CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bijlage 22 bij de Toelichting Oplegnotitie Natuurtoets GEANONIMISEERD

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West33.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zoogdieren Eekhoorn

Artikel 3.10

3 verblijfplaatsen

Vissen Grote modderkruiper

Artikel 3.10

Essentieel leefgebied in alle watergangen

Pagina 57

De bunzing heeft 1 territorium in het zuiden van het plangebied. Een verblijfplaats van de steenmarter is aanwezig in de dakisolatie van Zoggelsestraat 118 en mogelijk in de dassenburcht van Zoggelsestraat 122. De das bewoont de burcht van Zoggelsestraat 122 en de burcht in de bosschage tussen A59 en Bosschebaan. Op basis van sporen wordt uitgegaan dat de das ook de burcht aan de Ruitersdam bewoont. 3 eekhoornnesten waargenomen; - Raktstraat 5, - Raktstraat 8 - tussen de Bosschebaan en de A59, net ten oosten van parkeerplaats De Lucht Grote modderkruiper is aanwezig in alle watergangen binnen het plangebied.

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

6

Effectbeoordeling Wijze van effectbepaling plan Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van de veldbezoeken (hoofdstuk 5) en de beschrijving van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 3) is in dit hoofdstuk een inschatting gemaakt van de effecten van de voorgenomen activiteit op de natuurwaarden. Indien er negatieve effecten geconstateerd zijn, is ingeschat of het plan uitvoerbaar is in het kader van de natuurwetgeving. In Hoofdstuk 7 worden vervolgens maatregelen beschreven die nodig en mogelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken (mitigatie). Tot slot wordt in Hoofdstuk 8 geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving. Het effect van Heesch West op ecologische waarden wordt bepaald door drie factoren:  De aard en omvang van de activiteit (aanleg en gebruik bedrijventerrein Heesch West en infrastructuur) (beschreven in Hoofdstuk 3)  De ecologische waarden (gebieden en soorten) in en rond het plangebied (beschreven in Hoofdstuk 5)  De storingsfactoren: voor welke effecten zijn de gebieden en soorten gevoelig (ruimtebeslag, geluid e.d.) (zie volgende paragraaf). In de effectbeoordeling in dit document is nagegaan waar welke effecten optreden en is uit gegaan van het ‘worst case scenario’.

Er is niet alleen gekeken binnen de grenzen van het plangebied, maar ook naar effecten die mogelijk plaatsvinden op natuurwaarden in de (directe) omgeving van het plangebied (externe werking).

Storingsfactoren In de volgende paragrafen is voor Natura 2000-gebieden, NNB-gebieden, beschermde houtopstanden en beschermde soorten aangegeven welke storingsfactoren relevant zijn voor de effectbepaling van Heesch West op natuur. In Bijlage 3 zijn de definities van de verschillende storingsfactoren opgenomen. Storingsfactoren kunnen een direct effect hebben op gebieden met een belangrijke natuurwaarden (zoals habitattypen en NNB-gebieden) en/of op soorten of leefgebieden van die soorten (bijvoorbeeld het doden van dieren of het verdwijnen van oppervlak habitattype of leefgebied). Daarnaast kunnen indirect effecten ontstaan (bijvoorbeeld verandering van de milieucondities, waardoor de leefomstandigheden verslechteren of het blokkeren van een trekroute, versnippering of verstoring). De effectenindicator4 van het Rijk (toepasbaar voor alle natuurwaarden) geeft aan welke storingsfactoren kunnen ontstaan als gevolg van de inrichting van een bedrijventerrein in combinatie met (mogelijke) verkeersaantrekkende werking. De volgende factoren worden aangegeven: • Oppervlakteverlies • Versnippering • Vermesting en verzuring via atmosferische depositie • Verdroging • Verontreiniging • Verstoring door geluid, licht, trilling • Optische verstoring

4

Via: Rijksoverheid.nl/Natura2000/effectenindicator Pagina 58

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Van overige storingsfactoren zijn effecten op voorhand uitgesloten. Het betreft hier factoren zoals verandering in populatiedynamiek, verzoeting/verzilting, verandering van stroomsnelheid etc.. Deze factoren zijn niet aan de orde bij voorliggend voornemen en komen derhalve niet meer aan bod bij onderstaande analyses. Hieronder wordt per natuurwaarde (Natura 2000, NNB, beschermde houtopstanden en beschermde soorten) aangegeven of de storingsfactoren wel of niet relevant zijn. In paragraaf 6.2.4 is in een tabel een samenvatting gegeven van welke storingsfactoren (wanneer) voor welke natuurwaarde relevant is.

6.2.1

Natura 2000 - Voortoets Onderstaand is per storingsfactor (volgens de volgorde zoals hierboven is opgesomd) uitgezocht of deze in relatie tot het Bestemmingsplan Bedrijventerrein Heesch West relevant voor Natura 2000 is. In bijlage 2 is de gevoeligheid van de instandhoudingsdoelen van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden voor diverse storingsfactoren weergegeven. Oppervlakteverlies De ontwikkeling van het bedrijventerrein vindt binnen de plangrens van het bestemmingsplan plaats. Er zijn geen ingrepen die in één van de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. De ingrepen leggen derhalve geen beslag op oppervlak Natura 2000-gebied en daarmee ook niet op oppervlak beschermd habitat of een leefgebied van een typische soort voor dit habitattype. Het plangebied verliest de functie als potentieel foerageergebied voor vogelsoorten die binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken verblijven én die een afhankelijkheidsrelatie kunnen hebben met het plangebied. Dit geldt dan voor vogels waarvoor de Rijntakken een broedfunctie (bv. kolonies) heeft, maar die ook foerageren op gronden die buiten het Natura 2000-gebied zijn gelegen. Bovendien kan er alleen sprake zijn van een afhankelijkheidsrelatie als de soort grotere afstanden aflegt om te foerageren.

Van soorten die op geringe afstand van het Natura 2000-gebied foerageren, is een afhankelijkheidsrelatie uitgesloten gezien de ligging/afstand van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied. Voor (niet-)broedvogels waarvoor in het Natura 2000-gebied Rijntakken instandhoudingsdoelen gelden (respectievelijk tabel 6.1 en tabel 6.2), is nagegaan of deze soorten een relatie kunnen hebben met het plangebied. De onderbouwing van de foerageerafstand is gebaseerd op een overzicht van de maximale foerageerafstanden (in km) voor 97 Nederlandse vogelrichtlijnsoorten in en buiten het broedseizoen (Roland van der Vliet, Wim Heijligers en Joost Tilborghs, 2011, Toets online 04 11). Indien een soort in dit onderzoek niet als gebiedsgebonden is beschouwd, dan is de maximale foerageerafstand op basis van literatuurbronnen – indien beschikbaar – bepaald. Tabel 6.1. Uiteenzetting relatie broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied. Broedvogels Rijntakken Dodaars Aalscholver

Foerageerafstand

Mogelijk effect door bedrijventerrein?

Gebiedsgebonden

Nee, geen afhankelijkheidsrelatie. Nee, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.

Woudaap

70 km in het broedseizoen (van Dam et al. 1995) 0,4 km (van der Hut, 2001) Gebiedsgebonden

Porseleinhoen

Gebiedsgebonden

Nee, komt niet voor in het plangebied.

Kwartelkoning

Gebiedsgebonden

Nee, komt niet voor in het plangebied.

Watersnip

Gebiedsgebonden

Nee, geen afhankelijkheidsrelatie.

Zwarte Stern

Onbekend

Nee, foerageergebied (oppervlaktewater) ligt buiten het plangebied.

Roerdomp

Nee, geen afhankelijkheidsrelatie. (plangebied ligt te ver weg). Nee, komt niet voor in het plangebied.

Pagina 59

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Broedvogels Rijntakken IJsvogel Oeverzwaluw

Foerageerafstand

Mogelijk effect door bedrijventerrein?

Gebiedsgebonden

Nee, geen afhankelijkheidsrelatie.

Blauwborst

6 km (Turner & Rose 1989) Gebiedsgebonden

Grote Karekiet

Gebiedsgebonden

Tabel 6.2

Nee, geen afhankelijkheidsrelatie (plangebied ligt te ver weg). Nee, niet foeragerend vanuit Natura 2000-gebied. Nee, komt niet voor in het plangebied.

Uiteenzetting relatie niet-broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied.

Niet-broedvogels Rijntakken Fuut

Foerageerafstand

Aalscholver

20 km buiten het broedseizoen (van der Hut et al. 2007) n.v.t.

Kleine Zwaan Wilde Zwaan Toendrarietgans Kolgans Grauwe Gans Brandgans Bergeend Smient Krakeend Wintertaling Wilde eend Pijlstaart Slobeend Tafeleend

Gebiedsgebonden

Nonnetje Meerkoet

Gebiedsgebonden

Scholekster

Kievit

15 km (van der Hut et al. 2007) 15 km (Gillings et al. 2005) Onbekend 1)

Kemphaan

n.v.t.

Grutto

Onbekend 1)

Wulp

20 km 2)

Tureluur

2 km (van der Hut et al. 2007)

Goudplevier

Nee, geen afhankelijkheidsrelatie. Nee, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.

Nee, komt niet voor in omgeving plangebied 10 km (Robinson et Nee, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied is te ver weg. al. 2004) Onbekend 1) Ja, geschikt foerageergebied 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageerbied 2009) 3 km Nee, geen afhankelijkheidsrelatie. 11 km (Boudewijn Nee, plangebied ligt op de rand van het foerageerbereik voor het meest et al. 2009) nabij gelegen deel van het Natura 2000-gebied en voor het grootste gedeelte van het Natura 2000-gebied te ver weg 5 km (Guillemain et Nee, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied te ver weg al. 2008) 9 km (Guillemain et Nee, plangebied ligt te ver. Bovendien is het plangebied geen geschikt al. 2008) foerageergebied. 26 km (Davis 2007) Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. n.v.t. Nee, komt niet voor in het plangebied, bovendien geen geschikt foerageergebied in de omgeving. 1 km (van der Hut Nee, geen afhankelijkheidsrelatie, bovendien geen geschikt et al. 2007) foerageergebied. 15 km (Boudewijn & Kuijpers 1985; Boudewijn 1989) 15 km (de Leeuw 1997) Onbekend

Kuifeend

Mogelijk effect door bedrijventerrein?

Nee, geen geschikt foerageergebied. Nee, plangebied en omgeving is geen geschikt foerageergebied. Nee, plangebied geen geschikt foerageergebied. Nee, geen afhankelijkheidsrelatie. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Nee, geen geschikt foerageergebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Nee, komt niet voor in het plangebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Nee (de wulp is als broedvogel aanwezig in het plangebied, dus geen afhankelijkheidsrelatie omdat het Natura 2000-gebied is aangewezen voor de wulp als niet-broedvogels. Nee, geen afhankelijkheidsrelatie.

Pagina 60

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

1)

De wetenschappelijke onderbouwing van de foerageerafstand van de toendrarietgans, kievit en grutto is niet te geven. In het bovengenoemd artikel is aangegeven dat voor deze soorten geen data over foerageerafstanden voorhanden zijn. Daarom is er in de verslechteringstoets “worst case” vanuit gegaan dat de foerageerafstand voldoende groot is en het projectgebied tot het foerageergebied kan behoren, indien in het beheerplan is aangegeven dat een ecologisch relatie met binnendijkse gebieden niet te verwachten is.

2)

Het genoemde artikel gaat uit van 15 km (van der Hut et al, 2007). Echter, in andere onderzoeken is een afstand tussen foerageergebieden van wulpen en slaapplaatsen van 20 km aangehouden (Gerritsen & Van Brederode 1981 in Bureau Waardenburg, 2016 ).

Conclusie uit tabel 6.1 is dat er geen sprake is van enige afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor de meest niet-broedvogels (zie tabel 6.2). Een negatief effect op de broed- en de meeste niet-broedvogels (Fuut, Aalscholver, Kleine Zwaan, Wilde Zwaan, Bergeend, Smient, Krakeend, Wintertaling, Wilde eend, Pijlstaart, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Meerkoet, Scholekster, Goudplevier, Kievit, Kemphaan, Grutto, Wulp en Tureluur) is uit te sluiten. Uit tabel 6.2 blijkt dat er voor enkele vogelsoorten (toendrarietgans, kolgans, grauwe gans en brandgans) sprake is van een mogelijke afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de niet-broedvogels waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen. Het ruimtebeslag is echter zeer beperkt ten opzichte van het totaal beschikbare oppervlak foerageergebied in de omgeving van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit zal dan ook niet leiden tot een wezenlijke afname van de hoeveelheid beschikbaar foerageergebied en de populatieomvang van de ganzen in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

Bovendien is voor de ganzen in het Natura 2000-beheerplan aangegeven dat de gestelde doelstellingen in de periode 2007-2013 voor de ganzensoorten (ruimschoots) gehaald zijn. Ten aanzien van de grasetende soorten (ganzen en smient) is in het definitieve beheerplan aangegeven dat ten tijde van de vaststelling van het beheerplan voldoende gras beschikbaar is binnen Rijntakken (SOVON, 2016 in Provincie Gelderland, 2018b). Negatieve effecten op deze ganzensoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door ruimtebeslag op soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De habitatsoorten waarvoor het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek is aangewezen zijn gebiedsgebonden. Er is voor deze habitatsoorten geen ecologische relatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Dit geldt ook voor de meest habitatsoorten waarvoor het Natura 2000gebied Rijntakken is aangewezen.

De meervleermuis – ook een habitatsoort waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen - heeft een groot leefgebied. Deze soort kan 10 tot 20 km van de verblijfplaats foerageren. Bovendien is de meervleermuis een middellange- tot lange afstandstrekker, waarbij verplaatsingen van 200 à 300 km tussen zomer- en winterverblijf bekend zijn. Echter, het plangebied vormt geen geschikt jachtgebied voor deze soort. Goede jachtgebieden voor de soort zijn niet vervuilde, wel voedselrijke, maar niet vermeste grotere open wateren (Bron: profieldocument habitatrichtlijnsoort meervleermuis, 2008). Het gebied betreft ook geen geschikte trekroute. Het merendeel van de migratiewaarnemingen worden gedaan langs grotere waterwegen. Meervleermuizen volgen voornamelijk de grote rivieren (Haarsma, 2011). De meervleermuis is ook niet waargenomen in het vleermuizenonderzoek. Daaruit wordt geconcludeerd dat het plangebied geen functie heeft voor de populatie meervleermuizen. Voor de meervleermuis kunnen daarom negatieve effecten op het instandhoudingsdoel op voorhand uitgesloten worden. Pagina 61

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Versnippering In de Natura 2000-gebieden vinden geen ingrepen plaats die een versnipperende werking hebben op de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten door versnippering zijn uit te sluiten. Vermesting en verzuring via atmosferische depositie (stikstofdepositie) Aan de bronzijde kan stikstofemissie uit het verkeer van en naar het bedrijventerrein en als gevolg van industriële activiteiten tot een potentieel verzurend en vermestend effect in natuurgebieden leiden; aan de zijde van de natuurgebieden is het vooral de aanwezigheid van voor stikstof gevoelige habitattypen en eventueel soorten die bepalen of een natuurgebied gevoelig is voor stikstofdepositie. Regionaal bedrijventerrein Heesch West ligt op grote afstand (zie Figuur 5.1 van Natura 2000-gebieden). Het bedrijventerrein wordt aardgasvrij en zal energie-positief zijn. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator is berekend wat de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling aan de stikstofdepositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden. Hieruit komt naar voren dat er een toename aan stikstofdepositie is op gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden in de invloedsfeer van het bedrijventerrein zijn aangewezen.

Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename aan stikstofdepositie zijn dan ook niet uit te sluiten. In een passende beoordeling wordt dieper op deze effecten ingegaan. Verdroging Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding). Verdroging ontstaat door lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel waardoor de actuele grondwaterstand lager is dan gewenst of benodigd voor het instandhouden van habitattypen of leefgebied van soorten. De ontwikkelingsmogelijkheden in het kader van het bestemmingsplan bevinden zich op grotere afstand van de Natura 2000-gebieden. Gezien deze afstand leidt het bestemmingsplan niet tot een toename van verdroging. Deze storingsfactor is daarom niet relevant bij de beoordeling van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen door verdroging kunnen uitgesloten worden. Verontreiniging Verontreiniging treedt op als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Alle instandhoudingsdoelen zijn gevoelig voor verontreiniging.

Zowel de aanleg als het gebruik van het bedrijventerrein leidt niet tot een verontreiniging in Natura 2000-gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten aan alle milieuhygiënische regels voldoen waardoor verontreiniging van Natura 2000-gebieden uit te sluiten is. Verstoring door geluid, licht, trillingen De voornaamste geluidbron in en nabij het plangebied is de A59. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kan door verschillende bronnen licht- en geluidhinder ontstaan. Het (vracht)verkeer en het bouwterrein zelf zullen gebruik maken van verlichting en geluid produceren. In de gebruiksfase leidt een nieuw bedrijventerrein tot een toename van licht en geluid door (vracht)verkeer, bedrijfsbronnen, verlichting openbare ruimte en parkeerplaatsen. Gezien de effectafstanden voor geluid en licht maximaal enkele honderden meters bedragen en de afstand ten opzichte van de Natura 2000-gebieden veel groter is, draagt het plan niet bij aan het geluid- of lichtniveau in het Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door geluid- en lichtverstoring zijn uit te sluiten.

Pagina 62

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door verstoring ter plekke van het plangebied op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Er is sprake van verstoring door trillingen in bodem en water in het Natura 2000-gebied als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten worden veroorzaakt, zoals bij boren, heien, etc. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kunnen door verschillende bronnen trillingen ontstaan. Het heien van de fundering en het bouwverkeer kunnen trillingen veroorzaken. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden is de verstoring door trillingen als gevolg van de aanlegfase beperkt. In de gebruiksfase kan vrachtverkeer trillingen veroorzaken, met name op oneffen wegdekken, overgangen in het wegdek en bij optrekken en afremmen. Vrachtverkeer komt met name voor op de A59 en de Bosschebaan. Op het bedrijventerrein wordt bedrijvigheid op het gebied van circulaire economie, energie en nieuwe concepten in de bouw toegestaan.

Deze vormen van bedrijvigheid maken gebruik van machines die trillingsoverlast kunnen veroorzaken in hun directe omgeving. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden en het tijdelijke aspect van de aanlegfase zijn effecten op Natura 2000-gebieden door trillingen uitgesloten. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De werkzaamheden in het plangebied en de mensen en aanwezige bebouwing in het plangebied tijdens de gebruiksfase leiden niet tot een optische verstoring, gezien de grote afstand, zodat een verstorend effect op Natura 2000gebieden uit te sluiten is. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door optische verstoring op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteit.

Om dit soort effecten te krijgen moeten activiteiten in de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Dat is bij dit plan niet het geval. Het bestemmingsplan biedt nieuwe werkmogelijkheden. Dit leidt niet tot een toename van bezoekers (recreanten) aan de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten als gevolg van mechanische verstoring zijn daarom uit te sluiten. Conclusie (Significant) Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van alle storingsfactoren, zijn, behalve stikstofdepositie, met zekerheid op voorhand uit te sluiten. In tabel 6.3 is inzichtelijk gemaakt dat alleen stikstofdepositie relevant is voor nader onderzoek. Voor de overige aspecten is het planeffect te verwaarlozen en daarmee is een cumulatieonderzoek niet aan de orde. Dan leidt cumulatieonderzoek tot het opsommen van effecten van andere projecten waar niets aan toegevoegd wordt. Effecten zijn op voorhand uit te sluiten waardoor ‘Natura 2000’ niet nader toegelicht wordt in de effectbeoordeling. Ten aanzien van negatieve effecten als het gevolg van toename door stikstofdepositie wordt ingegaan in de passende beoordeling. Dit betreft een aparte rapportage.

Pagina 63

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.3. Selectie relevante storingsfactoren Natura 2000. Potentiële storingsfactor Relevant  Oppervlakteverlies  Versnippering Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging

 

Potentiële storingsfactor Verdroging Verstoring geluid, licht en trillingen Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten

Relevant    

 = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring

6.2.2

Natuurnetwerk Brabant Onderstaand wordt aan de hand van de relevante storingsfactoren zoals weergegeven onder paragraaf 6.2, een beoordeling gegeven of deze relevant zijn voor de NNB in de omgeving. Oppervlakteverlies Voorliggend plan leidt niet tot oppervlakteverlies van NNB-gebied. De aansluiting aan de westzijde van het plangebied is langs het NNB bosje ter plaatse gepositioneerd zodat geen NNB-gebied moet wijken voor de ontsluiting. Overige NNB-gebieden liggen buiten de grenzen van het plangebied. Versnippering en mechanische effecten In en rondom het plangebied is geen ecologische verbindingszone aanwezig. Effecten op een eventuele EVZ is daarom niet aan de orde; barrièrewerking treedt niet op. Aan de zuidzijde van de A59 en het plangebied zijn een aantal losse NNB-gebieden aanwezig die mogelijk enkel via de aanwezige bomenrijen (langs de kruisende wegen) in verbinding staan met elkaar. In het ontwerp is sprake van een robuuste groenzone aan de zuid- en deels westzijde van het plangebied. Verbindende landschapselementen worden hierdoor niet aangetast. Eveneens kunnen andere verbindende elementen in het landschap (buiten het plangebied) gebruikt worden om van en naar natuurgebieden in de omgeving te komen.

Kortom, het voornemen zal niet zorgen voor een barrière in het landschap waardoor de uitwisselingsmogelijkheden van het NNB beperkt worden; versnippering is niet aan de orde. Er vinden als gevolg van het plan geen effecten plaats op het doel ‘verbinden’. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten. Vermesting en verzuring via atmosferische depositie Verzuring en vermesting is een gevolg van stikstofdepositie. De voor verzuring meest gevoelige gebieden binnen het NNB zijn door de provinciale staten aangewezen als Wav-gebieden (Wet ammoniak en veehouderij). Voor effecten door stikstof in het NNB zijn deze Wav-gebieden relevant. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen Wav-gebieden aanwezig; het dichtstbijzijnde Wav-gebied ligt op circa 2,5 kilometer afstand vanaf het toekomstige bedrijventerrein. Conform de provinciale Verordening ruimte en Interim omgevingsverordening geldt echter dat voor verspreiding door de lucht (zoals atmosferische stikstofdepositie) geen externe werking geldt. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten.

Pagina 64

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Verdroging Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding). Er zijn rondom het plangebied echter geen Natte natuurparels aanwezig; de NNBgebieden zijn hiervoor niet aangewezen. Natte natuurparels zijn door de Provincie aangewezen gebieden met bijzondere natuurwaarden. Het doel van natte natuurparels is om de kwetsbare ‘natte' natuur daar te behouden en te herstellen. Tevens wordt bij voorliggende beoordeling aangenomen dat het bedrijventerrein hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Zodoende zijn er als gevolg van verdroging geen effecten op het NNB te verwachten. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten. Verontreiniging Verontreiniging is naar verwachting evenmin aan de orde, mede gezien het uitgangspunt dat verontreiniging via reguliere milieuwetgeving en handhaving in het gebied voorkomen wordt. Daarnaast zijn er in de directe nabijheid/invloedsfeer van eventuele verontreiniging geen NNBgebieden aanwezig. Er worden daarom van het voornemen geen negatieve gevolgen verwacht op het aspect verontreiniging op de in de omgeving aanwezige NNB-gebieden. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten.

Verstoring door geluid Als gevolg van de realisatie van het bedrijventerrein, inclusief ontsluitingsweg kan een toename in geluid optreden. Het geluideffect is verder onderzocht en beoordeeld in paragraaf 6.4. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand niet uitgesloten. Verstoring door licht Als gevolg van een ontwikkeling van een bedrijventerrein kan in potentie lichtverstoring ontstaan, met name van bedrijven die dichtbij het NNB liggen. Ook de nieuwe aansluiting kan leiden tot lichthinder. Door de ligging van het ontwerp ten opzichte van de NNB-gebieden en de afscherming van het terrein naar de omgeving met NNB-gebieden door middel van de groenzone en bomenrijen worden echter geen negatieve effecten door verstoring van licht verwacht. Effecten door verstoring door licht zijn daarom op voorhand uitgesloten. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De werkzaamheden in het plangebied en de mensen en aanwezige bebouwing in het plangebied tijdens de gebruiksfase leiden niet tot een optische verstoring, gezien de afscherming van het terrein naar de omgeving met de NNBgebieden doormiddel van de groenzone en bomenrijen. Effecten als gevolg van het bedrijventerrein en nieuwe infrastructuur zijn op voorhand uitgesloten.

Conclusie Op basis van het bovenstaande en de gehanteerde aannames kan geconcludeerd worden dat door een geluidtoename, als gevolg van het bedrijventerrein en de ontsluitingswegen, effecten op het NNB verwacht kunnen worden. Dit is nader onderzocht (zie paragraaf 6.4). In tabel 6.4 zijn alle relevante storingsfactoren benoemd die nader onderzocht dienen te worden.

Pagina 65

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.4. Selectie relevante storingsfactoren NNB. Potentiële storingsfactor Relevant Oppervlakteverlies 

Potentiële storingsfactor Verstoring geluid

Versnippering

Verstoring licht

Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging

 

Verdroging

Relevant

Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten

   

 = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring.

6.2.3

Beschermde houtopstanden Voor beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming is het van belang om te bepalen hoeveel oppervlakte houtopstand fysiek geraakt wordt (en om zo te komen tot een compensatieplicht). In deze zin is enkel de volgende storingsfactor relevant:  Oppervlakteverlies. De overige storingsfactoren hebben geen effect op de omvang van beschermde houtopstanden en worden derhalve niet meegenomen in de effectbeoordeling (paragraaf 6.5). (In tabel 6.5 zijn voor de volledigheid alle storingsfactoren benoemd.) Tabel 6.5. Selectie relevante storingsfactoren beschermde houtopstanden. Potentiële storingsfactor Relevant Potentiële storingsfactor Oppervlakteverlies

Verstoring geluid

Relevant 

Versnippering

Verstoring licht

Optische verstoring

Verontreiniging

Verstoring door mechanische effecten

Verdroging

Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie)

 = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring.

6.2.4

Beschermde soorten Zoals onder Natura 2000 en NNB reeds is beschreven zijn niet alle storingsfactoren die in zijn algemeenheid te verwachten zijn bij het realiseren van een bedrijventerrein, relevant. Onderstaand zijn de storingsfactoren aangegeven die wel relevant zijn voor beschermde soorten:  Oppervlakteverlies en versnippering;  Verstoring door geluid en licht;  Verstoring door trillingen;  Optische verstoring. Effecten als gevolg van de overige storingsfactoren zoals verdroging en verontreiniging worden gezien de eerder beschreven argumenten niet verwacht. Ook vermesting en verzuring via atmosferische depositie (stikstofdepositie) heeft voor beschermde soorten geen wezenlijke gevolgen gezien de reeds overspannen situatie ter plaatse. De indirecte effecten (zoals verstoring en barrièrewerking) kunnen met name relevant zijn voor soorten die in de omgeving van het plangebied voorkomen en of gebruik maken van de landschapselementen die hier aanwezig zijn. In Tabel 6.6 is aangegeven welke storingsfactoren voor welke soorten mogelijk een effect kunnen hebben en welke in paragraaf 6.5 beoordeeld worden. Pagina 66

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.6. Selectie relevante storingsfactoren beschermde soorten. Aangegeven is voor welke soorten welke storingsfactor relevant is. Potentiële storingsfactor

Oppervlakteverlies

Versnippering (barrièrewerking) Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging Verdroging

Relevant

Soorten Buizerd, huismus, kerkuil, steenuil, broedvogels, vleermuizen, bunzing, das, eekhoorn, steenmarter, wezel en grote modderkruiper Wezel, bunzing, das en eekhoorn

-

 

-

Potentiële storingsfactor

Relevant

Soorten

Verstoring geluid

Vogels

Verstoring licht

Vleermuizen

Verstoring door trillingen

Vleermuizen, grote modderkruiper -

 = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring.

6.2.5

Samenvattend overzicht relevante verstoringsfactoren In tabel 6.7 is een samenvatting gegeven van de relevante verstoringsfactoren. Tevens is aangegeven of deze factoren tijdelijk zijn (aanlegfase) of permanent.

Tabel 6.7. Overzicht verwachte storingsfactoren die optreden door de ontwikkeling van het bedrijventerrein Heesch West.  = niet aan de orde;  = relevant voor de toetsing. Effect treedt op tijdens: Relevante natuurwaarde Storingsfactor Oorzaak GebruiksSoorten Natura Aanlegfase NNB fase Wnb 2000 Ruimtebeslag door herinrichting gebied ( realisatie      Oppervlakteverlies industrie, infrastructuur etc.) Versnippering Barrièrewerking door gebiedsvreemde objecten      Stikstofdepositie Uitstoot (emissie) van stikstof tijdens de bouw en (verzuring en tijdens permanente situatie (door industrie, extra      vermesting) verkeersbewegingen etc.). Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische Verdroging      situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding) Toename in geluidbelasting door Verstoring door bouwwerkzaamheden en bouwmachines maar ook      geluid door toenemend verkeer en industriële activiteiten in de toekomst Toename in licht door bouwactiviteiten die Verstoring door plaatsvinden buiten de daglichturen plus      licht permanente inrichting als bedrijventerrein met mogelijk meer lichtmasten.

Verstoring door Toename in trillingen tijdens bouwfase (bijvoorbeeld      trillingen door heiwerkzaamheden) Toename in optische verstoring tijdens bouwfase      Optische verstoring door aanwezigheid en bouwactiviteiten

Pagina 67

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Een aantal activiteiten/onderdelen van Heesch West heeft ook positieve effecten op natuur:  Aanleg van nieuwe watergangen en waterpartijen;  Aanleg van robuuste groenzones centraal en aan de westzijde;  Aanleg van robuuste groenstructuren langs interne ontsluitingsstructuren;  Aanleg groen op kavelniveau. In Hoofdstuk 7 wordt kort nader ingegaan op de kansen die de aanleg van het bedrijventerrein biedt voor de natuur (paragraaf 7.6).

Natura2000 Zoals beschreven in paragraaf 6.2.1 worden er alleen effecten op Natura 2000-gebieden verwacht als gevolg van een toename aan stikstofdepositie. Deze effecten worden nader beschreven in de passende beoordeling. Dit is een separate rapportage.

Natuurnetwerk Brabant Voor het Natuurnetwerk Brabant is ‘verstoring’ (door geluid) de enige potentiële storingsfactor die niet op voorhand is uit te sluiten. In de volgende paragraaf wordt deze storingsfactor op NNB beschreven en wordt het te volgen spoor uiteengezet.

6.4.1

Verstoring door geluid Effectbepaling Om te kunnen bepalen of er sprake is van effecten als gevolg van een (toename in) geluid door de verschillende alternatieven, zijn geluidsberekeningen uitgevoerd. Aan de hand van geluidsberekeningen voor de verschillende alternatieven is inzichtelijk gemaakt wat het huidige, autonome en toekomstig geluidsniveau is (per geluidbronwegverkeer, industrie) ter plaatse van de NNB-gebieden. Er is gerekend met Lden waarden. De dB (Lden)-waardes zijn op punten bij de NNBgebieden berekend. De rekenpunten zijn in Figuur 6.1 weergegeven. De uitkomsten van de berekeningen op de punten staan in Tabel 6.8 weergegeven. Aangezien het allen bos NNB-gebieden betreffen, dient er op die gebieden getoetst te worden aan de 42 dB(A) norm; of wel de 48,4 (Lden) norm. De NNB-gebieden langs de A59 zijn in de referentiesituatie al overbelast. Met name door wegverkeerslawaai, directe ten noorden van Cereslaan-West ook door industrielawaai. Ten noorden van de A59 leidt Heesch West niet tot een extra overbelasting. Ten zuiden van de A59, bijvoorbeeld in de omgeving van de Rekken, leidt Heesch tot een toename van wegverkeerslawaai, maar niet tot een extra overbelasting of wezenlijke toename. Op 1 NNB-gebiedje ten zuiden van Heesch West (punt 24 t/m 27) leidt Heesch West tot een overschrijding van de 48 dB Lden norm.

Het in de referentiesituatie nog niet overbelast (45 tot 46 dB wegverkeer en cumulatief, 25 dB industrie), blijft in de plansituatie voor de afzonderlijke bronnen ook nog beneden of op de 48 dB norm (47/48 dB wegwegverkeer, 44/46 dB industrie), maar overschrijdt cumulatief de 48 dB norm (49/51 dB, een toename van 4 a 5 dB). Dit moet worden gecompenseerd.

Pagina 68

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Figuur 6-1. Aanduiding NNB-gebieden waar geluidsberekeningen voor zijn uitgevoerd. 56 t/m 61 en 63 staan niet op de kaart maar betreffen punten op NNB-gebieden ten zuiden van Vinkel langs de Kaathovensedijk en Wertsteeg (bron: KuiperCompagnons, 2021).

Pagina 69

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.8. Overzicht berekende dB(Lden) waardes per NNB-gebied, per bron en cumulatief waarbij de referentiesituatie als ‘ref’ is aangegeven. In rood zijn de waardes aangegeven die boven de gestelde norm van 48,4 dB(Lden) liggen. Rood is de locatie die – cumulatief – boven de drempelwaarde van NNB (bos) uitkomt. (bron getallen: KuiperCompagnons 2021) Reken Wegverkeerslawaai Industrie lawaai Cumulatief punt Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil 01 57,8 57,8 0,0 37,6 38,2 0,7 57,9 57,8 0,0 02 58,7 58,7 -0,1 37,7 38,4 0,7 58,7 58,7 0,0 03 58,1 58,1 0,0 37,1 37,8 0,7 58,2 58,2 0,0 04 57,8 57,8 0,0 36,6 37,3 0,8 57,9 57,8 0,0 05 64,6 64,6 0,0 41,2 41,6 0,5 64,7 64,6 0,0 06 68,0 68,2 0,2 41,7 42,1 0,4 68,0 68,2 0,2 07 66,0 66,3 0,3 40,4 41,0 0,6 66,0 66,3 0,3 08 65,8 66,2 0,4 40,4 40,8 0,4 65,8 66,2 0,5 09 69,5 69,8 0,3 39,6 40,2 0,5 69,5 69,8 0,3 10 70,6 70,8 0,2 38,5 39,2 0,6 70,6 70,8 0,2 11 66,1 66,2 0,1 39,1 39,6 0,5 66,1 66,2 0,1 12 71,0 71,2 0,3 36,9 37,8 0,9 71,0 71,2 0,3 13 68,7 67,6 -1,1 47,1 47,2 0,2 68,7 67,6 -1,1 14 67,9 66,7 -1,1 44,8 45,1 0,3 67,9 66,8 -1,1 15 66,6 66,2 -0,4 48,0 48,1 0,1 66,7 66,2 -0,4 16 72,9 72,5 -0,4 51,4 51,6 0,2 72,9 72,5 -0,4 17 72,9 72,5 -0,4 51,2 51,4 0,2 72,9 72,6 -0,4 18 73,2 72,7 -0,5 51,5 51,7 0,2 73,2 72,8 -0,5 19 73,4 73,1 -0,3 50,7 50,8 0,2 73,4 73,1 -0,3 20 63,3 63,3 0,0 46,0 46,5 0,5 63,4 63,4 0,0

21 72,7 72,3 -0,4 37,5 48,1 10,5 72,7 72,4 -0,3 22 73,9 73,2 -0,7 35,3 50,9 15,7 73,9 73,3 -0,6 23 69,1 68,9 -0,2 32,6 49,1 16,5 69,1 68,9 -0,1 24 45,6 48,2 2,6 25,3 45,7 20,4 45,6 50,5 4,9 25 45,3 47,6 2,3 25,3 45,0 19,7 45,4 49,9 4,5 26 45,0 46,9 2,0 25,1 44,1 19,0 45,0 49,1 4,1 27 45,3 47,5 2,2 25,2 44,8 19,6 45,3 49,8 4,4 28 50,6 51,3 0,8 21,6 37,9 16,3 50,6 51,6 1,0 29 61,3 63,4 2,1 20,2 33,6 13,4 61,3 63,4 2,1 30 58,8 60,0 1,3 20,2 33,7 13,5 58,8 60,0 1,3 31 58,7 60,2 1,5 20,1 33,5 13,4 58,7 60,2 1,5 32 60,4 56,3 -4,2 20,2 33,6 13,4 60,4 56,3 -4,1 33 55,1 55,5 0,4 13,1 25,4 12,3 55,1 55,5 0,4 34 52,2 52,5 0,4 18,5 33,4 14,8 52,2 52,6 0,4 35 67,9 68,2 0,4 19,2 31,8 12,6 67,9 68,2 0,4 36 55,2 56,1 0,9 19,3 32,1 12,8 55,2 56,1 0,9 37 48,7 49,4 0,7 21,5 36,4 14,8 48,7 49,6 0,9 38 41,4 41,3 -0,1 22,4 32,1 9,7 41,5 41,9 0,4 39 42,5 42,3 -0,1 23,1 31,8 8,7 42,5 42,8 0,3 40 54,2 54,1 -0,1 20,5 29,7 9,2 54,2 54,1 -0,1 41 53,2 53,1 -0,1 21,0 30,3 9,3 53,2 53,1 -0,1 42 41,4 42,2 0,7 29,9 37,6 7,8 41,8 43,8 1,9 43 42,0 42,4 0,4 28,7 36,3 7,5 42,2 43,5 1,3 44 42,9 43,1 0,2 29,2 35,5 6,3 43,1 44,0 0,9 45 41,3 42,0 0,7 31,0 37,8 6,8 41,8 43,7 1,9 46 41,1 41,2 0,1 27,6 33,3 5,7 41,3 42,0 0,7 47 46,9 47,5 0,6 14,5 26,4 11,9 46,9 47,5 0,7 48 53,9 54,0 0,1 38,6 40,0 1,5 54,0 54,2 0,1 49 55,9 55,9 0,0 40,8 42,1 1,3 56,0 56,1 0,1 50 42,0 42,0 0,0 26,2 31,4 5,2 42,1 42,4 0,3 Pagina 70

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Reken punt 51 52 53 54 55 62 64 65 66 67 68

Wegverkeerslawaai Industrie lawaai Cumulatief Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil 61,0 61,0 0,0 27,2 29,3 2,2 61,0 61,0 0,0 47,6 47,6 0,0 25,0 30,9 5,8 47,6 47,7 0,1 62,8 62,8 0,0 25,2 31,1 5,9 62,8 62,8 0,0 45,3 45,3 0,0 17,6 27,1 9,5 45,3 45,4 0,1 29,5 29,9 0,4 19,3 30,8 11,5 30,0 34,0 4,0 59,1 60,0 1,0 15,0 25,0 10,1 59,1 60,0 1,0 48,4 48,8 0,4 41,5 43,0 1,6 49,4 50,1 0,6 50,3 50,6 0,3 42,0 43,4 1,4 51,0 51,5 0,5 49,9 50,2 0,3 41,7 43,3 1,6 50,6 51,2 0,5 50,0 49,2 -0,8 40,6 42,3 1,7 50,6 50,2 -0,4 57,5 57,7 0,2 16,1 26,3 10,2 57,5 57,7 0,2 56 t/m 61 + 63 staan niet in de tabel maar betreffen punten op NNB-gebieden ten zuiden van Vinkel langs de Kaathovensedijk en Werststeeg. Hier vindt geen overschrijding van de 48 dB norm als gevolg van Heesch West plaats

Voor de overige NNB-gebieden in de omgeving van Heesch West is of al in de referentiesituatie sprake van overschrijding van de 48 dB norm of leidt Heesch West niet tot overschrijding van de 48 dB norm. Compensatie Bij aantasting van NNB is compensatie nodig (artikel 5.1 VR). Dit kan, conform provinciaal beleid, fysiek ruimtelijk, maar ook financieel. In Hoofdstuk 7 (paragraaf 7.2) is de compensatieopgave uiteengezet. Hier is tevens aangegeven wat de vervolgstappen zijn van deze compensatieopgave. Aangezien het een extern effect betreft, is herbegrenzing van het NNB-gebied niet nodig. Het bos kan de aanwijzing NNB behouden.

6.4.2

Conclusie Als gevolg van toename van geluid is voor het NNB-gebied ten zuiden van Heesch West met een oppervlakte van 3.100m2 (0,31 hectare) compensatie (ruimtelijk of financieel) nodig.

Toetsing beschermde houtopstanden In het plangebied worden houtopstanden gekapt die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit betreffen de rood omkaderde houtopstanden in Figuur 6.2. De oppervlaktes van de te kappen houtopstanden zijn tevens aangegeven. In totaal zal ongeveer 2,52 hectare5 oppervlakte houtopstand beschermd in het kader van de Wnb gekapt moeten worden ten behoeve van de realisatie van het voornemen. Bij de oppervlakteberekening is rekening gehouden met de houtopstanden die bij de inrichting van het bedrijventerrein (zie Figuur 3.1) behouden blijven. Deze houtopstanden zijn derhalve niet meegenomen in de oppervlakteberekening. Voor kap van houtopstanden buiten de bebouwde kom geldt dat het bevoegd gezag hierover een uitspraak moet doen. Hiervoor geldt een meldingsplicht. Een melding over de kap kan worden gedaan bij de provincie Noord-Brabant. Ten gevolge van de kap van beschermde houtopstanden geldt een compensatie/herplantingsplicht.

5

Het betreft hier een ruwe schatting op basis van luchtfoto’s en de inrichtingstekening. Ten tijde van de exacte uitwerking en definitieve inrichting dient hier een nauwkeurige benadering van gemaakt te worden. Pagina 71

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

4

3

1

2

Type houtopstand Opp. In M2 Locatie Bomenrij Ca. 1.400 m2 1 Bomenrij Ca. 3.800 m2 2 Bomenrij Ca. 6.000 m2 3 Bomenrij / bosschage Ca. 13.100 m2 4 Houtwallen Ca. 900 m2 Westzijde plangebied Totaal Ca. 25.200 (2,52 ha) Figuur 6-2. Aanduiding bosschages binnen het plangebied die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming.

6.5.1

Conclusie Als gevolg van de kap van circa 2,52 ha. oppervlakte houtopstand beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming dient een melding gedaan te worden bij het bevoegd gezag en geldt een compensatie/herplantplicht.

Pagina 72

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Toetsing beschermde soorten De effectbeoordeling van de beschermde soorten vindt plaats per relevante soort(groep). Enkel de soortgroepen in Tabel 5.5 zijn relevant bevonden voor voorliggende toetsing, aangezien deze soorten vastgesteld zijn binnen het invloedsgebied van het plangebied. Derhalve wordt op deze soortgroepen ingegaan:  Vogels (algemeen, buizerd, huismus, kerkuil en steenuil),  Zoogdieren (vleermuizen, marterachtigen (bunzing, das, steenmarter, wezel), eekhoorn),  Vissen (grote modderkruiper). Per soort(groep) wordt hieronder aangegeven of effecten optreden als gevolg van de in paragraaf 6.2.4 bepaalde (mogelijke) storingsfactoren. Wanneer over ‘verstoring’ wordt gesproken heeft dit betrekking op de algehele verstoring die ontstaat als gevolg van menselijke activiteiten. Wanneer sprake is van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb dan is dit met een ‘ ’ aangegeven. Op overige soortgroepen zijn geen effecten aan de orde waardoor geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. Deze blijven derhalve buiten beschouwing. In paragraaf 6.5.8 is de samenvatting van de effectbeoordeling gegeven.

6.6.1

Vogels – Algemeen

Storingsfactoren: oppervlakteverlies en geluidverstoring.

Oppervlakteverlies Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). In het plangebied worden op verschillende plekken in onder andere de bosschages, struiken, dichte vegetatie en weilanden broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest) verwacht.  Wanneer in gebruik zijnde nesten worden aangetast, vernietigd of verstoord is dit in overtreding met artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Dit is het geval als tijdens de bouwwerkzaamheden in het plangebied nesten die in gebruik zijn, worden verstoord en/of aangetast. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan echter met de meeste broedvogels in het algemeen relatief eenvoudig rekening gehouden worden door mitigerende maatregelen te nemen (zoals bijvoorbeeld werken buiten het broedseizoen). Zie hiervoor paragraaf 7.4.4. Zodoende worden er geen verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Geluidverstoring Of een toename van geluid leidt tot ecologisch wezenlijk effecten is afhankelijk van een aantal factoren: a. hoogte van het natuurlijke achtergrondgeluid; b. gewenning en voorspelbaarheid van de geluidbron; c. de aanwezigheid van overige verstoringsbronnen (met name visuele verstoring ten gevolge van bijvoorbeeld bedrijvigheid of recreatie); d. kwaliteit van het foerageergebied, zoals afwezigheid van mensen en de beschikbaarheid van voedsel; e.

staat van instandhouding en gevoeligheid van soorten voor geluid.

Pagina 73

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Nu al (zonder Heesch West) is sprake van een hoog achtergrondniveau van geluid. Dit komt vooral door de A59 die een “geluiddeken” over het gebied legt. In de nabije toekomst zal het geluid enerzijds toenemen door de (nog steeds) toenemende automobiliteit, anderzijds neemt het geluid af door het stiller worden van nieuwe auto’s. Uit onderzoek blijkt dat in gebieden waar een bepaalde verstoringsbron geen werkelijke dreiging vormt en daarnaast ook voorspelbaar is, vogels steeds minder reageren op de verstoringsbron (Krijgsveld et al, 2008). Het is daarom te verwachten dat een verandering van geluidsniveaus als gevolg van de inpandige bedrijfsactiviteiten en/of het wegverkeer over continue dezelfde wegen niet zal leiden tot meetbare veranderingen in aantallen vogels in de omliggende gebieden.

6.6.2

Vogels- Sperwer Storingsfactoren: geluid

In 2021 is de sperwer niet meer tot broeden gekomen. Het vrouwtje is niet meer waargenomen. Wel is een mannetje waargenomen die een sterke binding met het bosje heeft. Het bosje grenst in de toekomstige situatie direct aan een weg die in intensief gebruikt zal worden als aanrijroute. Daarnaast wordt binnen 75 meter een deel van het bedrijventerrein aangelegd dat beoogd is als duurzaam brandstofpunt. Alhoewel het nest weliswaar intact blijft, zal de sperwer wel mogelijk verstoord kunnen raken (door geluidsverstoring), indien het bosje wel weer als broedplaats in gebruik wordt genomen. Dit effect kan optreden tijdens zowel de aanlegfase van het bedrijventerrein inclusief de infrastructuur, als tijdens de exploitatiefase waarbij veel verkeer over de weg gaat rijden.  Geadviseerd wordt om het bosje te monitoren om te kijken of de sperwer de komende jaren het bosje weer in gebruik neemt als nestplaats;  Indien gebruik wordt vastgesteld zal als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein de sperwer verstoord en het nest (indirect) aangetast worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen daarnaast maatregelen getroffen te worden om aan de zorgplicht Wnb te voldoen.

In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

6.6.3

Vogels- Buizerd

Storingsfactoren: oppervlakteverlies

Oppervlakteverlies In het plangebied van Heesch West is één nest van de buizerd aangetroffen (in een boom ter hoogte van Koksteeg 8). De buizerd is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ (LNV, 2009). Als gevolg van de herinrichting van het terrein tot bedrijventerrein wordt de boom met het nest van de buizerd gekapt. Om deze reden zal de buizerd één verblijfplaats kwijtraken.  Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zal het nest van de buizerd aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

Pagina 74

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

6.6.4

Vogels – Huismus

Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies In het plangebied van Heesch West zijn in totaal 30 nesten van de huismus aangetroffen. De huismus is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ (LNV, 2009). Als gevolg van de herinrichting van het terrein tot bedrijventerrein worden een aantal woningen met huismusverblijfplaatsen gesloopt. Het gaat hier met zekerheid om 30 broedparen die hun verblijfplaats op die locatie kwijtraken. Daarnaast is in Figuur 3.1 (toekomstige inrichting) te zien dat een aantal kavels (Koksteeg 18, 20, 22 en 24 en Weerscheut 8a en 8b) waar huismussen hun nestplaats hebben (6 broedpaar in totaal) nog ingetekend zijn op de kaart. Dit wil echter niet zeggen dat de situatie ter plaatse niet verandert na herontwikkeling van het terrein. Mogelijk wijzigt de invulling van deze kavels naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van deze kavels is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk worden deze uitgegeven als bijvoorbeeld woonkavels of horecakavels en kan men de kavel vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg). Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige huismusverblijfplaatsen behouden blijven.

Vanwege deze kanttekening wordt er in voorliggende toetsing vanuit gegaan dat alle huismusverblijfplaatsen (30 in totaal) verloren gaan (worst-case benadering).  Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zullen de nesten van de huismussen aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet. Verstoring Huismussen zijn gewend aan enige mate van verstoring. De soort is een echte cultuurvolger en komt voor waar menselijke activiteiten aanwezig zijn (rondom woningen, terrassen, maneges etc.). Hierdoor is de verwachting dat, zeker wanneer de woning omzoomd is met bomen of een houtwal, de huismusverblijfplaatsen die eventueel voorkomen in gebouwen direct grenzend aan het plangebied, niet verstoord worden door de herinrichting en het gebruik van het plangebied. De huismussen in de omgeving van het plangebied vinden hun leefgebied direct om de woningen en op de erven.

Doordat deze woningen en erven niet fysiek beïnvloed worden door het voornemen, blijft het leefgebied van de hier potentieel voorkomende husmussen intact.

Pagina 75

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

6.6.5

Vogels – Kerkuil

Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies In het plangebied van Heesch West is één verblijfplaats van de kerkuil aangetroffen op de Zoggelsestraat 118. De kerkuil is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’(LNV, 2009). In Figuur 3.1 (toekomstige inrichting) te zien dat de Zoggelsestraat 118, waar de nestkast van de kerkuil zich bevindt, nog niet geheel is ingetekend op de kaart. De schuur waar de nestkast zich bevindt, wordt echter gesloopt door het voornemen om een bosrand in te richten. Vanwege deze kanttekening wordt er in voorliggende toetsing vanuit gegaan dat één verblijfplaats verloren gaat.  Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zal de nestkast van de kerkuil aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

6.6.6

Vogels – Steenuil

Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies Van de steenuil is één verblijfplaats vastgesteld aan de Zoggelsestraat 120 (en binnen de grenzen) van het plangebied. De steenuil is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’(LNV, 2009). Alhoewel de verblijfplaats aanwezig is op een kavel binnen het plangebied die nog niet ingetekend is op de toekomstige inrichtingskaart (zie Figuur 3.1) wil dit niet zeggen dat de situatie ter plaatse van de kavel niet verandert na herontwikkeling van het terrein. Mogelijk wijzigt de invulling van de kavel naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van de kavel is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk wordt de kavel uitgegeven als bijvoorbeeld bedrijfskavel, woonkavel of horecakavel en kan men de kavel vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg). Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige steenuilverblijfplaats behouden blijft. Vanwege deze kanttekening wordt er in voorliggende toetsing vanuit gegaan dat 1 verblijfplaats verloren gaat (worst-case benadering).  Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zal een nestplaats van de steenuil aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming.

Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze randvoorwaarden uiteengezet.

Pagina 76

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 november 2021 revisie 04 Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Verstoring De verblijfplaats ligt aan de Zoggelsestraat 120. Verwacht wordt dat de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein geen wezenlijke verstoring op deze territoria zal opleveren. Dit heeft met name te maken met het monotone karakter van het plangebied nabij de nestplaats van de steenuil. De steenuil prefereert foerageergebied waarbij voldoende beschutting en ‘overhoekjes’ aanwezig zijn. Tijdens de jacht vliegt de soort vaak van de ene bomenrij naar de andere, over een relatief korte afstand. Deze biotoopkarakteristieken zijn aanwezig ten zuiden van de nestlocatie op de Zoggelsestraat 120. Om deze reden wordt verwacht en aangenomen dat het gebied ten zuiden van het plangebied voor de aanwezige steenuil als jachtgebied dient. Dit gebied is afgeschermd van het bedrijventerrein door woningen en bomen/landschapselementen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld licht- en optische verstoring verhinderd. Zodoende vinden zowel op het foerageergebied van de soort als (indirect) op de verblijfplaatsen geen effecten plaats.

6.6.7

Zoogdieren – Vleermuizen

Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies Verblijfplaatsen In het plangebied zijn in totaal elf verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Het gaat om vier zomerverblijfplaatsen, zes paarverblijfplaatsen en één kraamverblijfplaats. De gewone dwergvleermuis is beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.5) en staat vermeld op Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Als gevolg van de herinrichting van het terrein tot bedrijventerrein worden een aantal woningen met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt. Het gaat hier met zekerheid om vier verblijfplaatsen (twee zomerverblijfplaatsen, een paarverblijfplaats en een kraamverblijfplaats) die hun functie kwijtraken doordat de gebouwen verdwijnen. Twee zomerverblijfplaatsen en vier paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis bevinden zich binnen kavels die nog ingetekend zijn op de toekomstige inrichtingskaart (zie Figuur 3.1). Alhoewel de kavels nog ingetekend zijn, wil dit echter niet zeggen dat de situatie ter plaatse van deze kavels niet verandert na herontwikkeling van het terrein. Mogelijk wijzigt de invulling van deze kavels naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van deze kavels is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk worden deze uitgegeven als bijvoorbeeld bedrijfskavel, woonkavels of horecakavels en kan men de kavel vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg).

Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige zomer- en paarverblijfplaats behouden blijven. Derhalve wordt in deze toetsing van de worst-case scenario uitgegaan.  Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zullen de gewone dwergvleermuizen verstoord raken en 11 verblijfplaatsen aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet. Foerageergebied en vliegroute In het plangebied is één belangrijke bomenstructuur aanwezig (aan de zuidzijde van het plangebied; nabij de Ruitersdam) die zowel als foerageergebied veel gebruikt wordt en ook als belangrijke vliegroute. De Ruitersdam is een essentiële vlieg- en foerageerroute voor een aantal vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923653/1