Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
Tekst van het document
Onze aanpak Overheden zullen nieuwe standaarden, normen en regels invoeren om voor 2050 klimaatneutraal te zijn. Er is al een groot aantal wetten en regels van kracht: • De Energiebesparingsplicht: alle bedrijven en instellingen moeten energiebesparende maatregelen nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Bedrijven zijn verplicht hierover 1x per 4 jaar te rapporteren aan de overheid (informatieplicht). • Energielabelplicht: bij verkoop, verhuur of oplevering van (overheids)gebouwen is een geldig energielabel verplicht • De energielabel C-plicht voor kantoorgebouwen: per 1 januari 2023 moet het fossiele energieverbruik van kantoorruimtes aan minimaal label C voldoen. • De energieprestatie-eisen bij nieuwbouw en renovatie van gebouwen: de energieprestatie-eisen bij installatie en renovatie van gebouwinstallaties, verplichte keuringen voor gebouwinstallaties, gebouwautomatisering en controlesysteem (GACS) verplichting en het Bouwbesluit, waarin staat dat nieuwbouw een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) moet zijn. • EED-Auditplicht: voor bedrijven met meer dan 250 werk nemers en/of meer dan 50 mln. euro omzet én een jaarlijks balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro.
30
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
Om te controleren of partijen zich ook aan deze wetten houden, moet de gemeente toezicht houden en kunnen handhaven. Deze controles kosten meer tijd en middelen dan nu beschikbaar is. Duurzaamheid is tot nu toe geen onderdeel geweest van het handhavingsbeleid van Delft. Het voornemen is om hier verandering in aan te brengen. Bij de vraag hoever Delft gaat in het toezien op regelgeving voor verduurzaming spelen vijf factoren een belangrijke rol: 1. We maken gebruik van een drietrapsraket. Allereerst informeren we partijen. Tweede stap is aanspreken en stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen. Pas als laatste middel en stok achter de deur doen we aan handhaving. 2. We geven in onze handhavingsaanpak voorrang aan overtredingen waarbij de gevolgen aanzienlijk en/of onomkeerbaar zijn en de overtreder slechte of zelfs criminele bedoelingen heeft. 3. We zetten in op proportioneel handhaven. Delft zoekt een goede balans tussen handhaven op bijvoorbeeld verduurzaming van gebouwen en verkeersveiligheid. 4. Het hangt af van de organisatie en de branche. Sommige organisaties zijn beter in staat te voldoen aan wetgeving en van hen wordt dus eerder verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen. 5. Het maatschappelijk draagvlak voor handhaving van wetten weegt mee in de handhavingsaanpak.
De gemeente zal in overleg met de Omgevingsdienst Haaglanden de handhavingscapaciteit verdelen tussen de duurzaamheidsopgave en andere beleidsdoelen. Dit vereist scherpe en eerlijke keuzes in toezicht en handhavingsprioriteiten.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
31
Voorziene beslismomenten: industrie en commerciële dienstverlening Hierboven is voor het transitiepad industrie en commerciële dienstverlening in beeld gebracht wat de opgave is tot aan 2050 en welke activiteiten en plannen daarvoor zijn gemaakt. Daarmee zijn we er niet. Om de doelstelling voor 2050 te behalen, moeten in ieder geval de volgende besluiten nog worden genomen: Vóór 2030 • Besluit over het opnemen van de handhaving van wettelijke verplichtingen op het gebied van energietransitie in de gemeentelijke handhavingsstrategie, inclusief het vrijmaken van de mensen en middelen die nodig zijn om daar daad werkelijk uitvoering aan te geven. • Evaluatie van de effectiviteit van de bedrijvenaanpak tot nu toe, en besluitvorming over de doorontwikkeling ervan.
32
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
2030-2050 • Regelmatige evaluatie van (de uitvoering van) het handhavingsbeleid op het terrein van de energietransitie, en besluitvorming over doorontwikkeling. • Regelmatige evaluatie van het beleid ten aanzien van industrie en commerciële dienstverlening, en besluitvorming over doorontwikkeling.
3. Transitiepad publieke dienstverlening Onder de publieke dienstverlening vallen alle organisaties met een maatschappelijke functie. Denk hierbij aan openbaar bestuur (overheidsgebouwen), onderwijs (basisscholen, voortgezet en hoger onderwijs), gezondheids- en welzijnszorg, cultuur, sport en recreatie. Deze organisaties zijn fundamenteel voor inwoners om mee te doen in de samenleving en bieden hun waardevolle voorzieningen. Een betekenisvol deel doet dat zonder winstoogmerk. Figuur 5: Overzicht transitiepad publieke dienstverlening - uitstoot, mijlpalen en voorziene beslismomenten Extern effect
80
Totale Uitstoot CO2-eq.
70
68 kton
70 kton
60
-29
Werkgebouwen energiezuinig maken Gemeente
50
-0,3
40
-4
Extern effect
Stad +5
41 kton
-11
Investeren in Duurzame Energie
30
Werkgebouwen energiezuinig maken Investeren in Duurzame Energie -30 -0,02 24 Gemeente
20 10
6 Stad
0 Totaal 1990
Totaal 2021
Prognose 2030
2022
2030 Geen Label G
2035
0 kton Prognose 2050
2040
2045
2050
Geen Label F
Label C Gemeentelijk Vastgoed
Probleemanalyse Sectoren
Doorontwikkeling Sectorenaanpak
Plan Sectorale Routekaarten Uitvoering Sectorale Routekaart
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
33
Jaar
Mijlpaal
2025
Besparing voor gemeentelijk vastgoed: ruim 40% minder gasverbruik, (Delft, 2021).
2027
Uitfasering publieke dienstverlening van energielabel G naar minimaal energielabel C, (PVGO, 2022).
2028
Al het gemeentelijk vastgoed is minimaal label C, twee gebouwen zijn van label B naar A en allen zijn voorzien van LED-verlichting, (Delft, 2021).
2030
Uitfasering publieke dienstverlening van energielabel F naar minimaal energielabel C, (PVGO, 2022).
2030
100% van de warmte wordt duurzaam opgewekt op TU terrein.
In Delft is de publieke dienstverlening ruim vertegenwoordigd. Zo zijn er: • kantoren van de gemeente, brandweer en politie, Rijkswaterstaat en het Waterschap Delfland; • 54 locaties in primair, voortgezet en speciaal onderwijs, de Technische Universiteit Delft, ROC Mondriaan en de Haagse Hogeschool; • het Reinier de Graaf ziekenhuis, zorginstellingen zoals de Bieslandhof, Die Buytenweye en Pieter van Foreest. De rol van de gemeente verschilt per sector. De gemeente heeft direct invloed op het vastgoed in eigendom en in beheer. Dat zetten we in om voorzieningen in de stad mogelijk te maken, zoals wijk- en buurtcentra, cultuur, sport en eigen huisvesting. Voor basis- en voortgezet onderwijs dragen gemeentes de zorgplicht. Dat betekent dat gemeentes wettelijk en financieel verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en grootschalige verduurzaming van deze organisaties. Dat gebeurt in samenwerking met schoolbesturen. Daarnaast kan de gemeente een aantal instellingen financieel faciliteren, zoals sportverenigingen, en kan langs die weg te hulp schieten bij verduurzaming. Maar veel van de bovengenoemde instellingen, zoals grote ziekenhuizen of de TU Delft, werken en beslissen onafhankelijk van de gemeente. In de pijlers werken we verschillen verder uit met een focus op de branches waar de gemeente reeds actief is.
We onderscheiden binnen het transitiepad publieke dienst verlening twee pijlers: • Pijler 3.1: Werkgebouwen energiezuinig maken • Pijler 3.2: Investeren in Duurzame Energie
Wat is reeds in gang gezet? In de publieke dienstverlening zien we in 2021 een netto stijging van 4% in de uitstoot ten opzichte van 1990. In 1990 was de uitstoot nog 67,5 kton en in 2021 was het 69,9 kton. Tussen 2021 en 2030 dalen de broeikasgasemissies door publieke dienstverlening in Delft. In 2030 wordt de daling geschat op 39% t.o.v. 1990. Het merendeel komt door de doorrekening van externe ontwikkelingen, zoals:
34
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
• het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteits- en gasvoorziening; • de groei van de energievraag als gevolg van de groei van de stad; • de veranderingen van het energiegebruik van de commerciële dienstverlening als gevolg van meer eigen acties en de opwarming van het klimaat. Verduurzamingsmaatregelen in de publieke dienstverlening hebben een additioneel effect van 7%. Dat effect wordt echter (tijdelijk) vereffend door de groei naar elektriciteit die de TU Delft verwacht. Voor de periode tussen 2030 en 2050 is de inzet dat de uitstoot verder daalt van 39% t.o.v. 1990 naar 100% reductie. Bovengemeentelijk beleid zorgt voor een kwart van die daling. De rest wordt behaald door middel van een succesvolle uit voering van het Warmteplan. Wanneer het Rijk en de raad voorzien in de capaciteit en middelen om het warmteplan daadwerkelijk uit te voeren, zal dit leiden tot een volledige reductie van de CO2-uitstoot in dit transitiepad.
Wat staat ons nog te doen? Elke branche van de publieke dienstverlening kent zijn eigen uitdaging op weg naar klimaatneutraal in 2050. In reactie op het klimaatakkoord hebben deze branches dan ook hun eigen routekaart voor verduurzaming opgesteld met de opgave om de uitstoot met 55% te verminderen in 2030 en met 95% in 2050 (t.o.v. 1990). Dit zijn: het Rijksvastgoedbedrijf, de politie, de provincies, de gemeenten, sport, onderwijs, ziekenhuiszorg, verzorgingssector en monumenten. Voor het eigen vastgoed van de gemeente en voor de scholen in het basis- en voortgezet onderwijs liggen concrete plannen op tafel om te verduurzamen. Voor andere sectoren moet de opgave eerst preciezer in kaart worden gebracht: wat is de verantwoordelijkheid van de sector, welke organisaties kunnen niet zelfstandig verduurzamen en wat is de rol van de gemeente. De volgende stap is om deze analyse uit te voeren voor 2030. Deze sectoren komen daarom maar in beperkte mate terug in de pijlers.
Pijler 3.1 Werkgebouwen energiezuinig maken De eerste stap om de CO2-uitstoot te verminderen is besparen op energieverbruik door isolatie of nieuwe, duurzamere installaties. Wat is de opgave? De volledige publieke sector moet verduurzamen, maar er bestaat nog niet passende wetgeving voor elke groep. Alle nieuwbouw moet voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Voor bestaand vastgoed geldt dat ze verplicht energiebesparende maatregelen moeten treffen met een terugverdientijd korter dan vijf jaar. Daarnaast moeten alle kantoorpanden vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C realiseren. Vooral in de publieke dienstverlening zijn de middelen om bij nieuwbouw te voldoen aan deze eisen, of te investeren in grootschalige renovaties niet altijd aanwezig.
Onze aanpak We zijn al begonnen met de aanpak van de gemeentelijke kantoren. De portefeuille van het vastgoedbedrijf wordt stapsgewijs verduurzaamd richting klimaatneutraal in 2050. Concrete stappen voor de 1e fase staan in het Uitvoeringsplan 2020-2024. Een groot deel van deze (energiebesparende) maatregelen wordt uitgevoerd in 2023 en 2024. Zo wordt alle verlichting in de gemeentelijke objecten met een energielabel C of lager, vervangen door LED-verlichting met aanwezigheidsdetectie en daglichtafhankelijke regelingen. Voor het gemeentelijk bezit stellen wij in 2024 een volgend plan op voor de periode na 2025. Voor deze periode zijn in de begroting nog geen middelen gereserveerd. We schatten in dat voor het uitvoeringsplan 2025 een aanvullend budget nodig zal zijn om de resterende gebouwen in de portefeuille naar label C
te brengen. Voor monumenten zijn enkele maatregelen ingeschat maar zal niet zonder meer een C- label haalbaar zijn. Voor het basis- en voortgezet onderwijs stelt de gemeente een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2026 (IHP) op. Schoolgebouwen voor het basisonderwijs die gebouwd zijn tussen 1945 en 2000 zullen geleidelijk na minimaal 60 jaar vervangen worden door een energieneutraal aardgasvrij gebouw. Dat kost evenveel als renovatie, maar levert een kwalitatief beter gebouw op. De schoolgebouwen van na 2000 kunnen worden aangepast om zoveel mogelijk te besparen, in samenwerking met de schoolbesturen en op natuurlijke momenten. Hierover zullen gemeente en schoolbesturen goed moeten afstemmen. Voor eigenaren van overige gebouwen zetten we in op infor matievoorziening, zodat alle eigenaren van maatschappelijk vastgoed weten wat ze kunnen en moeten doen en hoe ze daarin gefaciliteerd worden door de gemeente, provincie en het Rijk met bijvoorbeeld subsidies. Aan de ene kant dragen deze eigenaren een verantwoordelijkheid om de landelijke routekaarten van het Klimaatakkoord toe te passen. Aan de andere kant zal de gemeente nader moeten onderzoeken hoe klimaatneutraal 2050 haalbaar is voor organisaties met beperkte middelen en wat de passende vorm van ondersteuning is. Een voorbeeld van een partij die zelf initiatief neemt in de publieke dienstverlening is de TU Delft.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
35
36
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
De Technische Universiteit Delft De TU Delft beslaat een aanzienlijk deel van het grondoppervlak van gemeente Delft. Verduurzaming heeft een prominente plek verworven in de instellingsstrategie van de TU Delft. Zo heeft de Technische Universiteit de ambitie om al in 2030 CO2-neutraal te zijn. Om dit te bereiken zet de TU Delft in om grotendeels onaf hankelijk te worden van de inzet van aardgas voor de warmteproductie. Dit wordt bereikt door zowel de inzet van warmtekoudeopslag systemen (WKO) en door de toekomstige inzet van geothermie vanaf de tweede helft van dit decennium. Voor de inzet van geothermie worden tevens aanpassingen aan het warmtenet en in de gebouwen gedaan. De nieuw te bouwen panden in het zuiden van de campus worden van warmte en koude voorzien door middel van een centrale warmtekoude opslag installatie en warmtepompcentrale. Een significante energiebesparing op de bestaande bouw wordt gerealiseerd door de verbetering van de gebouwbeheerssystemen en slimme monitoring. Ook komt er meer lokale opwekking van elektriciteit met zonnepanelen, die ook moet bijdragen aan een gebalanceerd net.
The Green Village Ook heeft de TU Delft, om de kloof tussen theorie en grootschalige toepassing te overbruggen, tien jaar geleden The Green Village (TGV) gestart: een fieldlab voor duurzame innovatie. In dit laboratorium, centraal gelegen op de campus, valideren onderzoekers en innovatieve bedrijven hun duurzame innovaties voor de gebouwde omgeving. Wanneer er binnen de gemeente vragen zijn over de mogelijke impact van bepaalde innovaties kan de gemeente voorstellen deze innovatie eerst te testen op The Green Village. Specifiek voor de uitdagingen voor de gemeente Delft kan dan bijvoorbeeld gedacht worden aan tests met natuurlijke isolatiematerialen, warmtenet en warmtepomp innovaties en smart grid oplossingen. Na test en demonstratie op The Green Village zal ook op de campus actief energie gerelateerd onderzoek en innovaties worden gefaciliteerd. Hiermee blijft de TU Delft openstaan voor nieuwe ontwikkelingen en onderkent zij dat de grootste uitdaging misschien niet de uiteindelijke eindsituatie is, maar ook de weg ernaartoe, het transitieproces.
Het restant van de energievraag zal CO2-neutraal ingekocht of lokaal gecompenseerd worden. Naast de verduurzamings opgave, werkt de TU Delft ook aan de andere uitdagingen van de energietransitie die mogelijk aanvullende maatregelen rechtvaardigt vanuit het oogpunt van betaalbaarheid en leverings zekerheid. Tot slot zal de TU Delft samen met haar partners van onder meer het Innovatie District Delft niet enkel inzetten op doel matige keuzes om haar CO2-voetafdruk in absolute zin te verkleinen, maar ook om knelpunten en barrières weg te nemen, die de verduurzaming van zowel de campus als ook in bredere zin van de samenleving nog in de weg staan.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
37
Pijler 3.2 Investeren in duurzame energie Ook de publieke dienstverlening werkt toe naar een duurzame warmtevoorziening. Afhankelijk van het bouwjaar wordt gekozen tussen sloop en nieuwbouw of grootschalige renovatie. Wat is de opgave? Specifiek voor het pad publieke dienstverlening richt het nationale doel zich op 55% reductie in 2030 en 95% reductie in 2050. Daarbovenop geldt dat alle gebouwen gebruik maken van schone warmte in 2050. Om dat te realiseren, zijn er grotere investeringen nodig dan wat gebruikelijk opzij gezet wordt voor onderhoud. Dit geldt niet alleen voor eigen vastgoed en onderwijsgebouwen, maar ook voor sport, zorg en cultuur. De gebouweigenaren krijgen te maken met een investeringsbehoefte die ze niet altijd zelf kunnen financieren.
Onze aanpak Voor alle gebouwen waar de gemeente financieel verantwoordelijk voor is maken we routekaarten, uitvoeringsplannen of investeringsagenda’s waarin schone energie wordt meegenomen. Hierbij horen de gemeentelijke panden, scholen in het basis- en voortgezet onderwijs, welzijnsinstanties en gymzalen. De gemeente stelt voor het basis- en voortgezet onderwijs een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op. Aardgasvrije nieuwbouw werkt het als stok achter de deur voor de transitie naar schone energie. Schoolgebouwen voor het basisonderwijs die gebouwd zijn tussen 1945 en 2000 worden geleidelijk, na minimaal 60 jaar, vervangen worden door een energieneutraal aardgasvrij gebouw. Bij alle plannen voor renovatie en nieuwbouw wordt organisatorisch aansluiting gezocht met de warmte-uitvoeringsplannen. Daarnaast zijn er voorzieningen waarbij de gemeente een subsidieverlener is en/of financieel kan ondersteunen, bijvoorbeeld bij ondernemingen in de culturele sector. Met deze organisaties wordt overleg gevoerd over hoe hun voorzieningen kunnen meegaan in de energietransitie. Voor sportverenigingen werken we aan een Strategie Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed Derden. Zo zijn vele sportverenigingen toe aan vervanging, maar blijkt de financiering uitdagend.
Hier kiest Delft voor een maatwerkaanpak, door op initiatief van en in samenwerking met deze organisaties op zoek te gaan naar financieringsmogelijkheden. Tenslotte zijn er partijen in deze categorie die geen directe relatie met de gemeente hebben. Voor een deel kunnen zij meedoen in de warmte-uitvoeringsplannen die voor elk buurt worden meegemaakt. Zo kan een huisartsenpraktijk in een woonbuurt meegaan in het warmte-uitvoeringsplan. Andere 38
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
overheidsinstanties, grote zorginstellingen en het hoger onderwijs bepalen hun eigen koers om te voldoen aan wettelijke verplichtingen, ook al zal de gemeente altijd adviseren en faciliteren waar gewenst en mogelijk. Nieuwbouw is geen wondermiddel voor klimaatneutraliteit. Ook bij de nieuwbouwprojecten die de gemeente zelf initieert (zoals scholen), blijken budgetten niet altijd voldoende of capaciteit te beperkt. De opgave van klimaatneutrale nieuwbouw, in veel gevallen gecombineerd met bijvoorbeeld circulair en klimaatadaptief, knelt met andere beleidsdoelstellingen. In plaats van 2 locaties per jaar, realiseert men dan 1 per 2 jaar. Dit knelpunt in de uitvoering blijven we monitoren.
Leren in Monumenten Zie: Wonen in Monumenten Een aantal gebouwen in bezit van de TU Delft zijn aange wezen als monument. Alhoewel de universiteit als eigenaar van de monumenten verantwoordelijk is voor eventuele verduurzaming, denkt de gemeente mee in oplossingen. Voor monumentale gebouwen basis- en middelbaar onderwijs, waaronder de Delftse Montessorischool ( Jacoba van Beierenlaan) en Delfsche Scholenvereniging (Koningsplein) geldt het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 20202036: Monumenten en gebouwen van vóór 1940 die beeldbepalend zijn voor de stad, worden gerenoveerd tot de gewenste kwaliteit. De verduurzamingsmogelijkheden van deze gebouwen worden per object bepaald: dit betreft maatwerk.
Cultuur in Monumenten Zie: Wonen in Monumenten Een aantal monumenten biedt onderdak aan culturele functies, zoals musea, verenigingen en kerken. Ook hier geldt eenzelfde maatwerkaanpak als bij het transitiepad wonen. Voor religieuze gebouwen werkt Delft aan een Gebedshuizenvisie toekomstkansen religieus erfgoed.
Voorziene beslismomenten: publieke dienstverlening Hierboven is voor het transitiepad publieke dienstverlening in beeld gebracht wat de opgave is tot aan 2050, en welke activiteiten en plannen daarvoor zijn gemaakt. Daarmee zijn we er niet. Om de doelstelling voor 2050 te behalen, moeten, met de kennis van nu, in ieder geval de volgende besluiten nog worden genomen: Vóór 2030 • Besluit om over te gaan tot een (gedetailleerde) analyse van de sectoren binnen het transitiepad Publieke Dienstverlening die nu nog onbekend terrein zijn, en op basis daarvan een aanpak te formuleren. • Besluit over hoe de landelijke sectorale routekaarten te vertalen naar Delft, inclusief het vrijmaken van mensen en middelen om de daarbij behorende projecten te kunnen uitvoeren.
2030 - 2050 • Op basis van de eerdere besluitvorming en de uitvoering ervan, besluiten over de wijze waarop het vervolgtraject naar CO2-neutraal in 2050 kan en moet worden ingevuld.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
39
4. Transitiepad mobiliteit Mobiliteit kan bijdragen aan een duurzamere stad, als we verkeersruimte teruggeven aan de openbare ruimte, én meer met schonere vervoermiddelen gaan rijden. Delft wil komende jaren groeien in aantal inwoners en arbeidsplaatsen. Deze groei leidt tot meer mobiliteit en extra druk op de beschikbare ruimte. Delft zet daarom in op een mobiliteitstransitie. We zetten de transitie in gang naar schone, slimme en veilige mobiliteit die verstandig met schaarse ruimte omgaat door het stimuleren van lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. De mobiliteitstransitie is dus een middel voor een leefbare, klimaatbestendige en toekomst bestendige stad. Figuur 6: Overzicht transitiepad mobiliteit - uitstoot, mijlpalen en voorziene beslismomenten
140
134 kton 115 kton
Totale Uitstoot CO2-eq.
Effect verminderen mobiliteit -8
Extern effect -1
Effect verschonen mobiliteit -6
100
100 kton
Extern effect -67
50 32 kton
0 Totaal 1990
Totaal 2021
Prognose 2030
2022
2030
2035
Emmissieloze Binnenstad
Duurzame Energie voor 25% van Wagenpark
Heel Delft Milieuzone Alle Buslijnen Elektrisch
Doorontwikkeling MRDH Maatregelen Voetgangersroutes en Fietsersnetwerk Hubs Zonering
40
Nieuw Mobiliteitsprogramma Restemissies Mobiele Werktuigen
Deelmobiliteit Logistiek Milieuzone Zero-Emissie Binnenstad
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
Autoluwe Binnenstad
2040
Prognose 2050
2045
Autoluwe Binnenstad
2050
Jaar
Mijlpaal3
2025
Verplichting minimaal 1 laadpunt bij utiliteitsbouw van meer dan 20 parkeervakken.
2025
Zero-emissie binnenstad voor bestelauto’s en vrachtauto’s.
2027
De gemeente Delft is in zijn geheel één milieuzone.
2027
In de concessie is opgenomen dat alle buslijnen elektrisch rijden.
2030
Verbrandingsmotoren voor vracht- en bestelauto’s zijn verdwenen uit de binnenstad.
2030
Emissieloos gemeentelijk wagenpark: lichte voertuigen stoten geen CO2 uit. Zware voertuigen zo min mogelijk.
2030
Doelgroepenvervoer is zonder uitstoot.
2030
25% van het wagenpark gebruikt duurzame energie.
2040
3.700 extra fietsparkeerplaatsen gerealiseerd.
2040
Geheel autoluwe binnenstad.
Mobiliteit gaat over verplaatsing en omvat al het verkeer en vervoer. Dat zijn dus niet alleen de voetgangers in het centrum, maar ook al het verkeer op en naar de snelwegen aan de weerszijden van de stad, mobiele werktuigen4 en de vele fietsen die Delft rijk is.
• landelijke subsidies voor elektrisch rijden en voertuig normeringen; • veranderende verkeersvolumes door demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen; • verjonging van het wagenpark.
Wat is reeds in gang gezet?
Aanvullend daarop neemt Delft zelf maatregelen die worden omschreven in het Mobiliteitsprogramma 2040. Deze vallen in te delen in twee pijlers: • Pijler 4.1: Vermindering en verandering van mobiliteit • Pijler 4.2: Verschonen van mobiliteit
Sinds 1990 is de CO2–uitstoot gedaald van 134 kton naar 115 kton in 2021. Ook al is het aantal verplaatsingen toegenomen, zijn deze zuiniger en schoner wat leidt tot deze daling van 14%. Toch blijft het transitiepad mobiliteit verantwoordelijk voor een kwart van de CO2–uitstoot. Het merendeel van die uitstoot komt van personenauto’s. Tussen de 10-15% van de uitstoot komt door mobiele werktuigen. Tot 2030 wordt slechts een beperkt aandeel van de uitstoot verminderd door landelijk en Europees beleid. Deze externe ontwikkelingen dragen tot 2030 bij aan een afname van slechts 0,7 kton (0,6%). Vanaf 2030 beginnen externe ontwikkelingen een verschil te maken: van 99,7 kton naar 32,5 kton. In 2050 is de uitstoot van mobiliteit dus teruggebracht met 75% ten opzichte van 1990. Externe ontwikkelingen die daaraan bijdragen zijn: • het verduurzamen van de elektriciteitsvoorziening en bijmengverplichtingen voor motorbrandstoffen;
3 4
Tot 2030 zorgt het gemeentebeleid (bovenop de 0,7 kton) voor een verdere afname van ongeveer 14 kton, ofwel 11% t.o.v. 1990. De zero emissie-zone voor stadslogistiek (verschonen mobiliteit) en aangescherpte parkeernormen (veranderen mobiliteit) hebben het grootste effect. Met deze twee pijlers behaalt Delft een belangrijk deel van haar streven om de uitstoot van CO2 naar netto 0 te krijgen. De resterende uitstoot in 2050 komt met name uit vracht verkeer op de snelwegen en uit mobiele werktuigen. Zonder de juiste technologische innovaties heeft de gemeente hier beperkt grip op. Daar speelt het Rijk een beslissende rol. Op termijn zouden wellicht eisen kunnen worden gesteld binnen aanbestedingen om duurzame werktuigen te stimuleren.
Zie Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (Delft, 2021) & Aanpak CO2- reductie Verkeer (MRDH, 2019). Dit zijn kleine tot grote machines zoals bladblazers, bulldozers, shovels, graafmachines, hoogwerkers en vorkheftrucks.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
41
Pijler 4.1. Verminderen en veranderen van mobiliteit De transitie naar schone, slimme en veilige mobiliteit die verstandig met schaarse ruimte omgaat bestaat vooral uit het verminderen en veranderen van onze mobiliteitskeuzes. Als we samen bijvoorbeeld vaker lopen, de fiets pakken of met het openbaar vervoer reizen, creëren we ruimte voor mensen en werken we aan een gezonde doorgroei van de stad. Wat is de opgave? De prognose is dat het aantal Delftenaren tussen nu en 2040 met ongeveer 30% groeit en dat er 10.000 arbeidsplaatsen bij komen in de stad. Zonder aanvullend beleid leidt dit tot circa 30% meer verkeer en vervoer. Daar is geen ruimte voor. De opgave is daarom een nieuwe balans te vinden tussen de toe nemende vraag naar mobiliteit en de schaarse openbare ruimte in de stad. Dit kan door het veranderen van ons mobiliteits systeem én onze mobiliteitskeuzes.
Onze aanpak In het Mobiliteitsprogramma 2040 staat de ambitie om ruimte beter te benutten zodat Delft bereikbaar, leefbaar en veilig blijft. Voor zowel Delftenaren als niet-Delftenaren moet het eenvoudiger en aantrekkelijker zijn om te kiezen voor vervoermiddelen die bijdragen aan die doelstelling. Die transitie gaat hand in hand met duurzamere mobiliteit. Zo zetten we in op loopbare afstanden tussen voorzieningen, veilig fietsverkeer, toegankelijk openbaar vervoer en mogelijkheden voor deel vervoer. De voetganger staat op nummer 1. Lopen is het meest efficiënte vervoersmiddel als het gaat om ruimtegebruik en milieulast. In nieuwe gebiedsontwikkelingen en herinrichtingen krijgt de voetganger dan ook een belangrijkere rol dan voorheen. Ook stimuleren we lopen met het verbeteren, vergroenen en uitbreiden van wandelroutes. Ook de aantrekkelijkheid van fietsen staat centraal. Delft is immers een echte fietsstad. Door het verlagen van de snelheid op ons wegennet maken we fietsen veiliger. Delft zet zelf in op het versterken van de doorstroming op de belangrijke fietsroutes en werkt samen binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) om verbindingen tussen steden (metropolitane fietsroutes) te verbeteren. Dat zorgt ervoor dat fietsen op lange afstanden meer loont.
De inzet op lopen en fietsen zorgt niet alleen voor minder uitstoot, maar ook voor meer actieve en gezonde verplaatsingen. Voor langere afstanden werken we aan ondersteuning voor het openbaar vervoer. Die opgave pakken we deels op in samenwerking met andere gemeentes binnen de MRDH regio. Lokaal 42
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
doen we dat door woningbouw bij OV-locaties te stimuleren en de OV-bereikbaarheid te verbeteren, bijvoorbeeld met het doortrekken van tramlijn 19 naar de campus.
MRDH Programma Duurzame Mobiliteit In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag werken Delft en 20 andere gemeenten samen aan op het onderwerp mobiliteit. In het Programma Duurzame Mobiliteit richt de samenwerking zich op schoon, stil en energiezuinig vervoer. Door het testen van ideeën, toepassen van maatregelen, ontwikkelen van kennis en monitoren van effecten vordert het transitiepad mobiliteit steeds verder richting klimaat neutraal. Voorbeelden van gemeentelijke maatregelen die bijdragen aan de transitie in Delft en voortkomen uit het programma zijn: • Invoeren zero-emissie zones voor logistiek verkeer en milieuzones; • Zero-emissie openbaar vervoer en doelgroepen vervoer; • Verschonen gemeentelijk wagenpark en zakelijk verkeer; • Werkgeversaanpak, waarin afspraken worden gemaakt met bedrijven om werkgebonden uitstoot te reduceren; • Testen van nieuwe vervoersconcepten, zoals ‘people movers’ (Automatisch Vervoer Last Mile, AVLM) op termijn mensen voor de deur te kunnen ophalen; • Parkeerbeleid; • Metropolitane fietsroutes tussen steden versterken; • Richtlijnen voor bouwen bij OVlocaties; • Modal shift naar fietsen en OV bij korte ritten.
Als afgeleide van mobiliteit is ook de manier waarop we met parkeren omgaan van belang. In de Nota Parkeernormen 2023 worden de parkeernormen voor nieuwbouw verder aangescherpt en met 20% verlaagd ten opzichte van de normen uit 2018.
Daarnaast kijken we bij bijvoorbeeld riolerings- of herin richtingsprojcten of de parkeerdruk het toelaat om minder parkeerplekken terug te plaatsen. Hierdoor creëren we extra ruimte die voor andere doeleinden gebruikt kan worden, zoals groen, speelruimte of klimaatadaptieve maatregelen. De deelauto biedt een alternatief voor de particuliere auto dat bijdraagt aan een efficiënter autogebruik, waardoor minder parkeerruimte nodig is. We stimuleren deelvervoer door het faciliteren van deelmobiliteitshubs. Een goed voorbeeld hiervan is de mobiliteitshub in Nieuw Delft, waar bewoners gebruik kunnen maken van deelauto’s en deelfietsen. Met de opgedane kennis kan dit concept breder worden toegepast. Tot slot is met de uitvoering van autoluwplus in de jaren ‘90 een begin gemaakt met het verminderen van het autoverkeer in de binnenstad. Deze ontwikkeling wordt de komende jaren doorgezet. Tussen 2025 en 2029 wordt het zuidwestelijke deel van de binnenstad toegevoegd aan het huidige autoluwplus
gebied. Hiermee ontstaat er ruimte voor groen, fietsparkeren en verblijven.
Stationslocaties en Ketenmobiliteit Reizen van A naar B gebeurt vaak met een combinatie van vervoersmiddelen. Fietsen naar het station, overstappen op de trein en het laatste stuk met de bus – dat heet ‘ketenmobiliteit. Stations zijn daarbij belangrijke schakels en zo zien we een rol weggelegd voor station Delft Campus. De vernieuwing van het station en de gebiedsontwikkeling rondom het station Delft Campus biedt de kans om de ketenreis aantrekkelijker te maken door het bieden van goede en veilige wandel- en fietsroutes, voldoende fietsenstallingen en andere voorzieningen die het verblijf bij het station aangenaam maken. De stationsomgeving kan zodoende als een hub functioneren die het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker maakt en een vervanging kan zijn voor autoritten.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
43
Pijler 4.2. Verschonen van mobiliteit In deze pijler staat het faciliteren van duurzaam vervoer centraal. We kunnen stappen zetten door ander vervoer, maar ook minder vervuilende motoren en duurzame brandstoffen maken een verschil. Wat is de opgave? De elektrificatie van het wagenpark versnelt. Landelijke cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland laten zien dat begin 2018 ongeveer 1,4% van het personenwagenpark elektrisch of hybride was. Begin oktober 2023 was dat 7,3%. De komende twintig jaar zal dat aandeel alleen maar verder stijgen. Het is aan Delft om prikkels voor duurzaam vervoer door te voeren en voldoende ruimtelijke mogelijkheden voor laadinfrastructuur te faciliteren. Op de lange termijn is de op gave om ook zwaar vervoer en werktuigen te voorzien van duurzame brandstof.
Onze aanpak Delft kent verschillende soorten zones die gericht zijn op het verduurzamen van het verkeer. Allereerst is er het autoluwplusgebied. Om dat gebied in te mogen rijden, heb je een ontheffing nodig. De gemeente stelt eisen aan de ontheffingen (te vinden in de beleidsregels Ontheffingverlening autoluwplus 2018). Bromen snorfietsen met een verbrandingsmotor krijgen vanaf 1 september 2023 geen ontheffing meer. Voor bestaande ontheffinghouders is er een overgangstermijn van 6 tot 12 maanden. Vanaf 2025 is de binnenstad een zero-emissie zone. Dit houdt in dat bestel- en vrachtverkeer alleen zonder uitstoot is toe gestaan. Tot slot kent Delft de milieuzone. In 2027 breiden we de milieuzone uit naar heel Delft. De milieuzone geldt voor vrachtauto's (> 3.500 kg). Deze vrachtauto's mogen alleen in de milieuzone rijden als zij: • een dieselmotor emissieklasse euro 6 of hoger hebben; • op een andere brandstof dan diesel rijden.
44
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
We onderzoeken of het meerwaarde heeft dit te laten gelden voor meerdere soorten voertuigen, zoals scooters of personenauto’s. We gaan voor het vrachtverkeer ook logistieke hubs inrichten buiten de binnenstad, waar vracht wordt over geladen op kleinere, elektrische voertuigen die de goederen naar de binnenstad vervoeren. Naast zonering maakt Delft ook gebruik van concessies om verduurzaming te stimuleren. Met ingang van de nieuwe busconcessie voor Haaglanden in 2019 zijn alle stadbuslijnen elektrisch gaan rijden. Bij de aanbesteding van het doelgroepenvervoer zijn ook eisen gesteld om met elektrische voertuigen te gaan rijden. In de concessie is afgesproken dat vanaf 2027 alle buslijnen elektrisch rijden. Delft is sinds 2017 aangesloten bij een gezamenlijke concessie met gemeenten in Zuid-Holland voor het plaatsen van laad infrastructuur. Sindsdien zijn er 400 openbare laadpunten gerealiseerd die allemaal duurzame energie leveren. Om de groei van elektrisch rijden te faciliteren werken we aan een dekkend en toegankelijk netwerk. Sinds 2022 zijn er in totaal ca. 2.500 nieuwe unieke gebruikers van de publieke laadpalen bijgekomen. In 2023 zijn er meer dan 3.000 unieke gebruikers per maand.
Voorziene beslismomenten: mobiliteit Hierboven is voor het transitiepad Mobiliteit in beeld gebracht wat de opgave is tot aan 2050, en welke activiteiten en plannen daarvoor zijn gemaakt. Daarmee zijn we er niet. Om de doelstelling voor 2050 te behalen, moeten, in ieder geval de volgende besluiten nog worden genomen: Vóór 2030: • Besluit over planvorming duurzame logistieke hubs, waar onder keuzes over locaties, omvang, inrichting en vervoersmiddelen; • Besluit over planvorming deelmobiliteit hubs, waaronder een actualisatie van het deelautobeleid en keuzes netwerk, ruimtelijke inrichting; • Uitvoering zero-emissie binnenstad, waaronder mogelijke aanscherpingen en uitbreiding ontheffingsbeleid; • Besluit over planvorming milieuzone over de vervoers middelen die wel en niet worden opgenomen; • Planvorming over het verbeteren van voetgangersroutes en het verder verdichten en uitbreiden van het fietsnetwerk om verandering van mobiliteit te stimuleren.
• Besluitvorming ten aanzien van nieuwe aanbestedingen OV-concessies met als doel een beter toegankelijk openbaar vervoer; • Doorontwikkeling maatregelenpakket op regionaal niveau van het MRDH- programma Duurzame Mobiliteit. Invoering van maatregelen zouden moeten worden geformuleerd met passende middelen en bemensing. 2030-2040 • Planvorming nieuw Mobiliteitsprogramma Delft, dat een toekomst na het doel klimaatneutraal in 2050 inbeeldt; • Besluit over mogelijke planvorming voor inzet op restemissies afkomstig van mobiele werktuigen. Concrete projecten zouden moeten worden geformuleerd met passende middelen en bemensing.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
45
5. Transitiepad energie infrastructuur Net zoals vandaag, zal in 2050 onze welvaart afhangen van ons energiesysteem. Het energie systeem – en de infrastructuur die aan de basis ligt – beïnvloedt hoe we wonen, werken, reizen en produceren. En dus kunnen de transitiepaden wonen, industrie en commerciële dienst verlening en publieke dienstverlening en mobiliteit niet verduurzamen, als niet ook de nodige veranderingen in de infrastructuur worden opgepakt. Figuur 7: Overzicht transitiepad energie infrastructuur - duurzame opwek, mijlpalen en voorziene beslismomenten
40 36 GWh
Energieopwek in GWh
35
TU Delft E-deal Rabobank Collectieve inkoopacties woningen
30
Zonne-energie overig
25 21 GWh
20
Zonne-energie overig
15
Zonne-energie woningen
10 Zonne-energie woningen
5 0,83 GWh
2012
2022
2021
2030
2030
2035
2040
2045
40%, 56 GWh
Opwek Zon Planologie
Aanpak Zon-op-Dak
Doorontwikkeling Aanpak Opwek Zon
Uitvoering Zon-op-Dak
Uitvoering Aanpak Opwek Zon
Ruimtelijke Inpassingskaders
Integraal Energiesysteem
2050 100%, 141 GWh
Jaar
Mijlpaal
2030
40% van het beschikbare dakoppervlak is bedekt met zonnepanelen (56 GWh), (RES, 2021)
2050
100% van het beschikbare dakoppervlak is bedekt met zonnepanelen (141 GWh) , (RES, 2021)
46
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
Onder het energiesysteem verstaan we de bouwwerken, putten, buizen, leidingen, technische machines en dergelijke voor winning, productie, transport en distributie, opslag en conversie van energie. Er zullen de komende jaren flinke aanpassingen in dit systeem plaatsvinden. Zowel het Rijk, Provincie als de gemeente pakken de regie om het energiesysteem te programmeren, ruimtelijk in te passen en vervolgens projecten te coördineren. Zo werken we naar een geïntegreerd energiesysteem. We onderscheiden in dit transitiepad de volgende pijlers om deze uitdaging op te pakken: • Pijler 5.1: Bouwen aan warmte-infrastructuur • Pijler 5.2: Bouwen aan elektriciteitsinfrastructuur • Pijler 5.3: Maximale opwek zonnestroom De vier andere transitiepaden openden steeds met een grafiek met de CO2-reductie tussen 1990 en 2050. Infrastructuur levert zelf geen directe reductie op, maar is een randvoorwaarde voor de andere vier transitiepaden. Infrastructuur zoals warmtenetten en opslag maken (efficiënte) duurzame warmte mogelijk, maar leiden slechts indirect tot vermindering van CO2-uitstoot. Hetzelfde geldt voor netverzwaring en slim elektriciteitsmanagement. Vandaar dat hieronder geen CO2 doorrekeningen staan. Wel zijn berekeningen gemaakt voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, waarvoor we doelen hebben (pijler 13).
Wat is reeds in gang gezet? De regio Rotterdam-Den Haag heeft in 2021 de Regionale Energiestrategie 1.0 opgesteld. Hierin maken 23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland afspraken over de energietransitie die kaderstellend zijn voor dit transitiepad, namelijk: • Streven naar energie-efficiëntie en energiebesparing (onder meer door isolatie) • Regionale coördinatie voor een optimale regionale warmtestructuur. • Elektrificatie van warmtevoorziening voorkomen waar mogelijk. • Maximale opwek zonne-energie op daken.
Duurzame gassen In de toekomst zullen duurzame gassen een rol spelen daar waar andere energiebronnen tekortschieten. Waterstof zal essentieel zijn in het verduurzamen van zwaar transport en industriële processen. Maar duurzame waterstof zal zelfs vanaf 2030 beperkt beschikbaar zijn. Daarom is binnen de RES-regio afgesproken dat, zelfs wanneer aanwezig, waterstof het ingezet voor ‘hoogwaardig gebruik’ en dus niet voor bijvoorbeeld woningen. In Delft is er ook nog geen zicht op het gebruik van groen gas. De verwachting is dat inzet van duurzame gassen in Delft pas na 2030 concreter wordt. Het zal schaars blijven en dus wordt het dan allereerst ingezet voor hoogwaardig gebruik, zoals industriële processen. Dan wordt het tijd om plannen te maken.
Delft heeft afgelopen jaren onderzoek gedaan en stappen gezet op alle drie de pijlers: warmte, elektriciteit en duurzame opwek. Delft heeft gunstige omstandigheden voor geothermie en daarop wordt in Delft en omgeving fors ingezet. Warmte kan ook worden opgeslagen in de bodem, dit wordt in pijler 11 verder uitgewerkt. In de toekomst zal er veel meer elektriciteit gebruikt worden en decentraal worden opgewekt. Het elektriciteitsnet staat nu al onder druk door de energietransitie. In pijler 12 beschrijven we hoe Delft daar nu aan werkt. Voor de eigen opwek, pijler 13, zijn de mogelijkheden in Delft beperkt. Delft heeft geen ruimte voor windmolens. Wel is er ruimte voor zonne-energie op daken en op infrastructuur. Inwoners en bedrijven van Delft hebben die de afgelopen jaren dan ook benut.
Wat staat ons nog te doen? Het Rijk en de provincie ontwikkelen de hoofdlijnen en richtinggevende keuzes voor het toekomstige energiesysteem. Dit gebeurt in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaaat (MIEK). Een eerste nationaal MIEK en provinciaal MIEK zijn opgeleverd, moeten worden vertaald naar een uitvoeringsprogramma. Het gebeurt ook in het Nationaal Plan Energiesysteem. Deze ligt nu als concept ter inzage. Op basis van deze kaders bepaalt de regio Rotterdam – Den Haag de regionale strategie. De regio maakt in samenwerking met gemeentes integrale studies van het energiesysteem om vervolgstappen uit te zetten.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
47
Delft gaat daarmee aan de slag met haar eigen Energie Strategie Delft. Deze beschrijft de strategie van de gemeente op het inrichten van het energiesysteem op basis van de energievraag, aanwezige bronnen en benodigde infrastructuren. Dat wordt uitgewerkt voor warmte en voor elektriciteit. Hieruit moet duidelijk worden in welke mate energiehubs, slimme wijken, lokale opslag et cetera nodig zijn. Tot slot gaat de gemeente in 2024/2025 een Omgevings programma warmte opstellen. Hierin worden concrete energietransitie-maatregelen gekoppeld aan doelen uit de Omgevingsvisie. Denk aan maatregelen die gebouweigenaren of bedrijven stimuleren en ondersteunen bij het verduurzamen van gebouwen. Ook kunnen we in het Omgevingsprogramma warmte de
48
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
uitrol van collectieve warmte verder concretiseren. Het omgevingsprogramma is nodig om daarna uiteindelijk warmtekavels te kunnen vaststellen. De opgave vraagt van Delft om steeds te schakelen met diverse partijen op verschillende niveaus. Ook vraagt het om integraliteit: keuzes voor warmtebronnen (wel of niet elektrisch) hebben invloed op de capaciteit van het elektriciteitsnet en kunnen dus niet apart van elkaar gezien worden. In de toekomst moet bijvoorbeeld ook de rol van waterstof in die integrale visie onderzocht worden. Dat is een constante vertaling van nationale inzichten naar lokale praktijk en van lokale ervaring naar nationale lessen.
Pijler 5.1 Bouwen aan warmte-infrastructuur Warmtenetten zijn noodzakelijk om de doelstellingen voor CO2-reductie te halen. Ze leveren duurzame warmte aan woningen en bedrijven en doen dat regelmatig robuust en tegen de laagste nationale kosten. Het ontwikkelen van een warmtenet in samenhang met warmteuitvoeringsplannen is een complex plantraject. Om de benodigde warmtenetten voor 2050 in gebruik te hebben, moet de gemeente strategisch plannen, participeren en samenwerken met partners in Delft en omgeving. Wat is de opgave? Binnen de gemeente Delft worden nu woningen en gebouwen voornamelijk met aardgas verwarmd. Warmte heeft daarmee op dit moment een belangrijk aandeel in de uitstoot van CO2. Het doel is om in 2050 volledig te verwarmen met duurzame bronnen en collectieve warmte is daar een optie voor. Dat niet alleen: het is zelfs onmogelijk om de stad volledig elektrisch te verwarmen vanwege de netbelasting die dat zou veroorzaken. Warmtenetten zijn dus onmisbaar voor een aardgasvrij Delft. Met de ontwikkeling van het eerste warmtenet en het beschikbaar komen van twee warmtebronnen zetten we een flinke stap. Het Warmteplan Delft laat zien dat er meer buurten zijn waar collectieve warmte de voorkeursoptie met de laagste kosten is; we zullen dus moeten denken aan meer collectieve warmtenetten en -bronnen.
Onze aanpak In de RES regio Rotterdam-Den Haag, werken gemeentes samen aan de optimale regionale warmte-infrastructuur. In regionaal verband coördineren onze inzet en maken we afwegingen over welke warmte we waar inzetten. Dat is nodig, want duurzame warmte is niet overal in dezelfde mate beschikbaar. Ook op lokaal niveau onderzoeken we de mogelijkheden van het warmtesysteem. De Energie Strategie Delft (in ontwikkeling) brengt de toekomstige warmtevraag en de potentiële warmtebronnen in beeld. De voorkeur gaat uit naar lokale bronnen. Er zijn ruim voldoende duurzame warmtebronnen om Delft van schone warmte te voorzien. De komende decennia worden overal in Delft warmte-uitvoeringsplannen ontwikkeld met inwoners. De uitkomst daarvan kán zijn dat ook daar voor een aansluiting op een warmtenet wordt gekozen. Op het niveau van de infrastructuur voor de stad als geheel is het cruciaal dat er genoeg aanbod van warmtebronnen is om aan de toekomstige vraag te voldoen.
Twee warmtebronnen zijn momenteel in ontwikkeling en komen beschikbaar: restwarmte uit de Rotterdamse Haven via WarmtelinQ en geothermie vanuit het project Geothermie Delft. De aanleg van de WarmtelinQ is gestart in maart 2023. De aanleg van de Geothermiebron wordt getrokken door de Technische Universiteit Delft, EBN, Shell en Aardyn en is gestart in juni 2023. Om de warmtelevering tijdens piekmomenten in de winter minder afhankelijk van de gasgestookte warmtekrachtcentrale te maken, onderzoekt de TU Delft mogelijkheden voor een hoge temperatuur opslag op haar campus. Tegelijkertijd is in de wijken Voorhof en Buitenhof het project Open Warmtenet Delft (OWD) in ontwikkeling. Dit is een samenwerking tussen NetVerder, InWarmte, vier woningcorporaties en de gemeente. Het project heeft als doel de aanleg van een warmtenet met een aansluiting voor 5.000 corporatie woningen (in complexen met een bestaande collectieve aan sluiting), in de wijken Voorhof en Buitenhof. Naast dit project zijn plannen in ontwikkeling voor uitbreiding van het warmtenet naar omliggende buurten van Voorhof en Buitenhof – waar collectieve warmte veelal op de laagste nationale kosten uitkomt. Toekomstige warmte-uitvoeringsplannen zouden van die optie gebruik kunnen maken.
Tot slot stuurt de gemeente met bodemenergieplannen op het gebruik van de bodem voor warmte- en koudeopslag bij nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen. Deze plannen moeten voorkomen dat de warmte- en koude bronnen in een buurt elkaar negatief beïnvloeden. Er zijn al bodemenergieplannen voor Nieuw Delft, de TU-Zuid / TU-Noord en Wippolder. Voor de gebiedsontwikkelingen Kabeldistrict en Nieuwe Haven zijn ze in de maak. De gemeente gaat ook stappen zetten naar een bodemenergieplan voor de Juniusbuurt (2024) en in een later stadium voor de gehele Schieoevers-Noord.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
49
De gemeente wil haar regierol voor warmte nader uitwerken. De gemeente heeft beperkte bevoegdheden om voor te schrijven welke bron voor welk net moet worden gebruikt, maar voert wel regie de aanleg van warmtenetten. Als na overleg met de buurt blijkt dat collectieve warmte de meest geschikte vorm is, kan de gemeente regelen dat dit wordt aangeboden. • Het voorstel voor de Wet collectieve warmte geeft de gemeente een rol om voor de warmteclusters uiteindelijk tot warmtekavels te komen, die de gemeente toewijst aan een 50
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
warmtebedrijf waarmee ze afspraken maakt over de voorwaarden waaronder het warmtebedrijf in dat kavel moet opereren. • Het conceptvoorstel voor de Wet collectieve warmte schrijft voor dat warmtenetten voor meer dan 50% in publiek eigendom moeten zijn. • Om de benodigde infrastructuur, zoals een warmtewisselaar, in te passen, moet de gemeente schaarse ruimte vrijmaken in de stad. De energietransitie heeft daarmee een aanzienlijke impact op de buitenruimte, zowel onder als boven de grond.
Pijler 5.2 Bouwen aan elektriciteitsinfrastructuur In de toekomst zal elektriciteit een centrale rol spelen in de energievoorziening. Vervanging van fossiele brandstoffen door groen opgewekte elektriciteit is een van de belangrijkste manieren om CO2-uitstoot te reduceren. De vraag naar schone elektriciteit zal toenemen en deze elektriciteit wordt steeds vaker decentraal (zoals met zonnepanelen) opgewekt. Om in de toekomst dezelfde zekerheid te kunnen bieden als nu, moet de infrastructuur daarop worden voorbereid. Wat is de opgave? De vraag naar duurzame stroom neemt toe. De voorspelling van het Planbureau voor de Leefomgeving is dat in 2030 85% van de stroom hernieuwbaar is opgewekt. De energietransitie leidt tot een grotere vraag naar elektriciteit door elektrificatie van verwarming, koken, bedrijfsprocessen en vervoersmiddelen. De snelle ontwikkelingen hebben op veel plaatsen in Nederland al geleid tot netcongestie. Netcongestie heeft tot gevolg dat de energietransitie vertraagt, omdat nieuwe aansluitingen op het net worden tegengehouden. Delft is tot nu toe gevrijwaard gebleven van de grote problemen rondom net congestie waarmee veel andere gemeenten wel zijn geconfronteerd.
Door wisselende opwek wordt flexibiliteit steeds belangrijker. Zon en wind zijn niet altijd aanwezig. Voor een efficiënt elektriciteitsnet is het afstemmen van de vraag op dit wisselende aanbod belangrijk. Opslag en conversie naar andere energie dragers kunnen daarbij helpen. Het volgende figuur geeft een prognose van de benodigde netverzwaring.
Figuur 8: Prognose benodigde netverzwaring
Door de combinatie van stijgende vraag en decentralisering van aanbod is netverzwaring nodig. Dat gaat over zowel zwaardere kabels onder de grond als over ruimte voor transformatorhuisjes in de stad. Netbeheerder Stedin analyseert welke ingrepen nodig zijn op basis van de toekomstige. In een recent opgeleverde analyse gaan zij uit van uitbreiding met minimaal 180 distributiestations (ook wel trafohuisjes genoemd).
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
51
Onze aanpak Om het tempo van de energietransitie door te zetten, moeten we het elektriciteitsnet zo min mogelijk belasten. Daarom zet Delft in op collectieve warmtenetten waar mogelijk. Dan blijft er ruimte op het net voor verduurzaming die niet zonder elektriciteit kan. Om binnen die kaders het elektriciteitsnet zo efficiënt mogelijk in te richten, investeert Delft in systeemstudies, programmeren en energieplanologie. De gemeente onderzoekt samen met partijen op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau hoe het energiesysteem van de toekomst eruit zal komen te zien. Een behulpzaam initiatief is het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat, dat zowel op nationaal (nMIEK) als provinciaal
52
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
(pMIEK) niveau werkt. Dit soort initiatieven helpen bij het bepalen van waar en wanneer netverzwaring nodig is. Door middel van energieplanologie kan Delft dus strategisch projecten coördineren, tijdig ruimte reserveren en ingrepen plannen. Zo bevorderen we de juiste verdeling van laadpalen, kansen voor warmtepompen, mogelijkheden voor flexibele bedrijfs processen en het gebruik van batterijen. Dat koppelt Delft aan de ontwikkeling van kennis en kunde rond het aansturen en lokaal gebruiken van energie. Dit doen we al langer op bedrijventerrein Schieoevers en wordt voort gezet in het kader van het Innovation District Delft samen met Stedin, de TU Delft en partners. Dit inzicht helpt bij het programmeren van slimme wijken en energiehubs.
Pijler 5.3 Maximale opwek zonnestroom Binnen de Regionale Energiestrategie hebben gemeenten samen besloten vol in te zetten op de opwek van zonnestroom. Ook in Delft merken we de urgentie: de stad groeit, inwoners stappen over van een CV ketel naar een all-electric warmtepomp, of ruilen hun oude dieselauto’s in voor een nieuw of tweedehands elektrisch model. Ook bedrijven en verenigingen schakelen over op elektriciteit. Deze groeiende vraag naar stroom zal Delft deels lokaal moeten opwekken. Wat is de opgave? In 2021 gebruikte Delft in totaal 524 GWh aan elektriciteit. Dat gebruik is verantwoordelijk voor 155 kton aan CO2. Al is er geen plek voor windmolens, kan Delft alsnog een verschil maken met zonnepanelen. In de Regionale Energie Strategie MRDH stellen gemeenten een concreet doel: op 40% van het potentiële dakoppervlak liggen in 2030 zonnepanelen en in 2050 op 100%. De gemeente Delft heeft Generation Energy laten onderzoeken dat met de geschikte daken een totaal van ongeveer 141 GWh kan worden opgewekt.. Het grootste deel bestaat uit grote daken (81 GWh), maar er liggen evengoed kansen voor kleine daken (60 GWh). Van de totale potentiële van 141 GWh, werd in 2021 18 GWh (32% van het doel) opgewekt. Op basis van de doorrekening zou dat in 2030 36 GWh (64% van het doel) worden. Om het doel te bereiken zijn extra inspanningen nodig.
Onze aanpak De aanleg van zonnepanelen is vaak technisch eenvoudig en een rendabele investering door nationaal stimuleringsbeleid. Daarom ligt hier een grote kans om meters te maken. Delft wil dit stimuleren door goede communicatie en het wegnemen van obstakels. De gemeente volgt een pad van inventariseren, faciliteren en stimuleren van opwek. Op het gebied van faciliteren en stimuleren voert Delft sinds 2019 beleid voor zon-opdak die ons dichter bij het doel brengen: • Woningeigenaren worden geadviseerd door het Energieloket Delft en ontzorgd door collectieve inkoopacties; • Gemeente Delft heeft 4 eigen daken beschikbaar gesteld aan de Delftse energiecoöperatie Deelstroom Delft;
• De e-deal tussen de gemeente en Rabobank ondersteunt bedrijven met gratis advies. Bedrijven hebben een keuze tussen een dakscan voor zonnepanelen inclusief businesscase, of een energiescan voor energiebesparing en labelverbetering; • Bij grootschalige renovatie of sloop/nieuwbouw van schoolgebouwen worden zonnepanelen geplaatst. In het Integraal Huisvestingsplan staat dat schoolbesturen investeren in de zonnepanelen en de gemeente de extra kosten van de verzekering draagt; • Voor de Bedrijvenkring Schieoevers ondersteunt de gemeente lokale opwek en gebruik van energie, waaronder zonnepanelen. De productie van zonnestroom heeft sinds 2012 een indrukwekkende stijging meegemaakt. Dat komt door innovatie, stimulerend beleid van het Rijk – zoals de salderingsregeling en projecten en activiteiten van inwoners van Delft. Toch leiden deze ontwikkelingen samen niet tot het gewenste resultaat: in plaats van 56 GWh verwachten we dat de gemeente 36 GWh opwekt aan zonne-energie in 2030. De aanpak zal dus moeten worden beoordeeld en mogelijk worden uitgebreid en/of opgeschaald. Om de potentie voor zonnepanelen te benutten zal de gemeente meer moeten doen dan stimuleren: dan is een doorontwikkeling van beleid nodig.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
53
Tabel 2: Opwek zonne-energie: huidige situatie doorrekening en potentie Status
Kleine Daken
Opwek Grote Daken
Totale Opwek
2018
5,8 GWh
3,6 GWh
9,4 GWh
2021(a)
12 GWh
6 GWh
18 GWh
Doorrekening 2030 Situatie (b)
Opwek
Zonne-energie woningen
20,6
Zonne-energie overig
9,3
Maatregel: Collectieve inkoopacties woningen
1,9
Maatregel: E-deal Rabobank
0,9
Ambitie: TU Delft
3,5
2030, Totaal Doorrekening
36
Doelen
Opwek Kleine Daken
Opwek Grote Daken
Totale Opwek
2030, 40%
24 GWh
32 GWh
56 GWh
2050, 100%
60 GWh
81 GWh
141 GWh
Generation Energy, okt 2020 a Regionale Klimaatmonitor, 2023 b CE Delft
Potentiële Opwek per Gebruiksfunctie [GWh]
Aantal
Vijf Buurten met meeste Potentie [GWh]
Wonen
67
Kleinschalige Opwek, voornamelijk Woningen
Publieke Dienstverlening
Aantal
Olofsbuurt
3,0
• Onderwijs
11
Ministerbuurt-Oost
2,5
• Bijeenkomst
7
Westerkwartier
2,4
• Gezondheidsfunctie
3
Aziëbuurt
2,1
• Sportfunctie
2
Den Hoorn
2,1
Totaal Top 5 Klein
12
Commerciële Dienstverlening • Winkelfunctie
11
Industrie
10
Grootschalige Opwek, voornamelijk industrie en commerciële dienstverlening
Mix Commercieel & Publiek
Bedrijventerrein Schieweg-Zuid
8
• Kantoorfunctie
12
• Bedrijventerrein Schieweg-Noord
7,5
• Logiesfunctie
0,3
• TU-Campus
7
Overige
17
• Bedrijventerrein Technopolis
5
Totaal
140
• Bedrijventerrein Rotterdamseweg-Noord
2
Totaal Top 5 Groot
29,5
Generation Energy, Okt 2020
54
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
Voorziene beslismomenten: energie infrastructuur Hierboven is voor het transitiepad Energie infrastructuur in beeld gebracht wat de opgave is tot aan 2050, en welke activiteiten en plannen daarvoor zijn gemaakt. Daarmee zijn we er niet. Om de doelstelling voor 2050 te behalen, moeten, met de kennis van nu, in ieder geval de volgende besluiten nog worden genomen: Vóór 2030: • Besluit over de wijze waarop Delft de doelstelling om 40% van het beschikbare dakoppervlak vol te krijgen met zonne panelen, gaat realiseren, inclusief de financiering daarvan. • Besluitvorming over ruimtelijke inpassingskaders voor energie-infrastructuur en de wijze waarop opwek en gebruik in balans blijven (lokaal energiemanagement). • Besluit over de wijze waarop standaardtaken van energie management worden belegd binnen de gemeentelijke organisatie, en de financiering ervan.
2030-2050: • Besluitvorming over de evaluatie van de zon-op-dak-aanpak, en het vormgeven van het instrumentarium, de projecten en de middelen ten behoeve van de doelstelling 100% van het beschikbaar dakoppervlak gebruikt voor opwek zonne- energie. • Besluitvorming over het ontwerp en de inrichting van het integrale energiesysteem van de toekomst in Delft, waar conversie, opslag en smart grids onderdeel van zijn.
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
55
Deel 3: Randvoorwaarden
56
Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050
Samen met de stad Wij vinden draagvlak voor de energietransitie essentieel. Dat begint met informeren: alle Delftenaren moeten toegang hebben tot begrijpelijke en goede informatie. Bovendien moet iedereen mee kunnen doen met de energietransitie. De transitie biedt kansen om energiearmoede tegen te gaan. (bron: coalitie akkoord p. 17). Samen met de buurt bepalen hoe we woningen aardgasvrij gaan maken. We willen een open gesprek met woning eigenaren over aardgasvrij worden. […] Waar mogelijk zetten we in op verbeteren van de buurt en verduurzaming. Dat betekent zoeken naar verbinding van opgaven: riool vervanging, herinrichting, leefbaarheid en veiligheid. We zetten de leefwereld van de bewoner centraal. Gezamenlijk verkennen we opties en helpen met keuze maken en no-regret handelingsperspectief en ondersteunen stappen zetten in uitvoering (bron: In gesprek over participatie bij Warmte uitvoeringsplan Multatulibuurt. Raadswerkgroep, juli 2023)
Werken aan betrokkenheid De transitie naar klimaatneutraal is zoals eerder beschreven een gigantische opgave, kost veel geld én uithoudingsvermogen. Dat betekent dat we moeten blijven werken aan het bouwen en behouden van draagvlak. Maar we moeten ook het draagvlak voorbij: we gaan betrokkenheid stimuleren en aanmoedigen en inwoners en bedrijven activeren om zelf actie te ondernemen. De gemeente heeft de regie om te zorgen dat Delft klimaat neutraal wordt, maar alleen met de gezamenlijke inzet van de gemeente, inwoners, bedrijven en het maatschappelijk middenveld bereiken we dat. Hierbij volgen we de lijn informerenstimuleren-ontzorgen-helpen. Voordat een buurt van het gas af gaat, is er participatie met de buurt. De gemeente draagt zorg voor het tijdig informeren over de plannen. We bewaken een goede participatie en organiseren een open gesprek met de buurt. Zeker wanneer de gevolgen van de transitie ‘achter de voordeur komen’ (zoals isolatiemaatregelen of overstap naar schone warmte) en/of financiële gevolgen hebben voor de bewoners. Daarnaast omarmt en stimuleert de gemeente dat inwoners zelf actief zijn bij de energietransitie en ondersteunt hen daarbij waar nodig en mogelijk. In de meest vergaande vorm daarvan organiseren inwoners zich in een coöperatie die zelf verantwoordelijkheid neemt voor de energietransitie, zoals de energiecoöperatie Deelstroom Delft.
Maatschappelijk rechtvaardige transitie Werken aan een klimaatneutraal Delft raakt alle Delftenaren, maar niet in gelijke mate. Sommige inwoners zijn kwetsbaar: ze zijn gevoeliger voor de risico’s en profiteren minder van de kansen die de energietransitie biedt. Het streven is daarom dat de energietransitie niet leidt tot grotere ongelijkheid onder inwoners en dat energiearmoede wordt tegengegaan. De gemeente Delft vindt het belangrijk dat de energietransitie voor alle inwoners betaalbaar is en dat iedereen kan meedoen. Dat realiseren we langs twee lijnen: • Informeren, ontzorgen, helpen De gemeente heeft de ambitie naast de inwoner te gaan staan om te zorgen dat iedereen kan isoleren en van het gas af kan gaan. De huidige instrumenten hiervoor zijn Energieloket Delft, energiecoaches en energiehulpen. Vanuit het Isolatieplan worden er nieuwe instrumenten toegevoegd. • Financiering Rijksubsidies zijn nodig en het is van groot belang dat deze zo simpel mogelijk zijn. Als gemeente zullen we hiervoor lobby voeren. Daarnaast voegen we, waar mogelijk, gemeentesubsidies toe. Op basis van de motie ‘Motie Energie in de wijken’ heeft de gemeente €15 miljoen gereserveerd voor verduur zaming in kwetsbare wijken. Deze middelen zetten we in voor isolatie, aansluiting op duurzame warmte en warmte-uitvoeringsplannen.