1a. Bijlage jaarstukken 2021
Tekst van het document
Financiële vaste activa De ODBN bezit geen financiële vaste activa.
TYPE ACTIVA
AFSCHRIJVINGSTERMIJN
Parkeerterrein (inrichting)
15 jaar
Kantoormeubilair
10 jaar
Straalverbinding
10 jaar
ICT hardware
5 jaar
ICT software
3 jaar
Bedrijfsauto’s
5 jaar
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd.
Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
72
73
Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.’ Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met een looptijd < 1jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, voorzieningen, en langlopende schulden (met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer). Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd (rekening resultaat). Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. Langlopende schulden Langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen.
De ODBN heeft geen “eigen” langlopende schulden. Vanuit de uitvoering van taken van het voormalig RMB zijn hier de onderhandse leningen, i.v.m. het Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS), opgenomen. Per ultimo boekjaar 2017 bestaan deze schulden niet meer.
ODBN Jaarstukken 2021
74
75
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In de presentatie van de baten en lasten wordt voldaan aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Door gewijzigde regelgeving wordt de overhead vanaf 2017 apart in beeld gebracht onder hoofdstuk bedrijfsvoering. De overhead is bepaald op basis van de notitie overhead van het BBV.
4.2 Toelichting op de balans per 31 december 2020 4.2.1 Activa Materiële vaste activa € 1.677.000 In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie is een gedetailleerde specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
STAND PER 31-12-2020
VERMINDERING
VERMEERDERING
AFSCHRIJVING IN 2021
BOEKWAARDE 31-12-2021
Bedrijfsgebouwen
638
14
0
64
588
Inrichting en inventaris kantoorgebouwen
619
63
0
62
620
Automatisering
585
75
0
191
470
Vervoermiddelen
0
0
0
0
0
1.842
152
0
317
1.677
TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA
Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van de aan de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de verplichting wegens verlofdagen. Indien echter de verplichting sterk fluctueert, zal de last (of bate) die gerelateerd is aan deze fluctuatie in het jaar van ontstaan opgevoerd worden en zal de toename van de verplichting op de balans opgevoerd worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
76
77
Uitzettingen korter dan één jaar € 19.433.000 De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar is als volgt te specificeren. Omschrijving OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
VOORZIENING ONINBAAR
STAND PER 31-12-2021
Vorderingen op openbare lichamen
1.320
2.114
Overige vorderingen
942
0
Rekening-courant verhoudingen met het Rijk TOTAAL UITZET TINGEN
14.265
17.370
16.527
19.483
BOEKWAARDE 31-12-2021
50
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN, VERSLAGJAAR 2021
2.064 0 17.370
50
19.433
Schatkistbankieren Onder rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht hieraan deel te nemen. Dit heeft tot gevolg dat alle saldi van de ODBN geregistreerde bankrekeningen worden afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid en bedroeg in de eerste helft van 2021 voor de ODBN € 250.000. Medio 2021 is er een wijziging geweest in de wet waardoor het drempelbedrag over 2021 is verhoogd naar € 1.000.000. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2021 zijn er een aantal dagen geweest dat het saldo van de lopende rekening hoger was dan het drempelbedrag. Deze hebben niet geleid tot een overschrijding van het gemiddelde drempelbedrag..
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
In kwartaal 3 en 4 is een toename te zien van de middelen die buiten de schatkist gehouden zijn. Dit komt door een wijziging van de interne procedure. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkist bankieren gedurende de vier kwartalen 2021 is geweest.
BEREKENING DREMPELBEDRAG ( X € 1.000)
1/1 30/06
1/7 31/121
a
Begrotingstotaal verslagjaar
29.000
b
Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
29.000
c
Drempel is 7,5% van begrotingstotaal onder sub b
1
DREMPELBEDRAG (MINIMAAL € 250,000)
250
250
1.000
1.000
BEREKENING KWARTAALCIJFERS BUITEN RIJKSSCHATKIST
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
d
Som van de buiten Rijksschatkist aangehouden middelen
261
68
14.934
36.783
e
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2
KWARTAALCIJFERS OP DAGBASIS BUITEN SCHATKIST = D/E
3
1
162
400
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
250
250
1000
1000
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN =1
Drempelbedrag voor de ODBN
=2
Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijksschatkist
3
1
162
92
3
RUIMTE ONDER HET DREMPELBEDRAG
247
249
838
600
4
OVERSCHRIJDING VAN HET DREMPELBEDRAG
0
0
0
0
1
Per 1 juli is het wettelijke drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000.
ODBN Jaarstukken 2021
78
79
Vorderingen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen is € 2.064.000. Van de nog openstaande vorderingen is een bedrag van € 49.500 als dubieus te beschouwen. Deze voorziening is vergelijkbaar met 2020. Binnen de administratie is een specificatie van het bedrag van de openstaande vorderingen aanwezig. Liquide middelen De post liquide middelen is als volgt samengesteld: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
€
BOEKWAARDE 31-12-2020
STAND PER 31-12-2021
0
304
TOTAAL UITZET TINGEN
0
304
Overlopende activa € De in de balans opgenomen post overlopende activa is op het eind van 2021 als volgt te specificeren: BOEKWAARDE 31-12-2020
STAND PER 31-12-2021
Nog te ontvangen bedragen
18
6
Vooruitbetaalde bedragen
86
86
Ter verrekenen bedragen
0
0
103
92
TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
TOEVOEGINGEN
ONT VANGEN BEDRAGEN
BOEKWAARDE 31-12-2021
Diverse opbrengsten ODBN
18
0
12
6
Rekeningcourant Vereniging van contractanten
0
0
0
0
TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN
18
0
12
6
4.2.2 Passiva
Banksaldi Rabobank
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
304.000
Nog te ontvangen bedragen Onderstaande tabel betreft het verloopoverzicht 2021 van de nog te ontvangen bedragen:
Eigen vermogen € 10.127.000 De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2021 als volgt te specificeren:
92.000
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2021
Algemene reserve
1.153
1.852
Bestemmingsreserves
6.891
6.706
Rekeningresultaat
1.799
1.569
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
9.844
10.127
ODBN Jaarstukken 2021
80
81
Reserves Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.
Algemene reserves De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van 1,0.
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2021.
STAND 31-12-2020
RESULTAAT 2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2021
Algemene reserve ODBN
1.153
1.049
299
649
1.852
TOTAAL ALGEMENE RESERVE
1.153
1.049
299
649
1.852
Bestemmingsreserve vakantiedagen
249
0
0
249
0
Bestemmingsreserve organisatieontwikkeling
178
0
0
178
0
Bestemmingsreserve ISV
6.154
0
0
210
5.944
Bestemmingsreserve huisvesting
311
0
0
299
12
VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000 Reserves
Bestemmingsreserve implementatie omgevingswet
0
150
0
0
150
0
200
0
0
200
Bestemmingsreserve HR-instrumentarium
0
400
0
0
400
TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES
6.891
750
0
936
6.706
TOTAAL RESERVES
8.045
1.799
299
1.585
8.558
Bestemmingsreserve informatiegestuurd werken
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Binnen deze bandbreedte is niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren om de algemene reserve op hetzelfde niveau te krijgen als de streefwaarde. Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het Algemeen Bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren. Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het Algemeen Bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang en van de bestemmingsreserves.
Reserve vakantiedagen De reserve heeft ten doel om eventuele tegenvallende opbrengsten te egaliseren die ontstaan door fluctuaties in de opname van vakantiedagen door de medewerkers die werkzaam zijn in het primaire proces. Het HR-beleid van de ODBN is erop gericht om de ‘verlofberg’ binnen de organisatie verder terug te brengen tot reguliere proporties. Echter in de nieuwe CAO is opgenomen dat verlofsparen gedurende een langere periode en tot een groter saldo toegestaan wordt. Vooruitlopend op de besluitvorming van de jaarrekening door het Algemeen Bestuur is deze reserve in het rekeningresultaat vrijgevallen. Hier tegenover staat een verplichting opgenomen voor het restant verlofsaldo 2021.
ODBN Jaarstukken 2021
82
83
Reserve Organisatieontwikkeling Om uitvoering te geven aan de destijds vastgestelde notitie “Samenwerken aan een schone en veilige werkomgeving, nu en in de toekomst” is een bestemmingsreserve gevormd. Voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie was deze reserve nodig. De financiering van het Meer Jaren Ontwikkel Plan (MJOP) ging via deze reserve. In 2020 is het MJOP volledig afgerond en bij het vaststellen van de jaarrekening 2020 is door het Algemeen Bestuur besloten om het resterende bedrag ad € 178.000 uit te keren aan de deelnemers. Deze onttrekking is in 2021 geëffectueerd en de terugbetaling heeft plaatsgevonden. Daarmee is het saldo van de reserve op 31-12-2021 op 0. Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden. In de 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van de restant van de A-lijst woningen en voor de opzet van een projectorganisatie.
Tot dusver is van de € 2,5 miljoen € 782.178 onttrokken, daarvan is € 209.689 in 2021 onttrokken. Reserve huisvesting In de besluitvorming van de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat besloten om een reserve huisvesting te vormen ter dekking van de incidentele kosten als gevolg van de verhuizing. Daarbij is een bedrag van € 299.000 voor een eventueel boekverlies bij de verkoop van het pand Cuijk. Het pand Cuijk is in 2020 verkocht en daarmee is het risico vervallen. Bij besluitvorming van de jaarrekening 2020 is besloten om een bedrag van € 299.000 te onttrekken aan deze reserve en het restant van € 11.517 in te zetten voor nog te verwachten kosten in 2021. In 2021 zijn nog kosten gemaakt voor het project herhuisvesting en is het project afgerond. Bij de besluitvorming over de jaarrekening wordt voorgesteld om het restant vrij te laten vallen.
Reserve Informatiegestuurd werken Voor de verdere ontwikkeling van het informatiegestuurd werken, vooral de technische achtergrond, is uit het jaarrekeningsaldo 2020 een bestemmingsreserve gevormd voor het informatiegestuurd werken. In 2021 heeft er besluitvorming plaatsgevonden voor de inzet van een deel van deze middelen. Door personele issues is vertraging op het dossier opgetreden. Daardoor worden de uitgaven doorgeschoven naar 2022. Reserve HR-instrumentarium Uit het jaarrekeningresultaat 2020 is een bestemmingsreserve gevormd voor het verder (door-) ontwikkelen van het HR-instrumentarium ad € 400.000. Deze reserve zal, conform besluitvorming op 10 november 2021 door het Algemeen Bestuur, in 2022 ingezet worden voor de 3 pijlers die in het strategische HR-beleid genoemd zijn. Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves In 2021 vonden er geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan of van de reserves plaats. De onttrekkingen en toevoegingen waren incidenteel van aard. Rekeningresultaat € 1.569.000 Als gevolg van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 42) wordt het resultaat van het lopende jaar afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen. Over de besteding van dit resultaat dient door uw Algemeen Bestuur een afzonderlijk besluit te worden genomen.
De jaarrekening 2021 van de ODBN sluit met een voordelig resultaat van € 1.569.000. Voor een nadere toelichting van de totstandkoming van dit resultaat wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de baten en lasten over 2021 (onderdeel II 2 van deze jaarstukken).
Reserve implementatie omgevingswet Voor de implementatie van de omgevingswet in alle onderliggende systemen op de landelijke voorzieningen is uit het jaarrekeningresultaat van 2020 een bestemmingsreserve gevormd van € 150.000. Deze middelen worden gebruikt om de eigen systemen en gekoppelde systemen aan te passen. In 2021 heeft besluitvorming plaats gevonden voor de inzet van een deel van deze middelen. Door verder uitstel van de omgevingswet en technische problemen bij de ontwikkeling van het DSO hebben deze uitgaven nog niet plaats gevonden en worden deze doorgeschoven naar 2022.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
84
85
Voorzieningen € 5.333.000 De in de balans opgenomen post voorzieningen op het eind van 2021 is als volgt te specificeren: VERLOOP VOORZIENINGEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2020
ONTTREKKING
TOEVOEGING
STAND 31-12-2021
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening nazorg Voorste Heide
4.334
0
51
4.283
Voorziening ww-gelden
1.053
248
262
1.039
Voorziening transitievergoeding
14
0
3
12
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
5.401
248
315
5.333
Voorziening nazorg Voorste Heide De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van de geactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jaren zowel positief als negatief kan afwijken. Het bestuur is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de omvang van de voorziening. Voorziening ww-gelden Als gevolg van de reorganisatie van 2016 lopen in 2019 de ‘Van Werk naar Werk’ Trajecten af. Dit heeft voor een aantal medewerkers niet het gewenste resultaat gehad en is afscheid van hen genomen. Deze medewerkers hebben recht op een WW uitkering. Conform de BBV voorschriften is deze voorziening in 2019 getroffen en wordt jaarlijks geactualiseerd. In 2021 zijn er diverse mutaties geweest. Per saldo leidt dit in de jaarrekening van 2021 nog tot een bijstorting van 248.000 om de voorziening weer op peil te brengen.
In de tweede bestuursrapportage was hiervoor al een aankondiging gedaan met een inschatting van € 450.000 en € 550.000. De uiteindelijke dotatie valt lager uit doordat er meer mensen dan verwacht een baan gevonden hebben.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Voorziening transitievergoeding Als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 is een nieuwe voorziening gevormd. Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn. Voor 2021 zijn er geen wijzigingen ten opzichte van 2020. Langlopende schulden
€
0
De ODBN heeft geen langlopende leningen afgesloten. VERLOOP LANGLOPENDE SCHULDEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2021
Onderhandse lening van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
0
0
0
0
Waarborgsommen
0
0
0
0
TOTAAL LANGLOPENDE SCHULDEN
0
0
0
0
Kortlopende schulden € 3.190.000 De in de balans opgenomen post kortlopende schulden eind 2021 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2021
Overige schulden (Crediteuren)
1.437
2.510
Overige schulden (Vereniging van contractanten)
149
601
Tussenrekening salarissen
14
79
1.600
3.190
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
ODBN Jaarstukken 2021
86
87
Overlopende passiva € 2.856.000 De in de balans opgenomen post overlopende passiva op het eind van 2021 is als volgt te specificeren:
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2021
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde Verplichtingen van vergelijkbaar volume
1.434
2.779
De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
193
77
0
0
1.627
2.856
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen TOTAAL OVERLOPENDE PASSIVA
Vooruitontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen De post vooruitontvangen bedragen op het eind van 2021 is als volgt te specificeren:
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1
BOEK-WAARDE 31-12-2020
Bijdrage provinciale opdracht
0
0
Vooruitontvangen SSIB 3.0
176.700
77.416
176.700
77.416
Vooruitontvangst ontvlechting gemeente Haaren
16.300
0
16.300
0
0
1.400.000
1.400.000
0
193.000
1.477.416
1.593.000
77.416
Vooruitontvangen versterking SSIB 2021-2023 TOTAAL VOORUITONT VANGEN BEDRAGEN
TOEVOEGINGEN
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
AFNAME
BOEK-WAARDE 31-12-2021 0
4.3. Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen De niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen kunnen betrekking hebben op langlopende overeenkomsten alsook op verplichtingen die slechts voor een jaar of korter zijn aangegaan en ultimo jaar nog voortduren. In verband met de relevantie zijn in dit overzicht uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting een totale waarde van € 25.000 overstijgt. Het gaat daarbij om de volgende posten: Huisvesting Voor de huisvesting Victorialaan 1b-g te ’s-Hertogenbosch is een meerjarig huurovereenkomst afgesloten. De resterende looptijd is 31 maanden en daarmee bedraagt de verplichting voor de komende periode per einde balansdatum 2021 betreft € 519.210. Leaseauto´s De ODBN heeft de beschikking over 9 leaseauto’s. De resterende looptijd is 3 maanden en daarmee bedraagt de verplichting per einde balansdatum 2021 € 16.800. Vennootschapsbelasting In 2020 heeft nadere afstemming plaatsgevonden met de belastingdienst over een eventuele VPB plicht van de ODBN. De belastingdienst is tot de volgende conclusie gekomen:
“Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst geen reden om een aangiftebiljet Vpb uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor Vpb-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen.”
Deze conclusie van De Belastingdienst biedt de ODBN voldoende comfort om te stellen dat bij een ongewijzigde situatie de ODBN de komende jaren niet VPB-plichtig is. Indien de situatie of feiten veranderen, ontstaat een nieuwe situatie en moet opnieuw aangetoond worden dat VPB-plicht wel of niet van toepassing is voor de ODBN. Aangezien de situatie in 2021 niet veranderd is, zijn we van mening dat we ook voor 2021 niet VPB-plichtig zijn.
ODBN Jaarstukken 2021
88
89
4.4 Toelichting op baten en lasten 2021 In dit onderdeel van de financiële jaarverantwoording wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de belangrijkste verschillen zijn in de programma’s tussen de bijgestelde begroting en de realisatie in 2021.
4.4.1. Programma Individuele dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000
Opbrengsten programma individuele dienstverlening BEGROTING NA WIJZIGING 2021
BEGROTING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
16.900
14.652
14.536
116
0
130
270
-141
TOTAAL LASTEN
16.900
14.781
14.806
-25
Basistaken (werkprogramma)
13.823
12.946
13.974
1.029
Verzoektaken (werkprogramma)
9.688
9.868
9.717
-151
Aanvullende verzoektaken
3.374
1.099
1.127
28
TOTAAL BATEN
26.884
23.912
24.818
906
SALDO
9.984
9.131
10.012
881
Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen
Inzet bedrijfsmiddelen € 141.000 (N) Het nadelig saldo op de inzet van bedrijfsmiddelen in dit programma wordt veroorzaakt door de gemaakte projectkosten voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en de aanvullende verzoektaken. Deze projectkosten zijn door gefactureerd naar de deelnemers en vallen dus weg tegen de inkomsten. Deze projectkosten zijn vooraf slechts deels begroot aan zowel de lasten als baten kant, maar per saldo neutraal.
Het programma individuele dienstverlening laat in de jaarrekening 2021 een positief resultaat zien van ruim € 10 miljoen. Dit is € 881.000 hoger dan de actuele begroting. Dit bestaat voornamelijk uit extra omzet ten opzichte van de geactualiseerde begroting. Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2021. Inzet personeel € 116.000 (V) Organisatie breed is een nadeel ontstaan op de inzet van personeel. Daarnaast is er een voordeel op de stelpost CAO. Gezamenlijk leidt dit tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma individuele dienstverlening. De totale ontwikkeling op het totale personeelsbudget wordt nader toegelicht binnen het programma bedrijfsvoering.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
€
906.000 (V)
Doorbelasting projectkosten € 141.000 (V) Het nadeel op de gemaakte projectkosten, zoals toegelicht in bovenstaande alinea, leidt tot een voordeel van € 141.000 op de opbrengsten kant. Per saldo is deze dus budgettair neutraal met de extra inzet van bedrijfsmiddelen aan de lasten kant. Deze opbrengsten zijn verspreid over basistaken, verzoektaken en aanvullende verzoektaken. Dit betekent dat het voordelig saldo op de urenopbrengst voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en aanvullende verzoektaken in totaal € 765.000 bedraagt en dit als volgt te verklaren is. Basistaken € 972.000 (V) Voor de basistaken komt de gerealiseerde omzet € 1.029.000 hoger uit dan begroot, exclusief gefactureerd projectkosten is dit € 972.000. Voor de activiteiten voor vergunningverlening binnen het gemeentelijke programma is er € 107.000 meer omzet gerealiseerd, met name veroorzaakt door het aantal intrekkingen van agrarische vergunningen door een toename van het aantal stoppers. Voor toezicht en handhaving is er € 380.000 meer omzet gerealiseerd. Dit jaar is het programmeerde toezicht voor het eerst uitgevoerd volgens afspraken. Daarnaast zien we ook dat het vraag gestuurde toezicht t.o.v. 2020 verder is toegenomen. Verder zijn de algemene werkzaamheden voor de basistaken- en verzoektaken gerealiseerd in de basistaken, hierdoor is er een voordeel op de omzet van € 467.000.
Verzoektaken € 208.000 (N) Voor de verzoektaken komt de gerealiseerde omzet € 151.000 lager uit dan begroot, exclusief gefactureerd projectkosten is dit € 208.000 lager. Het voordeel in de omzet voor de algemene werkzaamheden voor de basistaken is een nadeel in de verzoektaken (- € 467.000). Bij de gemeentelijke deelnemers is er een hogere omzet gerealiseerd voor de verzoektaken (€ 282.000). Binnen het gemeentelijke werkprogramma zien we dat deelnemers moeite hebben om over voldoende capaciteit en kwaliteit rondom milieutaken te beschikken. Dit leidt tot extra verzoektaken op het gebied van RO. Doordat de RO verzoeken uit diverse specialistische deelvragen bestaan op de gebieden geur, lucht, geluid, externe veiligheid, RO en juridische ondersteuning heeft deze overschrijding impact op de specialistische organisatie.
ODBN Jaarstukken 2021
90
91
Aanvullende verzoektaken Neutraal De realisatie van de aanvullende verzoektaken, dit zijn alle opdrachten buiten de reguliere opdrachten op, komt uit op het niveau van de geactualiseerde begroting.
4.4.2. Programma Regionale dienstverlening BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
Inzet personeel
1.728
1.848
1.701
147
Inzet bedrijfsmiddelen
543
2.628
625
2.002
0
6
6
0
TOTAAL LASTEN
2.271
4.482
2.332
2.149
Collectieve taken
667
667
649
-18
Samen Sterk in Brabant (regulier)
973
982
986
4
Samen Sterk in Brabant (impuls)
1.385
1.400
1.400
0
Overige regionale programma's
120
120
97
-24
3.145
3.170
3.132
-37
874
-1.312
800
2.112
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000
Afschrijvingen
TOTAAL BATEN SALDO
VERSCHIL
Het programma regionale dienstverlening laat in de jaarrekening 2021 een positief resultaat zien van ruim € 800.000. Dit is ruim € 2,1 mln hoger dan begroot. Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2021.
Inzet bedrijfsmiddelen
€
2.002.000 (V)
➜ Sanering Verkeerslawaai: op het ODBN-project Sanering Verkeerslawaai is een voordeel van € 1.710.000 ontstaan. Dit komt doordat gemeenten individueel subsidie hebben kunnen aanvragen voor de nog te saneren woningen. Daardoor zijn veel kosten die gemaakt zijn voor het saneren van de woningen onder de subsidieregeling gebracht. Alle kosten die onder deze regeling niet subsidiabel zijn, zijn onder dit project gebracht. Doordat vooraf geen rekening gehouden was met het verkrijgen van de subsidies door de gemeenten is het voordeel ontstaan. Hier staat ook een lagere onttrekking uit de reserve ISV tegenover, zie ook paragraaf 4.4.3. Per saldo is dit budgettaire neutraal. ➜ Klachtenregeling & Crisisbeheersing: Ten opzichte van de begroting zien we een klein nadeel van € 27.000 aan de lasten kant voor het onderdeel Klachtenregeling & Crisisbeheersing. Dit wordt veroorzaakt door de gestegen kosten voor het registreren en afhandelen van de toegenomen meldingen. ➜ Beheer gesloten stortplaatsen: Ten opzichte van de begroting is hier een voordeel van € 31.000 aan de lasten kant. Hier staat een nadeel aan de baten kant van € 23.000 tegen over. ➜ Omgevingswet: Voor het implementeren van de Omgevingswet is vanuit de jaarrekening 2020 een bedrag van € 327.000 incidenteel overgeheveld naar 2021.
Doordat in 2021 de Omgevingswet weer uitgesteld werd, zijn diverse activiteiten zoals bijvoorbeeld scholingen van personeel uitgesteld naar 2022. Hierdoor blijft er van het incidentele budget € 195.000 over in de jaarrekening 2021. Aan het Algemeen Bestuur zal voorgesteld worden om dit bedrag over te hevelen naar 2022. ➜ Collectieve taken: Doordat we in 2021 problemen hebben gehad met de bezetting voor de Collectieve Taken zijn er in 2021 minder uren gerealiseerd dan we vooraf geraamd hebben. Per saldo levert dit een voordeel op de Collectieve Taken van € 89.000. ➜ Samen Sterk in Brabant werkbudgetten: Het totale voordeel op SSiB bedraagt in 2021 € 48.000, een groot deel hiervan bestaat uit personeel (circa € 19.000 en al verantwoord onder 'Inzet personeel') en een voordeel op de werkbudgetten van € 24.000 vooral door lagere vervoerslasten.
Inzet personeel € 147.000 (V) Organisatiebreed is een nadeel ontstaan op de inzet van personeel. Daarnaast is er een voordeel op de stelpost CAO. Gezamenlijk leidt dit tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma regionale dienstverlening. De totale ontwikkeling op het totale personeelsbudget wordt nader toegelicht binnen het programma bedrijfsvoering.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
92
93
Opbrengsten programma regionale dienstverlening € 37.000 (N) Het nadeel op de opbrengsten in het programma regionale dienstverlening bestaat uit diverse kleine onderdelen. ➜ Collectieve taken: Ten opzichte van de begroting zien we een klein nadeel van € 18.000 aan de baten kant voor de Collectieve Taken. Een klein deel van de Collectieve Taken werd bekostigd door een bijdrage van een niet-deelnemer. Deze partij heeft aangegeven geen bijdrage meer te willen leveren aan de Collectieve Taken. Dit is een klein structureel nadeel, wat bij de eerste bestuursrapportage in 2022 structureel verwerkt zal worden. ➜ Overige regionale dienstverlening: Voor het beheer gesloten stortplaatsen was een onttrekking aan de reserve geraamd. Deze is lager uitgevallen dan verwacht, hierdoor ontstaat een klein nadeel op de baten kant van € 24.000. Bij SSiB is een klein voordeel van € 4.000 ontstaan door een hogere bijdrage van de andere omgevingsdiensten.
4.4.3. Programma Bedrijfsvoering BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
Inzet personeel (bedrijfsvoering)
6.123
5.451
6.592
-1.142
Opleiding en loopbaanbegeleiding
767
424
267
157
Dienstreizen / woon-werk
569
377
293
84
Overig (personeel)
118
405
370
35
Organisatie
275
121
130
-8
Huisvesting en archief
681
437
430
7
0
12
23
-11
Kantoor
115
125
64
61
Informatisering / automatisering
1.660
1.594
1.571
23
Vervoermiddelen
81
32
31
1
Extern onderzoek / advies
265
118
128
-10
Afschrijvingen
0
336
311
25
Reguliere organisatieontwikkeling
0
44
1
43
Corona
0
0
11
-11
Overige kosten
0
409
380
29
10.652
9.884
10.598
-715
100
0
0
0
10.752
9.884
10.598
-715
Bijdrage personeel
0
0
67
67
Diversen
0
0
2
2
Organisatieontwikkeling
0
0
1
1
TOTAAL BATEN
0
0
70
69
-10.752
-9.884
-10.528
-645
herhuisvesting
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
SALDO
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
94
95
Het programma bedrijfsvoering heeft een negatief resultaat van ruim € 10,5 mln. Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2021. Inzet personeel € 1.142.000 (N) Voor de totale personeelskosten is er een nadeel van € 877.000 gerealiseerd, waarvan € 1.142.000 nadeel binnen het programma bedrijfsvoering. Het resultaat op inzet personeel laat zich verklaren door 4 grote ontwikkelingen ontwikkelingen: ➜ Loonsom & Externe inhuur Op het geheel van loonsom en externe inhuur is een nadeel ontstaan ten opzichte van de tweede bestuursrapportage van € 460.000. Hiervan is € 67.000 gerelateerd aan eenmalige kosten waarvoor geen voorziening was opgenomen. Het saldo spaaruren is in vergelijking met 2020 toegenomen en hier is een nog te betalen post van € 175.000 opgenomen ter compensatie. De overige kosten komen voort uit de hogere realisatie van loon- en inhuurkosten. ➜ Stelpost CAO Voor 2021 is gerekend met een indexering van 2,8% conform de Macro Economische Verkenning van het CPB. Een deel van deze indexering is ingezet om het werkgeversdeel van de gestegen pensioenpremies op te vangen. Er resteerde nog 2,1% voor het opvangen van de ontwikkelingen in de nieuwe CAO. Voor 2021 hebben we gezien dat dit percentage niet volledig nodig was om de effecten voor 2021 op te vangen. Dit levert per saldo een voordeel op van € 174.000.
➜ Aanvulling in de voorziening WW-gelden Zoals het BBV vereist is bij het opmaken van de jaarrekening ook gekeken naar de actualiteit van de voorziening ww-gelden. Als gevolg van een in 2019 toegekend reorganisatieontslag moet de voorziening aangevuld worden. Hiervoor wordt per dossier gekeken wat de totale verplichting aan ww-gelden is en wat de kans is dat iemand weer een baan zal vinden. Op basis van die individuele berekening wordt de totale voorziening gevormd. Bij de actualisatie is gezien dat een aantal oud-collega’s een andere baan gevonden heeft, waardoor dit deel van de voorziening (deels) kon vrijvallen. In de tweede bestuursrapportage is aangegeven dat het verwachte bijstorting uit zou komen tussen de € 450.000 en € 550.000. In de realisatie bedraagt de bijstorting € 248.000. ➜ Verplichting verlofuren In 2021 hebben we gezien dat het restant verlofsaldo flink is opgelopen. Mede hierdoor is de productiviteit in 2021 hoger geweest dan de gestelde norm. Voor dit verlofsaldo is een verplichting opgenomen van € 605.700. Dit is een nadeel in dit programma. Tegenover dit nadeel staat de vrijval van de reserve vakantiedagen van € 249.000.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Opleiding en loopbaanbegeleiding € 157.000 (V) In 2021 is niet het volledige opleidingsbudget benut. Dit heeft voornamelijk te maken met de Corona-maatregelen, waardoor veel opleidingen en trainingen niet zijn doorgegaan of vooruitgeschoven zijn. Dit heeft tot een voordeel van € 157.000 geleid. Dienstreizen/ Woon-werk verkeer € 84.000 (V) Bij het opstellen van de 2e burap was de verwachting dat het aantal reisbewegingen in het najaar weer zou toenemen. Door nieuwe beperkingen in relatie tot Corona is niet dit gebeurd en is er een voor deel van € 84.000 ten opzichte van de begroting. Overig personeel € 35.000 (V) Voor de overige personeelskosten is een voordeel gerealiseerd van € 35.000 ten opzichte van de begroting. Er is onder andere minder uitgegeven aan bedrijfssporten (€ 15.000) en er is minder gebruik gemaakt van de thuiswerkfaciliteiten dan verwacht (€ 13.000). Ook is er een voordeel ontstaan op het budget van de ondernemingsraad. De voordelen worden gecompenseerd door een nadeel op de kosten voor in- door- en uitstroom van personeel, hier is een nadeel van €10.000 ontstaan. Organisatie € 8.000 (N) Op het totale budget van facilitaire zaken is een nadeel gerealiseerd van € 8.000 ten opzichte van de begroting. Het nadeel is veroorzaakt doordat er meer is uitgegeven aan kosten voor ontspanning van personeel.
Dit zijn representatiekosten voor bijvoorbeeld cadeau-/ boekenbonnen. Daarentegen is er minder uitgegeven aan voorlichting en promotie wat het nadeel voor een deel heeft gecompenseerd. Kantoor € 61.000 (V) Naar aanleiding van de realisatie in 2020 is er in 2021 extra budget geraamd voor vakliteratuur. In 2021 is geen gebruik gemaakt van de abonnementen en de vakliteratuur. Mede door Corona zijn er minder voedingsmiddelen en dranken besteld.
ODBN Jaarstukken 2021
96
97
Informatisering/ automatisering € 23.000 (V) Op het totaal van informatiseringsbudgetten is een voordeel ontstaan van € 23.000. Dit voordeel bestaat uit de nog onbenutte post voor ‘Noise cancelling’ en minder kosten voor data en telefonie. De kosten voor licenties zijn ook in 2021 weer gestegen en zorgen voor een fors nadeel. In de tweede bestuursrapportage is € 75.000 gereserveerd voor de aanschaf van ‘Noise cancelling apparatuur’. We zien dat steeds meer vergaderingen hybride zijn. In het huidige kantoorconcept hebben we geen ruimte om iedereen in aparte ruimtes deze vergaderingen te laten voeren. Om het werken in het pand te veraangenamen, wordt de standaarduitrusting voor elke medewerker uitgebreid met een koptelefoon met noise cancelling. De opdracht voor aanschaf van deze koptelefoons is in de tweede helft van het jaar gegeven, echter door de wereldwijde leveringsproblemen op elektronica is de uitlevering van deze apparatuur verschoven naar 2022. Bij het vaststellen van de jaarrekening zullen we voorstellen om dit bedrag over te hevelen naar 2022. Reguliere organisatieontwikkeling € 43.000 (V) Op de post reguliere organisatieontwikkeling is een bedrag van 43.000 euro overgebleven. Diversen
€
4.4.4. Reserves en voorzieningen PROGRAMMA RESERVE MUTATIES BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING 31-12-2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
Storting in reserves
0
1.449
1.449
0
onttrekking uit reserves
0
4.229
2.735
-1.494
SALDO
0
2.780
1.286
-1.494
Onttrekking uit reserves € 1.494.000 (N) Er is dit jaar minder uit de reserves onttrokken dan geraamd. Grootste verschillen komen voort uit de lagere onttrekking uit de reserve ISV ad € 1.683.300 (N). Daarnaast is de reserve vakantiedagen ad € 249.000 (V) vooruitlopend op de vaststelling van de begroting vrij gevallen.
96.000 (V)
➜ Corona maatregelen: Voor 2021 was er geen rekening meer gehouden met extra kosten als gevolg van coronamaatregelen en is er een nadeel van € 11.000. Er zijn kosten gemaakt voor materialen zoals mondkapjes en het aanschaffen van zelftesten zodat medewerkers veilig op kantoor konden werken. ➜ Extern onderzoek/advies: In 2020 en 2021 heeft de accountant een IT-audit uitgevoerd. Een deel van deze kosten zijn in 2021 betaald en dit leidt per saldo tot een nadeel van € 10.000. ➜ Afschrijvingen: De totale afschrijvingslasten vielen in 2021 uiteindelijk € 25.000 lager uit dan begroot. ➜ Overige kosten: In 2021 hebben we op Jong ODBN, portikosten en diverse andere kleine posten een bedrag van € 29.000 over gehouden ➜ Bijdrage Personeel: In 2021 hebben we van het UWV voor diverse medewerkers een ziekteuitkering ontvangen. Dit levert per saldo een voordeel op van € 67.000. ➜ Huisvesting en archief: Door de corona-maatregelen zijn er minder medewerkers in het pand en is de derde verdieping op vrijdag niet toegankelijk om te werken. Dit heeft geleid tot minder energie- en waterverbruik. Daarnaast hebben er energie-afrekeningen plaatsgevonden uit 2019 wat heeft geleid een klein voordeel in 2021. Per saldo een voordeel van € 7.000 ➜ Herhuisvesting: De verwachting was dat er nog € 11.500 zou worden uitgegeven aan de herhuisvesting in 2021.
Mede door inhuur van de projectmanager en de hogere kosten van de punten die nog afgerond moesten worden, is er een nadeel ontstaan van € 11.000.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
98
99
4.5 Incidentele baten en lasten Hieronder treft u de grootste verschillen aan in de incidentele baten en lasten. Deze zijn verdeeld naar de programma’s. INCIDENTELE LASTEN BEDRAGEN IN € 1.000
LASTEN / BATEN
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
BEGROTING 2021
REALISATIE 2021
INCIDENTELE BATEN BEDRAGEN IN € 1.000
VERSCHIL
3.668
1.742
1.926
V
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
V
SSIB 3.0
ONT TREKKINGEN RESERVES
Omgevingswet
Lasten
327
132
195
SSiB 3.0
Lasten
1.400
1.400
0
Sanering verkeerslawaai
Lasten
1.893
210
1.683
V
IGW
Lasten
10
0
10
V
Technische implementatie omgevingswet
Lasten
38
0
38
V
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING
464
648
-184
N
Corona
Lasten
0
11
-11
N
Noise cancelling
Lasten
75
0
75
V
Actualiseren voorzieningen
Lasten
0
248
-248
N
Herhuisvesting
Lasten
11
11
0
Terugbetaling resultaat 2020
Lasten
378
378
0
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
2.390
1.742
V
Baten
BEGROTING 2021
REALISATIE 2021
VERSCHIL
1.400
1.400
0
1.400
1.400
0
2.429
936
-1.493
N
Organisatieontwikkeling
Baten
178
178
0
Sanering verkeerslawaai
Baten
1.893
210
-1.683
Herhuivesting
Baten
11
0
-11
Huisvesting
Baten
299
299
0
Vakantiedagen
Baten
0
249
249
V
Informatiegestuurd werken
Baten
10
0
-10
N
Tehnische implemenatie omgevingswet
Baten
38
0
-38
N
3.829
2.336
-1.493
N
BEGROTING 2021
REALISATIE 2021
VERSCHIL
INCIDENTELE BATEN 4.132
LASTEN / BATEN
LASTEN / BATEN
N
INCIDENTELE LASTEN
Lasten
4.132
2.390
1.742
V
INCIDENTELE BATEN
Baten
3.829
2.336
-1.493
N
303
54
249
N
ODBN Jaarstukken 2021
100
101
4.6 Financieel overzicht per taakbeeld BBV OVERZICHT PER TAAKVELD BEDRAGEN IN € 1.000 TAAKVELD
4.8 Declarabiliteit
REKENING UITGAVEN 2021
REKENING INKOMSTEN 2021
In de 2e burap is de begroting geactualiseerd op basis van de te verwachte urenrealisatie op dat moment. In onderstaande tabel staan de geprognotiseerde uren van de 2e burap in vergelijking met de daadwerkelijk gerealiseerde uren in 2021.
REKENING SALDO 2021
OMSCHRIJVING TAAKVELD
0.1
Bestuur
0.10
PROGRAMMA'S 2021
UREN GEACTUALISEERDE BEGROTING NA 2E BURAP
VERSCHIL 2021 MET GEACTUALISEERDE BEGROTING IN %
REALISATIE 2021
61
0
-61
Mutaties reserves
1.449
2.735
1.286
0.4
Overhead
10.164
67
-10.097
Vergunningverlening
56.007
57.620
103%
0.8
Overige baten en lasten
374
2
-372
Toezicht & handhaving
76.987
80.686
105%
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
121
97
-24
TOTAAL BASISTAKEN
132.994
138.306
104%
7.3
Afval
-9
0
9
Vergunningverlening
56.820
57.470
101%
7.4
Milieubeheer
17.026
27.854
10.828
Toezicht & handhaving
18.991
18.166
96%
TOTAAL
29.186
30.755
1.569
Overige verzoektaken
24.784
27.680
112%
100.596
103.316
103%
Aanvullende opdrachten
9.779
9.677
99%
TOTAAL AANVULLENDE OPDRACHTEN
9.779
9.677
99%
TOTAAL INDIVIDUELE DIENST VERLENING
243.369
251.298
103%
Collectieve taken
6.000
6.188*
103%
SSiB
23.227
23.783
102%
70
34
49%
1.500
1.700
113%
0
107
TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING
30.797
31.812
103%
TOTAAL ODBN
274.166
283.110
103%
TOTAAL VERZOEKTAKEN
De programmabegroting 2021 heeft naast een programma’s Individuele dienstverlening, Regionale dienstverlening de posten Bedrijfsvoering (Overhead) en Onvoorzien. De programma’s zijn onderverdeeld in meerdere budgetten uitgesplitst in unieke grootboeknummers. Deze unieke grootboeknummers zijn vervolgens toebedeeld aan de taakvelden, conform de regeling van Ministerie van BZK en Iv3- informatievoorschrift 2017. De uitvoeringsinformatie is een overzicht van toedeling van de gerealiseerde baten en lasten van programma’s naar de betreffende taakvelden. Op basis van de indeling in deze structuur in het financiële informatiesysteem worden de rapportages ten behoeve van regeling Iv3 gevuld.
Klachtenregeling
4.7 Overzicht aanwending post onvoorzien
Sanering verkeerslawaai
In de primitieve begroting 2021 is er een post onvoorzien geraamd van € 100.000,-. In de tweede bestuursrapportage is gemeld dat deze post naar verwachting niet benut zou worden en is deze afgeraamd en in het rekeningresultaat opgenomen. In de actuele begroting is daarmee de post teruggeraamd naar 0. Ook in de resterende maanden is er geen noodzaak geweest tot aanwending van de post onvoorzien.
Beheer en Nazorg stortplaatsen
*
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Let op realisatie van uren in het kader van de omgevingswet zijn onderdeel van deze realisatie. De overheveling van het omgevingswetbudget uit de jaarrekening 2020 is echter niet vertaald in een urenraming.
ODBN Jaarstukken 2021
102
103
In bovenstaande tabel is te zien dat er voor de individuele dienstverlening meer uren zijn gemaakt dan de begrote uren die zijn opgenomen in de 2e burap. Het algemene beeld is dat in de maanden september t/m december er nog een behoorlijke inhaalslag is gemaakt en zien we een toename in de productiviteit t.o.v. de voorgaande maanden. Voor de basistaken zijn er ruim 5.000 meer uren gerealiseerd. Binnen de vergunningverlening van het gemeentelijke programma zijn er ruim 1.300 meer uren gemaakt, met name veroorzaakt door het aantal intrekkingen van agrarische vergunningen door een toename van het aantal stoppers. Voor toezicht en handhaving zijn er bijna 4.000 meer uren gemaakt. Dit jaar is het programmeerde toezicht voor het eerst gerealiseerd volgens afspraken. Daarnaast zien we ook dat het vraaggestuurde toezicht t.o.v. 2020 verder is toegenomen. Voor de provincie komt de realisatie in uren op de basistaken vrijwel uit op de prognose bij de tweede burap. Binnen de verzoektaken zijn er 2.720 meer uren gerealiseerd. Binnen het gemeentelijke werkprogramma zien we dat deelnemers moeite hebben om over voldoende capaciteit en kwaliteit rondom milieutaken te beschikken. Dit leidt tot extra verzoektaken op het gebied van RO.
Doordat de RO verzoeken uit diverse specialistische deelvragen bestaan op de gebieden geur, lucht, geluid, externe veiligheid, RO en juridische ondersteuning heeft deze overschrijding impact op de specialistische organisatie. Het resultaat is dat er bijna 3.500 meer uren zijn gerealiseerd. Voor de provincie geldt dat het totaal aantal uren in de verzoektaken iets lager (-175 uren) uit komt dan bij de tweede bestuursrapportage verwacht werd. Bij alle vergunningverleningsopdrachten zijn iets meer uren gerealiseerd, bij de toezicht & handhavingsopdrachten zijn iets minder uren gemaakt. De realisatie van de aanvullende opdrachten is in lijn met de begrote uren van de 2e burap. Beschikbare declarabele uren Gemiddeld over het jaar 2021 is er een bezetting geweest van 269,3 FTE (2020 253,4 FTE), waarvan 206,4 FTE ingezet is geweest voor het primaire proces (2020 195,0 FTE). De formatie voor het primaire proces is declarabel inzetbaar. De overige 62,9 fte betreft medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces (2020 58,4 FTE). Deze formatie bestaat uit de directie, management, medewerkers bedrijfsvoering en ondersteuning. Hiermee bedroeg de personele overhead 23% van de totale formatie (2020 23%). De declarabele uren per FTE over 2021 geven het volgende beeld: DECLARABELE UREN PER MEDEWERKER
GEMIDDELDE REALISATIE INCL. SSIB
GEMIDDELDE REALISATIE EXCL. SSIB
Aantal fte primair proces*
200,5
187,4
Aantal declarabele uren
283.110
259.327
1.412
1.383
Aantal declarabele uren per FTE
*
In de tabel is te zien dat de declarabele uren per persoon voor ODBN 1.412 uur is (2020 1.419). Bovenstaand beeld wordt enigszins vertroebeld door het hoge aantal declarabele uren van SSiB en SSiB Impuls. Deze twee onderdelen worden middels een vaste bijdrage in rekening gebracht en daarom worden deze uren buiten de tariefsbepaling gehouden. Wanneer de formatie en de uren die betrekking hebben op SSiB en SSiB Impuls buiten de vergelijking gehouden worden, dan is het gemiddeld aantal declarabele uren per medewerker 1.383 (2020 1.398). Bij dit resultaat is een belangrijke kanttekening te plaatsen. We zien dat in 2021 de hoeveelheid verlof dat meegenomen wordt naar het volgende jaar behoorlijk toegenomen is. Mede door Corona is er minder verlof opgenomen. Ook zien we dat door het thuiswerken het minder vaak nodig is om verlof op te nemen. Afspraken waar voorheen verlof voor opgenomen werd, zijn nu makkelijker tussendoor te plannen. Wanneer dit verlof in de komende jaren opgenomen wordt, dan leidt dit dan tot een verlies aan omzet. Tevens zien we dat er meer overuren gemaakt zijn in 2021. Ook dit heeft effect gehad op het productiviteitscijfer en de extra gerealiseerde omzet. In 2022 wordt bekeken of deze extra uren voor uitbetaling in aanmerking komen, zodat hier geen productiviteitsverlies door geleden wordt in 2022.
Ook zien we dat er in 2021 minder tijd besteed is aan opleidingen. In het opleidingsplan 2021 was vooral veel tijd gereserveerd voor het opleiden in het kader van de Omgevingswet. Door het uitstel van de invoeringsdatum zijn veel van deze opleidingen ook doorgeschoven naar 2022. Daar zijn beperkt andere opleidingen voor uitgevoerd. Wanneer de productiviteit voor 2021 gecorrigeerd wordt voor beide effecten dan komt deze in 2021 rondom de norm van 1.350 uit. De gemiddeld hogere declarabiliteit ten opzichte van de norm van 1.350 is in lijn met 2020. Doordat in 2021 Corona ook een grote invloed gehad heeft op de samenleving is, net als in 2020, ons vermoeden dat de hoge productiviteit deels veroorzaakt wordt door Corona. Dit is een incidenteel effect wat zich niet/minder moet gaan voordoen nu de samenleving steeds meer in het ‘oude normaal’ terugkeert. Facturabiliteit Naast de gemiddelde declarabiliteit wordt er ook een analyse gemaakt in hoeverre de declarabele uren in rekening zijn gebracht. Voor een deel van de declarabele uren wordt namelijk een vaste bijdrage ontvangen. Dit betekent dat de uren die méér worden gemaakt dan begroot niet in rekening worden gebracht bij de deelnemers, maar ook dat hier voor de ODBN geen dekking tegenover staat. Dit is vooral aan de orde voor een aantal opdrachten binnen de regionale dienstverlening.
In 2021 zijn bijna 32.000 uren gemaakt voor opdrachten met een vaste bijdrage tegenover 30.800 uren begroot. Met name voor SSiB zijn meer uren gerealiseerd dan begroot. Voor de collectieve taken zijn er minder gerealiseerd dan begroot door problemen met de bezetting. Exclusief de omgevingswet zijn dit ruim 1.500 uur minder.
Bij het berekenen van de declarabiliteit is gekeken naar de werkelijke gewerkte uren van de externe inhuur in plaats van de gecontracteerde uren. Dit resulteert in een lager aantal FTE dan in het bezettingsoverzicht.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
104
105
In de Collectieve Taken zien we dat we in 2021 uitdagingen hebben gehad om de bezetting op peil te houden. Dit heeft geleid tot minder gerealiseerd uren dan begroot. Daartegenover staat dat er voor de implementatie van de Omgevingswet ook uren gemaakt zijn die niet specifiek geraamd waren. Van de 6.188 uren die zijn gerealiseerd zijn er 1.677 uren ten behoeve van de omgevingswet gemaakt.
BEDRAGEN X € 1
J.A.J. LENSSEN ALGEMEEN DIRECTEUR
FUNCTIEGEGEVENS 5 Aanvang6 en einde functievervulling in 2021
1 jan t/m 31dec
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7
1,0 fte
Dienstbetrekking?8
4.9 EMU-saldo OMSCHRIJVING
BEGROTING 2021
REKENING 2021
Exploitatiesaldo voor mutatie reserves
106
283
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
561
317
Dotaties aan voorzieningen
0
248
In- en des-investeringen
177
152
Onttrekkingen aan voorzieningen
22
315
EMU SALDO
866
381
Totale lasten
29.923
27.737
EMU SALDO ALS % TOTALE LASTEN
2,89%
1,37%
ja
BEZOLDIGING 9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 117.836
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 21.696
Subtotaal
€ 139.535
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10
€ 209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11 TOTALE BEZOLDIGING
€0 € 139.535
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13
N.v.t.
GEGEVENS 2020
4.10 Wet Normering Topinkomens (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijke genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd over de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De ODBN is verplicht om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionarissen op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionaris 1a. L eidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevend topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. De WNT is van toepassing op J.A.J. Lenssen. Het voor de Omgevingsdienst Brabant Noord toepasselijk bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000 (voor 2020 was dit € 201.000. Naast de vermelde topfunctionaris zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen). Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
BEDRAGEN X € 1 FUNCTIEGEGEVENS 5 Aanvang6 en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?8
J.A.J. LENSSEN ALGEMEEN DIRECTEUR 01/01-31/12 1,0 fte ja
BEZOLDIGING 9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 116.089
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 27.239
Subtotaal
€ 143.328
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10
€ 201.000
TOTALE BEZOLDIGING
€ 143.328
ODBN Jaarstukken 2021
106
107
1b L eidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 De WNT normen gelden ook voor ingehuurde topfunctionarissen. De ODBN kende in 2021 en 2020 geen interim bestuurder welke onder de WNT dient te worden verantwoord. 1c Toezichthoudende topfunctionarissen Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing. 1d Topfunctionaris met een bezoldiging van € 1.700 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. In onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks en Algemeen bestuur weergegeven. De DB en AB leden van de ODBN ontvangen geen bezoldiging c.q. vergoeding. 1e Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 De totale bezoldiging van een topfunctionaris inclusief degene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt, voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen (uitsluitend te verantwoorden indien en voor zover er sprake is bij een topfunctionaris van bezoldiging voor andere werkzaamheden dan die als topfunctionaris bij de WNT-instelling en/ of bezoldiging uit hoofde van werkzaamheden bij gelieerde rechtspersonen. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing.
1g T opfunctionarissen met een totale bezoldiging van minder dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1d, Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing. 2 U itkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Voor 2021 is dit voor de ODBN niet van toepassing.
3 Overige rapportage verplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.