1a. Bijlage jaarstukken 2021
Tekst van het document
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
26
27
In anticipatie op de Omgevingswet en om klaar te zijn voor het DSO werken we bij de ODBN sinds 2021 aan een nieuw VTH-zaaksysteem. Naar verwachting zal dit systeem halverwege 2022 in gebruik genomen worden, waarmee we er ruim voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ervaring op kunnen gaan doen. Naast het klaarstomen van het nieuwe zaaksysteem hebben we vorig jaar gewerkt aan de actualiseren van de werkprocessen. Een belangrijke verandering in de Omgevingswet is het nieuwe begrip ‘Milieubelastende Activiteit’ (MBA), dat in de plaats komt voor het begrip ‘inrichting'. Het afgelopen jaar hebben we onderzocht of we de omzetting van het inrichtingenbestand naar een MBA-bestand geautomatiseerd kunnen laten plaatsvinden. Deze pilot heeft echter onvoldoende betrouwbare omzettingen opgeleverd. In 2021 zijn de provinciale inrichtingen wel al handmatig omgezet. Ten slotte is het zaak dat wij onze medewerkers goed opleiden in het werken met en onder de Omgevingswet. Daarom is in 2021 een opleidingstraject ingekocht. Dit traject zal starten in de eerste helft van 2022, zodat onze medewerkers tijdig klaargestoomd zijn voor de Omgevingswet en hun nieuwverworven kennis zo snel mogelijk ook daadwerkelijk in de praktijk kunnen brengen.
Bodemtaken Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) overgeheveld naar de gemeenten. Gemeenten worden dan de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie. Doordat de Omgevingswet is uitgesteld, is ook de overdracht van de bodemtaken van provincie naar gemeenten uitgesteld. In samenwerking met de provincie en de andere twee Brabantse omgevingsdiensten hebben is een ‘transitiedocument overdracht bodemtaken’ opgesteld. Daarmee hebben we nu inzicht in de verwachte taken voor de omgevingsdiensten en de omvang hiervan. Door de energietransitie ontstaat een toename van verzoeken voor het beoordelen van bodemenergiesystemen. Inmiddels hebben wij ervaring opgedaan met deze beoordelingen. De werkprogramma's zijn hier voor de komende jaren op ingericht.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Transitie zorgvuldige veehouderij In 2021 is de Taskforce Veehouderij 2.0 afgerond. Deze ambtelijke taskforce kreeg de opdracht advies uit te brengen over hoe de drie Brabantse omgevingsdiensten het capaciteitsvraagstuk voor de agrarische vergunningverlening moeten aanpakken, dat was ontstaan met de versnelling van de transitie van de veehouderij in Brabant. De taskforce 1.0 heeft in het rapport Meer dan de som der delen een advies uitgebracht met maatregelen om de verhoogde capaciteitsvraag op te vangen, terwijl het geldende beleid – onder andere volgend uit het coalitieakkoord – gehandhaafd blijft. Vervolgens is aan de taskforce 2.0 gevraagd om toe te zien op de implementatie van dit advies. Met de taskforce 2.0 hebben we Brabantbreed - met de drie diensten en de Provincie maatregelen geïmplementeerd die ervoor zorgen dat we efficiënter werken en tegelijkertijd de beleidsdoelstellingen halen. Hiermee dringen we de vraag naar extra capaciteit terug. In 2022 wordt door de drie diensten gezamenlijk onderzocht hoe we de samenwerking op het agrarische vlak kunnen voortzetten. Het tempo waarin maatschappelijke, juridische en beleidsmatige ontwikkelingen elkaar opvolgen nopen ons om onze werkwijze waar mogelijk te blijven herijken. Met het afronden van de taskforce is de transitie zorgvuldige veehouderij natuurlijk niet ‘af’.
Het is een onderwerp dat van grote invloed is en blijft op de uitvoering van de VTH-taken.
ODBN Jaarstukken 2021
28
De rapportages voor de Informatieplicht geven het volgende beeld: 62% van de bedrijven geeft zelf aan nog niet alle verplichte maatregelen te hebben uitgevoerd, 25% heeft alternatieve maatregelen getroffen en slechts 13% meldt alle verplichte energiebesparende maatregelen te hebben getroffen. In de wetenschap dat ook bij controles van de laatste categorie overtredingen worden geconstateerd, is duidelijk dat met energietoezicht nog veel energiewinst te halen is. De ODBN heeft een aanbod aan gemeenten gedaan om met energietoezicht een bijdrage van 20% te leveren aan de besparingsdoelen in de RES. Vijf van de tien gemeenten heeft het Energiebod opgenomen in het werkprogramma 2022. Een aantal gemeenten heeft aangegeven in 2022 nog een besluit te nemen over deelname.
Wat heeft het in 2021 gekost? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING
REKENING 2021
REKENING 2020
BEGROTING 2021
13.991
16.900
14.652
14.536
411
0
130
270
TOTAAL LASTEN
14.402
16.900
14.781
14.806
Basistaken (werkprogramma)
12.270
13.823
12.946
13.974
Verzoektaken (werkprogramma)
9.152
9.688
9.868
9.717
Aanvullende verzoektaken
1.946
3.374
1.099
1.127
TOTAAL BATEN
23.368
26.884
23.912
24.818
SALDO
8.966
9.984
9.131
10.012
BEDRAGEN X €1.000 Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen
Energietoezicht In 2021 is uitvoering gegeven aan meerdere energie-opdrachten: het themaplan energie in het gemeentelijk werkprogramma, begeleiding van de uitvoering van de VUE-subsidieregeling, de afronding van de provinciale subsidieregeling kantoren en de uitvoering van verzoektaken voor de gemeente Oss en de provincie. Ook heeft de ODBN actief aan gemeentelijke deelnemers aangeboden om met energietoezicht een bijdrage te leveren aan de besparingsdoelen volgend uit de Regionale Energiestrategie (de RES): het ‘Energiebod’ van de ODBN.
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
Vanuit de hiervoor genoemde energie-opdrachten hebben we het afgelopen jaar toezicht gehouden op de naleving van de informatie- en energiebesparingsplicht. Het toezicht op de energiebesparingsplicht heeft een bijdrage geleverd aan het aantal ingediende rapporteringen door ondernemers in het kader van de informatieplicht energiebesparingen in het e-loket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In totaal zijn voor de energiebesparingsplicht 251 controles uitgevoerd, waarbij in 87% van de gevallen één of meer overtredingen zijn geconstateerd. De meeste controles zijn uitgevoerd bij bedrijfshallen (33), kantoren (31) en agrarische bedrijven (30). De geschatte CO2 besparing wordt nog in beeld gebracht en met de deelnemers gedeeld in de T3-rapportage.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
29
30
1.2 Regionale dienstverlening
Wat willen we bereiken?
31
In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kan worden uitgevoerd.
Inhoud programma Naast individuele werkprogramma’s voert de ODBN ook regionale programma’s uit. Hierbij gaat het om meer dan één opdrachtgever. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van het regionale programma: ➜ Collectieve taken ➜ Samen Sterk in Brabant ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Klachtenregeling / crisispiket - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen
Wat hebben we daarvoor in 2021 gedaan? Ontwikkelprogramma 2021 Sinds 2020 stelt de ODBN een ontwikkelprogramma op, met daarin de inhoudelijke ontwikkelopgaven die vertaald moeten worden naar de kerntaken van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2021 bestond uit een drietal ontwikkelopgaven: de invoering Omgevingswet en de transitie veehouderij (nader toegelicht onder het programma individuele dienstverlening) en de opgave ‘doorontwikkeling VTH’. Deze laatste ontwikkelopgave kent een aantal deelprojecten – veelal meer operationeel van aard – waarin vaak ook samengewerkt wordt met de andere Brabantse Omgevingsdiensten. Daarnaast is halverwege 2021 gestart met de Impuls Informatiegestuurd Werken.
Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
januari 2023*
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
januari 2023*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
januari 2023*
Wet Natuurbescherming
1 januari 2017
januari 2023*
Draaiboek deelproces milieubeheer
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet 2022
1 januari 2023
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
2023*
In ontwikkeling
* Uitgaande van besluit Rijk invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
32
Samenvattend op opgaveniveau: ➜ De ontwikkelopgave Invoering Omgevingswet kent vanwege het uitstel van de invoeringsdatum een doorloop in 2022. De niet gebruikte budgetruimte van 2021 wordt om die reden in 2022 benut en in dit jaarverslag wordt een voorstel voor overheveling van deze gelden voorgesteld. ➜ De ontwikkelopgave Transitie Veehouderij is eind 2021 afgerond, parallel met het afronden van de Taskforce 2.0. De transitie blijft niettemin een belangrijk aandachtsgebied voor de ODBN. ➜ De ontwikkelopgave Doorontwikkeling VTH 2021 ronden we af, maar kent op projectniveau een aantal doorlopende taken en vertraging. In 2022 richten we deze opgave gerichter in, rondom concrete inhoudelijke speerpunten en doelstellingen. In 2021 zijn we gestart met de Impuls Informatiegestuurd Werken (IGW). Deze impuls heeft een onmiddellijke impact gehad. Zo heeft het IGW een groot aandeel in de totstandkoming van onze bedrijvenlijsten die wij aan de hand van data-analyse hebben samengesteld. Daarnaast zien we het effect van IGW ook terug binnen het Team Handhaving (zie ook het kopje ‘handhaving’ onder het programma individuele dienstverlening). IGW helpt ons om daar te zijn waar het milieurisico het grootst is en om onze capaciteit optimaal in te zetten.
Daarnaast zullen de producten van IGW – die onder andere in 2022 een vervolg zullen krijgen – ook een bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van informatie, wat ons zal helpen om onze resultaten in de toekomst nog beter te gaan duiden. De uitvoering van het ontwikkelprogramma kende het afgelopen jaar de nodige uitvoeringsproblemen. Dit onder andere onder invloed van corona en het thuiswerken, waardoor de samenwerking en implementatie van projecten meer tijd vergde dan geraamd. Er was echter ook sprake van een substantiële uitval van projectleiders die belast zijn met de uitvoering van de ontwikkelopgaven en bijbehorende projecten, hetgeen op een aantal onderdelen heeft geleid tot vertraging. Ook externe inhuur heeft dit gat niet volledig kunnen dichten, waardoor niet het gehele programma is gerealiseerd zoals beoogd. Dit alles leidt tot een onderbesteding van het budget Collectieve Taken, wat deels door de beperkte bezetting komt, maar deels ook vanwege het bewuste sturen op budgetuitgaven door het uitstel van de Omgevingswet naar 1 januari 2023. De vertraging is het meest zichtbaar bij het project Regionaal Kader (ROK-VTH). In 2021 is het ROKVergunningverlening vastgesteld. Sinds 2021 wordt deze ook geïmplementeerd in de uitvoering. De evaluatie en herijking van het ROK-Toezicht & Handhaving moet nog plaatsvinden.
De regionale projectgroep bestaande uit de ODBN en deelnemers is op dit moment geformeerd. Dit krijgt een vervolg in 2022 en de planning zal op de realistische mogelijkheden worden aangepast.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Klachtenregeling Voor de gemeenten en de provincie voert de ODBN de klachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, bijvoorbeeld wanneer sprake is van geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun klacht kwijt bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst. De afgelopen jaren zien we een duidelijke trend waarbij het aantal milieuklachten blijft toenemen. In elk geval sinds 2017 is het aantal klachten elk jaar fors gestegen. Kwamen er in 2018 nog 3429 klachten binnen in de MKC, in 2021 waren dat er maar liefst 6844. Het aantal klachten is daarmee in een relatief korte periode verdubbeld.
Ontwikkeling Incidenten regio BN
Voor de toename in de klachten kunnen allerlei verschillende verklaringen gezocht worden. Mogelijk zijn burgers geneigd eerder melding te doen nu zij meer aan huis gebonden zijn gegeven de coronacrisis. De toegenomen maatschappelijke aandacht voor onder meer luchtverontreiniging kan ook een rol spelen. Men heeft meer oog voor de gevolgen voor de eigen gezondheid van bijvoorbeeld schadelijke uitstoot door bedrijven. Te denken valt aan de ophef rond Tata-Steel. Wanneer we de aard van de klachten over de afgelopen jaren analyseren, valt op dat vooral het aantal klachten waarbij men iets hoort, ruikt of voelt is toegenomen. Een alternatieve verklaring voor de toename in de klachten is gelegen in de mogelijkheid dat toenemende bekendheid van melders met het MKC – dat bestaat sinds 2016 – (mede) ten grondslag ligt aan de stijging. Duidelijk is in elk geval dat het aantal klachten ieder jaar weer toeneemt. In lijn met de ontwikkelingen op het gebied van IGW zullen we op basis van de informatie die we verzamelen over de klachten een verdiepende analyse uitvoeren.
ODBN Jaarstukken 2021
33
34
Crisispiket De ODBN verzorgt namens haar deelnemende gemeenten het crisispiket, in lijn met het ‘draaiboek deelproces milieubeheer’ van de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Medewerkers van de ODBN zijn 24/7 bereikbaar om in het geval van een ramp of crisis de benodigde milieu-expertise te leveren. Voor het merendeel van onze gemeenten leveren we ook de teamleiders milieu. Voor het crisispiket werd 2021 vooral getekend door een tweetal branden bij een schrootverwerkingsbedrijf in onze regio. De eerste brand hebben we geëvalueerd en op basis van deze evaluatie een aantal wijzigingen doorgevoerd in de wijze waarop wij omspringen met een dergelijk incident. Het geleerde hebben we bij de tweede brand meteen in praktijk kunnen brengen. In 2021 hebben de laatste gemeenten besloten om het proces milieubeheer bij de ODBN neer te leggen. Dit betekent dat wij voor alle gemeenten nu aan de lat staan in het kader van de Omgevingszorg.
Van de 6844 klachten in 2021 zijn er 2324 in behandeling genomen door toezichthouders. Dat is ongeveer een derde van het aantal klachten. 2098 van die klachten vielen onder de categorie overlast- en incidentmeldingen. De overige klachten zijn niet behandeld door een toezichthouder omwille van uiteenlopende redenen: van het intrekken van de klacht tot het doorzetten van de klacht naar een ander bevoegd gezag. Van het aantal zaken dat wel in behandeling is genomen door een toezichthouder betreft het leeuwendeel klachten over bedrijven die vallen onder gemeentelijk toezicht (1772 klachten). 398 klachten hadden betrekking op de provinciale opdracht. 226 keer werd er melding gedaan van een ongewoon voorval. We zien – net als vorig jaar - dat een kwart van de ongewone voorvallen provinciale inrichtingen betreft en drie kwart gemeentelijke inrichtingen.
Pilot milieuklachtenafhandeling De grote toename in het aantal milieuklachten was in 2021 aanleiding om het milieuklachtenafhandelingsproces te herzien. Deze (mogelijk) efficiëntere werkwijze hebben we getoetst in een pilot. Deze pilot hield in dat de administratieve medewerkers een aantal klachten zelfstandig afhandelen, waardoor de toezichthouders worden ontzien. De eerste resultaten van de pilot zijn positief: waar normaliter 33% van de klachten afgehandeld worden door toezichthouders, geldt dat met de nieuwe werkwijze nog maar voor 13% van de klachten. Ook geven de indieners van klachten aan zich met de werkwijze meer gehoord te voelen. Begin 2022 worden de resultaten van de pilot grondig geëvalueerd.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
SSIB Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provinciebrede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN – waarin gemeenten, provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven participeren. Door de inzet van professionals op het gebied van toezicht en handhaving en door actieve netwerkopbouw wordt gepoogd de kwaliteit van het buitengebied in Noord-Brabant te bewaken en te verbeteren. Gestreefd wordt naar een schoner en veiliger buitengebied waarin de biodiversiteit wordt gewaarborgd. Daarbij wordt uitgegaan van een drietal speerpunten: afvaldumpingen, stroperij en wildcrossen. Om de naleving van de regels in het buitengebied te bevorderen werkt SSiB nauw samen met haar deelnemers, overige handhavingspartners, bewoners en bezoekers van het buitengebied. Het netwerk is de spil: samen sterk door gerichte handhaving! Het afgelopen jaar vroegen zaken als de komst van de wolf in Brabant en de aanpak van de coronacrisis om onvoorziene inspanningen en een flexibele inzetbaarheid van de medewerkers van SSiB. Desondanks is de opdracht voor 2021 binnen budget gerealiseerd. Opvallend was dit jaar de extra inzet voor ondersteuning bij zoekacties in het kader van vermissingen. Belangrijke ontwikkelingen over het afgelopen jaar zijn ook de diverse innovaties die opgestart zijn.
Een goed voorbeeld daarvan is de digitale briefing. In de digitale briefing kunnen de handhavingspartners relevante informatie met elkaar uitwisselen. Zo delen we actuele informatie met elkaar over het buitengebied en kunnen we informatiestromen aan elkaar koppelen.
ODBN Jaarstukken 2021
35
36
Afgelopen jaar is de provinciale subsidie 2019-2020 definitief vastgesteld. Daarnaast is ook het meerjarenprogramma 2021-2023 vastgesteld en daarmee de opdracht voor de komende periode. Gegeven haar status als zelfstandig opererende organisatie onder formeel werkgeverschap van de ODBN levert SSIB jaarlijks een eigen jaarverslag op. Hierin wordt uitgebreid verantwoording afgelegd over het afgelopen kalenderjaar. Het jaarverslag zal uiterlijk in april gepubliceerd worden op:
l
nt.n a b a r b b i s .s w w w
Ketenaanpak De ODBN voert de zogenoemde ketenaanpak uit voor de thema's asbest, bodem, mest en overige afvalstromen. Een keten is een reeks van opeenvolgende partijen die handelingen verrichten met dezelfde risicovolle stof. Ketenproblematiek heeft de eigenschap dat overtreding en de schadelijke effecten daarvan voor de leefomgeving in plaats en tijd ver uit elkaar kunnen liggen. Daardoor is zowel de schade als de oorzaak daarvan niet altijd direct zichtbaar. Daarbij bestaat het risico dat partijen problemen en risico's doorschuiven naar andere partijen of deze proberen te maskeren binnen de keten.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Met onze ketenaanpak plaatsen we de risicovolle stof en de bijhorende partijen centraal in onze toezichtsaanpak. Hierbij kijken we grens en bevoegdheid overschrijdend. Vanuit samenwerking en informatieoverdracht met onze toezichtpartners krijgen we de ‘risicomomenten’ binnen de totale keten in beeld. Als omgevingsdienst kunnen we hierdoor gerichte interventies uitvoeren. Zowel preventief als repressief. In 2021 hebben we verschillende ketenactiviteiten opgepakt: ➜ Samen met de OMWB, ODZOB en ODZHZ hebben we een barrièremiddel opgezet rondom de restauratie van kunstgrasvelden en de bijhorende afvalstromen. Dit model geeft ons inzicht in de belangrijkste partijen binnen de keten en welke barrières er door de omgevingsdiensten in de toekomst kunnen worden opgeworpen. ➜ Samen met de OMWB is aan de hand van LMA-gegevens gezocht naar ‘zwakke schakels’ binnen de asbestketen. Bij een asbestverwijderingsbedrijf is een diepgravend administratief onderzoek gestart. Het niet voeren van de juiste administratie zorgt voor problemen verderop in de keten en kan ook een signaal zijn van fraude. ➜ In samenwerking met het Brabants Omgeving Datalab (BOD) is een bodem-dashboard ontwikkelt. Hierdoor hebben de Brabantse OD's voortaan up-to-date inzichtelijk waar grond wordt opgeslagen en welke bijhorende grondverplaatsing er binnen Brabant plaatsvinden.
Bij afwijkende signalen kunnen we als omgevingsdiensten in de toekomst sneller en gerichter interveniëren. ➜ Binnen het project ‘gebiedsgerichte handhaving mest’ werken we onder andere samen met de NVWA en de waterschappen. Als ODBN leveren we relevante informatie aan, waardoor gericht toezicht kan worden uitgevoerd tegen mestfraude. In 2021 hebben we gezamenlijk toezicht uitgevoerd bij een tiental mest-verwerkende bedrijven binnen onze regio. Hoewel dit nog niet heeft geleid tot handhavend optreden door de ODBN, leveren we met het project een bijdrage aan de aanpak van mestfraude en het voorkomen van onnodige vervuiling van grond- en oppervlaktewater. Vanuit onze signalerende rol hadden we meer overtredingen verwacht. Dit signaal is ook richting ons bestuur gegeven, met het advies om de aanpak te verbeteren.
ODBN Jaarstukken 2021
37
38
Informatiegestuurd werken Zoals gezegd is de impuls voor het informatiegestuurd werken een ontwikkeling met grote impact op onze organisatie, waar we nu al de vruchten van plukken. Halverwege 2021 is gestart met de impuls IGW door een kwartiermaker IGW aan te trekken, die de specifieke expertise kan leveren die nodig is om onze organisatie te begeleiden in het traject richting een meer informatie gestuurde organisatie. Hoewel we pas het afgelopen jaar zijn begonnen met de impuls IGW, zijn er al grote stappen gezet. Zo is gestart met de ontwikkeling van een (mobiele) geografische applicatie waarmee handhavers – en in de toekomst ook toezichthouders en vergunningverleners – op basis van hun fysieke locatie alle actuele en relevante bedrijfs- en omgevingsinformatie in het veld snel tot hun beschikking hebben. Daarnaast is een systematiek voor risicogerichte prioritering van veehouderijen opgeleverd, waarbij bedrijvenlijsten zijn samengesteld op basis van een analyse van de geregistreerde data uit het project Intensivering Toezicht Veehouderijen. Andere belangrijke wapenfeiten betreffen de opgeleverde analyses ten behoeve van het primaire proces, zoals de analyse van overtredingen en LHS-scores en een analyse van Digitale Checklists.
Ook heeft het IGW bijgedragen aan de beschikbaarheid van relevante managementinformatie – in de vorm van een digitaal dashboard – waarmee IGW de mogelijkheden om te sturen op data versterkt.
Wat heeft het in 2021 gekost? PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING
39
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
REKENING 2020
BEGROTING 2021
Inzet personeel
1.547
1.728
1.848
1.701
Inzet bedrijfsmiddelen
614
543
2.628
625
0
0
6
6
TOTAAL LASTEN
2.161
2.271
4.482
2.332
Collectieve taken
997
667
667
649
Samen Sterk in Brabant (regulier)
850
973
982
986
Samen Sterk in Brabant (impuls)
1.385
1.385
1.400
1.400
Overige regionale programma's
133
120
120
97
TOTAAL BATEN
3.365
3.145
3.170
3.132
SALDO
1.204
874
-1.312
800
BEDRAGEN X €1.000
Afschrijvingen
ROK-VTH In het Regionaal Operationeel Kader Verlening, Toezicht en Handhaving (ROK-VTH) leggen we ons uitvoeringsbeleid uniform vast. Het ROK-VTH vormt daarmee de basis van hoe wij onze taken uitvoeren. Tot voor kort was er alleen een ROK voor toezicht en handhaving (ROK-T&H) dat stamt uit 2016. Het afgelopen jaar hebben we het ROK-Vergunningverlening vastgesteld. Op de planning stond ook de herziening van het ROK-TH en dit te integreren met het ROK voor vergunningverlening: het ROK-VTH. Als gevolg van de eerdergenoemde uitval bij de realisatie van het Ontwikkelprogramma – is nog niet gestart met de herijking en integratie van het gehele ROKVTH. De regionale projectgroep is geformeerd, maar de eerste concrete stappen moeten in 2022 gezet gaan worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
40
1.3 Bedrijfsvoering
Wat hebben we bereikt?
41
Indicatoren Bedrijfsresultaat Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd.
Inhoud programma
KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF)
De directie, staf en alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces maken onderdeel uit van het programma bedrijfsvoering. Het betreft taken met betrekking tot: personeel en inhuur van de ondersteunende processen en kosten gerelateerd aan het personeel, informatievoorziening, facilitaire en bestuurlijke kosten, financiën, administratie, organisatieontwikkeling en deskundigheid en huisvesting. In dit programma worden tevens de baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Hiermee is het een atypisch onderdeel van deze beleidsbegroting en het programmaplan.
KPI
Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
01-07-2019
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
01-01-2020
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16-12-2020
Open
Financiële verordening ODBN
24-02-2021
Open
1
2
3
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
NORM
REALISATIE
TOELICHTING
2021
2019
2020
2021
Productiviteit
1.350
1.3461
1.3981
1.3831
4.8. Declarabiliteit
Gemiddeld uurtarief
€ 101,21
€ 90.99
€ 88,45
€ 96,82
1.3 Tarief
Ziekteverzuim
5,5%
5,75%
5,7%
5,8%
2.3.1. HRM
Formatie overhead
22-24%
21%
23%
23%
4.8. Declarabiliteit
Aandeel kosten overhead personeel
25%
22%
24,5%
24,4%2
3.4. Overhead
Aandeel kosten overhead totaal
Max 37%
31%
33%
33,2%3
3.4. Overhead
Weerstandsratio
1,0-1,5
0,82
0,93
1,47
Flexschil
15-20%
20%
19,3%
17,6%
2.1. Weerstandvermogen 2.3.1. HRM
Het aantal declarabele uren per persoon voor ODBN is in 2021 1.412. Wanneer we corrigeren voor het hoge aantal declarabele uren van SSiB dan komen we op een declarabiliteit van 1.383. In 2020 kwam de declarabiliteit inclusief SSiB uit op 1.419, gecorrigeerd voor het hoge aantal uren van SSiB was de declarabiliteit 1.398. In 2019 kwam de declarabiliteit inclusief SSiB uit op 1.382, exclusief SSiB was dit 1.346. Geschoond vallen de personeelslasten in 2021 binnen het normpercentage. Voor deze berekening hebben we de dotatie aan de voorzieningen ww-gelden en de verplichting verlofuren buiten beschouwing gelaten. Zouden we niet corrigeren voor de dotaties in de dotatie en verplichting dan zou het percentage op 28,9% staan. Dit komt omdat deze kosten niet mee gaan in de doorbelasting naar het primaire proces. In 2021 komt het overheadpercentage geschoond uit op € 33,2%. Dit percentage is geschoond voor de dotatie aan de voorzieningen ww-gelden en de verplichting verlofuren, maar ook voor de terugbetaling van het resultaat over 2020. Deze zaken vinden allen plaats in programma 3. Zonder deze correctie zou het percentage uitgekomen zijn op 38,2%.
ODBN Jaarstukken 2021
42
43
Tarief De drie Brabantse omgevingsdiensten worden regelmatig met elkaar vergeleken op basis van het gemiddelde tarief wat in de begroting wordt gepresenteerd. Het feitelijke verschil in de tarieven manifesteert zich bij de gerealiseerde kostprijs oftewel in de na-calculatorische kostprijstarieven. Bij het vaststellen van de begroting 2021 is een tarief bepaald van € 101,21. Op basis van nacalculatie is feitelijk sprake van een kostprijstarief van € 96,82. Het verschil wordt enerzijds veroorzaakt door een hoeveelheidsverschil doordat meer uren zijn gerealiseerd dan begroot. Daarnaast is er sprake van een prijsverschil. Dit wordt veroorzaakt door enkele incidentele voordelen in de kosten. Tegenover het lagere kostprijstarief is gemiddeld genomen ook een lager tarief in rekening gebracht aan de deelnemers. Gemiddeld genomen is een tarief van € 99,49 in rekening gebracht bij onze deelnemers. Corona Het maatschappelijk effect van de pandemie als gevolg van Corona-virus was in 2021 nog steeds groot. Ook in 2021 werkten onze collega's veelal vanuit huis. Uit een interne enquête is gebleken dat het thuiswerken in zekere mate ook meerwaarde heeft mits er een goede balans bestaat. We hebben dan ook besloten om thuiswerken blijvend te faciliteren en het kantoorgebouw meer als ontmoetingsruimte te gaan gebruiken. We hebben hiertoe minimale aanpassingen gedaan.
Zo zijn er meer 'loungeplekken’ ingericht en hebben ruimten andere functies gekregen. In het laatste kwartaal zagen we een relatief kleine stijging van het corona gerelateerd verzuim.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2021? Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt blijft krap en de verwachting is dat dit nog wel enige jaren zo blijft. We merken dat het steeds lastiger wordt om voldoende en gekwalificeerde mensen te werven en aan ons te binden. Ook het aanbod van bureaus wordt steeds krapper. Dit maakt dat we meer kosten moeten maken om talenten te werven. De krapte op de arbeidsmarkt is op zich al spannend en er is geen adequate opleiding voor de profielen waar de ODBN behoefte aan heeft. Dat vergt dus eigen opleidingscapaciteit. De productiviteit komt hierdoor nog meer onder druk te staan. Dit alles maakt dat de ODBN drie dominante thema’s voor het HR-beleid heeft benoemd; 1. Pro-actieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) 2. Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) 3. Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop) Het Algemeen Bestuur heeft op 10 november 2021 ingestemd met de besteding van de reserve ‘HR-instrumentarium’ aan deze drie thema's. Inhoudelijk zullen deze thema's in 2022 verder worden uitgewerkt.
ODBN Jaarstukken 2021
44
Wat heeft het in 2021 gekost?
45
REKENING 2020
BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
Inzet personeel (bedrijfsvoering)
5.056
6.123
5.451
6.592
Opleiding en loopbaanbegeleiding
424
767
424
267
Dienstreizen / woon-werk
346
569
377
293
Overig (personeel)
325
118
405
370
Organisatie
121
275
121
130
Huisvesting en archief
517
681
437
430
Herhuisvesting
108
0
12
23
Kantoor
134
115
125
64
Informatisering / automatisering
1.450
1.660
1.594
1.571
Vervoermiddelen
26
81
32
31
Extern onderzoek / advies
111
265
118
128
Afschrijvingen
1.089
0
336
311
Reguliere organisatieontwikkeling
46
0
44
1
Meerjarenontwikkelplan (MJOP)
122
0
0
0
Corona
43
0
0
11
Overige kosten
127
0
409
380
10.045
10.652
9.884
10.598
0
100
0
0
10.045
10.752
9.884
10.598
Bijdrage personeel
48
0
0
67
Diversen
976
0
0
2
Organisatieontwikkeling
300
0
0
1
TOTAAL BATEN
1.324
0
0
70
SALDO
-8.720
-10.752
-9.884
-10.528
BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
REKENING 2021
ODBN Jaarstukken 2021
46
2 Paragrafen
47
2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing 2.1.1 Risicomanagement De paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Zowel bij de jaarrekening als bij de begroting wordt een actualisatie gepresenteerd van het beschikbare weerstandsvermogen en de aanwezige risico’s. Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een dienst moet zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de dienst, de stabiliteit van de omgeving, het risicoprofiel dat de organisatie heeft en de risicobereidheid van het bestuur van de organisatie. In 2020 heeft de ODBN het beleid voor Risicomanagement en weerstandsvermogen herijkt. In deze herijking heeft de ODBN haar visie voor risicomanagement uiteengezet. Kern van deze visie is dat de ODBN een financieel gezonde organisatie wil zijn die zelf in staat is om de risico’s die de organisatie loopt op te vangen, zonder daarvoor te veel middelen in kas te houden.
Hierbij streeft de ODBN naar een gezonde, minimale weerstandsratio van 1,0, maar kan de ratio door omstandigheden fluctueren tussen 0,75 en 1,5 zonder dat hier concrete besluiten aan het Algemeen Bestuur hoeven voorgelegd te worden. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden hierin niet meegenomen omdat deze door het Algemeen bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogte van de bedragen lezen.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Inventarisatie risico’s Voor deze jaarrekening 2021 is het risicoprofiel van de ODBN herijkt. Hierbij zijn alle financiële risico’s meegenomen die, na het nemen van beheersmaatregelen, nog steeds een mogelijke financiële impact hebben die niet uit de reguliere exploitatie gedekt kan worden. Eventuele risico’s die afgedekt zijn door middel van een verzekering, een getroffen voorziening of een specifiek aangewezen bestemmingsreserve, zijn buiten beschouwing gehouden. Bij het bepalen van de impact van het risico is rekening gehouden met de kans van optreden van het risico. De impact van het risico wordt daardoor bepaald door de ingeschatte financiële jaaromvang te vermenigvuldigen met de kans van optreden. Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact vermenigvuldigd is met 2, vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of de effecten er van te verwerken in de begroting. In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Per risico zijn de genomen beheersmaatregelen opgenomen en is inzicht gegeven in de financiële omvang, kans van optreden en impact van het risico. Ten opzichte van de vorige presentatie bij de begroting 2021 is de totaalwaarde van de risico’s iets afgenomen.
Hieronder wordt nader ingegaan op de ontwikkelingen van de risico’s.
ODBN Jaarstukken 2021
48
Toegenomen risico’s Externe ontwikkelingen De ODBN opereert in dynamische omgeving, waarin door politieke besluitvorming, juridische uitspraken, maatschappelijke ontwikkelingen veel veranderingen zijn. Door deze wijzigingen lopen we als organisatie het risico dat op opdrachten uren gemaakt worden die niet of in beperkte mate gefactureerd kunnen worden aan één van onze opdrachtgevers. In 2021 zijn er diverse onderzoeksrapporten verschenen over het functioneren van de omgevingsdiensten in Nederland. Hoe deze onderzoeksrapporten invloed gaan hebben op de rol- en taakuitvoering van de ODBN is op dit moment nog onduidelijk. Ook de lange kabinetsformatie en de nog grote onduidelijkheid welke effecten de kabinetsplannen op het werkgebied van de omgevingsdiensten gaan hebben geven een grotere onzekerheid. Mede hierdoor schatten we de kans dat dit risico zich gaat voordoen groter in. Niet realiseren opdrachtvolume Door de krapte op de arbeidsmarkt zien we op diverse plekken dat de aanlevering van opdrachten soms stagneert. Diezelfde krapte in de arbeidsmarkt maakt dat we soms meer risico nemen in het aannemen van collega’s vooruitlopend op het krijgen van een opdracht. Wanneer we wel de capaciteit hebben zitten, maar de opdrachten niet doorkomen ontstaan er kosten die niet door de bijbehorende omzet afgedekt worden.
Tegenovergesteld risico is er ook wanneer de opdrachten wel afkomen en de capaciteit bij de ODBN (nog) niet beschikbaar is. Onevenredige stijgende inhuur tarieven Door de krapte op de arbeidsmarkt en de stijgende indexeringen in diverse CAO’s zien we ons met enige regelmaat geconfronteerd met dienstverleners die hun tarieven met een groter percentage indexeren waar wij in de begroting rekening mee houden. Bovendien is in de begroting 2023 de risico-opslag die we hanteren voor onze flexibele schil uit het tarief gehaald. Daarmee neemt het risico iets toe dat we een hogere indexering niet uit onze middelen kunnen afdekken.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
49
Afgenomen risico’s Uitstel Omgevingswet De invoerdatum van de Omgevingswet is wederom uitgesteld. Echter omdat de invoeringsdatum nu in de directe toekomst is, in combinatie met de kamerbrief die de Minister eind 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd heeft, schatten we het risico op veel verdere uitstel van de Omgevingswet weer wat kleiner in. Krapte op de arbeidsmarkt We zien de omstandigheden op de arbeidsmarkt deels veranderen. Het blijft onverminderd lastig om goede (seniore) medewerkers te vinden voor het primaire proces. Door de structurele invulling in de begroting om extra in te zetten op de drie HR-pijlers kunnen we de kans van optreden van dit risico verlagen. Verdwenen risico’s Gemeentelijk werkprogramma wordt lager vastgesteld. Nu de definitieve werkprogramma’s 2022 beschikbaar zijn, zien we juist een toename in het werkprogramma ten opzichte van de concepten. Daarmee kunnen we dit risico als zeer beperkt categoriseren en verdwijnt het risico uit de lijst. Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. In het nieuwe risicomanagementbeleid van de ODBN is vastgelegd dat we streven naar een ratio van 1,0, maar dat door specifieke omstandigheden de ratio zou kunnen fluctueren tussen een bandbreedte van 0,75 en 1,5.
In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Het actuele risicoprofiel bedraagt € 1.259.000. Afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit komt de weerstandsratio uit op 1,47. Hiermee zit de weerstandsratio aan de bovenkant van de vastgestelde bandbreedte van 0,75 en 1,5.
ODBN Jaarstukken 2021
2.2 Paragraaf Financiering
50
51
Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s.
Renterisico
2.1.2 Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten.t
Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen.
VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
REKENING 2020
BEGROTING 2021
REKENING 2021
Netto schuldquote
-48%
-32%
-50%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-48%
-32%
-50%
Solvabiliteitsratio in %
54%
42%
47%
Structurele exploitatieruimte
4,4%
0,3%
1,2%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
52
Kasgeldlimiet
Renteresultaat treasury
Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt.
In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen. De ODBN heeft op dit moment geen leningen afgesloten waarover rente wordt betaald en gedurende 2021 zijn geen rente baten ontvangen. Dit betekent dat ook geen rente kan worden toegerekend aan de investeringen en daarmee is er geen renteresultaat.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
A. Gemiddeld vlottend overschot
-
4.342.385
4.342.385
Ultimo 1e kwartaal
-
17.195.836
17.195.836
Ultimo 2e kwartaal
-
1.862.733
1.862.733
Ultimo 3e kwartaal
-
-2.073.604
-2.073.604
Ultimo 4e kwartaal
-
384.576
384.576
B. Berekening kasgeldlimiet
2.567.473
Begrotingstotaal
31.310.650
Percentage regeling
OMSCHRIJVING
53
BEDRAG
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
0
b
Externe rentebaten
0
SALDO EXTERNE RENTELASTEN
0
d
Interne eigen rente
0
e
Toerekening rente via renteomslag
0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
0
8,20%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
6.909.859
Gemiddeld vlottend overschot (A)
4.342.385
KASGELDLIMIET (B)
2.567.473
Volgens deze berekening bedraagt de kasgeldlimiet in 2021 totaal € 2.567.473 voor de ODBN. Het gemiddelde vlottend financieringsoverschot bedraagt gemiddeld over 2021 € 4.342.385. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
54
2.3 Paragraaf Bedrijfsvoering
Ziekteverzuim In de maanden maart, april, mei, juli en augustus blijft ons verzuimpercentage onder de vastgestelde norm van 5,5%. In overige maanden zien we een stijging van het verzuimpercentage. Gemiddelde verzuimpercentage voor 2021 is 5,8% en is 0,1 % gestegen t.o.v. het gemiddelde verzuimpercentage van 2020, dit was 5,7%.
2.3.1 HRM De krapte op de arbeidsmarkt is op zichzelf al spannend en er is geen adequate opleiding voor de profielen waar de ODBN behoefte aan heeft. Dat vergt dus eigen opleidingscapaciteit. Dit alles maakt dat de ODBN drie dominante thema’s voor het HR-beleid heeft benoemd;
Percentage
1. Pro-actieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) 2. Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) 3. Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop) Deze thema's worden in 2022 uitgewerkt. Ter voorbereiding op deze thema's zijn we in het laatste kwartaal gestart om de personele bezetting binnen het HR cluster te versterken. In het eerste kwartaal 2022 starten vier nieuwe medewerkers. Een HR adviseur en een HR medewerker ter vervanging van vertrekkende medewerkers, een ARBO en verzuimcoördinator die ook vitaliteit in het pakket krijgt, een organisatieadviseur en een Projectleider HR. Vanaf april is het team ingericht m.u.v. projectondersteuning. De aard en omvang daarvan stellen we vast nadat de concept uitwerking van de drie thema's heeft plaatsgevonden. Formatieomvang De gemiddelde bezetting in 2021 bedroef 269,3 fte, waarvan 47,6 fte werd ingehuurd. Daarmee was de flexschil 17,6%.
In het laatste kwartaal was er naast het reguliere verzuim ook sprake van toenemend Corona gerelateerd verzuim. Opleidingen en loopbaanbeleid In 2021 is niet het volledige opleidingsbudget benut. Dit heeft voornamelijk te maken met de Corona-maatregelen, waardoor veel opleidingen en trainingen niet zijn doorgegaan of vooruitgeschoven zijn. In 2022 zou dit tot een inhaalslag kunnen leiden, mede doordat we grote groepen medewerkers gaan opleiden op het gebied van CLO en de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast gaan we vanuit de strategische pijler ‘Permanente educatie’ nog meer aandacht leggen op ontwikkeling, waardoor ook extra opleidingsacties te verwachten zijn. Arbo In 2021 is de RI&E uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling van het Arbo-jaarplan. Hieruit zijn bijvoorbeeld de toolboxen ontstaan en de herijking van het agressieprotocol. Voor agressiehantering zijn weerbaarheidstrainingen georganiseerd. In het najaar heeft de Arbo- & Verzuimcoördinator onze organisatie verlaten, waardoor verdere vervolgacties nog niet uitgevoerd zijn. De nieuwe Arbo- & Verzuimcoördinator start op 1 april 2022 en zal dit verder oppakken. Op 1 juli 2021 is Coverz Consultancy gestart als nieuwe arbodienst voor de ODBN. Het contract is initieel afgesproken voor een periode van twee jaar.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
55
56
Informatiebeveiliging –veiligheid en privacy: In 2021 is er vooral aandacht geweest voor het compliant worden aan de BIO. Er is een ICT Security Systeem (ISMS) aangeschaft. Dit systeem heeft ons geholpen een GAP-Analyse uit te voeren. Het resultaat van de GAP-Analyse met daarnaast een veiligheidsscan van onze beheerpartner Ictivity is omgezet in uit te voeren acties. Een aantal daarvan waren al in het IV-Uitvoeringsplan opgenomen en inmiddels met succes uitgevoerd zoals het anonimiseren van documenten zoals Bodemrapporten en het inrichten van de bijbehorende processen. Ook hebben we dit jaar onderzoek gedaan naar een juiste manier van “Veilig Mailen". In 2022 zal dit verder worden uitgewerkt.
2.3.3 Communicatie In 2021 is de communicatie van de ODBN doelgroepgerichter geworden. Zo kan een nieuwsbriefontvanger aangeven naar welke thema's de interesse uitgaat, en het nieuws op maat over die thema's worden ontvangen. Onze social media-activiteiten zijn uitgebreid in de kanalen en in de abonnees. De ODBN heeft een tool in gebruik genomen waarmee realtime wordt gemonitord wat er in het nieuws gebeurt rondom de thema's die ons aangaan. Dat maakt het mogelijk daar adequaat op in te spelen. Ook planmatiger communiceren is hierdoor beter mogelijk.
2.3.2 Informatiemanagement In 2021 zijn de acties uit het IV-Uitvoeringsplan gerealiseerd of gestart. Dit jaar heeft vooral in het teken gestaan van 3 grote thema's. In de eerste plaats de Omgevingswet (OW) en de systeemtechnische eisen die gesteld worden om te kunnen voldoen aan de uitvoering van de wet. Naast het koppelen aan het DSO (Digitaal Stelsel OW) zijn de voorbereidingen gestart om de huidige VTH-software aan te passen aan de nieuwe wetgeving. In Q1-2022 zullen deze applicaties worden opgeleverd. In de tweede plaats het Informatie Gestuurd Werken (IGW). Een voorwaarde om IGW goed te kunnen ondersteunen is om over voldoende data sciëntisten/analisten te beschikken en een technische omgeving ter beschikking te hebben om alle beschikbare data (databases) te kunnen ontsluiten. Hiertoe is er een Datawarehouse gerealiseerd en zijn een aantal essentiële dashboards opgeleverd die het management van informatie voorzien. Alle beschikbare databases zijn gekoppeld aan dit DWH.
2.3.4 Planning & Control In 2021 hebben we gewerkt aan de verder doorontwikkeling van de Planning & Controlstukken. Een belangrijk voorbeeld is het pilot-traject van de Kadernota 2023. Bij het opstellen van de Kadernota 2023 zijn we met alle deelnemers in gesprek gegaan om ontwikkelingen op te halen en verder te duiden. De Kadernota 2023 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur in december 2021, waarna deze voor reactie en gesprek is verspreid onder alle deelnemers. De reacties van de deelnemers worden niet meer verwerkt in de Kadernota 2023, maar worden meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023 die in april 2022 aangeboden zal worden ter zienswijze. Ook hebben we in 2021 verder gewerkt aan het opstellen van gedifferentieerde tarieven voor het gemeentelijk werkprogramma. Met deze gedifferentieerde tarieven willen we meer inzicht geven in de financiële impact van de gemeentelijke werkprogramma’s.
Als derde belangrijk thema is het brengen van belangrijke applicaties naar de Cloud. De HRM applicatie en het DMS (DECOS/JOIN) zijn volledig naar de Cloud gebracht.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
57
58
2.4 Paragraaf Verbonden Partijen
PROGRAMMA 3 | BEDRIJFSVOERING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT
Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld gedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
59
Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2022 is geraamd op € 77.800. Dit is gebaseerd op het aantal afgenomen dagen. In 2022 zijn 110 dagen begroot. Eigen vermogen: per 1-1-2020 € 868.000
Financiële informatie
per 31-12-2020 € 975.000 (inclusief resultaat 2020) Vreemd vermogen: per 1-1-2020: € 957.000 per 31-12-2020: € 1.009.000 Resultaat 2020: € 569.000
Eventuele risico's
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Niet van toepassing
ODBN Jaarstukken 2021
60
61
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN zijnde de 101 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. 1
2.5 Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
Per 01-01-2022 vinden er 2 gemeentelijke herindelingen plaats, waardoor het aantal van 15 deelnemers is gedaald naar 10 deelnemers.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
62
II Jaarrekening 2021
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
63
ODBN Jaarstukken 2021
64
3 Overzicht
65
3.1 Balans per 31 december 2021 ACTIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2020
31-12-2021
VASTE ACTIVA
PASSIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2021
31-12-2020
VASTE PASSIVA
Materiële vaste activa
1.677
1.842
Eigen vermogen
10.127
9.844
Investeringen met economisch nut
1.677
1.842
Algemene reserves
1.852
1.153
Bestemmingsreserves
6.706
6.891
Rekening resultaat
1.569
1.799
Voorzieningen
5.333
5.401
0
0
15.460
15.245
TOTAAL VASTE ACTIVA
1.677
1.842
VLOT TENDE ACTIVA
Langlopende schulden
19.433
16.527
Vorderingen op openbare lichamen
2.064
1.320
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
17.370
14.265
Overige vorderingen
0
942
Liquide middelen
304
0
Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar
3.190
1.600
Banksaldi
304
0
Overige schulden (Crediteuren)
2.510
1.437
Overlopende activa
6
103
Overige schulden (rekening couranten)
601
149
Nog te ontvangen bedragen
6
18
Tussenrekeningen Salarissen
79
14
Vooruitbetaalde bedragen
86
86
Overlopende passiva
2.856
1.627
Verplichtingen
2.779
1.434
77
193
TOTAAL VLOT TENDE PASSIVA
6.046
3.227
TOTAAL GENERAAL
21.507
18.472
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan een jaar
TOTAAL VLOT TENDE ACTIVA
19.830
16.630
TOTAAL GENERAAL
21.507
18.472
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
TOTAAL VASTE PASSIVA
VLOT TENDE PASSIVA
Vooruit ontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen
ODBN Jaarstukken 2021
66
67
3.2 Baten en lasten OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
3.3 Recapitulatie resultaat REKENING 2020
BIJGESTELDE BEGROTING 2021
BEGROTING 2021
REKENING 2021
LASTEN
REKENING 2020
BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
Totale lasten
26.609
29.923
29.147
27.737
1.410
V N
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
Individuele dienstverlening
14.402
16.900
14.781
14.806
Totale baten
28.056
30.030
27.082
28.020
938
Regionale dienstverlening
2.161
2.271
4.482
2.332
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
1.448
106
-2.065
283
2.348
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
16.563
19.171
19.263
17.139
Storting in reserves
586
0
1.449
1.449
0
Overhead
10.045
10.652
9.884
10.598
Onttrekking uit reserves
937
0
4.229
2.735
-1494
0
100
0
0
1.799
106
715
1.569
854
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
10.045
10.752
9.884
10.598
Vennootschapsbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
26.609
29.923
29.147
27.737
RESULTAAT NA BELASTING
1.799
106
715
1.569
854
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2020
BEGROTING 2021
HERZIENE BEGROTING 2021
REKENING 2021
Individuele dienstverlening
23.368
26.884
23.912
24.818
Regionale dienstverlening
3.365
3.145
3.170
3.132
26.733
30.030
27.082
27.951
Overhead
1.323
0
0
70
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
1.323
0
0
70
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
28.056
30.030
27.082
28.020
REKENING 2020
BEGROTING 2021
HERZIENE BEGROTING 2021
REKENING 2021
Totale lasten exploitatie
26.609
29.923
29.147
27.737
Totale baten exploitatie
28.056
30.030
27.082
28.020
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
1.448
106
-2.065
283
Onttrekkingen aan reserves
937
0
4.229
2.735
Stortingen in reserves
586
0
1.449
1.449
1.799
106
715
1.569
Onvoorzien
RESULTAAT VÓÓR BELASTING
BATEN
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
RESULTAAT NA BESTEMMING
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
N
68
69
3.4 Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s
Om het algemeen bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie is vanaf 2017 in het BBV voorgeschreven om de overhead apart te verantwoorden en niet meer als integrale kostprijs op te nemen in de programma’s.
REKENING 2020
BEGROTING 2021
HERZIENE BEGROTING 2021
TOTAAL
PROGRAMMA’S
OVERHEAD
Inzet personeel
20.594
24.751
21.951
22.829
16.237
6.592
Opleidingen
518
767
660
513
0
513
Dienstreizen / woon-werk
346
569
377
293
0
293
Overig (personeel)
349
118
170
112
0
112
Organisatie
121
275
131
130
0
130
Huisvesting en archief
625
681
448
452
0
452
Kantoor
134
115
125
64
0
64
Informatisering / automatisering
1.450
1.660
1.594
1.571
0
1.571
Vervoermiddelen
151
81
104
91
61
31
Extern onderzoek / advies
111
265
118
128
0
128
Afschrijvingen
1.089
0
342
317
6
311
Reguliere organisatieontwikkeling
46
0
44
1
0
1
Meerjarenontwikkelplan (MJOP)
122
0
0
0
0
0
Corona
43
0
0
11
0
11
Overige kosten
910
543
3.084
1.227
835
392
SUBTOTAAL
26.609
29.823
29.147
27.737
17.139
10.598
Treasury
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
100
0
0
0
0
26.609
29.923
29.147
27.737
17.139
10.598
TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
TOTAAL LASTEN
REKENING 2021
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Uit deze tabel is op te maken dat de verhouding overhead/primair proces in 2021 is uitgekomen op 38,2%. Dit hoge percentage wordt veroorzaakt door de terugbetaling van het resultaat 2020 aan deelnemers (te vinden onder de post ‘Overige kosten’. Maar ook door de dotatie aan de voorziening ww-gelden en de opgenomen verplichtingen voor verlofuren en spaaruren. Deze vinden allen plaats in programma 3 en worden niet toegerekend aan de 2 primaire programma’s. Wanneer deze onderdelen buiten beschouwing gelaten zouden worden, is het overhead percentage voor 2021 33,2% en valt het binnen de gestelde normen voor deze KPI.
ODBN Jaarstukken 2021
70
4 Toelichting
71
4.1 Waarderingsgrondslagen jaarrekening Algemeen De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV).
Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa Immateriële vaste activa De ODBN bezit geen immateriële vaste activa.
Waardering van activa en passiva De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel, daar wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming.
Materiële vaste Activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd: