CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadpleging betaalbaarheid van duurzame warmteoplossingen Delft

Commissie Ruimte en Verkeer 4 december 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief - Publicatie Warmteprogramma Raadpleging Betaalbaarheid27.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.8

2.9

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen mannen en vrouwen significant (zie tekstuitleg links)

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun leeftijd

Figuur 3.6. Prioritering doelen – Gemiddelde naar leeftijd

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht hun leeftijd: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen. • Inwoners <35 geven iets meer prioriteit aan het doel dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstapt dan inwoners in de andere leeftijdsgroepen. • Inwoners <35 geven minder prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen dan inwoners in andere leeftijdsgroepen. • Conclusie. De twee substantiële significante verschillen zit in het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt en dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen; mensen <35 geven hier respectievelijk meer en minder prioriteit aan dan andere leeftijdsgroepen. Mensen uit verschillende leeftijdsgroepen prioriteren dezelfde top 2. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Jonger dan 35 jaar (n=158)

Tussen de 35 en 65 (n=527)

Ouder dan 65 jaar (n=424)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6.7

6.4

5.5

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6.0

6.7

6.2

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4.3

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

5.0

5.9

4.2

5.5 3.6

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

4.5

4.7

5.3

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5.0

4.1

4.6

3.9

4.3

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

2.6

0 2 4 6 8 10 0 tot 2,5 punten

37

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige leeftijdsgroepen significant (zie tekstuitleg links)

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun opleiding

Figuur 3.7. Prioritering doelen – Gemiddelde naar opleiding

• Overeenkomsten. Er zijn twee doelen die door alle opleidingsgroepen meer worden geprioriteerd: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen. • Inwoners met een middelbaar opleidingsniveau geven meer prioriteit aan gelijke prijzen in alle Nederlandse gemeenten dan inwoners met een hoog opleidingsniveau • Inwoners met een hoog opleidingsniveau geven meer prioriteit aan dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstap dan inwoners met een middelbaar opleidingsniveau • Conclusie. Het grootste significante verschil zit in het doel dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstapt; inwoners met een hoog opleidingsniveau geven hier meer prioriteit aan dan mensen met een middelbaar opleidingsniveau. Nog steeds zijn de significante verschillen tussen verschillende opleidingsgroepen klein. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen. 38

Laag (bo, vmbo, havo-, vwo-onderbouw of mbo1) (n=57)

Midden (havo, vwo, mbo2-4) (n=182)

Hoog (hbo, wo) (n=853)

5.4

6.2

6.7

6.3

6.9

6.0

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst* Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

5.2

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

4.5

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

5.4 3.8

5.4

4.3 5.1

4.2

4.1

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4.0

3.7

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

5.6

5.0

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

0 tot 2,5 punten

4.3

3.1

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige opleidingsniveaus significant (zie tekstuitleg links)

Woningeigenaren plaatsen vergelijkbare prioriteiten als huurders

Figuur 3.8. Prioritering doelen – Gemiddelde naar huur of koop

Koop (n=797)

Huur (n=315)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6.2

6.5

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6.4

6.4

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4.8

4.8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

4.2

5.1

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

4.1

5.1

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5.0

4.3

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

4.4

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

2.8

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen kopers en 39 huurders significant (zie tekstuitleg rechts)

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht of zij in een huur-of koopwoning wonen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen huurders of kopers. • Huurders geven iets meer prioriteit aan het doel dat de prijzen voor duurzame warmte zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners en aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. • Woningeigenaren geven meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas dan huurders. • Conclusie. Het enige substantiële significante verschil zit in het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen, daar geven woningeigenaren meer prioriteit aan dan huurders. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun financiële situatie

Figuur 3.9. Prioritering doelen – Gemiddelde naar financiële situatie

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht hun financiële situatie: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen groepen. • Inwoners die (zeer) makkelijk rondkomen geven meer prioriteit aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt dan inwoners die niet makkelijk maar ook niet moeilijk rondkomen. • Conclusie. Het enige substantiële significante verschil zit in het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt , daar geven inwoners die (zeer) makkelijk rondkomen meer prioriteit aan dan inwoners die niet makkelijk maar ook niet moeilijk rondkomen. Maar het verschil is met 1,2 punt niet groot. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Niet makkelijk, niet moeilijk (n=235)

(Zeer) makkelijk (n=714)

5.6

6.9

6.2

6.5

6.0

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

7.4

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5.0

4.6

4.8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

5.3

4.1

5.3

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5.4

5.0

4.4

4.7

4.8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

3.1

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3.3

0 tot 2,5 punten

40

(Zeer) moeilijk (n=60)

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

3.3

3.5

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige financiële situaties significant (zie tekstuitleg links)

Figuur 3.10. Prioritering doelen – Gemiddelde naar zorgen over het klimaat Ja, ik maak mij zorgen (n=864)

Nee, ik maak mij geen zorgen (n=139)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6.5

5.5

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6.1

7.1

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4.8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

5.3

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4.7

4.7

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4.6

4.4

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

4.5 3.3

5.5

3.0

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen verschillende 41 zorgen significant (zie tekstuitleg rechts)

Deelnemers geven méér prioriteit aan dezelfde twee doelen, ongeacht of zij wel of geen zorgen hebben over het klimaat. Verdeelde meningen over twee andere doelen. • Overeenkomsten. Deelnemers geven méér prioriteit aan twee doelen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. Ongeacht de mate waarin zij zich wel of niet zorgen maken over het klimaat. • Significante verschillen. De substantiële significante verschillen zitten op twee doelen: • Inwoners die geen klimaatzorgen hebben geven meer prioriteit aan dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas. • Inwoners die wel klimaatzorgen hebben geven meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt en dat zoveel mogelijk mensen de kosten terugverdienen. • Conclusie. Of inwoners zich zorgen maken om het klimaat lijkt een verklarende factor in wat zij belangrijk vinden bij de betaalbaarheid van warmte. Inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden, geven substantieel meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. En inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee vinden, geven substantieel meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas.

Deelnemers geven méér prioriteit aan dezelfde twee doelen, ongeacht of zij het stoppen met gas een goed idee vinden. Verdeelde meningen over twee andere doelen.

Figuur 3.11. Prioritering doelen – Gemiddelde naar houding deelnemers t.o.v. het stoppen met aardgas

• Overeenkomsten. Deelnemers geven ongeacht hun houding ten aanzien van het stoppen met aardgas veel prioriteit aan twee doelen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. De grootste significante verschillen zitten op twee doelen: • de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden • Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt te kiezen om te stoppen met gas • Conclusie. Of inwoners het stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken wel of niet een goed idee vinden, lijkt een verklarende factor in wat zij belangrijk vinden bij de betaalbaarheid van warmte. Inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden, geven substantieel meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. En inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee vinden geven substantieel veel meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas. 42

(Heel) goed idee (n=764)

Neutraal (n=203)

(Heel) slecht idee (n=144)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6.6

6.0

5.7

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder*

6.0

6.7

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

4.8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

5.6

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4.6

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4.8

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

4.9 3.4

7,5 tot 10 punten

4.3 1.6

5.3 4.2

2.6

8.3

4.5

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige houdingen significant (zie tekstuitleg links)

4.3 3.7 7.0

3B

• We werken profielen uit van de volgende perspectieven op het thema betaalbaarheid van duurzame warmte

Profielen van 5 groepen

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Aanleiding Opzet

43

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Figuur 3.12. Voorbeeld uitkomsten met uitleg

De LKCA-analyse • Met de statistische techniek Latente Klasse Clusteranalyse (LKCA) onderzoeken we de representatieve uitkomsten van het gesloten onderzoek. • De methode kijkt naar de manier waarop deelnemers punten toekennen in de PWE-keuzetaak. • De LKCA-methode identificeert verschillende groepen. • Iedere groep is maximaal homogeen; deelnemers binnen één groep stellen grotendeels vergelijkbare prioriteiten. • En iedere groep verschilt van andere groepen; deelnemers binnen de ene groep stellen andere prioriteiten dan deelnemers binnen een andere groep.

Vijf groepen • De LKCA geeft aan dat deelnemers van het onderzoek in vijf groepen kunnen worden opgedeeld die de doelen ten aanzien van de betaalbaarheid van warmte waarderen. • Acht demografische kenmerken zijn gebruikt om de groepen te beschrijven: leeftijd, gender, opleiding, woonsituatie, wijk, financiële situatie, houding ten opzichte van klimaatverandering en houding ten opzichte van het doel om aardgasvrij te worden.

Legenda: hogere en lagere prioriteit • Als een optie meer dan de uitgangswaarde van 5 punten krijgt, dan krijgt die optie prioriteit van (een groep) deelnemers. Als een thema meer dan 7,5 punten krijgt, dan heeft het hoge prioriteit ten opzichte van de andere doelen. Minder dan 2,5 punten is lage prioriteit ten opzichte van de andere doelen. • Meer dan 10 punten wijst op een principekwestie 44

Figuur 3.13. Prioritering van doelen – Resultaten van LKCA

Groep A

Groep B

Groep C

Groep D

Gemiddelde

(14%)

(9%)

Groep E

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,0

6,9

6,7

5,4

8,8

6,4

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

5,7

7,3

8,0

3,4

8,5

6,4

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,7

5,1

5,1

4,5

2,6

4,8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

5,0

5,8

0,3

9,1

0,0

4,7

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,2

5,4

5,8

0,8

0,0

4,7

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,7

4,6

3,8

6,8

0,0

4,6

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,7

0,0

5,4

5,1

15,1

3,4

(43%)

0 tot 2,5 punten

45

(30%)

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

(4%)

Uitwerking per groep op de volgende pagina’s

Groep A is echt een middengroep; ze verdelen hun punten vrij gelijkmatig

Figuur 3.14. Prioriteiten van Groep A

• Inwoners in Groep A geven de meeste prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen).

Groep A (43%)

• Van de vijf groepen verdelen de inwoners van Groep A hun punten het meest gelijkmatig: nergens boven 6, nergens onder de 3,5. Dit noemen we dan vaak de middengroep. Dit is tevens de grootste groep, die 43% van de inwoners vertegenwoordigt.

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,0

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

5,7

• In deze groep zitten mensen met diverse kenmerken. Niets opvallends.

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,7

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

5,0

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,2

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,7

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,7

"Ik kan mij voorstellen dat het ene deel van NL de warmte veel goedkoper kan krijgen en een ander deel (platteland) een stuk duurder. Prijsverschil mag er wel zijn maar zo min mogelijk (max. 20% of lager)."

46

"Openheid van winst en hoe de verhouding is van het winst van voor de transitie tot daarnaar voorkomt het gevoel dat iemand van de situatie ongewenste winst maakt."

Groep B geeft nagenoeg geen prioriteit aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas en relatief veel aan de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt

Figuur 3.15. Prioriteiten van Groep B

Groep B (30%)

47

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,9

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

7,3

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,1

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

5,8

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,4

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,6

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

0,0

• Inwoners in Groep B geven veel prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Daarnaast geven zij vergeleken met het gemiddelde en de meeste andere groepen de meer prioriteit aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden. • Groep B maakt een uitgesproken keuze als het gaat om inwoners zo lang mogelijk de tijd geven om over te stappen; zij geven hier nagenoeg geen prioriteit aan. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Vaker zorgen over klimaatverandering dan andere groepen • Meer eens met het doel om aardgasvrij te worden dan andere groepen

"Het motiveert mensen niet als ze na hun investeringen voor hogere kosten komen te staan. En ze kunnen dit misschien ook niet betalen."

"we moeten af van gas voor het klimaat, en het in stand houden van gasnetten voor een paar achterblijvers is te duur."

Groep C maakt uitgesproken keuzes en geeft weinig prioriteit aan een doel

Figuur 3.16. Prioriteiten van Groep C

• Inwoners in Groep C geven de meeste prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Daarnaast geven inwoners in groep C relatief veel prioriteit aan het doel dat de prijzen van duurzame warmte zo lang mogelijk gelijk moeten blijven voor inwoners

• Groep B maakt een uitgesproken keuze als het gaat om het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt; zij geven hier nagenoeg geen prioriteit aan. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Minder mensen onder de 35 jaar dan in andere groepen • Minder vaak een hbo, wo opleiding dan in andere groepen • Iets vaker moeite met rondkomen dan andere groepen • Vaker geen zorgen over klimaatverandering dan gemiddeld • Vaker oneens met het doel om aardgasvrij te worden dan andere groepen • Vaker uit Hof van Delft dan gemiddeld "In ieder geval niet meer betalen voor duurzame energie. Het leven is al duur genoeg."

48

"De overheid hoort geen dictaten op te leggen over de manier waarop ik mijn huishouden inricht. De burger is mans genoeg om zelf de voor hem of haar meest geschikte manier te kiezen."

Groep C (14%)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,7

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

8,0

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,1

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

0,3

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

3,8

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

5,4

Groep D maakt uitgesproken keuzes en geeft van alle groepen de meeste prioriteit aan het doel dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstapt naar duurzame warmte

Figuur 3.17. Prioriteiten van Groep D

Groep D (9%)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

5,4

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

3,4

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

9,1

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

0,8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

6,8

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

5,1

• Inwoners in Groep D geven minder prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Van alle groepen geeft deze groep de meeste punten aan dat de overheid bepaalt hoe een wijk overstapt naar duurzame warmte en dat zoveel mogelijk mensen hun kosten terugverdienen van overstappen; inwoners in groep D geven deze doelen het meeste prioriteit. En ook is groep D de enige groep die nagenoeg geen prioriteit geeft aan het doel dat de prijzen van duurzame warmte zo lang mogelijk gelijk moeten blijven. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Meer mannen in deze groep dan gemiddeld • Vaker een hbo, wo opleiding dan andere groepen • Meer kopers dan gemiddeld • Vaker uit Tanthof-West en Vrijenban dan gemiddeld

"Minder vrijheid is in dit geval heel voordelig. Waarom zouden we veel meer betalen als samenleving voor het gemak van een individu." 49

"Onvermijdelijk dat het duurder wordt. Niet subsidiëren maar alleen belonen bij hen die (al dan niet collectief) overstappen"

Groep E maakt de meest uitgesproken keuzes en geeft bijna alle prioriteit aan drie doelen. • Inwoners in Groep E geven veruit het meeste prioriteit aan drie doelen: 1. Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas 2. Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst 3. Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder • Van de vijf groepen maken de inwoners van Groep E de meest uitgesproken keuzes. Voor de overige vier doelen geven zij nauwelijks prioriteit. Dit is tevens de kleinste groep, met 4% van de inwoners. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Minder mensen onder de 35 jaar dan in andere groepen • Meer mannen in deze groep dan gemiddeld • Minder vaak een hbo, wo opleiding dan gemiddeld • Vaker geen zorgen over klimaatverandering dan andere groepen • Vaker oneens met het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld • Vaker uit Hof van Delft en Wippolder dan gemiddeld "Hoezo terugverdienen. Overstappen zou niet veel moeten kosten" 50

"Er moet geen enkele dwang zijn. Vaak kom je terecht bij een monopolist. Er valt dan niet meer te kiezen. Daarnaast is de overheid onbetrouwbaar. Nederland heeft bijna de duurste energie dankzij belastingen. Ik wil zelf kunnen kiezen."

Figuur 3.18. Prioriteiten van Groep E

Groep E (4%)

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

8,8

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

8,5

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

2,6

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

0,0

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

0,0

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

0,0

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

15,1

• De volgende analyses zijn gebaseerd op motivaties van deelnemers uit de representatieve groep en deelnemers van het open onderzoek. De scores per doel zijn de gemiddelden van de representatieve groep.

Uitwerking zeven doelen

3C

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Aanleiding Opzet

51

Deelnemers

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Uitleg argumenten-analyse: hoe analyseren we de motivaties van deelnemers? • Motivatie. Nadat deelnemers hun punten hadden verdeeld over de zeven doelen, konden zij hun mening uitleggen. Daarbij noemen zij – in verschillende persoonlijke bewoordingen – vaak vergelijkbare argumenten. • Automatische groepering argumenten. Alle motivaties van deelnemers werden vervolgens automatisch gegroepeerd met een clustering-model. Dit model maakt automatisch groepjes van dezelfde argumenten: bijvoorbeeld een groepje van argumenten die vinden dat duurzame warmte een basisvoorziening is. • Codeboek. We hebben handmatig gekeken naar de automatisch gegroepeerde clusters van argumenten. Clusters die sterk met elkaar samenhangen hebben we samengevoegd tot één categorie van argumenten. • Rapportage. We laten per doel de meest genoemde categorieën van argumenten zien. Met sterren geven we aan hoe vaak een argument wordt genoemd. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.

52

Figuur 3.19. Deelnemers konden na de puntenverdeling hun mening uitleggen

Uitwerking: ‘Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst’ "Zo blijft de prijs voor iedereen laag en is het duidelijk wat er met je geld gebeurt." "Bedrijven mogen wel winst maken maar openbaarheid van hun financiën is een must."

"Nuts functie. Winst moet geinvesteerd worden in de netten en innovatie en niet naar aandeelhouders gaan."

6,4 punten

53

"Winst maken is geen schande als het maar niet ten koste gaat van de gebruiker"

"Bedrijven willen altijd zoveel mogelijk winst maken, maar dit moet niet ten koste gaan van de burgers."

"Ik vind het niet goed dat energie zo geprivatiseerd is. Energie opwekken zou moeten gaan om zo duurzaam mogelijk de wereld voorzien van energie voor een betaalbare prijs, niet om winst voor de aandeelhouders"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven Energie is een eerste levensbehoefte. Energiebedrijven zouden nutsbedrijven moeten zijn (of genationaliseerd), zonder winstoogmerk Energiebedrijven zouden niet heel veel moeten verdienen aan (de) energie(transitie) Vooral openheid van energiebedrijven is belangrijk

Verder genoemd: • Energiebedrijven verdienen erg veel geld, het zou de kosten voor inwoners verlagen als ze dat niet/minder zouden doen

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven ★★★

Energiebedrijven zijn bedrijven, die zouden gewoon winst mogen maken

★★★

★★

Verder genoemd: • Winst voor energiebedrijven is nodig voor innovatie (maar liever niet voor aandeelhouders)

★

Uitwerking: ‘Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder’ "Laten we de financiële impact voor mensen zo laag mogelijk houden.“

"Dat zal onmogelijk zijn alles is alleen maar duurder geworden en dat zal zo blijven."

"Hoe gelijker de prijzen, hoe makkelijker en sneller mensen overgaan."

6,4 punten

54

"Moet gebeuren ook als dit duurder is"

"Warmte is een zeer belangrijke nutsvoorziening en moet zo goedkoop mogelijk zijn. Niemand mag er iets aan verdienen en de overheid mag er geen belasting over heffen."

"Dit is een grote verandering, je krijgt mensen alleen mee als ze hetzelfde of minder betalen." "voorkomen van energiearmoede is belangrijk"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Energie is duur, het zou fijn zijn als het überhaupt goedkoper zou worden

★★★

Dat is belangrijk voor het draagvlak van de transitie

★★

Dat is eerlijk en zorgt voor gelijkheid en draagvlak

★

Het is goed als er een financiële prikkel is om over te stappen, dat motiveert mensen om over te stappen

★

Het is belangrijk dat het niet duurder wordt voor mensen, met name voor mensen die nu al moeilijk rondkomen

★

Verder genoemd: • Duurzame warmte moet niet duurder zijn dan gas, dat is een principekwestie • Inwoners zouden niet extra kosten moeten maken door iets dat wordt opgelegd

Het gaat sowieso duurder worden, dat is onvermijdelijk

Verder genoemd: • De energietransitie is belangrijk, dat mag wel wat kosten

Uitwerking: ‘De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten’ "Gelijkheid voor iedereen"

"Iedereen heeft evenveel recht op warmte. Verder is warmte in de ene gemeente niet meer waard dan in de andere, het product blijft hetzelfde."

"Het zou niet uit moeten maken waar je woont voor de hoogte van je energierekening"

4,8 punten

55

"Het lijkt me eerlijk als niemand veel meer gaat betalen voor dezelfde energie."

"Niet teveel uiteen lopen maar de omstandigheden kunnen anders zijn"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven Het is eerlijk als de prijzen in elke gemeente (redelijk) hetzelfde zijn

★★★

Gelijkheid tussen gemeenten is goed

★★★

Iedereen moet hetzelfde (tarief) betalen, dat is een principekwestie "De ene gemeente investeert veel geld in de energietransitie, die mogen ook profiteren daarvan. Dat zijn bewuste keuzes van gemeentes."

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Gemeenten verschillen van elkaar, het is daarom logisch/niet erg als de tarieven ook verschillen

★

Verder genoemd: • Dat is niet haalbaar • Andere opties zijn belangrijker

★★

Uitwerking: ‘De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden’ "De overheid moet hier de regie voeren."

"Nee, de overheid moet dat niet voor mij gaan bepalen. Dit staat haaks op de rol die ik voor de overheid zie."

"Om de kosten laag te houden."

4,7 punten

56

"Uiteindelijk blijft geld de meeste motivatie voor de meeste dingen (helaas), dus als kosten beperkt kunnen worden dan helpt dit met de transitie"

"Dit beperkt de keuzevrijheid van de bewoner waardoor een bewoner niet voor zichzelf kan bepalen wat de juiste keuze is."

"De totale kosten voor de samenleving kunnen laag worden gehouden als de overheid regie voert. Voorwaarde is wel dat de overheid zich inleeft en expertise in doelgroepen serieus neemt, alvorens iets te bepalen."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

De overheid moet regie pakken

★★★

De overheid moet dit niet bepalen voor mensen, mensen moeten zelf kunnen bepalen of en hoe ze overstappen

★★★

De overheid is het beste in staat om de kosten laag te houden

★★

De overheid kan dit niet goed regelen

★

De overheid heeft de beste middelen om de transitie te regelen

★★

Verder genoemd: • Er moet een aanpak komen vanuit de wijken of gemeente zelf, niet landelijk opgelegd

Uitwerking: ‘De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners’ "Kansengelijkheid vind ik belangrijk. Zodat iedereen kan profiteren van duurzame en betaalbare warmte."

"Bevorderd ook acceptatie van de transitie" "Energie is een basisbehoefte die niet steeds duurder mag worden."

4,7 punten

57

"Iedereen moet dezelfde kans krijgen om over te stappen."

"De prijzen zijn al best hoog, dus beter als ze lager worden."

"Duurzaamheid niet ten koste van de minst bedeelden"

"Slecht idee om prijzen kunstmatig gelijk te houden. In een economie waar marktwerking het drijvende mechanisme is werken alleen de echte marktprijzen."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven ★★★

Dat is niet realistisch (bijvoorbeeld door marktwerking en inflatie gaan prijzen verschillen)

★★★

Dat is eerlijk en logisch

★

De prijzen zouden juist moeten dalen

★

De prijs voor energie moet vooral niet hoger worden

★

Dat zorgt voor draagvlak en een stimulans voor de transitie

★

Het is belangrijk dat de prijzen niet te onzeker zijn

Verder genoemd: • Het is met name belangrijk dat mensen die nu al moeilijk rond kunnen komen niet te veel gaan betalen

Uitwerking: ‘Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte’ "Het moet financieel aantrekkelijk zijn"

"Investeren is prima om dat bij bewoners neer te leggen, maar wel met garanties voor terugverdienen hiervan"

"Mooi streven, maar lijkt me niet haalbaar? Veranderen kost geld."

4,6 punten

58

"Voor veel mensenn is het duur, daarom moet het terugverdiend kunnen worden" "Dan wordt de overstap breed gedragen en verzet men zich minder" "Dat zal de mensen uiteindelijk het best motiveren om mee te werken"

"Duurzame warmte lijkt me belangrijker dat het terugverdienen van kosten."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven De transitie gaat veel geld van huishoudens kosten, het zou goed zijn om die kosten te drukken of terug te verdienen te maken

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven ★★★

Geen vertrouwen dat het ook echt terugverdiend wordt

★★

Dat stimuleert mensen tot overstappen

★★

De energietransitie is belangrijk, dat mag wel wat kosten

★

Dat is goed voor het draagvlak van de transitie

★

Er zouden geen extra kosten moeten zijn

★

Duurzame keuzes (zoals overstappen op duurzame warmte) zouden financieel aantrekkelijk moeten zijn

★

Verder genoemd: • Als de overheid verplicht dat je overstapt, moet dat terug te verdienen zijn

Verder genoemd: • Andere opties zijn belangrijker

Uitwerking: ‘Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas’ "Ja, niet iedereen heeft zomaar de mogelijkheden om te stoppen met gas."

"Wanneer het beste moment is voor jezelf, het mag niet opgelegd worden"

"Nee, dit moet geduwd worden anders komt het nooit." "Inwoners mogen niet gedwongen worden, maar moeten aangemoedigd worden om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven Niet iedereen heeft nu al geld om de transitie te kunnen betalen, daar moet rekening mee gehouden worden

★

Als mensen de tijd krijgen stappen (sommige) mensen nooit over

★★★

Het is belangrijk voor (financieel) draagvlak dat mensen zelf een moment kunnen kiezen

★

Dan zou de transitie te lang duren, we moeten snel van het gas af

★★

★

Klimaatverandering is zo'n groot probleem, we kunnen niet wachten met de energietransitie

★

Mensen moeten zelf keuzevrijheid hebben "Ik ben bang dat het dan te lang gaat duren voor dat mensen stoppen met gas"

3,4 punten

59

"De nood is te hoog om nog veel langer te wachten. Het moet behoedzaam en verantwoord gebeuren, maar oneindig lang"

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Verder genoemd: • De overheid moet de transitie er niet te veel doorheen drukken • Vooral als mensen net al investeringen hebben gedaan (nieuwe cv-ketel, verbouwing) moeten ze niet meteen hoeven over te stappen

Verder genoemd: • Andere opties zijn belangrijker

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

• Vinden inwoners lage vaste kosten het belangrijkst of lage verbruikskosten?

Vaste en verbruikskosten

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

• Wat zijn redenen van inwoners om lage vaste dan wel lage verbruikskosten het belangrijkst te vinden?

Badge 4 with solid fill

Badge 5 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Vaste en verbruikskosten Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

60

Deelnemers

Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Vraag over vaste en verbruikskosten • Doel. Inzicht krijgen in hoe deelnemers lage vaste kosten en lage variabele kosten afwegen. • Keuzesituatie. Deelnemers kregen een keuze voorgelegd: 1. Moeten de verbruikskosten laag zijn en de vaste kosten hoog? 2. Of moeten de vaste kosten laag zijn en de verbruikskosten hoog?

• Extra informatie. Deelnemers konden via een uitklapvenster extra informatie lezen over wat ‘verbruikskosten’ zijn en wat ‘vaste kosten’ zijn. • Voordelen van iedere keuze. Deelnemers konden van iedere keuze de voordelen lezen. • Vraag. Deelnemers konden aangeven of zij een sterke of lichte voorkeur hadden voor keuze 1 of keuze 2. Zij konden ook aangeven: ‘weet ik niet / zeg ik liever niet’. • Motivatie: Vervolgens konden ze hun keuze toelichten. • Analyse: We analyseren hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor keuze 1 of 2. En we analyseren de argumenten die deelnemers geven in de motivatie van hun voorkeur.

61

Figuur 4.1. Schermafbeelding van een keuze die deelnemers moesten maken

Begrippen ‘vaste- en verbruikskosten’ vinden veel deelnemers complex.

Uitleg data-analyse van dit onderdeel

• Complex. Een groot aantal argumenten die deelnemers gaven om hun voorkeur voor ofwel ‘lage verbruikskosten’ ofwel ‘lage vaste kosten’ komen niet overeen met de voorkeur die zij aangaven. Met andere woorden: het lijkt erop alsof een substantiële groep deelnemers de begrippen niet goed heeft begrepen. Zie onderstaande voorbeelden.

• Betrouwbaarheid. We analyseerden hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor lage vaste kosten dan wel lage verbruikskosten. We hebben ervoor gekozen deze resultaten niet op te nemen in de rapportage omdat de kans groot is dat de uitkomsten niet voldoende betrouwbaar zijn. Die conclusie trekken we op basis van het grote aantal argumenten dat niet overeenkomt met de voorkeur die zij hebben aangegeven.

• Toelichting. Stel een inwoner verbruikt weinig warmte. En stel de verbruikskosten zijn laag en de vaste kosten hoog. Dan geldt dat een inwoner relatief veel betaalt, ongeacht het verbruik. En relatief weinig per eenheid die de inwoner verbruikt. Lage verbruikskosten en hoge vaste kosten betekent daarom dat de hoogte van de energierekening niet veel daalt of stijgt als je verbruik wel veel stijgt of daalt. Voorbeelden van argumenten voor ‘lage verbruikskosten’ zijn het belangrijkst, die juist wijzen op een argument voor ‘lage vaste kosten’.

"De verbruiker moet betalen, daar moet wel een stimulans in zitten dat als je ook weinig gebruikt je dat financieel ook merkt."

62

"Dit stimuleert om verantwoord om te gaan met je verbruik."

• Alternatieve analyse. We analyseerden het aantal argumenten dat duidelijk pleiten voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. Als een deelnemer aangeeft dat het belangrijk is om zelf invloed te hebben op de energierekening dan is dat duidelijk een argument voor lage vaste kosten. • Rapportage. We laten de meest genoemde categorieën van argumenten zien die horen bij lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. Ook geven we aan hoeveel procent van de argumenten hoort bij een voorkeur voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.

Ruime meerderheid beargumenteert dat lage vaste kosten belangrijker zijn dan lage verbruikskosten. • Motivaties. 58% van de deelnemers motiveert zijn of haar keuze. • Voorkeur voor lage vaste kosten. Op basis van de argumenten die deelnemers geven concluderen we dat een ruime meerderheid (75-90%) van de deelnemers die haar keuze motiveert een voorkeur heeft voor lage vaste kosten.

Welke argumenten geven deelnemers als het gaat om lage vaste kosten of lage verbruikskosten? Meer sterretjes is vaker genoemd

Keuze 1: Zo laag mogelijke verbruikskosten is het belangrijkst

Keuze 2: Zo laag mogelijke vaste kosten is het belangrijkst

75-90%

Genoemde argumenten die horen bij lage verbruikskosten belangrijkst

Genoemde argumenten die horen bij lage vaste kosten belangrijkst

Geen vaakgenoemde argumenten

Energiebesparing is goed, dat zou gestimuleerd moeten worden

★★★

Mensen krijgen meer grip op hun kosten als de vaste kosten laag zijn

★★

Het is eerlijk als je betaalt voor wat je gebruikt

★★

In principe zou energiebesparing gestimuleerd moeten worden, maar sommige mensen kunnen niet besparen (o.a. door slechte isolatie). Daar moet rekening mee gehouden worden

★

Verder genoemd: • Lage verbruikskosten zorgen voor zekerheid over kosten en minder stress

63

10-25%

Verder genoemd: • Ik gebruik zelf nu al weinig energie, het zou fijn zijn als mijn kosten omlaag zouden gaan

Uitwerking: ‘Lage vaste kosten of lage verbruikskosten’ Wat schrijven deelnemers als reden om voor lage vaste kosten dan wel lage verbruikskosten te kiezen? "Zo heb je het zelf in de hand en worden zuinige mensen beloond."

"Dan heeft de verbruiker het meeste invloed op het verbruik en dus de kosten"

"Zo laag mogelijke vaste kosten betekent meer zeggenschap over eigen rekening en stimuleert minder energieverbruik. Het maakt ook dat isoleren en andere maatregelen lonen. Die maatregelen zouden beschikbaar gemaakt moeten worden voor iedereen."

"Bij lagere vaste kosten heb je meer profeit van het isoleren van je huis en dat moeten we aanmoedigen"

64

"Ik denk dat aansluitingen eerste levensbehoefte is. Hoeveel je van iets afneemt daar heb je invloed op"

"Minder energie verbruik is ook een persoonlijke keuze en moet duidelijk worden gestimuleerd door lagere verbruikskosten"

"Dat zal er ook voor zorgen dat mensen die zuiniger zijn beloond worden."

"In deze tijd is het voor veel mensen denk ik het belangrijkst om zekerheid te hebben over de kosten voor verwarmen en warm water"

"Er moet een prikkel zijn om energie te besparen"

"Kan je geld maar een keer uitgever"

"Zuinigheid siert"

"De vaste kosten heb je niet in de hand, de verbruikskosten wel."

"Mensen verbruiken wisselend, maar nog belangrijker is dat huizen wisselend verbruiken en daar hebben de mensen die er wonen niet altijd invloed op."

"Mensen met een laag inkomen hebben het al zo moeilijk"

"Vaste kosten kunnen slopend zijn voor huishoudens. Mensen kunnen zo zelf middels hun verbruikskosten de totale kosten laag proberen te houden."

"Moeilijk. Iedereen wilt warmte. De één is kouder dan de ander, de één is sneller net douchen dan de ander. Dit kan al bijvoorbeeld omdat iemand ouder is of beperkingen heeft. Dus wat is eerlijk?"

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

5A

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

Kenmerken van warmteoplossingen

5B

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

5C

Effecteninschattingen

Argumenten-analyse

Argumenten-analyse

5D

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

65

Deelnemers

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen

Kenmerken van warmteoplossingen

Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

De hoofdvraag van het Discrete Choice Experiment (DCE) was welke aanpak deelnemers adviseren.

Figuur 5.1. Een schermafbeelding van het DCE-gedeelte voor woningeigenaren van het onderzoek.

• Doel. Het doel van een DCE is om te kwantificeren welke waarde deelnemers toekennen aan bepaalde kenmerken van een warmteoplossing en hoe zij die kenmerken afruilen. • Keuzesituatie. In totaal zijn er 48 keuzesituaties voorgelegd. Iedere deelnemer kreeg hier steeds zes* van te zien: zij moesten dus zes keer kiezen of zij aanpak 1 of aanpak 2 adviseren. Elke keer zagen zij de effecten van aanpak 1 en aanpak 2, zonder te weten wat aanpak 1 of 2 is. Er werden geen warmtetechnieken genoemd. Steeds zagen deelnemers de effecten op een aantal kenmerken waarbij de waarden van deze kenmerken varieerden tussen keuzesituaties: • Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040. • Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu? • Wie is de energieleverancier? • Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu? • Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu? • Waardering van kenmerken. Doordat mensen meerdere keren keuzes maken is vast te stellen hoe zij kenmerken tegen elkaar uitruilen. Bijvoorbeeld: wanneer wegen de eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk tussen nu en 2040 op tegen 50% CO2-besparing? • Huurders en kopers. Huurders kregen een aangepaste DCE te zien. Het bovenste kenmerk (eenmalige kosten woningeigenaren) kregen zij niet te zien.

• Extra informatie. Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over ieder kenmerk. 66

* Iedere deelnemer kreeg 6 van de 48 keuzesituaties te zien. Er waren 8 varianten van het onderzoek. Dat betekent dat verschillende deelnemers verschillende keuzes voorgelegd kregen.

Figuur 5.2. Illustratie van “burger vs consument paradox”

We onderzoeken de voorkeuren van de burger. Deze kunnen afwijken van de voorkeuren van de eindgebruiker (“burger versus consument paradox”). • Burger-consument paradox. Hoe kan het dat (bijna) niemand vóór kinderarbeid is terwijl ‘fast fashion’ enorm veel wordt verkocht? Hoe kan het dat (bijna) niemand vóór dierenleed is terwijl de bio-industrie gigantisch is? Een verklaring hiervoor is een concept dat bekend staat als de ‘burger versus consument paradox’: mensen handelen vaak vanuit twee verschillende rollen. Soms staat onze rol als burger meer op de voorgrond, bijvoorbeeld wanneer we stemmen op een politieke partij. We handelen dan vaker vanuit idealen en onze positie als onderdeel van de samenleving. Soms staat onze rol als consument meer op de voorgrond, bijvoorbeeld wanneer we in een winkel staan. We handelen dan vaker vanuit eigenbelang. Als burger kun je tegen kinderarbeid zijn en als consument kun je toch goedkope kleding kopen die door kinderen is gemaakt. Met andere woorden: als burger kun je tegen je eigen consumentengedrag zijn en vice versa. Zie het illustratieve voorbeeld op de volgende pagina. • In dit onderzoek onderzoeken we de voorkeuren van burgers. In dit onderzoek is deelnemers gevraagd welke aanpak ze de gemeente adviseren als de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken en waarbij de eenmalige kosten tussen nu en 2040 vallen.

En niet welke aanpak ze voor hun eigen huis zouden willen. De reden hiervoor is dat overheden in het kader van het Warmteprogramma moeten onderbouwen waarom een alternatieve warmteoplossing betaalbaar is wanneer zij een gebied van het aardgas af gaan halen. De gemeente beslist niet per woning of ze de woning wel of niet van het gas af halen. In dit onderzoek hebben we een collectief vraagstuk voorgelegd en we meten de voorkeuren van de burger.

• Eindgebruiker als consument. De eindgebruiker van warmte kan, als consument, andere voorkeuren hebben als het gaat om de betaalbaarheid van duurzame warmte. Als het gaat om de individuele beslissing om over te stappen kunnen er andere aspecten meespelen bij de perceptie van betaalbaarheid. Bijvoorbeeld, de mate van ontzorging, de warmtetechniek, de details van het aanbod, de individuele financiële draagkracht 67 en welke financieringsvormen er beschikbaar zijn.

Illustratief voorbeeld van de burger-consument paradox.

Figuur 5.3. “The California Egg Paradox”

Aandeel legbatterij-eieren in jaarlijkse verkoop

Referendum: Bent u voor of tegen een verbod op verkoop legbatterij-eieren?

1% 40% 60%

99%

Biologisch

Legbatterij

Voor

Tegen

“Why are consumers seemingly so compassionate in the voting booth and yet so indifferent in the grocery store?” Hestermann et al., 2018

68

• Voorbeeld. Ter illustratie van de burger versus consument paradox, zie figuur 5.2 hiernaast met een bekend voorbeeld waarin mensen hun individuele voorkeuren en collectieve voorkeuren niet overeen kwamen. In Californië was er een referendum om de verkoop van eieren van legbatterij kippen te verbieden. Een meerderheid van de inwoners stemde vóór dit verbod. Dit terwijl 99% van de verkochte eieren op dat moment kwam van legbatterij kippen. • Verklaring van de burger versus consument paradox. Onderzoekers hebben uitgezocht waarom mensen zulke andere keuzes maken in een individuele setting en een collectieve setting. Een belangrijke reden is dat mensen niet zo snel bereid zijn om als enige voor iets te betalen (in dit geval voor biologische eieren) omdat de impact van hun eigen keuze voor hun gevoel klein is, maar diezelfde mensen kunnen wel bereid zijn om bij te dragen wanneer de hele gemeenschap hiertoe verplicht wordt via een beslissing van de overheid, omdat de collectieve impact groot is.

Twee belangrijke uitgangspunten van het onderzoek en de beperkingen als gevolg daarvan Uitgangspunt 1: voorkeuren van burgers, niet van eindgebruikers

Uitgangspunt 2: relatieve voorkeur

• Collectieve voorkeuren. Dit onderzoek meet de voorkeuren voor collectieve effecten van beslissingen tussen nu en 2040 als het gaat om een aanpak voor warmte. De belangrijkste financiële kenmerken zijn onderdeel van de aanpak. Heel concreet kunnen we daaruit afleiden wat gemiddelde acceptabele kosten zijn tussen nu en 2040 voor een warmteoplossing als deze in de hele wijk wordt toegepast. Deze voorkeuren kunnen anders zijn dan wat inwoners als eindgebruiker bereid zijn te betalen voor een warmteoplossing als ze wordt gevraagd om op korte termijn een keuze te maken.

• Relatieve voorkeur. Of mensen een voorkeur hebben voor een warmteoplossing staat niet op zichzelf. Het niet hebben van een warmtevoorziening in huis is voor nagenoeg niemand een realistische optie. Daarom wordt de beoordeling ervan door inwoners altijd gedaan ten opzichte van iets anders. Vaak is dat aardgas omdat dat nog steeds bijna altijd beschikbaar is. En wanneer aardgas niet meer beschikbaar is, zal de beoordeling door inwoners gedaan worden tussen de ene warmteoplossing en de andere. Daarom onderzoeken we in dit onderzoek de voorkeur van duurzame warmte ten opzichte van gas of een andere warmteoplossing. In deze vergelijking nemen we steeds de belangrijkste financiële kenmerken mee.

• Beperkingen als gevolg van dit uitgangspunt. • Individuele betalingsbereidheid. We kunnen op basis van de gemiddelde acceptabele kosten níet concluderen wat de gemiddelde burger zelf bereid is te betalen. De gemiddelde collectieve acceptatie is niet hetzelfde als de individuele betalingsbereidheid. • Individueel overstappen. Op basis van de gemiddelde acceptabele collectieve kosten is níet te voorspellen hoeveel mensen zullen overstappen wanneer zij op een specifiek moment een aanbod krijgen met bepaalde kenmerken. • Vervolgonderzoek. Om vast te stellen onder welke voorwaarden een individuele inwoner de overstap maakt naar een duurzame warmteoplossing is aanvullend onderzoek nodig. 69

• Beperking als gevolg van dit uitgangspunt. Stel dat dit onderzoek aantoont onder welke voorwaarden voor 75% van de inwoners een voorkeur heeft voor een warmteoplossing met de kenmerken van een warmtenet, inclusief de belangrijkste financiële kenmerken. En stel dat dit is gebaseerd op de verwachting dat de prijzen van aardgas in de toekomst stijgen. Dan kan het zo zijn dat 75% van de inwoners een voorkeur heeft voor het warmtenet boven aardgas, maar dat het nog steeds niet als betaalbaar ervaren wordt omdat gas als nóg minder betaalbaar ervaren wordt.

5A

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

Badge 1 with solid fill

Badge with solid fill

Badge 3 with solid fill

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

70

Deelnemers

Badge 4 with solid fill

Vaste en verbruikskosten

Badge 5 with solid fill

Badge 7 with solid fill

Kenmerken van warmteoplossingen

Kenmerken van warmteoplossingen

Extra vraag

Over het onderzoek

Methodologie

Een voorgelegde keuzesituatie (1) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Precies de helft van de deelnemende woningeigenaren in Delft koos voor een aanpak met veel hogere CO2-besparing en de mogelijkheid tot koelen ondanks dat de eenmalige kosten veel hoger waren dan bij de andere aanpak en er tevens geen maandelijkse besparing tegenover stond zoals bij de andere aanpak. • Interpretatie. We leren hieruit dat de helft van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

71

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 20.000,-

€ 1.000,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

Zelfde als nu

€ 25 minder

Wie is de energieleverancier?

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

90% besparing

10% besparing

Percentage dat de aanpak adviseert

50%

50%

Een voorgelegde keuzesituatie (2) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Een nipte meerderheid van de deelnemende woningeigenaren in Delft koos voor een aanpak met hoge CO2-besparing ondanks dat de eenmalige kosten veel hoger waren dan bij de andere aanpak en tevens ook de maandelijkse kosten hoger werden in plaats van lager. • Interpretatie. We leren hieruit dat een meerderheid van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 4.000,-

€ 15.000,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 50,- minder

€ 75,- meer

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Zelfde als nu

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

0% besparing

90% besparing

Wie is de energieleverancier?

Percentage dat de aanpak adviseert

72

43%

57%

Een voorgelegde keuzesituatie (3) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Een meerderheid van de deelnemende woningeigenaren in Delft koos voor een aanpak met hogere CO2-besparing ondanks dat de maandelijkse kosten hoger werden in plaats van de aanpak die veel minder CO2-besparing opleverde maar wel zorgde voor een maandelijkse financiële besparing. • Interpretatie. We leren hieruit dat een meerderheid van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16033943/1