20231025 's-Hertogenbosch - Rekenkameronderzoek energietransitie - DEF
Tekst van het document
aangenomen 18 mei 2021 Motie Uitvoeringsplan Transitievisie Warmte 2.0, aangenomen op 4 oktober 2020 Motie Wind te gast, aangenomen 7 juli 2020 Motie Zonnevelden, aangenomen 13 juli 2021 Nota Duurzaam ‘s-Hertogenbosch, vastgesteld 2 juli 2019 NRD Duurzame Polder, vastgesteld 15 juni 2022 Plan van Aanpak Duurzame Polder, vastgesteld 15 juni 2022 Raadsinformatiebrief Nieuwe samenwerkingsstrategie RES NOB, vastgesteld 9 mei 2023 Raadsinformatiebrief Update energiebesparende maatregelen Raadsinformatiebrief Voortgang regionale en lokale RES-opgave, vastgesteld 12 mei 2022 Raadsinformatiebrief Voortgang Transitievisie Warmte Raadsvoorstel Bouwstenen Transitievisie Warmte 2.0, vastgesteld 4 oktober 2022 Raadsvoorstel Duurzame Polder, vastgesteld 6 oktober 2020 Raadsvoorstel Ruimtelijke onderbouwing Zonneveld Graafsebaan Rosmalen Raadsvoorstel Uitvoeringsmiddelen Klimaat- en Energiebeleid, vastgesteld 28 maart 2023 RES Noordoost-Brabant, vastgesteld 18 mei 2021 Subsidieaanvraag Proeftuin Aardgasvrije Wijken Transitievisie Warmte, vastgesteld 7 december 2021 Visie Energielandschap, vastgesteld 7 juli 2020
46 / 52
Bijlage 3 | Reactie college van B&W Rekenkamercommissie t.a.v. de heer G.W. Goedmakers Postbus 12345 5200 GZ 's-Hertogenbosch
Uw brief van
: -
Ref.
: R. van der Zee
Uw kenmerk
: -
Tel.
:-
Afdeling
: SO/EE
: r.vanderzee@s-hertogenbosch.nl
Zaaknummer
: 15451371
Bijlage(n) : -
Datum
: 2 oktober 2023
Onderwerp
: Reactie op rekenkameronderzoek De energietransitie in ’s-Hertogenbosch (Breda, Oss
en Tilburg)
Geachte heer Goedmakers, Het college heeft de twee onderzoeksrapportages met veel interesse gelezen. De aanbevelingen in beide rapportages bieden een aantal leer- en verbeterpunten. In deze brief gaan wij kort in op elke aanbeveling. Naast deze aanbevelingen trekt het onderzoek ook een aantal positieve conclusies over onze aanpak van de energietransitie. Zo bevestigt het onderzoek onze vooruitstrevendheid en vaart bij de opwek van duurzame energie met wind en zon, terwijl we tegelijkertijd zorgen voor transparantie, overzicht en draagvlak. Ook zijn wij blij dat onze (voor)trekkersrol in de regio bij het creëren van helderheid over de opwekdoelen na 2030 wordt herkend. Tot slot zien we de stevige samenwerking met onze woningcorporaties in de warmtetransitie niet alleen als een compliment voor onze gemeente, maar zeker ook voor Zayaz, BrabantWonen, JOOST en Mooiland. Aanbevelingen uit de rapportage De energietransitie in Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg 1. Geef het college de opdracht om voor de behandeling van de voorjaarsnota 2025 de hoofdlijnen van de diverse lokale en regionale beleidsnota’s m.b.t. de energietransitie alsook de stand van zaken van de uitvoering in een overzichtelijke factsheet te verwerken.
Deze aanbeveling nemen we graag over in de vorm van een Klimaatimpactanalyse waarin we alle sturingsinformatie rondom een CO2-neutrale gemeente in 2045 en de energietransitie bundelen. We verkennen op dit moment de mogelijke vorm voor een dergelijke rapportage en komen hier in 2024 bij de raad op terug.
47 / 52
2. Verzoek het college om in raadsinformatie en -besluiten voor zowel kaderstelling als controle een duidelijk onderscheid te maken tussen de drie onderdelen (opwek, besparing, warmte) van de energietransitie. Ons college hanteert deze indeling feitelijk al bij de begroting, het jaarverslag en andere documenten. Hierbij werken we voor wat betreft de energietransitie steeds vanuit de drie hoofdambities uit het Bestuursakkoord: • • •
Opwekken van duurzame energie (opwek) Stimuleren van energiebesparing (besparing) Extra stappen om van het gas af te gaan (warmte)
3. Geef het college de opdracht om in 2024 met het oog op 2030 in beeld te brengen: • Hoe ‘hard’ de pijplijn is (en eventueel daarbuiten de te verwachten realisatie) • Hoe een eventuele restopgave met concrete plannen ingevuld is of gaat worden en welke tussentijdse mijlpalen daarvoor worden gevolgd • Wat nodig is om zowel pijplijn als restopgave te realiseren. • Bespreek op basis hiervan met het college of het te verwachten is dat de doelen in 2030 gerealiseerd gaan worden of dat bijsturing nodig is. Deze aanbeveling komt overeen met de opzet van de monitor van de RES noordoost Brabant (RES NOB). Hierin staat de voortgang van de realisatie van de opwekopgave en de pijplijnprojecten, e.e.a. op basis van landelijke normen van het Nationaal Programma RES (NP-RES).
4. Vraag het college om in 2024 een richtinggevende visie op energietransformatie voor 2030-2050 voor te bereiden en bespreek deze. Terecht legt u in uw onderzoek de nadruk op de rol van regionale samenwerking in deze richtinggevende visie. Ons advies is dan ook om de uitkomsten van twee processen af te wachten, alvorens een richtinggevende visie op te stellen. •
In de eerste plaats de uitkomsten van de bestuurlijke werkgroep Nieuwe Samenwerkingsstrategie van de RES NOB (zie hieronder bij aanbeveling 6.) en het advies van de Stuurgroep RES NOB hierover. Deze werkgroep onderzoekt de voortzetting en mogelijke verbreding van de regionale samenwerking binnen de energietransitie na 2030 op alle drie de gebieden: opwek, besparing en warmte. • In de tweede plaats de uitkomst van het overleg tussen het Rijk en de NP-RES over een opwekopgave voor de RES-regio’s na 2030. Beide processen zijn waarschijnlijk in 2025 afgerond. Op basis hiervan kan – zoals het rapport aangeeft – aan de start van een nieuwe bestuursperiode een richtinggevende visie voor 2030-2050 worden ontwikkeld. Aanbevelingen uit de rapportage De energietransitie in ’s-Hertogenbosch 1. Geef inzicht in de stappen die (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing en warmtetransitie te halen en deze uiterlijk in 2024 aan de raad voor te leggen. Wij verwachten dat de in de Transitievisie Warmte 2.0 geschetste besparings- en warmtenetaanpak de gemeenteraad een goed inzicht geeft in de aanvullende stappen om de doelen voor energiebesparing en warmtetransitie te halen.
48 / 52
2. Formuleer concrete doelen over een aanvullende bijdrage in de RES-regio en leg deze uiterlijk voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 ter besluitvorming aan de raad voor. Afhankelijk van het aantal en het vermogen van de windmolens die uiteindelijk in het Bossche deel van de Duurzame Polder worden geplaatst, kan het inderdaad zo zijn dat wij meer duurzame elektriciteit opwekken dan ons aandeel in de RES-opgave. Of er sprake is van extra opwek en wat de omvang hiervan is, is op dit moment echter niet te bepalen. Dit komt omdat onze gemeente in het Bestuursakkoord kiest voor duidelijkheid (16 windmolens in de Duurzame Polder, en 50 hectare zonnevelden daarbuiten) in plaats van een rekenkundige doelstelling. Tot slot is het van belang om op te merken dat een eventuele extra duurzame opwek met wind en zon geen aanvullende bijdrage aan de RES-regio is. Een eventuele extra opwek realiseren we vanuit onze ambitie om een concrete bijdrage te leveren aan de overgang van fossiele energie naar hernieuwbare energie (zie ook het Bestuursakkoord).
3. Verzoek het college om uiterlijk in 2024 een voorstel over de informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project aan de raad voor te leggen. We nemen dit mee in de opzet van de hiervoor genoemde Klimaatimpactanalyse.
4. Verzoek het college om uiterlijk in 2024 met de raad afspraken te maken over de implementatie van en sturingsmogelijkheden met de nieuwe CO2-monitoringssystematiek. De CO2-effectmeting is nagenoeg gereed en zal voor eind van dit jaar naar de raad worden verzonden. Het is onze ambitie om de effectmeter onderdeel te laten zijn van de te ontwikkelen Klimaatimpactanalyse.
5. Beheers het risico van het windproject Duurzame Polder en verzoek het college om nog voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 met Oss in gesprek te gaan over de verschillende uitgangspunten over de afstandsnorm in de Duurzame Polder. Het grote aandeel van de Duurzame Polder in onze opwekopgave brengt inderdaad een zeker risico met zich mee: als het niet lukt, dan kunnen wij onze opwekopgave niet realiseren. In deze fase van het project is de netcongestie het belangrijkste risico voor het windproject Duurzame Polder. Meer in het bijzonder: de tijdige realisatie van een 380 kV-station in Wijchen door TenneT. Hierover zijn wij zowel ambtelijk als bestuurlijk regelmatig in gesprek met de gemeente Oss, de provincies Brabant en Gelderland en de netbeheerders Enexis en TenneT. Positief punt hierbij is dat oplossing van dit knelpunt hoge prioriteit heeft, omdat het recent is opgenomen in het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en de investeringsagenda’s van Enexis en TenneT. Het in het rapport benoemde risico van de verschillende afstandsnormen van ’s-Hertogenbosch (1 km) en Oss (2 km) zien wij niet. Deze door beide gemeenteraden vastgestelde afstandsnormen gelden immers uitsluitend voor het eigen grondgebied. De afstandsnormen van de ene gemeente hebben daarmee geen invloed op de plaatsing van windmolens in de andere gemeente.
Dit is ook in lijn met de binnen de RES NOB gemaakte afspraken: iedere gemeente is verantwoordelijk voor haar eigen RES-opgave en kan hiervoor eigen regels opstellen.
6. Verzoek het college om meer prioriteit te geven aan de doelen en samenwerking voor de opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 en het oplossen van de netcongestie die daarmee samenhangt. Zet in verband hiermee in op voortzetting van de RES-samenwerking ook na 2030. In het Bestuursakkoord staat dat wij in gesprek gaan met de andere regiogemeenten om de samenwerking in onze RES te versterken. Mede om die reden is wethouder Van der Geld sinds begin dit jaar trekker van de bestuurlijke werkgroep Nieuwe Samenwerkingsstrategie van de RES NOB. Deze werkgroep
49 / 52
onderzoekt de voortzetting en mogelijke verbreding van de regionale samenwerking binnen de energietransitie na 2030.
Wij zouden het fijn vinden als u deze brief als bijlage in het definitieve rapport wilt opnemen, zodat ook de gemeenteraad van onze reactie kennis kan nemen. Tot slot bedanken wij de rekenkamercommissie voor het onderzoek en constateren – op basis van de conclusies en aanbevelingen – dat wij op de op de goede weg zijn. We zullen het verdere traject met de gemeenteraad nauwgezet volgen.
Hoogachtend, namens het College,
De gemeentesecretaris,
De burgemeester,
drs. B. van der Ploeg
drs. J.M.L.N. Mikkers
50 / 52
Bijlage 4 | Nawoord Rekenkamer Reactie op collegebrief d.d. 2 oktober 2023 ’s-Hertogenbosch, 25 oktober 2023 De rekenkamer heeft met belangstelling kennisgenomen van de reactie van het college op het rapport ‘De Energietransitie in ’s-Hertogenbosch (en Tilburg, Oss, Breda)’. Het college geeft aan een aantal aanbevelingen over te nemen en meldt dat het met andere aanbevelingen bezig is of deze al in uitvoering heeft genomen. Dit doet ons deugd, maar de collegebrief geeft ons niettemin aanleiding tot een nadere reactie. In de eerste plaats zijn de acties die het college beschrijft op onderdelen weinig concreet en/of worden in de tijd vooruitgeschoven. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Klimaatimpactanalyse waarbij niet duidelijk is welke aanvullende stappen nog moeten worden gezet. Ook wacht het college andere ontwikkelingen af, zoals de Transitievisie Warmte 2.0, de voortzetting RES-samenwerking en de visie energietransformatie na 2023. In de tweede plaats gaat het college niet concreet in op enkele aanbevelingen, met name als het gaat om de doelen van de Duurzame Polder. Hierbij onderschrijft het college wel dat hier sprake is van ‘een zeker risico (…) als het niet lukt kunnen wij onze opwekopgave niet realiseren’. Het college gaat echter niet in op onze aanbeveling om dit risico te beheersen en de verwachtingen - ook bij de partners – te managen.
Ons derde punt gaat over de informatievoorziening aan de raad, te weten: het overzicht en inzicht in (tussen)resultaten, de stand van zaken uitvoering, de factsheet beleidsdoelen en de CO2-monitoring. Het college zegt dit op te pakken en hier ‘bij de raad op terug te komen’ De CO2-monitor ‘is nagenoeg gereed’ en gaat nog dit jaar naar de raad. Het verbaast ons dat hierin nog niet is voorzien. Wij benadrukken dat het voor grote dossiers zoals de energietransitie van cruciaal belang is de monitoring van het (al dan niet) behalen van de gestelde doelen en de gewenste informatievoorziening voor de gemeenteraad bij de start van zo’n dossier samen met de raad te regelen. Wij stellen binnenkort een raadsvoorstel op, waarin wij de gegeven aanbevelingen omzetten in ontwerpbesluiten voor uw raad.
Rekenkamer ‘s-Hertogenbosch
51 / 52
Aanbevelingen TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en
urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, diversiteit, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.
52 / 52