Bijlage 1 - Bijlage 4 bij de Toelichting MER GEANONIMISEERD
Tekst van het document
Blad 29
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Langs de Rekken leidt de toename van verkeer tot een toename van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Hier liggen echter weinig tot geen woningen langs. Trillingen Heesch West leidt naar verwachting niet tot wezenlijke trillingshinder in de omgeving. Lichthinder Heesch West leidt tot een toename van lichtuitstoot door verlichting van bedrijven, verlichting van wegen van en naar Heesch West en door toename van verkeer. Dit gaat ten koste van de duisternis in het gebied, maar leidt naar verwachting niet tot lichthinder. Aandachtspunt is de verplichte verlichting op windturbines boven de 150 m. Deze geeft geen lichthinder, maar kan door omwonenden als storend worden ervaren. Slagschaduw en schittering Windturbines op Heesch West leiden tot een kans op slagschaduw op omliggende woningen (en kantoren). Door mitigatie wordt voldaan aan de wettelijke norm. De kans op slagschaduw is er vooral op momenten dat de zon laagstaat: in het voorjaar en het najaar, ’s ochtends, eind van de middag/begin van de avond. De kans op en hinder van schittering door zonnepanelen op daken, zonneparken en bedrijven is naar verwachting beperkt: zonnepanelen worden tegenwoordig van een coating voorzien die schittering voorkomt dan wel beperkt. Daarnaast liggen de zonneparken op afstand of worden ze afgeschermd en liggen de zonnepanelen op daken op hoogte.
Figuren S.11 Slagschaduwcontouren VKA (bron: Antea Group, 2018)
Blad 30
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Geur Door de realisatie van Heesch West verdwijnen agrarische bedrijven met geuruitstoot uit het gebied. Daar komt mogelijk geuruitstoot door nieuwe bedrijven voor terug, maar de inwaartse zonering (en wettelijke eisen) voorkomen dat dit tot wezenlijke geureffecten leidt buiten de plangrens. Er is geen sprake van belemmering/beperking tussen Heesch West en omliggende veehouderijen. Externe veiligheid Er liggen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontouren van de bestaande risicobronnen. Ook zullen geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 106/jaar plaatsgebonden risicocontouren van nieuwe risicobronnen komen te liggen. Het groepsrisico van de onderscheiden risicobronnen (A59, LPG-tankstation, hogedruk aardgastransportleiding) neemt enigszins toe als gevolg van de bedrijventerreinontwikkeling enigszins toe. Doordat inwaartse zonering wordt toegepast en een extra planregel wordt opgenomen in het bestemmingsplan, zal een bepaalde afstand tussen bedrijvigheid en de omliggende (beperkt) kwetsbare objecten en bedrijven onderling in acht worden genomen. Ook hierdoor zal het groepsrisico niet hoog worden. Gezondheid Heesch West leidt tot toename van geluids- en luchtkwaliteitseffecten onder de wettelijke grenswaarden. Er is verschuiving in een aantal GES-klasses zichtbaar ten opzichte van de referentiesituatie.
Gezien het beperkt aantal bewoners direct nabij het bedrijventerrein zijn de verschileffecten relatief beperkt. Het verdwijnen van de veehouderijen binnen het plangebied kan voor de bewoners aan de zuidzijde en rond het plangebied de gezondheidsrisico’s rond veehouderijen beperken. Daar staat tegenover dat met de realisatie van kantoorruimtes bij bedrijven er nieuwe blootgestelden komen binnen de 2 km invloedscirkel van de geitenhouderij Weerscheut 19. Dit effect kan echter niet eenduidig worden aangetoond vanwege het ontbreken van een aantoonbaar dosis-effect-relatie tussen gezondheid en veehouderijen. De maatregelen, zoals de wandel- en fietsroutes en bankjes in de groene omgevingen (parksingels, het zon- en waterpark en wind- en natuurpark), bevorderen het bewegen, danwel ontspannen van werknemers, recreanten en bewoners en hebben daarmee een positief effect op gezond gedrag. Het positieve verkeerseffect van het VKA ten opzichte van alternatief 3 in/rond Vinkel en daarmee het positieve effect op geluid en luchtkwaliteit heeft ook een positief (minder negatief effect) op gezondheid. Ruimtegebruik De ontwikkeling van het bedrijventerrein leidt tot negatieve effecten op meerdere woningen, agrarische bedrijven en het landbouwareaal in het plangebied. De betreffende panden en gronden zijn echter al aangekocht.
De effecten op de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur zijn beperkt. Heesch West heeft een positief effect op de recreatieve waarde van het gebied als uitloopgebied. Het toevoegen van windmolens leidt niet tot wezenlijke andere effecten in het ruimtegebruik.
Blad 31
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Tabel S.6a Aantal blootgestelden (woningen) per GES-klasse geluid GES- Milieugezondheid score kwaliteit
Lcum
referentie
Alternatief 3
VKA
0
Zeer goed
< 43
46
21
34
1
Goed
43 – 47
105
99
107
2
Redelijk
48 – 52
249
208
241
3
Vrij matig
n.v.t.
-
-
-
4
Matig
53 – 57
190
227
188
5
Zeer matig
58 – 62
195
222
217
6
Onvoldoende
63 – 67
46
51
42
7
Ruim onvoldoende
68 – 72
26
27
26
8
Zeer onvoldoende
≥ 73
8
8
8
Bron: KuiperCompagnons, 2019 Tabel S.6b Aantal blootgestelden (woningen) per GES-klasse luchtkwaliteit - NO2 , PM10 en PM2,5 NO2 [µg/m3]
PM10 [µg/m3]
GESscore
Milieu gezondheid kwaliteit
Klasse
Ref.
Alt 3
0
Zeer goed
<5
0
0
1
Goed
5 – 10
0
0
2
Redelijk
10 – 15
0
0
3
Vrij matig
15 – 17,5
60
18
17,5 - 20
62
20 -22,5
4
5
Matig
Zeer matig
6
Onvoldoende
7
Ruim onvoldoende
8
Zeer onvoldoende
VKA
PM2,5 [µg/m3] Ref.
Alt 3
VKA
0
0
0
0 -2
0
0
0
2–4
0
0
0
4–5
0
0
0
0
0
5–6
0
0
0
0
0
0
6–7
0
0
0
14 – 16
0
0
0
7–8
0
0
0
4
16 – 18
135
32
85
8–9
0
0
0
0
0
18 – 20
17
108
58
9 –10
0
0
0
0
0
0
20 – 22,5*
0
12
12
10 – 11*
0
0
0
32,5 - 35
0
0
0
22,5 - 25
0
0
0
11 – 12
75
0
8
35 –37,5
0
0
0
25 – 27,5
0
0
0
12 – 13
77
102
126
37,5 – 40
0
0
0
27,5 – 30
0
0
0
13 – 14
0
142
18
≥ 40
0
0
0
≥ 30
0
0
0
0
8
0
Klasse
Ref.
Alt 3
0
0
<4
0
0
4 -8
0
0
17
8 - 10
0
0
84
91
10 - 12
0
23
27
24
12 – 14
22,5 - 25
7
15
19
25 – 27,5
0
8
27,5 - 30
0
30 – 32,5
VKA
Klasse
≥ 14
* Scores boven de WHO advieswaarden. Advieswaarden zijn NO2 <40 µg/m3, PM10 <20 µg/m3, PM2,5 <10 µg/m3
Bron: KuiperCompagnons, 2019
Landschap Heesch West verandert het landschap. Het oorspronkelijke halfopen agrarische landschap verdwijnt en er komt een grootschalig werk- en energielandschap voor terug. Heesch West gaat onvermijdelijk ten koste van huidige landschappelijke waarden. Het betreft echter geen bijzondere of beschermde waarden. Ook is het plangebied van Heesch West ingepast in bestaande landschappelijke structuren, is het beoogde stedenbouwkundige ontwerp geïnspireerd op het huidige landschappelijke karakter van het gebied, zijn landschappelijke
Blad 32
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
waarden zoveel als mogelijk behouden en waar dit niet mogelijk is op andere plaatsen op het bedrijventerrein teruggebracht. Daarnaast is vanuit de duurzaamheidsdoelstelling voor Heesch West fors ingezet op de realisatie van nieuwe robuuste landschappelijke waarden (positief effect), waarmee tevens invulling is gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals in het provinciaal beleid gevraagd. In het algemeen kan daarmee gesteld worden dat Heesch West enerzijds tot verlies van huidige landschappelijke waarden leidt, maar anderzijds zowel zoveel als mogelijk landschappelijke waarden respecteert als een forse landschappelijke kwaliteitsimpuls biedt. De hoge bedrijfshallen en windturbines van Heesch West zijn zichtbaar vanuit de omgeving. Heesch West zelf wordt landschappelijk afgeschermd, waardoor vanuit delen van de omgeving Heesch West niet of beperkt zichtbaar zal zijn. Voor windturbines is afscherming niet of nauwelijks mogelijk De doorsteek langs de Ruitersdam tussen Weerscheut en Koksteeg in het VKA heeft een negatief effect op het landschap ter plaatse. De Ruitersdam is een landschappelijke/cultuurhistorisch waardevolle lijn. Door de nieuwe weg direct ten noorden van de Ruitersdam te leggen blijft de Ruitersdam zelf gespaard en de nieuwe doorsnijding van het landschap beperkt.
Maar het heeft wel een negatief effect op de beleving van de Ruitersdam en het landschap ter plaatse.. Natuur Heesch West heeft een aantal negatieve effecten op natuur: Heesch West leidt, zij het gering, tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000gebieden. Omdat Heesch West als prioritair project onderdeel uitmaakt van de PAS, is deze toename in het kader van de Passende beoordeling bij het PAS als niet significant beoordeeld; Heesch West leidt niet tot andere effecten op Natura2000-gebieden; Heesch West leidt tot verstoring van 2 NNB gebieden. Hiervoor wordt compensatie uitgewerkt; Heesch West leidt tot verlies van houtopstanden. Deze worden echter binnen het plan gecompenseerd; Heesch West leidt tot aantasting van verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Hiervoor worden mitigerende/compenserende maatregelen uitgewerkt. Naast negatieve effecten heeft Heesch West ook positieve effecten op natuur. De ruime landschapszones bieden kansen voor natuurontwikkeling en diverse plant- en diersoorten. De doorsteek langs de Ruitersdam tussen Weerscheut en Koksteeg heeft een negatief effect op de ecologie ter plaatse. Door de nieuwe weg direct ten noorden van de Ruitersdam te leggen blijft de Ruitersdam zelf gespaard en de nieuwe doorsnijding van het landschap beperkt.
De aansluiting van de nieuwe weg op de Weerscheut en Koksteeg moet wel via de Ruitersdam in verband met de ligging van woningen. Dit gaat ter plaatse van de aansluitingen ten koste van bomen. Ecologisch onderzoek heeft aangetoond dat er in deze bomen geen vaste verblijfplaatsen van soorten (vogels, vleermuizen) zitten . Wel kan sprake zijn van verstoring van leefgebied van marterachtingen. Aandachtspunt is ook de verlichting van de nieuwe weg. Als de weg verlicht wordt dan bij voorkeur laag bij de grond en van de Ruitersdam af gericht in verband met de vliegroute van vleermuizen over de Ruitersdam.
Blad 33
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Cultuurhistorie Heesch West gaat niet of nauwelijks ten koste van cultuurhistorische waarden. Deels omdat het plangebied relatief weinig waarden bevat, deels omdat de waarden die er zijn ingepast zijn in het ontwerp. De beleving van deze waarden verandert wel doordat ze niet meer in agrarische context zijn gelegen maar op of aan de rand van een bedrijventerrein. Archeologie Heesch West gaat niet of nauwelijks ten koste van archeologische waarden. Het gebied is in eerder onderzoek grotendeels vrijgegeven. Een paar locaties worden nog nader onderzocht. Bodem De voorgenomen ontwikkeling leidt tot effecten op het grondverzet, de grondbalans en de bodemopbouw. De aspecten zetting, bodemwaarden e bodemkwaliteit worden niet wezenlijk beïnvloed. Water Heesch West heeft op diverse wateraspecten effect. Als gevolg van Heesch West wordt de waterstructuur aangepast. Een aantal watergangen wordt gedempt, hiervoor worden nieuwe watergangen elders op Heesch West teruggebracht. Er wordt veel nieuw oppervlaktewater gerealiseerd voor wateropvang, een drijvend zonnepark en natuurontwikkeling. De toename aan verharding wordt gecompenseerd door wadi’s en andere infiltratiemogelijkheden. Delen van Heesch West moeten worden opgehoogd. Het verlies aan waterbergend vermogen wordt gecompenseerd in de wadi’s en het nieuwe oppervlaktewater.
In de landschappelijke zones is ruim oppervlak gereserveerd voor wateropvang, berging en infiltratie, niet alleen voor de wateropgave van Heesch West zelf, maar ook voor de omgeving gebied. Tevens wordt hiermee invulling gegeven aan de eisen/wensen vanuit klimaatadaptatie en duurzaamheid. Afvalwater wordt in beperkte mate traditioneel afgevoerd. Bedrijven met grote proceswater-/ afvalwaterhoeveelheden moeten dit zelf oplossen. Heesch West staat open voor innovatieve manieren van waterzuivering (maar faciliteert deze niet zelf). Heesch West heeft geen effect op waterwingebieden en/of beschermde gebieden waterhuishouding en een positief effect op KRW-waterlichamen (door de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs de Kleine wetering en het verbeteren van de ecologische kwaliteit in de watergangen in het algemeen). Duurzaamheid Regionaal bedrijventerrein Heesch West heeft als doel om het meest duurzame terrein van Nederland te worden. De realisatie van een energiepositief terrein (3 windturbines, zonnepanelen op daken en in zonneparken) heeft vanzelfsprekend een zeer positief effect op duurzaamheid. De ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt optimaal gecombineerd met de landschappelijke inpassing en de biodiversiteit wordt hoog gehouden. Op het terrein vindt zoveel mogelijk duurzaam gebruik van grondstoffen plaats en/of hergebruik van materialen.
Duurzaam watergebruik en een klimaatbestendig terrein leiden eveneens tot positieve effecten op duurzaamheid. De maatregelen ter bevordering van duurzame mobiliteit zijn momenteel naar verwachting nog beperkt. De voorkeur in het VKA om het gebied voor fase 2 voorafgaand aan ontwikkeling van bedrijventerrein te benutten voor duurzame energieopwekking (zonnepark) draagt extra bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van Heesch West. Dit geldt ook voor de voorkeur om in te zetten op 3 hoge windturbines (in plaats van geen of lage windturbines).
Blad 34
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de zuidzijde van de A59 tussen ’s-Hertogenbosch, Heesch en Oss komt het regionaal bedrijventerrein Heesch West. Dit terrein richt zich met name op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. De gemeenten 's-Hertogenbosch, Oss en Bernheze zijn gezamenlijk initiatiefnemer voor dit terrein en hebben zich hiervoor verbonden in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West.
Figuur 1.1 Ligging Regionaal bedrijventerrein Heesch West in de regio
Heesch West staat voor Energiek, Groen en Circulair: het meest duurzame terrein van Brabant. Voor aspecten zoals energie, klimaat en CO2 wordt nu al ingezet op de doelstellingen voor 2030. De Gemeenschappelijk Regeling Heesch West gelooft in een uitnodigende houding om gezamenlijk te werken aan het “meest duurzame bedrijventerrein van Brabant”. In een proces van co-creatie wordt gezamenlijk gezocht naar de meest duurzame oplossing. Duurzaamheid is echter geen vrijblijvende keuze. Door bijvoorbeeld het terrein aardgasvrij te maken wordt bedrijven een uitdaging geboden waar een duurzaam antwoord op moet komen. Daartegenover zal in een robuust energieconcept (waaronder eigen energieopwek met 3 windturbines, zonnepanelen op dak en in zonneparken) en bijbehorende infrastructuur worden voorzien. De invulling van deze uitdaging is vrij, passend bij de specifieke omstandigheden en bedrijfsvoering van het bedrijf. Bedrijven worden uitgedaagd en gefaciliteerd om in dit proces mee te gaan. Het plangebied waarop de ontwikkeling van regionaal bedrijventerrein Heesch West is voorzien is weergegeven in Figuur 1.2.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Het plangebied betreft niet lleen het bedrijventerrein, maar ook aanpassing/opwaardering van de infrastructuur er naar toe.
Het plangebied betreft het gebied ten zuiden van de A59, dat globaal wordt begrensd door de Weerscheut, de Ruitersdam, Rakstraat, de Zoggelsestraat aan de Oostzijde en de Achterste Groes.
Blad 35
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Figuur 1.2a Gedetailleerde begrenzing plangebied
Figuur 1.2b Gedetailleerde begrenzing plangebied
Blad 36
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
1.2
Voorgeschiedenis Er wordt al jaren gesproken over Regionaal Bedrijventerrein Heesch West. De planvorming voor het bedrijventerrein heeft een lange voorgeschiedenis. In het traject zijn o.a. de locatie en de ontsluiting uitgebreid onderzocht, afgewogen en besloten. In 2013 zijn op basis van de toenmalige voornemens ten aanzien van oppervlak, programma en inpassing een voorontwerp bestemmingsplan en een concept milieueffectrapport (MER) opgesteld. Uitgegaan werd toen van een bedrijventerrein van ruim 100 ha en van een meer algemeen gemengd bedrijventerrein. Deze stukken zijn echter nooit in procedure gebracht, mede door een evaluatie en herijking van het provinciaal bedrijventerreinen programma in 2014 en de economische crisis. Inmiddels trekt de economie weer aan en heeft een kwalitatieve en kwantitatieve herijking van het programma van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West plaatsgevonden. De omliggende bedrijventerreinen Rietvelden ('s-Hertogenbosch) en Vorstengrafdonk (Oss) zijn zo goed als vol. Op basis van het Masterplan Regionaal Bedrijventerrein Heesch West is voor Heesch West nu een duidelijke behoefte en focus gedefinieerd. Het programma sluit hierdoor beter aan op de herijking van het provinciaal bedrijventerreinen programma en de veranderde vraag van de markt.
Bij de actualisatie van de prognoses in 2019 is geconstateerd dat de behoefte toeneemt, overigens ook in andere segmenten. Tegelijkertijd verloopt de uitgifte op nabije terreinen Vorstengrafdonk en De Rietvelden sneller dan verwacht. In hoofdstuk 5 is uitgebreider ingegaan op de voorgeschiedenis, de onderzoeken en keuzes die al zijn gemaakt (en de onderbouwing ervoor).
1.3
Bestemmingsplannen en m.e.r.-procedure Bestemmingsplannen en m.e.r.-procedure De ontwikkeling van Heesch West is op basis van de vigerende bestemmingsplannen niet mogelijk. Daarom is per grondgebiedgemeente (‘s-Hertogenbosch en Bernheze) een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In de bestemmingsplannen wordt maximaal 50 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein (de eerste fase) rechtstreeks mogelijk gemaakt, inclusief de realisatie van het circulair kwaliteitspark, circulaire energievoorzieningen en de aanpassing van de infrastructuur naar het gebied toe. Indien daar vanuit de markt behoefte aan is, kan in een tweede fase, nog eens maximaal 30 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein worden ontwikkeld. Hiervoor is in de bestemmingsplanen een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De 30 hectare wordt vraaggericht ontwikkeld, gebonden aan voorwaarden. In totaal gaat het daarmee om maximaal 80 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. Initiatiefnemer en bevoegd gezag Het initiatief voor het Regionaal bedrijventerrein Heesch West is genomen door de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West.
De GR is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tussen de gemeenten Bernheze, 's-Hertogenbosch en Oss, in werking getreden op 14-06-2014, met tot doel om – ter bevordering van de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in de regio Noordoost Brabant – te komen tot een gezamenlijke ontwikkeling, realisatie, exploitatie en beheer van een regionaal bedrijventerrein genaamd 'Heesch West'. Het plangebied is geheel in eigendom bij de GR.
Blad 37
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Het bedrijventerrein ligt op het grondgebied van de gemeenten ’s-Hertogenbosch en Bernheze. De gemeenteraden van deze gemeenten zijn bevoegd gezag voor de bestemmingsplannen. De gemeente Oss is gezien de ligging van het bedrijventerrein direct belanghebbende, lid van de GR en daarom mede direct betrokken bij de plan- en besluitvorming. Daarnaast zijn de provincie en het waterschap intensief betrokken bij de planvorming. Daarnaast wordt een zogenaamd facetbestemmingsplan (facet, want maar voor 1 aspect) geluid opgesteld om een geluidzone rondom Heesch West vast te leggen. Dit facetplan overlapt ook Oss grondgebied. Voor dit facetplan zijn dan ook alle drie betrokken gemeenten bevoegd gezag. Bij het facetplan geluid is de Omgevingsdienst Brabant Noordoost nauw betrokken.
1.4
Dit milieueffectrapport (MER) In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt een m.e.r.-procedure doorlopen (waarbij m.e.r. staat voor milieueffectrapportage) voor het hele plangebied en voor beide bestemmingsplannen en is dit milieueffectrapport (MER) opgesteld. De m.e.r.-procedure is gestart met publicatie van een startdocument, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD staat wat in het milieueffectrapport (MER) wordt onderzocht en op welke manier. Conform wet- en regelgeving, zijn betrokken bestuursorganen en adviseurs (de vooroverleg partners in het kader van de bestemmingsplanprocedure en enkele specifieke m.e.r.adviseurs) geraadpleegd over de inhoud (reikwijdte en detailniveau) van het MER: wat moet in het MER worden onderzocht en op welke manier? De NRD is tevens ter inzage gelegd zodat eenieder heeft kunnen reageren. Op basis van de NRD en de ontvangen reacties en adviezen is voorliggend MER opgesteld.
1.5
Leeswijzer De m.e.r.-procedure wordt toegelicht in Hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het relevante beleid. De referentiesituatie komt vervolgens in hoofdstuk 4 aan bod, gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen activiteit in hoofdstuk 5. Naast de voorgenomen activiteit wordt er in hoofdstuk 5 ingegaan op hoe met alternatieven wordt omgegaan in het plan-MER. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 het beoordelingskader en –methodiek behandelt. Hoofdstuk 7 tot en met 23 beschrijven verschillende milieuthema’s met beschrijving relevante referentiesituatie en effecten en vervolgens een beoordeling van de effecten. In hoofdstuk 24 volgen de conclusies en het voorstel voorkeursalternatief. Tot slot worden in hoofdstuk 25 de leemten in kennis en aanzet tot evaluatie behandelt. In deze notitie worden enkele woorden en afkortingen veelvuldig gebruikt. In het onderstaande overzicht zijn deze veelgebruikte woorden en afkortingen kort toegelicht.
Blad 38
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Afkortingen en begrippen MER
Het milieueffectrapport
Plan-MER
Het milieueffectrapport voor kaderstellende plannen
m.e.r.
De procedure waarbinnen het milieueffectrapport opgesteld wordt
Plan-m.e.r.
De procedure waarbinnen het milieueffectrapport voor plannen opgesteld wordt
Voornemen
Datgene, wat de initiatiefnemer wil realiseren, in dit geval de realisatie van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West, planologisch vastgelegd in de bestemmingsplannen Heesch West
Huidige situatie
De momentele situatie (zonder toekomstige ontwikkelingen en zonder voornemen De huidige situatie aangevuld met autonome ontwikkelingen
Referentiesituatie
Autonome ontwikkeling ontwikkeling die onafhankelijk van de uitvoering van de bestemmingsplannen Heesch West plaats zal vinden en waarover een definitief besluit is genomen Plansituatie
De toekomstige situatie met voornemen en autonome ontwikkelingen
Zoekgebied
Het gebied waarbinnen gezocht wordt naar mogelijkheden voor het voornemen Het uiteindelijke deel van het zoekgebied waar het voornemen gerealiseerd gaat worden en dat vastgelegd wordt in de bestemmingsplannen Het gebied waar als gevolg van het voornemen effecten kunnen optreden. Het studiegebied kan groter zijn dan het plangebied en het kan per aspect verschillen
Plangebied
Studiegebied
Alternatieven
De mogelijke ‘manieren’ waarop het voornemen kan worden gerealiseerd
Varianten
Kleine variaties binnen een alternatief
Blad 39
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Blad 40
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
2
De m.e.r.-procedure
2.1
Waarom m.e.r. ? In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r.-procedure te doorlopen en een MER op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.: Op basis van toetsing aan het Besluit m.e.r.; Omdat voor de voorgenomen activiteit een passende beoordeling moet worden uitgevoerd. Industrieterrein Toetsing aan het Besluit m.e.r. Het voornemen, de realisatie van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West is opgenomen in onderdeel D 11.3 van het Besluit m.e.r.: aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Voor een kaderstellend bestemmingsplan geldt bij een omvang van 75 hectare (bruto) of meer een zogenaamde plan-m.e.r.-procedure. Bij een omvang kleiner dan 75 (bruto) hectare geldt een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Tabel 2.1a Besluit m.e.r. categorie D11.3 (industrieterrein) Nr. D 11.3
Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.
Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet
Het beoogde oppervlak (uitgeefbaar terrein) van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West is 80 hectare (netto uitgeefbaar oppervlak). Echter in eerste instantie wordt in de bestemmingsplannen 50 hectare (netto) vastgelegd en rechtstreeks mogelijk gemaakt (fase 1). Fase 2 (30 hectare netto) wordt met een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen en later vraaggericht ontwikkeld (zie hoofdstuk 4). Voor de effectenbepaling wordt uitgegaan van 80 ha (netto) binnen een zoekgebied van ca 170 ha. Aangezien regionaal bedrijventerrein Heesch West mogelijk ruimte biedt voor bedrijven, die op zichzelf kunnen leiden tot verplichtingen ten aanzien van m.e.r. is sprake van een kaderstellend plan. Op basis van toetsing aan het Besluit m.e.r. geldt daarom een plan-m.e.r.-plicht voor het bestemmingsplan.
Blad 41
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
M.e.r.-plicht vanwege een passende beoordeling Wanneer niet op voorhand kan worden uitgesloten dat een voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebied, volgt uit de Wet natuurbescherming dat een passende beoordeling moet worden opgesteld. Uit de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer volgt dat dan (ook) een plan-m.e.r. procedure doorlopen wordt. Er ligt geen Natura 2000-gebied in of direct aangrenzend aan het zoekgebied voor Regionaal Bedrijventerrein Heesch West. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn op 11 km afstand gelegen (Rijntakken en Vlijmens Ven, Bossche Broek en Moerputten). Veel van de mogelijke effecten van een bedrijventerrein op Natura 2000-gebieden kunnen hiermee op voorhand worden uitgesloten (bv. ruimtebeslag, verdroging). Echter, het bedrijventerrein leidt tot een uitstoot van stikstof. Dit door bedrijfsbronnen en door verkeer van en naar (en op) het bedrijventerrein. Gezien het beoogde programma (met name zeer grootschalig logistiek) gaat het naar verwachting om flinke aantallen verkeersbewegingen met een groot aanvoer- en afvoer gebied. Daarmee kan een stikstofeffect op de omliggende Natura 2000-gebieden, ook al zijn ze relatief ver gelegen, niet worden uitgesloten.
Regionaal bedrijventerrein Heesch West is deels als prioritair project opgenomen in het PAS (Programma Aanpak Stikstof, het rijksprogramma om EN invulling te geven aan doelstellingen ten aanzien van Natura 2000-gebieden EN economische/ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te blijven maken). Dat betekent dat er in principe deels stikstofruimte is gereserveerd voor Heesch West en dat een (per saldo) toename van stikstof niet leidt tot een niet uitvoerbaar plan. In het kader van het PAS is een programma generieke passende beoordeling opgesteld waarin gemotiveerd is dat de effecten van het PAS positief zijn (en dus niet negatief). Momenteel (mei 2019) is echter de juridisch de vraag of deze onderbouwing valide is en /of gebruikt mag worden voor individuele plannen en projecten. Op vragen van de Raad van State heeft het Europese Hof van Justitie op 7 november 2018 geoordeeld dat het PAS als programma in principe is toegestaan, maar alleen als “wetenschappelijk” is aangetoond dat het PAS niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura2000-gebieden. De toets of het PAS voldoende “wetenschappelijk” is onderbouwd ligt momenteel (weer) voor de Raad van State. Op 14 februari 2019 heeft een eerste zitting plaatsgevonden over de eerste zaken met PAS-beroepen. Het is nog onduidelijk wanneer de eerste uitspraak van de Raad van State volgt en wat hiervan de inhoud zal zijn.
Het beleid van het Rijk en de provincies blijft tot de uitspraak ongewijzigd: de vergunningverlening gaat door. Wel zijn de in voorbereiding zijnde herzieningen van het PAS opgeschort. Het is dus op voorhand niet duidelijk of een passende beoordeling moet worden opgesteld voor regionaal bedrijventerrein Heesch West en of daarmee tevens een plan-m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Windturbines Op Heesch West worden mogelijk windturbines gerealiseerd. Ook voor windturbines kunnen verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. (milieueffectrapportage). Windturbines vs. Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r (versie sinds mei 2017) zijn windmolenparken opgenomen in categorie 22.2 op de zogenaamde C en D-lijst.
Blad 42
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Tabel 2.1b Besluit m.e.r. categorie C22.2 en D22.2 (Windturbinepark) Nr. C 22.2
Activiteiten De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 20 windturbines of meer.
Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
D 22.2
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of 2°. 10 windturbines of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Besluiten Het besluit bedoeld in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet, het besluit bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Wet windenergie op zee of de besluiten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn Het besluit bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet of de besluiten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de wet van toepassing zijn dan wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
Wat bepalend is voor de verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.is: Of het een windturbinepark betreft, zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r: “park bestaande uit ten minste drie windturbines”; Hoeveel windmolens het betreft: meer of minder dan 20/meer of minder dan 10; Wat het gezamenlijk vermogen is: meer of minder dan 15 megawatt; Het type (ruimtelijk) plan of besluit. Indien er minder dan 3 windmolens gerealiseerd worden, gelden sowieso geen verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.: de windmolens vallen dan niet onder de definitie van windmolenpark. Op Heesch West worden conform provinciaal beleid 3 windturbines onderzocht. Daarmee is sprake van een windturbinepark. Wanneer er sprake is van 20 windmolens of meer geldt een m.e.r.-plicht voor de vergunningsaanvraag. Een ruimtelijke plan (zoals een bestemmingsplan) voor 20 windmolens of meer is kaderstellend en daarmee plan-m.e.r.-plichtig. Heesch West biedt geen ruimte voor 20 windmolens of meer. Wanneer er sprake is van een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt of meer en/of 10 of meer windmolens geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de vergunningaanvraag. Een ruimtelijke
Blad 43
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
plan (zoals een bestemmingsplan) voor 15 Megawatt of meer en/of 10 of meer windmolens is kaderstellend en daarmee plan-m.e.r.-plichtig. De vraag is of deze drempelwaarden gehaald worden. Er worden minder dan 10 windmolens gerealiseerd en naar verwachting minder dan 15 megawatt. In dat geval zou er zowel op vergunningenniveau als op ruimtelijk planniveau een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaan in plaats van respectievelijk een m.e.r.-beoordeling en een plan-m.e.r. Windturbines vs passende beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. Wel liggen Natura 2000gebieden in de omgeving van het zoekgebied. Hoewel deze gebieden op afstand (minimaal 11 km) van het zoekgebied zelf liggen, zouden significant negatieve effecten kunnen optreden, bijvoorbeeld op vogel en vleermuissoorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het onderzoek naar (mogelijke) effecten op Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 13) geeft als conclusies dat windturbines op Heesch West niet leiden tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Vergraving/ontgronding Toetsing aan het Besluit m.e.r. Op Heesch West worden waterpartijen en –gangen aangelegd. Voor de vergraving/ontgronding gelden ook verplichtingen ten aanzien van m.e.r. Het wordt m.e.r. technisch gezien als winning oppervlaktedelfstoffen (categorie ).
Ook als de vergraving niet ten behoeve van delfstofwinning is. Voor ontgrondingen groter dan 25 ha dient in het kader van de ontgrondingenvergunning een m.e.r. te worden doorlopen, voor ontgrondingen kleiner dan 25 ha een m.e.r.-beoordeling. Voor bestemmingsplannen die hiervoor kaderstellend zijn geldt een plan-m.e.r.-plicht. Tabel 2.1c Besluit m.e.r. categorie C16.1 en D16.1 (Ontginning, winning oppervlaktedelfstoffen) Nr. C 16.1
D 16.1
Activiteiten De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld in categorie 16.2 of 16.4 van onderdeel C van deze bijlage. De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare.
Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Besluiten Het besluit, bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van 12,5 hectare of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Het besluit, bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet.
Blad 44
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
M.e.r.-plicht vanwege een passende beoordeling De m.e.r.-verplichtingen voor ontgrondingen in relatie tot Natura2000-gebieden geldt hetzelfde als voor bedrijventerreinen. Conclusie Voor het bestemmingsplan Bedrijventerrein Heesch West is mogelijk sprake van een plan-m.e.r.plicht, gezien de kaderstelling voor bedrijven met een eigen m.e.r.-verplichting, kaderstelling voor ontgronding en omdat mogelijk een passende beoordeling verplicht is vanwege mogelijke significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Voor de windturbines op Heesch West geldt geen plan-m.e.r. of project-m.e.r. plicht, maar wel een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. De gemeenschappelijke regeling heeft ervoor gekozen voor Heesch West ook los van wettelijke verplichtingen een m.e.r.-procedure te doorlopen. Een m.e.r.-procedure borgt dat zeker en in alle mogelijke gevallen maximaal voldaan wordt aan de verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. De m.e.r.-procedure wordt ook als meerwaarde gezien in het plan- en besluitvormingsproces: het biedt een uitstekende inhoudelijke en procedurele kapstok voor de te maken afwegingen en te nemen besluiten. Aangezien een plan-m.e.r.-procedure doorlopen wordt, is het niet noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op de stellen. De effecten van de totale ontwikkeling worden in het planm.e.r. beschouwd.
Deze plan-m.e.r.-procedure wordt doorlopen in samenhang met de bestemmingsplanprocedure. Door de mogelijkheden voor en effecten van windturbines mee te nemen in het MER Regionaal Bedrijventerrein Heesch West wordt aan alle m.e.r.-verplichtingen (ruimschoots) voldaan.
2.2
Procedurele en inhoudelijke eisen aan m.e.r. Een m.e.r. bestaat uit een aantal procedurele stappen en producten. Het startdocument van de procedure is deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau, in het vervolg ook aangeduid met ‘Notitie’ of “NRD”. Het eindproduct van de m.e.r.-procedure is een milieueffectrapport (MER). De m.e.r.-procedure kent de volgende procedurele eisen: Openbare kennisgeving van het voornemen; Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.; Bieden van de mogelijkheid om zienswijze in te dienen; Advies commissie m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (optioneel); Opstellen milieueffectrapport; Openbaar maken MER en opsturen aan de wettelijke adviseurs & commissie m.e.r.; Bieden van de mogelijkheid om zienswijze op het MER in te dienen; Toetsingsadvies Commissie m.e.r.; Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit; Evaluatie van effecten tijdens en na de realisatie. Formeel is het bevoegd gezag voor het ruimtelijk plan, in dit geval de gemeente ’s-Hertogenbosch en de gemeente Bernheze voor de bestemmingsplannen, verantwoordelijk
Blad 45
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
voor de acties in het kader van de m.e.r. De voorbereidende activiteiten voor de m.e.r.- en bestemmingsplanprocedure worden door de Gemeenschappelijke Regeling gedaan. Conform artikel 7.7 van de Wet milieubeheer bevat een plan- MER tenminste een beschrijving van: hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd (probleem en/of doelstelling); de voorgenomen activiteit en redelijkerwijs te beschouwen alternatieven; overzicht van eerder vastgestelde plannen (beleidskader); de bestaande toestand van het milieu alsmede de te verwachten ontwikkeling (referentiesituatie ofwel huidige situatie en autonome ontwikkeling van het studiegebied); de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en een vergelijking van de gevolgen met de bestaande toestand (effecten); van maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu te voorkomen (mitigerende maatregelen), te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen; een overzicht van leemten in kennis; Samenvatting.
Sinds de wijziging van de Wet milieubeheer mei 2017 bevat een project-MER conform artikel 7.23 van de Wet milieubeheer tenminste een beschrijving van: de (voorgenomen) activiteit met informatie over de locatie, het ontwerp, de omvang en andere relevante kenmerken; de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; de geplande maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen te vermijden, te voorkomen of te beperken en, indien mogelijk, te compenseren (mitigatie en compensatie); redelijke alternatieven; samenvatting. De eisen aan een plan- en project-MER verschillen enigszins. Voor het MER Regionaal Bedrijventerrein Heesch West wordt invulling gegeven aan alle eisen, zowel die aan plan-MER als die aan project-MER. Conform artikel 1.1, lid 2 lid onder a van de Wet milieubeheer worden onder gevolgen voor het milieu in ieder geval verstaan: “gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van beheersing van het klimaat, alsmede de relaties ertussen”.
Sinds de recente wijziging van de Wet milieubeheer (medio mei) is hier in artikel 7.1 lid 6 aan toegevoegd: In afwijking van artikel 1.1, tweede lid, onder a, onder gevolgen voor het milieu verstaan gevolgen voor het fysieke milieu, waaronder de kwetsbaarheid voor risico’s op zware ongevallen of rampen, gezien vanuit het belang van de bescherming van: a. de bevolking en de menselijke gezondheid; b. de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 beschermde habitats en soorten; c. land, bodem, water, lucht en klimaat; d. materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap; e. de samenhang tussen de onder a tot en met d genoemde factoren.
Blad 46
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Het beoordelingskader met onderzoeksthema’s, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van dit MER, geeft invulling aan bovenstaande wettelijke eisen uit de Wet milieubeheer. De terminologie wijkt hier en daar enigszins af van de wettelijke, maar is conform hetgeen gangbaar is in milieueffectrapportages voor bedrijventerreinen.
2.3
De m.e.r.-procedure voor Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Openbare kennisgeving De kennisgeving is het bekend maken van het voornemen voor het ruimtelijk plan met de daarbij horende m.e.r.-procedure aan een ieder die met de plannen te maken gaat krijgen of die hierin geïnteresseerd is. Voor het Bedrijventerrein Heesch West is kennisgegeven van het project en de start van de m.e.r.-procedure. Conform de wettelijke eisen is in de kennisgeving aangegeven: Aankondiging besluit en m.e.r.-procedure; Welke stukken, waar en wanneer ter inzage; Wie mag wanneer en op welke manier zienswijzen inbrengen; Dat geen advies over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van de commissie m.e.r. is gevraagd (zie verder). Raadpleging Na de kennisgeving vindt de raadpleging plaats. Raadpleging is het inwinnen van advies over de effecten die moeten worden beschouwd in het plan-MER en op welke wijze het detailniveau moet worden beschreven.
Hiervoor zijn de volgende bestuurlijke en maatschappelijke organisaties geraadpleegd: Ministerie van Defensie Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Rijkswaterstaat Gasunie Essent TenneT Brabant Water Waterschap Aa en Maas Provincie Noord-Brabant De gemeenten Uden en Meierijstad Brandweer Brabant Noord Dorpsraden ZLTO (lokale) ondernemersverenigingen Natuurorganisaties Bewoners Er is voor gekozen de betrokken bestuurlijke instanties te raadplegen door middel van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (bijlage 1).
Blad 47
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Ter inzage legging Notitie Reikwijdte en Detailniveau Tegelijk met de kennisgeving over de voorbereiding van Bedrijventerrein Heesch West is kennis gegeven van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Deze is vervolgens separaat gepubliceerd en ter inzage gelegd. Een ieder heeft gedurende de periode van 28 september 2017 tot en met 8 november 2017 kunnen reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Reacties op de NRD Onderstaand is op hoofdlijnen ingegaan op de adviezen en reacties op de NRD en hoe hiermee omgegaan is in de MER. Voor een uitgebreidere motivatie wordt verwezen naar bijlage 2. Brandweer Brabant-Noord vraagt om de opkomsttijden van de hulpdiensten in het verkeersonderzoek mee te nemen (zie hiervoor Hoofdstuk 7 Verkeer en vervoer). Waterschap Aa en Maas vraagt om de aspect afvalwater en waterberging mee te nemen in het onderzoek (zie hiervoor Hoofdstuk 21 Water). Rijkswaterstaat vraagt om de effecten van de verkeersontsluiting op kruispuntniveau mee te nemen, in dit MER zijn de effecten meegenomen op kruispuntniveau (zie hiervoor Hoofdstuk 7 Verkeer en vervoer). De Lucht Restaurants B.V. vraagt om rekening te houden met het huidige gebruik, dit is gedaan (zie hiervoor Hoofdstuk 16 Ruimtegebruik). Groene Hart Brabant heeft een pro forma zienswijze ingediend, maar deze niet inhoudelijk aangevuld.
Land van Cuijk vraagt om een motivatie van de regionale afspraken (zie hiervoor Hoofdstuk 5). Omwonende vragen aandacht voor de oppervlakte van het bedrijventerrein, de fasering van oost naar west en de noodzaak van het bedrijventerrein (zie hiervoor Hoofdstuk 5 Voorgenomen activiteit, alternatieven, scenario’s en varianten). Omwonende vragen aandacht voor: Gezondheid, dit komt aan bod in Hoofdstuk 15 Gezondheid; Geur, zie Hoofdstuk 13 Geurhinder; Geluid, zie hiervoor Hoofdstuk 8 Geluid; Verkeer, dit komt aan bod in Hoofdstuk 7 Verkeer en vervoer; Woningwaarde, het MER gaat in enkel in op ruimtelijke aspecten, de woningwaarde komt in het bestemmingsplan aan bod; Grondwaterstand, zie hiervoor Hoofdstuk 21 Water; Externe veiligheid (chemische stoffen en brandveiligheid), zie Hoofdstuk 14 Externe veiligheid; Uitzicht, dit komt aan bod in Hoofdstuk 16 Ruimtegebruik. De commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. is in het voortraject niet geraadpleegd over reikwijdte en detailniveau. De Gemeenschappelijke Regeling is van mening dat uit het voortraject en andere (toetsings-) adviezen voor milieueffectrapportages voor bedrijventerreinen elders voldoende bekend is wat de aandachtspunten zijn voor het MER
Blad 48
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Terinzagelegging plan-MER bij het voorontwerp bestemmingsplan Als het plan-MER gereed is, wordt het voor zes weken ter inzage gelegd samen met de twee voorontwerp bestemmingsplannen bedrijventerrein Heesch West. Gedurende deze periode kan eenieder zijn of haar reactie op de voorontwerp bestemmingsplannen en het plan-MER indienen. In deze periode worden de voorontwerp bestemmingsplannen en het plan-MER ook aangeboden aan verschillende bestuursorganen, zoals het waterschap en omliggende gemeenten Toetsing door de Commissie m.e.r. Het plan-MER wordt ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r. De Commissie toetst het MER op juistheid en volledigheid en geeft een onafhankelijk toetsingsadvies af dat betrokken wordt bij de verdere besluitvorming. Vervolg bestemmingsplanprocedure Na afloop van de terinzagelegging worden de ontvangen reacties op de voorontwerp bestemmingsplannen en het plan-MER van een inhoudelijke beantwoording voorzien. Indien nodig worden de ontwerpbestemmingsplannen en/of het plan-MER op bepaalde punten aangepast of aangevuld. Na afloop van de tervisielegging worden de ontvangen zienswijzen op de ontwerp-bestemmingsplannen van een inhoudelijke beantwoording voorzien. Indien nodig worden de vast te stellen bestemmingsplannen aangepast.
De bestemmingsplannen en het plan-MER worden aangeboden ter formele vaststelling aan de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch en Bernheze. Na vaststelling bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep tegen de bestemmingsplannen.
2.4
Rolverdeling Initiatiefnemer Een initiatiefnemer is een particulier of overheidsorganisatie die het voornemen heeft een activiteit te ondernemen. De gemeenten ’s-Hertogenbosch, Oss en Bernheze hebben samen de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West in het leven geroepen. Dit is een publiekrechtelijk instituut dat tot taak heeft het bedrijventerrein te ontwikkelen. Het bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van alle betrokken gemeenten. In de m.e.r.-procedure treedt als initiatiefnemer de Gemeenschappelijke Regeling van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West op. Bevoegd gezag Onder het bevoegd gezag wordt de overheidsinstantie verstaan die bevoegd is om over het voornemen van de initiatiefnemer een besluit te nemen. Voor het bevoegd gezag bestaat het belangrijkste besluit uit het vaststellen van het bestemmingsplan. In deze m.e.r-procedure is de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch samen met de gemeenteraad van Bernheze het bevoegd gezag, ieder voor haar eigen bestemmingsplan. De gemeente Oss is geen formeel bevoegd gezag voor het bestemmingsplan Heesch West, maar als direct betrokken gemeente en lid van de Gemeenschappelijke Regeling betrokken bij de plan- en besluitvorming. Daarnaast wordt een zogenaamd facet-bestemmingsplan (facet, want maar voor 1 aspect) geluid opgesteld om een geluidzone rondom Heesch West vast te leggen. Dit facetplan overlapt ook Oss grondgebied.
Voor dit facetplan zijn dan ook alle drie betrokken gemeenten bevoegd gezag.
Blad 49
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Betrokken bestuurlijke organen en belangenorganisaties Onder de betrokken bestuurlijke organen en belangenorganisaties worden die partijen bedoeld die in het ruimtelijk ordeningstraject onder andere geraadpleegd worden, zie voorgaande paragraaf. Met name de provincie en het waterschap zijn intensief betrokken in de planvorming. Bij het facetplan geluid is de Omgevingsdienst Brabant Noordoost nauw betrokken. Insprekers In de m.e.r.-procedure is aangegeven dat eenieder recht heeft op inspraak tijdens de procedure. Degene die tijdens de m.e.r.-procedure van dit recht gebruik maken zijn de insprekers. Het bevoegd gezag informeert eenieder tijdig via de gebruikelijke openbare communicatiekanalen wanneer en op welke wijze de inspraakmogelijkheden zich voordoen.
2.5
Wijzigingen in MER ten opzichte van NRD In de eind september 2017 gepubliceerde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een eerste beschrijving gegeven van het voornemen, realisatie van regionaal bedrijventerrein Heesch West, de doelstelling, uitgangspunten en al gemaakte keuzes voor het bedrijventerrein. In de NRD is beschreven welke aspecten in het MER worden onderzocht en op welke manier. Ten opzichte van de in september 2017 gepubliceerde NRD is een aantal zaken gewijzigd, zoals in de beschrijving van het voornemen als in de onderzoeksmethodiek. Het betreft deels nadere uitwerking van hetgeen in de NRD beschreven is, deels voortschrijdend inzicht en deels aanpassing naar aanleiding van reacties op de NRD. Het betreft geen wezenlijke wijzigingen in het voornemen (zoals bijvoorbeeld een andere locatie of andere vulling van het bedrijventerrein zou zijn) of de onderzoeksmethodiek (zoals bijvoorbeeld het schrappen van onderzoeksaspecten zou zijn). Uitwerking ontwerp De beoogde stedenbouwkundige opzet voor het bedrijventerrein is verder uitgewerkt en gedetailleerd.
Ten opzichte van de NRD is de beoogde stedenbouwkundige opzet in het westelijke deel van het plangebied (figuur 4.4 van de NRD) enigszins aangepast: Er is een interne verschuiving voorgesteld tussen bedrijventerrein (het blok ten zuiden van de Zoggelsestraat en ten westen van de Koksteeg) en waterberging/zonneweide (zie Hoofdstuk 5 van dit MER). De ambities en uitwerking van het aspect duurzaamheid zijn aanzienlijk uitgebreid. Duurzaamheid omvat nu veel meer dan alleen energie en water (zie Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 23 van dit MER en de (losse) bijlage Circulair kwaliteitsplan).
Blad 50
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Voortschrijdend inzicht en vervolgonderzoek Voor natuur is een actuele inventarisatie van beschermde soorten uitgevoerd. Deze is de basis voor de effectpaling (zie hoofdstuk 22 Natuur van dit MER en bijlage Natuurtoets). Ten aanzien van de autonome ontwikkelingen is het zonnepark Achterste Groes inmiddels een zekere toekomstige ontwikkeling en is de planvorming voor de afronding van bedrijventerrein Cereslaan-West opgestart (zie paragraaf 4.3 van dit MER ). In dit MER worden de mogelijkheden en effecten van 3 windturbines onderzocht in plaats van 2 a 3 (2 past niet in het provinciaal beleid van opstellingen van minimaal 3). Het zoekgebied voor windturbines blijft de landschappelijke corridor, maar is wel enigszins vergroot (zie Hoofdstuk 5). Ook worden vanuit de duurzaamheidsambities de windturbines niet als optie, maar als integraal onderdeel van Heesch West onderzocht en beoordeeld; Alternatieven en varianten zijn verder uitgewerkt (zie Hoofdstuk 5 van dit MER). Naast het onderscheid in 50 en 80 ha bedrijventerrein is onderscheid gemaakt in de verdeling tussen logistieke invulling en overige bedrijvigheid. Dit om de bandbreedte aan mogelijke effecten in volledig in beeld te brengen. Er is geen aparte versnellingsvariant onderzocht.
De effecten voor zowel 50 als 80 ha bedrijventerrein zijn onderzocht voor een planperiode van 10 jaar (zoals mogelijk in de rekenmodellen voor verkeer, geluid en luchtkwaliteit). Als de effecten passend zijn voor de planperiode van 10 jaar, zijn ze dit ook voor een planperiode van 20 jaar. Bovendien kan in rekenmodellen nog niet 20 jaar vooruit worden gekeken. Er zijn geen faseringsvarianten onderzocht. Vooronderzoek heeft laten zien dat een gefaseerde aanleg niet functioneel is. Uitgangspunt is dat de infrastructuur bij start van het project in 1x wordt aangelegd. In het MER is wel nagegaan of een gefaseerde aanleg van het bedrijventerrein (het terrein wordt naar verwachting niet in 1x aangelegd) tot andere / meer negatieve effecten leidt dan de effecten van het eindbeeld, 50 of 80 hectare bedrijventerrein. Het effectenonderzoek voor duurzaamheid sluit aan op de (aangepaste) uitgewerkte ambities en uitgangspunten voor duurzaamheid (zie hoofdstuk 5 van dit MER). Omdat meer gericht is op doelbereik en stimuleren van bedrijven in plaats van op voorhand vastleggen en voorschrijven is het duurzaamheidseffect nog niet te kwantificeren. Er is daarom gekozen voor een meer beschrijvende aanpak. Wel is de potentie voor opwekking van duurzame energie met windturbines en zonnepanelen berekend.
Het aspect parkeren wordt kwalitatief beschreven in plaats van kwantiatief: uitgangspunt is dat bedrijven parkeren op eigen kavel regelen. Uitwerking ontwerp De beoogde stedenbouwkundige opzet voor het bedrijventerrein is verder uitgewerkt en gedetailleerd. Ten opzichte van de NRD is de beoogde stedenbouwkundige opzet in het westelijke deel van het plangebied (figuur 4.4 van de NRD) enigszins aangepast: Er is een interne verschuiving voorgesteld tussen bedrijventerrein (het blok ten zuiden van de Zoggelsestraat en ten westen van de Koksteeg) en waterberging/zonneweide (zie Hoofdstuk 5 van dit MER). De ambities en uitwerking van het aspect duurzaamheid zijn aanzienlijk uitgebreid. Duurzaamheid omvat nu veel meer dan alleen energie en water (zie Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 23 van dit MER en de (losse) bijlage Circulair kwaliteitsplan).
Blad 51
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Aanpassing/aanvulling naar aanleiding van reacties NRD Bij het opstellen van het MER is aanvullend op het beoordelingskader zoals gepresenteerd in het NRD aandacht besteed aan de volgende punten: (Effect op) uitzicht van omwonenden (zie Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 17 van dit MER); (Effect op) opkomsttijden van hulpdiensten (zie Hoofdstuk 7 van dit MER); Afvalwater (zie Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 21 van dit MER); Stedelijk knelpunt water / waterberging (zie hoofdstuk 5 n Hoofdstuk 21 van dit MER).
Figuur 2.1a Stedenbouwkundig ontwerp NRD MER
Figuur 2.1b Stedenbouwkundig ontwerp MER
Blad 52
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Alternatieven en varianten ontsluitingsstructuur Werkgroep Buren van Heesch West Door de Werkgroep Buren van Heesch West (onderdeel van de klankbordgroep Heesch West) is een aantal alternatieven ingebracht op de voorgestelde ontsluitingsstructuur (aanpassing/ verlening van de Bosschebaan/Rekken en aangepaste aansluitingen op de bestaande snelwegaansluitingen 52/Oss en 51 Nuland). De Werkgroep verwacht door de voorgestelde ontsluitingsstructuur een ongewenste toename van verkeersdruk op het bestaande lokale wegennet, met name rondom de aansluitingen op de snelweg en bij de dorpen Nuland, Vinkel en Heesch. De Werkgroep heeft de voorkeur dat Heesch West direct(er) ontsloten wordt op de snelweg in plaats van (gedeeltelijk) via het lokale wegennet. De Werkgroep heeft twee alternatieven voorgesteld, met een variant op één van de alternatieven. Deze alternatieven zijn door verkeersspecialisten van de gemeente Den Bosch en Rijkswaterstaat beoordeeld op oplossend vermogen en uitvoerbaarheid. Voor de complete analyse wordt verwezen naar bijlage 8. Hieronder zijn beknopt de belangrijkste resultaten beschreven.
Alternatief 1 – parallelstructuur Nieuw aan te leggen parallelbanen type autosnelweg langs de A59; Aansluiting Heesch West door rotondes ter hoogte van Heesch West; Bestaande toe – en afritten 52 /Oss en De Lucht worden aangesloten op parallelbaan; Geen extra toe- en afritten A59; Scheiding doorgaand verkeer, verkeer Heesch West en lokaal verkeer. Variant 1a – Compacte ontsluiting Variant op alternatief 1; 1 grote rotonde voor zowel in-/uitvoegers aan zuidzijde A59; Minder ruimtebeslag aan noordzijde.
Alternatief 1 (inzet variant 1a)
Blad 53
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Alternatief 2 Doortrekking ontsluitingsweg zuid Doortrekken westelijke ontsluiting richting aansluiting 50/Kruisstraat in plaats van aansluiting op aansluiting 51/Nuland, met als doel ontlasting van de rotondes bij Nuland; Opwaardering bestaande route Coppensdijk-Rijksweg-Zuid – Graafsebaan.
Alternatief 2
Beoordeling De door de Werkgroep voorgestelde alternatieven en variant leiden tot extra ruimtebeslag en aanzienlijke meerkosten (waarvoor geen dekking is) ten opzichte van de voorgestelde ontsluitingsstructuur. Dit terwijl de noodzaak ontbreekt: de voorgestelde ontsluitingsstructuur (inclusief aansluiting 51/Nuland) voldoet. Het extra ruimtebeslag raakt in een groter gebied belangen (bewoners, bedrijven, ecologie) en leidt in een groter gebied tot milieueffecten. Er is daarom geen aanleiding de alternatieven en variant van de Werkgroep nader te onderzoeken in dit MER.
Blad 54
Regionaal Bedrijventerrein Heesch West Milieueffectrapport projectnummer 419174 24 mei 2019 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
3
Beleid, wet- en regelgeving
3.1
Te nemen besluiten Bedrijventerrein De ontwikkeling van het bedrijventerrein past niet in de huidige bestemming. En wordt daarom een bestemmingsplanprocedure gestart in de betrokken gemeenten ’s-Hertogenbosch en Bernheze. Er worden voor beide gemeenten bestemmingplannen opgesteld. De Gemeenschappelijke Regeling is hiervoor initiatiefnemer, de gemeenteraden van Den Bosch en Bernheze bevoegd gezag. Daarnaast zijn er voor de concrete realisatie van bedrijven en andere onderdelen van het bedrijventerrein diverse vergunningen nodig.