20231025 's-Hertogenbosch - Rekenkameronderzoek energietransitie - DEF
Tekst van het document
Voor de startbuurt ’t Zand is een aanvraag gedaan voor een subsidie in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft € 5.285.840,-- toegekend voor dit project. Deze middelen kunnen tot uiterlijk 31 december 2028 worden besteed 16. Planning Er zijn verschillende tijdshorizonnen voor het realiseren van de doelen op energiebesparing, duurzame elektriciteitsopwekking en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Daarom heeft de ambtelijke organisatie aparte projectplanningen opgesteld, waarvan een aantal is gedeeld met de gemeenteraad. Voor het windpark Duurzame Polder moeten de vergunningen voor 1 januari 2025 zijn verstrekt. Hiervóór moet o.a. een m.e.r.-procedure worden doorlopen, waarvoor een planning is opgesteld17. Er is geen planning gedeeld met de gemeenteraad voor het verdere proces om te komen tot de realisatie van het windpark. Voor het selectieproces van de 50 hectare zonnevelden is een planning opgesteld en gedeeld met de raad. De uitvoering van de zonnevelden is – en daarmee de planning voor de realisatie – neergelegd bij ontwikkelaars. Voor energiebesparing en de aanpak van energiearmoede is geen planning gedeeld met de raad. Voor startbuurt ‘t Zand is een globale planning opgesteld en gedeeld met de raad.
Een gedetailleerde planning tot en met juni 2021 is opgesteld voor de aanvraag van de subsidie Proeftuin Aardgasvrije Wijken ’t Zand18. Na de eerste Transitievisie Warmte van 2021 wordt een hernieuwde versie verwacht in 2026. Daarbij wordt gewerkt met Bouwstenen waarvoor een deadline is gesteld, net als voor het opstellen van de Transitievisie Warmte 2.0. Deze planning is in januari 2023 aan de raad voorgelegd19.
13
Begroting 2023, 8 november 2022
14
Raadsvoorstel Duurzame Polder, vastgesteld 6 oktober 2020
15
Bestuursovereenkomst Project Duurzame Polder, ondertekend 12 oktober 2021
16
Beschikking aanvraag proeftuin met een aardgasvrije wijk, toegekend 12 november 2020
17
Plan van Aanpak Duurzame Polder, vastgesteld 15 juni 2022
18
Subsidieaanvraag Proeftuin Aardgasvrije Wijken
19
Raadsvoorstel Bouwstenen Transitievisie Warmte 2.0, vastgesteld 4 oktober 2022
22 / 52
3.1.3. Afspraken over informatievoorziening Bij het vaststellen van de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019 is afgesproken dat er jaarlijks gerapporteerd wordt over de voortgang20. Dit wordt gedaan aan de hand van een duurzaamheidsjaarverslag waarin per doel voor een aantal subdoelen wordt aangegeven hoe de voortgang wordt gemeten en wat er is gerealiseerd in het desbetreffende jaar. Aanvullend is er in 2020 een rapportage opgesteld over de CO2-voetprint van de gemeente voor het jaar 2019. Momenteel wordt er een reguliere CO2-monitor ontwikkeld om de impact van het gemeentelijke beleid en de bijbehorende maatregelen op de CO2-uitstoot in beeld te brengen. Op deze manier verwacht de gemeente gerichter te kunnen sturen op het bereiken van een zo groot mogelijke CO2-reductie21. Daarnaast heeft de Stuurgroep RES NOB besloten bij vaststelling van de RES Noordoost-Brabant om twee keer per jaar alle gemeenteraden te informeren over de voortgang van de RES-opgave in de regio. In mei 2021 heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch het college verzocht om een extra tussentijdse rapportage over de actuele stand van zaken van de lokale RES-opgave voor het einde van de toenmalige raadsperiode22. Hieraan is voldaan door middel van twee raadsinformatiebrieven.
Over de voortgang van de uitvoering van de Transitievisie Warmte en de aanpak voor energiebesparing wordt de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven op de hoogte gehouden23. Naast de bovengenoemde specifieke rapportages over de energietransitie wordt er regulier gerapporteerd via de vaste P&C-cyclus. Deze cyclus bestaat uit een jaarlijkse begroting, een voorjaarsnota, een najaarsrapportage en een jaarverslag.
3.2. Analyse Ambities en doelen In de bestuursperiode van 2018-2022 waren er nog geen RES-doelen. De ontwikkeling van de RES NOB in 2021 was een worsteling voor de raad en het college, blijkt uit de interviews, omdat de ambities dwars door het toenmalige bestuursakkoord heen gingen. Bij het opstellen van het bestuursakkoord 2022-2026 kon het college de doelen voor energietransitie goed verhouden tot de RES NOB. Dit heeft ertoe geleid dat er nu heldere en concrete doelen zijn gesteld voor duurzame opwek van elektriciteit, warmte en energiebesparing. De integraliteit van de doelen is volgens de ambtelijke organisatie geborgd door de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019. De RES NOB heeft de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit verdeeld over de individuele gemeenten. Voor ’s-Hertogenbosch gaat het om 0,35TWh. Uit de interviews blijkt dat voor een deel van de invulling van deze opgave de gemeenteraad voortvarend heeft besloten om windturbines te gaan realiseren. Deels heeft dit er ook mee te maken dat ’s-Hertogenbosch al in 2045 klimaatneutraal wil zijn. Dat is vijf jaar eerder dan de landelijke doelstelling van 2050. Voor de periode tot aan 2030 zijn de doelen voor duurzame elektriciteitsopwekking helder, maar voor de periode daarna nog niet, zowel op gemeentelijk, regionaal als landelijk niveau ontbreken hiervoor heldere afspraken. In de RES
20
Nota Duurzaam ‘s-Hertogenbosch, vastgesteld 2 juli 2019
21
Raadsvoorstel Uitvoeringsmiddelen Klimaat- en Energiebeleid, 28 maart 2023
22
Motie Extra tussentijdse rapportage, aangenomen 18 mei 2021
23
Voorbeelden concept Raadsinformatiebrief Voortgang Transitievisie Warmte en Raadsinformatiebrief update energiebesparende maatregelen
23 / 52
NOB worden bestuurlijke gesprekken opgestart over de opgave na 2030 en een nieuwe samenwerkingsstrategie24. Het verdelen van de opgave werkt goed voor de periode tot 2030, maar het is de vraag of dat ook werkt voor de periode daarna. De gemeente kan ruimtelijk gezien niet haar gehele elektriciteitsbehoefte zelf opwekken, en ook vormt netschaarste een knelpunt, dus dat vraagt meer samenwerking binnen de regio – over gemeentegrenzen heen. Bovendien zal de elektriciteitsvraag in de toekomst alleen maar toenemen, niet alleen voor het huidige verbruik, maar ook door het elektrificeren van de mobiliteitssector en doordat voor een deel van de woningen de aardgasvrije warmteoplossing een all-electric oplossing is. Dus om de benodigde investering in het netwerk op tijd voor elkaar te krijgen en te voorkomen dat er te weinig stroom beschikbaar is in de toekomst, moet er nu al nagedacht worden over de duurzame opwek doelen voor ná 2030. Er zijn in de regio geen warmtebronnen met regionale potentie. Daarom heeft de gemeente haar eigen doelen en ambities voor het aardgasvrij maken van woningen geformuleerd. Hierbij wordt ingezet op 13% van de gebouwde omgeving in 2036. Dat wijkt af van de landelijke doelstelling om in 2030 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken.
De raad heeft daarop een motie aangenomen om de gemeente aan te sporen kansen voor laaghangend fruit te benutten en prioriteit te geven aan isolatie en energiebesparing 25. Uit de gesprekken blijkt dat pas recent Rijksmiddelen beschikbaar zijn gesteld voor de warmtetransitie, waardoor hogere ambities praktisch niet haalbaar waren. Er zijn meerdere gemeenten die afwijken van de landelijke doelstelling om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Een afwijkend doel schept wel de verwachting dat dit wél haalbaar is, terwijl dit voor de warmtetransitie moeilijk te garanderen is. Het aardgasvrij maken van woningen vraagt om aanpassingen in gedrag en het verduurzamen van eigen bezit. Gemeenten beschikken (nog) niet over instrumenten om inwoners te dwingen aardgasvrij te worden en zullen dus andere manieren moeten verzinnen om inwoners te verleiden energie te besparen en hun gebouwen met alternatieve bronnen te verwarmen. Acties en maatregelen Om bovenstaande doelen te realiseren, werkt de gemeente aan het windproject Duurzame Polder (samen met de gemeente Oss), 50 hectare zonnevelden, energiebesparing en energiearmoede, Proeftuin ’t Zand en vier onderzoeksbuurten. Met het windproject en de zonnevelden worden ook de RES-doelen voor duurzame opwek gerealiseerd. Doordat er tal van projecten zijn, zijn er net zoveel uitvoeringsdocumenten.
Voor de ambtelijke organisatie is dit overzichtelijk en voor de raad zou het inzichtelijk moeten zijn in de monitoring. Dat is echter een aandachtspunt. Met name voor de energiebesparingsacties en energiearmoede is er nog geen duidelijk overzicht ontstaan. Deze acties lopen sterk door elkaar heen en het zetten met name in op stimuleren, verleiden en motiveren. Om energiebesparing te stimuleren wordt het energieloket Brabant Woont Slim verder uitgebreid en wordt ook onderzocht of het MKB ondersteund kan worden met een loket. Verder wordt er gewerkt met communicatiecampagnes om inwoners te verleiden tot het nemen van energiebesparingsmaatregelen. Energiearmoede wordt bestreden met een Klusbus waarmee energiefixers langs woningen van huishoudens met energiearmoede gaan om kleine energiebesparende maatregelen aan te brengen. Ook is er een regeling ingericht om witgoed te vervangen en wordt schuldhulpverlening beter op de kaart gezet. Financiële kaders In het begin van de RES en Transitievisie Warmte waren de financiën een knelpunt, maar uit de interviews blijkt dat er vanuit het Rijk een flinke middelenstroom op gang is gekomen. ’s-Hertogenbosch heeft hierop voorgesorteerd door vroeg te beginnen met het werven van medewerkers, zodat er nu een team van 12 medewerkers is om de werkzaamheden m.b.t. duurzame opwek, energiebesparing en warmtetransitie op te kunnen pakken.
Het inrichten van
24
Raadsinformatiebrief Nieuwe samenwerkingsstrategie RES NOB, vastgesteld 9 mei 2023
25
Motie Aanscherping Transitievisie Warmte 1.0, aangenomen 7 december 2021
24 / 52
de organisatie en het toewerken naar de uitvoering van de plannen is nu een punt van aandacht. Uit de interviews blijkt dat er naast Rijksgelden in het bestuursakkoord ook geld beschikbaar is gesteld voor medewerkers, onderzoeken en het behalen van de doelen van de RES-opgave en voor de startbuurt uit de Transitievisie Warmte. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de raad consequent meegenomen is in het vaststellen van de kaders, met name voor de grote projecten zoals Duurzame Polder en Proeftuin ’t Zand. Exacte bedragen voor de kleinere projecten zijn niet gedeeld met de raad. In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat de raad bij het vaststellen van de jaarstukken de budgetoverheveling per project goedkeurt. Planning Voor de realisatie van de RES en Transitievisie Warmte doelen zijn op projectniveau meerdere planningen opgesteld. Deze verschillen echter sterk in detailniveau, voor sommige projecten zijn tussentijdse mijlpalen aangegeven, voor andere projecten is er alleen een deadline gesteld. Als er projectmatig gewerkt wordt, is het belangrijk om tussentijdse mijlpalen te stellen, zodat makkelijk bijgehouden kan worden of het doel op koers ligt om gerealiseerd te worden. Uit de stukken en de interviews is onvoldoende gebleken of er tussentijdse mijlpalen gesteld zijn in ’s-Hertogenbosch en of de planning regelmatig bijgesteld wordt.
Afspraken over informatievoorziening Er is afgesproken hoe en wanneer de raad geïnformeerd wordt. De reguliere P&C-cyclus vormt hier een groot onderdeel van. Specifiek voor energietransitie wordt er jaarlijks een duurzaamheidsjaarverslag opgesteld. De voortgang in de RES-opgave is scherp kwantitatief in beeld gebracht, voor de voortgang in de Transitievisie Warmte zijn het (tot nu toe) meer kwalitatieve resultaten. Het is de bedoeling om doelen meer SMART te formuleren in de Transitievisie Warmte 2.0 zodat hierop ook scherper verantwoord kan worden. Alle geïnterviewden zijn het erover eens dat de raad vooral op hoofdlijnen meegenomen wordt en dat dit ook de meest efficiënte manier is. Tevens past het ook bij de scheiding van rollen en bevoegdheden tussen de raad en college. In de enquête geeft bijna de helft van de deelnemers aan dat zij op basis van de informatievoorziening niet goed kunnen zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders. Er gebeurt heel veel binnen de energietransitie wat informatie oplevert, maar om over alles te rapporteren aan de raad maakt het veel werk voor de ambtelijke organisatie. Ook is het de vraag of de raad nog focus kan behouden bij een overvloed aan informatie.
Kunnen de raadsleden de juiste informatie eruit halen om te controleren en sturen waar nodig? Wel wordt er benoemd dat het goed is om aan de raad te vragen aan welke informatie hij behoefte heeft.
3.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Oranje: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.
25 / 52
’s-Hertogenbosch heeft heldere, meetbare en navolgbare doelen opgesteld voor het duurzaam opwekken van elektriciteit, het aardgasvrij maken van woningen en het besparen van energie. Dit maakt het mogelijk om op deze doelstellingen te monitoren. Daarmee is aan de norm geheel voldaan. De doelen voor het opwekken van duurzame elektriciteit en energiebesparing volgen logisch vanuit de RES NOB sinds het bestuursakkoord van 2022. De regionale doelen voor warmte zijn echter gericht op het duurzaam opwekken van warmte en het gemeentelijke doel is gericht op het aardgasvrij maken van 13% van de gebouwde omgeving. Daarmee is gedeeltelijk aan deze norm voldaan. Norm De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. De doelen voor het duurzaam opwekken van elektriciteit worden gerealiseerd middels het windproject Duurzame Polder en 50 hectare zonnevelden. De opgave voor warmte en energiebesparing worden opgepakt in de Proeftuin ’t Zand en de onderzoeksbuurten uit de Transitievisie Warmte. Bovendien is er een concrete aanpak voor energiearmoede.
Daarmee is aan de norm over het volledig en consistent uitwerken van de doelen in acties en maatregelen voldaan. Voor de grote projecten Duurzame Polder en Proeftuin ’t Zand zijn heldere financiële kaders vastgesteld en gedeeld met de raad. Voor de kleinere projecten is budget vrijgemaakt in de reguliere duurzaamheidsbegroting. Het college en de ambtelijke organisatie hebben inzicht hierin. Dit is echter niet op projectniveau inzichtelijk gemaakt voor de raad. Aan de norm over heldere financiële kaders is daarmee gedeeltelijk voldaan. Voor de huidige doelen van duurzame opwek, warmte en energiebesparing is een duidelijke deadline gesteld: 2030. De planning om hiertoe te komen, verschilt per project en is op wisselende detailniveaus opgesteld. Voor de projecten Duurzame Polder en Proeftuin ’t Zand zijn tussentijdse mijlpalen benoemd en ook gedeeld met de raad. Voor de overige projecten zijn planningen niet op detailniveau met de raad gedeeld. Aan de norm over een duidelijke planning met mijlpalen is gedeeltelijk voldaan. Norm Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. De raad ontvangt zoals afgesproken via de reguliere P&C-cyclus, een duurzaamheidsjaarverslag en een jaarlijkse RESmonitor informatie over de uitvoering van de energietransitie.
Bovendien ontvangt de raad regelmatig updates via raadsinformatiebrieven. Binnenkort ontvangt de raad ook jaarlijks een CO2-monitor en daarnaast wordt er gewerkt aan het meer SMART formuleren van doelen in de Transitievisie Warmte zodat hierover gerapporteerd kan worden. Het is echter de vraag of het duidelijke afspraken zijn en de informatievoorziening voldoende inzicht biedt aan de raad. De huidige verschillende afspraken per onderwerp en manieren van informeren dragen niet bij aan een overzichtelijke monitoring. Aan deze norm is daarmee gedeeltelijk voldaan.
26 / 52
4. Uitvoering en doelrealisatie In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de uitvoering en doelrealisatie. Daarbij gaat het om de realisatie van de acties en maatregelen, de mate waarin dit ook leidt tot het realiseren van de doelen en of de uitvoering ook plaatsvindt binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders. Ook wordt gekeken naar de wijze waarop de uitvoering wordt gemonitord. Het hoofdstuk is opgebouwd in drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de uitvoering en doelrealisatie (paragraaf 1), de analyse aan de hand van de documenten en interviews (paragraaf 2) en tot slot de toetsing aan de normen (paragraaf 3).
4.1. Uitvoering en doelrealisatie 4.1.1. Uitvoering Voor het windproject Duurzame Polder is in de planning aangegeven dat er in Q2 van 2022 een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt opgeleverd. Een NRD beschrijft welke milieueffecten van de windturbines onderzocht gaan worden. De NRD is in juni 2022 voorgelegd aan de gemeenteraad26. De volgende stap in de planning is een tussenrapportage ter verkenning van een aantal varianten voor het windproject. Deze stond gepland voor Q1 van 2023 en inmiddels is het Tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder aangeboden aan de raad ter bespreking in april 202327. Voor de realisatie van de zonnevelden is de selectieprocedure voor ongeveer 50 hectare zonnevelden in september 2021 op verzoek van de raad afgerond28. Vervolgens is in 2022 de opgave van 100 hectare zonnevelden teruggebracht naar de reeds geselecteerde 50 hectare29. Daarbovenop is het initiatief zonneveld Graafsebaan van circa 7 hectare mogelijk gemaakt door de raad door af te wijken van het geldende bestemmingsplan in februari 202330. Wat betreft de Transitievisie Warmte zijn voor de startbuurt en onderzoeksbuurt aparte planningen opgesteld. In december 2021 is de raad geïnformeerd over de voortgang van deze buurten.
De startbuurt bevond zich ten tijde van de raadsinformatiebrief in de haalbaarheidsfase, waarvan is aangegeven dat deze tot januari 2023 zou lopen. Het is onduidelijk of deze fase inmiddels is afgerond. Daarnaast is de gemeente actief aan de slag in de zeven onderzoeksbuurten. Het proces in een onderzoeksbuurt duurt één tot twéé jaar en heeft als doel om duidelijk te krijgen of een collectief warmtesysteem als alternatief voor aardgas haalbaar is voor de buurt. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de technische en financiële haalbaarheidsonderzoeken voor deze buurten zijn afgerond. De hernieuwde versie van de Transitievisie Warmte wordt verwacht in het derde kwartaal van 2023. Hiervoor is een aantal Bouwstenen geformuleerd, zoals een analyse van buurten met energiearmoede, een rapportage van het Digipanel, een warmtebronnenonderzoek, een kennisplatform en een handreiking voor stratenblokaanpak en VvE-aanpak31. Voor de
26
NRD Duurzame Polder, vastgesteld 15 juni 2022
27
Discussienotitie Tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder, vastgesteld 9 mei 2023
28
Brief college inzake afhandeling moties raadsvergadering 13 juli 2021, verstuurd 14 september 2021
29
Bestuursakkoord 2022-2026
30
Raadsvoorstel Ruimtelijke onderbouwing Zonneveld Graafsebaan Rosmalen, vastgesteld 28 februari 2023
31
Raadsvoorstel Bouwstenen Transitievisie Warmte 2.0, vastgesteld 4 oktober 2022
27 / 52
laatste twee onderdelen is in januari 2023 een concept uitgewerkt inclusief subsidieaanvraag. Ook is er een aanvraag gedaan voor de subsidie van het Nationaal Isolatieprogramma om huishoudens met lage en middeninkomens te ondersteunen bij hun verduurzamingsopgave. Ten slotte is er een verkenning uitgevoerd naar het gemeentelijk warmtesysteem en de mogelijke duurzame warmtebronnen.
4.1.2. Doelrealisatie ‘s-Hertogenbosch monitort door middel van duurzaamheidsjaarverslagen over de realisatie van de energietransitie. Deze verslagen gaan in op de vier ambities uit de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019. De voortgang met betrekking tot CO2-reductie wordt hierin gerapporteerd. In 2021 heeft de gemeente de periode 2018-2020 in beeld gebracht en daaruit blijkt dat de totale CO2-uitstoot (exclusief snelwegen) met 21% af is genomen. Rondom energiebesparing zijn er ongeveer 15.500 huishoudens die kleine energiebesparende maatregelen hebben genomen32. Bovendien laat de RES-monitor van april 2022 zien dat het elektriciteitsgebruik t.o.v. 2017 met ongeveer 6% is afgenomen33. In 2019 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren naar de totale CO2-voetafdruk en de voortgang daarin t.o.v. 2018. Onderstaande figuur laat zien dat zowel in absolute zin (’s-Hertogenbosch als geheel) als in relatieve zin (per inwoner) er een afname is in CO2-uitstoot van 1,45%34.
Ook is in februari 2023 een memo verstuurd vanuit de ambtelijke organisatie naar het college waarin de realisatie van de acties uit de RES wordt gerapporteerd35. Deze memo laat zien dat het volgende tot nu toe is gerealiseerd: 0,045TWh windenergie met 0,239TWh in pijplijn 0,005TWh energie uit zon-op-land met 0,095TWh in pijplijn 0,039TWh energie uit zon-op-dak met 0,007TWh in pijplijn.
32
Duurzaamheidsjaarverslag 2021, vastgesteld 12 mei 2022
33
Raadsinformatiebrief Voortgang regionale en lokale RES-opgave, vastgesteld 12 mei 2022
34
Arcadis Gebiedsgerelateerde carbon footprint, verslagjaar 2019
35
Memo rapportage realisatie lokale RES-opgave, definitieve versie 2 februari 2023
28 / 52
De totale opwek van duurzame energie komt daarmee op 0,089TWh en in de pijplijn zit 0,341TWh. De algehele doelrealisatie voor opwek van zonne- en windenergie wordt ook gerapporteerd op RES-niveau, door middel van onderstaande grafieken in de RES-monitor april 202236. De raadsinformatiebrief over de warmtetransitie rapporteert met name kwantitatieve resultaten. De gemeente is gestart met een verdiepend haalbaarheidsonderzoek in de startbuurt ‘t Zand, en is begonnen met het participatieproces voor inwoners. Ook is in vier onderzoeksbuurten gestart met het informeren van inwoners en gebouweigenaren en onderzoeken van opties voor het aardgasvrij maken van gebouwen. De RES-monitor van april 2022 geeft aan dat er ongeveer 6% bespaard is op de totale warmtevraag van ’s-Hertogenbosch.
4.1.3. Financiële kaders In het jaarverslag van de P&C-cyclus rapporteert ’s-Hertogenbosch of doelen binnen de vastgestelde financiële kaders gehaald worden. Uit het jaarverslag van 2022 blijkt dat er geen opvallende afwijkingen zijn in het uitvoeren van de doelen binnen het programma Milieu Respecterende Ontwikkelingen (toenmalige naam). Het overzicht van de baten en lasten laat zien dat de begrote lasten van € 73.864.000,-- met een positief verschil van € 723.000,-- uitgekomen zijn op een totaal van € 73.142.000,--. Dit verschil valt hoger uit dan verwacht door een hogere bijdrage uit het gemeentefonds voor o.a. investeringen in klimaat (achterstallig) onderhoud. De begrote baten komen met een negatief verschil van € 936.000,-- uit op € 76.646.000,--37.
4.1.4. Monitoring Monitoring vindt plaats op verschillende manieren, waarbij de ambtelijke organisatie een deel zelf uitvoert en een deel uitbesteedt aan externe bureaus. De RES-regio neemt ook een deel voor haar rekening. De ambtelijke organisatie monitort zelf de vier ambities uit de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019. Voor de doelstelling om te komen tot een CO2-neutrale gemeente wordt de CO2-uitstoot gemonitord naar activiteit: industrie, natuur en landbouw kantoren en gebouwen woningen verkeer en vervoer. Ook de ontwikkeling van het duurzaam opwekken van elektriciteit door zonne- en windenergie wordt gemonitord. Voor zonne-energie wordt er zowel naar het benutte dakoppervlak gekeken als de totale opwek inclusief zonnevelden. Het energiegebruik voor de gemeente is in beeld gebracht per sector en per inwoner. De ontwikkelingen hierin worden jaarlijks gemonitord. Er wordt ook specifiek gekeken naar de energielabels voor woningen, corporatiewoningen en
36
Raadsinformatiebrief Voortgang regionale en lokale RES-opgave, vastgesteld 12 mei 2022
37
Jaarverslag 2022, gepubliceerd mei 2022
29 / 52
utiliteitsgebouwen en welke ontwikkelingen hierin jaarlijks worden gesignaleerd. Ten slotte wordt de mening van inwoners elke twee jaar gemonitord. Hierbij wordt o.a. gevraagd naar de inzet die inwoners zelf plegen op energiebesparing en het aanpassen van hun woning. De doelstellingen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing worden ook gemonitord op RES-niveau. RES NOB publiceert jaarlijks een monitor over de voortgang voor de gehele regio en per gemeente. ’s-Hertogenbosch heeft in 2019 een extern bureau haar CO2-voetprint in beeld laten brengen. Hiervoor werd de CO2uitstoot voor het aardgasgebruik, warmte, verkeer en vervoer en processen in bijvoorbeeld landbouw en industrie gemonitord. Ook indirecte CO2-uitstoot door elektriciteitsverbruik is in kaart gebracht. Deze monitor heeft als doel om de voortgang in de CO2-voetprint voor de gehele gemeente en per inwoner in beeld te krijgen. Ondertussen ligt er een voorstel voor het ontwikkelen van een CO2-monitor om scherp te krijgen welke CO2-impact de vastgestelde en uit te voeren maatregelen hebben. Zodat vervolgens bepaald kan worden welk deel van de CO2-uitstoot door de gemeente of gemeentelijk beleid te beïnvloeden is. Het gaat om een jaarlijkse monitoring.
4.2. Analyse Uitvoering en doelrealisatie Het windproject Duurzame Polder en de zonnevelden lopen volgens de vooropgestelde planning. De NRD en Tussenrapportage varianten zijn op tijd aan de raad toegestuurd. Het project ligt daarmee nog op koers voor het verstrekken van de vergunning voor januari 2025. Volgens de ambtelijke organisatie is er op dit vlak weinig reden voor zorgen, behalve rondom het uitwerken van de financiële participatie. In de Visie Energielandschap zijn hiervoor uitgangspunten geformuleerd, maar dit moet nog concreter gemaakt worden in de uitvoering 38. Een aandachtspunt hierbij is de uitwerking van financiële participatie, de ambtelijke organisatie heeft er vertrouwen in dat dit gaat lukken. In de Visie Energielandschap zijn hiervoor uitgangspunten geformuleerd, maar dit moet nog concreter gemaakt worden in de uitvoering. De monitoringsresultaten in de duurzaamheidsjaarverslagen maken in één oogopslag duidelijk hoe ver ’s-Hertogenbosch is in het realiseren van de ambities voor energieopwekking. Als alle projecten voor duurzame opwek van elektriciteit in de pijplijn van de gemeente worden gerealiseerd, dan wordt er ongeveer 20% meer gerealiseerd dan de opgave voor de gemeente voor 2030, namelijk 0,43TWh.
Vanwege mogelijke planuitval aan de ene kant en de ambitie van ’s-Hertogenbosch om in 2045 klimaatneutraal te willen zijn aan de andere kant, zet de gemeente alsnog in op realisatie van alle projecten. De interviews bevestigen het beeld dat de realisatie van de doelen voor duurzame opwek volgens planning verloopt. Voor het realiseren van de zonnevelden is een tender uitgezet en ook het project Duurzame Polder loopt op schema. Er speelt nog wel een aantal risico’s. Het grootste risico is het tijdig oplossen van de netcongestie. Hiervoor worden gesprekken gevoerd in regionaal verband, met gemeente Oss, provincie Noord-Brabant en de netbeheerder. Er is ambtelijk en bestuurlijk vertrouwen dat dit goede vervolgstappen gaat opleveren. Ook is benoemd dat de realisatie van het hoofdstation langzaam kan verlopen. Een ander mogelijk knelpunt is het uitgangspunt van de gemeente Oss om de afstand tussen windturbines en de bebouwde kom zo groot mogelijk te laten zijn, minimaal 2 kilometer. Het is moeilijk uit te leggen richting bewoners dat er verschillende afstandsnormen gehanteerd worden in hetzelfde windproject. Bovendien is het risicovol dat ’s-Hertogenbosch voor het realiseren van de opgave van duurzame opwek met name inzet op het windproject Duurzame Polder.
Als dit om welke reden dan ook niet doorgaat, komt de doelstelling direct in gevaar, daarmee kiest de gemeente voor een “alles of
38
In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat de ambtelijke organisatie er alle vertrouwen in heeft dat de uitwerking van de financiële participatie gaat
lukken.
30 / 52
niets”-aanpak. In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat er geen andere serieuze alternatieven zijn om duurzame elektriciteit op te wekken. Ondanks dat de gemeente ’s-Hertogenbosch op koers ligt in het behalen van haar doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, loopt de RES-regio achter in het realiseren van de doelen. Dit is toegelicht in de regionale raadsinformatiebrief bij de RES NOB monitor van april 2022. Het gaat dan zowel om het doel van 1,6TWh voor duurzame opwek, als de 11% energiebesparing. Er zijn in de RES-regio door geen enkele gemeente doelen geformuleerd voor de opwek van duurzame warmte waardoor de doelrealisatie voor deze opgave niet inzichtelijk kan worden gemaakt. Uit verschillende interviews ontstaat het beeld dat ’s-Hertogenbosch meer wil realiseren dan haar eigen opgave, maar hier zijn geen concrete doelen voor gesteld. Er wordt ingezet op meer projecten dan nodig is om 0,35TWh duurzame elektriciteit op te wekken, maar als een project uitvalt, is er geen afspraak over het ontwikkelen van aanvullende projecten om meer dan haar eigen aandeel te realiseren. De energiebesparingsopgave is een taaie opgave. Momenteel heeft de gemeente ongeveer 6% bespaard. In de interviews is aangegeven dat het nog onduidelijk is of deze lijn doorgezet wordt. Hiervoor is er een grote afhankelijkheid van bewoners en de inzet die zij maken om hun woningen aan te passen.
Het is een aandachtspunt om bewoners blijvend te betrekken in het besparen van energie en het doormaken van de warmtetransitie. Verdere kwantitatieve monitoring over de warmtetransitie moet nog ingericht worden. Dit is nodig om meer inzicht te krijgen in de voortgang van de doelen. Voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Proeftuin ’t Zand is in mindere mate duidelijk of de opgestelde planning wordt gehaald. Met de raad zijn globale planningen gedeeld bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte 1.0 en de aanvraag voor de Proeftuin Aardgasvrije Wijken. Uit de raadsstukken blijkt niet duidelijk in welke fase de startbuurt en de onderzoeksbuurten zich exact bevinden. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de voortgang niet lineair verloopt en de uitvoering nog sterk in ontwikkeling is. In de ambtelijke interviews wordt benoemd dat het aardgasvrij maken van gebouwen pionieren is, waarbij kleine stapjes vooruit worden gezet en er veel wordt geleerd waardoor de voortgang in het begin langzaam verloopt. Een voorbeeld is het bepalen van de onderzoeksbuurten. In eerste instantie is gekozen voor buurten waar inwoners actief aan de slag wilden. Buurten die de weg naar de gemeente goed wisten te vinden, maar wellicht - juist daarom – ook zelf aan de slag hadden kunnen gaan.
Inmiddels ligt de focus op buurten waar energiearmoede groot is en waar collectieve warmtebronnen potentie hebben. De warmtetransitie leert de gemeente dat er ruimte moet zijn om te experimenteren, en dus ook om fouten te maken. Uit de interviews met de ambtelijke organisatie komt naar voren dat het aardgasvrij maken van bestaande woningen de grootste uitdaging vormt. Bij nieuwbouw is het makkelijker te realiseren. Door voortschrijdend inzicht verschuift landelijk de focus van het aardgasvrij maken van gebouwen naar het verminderen van de CO2-uitstoot door het isoleren van gebouwen. Dit heeft er o.a. mee te maken dat het aanpassen van woningen op vrijwillige basis verloopt. Er zijn (nog) geen ruimtelijke of wettelijke instrumenten waarbij woningeigenaren verplicht gesteld kunnen worden tot het aardgasvrij maken van hun woningen. Instrumenten die wel beschikbaar zijn bij het duurzaam opwekken van elektriciteit. Het compleet aardgasvrij maken van gebouwen volgt dan ook later. De focus ligt eerst bij isoleren. Financiële kaders Voor de concrete projecten Duurzame Polder, Proeftuin ’t Zand en de Transitievisie Warmte is voor de raad niet apart inzichtelijk gemaakt of de projecten binnen de financiële kaders worden gerealiseerd. Op hoofdlijnen verloopt de realisatie van de doelen binnen de begroting39. Bovendien worden er vanuit het Rijk steeds meer middelen beschikbaar gesteld.
’s-Hertogenbosch heeft middelen ontvangen voor de voorbereidingskosten van het windproject Duurzame
39
Jaarverslag 2022, gepubliceerd mei 2022
31 / 52
Polder, voor de Proeftuin ’t Zand, energiearmoede en voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. In de ambtelijke en bestuurlijke interviews wordt aangegeven dat het door elkaar lopen van verschillende budgetten het lastig maakt om één overzichtelijk financieel plaatje op te stellen. Voor de ambtelijke organisatie en het college is het plaatje compleet, al komen er telkens nieuwe geldstromen bij. Voor de raad is dit niet op detailniveau inzichtelijk. De raad wordt op de hoogte gehouden van aanvullende budgetten van het Rijk en ziet ook de bijbehorende plannen als het budget boven de grenzen van de programma’s uitstijgt. In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat de raad bij het vaststellen van de jaarstukken de budgetoverheveling per project goedkeurt. In het interview met de wethouder is aangegeven dat het een doorlopend aandachtspunt is om de raad goed in positie te blijven houden op het juiste financiële detailniveau. Een knelpunt bij het vrijkomen van middelen is het organiseren van de projecten en voldoende capaciteit vinden voor de uitvoering. Met de huidige krappe arbeidsmarkt is het invullen van de projectorganisatie een steeds grotere uitdaging, waarbij geïnterviewden aangeven dat dit voor hen nog gemakkelijker is dan voor kleinere gemeenten die nog meer moeite hebben met het aantrekken van medewerkers.
Monitoring Momenteel monitort ’s-Hertogenbosch jaarlijks via twee sporen. Het eerste spoor omvat de monitoring van opwek: het behalen van de RES-doelen door zonne- en windenergie. Het tweede spoor gaat om de monitoring van de energiebesparing en warmte. Door het grote aantal uitvoeringsdocumenten is er een belangrijke rol weggelegd voor de monitoringsrapportages om de raad voldoende inzicht te bieden in de uitvoering. In de monitoring wordt gekeken naar energiegebruik- en besparing, energielabels en binnenkort ook de CO2-uitstoot. In de ambtelijke interviews is benoemd dat de raad duidelijk wil krijgen welke stappen gezet moeten worden om een CO 2-neutrale gemeente te worden en scherp te krijgen op welke stappen de gemeente invloed heeft. Er wordt daarmee meer gekeken naar het verminderen van CO2-uitstoot als doel. Door per project te berekenen welk effect dit heeft op de CO 2-uitstoot, kan hier beter op gestuurd worden. In de ambtelijke interviews is benoemd dat de raad daardoor projecten met de meeste impact op de CO2-uitstoot prioriteit kan geven, bijvoorbeeld in combinatie met projecten met een grote maatschappelijke impact. Tevens wil de ambtelijke organisatie in de Transitievisie Warmte 2.0 doelen meer SMART formuleren om op deze manier ook beter te kunnen rapporteren. Dit is nog in ontwikkeling.
4.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Oranje: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning. Uit de raadsstukken is op te maken dat de projecten voor de duurzame opwek van zonne- en windenergie volgens planning verlopen. De monitoring voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte en de Proeftuin ’t Zand wordt nog verder ontwikkeld. De kwalitatieve raadsinformatiebrieven geven beperkt inzicht in de voortgang. Er wordt vordering gemaakt, maar dit gaat langzaam en vraagt veel individueel maatwerk. Er is in de huidige onderzoeksbuurten tot nu toe weinig potentie voor collectieve warmteoplossingen. Het merendeel van de planningen is op hoofdlijnen opgesteld, zonder tussentijdse mijlpalen. Het is daarom moeilijk inzichtelijk te maken of de grote projecten daadwerkelijk conform planning verlopen. Zonder gedefinieerde mijlpalen waar tussentijds aan getoetst kan worden of het project nog volgens planning loopt, is de voortgang meer een inschatting dan bepaald aan de hand van objectieve factoren. Daarmee is aan de norm gedeeltelijk voldaan.
32 / 52
Norm De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden. De doelen voor duurzame opwek van elektriciteit zijn haalbaar. Het grootste risico is het tijdig oplossen van de netcongestie, hierover wordt binnen de regio het gesprek gevoerd. ’s-Hertogenbosch plaatst zich in een kwetsbare positie door vol in te zetten op het realiseren van windproject Duurzame Polder en geen alternatieven achter de hand te hebben behalve 50 hectare zonnevelden. Er wordt gekozen voor een “alles of niets”- aanpak. Het uitvoeren van de Transitievisie Warmte 1.0 en de Proeftuin ’t Zand blijkt een grotere uitdaging. Hierin is de gemeente voor een groot deel afhankelijk van externe factoren, zoals de bereidheid van inwoners om hun woning aan te passen en de beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen. Daarmee is aan de norm gedeeltelijk voldaan. Norm De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders. Er wordt alleen op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële kaders voor de energietransitie. Uit de jaarrekening en het jaarverslag van 2022 komen geen grote afwijkingen naar voren. Met de aanvullende financiering vanuit het Rijk is er meer financiële ruimte ontstaan om de uitvoering concreet op te pakken. Echter is er voor de raad op projectniveau niet inzichtelijk gemaakt hoe de uitvoering loopt binnen de financiële kaders.
Het is dus nog niet inzichtelijk in welke mate de doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde kaders, al zijn er geen aanwijzingen dat de kaders worden overschreden. Daarmee is aan de norm gedeeltelijk voldaan. Norm De realisatie van de doelen en ambities worden periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan. Met de jaarlijkse duurzaamheidsverslagen, de jaarlijkse RES-monitor en de nog te ontwikkelen CO2-monitor worden de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit en energiebesparing gemonitord. Dit maakt ook inzichtelijk in hoeverre doelen gehaald worden en of er een versnelling nodig is. Voor warmte wordt een aantal indicatoren zoals energielabels en de inzet van inwoners op het aanpassen van hun woning gemonitord. Hiermee is nog niet scherp inzichtelijk gemaakt welke voortgang geboekt wordt in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Meer SMART geformuleerde doelen en bijbehorende monitoring zijn nog in ontwikkeling. Door het ontbreken van tussentijdse mijlpalen waaraan de voortgang getoetst kan worden en het ontbreken van inzicht in welke mate de doelen en ambities bereikt worden binnen de financiële kaders, kan de raad niet tijdig overgaan op bijsturing. Daarmee is aan deze norm niet voldaan.
33 / 52
5. Rol van de raad In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de rol van de raad. Daarbij gaat het om de informatievoorziening aan de raad en de mate waarin de raad met deze informatie in stelling wordt gebracht om te kunnen sturen. Het hoofdstuk is opgebouwd in drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de informatievoorziening (paragraaf 1), de analyse aan de hand van de documenten, interviews, enquête en raadssessie (paragraaf 2) en tot slot de toetsing aan de normen (paragraaf 3).
5.1. Rol van de raad De raad wordt op verschillende manieren geïnformeerd over de uitvoering en het behalen van de doelen in de energietransitie. Jaarlijks wordt er een duurzaamheidsjaarverslag opgesteld waarin gerapporteerd wordt over de ambities voor een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving, een CO2-neutrale gemeente, het voorkomen van afval en hergebruik van grondstoffen en duurzame mobiliteit. In 2019 is eenmalig een rapport uitgebracht over de CO2-voetprint van ’s-Hertogenbosch. Jaarlijks levert de RES NOB een monitor op met daarin de voortgang over de duurzame opwek van elektriciteit, en de elektriciteits- en warmtebesparing voor de gehele RES-regio en per gemeente. De raad wordt kwalitatief geïnformeerd over de voortgang in de Transitievisie Warmte en de energiebesparingsopgave via raadsinformatiebrieven. Er wordt (nog) niet kwantitatief gerapporteerd over het aantal aardgasvrije gebouwen. De gemeenteraad kan bijsturen op basis van de bovenstaande rapportages en de reguliere stukken uit de P&C-cyclus. Ook heeft de raad de mogelijkheid om raadsvragen te stellen, zowel over de rapportages als over onderwerpen die leven in de samenleving. Met deze rapportages krijgt de raad inzicht in de voortgang van de doelen en in mindere mate inzicht op de uitvoering van de projecten binnen de financiële kaders en de planning.
Naast de afgesproken, formele stukken wordt de raad ook meegenomen in de inhoud door het organiseren van werkbezoeken en raadsbijeenkomsten. In werkbezoeken worden projecten in de gemeente of buurgemeenten bezocht om samen te leren. In de ambtelijke interviews is aangegeven dat dat vooral bij nieuwe vraagstukken belangrijk is. Het is voor de raad lastig om keuzes te maken over of richting te geven aan nieuwe onderwerpen. Daarom is het van belang om hem in positie te brengen en kennis te delen. Recent heeft een raadswerkgroep voorgesteld om zelf aan de slag te gaan met het onderwerp warmtetransitie, om de inbreng van de raad zo effectief mogelijk te laten zijn40. Deze raadswerkgroep valt onder de strategische raadsagenda. Deze agenda omvat een aantal hoofddossiers waarvoor een speciaal politiek proces wordt georganiseerd, met als doel om focus en samenhang aan te brengen in het politieke debat. De raadswerkgroep gaat aan de slag met de warmtetransitie omdat verwacht wordt dat dit een onderwerp is dat veel discussie op zal roepen. Bovendien is er binnen de warmtetransitie nog het e.e.a. uit te zoeken en kan de inbreng van de raad daar nog relatief groot zijn. De werkgroep gaat binnenkort van start en dan zal blijken of dit een waardevolle aanvulling is op de sturingsmogelijkheden van de raad.
De raad wordt ook geïnformeerd over knelpunten, zoals bij netcongestie of bij een koerswijziging, bijvoorbeeld over de rol van de gemeente bij de ontwikkeling van een warmtenet. Afhankelijk van de grootte van het bedrag wordt de raad ook op de hoogte gesteld van de aanpak voor Rijkssubsidies. Dit wordt o.a. gedaan voor de middelen die het Rijk in april 2023 beschikbaar heeft gesteld t.b.v. de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. In dergelijke aanpakken
40
Commissie Bedrijvigheid Voorstel werkgroep strategische agenda, 21 maart 2023
34 / 52
worden uitgangspunten waarvan de raad eerder heeft aangegeven deze belangrijk te vinden, zoals energiearmoede, meegenomen.
5.2. Analyse ’s-Hertogenbosch heeft zowel formele als informele mogelijkheden om de raad te informeren over de energietransitie. Er is heel veel informatie beschikbaar en deze wordt in verschillende vormen aangeboden. De intentie van het college en de ambtelijke organisatie is om de raad op hoofdlijnen mee te nemen, zodat er focus ontstaat waarop gestuurd kan worden. Om hier beter invulling aan te geven, zijn de specifieke indicatoren waarover in de begroting wordt gerapporteerd onder de loep genomen. Er wordt vanaf 2024 – op verzoek van de raad - voornamelijk gemonitord op de CO2-reductie die maatregelen opleveren, zodat er ook gerapporteerd kan worden over effectiviteit van de maatregelen. Aan de hand van berekeningen kan het effect van een project voorspelt worden, zodat projecten met de meeste CO2-impact prioriteit kunnen krijgen op verzoek van de raad. De raad kan er ook voor kiezen om te sturen op projecten met een grote maatschappelijke impact. Deze nieuwe monitoringssystematiek heeft potentie voor de raad om gerichter te kunnen sturen op een effectieve uitvoering van de projecten in de energietransitie. Na invoering zal blijken of dit inderdaad zo is. De uitvoering van de energietransitie vraagt om continu bijstellen van plannen. Het is een transitie waarin nog veel onduidelijkheden bestaan.
Als de aanpassingen binnen de kaders van de raad passen, dan wordt het met de portefeuillehouder besproken, anders wordt de raad geïnformeerd. Er is bewust gekozen door de ambtelijke organisatie om de raad op hoofdlijnen mee te nemen, om te voorkomen dat de raad een overvloed aan informatie ontvangt. Op deze manier kan er focus worden behouden en kan de raad sturen op zaken die ertoe doen. Het is echter onduidelijk of de raad voldoende informatie ontvangt, met name over tussentijdse mijlpalen en financiën, om tijdig te kunnen sturen indien nodig. In de enquête geeft ruim een kwart van de deelnemers aan dat zij op basis van de informatievoorziening niet goed kunnen sturen op de doelrealisatie van de energietransitie binnen de gestelde kaders, tegenover een kwart van de deelnemers die aangeeft dat zij goed kunnen sturen met de informatie die zij nu ontvangen. In het bestuurlijke interview is aangegeven dat als er signalen zijn dat een project niet goed verloopt, dit wordt gemeld aan de raad. Op zijn beurt stelt de raad vragen over onderwerpen die leven in de samenleving, doet oproepen tot het nader onderzoeken van b technieken en dient moties in bij het vaststellen van plannen. In het begin van de uitvoering van de RES-opgave en warmtetransitie werd dit veelvuldig gedaan. Ondertussen is er een ontwikkeling te zien bij de raad, zo blijkt uit de interviews.
De energietransitie is een bekend(-er) onderwerp geworden voor de raad. Het organiseren van de werkbezoeken en aanvullende raadsbijeenkomsten draagt hieraan bij. Er is echter niet concreet het gesprek gevoerd met de raad over zijn informatiebehoefte over de realisatie van de energietransitie-opgave. De onderwerpen voor de raadsbijeenkomsten worden in overleg met het presidium vastgesteld, maar aanvullende informele informatievoorziening wordt niet ingezet en is niet besproken met de raad. Uit het duurzaamheidsjaarverslag en de RES-monitor wordt duidelijk dat de doelen voor de opwek van duurzame elektriciteit op koers liggen om gehaald te worden. In de interviews komt naar voren dat het grootste risico bij het halen van deze doelen de netcongestie is. Dit is een knelpunt dat niet alleen door de gemeente opgelost kan worden. Hierover is ’s-Hertogenbosch in gesprek met provincie Noord-Brabant, Oss en de netbeheerder. Dit knelpunt wordt summier benoemd in de memo over de realisatie van de acties uit de RES. Er zijn hierover echter wel twee raadsinformatiebrieven vanuit de ambtelijke organisatie aan de raad verstuurd. Als dit knelpunt niet tijdig wordt opgelost, bevindt de gemeente zich in een kwetsbare positie doordat de duurzame opwek voornamelijk gestoeld is op
35 / 52
de Duurzame Polder. Als dit project niet gerealiseerd wordt, heeft ’s-Hertogenbosch onvoldoende projecten achter de hand om de doelstelling te realiseren. Over de informatievoorziening met betrekking tot de Transitievisie Warmte blijkt uit de interviews dat dit nog verder vorm wordt gegeven. Tot nu toe wordt er vooral kwalitatief – en nog niet kwantitatief - gerapporteerd, maar in de Transitievisie Warmte 2.0 worden doelen SMART geformuleerd zodat daarop gerapporteerd kan worden. Bovendien geeft de ambtelijke organisatie aan dat er vanuit de raad ook begrip nodig is voor wat een transitie betekent. De gemeente zit nu nog in de opstartfase waarin er gezocht wordt naar wat werkt – met tot nu toe minder resultaten als gevolg daarvan. Daarna komt de fase waarin versneld kan worden en resultaten sneller zichtbaar worden.
5.2.1. Enquête De meeste raadsleden in ‘s-Hertogenbosch die hebben deelgenomen aan de enquête hebben een goed beeld van de lokale doelen (69%; grafiek 1) en ook een redelijk beeld van de regionale doelen (38%; grafiek 2) die zijn vastgesteld voor energie en warmte. Ongeveer evenveel raadsleden (38%) hebben een goed beeld van de wijze waarop deze doelen op elkaar aansluiten (grafiek 3). Relatief weinig raadsleden (13%) geven aan dat de doelen niet goed op elkaar aansluiten. Een aantal raadsleden licht toe dat het verband tussen lokale en regionale doelen beter in beeld gebracht kan worden. Ook wordt benoemd dat de lokale ambities net zo belangrijk zijn om te realiseren als de regionale ambities. Er zou geen verschil moeten zitten in het nakomen van lokale of regionale afspraken.
Grafiek 1 - stelling: ik weet welke lokale doelen voor energie en warmte wij als raad hebben vastgesteld
36 / 52
Grafiek 2 - stelling: ik weet welke regionale doelen voor energie en warmte in onze RE(K)S zijn vastgesteld
Grafiek 3 - stelling: onze lokale doelen sluiten goed aan op de regionale doelen
Doelen zijn vaak niet in één visiestuk gevat, maar in meerdere. De raadsleden die hebben deelgenomen, verschillen van mening in de mate waarin zij goed weten hoe de doelen uit de verschillende visiestukken zich tot elkaar verhouden (grafiek 4). 44% van de raadsleden stelt dat zij (relatief) goed weten hoe de doelen uit de visies zich tot elkaar verhouden. Een kwart van de raadsleden (25%) stelt dat zij minder goed weten hoe de doelen zich tot elkaar verhouden.
Grafiek 4 - stelling: ik weet hoe de doelen uit de verschillende visies over energie en warmte in mijn gemeente zich tot elkaar verhouden
Raadsleden benoemen bijvoorbeeld dat doelen en visies duidelijk zijn, maar dat de weg ernaartoe uitdagend is. Er zijn geen tussentijdse doelen gesteld, en de doelen beperken zich ook tot CO2-uitstoot. Respondenten zijn sterk eensgezind in hun beeld van de activiteiten die lokaal worden uitgevoerd om de doelen te realiseren. 85% van de respondenten heeft een goed beeld bij deze activiteiten (grafiek 5). Van de activiteiten die in de regio worden uitgevoerd hebben raadsleden nog weinig beeld. 54% van de raadsleden geeft aan niet/minder te weten van de activiteiten in de regio (grafiek 6). Ook van de planning van activiteiten heeft de gemeenteraad weinig beeld. 39% geeft aan niet of minder goed op de hoogte te zijn van de planning van activiteiten (grafiek 7).
37 / 52
Grafiek 5 - stelling: ik weet welke activiteiten mijn gemeente lokaal uitvoert om onze doelen te realiseren
Grafiek 6 - stelling: ik weet welke activiteiten in de regio worden uitgevoerd om de doelen te realiseren.
Grafiek 7 - stelling: ik ben goed op de hoogte van de planning van de verschillende activiteiten
38 / 52
De respondenten zijn positief over de vraag of er duidelijke inhoudelijke kaders zijn gesteld voor de uitvoering. Slechts 8% geeft aan dat er beperkt duidelijke kaders zijn gesteld, 31% is neutraal over de duidelijkheid. Terwijl 62% vindt dat de raad wel duidelijke inhoudelijke kaders heeft gesteld voor de uitvoering (grafiek 8). Respondenten zijn relatief een stuk negatiever over de duidelijkheid van de financiële kaders. Zowel 38% van de respondenten geeft aan dat de raad beperkt duidelijke kaders heeft meegegeven voor de financiën, als 38% die de financiële kaders duidelijk vindt. 15% is neutraal in zijn of haar mening (grafiek 9).
Grafiek 8 - stelling: wij hebben als raad duidelijke inhoudelijke kaders gesteld voor de uitvoering van de energietransitie
Grafiek 9 - stelling: wij hebben als raad duidelijke financiële kaders gesteld voor de uitvoering van de energietransitie
Meer dan de helft van de raadsleden die hebben deelgenomen (59%, grafiek 10) geeft aan dat er duidelijke afspraken zijn met het college over de informatievoorziening. Raadsleden hebben daarbij ook het beeld dat de afspraken díe zijn gemaakt, worden nageleefd. 33% is het hier echter niet mee eens (grafiek 11).
39 / 52
Grafiek 10 - stelling: wij hebben als raad duidelijke afspraken gemaakt met het college over de informatievoorziening over de energietransitie
Grafiek 11 - stelling: de informatievoorziening over de energietransitie verloopt volgens afspraak
Eenzelfde beeld komt naar voren als het gaat om de afspraken over de betrokkenheid van de raad. 50% van de deelnemende raadsleden geeft aan dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt met het college (grafiek 12). Een kwart geeft aan het er niet mee eens te zijn dat er duidelijke afspraken zijn over de betrokkenheid bij de uitvoering. 58% geeft aan dat de afspraken die zijn gemaakt worden nageleefd. 33% geeft hierbij aan neutraal te zijn over of de betrokkenheid verloopt volgens afspraak, slechts 8% is het er niet mee eens (grafiek 13).
40 / 52
Grafiek 12 - stelling: wij hebben als raad duidelijke afspraken gemaakt met het college over onze betrokkenheid (bijvoorbeeld met informatiesessies of werkgroepen) bij de uitvoering
Grafiek 13 - stelling: het betrekken van onze raad verloopt volgens afspraak
Een kwart van de respondenten geeft aan goed te kunnen zien of de doelen behaald worden (grafiek 14). 33% staat hier neutraal tegenover en 33% geeft aan geen goed zicht te hebben. Ook geeft een groot deel van de raadsleden (42%) aan dat zij niet goed kunnen zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders (grafiek 15). Opnieuw staat 33% hier neutraal in.
41 / 52
Grafiek 14 - stelling: met de aangeleverde informatie kan ik goed zien of onze doelen gehaald (gaan) worden
Grafiek 15 - stelling: met de aangeleverde informatie kan ik goed zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders
Raadsleden die hebben deelgenomen aan de enquête weten zeer goed (65%) welke sturingsmogelijkheden zij hebben (grafiek 16), en deze worden ook benut door 64% (grafiek 17). Sturingsmogelijkheden die raadsleden vooral gebruiken zijn vragen, het agenderen van bespreeknotities of het indienen van moties en amendementen. Het maken van afspraken over de kaders – op financieel, maar ook participatief vlak - en het controleren op de uitvoering van deze afspraken wordt hierbij genoemd.
Grafiek 16 - stelling: ik weet welke sturingsmogelijkheden ik heb als raadslid
42 / 52
Grafiek 17 - stelling: ik benut de sturingsmogelijkheden die ik als raadslid heb
Slechts een kwart van de raadsleden geeft aan dat zij goed kunnen sturen met de informatie en voorstellen die zij nu ontvangen van het college (grafiek 18). 50% staat hier neutraal in en 17% vindt dat zij niet goed kunnen sturen met de informatie die zij ontvangen.
Grafiek 18 - stelling: met de informatie en voorstellen die ik van het college ontvang over energie en warmte kan ik goed sturen
Raadsleden geven ten slotte aan dat zij de vooruitstrevendheid en de relatieve vaart die er in een aantal projecten wordt gehouden – ondanks eventuele weerstand – graag willen behouden. Voor sommige raadsleden mag het zelfs nog sneller. Ook waarderen zij het dat er concrete plannen worden uitgevoerd en de raad hier periodiek over geïnformeerd wordt. Dit is van belang voor de transparantie, het houden van overzicht en het draagvlak. De informatiesessies op locatie moeten ook behouden blijven. De raadsleden zien graag dat de betrokkenheid van de samenleving vergroot wordt. Bij participatie is het gewenst om niet alleen te informeren, maar ook inhoudelijk deel te kunnen nemen aan de start van de projecten. Raadsleden geven aan dat meer participatie en meer duidelijkheid over de voortgang en resultaten kan leiden tot meer draagvlak bij alle betrokken partijen. Er is ook behoefte aan een beter overzicht van tussentijdse resultaten, eventueel met tussentijdse doelen, zodat de raad beter kan sturen op het behalen van de doelen. Daarnaast wordt meer inzicht in de voortgang van de buurgemeenten genoemd en het uitvoering geven aan het revolverend energiefonds als mogelijke verbeterpunten.
Enkele weken later (juli 2023) is in het ambtelijk wederhoor aangegeven dat er geen gemeentelijk energiebesparingsfonds komt, omdat het Nationaal Warmtefonds leningen aanbiedt tegen lage en 0% rente voor
43 / 52
dezelfde doelen. Tijdens de raadsvergadering op 4 juli is dit ter sprake gekomen bij het bespreken van de motie Essentgelden energiefonds op de juiste plaats.
5.3. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Oranje: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken. De raad wordt geïnformeerd over de energietransitie op afgesproken momenten volgens de reguliere P&C-cyclus, de jaarlijkse duurzaamheidsverslagen, de jaarlijkse RES-monitor en raadsinformatiebrieven. Aanvullend worden er werkbezoeken en raadsbijeenkomsten georganiseerd om inhoudelijk dieper op onderwerpen in te gaan. Momenteel ontbreekt er een overzichtelijke monitor waar in één oogopslag te zien is, welke voortgang er gemaakt is in de verschillende projecten – zowel in de tijd als op financieel vlak – en aan welke projecten extra aandacht besteed moet worden. De informatie wordt versnipperd aangeleverd, in de jaarverslagen, de RES-monitor en raadsinformatiebrieven. Het is de vraag of raadsleden daarmee de doelrealisatie in ‘s-Hertogenbosch voldoende scherp hebben. De enquête laat een wisselend beeld zien. Door een aantal respondenten wordt aangegeven dat doelen en visies duidelijk zijn, maar dat de weg ernaartoe uitdagend is. Aan de andere kant vindt meer dan de helft van de respondenten dat de informatievoorziening conform afspraken wordt uitgevoerd.
In de interviews is aangegeven dat er geen concreet gesprek gevoerd is tussen het college en de raad over de informatiebehoefte van de raad in de energietransitie. In combinatie met de versnipperde aanlevering van informatie maakt dat niet aan deze norm wordt voldaan. Norm De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en doelen gehaald gaan worden en bieden inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden. De raad wordt op hoofdlijnen geïnformeerd over de realisatie van de doelen binnen de gestelde financiële kaders en de planning. Voor het doel van duurzame opwek van elektriciteit is de informatievoorziening zodanig dat inzichtelijk wordt of de doelen haalbaar zijn. Voor de doelen rondom energiebesparing en duurzame warmte is meer kwantitatieve informatievoorziening nog in ontwikkeling. Het is voor de raad nu nog niet mogelijk om tijdig te zien of deze doelen gehaald gaan worden. Dit beeld wordt bevestigd in de enquête. Slechts een kwart van de raadsleden, die hebben deelgenomen aan de enquête, geeft aan goed te kunnen zien of de doelen behaald worden en een groot deel vindt het onduidelijk of dit binnen de gestelde kaders gebeurt. Sturingsmogelijkheden zijn duidelijk en worden ingezet.
De helft van de raadsleden geeft in de enquête echter aan dat zij neutraal staan tegenover het wel of niet sturen op de energietransitie-doelen op basis van de informatievoorziening. In combinatie met het wisselende beeld dat hierboven is geschetst over de afspraken over de informatievoorziening maakt dat aan de tweede norm niet wordt voldaan.
44 / 52
Bijlage 1 | Overzicht van geïnterviewde personen College van burgemeester en wethouders Mike van der Geld
Wethouder duurzame verstedelijking, financiën en cultuur
Ambtelijke organisatie Afdelingshoofd Economie en Energie Afdelingshoofd Financiën Beleidsadviseur Energietransitie Bestuursadviseur Financieel adviseur Strategisch beleidsmedewerker duurzaamheid
45 / 52
Bijlage 2 | Bronnenlijst Amendement Aanspreken reserve energiebesparing warmtetransitie, aangenomen 7 december 2021 Amendement Energiefixer, aangenomen 9 november 2021 Arcadis Gebiedsgerelateerde carbon footprint, verslagjaar 2019 Begroting 2023, 8 november 2022 Beschikking aanvraag proeftuin met een aardgasvrije wijk, toegekend 12 november 2020 Bestuursakkoord 2022-2026 Bestuursovereenkomst Project Duurzame Polder, ondertekend 12 oktober 2021 Brief college inzake afhandeling moties raadsvergadering 13 juli 2021 Commissie Bedrijvigheid Voorstel werkgroep strategische agenda Discussienotitie Tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder Duurzaamheidsakkoord – duurzaam wonen ’s-Hertogenbosch 2018-2025, ondertekend 10 oktober 2018 Duurzaamheidsjaarverslag 2021, vastgesteld 12 mei 2022 Jaarverslag 2022 Memo rapportage realisatie lokale RES-opgave, definitieve versie 2 februari 2023 Motie Aanscherping Transitievisie Warmte 1.0, aangenomen 7 december 2021 Motie De lusten van Bossche windmolens lokaal verdelen, aangenomen 31 januari 2023 Motie Energiearmoede, aangenomen 31 mei 2021 Motie Energiearmoede voorkomen, aangenomen 9 november 2021 Motie Essentgelden energiefonds op de juiste plaats, verworpen 4 juli 2023 Motie Extra tussentijdse rapportage, aangenomen 18 mei 2021 Motie Maatregelen ter bescherming van vogels, aangenomen 18 mei 2021 Motie Stoken voor de mussen,