CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Commissie Ruimte en Verkeer 14 maart 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 (nr. 2410127)19.403 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Inhoudsopgave Voorwoord wethouder

4

Deel 1: Algemene inleiding

6

Wat is het probleem? Waarom deze routekaart? Het basisjaar De opzet van de routekaart Het totaalbeeld De samenvatting Mijlpalen en beslismomenten Wat zit niet in de routekaart? Wat zijn onze uitgangspunten? Sturen met de routekaart Begrippenlijst

7 7 7 8 9 10 11 12 12 12 14

Deel 2: De transitiepaden

16

1. Transitiepad wonen Pijler 1.1 Energiebewust maken van iedere inwoner van Delft Pijler 1.2 Woningen energiezuinig maken Pijler 1.3 Warmtetransitie Voorziene beslismomenten: wonen

17 19 19 22 25

2. Transitiepad industrie en commerciële dienstverlening

25

Pijler 2.1 Beïnvloeden en besparen Pijler 2.2 Verduurzaming bedrijfs­processen en warmtetransitie Pijler 2.3 Handhaving van (regionale en landelijke) regelgeving Voorziene beslismomenten: industrie en commerciële dienstverlening

28 29 30 32

3. Transitiepad publieke dienstverlening

34

Pijler 3.1 Werkgebouwen energiezuinig maken De Technische Universiteit Delft Pijler 3.2 Investeren in duurzame energie Voorziene beslismomenten: publieke dienstverlening

37 38 39 40

2

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

4. Transitiepad mobiliteit

41

Pijler 4.1. Verminderen en veranderen van mobiliteit Pijler 4.2. Verschonen van mobiliteit Voorziene beslismomenten: mobiliteit

43 45 47

5. Transitiepad energie infrastructuur

47

Pijler 5.1 Bouwen aan warmte-infrastructuur Pijler 5.2 Bouwen aan elektriciteitsinfrastructuur Pijler 5.3 Maximale opwek zonnestroom Voorziene beslismomenten: energie infrastructuur

51 54 57 60

Deel 3: Randvoorwaarden

61

Samen met de stad Gemeentelijke inzet

61 61

Bijlage 1: Beleidsnota’s met bijdragen aan Delft Klimaatneutraal 2050

61

Colofon

64

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

3

Voorwoord wethouder Van papier naar praktijk Zo goed als geen CO2-uitstoot meer in 2050. Dat is de ambitie die Delft heeft. Deze ambitie koesteren we niet alleen om klimaatverandering tegen te gaan. Met deze transitie maken we woningen comfortabel, houden we energieprijzen stabiel en betaalbaar, maken we onszelf onafhankelijk van buitenlandse invloeden en schonen we onze lucht op. Daar gaan we de komende jaren hard aan werken. In deze routekaart hebben we al het Delftse beleid bij elkaar gezet en in beeld gebracht, zodat u en wij het overzicht hebben en scherp kunnen blijven of we op de juiste weg zijn naar 2050. Beginnen we op nul? Zeker niet! We zijn al heel lang in beweging. We besparen energie waar mogelijk en investeren in duurzame energiebronnen. Want Delft heeft in de afgelopen jaren al veel stappen gezet in de goede richting. Ik denk aan de vele Delftenaren die zijn gaan isoleren, bedrijven die minder energie zijn gaan gebruiken en de inspanningen op het gebied van schone collectieve warmte, zoals de onder­aardse warmtebron van Geothermie Delft, WarmtelinQ en het Open Warmtenet Delft waaraan we nu hard werken zodat dat straks in Voorhof en Buitenhof ligt.

uitstoot. We zetten meer in op meer ruimte voor voetganger en fietser. Dat zorgt niet alleen voor minder uitstoot, maar is ook nog eens gezond. Dat de plannen er zijn is één, maar een concreet resultaat is twee. We hebben flink wat werk voor ons liggen, met name in het aardgasvrij maken van de stad. De komende jaren staan dan ook in het teken van op stoom komen in de uitvoering. Dat doen we samen met inwoners, woningbouwcorporaties, uitvoerders en Delftse ondernemers. Een klimaat­neutraal Delft bereiken we namelijk alleen als iedereen betrokken raakt en in beweging komt. Voor wie dat niet kan, bij­ voorbeeld door armoede, biedt de gemeente ondersteuning. We faciliteren iedereen, ontzorgen zover we kunnen en ondersteunen waar nodig. En hoe verder we op de route komen, des te dichter komen we bij ons concrete doel: klimaatneutraal in 2050. Samenwerking is heel belangrijk. En die wordt nog intensiever. Het jaar 2050 lijkt nog ver weg maar is dichter bij dan we denken als we zien wat we met elkaar te doen hebben. De komende kwart eeuw komen er zeker ontwikkelingen die invloed hebben op onze plannen. Tegelijkertijd moeten we nú handelen en gaan we zo snel mogelijk samen forse stappen zetten.

Met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag hebben we afgesproken dat de bussen in Delft alleen nog maar elektrisch rijden. Verkeer in de In deze routekaart leest u waar we staan, wat binnenstad is straks emissie-loos, dus zonder ons uitzicht is op onze doelen en hoe we daar

4

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

gaan komen. We laten het papier achter ons en gaan de praktijk in. Handen uit de mouwen. Aan de slag. Met elkaar. Maaike Zwart Wethouder Duurzaamheid, Werk en inkomen en Economie

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

5

Deel 1: Algemene inleiding

6

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Wat is het probleem? Klimaatverandering heeft een verstorende impact op de natuur en de wereld waarin we leven. De wetenschap benadrukt dit sterk, onder andere in het IPCC-rapport van 2023. De uit­putting en de opwarming van de aarde leiden wereldwijd tot veranderend en extremer weer: overstromingen, temperatuurveranderingen, droogte. De biodiversiteit neemt af en de verstoring van ecosystemen bedreigt de productie van voedsel en schoon water. Dat heeft een groot effect op samenlevingen, volksgezondheid en economie. Wanneer gebieden onleefbaar worden, groeien de kansen op oorlogen en vluchtelingenstromen. Met het Parijsakkoord (2015) bevestigden landen wereldwijd dat er meer en sneller actie nodig is om verandering van het klimaat te beperken. De verdere uitputting van de aarde moet tegengegaan worden. Sindsdien hebben de gaswinning in Groningen en de Russische invasie van Oekraïne Nederland geconfronteerd met de gevolgen van haar afhankelijkheid van aardgas. We moeten af van onze afhankelijkheid van aardgas en andere fossiele brandstoffen. En om de opwarming van de aarde tegen te gaan is het belangrijk dat iedereen maximaal haar steentje bijdraagt om de uitstoot van broeikasgassen snel te verminderen.

Waarom deze routekaart? Hoe langer we wachten, hoe hoger de kosten oplopen en hoe lastiger het remmen van klimaatverandering wordt. Het uitstellen van actie, bijvoorbeeld wachtend op innovaties, kunnen we ons niet veroorloven. Dat is te risicovol en te onvoorspelbaar. Daarom moeten we nu samen aan de slag om Delft in 2050 klimaatneutraal te krijgen: gemeente, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De Routekaart Delft Klimaatneutraal 20501 helpt ons die uitdaging te navigeren. Het beschrijft de sectoren die gaan verduurzamen (transitiepaden), onze ambities daarvoor en de belangrijkste pijlers van onze strategie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Zo kunnen onze inwoners en betrokken partijen zien waar we staan, wat nodig is om onze ambities te realiseren en welke veranderingen dat met zich meebrengt. De Routekaart is geen in beton gegoten actieplan; het is een vooruitblik naar de weg die we te bewandelen hebben. Naarmate we dichter bij het einddoel komen, kunnen we de routekaart steeds concreter maken. Dat vereist dat we werken met tussentijdse mijlpalen. Samen werken we, voort­durend en al lerend, aan CO2-reductie. Soms kan dat met inzet van bewezen technieken, soms met ruimte voor experimenten. Deze routekaart actualiseren we periodiek. Telkens stellen we dan ook een uitvoeringsagenda op, op basis van de geactualiseerde

1

Verder gebruiken we de aanduiding ‘Routekaart Klimaatneutraal’

routekaart. Daarmee voeden de inzichten van de routekaart voorstellen om de doelen te behalen. Tussentijds doen we aan monitoring op doelstellingen en rapporteren we over onze inspanningen.

Wie is ‘we’? In de routekaart wordt regelmatig gesproken in de wij-vorm. Daarmee bedoelen we de gemeente als organisatie. De routekaart is namelijk geschreven vanuit de gemeentelijke organisatie op basis van gemeentelijk beleid. Tegelijk mag u dat 'we’ of 'wij’ ook op uzelf als Delftse lezer van deze routekaart betrekken: de energietransitie raakt ons immers allemaal en alleen door samen te werken maken we van de energietransitie een succes.

Wat is een routekaart? Deze routekaart geeft aan waar Delft nu staat ten aanzien van de opgave voor CO2-reductie en of we voldoende doen om de doelstellingen te halen. We geven inzicht in het huidige (inter-)nationale beleid, het beleid van de gemeente Delft en reiken mogelijkheden aan voor aanvullend beleid of intensiveringen. In deze routekaart worden geen keuzes gemaakt: het is een vertrekpunt voor mogelijk nieuw te vormen aanvullend beleid en brengt beslismomenten voor de gemeente in kaart. Suggesties voor aanvullend beleid en nieuwe voorstellen voor uitvoering landen in de uitvoeringsagenda. Dat is de volgende stap.

Het basisjaar In internationale verdragen hebben landen afgesproken om het jaar 1990 te nemen als referentiejaar. Dat betekent dat alle reductiedoelstellingen ten opzichte van dat jaar worden aangegeven. Wanneer er gesproken wordt over stijgingen of dalingen van de CO2-uitstoot in de routekaart, is dat altijd ten opzichte van de uitstoot in 1990. CE Delft heeft in opdracht van de gemeente de uitstoot in 1990 berekend en houdt bij welke reductie sinds 1990 is gerealiseerd. Op basis daarvan heeft Delft haar doelen voor de toekomst bepaald. In 2030 wil Delft in ieder geval 60% reductie halen ten opzichte van 1990. Voor de toekomst is de definitieve mijlpaal 2050. In dat jaar moet Delft klimaatneutraal zijn: dat wil zeggen netto geen CO2 uitstoot. Uitstoot moet worden verminderd naar nul en als laatste toevlucht worden gecompenseerd met het definitief onttrekken van CO2 uit de atmosfeer.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

7

De opzet van de routekaart De routekaart is ingedeeld langs vijf ‘transitiepaden’. Dit zijn de sectoren waarlangs we werken aan een klimaatneutrale gemeente. Dit zijn: 1. Wonen 2. Industrie en Commerciële Dienstverlening 3. Publieke Dienstverlening 4. Mobiliteit 5. Energie Infrastructuur De eerste vier transitiepaden komen ook voor in de landelijke indeling van het Klimaatakkoord. Dit zijn specifieke sectoren van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) die verantwoordelijk zijn voor uitstoot met ieder zijn eigen uitdagingen en aanpak. De Regionale Klimaatmonitor geeft inzicht in die uitdaging door de uitstoot per transitiepad te monitoren. Het vijfde pad, ‘energie infrastructuur’, is opgenomen omdat die een belang­rijke bijdrage levert aan de realisatie van de overige vier transitie­­paden. Zonder investeringen in onder andere collectieve warmte­netten en netverzwaring kunnen woningen niet van het aardgas af.

8

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Het Klimaatakkoord heeft “landbouw en landgebruik” als 5e pad. Dit pad laten we buiten de Routekaart, omdat de CO2uitstoot in Delft door Landbouw en Landgebruik verwaarloosbaar is: minder dan 0,1 kton op een totaal van 486 kton in 2021. In ieder transitiepad beschrijven we wat er al gebeurt en wat voorgenomen is voor 2050. Daarbij geven we mijlpalen aan voor de periode tot 2030. Voor de periode daarna is het nu te vroeg voor concrete mijlpalen. Die volgen bij de updates van de routekaart. Wel kijken we naar voorziene beslismomenten die de aanpak concreter maken. Per transitiepad bespreken we een aantal pijlers. Voor elke pijler wordt de bijdrage van die pijler aan het transitiepad beschreven in opgave en aanpak om tot de CO2-reductie te komen.

Het totaalbeeld 100%

800

700

Totale Uitstoot CO2-eq.

600

Reductie tot 2030

500

-41%

Extern

400 Doel: -60%

Project -142 kton

Plan

-64%

-30 kton

300

Reductie tot 2050 Extern

-17 kton

200

Project -117 kton

Plan

-0 kton

100

Restemissies -114 kton

0

Basisjaar

1990

Totaal

2021

Prognose

-92% Doel: -100%

Prognose

2030

2050

Plan

Landbouw, bosbouw en visserij Mobiliteit Wonen Publieke dienstverlening Industrie & Commerciële dienstverlening

• Extern Bovengemeentelijke Ontwikkelingen • Project Concrete activiteiten met middelen en mensen • Plan Beleidsvoornemens zonder gereserveerde middelen en mensen

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

9

De samenvatting Delft kent al sinds de jaren 90 klimaatbeleid. Een belangrijk moment in dat klimaatbeleid was 2013, toen de gemeenteraad “Delft Energieneutraal 2050” vaststelde. Dat vraagt om het besparen van energie, het opwekken van groene stroom en het gebruiken van duurzame warmtebronnen. In deze routekaart berekenen we waar we staan ten opzichte van 1990, en hoe onze plannen zich verhouden tot deze ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Uit de doorrekening blijkt dat de totale uitstoot wordt teruggebracht met 64% in 2030 en met 94% in 2050. Delft lijkt dus op koers om het 2030 doel te halen. Ongeveer 3/4 van de reductie tot 2030 ligt buiten de invloedssfeer van de gemeente, en wordt gerealiseerd door bijvoorbeeld landelijk beleid. Ongeveer 1/4 deel ligt wel binnen de invloedssfeer van de gemeente. Dat deel kan weer worden uitgesplitst in een deel waarvoor al projecten, mensen en middelen beschikbaar zijn, en een deel waar dat nog niet het geval is. Er is dus nog werk aan de winkel om de uitstoot daadwerkelijk terug te brengen. De uitstoot van het Transitiepad Wonen daalt met 22% in 2030 en met 100% in 2050. Ongeveer 1/3 van de reductie tot 2030 en ruim 2/3 tot 2050 gebeurt onder invloed van de gemeente: het Warmteplan Delft (2021) om stapsgewijs de stad aardgasvrij te maken en het Isolatieplan Delft (2023) om het verduurzamen van woningen te stimuleren.

Een succesvolle uitvoering van het Warmteplan leidt hier tot een volledige reductie van de CO2-uitstoot in 2050. Het succes hangt af van de uitwerking van plannen in concrete projecten met mensen en middelen – met name voldoende, tijdige en succesvolle warmte-uitvoeringsplannen. De uitstoot van het Transitiepad Industrie en Commerciële Dienstverlening daalt met 87% in 2030 en 95% in 2050. Ongeveer 1/5 van zowel de reductie tot 2030 als 2050 komt voort uit gemeentelijke plannen en projecten. De daling komt deels door de sterke daling van industriële uitstoot tussen 1990-2021, waarvoor geen precieze verklaring is. De gemeente is beperkt in haar invloed en verduurzaming zal afhangen van bovengemeentelijk beleid en eigen initiatief van bedrijven. De gemeente heeft hier wel een rol: de gemeente kan een handhavings­ strategie vaststellen, of gebiedsgericht integrale verduurzaming van bedrijventerreinen stimuleren en de ondernemers in de plint van gebouwen in de warmte-uitvoeringsplannen mee­ nemen. De uitstoot van het Transitiepad Publieke Dienstverlening daalt met 39% in 2030 en 100% in 2050. Netto is er geen 10

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

bijdrage van gemeentelijke plannen en projecten, waaronder die van de Technische Universiteit Delft (CO2-roadmap TU Delft), maar tot 2050 verklaren plannen en projecten ongeveer 2/5 van de reductie. Verder liggen plannen op tafel voor het eigen vastgoed (Routekaart Verduurzaming Vastgoedportefeuille Delft) en het basis- en voortgezet onderwijs (Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2035) . Voor de rest – cultuur, sport en recreatie­verenigingen, zorginstellingen en hoger onderwijs – bestaan landelijke routekaarten, maar nog geen lokale aanpak. De uitstoot van het Transitiepad Mobiliteit daalt met 25% in 2030 en 76% in 2050. Het overgrote deel van de reductie tot 2030 en 1/6 tot 2050 komt voort uit gemeentelijke plannen en projecten. Door klimaatvriendelijke zones uit te breiden (zoals het autoluwplusgebied, de milieuzone en de zero-emissiezone) en ander vervoer aantrekkelijker te maken, maakt Delft zelfstandig een verschil voor 2030. Na 2030 zullen (inter)nationale prikkels leiden tot grootschalige verduurzaming. De overgebleven uitstoot komt van autowegen langs Delft en zwaar vervoer, waar innovatie realistische oplossingen moet gaan bieden, en waar de gemeente vooralsnog weinig tot geen invloed heeft. Binnen het Transitiepad Energie Infrastructuur zijn de kaders aanwezig voor het realiseren van het energiesysteem van de toekomst.

Samen met andere overheden en kennispartners brengt Delft risico’s voor netcongestie, potentiële warmte­ bronnen en voorkeursalternatieven van schone warmte in beeld. Dat coördineren vraagt vooral om menskracht. De opwek van duurzame elektriciteit stijgt van 21 GWh naar 36 GWh in 2030. Ruim 2/5 van deze stijging komt door plannen van de gemeente en de TU Delft. Verdere opschaling van de aanpak is nodig om de regionale doelen te halen waar Delft zich aan heeft gecommitteerd. De voorziene ontwikkelingen in de transitiepaden laten een positief eindbeeld zien. Toch is een slag om de arm op zijn plaats. De haalbaarheid van de doelstellingen is afhankelijk van anderen. Zo zal het Rijk in de toekomst vast moeten houden aan de ambitieuze koers die de laatste jaren in gang is gezet. Bijzondere aandacht gaat uit naar de financiële ondersteuning vanuit het Rijk die gemeenten in staat stelt om plannen te maken en projecten uit te voeren. De gemeente heeft daar niet of beperkt invloed op. Maar zonder dat de gemeente haar eigen verantwoordelijkheid neemt, zijn de doelstellingen evenmin haalbaar. Dat betekent dat de gemeente tijdig de juiste beleidsbeslissingen moet nemen, en de voorgenomen plannen tot uitvoering moet brengen zoals voorzien. Kortom: de vooruitzichten zijn gunstig, maar er is nog meer dan voldoende werk aan de winkel.

Mijlpalen en beslismomenten 2022 2023 2024 2025

2026 2027 2028

2029

2030

2035

2040

2045

2050

Geen Verhuur E, F, G Corporaties Geen Verhuur E, F, G 20%

Aardgasvrij

100%

5.000 Aansluitingen

Wonen

Collectieve Warmte

WarmteUitvoeringsPlannen

Warmteprogramma

Opschaling Collectieve Warmte

Regierol Warmtenetten 1 WUP

13 WUPs

WUP Strategie

Evaluatie WUP Strategie

Evaluatie Isolatieplan

Uitvoering Vervolg WUPs

Uitvoering WUPs

Hernieuwbaar Gas Strategie Alles Label-C

10.000 Label-C

Isoleren

Uitvoering Isolatieplan

Isolatieplan Overige 15.000 wng.

Evaluatie Isolatieplan

Uitvoering Nieuw Isolatieplan

Industrie & Commerciële dienstverlening

2022

2030

Bedrijven

Handhavingsstrategie

2040

2045

2050

2040

2045

2050

2040

2045

2050

Doorontwikkeling Handhavingsbeleid

Uitvoering Handhaving Evaluatie Bedrijvenaanpak,

2022

Doorontwikkeling Bedrijvenaanpak

2030 Geen Label G

Publieke dienstverlening

2035

Geen Label G,F

Geen Kantoren Label-C

Handhaving

Evaluatie Isolatieplan Uitvoering Geëvalueerd Isolatieplan

2035

Geen Label F

Label C Gemeentelijk Vastgoed

Probleemanalyse Sectoren

Doorontwikkeling Sectorenaanpak

Plan Sectorale Routekaarten Uitvoering Sectorale Routekaart

2022

2030

2035

Emmissieloze Binnenstad Heel Delft Milieuzone

Duurzame Energie voor 25% van Wagenpark

Mobiliteit

Alle Buslijnen Elektrisch

Hubs Deelmobiliteit

Nieuw Mobiliteitsprogramma

Hubs Logistiek

Restemissies Mobiele Werktuigen

Milieuzone Zonering

Herijking Mobiliteitsagenda en -visie Zero-Emissie Binnenstad

EnergieInfrastructuur

2022

Autoluwe Binnenstad

2030

2035

Autoluwe Binnenstad

2040

Planologie

Legenda:

Aanpak Zon-op-Dak

Doorontwikkeling Aanpak Opwek Zon

Uitvoering Zon-op-Dak

Uitvoering Aanpak Opwek Zon

Ruimtelijke Inpassingskaders

Integraal Energiesysteem

Project

– Voorziene beslissingen over

Plan

Zon-op-Dak

2050

100%, 141 GWh

40%, 56 GWh

Opwek Zon

2045

100% – Mijlpaal

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

11

Wat zit niet in de routekaart? Naast minder broeikasgassen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, werken we in Delft ook aan andere belangrijke uitdagingen. Twee daarvan hebben raakvlakken met de energietransitie: klimaatadaptatie en circulaire economie.

Klimaatadaptatie De gevolgen van klimaatverandering zien we al om ons heen: de stijging van de temperatuur brengt extremer weer met zich mee, soms natter, soms droger en warmer (hittestress). Delft heeft beleid om daarmee om te gaan: de Klimaatadaptatiestrategie Delft (2019). Deze strategie is gericht op het verankeren van klimaatadaptief handelen in het beleid en de werkwijze van de organisatie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Een geactualiseerde Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is in de maak (2024). Natuurlijk beïnvloeden en versterken de doelen voor klimaatadaptatie en klimaatmitigatie elkaar, maar er bestaat aanzienlijk verschil in de onderwerpen en aanpak. Daarom wordt hier niet ingegaan op omgaan met klimaatverandering (klimaatadaptatie) maar leggen we in de Routekaart Klimaatneutraal de focus op het tegengaan van klimaatverandering (klimaatmitigatie).

Circulariteit Delft heeft in 2020 de visie “Op weg naar een circulair Delft in 2050” vastgesteld. Hierin is de ambitie vastgelegd om als gemeente in 2050 volledig circulair te zijn. Op dit moment stelt Delft een Uitvoeringsagenda circulaire economie op. Deze agenda beschrijft hoe we samen met koplopers in de stad de transitie naar een circulaire economie willen versnellen. De visie en de uitvoeringsagenda richten zich op fysieke stromen zoals, grondstoffen, producten, gebouwen, afval etc. Het verminderen van het gebruik van grondstoffen en het sluiten van kringlopen staan daarbij centraal. Ook hier beïnvloeden en versterken beide doelen elkaar. Zo draagt de transitie naar een circulaire economie bij aan de reductie van CO2 (met name de zogenoemde ‘scope 3 emissies’) en vraagt de transitie naar een klimaat­neutrale samenleving om zeldzame metalen en energieintensieve grondstoffen. De doelen die bij de bovenstaande uitdagingen horen, zijn dus geen onderdeel van deze routekaart.

Wat zijn onze uitgangspunten? Uit het Eindverslag participatie bijeenkomsten Delft aardgasvrij (2018) volgden een aantal uitgangspunten die inwoners belangrijk vinden voor de transitie naar schone warmte. Deze uitgangspunten houden we vast en passen we toe in de bredere energietransitie, namelijk:

12

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

1. We doen het samen, want de gemeente (en de overheid in het algemeen) kan het niet alleen: gezamenlijke actie is vereist. De gemeente betrekt actief partijen uit de stad en ondersteunt lokaal initiatief. 2. De gemeente voert regie: In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten een regierol vervullen. Die rol pakt de gemeente op: we maken informatie actief bekend en zijn breed toegankelijk; we stellen doelen, zorgen voor regelgeving, maken harde afspraken, monitoren de gezamenlijke voortgang en zien toe op handhaving van de afspraken. 3. De gemeente biedt een helder handelingsperspectief. We dragen dit ook actief uit. We maken concreet wat inwoners zelf kunnen doen, zoals nu isoleren en het treffen van ‘no-regret’ maatregelen. 4. Betaalbaarheid is een randvoorwaarde voor succes. Iedereen moet financieel kunnen meedoen aan de energietransitie. Duurzame energie moet voor iedereen betaalbaar zijn en mag niet leiden tot grotere welvaartsongelijkheid. 5. De duurzame alternatieven moeten betrouwbaar en veilig zijn en bijdragen aan duurzaamheid in de brede zin. 6. Energiemaatregelen worden afgewogen tegen andere beleidsdoelen. We kiezen onze inzet zo dat we de grootste impact kunnen maken.

Sturen met de routekaart In de routekaart staan concrete mijlpalen voor de komende jaren. De mijlpalen voor de periode na 2030 moeten nog nader worden uitgewerkt. Daarvoor is nu nog onvoldoende zeker. De routekaart biedt de gemeenteraad handvatten om te sturen op die invulling door in elk transitiepad een onderverdeling te maken tussen: externe ontwikkelingen, projecten, plannen en het restant (restemissies): 1. Externe ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die gemeente Delft grotendeels niet kan beïnvloeden, zoals Europees, nationaal en provinciaal beleid of maatschappe­ lijke ontwikkelingen. Denk aan het Europese emissie­ rechtenhandel. De (inter)nationale ambities en koers op het gebied van klimaatbeleid spelen een doorslaggevende rol in het behalen van onze ambities. 2. Projecten zijn activiteiten van de gemeente Delft die de uitstoot van CO2 zullen reduceren. Voor projecten zijn concrete doelstellingen bepaald en zijn middelen en mensen vrijgemaakt. 3. Plannen zijn beleidsvoornemens op de wat langere termijn. Bijvoorbeeld het Warmteplan Delft 2021. Plannen moeten in de loop van de komende decennia worden omgezet in concrete projecten.

4. Het restant is het deel van de CO2-uitstoot wat met bovenstaand beleid nog niet wordt opgelost. De gemeente kan dit restant vaak slechts beperkt beïnvloeden. Dan is het aanpakken van de restemissies in handen van hogere overheden. In de afgelopen jaren heeft Delft plannen opgesteld die een groot deel van de opgave dekken: zoals het Mobiliteits­ programma 2040, Warmteplan, Isolatieplan, de Routekaart Verduurzaming Vastgoedportefeuille Delft en het Integraal Huisvestingsplan. De komende jaren gaat het om het uitvoeren en realiseren van die plannen. Dat kan door te sturen op de omzetting van plannen in projecten en die uit te voeren. Voorstellen hiervoor landen in de uitvoeringsagenda die de routekaart aanvult. Daarmee maken we de stap van woorden op papier naar effecten in de stad. Hierin zit een grote uitdaging. Er moeten namelijk voldoende capaciteit en middelen vrijgemaakt worden om projecten uit te voeren. Een significant deel van de middelen zal vanuit het Rijk moeten komen, maar ook de gemeente zal bewust moeten blijven van

de inspanningen en middelen die nodig zijn om de beoogde doelen te bereiken. De afweging tussen het bereiken van de doelen en de beschikbaarheid van de daarvoor benodigde middelen, vindt plaats bij de vaststelling van de uitvoeringsagenda. Tenslotte zullen er in de toekomst extra plannen nodig zijn. Denk aan visies die richting geven aan beleid of uitvoering of strategische documenten die politieke afwegingen maken over prioriteiten of uitgangspunten.

Voorziene Beslismomenten Elk transitiepad eindigt met een verkenning van voorziene beslismomenten die op Delft af kunnen komen. Soms is duidelijk waarover besloten moet worden, zoals de benodigde capaciteit en middelen voor de uitvoering van het Warmteplan. Soms liggen deze meer in de lijn der verwachting, zoals visies op het toekomstige energiesysteem. Met elke toekomstige update van de Routekaart zullen de precieze onderdelen van die beslissingen duidelijker worden en de voorziene beslismomenten worden geactualiseerd.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

13

Begrippenlijst Broeikasgassen

gassen zoals koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4) die een deel van het straling tegenhouden dat terugkaatst van de aarde. Het vasthouden van die energie veroorzaakt het broeikaseffect. Door de grote toename van broeikasgassen sinds de industriële revolutie wordt dat effect versterkt: steeds meer warmte wordt vastgehouden dan de aarde verlaat, waardoor de temperatuur stijgt.

CO2-eq.

CO2-equivalenten. De eenheid waarin de totale uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt. Broeikasgassen verschillen in hoeveel straling en dus energie ze vasthouden. Elk gas kent een uniek opwarmend vermogen. Zo is methaan (CH4) ongeveer 30 keer zo sterk als CO2 over een periode van 100 jaar. Door deze uit te drukken in hoeveelheden CO2 en bij elkaar op te tellen, wordt de totale invloed van verschillende gassen op klimaatverandering duidelijk. Wanneer de routekaart spreekt over kton CO2, of zelfs alleen kilotonnen, wordt CO2-eq. bedoeld.

Energietransitie

de overgang van een samenleving die gebruikt maakt van fossiele niet-hernieuwbare energiebronnen zoals aardgas, aardolie en steenkolen naar schone hernieuwbare energiebronnen zoals wind, zon en geothermie.

Klimaatneutraal

de gemeente is klimaatneutraal wanneer zij netto niet bijdraagt aan de opwarming van de aarde. In theorie kan dat door helemaal géén broeikasgassen uit te stoten, maar bijna alle klimaat­ modellen gaan ervan uit dat we een kleine restuitstoot zullen moeten compenseren door deze bijvoorbeeld op te slaan.

Maatschappelijk Vastgoed

maatschappelijk vastgoed zijn gebouwen of terreinen met een publieke functie zoals overheid, onderwijs, sport, recreatie en cultuur. Al het maatschappelijk vastgoed valt onder het transitiepad ‘publieke dienstverlening’. Andersom denkt men niet bij alle publieke dienstverlening aan maatschappelijk vastgoed, bijvoorbeeld omdat een organisatie een winstoogmerk heeft.

De Standaard

een streefnorm voor de isolatiegraad voor een woning. Als een woning voldoet aan de standaard, is deze voldoende geïsoleerd om aardgasvrij te verwarmen – ook met lage temperatuurbronnen. De waarde van standaard verschilt per gebouw en hangt bijvoorbeeld af van het bouwjaar.

Utiliteitsbouw

alle gebouwen die niet gebruikt worden om te wonen zijn utiliteitsbouw. In de routekaart hebben we het dus in het transitiepad ‘publieke dienstverlening’ en ‘industrie en commerciële dienstverlening’ over utiliteitsbouw.

Warmte-uitvoeringsplan

een concreet plan waarin een definitieve keuze wordt gemaakt voor een warmteoplossing en benodigde maatregelen (zoals isolatie).

14

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

15

Deel 2: De transitiepaden

16

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

1. Transitiepad wonen Een comfortabele woning met een schone en betaalbare energievoorziening staat centraal in de energietransitie. Een energiezuinige woning is niet alleen belangrijk voor het klimaat, maar ook voor portemonnee, een gezond binnenmilieu en wooncomfort van de inwoners. Figuur 1: Overzicht transitiepad wonen - uitstoot, mijlpalen en voorziene beslismomenten

Totale Uitstoot CO2-eq.

150

Extern effect 129 kton

-28

Energiezuinig maken woningen Opschalen warmte

111 kton

-2

100

-15

9 Project 4 Plan

Extern effect 86 kton

-12

Energiezuinig maken Opschalen woningen warmte -1

-73

50

0 kton

0

Totaal 1990

Totaal 2021

Prognose 2030

2022 2023 2024 2025

2026 2027 2028

2029

2030

2035

Prognose 2050

2040

2045

2050

Geen Verhuur E, F, G Corporaties Geen Verhuur E, F, G 20%

Aardgasvrij

100%

5.000 Aansluitingen

Collectieve Warmte

WarmteUitvoeringsPlannen

Warmteprogramma

Opschaling Collectieve Warmte

Regierol Warmtenetten 1 WUP

13 WUPs

WUP Strategie

Evaluatie WUP Strategie

Uitvoering WUPs

Uitvoering Vervolg WUPs

Uitvoering WUPs

Hernieuwbaar Gas Strategie Alles Label-C

10.000 Label-C

Isoleren

Uitvoering Isolatieplan

Isolatieplan Overige 15.000 wng.

Evaluatie Isolatieplan

Evaluatie Isolatieplan

Uitvoering Nieuw Isolatieplan

Uitvoering Geëvalueerd Isolatieplan

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

17

Jaar

Mijlpaal

2025/2026

5.000 corporatiewoningen in Voorhof en Buitenhof zijn aangesloten op het Open Warmtenet Delft, (Delft, 2021).

2026

Het eerste warmte-uitvoeringsplan is afgerond, (Delft, 2021).

2026

Een afgeschreven CV-ketel mag alleen vervangen worden door een duurzaam alternatief. (Kamerbrief, 2023)

2028

Geen corporatiewoningen meer met een E, F of G energielabel, (LPA, 2022).

2030

20% van de bestaande woningvoorraad is aardgasvrij (circa 10.000 woningen). (Delft, 2021).

2030

Voor de eerste 13 buurten 2030 is een warmte-uitvoeringsplan afgerond, (Delft, 2021))

2030

Verbod op huurwoningen (particulier en corporatiebezit) met energielabel E, F en G, (PVGO, 2022).

2030

10.000 woningen zijn geïsoleerd van label E, F en G naar ten minste label C, (Delft, 2023)

2050

Alle woningen zijn geïsoleerd naar label C of de Standaard 2, (Delft, 2023).

2050

Alle woningen zijn aardgasvrij, (Delft, 2021).

Het transitiepad wonen heeft een fors aandeel in de uitstoot van CO2 in Delft – mede door het gebruik van aardgas. En het is een beleidsveld waarop de gemeente, inwoners en woning­ eigenaren zelf verantwoordelijkheid kunnen en moeten nemen. Door bijvoorbeeld bewust om te gaan met energie, over te stappen op schone warmte, woningen te isoleren en zonne­ panelen op daken te plaatsen. De gemeente werkt in deze opgave samen met inwoners en partners, zoals de ‘klankbordgroep energietransitie’ en de vier grote woningcorporaties in Delft. We hebben een structureel duurzaamheidsoverleg met woningbouwcorporaties opgezet. Deze samenwerking bouwen wij de komende periode verder uit. In de stad is Stichting Platform Energietransitie Delft actief om de participatie van inwoners in de energietransitie te versterken. De bewonersverenigingen zetten zich in voor verduurzaming, stimuleren betrokkenheid en treden op als sleutel­ figuren voor de wijk. Deelstroom Delft is de energiecoöperatie in de stad die collectief energie opwekt en haar dochteronder­ neming 015Duurzaam zet inwoners aan tot energiebesparing.

Wat is reeds in gang gezet? In het transitiepad wonen zien we een stijging van de uitstoot. In 1990 was de uitstoot nog 110 kton. In 2021 was de uitstoot gestegen tot 129 kton. Die stijging van 16% kan worden verklaard door de groei van Delft in deze 30 jaar: ongeveer 14.000 nieuwe inwoners en 12.000 woningen. De uitstoot bereikte in 2013 een hoogtepunt, waarna een overgang te zien is naar een dalende trend. De verwachting is dat de broeikasgasemissies van wonen in 2030 met netto 22% gedaald zijn ten opzichte van 1990. 2/3de van die daling komt door externe ontwikkelingen. Dit zijn: • het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteits- en gasvoorziening • verwachte groei van de energievraag als gevolg van de groei van de stad 2

18

• verwachte veranderingen van het energiegebruik van de woningen als gevolg van meer eigen acties en het warmer worden van het klimaat. • het verduurzamen van de warmtebronnen van bestaande warmtenetten in Delft. Delft heeft, boven op deze externe ontwikkelingen, ook zelf beleid in gang gezet. Dit gemeentebeleid verklaart de andere 1/3 deel van de daling (14,7 kton) in 2030. Hierbij heeft het warmtenet in Voorhof en Buitenhof (Pijler 3: opschalen warmte) het grootste effect voor 2030. Kijkend naar de toekomst is de prognose dat woningen in Delft in 2050 nul kiloton CO2 uitstoten. Dat kan met een succesvolle uitvoering van het Warmteplan.

Wat staat ons nog te doen? De gemeente gaat door met het opzetten van warmteuitvoerings­plannen en stimuleren en ontzorgen bij isoleren van woningen. Het belangrijkste voornemen van de gemeente staat in het Warmteplan Delft (2021): alle bouwwerken in de gebouwde omgeving dienen in 2050 aardgasvrij te zijn. Wanneer het warmteplan volledig uitgevoerd is, zal dit in principe leiden tot een volledige reductie van alle CO2-emissies in dit transitiepad. Voor de uitvoering van het warmteplan is de gemeente afhanke­lijk van de medewerking van inwoners en bedrijven, het beschikbaar komen van rijksmiddelen en de effectiviteit van die middelen. Ook het Isolatieplan zal een belangrijke bijdrage leveren door de besparing op energie. We werken de strategie voor dit transitiepad uit in 3 pijlers: • Pijler 1.1: Energiebewust maken van iedere bewoner van Delft • Pijler 1.2: Woningen energiezuinig maken • Pijler 1.3: Opschalen warmtetransitie.

De standaard is een nieuwe norm die aangeeft wanneer een woning voldoende geïsoleerd is om aardgasvrij te worden.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Pijler 1.1 Energiebewust maken van iedere inwoner van Delft Het is belangrijk dat energie bespaard wordt. Als er minder warmte en elektriciteit gebruikt wordt, is dat goedkoper, is er minder CO2 uitstoot en hoeft er minder op­gewekt te worden. Maar minder verbruiken gaat niet zomaar. Gedragsverandering en bewustzijn is daarvoor cruciaal. Wat is de opgave? We moeten allen bewuster omgaan met energie en ons gedrag aanpassen. Om dat voor elkaar te krijgen moeten inwoners geïnformeerd, geactiveerd, gemotiveerd, gestimuleerd en ondersteund worden om anders om te gaan met energie.

Onze aanpak We geven voorlichting en voeren actief campagnes. De gemeente Delft voert een campagne met lange adem “Delft doet duurzaam”. De campagne ondersteunt alle duurzaamheidsdoelstellingen naast energietransitie, dus ook klimaat­ adaptatie, circulaire economie en biodiversiteit. We zetten ondersteunende instrumenten in: • Het Energieloket Delft speelt een belangrijke rol in de voorlichting en ontzorging. Inwoners kunnen in advies­ gesprekken informatie krijgen op al hun vragen over energiebesparing en duurzame maatregelen. Ook organiseert het

energieloket collectieve inkoopacties voor zonnepanelen en isolatiemateriaal. De belangstelling van Delftenaren was enorm. Ruim 6800 inwoners bezochten in de jaren 20212023 een (online) informatieavond over isolatie of zonnestroom en velen van hen vroegen een offerte aan. In die 3 jaar zijn bijna 1100 offertes al geaccepteerd en dit aantal stijgt met elke collectieve actie. • Om zoveel mogelijk bewoners te bereiken, werken we samen met woningcorporaties, Deelstroom en Platform Energie­ transitie Delft en bewonersverenigingen. • Leveren van advies en ontzorgen van huishoudens door de inzet van energiecoaches en energiehulpen van 015Duurzaam. • Voor gedragsverandering is een nationale campagne gestart “zet ook de knop om”. Onderzocht wordt of en op welke manier provincie en gemeente daarop kunnen aansluiten.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

19

Pijler 1.2 Woningen energiezuinig maken Het verbruik van elektriciteit en warmte in woningen moet dalen. Door woningen te isoleren, besparen inwoners op hun energierekening en zijn ze klaar om van het gas af te gaan. Isoleren bespaart energie en kan ook de energie­armoede aanpakken. Wat is de opgave? Op dit moment heeft Delft circa 25.000 woningen met een Label D, E, F of G. Per 2050 moeten die allemaal minstens

Label C hebben. (of de Standaard). Elke woningeigenaar zal zelf isolerende maatregelen moeten nemen. Dat probeert de gemeente zo gemakkelijk mogelijk te maken.

In Delft staan ruim 52.000 woningen waarvan 45% in eigendom van corporaties

38% van eigenaar 18% van particuliere

-bewoners

verhuurders

Onze aanpak Delft sluit aan op de kaders en uitgangspunten die landelijk al zijn vastgesteld, zoals de landelijke prestatieafspraken cor­poraties, het Nationaal Isolatieprogramma en specifieke uit­keringen voor de aanpak van energiearmoede.

20

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

In het Isolatieplan Delft wordt onze aanpak uitgewerkt. In totaal hebben ongeveer 25.000 woningen een energielabel D, E, F of G. Het doel is dat in 2050 al deze woningen geïsoleerd zijn tot minimaal label C of de Standaard. De mijlpaal voor 2030 is dat 10.000 van deze woningen tot dat niveau geïsoleerd zijn. Om dit voor elkaar te krijgen, worden 12 instrumenten ingezet, zie kader hieronder.

Tabel 1: De 12 Instrumenten van het Isolatieplan Nummer

Wijkgerichte acties

1

Energie-ambassadeurs

2

Wijkgerichte isolatiecampagnes

3

Wijkgerichte collectieve isolatieacties

4

Voorbereiding collectieve acties: bouwkundige analyses buurten, wijken, gebouwen

5

Onderzoek naar versnelling verduurzaming monumenten

Nummer

Acties gericht op woningeigenaar

6

Invoering van financieringsinstrument Gemeentelijke Verduurzamings Regeling

7

Ontzorging & subsidie voor doe-het-zelvers

8

Versterken advies & ontzorging: Huurdersbalie

9

Versterken advies & ontzorging: VvE-balie

10

Versterken advies & ontzorging: energieloket & energiecoaches

11

Financiële ondersteuning maatwerkadvies grote VvE’s

12

Dialoog met de woningcorporaties

Nummer

Randvoorwaarden

13

Isolatie oplijnen met Wet Natuurbescherming

14

Versterking van de aanbodzijde: de bedrijven

Een deel van de opgave, het isoleren van de sociale huur­ woningen, is de verantwoordelijkheid van de woningcorporaties. Conform de afspraken zullen Delftse corporaties zorgen dat er voor 2028 geen woningen meer zijn met E, F of G label. In Delft gaat dit om ruim 9.000 woningen.

We faciliteren inwoners in het ondernemen van actie. De gemeente informeert en activeert specifieke doelgroepen, zoals de VVE’s, huurders, eigenaren van grondgebonden koopwoningen. Daarnaast zetten we in op vergaand ontzorgen en ondersteunen, bijvoorbeeld door bouwkundige analyses en collectieve inkoopacties.

De gemeente wil de transitie verder versnellen en voert daarover structureel overleg met de Delftse woningcorporaties om koppelkansen te verkennen. We gaan een soortgelijk instrument inzetten met beleggers.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

21

Pijler 1.3 Warmtetransitie Deze pijler gaat over de overgang van aardgas naar duurzame bronnen voor warm water, koken en het verwarmen van woningen in de Delftse wijken. De aanleg van de infrastructuur, een randvoorwaarde om een deel van deze wijken te kunnen aansluiten op een collectief warmtenet, staat beschreven bij Transitiepad 5 (energie infrastructuur). Wat is de opgave?

Onze aanpak

Het doel is om alle woningen in Delft van duurzame warmte te voorzien. Dat kan door (collectieve) warmtelevering, geheel elektrische oplossingen of wellicht in de toekomst duurzaam gas. Nu is het overgrote deel nog afhankelijk van aardgas. Uiterlijk in 2050 moeten alle buurten en wijken in Delft aardgasvrij zijn. Met deze ambitie staan we als gemeente voor de opgave om in minder dan 30 jaar circa 50.000 woningen en 15.500 woningequivalenten (WEQ’s) in andere gebouwen over te krijgen op schone warmte en schone energie voor warm water en koken.

De gemeente Delft pakt deze opgave volledig op vanuit het belang van haar inwoners. Energie is een levensbehoefte. In­woners zijn afnemer van energie/warmte en betalen maandelijks de energierekening. Zij mogen dus niet in de knel komen door de warmtetransitie. Wij hanteren voor de warmtetransitie de volgende uitgangspunten: • Niet-fossiele warmtebronnen, zoals geothermie, hebben de voorkeur boven all-electric oplossingen, zodat we het elektriciteitsnet ontlasten. • Alternatieven voor aardgas moeten betaalbaar, betrouwbaar en veilig zijn voor iedereen. • Lokale warmtebronnen hebben de voorkeur boven energie die elders wordt opgewekt. • De gemeente werkt samen met actieve inwoners, onder meer de bewonersverenigingen, Stichting Platform Energietransitie Delft en energie coöperatie Deelstroom Delft. • De gemeente werkt nauw samen met de woningcorporaties. Jaarlijks maken we prestatieafspraken over de verduurzaming van de woningvoorraad. • De gemeente maakt informatie actief bekend en breed toegankelijk;

Verwarming van woningen is in de Delftse route naar klimaatneutraliteit een speerpunt, omdat het de hoofdmoot vormt van de uitstoot van CO2 door woningen: in 2021 was dit 81 kton van de 129 kton. De gemeente heeft bovendien een belangrijke rol in het aardgasvrij maken van woningen. Zij bepaalt de visie in het Warmteplan en regisseert de uitvoering. Die gemeente­ lijke rol wordt nog groter met de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. De gemeente zal na vaststelling van deze wetgeving een Warmteprogramma opstellen – dit is een vervolg op het Warmteplan.

Figuur 2: Aandeel van (duurzame) warmtebronnen in 2021

Aardgas

84,4%

22

Elektrisch

Stadsverwarming

(weinig of geen aardgas)

(weinig of geen aardgas)

2,0%

6,9%

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Stadsverwarming/ Elektrisch

Onbekende Installatie

(vooral aardgas)

2,4%

4,3%

Woningen van het aardgas af halen is complex en vereist een lange adem. Delft heeft hier al enige jaren ervaring mee. In Delft zijn er twee buurten (Hoornse Hof en Den Hoorn) aangesloten op stadswarmte met een duurzame bron (de RWZI) met aardgas voor de piekvoorziening. Daarnaast volgt Delft de landelijke wetgeving dat vanaf 1 juli 2018 (met een overgangsperiode tot 1 januari 2022) nieuwgebouwde woningen geen aardgasaansluiting krijgen.

In het Warmteplan Delft (2021) is per buurt onderzocht wat voor die buurt de warmtetechniek met de laagste nationale kosten is en hoe robuust de warmtetechniek is ten opzichte van andere aardgasvrije alternatieven. Dit onderzoek zal worden benut bij het bepalen van de aanpak in de wijkuitvoeringsplannen.

Figuur 3: Voorkeurstechniek duurzame warmte per buurt

Route naar uitvoering Voor elke buurt wordt samen met de inwoners een warmte-uitvoeringsplan (WUP) opgesteld om de buurt aardgasvrij te maken. Een warmte-uitvoeringsplan is een concreet plan om tot een schone, betrouwbare en betaal­bare warmtevoorziening in een buurt te komen. De concrete invulling en aanpak kan per buurt verschillen. We hebben criteria gemaakt om de meest kansrijke buurten te bepalen, zoals de laagste nationale kosten (= investeringen, jaarlijkse energie en onderhoudskosten) en de eindgebruikerskosten (de kosten voor de inwoner). De voorkeur gaat uit naar lokale warmtebronnen.

Daarnaast kijken we naar andere criteria, zoals ruimte in de ondergrond, kansrijkheid voor inwoners, raakvlakken en eigendom. De volgende stap is een bredere kijk op de selectie van buurten en vormgeving van het proces. Inmiddels zijn we in de Multatulibuurt met een eerste warmte-uitvoeringsplan aan de slag volgens de beschreven aanpak. In Voorhof en Buitenhof is gestart met het ont­wikkelen van een Open Warmtenet Delft voor 5000 corporatiewoningen. We doen onderzoek om de overige 10.000 woningen in deze wijken aanvullend aan te sluiten op dit net.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

23

Elke 5 jaar maken we een geactualiseerd Warmteplan met de kennis, inzichten en innovaties die er dan zijn. De eerste wordt het ‘Warmteprogramma’ in 2026. Daarbij maken wij gebruik van de volgende instrumenten: • Waar ruimte nodig is voor warmtebronnen, infrastructuur en opwaardering zal de gemeente die ruimte reserveren en inpassen in het proces van stedelijk programmeren. • De gemeente kan op basis van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) buurten of wijken aanwijzen die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzaam alternatief voor aardgas en deze vastleggen in omgevingsplannen. De Wgiw is daarmee een toekomstig sturingsmoment.

Wonen in monumenten De rijke historie en identiteit van Delft is terug te zien in haar monumenten en beschermde stadsgezichten. Waar de stad blijft veranderen met de tijd, biedt het erfgoed herkenning. Ook maakt het de stad een aantrekkelijke plek om te bezoeken en, bovenal, in te wonen. Veel monumenten zijn namelijk woningen in de binnenstad. We gaan zuinig om met die monumentale waarde en we zoeken dus naar een balans tussen de verduurzaming en het behoud van ons erfgoed. Dat is altijd maatwerk: geen twee monumenten zijn het­ zelfde. Ook kan het soms niet allebei en moet gekozen worden. Zo kan je zelden een monument verduurzamen tot nieuwbouwniveau. De Rijksoverheid streeft naar een vermindering van de CO2 uitstoot van 60% in 2040 voor monumenten. De termijn is langer dan de overkoepelende 60% in 2030, maar niet minder ambitieus. De plannen van Delft om dat doel te behalen zijn vastgelegd in de Erfgoednota 2020-2030.

Waar zetten we op in? 1. Informatie en advisering: we gaan naar inwoners toe om maatwerkadvies te geven en maken informatie toegankelijk. 2. Kennis opbouwen: we brengen opgedane en kennis van casussen samen en passen dit toe op nieuwe gevallen – ook breder dan alleen monumenten. 3. Faciliteren en meedenken: we ondersteunen inwoners in hun aanvragen en verduurzamingsideeën om tot innovatieve oplossingen te komen.

24

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

• Voor buurten waar uiteindelijk gekozen wordt voor een warmtenet zal de gemeente na inwerkingtreding van de Wcw (Wet collectieve warmte) bepalen welk warmtebedrijf onder welke voorwaarden dit warmtenet (warmtekavel) mag exploiteren. • De gemeente geeft 2025 een update voor het Warmteplan: het Warmteprogramma. Met het Warmteprogramma koppelen we concrete energietransitie-maatregelen aan doelen uit de Omgevingsvisie. Bijvoorbeeld maatregelen die gebouweigenaren of bedrijven stimuleren en ondersteunen bij het verduurzamen van gebouwen. Ook zullen we in het Warmteprogramma de opschaling van collectieve warmte verder concretiseren.

4. Procedures bespoedigen: wanneer voorstellen voldoen aan de Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft, kunnen we aanvragen bespoedigen. Deze ‘sneltoets­ criteria’ helpen inwoners. 5. Aanhaken bestaande projecten: in zoverre mogelijk verkennen we aansluiting op reguliere verduurzamings­ maatregelen, zoals collectieve inkoop en warmte-­ uitvoeringsplannen

Waar lopen we tegenaan? 1. Kosten: de kosten voor verduurzaming van gemeen­te­lijke monumenten zijn meestal hoger dan die voor standaard woningen, terwijl er niet meer subsidie beschikbaar wordt gesteld. 2. Praktische beperkingen: Stel dat de binnen- en buitenmuur, het plafond en de vloer monumentale waarde hebben? Dan is isoleren lastig, waardoor niet altijd de warmteoplossing naar keuze kan worden gebruikt. Dan kan naar alternatieven worden gezocht binnen de kaders van één pand of gecompenseerd worden binnen de stad. 3. Inspanning: Getailleerde maatwerkadviezen kosten veel tijd, middelen en capaciteit. Dat is wel doeltreffend, maar de besparing in CO2/€ ligt lager. 4. Monitoring: monumenten zijn uniek en passen niet in de standaard energielabels. Labels zijn dan ook niet verplicht. Dat maakt het monitoren en meten van voortgang en tempo richting het 2040 doel uitdagend.

Voorziene beslismomenten: wonen Hierboven is voor het transitiepad wonen in beeld gebracht wat de opgave is tot aan 2050, en welke activiteiten en plannen daarvoor zijn gemaakt. Daarmee zijn we er nog niet. Om de doelstelling voor 2050 te behalen, moeten, met de kennis van nu, in ieder geval de volgende besluiten nog worden genomen: Vóór 2030: • Besluit over het warmteprogramma. In het warmteprogramma staat welke buurten binnen 10 jaar op een collectieve oplossing over gaan en welke niet. • Besluit over strategie voor warmte-uitvoeringsplannen voor de andere buurten, inclusief de buurtselectie, de fasering en de financiering. • Besluit over de buurten die voor 2030 op de agenda staan voor een warmte-uitvoeringsplan. Concrete projecten moeten worden geformuleerd met passende middelen en bemensing. • Besluit over de invulling van de regierol van de gemeente bij uitbreiding van het warmtenet in Voorhof en Buitenhof. • Evaluatie van het Isolatieplan 2023 en daaropvolgend het besluit over de voortzetting ervan. Doorlichten en doorontwikkelen van instrumenten. Middelen en mensen vrijmaken om die instrumenten projectmatig voort te zetten. 2030 - 2040: • Planvorming, en vervolgens besluitvorming voor buurten waarvoor hernieuwbaar gas de huidige voorkeursoplossing is, en de infrastructuur die hiervoor nodig is.

• Besluit over opschaling collectieve warmtevoorzieningen, mede op basis van toekomstige wetgeving (WCW & Wgiw). Keuzes rondom warmtekavels, betaalbaarheid en financiering zullen hier onderdeel van uitmaken.

• Evaluatie en herijking van de strategie voor warmteuitvoeringsplannen, inclusief de buurtselectie, de fasering en de financiering. • Besluit over de buurten die voor 2040 op de agenda staan voor een warmte-uitvoeringsplan. Concrete projecten moeten worden geformuleerd met passende middelen en bemensing. • Evaluatie van het in de periode vóór 2030 herziene isolatieplan, met daaraan gekoppeld besluitvorming op een nieuw plan voor de isolatie van de overige 15.000 woningen, inclusief de concrete projecten die hier onderdeel van zullen uitmaken en de financiering ervan. 2040 - 2050: • Doorontwikkeling van de uitvoering van de laatste serie warmte-uitvoeringsplannen, inclusief de fasering en de financiering ervan. • Doorontwikkeling van het isolatieplan voor de overige 15.000 woningen, inclusief de concrete projecten die hier onderdeel van zullen uitmaken en de financiering ervan.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

25

2. Transitiepad industrie en commerciële dienstverlening Delft is trots op haar innovatieve kenniseconomie en ondernemingsklimaat. De energietransitie vraagt een inspanning van deze ondernemers om mee te bewegen naar een duurzame economie. Ondernemers pakken deze uitdaging ook op, bijvoorbeeld in het Innovatie District Delft. Figuur 4: Overzicht transitiepad industrie en commerciële dienstverlening - uitstoot, mijlpalen en voorziene beslismomenten

511 kton

Totale Uitstoot CO2-eq.

500

400

300 Extern effect 200

171 kton

Beïnvloeding en Besparing

-84

-3

100

Bedrijfsprocessen en Warmtetransitie -16

68 kton

Extern effect Beïnvloeding en Besparing -26 -11

32 kton

0 Totaal 1990

Totaal 2021

2022

2030 Geen Kantoren Label-C

Handhaving Bedrijven

Prognose 2030

Handhavingsstrategie

2035

2040

Prognose 2050

2045

2050

Geen Label G,F

Doorontwikkeling Handhavingsbeleid

Uitvoering Handhaving Evaluatie Bedrijvenaanpak,

Doorontwikkeling Bedrijvenaanpak

Jaar

Mijlpaal

2023

Vanaf 1 januari heeft ieder kantoorgebouw minimaal energielabel C (RVO, 2018).

2027

Uitfasering commerciële dienstverlening van energielabel G naar minimaal energielabel C, (PVGO, 2022).

2030

Uitfasering commerciële dienstverlening van energielabel F naar minimaal energielabel C, (PVGO, 2022).

26

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Industrie in Delft omvat vervaardiging van allerlei soorten elektronica, machines en bouwmateriaal. Denk daarbij aan geavanceerde technologie zoals sensoren, vliegtuigonderdelen, medische instrumenten en natuurlijk het welbekende Delftsblauw. Commerciële dienstverlening omvat bijvoorbeeld handel in goederen, vervoer en opslag en horeca, maar ook dienstverlening op het gebied van informatie, communicatie en financiën. We onderscheiden voor het transitiepad industrie en commerciële dienstverlening drie pijlers: • Pijler 2.1: Beïnvloeden en besparen • Pijler 2.2: Verduurzaming bedrijfsprocessen en warmte­ transitie • Pijler 2.3: Handhaving van (regionale en landelijke) regelgeving

Wat is reeds in gang gezet?

ontwikkelingen, die maar beperkt beïnvloed worden door Delft, zijn: • het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteits- en gasvoorziening; • de verwachte ontwikkelingen en maatregelen om overige broeikasgassen in de industrie te beperken; • de groeiende energievraag van commerciële dienstverlening als gevolg van de groei van de stad; • de veranderingen van het energiegebruik van de commerciële dienstverlening door inzet van eigen acties en het warmer worden van het klimaat; • effecten van bovengemeentelijke handhaving (met name industrie); • effecten van lokale handhaving (met name commerciële dienstverlening).

In de industrie zien we een forse reductie van de uitstoot. In 1990 was de uitstoot nog 457 kton. In 2021 was de uitstoot gedaald tot slechts 115 kton. Dat is een daling van 67% ten opzichte van 1990. De exacte verklaring daarvoor ontbreekt. De uitstoot van de commerciële dienstverlening steeg van 54 kton naar 59 kton. Net als bij wonen is een knik zichtbaar: vanaf 2016 start een dalende trend.

De prognose is dat de broeikasgasemissies van dit transitiepad in 2030 gedaald zijn tot 87% t.o.v. 1990. 4/5de van die daling komt door externe ontwikkelingen en 1/5de door projecten en plannen van de gemeente. Hierbij heeft het verduurzamen van de warmtekrachtcentrale TU Delft (met geothermie) een significant effect samen met het effect van de warmte-­ uitvoerings­plannen op de commerciële dienstverlening in Voorhof-Buitenhof.

De (reductie van de) uitstoot van industrie en commerciële dienstverlening wordt grotendeels bepaald door Europees, landelijk en provinciaal beleid. De rol van de gemeente is stimuleren, faciliteren en, waar noodzakelijk, handhaven. De externe

Tussen 2030 en 2050 zal de uitstoot met nog eens 7% dalen en in 2050 uitkomen op 94% t.o.v. 1990. Een deel hiervan zijn externe effecten (5%) en de rest (2%) door uitvoering van het warmteplan.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

27

Pijler 2.1 Beïnvloeden en besparen Wat is de opgave?

bedrijven al de verplichting om energiebesparende maatregelen te nemen en aan de overheid te laten zien hoe zij dat (gaan) doen. Delft brengt die verplichting actief onder hun aandacht.

Alle zakelijke gebouwen moeten klimaatneutraal worden. Ook is in het Klimaatakkoord vastgesteld dat in 2030 de uitstoot van industrie gehalveerd moet zijn. Binnen deze categorie bestaat een enorme diversiteit. Het gaat onder andere om winkels, kantoren en bedrijfshallen. Elke branche heeft veelal een eigen uitdaging om uiteindelijk CO2 neutraal te worden

Verder steunt de gemeente de initiatieven van bedrijven die bijdragen aan een klimaatneutraal Delft. Zo hebben in 2016 de Bedrijvenkring Schieoevers en gemeente Delft gezamenlijk de start gemaakt met de integrale verduurzaming van het bedrijventerrein Schieoevers.

Onze aanpak De gemeente volgt het landelijke beleid, maar heeft een beperkt instrumentarium om te sturen op besparing en CO2-uitstoot door de industrie. De eigenaar en gebruikers zijn verantwoordelijk voor het realiseren van een klimaat­ neutraal gebouw voor commerciële dienstverlening. Delft speelt een activerende rol met haar communicatie­ campagne en voert dialoog met industriële partijen in de stad. Dat gebeurt bijvoorbeeld door informatievoorziening voor de bestaande bedrijfspanden over isolatie. Daarnaast hebben

De gemeente speelt ook een stimulerende rol met de E-deal (2019). Deze deal is een samenwerkingsovereenkomst om verduurzaming door bedrijven in Delft te versnellen. De Rabobank en de gemeente doen het volgende: • Aanbieden van gratis energie-advies voor alle Delftse bedrijven via de Energieke Regio. Dat gaat over energie besparen, isoleren en stroom opwekken met zonnepanelen. • Uitwisselen van kennis en ervaring tussen Delftse bedrijven. Hiervoor is het bedrijvennetwerk Delft Energieneutraal 2050 actief.

Bedrijvenkring Schieoevers Bedrijvenkring Schieoevers kent 160 aangesloten bedrijven die gezamenlijk 11% van de werkgelegenheid van Delft vertegenwoordigen. In 2016 hebben de gemeente en de bedrijvenkring gezamenlijk het initiatief genomen om het bedrijventerrein integraal te verduurzamen. De kring wil koploper zijn in het verduurzamen van de energievoor­­zie­ ningen van bedrijventerreinen. Sindsdien zijn er minimaal 7.000 zonnepanelen aangelegd. Lokaal verhandelen van energie is de volgende ambitie. Bedrijven brengen hun energiebehoefte en -opwek in kaart en koppelen dat onderling aan elkaar. Zo zal er op termijn minder gebruik zijn van het elektriciteitsnet van Stedin en hierdoor een efficiënter energiesysteem ontstaan.

28

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

Pijler 2.2 Verduurzaming bedrijfs­processen en warmtetransitie Net als woningen moeten ook bedrijven van het aardgas af voor hun verwarming. Maar zij gebruiken aardgas vaak ook in hun bedrijfsprocessen. Ook die processen zullen in de toekomst moeten draaien op elektriciteit of hernieuwbare gassen. Wat is de opgave? Industrie en commerciële dienstverlening hebben de opgave om voor hun verwarming en hun bedrijfsprocessen om te schakelen naar duurzame alternatieven. Daarvoor zal in ieder geval een grote mate van elektrificatie nodig zijn. Tegelijkertijd hebben nog niet alle bedrijven of industriële partijen zicht op een hernieuwbare brand- of grondstof. Daar speelt het Rijk en de markt een rol in het stimuleren van de nodige innovatie. De opgave voor de gemeente is het afstemmen over en faciliteren van de infrastructuur.

Onze aanpak Verduurzamen doen we niet alleen, maar begint bij de organisatie zelf. De gemeente kan en wilt zowel bedrijven als industriële partijen faciliteren, activeren en begeleiden in deze transitie. Daarom moedigen we bedrijven en industriële partijen aan om de eerste stap te zetten en intenties uit te spreken of initiatief te tonen. Een voorbeeld daarvan is de Bedrijvenkring Schieoevers, die actief bezig is met integrale verduurzaming. Waar mogelijk draaien industriële en commerciële onder­ nemingen mee in de aanpak van de warmte-uitvoeringsplannen. Deze aanpak is neergelegd in het warmteplan en wordt in deze route­kaart beschreven in Pijler 3. De TU Delft levert een belangrijke bijdrage met het verduur­ zamen van de warmtekrachtcentrale die de campus verwarmt. Naar verwachting zal dit leiden tot een reductie van 16 kton CO2. De oude centrale blijft, zo lang als nodig, wel deels in gebruik als back-up voorziening voor het warmtenet van de TU Delft en het Open Warmtenet bij piekbelasting.

Innovatiedistrict Delft De gemeente Delft, TU Delft, Bedrijvenkring Schieoevers, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de provincie Zuid-Holland werken samen aan de ontwikkeling van het Innovatiedistrict Delft. Eind april 2023 tekenden deze partijen een samenwerkingsovereenkomst. In het uitvoeringsplan staan ‘verduurzaming & energie­ transitie’ als één opgave gedefinieerd. Op korte termijn wordt er binnen die opgave onder andere gewerkt aan: • Verbreden van eerste stappen convenant energie­ management Schieoevers naar TU Delft Campus. • Uitrollen van Digital Twin van TU Delft Campus over het gehele innovatiedistrict Delft. • Verkennen van opschalingsmogelijkheden van innovaties uit het veldlab The Green Village in het Innovatiedistrict Delft. • Oprichting van een Energiecoöperatie die energieuitwisseling tussen een aantal bedrijven en organisaties (koplopers) faciliteert. • Het verwarmen van TU Delft-gebouwen met geothermie en het faciliteren van aansluitingen met bedrijven en organisaties op Schieoevers.

Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050

29

Pijler 2.3 Handhaving van (regionale en landelijke) regelgeving Elke transitie kent koplopers. Hierboven zijn daarvan voor­beelden gegeven. Maar uit­eindelijk zullen er ook achterblijvers zijn die op zijn minst aan hun wettelijke verplichtingen moeten voldoen en daarop moeten worden aangesproken. Met het vaker toepassen van normering in nationaal en Europees beleid zal handhaving steeds relevanter worden. Wat is de opgave? Europa, Nederland en provincie Zuid-Holland zijn verantwoordelijk voor regelgeving die ervoor moet zorgen dat ieder bedrijf meedoet in de energietransitie. De gemeente Delft heeft een rol in het toezicht op deze regelgeving en dat eist capaciteit en middelen. Zonder toezicht op bijvoorbeeld de verplichtingen inzake energielabels van gebouwen zal nationale regelgeving daarover minder effectief zijn. Zonder toezicht zal het onderdeel ‘externe ontwikkelingen’ van de doorrekening niet het beoogde effect realiseren, maar tekortschieten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13895828/1