houtbouw wordt toegepast in een gebouw, mag 10% hoger worden gebouwd dan de maximale bouwhoogte van 15 meter. Bebouwing nabij het Grasso kantoorgebouw (Rijksmonument) houdt rekening met een zorgvuldige overgang, integratie van erfgoedwaarden en voorkomt te grote contrasten. Nabij de showroom geldt een maximale bouwhoogte van 30 meter.
•
•
•
•
•
In een deel van het gebied tussen de Paardskerkhofweg en de Parallelweg, en nabij de mobiliteitshub geldt een middelhoogbouwzone, met een maximale bouwhoogte van 45 meter. Een hoogbouwzone, die alleen wordt toegepast aan grote openbare ruimtes zoals het Innovatiebos en langs het spoor, met een maximale bouwhoogte van 60 meter met daarin ruimte voor een aantal hoogteaccenten zoals in de Ontwikkelkaderkaart aangegeven in het gebied tussen de Parallelweg en de Nelson Mandelalaan. Dit betekent dat de bebouwing direct rondom deze accenten lager moet worden gebouwd, ten behoeve van de voorgeschreven variatie in hoogte. Een hoogteaccent tot 70 meter kan worden onderzocht nabij de kop van het innovatiebos en de brugverbinding over het spoor. Gebouwen naast elkaar hebben een gevarieerde bouwhoogte. Voor elke bouwhoogtezone geldt de voorwaarde dat gebouwen naast elkaar niet dezelfde bouwhoogte mogen hebben. Dit betekent dat er moet worden voldaan aan een minimaal verschil ten opzichte van aangrenzende gebouwen van twee bouwlagen voor laagbouw, vier bouwlagen voor middelhoge bouw en acht bouwlagen voor hoogbouw. De bouwhoogtezonering op de Ontwikkelkaderkaart (zie hoofdstuk 10) is richtinggevend. Wanneer een bouwmassa zich als één volume in twee verschillende zones bevindt, volgt deze de laagste bouwhoogtezone.
Nadere uitgangspunten zijn verwoord in het Beeldkwaliteitsplan, de onderbouwing hoog bouw in de bijlage en het Ruimtelijk Raamwerk.
Bouwhoogtes en korrelgroottes Naast de eerst benoemde variatie in korrelgrootte wordt er een variatie in gebouwhoogtes nagestreefd, in de hiervoor benoemde vier zones. Gebouwen naast elkaar hebben niet dezelfde bouwhoogte, ten behoeve van visuele variatie.
Functiemix: wonen, werken en leven Een levendig en gemengd gebied bruist van diversiteit. Op zowel gebieds- als bouwveldniveau is het doel een levendig gebied te laten ontstaan gedurende de dag en tijdens avonduren (inclusief de weekenden). Dit wordt gefaciliteerd door het mixen van functies. Deze functiemix is door het gehele gebied goed zichtbaar. Het werkprogramma fungeert als activator van de openbare ruimte door middel van actieve plinten. Een hoge plintmaat van circa 9 tot 11 meter is daarbij vereist om flexibiliteit in gebruik te garanderen. Werk is de hoofdfunctie in het gebied en kan overal voorkomen. Wonen kan ook verspreid worden gerealiseerd. Op deze manier ontstaat draagvlak voor voorzieningen en op belangrijke punten voor levendigheid buiten kantooruren. Uitgangspunt is in eerste instantie dat ieder bouwveld bestaat uit een mix van werken, wonen en voorzieningen. Voorzieningen zijn gelegen aan de hoofdopenbare ruimtes: Grassoplein, Innovatiebos en Edisonplein. Deze publiekstrekkers dragen bij aan de activatie van het gebied en fungeren als plekken van ontmoeting. Aan iedere hoofdopenbare ruimte is altijd sprake van een mix van functies en ruimte voor ontmoeting binnen en in de openbare ruimte. Bij de entree aan de Nelson Mandelalaan wordt een mobiliteitshub gesitueerd om het aantal verkeersbewegingen in het gebied te beperken,
30
door uitsluitend hier op één gezamenlijke plek parkeervoorzieningen te faciliteren.
Levendige plinten Het belang van een kwalitatieve plint, die uitnodigt tot interactie en ontmoeting, is groot. Een goede plint zorgt voor een levendig straatbeeld. Het fungeert als visitekaartje voor het IKDB en dient als ‘mediator’ tussen gebruikers van de openbare ruimte en de diverse activiteiten binnen. Hiermee is het één van de belangrijkste elementen die bijdraagt aan de levendigheid op ooghoogte. De kernthema’s van een innovatiekwartier – mensen, ruimte en mix – komen allemaal samen in de plint. Om ruimte te bieden aan uiteenlopende functies en gebruikers, zijn royale, flexibel in te richten plinten nodig. Tegelijkertijd moeten deze plinten goed aansluiten bij hun directe omgeving.
Toetsingskaders en relatie tot levendige plinten en mix van functies: •
•
• •
•
•
Interactie binnen-buiten
Aan iedere hoofdopenbare ruimte is sprake van een mix van functies en ruimte voor ontmoeting binnen en in de openbare ruimte Elk bouwveld (zie Ontwikkelkader hoofdstuk 10.) bestaat in eerste instantie uit een menging van wonen, werken en voorzieningen Het werkprogramma is de hoofdfunctie en is overal in het gebied mogelijk Plinten stimuleren uitwisseling door transparantie en een hoge plintmaat (circa 9 tot 11 meter voor twee of drie lagen, waarbij de eerste laag minimaal 3.5 meter hoog is) Aan de hoofdopenbare ruimtes bevinden zich in de plint herkenbare entrees. Aantrekkelijke en voldoende entrees dragen bij aan de levendigheid en sociale veiligheid Nadere uitgangspunten voor de plinten zijn verwoord in het Beeldkwaliteitsplan, zoals beschreven in par. 4.3, en de Ruimtelijke Raamwerk en gelden daarmee ook als toetsingskader.
4.2 Sferen en openbare ruimte Onderdeel van de stad De openbare ruimte in het IKDB fungeert als verbindende schakel tussen het gebied en de omliggende stad. Ze faciliteert ontmoeting en uitwisseling – niet alleen tussen mensen, maar ook tussen mens, landschap en water. De openbare ruimte kan in de volgende aspecten worden onderverdeeld: • Bestemmingen • Lange lijnen (randen en de Groene Loper) • Het dwaalmilieu Op de Ontwikkelkaderkaart in hoofdstuk 10 zijn deze elementen, die hieronder verder worden beschreven, weergegeven. In bijlage 3 is de concept Schets Inrichtingsplan IKDB opgenomen. In dit
document zijn de principes en inrichtingsschetsen voor de openbare ruimten verder in detail beschreven en weergegeven, in overeenstemming met onderstaande uitgangspunten. Bestemmingen De verschillende bestemmingen in de openbare ruimte zijn het Edisonplein, het Innovatiebos en het Grassoplein (zie drie hoofd openbare ruimtes, pagina 23). Dit zijn belangrijke plekken in de openbare ruimte die elkaar aanvullen in gebruik en functie. De inrichting varieert van parkachtig tot stedelijk, wat bijdraagt aan een gevarieerd en samenhangend geheel binnen het IKDB. Lange lijnen De lange lijnen bevinden zich aan de randen van het gebied en sluiten elk op eigen wijze aan op de