Bijlage 1 Omgevingsvisie Zin in 's-Hertogenbosch mei 2025 pdf
Tekst van het document
schappelijk verantwoord te laten zijn of commercieel te laten renderen. Zo nemen de dichtheid en diversiteit
menselijke maat van de stad behouden (of terugbrengen) en de verbondenheid tussen stad en ommeland
van voorzieningen toe naarmate het gebied een hogere inwonersdichtheid heeft en/of veel bezoekers kent.
niet hinderen. In de stad en de dorpen is nog veel ruimte om te verdichten. Dan hebben we niet zozeer over
Het verdichten van de bestaande stad en dorpen biedt dan ook de kans om het draagvlak van voorzieningen
hoge torens in het groen, maar juist over diverse plekken in de woonwijken. Met name de wijken die ruim
te verbeteren en te behouden.
zijn opgezet en veel (verharde) openbare ruimte kennen die nauwelijks worden gebruikt. Of wijken die veel éénlaags bebouwing kennen. De onbenutte ruimtes gebruiken of het optoppen van bebouwing biedt veel
2.3.2 onze ambitie en opgaven
mogelijkheden. Denk aan de garageboxen in de jaren ‘60- en ‘70-wijken die vaak als opslag dienen, of aan de
Bouwen aan generaties in ‘s-Hertogenbosch betekent buurten, wijken en dorpen met een diversiteit aan
lege hoeken van middelhoge appartementencomplexen in deze wijken. Bouwen en verdichten moeten vooral
woningen, bewoners en voorzieningen. Het samenstel van centra, buurten en wijken staat in dienst van een
60 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
compacte en efficiënte stad. Dat moet sociale binding, inclusie en gelijke kansen en mogelijkheden voor ie-
zijn in sociaal-maatschappelijk, economisch en cultureel opzicht. En als aanjager dienen of onderdeel zijn van
dereen bevorderen. De groei van de stad remt ons daarin niet, maar biedt juist de kans om de wijken, buurten
de oplossing voor andere opgaven in de buurten, wijken en dorpen.
en dorpen beter te benutten en te laten functioneren. Nu en in de toekomst. Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we zes hoofdopgaven:
Werken aan de woon- en leefomgevingsopgaven vraagt om een langetermijnperspectief en de noodzaak
•
We bieden ruimte voor een flinke groei van het aantal Bosschenaren en blijven zo in de positie om
om te denken in generaties. Het gaat uiteindelijk om de leefkwaliteit en leefbaarheid van wijken, buurten
de stad en dorpen als geheel beter te laten functioneren, nu en in de toekomst;
en dorpen, nu en in de toekomst. We leunen daarbij sterk op onze drie leidende principes voor het ordenen
We ontwikkelen de stad en dorpen vanuit een inclusief generatieperspectief en passen dit toe op de
van de ruimte (nabij, compact en meervoudig), met het accent op een compacte stad en dorpen en het beter
woning-voorraad en op de woonomgeving;
benutten van de bestaande ruimte en gebouwen.
We verdichten de stad en dorpen zorgvuldig door bestaande gebouwen en gebieden beter en inten-
We noemen drie manieren hoe we de ambitie van de ontwikkellijn bouwen aan generaties willen waarmaken.
• •
siever te benutten met oog voor bestaande waarden; • •
•
We verrijken het aanbod van Bossche woonmilieus met een hoogstedelijk en rijk gemengd gebied,
1. we bouwen maximaal binnen de bestaande stad en dorpen
dat een substantieel deel van de groei opvangt;
In onze locatiekeuzes en programmering nemen we de lessen uit het verleden mee en gebruiken we de kennis
We versterken wijken en dorpen met nieuwe en extra woningen om doorstroming op gang te bren-
van het data- en informatietijdperk om de juiste keuzes te maken, samen met de stad. Dit zorgt ervoor dat
gen, diversiteit en flexibiliteit van de woningvoorraad te vergroten en draagvlak van voorzieningen
’s-Hertogenbosch op het juiste moment de juiste woningen op de juiste plek realiseert. Ook betekent dit dat
en korte ketens te ondersteunen;
er zowel oog is voor een optimaal woongenot, als voor de meerwaarde voor de gemeenschap en de specifieke
We bieden ruimte voor experiment in woningbouw en woonomgeving om andere manieren van
kwaliteiten en kansen van het gebied. Zo past een programma voor extra gezinswoningen beter in een buurt
bouwen en leven te onderzoeken, waarin zelf- en samenredzaamheid voorop staan.
met een basisschool onder druk dan waar scholen al overvol zijn.
Deze opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie.
meer stad binnen dezelfde ruimte ’s-Hertogenbosch bouwt tot 2050 maximaal binnen de bestaande stad en dorpen om de stevige groei op
2.3.3 hoe we het willen doen
te vangen. Hiertoe behoort ook de woningbouwopgave als onderdeel van de verstedelijkingsstrategie van
De ontwikkellijn bouwen aan generaties vraagt om een breed perspectief op de programmering van het wo-
Noord-Brabant in het kader van de NOVEX-afspraken9 met het Rijk, de regio en de provincie. In de Brede
nen en de voorzieningen, op bereikbaarheid en op de locatiekeuzes voor de woon- en leefomgeving. Voor het
Binnenstad+ betekent deze groei minstens 15.000 woningen in hoogstedelijke vorm. En minstens 10.000
wonen gaat het onder meer over doelgroep, eigendomsvorm, betaalbaarheid, diversiteit, combinatie met zorg
in een stedelijke setting in de stedelijke en landschappelijke wijken binnen en buiten de snelwegring van de
of werk, doorstroming en innovatie. Voor de woon- en leefomgeving kunnen nieuwe woningen een verrijking
A2 en de A59.
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 61
62 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
Bron afbeelding op de vorige pagina: optopping van het kantoor van Rijkswaterstaat, Houben/Van Mierlo architecten.
De huidige omvang van de Brede Binnenstad is naar verwachting niet voldoende, dus komen ook de aangren-
Onderschat een dergelijke, versnelde doorontwikkeling van dorp naar groeikern niet. Vooruitlopend op het
zende gebieden aan de noordzijde en rond Station ’s-Hertogenbosch Oost (Brede Binnenstad+) hiervoor in
toekomstige proces plaatsen we twee onderwerpen nu al op de ontwikkel- en onderzoeksagenda. Op de
aanmerking. Daarnaast voorzien we nog minstens 1.000 woningen in en om de dorpen en in een klein deel
eerste plaats is een openbaar vervoersontsluiting in de vorm van een nieuw station op de spoorlijn ‘s-Herto-
van het buitengebied voor superlandschappelijk, zelfvoorzienend wonen ter versterking van het landschap.
genbosch-Oss randvoorwaardelijk om de druk op de A59/A2 niet verder te laten toenemen. Niet als sluitstuk,
’s-Hertogenbosch bouwt vooralsnog alleen grootschalig buiten de huidige grens van het verstedelijkt gebied
maar direct in de eerste fase. En daarnaast verdient de instandhouding van de werking én de bijzondere
in het noordoosten van De Groote Wielen, waar minstens 2.000 woningen zijn voorzien. Om Vinkel, Nuland
kwaliteiten van de Naad van Brabant onze aandacht.
en Rosmalen zijn nog kleine uitbreidingslocaties voorzien, deze zijn op de kaart aangeduid als landschappelijk wonen. Deze locaties zijn niet bedoeld om te bouwen in een stedelijke dichtheid en verschijningsvorm, maar
het bestaande beter benutten
voor een betere overgang tussen stad en land met een programma passend bij de behoefte van de dorpse
Meer dan 70% van de woningen die we in 2050 in ‘s-Hertogenbosch nodig hebben, staat er nu al. Daarnaast
gemeenschap.
is zes op de tien bestaande woningen een min of meer klassieke eengezinswoning met een tuin en twee tot vier slaapkamers: de versteende herinnering aan de demografische samenstelling en het maatschappelijke
Een extra woonopgave (3.000 tot 5.000 woningen) in het kader van Bandstad10 boven op de autonome
ideaalbeeld. Het aantal alleenstaanden en stellen is inmiddels groter dan het aantal gezinnen. Daarbij dunt
groei (huidige opgave plus de NOVEX-afspraken) is niet meer passend binnen het bestaand stedelijk gebied,
het aantal huishoudens in de toekomst nog verder uit onder invloed van vergrijzing en maatschappelijke
De Groote Wielen en de kleinschalige uitbreidingslocaties. Hiervoor moeten we een nieuwe, grootschalige
trends en ontwikkelingen. Een dak boven het hoofd is natuurlijk het belangrijkste. Maar de kwaliteit van
uitleglocatie vinden op basis van het principe water- en bodemsturend en cultuurhistorie sturend.
wonen en leven ontstaat pas echt in een passende woning en omgeving. En dat is niet per se een nieuwe woning. ‘s-Hertogenbosch zal en moet de bestaande woningen en wijken beter benutten en kan niet alleen
De noordoosthoek van Nuland heeft in beginsel de meeste potentie om deze woonopgave te ontvangen. Op
volstaan met het bouwen van nieuwe woningen.
basis van de onderzoeken en analyses van het Rijk in het voorontwerp Nota Ruimte (juni 2024) is een dergelijke vraag niet eerder voorzien dan in de periode 2030-2035 en afhankelijk van veel factoren. Deze tijdspanne
Optoppen, delen en splitsen zijn allemaal strategieën op gebouwniveau, die kunnen leiden tot het beter be-
biedt de ruimte voor een zorgvuldig traject met de samenleving en samenwerkingspartners. Als de vraag
nutten van bestaande woningen. Ook het transformeren van vastgoed dat de bestaande functie heeft verlo-
concreet wordt en uit een eerste en intensieve verkenning blijkt dat de woonopgave op hoofdlijnen haalbaar,
ren past binnen deze aanpak. Op bouwblokniveau kunnen we zelfs sloop en nieuwbouw als kans aangrijpen
betaalbaar en maakbaar is, volgt een open en intensief gesprek en afstemming met Nuland. Hierbij zijn de re-
om bestaande buurten en wijken beter te benutten. Initiatieven die de bestaande voorraad beter benutten
latie met het bestaande dorp en de opschaling van voorzieningen onlosmakelijk onderdeel van deze opgave.
worden positief ontvangen, zolang ze aansluiten bij de draagkracht en opgaven van de wijk. Gebouwen vertimmeren tot kleine hokjes met hoge huren past daar niet in.
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 63
2. we stellen nabijheid en diversiteit centraal
overvol raken en pas jaren later de juiste capaciteit kunnen bieden. Deze voorzieningen programmeren we
Voor werken aan betere wijken is een analyse op gebiedsniveau het vertrekpunt. Dit gaat hand in hand met
meteen mee. Andersom kan een nieuw woonprogramma in bestaande wijken het draagvlak van basisvoor-
het wijkgerichte werken en in samenspraak met bewoners. Zo krijgen we waardevolle data over de kracht-
zieningen vergroten en/of behouden. Voor deze analyses kunnen we steeds intensiever gebruikmaken van de
en pijnpunten in de wijk. Daarmee kunnen we gerichte keuzes maken voor het programma dat nu en in de
analysemodellen van een digitaal stadsmodel. Zo geven we vorm aan slim samenleven.
toekomst het beste bij de buurt als gemeenschap past. We denken daarbij in generaties. Dat voorkomt dat
Het actueel houden en optimaliseren van het aanbod van basisvoorzieningen op stadsdeel-, dorps- en ge-
programma’s te vluchtig zijn.
meenteniveau heeft continue aandacht in beleidsvorming. Maar dat moeten we beter in samenhang met de woningbouw programmeren. Op deze manier zorgvuldig via het programma sturen in de stad en dorpen kan
groeien als wijk en buurt
veel ongemak, desinvesteringen en/of het sluiten van basisvoorzieningen voorkomen.
Voor grotere projecten en gebiedsontwikkelingen voeren we zowel een demografische analyse als een impactanalyse uit. De demografische analyse motiveert het programma op buurt- of wijkniveau vanuit bevol-
Door meer te sturen vanuit het programma met de uitkomsten van de demografische analyse en de im-
kings- en huishoudensontwikkeling. Het doel daarvan is om de stad en dorpen divers en complementair te
pactanalyse in de hand, kan iedere (nieuwe) Bosschenaar een passende woning en woonomgeving vinden.
houden. Ook de nieuwe en bestaande woningvoorraad in de omgeving is een onderdeel van deze analyse. De
Passend bij de draagkracht, de huishoudensamenstelling, een eventuele zorg- en ondersteuningsbehoefte en
bouw van een bepaald woningtype kan bijvoorbeeld een verhuisbeweging op gang brengen in de bestaande
bij het dagelijks ritme.
voorraad, wat meerdere doelen dient. Via het woonbeleid houden we de doelen en het programma op kern-, wijk- en buurtniveau actueel. Uit het participatietraject in de verschillende deelgebieden blijkt elk gebieds-
rijker palet van woonvormen
deel zijn opgaven en accenten te hebben voor de komende periode. Zo is in de Brede Binnenstad bijzondere
In ’s-Hertogenbosch bouwen we de laatste tijd al veel diverser. Niet per se uit overtuiging, maar eerder omdat
aandacht vereist voor meer stedelijke woonvormen voor (jonge) gezinnen met hoogstedelijke oriëntatie. In
plekken en omstandigheden erom vragen. Meer stad, minder ruimte en een veranderende bevolking vragen
de stedelijke wijken moet de focus liggen op meer diversiteit als het gaat om het woningtype en de eigen-
om maximale creativiteit in de waaier van woonvormen. Met aan het ene uiterste de grondgebonden woning
domsvorm. Betaalbaar wonen voor jongeren en ouderen, gericht op doorstroming en sociale cohesie, is het
met de tuin en oprit in Bokhoven en aan het andere uiterste het penthouse in het Paleiskwartier met een klein
dominante geluid in de landschappelijke wijken en dorpen.
balkon en de bruisende binnenstad aan je voeten. En alles daartussen in: van woonwagen tot woonboot tot
De impactanalyse brengt de gevolgen van een groter project of gebiedsontwikkeling op de basisvoorzienin-
tiny houses tot rijwoningen tot appartementen.
gen in de ontvangende of nabijgelegen buurt, wijk of dorp in kaart. Het doel is om zoveel mogelijk gebruik te kunnen (blijven) maken van basisvoorzieningen in je eigen wijk of kern. Dat voorkomt onnodige mobiliteit en
Toch is het palet van woonvormen nog altijd vrij smal en zijn de bijzondere woonvormen klein in aantal. We
versterkt de sociale cohesie. Denk bij dergelijke voorzieningen aan de huisarts, basisschool en kinderdagop-
zetten dan ook in op meer diversiteit en in grotere aantallen dan voorheen. Dit past bij een snel veranderende
vang. We moeten voorkomen dat door een project of gebiedsontwikkeling de nabijgelegen voorzieningen
maatschappij met veel verschillende woonwensen en samenlevingsvormen. Denk aan onder meer groeps-
64 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
wonen, zelfbouw, flexwonen, offgrid-wonen, kangoeroewonen, familiewoningen, gezinsappartementen en
gaan we verdichten en/of transformeren. Waarbij we kritisch zijn op wat van waarde is. Persoonlijk uitzicht of
plintwoningen.
een niet-gebruikt grasveld zonder natuurwaarde zijn geen reden om niet te verdichten. We kiezen voor een gebiedsgerichte benadering, die de kwaliteit en diversiteit van de hele stad behoudt en versterkt.
Andere en nieuwe woonvormen hebben ook invloed op de omgeving. Dit vraagt om onderzoek naar hoe
Ook willen we niet overal een gelijke mate van dynamiek. Voor sommige voorzieningen zal de Brede Binnen-
die zich verhouden tot de omgeving. En of dit mogelijk om een andere inrichting van de openbare ruimte
stad de belangrijkste of enige plek blijven. Zoals het theater en het hoger onderwijs. Maar voor steeds meer
vraagt. Denk aan gestapelde woonvormen in een hoogstedelijk woonmilieu zonder eigen buitenruimte en
commerciële en maatschappelijke voorzieningen en faciliteiten kunnen de centra en stadsstraten een goed en
met nauwelijks parkeerplaatsen. Voor het slagen van die woonvormen is het van belang om wat niet in of om
volwaardig alternatief bieden. We denken bij het ruimtelijk positioneren van nieuwe voorzieningen in netwer-
de woning aanwezig is, in de nabijheid wel aan bieden. Zoals voldoende buiten- en speelruimte voor kinde-
ken en combinatiebezoeken op dagelijkse basis. Daarbij hoeft niet elke voorziening in alle centra beschikbaar
ren, parken om te sporten of te barbecueën, goed alternatief vervoer, voorzieningen op loop- en fietsafstand
te zijn. Wijk- of dorpscentra kunnen ook aanvullend op elkaar zijn en samen een volwaardig aanbod creëren.
of laad- en losmogelijkheden voor de deur. Mits goed ontworpen, bevordert dit bovendien ontmoeting en sociale cohesie.
Hoogbouw vormt een van de mogelijkheden om dynamiek en dichtheid te verhogen, maar heeft daarbij ook veel effecten voor de omgeving. Hoogstedelijke milieus en hoge dichtheid zijn niet alleen gebaat zijn bij
Om dit waar te maken, is het nodig om harde eisen aan de kwaliteit van de openbare ruimte te stellen.
hoogbouw. Hoogbouw kan immers maar een klein deel van de woningbouwopgave opnemen. Bovendien is
Daarnaast zijn flexibiliteit en aanpasbaarheid middelen om sneller in te kunnen spelen op maatschappelijke
hoogbouw onzeker door de vele ontwikkelrisico’s, duur en vraagt het veel aandacht om deze gebouwen goed
en demografische veranderingen. Dit geeft onzekerheid en discussie. Maar nodigt ook uit tot innovatieve
in te passen. Immers het maaiveld en de directe omgeving vormen voor elk gebouw de entree en publieke
oplossingen die kunnen meegroeien met de ontwikkelingen in buurten en wijken. In het verleden hebben
ontmoetingsruimte. Wel komt daar bij hoogbouw meer kijken om alle voorzieningen (fietsenbergingen, scoot-
we gezien dat innovatieve woonvormen zoals de bolwoningen in Maasstroom, de kastelen in Haverleij en
mobielen vormen allemaal ruimteclaims op maaiveld) goed in te passen en nog steeds een aantrekkelijke
Minitopia verschil maken en bijdragen aan de eigenheid, binding met en vernieuwing van de stad.
plint over te houden. Een hoog gebouw leidt dus niet per definitie tot een hogere dichtheid en aantrekkelijke omgeving.
3. we differentiëren in dichtheid en dynamiek Eén van de kwaliteiten van ’s-Hertogenbosch is het onderscheidend karakter van wijken, buurten en dorpen.
De basis blijft een aangename publieke ruimte waar men elkaar kan ontmoeten als ruggengraat van de
Met het verdichten of transformeren van de stad hebben we niet de intentie om eenheidsworst te maken.
stedelijke samenleving. Hoogbouw kan hier ondersteunend aan zijn om plekke te duiden en bijzondere kwa-
Bouwen in de stad en in de dorpen dwingt tot een grote zorgvuldigheid, niet alleen op de plek maar ook in
liteiten en woningen toe te voegen, mits deze torens voldoende kwaliteit krijgen op maaiveld én in de lucht.
relatie tot de omgeving. Zo vraagt elke plek om een eigen strategie: verdichten, transformeren, ruimte geven
Hoogbouw vormt hiermee een integraal onderdeel van de stedelijke verdichting, met als doel om meer wo-
aan iets anders of juist koesteren. Alleen als de bestaande waarden van de plek en omgeving het toelaten,
ningen voor meer mensen bereikbaar te maken én ervoor te zorgen dat dit aangename buurten en wijken
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 65
zijn met een kwalitatief goed openbare ruimte. Nu zien we in de stad dat op een aantal plekken hoogbouw tot rond de 70 meter uit het stedelijk weefsel omhoog komen. Hiermee is een stadssilhouet ontstaan waarbij de dominantie van de Sint-Jan nog steeds overeind staat. Geflankeerd aan de Sint-Jan ligt de hoogste toren van de stad aan de zuidkant. Het provinciehuis van Huig Maaskant kijkt uit over het zuidelijke Brabantse landschap. Als uitdaging voor de toekomst is het stadssilhouet aan de zuidwestzijde van de Brede Binnenstad te versterken. Ook ligt er de uitdaging om op de betekenisvolle overgang naar het landschap van de Ertveldplas te kijken naar hoe de stad zich naar het noorden presenteert aan de plas en het spoor. Hier zou naast het provinciehuis dat uitkijkt over de Brabantse zandgronden ruimte gemaakt kunnen worden voor een uitdagend stadssilhouet dat uitkijkt over de noordelijke kleigronden. Voor de hoogbouw zelf zijn in de bestaande Nota Hoogbouw tien onderzoekselementen benoemd, die van kracht blijven: •
de slankheidsbepaling
•
maatwerk
•
stadssilhouet
•
architectuur
•
de beëindiging van het gebouw
•
plint van het gebouw
•
omgevingskwaliteit
•
milieu-aspecten
•
bezonningsaspecten
•
windhinder
In de nog op te stellen nota verdichting zullen we nadrukkelijk verder ingaan op de wijze waarop we hoogbouw in zullen passen in het zich verdichtende stedelijk weefsel.
66 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
hoogstedelijke Brede Binnenstad
stedelijke dynamiek van rust, ruis en reuring
In de komende periode wordt de Brede Binnenstad een steeds belangrijkere woonlocatie. Tot 2040 verdubbelt
In de Brede Binnenstad blijven we voortbouwen op de rijke bouwhistorie. Daar heerst een mix van ruis en
hier het aantal woningen volgens de Verstedelijkingsstrategie NOVEX Stedelijk Brabant in partnerschap met
reuring. Verstilde plekken zijn een uitzondering, maar van grote waarde voor een goede balans. De kunst van
het Rijk en de provincie.
bouwen en verdichten in de oude binnenstad is het maximaal benutten van de potentie van een locatie, zon-
De impact van al deze nieuwe bewoners is heel groot. Het intensieve gebruik van de Brede Binnenstad neemt
der overdreven op te vallen of de aandacht te trekken. Het gaat hier om het naadloos inpassen, de menselijke
toe. Bewoners in een hoogstedelijk gebied zijn meer uitgaand en maken volop gebruik van de openbare
maat bewaken en nu al rekening houden met verandering. We bouwen de monumenten voor de toekomst,
ruimte. Bovendien hebben zij een andere mobiliteitsbehoefte met minder autogebruik. Dit vraagt naast het
zonder het bestaande te kopiëren. Illustratief hiervoor is het binnenstedelijk project Amadeiro.
toevoegen van woningen ook om het toevoegen van nieuwe voorzieningen, aanpassingen aan de openbare ruimte, het activeren en geschikt maken van routes voor sport en recreatie en voor groen en blauw en een
Maar de Brede Binnenstad is meer dan de oude binnenstad. Ook in het Paleiskwartier ontwikkelen we verder.
betere verbinding met omliggende gebieden. Kortom, het aan de hand van een impactanalyse mee program-
Het is niet bijna af, maar belandt in een nieuwe fase: een fase van verdichten. In de oude binnenstad wonen
meren en ontwerpen van de basisvoorzieningen die bij de woonvorm en het gebied passen. Niet achteraf,
bijvoorbeeld bijna 30% meer Bosschenaren per hectare dan in het Paleiskwartier. In de noordelijke Spoorzone
maar als onderdeel van het woon- en leefmilieu. Dit vraagt om verder kijken dan de grens van een project of
transformeren een aantal verouderde gebieden naar een mix van wonen, werken, onderwijs, cultuur, sport
een gebiedsontwikkeling.
en andere maatschappelijke en commerciële voorzieningen. In eerste instantie via de bekende gebiedsontwikkelingen van de Bossche Stadsdelta, Innovatie Kwartier Den Bosch (IKDB), Van Herpense Weide en de
Het slechten van de barrièrewerking van het spooremplacement vraagt om bijzondere aandacht. Het nieuwe
nieuwe stadswijk EKP. Als die in de steigers staan, pakken we door in de directe schil daaromheen, zoals het
station kan hierin een verbindende rol spelen als verblijfsplek en als route tussen de verschillende delen van
Veemarktkwartier, het gebied ten noorden van de Dieze en langs de Ertveldplas. Ook in onbruik geraakte
de binnenstad. Maar dit alleen is niet voldoende. Er zijn uitbreidingen nodig naar het voorbeeld van de Paleis-
gebieden of gebieden met een monotoon gebruik grenzend aan de Brede Binnenstad, komen in aanmerking
brug. Ook de Diezemonding met een nieuw stadsfront aan de Ertveldplas is belangrijk. Voor de aangrenzende
voor verdichting. Die hiermee langzaam opschuift in noordelijke richting.
buurten en wijken is het voortdurend de opgave om in sociaal, ruimtelijk en economisch perspectief mee te groeien met de Brede Binnenstad. Het beter benutten van de hoofdstructuur, zoals stadstraten en centra, kun-
In de stedelijke wijken binnen de ring creëren we een mozaïek van rust, ruis en reuring. Op een aantal lo-
nen hierin een rol vervullen, door de groei in ruimtelijke zin te begeleiden. Voor de stedelijke uitloopgebieden,
caties zetten we volop in op verdichting met een verschillende intensiteit en omvang. Op andere plekken is
zoals Het Bossche Broek, moet er volop aandacht zijn voor een balans tussen natuur en recreatie. Kwetsbare
er ruimte om te verdunnen voor groen en water, om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, om
natuur moeten we blijven beschermen, maar er moet ook voldoende ruimte zijn voor de actieve stedeling.
stadsnatuur te verbeteren of om ruimte te bieden voor sport en bewegen. Per saldo leidt dit mozaïek van rust, ruis en reuring wel tot verdichting, een gezonde leefomgeving en betere leefbaarheid. En tot meer afwisseling en dynamiek in de stedelijke wijken. Het gebied rond Station ’s-Hertogenbosch Oost en Stadion De Vliert
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 67
68 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
verdicht tot een hoogstedelijk milieu met bijzondere aandacht voor sport en bewegen. De stadstraten, nabij
ook dat de bouw kan vertragen door factoren waarop we geen invloed hebben. Grotere percelen of gebieden
(belangrijke) openbaar vervoershaltes en wijkcentra verdichten tot een stedelijk niveau. Die worden beter
knippen we op in verschillende fasen, die we niet per se volgtijdelijk uitvoeren. Hiermee voorkomen we dat
herkenbaar in de stedelijke structuur door hun dichtheid en mix van functies. Langs hoofdroutes voor de fiets
één ontwikkeling jarenlang de enige plek is waar bouw mogelijk is. We willen ook ruimte kunnen geven aan
kan ook verdichting plaatsvinden, mits dit niet leidt tot verdringing van de kwaliteit als fietsroute. In sommige
andere initiatieven.
wijken met veel onbestemde en ongebruikte ruimte is daarnaast nog veel te winnen door herstructurering en verdichting. Ook zullen er altijd weer nieuwe locaties komen die vragen om transformatie.
In het ommeland overheerst rust. De reuring komt hooguit van de landbouw en nieuwe gebruikers van het buitengebied. Daarin is op de hoger gelegen zandgronden nog wel enige ruimte voor de herontwikkeling
In de landschappelijke wijken buiten de ring is een mix van rust en reuring. Het gebied rond het Station
van agrarische bedrijfskavels, maar kiezen we primair voor superlandschappelijk wonen. We zetten hier
Rosmalen wordt verdicht naar een stedelijk niveau; maximaal gebruikmakend van goede ontsluiting, het
dus niet in op woonenclaves op (voormalige) agrarische bouwpercelen, maar we willen het
nabijgelegen centrum en de aangename schaal en maat van de omgeving. Ook in de andere centra is (be-
landbouwareaal van de (voormalige) agrariër erbij betrekken. We bieden de mogelijkheid om op basis van
perkt) ruimte voor verdichting, zoals in de Maaspoort al dan niet in samenhang met een toekomstig station,
landschapsontwikkeling solitaire woningen verspreid over een (voormalig) agrarisch domein te
en in de verre toekomst misschien wel in De Groote Wielen. Ook in de landschappelijke wijken is verdichting
realiseren. Het uitgangspunt is één woning per vier hectare met een maximum van zes woningen per
nabij openbaar vervoershaltes, aan hoofdfietsroutes en door transformatie van in onbruik geraakte locaties
initiatief. Met tegelijkertijd de afbouw van de intensieve agrarische productie op het kavel en de
noodzakelijk. De meeste wijken en buurten veranderen niet op grote schaal, maar per saldo is in de land-
bijbehorende cultuurgronden. Hiermee kunnen we werken aan landschapsherstel en het verbeteren van
schappelijke wijken sprake van verdichting.
de doorwaadbaarheid van het landschap. Dit haalt de druk af van het intensieve hergebruik van de agrarisch bouwkavel. We willen ook ruimte kunnen geven aan andere initiatieven.
In de dorpen overheerst een mix van rust en ruis. Verdichten is mogelijk in de dorpscentra, in aanloopstraten en op vrijkomende kavels en terreinen. Het principe is niet zomaar een straatje erbij, maar eerst een hofje, straatje of steegje ertussen of (een) laagje(s) erop. Daarmee is het mogelijk om nieuwe woningen in te vlechten in het bestaande weefsel. Zo vlechten bewoners zich op hun beurt in de samenleving. De groei van dorpen moet passen bij hun historische ontwikkeltempo. Doseren en faseren zijn hierbij leidend. Doseren geven we vorm door een continue en autonome groei van ongeveer 1% per jaar als uitgangspunt te hanteren. We bouwen om de dorpse gemeenschap en structuur in evenwicht te houden. De ruimte die we hiervoor bieden is op de kaart aangeduid als landschappelijk wonen. Zo kunnen we nieuwe ontwikkelingen invlechten in de bestaande dorpsgemeenschappen. Soms bouwen we sneller als het niet anders kan. Maar we weten
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 69
Welvarend welzijn Legenda
Werklandschap productielandschap bestaand stedelijk productielandschap uitbreiding stedelijk productielandschap productielandschap in de wachtstand
Welvarend welzijn Legenda
landelijk productielandschap overgangszone tussen stad en ommeland
Legenda Werklandschap productielandschap bestaand stedelijk productielandschap uitbreiding stedelijk productielandschap productielandschap in de wachtstand landelijk productielandschap overgangszone tussen stad en ommeland
interactelandschap stedelijk interactiemilieu kleinschalig interactiemilieu buurtlandschap ruimte voor initiatieven in de wijken zorg en beweeglandschap zorg en beweeglandschap
interactelandschap stedelijk interactiemilieu kleinschalig interactiemilieu
70 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
buurtlandschap ruimte voor initiatieven in de wijken zorg en beweeglandschap
2.4 de ontwikkellijn welvarend welzijn De termen welvaart¹¹ en welzijn¹² worden vaak door elkaar gebruikt. Dat is ook niet zo vreemd, omdat beide
we de behoeften en wensen op dit vlak scherp in beeld hebben. Om vervolgens te toetsen of de omgeving
termen elkaar overlappen in betekenis en wederkerig zijn. Daarom verbinden we deze termen in de omge-
hiervoor nog de juiste condities biedt.
vingsvisie. We leggen hierbij de focus op het scheppen van de juiste ruimtelijke condities voor een goede staat
We schetsen eerst een aantal ontwikkelingen, trends en waarnemingen die van invloed zijn op het gebruik
van welvaart en welzijn van de Bossche samenleving.
van de ruimte. We beperken het tot de meest essentiële kwesties, die van invloed zijn op onze ruimtelijke ambitie en opgaven en/of bepalend zijn voor het handelingsperspectief.
In de ontwikkellijn welvarend welzijn staan de plekken waar we werken, ondernemen, zorgen, sporten en recreëren centraal. Je kunt dit niet apart zien van de ambities, opgaven en handelingsperspectieven in de andere
verschuivende waarden
Bossche ontwikkellijnen. Bij groots vergroenen ligt de toegevoegde waarde van groen en water besloten met
Vooral werk, opleiding, geloof en vereniging bepaalden tot ver in de twintigste eeuw het gevoel van saam-
het oog op een beter welzijn, als plek om te sporten, bewegen, ontmoeten en voor verkoeling. Bij bouwen aan
horigheid en van succes. Maar de samenleving is in relatief korte tijd sterk veranderd. De focus op materiële
generaties staat de woning en de nabijheid van voorzieningen in de woonomgeving centraal. En bij vorstelijk
welvaart daalt. Het inkomen, je vermogen en de carrière bepalen niet meer alleen het succes en je plek in de
verbinden is volop aandacht voor de ontmoetingsfunctie van een goede openbare ruimte. Een ruimte die
samenleving. Ook gezondheid, sociale relaties, ontplooiing, gelijke kansen, belevenissen, geluk en zingeving
gezond gedrag stimuleert en bereikbaar maakt wat niet nabij is voor iedereen.
doen dat. Desondanks blijven welvaart en werk van groot belang om invulling te geven aan een brede vorm van welzijn. Ook is voor veel mensen werk nog altijd de basis voor identiteit, ontmoeting en sociale contacten.
2.4.1 wat we zien
De verhoudingen verschuiven dan ook niet voor iedereen even snel. En is er nog steeds een substantiële groep
Een eigen plek in de samenleving waar je je prettig voelt en het aan ‘niets’ ontbreekt. Dat is voor ons allemaal
Bosschenaren voor wie de traditionele verhoudingen en waarden nauwelijks zijn veranderd.
van belang en goed voor het individuele en collectieve welzijn. Daarmee staat onze welvaart ten dienste van het welzijn van de samenleving. Omdat ook niet álles kan, moeten we een realistisch perspectief schetsen.
De verschuivende waarden, of beter gezegd het toevoegen van waarden aan het bestaande waardenpatroon,
Het is een continue zoektocht naar een vol te houden balans tussen de belangen van bewoners, bedrijven,
is ook zichtbaar in de stedelijke ruimte. Steeds meer bedrijven hebben een koffiebar, sportfaciliteiten, een
instellingen en wat de omgeving nu en in de toekomst aankan; op een natuurlijke manier of met behulp van
goed restaurant en als het even kan een tuin om te ontspannen of om er een goed gesprek te. hebben. Ook
techniek en maatregelen.
zien we een toenemend aantal claims op de publieke ruimte voor recreatie, toerisme en festiviteiten. Voor een grote groep mensen raken werken, wonen, leven en welzijn daardoor steeds meer met elkaar verstrengeld. De
De basis voor welvaart en welzijn ligt in ontmoeting, tussen bewoners, bedrijven en maatschappelijke organi-
verschuivende waarden komen ook tot uiting in de eisen en wensen die consumenten en wet- en regelgeving
saties, kennisinstellingen en commerciële instellingen. In het samen dingen tot stand brengen, elkaar dingen
stellen aan de omgang met grondstoffen en ons natuurlijk kapitaal¹³. Ook dit vraagt om extra ruimte. Maar
gunnen, naar elkaar omkijken en rekeninghouden met elkaar en met de omgeving. De omgeving moet hier-
niet overal op hetzelfde moment of in gelijke mate. De ene ontwikkeling creëert ruimte door meervoudig
voor een podium bieden en de processen in de samenleving faciliteren. Om dit te kunnen realiseren, moeten
gebruik, terwijl andere manieren van produceren zoals kringlooplandbouw juist om meer ruimte vragen.
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 71
72 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
circulariteit vraagt extra en andere ruimte
(nieuwe) locaties die gunstig gelegen zijn ten opzichte van verstedelijking en goed bereikbaar met zwaar
De circulaire economie heeft ruimte nodig om de transitie te maken naar een circulaire samenleving, waarin
verkeer, zoals Heesch-West, hebben dan weer een lagere categorie. Locaties met een hoge milieucategorie op
we zoveel mogelijk lokaal inzamelen, hergebruiken en delen. We gebruiken alleen de benodigde energie en
goed bereikbare plekken en op afstand van verstedelijking zijn van grote waarde voor de circulaire economie.
voorkomen onnodige mobiliteit door in te zetten op nabijheid en collectiviteit. Bijvoorbeeld meer openbaar
De grote vraag naar natuurlijk grondstoffen voor de bouwsector levert juist interessant perspectief voor de
vervoer, auto’s delen en stadsdistributiehubs. We kijken daarbij waar ‘s-Hertogenbosch een rol kan innemen
land- en bosbouw. In het bijzonder als dit gewassen zijn die minder gevoelig zijn voor wisselende (grond)
vanuit de Bossche economische structuur. Een sector als de bouw is sterk vertegenwoordigd in de lokale en
waterstanden.
regionale economie. Ook voor de reparatie- en recyclebranche is het relevant om te kijken wat lokaal kan worden georganiseerd en wat op andere schaalniveaus efficiënter kan.
de scheiding van functies voorbij De functiescheiding die de afgelopen eeuw plaatsvond, heeft de stad veel gebracht. Het scheiden van wonen
De ruimtevraag voor de circulaire economie vraagt deels extra ruimte en deels ander gebruik van bestaande
en werken was lange tijd volstrekt logisch vanuit het perspectief van gezondheid en het terugdringen van
ruimte. Uit de studies blijkt dat het ruimtebeslag tenminste op vier manieren zichtbaar is. Als eerste vraagt
overlast. De scheiding is tegenwoordig zo ver doorgevoerd, dat veel plekken te eenvormig zijn geworden.
inzamelen en recyclen om extra ruimte voor tijdelijke opslag van producten en teruggewonnen grondstoffen.
De huidige technieken en productiemethoden, de verschuiving van het zwaartepunt in de economie naar
Als tweede zijn er extra bedrijventerreinen nodig met zwaardere milieucategorieën. De recyclingprocessen
dienstverlening en een daarmee veranderende ruimtevraag voor werken, maken een scheiding van wonen
gaan vaak gepaard met zwaardere overlast. Dit betekent niet altijd een extra kwantitatief ruimtebeslag,
en werken voor de meeste economische activiteiten niet langer nodig. Sterker nog: menging en nabijheid
maar eerder een kwalitatief ruimtebeslag. Anders gezegd: dat terreinen waar mogelijk en op afstand van de
van wonen, werken en voorzieningen levert eerder voordelen op dan nadelen. Dat leidt tot korte ketens, het
verdichte stad en dorpen een hogere milieucategorie moet krijgen. Als derde zien we op kleinere schaal een
stimuleert ontmoeting en beweging, het gaat eenzaamheid tegen, maakt (sociale) veiligheid vanzelfsprekend,
ruimtevraag voor stadsdistributie, reparatiebedrijven en kleine inzameldepots. Waarbij het vooralsnog vaak
je kunt werk om de hoek vinden en het voorkomt onnodige mobiliteit.
gaat om een ander gebruik van bestaande panden. En als vierde zien we een ruimtevraag in het landelijk gebied voor gewassen die bijdragen aan de circulaire economie. Steeds meer producten gebruiken natuurlijke
opkomst van interactiemilieus
gewassen als grondstof, bijvoorbeeld voor woningen, kleding, energie en wegen. Dit hoeft niet altijd tot een
Tot voor kort lag de focus bij nieuwe werklocaties voornamelijk op het aantal hectares bedrijventerrein en
extra vraag naar ruimte te leiden. Er kan ook sprake zijn van dubbelgebruik in retentiegebieden voor hoog-
vierkante meters kantoorruimte met een goede verbinding naar de snelweg. Met de veranderingen in de
water of gebieden die voor de traditionele landbouw geen perspectief hebben.
economie is de afgelopen jaren de oriëntatie van veel bedrijven verschoven naar zogeheten interactiemilieus. Dit zijn (hoog)stedelijke gebieden met een mix van diverse bedrijven, (kennis)instellingen, woningen en
Voor ’s-Hertogenbosch zit er met name spanning op de bedrijventerreinen met een zwaardere milieucate-
voorzieningen, in een aantrekkelijke en representatieve omgeving. Die gebieden zijn bij voorkeur uitstekend
gorie. De Rietvelden heeft bijvoorbeeld een milieucategorie 5+ en grenst aan de Brede Binnenstad. Andere
bereikbaar met regionaal en landelijk openbaar vervoer. De Brede Binnenstad is hiervan een goed voorbeeld.
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 73
Mensen werken steeds meer tijd- en plaatsonafhankelijk in kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen, thuis, in
lijke aanpak en om een aanpak waarbij sociaal maatschappelijke organisaties in buurten en wijken samenwerken
koffiehuisjes of op een willekeurige plek met een internetverbinding. Dit leidt niet tot een leegstand op
aan gelijke kansen en een betere toekomst.
bedrijventerreinen. Er is eerder een krapte als gevolg van een aanhoudende economische groei. Verouderde kantoren kenden daarentegen wel een structurele leegstand. Door de goede transformatiemogelijkheden
Het creëren van gelijke kansen draait niet alleen om een sociale omgeving en het menselijk kapitaal14, ook de ruim-
van kantoren naar veelal wonen en de aanhoudende druk op de kantorenmarkt, is leegstand verder beperkt
telijke omgeving speelt een belangrijke rol. De nabijheid en kwaliteit van werk, onderwijs, zorg en (maatschappelij-
gebleven tot de meest onaanvaardbare gebouwen en locaties.
ke) voorzieningen in buurten, wijken en dorpen is van grote invloed op het bieden van gelijke kansen. En als die niet nabij zijn, is het belangrijk dat ze goed en makkelijk bereikbaar zijn met de fiets of het openbaar vervoer. Ook het
Het midden- en kleinbedrijf met een sterk lokaal en regionaal profiel is goed vertegenwoordigd op de bedrij-
faciliteren van ontmoeting en maatschappelijke initiatieven in de publieke ruimte en het tegengaan van anonieme
venterreinen, maar ervaart ook veel concurrentie om de ruimte. Bijvoorbeeld door grote bedrijven met een
en monotone wijken en gebieden dragen bij aan het bieden van gelijke kansen.
exponentiële groei en ruimtevraag en die weinig binding hebben met de stad en de samenleving, zoals internationale logistiek of grote datacenters. Ze hebben vooral (goedkope) ruimte, stroom en een stabiel netwerk
meer zorg, anders sporten en verscheidenheid in recreatie
nodig. Het eventuele tekort aan arbeidskrachten vliegen ze van buitenaf in. Daarnaast zit er veel kleinschalige,
De vergrijzing heeft de komende decennia een grote impact op ons zorgstelsel. Sommige onderzoeken voor-
commerciële bedrijvigheid en dienstverlening op de bedrijventerreinen, terwijl ze daar niet noodzakelijkerwijs
spellen dat één op de drie mensen in de zorg moet gaan werken om aan de vraag te kunnen voldoen. Dit
hoeven te zitten gezien hun beperkte (milieu)overlast. Dit zijn bijvoorbeeld sportscholen, fotografen of com-
heeft gevolgen op diverse schaalniveaus in de stad en dorpen. Voor de woning en de woonomgeving gaat
puterzaken. Die zijn ook goed inpasbaar in wijk- en buurtcentra.
het bijvoorbeeld om ruimte voor eerstelijnszorg in de wijken en dorpen en om geclusterde woonvormen voor ouderen, waar je ook met een toenemende zorgvraag kunt blijven wonen. Lees daarvoor ook de ontwikkellijn
ongelijke kansen in buurten en wijken
bouwen aan generaties. Op de schaal van stad en regio leidt de vergrijzing tot een extra ruimtevraag voor
In ’s-Hertogenbosch zijn er verschillen tussen buurten, wijken en dorpen. Niet iedereen heeft gelijke kansen op een
grootschalige zorgvoorzieningen en -instellingen.
hoge levenskwaliteit in termen van gezondheid, geluk en welbevinden. Als het bijvoorbeeld gaat om de levensverwachting, het aantal gezonde levensjaren of de kansen op een goede opleiding, dan maakt het uit waar je opgroeit.
Sporten hebben we als samenleving lange tijd bijna exclusief in verenigingsverband uitgeoefend en dikwijls
De sociale omgeving waarin iemand opgroeit of leeft beïnvloedt sterk de individuele keuzes. Gezondheidsachter-
in teamverband. De laatste decennia zijn de individuele sporten, die niet gebonden zijn aan een vereniging
standen en eenzaamheid hebben een grote impact op het leven van mensen en beïnvloeden een actieve deelname
of club, sterk gegroeid: eerst geleidelijk en de laatste jaren explosief. De openbare ruimte is steeds vaker het
aan de samenleving op een negatieve manier. Dat vraagt van de samenleving de alertheid en ondersteuning om
decor voor het sporten, individueel en in groepsverband, al dan niet met een commerciële tussenkomst. Ook
mensen een steuntje in de rug te geven of om hun zelfredzaamheid te vergroten. De sociale structuur en de sociale
zien we steeds meer binnensporten en beweging op commerciële basis, zoals trampolinespringen, fitness en
binding in wijken en buurten moeten stevig zijn om meedoen laagdrempelig te maken. Dat vraagt om een persoon-
boulderen (klimmen). De openbare ruimte als plek om te sporten en te bewegen komt in de ontwikkellijn vorstelijk verbinden en groots vergroenen ook aan de orde. De nabijheid van sport- en beweegvoorzieningen
74 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
in de woonomgeving is onderdeel van de ontwikkellijn bouwen aan generaties. Vooralsnog betekent de
voorzieningen in centra en nabij openbaar vervoersknopen, met bijzondere aandacht voor het
opkomst van deze sportvormen niet dat er veel ruimte vrijkomt op de traditionele sportcomplexen van vereni-
onderwijs en de jongerencultuur;
gingen. De groei van de stad en de aandacht voor sport als onderdeel van een gezonde levensstijl maken dat
•
(jonge) gezinnen wonen er vooralsnog een grotere vraag is dan aanbod.
We bieden meer ruimte voor werken en voorzieningen in wijken en buurten om gelijke kansen te bevorderen, de stad beter te gebruiken en korte ketens te stimuleren;
slechts incidenteel een veld of klein complex beschikbaar komt. Dit terwijl op plekken waar bijvoorbeeld veel •
We reserveren ruimte voor de circulaire economie passend bij ons economisch profiel, zowel op de bedrijventerreinen en de wijken als in het buitengebied;
Op recreatief en toeristisch vlak piekt ‘s-Hertogenbosch als het gaat om erfgoed, kunst en winkelen. De
•
diversiteit. De stad bedient een grote doelgroep, maar kent wel een zwaartepunt in de seniorenmarkt. Een omvangrijke datastudie15 laat zien dat jongeren in hun vrije tijd vaak naar de omliggende steden Tilburg en
We houden ruimte beschikbaar voor grootschalige zorgvoorzieningen die passen bij hun (mobiliteits) profiel en bij de stedelijke context;
binnenstad staat steevast in de bovenste regionen op allerlei lijstjes als het gaat om beleving, aanbod en •
We benutten het groots vergroenen van de stad, dorpen en ommeland om het sporten, bewegen en recreëren voldoende ruimte te geven.
Eindhoven trekken. De concurrentie is groot, de bereikbaarheid goed en het aanbod, met veel op studenten
Deze opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de
gerichte voorzieningen, divers. Daarnaast zijn de meer op inwoners gerichte recreatieve mogelijkheden in
terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie.
het ommeland nog beperkt van omvang. Denk aan bestemmingen of pleisterplaatsen aan de rand van de stad of verder daarbuiten, waar inwoners en mensen uit de regio graag komen voor een drankje, hapje en
2.4.3 hoe we het willen doen
gezelligheid.
‘s-Hertogenbosch groeit qua inwoners en ook qua banen, studieplekken, zorg- en recreatiebehoefte. Naar verwachting groeit bijvoorbeeld het aantal arbeidsplaatsen verhoudingsgewijs mee met de groei van de
2.4.2 onze ambitie en opgaven
bevolking. We willen immers in balans blijven. Met de complexiteit aan opgaven kunnen we deze behoeften
Welvarend welzijn in ‘s-Hertogenbosch betekent dat werken, educatie, zorg, sport, wonen en leven weer meer
niet meer alleen op basis van kengetallen en spreidingsmodellen programmeren. Veel van de ruimtevraag die
en beter in elkaar overvloeien en elkaars nabijheid opzoeken. Met voldoende ruimte voor extra arbeidsplaat-
dit met zich meebrengt moeten we binnen het bestaand stedelijk gebied vinden en concurreert om de ruimte
sen en ondernemers. En met oog voor het welzijnsperspectief van en gelijke kansen voor iedereen. Waarbij
met woningen en andere voorzieningen. Daarnaast speelt voorlopig de netcongestie nog een sturende rol
we de noodzakelijke stappen zetten voor een circulaire economie en samenleving.
in de ontwikkelmogelijkheden. Nieuwbouw, verbouw of uitbreiding hangt samen met de mogelijkheid voor
Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we zes hoofdopgaven:
een energie-aansluiting. Ruimte voor werken en welzijn moeten we op maat programmeren in projecten,
•
We ontmengen op de bedrijventerreinen, om elders in stad en dorpen te kunnen mengen en ruimte
gebiedsontwikkelingen en herstructurering van wijken en centra. Dit kan ook zorgen voor interessante ver-
te houden voor bedrijven die overlast geven op het gebied van onder meer geur, geluid en stof;
bindingen en nieuwe combinaties. Zo kan groene ruimte tegelijkertijd ruimte bieden aan sport en beweging
We geven de ruimte aan nieuwe interactiemilieus met een sterke mix van wonen, werken en
en bedrijventerreinen kunnen de verhoogde zonneparken en accu’s van de stad zijn.
•
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 75
76 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
We noemen hierna zeven manieren hoe we de ambitie van de ontwikkellijn welvarend welzijn willen waar-
Door de Bossche cultuur van ontmoeting en samen dingen doen, kunnen we talent aan de stad binden.
maken.
We maken actief ruimte voor (data-)ondernemerschap (startups en scale-ups) en zorgen voor begeleiding, kennisuitwisseling en ontmoeting. Dat gebeurt onder meer, maar niet exclusief, in het Innovatie Kwartier Den
1. we koesteren de bestaande kwaliteiten en bouwen hierop voort
Bosch (IKDB), bij de Universiteit Jheronimus Academy of Data Science (JADS) en op de Onderwijsboulevard.
Als centrum van bestuur, rechtspraak, religie en vermaak en als regionaal cluster voor zorg en onderwijs is de
op alle opleidingsniveaus. Vanuit deze basis bouwen we ons uitstekende vestigingsklimaat voor bedrijven en
Bossche economie altijd divers en stabiel geweest. De transformatie van de economie en samenleving vraagt
datatalent verder uit. Met slimme (datagedreven) toepassingen kunnen we oplossingen ontwikkelen voor
om flexibiliteit en creativiteit van de Bosschenaar, maar biedt ook unieke kansen en mogelijkheden. Passend
maatschappelijke vraagstukken. Dit betekent dat ’s-Hertogenbosch kiest voor innovatie en voortbouwen op
bij ’s-Hertogenbosch gaat dat selectief, in haar eigen tempo en we kiezen voor de langlopende lijnen in tijd
de bestaande kwaliteiten, specialismes en interactie, zodat we slim samenleven.
Ook werken we aan een goede positie van het onderwijs in het algemeen, en data-onderwijs in het bijzonder,
en kwaliteit. De transformaties op het vlak van produceren, energie en samenleving vragen om innovaties is volop ruimte om te innoveren, met name via de kruisbestuiving tussen de bedrijven, het onderwijs en de
2. we zien de stad als een caleidoscoop van werklandschappen
maatschappij.
’s-Hertogenbosch gaat sterker sturen op het juiste bedrijf of de juiste activiteit op de juiste plek in het net-
die het produceren beter, anders, slimmer maken en ook nog betaalbaar houden. Ook in ’s-Hertogenbosch
werk. Dit om de beperkte ruimte optimaal te kunnen gebruiken. Voor elke onderneming en activiteit bestaat In de Bossche economie domineert het midden- en kleinbedrijf met lokale of regionale wortels. De arbeids-
een beste plek, waar de ondernemer met de meeste impact kan ondernemen. Maar dat is niet voor iedereen
participatie is hoog en de werkloosheid laag. In de Bossche samenleving zijn de sociale cohesie, de deelname
dezelfde plek. De locatiekeuze wordt bijvoorbeeld bepaald door de kenmerken van de bodem (voor agrarisch
aan vrijwilligerswerk en de verenigingsgraad bovengemiddeld. Dit zijn bijzondere kwaliteiten die terug te
gebruik), de milieucriteria (zoals geluid, geur, stof en de betaalbaarheid van het vastgoed), de nabijheid van
leiden zijn naar waarden die de Bossche economie en samenleving typeren: verbondenheid, ontmoeting,
een station of snelweg, de uitstraling van een omgeving of dat er (nieuwe) werknemers of gelijkgestemden
zorgzaamheid en plezier in het leven. Deze kwaliteiten en waarden bepalen mede hoe je als stad en samenle-
in de omgeving zijn. Voor elke activiteit bepaalt een combinatie van deze factoren de keuze van de locatie. En
ving omgaat met transities en met de uitdagingen van onze economie en maatschappij. Met de inrichting en
dan is het nog maar de vraag of deze locatie ook beschikbaar is.
het gebruik van de omgeving moeten we deze kwaliteiten borgen en versterken. Wat daar bijvoorbeeld niet bij past is een bedrijventerrein vol met bedrijven die geen relatie hebben met de stad, die arbeidsextensief zijn en die geen gebruikmaken van het arbeidspotentieel en/of de kennis en kunde van het Bossche ecosysteem.
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 77
vijf werklandschappen
milieu en gezondheid zijn een groot goed. Maar ‘s-Hertogenbosch laat in haar afwegingen ook sociaaleco-
Vanaf nu werken we in ruimtelijke zin aan de hand van een vijf werklandschappen om bedrijven, activitei-
nomische en maatschappelijke motieven én ruimtelijke kwaliteit een eigen rol spelen. Het werk- en wel-
ten, voorzieningen en andere functies beter op elkaar aan te laten sluiten en te laten profiteren van elkaars
zijnslandschap van ’s-Hertogenbosch is een fijnmazig, divers netwerk dat zich door de hele gemeente heen
aanwezigheid:
bevindt. Het fijnmazige karakter moet vooral sterker tot uitdrukking komen in meer ruimte voor activiteiten,
•
het productielandschap met een variant in de stad en het ommeland;
in bedrijvigheid en voorzieningen aan verbindende routes en in plekken waar deze routes kruisen, de knopen.
•
het interactielandschap;
Denk aan de stadsstraten, P+R-locaties, stations en fietssnelroutes. Rond deze knopen en aan deze routes ligt
•
het buurtlandschap;
veel potentie om de ruimte en de mobiliteit beter te benutten.
•
het zorg- en beweeglandschap;
•
het recreatief cultuurlandschap.
3. we ontmengen voor een sterk productielandschap Het productielandschap valt uiteen in een stedelijk en een landelijk type landschap. Beide typen staan hieron-
De term werklandschap vervangt de traditionele termen als bedrijventerrein, industrieterrein of kantorenpark
der toegelicht. Het verschil kort samengevat: het landelijke type is vooral gericht op hoogproductieve kring-
om te benadrukken dat de ruimte onderdeel is van een groter geheel. Binnen deze landschappen kunnen be-
looplandbouw en energieproductie; de stedelijke variant lijkt nog het meest op het traditionele bedrijventer-
drijven, activiteiten en voorzieningen een plek vinden en zoveel mogelijk de ruimte delen. Ook voor de meest
rein.
milieubelastende bedrijven is dit haalbaar, zonder dat het tot een beperking van de activiteiten hoeft te leiden.
stedelijk productielandschap We laten het strenge onderscheid tussen wonen en werken meer los en kiezen voor het principe van ont-
Stedelijk productielandschap voorziet primair in ruimte voor de milieubelastende bedrijvigheid die op afstand
mengen om te kunnen mengen. Werken moet weer worden teruggebracht in de wijken en de dorpen en
van woongebieden moet blijven. Hier zitten bedrijven die veel ruimte nodig hebben en veel vrachtverkeer
profiteren van en bijdragen aan een gemengde omgeving. Door lichtere bedrijven een plek te bieden in de
aantrekken. Het zijn niet per se omvangrijke gebieden, maar ze liggen wel vaak aan de rand van de stad of
stad, ontmeng je de zwaardere bedrijventerreinen. Als in de nabijheid van wonen meer banen zijn, ontstaat
solitair in het buitengebied.
interactie. Dat schept naast een economische perspectief voor bewoners en kleine ondernemers ook bedrijvigheid, dynamiek en veiligheid in de publieke ruimte. En maakt kortere ketens en circulariteit beter mogelijk.
In het stedelijk productielandschap is in nieuwe situaties geen ruimte meer voor stedelijk georiënteerde (klein-
De ontmenging van de bedrijventerreinen biedt vervolgens de mogelijkheid om op de juiste plek zwaardere
schalige) bedrijvigheid en activiteiten, die weinig tot geen overlast veroorzaken en maar beperkt verkeer aan-
bedrijvigheid met een grote milieubelasting de ruimte te geven.
trekken. Het positioneren van deze bedrijven elders in de stad, dorpen en kleine stedelijke bedrijvenclusters zorgt voor een betere menging. Daarnaast komt er dan ruimte binnen het stedelijk productielandschap voor
Het inzetten op meer menging betekent niet dat overal alles kan. Wet- en regelgeving op het gebied van
78 | Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch
bedrijven en nieuwe activiteiten en voor bedrijven met een hogere milieubelasting. Tot de nieuwe activiteiten
behoren ook het grootschalige inzamelen, demonteren en opwerken van materialen en grondstoffen voor
•
De ontwikkeling van de al bekende locaties Heesch-West (Bossche deel) en De Brand II zetten we
een circulaire economie, al dan niet als onderdeel van bestaande bedrijven. Tegelijkertijd moeten we in deze
onverminderd voort. De nieuwe stedelijke productielandschappen bieden samen een ruimte van
gebieden de ruimte beter en intensiever benutten. Het gezamenlijk benutten van faciliteiten zoals parkeer- en
bijna 50 hectare en mogelijkheden voor bedrijven in de hogere milieucategorieën. Waar mogelijk
opstelplaatsen, afvalinzameling, energievoorziening en intensief en meervoudig ruimtegebruik zorgt voor een
scherpen we de profielen aan om het karakter van het productielandschap te optimaliseren. Ook
efficiëntieslag op deze terreinen.
durven we op deze ontwikkellocaties ruimte te reserveren voor het juiste bedrijf op de juiste plek. Zo is op De Brand II ruimte voor watergebonden bedrijvigheid;
Om het stedelijk productielandschap te versterken, efficiënter te gebruiken en ruimte te creëren voor bedrijven
•
Op twee locaties, Meerendonk en Kruisstraat-Oost, ontwikkelen we nieuwe ruimte voor bedrijvigheid,
en nieuwe activiteiten, hanteren we de volgende uitgangspunten:
samen ongeveer 20 hectare. Hierbij hebben we aandacht voor de gemaakte kwalitatieve en
•
Nieuwe ruimte of ruimte die vrijkomt door ontmengen en intensiveren is primair voor milieubelastende
kwantitatieve afspraken uit de regionale programmering bedrijventerreinen. Als deze twee
bedrijven uit de hogere categorieën. Dit is inclusief de ruimte die eventueel nodig is voor de circulaire
uitbreidingslocaties en de intensiveringsslag op bestaande terreinen, zoals hiervoor beschreven,
economie, en voor bedrijven met een specifieke vestigingseisen, zoals watergebonden bedrijvigheid
niet voldoende ruimtewinst opleveren om te voldoen aan de doelstellingen, dan nemen we in
op De Rietvelden. In beginsel is deze ruimte niet bestemd voor nieuwe logistiek (X)XL, tenzij
overweging of er nog meer uitleglocaties nodig zijn. Dat kan in het Bossche zijn, of in de regio als
dit voor een optimale energiemix nodig is of onderdeel is van het verdelen van de provinciale
het om specifieke bedrijvigheid gaat die niet in onze gemeente inpasbaar is;
16
ontwikkelopgave; •
•
Op de locatie Meerendonk voorzien we ruimte voor stedelijk georiënteerde bedrijvigheid als onderdeel
Op bestaande terreinen wordt ruimte gecreëerd voor groei en nieuwe bedrijven. Dat doen we
van een brede gebiedsontwikkeling met wonen en andere voorzieningen. Op de Kruisstraat-Oost
onder meer door bedrijven die niet per se op een bedrijventerrein hoeven te zitten, te stimuleren
kunnen we extra ruimte bieden voor midden- en kleinbedrijf met lokaal profiel;
om zich elders in de stad te vestigen zoals stadstraten en wijkcentra. Waar de kans zich voordoet,
•
extensieve kavels met een hogere dichtheid en bouwhoogte. We staan geen nieuwe zelfstandige
Voor uitbreiding, verplaatsing en nieuwvestiging van bestaande bedrijven hanteren we, voor zover de gemeentelijke invloed reikt, een sturingsprincipe in vier stappen;
herverkavelen we bestaande terreinen voor efficiënter gebruik en intensiveren we op oude en/of •
Stap 1. Bestaande bedrijven met een groei- of vernieuwingswens onderzoeken eerst of dit kan via
kantoren of bedrijfsverzamelgebouwen toe in het stedelijk productielandschap en we perken de
uitbreiding of vernieuwing op de eigen locatie, door verdichting of een extra laag of extra lagen toe
ruimte voor XXL-logistiek verder in. Door het verbeteren van de bereikbaarheid met openbaar vervoer
te voegen. Stap 2. Kan dit niet, dan worden aangrenzende of nabijgelegen locaties in het onderzoek
en snelfietsroutes kunnen we de parkeervraag verlagen en waardevolle ruimte beter benutten.
betrokken. Stap 3. Biedt dat onvoldoende mogelijkheden, dan komen pas andere locaties in beeld. In
Op basis van studie naar bestaande bedrijventerreinen blijkt dat je met een combinatie van deze
eerste instantie op een bestaande locatie, al dan niet met (ver)nieuwbouw. En als laatste optie stap
maatregelen 6% tot 15% ruimtewinst kunt behalen. Vertaald naar de Bossche situatie levert dat 30
4: nieuwbouw op een ontwikkellocatie;
tot 80 hectare op;
•
Voor nieuwe bedrijven in ’s-Hertogenbosch hanteren we een sturingsprincipe in drie stappen,
Omgevingsvisie - Zin in ‘s-Hertogenbosch | 79
uiteraard ook voor zover de gemeentelijke invloed reikt. Stap 1. We stimuleren bedrijven om te
sche perspectief is er ook vraag voor niet-agrarische bedrijvigheid gelieerd aan het buitengebied, waaronder
kiezen voor het juiste werklandschap. Stap 2. We onderzoeken of het bedrijf zich kan vestigen op een
de verbreding van de agrarische activiteiten en branches zoals cultuurtechnische werken en grondverzet,
bestaande locatie, al dan niet met (ver)nieuwbouw. Stap 3. Als dat niet mogelijk is, is nieuwbouw op
meststoffendistributie, agrarisch loonwerk en statische opslag. Hiervoor is beperkt ontwikkelruimte en dit is
een ontwikkellocatie pas mogelijk. We verwachten dan wel dat het bedrijf van betekenis is voor de
altijd maatwerk. Het moet gaan om herontwikkeling van bestaande bedrijfsactiviteiten of bedrijfskavels met
lokale arbeidsmarkt, geen bijzondere (huisvestings)opgaven veroorzaakt en gaat voor een langjarige
(deels) hergebruik van een voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De aansluiting op de maat en schaal
verbintenis met de stad en de locatie.
van de omgeving, de wisselwerking stad-land, de doorwaadbaarheid van het landschap, de mate waarin het
Vooralsnog ontwikkelen we geen nieuwe grootschalige locaties, maar we houden wel Avenue A2 als reserve
bestaande (beter) wordt benut, de ruimtelijke inpassing, de versterking van het landschap en de verhouding
aan. We zetten daar in de wachtstand in op tijdelijk gebruik met bosbouw of innovatieve teelten voor toe-
tussen hoofd- en nevenactiviteit vormen onderdeel van de maatwerkafweging van het initiatief.
passingen in de circulaire bouw of combinaties van beide. Grootschalige leisure-functies of sportomgevingen geven we in dit tijdelijke landschap de ruimte. Daarnaast is er aandacht voor het instandhouden van de wer-