CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestuurlijke reactie ontwerpstructuurvisie A2 Deil-'s-Hertogenbosch-Vught34.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zoals hierboven reeds benoemd, wordt dus in de planuitwerking verder onderzocht wat de meest doelmatige maatregelen zijn om op basis van wet- en regelgeving leefbaarheid in de regio en met name bij de woningen toekomstvast te borgen en welke aanvullende bovenwettelijke mogelijkheden er zijn. In de planuitwerkingsfase worden derhalve de volgende stappen doorlopen: op basis van conclusies uit de verkenning wordt een effectonderzoek uitgevoerd naar de situatie met het toevoegen van een rijstrook aan de bestaande rijbanen en als gevolg daarvan het dichterbij komen van de A2 naar de Bungawallwoningen, met 3,5 m; van deze infrastructurele maatregel wordt zoals gebruikelijk onderzocht welke effecten er optreden en wordt bepaald of die effecten vallen binnen de wettelijke grenzen die gelden op het moment van besluitvorming of dat deze grenzen worden overschreden;

Pagina 55 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

-

-

-

parallel wordt onderzocht welke variant van asymmetrisch verbreden in het maatregelenonderzoek wordt meegenomen. Afweging op meerdere aspecten, zoals veiligheid en ruimtelijke impact aan de westzijde, is nodig. De gekozen variant zal worden uitgewerkt tot inpassend ontwerp; indien de wettelijke grenzen door een verbreding met 3,5 m worden overschreden, zijn wettelijke mitigerende maatregelen noodzakelijk. Asymmetrische verbreding wordt dan vergeleken met andere mogelijke mitigerende maatregelen zodat gekozen kan worden voor de meest effectieve en doelmatige maatregel of een combinatie van maatregelen. Maatregelen om binnen wettelijke normen te blijven zullen voor rekening van het Rijk zijn; indien blijkt dat de wettelijke normen niet worden overschreden maar een asymmetrische verbreding een doelmatige bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid, maar wel dus een bovenwettelijke maatregel is, dan zullen de meerkosten als meekoppelkans gelden. Financiering van meekoppelkansen is voor rekening (onderzoek en realisatie) van de Gelderse regionale partijen. Indien met asymmetrisch verbreden andere wettelijke verplichte maatregelen niet meer nodig zijn, dan zullen deze besparingen worden gebruikt als Rijksbijdrage aan de asymmetrische verbreding.

5.3.8

Geen nieuwe aansluiting ter hoogte van Empel

Het doel van een nieuwe aansluiting tussen knooppunt Empel en de Maas (op de parallelbaan Ring ’s-Hertogenbosch) is ontsluiting van de nieuwe woonwijk de Groote Wielen en van Empel. Een goede ontsluiting via het onderliggend wegennet blijkt namelijk niet eenvoudig te realiseren. Een nieuwe aansluiting draagt daarnaast bij aan ontlasting van aansluiting Rosmalen en zorgt voor verbetering van de doorstroming op het onderliggend wegennet. Een eventuele aansluiting moet echter worden ingepast binnen een kort traject tussen knooppunt Hintham en de Maasbrug, waar al sprake is van veel dynamiek op de weg. Het toevoegen van een aansluiting op dit traject leidt, in combinatie met een keuze voor 2x4 rijstroken, tot negatieve effecten op verkeersveiligheid en kent hoge kosten. Daarnaast draagt een nieuwe aansluiting niet bij aan doorstroming op de A2 en leidt deze lokaal mogelijk tot verslechtering. Ook in een combinatie met 2x5 rijstroken is de verwachting dat er negatieve effecten optreden. Om deze reden is een nieuwe aansluiting geen onderdeel van het voorkeursalternatief. 5.3.9

Duurzaamheidsambities

Voor het aspect duurzaamheid is het belangrijk om energie en materiaalgebruik in de aanlegfase te beperken en een verkeersaantrekkende werking te voorkomen. In de aanlegfase van het voorkeursalternatief is veel energie- en materiaalgebruik nodig. Vooral de realisatie van nieuwe kunstwerken (bijvoorbeeld in knooppunt Deil) en nieuwe bruggen over de Maas en de Waal vragen veel energie en materiaal. Het voorkeursalternatief zet vanuit het aspect duurzaamheid daarom in op de volgende thema’s: − energie: maatregelen worden getroffen om te zorgen voor een significante reductie van energiegebruik en CO2-uitstoot in de bouw- en gebruiksfase en waar mogelijk wordt duurzame energie opgewekt; − bereikbaarheid (onderdeel van het brede pakket aan mobiliteitsmaatregelen); − welzijn en gezondheid: mitigerende maatregelen uit effectonderzoeken worden uitgevoerd en aanvullende maatregelen zorgen voor een vergroting van de belevingswaarden en zorgen voor een significante verbetering van de leefomgeving;

Pagina 56 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

−

−

−

ecologie: verplichte mitigatie en compensatie uit effectonderzoeken wordt uitgevoerd en daarnaast is de ambitie om een significante verbetering te bereiken en de biodiversiteit in stand te houden en/of te vergroten; ruimtelijke kwaliteit: negatieve effecten voor de kwaliteit van het ruimtegebruik worden zoveel mogelijk beperkt (zoals risico’s voor de sociale veiligheid en het aantasten van landschappelijke waarden) en er wordt een toekomstbestendige ontwikkeling gerealiseerd; circulaire economie en materialen: het project zet maximaal in op het circulair materiaalgebruik en er wordt een aantoonbare variantafweging uitgevoerd op de laagste Milieukostenindicator (MKI) en de toepassing van materialen.

Met behulp van het Ambitieweb uit de aanpak duurzaam GWW is bepaald van welk ambitieniveau wordt uitgegaan voor de hiervoor genoemde thema’s. Het Ambitieweb kent 3 niveaus. Ambitieniveau 1 gaat altijd uit van wettelijk voldoen aan minimumeisen en het verkrijgen van inzicht, ambitieniveau 2 zet in op een significante duurzaamheidswinst en met ambitieniveau 3 wordt ingezet op een maximale duurzaamheidswinst. Voor alle thema’s, met uitzondering van het thema ‘circulaire economie en materialen’ wordt ingezet op ambitieniveau 2. Voor het thema ‘circulaire economie en materialen’ wordt ingezet op ambitieniveau 3. Een uitgebreide beschrijving van de duurzaamheidsambities voor de verschillende thema’s staat in het Verkenningenrapport18. Om te sturen op invulling van deze ambities is het volgende vastgelegd als onderdeel van het voorkeursalternatief: - doorvoeren van een basisset aan duurzaamheidsmaatregelen in de planuitwerkingfase zoals beschreven in bijlage B. Dit betreft maatregelen met gelijke of lagere kosten; - In de planuitwerking wordt nagegaan of er aanvullend ambitiebudget gevonden kan worden voor nadere invulling van duurzaamheidsambities. Bijlage C bevat een lijst met mogelijke duurzaamheidsmaatregelen waaraan dit budget besteed kan worden.

5.3.10 Meekoppelkansen In het kader van de MIRT-verkenning is een lijst met meekoppelkansen opgesteld. Deze lijst bestaat uit 24 meekoppelkansen die zijn ingediend door de gemeenten Maasdriel, ’s-Hertogenbosch, Vught en Zaltbommel, waterschappen Aa en Maas en de Dommel, Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en de Werkgroep Kleine Marterachtigen. Bijlage D geeft een nadere toelichting van de meekoppelkansen. Alle kansen zijn te combineren met het voorkeursalternatief. Voor alles geldt dat nadere uitwerking en besluitvorming kan volgen tijdens de planuitwerkingsfase. Voor enkele meekoppelkansen zijn vooruitlopend al afspraken gemaakt of intenties overeengekomen. Het gaat hierbij om de volgende kansen: − vergroting van de waterberging in de Dungense polder: er is overeenstemming tussen de opdrachtgevers van het project A2 Deil-Vught en de betrokken waterschappen om vergroting van de waterberging rond ’s-Hertogenbosch in de 18

De vertegenwoordiger van IenW/DGB heeft het voorbehoud gemaakt dat ambities gedeeld worden, maar voor ambities die extra geld kosten moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Dit moet in de vervolgfase van het project duidelijker worden.

Pagina 57 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Dungense polder mee te nemen in het project als meekoppelkans. Financiering is mogelijk door dit in te brengen, via het rijk en regionale partijen, bij de Impulsregeling klimaatadaptatie. Met deze maatregel kan de precaire waterbergingssituatie rond ‘s-Hertogenbosch verbeterd worden. De A2 heeft geen rechtstreekse invloed of compensatieplicht voor deze locatie. De A2 loopt echter wel risico. Het is in het belang van alle opdrachtgevers en de waterschappen om de risico’s op hoogwateroverlast in dit gebied te verkleinen; − verbeteren doorstroming Maasbruggen: Rijkswaterstaat Zuid Nederland, de provincie Gelderland en de waterschappen hebben gezamenlijk de intentie om de verdere uitwerking van de meekoppelkans voor verbetering van de doorstroming bij de bestaande Maasbruggen (Hedel, A2, spoor) in te brengen in het Programma Integraal Riviermanagement (IRM). De meekoppelkans betreft het toevoegen van openingen in de landhoofden van de bestaande bruggen. Hiermee kan het doorstroomprofiel van de Maas worden vergroot. Bij hoogwater kan dit, naar schatting, leiden tot een waterstanddaling van 0 tot 6 cm waarmee het overstromingsrisico verkleind kan worden. Kosten van dit soort maatregelen zijn groot en het effect moet nader onderzocht worden.

Partijen hebben samen de intentie om te onderzoeken of het inbrengen van deze kans in het IRM haalbaar is; − anticiperen op piekbuien van 90 mm neerslag: om wateroverlast als gevolg van de toename van verharding te voorkomen realiseert het project waterberging met een omvang die gebaseerd is op een maatgevende bui van 60 mm in relatie tot het totaal verhard oppervlak. Door dit water lokaal vast te houden worden problemen benedenstrooms voorkomen. Ook heeft dit een positieve invloed op verdrogingsproblemen. De toekomstscenario’s van het KNMI laten zien dat er in de toekomst buien zijn te verwachten tot wel 90 mm. Het advies is om voor kapitaalintensieve projecten een robuustheidstoets toe te passen. Om erachter te komen of er binnen het projectgebied kwetsbare locaties zijn, wordt in de planuitwerkingsfase van het project A2 Deil-Vught een 90 mm stresstest uitgevoerd voor zowel de bestaande situatie als de mogelijke uitbreiding van de A2. Op basis daarvan wordt in overleg met de waterschappen vastgesteld welke watercompensatiemaatregelen verstandig zijn. In deze verkenning zijn ook meekoppelkansen ingebracht over de aanleg van fietsverbindingen op de nieuwe bruggen over de Waal en de Maas. Deze meekoppelkansen zijn in de uitwerking van alternatieven meegenomen en onderzocht. Op basis van gemaakte ontwerpen zijn kostenramingen opgesteld.

De kosten van de meekoppelkansen bleken zodanig dat hiervoor uiteindelijk geen financiering kon worden gevonden. Daardoor zijn deze meekoppelkansen vervallen.

5.3.11 Leefbaarheid In de planuitwerking worden vraagstukken omtrent leefbaarheid langs de A2 DeilVught, nader onderzocht ten aanzien van de verschillende aspecten (o.a. geluid, trillingen, luchtkwaliteit en externe veiligheid). Op basis van een kwantitatieve onderbouwing kan dan bepaald worden of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn en welke maatregelen hiervoor ingezet kunnen worden. Indien uit deze onderzoeken blijkt dat er bepaalde wettelijke beoordelingscriteria worden overschreden moet een integrale afweging plaatsvinden welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Dit kan zijn door aanpassingen te doen aan het wegontwerp of de geluidswallen, de verharding van de A2, geleiderails, et cetera, afhankelijk wat er precies uit de onderzoeken komt.

Pagina 58 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

5.4

Effecten van het voorkeursalternatief Naast de positieve effecten die het voorkeursalternatief heeft op het probleemoplossend vermogen, zijn er op een aantal onderdelen ook andere effecten. De belangrijkste (mogelijke) effecten hebben te maken met de thema’s gebruiksfuncties, natuur, water en geluid en worden in de volgende paragrafen toegelicht. Een volledige overzicht van de milieueffecten en effecten op de leefbaarheid staat in het MER.

5.4.1

Gebruiksfuncties

De grootste effecten treden op voor de gebruiksfuncties wonen en werken. Voor de woonfunctie geldt dat bij verbreding van de weg naar 2x4 rijstroken in principe alle woningen behouden kunnen blijven, maar dat er wel een effect is op de woonkwaliteit, bijvoorbeeld door ruimtebeslag op tuinen of door zichthinder. Voor de werkfunctie geldt dat er sprake is van ruimtebeslag op bedrijventerreinen en landbouwpercelen die grenzen aan de A2. De verbreding leidt ertoe dat enkele bedrijven moeten verplaatsen. Daarnaast zijn er effecten op bedrijven door bijvoorbeeld een beperking van de bereikbaarheid of door ruimtebeslag op parkeerterreinen.

5.4.2

Natuur

Het voorkeursalternatief heeft een groot effect op de natuur. Voor het vervolgtraject (richting vergunningen) zijn de effecten op Natura 2000 en verstoring en vernietiging van beschermde soorten het belangrijkst. Ook is er sprake van ruimtebeslag op provinciaal beschermde natuur en moeten er bomen worden gekapt. Geprobeerd moet worden om (sterk) negatieve effecten op natuur te mitigeren. Als mitigerende maatregelen de negatieve effecten onvoldoende wegnemen, dan is compensatie verplicht. In de planuitwerking wordt verder uitgewerkt hoe de mitigatie en compensatie van effecten op natuur er precies uit komen te zien. Voor Natura 2000 geldt dat het voorkeursalternatief kan worden aangelegd zonder direct ruimtebeslag op deze gebieden. Wel leidt het voorkeursalternatief tot een grote toename van stikstofdepositie. Dit is berekend met NRM2020 en Aerius 2020. De maximale bijdrage ligt rond de 60 mol/ha/jaar19 in het Natura 2000-gebied Rijntakken.

19 De maximale stikstofdepositie van het VKA is bepaald met de meeste recente Aerius calculator

2020. De maximale depositie valt met deze nieuwe calculator hoger uit dan met versie 2019. In de vergelijking van de alternatieven is gebruik gemaakt van Aerius calculator 2019. Qua verkeersintensiteiten verschilt het VKA enkele procenten van alternatief A2 (zie gevoeligheidsanalyse, bijlage V deelrapport verkeer). Voor vergelijking van het VKA met de andere alternatieven, kan daarom gekeken worden naar de vergelijking van A2 ten opzichte van de andere alternatieven. De maximale bijdrage van kansrijk alternatief A2 (en dus in de vergelijking met het VKA) bedraagt met Aerius calculator 2019 37 mol/ha/jaar. Bij de berekening van de maximale stikstofdepositie voor alternatieven en VKA is daarnaast uitgegaan van een ‘worst-case’ scenario waarin de verlaagde landelijke maximumsnelheid van 100 km/uur weer volledig teruggedraaid is naar 130 km/uur. Wanneer de maximumsnelheid van 100 km/u behouden blijft, valt de stikstofdepositie naar verwachting lager uit. Bovendien treedt deze maximale bijdrage op, op een beperkter oppervlak, een beperkter aantal leefgebieden en een beperkter aantal habitattypen. De hoge maximale bijdrage op Rijntakken is daarnaast te wijten aan

Pagina 59 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Bij de berekening van de maximale stikstofdepositie is uitgegaan van een ‘worst-case’ scenario met een maximumsnelheid van 130 km/uur. Wanneer de huidige maximumsnelheid van 100 km/u behouden blijft, valt de stikstofdepositie naar verwachting lager uit. Bovendien treedt deze maximale bijdrage op, op een beperkter oppervlak, een beperkter aantal leefgebieden en een beperkter aantal habitattypen. De hoge maximale bijdrage op Rijntakken is daarnaast te wijten aan het feit dat de A2 ter hoogte van rivier de Waal het Natura 2000-gebied kruist en de meeste stikstofdepositie dicht bij de snelweg terecht komt. Daarnaast draagt het project ook in kleinere mate bij aan de stikstofdepositie in een aantal andere Natura 2000-gebieden. Voor deze volledige beschouwing die in dit kader is uitgevoerd, wordt verwezen naar het deelrapport Natuur dat onderdeel is van het MER.

Aerius Calculator Bij de stikstofbeoordeling en de onderbouwing van de voorkeursbeslissing is in de onderbouwing van de effecten gerekend met Aerius Calculator (2019 en 2020) dat uitgaat van SRM2 en de maximale rekenafstand van 5 km voor wegverkeer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 20 januari jl. in haar tussenuitspraak over het Tracébesluit van de ViA15 aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een nadere onderbouwing gevraagd voor deze rekenafstand. Voor de keuze van het voorkeursalternatief is vanuit stikstof gezien het reële alternatief gekozen met de minste berekende depositiebijdrage. Op het moment dat de nadere onderbouwing van de maximale rekenafstand beschikbaar is, zal hiervan worden uitgegaan bij de planuitwerking. Op dat moment worden nieuwe berekeningen uitgevoerd.

Als de stikstofdepositie leidt tot significante negatieve effecten op beschermde habitattypen, dan is er een nadere onderbouwing nodig van de vergunningaanvraag (door middel van de zogenaamde ADC-toets). Een aantasting van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden kan op dit moment niet worden uitgesloten. Hierdoor kunnen significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van de betreffende Natura 2000-gebieden niet worden uitgesloten. In de Passende beoordeling in de planuitwerking dienen deze effecten nader te worden bepaald en beoordeeld om te bepalen of significante gevolgen met zekerheid kunnen worden uitgesloten. De onderbouwing van de vergunbaarheid van het voorkeursalternatief is apart beschouwd in een notitie ‘Haalbaarheid ADC-toets’ [Lit. 12], hieronder is de conclusie opgenomen. Bij de onderbouwing van de haalbaarheid van de ADC-toets is onder andere nader ingegaan op de categorieën natuur waarop stikstofdepositie plaatsvindt. Conclusie ADC-toets Uit het onderzoek voor de A2 Deil-Vught blijkt dat er sprake kan zijn van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden door een toename van stikstofdepositie. De vergunning kan alleen worden verleend als het project aan de 3 voorwaarden van de ADC-toets voldoet: 1 er zijn geen alternatieven voor het project; 2 er is een Dwingende reden van openbaar belang; 3 er worden voldoende compenserende maatregelen getroffen.

Het feit dat de A2 ter hoogte van rivier de Waal het Natura 2000-gebied kruist en de meeste stikstofdepositie dicht bij de snelweg terecht komt.

Pagina 60 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Het voorkeursalternatief voor de A2 Deil-Vught voldoet aan de eerste 2 eisen. Het enige alternatief met minder stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving (alternatief 0+) is geen reëel alternatief gebleken in de effectenstudies. Dit alternatief heeft namelijk onvoldoende probleemoplossend vermogen en draagt niet genoeg bij aan het behalen van de projectdoelstelling om de doorstroming en verkeersveiligheid op de A2 Deil-Vught op te lossen. Het voorkeursalternatief (dat grotendeels overeenkomt met alternatief A2) heeft een grotere stikstofdepositie, maar biedt wel voldoende probleemoplossend vermogen en is daarmee het beste alternatief. Het project lijkt te voldoen aan de tweede eis, want er spelen bij de voorgenomen ontwikkeling meerdere Dwingende redenen van groot openbaar belang. Ten eerste speelt het economisch belang op nationaal en regionaal niveau een grote rol. De noord-zuidverbinding A2 betreft een belangrijke verbinding van steden en regio’s met economische clusters die bijdragen aan de Nederlandse economie. Ten tweede is er op het traject A2 Deil-Vught sprake van een urgente bereikbaarheidsopgave. Door toenemende verkeersintensiteiten zijn er steeds vaker doorstromingsproblemen en de betrouwbaarheid van het traject neemt daardoor verder af. Ten derde is er sprake van een hoog risico voor de verkeersveiligheid.

In totaal zijn tussen 2014 en 2018 binnen het onderzoeksgebied van de A2 Deil-Vught ruim 3.000 ongevallen geregistreerd.20 Het aantal letselongevallen in die periode staat op 82 en het aantal dodelijke ongevallen staat op 8 Daarnaast is er in die periode een stijgende lijn te zien in het aantal ongevallen. De knelpunten op het traject A2 Deil - Vught die in de huidige situatie voor veel ongevallen zorgen, blijven zonder maatregelen in de toekomst bestaan. Dit zal door het toenemende verkeer leiden tot een stijging van het aantal slachtofferongevallen met meer dan 30%. Doel van het project A2 Deil-Vught is het verbeteren van de verkeersveiligheid. Er is cijfermatig weliswaar een beperkte bijdrage van het VKA aan de verkeersveiligheidsdoelstellingen, omdat het verschil in aantal slachtofferongevallen ten opzichte van de referentie niet significant is, maar locatie-specifiek vinden er door het VKA verbeteringen plaats aan de verkeersveiligheid, omdat bestaande knelpunten worden weggenomen. In kwalitatieve zin is dus een verbetering van de verkeersveiligheid waarneembaar ten opzichte van de referentiesituatie.

Gezien de verwachting dat het stikstofdossier nog een geruime tijd in beweging zal blijven, de uiteindelijke ADC-toets pas tijdens de planuitwerking wordt opgesteld en er sprake is van effecten op prioritaire habitattypen, bestaat de mogelijkheid dat er tijdens de planuitwerking toch om advies van de Europese Commissie moet worden gevraagd. Met betrekking tot de derde eis is er zicht op de haalbaarheid van de worstcase compensatieopgave-inschatting voor het voorkeursalternatief. De compensatieopgave voor het project is geschat op 4,40 ha tot 6,18 ha bij zowel aansluitend compenseren op bestaande typen als bij compenseren als zelfstandige eenheid bij respectievelijk een overbelaste en (naderend) overbelaste situatie. Uit de analyse blijkt dat er mogelijk voor twee habitattypen en twee leefgebieden gecompenseerd moet worden. Voor al deze typen geldt dat compensatie waarschijnlijk haalbaar is, maar dat het van belang is op tijd te beginnen met de uitvoering daarvan. Behalve het tijdig beginnen met uitvoering dient er voor de uiteindelijke ADC-toets ook rekening te worden gehouden met de daadwerkelijk beschikbare ruimte voor compensatie.

20

De verkeersongevallencijfers zijn afkomstig uit het Bestand geRegistreerde Ongevallen Nederland (BRONdata).

Pagina 61 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Aanwezige gronden kunnen namelijk weliswaar geschikt zijn voor uitbreiding van habitattypen of leefgebieden, maar kunnen al nodig zijn om aan de instandhoudingsdoelen (doelen voor uitbreiding van oppervlak en kwaliteit) te voldoen (artikel 6.1 en 6.2 van de Habitatrichtlijn). Daarmee zijn dergelijke gronden dan niet geschikt voor benodigde compensatie als gevolg van stikstofeffecten. Daarnaast is er in de onderhavige verkenning nog geen inzicht in de actuele situatie en is niet bekend wat beheerders ervan vinden. Dit betekent een risico voor het daadwerkelijk kunnen realiseren van compensatie. Het rapport ‘Haalbaarheid ADC-toets voorkeursalternatief’ [Lit. 12] bevat de volledige onderbouwing. De daadwerkelijke ADC-toets wordt opgesteld in de planuitwerking.

5.4.3

Landschap en cultuurhistorie

Het voorkeursalternatief loopt voor een deel door het rivierengebied. Hier is sprake van een landschappelijke weg, met ruime dwarsprofielen en een goede zichtrelatie op de omgeving. In het rivierenlandschap is het behoud van een duidelijke grens van dorpen op de oeverwallen van belang. In het voorkeursalternatief worden veel bomen en bomenrijen aangetast. Dit is een lokaal effect op de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten van het gebied. Daarnaast wordt de beleefde kwaliteit van het uiterwaardengebied van de Maas aangetast door de grote grondlichamen voor de nieuwe brug. Dit effect treedt op grotere afstand van het plangebied op. Verbreding van de weg zorgt voor aantasting van de Hamstraat met beschermde laanbeplating bij Kerkdriel, de kap van een historische groenstructuur bij Rosmalen en aantasting van monumentale lindes aan de oostzijde van de A2 tussen Veghel en Sint Michielsgestel. Daarnaast doorsnijden de grondlichamen van de nieuwe bruggen over de Waal en de Maas de historische Waalbanddijk, de Hoenzadrielsedijk en de Empelsedijk. Binnen ’s-Hertogenbosch worden elementen van de groenblauwe mantel aangetast. Hoewel dit landschap is herverkaveld na de aanleg van de A2 (in de jaren 1980) en daarmee geen historische waarde vertegenwoordigd, is er wel sprake van aantasting van ruimtelijk-visuele kenmerken.

Daarmee ontstaat de wens om integraal te ontwerpen, zodat het landschappelijke belang gewaarborgd kan blijven. Het voorkeursalternatief heeft ruimtebeslag op locaties met archeologische vondsten. Het is wenselijk om het ontwerp van het voorkeursalternatief in de planuitwerkingsfase te optimaliseren om ruimtebeslag zoveel mogelijk te beperken. Als bij archeologische vondstlocaties ruimtebeslag onvermijdelijk is, moet een archeologische opgraving plaatsvinden om de sporen en resten in het bodemarchief veilig te stellen. In de planuitwerking wordt een inpassingsvisie en een landschapsplan opgesteld.

Pagina 62 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

5.4.4

Water

Het voorkeursalternatief zorgt voor een toename van het verhard oppervlak en zorgt voor effecten op het regionale watersysteem (bijvoorbeeld dempen van watergangen). Dit betekent dat er ongeveer 165.000 m2 toename verhard oppervlak moet worden gecompenseerd in waterberging en dat er grote ingrepen in het regionaal systeem nodig zijn. De opgave voor watercompensatie en het herstel van het regionaal systeem zijn naar verwachting goed in te vullen in het voorkeursalternatief. 5.4.5

Leefbaarheid

Het voorkeursalternatief kan lokaal leiden tot een toename in geluidsoverlast. Voor alle milieueffecten geldt dat dit beperkt kan worden door het ruimtebeslag van het voorkeursalternatief te beperken. Daarnaast zijn verschillende maatregelen mogelijk om effecten op leefbaarheid te beperken. In de planuitwerking wordt in meer detail onderzocht in welke mate de geluidsbelasting op omliggende geluidgevoelige functies toe- of afneemt. Als hieruit blijkt dat de toename van de geluidsbelasting te groot is, worden geluidreducerende maatregelen afgewogen (bijvoorbeeld stiller asfalt of geluidsschermen). Als de toename onder de normen blijft, zijn geluidreducerende maatregelen niet verplicht. Wel kunnen ze in dat geval voor zorgen voor een mogelijke optimalisatie waarmee de leefbaarheid rond de weg wordt verbeterd. Het voorkeursalternatief brengt een beperkte toename van de concentraties fijnstof en stikstofdioxide met zich mee. Bij minder dan 5 % van de woningen treedt een verslechtering van respectievelijk meer dan 1,2 μg/m3 voor NO2 en 0,4 μg/m3 voor PM10 en PM2,5 op. De wettelijke grenswaarden worden niet overschreden. Lokaal kunnen echter verschillen ontstaan. Deze worden in de planuitwerkingsfase nader onderzocht. Het milieugezondheidsrisico21 (MGR) neemt beperkt toe ten opzichte van de referentiesituatie.

De toename van het MGR is het grootst in het deelgebied Waardenburg, Waalbrug, Zaltbommel. De toename is vooral het gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het alternatief en de nieuwe Waalbrug. De effecten zijn op dit moment nog op hoog abstractieniveau berekend.

5.5

Kosten en baten van het voorkeursalternatief 5.5.1

Kostenraming

Tabel 10 geeft een overzicht van de kosten van het voorkeursalternatief. De kostenraming van het voorkeursalternatief wijkt op onderdelen beperkt af van alternatief A2. Dit komt door de aanvullende maatregelen in het VKA (extra rijstrook op de A15 tussen knooppunt Deil en aansluiting Meteren) en doordat voor het VKA een gedetailleerder ontwerp en daarmee een gedetailleerdere kostenraming is opgesteld.

21

De MGR wordt gebruikt om een indicatie te geven van de milieukwaliteit vanuit een gezondheidskundig perspectief. Het MGR vertaalt de resultaten van onderzoeken naar geluidbelasting en luchtkwaliteit naar gezondheidsrisico’s als percentage van de totale gezondheidsrisico’s. Hiermee kunnen mogelijk bedreigingen in de leefomgeving, zoals een ongezonde milieukwaliteit, worden geïdentificeerd.

Pagina 63 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Onderdeel

Kostenraming (in EUR)

investeringsraming infrastructuur

830 mln

Breed mobiliteitspakket

45 mln

totale kosten

875 mln

bandbreedte

plus/min 21 % [650 mln - 1.010 mln]

Tabel 10 Kosten van het voorkeursalternatief

5.5.2

Verhouding tussen kosten en baten

De baten van het voorkeursalternatief zijn vergelijkbaar met de baten van alternatief A2. Doordat de kosten van het voorkeursalternatief iets hoger zijn dan de kosten van alternatief A2, valt de baten-kostenverhouding van het voorkeursalternatief iets lager uit. In een hoog groeiscenario blijft de waarde boven de 1 en bij een laag groeiscenario ligt deze eronder, vergelijkbaar met alternatief A2. NB: in 2021 is de discontovoet die wordt gehanteerd in MKBA’s gewijzigd. In dit project is hier een gevoeligheidsanalyse mee uitgevoerd. Deze nieuwe discontovoet leidt tot een positiever resultaat. De kosten-batenverhouding verschuift voor het hoge groeiscenario naar circa 2 en voor het lage groeiscenario naar circa 1. Daarmee is de kosten-batenverhouding in beide scenario’s positief.

5.6

Aanvullende acties en maatregelen In de voorkeursbeslissing zijn naast het voorkeursalternatief de volgende aanvullende acties en maatregelen opgenomen: 1 de Regionale Partijen spannen zich in om de volgende flankerende maatregelen ter verbetering van het mobiliteitssysteem rond de A2 te nemen: a. het verbeteren van de bereikbaarheid aan de oostzijde van ’s-Hertogenbosch (ontsluiting Empel, de Groote Wielen, Rosmalen) door diverse maatregelen op het onderliggende wegennet nabij de aansluiting Rosmalen op de A2. Doel van deze maatregelen is de capaciteit van het wegennet vergroten en beter benutten. Dit resulteert in een robuuster verkeerssysteem rondom de Ring ’s-Hertogenbosch, in de wisselwerking van de autosnelweg en het onderliggend wegennet, met name rondom de aansluiting Rosmalen; b. het verbeteren van de leefbaarheid en het tegengaan van sluipverkeer nabij (de aansluitingen) Waardenburg en Velddriel door een integrale gebiedsaanpak Waardenburg en een integrale gebiedsaanpak Maasdriel/ Velddriel; c. het bieden van een goed alternatief voor de auto in de vorm van hoogwaardige loop-, fiets- en regionaal openbaar vervoer- en overstapvoorzieningen. Conform de netwerkuitwerking van landsdeel Zuid van het Toekomstbeeld OV 2040 zijn majeure opgaven geagendeerd voor de spoorcorridor Utrecht-Geldermalsen-Den Bosch.

Zo gaan regionale partners het regionaal openbaar vervoernetwerk in Noordoost-Brabant/ ’s-Hertogenbosch en in Gelderland/regio Rivierenland op logische, goed bereikbare plekken voorzien van multimodale mobiliteitshubs om uitwisseling tussen modaliteiten te faciliteren;

Pagina 64 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

d. speciale aandacht is er daarbij voor de reconstructie van station/ spoorknoop ’s-Hertogenbosch, het vernieuwen van het busstation ’s-Hertogenbosch, de ontwikkeling van de overstap- en verblijfskwaliteiten en het verbeteren van de toegankelijkheid voor fiets en openbaar vervoer van station Geldermalsen, de realisatie van mobiliteitshubs Brabantpoort en Pettelaar en het versnellen van het hoogwaardig openbaar vervoer in ’s-Hertogenbosch, naar Schijndel en Veghel; e. in de regio Rivierenland gaat het onder meer om knooppuntontwikkelingen in Tiel, Geldermalsen, Zaltbommel en Culemborg. Ook over hoogwaardig openbaar vervoer per bus tussen Nijmegen, Druten, Kerkdriel, Hedel naar Den Bosch, hoogwaardige fietsverbinding Zaltbommel-Den Bosch en de gewenste doorontwikkeling van het spoor Arnhem-Elst-Tiel en doortrekking naar Geldermalsen; f. in de verstedelijkingsopgave in te zetten op verdichting, functiemenging, loop- en fiets aantrekkelijkheid en nieuwe woon- en werklocaties te accommoderen nabij dragende OV-corridors. Deze flankerende maatregelen worden parallel aan de planuitwerkingsfase verder uitgewerkt (inhoudelijk, effecten, kosten). De gemeente ‘s-Hertogenbosch stelt EUR 10 mln beschikbaar voor de flankerende maatregelen als bedoeld onder a.

De Gelderse Regio en de Brabantse Regio gaan zich op basis van de planuitwerking inspannen financiële bijdragen ter beschikking te stellen aan de realisatie van de overige flankerende maatregelen. 2

Het Rijk en de provincie Gelderland spreken af dat indien de NMCA 2021 inzichten geeft over negatieve effecten op doorstroming en verkeersveiligheid van de diverse lopende projecten zoals onder andere de A2 Deil-Vught, die aansluiten op de A15 tussen Gorinchem en Valburg, dit aanleiding kan zijn om verdere gesprekken over de A15 te voeren. In dit overleg wordt aandacht geschonken aan deze mogelijke nieuwe knelpunten met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid op dit traject.

Pagina 65 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

6

Naar realisatie

6.1

Organisatie planuitwerking Deze structuurvisie licht het doorlopen traject van de MIRT-verkenning toe en legt het uiteindelijk door de minister van IenW gekozen voorkeursalternatief vast. Door middel van de structuurvisie wordt de fase van de MIRT-verkenning afgesloten en wordt vanaf 2022 een start gemaakt met de volgende fase, de planuitwerking. Rijkswaterstaat is de trekker van deze volgende fase. Voor de onderdelen uit het voorkeursbesluit waarvoor de minister van IenW bevoegd gezag is, dat wil zeggen het hoofdwegennet en de bijkomende infrastructuur, wordt de projectprocedure van het projectbesluit doorlopen. In de planuitwerkingsfase worden de ontwerpen verder gedetailleerd, de milieueffecten in meer detail onderzocht en wordt de wettelijk vereiste mitigatie en compensatie uitgewerkt. De planuitwerkingsfase resulteert in een projectbesluit met daarbij een milieueffectrapport (MER). Daarbij is ook een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Ook de planuitwerkingsfase maakt deel uit van het Programma A2 Deil-Vught. In deze volgende fase wordt de governance structuur aangepast, zodat de samenhang van de planuitwerking en het pakket aan brede mobiliteitsmaatregelen is geborgd. Dat is belangrijk omdat de Quick Wins de basis vormen voor ‘minder hinder’maatregelen tijdens de bouwfase en het Breed mobiliteitspakket voortbouwt op de Quick Wins.

6.2

Breed mobiliteitspakket Het Breed mobiliteitspakket staat los van een uiteindelijk projectbesluit en kan afzonderlijk gerealiseerd worden. Nadere afspraken over de Quick Wins in het lopende programma tot en met 2025 maken deel uit van de voorkeursbeslissing. De Quick Wins worden tot en met 2025 uitgevoerd zoals afgesproken in het BO MIRT van 2017. Maximale effecten vanuit het Breed mobiliteitspakket kunnen alleen gehaald worden met een gerichte langjarige aanpak. Wanneer alle pakketten ingevoerd worden, bedragen de kosten van 2026 tot 2030 EUR 32 mln. Aanvullend is een bedrag van EUR 10 mln nodig tot en met 2025 voor het doorzetten van de huidige Quick Wins en is ongeveer EUR 2 mln nodig voor monitoring, evaluatie, organisatie en management. Dit brengt de totale kosten tussen 2020 en 2030 op EUR 44 mln (afgerond in de kostentabel naar EUR 45 mln). Na 2030 zijn aanvullende inspanningen nodig die nog niet zijn geraamd. De uitkomst is niet zeker en is daarom adaptief. De opdrachtgevers nemen een inspanningsverplichting op zich om te borgen dat het maximale effect wordt behaald. Om te zorgen voor voldoende resultaat tussen 2030 en 2040 is het nodig om de kansrijke onderdelen van het intentiepakket op tijd op te pakken.

6.3

Duurzaamheid en meekoppelkansen Om te bepalen welke ruimte er is om duurzaamheidswinst te behalen, zijn verschillende maatregelen geïnventariseerd. Deze zijn opgenomen in bijlage B en C. In de planuitwerkingsfase worden deze maatregelen opnieuw onderzocht en geconcretiseerd.

Pagina 66 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

In paragraaf 5.3.9 is ingegaan op de meekoppelkansen waarover al concrete afspraken zijn gemaakt voor de planuitwerkingsfase of waarvoor al intenties zijn overeengekomen. Dit betreft de volgende meekoppelkansen: − vergroting van de waterberging in de Dungense polder; − verbeteren doorstroming Maasbruggen; − anticiperen op piekbuien van 90 mm neerslag. De nadere uitwerking en besluitvorming van deze en overige meekoppelkansen kan plaatsvinden tijdens de planuitwerkingsfase.

6.4

Financiering en uitvoering

De minister van IenW en de bevoegde gezagen van de provincies Brabant en Gelderland, de gemeente ’s-Hertogenbosch en Regio Rivierenland maken in een Bestuursovereenkomst afspraken over de verdeling, fasering, risico’s en bekostiging van de voorkeursbeslissing. In totaal bedragen de kosten van het voorkeursalternatief EUR 875 miljoen, waarvan maximaal EUR 830 miljoen (inclusief omzetbelasting) door de minister van IenW wordt gereserveerd in de begroting van IenW ten behoeve van de benodigde infrastructurele maatregelen. De overige regionale overheden reserveren gezamenlijk maximaal EUR 45 miljoen (inclusief omzetbelasting) ten behoeve van het Breed mobiliteitspakket met het nagestreefde effect om het verkeer in de spitsen met 10 % af te laten nemen ten opzichte van de situatie zonder deze maatregelen. De regionale partijen voeren een onderzoek uit naar verdere invulling van het Breed mobiliteitspakket en de flankerende maatregelen. Doel hiervan is om nadere afspraken te maken over de uitvoering en financiering van deze maatregelen, welke worden vastgelegd in de bestuursovereenkomst. Partijen spannen zich in om de financiering van deze maatregelen sluitend te krijgen in de daarvoor bestemde bestuurlijke processen. Tabel 11 geeft een overzicht van de verdeling van de financiering.

De bijdragen aan de aanvullende afspraken in het kader van de voorkeursbeslissing bedragen vooralsnog EUR 10 miljoen (inclusief omzetbelasting). De verdeling tussen het Rijk en de regionale overheden is eveneens opgenomen in tabel 11.

Totaal Infrastructurele aanpassingen Breed mobiliteitspakket

EUR 830 mln

Totaal (maximaal)

EUR 875 mln

Flankerende maatregel oostzijde ‘sHertogenbosch Overige flankerende maatregelen

EUR 10 mln

EUR 45 mln

Rijk

Regio

Uitvoering

EUR 830 mln EUR 0 mln

EUR 0 mln

Rijk

EUR 45 mln

Regionale overheden

EUR 830 mln EUR 0 mln

EUR 45 mln EUR 10 mln

Uitwerking parallel aan planuitwerkingsfase

Tabel 11 Financiering

Pagina 67 van 82

Regionale overheden Regionale overheden

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

6.5

Monitoring en evaluatie Binnen het Programma A2 Deil-Vught wordt jaarlijks gemonitord en geëvalueerd hoe de situatie op de A2 zich ontwikkelt en wat het effect is van de Quick Wins. Deze monitoring en evaluatie wordt voortgezet om het effect van de Quick Wins te maximaliseren. Eventueel kan het pakket worden aangepast wanneer de uitkomsten van de monitoring daar reden toe geven. De problematiek op de weg verandert namelijk, net als de kennis over mogelijkheden en effecten van maatregelen. Met de ontwikkelde monitorings- en evaluatiesystematiek van het Programma wordt gestuurd op realisatie van de doelstellingen en ambities.

Pagina 68 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

7

Participatie

7.1

Participatie vanuit omgeving Onder de Omgevingswet is participatie een belangrijke pijler. Met participatie wordt in de Omgevingswet bedoeld ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen’. Vooruitlopend op de Omgevingswet is bij de MIRT-verkenning daarom ingezet op vroegtijdige participatie en zijn participanten in verschillende samenstellingen betrokken. Deze participatie heeft plaatsgevonden via informerende bijeenkomsten, maar belanghebbenden hebben ook actief mee kunnen denken in het proces. Dit heeft zich bijvoorbeeld geuit in ontwerpateliers en workshops, waarin oplossingen voor de problematiek op de A2 zijn aangedragen en kansen en knelpunten zijn gesignaleerd. Ook is voor de kern Waardenburg een speciaal gebiedsgericht proces opgestart. Gedurende de terinzagelegging van de NRD eind 2019 (zie paragraaf 1.4) heeft eenieder de mogelijkheid gehad reactie te geven op het voornemen. Alle zienswijzen zijn van een reactie voorzien in de NvA. Deze nota is toegestuurd aan alle indieners van een zienswijze en is daarnaast gepubliceerd op de website van de MIRTverkenning (www.mirta2deilvught.nl).

Tijdens het hele traject van de MIRT-Verkenning zijn op reguliere basis bijeenkomsten georganiseerd met de expertpool en de ambtelijke, bestuurlijke en maatschappelijke adviesgroepen (AAG, BAG en MAG). Met de betrokken stakeholders, waaronder gemeenten, waterschappen en milieuen natuurorganisaties zijn klanteisenspecificatie (KES)-gesprekken gevoerd. De betrokken overheden zijn in de gelegenheid geweest om duurzaamheidsambities in te brengen in verschillende werksessies (5 november 2019, 28 januari 2020 en 19 mei 2020). De partijen waar waterbelangen een grote rol spelen, zijn verenigd in de watertafel. Het gaat om het Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat Zuid Nederland, Rijkswaterstaat Oost Nederland, de waterschappen Rivierenland, Aa en Maas en de Dommel, en de provincies Gelderland en Noord-Brabant. Samen hebben zij onder andere de thema’s waterberging en klimaatadaptatie onder de aandacht gebracht en verdere invulling gegeven aan meekoppelkansen vanuit deze thema’s. Samen met de projectgroep, het programmateam en experts zijn werksessies georganiseerd om stapsgewijs toe te werken naar een invulling van het Breed mobiliteitspakket. Deze sessies hebben plaatsgevonden in november 2019, februari 2020 en april 2020. Ook belanghebbenden en andere geïnteresseerden in de omgeving zijn actief bij het project betrokken.

In juni 2018 is naar aanleiding van de startbeslissing voor de MIRT-verkenning een brede informatieavond georganiseerd. Daarnaast zijn workshops gegeven om relevante ontwikkelingen te inventariseren (september 2018), zijn onderzoeksateliers opgezet om de oplossingsrichtingen te ontwikkelen (november 2018) en zijn workshops georganiseerd om kansen en knelpunten te herkennen (maart 2019).

Pagina 69 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Aanvullend is de omgeving door middel van openbare informatiebijeenkomsten op de hoogte gesteld van de laatste ontwikkelingen en hebben zij vragen kunnen stellen over de stand van zaken. Deze bijeenkomsten hebben plaats gevonden in maart en november 2019, in maart en mei 2020 en in maart 2021. Vanwege COVID-19 was het vanaf maart 2020 niet mogelijk om fysiek bijeen te komen op locatie en hebben alle participatiemomenten digitaal plaatsgevonden. Naast de informatiebijeenkomsten, workshops en ontwerpateliers, is ook een digitaal participatieplatform opgericht: www.a2inbeeld.nl. Via het participatieplatform hebben belanghebbenden zorgen en suggesties kunnen indienen en informatie kunnen vinden over de kansrijke alternatieven en de afwegingsinformatie en kunnen achterhalen welke keuzes wel/niet in het voorkeursalternatief worden vastgelegd. Uitgebreide informatie over het project is, gedurende het proces, ook te vinden geweest via de website www.mirta2deilvught.nl. Hier heeft men zich kunnen aanmelden voor de officiële nieuwsbrief, zijn openbare documenten (zoals het NRD en NKA) terug te vinden in de digitale bibliotheek en kunnen antwoorden op veel gestelde vragen worden teruggelezen. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de website www.platformparticipatie.nl, waarop ook informatie over de NRD en de zienswijzenprocedure is gepubliceerd.

Gedurende het proces van de MIRT-verkenning zijn op verschillende momenten meekoppelkansen en raakvlakken in beeld gebracht. Het gaat daarbij om ontwikkelingen en kansen in de directe omgeving van de A2 Deil-Vught waarmee bij de uitwerking van het project een verbinding kan worden gelegd. In bijlage E is het participatieverslag van de MIRT-verkenning A2 Deil-Vught opgenomen.

7.2

Inspraak en advies op de ontwerpstructuurvisie De ontwerpstructuurvisie wordt samen met het MER ter inzage gelegd. Gedurende 6 weken is het voor iedereen mogelijk een zienswijze in te dienen. Tijdens deze periode worden informatieavonden georganiseerd om de resultaten van de verkenning toe te lichten. De zienswijzen worden betrokken bij het vaststellen van de structuurvisie. De manier waarop dit gebeurt wordt bij de definitieve structuurvisie beschreven. Zienswijzen kunnen op drie manieren kenbaar worden gemaakt: − digitaal; − mondeling; − per post.

Digitaal Bij voorkeur via internet door het online invullen van een reactieformulier op de website http://www.platformparticipatie.nl/a2deilvught

Pagina 70 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Mondeling Het is tijdens kantooruren mogelijk om een afspraak maken via 070 456 89 99. Per post Zienswijzen kunnen schriftelijk worden verzonden aan: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Directie Participatie o.v.v. MIRT-verkenning A2 Deil-Vught Postbus 20901 2500 EX Den Haag De data en locaties van de terinzagelegging van de ontwerpstructuurvisie en van de informatiebijeenkomsten worden bekend gemaakt door middel van advertenties in de digitale Staatscourant, in enkele dagbladen, in huis-aan-huisbladen en op de website van het project: www.mirta2deilvught.nl en op http://www.platformparticipatie.nl/a2deilvught. De mogelijkheid en wijze van informatiebijeenkomsten en inzage van de stukken op locatie is afhankelijk van de actuele situatie rondom COVID-19. De informatie die hierover in de kennisgeving is opgenomen is hierin leidend.

7.3

Participatie in het vervolg De komende jaren wordt naar een projectbesluit toegewerkt en wordt de realisatie van het project voorbereid. Gedurende de planuitwerking vormt participatie opnieuw een belangrijk onderdeel. Regelmatig wordt beoordeeld of het participatieproces nog steeds aansluit bij de behoeften en wensen uit de omgeving en het project. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat er extra bijeenkomsten worden georganiseerd, of dat meer gesprekken met specifieke (of ontbrekende) doelgroepen wenselijk zijn. Over de exacte vorm, inhoud en frequentie van participatie, vindt nadere afstemming plaats tussen de opdrachtgevende partijen.

Pagina 71 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

8

Literatuurlijst

1.

2. 3.

4. 5.

6. 7.

8. 9. 10. 11. 12. 13.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2018). Startbeslissing MIRTverkenning A2 knooppunt Deil - ’s-Hertogenbosch - knooppunt Vught. Te raadplegen via: https://www.mirta2deilvught.nl/mirtverkenning/bibliotheek+k+verkenning/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv= 1278876. Witteveen+Bos (2021). MIRT-verkenning. Milieueffectrapport (MER). Witteveen+Bos (2019). MIRT-verkenning A2 Deil - Vught. Gebiedsbeschrijving en probleemanalyse. Te raadplegen via: https://www.mirta2deilvught.nl/mirtverkenning/bibliotheek+k+verkenning/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv= 1278880. Witteveen+Bos (2019). MIRT-verkenning A2 Deil - Vught. Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Te raadplegen via: https://www.mirta2deilvught.nl/mirt. Witteveen+Bos (2020). MIRT-verkenning A2 Deil-Vught. Nota van Antwoord Zienswijzen en advies commissie m.e.r. NRD. Te raadplegen via: https://mirta2deilvught.nl/mirtverkenning/bibliotheek+verkenning/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=159462 9. Panteia (2021). MIRT-verkenning A2 Deil - Vught. Maatschappelijke KostenBatenanalyse. Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2020). Mobiliteit en de coronacrisis. Effecten van de coronacrisis op mobiliteitsgedrag en mobiliteitsbeleving. Te raadplegen via: https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2020/04/20/mobiliteit-en-decoronacrisis. Witteveen+Bos (2021). MIRT-verkenning A2 Deil - Vught. Ontwerpnota. Witteveen+Bos (2021).

MIRT-verkenning A2 Deil - Vught. Verkenningenrapport. Witteveen+Bos (2021). MIRT-verkenning A2 Deil-Vught. Probleemoplossend vermogen varianten knooppunt Deil. Witteveen+Bos (2021). MIRT-verkenning A2 Deil-Vught. Gevoeligheidsanalyse 100 km/u. Witteveen+Bos (2021). MIRT-verkenning A2 Deil-Vught. Haalbaarheid ADCtoets voorkeursalternatief. Witteveen+Bos (2021). MIRT-verkenning A2 Deil-Vught. Variantenstudie vormgeving kp. Deil.

Pagina 72 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Bijlage A

Breed mobiliteitspakket

Voortzetten Quick Wins (QW) tot en met 2025 Maatregelen: -

QW: versterken OV knooppunt ’s-Hertogenbosch;

-

QW: versterken regionale openbaar vervoer knooppunten;

-

QW: carpoolplaatsen;

-

QW: standby berger bij knooppunt Empel;

-

QW: aanpassing aansluiting A2 Sint Michielsgestel;

-

QW: werkgeversbenadering;

-

QW: stimuleren logistieke initiatieven;

-

QW: netwerkbreed gecoördineerd verkeersmanagement;

-

QW: reizigersbenadering;

-

QW: mobility as a service;

-

follow-up bereikbaarheidsmaatregelen fietsverbindingen.

Globale effecten: -

positief effect doorstroming door spitsmijdingen en capaciteitsvergroting;

-

realiseren goede startpositie voor Minder Hinder 2025-2030 en voor verdere uitbouw brede mobiliteitspakket na 2025.

Basispakket (2025-2030)

Aanvullend pakket (2025-2030)

Maatregelen:

Maatregelen:

-

-

QW: versterken regionale bereikbaarheid OV knooppunt ’s-Hertogenbosch;

aanvullende maatregelen versterken regionale (bereikbaarheid) OV knooppunten;

-

QW: versterken regionale OV knooppunten;

-

-

QW: standby berger bij knooppunt Empel;

-

QW: carpoolplaatsen;

-

P+R transferia langs A2;

-

QW: werkgeversbenadering;

-

mobiliteitshubs langs A2;

-

QW: reizigersbenadering;

-

truckparkeervoorzieningen;

-

QW: netwerkbreed gecoördineerd

-

digitale technieken beschikbaarheidsinformatie

management;

verkeersmanagement (aanvullende locaties en incidentsituaties); -

Fietsstimuleringsprojecten;

-

fietsinfrastructuur verbeteren: ·

kleine inframaatregelen

parkeervoorzieningen; -

dynamische signalering (o.a. voor bewegwijzering Ring ’s-Hertogenbosch, snelheden, inhaalverboden);

-

Globale effecten: -

smart mobility ontwikkelingen incident

extra inzet op fietsvoorzieningen in regio (incl. deelfietssystemen en fietsenstallingen).

positief effect doorstroming door spitsmijdingen en capaciteitsvergroting A2 (2

Globale effecten:

%).

-

extra positief effect doorstroming door spitsmijdingen en capaciteitsvergroting (+1 %);

-

positief effect verkeersveiligheid;

-

positief effect duurzaamheid.

Ambitiepakket (2025-2030)

Intentie pakket (vanaf 2030)

Maatregelen:

Maatregelen:

-

-

meten afwijkend rijgedrag voor beheer

strategisch samenbrengen MIRT A2 en Toekomstbeeld

infrastructuur;

OV 2040 (o.a. lange termijn oplossing station ’s-

-

sensoriek in vitale infrastructuur;

Hertogenbosch, treinbediening A2 Corridor, HOV

-

V2I technieken (aanvullende communicatie vanuit voertuig met infrastructuur).

Globale effecten: -

ontwikkeling); -

autonoom vervoer last/first mile en op de A2;

-

QW: Afstemming ruimte, economie en milieu

-

snelfietsroute Zaltbommel - Geldermalsen.

extra positief effect op doorstroming door capaciteitsvergroting (+1 %);

Globale effecten:

extra positief effect verkeersveiligheid.

-

aanvullend effect op regionale leefbaarheid / ontwikkelingen;

-

effect op A2 beperkt.

Pagina 73 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Bijlage B

Duurzaamheidsmaatregelen met weinig/geen kosten

Maatregel

Kosten

1. Energie energiezuinige en dynamische LED-verlichting langs de gehele A2

kostenbesparing

innovatief asfaltmengsel met een lage rolweerstand

gelijkblijvende kosten

alternatief voor dieselaggregaat tijdens aanleg

kostenbesparing

innovatieve en snellere bouwmethode van aanleggen wegdek

kostenbesparing

grondwerkzaamheden regionaal organiseren

kostenbesparing

toepassing van klimaatpositieve lichtmast

gelijkblijvende kosten

toepassing van glow in the dark belijning

gelijkblijvende kosten

inzet duurzame energie door stimuleren opwekmogelijkheden op of langs de weg

kostenbesparing

bijvoorbeeld in landbouwgebied tussen knooppunt Deil en de Waal opwek door middel van

kostenbesparing

zonne-energie op verzorgingsplaatsen innovatieve duurzame energieopwekking (e.g. fietspaden, vluchtstroken en

gelijkblijvende kosten

geluidsschermen met geïntegreerde zonnecellen) zonnepanelen op geluidsschermen / geluidswallen

kostenbesparing

straatverlichting op energie uit gras

gelijkblijvende kosten

2. Circulaire economie en materialen innovatieve geluidsreductie/ diffractoren in plaats van verhoging geluidswallen

kostenbesparing

innovatief geluidsreducerend wegdek Maasbrug (2L-ZOAB niet mogelijk in verband

gelijkblijvende kosten

met draagkracht brugdek) toepassen van (meer) recycling in de asfaltmengsels

kostenbesparing

uitsparen van vervanging 2L-ZOAB in de toekomst door verjongingsmiddelen

kostenbesparing

toepassing zig zag en/of modulaire geluidsschermen

kostenbesparing

inzet op renovatie van geleiderails of toepassing van Renorail/biobased geleiderail

kostenbesparing

indien bruggen vervangen worden inzetten op hergebruik van huidige bruggen of

kostenbesparing

onderdelen uit de omgeving. Van de huidige Martinus Nijhoffbrug zijn bijvoorbeeld tuien, pylonen en een deel van de fundering hoogwaardig her te gebruiken, wel dient de trekkracht (tuien) en pylonen (drukkracht) nader onderzocht te worden grondstoffenpaspoort opstellen

gelijkblijvende kosten

chippen van assets

gelijkblijvende kosten

biobased verankering bomen langs de A2

gelijkblijvende kosten

4. Welzijn en gezondheid biobased verankering bomen langs de A2

gelijkblijvende kosten

inzet van olivijn in middenberm ten behoeve van afvang van CO2

gelijkblijvende kosten

Pagina 74 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Bijlage C

Mogelijke duurzaamheidsmaatregelen voor ambitiebudget

Maatregel 1. Energie autonome en emissieloze bouwplaats/bouwlogistiek stimuleren van bidirectioneel laden, ofwel Vehicle-2-Grid (V2G) technologie 2. Circulaire economie en materialen indien bruggen vervangen worden, primair materiaalgebruik van nieuwe bruggen verlagen en herbruikbaarheid bij einde levensduur verhogen Maasbrug als duurzaamheidsicoon en toegang van en naar Provincie Brabant en Gelderland (door bijvoorbeeld innovatief materiaalgebruik en natuurinclusiviteit) brug uitvoeren in biobased materialen en/of composiet 3. Bereikbaarheid Onderdeel van Breed Mobiliteitspakket (paragraaf 3.7 en [Lit. 15]) 4. Welzijn en gezondheid innovatieve oplossing voor beperking geluidshinder of andere milieueffecten voor circa 30 woningen tussen Deil en de Waal die in geluidswal dicht tegen de A2 aanliggen alternatieve afwatering WADI’s, helofytenfilter, waterwikkelbuizen bij verplaatsing van aansluiting Waardenburg liggen er kansen op verbetering leefbaarheid en ontlasting kern Waardenburg - kansen dienen nog concreter gemaakt te worden 5.

Ecologie innovatieve inrichtingsmaatregelen ter voorkoming van verstoring van beschermde soorten en algemene soorten toepassing natuurvriendelijke bermen tussen knooppunt Deil en Empel in verband met ruimtebeslag NNN en verstoring beschermde soorten (gewone dwergvleermuis, heikikker en roek) extra inzetten op verbeteren natuurwaarden uiterwaarden in deelgebied Waardenburg + Waalburg + Zaltbommel ten behoeve van beschermde soorten (bever, roek, kamsalamander, ree en haas) toepassing natuurvriendelijke bermen in deelgebied De Lucht en Kerkdriel in verband met ruimtebeslag N2000/NNN en verstoring jaarrond beschermde nesten van de roek toepassing van natuurinclusieve brug (Maasbrug), zie ook thema circulariteit en materialen extra inzetten op verbeteren natuurwaarden uiterwaarden in deelgebied Maasbrug + Maaspoort + Rosmalen ten behoeve van beschermde soorten (ransuil, bever, das, eekhoorn, steenmarter, wezel, kamsalamander) toepassing natuurvriendelijke bermen in deelgebied Maasbrug + Maaspoort + Rosmalen in verband met ruimtebeslag NNN en verstoring beschermde soorten (ransuil, bever, das, eekhoorn, steenmarter, wezel, kamsalamander) toepassing natuurvriendelijke bermen in deelgebied Hintham + Vught in verband met ruimtebeslag NNN en verstoring beschermde soorten (poelkikker, hermelijn, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, bever, bunzing, das, ree, wezel, buizerd en roek)

faunavoorziening onder viaduct bij de Aa (marters) bestaande faunapassages optimaliseren en extra passages aanleggen gebruikswaarde recreatieplas Oosterplas vergroten extra inzetten op maatregelen ter voorkoming van verstoring van beschermde soorten en algemene soorten (vogels, ree, haas, bunzing, konijn enzovoort) 6. Ruimtelijke kwaliteit snelfietsroute inpassen op aansluiting fietsroute Linie 1629 (route langs de belangrijkste plekken van het Beleg van ’s-Hertogenbosch) of op noord-zuid as promotie/zichtbaarheid vergroten van Tempel van Empel (heiligdom gewijd aan Hercules Magusanus) bereikbaarheid/zichtbaarheid beschermd stadsgezicht ’s-Hertogenbosch vergroten behoud van unieke tuibrug en vergroten van zichtbaarheid (Martinus Nijhoffbrug) transparante/open ontwerp geluidsschermen ter hoogte van Maasbrug. Verhoging belevingswaarde van uiterwaarden bewegwijzering afstemmen op bezienswaardigheden/landschapsstructuren in de omgeving

Pagina 75 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

belevingswaarde herstellen van de historisch waardevolle linden (zogenaamde ‘troetelkloosterboom’) aan het begin van het voormalig kloosterterrein toepassing van verticale groenvoorzieningen parkeerplaats De Lucht vergroenen en daarmee klimaatbestendiger te maken en tegelijk beter landschappelijk in te passen

Pagina 76 van 82

Ontwerpstructuurvisie MIRT-verkenning A2 Deil-Vught

Bijlage D

Meekoppelkansen

Nr.

Meekoppelkans

Indienende

Beschrijving

partij 1

verbeteren

gemeente

de snelheid op de A65 tot hectometer 3.1 verlagen naar 80 km/h om

leefbaarheid ter hoogte

Vught

de leefbaarheid te verbeteren

faunapassages

gemeente

de verbreding van de A2 biedt kansen om bestaande faunapassages

gemeente Zaltbommel

Zaltbommel

te optimaliseren en eventuele extra passages aan te leggen. De A2 is

van Vught 2

in Zaltbommel namelijk een bekende plek voor aanrijdingen met dieren (o.a. kleine marterachtigen et cetera) 3

vergroenen

gemeente

aanpassingen aan de A2 bieden kansen om De Lucht te vergroenen.

parkeerplaats De Lucht

Zaltbommel

Parkeerplaats De Lucht is momenteel namelijk weinig groen en daarmee weinig klimaatbestendig ingericht. Ook de landschappelijke inpassing is beperkt

4

nieuwe fietsverbinding

gemeente

nieuwe fietsverbinding tussen de Koningin Wilhelminaweg te

over A2 in Oost-West

Zaltbommel

Zaltbommel en De Lucht, om de barrièrewerking van de A2 voor

richting

langzaam verkeer te verminderen. Mogelijk is deze te combineren met een bestaand viaduct maar een solitaire fietsovergang is ook mogelijk

5

onderdoorgang

gemeente

in de toekomst is het wenselijk om de T-splitsing Koningin

Koningin

Zaltbommel

Wilhelminaweg met Van Heemstraweg, gelegen onder het viaduct

Wilhelminaweg

van de A2 opnieuw in te richten vanwege verkeersveiligheid en capaciteit, mede als gevolg van de plannen voor LeisureDome in de nabijheid van deze kruising. Bij deze herinrichting is het hele gebied rondom deze kruising, inclusief het gebied aan de oostkant van de A2, betrokken. Deze herinrichting heeft raakvlakken met de uitbreiding van de A2 en haar viaducten en pijlers. Deze kruising is onderdeel van de snelfietsroute Zaltbommel – ’s-Hertogenbosch

6

truckparking

gemeente

een beveiligde en bewaakte truckparking met de nodige faciliteiten.

Zaltbommel

Zaltbommel

De truckparking voorziet ook in een behoefte vanaf de A2: bij De Lucht is de parking vaak vol en daarnaast niet bewaakt. Een locatie voor een truckparking dicht bij de op- en afritten van de A2 en de N322 biedt veel kansen

7

vrijliggende

gemeente

momenteel kent de Waalbrug een aparte langzaam verkeer

(brom)fietsverbinding

Zaltbommel;

verbinding voor gecombineerd gebruik door landbouwverkeer, fiets-

Waalbrug

gemeente West

en bromfietsverkeer en voetgangers. Bij de capaciteitsuitbreiding van

Betuwe

de Waalbrug dient een vrijliggende (brom)fietsverbinding gerealiseerd te worden, fysiek gescheiden van het landbouwverkeer. De wens is om dit qua maatvoering en inrichting te baseren op de provinciale (Gelderse) eisen voor een snelle fietsroute. Dit omdat er een regionale ambitie is om het snelfietspad ’s-Hertogenbosch – Zaltbommel door te trekken via Waardenburg naar Geldermalsen en Culemborg (en verder naar Houten). De huidige Waalbrug vormt daarin een knelpunt qua verkeersveiligheid, comfort (hellingspercentage) en herkenbaarheid

8

zonnepanelen op

gemeente

met de Regionale Energie Strategie (RES) doen wij als regio een bod

geluidsschermen

Zaltbommel

waarin de hoeveelheid op te kunnen wekken duurzame energie is opgenomen. Zonnepanelen op geluidschermen kunnen hier een bijdrage aan leveren

9

Tempel van Empel

gemeente ‘s-

direct langs de A2 wordt de voormalige Romeinse Tempel van Empel

Hertogenbosch

‘beleefbaar’ gemaakt (maakt onderdeel uit van de zogenaamde Tempels aan de Maas), zowel fysiek als digitaal. Zichtbaarheid vergroten middels transparante geluidsschermen kan hier onderdeel van uit maken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10427029/1