CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.5 Bijlagen deel 5 bij Toelichting ontwerpbestemmingsplan Heesch West

Gemeenteraad 16 juni 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Heesch West en ontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West35.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bovendien is voor de ganzen in het Natura 2000-beheerplan aangegeven dat de gestelde doelstellingen in de periode 2007-2013 voor de ganzensoorten (ruimschoots) gehaald zijn. Ten aanzien van de grasetende soorten (ganzen en smient) is in het definitieve beheerplan aangegeven dat ten tijde van de vaststelling van het beheerplan voldoende gras beschikbaar is binnen Rijntakken (SOVON, 2016 in Provincie Gelderland, 2018b). Negatieve effecten op deze ganzensoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door ruimtebeslag op soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De habitatsoorten waarvoor het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek is aangewezen zijn gebiedsgebonden. Er is voor deze habitatsoorten geen ecologische relatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Dit geldt ook voor de meest habitatsoorten waarvoor het Natura 2000gebied Rijntakken is aangewezen.

De meervleermuis – ook een habitatsoort waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen - heeft een groot leefgebied. Deze soort kan 10 tot 20 km van de verblijfplaats foerageren. Bovendien is de meervleermuis een middellange- tot lange afstandstrekker, waarbij verplaatsingen van 200 à 300 km tussen zomer- en winterverblijf bekend zijn. Echter, het plangebied vormt geen geschikt jachtgebied voor deze soort. Goede jachtgebieden voor de soort zijn niet vervuilde, wel voedselrijke, maar niet vermeste grotere open wateren (Bron: profieldocument habitatrichtlijnsoort meervleermuis, 2008). Het gebied betreft ook geen geschikte trekroute. Het merendeel van de migratiewaarnemingen worden gedaan langs grotere waterwegen. Meervleermuizen volgen voornamelijk de grote rivieren (Haarsma, 2011). De meervleermuis is ook niet waargenomen in het vleermuizenonderzoek. Daaruit wordt geconcludeerd dat het plangebied geen functie heeft voor de populatie meervleermuizen. Voor de meervleermuis kunnen daarom negatieve effecten op het instandhoudingsdoel op voorhand uitgesloten worden.

Blad 55

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Versnippering In de Natura 2000-gebieden vinden geen ingrepen plaats die een versnipperende werking hebben op de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten door versnippering zijn uit te sluiten. Vermesting en verzuring via atmosferische depositie (stikstofdepositie) Aan de bronzijde kan stikstofemissie uit het verkeer van en naar het bedrijventerrein en als gevolg van industriële activiteiten tot een potentieel verzurend en vermestend effect in natuurgebieden leiden; aan de zijde van de natuurgebieden is het vooral de aanwezigheid van voor stikstof gevoelige habitattypen en eventueel soorten die bepalen of een natuurgebied gevoelig is voor stikstofdepositie. Regionaal bedrijventerrein Heesch West ligt op grote afstand (zie Figuur 5.1 van Natura 2000-gebieden). Het bedrijventerrein wordt aardgasvrij en zal energie-positief zijn. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator is berekend wat de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling aan de stikstofdepositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden. Hieruit komt naar voren dat er een toename aan stikstofdepositie is op gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden in de invloedsfeer van het bedrijventerrein zijn aangewezen.

Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename aan stikstofdepositie zijn dan ook niet uit te sluiten. In een passende beoordeling wordt dieper op deze effecten ingegaan. Verdroging Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding). Verdroging ontstaat door lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel waardoor de actuele grondwaterstand lager is dan gewenst of benodigd voor het instandhouden van habitattypen of leefgebied van soorten. De ontwikkelingsmogelijkheden in het kader van het bestemmingsplan bevinden zich op grotere afstand van de Natura 2000-gebieden. Gezien deze afstand leidt het bestemmingsplan niet tot een toename van verdroging. Deze storingsfactor is daarom niet relevant bij de beoordeling van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen door verdroging kunnen uitgesloten worden. Verontreiniging Verontreiniging treedt op als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Alle instandhoudingsdoelen zijn gevoelig voor verontreiniging.

Zowel de aanleg als het gebruik van het bedrijventerrein leidt niet tot een verontreiniging in Natura 2000-gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten aan alle milieuhygiënische regels voldoen waardoor verontreiniging van Natura 2000-gebieden uit te sluiten is. Verstoring door geluid, licht, trillingen De voornaamste geluidbron in en nabij het plangebied is de A59. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kan door verschillende bronnen licht- en geluidhinder ontstaan. Het (vracht)verkeer en het bouwterrein zelf zullen gebruik maken van verlichting en geluid produceren. In de gebruiksfase leidt een nieuw bedrijventerrein tot een toename van licht en geluid door (vracht)verkeer, bedrijfsbronnen, verlichting openbare ruimte en parkeerplaatsen. Gezien de effectafstanden voor geluid en licht maximaal enkele honderden meters bedragen en de afstand ten opzichte van de Natura 2000-gebieden veel groter is, draagt het plan niet bij aan het geluid- of lichtniveau in het Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door geluid- en lichtverstoring zijn uit te sluiten.

Blad 56

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door verstoring ter plekke van het plangebied op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Er is sprake van verstoring door trillingen in bodem en water in het Natura 2000-gebied als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten worden veroorzaakt, zoals bij boren, heien, etc. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kunnen door verschillende bronnen trillingen ontstaan. Het heien van de fundering en het bouwverkeer kunnen trillingen veroorzaken. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden is de verstoring door trillingen als gevolg van de aanlegfase beperkt. In de gebruiksfase kan vrachtverkeer trillingen veroorzaken, met name op oneffen wegdekken, overgangen in het wegdek en bij optrekken en afremmen. Vrachtverkeer komt met name voor op de A59 en de Bosschebaan. Op het bedrijventerrein wordt bedrijvigheid op het gebied van circulaire economie, energie en nieuwe concepten in de bouw toegestaan.

Deze vormen van bedrijvigheid maken gebruik van machines die trillingsoverlast kunnen veroorzaken in hun directe omgeving. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden en het tijdelijke aspect van de aanlegfase zijn effecten op Natura 2000-gebieden door trillingen uitgesloten. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De werkzaamheden in het plangebied en de mensen en aanwezige bebouwing in het plangebied tijdens de gebruiksfase leiden niet tot een optische verstoring, gezien de grote afstand, zodat een verstorend effect op Natura 2000gebieden uit te sluiten is. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door optische verstoring op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteit.

Om dit soort effecten te krijgen moeten activiteiten in de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Dat is bij dit plan niet het geval. Het bestemmingsplan biedt nieuwe werkmogelijkheden. Dit leidt niet tot een toename van bezoekers (recreanten) aan de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten als gevolg van mechanische verstoring zijn daarom uit te sluiten. Conclusie (Significant) Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van alle storingsfactoren, behalve stikstofdepositie zijn met zekerheid op voorhand uit te sluiten. Andere negatieve dan stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Rijntakken’ zijn uit te sluiten. Daarmee zijn deze negatieve effecten ook op de verder weg gelegen Natura 2000-gebieden uit te sluiten. In tabel 6.3 is inzichtelijk gemaakt dat alleen stikstofdepositie relevant is voor nader onderzoek. Voor de overige aspecten is het planeffect te verwaarlozen en daarmee is een cumulatieonderzoek niet aan de orde. Dan leidt cumulatieonderzoek tot het opsommen van effecten van andere projecten waar niets aan toegevoegd wordt. Effecten zijn op voorhand uit te sluiten waardoor ‘Natura 2000’ niet nader toegelicht wordt in de effectbeoordeling. Ten aanzien van negatieve effecten als het gevolg van toename door stikstofdepositie wordt ingegaan in de passende beoordeling.

Dit betreft een aparte rapportage.

Blad 57

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.3. Selectie relevante storingsfactoren Natura 2000. Potentiële storingsfactor Relevant  Oppervlakteverlies  Versnippering

✓

Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging

Potentiële storingsfactor Verdroging Verstoring geluid, licht en trillingen Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten

Relevant    

✓ = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring

6.2.2

Natuurnetwerk Brabant Onderstaand wordt aan de hand van de relevante storingsfactoren zoals weergegeven onder paragraaf 6.2, een beoordeling gegeven of deze relevant zijn voor de NNB in de omgeving. Oppervlakteverlies Er wordt bij voorliggend plan van uitgegaan dat er geen sprake is van oppervlakteverlies op NNBgebied. De aansluiting aan de westzijde van het plangebied zal langs het NNB bosje worden gepositioneerd zodat geen NNB-gebied moet wijken voor de ontsluiting. Overige NNB-gebieden liggen buiten de grenzen van het plangebied. Versnippering en mechanische effecten (aanvaringsslachtoffers) In en rondom het plangebied is geen ecologische verbindingszone aanwezig. Effecten op een eventuele EVZ is daarom niet aan de orde; barrièrewerking treedt niet op. Aan de zuidzijde van de A59 en het plangebied zijn een aantal losse NNB-gebieden aanwezig die mogelijk enkel via de aanwezige bomenrijen (langs de kruisende wegen) in verbinding staan met elkaar. In het ontwerp is sprake van een robuuste groenzone aan de zuid- en deels westzijde van het plangebied. Verbindende landschapselementen worden hierdoor niet aangetast. Eveneens kunnen andere verbindende elementen in het landschap (buiten het plangebied) gebruikt worden om van en naar natuurgebieden in de omgeving te komen.

Kortom, het voornemen zal niet zorgen voor een barrière in het landschap waardoor de uitwisselingsmogelijkheden van het NNB beperkt worden; versnippering is niet aan de orde. Er vinden als gevolg van het plan geen effecten plaats op het doel ‘verbinden’. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten. Vermesting en verzuring via atmosferische depositie Verzuring en vermesting is een gevolg van stikstofdepositie. De voor verzuring meest gevoelige gebieden binnen het NNB zijn door de provinciale staten aangewezen als Wav-gebieden (Wet ammoniak en veehouderij). Voor effecten door stikstof in het NNB zijn deze Wav-gebieden relevant. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen Wav-gebieden aanwezig; het dichtstbijzijnde Wav-gebied ligt op circa 2,5 kilometer afstand vanaf het toekomstige bedrijventerrein. Conform de provinciale Verordening ruimte en Interim omgevingsverordening geldt echter dat voor verspreiding door de lucht (zoals atmosferische stikstofdepositie) geen externe werking geldt. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten. Verdroging Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding).

Er zijn rondom het plangebied echter geen Natte natuurparels aanwezig; de NNBgebieden zijn hiervoor niet aangewezen. Natte natuurparels zijn door de Provincie aangewezen gebieden met bijzondere natuurwaarden. Het doel van natte natuurparels is om de kwetsbare ‘natte' natuur daar te behouden en te herstellen. Tevens wordt bij voorliggende beoordeling Blad 58

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

aangenomen dat het bedrijventerrein hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Zodoende zijn er als gevolg van verdroging geen effecten op het NNB te verwachten. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten. Verontreiniging Verontreiniging is naar verwachting evenmin aan de orde, mede gezien het uitgangspunt dat verontreiniging via reguliere milieuwetgeving en handhaving in het gebied voorkomen wordt. Daarnaast zijn er in de directe nabijheid/invloedsfeer van eventuele verontreiniging geen NNBgebieden aanwezig. Er worden daarom van het voornemen geen negatieve gevolgen verwacht op het aspect verontreiniging op de in de omgeving aanwezige NNB-gebieden. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand uitgesloten. Verstoring door geluid Als gevolg van de realisatie van het bedrijventerrein, inclusief ontsluitingsweg kan een toename in geluid optreden. Het geluideffect is verder onderzocht en beoordeeld in paragraaf 6.4. Effecten als gevolg van deze storingsfactor zijn op voorhand niet uitgesloten. Verstoring door licht Als gevolg van een ontwikkeling van een bedrijventerrein kan in potentie lichtverstoring ontstaan, met name van bedrijven die dichtbij het NNB liggen. Ook de nieuwe aansluiting kan leiden tot lichthinder.

Door de ligging van het ontwerp ten opzichte van de NNB-gebieden en de afscherming van het terrein naar de omgeving met NNB-gebieden door middel van de groenzone en bomenrijen worden echter geen negatieve effecten door verstoring van licht verwacht. Effecten door verstoring door licht zijn daarom op voorhand uitgesloten. Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De werkzaamheden in het plangebied en de mensen en aanwezige bebouwing in het plangebied tijdens de gebruiksfase leiden niet tot een optische verstoring, gezien de afscherming van het terrein naar de omgeving met de NNBgebieden doormiddel van de groenzone en bomenrijen. Effecten als gevolg van het bedrijventerrein en nieuwe infrastructuur zijn op voorhand uitgesloten. Conclusie Op basis van het bovenstaande en de gehanteerde aannames kan geconcludeerd worden dat door een geluidtoename, als gevolg van het bedrijventerrein en de westelijke ontsluitingsweg, effecten op het NNB verwacht kunnen worden. Dit is nader onderzocht (zie paragraaf 6.4). In tabel 6.4 zijn alle relevante storingsfactoren benoemd die nader onderzocht dienen te worden.

Blad 59

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.4. Selectie relevante storingsfactoren NNB. Potentiële storingsfactor Relevant Oppervlakteverlies 

Potentiële storingsfactor Verstoring geluid

Relevant ✓

Verstoring licht

Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging

Optische verstoring

Verstoring door mechanische effecten

Verdroging

Versnippering

✓ = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring.

6.2.3

Beschermde houtopstanden Voor beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming is het van belang om te bepalen hoeveel oppervlakte houtopstand fysiek geraakt wordt (en om zo te komen tot een compensatieplicht). In deze zin is enkel de volgende storingsfactor relevant: ❖ Oppervlakteverlies. De overige storingsfactoren hebben geen effect op de omvang van beschermde houtopstanden en worden derhalve niet meegenomen in de effectbeoordeling (paragraaf 6.5). (In tabel 6.5 zijn voor de volledigheid alle storingsfactoren benoemd.) Tabel 6.5. Selectie relevante storingsfactoren beschermde houtopstanden. Potentiële storingsfactor Relevant Potentiële storingsfactor Oppervlakteverlies Versnippering Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie)

✓

Verstoring geluid

Relevant 

Verstoring licht

Optische verstoring

Verstoring door mechanische

Verontreiniging

Verdroging

effecten

✓ = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring.

6.2.4

Beschermde soorten Zoals onder Natura 2000 en NNB reeds is beschreven zijn niet alle storingsfactoren die in zijn algemeenheid te verwachten zijn bij het realiseren van een bedrijventerrein, relevant. Onderstaand zijn de storingsfactoren aangegeven die wel relevant zijn voor beschermde soorten: ❖ Oppervlakteverlies en versnippering; ❖ Verstoring door geluid en licht; ❖ Verstoring door trillingen; ❖ Optische verstoring. Effecten als gevolg van de overige storingsfactoren zoals verdroging en verontreiniging worden gezien de eerder beschreven argumenten niet verwacht. Ook vermesting en verzuring via atmosferische depositie (stikstofdepositie) heeft voor beschermde soorten geen wezenlijke gevolgen gezien de reeds overspannen situatie ter plaatse. De indirecte effecten (zoals verstoring en barrièrewerking) kunnen met name relevant zijn voor soorten die in de omgeving van het plangebied voorkomen en of gebruik maken van de landschapselementen die hier aanwezig zijn. In Tabel 6.6 is aangegeven welke storingsfactoren

Blad 60

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

voor welke soorten mogelijk een effect kunnen hebben en welke in paragraaf 6.5 beoordeeld worden. Tabel 6.6. Selectie relevante storingsfactoren beschermde soorten. Aangegeven is voor welke soorten welke storingsfactor relevant is. Potentiële Releva Potentiële Relevan Soorten Soorten storingsfactor nt storingsfactor t Huismus, steenuil, broedvogels, vleermuizen, kleine Vogels, Oppervlakteverlies ✓ Verstoring geluid ✓ marterachtigen, marterachtigen mogelijk das en grote modderkruiper Versnippering  ✓ Vogels en vleermuizen Verstoring licht Vleermuizen (barrièrewerking) Verzuring en verzuring Optische Vogels,  ✓ via de lucht verstoring marterachtigen (stikstofdepositie) Verstoring door  ✓ Verontreiniging Vleermuizen trillingen Verdroging  ✓ = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is  = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring.

6.2.5

Samenvattend overzicht relevante verstoringsfactoren In tabel 6.7 is een samenvatting gegeven van de relevante verstoringsfactoren. Tevens is aangegeven of deze factoren tijdelijk zijn (aanlegfase) of permanent.

Tabel 6.7. Overzicht verwachte storingsfactoren die optreden door de ontwikkeling van het bedrijventerrein Heesch West.  = niet aan de orde; ✓ = relevant voor de toetsing. Effect treedt op tijdens: Relevante natuurwaarde Storingsfactor Oorzaak GebruiksSoorten Natura Aanlegfase NNB fase Wnb 2000 Ruimtebeslag door herinrichting gebied ( realisatie ✓  ✓   Oppervlakteverlies industrie, infrastructuur etc.) Versnippering Barrièrewerking door gebiedsvreemde objecten ✓ ✓ ✓   Stikstofdepositie Uitstoot (emissie) van stikstof tijdens de bouw en (verzuring en tijdens permanente situatie (door industrie, extra ✓ ✓   ✓ vermesting) verkeersbewegingen etc.). Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische Verdroging  ✓    situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding) Toename in geluidbelasting door Verstoring door bouwwerkzaamheden en bouwmachines maar ook ✓ ✓ ✓ ✓  geluid door toenemend verkeer en industriële activiteiten in de toekomst Toename in licht door bouwactiviteiten die Verstoring door plaatsvinden buiten de daglichturen plus ✓ ✓ ✓   licht permanente inrichting als bedrijventerrein met mogelijk meer lichtmasten.

Verstoring door Toename in trillingen tijdens bouwfase (bijvoorbeeld ✓  ✓   trillingen door heiwerkzaamheden) Toename in optische verstoring tijdens bouwfase ✓ ✓ ✓   Optische verstoring door aanwezigheid en bouwactiviteiten

Blad 61

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Een aantal activiteiten/onderdelen van Heesch West heeft ook positieve effecten op natuur: ❖ Aanleg van nieuwe watergangen en waterpartijen; ❖ Aanleg van robuuste groenzones centraal en aan de westzijde; ❖ Aanleg van robuuste groenstructuren langs interne ontsluitingsstructuren; ❖ Aanleg groen op kavelniveau. In Hoofdstuk 7 wordt kort nader ingegaan op de kansen die de aanleg van het bedrijventerrein biedt voor de natuur (paragraaf 7.6).

Natura2000 Zoals beschreven in paragraaf 6.2.1 worden er alleen effecten op Natura 2000-gebieden verwacht als gevolg van een toename aan stikstofdepositie. Deze effecten worden nader beschreven in de passende beoordeling. Dit is een separate rapportage.

Natuurnetwerk Brabant Voor het Natuurnetwerk Brabant is ‘verstoring’ (door geluid) de enige potentiële storingsfactor die niet op voorhand is uit te sluiten. In de volgende paragraaf wordt deze storingsfactor op NNB beschreven en wordt het te volgen spoor uiteengezet.

6.4.1

Verstoring door geluid Effectbepaling Om te kunnen bepalen of er sprake is van effecten als gevolg van een (toename in) geluid door de verschillende alternatieven, zijn geluidsberekeningen uitgevoerd. Aan de hand van geluidsberekeningen voor de verschillende alternatieven is inzichtelijk gemaakt wat het huidige, autonome en toekomstig geluidsniveau is (per geluidbronwegverkeer, industrie) ter plaatse van de NNB-gebieden. Er is gerekend met Lden waarden. De dB (Lden)-waardes zijn op punten bij de NNBgebieden berekend. De rekenpunten zijn in Figuur 6.1 weergegeven. De uitkomsten van de berekeningen op de punten staan in Tabel 6.8 weergegeven. Aangezien het allen bos NNB-gebieden betreffen, dient er op die gebieden getoetst te worden aan de 42 dB(A) norm; of wel de 48,4 (Lden) norm. De NNB-gebieden langs de A59 zijn in de referentiesituatie al overbelast. Met name door wegverkeerslawaai, directe ten noorden van Cereslaan-West ook door industrielawaai. Ten noorden van de A59 leidt Heesch West niet tot een extra overbelasting. Ten zuiden van de A59, bijvoorbeeld in de omgeving van de Rekken, leidt Heesch tot een toename van wegverkeerslawaai, maar niet tot een extra overbelasting of wezenlijke toename. Op 1 NNB-gebiedje ten zuiden van Heesch West (punt 24 t/m 27) leidt Heesch West tot een overschrijding van de 48 dB Lden norm.

Het in de referentiesituatie nog niet overbelast (45 tot 46 dB wegverkeer en cumulatief, 25 dB industrie), blijft in de plansituatie voor de afzonderlijke bronnen ook nog beneden of op de 48 dB norm (47/48 dB wegwegverkeer, 44/46 dB industrie), maar overschrijdt cumulatief de 48 dB norm (49/51 dB, een toename van 4 a 5 dB). Dit moet worden gecompenseerd.

Blad 62

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Figuur 6.1. Aanduiding NNB-gebieden waar geluidsberekeningen voor zijn uitgevoerd. 56 t/m 61 en 63 staan niet op de kaart maar betreffen punten op NNB-gebieden ten zuiden van Vinkel langs de Kaathovensedijk en Werststeeg.

Blad 63

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.8. Overzicht berekende dB(Lden) waardes per NNB-gebied, per bron en cumulatief waarbij de referentiesituatie als ‘ref’ is aangegeven. In rood zijn de waardes aangegeven die boven de gestelde norm van 48,4 dB(Lden) liggen. Rood is de locatie die – cumulatief – boven de drempelwaarde van NNB (bos) uitkomt. Reken Wegverkeerslawaai Industrie lawaai Cumulatief punt Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil 01 57,8 57,8 0,0 37,6 38,2 0,7 57,9 57,8 0,0 02 58,7 58,7 -0,1 37,7 38,4 0,7 58,7 58,7 0,0 03 58,1 58,1 0,0 37,1 37,8 0,7 58,2 58,2 0,0 04 57,8 57,8 0,0 36,6 37,3 0,8 57,9 57,8 0,0 05 64,6 64,6 0,0 41,2 41,6 0,5 64,7 64,6 0,0 06 68,0 68,2 0,2 41,7 42,1 0,4 68,0 68,2 0,2 07 66,0 66,3 0,3 40,4 41,0 0,6 66,0 66,3 0,3 08 65,8 66,2 0,4 40,4 40,8 0,4 65,8 66,2 0,5 09 69,5 69,8 0,3 39,6 40,2 0,5 69,5 69,8 0,3 10 70,6 70,8 0,2 38,5 39,2 0,6 70,6 70,8 0,2 11 66,1 66,2 0,1 39,1 39,6 0,5 66,1 66,2 0,1 12 71,0 71,2 0,3 36,9 37,8 0,9 71,0 71,2 0,3 13 68,7 67,6 -1,1 47,1 47,2 0,2 68,7 67,6 -1,1 14 67,9 66,7 -1,1 44,8 45,1 0,3 67,9 66,8 -1,1 15 66,6 66,2 -0,4 48,0 48,1 0,1 66,7 66,2 -0,4 16 72,9 72,5 -0,4 51,4 51,6 0,2 72,9 72,5 -0,4 17 72,9 72,5 -0,4 51,2 51,4 0,2 72,9 72,6 -0,4 18 73,2 72,7 -0,5 51,5 51,7 0,2 73,2 72,8 -0,5 19 73,4 73,1 -0,3 50,7 50,8 0,2 73,4 73,1 -0,3 20 63,3 63,3 0,0 46,0 46,5 0,5 63,4 63,4 0,0 21 72,7 72,3 -0,4 37,5 48,1 10,5 72,7

72,4 -0,3 22 73,9 73,2 -0,7 35,3 50,9 15,7 73,9 73,3 -0,6 23 69,1 68,9 -0,2 32,6 49,1 16,5 69,1 68,9 -0,1 24 45,6 48,2 2,6 25,3 45,7 20,4 45,6 50,5 4,9 25 45,3 47,6 2,3 25,3 45,0 19,7 45,4 49,9 4,5 26 45,0 46,9 2,0 25,1 44,1 19,0 45,0 49,1 4,1 27 45,3 47,5 2,2 25,2 44,8 19,6 45,3 49,8 4,4 28 50,6 51,3 0,8 21,6 37,9 16,3 50,6 51,6 1,0 29 61,3 63,4 2,1 20,2 33,6 13,4 61,3 63,4 2,1 30 58,8 60,0 1,3 20,2 33,7 13,5 58,8 60,0 1,3 31 58,7 60,2 1,5 20,1 33,5 13,4 58,7 60,2 1,5 32 60,4 56,3 -4,2 20,2 33,6 13,4 60,4 56,3 -4,1 33 55,1 55,5 0,4 13,1 25,4 12,3 55,1 55,5 0,4 34 52,2 52,5 0,4 18,5 33,4 14,8 52,2 52,6 0,4 35 67,9 68,2 0,4 19,2 31,8 12,6 67,9 68,2 0,4 36 55,2 56,1 0,9 19,3 32,1 12,8 55,2 56,1 0,9 37 48,7 49,4 0,7 21,5 36,4 14,8 48,7 49,6 0,9 38 41,4 41,3 -0,1 22,4 32,1 9,7 41,5 41,9 0,4 39 42,5 42,3 -0,1 23,1 31,8 8,7 42,5 42,8 0,3 40 54,2 54,1 -0,1 20,5 29,7 9,2 54,2 54,1 -0,1 41 53,2 53,1 -0,1 21,0 30,3 9,3 53,2 53,1 -0,1 42 41,4 42,2 0,7 29,9 37,6 7,8 41,8 43,8 1,9 43 42,0 42,4 0,4 28,7 36,3 7,5 42,2 43,5 1,3 44 42,9 43,1 0,2 29,2 35,5 6,3 43,1 44,0 0,9 45 41,3 42,0 0,7 31,0 37,8 6,8 41,8 43,7 1,9 46 41,1 41,2 0,1 27,6 33,3 5,7 41,3 42,0 0,7 47 46,9 47,5 0,6 14,5 26,4 11,9 46,9 47,5 0,7 48 53,9 54,0 0,1 38,6 40,0 1,5 54,0 54,2 0,1 49 55,9 55,9 0,0 40,8 42,1 1,3 56,0 56,1 0,1 50 42,0 42,0 0,0 26,2 31,4 5,2 42,1 42,4 0,3 51 61,0 61,0 0,0 27,2 29,3 2,2 61,0 61,0 0,0

Blad 64

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Reken punt 52 53 54 55 62 64 65 66 67 68

Wegverkeerslawaai Industrie lawaai Cumulatief Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil Ref Heesch West Verschil 47,6 47,6 0,0 25,0 30,9 5,8 47,6 47,7 0,1 62,8 62,8 0,0 25,2 31,1 5,9 62,8 62,8 0,0 45,3 45,3 0,0 17,6 27,1 9,5 45,3 45,4 0,1 29,5 29,9 0,4 19,3 30,8 11,5 30,0 34,0 4,0 59,1 60,0 1,0 15,0 25,0 10,1 59,1 60,0 1,0 48,4 48,8 0,4 41,5 43,0 1,6 49,4 50,1 0,6 50,3 50,6 0,3 42,0 43,4 1,4 51,0 51,5 0,5 49,9 50,2 0,3 41,7 43,3 1,6 50,6 51,2 0,5 50,0 49,2 -0,8 40,6 42,3 1,7 50,6 50,2 -0,4 57,5 57,7 0,2 16,1 26,3 10,2 57,5 57,7 0,2 56 t/m 61 + 63 staan niet in de tabel maar betreffen punten op NNB-gebieden ten zuiden van Vinkel langs de Kaathovensedijk en Werststeeg. Hier vind geen overschrijding van de 48 dB norm als gevolg van Heesch West plaats

Voor de overige NNB-gebieden in de omgeving van Heesch West is of al in de referentiesituatie sprake van overschrijding van de 48 dB norm of leidt Heesch West niet tot overschrijding van de 48 dB norm. Compensatie Bij aantasting van NNB is compensatie nodig (artikel 5.1 VR). Dit kan, conform provinciaal beleid, fysiek ruimtelijk, maar ook financieel. In Hoofdstuk 7 (paragraaf 7.2) is de compensatieopgave uiteengezet. Hier is tevens aangegeven wat de vervolgstappen zijn van deze compensatieopgave. Aangezien het een extern effect betreft, is herbegrenzing van het NNB-gebied niet nodig. Het bos kan de aanwijzing NNB behouden.

6.4.2

Conclusie Als gevolg van toename van geluid is voor het NNB-gebied ten zuiden van Heesch West met een oppervlakte van 3.100m2 (0,31 hectare) compensatie (ruimtelijk of financieel) nodig.

Blad 65

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Toetsing beschermde houtopstanden In het plangebied worden houtopstanden gekapt die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit betreffen de rood omkaderde houtopstanden in Figuur 6.3 en voor een deel houtkap bij de Ruitersdam, alsook het NNB-gebied (zie aantasting houtsingels Figuur 6.1). De oppervlaktes van de te kappen houtopstanden zijn tevens aangegeven. In totaal zal ongeveer 2,5 hectare7 oppervlakte houtopstand beschermd in het kader van de Wnb gekapt moeten worden ten behoeve van de realisatie van het voornemen. Bij de oppervlakteberekening is rekening gehouden met de houtopstanden die bij de inrichting van het bedrijventerrein (zie Figuur 3.1) behouden blijven. Deze houtopstanden zijn derhalve niet meegenomen in de oppervlakteberekening. Voor kap van houtopstanden buiten de bebouwde kom geldt dat het bevoegd gezag hierover een uitspraak moet doen. Hiervoor geldt een meldingsplicht. Een melding over de kap kan worden gedaan bij de provincie Noord-Brabant. Ten gevolge van de kap van beschermde houtopstanden geldt een compensatie/herplantingsplicht.

4

3

1

2

Type houtopstand Opp. In M2 Locatie Bomenrij Ca. 1.400 m2 1 Bomenrij Ca. 3.800 m2 2 Bomenrij Ca. 6.000 m2 3 Bomenrij / bosschage Ca. 13.100 m2 4 Houtwal Ca. 600 m2 Ruitersdam Houtwallen Ca. 900 m2 Westzijde plangebied Totaal Ca. 25.000 (2,5 ha) Figuur 6.2. Aanduiding bosschages binnen het plangebied die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming.

7

Het betreft hier een ruwe schatting op basis van luchtfoto’s en de inrichtingstekening. Ten tijde van de exacte uitwerking en definitieve inrichting dient hier een nauwkeurige benadering van gemaakt te worden.

Blad 66

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

6.5.1

Conclusie Als gevolg van de kap van circa 2,5 ha. oppervlakte houtopstand beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming dient een melding gedaan te worden bij het bevoegd gezag en geldt een compensatie/herplantplicht.

Toetsing beschermde soorten De effectbeoordeling van de beschermde soorten vindt plaats per relevante soort(groep). Enkel de soortgroepen in Tabel 5.5 zijn relevant bevonden voor voorliggende toetsing, aangezien deze soorten vastgesteld zijn binnen het invloedsgebied van het plangebied. Derhalve wordt op deze soortgroepen ingegaan: ➢ Vogels (algemeen, sperwer, huismus en steenuil), ➢ Zoogdieren (vleermuizen, marterachtigen), ➢ Vissen (grote modderkruiper). Per soort(groep) wordt hieronder aangegeven of effecten optreden als gevolg van de in paragraaf 6.2.4 bepaalde (mogelijke) storingsfactoren. Wanneer over ‘verstoring’ wordt gesproken heeft dit betrekking op de algehele verstoring die ontstaat als gevolg van menselijke activiteiten. Wanneer sprake is van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb dan is dit met een ‘ ’ aangegeven. Op overige soortgroepen zijn geen effecten aan de orde waardoor geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. Deze blijven derhalve buiten beschouwing. In paragraaf 6.5.8 is de samenvatting van de effectbeoordeling gegeven.

6.6.1

Vogels – Algemeen Storingsfactoren: oppervlakteverlies en geluidverstoring.

Oppervlakteverlies Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). In het plangebied worden op verschillende plekken in onder andere de bosschages, struiken, dichte vegetatie en weilanden broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest) verwacht. ❖ Wanneer in gebruik zijnde nesten worden aangetast, vernietigd of verstoord is dit in overtreding met artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Dit is het geval als tijdens de bouwwerkzaamheden in het plangebied nesten die in gebruik zijn, worden verstoord en/of aangetast. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden kan echter met de meeste broedvogels in het algemeen relatief eenvoudig rekening gehouden worden door mitigerende maatregelen te nemen (zoals bijvoorbeeld werken buiten het broedseizoen). Zie hiervoor paragraaf 7.4.4. Zodoende worden er geen verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Geluidverstoring Of een toename van geluid leidt tot ecologisch wezenlijk effecten is afhankelijk van een aantal factoren: a. hoogte van het natuurlijke achtergrondgeluid; b. gewenning en voorspelbaarheid van de geluidbron; c. de aanwezigheid van overige verstoringsbronnen (met name visuele verstoring ten gevolge van bijvoorbeeld bedrijvigheid of recreatie);

Blad 67

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

d. e.

kwaliteit van het foerageergebied, zoals afwezigheid van mensen en de beschikbaarheid van voedsel; staat van instandhouding en gevoeligheid van soorten voor geluid.

Nu al (zonder Heesch West) is sprake van een hoog achtergrondniveau van geluid. Dit komt vooral door de A59 die een “geluiddeken” over het gebied legt. In de nabije toekomst zal het geluid enerzijds toenemen door de (nog steeds) toenemende automobiliteit, anderzijds neemt het geluid af door het stiller worden van nieuwe auto’s. Uit onderzoek blijkt dat in gebieden waar een bepaalde verstoringsbron geen werkelijke dreiging vormt en daarnaast ook voorspelbaar is, vogels steeds minder reageren op de verstoringsbron (Krijgsveld et al, 2008). Het is daarom te verwachten dat een verandering van geluidsniveaus als gevolg van de inpandige bedrijfsactiviteiten en/of het wegverkeer over continue dezelfde wegen niet zal leiden tot meetbare veranderingen in aantallen vogels in de omliggende gebieden.

6.6.2

Vogels – Huismus Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies In het plangebied van Heesch West zijn in totaal 40 nesten van de huismus aangetroffen. De huismus is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ (LNV, 2009). Als gevolg van de herinrichting van het terrein tot bedrijventerrein worden een aantal woningen met huismusverblijfplaatsen gesloopt. Het gaat hier met zekerheid om 26 broedparen die hun verblijfplaats op die locatie kwijtraken. Daarnaast is in Figuur 3.1 (toekomstige inrichting) te zien dat een aantal kavels waar huismussen hun nestplaats hebben (14 broedpaar in totaal) nog ingetekend zijn op de kaart. Dit wil echter niet zeggen dat de situatie ter plaatse niet verandert na herontwikkeling van het terrein. Mogelijk wijzigt de invulling van deze kavels naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van deze kavels is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk worden deze uitgegeven als bijvoorbeeld woonkavels of horecakavels en kan men de kavel vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg). Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige huismusverblijfplaatsen behouden blijven. Vanwege deze kanttekening wordt er in voorliggende toetsing vanuit gegaan dat alle huismusverblijfplaatsen (40 in totaal) verloren gaan (worst-case benadering).

❖ Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zullen de nesten van de huismussen aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet. Verstoring Huismussen zijn gewend aan enige mate van verstoring. De soort is een echte cultuurvolger en komt voor waar menselijke activiteiten aanwezig zijn (rondom woningen, terrassen, maneges etc.). Hierdoor is de verwachting dat, zeker wanneer de woning omzoomd is met bomen of een houtwal, de huismusverblijfplaatsen die eventueel voorkomen in gebouwen direct grenzend aan het plangebied, niet verstoord worden door de herinrichting en het gebruik van het plangebied. De huismussen in de omgeving van het plangebied vinden hun leefgebied direct om de woningen en op de erven. Doordat deze woningen en erven niet fysiek beïnvloed worden door het voornemen, blijft het leefgebied van de hier potentieel voorkomende husmussen intact.

Blad 68

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

6.6.3

Vogels – Sperwer Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies In het plangebied van Heesch West is één nest van de sperwer aangetroffen. De sperwer is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’(LNV, 2009). Het nest van de sperwer wordt fysiek niet aangetast. Er is daardoor geen sprake van oppervlakteverlies op het nest van de sperwer. Verstoring Het bosje waar het nest zich in bevindt, grenst in de toekomstige situatie direct aan een weg die in intensief gebruikt zal worden als aanrijroute. Daarnaast wordt binnen 75 meter een deel van het bedrijventerrein aangelegd dat beoogd is als duurzaam brandstofpunt. Alhoewel het nest weliswaar in tact blijft, zal de sperwer wel mogelijk verstoord kunnen raken (door optische- en geluidsverstoring) en als gevolg hiervan het nest verlaten. Dit effect kan optreden tijdens zowel de aanlegfase van het bedrijventerrein inclusief de infrastructuur, als tijdens de exploitatiefase waarbij veel verkeer over de weg gaat rijden. ❖ Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zal de sperwer verstoord en het nest (indirect) aangetast worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk.

Tevens dienen daarnaast maatregelen getroffen te worden om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

6.6.4

Vogels – Steenuil Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies Van de steenuil zijn twee territoria vastgesteld aan de zuidzijde (en binnen de grenzen) van het plangebied. De steenuil is beschermd in het kader van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming en is een soort die een vermelding kent op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’(LNV, 2009). Binnen deze territoria (zie voor de globale ligging Figuur 5.6) zijn in of rondom de gebouwen de nestplaatsen aanwezig. Als gevolg van het voornemen blijven de overige twee nestplaatsen fysiek in tact aangezien de locaties buiten het plangebied vallen. Alhoewel de nestplaatsen binnen het plangebied aanwezig zijn binnen kavels die nog ingetekend zijn op de toekomstige inrichtingskaart (zie Figuur 3.1) wil dit echter niet zeggen dat de situatie ter plaatse van deze kavels niet verandert na herontwikkeling van het terrein. Mogelijk wijzigt de invulling van deze kavels naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van deze kavels is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk worden deze uitgegeven als bijvoorbeeld bedrijfskavels, woonkavels of horecakavels en kan men de kavels vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg). Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige steenuilverblijfplaatsen behouden blijven. Derhalve wordt in deze toetsing van de worst-case scenario uitgegaan.

❖ Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zullen twee nestplaatsen van de steenuil aangetast en vernietigd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze randvoorwaarden uiteengezet.

Blad 69

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Verstoring Twee verblijfplaatsen/territoria liggen buiten (aan de oostzijde van) het plangebied. Verwacht wordt dat de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein geen wezenlijke verstoring op deze territoria zal opleveren. Alhoewel het territoria van deze steenuilen mogelijk deels binnen het plangebied ligt (in Figuur 5.8 is een cirkelvormig territorium aangegeven), is dit in de praktijk aannemelijk anders. Dit heeft met name te maken met het monotone karakter van het plangebied nabij de vermoedelijke nestplaatsen van de steenuil. De steenuil prefereert foerageergebied waarbij voldoende beschutting en ‘overhoekjes’ aanwezig zijn. Tijdens de jacht vliegt de soort vaak van de ene bomenrij naar de andere, over een relatief korte afstand. Deze biotoopkarakteristieken zijn aanwezig ten zuiden van de vermoedelijke nestlocaties/territoria nabij (en buiten) het plangebied. Om deze reden wordt verwacht en aangenomen dat het gebied ten zuiden van het plangebied voor de aanwezige steenuilen als jachtgebied dient. Dit gebied is afgeschermd van het bedrijventerrein door woningen en bomen/landschapselementen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld licht- en optische verstoring verhinderd. Zodoende vinden zowel op het foerageergebied van de soort als (indirect) op de verblijfplaatsen geen effecten plaats.

6.6.5

Zoogdieren – Vleermuizen Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring

Oppervlakteverlies Verblijfplaatsen In het plangebied zijn in totaal zeven verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Het gaat om vier zomerverblijfplaatsen en drie paarverblijfplaatsen. Daarnaast is één zomerverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis vastgesteld. Vrijwel elke verblijfplaats is in gebruik door één individu; enkel de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aan de Koksteeg 7 en de zomerverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis wordt gebruikt door vier individuen. De gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.5) en staan vermeld op Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Als gevolg van de herinrichting van het terrein tot bedrijventerrein worden een aantal woningen met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt. Het gaat hier met zekerheid om vijf verblijfplaatsen (vier zomerverblijfplaatsen en twee paarverblijfplaatsen) die hun functie kwijtraken doordat de gebouwen verdwijnen. Eén zomer- en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis bevindt zich binnen kavels die nog ingetekend zijn op de toekomstige inrichtingskaart (zie Figuur 3.1). Alhoewel de kavels nog ingetekend zijn, wil dit echter niet zeggen dat de situatie ter plaatse van deze kavels niet verandert na herontwikkeling van het terrein.

Mogelijk wijzigt de invulling van deze kavels naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van deze kavels is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk worden deze uitgegeven als bijvoorbeeld bedrijfskavel, woonkavels of horecakavels en kan men de kavel vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg). Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige zomer- en paarverblijfplaats behouden blijven. Derhalve wordt in deze toetsing van de worst-case scenario uitgegaan. ❖ Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein zullen de gewone dwergvleermuizen verstoord raken en zeven verblijfplaatsen aangetast en vernietigd worden. Voor de gewone grootoorvleermuis geldt dit voor één zomerverblijfplaats. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 2 en 4 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

Blad 70

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Foerageergebied en vliegroute In het plangebied is één belangrijke bomenstructuur aanwezig (aan de zuidzijde van het plangebied; nabij de Ruitersdam) die zowel als foerageergebied veel gebruikt wordt en ook als belangrijke vliegroute. De Ruitersdam is een essentiële vlieg- en foerageerroute voor een aantal vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis). Wanneer de Ruitersdam zijn functie voor de vleermuizen zou verliezen, gaan twee vlieglijnen in de omgeving verloren (haaks op de Ruitersdam) en wordt een mogelijk belangrijke en lang gestrekte vliegroute verbroken. Ook licht- en optische verstoring kunnen de functie van de houtwal negatief beïnvloeden. Als gevolg van de herinrichting van het terrein tot bedrijventerrein komt er ten noorden van de Ruitersdam een ontsluitingsweg te liggen. Hiervoor zijn twee opties mogelijk: één direct ten noorden van de Ruitersdam en één op grotere afstand ten noorden van de Ruiterdam, direct ten noorden van Koksteeg 18. De optie met een ontsluitingsweg direct ten noorden van de Ruitersdam zal aan het begin en aan het einde door de houtwal van de Ruitersdam snijden (gering oppervlakteverlies).

Dit (en de ontsluitingsweg in zijn algemeenheid) hoeft echter niet te leiden tot overtredingen van verbodsbepalingen gesteld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming, mits voldaan wordt aan een aantal eisen (zie ook paragraaf 7.4.5). Wanneer er geen lichtuitstraling plaatsvindt richting de houtwal langs de Ruitersdam en wanneer er geen grote – onoverbrugbare – gaten in de aaneengesloten beplanting plaatsvindt, kan de houtwal zijn functie behouden als belangrijke vliegroute en foerageergebied. Bij voorliggend rapport wordt uitgegaan dat aan deze eisen voldaan wordt bij de herinrichting van het plangebied (zie ook de inrichting van de weg afgebeeld in Figuur 3.1). Zoals in paragraaf 5.4.2 beschreven is, vormt met name de opgaande vegetatie en het zandpad in combinatie met de luwte van de vegetatie belangrijke aspecten die de houtwal tot een belangrijke vliegroute en foerageergebied maakt. Dit wordt niet aangetast wanneer de ontsluitingsweg aan de noordzijde van de houtwal gerealiseerd wordt en er geen lichtuitstraling richting de houtwal plaatsvindt De optie met een ontsluitingsweg ten noorden van Koksteeg 18, op grotere afstand van de Ruitersdam heeft geen ruimtebeslag op de Ruitersdam. Door de grotere afstand worden bij deze optie ook geen negatieve effecten op de vliegroute door lichtstraling verwacht.

Daarnaast geldt dat doordat de houtwal langs de groenzone (bestemming ‘groen’) ligt, de vliegroute en het foerageergebied niet onderhevig is aan wezenlijke invloeden van het bedrijventerrein (zoals lichtverstoring). De soorten concentreren zich rondom de boomstructuren en de gebouwen. Zodoende zijn overtredingen van verbodsbepalingen bij deze aspecten niet aan de orde. Een positief effect van de toekomstige inrichting is dat er een groot, nieuw foerageergebied ontstaat voor vleermuizen door de realisatie van de groene zone met waterpartijen (centraal in het plangebied en zuidwesthoek plangebied). Met name wanneer deze groen/waterzone natuurvriendelijk wordt ingericht (bijvoorbeeld met natuurvriendelijke oevers) ontstaat er ook aan de oevers een insectenrijk gebied welke als voedsel dient voor de vleermuizen. Langs de wegen, die het gebied doorkruizen, zullen tevens laanstructuren aangelegd worden die voor de vleermuizen geleidende elementen vormen in het landschap. Tevens kunnen de soorten hier foerageren. Verstoring In het plangebied en op de randen van het plangebied (langs landschapselementen) komen vleermuizen met name foeragerend voor. Met name de zuidelijke houtwal bij de Ruitersdam (zie paragraaf 5.1.2) vormt een essentiële vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen.

Zoals hierboven reeds onderbouwd is, blijft de verstoring beperkt als gevolg van de herinrichting van het plangebied en worden er bij het opvolgen van de gestelde eisen geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (artikel 3.5) overtreden. Zie ook voor maatregelen Hoofdstuk 7. Wanneer deze zorgplichtmaatregelen opgevolgd worden zijn er ook tijdens de tijdelijke fase geen overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde.

Blad 71

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

6.6.6

Zoogdieren –Marterachtigen Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring.

Oppervlakteverlies Steenmarter Van de steenmarter (vermeld in artikel 3.10 Wnb, onderdeel A) is gebleken dat de soort één verblijfplaats8, inclusief leefgebied, heeft in het plangebied. Als gevolg van het voornemen ter plaatse zal het gebied heringericht worden tot bedrijventerrein. De verblijfplaats en de directe leefomgeving van deze verblijfplaats verdwijnt voor de soort. Aangezien de dieren territoriaal zijn en een groot territorium hebben, wordt aangenomen dat er geen andere steenmarters voorkomen in het gebied. De aantasting is een overtreding van de in artikel 3.10 genoemde verbodsbepaling (lid 1b). ❖ Als gevolg van de verstoring en herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein wordt één vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter in functie aangetast en vernietigd. Dit is in overtreding met de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 genoemde verbodsbepaling (lid 1b)). Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. De soort kan tevens meeliften met de inrichtingsmaatregelen die getroffen moeten worden voor de kleine marterachtigen. Zie daarvoor Hoofdstuk 7. Das Ter hoogte van de Zoggelsestraat 122 is een dassenburcht aangetroffen die in gebruik is als kraamburcht.

De kraamburcht bevindt zich binnen een kavel die nog ingetekend is op de toekomstige inrichtingskaart (zie Figuur 3.1). Alhoewel de kavel nog ingetekend is, wil dit echter niet zeggen dat de situatie ter plaatse van deze kavels niet verandert na herontwikkeling van het terrein. Mogelijk wijzigt de invulling van deze kavel naar een nieuwe situatie; de precieze toekomstige invulling van deze kavel is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk worden deze uitgegeven als bijvoorbeeld bedrijfskavel, woonkavels of horecakavels en kan men de kavel vrij invullen (met eventuele sloop tot gevolg). Het gevolg hiervan is dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de aanwezige kraamburcht behouden blijft. Derhalve wordt in deze toetsing van de worst-case scenario uitgegaan. ❖ Als gevolg van de verstoring en herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein wordt één vaste rust- en verblijfplaats van de das in functie aangetast en vernietigd. Dit is in overtreding met de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 genoemde verbodsbepaling (lid 1b)). Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk (in fase 2, ontwikkeling van 50 naar 80 ha). Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

8

Op het moment van schrijven is het marteronderzoek nog niet afgerond. Mogelijk dat in de laatste fase van het onderzoek nieuwe verblijfplaatsen van marterachtigen worden vastgesteld. Indien dat het geval is, gelden de genoemde voorwaarden ook voor deze verblijfplaatsen (zorgvuldig werken).

Blad 72

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Oppervlakteverlies en verstoring Kleine marterachtigen – wezel Van de wezel (vermeld in artikel 3.10 Wnb, onderdeel A) is gebleken dat de soort één verblijfplaats, inclusief leefgebied, heeft in het plangebied. De soort is waargenomen bij een houtwal centraal in het gebied. Als gevolg van de herinrichting van het gebied zal de directe omgeving van deze houtwal heringericht worden tot bedrijventerrein en groenzone. De houtwal blijft deels behouden, waardoor het tevens mogelijk is dat de exacte locatie van de verblijfplaats feitelijk behouden blijft. De wezel is echter verstoringsgevoelig en heeft geleidende elementen nodig om zich door het landschap te verplaatsen. Door de herinrichting en de verstoring (zowel tijdens de aanlegfase als mogelijk ook tijdens de gebruikssituatie) zal de huidige verblijfplaats en de directe leefomgeving van deze verblijfplaats – zonder aanvullende maatregelen – geïsoleerd raken en niet meer functioneren voor de soort (worst case-scenario). ❖ Als gevolg van de verstoring en herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein wordt één vaste rust- en verblijfplaats van de wezel in functie aangetast en vernietigd. Dit is in overtreding met de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 genoemde verbodsbepaling (lid 1b)). Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk.

Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet.

6.6.7

Vissen – Grote modderkruiper Storingsfactoren: oppervlakteverlies en verstoring.

Oppervlakteverlies De grote modderkruiper komt overal verspreid in de watergangen in het plangebied voor. De grote modderkruiper is beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.10). Een deel van de watergangen waar de soort in voorkomt, wordt gedempt voor de realisatie van het bedrijventerrein. Hierdoor verliezen deze watergangen hun functie voor de grote modderkruiper. ❖ Als gevolg van de herinrichting van het plangebied tot bedrijventerrein worden grote modderkruipers verstoord en worden vaste rust- en verblijfplaatsen van de soort aangetast en vernietigd. Dit is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 uit de Wet natuurbescherming. Om deze reden is voor de voorgenomen activiteit een ontheffing Wnb (soortbescherming) noodzakelijk. Tevens dienen maatregelen getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen en om aan de zorgplicht Wnb te voldoen. In Hoofdstuk 7 zijn deze maatregelen (randvoorwaarden) uiteengezet. Verstoring Overige effecten als gevolg van het bedrijventerrein (met name geluidverstoring) wordt op de grote modderkruiper niet verwacht. De overdracht van geluid boven water (trillingen/golven in lucht) naar onder water (trillingen/golven in water) is namelijk zeer gering. Het wateroppervlak reflecteert het geluid. Hierdoor kunnen vissen onder andere verkeersgeluid niet horen.

Dit kan ook worden afgeleid uit het feit dat in bermsloten van rijkswegen vaak vissen worden aangetroffen (Sweco, 2017). Significante verstoring van grote modderkuiper door onder andere verkeersgeluid is derhalve uitgesloten.

6.6.8

Conclusie In onderstaand overzicht (Tabel 6.9) is de hiervoor beschreven effectbeoordeling samengevat. Aangegeven is of tijdelijke en/of permanente effecten ontstaan als gevolg van het voornemen en welke vervolgstappen aan de orde zijn voor de relevante beschermde soorten. In Hoofdstuk 7 worden de mogelijk te nemen maatregelen uiteengezet.

Blad 73

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

Tabel 6.9. Overzicht effectbeoordeling beschermde Wnb soorten.

Effecten op welke soorten? Storingsfactor

Oorzaak

Oppervlakteverlies

Ruimtebeslag door herinrichting gebied ( realisatie industrie, infrastructuur etc.)

Verstoring door geluid

Verstoring door licht

Optische verstoring

Toename in geluidbelasting door bouwwerkzaamheden en bouwmachines maar ook door toenemend verkeer en industriële activiteiten Toename in licht door bouwactiviteiten die plaatsvinden buiten de daglichturen plus permanente inrichting als bedrijventerrein met mogelijk meer lichtmasten en ontsluitingsweg. Toename in optische verstoring tijdens bouwfase door aanwezigheid en bouwactiviteiten en aanwezigheid gebiedsvreemde objecten en verkeersbewegingen in de gebruiksfase.

Aanlegfase

Gebruiksfase

Vervolgstappen?

Huismus, steenuil, broedvogels, vleermuizen, kleine marterachtigen, steenmarter, das en grote modderkruiper

-

Maatregelen (t.b.v. gunstige staat van instandhouding en zorgplicht) treffen en ontheffing aanvragen

Sperwer, steenmarter, das en wezel.

Sperwer, steenmarter en wezel. Mogelijk das

Ontheffing aanvragen sperwer en wezel. Mogelijk das

Vleermuizen (mogelijk)

Vleermuizen (mogelijk)

Maatregelen met name rondom de Ruitersdam

Sperwer en steenmarter en wezel

Sperwer en steenmarter en wezel

Maatregelen (t.b.v. zorgplicht) treffen en ontheffing aanvragen sperwer en wezel

Blad 74

Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West

7

Compenserende en mitigerende maatregelen In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke randvoorwaarden (maatregelen/ mitigatie- dan wel compensatieopgaves) gelden vanuit de wetgeving en het beleid als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied Heesch West. In paragraaf 7.1 komt Natura 2000 aan bod en in paragraaf 7.2 worden de vervolgstappen voor het Natuurnetwerk Brabant benoemd. Onder meer door deze vervolgstappen in de vorm van compensatie is het voornemen in relatie tot het NNB uitvoerbaar. In paragraaf 7.3 wordt ingegaan op de compensatieopgave met betrekking tot beschermde houtopstanden. De randvoorwaarden voor beschermde soorten (paragraaf 7.4) hebben zowel betrekking op maatregelen die de gunstige staat van instandhouding garanderen en die van belang zijn voor de permanente, toekomstige situatie van het gebied als op zorgplicht maatregelen. Deze randvoorwaarden dienen nader uitgewerkt te worden in een mitigatieplan. Wanneer voldaan wordt aan deze soortspecifieke maatregelen, vinden geen effecten plaats op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten. Onder meer onder deze voorwaarden kan het bevoegd gezag (in dit geval de provincie Noord-Brabant) een ontheffing voor de ontwikkelingen afgeven (zie ook paragraaf 7.5). In paragraaf 7.6 is aangegeven welke impulsen de herinrichting van het plangebied teweeg brengen voor de natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10218519/1