20231025 's-Hertogenbosch - Rekenkameronderzoek energietransitie - DEF
Tekst van het document
RAPPORT
De energietransitie in 's-Hertogenbosch In opdracht van de Rekenkamer 's-Hertogenbosch
Roel Lauwerier, Floor hooge Venterink en Carmen Hendriks
5 september 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1. Inleiding
4
1.1. Aanleiding en doelstelling 1.2. Onderzoeksvragen 1.3. Normenkader 1.4. Aanpak 1.5. Leeswijzer 1.6. Begrippenlijst
2. Conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies 2.1.1. Beantwoording hoofdvraag 2.1.2. Beantwoording deelvragen 2.2. Aanbevelingen
3. Kaderstelling 3.1. Kaderstelling 3.1.1. Ambities en doelen 3.1.2. Acties en maatregelen 3.1.3. Afspraken over informatievoorziening 3.2. Analyse 3.3. Toetsing aan het normenkader
4 4 5 6 7 8
10 10 10 11 17
20 20 20 21 23 23 25
4. Uitvoering en doelrealisatie
27
4.1. Uitvoering en doelrealisatie 4.1.1. Uitvoering 4.1.2. Doelrealisatie 4.1.3. Financiële kaders 4.1.4. Monitoring 4.2. Analyse 4.3. Toetsing aan het normenkader
27 27 28 29 29 30 32
5. Rol van de raad
34
5.1. Rol van de raad
34
2 / 52
5.2. Analyse 5.2.1. Enquête 5.3. Toetsing aan het normenkader
35 36 44
Bijlage 1 | Overzicht van geïnterviewde personen
45
Bijlage 2 | Bronnenlijst
46
Bijlage 3 | Reactie college van B&W
47
Bijlage 4 | Nawoord Rekenkamer
51
3 / 52
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling Iedere gemeente heeft de opdracht een bijdrage te leveren aan de energietransitie en werkt aan gemeentelijke doelen, maar ook samen met andere partijen binnen een energieregio (de Regionale Energiestrategie, RES). De energietransitie omvat de overgang van een systeem waarin de energievoorziening draait op fossiele brandstoffen naar een systeem op basis van duurzame energiebronnen. Ook is er aandacht voor energiebesparing en -opslag. De urgentie van de energietransitie is de afgelopen tijd toegenomen, o.a. door de stijgende energieprijzen. In dat kader is het waardevol voor gemeenteraden om de stand van zaken ten aanzien van de energietransitie in de gemeente inzichtelijk te maken. Welke kaders, doelen, middelen en tijdlijn zijn afgesproken en hoe staat het met de realisatie daarvan. Bovendien is het interessant voor gemeenteraden om de mogelijkheden tot sturing en controle op het terrein van de energietransitie te kennen en inzicht te krijgen in hoe sturings- en controlemogelijkheden door de eigen raad wel of niet worden ingezet. De rekenkamer(commissie)s van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg hebben besloten om gezamenlijk onderzoek te verrichten naar de energietransitie. Zij hebben TwynstraGudde gevraagd om dit onderzoek namens hen uit te voeren.
Met dit onderzoek willen de rekenkamer(commissie)s inzicht krijgen in de stand van zaken van de energietransitie bij andere gemeenten, de aanpak van sturing en controle van andere raden en wat bij de deelnemende gemeenten goed werkt en wat minder of niet. Daarvan kan elke raad leren. De doelstelling van het onderzoek is hiermee tweeledig. 1.
2.
De Rekenkamer(commissie)s beogen de gemeenteraden inzicht te geven in de stand van zaken van de energietransitie in hun gemeente. Er wordt gekeken naar de doelen die door de gemeenten zijn vastgesteld in relatie tot de resultaten van de RES. Daarbij worden gehanteerde sturings- en controlemogelijkheden voor de gemeenteraden in beeld gebracht. Op basis van de ‘good practices’ - de sterke punten van de verschillende aanpakken van de deelnemende gemeenten - worden zo mogelijk aanbevelingen voor versterking van sturing en controle door de raad bij de energietransitie gedaan.
1.2. Onderzoeksvragen Vanuit de bovenstaande doelstellingen van het onderzoek is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren?
4 / 52
Deze hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen die we hebben geclusterd per onderzoeksaspect. Kaderstelling 1. Welke doelen en ambities t.a.v. de energietransitie hebben de gemeenteraden van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg vastgesteld? 2. Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie, die zijn opgenomen in het meest recente Bestuurs- of Coalitieakkoord van de gemeenten, zich tot de ambities opgenomen in de RES? Uitvoering en doelrealisatie 3. Liggen de gemeenten op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te halen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? Rol van de raad 4. Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad gerapporteerd? 5. Welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de gemeenteraden in het kader van de gemeentelijke ambities t.a.v. energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit? 6. Wat kunnen de gemeenteraden ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie van elkaar leren? Afbakening Voor dit onderzoek beperkt het begrip energietransitie zich tot de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie.
De meeste gemeenten hebben ook doelen voor biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit etc., maar deze zijn voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op deze manier kan er in het onderzoek gekeken worden naar de verhouding tussen de gemeentelijke doelen en de regionale doelen van de RES-regio’s.
1.3. Normenkader Ten behoeve van het onderzoek is een normenkader vastgesteld. Het normenkader is het referentiekader voor de beoordeling. In de gemeentelijke nota’s beantwoorden we de onderzoeksvragen en geven we per norm een oordeel over in hoeverre de gemeente voldoet aan de norm. Een scherp oordeel zal de raad houvast bieden bij de interpretatie van het onderzoeksrapport. Bij de beoordeling van de normen, gebruiken we de volgende categorieën: de gemeente voldoet volledig of grotendeels aan de norm de gemeente voldoet gedeeltelijk aan de norm de gemeente voldoet niet/nauwelijks aan de norm. In het onderzoeksrapport wordt de score geëxpliciteerd en onderbouwd.
5 / 52
Aspect
Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.
Kaderstelling
De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning.
Uitvoering en doelrealisatie
De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden.
De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders. De realisatie van de doelen en ambities worden periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan. De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken.
Rol van de raad
De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en doelen gehaald gaan worden en biedt inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden.
1.4. Aanpak De aanpak van dit onderzoek wordt gekenmerkt door drie fasen: Informatie-uitvraag bij de organisatie en documentonderzoek. Hierin zijn documenten gerelateerd aan de energie- en warmtetransitie en RES, geanalyseerd. Dit zijn documenten over de beleidskaders, de uitvoering in projecten en de verantwoording hierover aan het college en de raad. Ook zijn raadsdocumenten zoals moties en amendementen geanalyseerd.
6 / 52
-
-
Gesprekken en raadsenquête. Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd met ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen bij de energietransitie en is met medewerkers van concern control van alle gemeenten gesproken. Er is een enquête uitgezet onder de raadsleden van alle gemeenten. Rapportage. Ten slotte is de rapportage opgesteld waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord en de toetsing op het normenkader plaatsvindt. De rapportage is voor wederhoor teruggelegd bij de ambtelijke organisatie en de colleges.
Representativiteit survey De enquête is door de griffie uitgezet bij de raadsleden en burgerraadsleden van de vier gemeenten. De antwoorden zijn anoniem en het invullen was niet verplicht. De enquête is door 71 raadsleden en burgerraadsleden ingevuld. Hieronder is per gemeente het responspercentage aangegeven: Breda: 19 respondenten van 39 raadsleden en 24 burgerraadsleden = 30,2% ’s-Hertogenbosch: 16 respondenten van 39 raadsleden en 40 commissieleden-niet raadsleden = 20,3% Oss: 13 respondenten van 37 raadsleden en 16 burgerraadsleden = 24,5% Tilburg: 23 respondenten van 45 raadsleden en 28 burgerraadsleden = 31,5%. Zoals hierboven te zien is, is de enquête niet door alle raadsleden van de vier gemeenten ingevuld. De resultaten van geven wel inzicht in de ervaringen en beelden van raadsleden. De bevindingen uit de enquête zijn meegenomen per gemeente in de gemeentelijke nota’s (het hoofdstuk ‘Rol van de raad’). De raadssessie om de resultaten van de enquête te bespreken, is komen te vervallen vanwege een gebrek aan aanmeldingen. In het algemeen deel is de totale respons verwerkt, dus voor de vier gemeenten gezamenlijk.
1.5. Leeswijzer De rapportage is opgedeeld in drie delen: 1. het algemeen deel met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen 2. een bestuurlijke nota per gemeente waarin de deelvragen op hoofdlijnen worden beantwoord en specifieke conclusies en aanbevelingen voor die specifieke gemeente worden gedaan 3. een nota van bevindingen per gemeente waarin de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt worden. Het normenkader biedt de structuur voor de nota van bevindingen. Dit deel bevat de conclusies en aanbevelingen voor de gemeente ’s-Hertogenbosch en de daaraan ten grondslag liggende nota van bevindingen. De reactie van het college van Burgemeester en Wethouders op dit rapport is bijgevoegd (bijlage 3). In het nawoord (bijlage 4) gaat de rekenkamer in op de collegereactie. De nota van bevindingen is per hoofdstuk steeds volgens dezelfde drieslag opgebouwd: beschrijving, analyse en toetsing op de norm(en). In elke nota gaan we in hoofdstuk 2 in op de kaderstelling van de gemeentelijke en regionale doelen voor de energietransitie. In §2.2. volgt een analyse en in §2.3. sluiten we af met een toetsing op de normen. In hoofdstuk 3 kijken we naar de uitvoering doelrealisatie. In §3.2. volgt een analyse en in §3.3. ronden we af met een toetsing op normen.
In hoofdstuk 4 gaan we in op de positie van de raad, met aandacht voor de informatievoorziening aan de raad en de invulling van de eigen rol. In §4.2. volgt een analyse en we ronden af met een toetsing op de normen in §4.3. In hoofdstuk 5 schetsen we de conclusies en aanbevelingen zoals die gelden voor de desbetreffende gemeente.
7 / 52
1.6. Begrippenlijst Deze begrippenlijst geeft uitleg over de veelgebruikte termen rondom de energietransitie. Aardgasvrij
Een andere energiebron voor opwekking van elektriciteit en warmte in plaats van aardgas. De term wordt meestal gebruikt om aan te geven dat in een woning of wijk geen aardgasaansluitingen (meer) zijn.
Broeikasgassen
Bij de opwekking van energie komen broeikasgassen vrij (uitstoot/emissie) door verbranding van fossiele brandstoffen. Bij energie is dat voornamelijk CO2. Er zijn andere broeikasgassen (methaan, lachgas) die vrijkomen bij andere bronnen, zoals landbouw.
Biomassa
Biomassa verwijst naar alle planten en dieren op aarde (zowel dood als levend). Biomassa is een belangrijke bron voor het opwekken van groene stroom of duurzame warmte. Wanneer we het hebben over energie uit biomassa, dan bedoelen we dus energie uit planten(resten) en dieren(resten).
CO2-neutraal
Uitstoot bij de opwekking en gebruik van energie wordt gecompenseerd door opname van CO2 zodat de netto CO2-emissie nul is.
CO2-uitstoot
CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide CO2 in de lucht. Mensen en dieren stoten CO2 uit. In het verleden werd deze uitstoot gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door bomen en planten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Onder andere omdat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer.
Energieneutraal
Een begrip dat te maken heeft met de opwekking en het gebruik van energie in een bepaald gebouw of bepaald gebied. Als er evenveel energie wordt opgewekt als gebruikt is het gebied of gebouw energieneutraal.
Energiebesparingsplicht
De plicht voor bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Deze plicht is vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Energiecoöperatie
Een groep bewoners die samen duurzame energie opwekken, energie besparen en stappen zetten om de wijk te verduurzamen.
Energietransitie
’s-Hertogenbosch ziet de energietransitie als de overgang van fossiele energie naar hernieuwbare energie waarmee zij een bijdrage levert aan het zoveel mogelijk voorkomen van klimaatverandering.
Hernieuwbare energie
Energie opgewekt met behulp van hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen. De meest voorkomende bronnen in dit rapport zijn windenergie, zonne-energie, biomassa, biogas.
Klimaatakkoord
Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het belangrijkste doel is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn.
Klimaatneutraal
Proces van energieopwekking en -gebruik waarbij geen klimaatverandering optreedt door (netto) emissie van broeikasgassen.
Nationaal Isolatie
Het doel van het Nationaal Isolatie Programma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode
Programma
tot en met 2030. De nadruk ligt daarbij op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label D, E, F en G).
Netcapaciteit
Hoeveel elektriciteit er door een net getransporteerd kan worden.
PJ
Petajoule is een eenheid van energie. 1 petajoule, is voldoende om ongeveer 15.000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien.
8 / 52
Programma Aardgasvrije
In het Programma Aardgasvrije Wijken doen 66 gemeenten mee met de proeftuinen voor
Wijken (PAW)
aardgasvrije wijken. Zij krijgen een bijdrage van de Rijksoverheid om te starten met en gezamenlijk te leren van het aardgasvrij maken van een wijk.
Regionale Energiestrategie
Er zijn 30 Regionale Energiestrategieën in Nederland; 30 regio’s waarin gemeenten, provincies,
(RES)
netbeheerders, waterschappen, bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het opwekken van duurzame energie.
Revolverend fonds
Bij een revolverend fonds wordt geld beschikbaar gesteld voor investeringen met een langere terugverdientijd. De aflossingen van verstrekte leningen vloeien terug in de kas van het fonds, soms inclusief rente. Het fonds vult zichzelf dus weer aan tot (bijna) volledige sterkte.
Transitievisie Warmte
Een visiedocument die elke gemeente moet opstellen voor eind 2021. Hierin staat per wijk een
(TVW)
tijdspad en plan beschreven voor een duurzame oplossing voor de warmtevraag.
TWh
Terawattuur: 1.000.000.000.000 wattuur (tera is miljoen keer miljoen), eenheid van energie.
GWh
Gigawattuur: 1.000.000.000 wattuur (giga is een miljard), eenheid van energie.
Warmtenet
Een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Het warme water verwarmt huizen en andere gebouwen.
Warmtetransitie
De overgang van aardgas naar andere verwarmingsmethoden voor gebouwen. Dit betekent in Nederland dat de warmtevoorziening in zo’n zeven miljoen huishoudens moet worden aangepast.
9 / 52
2. Conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies 2.1.1. Beantwoording hoofdvraag In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren? ’s-Hertogenbosch lijkt geen restopgave te hebben voor de duurzame opwek van elektriciteit, maar dit kan verkeerd uitpakken als de knelpunten niet opgelost worden. De gemeente is sterk afhankelijk van één project, namelijk de Duurzame Polder. Als dit project gerealiseerd wordt, haalt ’s-Hertogenbosch de doelstelling ruim, maar als de knelpunten niet (tijdig) opgelost worden, is de kans klein dat de doelstelling van 0,35TWh gehaald wordt voor 2030. Bovendien is het nog onduidelijk of de dalende lijn die is ingezet in het besparen van elektriciteit en warmte blijft doorzetten. Er zijn afspraken gemaakt over de informatievoorziening over de energietransitie aan de raad, maar dit biedt de raad onvoldoende inzicht om tijdig bij te kunnen sturen. De gemeente ‘s-Hertogenbosch ligt enigszins op koers om de doelen te behalen, voor de opwek van duurzame elektriciteit is dit sterk afhankelijk van één project: de Duurzame Polder.
Het grootste risico hierin is het tijdig oplossen van de netcongestie, maar ook verschillende uitgangspunten tussen Oss en ’s-Hertogenbosch vormen een knelpunt in de realisatie van dit project. Als dit niet lukt vóór 2030 dan wordt het nagenoeg onmogelijk om het doel voor duurzame opwek op tijd te halen. Voor het realiseren van de zonnevelden is een tender uitgezet en zijn projecten geselecteerd voor 50 ha. Ook is een eerste omgevingsvergunning inmiddels verstrekt. Wat betreft energiebesparing is nog onvoldoende helder of de gemeente op koers ligt om dit doel te halen. Er wordt energie bespaard, momenteel ongeveer 6% elektriciteit en 6% warmte. Dit gaat echter niet volgens een lineair proces en besparing van de ene sector (wonen) wordt tenietgedaan door toename van energiegebruik in de andere sector (industrie, energie, afval en water). Net als andere gemeenten is ’s-Hertogenbosch hierin sterk afhankelijk van haar inwoners en is het moeilijk te voorspellen of de ingezette daling doorzet. De warmtetransitie bevindt zich nog in de opstartfase. Er worden stappen gezet in Proeftuin ’t Zand om technieken nader te onderzoeken en de bewoners te betrekken. In alle zeven onderzoeksbuurten worden haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Het is echter moeilijk om te bepalen of de gemeente in lijn ligt met de planning van 13% aardgasvrij voor 2036.
Door het ontbreken van tussentijdse mijlpalen én concrete monitoring van het aardgasvrij maken van woningen is niet met zekerheid te zeggen of ‘s-Hertogenbosch achterblijft met de doelen voor de warmtetransitie. De gemeente wil dit verbeteren door doelen meer SMART te formuleren bij het opstellen van de Transitievisie Warmte 2.0. Daarin wordt beter inzichtelijk gemaakt hoever de gemeente is (en zou moeten zijn) in het aardgasvrij maken van haar woningen. De raad heeft met name de gebruikelijke sturingsmogelijkheden ingezet zoals moties, amendementen en het stellen van schriftelijke vragen. De moties en amendementen zijn met name ingediend bij het vaststellen van de RES NOB, bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte, maar ook bij de uitvoering van grote projecten zoals windproject Duurzame Polder, energiearmoede en het realiseren van de zonnevelden. Het gaat dan met name om het aanscherpen
10 / 52
van randvoorwaarden en het stellen van uitgangspunten, zoals een minimale afstand tussen windturbines en de gebouwde omgeving. Binnenkort start er een raadswerkgroep warmtetransitie met als doel om focus en samenhang aan te brengen in het politieke debat. Na de start zal blijken of dit een waardevolle aanvulling is op de sturingsmogelijkheden van de raad. Wat betreft de aangeleverde informatie vanuit de ambtelijke organisatie is het nog de vraag of de informatie die wordt aangeleverd voldoet aan de informatiebehoefte en sturingsmogelijkheden van de raad. De huidige informatievoorziening vindt plaats volgens afspraak, maar hieruit kan niet goed gehaald worden of de uitvoering van de energietransitie plaatsvindt binnen de gestelde kaders. De informatie biedt de raad daardoor onvoldoende inzicht om tijdig bij te kunnen sturen.
2.1.2. Beantwoording deelvragen Welke doelen en ambities t.a.v. de energietransitie heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch vastgesteld? ’s-Hertogenbosch wil in 2045 klimaatneutraal zijn en zet daarvoor in op de realisatie van onderstaande doelen op regionaal (RES-doelen) en gemeentelijk niveau.
RES-doelen Opwek Besparing
Warmte
0,35TWh (gemeente aandeel)
Gemeentelijke doelen 0,35TWh
11% energie-
11% energie-
besparing tot 2030
besparing tot 2030
0,83TWh opwek
13% gebouwde
duurzame
omgeving aard-
warmte (regio)
gasvrij voor 2030
’s-Hertogenbosch heeft in 2022 in het Bestuursakkoord 2022-2026 aangegeven dat zij in 2045 klimaatneutraal wil zijn. Om daartoe te komen, hebben zij de doelen uit de RES NOB overgenomen. Het gaat dan om 11% energiebesparing in 2030, en om als regio 1,6TWh duurzame opwek van elektriciteit te realiseren en als gemeente 0,35TWh. Het college zet in op 16 windturbines in de Duurzame Polder en 50 hectare zonnevelden daarbuiten om de gevraagde hoeveelheid duurzame elektriciteit op te wekken. Voor warmte heeft ’s-Hertogenbosch een Transitievisie Warmte opgesteld en daarin aangegeven dat zij voor 2036 13% van de gebouwde omgeving aardgasvrij willen maken. Dit wijkt af van de landelijke doelstelling om 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken in 2030. Voor de uitvoering hiervan is één startbuurt geselecteerd en zeven onderzoeksbuurten. Vanuit de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019 wordt ingezet op de samenhang tussen de verschillende doelen, door de volgende vier ambities te stellen: 1. Groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving 2. Een CO2-neutrale gemeente 3. Het voorkomen van afval en hergebruik van grondstoffen 4. Duurzame mobiliteit. Er wordt gewerkt aan deze doelen in de periode tot 2030. Voor de periode daarna zijn er nog geen doelen gesteld. Dit ontbreekt zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau.
Hier worden langzamerhand gesprekken over opgestart binnen de RES NOB. Zo wordt er gewerkt aan een nieuwe samenwerkingsstrategie voor de regio 1. Momenteel voeren alle gemeenten hun eigen aandeel in de opgave van de RES NOB uit. Voor de doelen na 2030 is deze strategie niet
1
Raadsinformatiebrief Nieuwe samenwerkingsstrategie RES NOB, vastgesteld 9 mei 2023
11 / 52
langer haalbaar voor ’s-Hertogenbosch, o.a. vanwege netcongestie en de beperkte ruimte die de gemeente heeft met name voor het duurzaam opwekken van energie. Aan de andere kant hebben kleinere gemeenten behoefte aan meer samenwerkingscapaciteit i.p.v. het apart uitvoeren van doelen. Voldoende redenen om de samenwerkingsstrategie tegen het licht te houden en vooruit te gaan kijken naar doelen en ambities ná 2030. Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie, die zijn opgenomen in het meest recente Bestuursakkoord van ’s-Hertogenbosch, zich tot de ambities opgenomen in de RES? De gemeentelijke doelen voor het opwekken van duurzame elektriciteit en energiebesparing zijn gelijk aan de RES NOB. De doelen voor warmte verschillen. In de RES NOB is een doel gesteld voor de opwek van duurzame warmte, het gemeentelijke doel is om 13% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Het meest recente bestuursakkoord van ’s-Hertogenbosch is in 2022 opgesteld, net na het vaststellen van de RES NOB in 2021. Daardoor heeft het college de mogelijkheid gehad om de ambities voor de energietransitie in ’s-Hertogenbosch bij te stellen aan de regionale ambities.
Waar in het vorige bestuursakkoord 2018-2022 de doelen nog van elkaar verschilden, zijn de doelen uit het bestuursakkoord 2022-2026 voor duurzame opwek van elektriciteit en energiebesparing gelijk aan de doelen uit de RES NOB. Wat betreft warmte zijn er geen warmtebronnen met regionale potentie, dit betekent dat er geen bronnen zijn die over gemeentegrenzen heen geëxploiteerd kunnen worden. De gemeenten in de regio hebben daarom in hun eigen Transitievisie Warmte aangegeven hoe zij hun gebouwde omgeving aardgasvrij gaan maken en met welke bronnen. Ook ’s-Hertogenbosch heeft aangegeven dat zij 13% van de gebouwde omgeving aardgasvrij willen maken voor 2030, maar niet hoeveel duurzame warmte opwek hiervoor nodig is. In de RES NOB is wél aangegeven hoeveel duurzame warmte er opgewekt moet worden voor 2030. Ligt ’s-Hertogenbosch op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te halen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? ’s-Hertogenbosch ligt voor het realiseren van het doel voor duurzame opwek van elektriciteit enigszins op koers om 0,35TWh op te wekken voor 2030. De gemeente plaatst zich in een kwetsbare positie door vol in te zetten op het realiseren van windproject Duurzame Polder en geen grote alternatieve projecten te hebben behalve 50 hectare zonnevelden.
Er wordt gekozen voor een “alles of niets”- aanpak. Voor energiebesparing en warmte is een daling ingezet, maar er is een versnelling nodig om de doelen voor 2030 te halen. In onderstaande tabel zijn de meest recente monitoringsresultaten voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing weergegeven.
Opwek
RES-doelen
Gemeentelijke doelen
Realisatie
0,35TWh (gemeente aandeel)
0,35TWh
0,089TWh
Besparing
11% energiebesparing tot 2030
11% energiebesparing tot 2030
6% elektriciteit bespaard
Warmte
0,83TWh opwek duurzame warmte (regio)
13% gebouwde omgeving aardgasvrij voor 2030
6% warmte bespaard
Pijplijn
Prognose buiten pijplijn
Restopgave
0,341TWh
-
-
Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk
Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk
Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk Voortgang niet kwantitatief inzichtelijk
Als alle projecten in de pijplijn gerealiseerd worden dan komt de gemeente 20% hoger uit (op 0,43TWh) dan het beoogde doel van 0,35TWh. Hierbij wordt wel rekening gehouden met mogelijke planuitval. En aangezien de gemeente de ambitie heeft om in 2045 klimaatneutraal te zijn, is het noodzakelijk om ná 2030 meer duurzame elektriciteit op te wekken dan 0,35TWh. Het grootste risico voor het behalen van dit doel is het tijdig realiseren van het benodigde hoofdstation om de netcongestie op te lossen. Als het niet lukt om de netcongestie voor 2030 op te lossen, dan haalt ’s-Hertogenbosch het niet om 0,35TWh duurzame elektriciteit op te wekken voor 2030. Een ander knelpunt is het uitgangspunt van gemeente Oss in het windproject Duurzame Polder dat er minimaal 2 km tussen de windturbines
12 / 52
en de bebouwde kom wordt gerealiseerd. ’s-Hertogenbosch heeft deze ruimte niet voor de 16 beoogde windturbines en het is moeilijk om uit te leggen aan bewoners dat er binnen hetzelfde project twee verschillende afstanden worden aangehouden tussen de turbines en de gebouwde omgeving. Tot nu toe heeft ’s-Hertogenbosch ongeveer 6% elektriciteit bespaard blijkt uit de RES-monitor van april 2022. De CO2monitor van 2021 laat een afname van 21% in CO2-uitstoot zien. Het besparen van energie en CO2 gaat niet in een lineaire lijn en daarom is moeilijk te zeggen of de ingezette besparing doorzet voor de komende jaren. Er is onvoldoende inzicht in de doelrealisatie om te bepalen of het energiebesparingsdoel voor 2030 gehaald wordt. De gemeente is hierin ook sterk afhankelijk van haar bewoners, organisaties en bedrijven en hun inzet in het besparen van energie. Het is een aandachtspunt om voldoende in te zetten op het blijven stimuleren van energiebesparing bij alle doelgroepen. Ook voor warmte is het moeilijk te bepalen of de gemeente op schema ligt met het behalen van de doelen. De warmtetransitie zit nog meer in de opstartfase waarin veel ontwikkeld en gepionierd wordt, maar waarin nog minder duidelijk kwantitatieve resultaten te zien zijn. ’s-Hertogenbosch heeft afwijkend van de nationale doelen het doel gesteld om in 2030 13% van de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken.
Een afwijkend doel schept de verwachting dat dit wél haalbaar is, terwijl er onvoldoende inzicht is in de doelrealisatie om dit te bepalen. Er wordt met het opstellen van de TVW 2.0 gekeken naar het meer SMART formuleren van de doelen waarop scherper gerapporteerd kan worden zodat dit beter inzichtelijk wordt. Uit de raadsstukken blijkt nu niet duidelijk in welke fase de startbuurt en de onderzoeksbuurten zich exact bevinden. Ook zijn er weinig tussentijdse mijlpalen vastgesteld, zowel voor energiebesparing als voor de warmtetransitie. Als er projectmatig gewerkt wordt, is het met tussentijdse mijlpalen makkelijker om bij te houden of het doel op koers ligt om gerealiseerd te worden. Zonder gedefinieerde mijlpalen waar tussentijds aan getoetst kan worden of het project nog volgens planning loopt, is de voortgang meer een inschatting dan bepaald aan de hand van objectieve factoren. Aanvullend is er door ‘s-Hertogenbosch geen doel gesteld voor het duurzaam opwekken van warmte, zoals regionaal wel gedaan is voor Noordoost-Brabant, waardoor de doelrealisatie voor dit deel van de opgave niet inzichtelijk kan worden gemaakt. Qua financiën zijn er op hoofdlijnen geen duidelijke afwijkingen te zien in de jaarrekening en het jaarverslag van 2022 voor de energietransitie-doelen. Deze worden voor de raad met name op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt.
In het jaarverslag 2022 vallen deze doelen onder Milieu Respecterende Ontwikkelingen. Voor de concrete projecten Duurzame Polder, Proeftuin ’t Zand en de Transitievisie Warmte is voor de raad niet apart inzichtelijk gemaakt welke bedragen besteed of nog beschikbaar zijn voor de realisatie van de doelen. In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat de raad bij het vaststellen van de jaarstukken de budgetoverheveling per project goedkeurt. Naast middelen die door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld, zijn er ook op Rijksniveau subsidies toegekend of middelen toegewezen. Dit biedt meer ruimte in de realisatie van de doelen. Uit de interviews is gebleken dat het echter een uitdaging is om de organisatie van projecten goed in te richten en de daarbij behorende capaciteit te vinden. In de huidige krappe arbeidsmarkt is het voor ’s-Hertogenbosch al een uitdaging om voldoende mensen te vinden en dit is waarschijnlijk nog lastiger voor kleinere gemeenten. Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad gerapporteerd? Er is afgesproken dat op hoofdlijnen de resultaten in de energietransitie gerapporteerd worden in de P&Ccyclus, aanvullend wordt een duurzaamheidsjaarverslag aangeleverd bij de raad met specifieke voortgangsinformatie over de doelen voor de energietransitie.
Op regionaal niveau levert de RES NOB een jaarlijkse monitoring over het duurzaam opwekken van elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing. ’s-Hertogenbosch heeft verschillende manieren om de voortgang van de doelrealisatie in beeld te brengen. Allereerst wordt er over de doelen gerapporteerd in de reguliere P&C-cyclus met een jaarlijkse begroting waarin energietransitie
13 / 52
is opgenomen, een voorjaarsnota, een najaarsrapportage en een jaarverslag. Dit gaat vooral over de resultaten op hoofdlijnen. Verdiepende informatie wordt gerapporteerd in het jaarlijkse duurzaamheidsverslag van de gemeente. Hierin wordt de realisatie van de vier overkoepelende ambities uit de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019 gemonitord en toegelicht, dit omvat ook de doelen voor het duurzaam opwekken van elektriciteit en energiebesparing. Vanuit de RES NOB wordt er jaarlijks gemonitord op duurzaam opwekken van elektriciteit, energiebesparing en warmtebesparing voor de gehele regio en per gemeente. Dit wordt met een begeleidende memo doorgestuurd naar de gemeenteraad. Daarnaast is er eenmalig een rapport uitgebracht over de CO2-voetprint in 2019. Voor warmte is tot nu toe vooral via raadsinformatiebrieven geïnformeerd over de voortgang. Dergelijke brieven worden ook gebruikt om te informeren over eventuele knelpunten zoals netcongestie. Er wordt nog niet kwantitatief gerapporteerd over de warmtetransitie. Met de ontwikkeling van de TVW 2.0 wordt beoogd om doelen meer SMART te formuleren voor de warmtetransitie zodat hierover ook scherper gerapporteerd kan worden. Dit kan de raad in de nabije toekomst verwachten. Ondertussen is er ook een jaarlijkse rapportage over de CO2-impact in ontwikkeling.
Dit biedt de kans om een overzichtelijke monitor op te zetten waar in één oogopslag te zien is, welke resultaten er voor de verschillende doelen van duurzaam opwekken van elektriciteit, energiebesparing en warmte gerealiseerd zijn. Welke sturings- en controlemogelijkheden heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch in het kader van de gemeentelijke ambities t.a.v. energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit? De raad kan door de huidige invulling van de informatievoorziening beperkt sturen op budgetten of planningen, vooral voor de doelen op energie- en warmtebesparing is dit nog onvoldoende inzichtelijk. De raad stuurt daarom vooral globaler op de doelrealisatie. Dit doet hij vooral door het indienen van moties en amendementen. Er zijn meerdere sturingsinstrumenten die de raad kan inzetten bij de energietransitie, zoals het indienen van moties of amendementen bij raadsvoorstellen, het stellen van (technische) raadsvragen, het opstellen van discussienotities en het organiseren of bijwonen van raadsbijeenkomsten, hearings en werkbezoeken. De bijeenkomsten en bezoeken kunnen op verzoek van de raad georganiseerd worden, maar ook vanuit de ambtelijke organisatie geïnitieerd worden om samen met de raad meer kennis op te doen of te delen over specifieke onderwerpen.
Uit de raadsstukken valt op te maken dat er vooral wordt ingezet op moties en amendementen. Bij het vaststellen van de Transitievisie Warmte zijn er vijf moties aangenomen vanuit de raad, met o.a. als doel om de uitvoering van de TVW concreet te maken, prioriteit te geven aan isoleren en energie besparen en het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek om gebruik te maken van restwarmte. Daarnaast is er een amendement ingediend om extra budget te besteden aan communicatie en participatie in de warmtetransitie. Voor het opwekken van duurzame energie zijn er minder moties aangenomen, namelijk één motie over een extra tussenrapportage voor de RES-resultaten, één motie over het selecteren van initiatieven voor ongeveer 50 hectare zonnevelden en drie moties in relatie tot windturbines. Bij het realiseren van windturbines vindt de raad het belangrijk dat de lusten lokaal verdeeld worden 2 en daarom geeft hij uitgangspunten mee voor het organiseren van financiële participatie. Ook moet er rekening worden gehouden met het ruimtelijk en landschappelijk inpassen van windturbines, met oog voor natuur en voldoende afstand tot woonkernen, ongeveer 1 km. Daarnaast heeft de raad ook aangegeven meer te willen sturen op de impact van de maatregelen op CO2-uitstoot en daarom is er besloten om een CO2-monitor op te gaan zetten om hier jaarlijks over te kunnen rapporteren.
In de ambtelijke interviews is aangegeven dat de raad merkbaar een ontwikkeling heeft doorgemaakt in de afgelopen twee raadsperiodes. Voorheen stelde de raad regelmatig voor om bepaalde onderwerpen nader te laten onderzoeken, maar naarmate de kennis over de energietransitie bij de raadsleden is toegenomen, is de vraag naar onderzoeken afgenomen.
2
Motie De lusten van Bossche windmolens lokaal verdelen, aangenomen 31 januari 2023
14 / 52
Bovendien is de raad bezig met het inrichten van raadswerkgroepen op specifieke onderwerpen. Deze vallen onder de strategische agenda. Binnen deze agenda is een aantal hoofddossiers geselecteerd waarvoor een speciaal politiek proces wordt georganiseerd, met als doel om focus en samenhang aan te brengen in het politieke debat. Het onderwerp van één van de raadswerkgroepen is de warmtetransitie, omdat verwacht wordt dat dit een onderwerp is dat veel discussie op zal roepen. Bovendien is er binnen de warmtetransitie nog het e.e.a. uit te zoeken en kan de inbreng van de raad daar nog relatief groot zijn. De werkgroep gaat binnenkort van start en dan zal blijken of dit een waardevolle aanvulling is op de sturingsmogelijkheden van de raad. Wat kunnen de gemeenteraden ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie van elkaar leren? Wat kunnen andere gemeenten leren van ’s-Hertogenbosch? ’s-Hertogenbosch is vroeg begonnen met het gesprek over de mogelijkheden voor wind- en zonne-energieprojecten. Door het opstellen van een Visie Energielandschap is direct gestart met het bespreken van mogelijke locaties voor wind- en zonne-energieprojecten en onder welke voorwaarden de gemeente dit mogelijk wil maken. De uitspraak van de raad om voor het realiseren van windturbines te gaan, heeft hierin sterk bijgedragen.
Op deze manier was voor alle partijen direct duidelijk waar zij aan toe waren en is er later in het proces geen tijd meer verloren gegaan aan discussies hierover. De raad beaamt ook de positieve invloed van de vooruitstrevendheid van de gemeente en de relatieve vaart die er in een aantal projecten zit. Ook waardeert hij het dat er concrete plannen worden uitgevoerd en de raad hier periodiek over geïnformeerd wordt. Dit is van belang voor de transparantie, het houden van overzicht en het draagvlak onder inwoners. Door het gelijk trekken van de gemeentelijke doelen voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmte met de doelen van de RES NOB is voor alle partijen duidelijk waar ’s-Hertogenbosch op inzet, zowel intern als extern. De gemeentelijke organisatie weet concreet wat ze moet realiseren de komende periode en kan scherp formuleren welke acties nodig zijn om daartoe te komen. Om nog meer helderheid te creëren, start de gemeente alvast de gesprekken over doelen voor de periode na 2030. Dit is zeer verstandig gezien de huidige knelpunten inzake netcongestie, de krappe arbeidsmarkt en de schaarse ruimte, zodat hier tijdig rekening mee gehouden kan worden. Het is belangrijk om inzichtelijk te krijgen welke impact projecten hebben op opwek, energiebesparing, warmte of CO 2uitstoot.
Dan wordt duidelijk welke projecten cruciaal zijn om te realiseren en kan daar extra aandacht aan besteed worden. In ’s-Hertogenbosch wordt voor duurzame opwek van elektriciteit met name gefocust op windpark Duurzame Polder. Als het gerealiseerd wordt, maakt de gemeente in één keer een grote slag in het realiseren van de opgave duurzame opwek van elektriciteit. Door de omvang van het project hangt er veel van af, maar als het project slaagt, is het heel effectief. Ten slotte heeft ’s-Hertogenbosch een stevige samenwerking met woningcorporaties ingericht door het sluiten van een duurzaamheidsakkoord. Dit zijn afspraken over het besparen van energie en het verduurzamen van woningen van woningcorporaties en gespikkeld bezit. Als gemeente is dit één van de weinige mogelijkheden om te kunnen sturen op energiebesparing in vastgoed waarvan de gemeente géén eigenaar is. Door deze afspraken weet de gemeente wat zij kan verwachten van haar woningcorporaties en kan zij hierop sturen. Wat kan ’s-Hertogenbosch leren van de andere gemeenten? Van elke gemeente noemen we een aantal best practices die zijn opgevallen of benoemd in de interviews gedurende het onderzoek. Het is aan de desbetreffende gemeente om te bepalen of en welke best practice zij eventueel overnemen.
15 / 52
Breda De klimaatbegroting kan een goed instrument zijn voor andere gemeenten. Het geeft namelijk direct zicht op de acties en maatregelen die rondom de opgave moeten worden gerealiseerd. Klimaat is in de gehele organisatie verweven en komt op alle plekken terug. Een apart document kan de inzichtelijkheid in deze grote opgave versterken. De integraliteit van de opgave wordt verder geborgd doordat er wordt gewerkt met een regieteam, waarin ambtenaren uit meerdere domeinen samenkomen. Oss Door de doelen van de RES NOB als leidend te bestempelen voor de gemeentelijke doelen voor opwek van duurzame elektriciteit, energiebesparing en warmte is voor alle partijen duidelijk waar Oss op inzet, zowel intern als extern. De gemeentelijke organisatie weet concreet wat ze moeten realiseren de komende periode en kan scherp formuleren welke acties nodig zijn om daartoe te komen. Gemeente Oss is vroeg gestart met het realiseren van de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit. Op deze manier heeft de gemeente voldoende tijd gehad om het gesprek te voeren over wind- en zonne-energieprojecten, en onder welke voorwaarden de gemeente mogelijkheden zag om dit te realiseren. Een belangrijke voorwaarde voor de gemeente is bijvoorbeeld om bij zonnevelden geen initiatieven te stimuleren die gebruik willen maken van primaire landbouwgronden.
In plaats daarvan ligt de focus op reststroken en gemengde gronden waar sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Door dit vroegtijdig duidelijk te maken, zijn er al meerdere zonneveldprojecten in een gevorderde fase. Met name de vergunningenprocedures nemen veel tijd in beslag voor wind- en zonneenergieprojecten waar in Oss voldoende tijd voor is door de tijdige start. Voor het besparen van energie is een gemeente grotendeels afhankelijk van haar inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is daarom belangrijk om deze doelgroepen goed te stimuleren om aan de slag te gaan met energiebesparing. Oss heeft binnen de campagne ‘Oss schakelt door’ meerdere laagdrempelige acties opgezet om energiebesparing te stimuleren. Zo voert de gemeente keukentafelgesprekken met bewoners over wat zij in hun huis kunnen doen, organiseren ze voucheracties, zetten ze duurzaamheidsleningen op en worden er inkoopacties t.b.v. isolatie en warmtepompen opgezet. Ook is er een energieloket ingericht specifiek voor bewoners én specifiek voor bedrijven. Door dichtbij de doelgroep te komen, vergroot de gemeente de kans dat haar inwoners energie gaan besparen. Aanvullend op de laagdrempelige acties zet Oss ook in op verschillende kanalen om deze doelgroepen te bereiken.
Door niet alleen de gedrukte pers in te zetten en informatieavonden te organiseren, maar ook Twitter, Instagram en Facebook te gebruiken, vergroot Oss haar bereik. Uit een enquête onder haar inwoners is het succes van deze aanpak gebleken. Tilburg De gemeente werkt met een programma waarin overzichtelijk is opgenomen welke projecten worden uitgevoerd en wat de invloed hiervan is op de projecten. Daarmee kan je prioriteren als gemeente: eerst dit project met veel impact, en dan pas dit project. Zo is het ook mogelijk voor de organisatie om de beperkte capaciteit en expertise efficiënt en effectief in te zetten. De wijze van monitoring maakt dat de raad regelmatig kan inzien hoe de gemeente er voorstaat, in plaats van één keer per jaar. In Tilburg is de opgave van de regio niet vertaald naar de gemeenten. In de andere drie gemeenten is dat wel gedaan. Beide aanpakken hebben voordelen en nadelen. Het nadeel van een gemeentelijke opgave is dat gemeenten zich soms terug kunnen trekken op eigen grondgebied, of lastig kunnen uitleggen waarom in de ene gemeente de energietransitie anders vorm krijgt dan in de andere gemeente. Het voordeel van een gemeentelijke opgave is dat iedere gemeente weet waar zij aan toe is. Breda, ’s-Hertogenbosch en Oss, die ieder een lokale opgave hebben vanuit
16 / 52
de RES, kunnen wel een regionaal ontwikkelbedrijf gebruiken om toch over gemeentegrenzen heen projecten te realiseren. Zoals Tilburg dat in de toekomst ook wil doen.
2.2. Aanbevelingen Op basis van de bovenstaande conclusies doen wij de volgende aanbevelingen: 1. Verzoek het college inzicht te geven in de stappen die (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing en warmtetransitie te halen en deze uiterlijk in 2024 aan de raad voor te leggen. Voor energiebesparing en de warmtetransitie heeft de gemeente nog niet scherp of zij de doelen gaat halen met de huidige projecten. De raad zou het college moeten verzoeken om zo spoedig mogelijk in beeld te brengen wat er nodig is om deze doelen te behalen en daarbij onderscheid te maken tussen de verschillende doelgroepen: bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De gemeente geeft aan te willen gaan werken met een CO 2monitor waarin per project berekend kan worden welk effect dit heeft op de CO 2-uitstoot zodat hier beter op gestuurd kan worden. Wij bevelen aan om een dergelijke monitor in te richten en daarbij ook scherp te krijgen of de doelen voor energiebesparing en warmte, maar ook opwek duurzame elektriciteit, gerealiseerd worden. Dan kan prioriteit gegeven worden aan projecten met de meeste impact op de doelen en komt duidelijk in beeld wanneer de projecten onvoldoende zijn om de doelen te realiseren. 2.
Verzoek het college concrete doelen te formuleren over een aanvullende bijdrage in de RES-regio en deze uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Als alle projecten in de pijplijn van ’s-Hertogenbosch voor het duurzaam opwekken van elektriciteit worden gerealiseerd, wekt de gemeente meer duurzame elektriciteit op dan nodig voor haar aandeel in de RES NOB. Zowel het college van ’s-Hertogenbosch als andere gemeenten geven aan dat ’s-Hertogenbosch meer wil realiseren dan haar eigen opgave. Deze aanvullende bijdrage is echter niet vastgelegd in concrete doelen en besluitvorming. Als de raad dit inderdaad wil dan zou het college hiervoor concrete doelen moeten formuleren en deze aan de raad moeten voorleggen. Immers, wanneer er nu een project uit de pijplijn niet gerealiseerd wordt en deze niet essentieel is voor het behalen van het aandeel duurzame opwek van elektriciteit, is er geen reden om een alternatief project te ontwikkelen. ’s-Hertogenbosch maakt zich daarmee afhankelijk van externe factoren of de gemeente levert een aanvullende bijdrage aan het doel van de RES-regio in plaats van zelf de regie te houden. Meer doen dan afgesproken is op zich positief, als dit het behalen van de regionaal en lokaal afgesproken doelen niet in de weg staat.
Wij bevelen de raad daarom aan – als hij hier inderdaad op in wil zetten - om op voorstel van het college concrete doelen te stellen voor een aanvullende bijdrage in het duurzaam opwekken van elektriciteit in de RES-regio. 3. Verzoek het college om uiterlijk in 2024 een voorstel over de informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project aan de raad voor te leggen. Financiële informatie en planningen op projectniveau zijn momenteel niet inzichtelijk voor de raad. Nu hoeft de raad geen detailinformatie over faseringen en financiën te ontvangen, maar een globaal beeld kan de raad wel helpen om te controleren en eventuele besluiten te nemen. Welke tussentijdse resultaten kan de raad verwachten? Welke budgetten worden daarvoor besteed en is dat binnen de gestelde kaders of is extra budget nodig? Wat kost het om de CO2-besparing te realiseren? Het ontbreken van inzicht in het uitvoeren van de projecten binnen de financiële kaders en een planning zonder tussentijdse mijlpalen maakt het moeilijk om te bepalen of er sturing nodig is. Om dit mogelijk te maken, raden wij het college aan om op korte termijn een voorstel voor te bereiden en met de raad duidelijke afspraken te maken over welke financiële informatie op detailniveau van planning gedeeld
17 / 52
wordt met de raad. Om te kunnen contoleren op de voortgang in verschillende projecten is een planning met tussentijdse mijlpalen essentieel. 4. Verzoek het college om uiterlijk in 2024 met de raad afspraken te maken over de implementatie van en sturingsmogelijkheden met de nieuwe CO2-monitoringssystematiek. De ambtelijke organisatie is al van plan om de monitoring van de CO2-reductie die maatregelen opleveren zelf op te gaan pakken, zodat projecten met de meeste CO2-impact prioriteit kunnen krijgen op verzoek van de raad. Ook kan deze nieuwe systematiek duidelijk maken welke stappen nog gezet moeten worden om een CO 2-neutrale gemeente te worden en duidelijk te krijgen op welke stappen de gemeente invloed heeft. Wij raden de raad aan het college te vragen om in de implementatie te borgen dat deze monitor ook aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad voldoet. Ook is het belangrijk om duidelijk te krijgen welke (bij)sturingsmogelijkheden de nieuwe monitoringssystematiek bevat en te bespreken met de raad of dit voldoende is. De monitor moet op gezette tijden aan de raad worden voorgelegd. 5. Beheers het risico van het windproject Duurzame Polder en verzoek het college om nog voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met Oss in gesprek te gaan over de verschillende uitgangspunten over de afstandsnorm in de Duurzame Polder.
‘s-Hertogenbosch zet voor de opwek van duurzame elektriciteit vol in op het realiseren van de duurzame polder. Dat is een keuze, die mede gemaakt is omdat er bestuurlijk geen alternatieven mogelijk worden geacht. Toch dringt in het onderzoek de vraag zich op: wat als de duurzame polder niet lukt? Het antwoord op die vraag is deels speculatief, maar in elk geval kan ’s-Hertogenbosch in dat geval haar bijdrage aan de RES niet leveren. Wij adviseren daarom om het risico van niet realiseren van de duurzame polder goed te beheersen. Dat is op de langere termijn een opdracht aan het college om de verwachtingen bij de partners, waaronder de provincie, te managen. Immers het eventueel niet realiseren mag in 2030 niet als een verrassing komen. Op de kortere termijn betekent dat het - verder - opbouwen van een ‘verantwoordingsdossier’. Daarmee bedoelen wij het vastleggen van alle inspanningen, alle risico’s en alle besluiten, ook van de raad, rondom dit project. Vraag het college om hierover periodiek te rapporteren opdat de raad eventueel tijdig kan bijstellen en waar nodig kan besluiten over te nemen risico’s en beheersmaatregelen. Betrek hierbij in elk geval het hanteren van verschillende afstandscriteria door ‘s-Hertogenbosch en Oss. Momenteel hanteert de gemeente Oss het uitgangspunt dat er minimaal 2 km afstand tussen de windturbines in de Duurzame Polder en de bebouwde kom komt.
’s-Hertogenbosch heeft aangegeven dat zij sturen op minimaal 1 km. Over het algemeen leveren windturbines en de afstand tot woningen weerstand op onder inwoners. Twee verschillende afstandsnormen in hetzelfde windproject is voeding voor dergelijke discussies – nog afgezien van de bestuurlijke en juridische onduidelijkheid - en zou daarom zo veel als mogelijk voorkomen moeten worden. Wij raden aan om uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met gemeente Oss in gesprek te gaan om zo mogelijk de bestaande onduidelijkheid op te heffen. Wij raden aan te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot één afstandsnorm te komen, of twee afstandsnormen juridisch gezien naast elkaar kunnen bestaan en te onderzoeken welke bestuurlijke en juridische gevolgen een verschillende afstandsnorm kan hebben. 6. Verzoek het college om meer prioriteit te geven aan de doelen en samenwerking voor de opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 en het oplossen van de netcongestie die daarmee samenhangt. Zet in verband hiermee in op voortzetting van de RES-samenwerking ook na 2030. Geïnterviewden geven aan dat er gesprekken gestart zijn over het stellen van doelen voor opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030.
Dit wordt binnen de RES-regio gedaan door het herijken van de samenwerkingsstrategie, maar het betekent ook dat ’s-Hertogenbosch zelf nu alvast aan de slag gaat. Na 2030 zal de vraag naar elektriciteit toenemen, zeker voor een stad als ’s-Hertogenbosch. Gezien de huidige netcongestie, de
18 / 52
schaarse ruimte en de krappe arbeidsmarkt is het essentieel om nu alvast voor zover mogelijk voor te sorteren op de periode na 2030. Wij bevelen de raad aan om het college te verzoeken hier prioriteit aan te geven en in RESverband en in de gemeente zelf alvast de trends en knelpunten in ogenschouw te nemen. Het belangrijkste knelpunt is netcongestie, één van de grootste risico’s in het realiseren van het windproject Duurzame Polder. Daarom is het essentieel dat op voorstel van het college van ’s-Hertogenbosch duidelijke afspraken worden gemaakt en besluiten worden genomen over alle acties die het college zelf kan ondernemen om netcongestie op te lossen. Te denken valt aan afspraken en samenwerking met netbeheerders en het vergunningentraject. Het is belangrijk om duidelijk te krijgen wat de consequenties zijn als netcongestie niet voor 2030 wordt opgelost en welke gevolgen dit heeft voor de doelrealisatie.
19 / 52
3. Kaderstelling In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de kaders die zijn gesteld voor de energietransitie. Daarbij gaat het om de doelstellingen en ambities van de gemeente en de RES-regio, de uitwerking hiervan in acties en maatregelen, de financiële kaders die zijn gesteld en de afspraken die zijn gemaakt met de raad over informatievoorziening. Het hoofdstuk is opgebouwd in drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de kaders (paragraaf 1), de analyse aan de hand van de documenten en interviews (paragraaf 2) en tot slot de toetsing aan de normen (paragraaf 3).
3.1. Kaderstelling 3.1.1. Ambities en doelen Gemeentelijke doelen De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft in verschillende stukken ambities en doelen geformuleerd voor de energietransitie. Als eerste komt uit het Bestuursakkoord 2022-2026 naar voren dat ‘s-Hertogenbosch in 2045 klimaatneutraal wil zijn3: ‘We versnellen onze ambitie van klimaatneutraliteit in uiterlijk 2050 naar uiterlijk 2045’. Om dit te bereiken wil de gemeente een forse investering doen in energiebesparing en het opwekken van schone energie: ’s-Hertogenbosch wil 16 windturbines realiseren in de Duurzame Polder en 50 hectare zonnevelden. Het aantal hectare zonnevelden is bijgesteld in het Bestuursakkoord van 2022-2026. In de Visie Energielandschap van 2020 is in eerste instantie aangekondigd dat er 100 hectare aan zonnevelden gerealiseerd zou worden4. Ten tweede heeft de gemeente voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving een Transitievisie Warmte opgesteld. Hierin volgt zij een tweesporenaanpak met een opgavegerichte aanpak en een gebiedsgerichte aanpak. In de gebiedsgerichte aanpak wordt gewerkt aan het aardgasvrij maken van 13% van de gebouwde omgeving voor 2036 5. Ten slotte heeft ’s-Hertogenbosch in de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch 2019 ook doelen opgenomen die breder zijn dan energie opwek, warmte en energiebesparing6.
Het gaat om de ambities voor een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving, een CO2-neutrale gemeente, het voorkomen van afval en hergebruik van grondstoffen en duurzame mobiliteit. Regionale doelen en aansluiting De gemeente ’s-Hertogenbosch maakt onderdeel uit van de RES-regio Noordoost-Brabant (RES NOB). In dit verband zijn er afspraken gemaakt over de op te wekken hoeveelheid duurzame elektriciteit, energiebesparing en het opwekken van duurzame warmte. In de RES NOB is tot doel gesteld dat de regio 49% CO2-reductie wil realiseren, middels 11% energiebesparing (1,1% per jaar) in 2030 en 21% in 2050. Daarnaast gaat de regio 1,6TWh hernieuwbare elektriciteit bijdragen aan de landelijke opgave van 35TWh7. Daarbij gaat de regio uit van 0,4 TWh aan ‘pijplijnprojecten’, 0,4 TWh aan grootschalige zon-op-dakprojecten, 0,7 TWh aan wind en zon-op-veld en 0,1 TWh is reeds gerealiseerd. Wat
3
Bestuursakkoord 2022-2026
4
Visie Energielandschap, vastgesteld 7 juli 2020
5
Transitievisie Warmte, vastgesteld 7 december 2021
6
Nota Duurzaam ‘s-Hertogenbosch, vastgesteld 2 juli 2019
7
RES Noordoost-Brabant, vastgesteld 18 mei 2021
20 / 52
betreft warmte wordt er gestreefd naar het opwekken van 3PJ duurzame warmte in 2030, als opmaat naar 12,2PJ in 2050. Bovenstaande doelen vertalen zich voor gemeente ’s-Hertogenbosch in 0,35TWh opwek van duurzame elektriciteit, daarvan is reeds 0,05 TWh gerealiseerd en zit 0,06 TWh in de pijplijn (Klimaatmonitor 2020). De gemeente heeft reeds 3,6% energiebesparing gerealiseerd (Klimaatmonitor 2020). Voor de regio Noordoost-Brabant zijn er geen warmtebronnen in beeld met bovengemeentelijke potentie. Dit betekent dat er geen warmtebronnen zijn die in meerdere gemeenten gebruikt kunnen worden voor het verwarmen van gebouwen.
3.1.2. Acties en maatregelen Uitwerking in acties en maatregelen Om de gemeentelijke doelen te bereiken, is in het Bestuursakkoord 2022-2026 opgenomen dat de gemeente aan de slag gaat met duurzame energieopwekking. Hiervoor gaat de gemeente 50 hectare aan zonnevelden buiten de Duurzame Polder realiseren en 16 windturbines in de Polder, met een gebiedsfonds om de lusten ten goede te laten komen van de omwonenden. Hiermee geeft ’s-Hertogenbosch ook invulling aan de doelen voor duurzame opwek uit de RES NOB, maar de verantwoordelijkheid voor uitvoering ligt bij de gemeente. Voor het realiseren van het windpark in de Duurzame Polder werkt ’s-Hertogenbosch samen met de gemeente Oss. Aanvullende kaders en randvoorwaarden voor het realiseren van windturbines en zonnevelden in ’s-Hertogenbosch zijn uitgewerkt in de Visie Energielandschap. Het gaat dan o.a. om 50% lokaal eigendom en landschappelijke inpassing8. Daarnaast gaat de gemeente de komende jaren aan de slag met het realiseren van grootschalige zonne-energieopwekking op bedrijfsdaken. Ook gaat de gemeente aan de slag met een klimaatbos. Energiearmoede wordt aangepakt door energiefixers9. In het Bestuursakkoord 2022-2026 is aangegeven dat er voor leningen t.b.v.
energiebesparende maatregelen aan inwoners en het MKB een revolverend Energiebesparingsfonds (afbetalingen en rente worden weer teruggestort in het fonds) wordt gecreëerd. Vanwege de invoering van lage rente leningen door het Nationaal Warmtefonds is het niet effectief om een dergelijk fonds ook vanuit de gemeente in te gaan richten10. Met woningcorporaties wordt in het duurzaamheidsakkoord de energiebesparingsafspraken aangescherpt. Dit is essentieel voor het verduurzamen van het eigen bezit van woningcorporaties, maar ook voor het gespikkelde bezit (zowel particuliere woningen als corporatiewoningen)11. Er zijn plannen van aanpak opgesteld voor een aantal acties, zoals het windpark Duurzame Polder, de zonnevelden, het verduurzamen van bedrijventerreinen, de startbuurt ’t Zand en energiearmoede. Voor het aardgasvrij maken van wijken is een tweesporenaanpak uitgewerkt. In de opgavegerichte aanpak worden woningeigenaren en woningcorporaties gestimuleerd om aan de slag te gaan met het verduurzamen van hun woningen. Ook het gemeentelijk en andere maatschappelijk vastgoed valt hieronder. In de gebiedsgerichte aanpak zijn er één startbuurt en zeven onderzoeksbuurten geselecteerd. In de startbuurt is er een concreet alternatief voor aardgas en wordt een uitvoeringsplan ontwikkeld om de buurt (deels) aardgasvrij te maken voor 2030.
In de onderzoeksbuurten worden verkenningen uitgevoerd naar een collectieve warmtebron en aanpak. Als dit kansrijk is, wordt er ook een uitvoeringsplan opgesteld12.
8
Visie Energielandschap, vastgesteld 7 juli 2020
9
Bestuursakkoord 2022-2026
10
Dit is besproken bij de behandeling van de motie Essentgelden energiefonds op de juiste plaats in de raadsvergadering van 4 juli 2023
11
Duurzaamheidsakkoord – duurzaam wonen ’s-Hertogenbosch 2018-2025, ondertekend 10 oktober 2018
12
Transitievisie Warmte, vastgesteld 7 december 2021
21 / 52
Financiële kaders In de gemeentelijke begroting van 2023 is een bedrag (lasten) van € 63.983.000,-- opgenomen voor energie, duurzaamheid en milieu. Hieronder vallen ook thema’s als goede afvalzorg en verbeteren luchtkwaliteit13. Voor de personele inzet op het thema energietransitie, waaronder het realiseren van grootschalig zon-op-dak, het windpark Duurzame Polder en de inzet van een Energiefixer zijn binnen dit bedrag middelen begroot. Voor de voorbereiding van het windpark – ruimtelijke besluitvormingsprocedures – heeft de gemeente zich bereid gesteld om € 250.000,-- voor te financieren, net als de gemeente Oss en de provincie Noord-Brabant14. De partijen zetten zich in om deze kosten te verhalen bij de ontwikkelaar van het park. Indien het verhalen van de kosten niet lukt, worden de kosten gelijkelijk verdeeld over de drie partijen. Bovendien heeft de provincie aangegeven maximaal € 2 miljoen voor te financieren tot en met de uitvoering van de plan-MER. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is bereid om aan de gemeente een bedrag van € 125.000,-- beschikbaar te stellen in het kader van een doelmatige energievoorziening15. Voor het uitvoeren van de Transitievisie Warmte is personele inzet begroot net als uitvoeringskosten voor communicatie, technisch onderzoek en monitoring.