Raadpleging betaalbaarheid van duurzame warmteoplossingen Delft
Tekst van het document
Aanpak 1
Aanpak 2
Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.
€ 2.500,-
€ 2.500,-
Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?
€ 50,- meer
€ 75,- minder
Wie is de energieleverancier?
Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.
Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.
Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?
Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.
Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.
Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?
60% besparing
10% besparing
Percentage dat de aanpak adviseert
73
61%
39%
Een voorgelegde keuzesituatie (4) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Een nipte meerderheid van de deelnemende woningeigenaren in Delft koos voor een aanpak met veel hogere CO2-besparing en lagere eenmalige kosten ondanks dat de maandelijkse kosten een stuk hoger werden in plaats van veel lager bij de andere aanpak. • Interpretatie. We leren hieruit dat een meerderheid van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 hogere maandelijkse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.
Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos
Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?
Aanpak 1
Aanpak 2
Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.
€ 4.000,-
€ 2.500,-
Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?
€ 100,- minder
€ 75,- meer
Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.
Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.
Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?
Zelfde als nu
Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.
Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?
10% besparing
100% besparing
Wie is de energieleverancier?
Percentage dat de aanpak adviseert
74
42%
58%
Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?
5B
Badge 1 with solid fill
Badge with solid fill
Badge 3 with solid fill
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
75
• Resultaten keuzemodel
Deelnemers
• Hoe ruilt de gemiddelde deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar af? • Wat zijn acceptabele terugverdientijden?
Badge 4 with solid fill
Vaste en verbruikskosten
Badge 5 with solid fill
Badge 7 with solid fill
Kenmerken van warmteoplossingen
Kenmerken van warmteoplossingen
Extra vraag
Over het onderzoek
Methodologie
Resultaten keuzemodel van de gemiddelde deelnemer in Delft op een rij
Coëfficiënt
Koop (n=797)
Huur (n= 315)
Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040. Waardering per €1.000,-.
-0,075
n.v.t.
Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu? Waardering per euro maandelijkse kosten.
-0,005
-0,007
Energieleverancier: er is 1 energiebedrijf, in handen van de overheid. Ten opzichte van de status quo voor gas: inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert
0,201
Niet significant
• Positief en negatief. We zien dat de gemiddelde deelnemer extra kosten negatief waardeert, geheel volgens verwachting. Ook zien we dat de gemiddelde deelnemer wooncomfort en CO₂-besparing positief waardeert, ook geheel volgens verwachting.
Wooncomfort: Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. Ten opzichte van: wooncomfort is hetzelfde als nu.
0,356
0,368
• Verschillende waardering voor eigenaar energieleverancier. Een aantal huurders beoordeelt de overheid als eigenaar van de energieleverancier als iets positiefs, en een aantal beoordeelt dat juist als iets negatiefs. Per saldo is niet te zeggen of de gemiddelde huurder het positief of negatief vindt als het eigendom van de energieleverancier in publieke handen is. Daarom is deze coëfficiënt niet significant. Voor woningeigenaren is wel vast te stellen dat zij dit kenmerk positief waarderen.
Wooncomfort: Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen. Ten opzichte van: wooncomfort is hetzelfde als nu.
0,693
0,686
Hoeveel CO2-besparing is er per woning voor verwarmen warm water en koken vergeleken met nu? Waardering per procent.
0,016
0,012
• Keuzemodellen. Met multinomiale logistische modellen kan worden bepaald wat voor de gemiddelde deelnemer het relatieve belang is van de verschillende kenmerken bij het maken van keuzes tussen verschillende aanpakken voor verwarming, warm water en koken. • Significantie. We kunnen met een betrouwbaarheid van 95% aantonen dat de gemiddelde deelnemer de kenmerken meeweegt in het advies over een aanpak voor verwarmen, warm water en koken. Tenzij er ‘niet significant’ staat. • Nutspunten. De coëfficiënten worden uitgedrukt in zogenaamde nutspunten. Hoe groter het aantal nutspunten, hoe groter de invloed van het kenmerk voor de gemiddelde inwoner bij het beoordelen van de aanpak voor verwarmen, warm water en koken.
• Foutmarge. Ieder onderzoek kent een bepaalde mate van onzekerheid over de mate waarin je uitspraken kan doen over alle inwoners van de gemeente. Daarom is er sprake van een foutmarge, zie bijlage A. Als alle inwoners uit de gemeente mee zouden doen aan het onderzoek dan is de kans 90% dat keuzes van de gemiddelde inwoner 76 binnen de bandbreedte van de foutmarge liggen.
Rekenvoorbeeld 1
Wanneer wegen eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk op tegen een maandelijkse besparing volgens de gemiddelde woningeigenaar? Hiervoor berekenen we het kantelpunt. De coëfficiënt van 1000,- eenmalige kosten is -0,075 en de coëfficiënt van 1,- extra maandelijkse kosten is -0,005 (zie Bijlage A). • Kantelpunt: eenmalige kosten van 1000,- = maandelijkse besparing. • Kantelpunt: (-0,075 * 1) = -(-0,005 * X) • Ofwel: X =(-0,075 * 1)/0,005 = -13,6 • Kortom: €1000,- eenmalige kosten heeft voor de gemiddelde woningeigenaar een even grote invloed op de keuze tussen twee aanpakken als een maandelijkse besparing van €13,60. Interpretatie: €1000,- eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk zijn acceptabel als dat gepaard gaat met €13,60 lagere maandelijkse kosten. De acceptabele terugverdientijd die hierbij hoort is dus (1000/(13,60*12) = 6 jaar. Rekenvoorbeeld 2
Wanneer wegen eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk tussen nu en 2040 op tegen 50% CO₂-besparing? Hiervoor berekenen we het kantelpunt. De coëfficiënt van 1000,- eenmalige kosten is -0,075 en de coëfficiënt van 1% CO₂besparing is 0,016 (zie pagina Bijlage A). • Kantelpunt: eenmalige kosten (uitgedrukt per 1,-) = 50% CO₂-besparing. • Kantelpunt: (-0,075 * X/1000) = -(50 * 0,016) • Oftewel: X =-(50 * 0,016)*1000/-0,075 = 10616. (afronding) • Kortom: € 10.616,- eenmalige kosten tussen nu en 2040 voor woningeigenaren in de wijk heeft voor de gemiddelde woningeigenaar een even grote invloed op de keuze tussen twee aanpakken als een CO2 besparing van 50%. • Interpretatie: € 10.616,- eenmalig tussen nu en 2040 voor woningeigenaren in de wijk zijn acceptabel als dat gepaard gaat met 50% CO₂-besparing.
77
Interpreteren van coëfficiënten met enkele rekenvoorbeelden. • Relatieve waarde. Door coëfficiënten door elkaar te delen kan de relatieve waarde van ieder kenmerk bepaald worden. Hieruit leren we hoe deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar afwegen. • Kantelpunt. Als de kosten (kenmerken met een negatieve coëfficiënt) voor de gemiddelde deelnemer even veel invloed hebben op de keuze als de baten (kenmerken met een positieve coëfficiënt), dan hebben we het kantelpunt gevonden. Dan hebben de kosten een even grote, maar tegengestelde, invloed op de keuze tussen twee aanpakken als de baten. De kosten wegen dan op tegen de baten. • Acceptabele kosten. Stel, de positieve balkjes zijn iets groter dan de negatieve balkjes. Dan betekent dit dat als de gemiddelde burger moet kiezen tussen één aanpak zonder hogere kosten en zonder baten en een andere aanpak met hogere kosten en met bepaalde baten, dan kiest de gemiddelde burger voor de laatste aanpak. Burgers hebben liever geen hogere kosten, want de coëfficiënten die hierbij horen zijn immers negatief. Maar de gemiddelde burger accepteert bepaalde hogere kosten wel als het bepaalde baten oplevert. Wanneer we het kantelpunt hebben gevonden kunnen we daarom concluderen dat de kosten acceptabel zijn voor de gemiddelde burger als dat gepaard gaat met de baten die horen bij het kantelpunt.
Hierbij merken we op dat het gaat om de gemiddelde burger; dit betekent dat de helft van de burgers de kosten níet acceptabel vindt en de helft wel.
• Foutmarge. Bij het berekenen van de acceptabele kosten hoort ook een foutmarge. Deze is met dezelfde rekenmethodiek als in de rekenvoorbeelden op deze pagina uit te rekenen op basis van de foutmarge die hoort bij de coëfficiënten, zie bijlage A. • Individuele betalingsbereidheid. We kunnen op basis van de gemiddelde acceptabele kosten níet concluderen wat de gemiddelde eindgebruiker bereid is te betalen. De gemiddelde collectieve acceptatie is niet hetzelfde als de individuele betalingsbereidheid. Zie pagina’s 67-69 voor meer uitleg hierover.
De gemiddelde woningeigenaar en huurder ontleent baten aan CO₂-besparing en extra wooncomfort • Relatieve invloed. In figuur 5.4 hiernaast zien we gevisualiseerd wat de relatieve invloed per kenmerk is van de gemiddelde burger op de keuze voor een aanpak voor verwarming, warm water en koken. • Acceptabele kosten. De gemiddelde burger heeft liever geen hogere kosten, want de coëfficiënten die hierbij horen zijn immers negatief. Maar als de positieve (blauwe) balkjes ongeveer even groot zijn als de negatieve (oranje) balkjes dan wegen de kosten op tegen de baten voor de gemiddelde burger. Met andere woorden: de gemiddelde burger accepteert bepaalde hogere kosten* wel als het bepaalde baten oplevert. Om tot concrete bedragen te komen volgen we de rekenmethodiek op de vorige pagina. Voor woningeigenaren in Delft geldt dat als het voor iedereen in de wijk beter warm blijft in huis, dan zijn eenmalige kosten van €4.755 (+/- €1.997)** tussen nu en 2040 per woningeigenaar, óf €64 (+/- €28) extra per maand, voor de gemiddelde woningeigenaar acceptabel. Voor huurders is in dit geval €53 (+/- €21) extra per maand acceptabel. Voor beter warm én koeling dan zijn eenmalige kosten van €9.268 (+/- €2.104) tussen nu en 2040 per woningeigenaar, óf €126 (+/- €36) extra per maand, voor de gemiddelde woningeigenaar acceptabel. Voor huurders is in dit geval €99 (+/- €22) extra per maand acceptabel.
Ook geldt voor woningeigenaren dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €10.616 (+/- €1.222) tussen nu en 2040 per woningeigenaar, óf €144 (+/- €32) extra per maand, voor de gemiddelde woningeigenaar acceptabel. Voor huurders is in dit geval €84 (+/- €15) extra per maand acceptabel.
• Verschillen. Bovenstaande acceptabele kosten gelden voor de gemiddelde burger. Maar wat mensen acceptabel vinden verschilt sterk. Voor sommige groepen burgers liggen de acceptabele kosten veel lager. Zie onder andere de volgende twee pagina’s. Wanneer de kosten acceptabel moeten zijn voor een grote meerderheid (bijvoorbeeld 70% of 80%), moeten de kosten flink lager zijn dan bovenstaande genoemde bedragen. Pagina 89 geeft een indicatie van de kenmerken van een warmtetechniek die door ~ 50%, 70% en 80% wordt geadviseerd. 78
* Individuele betalingsbereidheid. We kunnen op basis van de gemiddelde acceptabele kosten níet concluderen wat de gemiddelde eindgebruiker bereid is te betalen. Zie pagina’s 67-69. voor meer uitleg hierover.
Figuur 5.4. Relatieve invloed per kenmerk van de gemiddelde huurder en woningeigenaar op de keuze voor een aanpak voor warmte.
n.v.t. H
€7.000 eenmalige kosten per woningeigenaar tussen nu en 2040
W
H
€100,- extra maandelijkse kosten
W H
Er is één energiebedrijf, in handen van de overheid
Niet significant
W
H
Beter wooncomfort: het blijft beter warm in huis en het tocht minder
W
Wooncomfort + koeling: het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.
H W H
50% CO2-besparing
W
Negatieve waardering
H
Huurders
Positieve waardering
W
Woningeigenaren
** Ieder onderzoek kent een bepaalde mate van onzekerheid over de mate waarin je uitspraken kan doen over alle inwoners van de gemeente. Daarom is er sprake van een foutmarge. Als alle inwoners uit de gemeente mee zouden doen aan het onderzoek dan is de 90% dat keuzes van de gemiddelde inwoner binnen de bandbreedte van de foutmarge liggen.
Inwoners die moeilijk rondkomen ontlenen minder baten aan CO2besparing, wooncomfort en eigenaarschap energieleverancier • Uitgelicht. Bij het maken van beleid over duurzame warmte wordt vaak extra aandacht gegeven aan de groep mensen die financieel moeilijk rondkomt. Daarom kijken we in dit onderzoek specifiek naar de resultaten van deze groep. Omdat het aantal deelnemers in de gemeente Delft die moeilijk rondkomt laag is, hebben we in dit geval gekeken naar de groep mensen die moeilijk rondkomt uit een aantal gemeenten. Dit vergelijken we met de resultaten van alle deelnemers uit deze gemeenten. • Overeenkomsten met de gemiddelde deelnemer. We zien in figuur 5.5. dat deelnemers die financieel moeilijk rondkomen hogere kosten negatief waarderen, en CO₂besparing en wooncomfort positief waarderen. • Verschillen met de gemiddelde deelnemer. In vergelijking met de gemiddelde deelnemer van alle deelnemende gemeenten, wegen de kosten relatief zwaarder mee dan de baten in een keuze voor een aanpak. Uitgedrukt in acceptabele kosten: voor woningeigenaren die moeilijk rondkomen geldt dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €4.497 (+/- €1.284) tussen nu en 2040 per woningeigenaar acceptabel. Dit bedrag is net iets meer dan de helft van het bedrag dat de gemiddelde woningeigenaar uit al deze gemeenten acceptabel vindt: €8.281 (+/- €307). 79
Figuur 5.5. Invloed per kenmerk: gemiddelde vergeleken met inwoners die moeilijk rondkomen* Woningeigenaren
Huurders
€7.000 eenmalige kosten per woningeigenaar tussen nu en 2040
⍉
n.v.t.
⍉
€
n.v.t.
€
€100,- extra maandelijkse kosten
⍉
⍉
€
€
Er is één energiebedrijf, in handen van de overheid
⍉
Beter wooncomfort: het blijft beter warm in huis en het tocht minder
⍉
Wooncomfort + koeling: het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen. 50% CO2-besparing
€
€
⍉
Niet significant
€
Niet significant
⍉
€
Niet significant
⍉
⍉
€
€
⍉
⍉
€
€
Negatieve waardering
⍉
Gemiddeld
Positieve waardering
€
Komt moeilijk rond
*Deze grafieken zijn gebaseerd op de coëfficiënten die zijn vastgesteld op basis van de resultaten van alle deelnemende gemeentes van dit onderzoek tot op moment van publicatie. Dat zijn: Almere, Amsterdam, Den-Haag, Delft, Dordrecht, Katwijk, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Oss, Rotterdam, Soest, Stichtse Vecht, Noordoostpolder, Utrecht & Zeewolde. De coëfficiënten zijn te vinden in de bijlage.
Wel of geen klimaatzorgen bepaalt in sterke mate de keuzes die mensen maken • Verklarende factor. Of mensen zich zorgen maken om het klimaat heeft veel invloed op de keuzes die zij maken voor een aanpak voor verwarmen, warm water en koken. Met name de invloed van de CO2-besparing is veel minder groot bij mensen die geen klimaatzorgen hebben. • Klimaatzorgen en eigenaarschap energieleverancier. Zowel huurders als woningeigenaren die zich zorgen maken over het klimaat beoordelen de overheid als eigenaar van de energieleverancier als iets positiefs. Huurders die zich geen zorgen maken om klimaat beoordelen dit juist als iets negatiefs. Van woningeigenaren die zich geen zorgen maken is niet vast te stellen of zij dit positief of negatief beoordelen.
• Klimaatzorgen en kosten. Voor zowel huurders als woningeigenaren die zich geen zorgen maken om het klimaat, wegen de kosten relatief veel zwaarder mee dan de baten in een keuze voor een aanpak. Uitgedrukt in acceptabele kosten: voor woningeigenaren met klimaatzorgen geldt dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €10.565 (+/- €400) tussen nu en 2040 per woningeigenaar acceptabel. Voor woningeigenaren zonder klimaatzorgen ligt dit bedrag veel lager: hier geldt dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €2.240 (+/- €599) tussen nu en 2040 per woningeigenaar acceptabel.
80
Figuur 5.6. Invloed per kenmerk: uitgesplitst naar wel of geen klimaatzorgen* Woningeigenaren
Huurders
J
n.v.t.
J
N
n.v.t.
N
J
J
N
N
J N
J
Niet significant
N
J
J
N
N
J
J
N
N
J
J
N
N
Negatieve waardering
J
Ja: wel klimaatzorgen
Positieve waardering
N
Nee: geen klimaatzorgen
*Deze grafieken zijn gebaseerd op de coëfficiënten die zijn vastgesteld op basis van de resultaten van alle deelnemende gemeentes van dit onderzoek tot op moment van publicatie. Dat zijn: Almere, Amsterdam, Den-Haag, Delft, Dordrecht, Katwijk, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Oss, Rotterdam, Soest, Stichtse Vecht, Noordoostpolder, Utrecht & Zeewolde. De coëfficiënten zijn te vinden in de bijlage.
• Onder welke voorwaarden adviseren inwoners een warmtenet boven aardgas?
5C
Effecteninschattingen
• Onder welke voorwaarden adviseren inwoners een warmtepomp boven aardgas? • Onder welke voorwaarden adviseren inwoners een warmtenet boven een warmtepomp of andersom?
81
Kenmerken van warmteoplossingen
Vertaalslag naar scenario’s: wanneer adviseren bewoners duurzame warmte boven aardgas? Effecteninschattingen op basis van realistische scenario’s • Het is mogelijk om voor realistische scenario’s in te schatten hoeveel procent van de deelnemers een aanpak voor een warmteoplossing zou adviseren ten opzichte van een aardgas-scenario, als zij deze warmteoplossing en aardgas puur op de gebruikte kenmerken zouden beoordelen. • Dat doen we door de kenmerken van realistische scenario’s te vermenigvuldigen met de coëfficiënten uit de vorige sectie. Bijvoorbeeld • Eén realistisch scenario is dat de gasprijs over 10 jaar X euro duurder is. En dat een warmtenet deze kenmerken heeft: A en B. Op basis van de coëfficiënten berekenen we dat in dat geval U% de kenmerken van het warmtenet adviseert boven die van aardgas.
Landelijke informatiebronnen • We baseren de scenario's op gangbare landelijke informatiebronnen. We nemen getallen voor investeringskosten en energieverbruik die horen bij een gemiddelde rijwoning tussen met goede, matige of slechte isolatie. We verrekenen landelijke subsidies in de kosten. • Meer informatie is te lezen in hoofdstuk 8.
82
Gebruikte scenario’s • Huidige verwarming met aardgas: kenmerken die horen bij het blijven gebruiken van aardgas tegen de huidige voorwaarden en prijzen. Er worden geen investeringen in de woning gedaan, maar de cv-ketel wordt wel een keer vervangen. • Toekomstige verwarming met aardgas: kenmerken die horen bij het blijven gebruiken van aardgas tegen de verwachte toekomstige voorwaarden en prijzen. Er worden geen investeringen in de woning gedaan. Het gebruikte gas wordt wel duurder, onder meer door het bijmengen van groen gas en het ETS-2 (zie hoofdstuk 8). Door het bijmengen van groen gas wordt het ook schoner. • Mogelijk toekomstig warmtenet: kenmerken die horen bij de overstap op een indicatief voorspeld warmtenet. In de energierekening wordt aardgas vervangen door warmte, tegen verwachte toekomstige tarieven. Er zijn investeringen in de woning nodig om over te stappen. Het warmtenet is in publiek eigendom, levert geen koelte en voldoet aan verwachte eisen voor de CO₂-uitstoot. De tarieven komen uit studies voor landelijk beleid. In de praktijk zullen deze sterk verschillen tussen warmtenetten. • Warmtepomp: kenmerken die horen bij de overstap op een warmtepomp. In de energierekening wordt aardgas vervangen door elektriciteit tegen de verwachte toekomstige prijzen.
Er zijn investeringen in de woning nodig om over te stappen, zowel in de warmtepomp zelf als in andere woningaanpassingen. We gaan ervan uit dat de warmtepomp kan koelen en volledig op CO₂-vrije stroom draait.
Figuur 5.8. Voorbeeld van een vergelijking tussen twee warmtescenario's met uitleg. Kenmerken uit warmtescenario’s • De kenmerken van de aanpakken zijn gebaseerd op verschillende warmtetechnieken, onder verschillende aannames. Zo kunnen we conclusies trekken over hoe burgers de kenmerken van deze technieken waarderen. • De percentages zijn uitsluitend gebaseerd op de bovenin getoonde kenmerken. Deelnemers hebben nooit gekozen voor of tegen aardgas, warmtenetten of warmtepompen. Dat betekent dat factoren die hier niet staan, zoals de reputatie van warmtetechnieken, ruimte en geluid, niet meegewogen worden. Berekende resultaten • We berekenen voor de getoonde kenmerken welk deel van de burgers aanpak 1 of aanpak 2 zou adviseren. • De berekening is gebaseerd op de resultaten van het keuzemodel* (de coëfficiënten uit het vorige onderdeel). * Lineaire-additieve Multinominal Logit (MNL) modellen 83
Interpretatie percentages • Het percentage geeft aan wat het berekende aandeel van kopers of huurders is dat een aanpak met deze eigenschappen adviseert ten opzichte van de andere. • Het gaat hier om voorkeuren voor een collectieve aanpak door de gemeente. Deze kunnen afwijken van de voorkeuren die ze voor hun eigen situatie en huis hebben. • Het gaat ook om voorkeuren op de lange termijn. Deze kunnen afwijken van de voorkeuren als er 'nu' een keuze gemaakt moet worden. • We kunnen deze percentages dus níet interpreteren als een aandeel van inwoners dat voor een warmteoplossing (zoals een warmtenet) zal kiezen.
We leiden uit de raadpleging af dat veel woningeigenaren de kenmerken van een warmtenet zouden adviseren boven die van het huidige aardgas. •
•
•
•
Kenmerken warmtenet vs. huidig aardgas. De vergelijking hier is tussen kenmerken die horen bij een indicatief voorspeld warmtenet en die van huidige verwarming met aardgas. De kenmerken van het warmtenet zijn een landelijke verwachting en niet specifiek voor plannen in Delft. Verschil in eigendom en duurzaamheid. Het warmtenet en aardgas hebben relatief vergelijkbare kosten. De grote verschillen zitten in de eigendomssituatie en in de CO₂-besparing. Het warmtenet is publiek eigendom en bespaart 78% CO₂-uitstoot, gebaseerd op de (verwachte) wettelijke maximumuitstoot in 2035. Kosten voor huurders. Huurders betalen de meeste eenmalige kosten niet zelf. De maandelijkse kosten verschillen omdat ze niet voor het onderhoud van hun cv-ketel betalen. De huur verandert vaak niet bij aansluiting op een warmtenet. Voorkeur voor kenmerken warmtenet. Uit het onderzoek leiden we af dat een ruime meerderheid van de burgers de warmtenetkenmerken zou adviseren boven de kenmerken van verwarming met aardgas.
•
Verschil woningeigenaren en huurders. Huurders zouden de warmtenetkenmerken wat minder vaak adviseren dan woningeigenaren.
•
Belang van duurzaamheid. Met name het verschil in CO₂-besparing leidt ertoe dat burgers een voorkeur hebben voor de warmtenetkenmerken. Op de andere kenmerken zijn de aanpakken relatief vergelijkbaar.
84
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
Scenario 2: huidige verwarming met aardgas
kenmerken uit warmtescenario’s
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €4 minder Huurders: €4 meer
Zelfde als nu
Energieleverancier
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
CO2-besparing
78% besparing
Geen besparing
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren
79%
21%
Huurders
71%
29%
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
De verwachte toekomstige kenmerken van aardgas leiden tot hetzelfde beeld. •
•
•
•
Kenmerken warmtenet vs. toekomstig aardgas. De vergelijking hier is tussen kenmerken die horen bij hetzelfde indicatieve voorspelde warmtenet en die van verwarming met aardgas in de toekomst. De kenmerken van het warmtenet zijn een landelijke verwachting en niet specifiek voor plannen in Delft. De prijs en duurzaamheid van aardgas veranderen. Een huishouden dat aardgas gebruikt heeft stijgende kosten, onder meer omdat er in de toekomst groen gas wordt bijgemengd en een CO₂-heffing bijkomt (ETS-2). Het bijmengen van groen gas leidt ook tot een CO₂-besparing. Weinig verandering in voorkeuren woningeigenaren. De hogere aardgasprijzen zorgen ervoor dat de aardgaskenmerken minder aantrekkelijk worden gevonden vergeleken met aardgas nu. Maar de CO₂-besparing compenseert dit weer. Hierdoor liggen de percentages die de beide aanpakken adviseren vrijwel gelijk met die in de vorige vergelijking. Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van het warmtenet uit. Het is daarmee een dominante keuze. De uitkomsten van de DCE kunnen daarom niet gebruikt worden om een percentage te voorspellen.
kenmerken uit warmtescenario’s
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €4 minder Huurders: €4 meer
€40 meer
Energieleverancier
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
CO2-besparing
78% besparing
8% besparing
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
85
Scenario 2: toekomstige verwarming met aardgas
81% Dominante keuze
19% 0%
Woningeigenaren zouden vaak de kenmerken van warmtepompen adviseren boven die van aardgas. •
•
•
86
Kenmerken warmtepomp vs. toekomstig aardgas. We vergelijken hier kenmerken die horen bij de overstap op een warmtepomp met die van verwarming met aardgas in de toekomst bij twee woningen: een goed geïsoleerde en een slecht geïsoleerde. Om over te stappen op de warmtepomp zijn in zowel de goed geïsoleerde woning als de slecht geïsoleerde woning aanpassingen aan de woning nodig. In de slecht geïsoleerde woning zijn daarvoor ook isolatie- en ventilatiemaatregelen nodig. Voorkeur voor warmtepompkenmerken. We leiden uit de raadpleging af dat een grote meerderheid van de woningeigenaren voor de goed geïsoleerde woning de warmtepompkenmerken zou adviseren boven die van aardgas. Bij de slecht geïsoleerde woning is dit ook een ruimte meerderheid. Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van de warmtepomp uit. We kunnen daarom geen percentages voorspellen.
Goed geïsoleerde woning
Slecht geïsoleerde woning
Scenario 2: toekomstige verwarming met aardgas
Scenario 1: warmtepompen
Scenario 2: toekomstige verwarming met aardgas
Aanpak 1
Aanpak 2
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €12.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €28.800 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €69 minder Huurders: €33 minder
€35 meer
Eigenaren: €92 minder Huurders: €46 minder
€44 meer
Energieleverancier
Inwoners kiezen een bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Beter warm + koeling
Zelfde als nu
Beter warm + koeling
Zelfde als nu
CO2-besparing
100% besparing
8% besparing
100% besparing
8% besparing
Scenario 1: warmtepompen kenmerken uit warmtescenario’s
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
88% Dominante keuze
12%
0%
74% Dominante keuze
26%
0%
Tussen de kenmerken van een warmtenet en die van warmtepompen is isolatieniveau belangrijk voor de voorkeur. •
•
•
•
87
Kenmerken warmtenet vs. warmtepomp. We vergelijken kenmerken die horen bij een indicatief voorspeld warmtenet met de kenmerken van een warmtepomp. Goed geïsoleerde woningen. We leiden uit het onderzoek af dat een meerderheid van de woningeigenaren de warmtepompkenmerken voor goed geïsoleerde woningen zou adviseren boven die van het warmtenet. De besparing op de energierekening, het comfort en de aanvullende CO₂-besparing wegen op tegen de hogere investeringskosten. Slecht geïsoleerde woningen. Bij een slecht geïsoleerde woning zou juist een meerderheid de warmtenetkenmerken adviseren boven die van de kenmerken van de warmtepomp. Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van de warmtepomp uit. We kunnen daarom geen percentages voorspellen.
Goed geïsoleerde woning
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
Slecht geïsoleerde woning
Scenario 2: warmtepompen
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
Scenario 2: warmtepompen
Aanpak 1
Aanpak 2
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €12.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: 9.000 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €28.800 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €10 meer Huurders: €18 meer
Eigenaren: €69 minder Huurders: €33 minder
Eigenaren: €19 minder Huurders: €11 minder
Eigenaren: €92 minder Huurders: €46 minder
Energieleverancier
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Beter warm
Beter warm + koeling
Beter warm
Beter warm + koeling
CO2-besparing
78% besparing
100% besparing
78% besparing
100% besparing
kenmerken uit warmtescenario’s
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
44% Dominante keuze
56% Dominante keuze
63% Dominante keuze
37%
Dominante keuze
Aanpakken moeten erg aantrekkelijk zijn om te kunnen rekenen op een grote meerderheid. •
•
•
•
88
Scenario 1: toekomstige verwarming met aardgas
Scenario 2a: warmtenet voor 51%
Scenario 2b: warmtenet voor 70%
Scenario 2c: warmtenet voor 80%
Aanpak 1
Aanpak 2a
Aanpak 2b
Aanpak 2c
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €15.000 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Kleine tot grote meerderheid. We definiëren opnieuw drie warmtenetscenario’s die we vergelijken met aardgas in de toekomst. De kenmerken van de warmtenetten zijn gebaseerd op het eerdere indicatieve voorspelde warmtenet en aangepast om tot specifieke percentages te leiden. Alleen de eenmalige kosten en de maandelijkse energierekening variëren.
kenmerken uit warmtescenario’s
Maandelijkse energierekening
€40 meer
Eigenaren: €100 meer Huurders: €110 meer
Eigenaren: €110 meer Huurders: €120 meer
Eigenaren: €10 meer Huurders: €20 meer
Klein meerderheid. Bij scenario 2a is het doel om tot steun van een minimale meerderheid van 51% te komen. Voor deze groep burgers zijn veel hogere kosten dan in het aardgasscenario acceptabel.
Energieleverancier
Inwoners kiezen een bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Zelfde als nu
CO2-besparing
8% besparing
78% besparing
78% besparing
78% besparing
Grote meerderheid. Bij scenario’s 2b en 2c is het doel om tot steun van een grote meerderheid van 70% of 80% te komen. Daarvoor moeten de kenmerken veel aantrekkelijker zijn dan in scenario 2a. Burgers verschillen. De verschillen tussen kenmerken van verschillende scenario’s zijn groot. Dat komt omdat het onderling sterk verschilt welke kosten mensen acceptabel vinden. Om tot een grote meerderheid te komen, is het ook nodig om burgers te overtuigen die weinig waarde hechten aan de voordelen van een aanpak en veel waarde hechten aan de nadelen.
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren
Percentage varieert0%
51%
70%
80%
Huurders
Percentage varieert
59%
57%
Dominante keuze
Verschillende ontwikkelrichtingen voor warmtenetten kunnen de steun vergroten •
•
Voorkeur van 85%. We definiëren drie warmtenetscenario’s die we vergelijken met aardgas in de toekomst. De kenmerken van de warmtenetten zijn gebaseerd op het eerdere indicatieve voorspelde warmtenet. Ze zijn zo aangepast dat we af kunnen leiden dat 85% van de woningeigenaren ze zou adviseren. Lagere energierekening. Scenario 2a vergroot het percentage burgers dat dit scenario adviseert door de energierekening verder omlaag te brengen. De vereiste besparing is circa €60 per maand ten opzichte van de huidige rekening.
•
Hogere CO₂-besparing. Bij scenario 2b wordt geen CO₂ uitgestoten. Ten opzichte van scenario 2a kan de energierekening daardoor €70 per maand stijgen.
•
Koeling en CO₂-besparing. Bij scenario 2c kan het warmtenet koelen en wordt er geen CO₂ uitgestoten. Er zijn wel hogere eenmalige kosten om te kunnen koelen. Ten opzichte van scenario 2b kan de energierekening nog eens €90 stijgen.
•
89
Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder vaak allemaal gelijk of in het voordeel van het warmtenet uit. We kunnen dan geen percentages voorspellen.
Scenario 1: toekomstige verwarming met aardgas
Scenario 2a: warmtenet met lagere tarieven
Scenario 2b: klimaatneutraal warmtenet
Scenario 2c: klimaatneutraal warmtenet met koeling
Aanpak 1
Aanpak 2a
Aanpak 2b
Aanpak 2c
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €6.900 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
€40 meer
Eigenaren: €60 minder Huurders: €50 minder
Eigenaren: €10 meer Huurders: €20 meer
Eigenaren: €100 meer Huurders: €110 meer
Energieleverancier
Inwoners kiezen een bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Beter warm en koeling
CO2-besparing
8% besparing
78% besparing
100% besparing
100% besparing
kenmerken uit warmtescenario’s
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
15%
85%
85%
85%
Dominante keuze
Dominante keuze
79%
Burgers die moeilijk rondkomen of geen klimaatzorgen hebben adviseren de kenmerken van duurzame warmtetechnieken minder vaak. •
•
•
•
Uitgelicht. We kijken specifiek naar groepen waarvan we uit hoofdstuk 5b weten dat ze andere keuzes maken: mensen die moeilijk rondkomen en mensen die wel of juist geen klimaatzorgen hebben. Omdat het aantal deelnemers in de gemeente Delft in sommige van deze groepen laag is, doen we dit op basis van deelnemers uit alle gemeenten die deelnamen aan het onderzoek. Vergelijkingen. We vergelijken de kenmerken van een mogelijk toekomstig warmtenet en de kernmerken van warmtepompen met die van verwarming met aardgas. De kenmerken bij deze vergelijkingen zijn dezelfde als op pagina's 84 en 86. Moeilijk rondkomen. Voor burgers die moeilijk rondkomen wegen de financiële kenmerken zwaarder mee. Dit leidt tot gedeeltelijk andere keuzes. Met name bij de warmtepompkenmerken leidt dit ertoe dat ze deze minder vaak adviseren.
Klimaatzorgen. Voor burgers die wel klimaatzorgen hebben weegt de CO₂besparing veel zwaarder mee dan voor burgers die geen klimaatzorgen hebben. Dit leidt ertoe dat er onder de burgers met klimaatzorgen een grotere meerderheid is die de kenmerken van een warmtenet adviseert dan onder de mensen zonder klimaatzorgen.
Welk percentage van de burgers zou een aanpak met de kenmerken van een mogelijk toekomstig warmtenet of een aanpak met de kenmerken van huidige verwarming met aardgas adviseren? Gemiddeld n = 14.657
71%
29%
67%
33%
Moeite met rondkomen n = 1.041
61%
39%
61%
39%
Wel klimaatzorgen n = 9.921 Geen klimaatzorgen n = 2.290
76%
24%
77%
23%
55%
45%
51%
49%
Welk percentage van de burgers zou een aanpak met de kenmerken van warmtepompen of een aanpak met de kenmerken van toekomstige verwarming met aardgas adviseren bij een goed geïsoleerde woning? Gemiddeld n = 14.657
79% Dominante keuze
Moeite met rondkomen n = 1.041
65% Dominante keuze
Wel klimaatzorgen n = 9.921
84% Dominante keuze
Geen klimaatzorgen n = 2.290
Dominante keuze
21%
35%
16%
61%
Woningeigenaren 90
39%
Huurders
Argumenten-analyse
5D
Badge 1 with solid fill
Badge with solid fill
Badge 3 with solid fill
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
91
• De volgende analyses zijn gebaseerd op motivaties van deelnemers uit de representatieve groep en deelnemers van het open onderzoek. De scores per doel zijn de gemiddelden van de representatieve groep.
Deelnemers
Badge 4 with solid fill
Vaste en verbruikskosten
Badge 5 with solid fill
Badge 7 with solid fill
Kenmerken van warmteoplossingen
Kenmerken van warmteoplossingen
Extra vraag
Over het onderzoek
Methodologie
Uitleg argumenten-analyse: hoe analyseren we de motivaties van deelnemers? • Motivatie. Nadat deelnemers zes keer de gemeente hebben geadviseerd om voor aanpak 1 of aanpak 2 te kiezen, konden zij hun advies uitleggen. Daarbij noemen zij – in verschillende persoonlijke bewoordingen – vaak vergelijkbare argumenten. • Automatische groepering argumenten. Alle motivaties van deelnemers werden vervolgens automatisch gegroepeerd met een clustering-model. Dit model maakt automatisch groepjes van dezelfde argumenten. • Codeboek. We hebben handmatig gekeken naar de automatisch gegroepeerde clusters van argumenten. Clusters die sterk met elkaar samenhangen hebben we samengevoegd tot één categorie van argumenten. • Rapportage. We laten per doel de meest genoemde categorieën van argumenten zien. Met sterren geven we aan hoe vaak een argument wordt genoemd. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.
92
Figuur 5.9. Deelnemers konden hun advies motiveren
Woningeigenaren
Uitwerking: ‘Uitleg bij het maken van keuzes’ "Ik heb gekozen voor zoveel mogelijk CO2-besparing"
"Doel met de overstap is CO2 besparen dus dat is mijn belangrijkste motivator om te kiezen"
"Ik vind het belangrijk dat er in de energie-transitie gericht wordt op het terugdringen van de co2 uitstoot. Hierbij is het ook fijn als de maandelijkse kosten niet veel hoger worden."
"ik vind het belangrijk dat het energiebedrijf in handen is van de overheid"
"Inwoners moeten te allen tijde zelf de energieleverancier kunnen kiezen"
"De éénmalige kosten moeten betaalbaar zijn en de CO2 reductie moet een belangrijke factor zijn." "Zo min mogelijk grote investeringen en zo min mogelijk maandelijkse kosten. Energiebesparing interesseert me niet."
93
"Betaalbaarheid is erg belangrijk (vooral de eenmalige post), net als CO2-reductie. Die factoren heb ik het zwaarst laten wegen"
Wat schrijven deelnemers zelf over hun gemaakte keuzes? Meer sterretjes is vaker genoemd
De CO2-besparing was erg belangrijk
★★★
Eenmalige kosten waren belangrijk, die waren vaak erg hoog
★★
Een combinatie van de kosten was het belangrijkst
★★
De keuzes waren moeilijk, vooral omdat er in alle gevallen hoge kosten zijn
★
Dat er één energiebedrijf was in handen van de overheid was (het) belangrijk(st)
★
Dat mensen zelf een energiebedrijf konden kiezen was (het) belangrijk(st)
★
Huurders
Uitwerking: ‘Uitleg bij het maken van keuzes’ "Goedkoper is beter. Extra comfort zou fijn zijn. De CO2 besparing zou een bewoner niks moeten aangaan. Dat is een probleem van de energie leverancier die hiervoor moet opdraaien, niet de bewoners."
"Ik heb in alle gevallen op de beperking van de CO2 uitstoot gelet."
"Ik vind dat CO2besparing best wel belangrijk is."
"Wat vooral belangrijk is zijn de kosten en het besparen. Als mijn leefomstandigheden hetzelfde blijven is dat prima. Maar als ik veel meer moet betalen is dat wel vervelend. Een beetje meer betalen is prima als iets verbetert of als dat echt veel co2 bespaart"
"Geen concurrentie tussen de energiebedrijven"
"De kosten zijn voor mij een zeer belangrijk aspect."
"Prijs voor energie heel belangrijk zeker na pensioen met minder inkomen"
"Ik vond het feit dat de energie bedrijven in de handen van de overheid blijft als een belangrijke punt om te kiezen. Efficiënt en minder oog voor de winst marge" 94
Wat schrijven deelnemers zelf over hun gemaakte keuzes? Meer sterretjes is vaker genoemd
De CO2-besparing was erg belangrijk
★★★
Lagere maandelijkse kosten waren erg belangrijk
★★★
De keuzes waren moeilijk, vooral omdat er in alle gevallen hoge kosten zijn
★★
Dat er één energiebedrijf was in handen van de overheid was (het) belangrijk(st)
★
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
• Op basis van welke principes moet de gemeente haar inzet per gebied prioriteren?
Extra vraag
Badge 1 with solid fill
Badge with solid fill
Badge 3 with solid fill
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
95
Deelnemers
Badge 4 with solid fill
Vaste en verbruikskosten
Badge 5 with solid fill
Badge 7 with solid fill
Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag
Over het onderzoek
Extra vraag
Methodologie
Deelnemers geven verschillende prioriteiten. Gemiddeld het meeste prioriteit aan buurten waar inwoners het beste samen tegelijk aardgasvrij kunnen worden. • Rangschikkingsvraag. De gemeente Delft gaat als eerste aan de slag in de buurten Voorhof en Buitenhof. Zij moet kiezen in welke buurten ze daarna aan de slag gaat om buurten te helpen om van het aardgas af te gaan. Deelnemers werd gevraagd om 8 opties in volgorde van belangrijkst naar minst belangrijk te ordenen. Figuur 6.1 geeft de gemiddelde rangschikking* weer en geeft per optie weer hoe vaak deze op een bepaalde plek is neergezet. • Prioriteiten. De bovenste twee opties wordt door meer dan 60% van de deelnemers in de hoogste 3 geplaatst: buurten waar inwoners het beste tegelijk aardgasvrij kunnen worden en buurten waar we toch al aan de slag gaan. De twee laagste gerangschikte opties wordt door bijna 70% van de deelnemers bij de laagste 3 gezet: veel buurten een beetje hulp geven en buurten waar veel mensen veel geld hebben. • Toelichting. In hun toelichting schrijven veel deelnemers dat ze de voorkeur geven aan buurten waar relatief veel draagvlak is voor duurzame warmte, waar het technisch efficiënt is en waar het financieel (voor de gemeente of voor inwoners) goed te doen is.
96
Figuur 6.1. Prioritering volgens deelnemers over hoe de gemeente moet kiezen in welke buurten ze aan de slag gaan (n=1.050)
We gaan het eerst aan de slag in … … buurten waar inwoners het beste samen
1 tegelijk aardgasvrij kunnen worden
… buurten waar we toch al aan de slag
2 gaan met andere opgaves
… een paar buurten, daar kunnen we dan
3 veel hulp geven
… buurten waar inwoners het beste
4 zelfstandig aardgasvrij kunnen worden … buurten waar veel mensen niet zo veel
5 geld te besteden hebben
… buurten waar inwoners zelf met plannen
6 komen om aardgasvrij te worden
… veel buurten, daar kunnen we dan een
7 beetje hulp geven
… buurten waar veel mensen veel geld te
8 besteden hebben
Gemiddeld 0% aantal punten*
20%
40%
60%
80%
100%
5,9 5,8 4,8 4,7 4,6 4,5 3,0 2,9 Positie:
1
2
3
4
5
6
7
* De gemiddelde rangschikking is bepaald door middel van de Borda count methode: een optie ontvangt voor plek 1 8 punten, voor plek 2 7 punten, … en een optie op plek 8 ontvangt 1 punt. Het totaal aantal punten per optie wordt gedeeld door het aantal stemmers. De optie met het hoogste gemiddeld aantal punten staat bovenaan de gemiddelde rangschikking.
8
Deelnemers uit het open onderzoek stellen vergelijkbare prioriteiten
Figuur 6.2. Prioritering volgens deelnemers over hoe de gemeente moet kiezen in welke buurten ze aan de slag gaan (n=147)
• Rangschikkingsvraag. De gemeente Delft gaat als eerste aan de slag in de buurten Voorhof en Buitenhof. Zij moet kiezen in welke buurten ze daarna aan de slag gaat om buurten te helpen om van het aardgas af te gaan. Deelnemers werd gevraagd om 8 opties in volgorde van belangrijkst naar minst belangrijk te ordenen. Figuur 6.2 geeft de gemiddelde rangschikking* weer en geeft per optie weer hoe vaak deze op een bepaalde plek is neergezet.
We gaan het eerst aan de slag in …
• Prioriteiten. De bovenste twee opties wordt door bijna 60% van de deelnemers in de top 3 geplaatst: buurten waar we toch al aan de slag gaan en buurten waar inwoners het beste tegelijk aardgasvrij kunnen worden. De twee laagste gerangschikte opties wordt door meer dan 60% van de deelnemers bij de laagste 3 gezet: veel buurten waar veel mensen veel geld hebben en veel buurten een beetje hulp geven. • Vergelijking. Deelnemers aan de open versie hebben een iets andere gemiddelde rangschikking dan deelnemers van de brief versie. Maar er zijn meer overeenkomsten dan verschillen: dezelfde opties staan in de top 3 en dezelfde opties staan op de laatste 2 posities.
97
… buurten waar we toch al aan de slag
1 gaan met andere opgaves
… buurten waar inwoners het beste samen
2 tegelijk aardgasvrij kunnen worden
… een paar buurten, daar kunnen we dan
3 veel hulp geven
… buurten waar inwoners zelf met plannen
4 komen om aardgasvrij te worden
… buurten waar veel mensen niet zo veel
5 geld te besteden hebben
… buurten waar inwoners het beste
6 zelfstandig aardgasvrij kunnen worden … buurten waar veel mensen veel geld te
7 besteden hebben
… veel buurten, daar kunnen we dan een
8 beetje hulp geven
Gemiddeld 0% aantal punten*
20%
40%
60%
80%
100%
6,1 5,8 5,2 4,9 4,9 4,8 3,5 3,5 Positie:
1
2
3
4
5
6
7
8
* De gemiddelde rangschikking is bepaald door middel van de Borda count methode: een optie ontvangt voor plek 1 8 punten, voor plek 2 7 punten, … en een optie op plek 8 ontvangt 1 punt. Het totaal aantal punten per optie wordt gedeeld door het aantal stemmers. De optie met het hoogste gemiddeld aantal punten staat bovenaan de gemiddelde rangschikking.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
• Hoe hebben deelnemers het onderzoek ervaren?
Over het onderzoek
Badge 1 with solid fill
Badge with solid fill
Badge 3 with solid fill
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
98
Deelnemers
• Welk rapportcijfer geven zij?
Badge 4 with solid fill
Vaste en verbruikskosten
Badge 5 with solid fill
Badge 7 with solid fill
Kenmerken van warmteoplossingen Extra vraag Over het onderzoek
Over het onderzoek
Methodologie
Hoe hebben deelnemers aan de brief-versie het onderzoek gewaardeerd? Figuur 7.1 laat zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over het onderzoek. Het betreft hier de antwoorden van deelnemers aan de brief-versie. • Deelnemers zijn positief over het onderzoek: 92% van de deelnemers geeft een voldoende. Ze beoordelen het onderzoek gemiddeld met een rapportcijfer 7,1.
Figuur 7.1. Over hoe deelnemers het onderzoek waarderen Ik kon mijn mening kwijt in dit onderzoek
76%
"ik kan mij voorstellen dat het voor veel mensen best lastig is de vraagstelling te begrijpen en daar op te antwoorden, maar wel heel belangrijk" 99
"ik vind het fijn betrokken te worden bij dit soort dingen"
19%
27%
Deze methode moet de gemeente vaker inzetten om inwoners te betrekken bij haar beleid
Ik vond dit onderzoek moeilijk te begrijpen
7%
• Veel deelnemers (66%) geven aan nog niet eerder hun mening te hebben gegeven over dit onderwerp. 23% heeft eerder hun mening gedeeld via een enquête. 4% via een fysieke of online bijeenkomst en 2% is actief betrokken bij een belangenclub. • Deelnemers doen gemiddeld* 24 minuten over het onderzoek.
5%
6%
67%
• De meeste deelnemers (67%) geven aan hun mening kwijt te kunnen in dit onderzoek. Dit zien we ook in andere, vergelijkbare onderzoeken. 6% geeft aan niet hun mening kwijt te kunnen in dit onderzoek. • De meeste deelnemers (67%) geven aan dat de gemeente deze methode vaker moet inzetten om inwoners te betrekken bij haar beleid.
Ik vertrouw erop dat dit onderzoek eerlijk is
21% 15%
26% 67%
(Helemaal) mee eens
64%
Neutraal
(Helemaal) mee oneens
* Soms zien we dat deelnemers het onderzoek pas meerdere uren nadat ze deze zijn begonnen afronden. We gaan ervanuit dat deze deelnemers halverwege pauzeren/stoppen en later pas weer verder gaan. Voor het berekenen van het gemiddelde kijken we alleen naar deelnemers die het onderzoek binnen 1 uur hebben afgerond.
Hoe hebben deelnemers aan de open-versie het onderzoek gewaardeerd? Figuur 7.2 laat zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over het onderzoek. Het betreft hier de antwoorden van deelnemers aan de open-versie. • Deelnemers zijn positief over het onderzoek: 90% van de deelnemers geeft een voldoende. Ze beoordelen het onderzoek gemiddeld met een rapportcijfer 6,7.
Figuur 7.2. Over hoe deelnemers het onderzoek waarderen Ik kon mijn mening kwijt in dit onderzoek
50%
• De meeste deelnemers (50%) geven aan hun mening kwijt te kunnen in dit onderzoek. 12% geeft aan niet hun mening kwijt te kunnen in dit onderzoek. • De meeste deelnemers (64%) geven aan dat de gemeente deze methode vaker moet inzetten om inwoners te betrekken bij haar beleid. • Veel deelnemers (62%) geeft aan nog niet eerder hun mening te hebben gegeven over dit onderwerp. 16% heeft eerder hun mening gedeeld via een enquête. 8% via een fysieke of online bijeenkomst en 8% is actief betrokken bij een belangenclub. • Deelnemers doen gemiddeld* 21 minuten over het onderzoek.
Ik vertrouw erop dat dit onderzoek eerlijk is
56%
12%
14%
31%
38%
Deze methode moet de gemeente vaker inzetten om inwoners te betrekken bij haar beleid
Ik vond dit onderzoek moeilijk te begrijpen
9% 25%
64%
13%
27% 61%
"Ik woon zelf in Delft en ben bij andere gemeenten betrokken bij de warmtetransitie (wijkaanpakker, warmteprogramma's). Waar gepast, zet ik mijn kennis en ervaring graag in in mijn eigen gemeente." 100
"Het is goed dat er eindelijke betere vormen van participatie voor bewoners komt"
(Helemaal) mee eens
Neutraal
(Helemaal) mee oneens
* Soms zien we dat deelnemers het onderzoek pas meerdere uren nadat ze deze zijn begonnen afronden. We gaan ervanuit dat deze deelnemers halverwege pauzeren/stoppen en later pas weer verder gaan. Voor het berekenen van het gemiddelde kijken we alleen naar deelnemers die het onderzoek binnen 1 uur hebben afgerond.