Bijlage 1.5 Bijlagen deel 5 bij Toelichting ontwerpbestemmingsplan Heesch West
Tekst van het document
In Figuur 4.7 is een overzicht gegeven van de locaties waar eDNA monsters zijn genomen voor het onderzoek naar de grote modderkruiper.
Locaties waar eDNA monsters zijn genomen voor het onderzoek naar grote modderkruiper. Figuur 4.7. Overzicht onderzochte locaties ten behoeve van onderzoek naar grote modderkruiper. (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter).
Blad 23
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Overzicht onderzoekdata en weersomstandigheden In Tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, amfibieën en vissen. Tabel 4.1. Overzicht data en weersomstandigheden tijdens de soortspecifieke onderzoeken. Datum Tijd (Soort)groep Weersomstandigheden 23-03-2018 19.30-22.30 Steenuil Droog, windkracht 2, 05°C 21.00-01.00 Steenuil Droog, windkracht 1, 10 06-04-2018 08.00-11.30 Droog, windkracht 0, 15°C Huismus 20-04-2018 21.30-00.30 Droog, windkracht 2, 09°C Steenuil 27-04-2018 06.00-09.30 Droog, windkracht 1, 18°C Huismus 05-05-2018 05-04-2018 9:00 - 13:00 Roofvogels* Zwaar bewolkt, windkracht 3, 8 °C 05-04-2018 13:00 – 15:30 Amfibieën Bewolkt, windkracht 3, 10°C 29-05-2018 5:15 – 11:00 Roofvogels* Zonnig, windkracht 2, 20°C 11:00 – 13:15 29-05-2018 Amfibieën Zonnig, windkracht 1, 20-24°C 20:00 – 23:00 06-06-2018 8:00 – 12:00 Roofvogels* Zonnig, windkracht 2, 23°C 12-06-2018 22:00 – 00:15 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 1, 16°C 27-06-2018 19:30 – 22:00 Amfibieën Zonnig, windkracht 1, 23 °C 27-06-2018 3:25 – 5:45 Vleermuizen Bewolkt, windkracht 1, 14°C 06-07-2018 3:25 – 6:00 Vleermuizen Bewolkt, windkracht 1, 15-17°C 06-07-2018 6:30 – 9:30 Marterachtigen Bewolkt, windkracht 2, 23°C 14-07-2018 21:30 – 00:00 Vleermuizen Bewolkt, windkracht 2, 21°C 16-07-2018 9:00 – 13:00 Vissen
Zonnig, windkracht 1, 27°C 20-07-2018 9:30 – 11:00 Marterachtigen Bewolkt, windkracht 2, 27°C 03-08-2018 9:15 – 11:30 Marterachtigen Bewolkt, windkracht 2, 18°C 06-08-2018 00:00 – 2:00 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 1, 21°C 13-08-2018 00:00 – 2:00 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 2, 15°C 17-08-2018 9:00 – 13:00 Roofvogels* Zonnig, windkracht 2, 24°C 17-08-2018 13:15 – 16:30 Marterachtigen Zonnig, windkracht 2, 24°C 27-08-2018 22:00 – 2:00 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 1, 18°C 28-08-2018 22:00 – 2:00 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 2, 15°C 31-08-2018 8:30 – 12:00 Marterachtigen Half bewolkt, windkracht 3, 20°C 17-09-2018 20:30 – 22:30 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 2, 16°C 27-09-2018 20:00 – 22:30 Vleermuizen Onbewolkt, windkracht 2, 13°C Onbewolkt, windkracht 1, 15°C 14-09-2018 8:30 – 13:30 Marterachtigen 28-09-2018 9:30 – 14:00 Onbewolkt, windkracht 2, 16°C Marterachtigen 12-10-2018 9:00 – 14:00 Onbewolkt, windkracht 2, 18°C Marterachtigen 26-10-2018 8:30 – 11:30 Onbewolkt, windkracht 1, 10°C Marterachtigen 9-11-2018 9:00 – 10:30 Bewolkt, windkracht 2, 9°C Marterachtigen 23-11-2018 9:00 – 11:00 Bewolkt, windkracht 2, 5°C Marterachtigen 14-12-2018 8:00 – 10:30 Zonnig, windstil, 0°C Marterachtigen 26-01-2019 9:00 – 12:00 Bewolkt, windkracht, 7°C Alle, das 22-03-2019 08:00 – 10:30 Bewolkt, windkracht 1, 6°C Roofvogels* 05-04-2019 8:00 – 11:00 Bewolkt, windkracht 1,
9°C Roofvogels* 26-04-2019 07:30 – 10:00 Half bewolkt, windkracht 2, 12°C Roofvogels* 05-06-2019 09:00 – 15:00 Onbewolkt, windkracht 1, 18°C Marterachtigen 17-06-2019 09:00 – 15:00 Zonnig, windstil, 23°C Marterachtigen 01-07-2019 09:00 – 15:00 Half bewolkt, windkracht 1, 18°C Marterachtigen 15-07-2019 10:00 – 11:00 Roofvogels* Half bewolkt, windkracht 2, 16°C 15-07-2019 11:00 – 17:00 Marterachtigen Half bewolkt, windkracht 2, 16°C
* roofvogels niet zijnde uilen.
Blad 24
Deelgebied 1 t/m 6 1 t/m 6 2,3,4,5 1 t/m 6 1, 2, 3, 4, 5 6 1, 2, 4 3, 5, 6 1 t/m 5 6 -
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
5
Resultaten inventarisatie natuurwaarden In paragraaf 5.1 wordt de ligging en relevantie van beschermde Natura 2000-gebieden beschreven en in paragraaf 5.2 de uiteenzetting van het NNB in de omgeving van het plangebied. In paragraaf 5.3 wordt de bescherming van houtopstanden toegelicht. In paragraaf 5.4 wordt aangegeven welke beschermde soorten in – en in de omgeving van het plangebied van Heesch West voorkomen. Aangegeven wordt uit welke informatie dit is afgeleid. De paragraaf eindigt met een overzicht van alle relevante soorten waarvoor een effectbeoordeling aan de orde is.
Natura 2000-gebieden 5.1.1
Ligging Natura 2000-gebieden De planontwikkeling ligt op grote afstand van Natura 2000-gebieden (zie Figuur 5.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek ligt op circa 10 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is het eerste Natura 2000-gebied Rijntakken (op ca 11 km). Verder naar het westen ligt op ca. 20 km afstand het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied liggen de Natura 2000-gebieden op meer dan 30 km (zie Figuur 5.1).
11 km
10 km
20 km
Figuur 5.1. Ligging plangebied (globaal omkaderd) t.o.v. omliggende Natura-2000 gebieden Bron: AERIUS Calculator, 2020.
Blad 25
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
5.1.2
Beschrijving dichtstbijgelegen Natura 2000-gebieden Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek Het Natura 2000-gebied betreft een Habitatrichtlijngebied. Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van 's-Hertogenbosch. Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de "Naad van Brabant". Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied basenminnende water-, moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswiervegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat met een groot areaal aan blauwgrasland en elzenbroekbos. Het Bossche Broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel, waar blauwgraslanden aanwezig zijn (Bron: website ministerie van LNV). De instandhoudingsdoelen zijn in Bijlage 2 weergegeven. Figuur 1 in Bijlage 2 geeft nauwkeurig de begrenzing van het Natura 2000-gebied weer. Rijntakken Het Natura 2000-gebied Rijntakken is een omvangrijk Natura 2000-gebied (zie het figuur in Bijlage 2). Het omvat vier deelgebieden: de uiterwaarden van de IJssel, de uiterwaarden van de NederRijn, de Gelderse Poort en – het deelgebied het dichtst bij het plangebied gelegen – de uiterwaarden van de Waal. Het Natura 2000-gebied Rijntakken is een Vogelrichtlijngebied en deels een Habitatrichtlijngebied.
De instandhoudingsdoelen zijn in tabel 2 in Bijlage 2 weergegeven.
Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe mantel 5.2.1
Ligging NNB- en GBM-gebieden In de directe omgeving ligt een aantal percelen / kleine gebiedjes die zijn aangewezen als NBB. Het dichtstbij gelegen grotere NNB-gebied ligt op ca. 800 meter ten noordoosten van het plangebied, aan de overzijde van de A59 (zie Figuur 5.2a en b). Overige groenstructuren binnen de grenzen van het plangebied zijn niet aangewezen als NNB. In - en direct nabij - het plangebied is geen Groenblauwe mantel aanwezig. Aan de noordzijde van de A59 is een groot GBM-gebied gelegen (zie ook Figuur 5.2a). Deze ligt echter buiten de invloedssfeer van voorliggend plan en direct nabij een andere grote verstoringsbron – de A59 – en wordt daarom buiten voorliggende toetsing gehouden.
Blad 26
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Figuur 5.2a. Boven: Ligging NNB-gebieden (licht groene arcering) en GBM-gebieden (groenblauwe arcering) in en nabij het plangebied; enkele NNB-gebieden liggen in de directe invloedssfeer van het plangebied. Onder: aanduiding NNB-gebied binnen de grenzen van het plangebied. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, Verordening ruimte 2014, Themakaart natuur en landschap.
5.2.1.1
Beschrijving NNB-gebieden De meeste NNB-gebieden in – en in de directe omgeving van – het plangebied bestaan uit versnipperde bospercelen met een gering oppervlakte en/of liggen direct nabij storingsbronnen (zoals de A59 en bebouwing). Ze zijn aangewezen als N16.04 Vochtig bos met productie (zie Figuur 5.2b). De kleine bospercelen liggen geïsoleerd en liggen niet nabij omvangrijke bosgebieden. Er is eveneens geen sprake van een aangewezen en beschermde ecologische verbindingszone (EVZ) in en rondom het plangebied noch tussen de NNB-gebieden. Alleen ten noordoosten van het plangebied is een groot aaneengesloten NNB-gebied aanwezig. Dit gebied is gescheiden van Heesch West door de A59.
Blad 27
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
NNB
NN NNB B Geen Gee NNB n NN NNB
NN NNB
NN NNB B
B
Figuur 5.2b. Aanduiding NNB-gebieden in de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) met aanduiding natuurbeheertypen. In de nabijheid van het plangebied zijn voornamelijk bospercelen met de aanduiding N16.04 Vochtig bos met productie en N16.03 Droog bos met productie aanwezig (bron: Provincie Noord-Brabant, Natuurbeheerplan 2018).
De kwaliteit van NNB-gebieden wordt bepaald door een aantal aspecten. Hoe kleiner de natuurgebieden, en hoe verder ze van elkaar liggen (en/of onbereikbaar zijn), hoe groter de kans dat er negatieve effecten optreden en reeds van invloed zijn (huidige situatie) – en hoe lager de kwaliteit is. De drie belangrijkste elementen staan hieronder weergegeven (Alterra, 2001 en Bohemen, 2004). • De functionaliteit en de landschappelijke samenhang neemt af. Hierdoor neemt tevens de kwaliteit van het natuurgebied af; • Een belangrijk aspect bij eventuele uitwisseling van soorten tussen natuur(NNB)gebieden is dat er migratie mogelijk moet zijn tussen de verschillende deelgebieden. Dit kan echter belemmerd worden door barrières die de gebieden scheiden; de gescheiden leefgebieden raken als gevolg hiervan geïsoleerd; • Meer randeffecten treden op doordat natuurlijke gebieden van elkaar gescheiden worden en er zo een grotere oppervlakte/omtrek ratio ontstaat.
Blad 28
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Als gevolg van deze versnipperde ligging kunnen andere stressfactoren tevens van grote invloed zijn op het welzijn van de aanwezige soorten. Doordat het aanpassingsvermogen van de soorten achteruitgaat door de vermindering van kwaliteit en omvang, worden de soorten alsmaar gevoeliger voor externe factoren. Gezien bovenstaande wordt de waarde van de aanwezige NNB-gebieden in de directe nabijheid van het plangebied en die met een klein oppervlakte, in ruimtelijk, verbindend en mogelijk kwalitatief opzicht als niet hoog ingeschat. De NNB-gebieden vormen naar verwachting met name een leefgebied voor vogelsoorten, kleine tot middelgrote zoogdieren en mogelijk biotoop voor amfibieën.
Beschermde houtopstanden In en direct rond het plangebied komen bosschages voor. De bosschages in het plangebied vallen buiten de bebouwde kom beschermde houtopstanden en binnen het plangebied. Onder deze voorwaarden vallen een aantal bosschages (> 1.000m2 en rijbeplantingen van meer dan 20 bomen) onder de Wet natuurbescherming. In Figuur 5.2c zijn deze bosschages en rijbeplantingen die vallen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming aangegeven en die binnen het plangebied liggen. De overige bomen binnen het plangebied voldoen niet aan deze criteria en zijn buiten beschouwing (en buiten het Figuur) gelaten.
Figuur 5.2c. Aanduiding bosschages binnen het plangebied die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming.
Blad 29
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Beschermde soorten In deze paragraaf worden de bevindingen per soortgroep uiteengezet. Per soortgroep worden allereerst de bevindingen uit de bureaustudie (NDFF en voorgaande onderzoeken) weergegeven. Vervolgens worden de resultaten uit de veldonderzoeken die in 2018 zijn uitgevoerd (in de volgorde: Verkennend onderzoek 2018 en Soortgericht onderzoek 2018), uiteengezet. Dikgedrukt zijn de soorten die essentieel leefgebied in het plangebied hebben. Het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten is per soortgroep onder aan de betreffende paragraaf samengevat en is tevens in een alles omvattende tabel (voor het hele plangebied) weergegeven in paragraaf 5.4.8.
5.4.1
Vogels Bureaustudie NDFF Uit de recente verspreidingsinformatie van de NDFF blijkt dat in en/of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen door derden (binnen een straal van 2,5 kilometer) (zie Tabel 5.1). Tabel 5.1. Voorkomen van vogels met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4*) in de nabijheid van het plangebied. Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest
Soort
JRB
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil
X X X
Roek
X
HR
A/B
X X X
Slechtvalk Sperwer Steenuil
X
Wespendief
*Jaarrond beschermde nesten van categorie 5-vogelsoorten worden in het plangebied niet verwacht. In het plangebied worden van deze soorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen, geen nesten verwacht die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.
Blad 30
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Natuurrapporten uit het verleden In het onderzoek van Aukema, 2004 zijn diverse algemene broedvogels aangetroffen. Twee vogels met een jaarrond beschermd nest zijn destijds waargenomen, namelijk de buizerd en de steenuil. In het onderzoek van Aukema & de Jong (2015) zijn nestlocaties van huismus en steenuil in het plangebied vastgesteld. In Figuur 5.3 zijn de bevindingen van dit onderzoek op kaart weergegeven.
Figuur 5.3. Foto links: aangetroffen verblijfpaatsen van huismussen in 2015, foto rechts: aangetroffen verblijfplaatsen van de steenuil 2015. Bron: Aukema & de Jong, 2015.
Verkennend onderzoek 2018 en 2019 Tijdens het verkennend terreinbezoek 2018 is geconstateerd dat een aantal soorten uit de bureaustudie (NDFF) die een jaarrond beschermd nest hebben niet kunnen voorkomen in het plangebied. Het biotoop in het plangebied is afwijkend, omdat gierzwaluw voornamelijk in stedelijk gebied broedt. In het buitengebied komen nagenoeg geen nesten voor. Om deze reden worden er in het plangebied geen nesten van de gierzwaluw verwacht. Ook zijn geen aanwijzingen gevonden (zoals mestsporen) om te vermoeden dat de gierzwaluw binnen het plangebied broedt. Verwacht wordt dat het plangebied geen essentieel leefgebied vormt voor de gierzwaluw. Roeken zijn echte koloniebroeders en de nesten van deze kraaiachtigen zijn dan ook vaak in grote aantallen, dicht op elkaar te vinden (BIJ12, 2017i). Binnen de grenzen van het plangebied zijn dergelijke nesten niet aangetroffen en om deze reden is het plangebied geen essentieel leefgebied voor de roek. Bij het verkennend onderzoek zijn geen mogelijke nesten van ooievaar waargenomen, zoals palen met houten platforms. De grote gele kwikstaart nestelt graag vlak bij stromend water in een nis in een muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. Binnen het plangebied zijn geen geschikte broedplaatsen voor de grote gele kwikstaart aangetroffen.
Op basis van het verkennend terreinbezoek is gebleken dat het plangebied wel geschikt leefgebied kan vormen voor de overige soorten uit de bureaustudie en voor algemeen voorkomende vogelsoorten. Oude schuren en gebouwen binnen het plangebied kunnen in gebruik worden genomen als broedplaats door huismus, kerkuil en steenuil. Dit is ook gebleken uit het onderzoek van Aukema & de Jong (2015). Daarnaast zijn vijf grote nesten aangetroffen tijdens het verkennende terreinbezoek van 2018 die gebruikt kunnen worden door roofvogels met een jaarrond beschermd nest. (Naast de vijf nesten is tijdens het verkennende veldbezoek van 26 januari 2019 een mogelijk jaarrond beschermd nest aangetroffen in het NNB-gebiedje aan de westzijde van het plangebied. Dit nest zal op gebruik worden onderzocht in het voorjaar/zomer van 2019). In het hiernavolgende zijn de resultaten van het soortgericht onderzoek uit 2018 beschreven.
Blad 31
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Soortgericht onderzoek 2018 Naar de volgende soorten is om voorgaande redenen soortgericht onderzoek uitgevoerd om de aan- of afwezigheid vast te stellen: roofvogels (boomvalk, buizerd, havik), huismus en uilen (kerkuil en steenuil). De resultaten zijn hieronder uiteengezet. Roofvogels In het plangebied zijn vijf grote nesten aangetroffen welke mogelijk door boomvalk, buizerd of havik in gebruik zijn. Aan de hand van het soortspecifieke onderzoek is gebleken dat één nest in gebruik is door de sperwer (zie Figuur 5.4 voor de locatie). Het nest was voorzien van vele donsveren, op de grond waren veel verse prooiresten zichtbaar en daarnaast zijn duidelijke sperwerveren gevonden. Ook heeft het dier zich laten horen wanneer het nest benaderd werd. In het bosje waar de soort een bezet nest heeft zijn daarnaast nog eens drie nesten aanwezig. Van de sperwer is bekend dat de soort ieder jaar binnen zijn territorium een nieuw nest bouwt (Vogelbescherming), waardoor binnen een bepaald gebied meerdere oude nesten aanwezig zijn. In 2019 is de sperwer opnieuw territoriaal waargenomen in de bosschage. De sperwer is een soort waarvan het nest het hele jaar beschermd is. De overige nesten in het plangebied zijn niet in gebruik gebleken van roofvogels.
Inzet: Bosschage noordwest. Groene stip duidt de locatie van het sperwernest aan. Ten zuiden van het sperwernest zijn ook nesten aanwezig, welke gedurende de soortgerichte onderzoeken onbewoond bleven. Figuur 5.4. Aangetroffen sperwer op een nest (groene stip) en verlaten nesten (rode kruizen) in het plangebied. (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter)
Het soortgerichte onderzoek naar het potentiële jaarrond beschermde nest aan de westzijde van het plangebied is in 2019 uitgevoerd. Het nest bleek in gebruik te zijn door een zwarte kraai en is daarmee niet jaarrond beschermd.
Blad 32
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Sporadisch wordt het plangebied wel gebruikt als foerageergebied door de buizerd, deze soort is enkele keren waargenomen. Boomvalk en havik zijn niet waargenomen. Het plangebied vormt voor deze soorten geen essentieel leefgebied. Huismus In het plangebied zijn veertig broedparen aangetroffen van de huismus. De huismus is een soort waarvan het nest het hele jaar beschermd is. Voornamelijk de woningen aan de Koksteeg bevatten de juiste elementen en omgevingseisen voor de huismus. Figuur 5.5 toont de broedgevallen binnen het plangebied en tabel 5.2 de exacte locaties.
Figuur 5.5. Nestlocaties (groene stippen) (broedparen) in het plangebied (rood omkaderd). (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter). Tabel 5.2. Adreslijst en het aantal broedparen per locatie, binnen het plangebied. Locatie
Aantal broedparen
Weerscheut 8 Koksteeg 4 Koksteeg 3 Koksteeg 6 Koksteeg 7-9 Koksteeg 8 Koksteeg 10
5 2 5 2 6 4 2
Koksteeg 14a
3
Koksteeg 18-20
2
Koksteeg 22
4
Zoggelsestraat 120
5
Totaal
40
Blad 33
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Steenuil In het plangebied zijn vier territoria vastgesteld van steenuilen, voornamelijk aan de zuidkant van het plangebied. Twee nestlocaties van de steenuilen vallen buiten het plangebied (nestplaats en leefgebied) en twee nestlocaties bevinden zich op kavels in het plangebied, maar aan de rand op kavels die niet ontwikkeld worden als bedrijventerrein en vooralsnog behouden blijven zie Figuur 5.6.
Mogelijke territoria van steenuil Vermoedelijke verblijfplaats steenuil Losse waarneming van steenuil Figuur 5.6. Vastgestelde territoria van steenuil (oranje cirkel) binnen het plangebied (rood omkaderd). Met een ster is de vermoedelijke nestlocaties binnen het plangebied aangegeven.(bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter).
Kerkuil In het plangebied is de kerkuil niet vastgesteld. Waarnemingen uit het verleden (NDFF, 2015-2020) zijn voornamelijk jagende dieren en verkeersslachtoffers en betreffen geen nestlocaties in het plangebied. De dichtstbijzijnde nestlocatie is op circa 700 meter ten zuiden van het plangebied waargenomen door uilenwerkgroep Vinkel / Heesch. Gezien het grote territorium van de kerkuil – en gezien de afwezigheid van de soort tijdens het verkennende en de nader onderzoeken – wordt gesteld dat het plangebied geen essentieel leefgebied vormt voor de kerkuil.
Blad 34
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Samenvatting aanwezige vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest Aanwezig in plangebied Heesch West
Soort
Vogel met jaarrond beschermd nest Huismus Sperwer Steenuil
Algemeen voorkomende broedvogels
5.4.2
Beschermings -regime
Artikel 3.1
Artikel 3.1
Aanwezigheid
• 40 nesten huismus • 2 nesten steenuil • 1 nest sperwer
Ja, nesten
Toelichting Huismussen aanwezig in verschillende bebouwing aan de Koksteeg, Weerscheut en Zoggelsestraat. Nest van de sperwer in bosschage noordwest, net buiten plangebied; twee nesten steenuil zuidzijde. Veel nestgelegenheden in struiklagen, bomen en tuinen binnen het plangebied.
Zoogdieren Bureaustudie NDFF Uit de recente verspreidingsinformatie van de NDFF blijkt dat in en/of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde zoogdiersoorten zijn waargenomen door derden (binnen een straal van 2,5 kilometer) (zie Tabel 5.3). Tabel 5.3. Overzicht waargenomen beschermde soorten (Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bi j artikel 3.10) in de directe omgeving van het plangebied (2,5 kilometer, NDFF, 2013-2018). Soortgroep
Zoogdieren
Soort
HR
Bunzing Das Eekhoorn Steenmarter Wezel Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis
X X
Rosse vleermuis
X
A/B X X X X X
Voorgaande onderzoeken In het onderzoek van Aukema, 2004 is aangegeven dat gewone dwergvleermuizen voorkomen in Heesch West. Het voorkomen van overige beschermde zoogdiersoorten is destijds uitgesloten. In het onderzoek van Aukema & de Jong, 2015 (Figuur 5.7) is één verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen aan de Koksteeg 20. De exacte locatie en aantallen zijn onbekend. Daarnaast zijn de bomenlanen door het gebied aangewezen als essentiële vliegroutes voor de dwergvleermuizen. Essentiële foerageergebieden zijn in dit rapport uitgesloten. Overige zoogdiersoorten zijn uitgesloten.
Blad 35
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Verkennend onderzoek 2018 en 2019 Tijdens het verkennend terreinbezoek uit 2018 is geconstateerd dat de eekhoorn uit de bureaustudie (NDFF) niet voorkomt in het plangebied. De bomenrijen en bosschages liggen versnipperd door het plangebied en eekhoorns begeven zich niet graag op open terreinen. Daarnaast zijn alternatieve leefgebieden aanwezig ten zuiden van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is de A59 gelegen wat een barrière vormt en daarnaast is afgesloten middels een doorlopend hekwerk. Het plangebied voldoet niet aan de biotoopeisen van de eekhoorn. Er zijn tevens geen eekhoornnesten aangetroffen. De eekhoorn is daardoor uitgesloten. Uit het verkennende onderzoek is gebleken dat de marterachtigen en de vleermuizen niet aan de hand van een eenmalig bezoek uitgesloten konden worden. Naar deze soorten is in 2018 soortgericht onderzoek uitgevoerd. De uiteenzetting van de resultaten van deze soortspecifieke onderzoeken staat beschreven onder Figuur 5.7. Tijdens het aanvullende verkennende terreinbezoek van 2019 is op het perceel van de Zoggelsestraat 122 een dassenburcht aangetroffen. Het betreft een burcht met enkele pijpen. Ook in het NNB-gebiedje aan de westzijde van het plangebied is een vermoedelijke dassenburcht aanwezig en kunnen verblijfplaatsen van kleine marterachtigen niet uitgesloten worden.
Ook in de houtwal van de Ruitersdam kunnen verblijfplaatsen van kleine marterachtigen voorkomen. In 2019 is daarom nader onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van locaties door dassen en kleine marterachtigen.
Figuur 5.7a Waargenomen verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in 2015, (Bron: Aukema & de Jong, 2015)
Blad 36
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Figuur 5.7b. Vliegroutes van de gewone dwergvleermuis in 2015 (rode stippellijn = vliegroute, blauwe stippellijn = essentiële vliegroute). (Bron: Aukema & de Jong, 2015)
Soortgerichte onderzoeken 2018 - 2019 Naar de volgende soorten is soortgericht onderzoek uitgevoerd: marterachtigen en vleermuizen. Vrijwel het gehele plangebied is voor deze soorten nader onderzocht. Marterachtigen Twee territoria van de steenmarter zijn aangetroffen tijdens het soortgericht onderzoek naar de marterachtigen; één daarvan bevindt zich in het plangebied. Vooralsnog is onduidelijk waar deze verblijfplaats zich exact bevindt binnen het erf, aan het zuiden van het plangebied. Ook is de wezel eenmaal waargenomen. Aangenomen wordt dat de soort in de houtwal een verblijfplaats heeft. Zie Figuur 5.8 voor de waarnemingslocaties en Figuur 5.9 voor de beelden. Das Naast de steenmarter en de wezel is gedurende het onderzoek driemaal de das waargenomen op de camera’s in het plangebied2. Voornamelijk wanneer de maïsvelden rijp voor oogst waren, zijn de dieren waargenomen (circa juli – september 2018). De das beweegt hoogstwaarschijnlijk voornamelijk naar het plangebied toe ten tijde van voedselaanbod. Het landbouwkundig gebruik van het plangebied is daar in leidend. In bomenlanen en op begroeide erven van woningen is in 2018 gezocht naar mogelijke dassenburchten, maar deze zijn op de meeste erven niet aangetroffen.
Tijdens het veldbezoek van 26 januari 2019 zijn op het terrein van de Zoggelsestraat 122 en in het westelijke NNB-gebiedje binnen het plangebied mogelijke dassenburchten aangetroffen. Beide burchten zijn onderzocht in de periode 5 juni – 15 juli. De burcht in het westelijke NNB-gebiedje ‘de Rekken’ is niet bewoond door dassen, maar mogelijk in gebruik geweest door een vos. De burcht aan de Zoggelsestraat 122 is echter wel bewoond door dassen en wordt gebruikt als kraamverblijfplaats. Naast de waarnemingen op de wildcamera’s zijn ook zeer veel graafsporen gevonden in het beboste gedeelte aan de westkant van het plangebied. Het vermoeden is dat de das ten westen 2
De aangetroffen (mogelijke) dassenburchten worden in 2019 onderzocht.
Blad 37
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
van het plangebied een (kraam)verblijfplaats heeft en het plangebied verder alleen opportunistisch als foerageergebied gebruikt bij hoog voedselaanbod.
Figuur 5.8. Waarnemingen van de steenmarter (rode stip), losse waarnemingen van dassen (oranje stippen), bewoonde dassenburcht (gele ster) en een waarneming van een wezel in de mostela (groene stip) in het plangebied (rood omkaderd). (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Qgis).
De waarnemingen van de verschillende soorten zijn te zien in Figuur 5.9.
Figuur 5.9. Foto links: wezel met een rode cirkel om de staart als determinatiekenmerk, foto midden: steenmarter met duidelijk de doorlopende witte bef, foto rechts: das bij jiggler. Bron: Antea Group, 2018.
Blad 38
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Vleermuizen Zomerverblijven In totaal zijn vier zomerverblijfplaatsen aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Figuur 5.10 toont de locaties van de aanwezige zomerverblijfplaatsen. De zomerverblijfplaatsen in de woning aan Koksteeg 7 zijn in detail weergegeven in Figuur 5.11. In de schuur aan de Zoggelsestraat 120 is een zomerverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis vastgesteld. In totaal zijn hier vier individuen van de gewone grootoorvleermuis aanwezig en hebben hier hun zomerverblijfplaats (zie Figuur 5.12). Paarverblijfplaatsen Naast zomerverblijfplaatsen zijn enkel van de gewone dwergvleermuis paarverblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied. Figuur 5.13 toont de locaties waar baltsende dieren een paarverblijf vinden. In totaal betreft het hier drie paarverblijfplaatsen.
Figuur 5.10. Zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aan de Koksteeg 7, Koksteeg 18 en Raktstraat 8. (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling 2018, bron ondergrond: Globespotter).
Blad 39
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Koksteeg 7. Eén verblijfplaats bevindt zich in de nok van de woning met vier gewone dwergvleermuizen. Eén verblijfplaats bevindt zich boven de deurpost met één gewone dwergvleermuis
Koksteeg 18. Eén verblijfplaats bevindt zich aan de zijkant van het gebouw met één gewone dwergvleermuis.
Raktstraat 8. Eén verblijfplaats bevindt zich aan de zuidoostzijde van het gebouw met één gewone dwergvleermuis.
Figuur 5.11. Zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aan de Koksteeg 7, Koksteeg 18 en Raktstraat 8. (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling 2018, bron ondergrond: Globespotter).
Blad 40
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Figuur 5.11b. In de nok van de woning aan de Koksteeg 7 bevinden zich vier gewone dwergvleermuizen en in de opening boven de deur een enkele gewone dwergvleermuis. (bron: Antea Group, 2018).
Zomerverblijfplaats gewone grootoorvleermuis Figuur 5.12. Zomerverblijfplaats van vier gewone grootoorvleermuizen (gele cirkel). (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter)
Blad 41
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Weerscheut 8. Eén baltsende gewone dwergvleermuis aangetroffen met een duidelijke route om de woning. Het paarverblijf bevindt zich binnen de vlieglijnen, aangegeven met groene pijlen.
Weerscheut 8b. Eén baltsende gewone dwergvleermuis aangetroffen met een duidelijke route om de woning. Het paarverblijf bevindt zich binnen de vlieglijnen, aangegeven met groene pijlen.
Koksteeg 14a. Eén baltsende gewone dwergvleermuis aangetroffen met een duidelijke route om de woning. Daarnaast werd vaak vlak langs de nok gevlogen waar aangenomen wordt dat daar de verblijfplaats is gelegen. De locatie in geel is waar regelmatig door de baltsende vleermuis werd gecontroleerd. Figuur 5.13. Paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aan de Koksteeg 14a, Weerscheut 8 en Weerscheut 8b. (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter).
Blad 42
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Essentiele vliegroute en foerageergebied In het plangebied is een aantal vliegroutes van vleermuizen aanwezig. Eén bomenrij aan de zuidwestzijde van het plangebied (langs de Ruitersdam) is druk bezocht. Elders is sporadisch een vleermuissoort waargenomen. Figuur 5.14 toont de belangrijkste vliegroutes; hierin zijn ook de waargenomen soorten aangegeven. Tijdens het onderzoek zijn de volgende vleermuizen (naast de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis) waargenomen: laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. De laatstgenoemde soorten zijn enkele malen waargenomen (met name langs de zuidelijke en noordelijke bomenrij buiten het plangebied).
Figuur 5.14. Vliegroutes in het plangebied (rood omkaderd). In oranje kader de veel gebruikte vliegroute en in paarse kaders de vliegroutes welke sporadisch gebruikt worden. (bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter).
Ruitersdam De houtwal in het oranje kader van Figuur 5.14 is voor enkele vleermuissoorten een essentiële vliegroute en foerageergebied vanwege de hoge aantallen foeragerende dieren. Het betreft hier de houtwal ter hoogte van de Ruitersdam. De Ruitersdam betreft een onverlicht zandpad met – op grote delen – aan weerszijden begroeiing in de vorm van struiken om laanbomen. Er is door de afscherming van de houtwal, struiken en laanbomen sprake van een luw milieu. De houtwal is met name van belang voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Onderstaand de belangrijkste bevindingen betreffende deze houtwal: ❖ De gewone dwergvleermuis vliegt voornamelijk aan de buitenzijden van de houtwal, maar wordt ook over het zandpad waargenomen. ❖ De ruige dwergvleermuis wordt voornamelijk boven het zandpad waargenomen. ❖ De gewone grootoorvleermuis wordt voornamelijk boven het zandpad waargenomen. ❖ De laatvlieger is boven de houtwal overvliegend waargenomen. ❖ De rosse vleermuis is boven de houtwal overvliegend waargenomen.
Blad 43
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
De Ruitersdam is verbonden aan een netwerk van bomenlanen door het landschap tussen Heesch en Vinkel. Met name voor dwergvleermuizen zijn aaneengesloten vliegroutes van hoog belang. Grote afstanden door open veld worden door dwergvleermuizen vermeden door het lage aanbod van voedsel. Doordat deze vleermuizen voortdurend voedselbronnen nodig hebben gedurende de vlucht zijn aaneengesloten vliegroutes essentieel. De beschutting van de houtwal langs de Ruitersdam (luw milieu), in combinatie met de lagere begroeiing, grenzend aan landbouwkundig grasland zorgt voor een optimaal foerageergebied. Gedurende het onderzoek uit 2018 is gebleken dat veel vleermuizen van buiten het plangebied naar deze bomenlaan toe trekken om hier te foerageren. De rosse vleermuis en laatvlieger zijn hoog boven de bomenrij waargenomen en kunnen langere afstanden overbruggen dan eerder genoemde soorten. Geconcludeerd is dat de houtwal een essentiële foerageer- en vliegroute vormt voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. De in totaal waargenomen vleermuizen tijdens het soortgericht onderzoek in 2018 zijn in Tabel 5.3b weergegeven. Tabel 5.3b. Overzicht waargenomen vleermuizen tijdens het soortgericht onderzoek in 2018. De deelgebieden refereren aan de deelgebieden weergegeven in Figuur 4.4. Deelgebied / Gewone Ruige Laat Rosse Gewone Waarnemingen dwergvl. dwergvl.
vlieger vl. Grootoorvl. 1 Bosschebaan 5 1 1 1 2 Koksteeg centraal 10 2 1 3 Weerscheut 5 4 Koksteeg zuid 5 1 5 Ruitersdam 25 5 5 2 5 6 Rakstraat 15 1 2 5 Totaal 65 9 8 5 10 % totaal 67,0% 9,3% 8,2% 5,2% 10,3%
Blad 44
Totaal
% totaal
8 13 5 6 42 23 97
8,2% 13,4% 5,2% 6,2% 43,3% 23,7%
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Samenvatting aanwezige zoogdieren3 in plangebied Aanwezig in plangebied Heesch West Soort
Vleermuizen
Beschermingsregime
Artikel 3.5
Aanwezigheid
In gebouwen: • 4 zomerverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis • 3 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis • 1 zomerverblijfplaats gewone grootoorvleermuis. Tevens foerageergebied en essentiële vliegroute Ruitersdam
Toelichting Zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in Koksteeg 7 & 18 en Raktstraat 9. Zomerverblijfplaats van gewone grootoorvleermuis in Zoggelsestraat 120. Paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in Koksteeg 14a en Weerscheut 8 & 8b. .
• 1 verblijfplaats wezel • 1 verblijfplaats steenmarter Marterachtigen
Artikel 3.10 Kraamverblijfplaats van dassen aanwezig aan de Zoggelsestraat 122.
In een houtwal centraal in het gebied is tussen de dichte vegetatie/takkenrillen zeer waarschijnlijk een verblijfplaats van de wezel aanwezig. Een verblijfplaats van de steenmarter is aanwezig op een erf centraal in het gebied.
3 Enkel de in de Wnb beschermde en niet vrijgestelde zoogdiersoorten zijn opgenomen in de tabel.
Blad 45
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
5.4.3
Amfibieën Bureaustudie NDFF Uit de recente verspreidingsinformatie van de NDFF blijkt dat in en/of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen door derden (binnen een straal van 2,5 kilometer) (zie Tabel 5.4). Tabel 5.4. Overzicht waargenomen beschermde soorten (Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en niet vrijgesteld ) in de directe omgeving van het plangebied (2,5 kilometer, NDFF, 2013-2018). Soortgroep
Soort
Amfibieën
Alpenwatersalamander Kamsalamander Knoflookpad Poelkikker Rugstreeppad
HR
A/B X
X X X X
Voorgaande onderzoeken In het onderzoek van Aukema, 2004 zijn vier algemene en vrijgestelde amfibieënsoorten aangetroffen, namelijk de bruine kikker, gewone pad, groene kikker en de kleine watersalamander. Overige soorten zijn niet aangetroffen. In het onderzoek van Aukema & de Jong, 2015 werden beschermde amfibieën niet verwacht, is geen gericht onderzoek uitgevoerd en zijn negatieve effecten op beschermde amfibieën uitgesloten. Verkennend onderzoek 2018 Uit de bureaustudie (NDFF) is gebleken dat drie beschermde kikker- en paddensoorten in de buurt van het plangebied voorkomen. Dit zijn de rugstreeppad, knoflookpad en poelkikker. De waarnemingen van de rugstreeppad en knoflookpad komen uit het nabijgelegen NNB-gebied ten noordwesten van Nuland. Dit gebied ligt ten noorden van de A59 en buiten het plangebied. Rugstreeppad vereist een goed vergraafbare bodem en voldoende materiaal om onder te schuilen. Gezien het verleden van intensief agrarische bodem wordt de rugstreeppad niet verwacht in het plangebied. Een absolute voorwaarde voor knoflookpad is de aanwezigheid van open zandplekken omringd door vegetatie. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor knoflookpad aanwezig. Beide soorten worden niet verwacht in het plangebied. Daarnaast is uit de bureaustudie gebleken dat kamsalamander in omliggende gebieden voorkomt.
Kamsalamander stelt hoge eisen aan zijn leefgebied waarvan een belangrijke eis voor voortplantingssucces waterhoudende vennen zonder vis zijn. Ook dienen meerdere waterlichamen binnen 500 meter afstand van elkaar te liggen en mag het water niet vervuild zijn. Naar de waterlichamen toe dienen voldoende schuilmogelijkheden te zijn als verbindingszones. De watergangen in het plangebied zijn zeer voedselrijk en de oever is te steil voor de kamsalamander. Kamsalamander wordt derhalve in het plangebied niet verwacht. De poel aan de Koksteeg 8 is daarnaast geïsoleerd gelegen en een voorwaarde voor kamsalamander is de aanwezigheid van meerdere geschikte vennen in de directe omgeving. Daarnaast bevat de poel geen tot zeer weinig onderwatervegetatie en is daarmee ongeschikt voor de biotoop kritische kamsalamander. De overige soorten (alpenwatersalamander en poelkikker) konden op basis van het verkennend onderzoek niet uitgesloten worden.
Blad 46
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Soortgericht onderzoek 2018 Naar de volgende soorten is soortgericht onderzoek uitgevoerd: alpenwatersalamander en poelkikker. Uit het aanvullende onderzoek is gebleken dat de alpenwatersalamander en de poelkikker niet zijn aangetroffen. Beide soorten zijn uitgesloten van het plangebied. Samenvatting aanwezige amfibieën in plangebied Aanwezig in plangebied Heesch West
5.4.4
Soort
Beschermings -regime
Aanwezigheid
Toelichting
-
-
Nee
Geen beschermde amfibiesoorten in het plangebied aanwezig
Reptielen Bureaustudie NDFF Uit de recente verspreidingsinformatie van de NDFF blijkt dat binnen 2,5 kilometer van het plangebied de levend barende hagedis is waargenomen. Deze soort is waargenomen in een NNBgebied ten noorden van de A59 ten zuidwesten van Oss. Voorgaande onderzoeken In voorgaande onderzoeken zijn geen reptielen in het plangebied aangetroffen. Verkennend onderzoek 2018 Uit het verkennend onderzoek zijn geen beschermde reptielensoorten naar voren gekomen en worden ook niet verwacht. Gedurende de soortgerichte onderzoeken zijn daarnaast ook geen beschermde reptielensoorten waargenomen. Gezien het intensieve landbouwkundig gebruik van het gebied, de afwezigheid van geschikte biotopen voor reptielen en het feit dat begroeide delen versnipperd door het plangebied heen voorkomen is soortspecifiek onderzoek niet aan de orde.
5.4.5
Vissen Bureaustudie NDFF Uit de recente verspreidingsinformatie van de NDFF blijkt dat in en/of nabij het plangebied in het verleden de grote modderkruiper is waargenomen door waterschap Aa en Maas (binnen een straal van 2,5 kilometer). De grote modderkruiper is waargenomen in de Rijtsche loop ten westen van het plangebied. Voorgaande onderzoeken In het onderzoek van Aukema, 2004 zijn het bermpje, de kleine en grote modderkruiper aangetroffen in en om het plangebied (zie Figuur 5.15). De grote modderkruiper werd aangetroffen nabij het zuidelijke deel van het plangebied. Het bermpje en de kleine modderkruiper zijn in de Wet natuurbescherming niet meer beschermd.
Blad 47
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Figuur 5.15. Waarneming van grote modderkruiper (rode stip) in 2004. Bron: Aukema, 2004.
In het onderzoek van Aukema & de Jong, 2015 zijn geen beschermde vissoorten aangetroffen in en om het plangebied. Verkennend onderzoek 2018 De watergangen binnen het plangebied bevatten geschikt biotoop voor de grote modderkruiper. De soort kan niet worden uitgesloten. Overige soorten zijn wel aan de hand van het verkennende terreinbezoek uit te sluiten. Soortgericht onderzoek 2018 Naar de volgende soort is soortgericht onderzoek uitgevoerd: grote modderkruiper. De resultaten worden hierna uiteengezet. Grote modderkruiper De grote modderkruiper is in alle watergangen van het plangebied aangetroffen waar water aanwezig is. Figuur 5.16 toont de betreffende watergangen. In alle watergangen, met uitzondering van deel 6 (drooggevallen) is de grote modderkruiper aangetoond in 2018. Daarnaast is in watergang 2 (Figuur 5.16) een zichtwaarneming gedaan van de grote modderkruiper op 16 juli 2018 (Figuur 5.17). Het aanvullend onderzoek in 2018 bevestigt het voorkomen van de grote modderkruiper recentelijk in alle permanent waterhoudende watergangen in het plangebied.
Blad 48
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Figuur 5.16. Watergangen waar in het plangebied onderzoek naar de grote modderkruiper is uitgevoerd. Met uitzondering van watergang 6 is in alle watergangen de grote modderkuiper waargenomen. (Bron: Antea Group, 2018, bron grens: Gemeenschappelijke Regeling, 2018, bron ondergrond: Globespotter)
Figuur 5.17. Zichtwaarneming van de grote modderkruiper op 16-07-2018. Bron: Antea Group, 2018.
Blad 49
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Samenvatting aanwezige vissen4 in plangebied Aanwezig in plangebied Heesch West Grote modderkruiper
5.4.6
Artikel 3.10
• essentieel leefgebied in alle watergangen
Grote modderkruiper is aanwezig in alle watergangen binnen het plangebied.
Planten Bureaustudie (NDFF en voorgaande onderzoeken) en verkennend onderzoek 2018 Uit de bureaustudie en het verkennend onderzoek zijn geen beschermde plantensoorten naar voren gekomen en worden ook niet verwacht. Gedurende de soortgerichte onderzoeken zijn daarnaast ook geen beschermde plantensoorten waargenomen. Gezien het intensieve landbouwkundig gebruik van het gebied worden beschermde plantensoorten ook niet verwacht.
5.4.7
Overige soortgroepen Bureaustudie NDFF Uit de recente verspreidingsinformatie van de NDFF blijkt dat binnen 2,5 kilometer van het plangebied de gevlekte witsnuitlibel. Deze soort is waargenomen in een NNB-gebied ten noorden van de A59, ten noordwesten van Nuland. Voorgaande onderzoeken In voorgaande onderzoeken zijn geen soorten, die vallen onder overige soortgroepen, in het plangebied aangetroffen. Verkennend onderzoek 2018 Tijdens het verkennend veldbezoek van 2018 en de soortgerichte onderzoeken van 2018 zijn ook geen ‘overige’ beschermde soorten waargenomen en deze worden ook niet verwacht vanwege het landbouwkundig gebruik en ongeschikt biotoop.
4
Enkel de in de Wnb beschermde en niet vrijgestelde soorten zijn opgenomen in de tabel.
Blad 50
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
5.4.8
Samenvatting beschermde soorten Aan de hand van soortgerichte terreinbezoeken is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 5.5 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming voorkomen in het plangebied. In hoofdstuk 6 wordt bij de effectbeoordeling nader op deze soorten in gegaan. De kerkuil is niet in de tabel opgenomen aangezien deze soort geen essentieel leefgebied heeft in het plangebied. Er zijn daarom op voorhand geen overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde. Tabel 5.5. De in 2018 vastgestelde beschermde soorten in het plangebied5. Beschermings Soort Aanwezigheid Toelichting -regime Ja, Huismussen aanwezig in • 40 nesten huismus verschillende bebouwing aan de Vogel met jaarrond • 2 nesten steenuil Koksteeg, Weerscheut en beschermd nest Artikel 3.1 Zoggelsestraat. Nest van de • 1 nest sperwer Huismus sperwer in bosschage noordwest, Sperwer net buiten plangebied; twee nesten • Potentieel nest steenuil zuidzijde westzijde plangebied Algemeen Veel nestgelegenheden in voorkomende Artikel 3.1 Ja, nesten struiklagen, bomen en tuinen broedvogels binnen het plangebied. Ja, • 4 zomerverblijfplaatsen gewone Zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis dwergvleermuis in Koksteeg 7 & 18 en Raktstraat 9. Zomerverblijfplaats • 3 paarverblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis in gewone Zoogdieren Zoggelsestraat 120.
dwergvleermuis Artikel 3.5 Vleermuizen Paarverblijfplaatsen van gewone • 1 zomerverblijfplaats dwergvleermuis in Koksteeg 14a en gewone Weerscheut 8 & 8b. Essentiële grootoorvleermuis. vliegroute en foerageergebied in de zuidelijke bomenlaan. Tevens foerageergebied en essentiële vliegroute. Ja, In een houtwal centraal in het • 1 verblijfplaats wezel gebied is tussen de dichte vegetatie/takkenrillen zeer • 1 verblijfplaats Zoogdieren waarschijnlijk een verblijfplaats van steenmarter (Kleine) Artikel 3.10 de wezel aanwezig. Een • 1 kraamburcht das marterachtigen verblijfplaats van de steenmarter is aanwezig op een erf centraal in het gebied. Ja, • essentieel leefgebied in Grote modderkruiper is aanwezig Grote Artikel 3.10 in alle watergangen binnen het alle watergangen met modderkruiper plangebied. uitzondering van watergang 6.
5
In 2019 wordt aanvullend een aantal locaties in het plangebied nader onderzocht.
Blad 51
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
6
Effectbeoordeling Wijze van effectbepaling plan Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van de veldbezoeken (hoofdstuk 5) en de beschrijving van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 3) is in dit hoofdstuk een inschatting gemaakt van de effecten van de voorgenomen activiteit op de natuurwaarden. Indien er negatieve effecten geconstateerd zijn, is ingeschat of het plan uitvoerbaar is in het kader van de natuurwetgeving. In Hoofdstuk 7 worden vervolgens maatregelen beschreven die nodig en mogelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken (mitigatie). Tot slot wordt in Hoofdstuk 8 geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving. Het effect van Heesch West op ecologische waarden wordt bepaald door drie factoren: • De aard en omvang van de activiteit (aanleg en gebruik bedrijventerrein Heesch West en infrastructuur) (beschreven in Hoofdstuk 3) • De ecologische waarden (gebieden en soorten) in en rond het plangebied (beschreven in Hoofdstuk 5) • De storingsfactoren: voor welke effecten zijn de gebieden en soorten gevoelig (ruimtebeslag, geluid e.d.) (zie volgende paragraaf). In de effectbeoordeling in dit document is nagegaan waar welke effecten optreden en is uit gegaan van het ‘worst case scenario’.
Er is niet alleen gekeken binnen de grenzen van het plangebied, maar ook naar effecten die mogelijk plaatsvinden op natuurwaarden in de (directe) omgeving van het plangebied (externe werking).
Storingsfactoren In de volgende paragrafen is voor Natura 2000-gebieden, NNB-gebieden, beschermde houtopstanden en beschermde soorten aangegeven welke storingsfactoren relevant zijn voor de effectbepaling van Heesch West op natuur. In Bijlage 3 zijn de definities van de verschillende storingsfactoren opgenomen. Storingsfactoren kunnen een direct effect hebben op gebieden met een belangrijke natuurwaarden (zoals habitattypen en NNB-gebieden) en/of op soorten of leefgebieden van die soorten (bijvoorbeeld het doden van dieren of het verdwijnen van oppervlak habitattype of leefgebied). Daarnaast kunnen indirect effecten ontstaan (bijvoorbeeld verandering van de milieucondities, waardoor de leefomstandigheden verslechteren of het blokkeren van een trekroute, versnippering of verstoring). De effectenindicator6 van het Rijk (toepasbaar voor alle natuurwaarden) geeft aan welke storingsfactoren kunnen ontstaan als gevolg van de inrichting van een bedrijventerrein in combinatie met (mogelijke) verkeersaantrekkende werking. De volgende factoren worden aangegeven: • Oppervlakteverlies • Versnippering • Vermesting en verzuring via atmosferische depositie • Verdroging • Verontreiniging • Verstoring door geluid, licht, trilling • Optische verstoring
6
Via: Rijksoverheid.nl/Natura2000/effectenindicator
Blad 52
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Van overige storingsfactoren zijn effecten op voorhand uitgesloten. Het betreft hier factoren zoals verandering in populatiedynamiek, verzoeting/verzilting, verandering van stroomsnelheid etc.. Deze factoren zijn niet aan de orde bij voorliggend voornemen en komen derhalve niet meer aan bod bij onderstaande analyses. Hieronder wordt per natuurwaarde (Natura 2000, NNB, beschermde houtopstanden en beschermde soorten) aangegeven of de storingsfactoren wel of niet relevant zijn. In paragraaf 6.2.4 is in een tabel een samenvatting gegeven van welke storingsfactoren (wanneer) voor welke natuurwaarde relevant is.
6.2.1
Natura 2000 - Voortoets Onderstaand is per storingsfactor (volgens de volgorde zoals hierboven is opgesomd) uitgezocht of deze in relatie tot het Bestemmingsplan Bedrijventerrein Heesch West relevant voor Natura 2000 is. In bijlage 2 is de gevoeligheid van de instandhoudingsdoelen van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden voor diverse storingsfactoren weergegeven. Oppervlakteverlies De ontwikkeling van het bedrijventerrein vindt binnen de plangrens van het bestemmingsplan plaats. Er zijn geen ingrepen die in één van de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. De ingrepen leggen derhalve geen beslag op oppervlak Natura 2000-gebied en daarmee ook niet op oppervlak beschermd habitat of een leefgebied van een typische soort voor dit habitattype. Het plangebied verliest de functie als potentieel foerageergebied voor vogelsoorten die binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken verblijven én die een afhankelijkheidsrelatie kunnen hebben met het plangebied. Dit geldt dan voor vogels waarvoor de Rijntakken een broedfunctie (bv. kolonies) heeft, maar die ook foerageren op gronden die buiten het Natura 2000-gebied zijn gelegen. Bovendien kan er alleen sprake zijn van een afhankelijkheidsrelatie als de soort grotere afstanden aflegt om te foerageren.
Van soorten die op geringe afstand van het Natura 2000-gebied foerageren, is een afhankelijkheidsrelatie uitgesloten gezien de ligging/afstand van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied. Voor (niet-)broedvogels waarvoor in het Natura 2000-gebied Rijntakken instandhoudingsdoelen gelden (respectievelijk tabel 6.1 en tabel 6.2), is nagegaan of deze soorten een relatie kunnen hebben met het plangebied. De onderbouwing van de foerageerafstand is gebaseerd op een overzicht van de maximale foerageerafstanden (in km) voor 97 Nederlandse vogelrichtlijnsoorten in en buiten het broedseizoen (Roland van der Vliet, Wim Heijligers en Joost Tilborghs, 2011, Toets online 04 11). Indien een soort in dit onderzoek niet als gebiedsgebonden is beschouwd, dan is de maximale foerageerafstand op basis van literatuurbronnen – indien beschikbaar – bepaald. Tabel 6.1. Uiteenzetting relatie broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied. Broedvogels Rijntakken Dodaars Aalscholver
Foerageerafstand
Mogelijk effect door bedrijventerrein?
Gebiedsgebonden
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.
Woudaap
70 km in het broedseizoen (van Dam et al. 1995) 0,4 km (van der Hut, 2001) Gebiedsgebonden
Porseleinhoen
Gebiedsgebonden
Neen, komt niet voor in het plangebied.
Kwartelkoning
Gebiedsgebonden
Neen, komt niet voor in het plangebied.
Watersnip
Gebiedsgebonden
Zwarte Stern
Onbekend
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, foerageergebied (oppervlaktewater) ligt buiten het plangebied .
Roerdomp
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. (plangebied ligt te ver weg). Neen, komt niet voor in het plangebied.
Blad 53
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
Broedvogels Rijntakken IJsvogel Oeverzwaluw
Foerageerafstand
Mogelijk effect door bedrijventerrein?
Gebiedsgebonden
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie.
Blauwborst
6 km (Turner & Rose 1989) Gebiedsgebonden
Grote Karekiet
Gebiedsgebonden
Tabel 6.2
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie (plangebied ligt te ver weg). Neen, niet foeragerend vanuit Natura 2000-gebied. Neen, komt niet voor in het plangebied.
Uiteenzetting relatie niet-broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied.
Niet-broedvogels Rijntakken Fuut
Foerageerafstand
Aalscholver
20 km buiten het broedseizoen (van der Hut et al. 2007) n.v.t.
Kleine Zwaan Wilde Zwaan Toendrarietgans Kolgans Grauwe Gans Brandgans Bergeend Smient
Krakeend Wintertaling Wilde eend Pijlstaart Slobeend Tafeleend
Gebiedsgebonden
Nonnetje Meerkoet
Gebiedsgebonden
Scholekster
Kievit
15 km (van der Hut et al. 2007) 15 km (Gillings et al. 2005) Onbekend 1)
Kemphaan
n.v.t.
Grutto
Onbekend 1)
Wulp
20 km 2)
Tureluur
2 km (van der Hut et al. 2007)
Goudplevier
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.
Neen, komt niet voor in omgeving plangebied 10 km (Robinson et Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied is te ver weg. al. 2004) Onbekend 1) Ja, geschikt foerageergebied 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageerbied 2009) 3 km Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. 11 km (Boudewijn Neen, plangebied ligt op de rand van het foerageerbereik voor het meest et al. 2009) nabij gelegen deel van het Natura 2000-gebied en voor het grootste gedeelte van het Natura 2000-gebied te ver weg 5 km (Guillemain et Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied te ver weg al. 2008) 9 km (Guillemain et Neen, plangebied ligt te ver. Bovendien is het plangebied geen geschikt al. 2008) foerageergebied. 26 km (Davis 2007) Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. n.v.t. Neen, komt niet voor in het plangebied, bovendien geen geschikt foerageergebied in de omgeving. 1 km (van der Hut Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, bovendien geen geschikt et al. 2007) foerageergebied. 15 km (Boudewijn & Kuijpers 1985; Boudewijn 1989) 15 km (de Leeuw 1997) Onbekend
Kuifeend
Mogelijk effect door bedrijventerrein?
Neen, geen geschikt foerageergebied. Neen, plangebied en omgeving is geen geschikt foerageergebied. Neen, plangebied geen geschikt foerageergebied. Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen, geen geschikt foerageergebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen, komt niet voor in het plangebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen (de wulp is als broedvogel aanwezig in het plangebied, dus geen afhankelijkheidsrelatie omdat het Natura 2000-gebied is aangewezen voor de wulp als niet-broedvogels. Neen, geen afhankelijkheidsrelatie.
Blad 54
Natuurtoets Regionaal Bedrijventerrein Heesch West projectnummer 0419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch-West
1)
De wetenschappelijke onderbouwing van de foerageerafstand van de toendrarietgans, kievit en grutto is niet te geven. In het bovengenoemd artikel is aangegeven dat voor deze soorten geen data over foerageerafstanden voorhanden zijn. Daarom is er in de verslechteringstoets “worst case” vanuit gegaan dat de foerageerafstand voldoende groot is en het projectgebied tot het foerageergebied kan behoren, indien in het beheerplan is aangegeven dat een ecologisch relatie met binnendijkse gebieden niet te verwachten is.
2)
Het genoemde artikel gaat uit van 15 km (van der Hut et al, 2007). Echter, in andere onderzoeken is een afstand tussen foerageergebieden van wulpen en slaapplaatsen van 20 km aangehouden (Gerritsen & Van Brederode 1981 in Bureau Waardenburg, 2016 ).
Conclusie uit tabel 6.1 is dat er geen sprake is van enige afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor de meest niet-broedvogels (zie tabel 6.2). Een negatief effect op de broed- en de meeste niet-broedvogels (Fuut, Aalscholver, Kleine Zwaan, Wilde Zwaan, Bergeend, Smient, Krakeend, Wintertaling, Wilde eend, Pijlstaart, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Meerkoet, Scholekster, Goudplevier, Kievit, Kemphaan, Grutto, Wulp en Tureluur) is uit te sluiten. Uit tabel 6.2 blijkt dat er voor enkele vogelsoorten (toendrarietgans, kolgans, grauwe gans en brandgans) sprake is van een mogelijke afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de niet-broedvogels waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen. Het ruimtebeslag is echter zeer beperkt ten opzichte van het totaal beschikbare oppervlak foerageergebied in de omgeving van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit zal dan ook niet leiden tot een wezenlijke afname van de hoeveelheid beschikbaar foerageergebied en de populatieomvang van de ganzen in het Natura 2000-gebied Rijntakken.