Programma-begroting 2023-2026 (5 - PZH)
Tekst van het document
Motie 8.1.24 Energie in de wijken De motie is aangenomen bij de behandeling van de Programmabegroting 2022-2025 en verzoekt het college met een voorstel te komen voor de inzet van Eneco-middelen voor duurzaamheidsdoelen, hierbij de uitdagingen in kwetsbare wijken in kaart te brengen en uit te gaan van scenario’s tot een maximum van € 15 miljoen. Deze middelen zijn toegevoegd aan de reserve Beleid en uitvoering. In het derde kwartaal volgt een bestedingsvoorstel. Nota Kostenverhaal In 2021 heeft de raad de nota Kostenverhaal Delft 2021 vastgesteld. Hiermee zijn (financiële) kaders vastgesteld voor het verhalen van de kosten van investeringen die horen bij de verstedelijkingsopgave van de stad, onder andere ‘bovenwijkse voorzieningen’. • In de Jaarstukken 2021 is een bestemmingsvoorstel opgenomen om € 8,3 miljoen te reserveren voor bovenwijkse voorzieningen Schieoevers. Dit betreft met name de vergroting van de rioleringscapaciteit in Delft, die het directe gevolg is van de uitbreidingsopgave/ gebiedsontwikkeling. De reservering is nodig als kostenverhaal onvoldoende dekking oplevert. • In de Kaderbrief 2022 is aanvullend € 2 miljoen voor gebiedsoverstijgende investeringen toegevoegd aan de reserve Kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkeling (tweemaal € 1 miljoen; in 2024 en 2025).
NB: in het investeringsprogramma is voor bovenwijkse voorzieningen Schieoevers al € 3,4 miljoen opgenomen (zie investeringsplan) en € 2,1 miljoen (zie investeringsagenda). Voor bovenplanse voorzieningen openbare ruimte is € 4,1 miljoen opgenomen (zie investeringsagenda). Dit investeringsbudget is gereserveerd voor de aanpassing van de Kruithuisweg. • Door het afsluiten van een addendum bij de Ontwikkelovereenkomst Hovenpassage ontvangen we in totaal een bijdrage van € 6,4 miljoen (over de jaren 2022 t/m 2025). Een gedeelte van deze bijdrage, namelijk € 3,6 miljoen hangt af van de goedkeuring op de bestemmingsplanwijziging door de raad. Tegenover de bijdrage zijn er ook nog kosten (€ 0,1 miljoen evenredig verspreid over de jaren 2022 tot en met 2025). De eerste – financieel al harde – bijdrage van € 1,5 miljoen in 2022 is via de Kaderbrief 2022 gestort in de bestemmingsreserve Kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkeling. Vervangingsinvesteringen beheer van de stad Voor vervangingsinvesteringen is in de Kaderbrief 2022 € 6 miljoen gereserveerd voor het voorkomen van achterstallig onderhoud. Vanuit dit financieel kader is in deze begroting een investering opgenomen voor het vervangen van kabels voor de openbare verlichting. De reservering bedraagt nu nog € 4,2 miljoen (reserve Openbare ruimte).
Woonlasten In 2023 stijgen de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing niet. De opbrengsten stijgen voldoende door de toename van het aantal aansluitingen (areaal). De woonlasten (onroerendzaakbelasting (OZB), rioolheffing, afvalstoffenheffing) gaan wel omhoog voor bewoners. De grote onzekerheden over de financiering van gemeenten door het Rijk maken dat de
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
23
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
afgesproken stijging van de OZB voor bewoners in 2023 nodig blijft. Dit is bevestigd in het coalitieakkoord. Vorig jaar heeft het college met de raad afgesproken de verhoging van de OZB in 2025 terug te draaien, als er een structureel begrotingsevenwicht is. Op dit moment is de stijging in 2025 nog nodig voor een sluitende begroting en voor het bereiken van structureel evenwicht. Pas als duidelijkheid ontstaat over de structurele financiële positie, kan een afweging over het terugdraaien van de verhoging van de OZB plaatsvinden. Dit is uiterlijk in de Programmabegroting 2025-2028. Voor 2023 zijn de geraamde opbrengsten van het zogenaamde woonlastenmandje als volgt. Totaal woonlastenmandje bedragen x € 1.000
2022
Areaal
Nominale ontwikkeling
Overige
%
Raming 2023
1.930
9,55%
31.288
Woonlastengebonden tarieven: Ozb
28.549
235
797
Afvalstoffenheffing
16.307
123
201
1,23%
16.631
Rioolrechten
13.565
165
326
2,40%
14.076
Totaal
58.421
523
1.323
5,57%
61.994
1.930
Zoals al opgenomen in de Kadernota 2021 stijgt de OZB in 2023 met 6%. Daar komt de inflatiecorrectie bij (2,79%). Zoals gebruikelijk zijn ook de extra opbrengsten als gevolg van het nieuwe areaal in de begroting verwerkt waardoor de totale opbrengsten stijgen met 9,55%. Voor de gesloten circuits riolering en reiniging zijn de loonkosten, overige kosten (verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP), dienstverleningsovereenkomst (DVO), toezicht, inflatie) en het aantal aansluitingen geactualiseerd. Resultaat is dat geen tariefstijgingen benodigd zijn in 2023. In het woonlastenmandje heeft de bevriezing van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing een dempende werking op het effect van de OZB-verhoging. COELO Op de COELO-ranglijst 2022 van grote gemeenten staat Delft op de derde plaats voor de woonlasten van meerpersoonshuishoudens/eigenaren (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). Bij de gesloten circuits van afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn in 2022 extra verhogingen boven de nominale ontwikkeling afgesproken. Voor 2023 zijn voor de gesloten circuits geen tariefverhogingen opgenomen in de voorstellen. In 2022 is het tarief van de kosten van OZB niet gestegen, behoudens een correctie voor inflatie (1,5%). Voor 2023 is in de Kadernota 2021 een extra stijging van 6% verwerkt, daar komt de inflatiecorrectie van 2,79% nog bij.
Vanaf 2022 berekent COELO de OZB-aanslag per huishouden door uit te gaan van de gemiddelde WOZ-waarde van uitsluitend de koopwoningen in de betreffende gemeente. Door deze verandering komt voor 2022 het percentage ten opzichte van het landelijk gemiddelde op 114% (bron: COELO 2022). Kengetal Belastingcapaciteit Voor de beoordeling van de financiële positie is het financiële kengetal Belastingcapaciteit voorgeschreven (BBV). Het kengetal laat zien hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de landelijk gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing). De uitkomst geeft inzicht in de ruimte voor belastingverhoging om bijvoorbeeld een financiële tegenvaller op te vangen of om nieuw beleid te dekken (in het volgende begrotingsjaar). Hiermee geeft dit kengetal een indicatie van de wendbaarheid van de begroting. Voor Delft is het kengetal belastingcapaciteit 128,5%. Op verzoek van de raad hebben we het kengetal Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) toegevoegd. Dit kengetal laat de ruimte voor stijging van de OZB zien als gekozen wordt voor 120% van het landelijk gemiddelde. Voor Delft is deze ruimte in 2023 ongeveer 1,3% van de totale begroting.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
24
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Baten en lasten per programma De tabellen hierna geven inzicht in de omvang van baten en lasten per programma en van stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Zowel voor de Programmabegroting 2023-2026 als voor de realisatie 2021 en de begroting 2022. Bij de programma's staat een toelichting op het beleid en het budget aan de hand van de 3 W-vragen: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag dat kosten?'. (bedragen × 1.000) Baten Lasten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen reserves Toevoegingen reserves Toevoegingen onttrekkingen reserves
Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 425.945 432.253 425.925 411.010 438.603 429.093 14.934 -6.350 -3.169 30.611 85.987 14.303 22.457 77.084 10.064
Raming 2024 433.628 419.282 14.346 3.820 17.731
Raming 2025 434.306 416.571 17.735 4.015 21.231
Raming 2026 411.693 411.485 207 3.053 1.381
8.154
8.903
4.239
-13.911
-17.216
1.672
23.088
2.553
1.070
436
519
1.880
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Baten en lasten per programma
26
Resultaat
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Baten en lasten, stortingen en onttrekkingen (bedragen × 1.000) Baten Duurzame stad Bereikbare stad Goed wonen Schone en veilige stad Gezonde en sociale stad Samenleven, onderwijs en cultuur Werk en inkomen Economie en vastgoed Stad en bestuur Raad Financiën Overhead Baten Lasten Duurzame stad Bereikbare stad Goed wonen Schone en veilige stad Gezonde en sociale stad Samenleven, onderwijs en cultuur Werk en inkomen Economie en vastgoed Stad en bestuur Raad Financiën Overhead Lasten Saldo van baten en lasten Reserves Onttrekkingen reserves Toevoegingen reserves Toevoegingen onttrekkingen reserves Resultaat
Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
1.105 5.975 23.926 30.357 1.618
517 5.074 22.640 32.045 1.999
538 5.698 18.168 32.732 1.999
549 5.698 18.144 32.871 1.999
140 5.698 10.631 33.052 2.396
140 5.698 7.103 33.269 2.400
6.570
7.609
5.076
5.025
4.927
4.927
77.306 5.437 2.128 23 266.906 4.595 425.945
63.630 9.724 1.354 283.887 3.773 432.253
63.532 5.387 1.283 287.630 3.881 425.925
63.532 5.387 1.283 295.259 3.881 433.628
63.532 5.387 1.283 302.969 4.291 434.306
63.532 5.387 1.283 283.662 4.291 411.693
6.370 10.888 29.329 57.462 87.490
6.209 12.153 27.804 58.796 105.550
9.660 11.714 26.473 60.627 106.877
4.453 11.805 25.783 61.300 106.850
4.511 11.928 18.256 62.600 108.567
3.773 12.195 14.250 64.163 108.257
47.617
50.081
47.886
47.043
49.534
48.364
101.337 12.692 7.134 2.296 4.901 43.495 411.010 14.934
101.155 12.880 8.256 2.396 9.372 43.951 438.603 -6.350
92.218 12.396 7.842 2.381 9.448 41.572 429.093 -3.169
91.711 11.981 7.606 2.383 6.256 42.109 419.282 14.346
91.694 12.023 7.642 2.384 5.394 42.038 416.571 17.735
91.409 11.801 7.642 2.384 5.348 41.899 411.485 207
30.611 22.457
85.987 77.084
14.303 10.064
3.820 17.731
4.015 21.231
3.053 1.381
8.154
8.903
4.239
-13.911
-17.216
1.672
23.088
2.553
1.070
436
519
1.880
Toelichting De kolom Begroting 2022 geeft de stand van de begroting die nu in uitvoering is. Inclusief de door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen. De besluitvorming over nieuwe mutaties in 2022, dus na vaststelling van de Kaderbrief 2022, is onderdeel van de behandeling van de Najaarsrapportage 2022. De mutatie van de reserves betreft de Algemene reserve en bestemmingsreserves. Een specificatie en toelichting is opgenomen bij het programma Financiën.
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Baten en lasten per programma
27
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Investeringen Het investeringsprogramma bestaat uit drie onderdelen: • investeringsplan • investeringsplan - bedrijfsmiddelen • investeringsagenda. In het investeringsplan staan de in uitvoering genomen investeringen, vervangingsinvesteringen en investeringen vanuit beheerplannen. Op de investeringsagenda staan de voornemens tot investeren. Voorafgaand aan de uitvoering hiervan wordt een uitvoeringsplan vastgesteld met een kostenraming en planning.
Investeringsprogramma tot en met 2025
Toegekend budget na Realisatie t/m actualisatie 2020
Beschikbaar bedrag na actualisatie
Investeringsplan Bedrijfsmiddelen Investeringsagenda
274.457 37.909 54.690
112.235 1.277 -
162.222 36.632 54.690
Totaal investeringsprogramma
367.056
113.512
253.544
De kapitaallasten (rente en afschrijving) van het investeringsprogramma zijn opgenomen in de meerjarige begroting. Ten opzichte van de Programmabegroting 2022-2025 is het investeringsprogramma geactualiseerd. De aansluiting met de nieuwe begroting is in onderstaande tabel opgenomen. Mutaties investeringsprogramma
Toegekend bedrag
Investeringsplan Toegekend bedrag Investeringsplan 2022-2025 Van 'Agenda' naar 'Plan' Investeringen Kadernota 2022 Bruggen Schie Openbare verlichting - nieuwe armaturen en lampen Openbare verlichting - nieuwe kabels Actualisatie Investeringsplan (incl. afgeronde investeringen) Toegekend bedrag investeringsplan tot en met 2026
253.450 500 12.750 2.700 4.400 2.400 -1.743 274.457
Bedrijfsmiddelen Toegekend bedrag Bedrijfsmiddelen 2022-2025 ICT actualistie Nieuwe werkplek (deels t.l.v. reserve) Actualisatie bedrijfsmiddelen Toegekend bedrag investeringsplan tot en met 2026
31.906 1.404 2.058 2.541 37.909
Investeringsagenda Toegekend bedrag Investeringsagenda 2022-2025 Adaptieve mobiliteitsagenda (2026-2030) Onderwijs - actualisatie IHP Van 'Agenda' naar 'Plan' Toegekend bedrag investeringsplan tot en met 2026
8.200 2.250 44.740 -500 54.690
Totaal investeringsprogramma tot en met 2026
367.056
In vergelijking met de vorige programmabegroting is een aantal investeringen afgesloten en heeft de raad nieuwe aanvullende besluiten genomen. In de Kaderbrief 2022 zijn investeringen opgenomen voor
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Investeringen
28
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
het Integraal HuisvestingsPlan onderwijs (IHP) (€ 7,3 miljoen) en het Onderhouds-Huisvestingsplan onderwijs (OHP) (€ 4,8 miljoen). Nieuw in deze begroting zijn de volgende investeringen: • Bruggen Schie • Openbare verlichting - nieuwe armaturen en lampen • Openbare verlichting - nieuwe kabels • Nieuwe werkplek De investering 'Binnenstad fysiek' in uitvoering is genomen en daarom verschoven van de investeringsagenda naar het investeringsplan. Ten slotte zijn de planning en de ramingen van het bestaande programma geactualiseerd (herfasering op basis van realisatie). De toelichtingen op de investeringen staat in het betreffende programma (3e W-vraag - 'Wat mag het kosten'). Realisatie ten opzichte van begroting Jaarlijks is sprake van een afwijking tussen de geraamde investeringsbedragen en de daadwerkelijke realisatie. Analyse leert dat dit verklaard wordt door factoren van buitenaf. Zoals beschikbaarheid van aannemers, beschikbaarheid van materieel en inspraak op bestemmingsplannen, maar ook met capaciteit. Op basis van de realisatie in de afgelopen jaren is nu de reële verwachting dat van het totale investeringsprogramma per jaar circa € 30 miljoen kan worden gerealiseerd. Vanwege de eerdergenoemde factoren is het niet mogelijk om vooraf aan te geven op welke specifieke investeringen dit betrekking heeft.
In het begrotings- en meerjarenbeeld is daarom voor het eerst een bijstelling (stelpost) voor realistisch ramen opgenomen die aansluit bij de aanname dat in een jaar maximaal € 30 miljoen wordt besteed. Het effect hiervan is dat de geraamde kapitaallasten lager zijn.
Investeringsplan In het Investeringsplan staat per investering het totaal toegekende budget, de realisatie van dit budget tot en met 2021 en het nog beschikbare bedrag voor 2022 en verder. Het totaal beschikbare bedrag vanaf 1 januari 2022 is € 162,2 miljoen. De afschrijvings- en rentelasten die samenhangen met deze investeringen zijn opgenomen bij de programma's. Investeringsplan
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2021
925 1.300
373 -
2022 236 200
2023 114 275
2024 202 275
2025 275
2026 275
1.215
45
673
324
173
-
-
3.440
418
1.109
713
650
275
275
500 -150 129
187 -142 67
2022 483 -150 62
2023 -
2024 -
2025 -
2026 -
165
-
26
139
-
-
-
-82
-
-
-
-82
-
-
9.228 -3.571 66.738 140 -132 770
9.348 -1.531 66.513 68 -132 570
554 -1.635 225 30 200
-
-
-
-
Fasering
(bedragen × € 1.000) Duurzame stad Klimaatplan Waterplan / klimaatadaptatie Wettelijke verplichtingen duurzaamheid (<8 jaar) 2020-2024 t.l.v. reserve Subtotaal Bereikbare stad LVVP / SA regulier 2017-2025 LVVP / SA cofin. 2017-2025 Microbereikbaarheid Halteverplaatsing tramhalte Martinus Nijhofflaan Halteverplaatsing tramhalte Martinus Nijhofflaan - cofinanciering Reinier de Graafweg Reinier de Graafweg - cofinanciering Spoorzone (inrichting openbare ruimte) Oost-West as Poptahof Oost-West as Poptahof - cofinanciering Julianalaan Midden
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Investeringen
29
Programma-begroting 2023-2026
Investeringsplan
Versie: 14-11-2022
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2021
-530 150 500 3.643
-63 116 239 -
-467 34 261 1.287
843
1.513
-
-
-1.725
-
-113
-682
-930
-
-
28.110
-
672
2.255
3.438
7.162
14.583
Fasering
(bedragen × € 1.000) Julianalaan Midden - cofinanciering Havendienst - electra en water aansluiting Binnenstad fysiek t.l.v. reserve Mobiliteitsprogramma 2020-2021 Mobiliteitsprogramma 2020-2021 cofinanciering Adaptieve mobiliteitsagenda (2022-2025) Adaptieve mobiliteitsagenda - cofinanciering (2022-2025) Subtotaal Schone en veilige stad Beheerplan civiele constructies- jaarschijf 2022 Beheerplan civiele constructies - jaarschijf 2023-2026 Bruggen Schie Beheerplan Wegen, jaarschijf 2022-2025 Beheerplan Wegen, jaarschijf 2023-2026 Noordeindseweg (BHP Wegen) Dijkhoornseweg Kanaalweg (BHP Wegen) Beheerplan groen en water - jaarschijf 2022 Beheerplan groen en water - jaarschijf 2023-2026 Beheerplan groen en water t.l.v. reserve jaarschijf 2020-2022 Beheerplan groen en water t.l.v. reserve jaarschijf 2023-2024 Vernieuwen riolen (GRP) Voorziening vernieuwen riolen (GRP) Beheerplan openbare verlichting - jaarschijf 2022 Beheerplan openbare verlichting - jaarschijf 2023-2026 Beheerplan openbare verlichting t.l.v. reserve - jaarschijf 2020-2022 Beheerplan openbare verlichting t.l.v. reserve - jaarschijf 2023-2024 Openbare verlichting - nieuwe armaturen en lampen Openbare verlichting - nieuwe kabels Uitplaatsing Stedin 2020-2024 t.l.v.
reserve Verkeersvoorzieningen - jaarschijf 2022 Verkeersvoorzieningen - jaarschijf 2023-2026 Waterberging (tussen 2,5 en 5 miljoen euro) Stadsvernieuwing - jaarschijf 2022 Stadsvernieuwing - jaarschijf 2023-2026 Steunpunt Delfgauw Bomenwijk (Vestia) Voorzieningen - Schieoevers Poptahof Foreestplein t.l.v. reserve Projecten Tramlijn 19 Bijdrage projecten Tramlijn 19 Verplaatsen loswal en Gelatinebrug Verplaatsen loswal en Gelatinebrug cofinanciering Rioolinvesteringen kostenverhaal Subtotaal Samenleven, onderwijs en cultuur Librijn, Maria Duystlaan
-17.053
-
-
-793
-1.193
-2.267
-12.800
86.830
75.240
1.469
1.762
2.746
4.895
1.783
2022
2023
2024
2025
2026
5.927
-
5.927
-
-
-
-
11.049
-
-
4.508
5.641
450
450
2.700 2.151 10.000 500 800 600 223
122 53 54 -
2.151 378 200 223
900 2.500 346 -
900 2.500 747 -
900 2.500 -
2.500 -
1.412
-
-
203
203
503
503
900
600
300
-
-
-
-
600
-
-
300
300
-
-
37.500 -37.500
-
8.300 -8.300
7.300 -7.300
7.300 -7.300
7.300 -7.300
7.300 -7.300
294
-
294
-
-
-
-
1.588
-
-
294
294
500
500
618
293
325
-
-
-
-
412
-
-
206
206
-
-
4.400
-
-
1.100
1.100
1.100
1.100
2.400 830 300
274 -
224 300
600 166 -
600 166 -
600 -
600 -
1.200
-
-
300
300
300
300
1.000 230 920 1.200 2.000 3.400 2.590 320 35.141 -3.422 13.376
120 914 629 74 289 30.370 -3.423 844
380 230 286 1.371 150 31 617 741
250 230 2.366 4.484
250 230 500 3.956
230 3.352
230 500 -
-4.280
-
-
-
-
-4.280
-
7.550 108.929
31.213
2.500 16.628
1.425 20.178
3.500 21.393
2.525 8.680
6.683
5.038
729
2022 2.967
2023 1.332
2024 -
2025 -
2026 -
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Investeringen
30
Programma-begroting 2023-2026
Investeringsplan
Versie: 14-11-2022
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2021
700 400 407
127 292 -
Fasering
(bedragen × € 1.000) Stanislas, Krakeelpolderweg 1e inrichting pro-grotius Sportzaal Tanthof - bewegingsonderwijs Stanislas VMBO /Junius (v)mboschool vervroegd (2022-2024) Maurice Maeterlinckschool (2022-2024) (V)MBO parkeren/inrichting OR/plankosten Gele Scheikunde Tijdelijke huisvesting Gebouw Het Kristal Tijdelijke uitbreiding ISK Tijdelijke uitbreiding ISD Nieuwb. Aart v/d Leeuwln 12-14 Onderwijshuisvesting IGVO 20% t.l.v. reserve Tanthof complexen Subtotaal Economie en vastgoed Evenementen en kermis - inrijbeperkende maatregelen Inrichting Willem van Oranje Subtotaal
573 108 407
-
-
-
-
15.098
-
1.000
7.598
6.500
-
-
12.333 2.374 1.545 1.557 200 450 12.921
948 322
1.000 176 597 1.557 200 450 6.014
5.833 1.055 6.585
5.500 1.143 -
-
-
11.863
519
4.008
5.511
1.825
-
-
6.700 71.586
100 3.037
500 19.557
250 28.164
1.000 15.968
4.850 4.850
-
2022
2023
2024
2025
2026
-
30
-
-
-
-
-
-
30
-
630 660
-
-
630 660
Overhead Het nieuwe kantoor (HNK) Subtotaal
3.012 3.012
2.327 2.327
2022 300 300
2023 385 385
2024 -
2025 -
2026 -
Totaal investeringsplan
274.457
112.235
39.063
51.862
40.757
18.700
8.741
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Investeringen
31
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Investeringsplan - bedrijfsmiddelen De bedrijfsmiddelen vormen een aparte categorie binnen het Investeringsplan. In het Investeringsplan voor de bedrijfsmiddelen is per investering het toegekende budget in de meerjarenbegroting opgenomen. Het totaal beschikbare investeringsbedrag vanaf 1 januari 2022 is € 36,6 miljoen. De afschrijvings- en rentelasten die samenhangen met deze investeringen zijn opgenomen bij de programma's. Investeringen Bedrijfsmiddelen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2021
750 750
-
2022 150 150
2023 150 150
2024 150 150
2025 150 150
2026 150 150
531 665 350 1.400 2.946
-
2022 531 350 881
2023 150 350 500
2024 115 350 465
2025 200 350 550
2026 200 350 550
2022
2023
2024
2025
2026
Fasering
(bedragen × € 1.000) Bereikbare stad Vervanging parkeerautomaten Subtotaal Schone en veilige stad Tractie - jaarschijf 2022 Tractie - jaarschijf 2023-2026 Speelplekken - jaarschijf 2022 Speelplekken - jaarschijf 2023 - 2026 Subtotaal Samenleven, onderwijs en cultuur Binnen- en buitensport - jaarschijf 2020 en 2021 Binnen- en buitensport - jaarschijf 2022-2025 Sportpark Kruithuisweg Sportpark Kruithuisweg t.l.v. reserve Sportpark Brasserskade Sportpark Pauwmolen Sportpark Kerkpolder Sportpark Tanthof Sportpark Biesland t.l.v. reserve Sportpark Voorhof t.l.v. reserve Sportaccommodaties KN2021 Museum presentaties Beveiliging Prinsenhof Archeologie - Kluizenaarsbocht Rietveldtheater Ontwerp museum Prinsenhof Delft Subtotaal
650
117
533
-
-
-
-
850
-
250
600
-
-
-
259 4.100 344 255 157 240 700 250 9.700 550 1.007 234 1.694 3.492 24.482
10 11 353 101 133 7 112 96 317 1.257
126 -46 255 157 73 567 243 300 110 353 3 700 1.832 5.456
249 3.963 66 1.284 440 542 181 898 1.343 9.566
37 8.116 8.153
-
50 50
141 50 200 150 541
-
2022 50 50
2023 50 50
2024 141 50 150 341
2025 50 50
2026 50 50
Overhead ICT Investeringen - jaarschijf 2022 ICT Investeringen - jaarschijf 2023-2026 IT-vergaderfaciliteiten Nieuwe werkplek (deels t.l.v. reserve) Uitbreiding vergaderfaciliteiten Subtotaal
901 6.031 80 2.058 120 9.190
20 20
2022 901 80 100 1.081
2023 4.568 2.058 6.626
2024 529 529
2025 434 434
2026 500 500
Totaal bedrijfsmiddelen
37.909
1.277
7.618
16.892
9.638
1.184
1.300
Stad en bestuur KCC Investeringen Meubilair - jaarschijf 2022 Meubilair - jaarschijf 2023-2026 Herinrichting raadszaal Subtotaal
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Investeringen
32
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Investeringsagenda Op de Investeringsagenda staan investeringsvoornemens. Een investering op de agenda vraagt om een goedgekeurd uitvoeringsplan (kostenraming, planning) voordat de uitvoering kan starten. Op de Investeringsagenda staat per investering de raming van de voorgenomen investering en de voorgenomen fasering. Een inschatting van de afschrijvings- en rentelasten die samenhangen met deze investeringen is opgenomen bij de programma's. Investeringsagenda
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2021
2.250 2.250
-
1.500
-
4.100
Fasering
(bedragen × € 1.000) Bereikbare stad Adaptieve mobiliteitsagenda (2026-2030) Subtotaal
2022 -
2023 -
2024 -
2025 -
2026 2.250 2.250
2022
2023
2024
2025
2026
500
500
500
-
-
-
-
1.000
1.000
1.000
1.100
Schone en veilige stad Waterberging (tussen 2,5 en 5 miljoen euro) - agenda Openbare ruimte bovenplanse voorzieningen t.l.v. reserve Schieoevers bovenwijkse voorzieningen t.l.v. reserve Subtotaal
2.100
-
500
500
-
500
-
7.700
-
1.000
2.000
1.500
1.500
1.100
Samenleven, onderwijs en cultuur IHP Grotius Juniusstraat 2026-2027 IHP Sporthal Grotius 2026-2027 Tanthof complexen 2025-2026 IGVO - Sportzaal Tanthof (2025-2026) Subtotaal
21.500 5.435 13.541 4.264 44.740
-
2022 -
2023 -
2024 -
2025 5.150 2.346 7.496
2026 1.500 2.677 8.391 1.918 14.486
Totaal investeringsagenda
54.690
-
1.000
2.000
1.500
8.996
17.836
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026 / Investeringen
33
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Beleidsbegroting
35
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Inleiding op de beleidsbegroting In deze programmabegroting is de koppeling gelegd met de 3 W-vragen: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag dat kosten?'. Deze programmabegroting is een weergave van de voortzetting van het beleid en de financiën van dat programma. In deze programmabegroting zijn tien programma's opgenomen. De 3 W-vragen worden voor elk van de programma's beantwoord. Bij de eerste W-vraag staan de indicatoren en een actualisering van de effecten en prestaties voor 2023. Bij de tweede W-vraag geven we een opsomming van de activiteiten die worden ondernomen om die effecten en prestaties te bereiken. De derde W-vraag laat de financiële vertaling per programma zien, inclusief een toelichting op het budget in 2023. Structuur per programma: 1. Wat willen we bereiken? Tabel met de beleidsindicatoren. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Toelichting op de acties voor het begrotingsjaar in relatie tot het beschikbare budget. 3. Wat gaat dat kosten? Overzicht van baten en lasten met een toelichting op de mutaties en een overzicht van investeringen met een toelichting. Indicatoren Met indicatoren laten we transparant en meetbaar zien wat we bereiken in onze stad. Vooraf leggen we een streefcijfer vast in de programmabegroting. Dit voorkomt achteraf spraakverwarring over doelbereiking.
Op deze manier leggen we transparant rekenschap af over onze ambities. De streefcijfers van de lokale indicatoren geven in de regel minimaal beoogde waarden weer ("groter of gelijk aan"). Per programma staan de meest relevante indicatoren bij elkaar. Dit zijn de indicatoren uit het coalitieakkoord. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) staan in bijlage Verplichte beleidsindicatoren BBV.
Beleidsbegroting
36
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Duurzame stad 1 Wat willen we bereiken? Onze doelen (zie programma Bereikbare stad voor duurzame mobiliteit en duurzaam zoneren): • • • • • • • • • •
Samen werken aan een duurzame stad. Een duurzame stad is een stad die aansluit op de huidige behoeften zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. De groei van de stad, de extra woningen en banen, op een duurzame manier inpassen. We richten de stad klimaatadaptief in en vergroenen waar mogelijk. We stellen met partners in de stad -in het bijzonder de woningcorporaties - het isolatieplan op zodat energie besparen wordt versneld, om te beginnen voor de wijken met kwetsbare inwoners. Samen met de Multatulibuurt stellen we het warmte uitvoeringsplan op zodat deze buurt overgaat op schone energie. De verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt onder andere de verplichting met zich mee het Omgevingsprogramma Geluid op te stellen. We starten hier in 2023 mee. De visie circulaire economie werken we uit in een uitvoeringsplan. We blijven ons inzetten voor het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland met actieve deelname aan de Landschapstafel. We bereiden ons voor op de verwachte extra middelen vanuit Rijk voor uitvoering van het Nationaal Klimaatakkoord zodat we deze middelen in kunnen zetten zodra ze beschikbaar komen. Daarbij moeten we rekening houden met de personele inzet die nodig is. We moeten klimaatneutraal zijn in 2050.
Overzicht beleidsindicatoren Duurzame stad Stand: JR 2021 CO2-uitstoot in kiloton*
- 44%
% Delftenaren die naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn
55%
Streven: PB Streven: 2050 2023 - 46% Klimaatneutraal: - 100% 60% 100%
*Afname CO2-uitstoot t.o.v. 1990. De berekening van de CO2uitstoot loopt 1 jaar achter. In het jaarverslag 2023 rapporteren we de afname van de uitstoor in 2022.
Toelichting op de beleidsindicatoren CO2 De visie van Delft is om klimaatneutraal te zijn in 2050: er wordt dan geen CO2 meer uitgestoten. Landelijk is het tussendoel in 2030 gesteld op 55% reductie ten opzichte van 1990 waarbij beleid zich richt op 60%. De CO2-uitstoot in 1990 was 828 kiloton en in 2020 was dit 465 kiloton, een afname van 44%. Voor 60% reductie in 2030 moet Delft komende jaren 1,6% reductie per jaar realiseren. De daling van 44% in 2020 was nog niet terug te zien in de Jaarstukken 2021; hier werd gerapporteerd versus 2013 in plaats van 1990. Overigens wordt CO2-uitstoot gerapporteerd met een jaar vertraging door de complexe achterliggende data. De streefwaarde in deze programmabegroting 2023 is hierdoor de uitstoot van 2022. % Delftenaren die naar zeggen duurzaam bezig zijn De Omnibusenquête brengt tweejaarlijks in beeld op welke manieren Delftenaren bezig zijn met duurzaamheid. In 2021 gaf 55% van de inwoners aan ‘vaak’ of ‘altijd’ met de verschillende duurzame elementen bezig te zijn (denk aan verwarming lager zetten, de auto laten staan, geen of minder vlees
Beleidsbegroting / Duurzame stad
37
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
eten). De ambitie om dit percentage eind 2023 naar 60% te verhogen past bij de hoge inzet op verduurzamen. We ondersteunen inwoners met verduurzamen door o.a. de Klimaatmaat, Papaver, het Energieloket en energiecoaches.
2 Wat gaan we ervoor doen? In 'Bouwen aan een duurzaam Delft: Strategische keuzes op weg naar 2040' hebben we vier pijlers benoemd voor een duurzame ontwikkeling van Delft. Deze pijlers zijn nog steeds actueel, al zien we dat actualisatie wenselijk is. Daar maken we in 2023 werk van. Groen, Blauw en Gezond De Nota Groen is toe aan actualisatie. Nu ook de Visie op de Openbare Ruimte wordt geactualiseerd, onderzoeken we of samenvoegen van verschillende onderwerpen die de openbare ruimte definieren een logische stap is. We willen bewoners meer betrekken bij het vergroenen van de stad. Niet alleen door meer ruimte te geven aan bewonersinitiatieven, maar ook door bewoners te vragen hoe de vergroening vorm moet krijgen. Met de verwachtte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 zijn we straks bevoegd gezag voor bodemverontreiniging en -sanering. We richten hier de organisatie op in en beleggen waar logisch taken bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De Omgevingswet brengt ook de verplichting van het Omgevingsprogramma Geluid met zich mee als opvolger van het Actieplan Geluid. We maken hier in 2023 een start mee. Klimaatadaptie, circulaire economie en energietransitie Klimaatadaptie Klimaatverandering is een feit en Delft moet zich zowel in de openbare ruimte als in particuliere tuinen aanpassen aan de gevolgen van hevige regenbuien, langdurige droogte en hittestress.
Alle gemeenten moeten uiterlijk in 2050 klimaatadaptief zijn. Eind 2023 komt het KNMI met nieuwe klimaatscenario’s,en de verwachting is dat aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering landelijk nog meer prioriteit en urgentie krijgt. Klimaatadaptatie moet een vast onderdeel worden van alle uitvoeringsmaatregelen in de openbare ruimte. Voor nieuwbouw zijn inmiddels duidelijke eisen voor klimaatadaptief bouwen vastgesteld. De komende vier jaar moet ook gekeken worden naar het klimaatadaptief maken van bestaande woningen en kantoren. De huidige ontwikkelingen maken het noodzakelijk dat het uitvoeringsplan uit 2019 wordt geactualiseerd. Delft volgt een tweesporenaanpak, waarbij door de gemeente wordt ingezet op het klimaatadaptief maken van de openbare buitenruimte (bijvoorbeeld onttegelen en vergroenen tegen hittestress en om water beter laten inzijgen in de bodem) en het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte, door bij gebiedsontwikkelingen nadrukkelijk te toetsen op klimaatadaptiviteit. De inwoners van Delft worden bereikt via de inzet van de Klimaatmaat. De Klimaatmaat richt zich op het onttegelen van achtertuinen, aanleg van geveltuintjes en het afkoppelen van de regenpijp zodat hemelwater niet meer in de riolering terecht komt. Circulaire economie We maken werk maken van de circulaire economie.
De visie “Op weg naar een Circulair Delft” werken we in 2023 uit in een uitvoeringsplan. Een uitvoeringsplan waarbij circulariteit in de breedte wordt opgepakt, met focus op het hergebruik van grondstoffen. Een belangrijk onderdeel van dit uitvoeringsplan wordt het bouwen van coalities in de stad, want een circulaire economie geven we gezamenlijk vorm. Voor de intensivering van onze inzet op circulaire economie maken we voor 2023 geld vrij, voor de jaren daarna doen we dat op basis van het uitvoeringsplan waarvan we de resultaten verwerken in de eerstvolgende begroting.
Beleidsbegroting / Duurzame stad
38
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Energietransitie Delft pakt een actieve voortrekkersrol in de energietransitie. De routekaart 2050 wordt opgesteld. Delft volgt de volgende visie: - Energie besparen - Overgaan op hernieuwbare warmte en elektriciteit - Reststromen gebruiken Hier wordt aan gewerkt in vijf werkstromen. Werkstroom 1. Stadsbreed in beweging Er wordt samen met inwoners, bedrijven en woningcorporaties gewerkt aan verduurzaming. Draagvlak voor de energietransitie is essentieel en begint met informeren. De campagne 'Delft wordt groen' wordt daarom uitgebouwd, offline en online. Het Energieloket breidt haar werkzaamheden uit met energieadvies voor VVE’s. De energiecoaches van 015 Duurzaam worden uitgebreid met energiefixers. Zij brengen direct energie besparende maatregelen aan en hebben focus op de doelgroep met energiearmoede. Er wordt onderzocht hoe isoleren op korte termijn kan worden versneld. Gratis energieadvies voor bedrijven wordt gecontinueerd en de dialoog wordt actief gezocht met grootverbruikers om hun opgave te ondersteunen. Het Nationaal Isolatie Programma bevat de financiële instrumenten om inwoners en partijen in de stad te ondersteunen bij isoleren. Het zal samen met partners in de stad – in het bijzonder de woningcorporaties – worden vertaald in een lokaal isolatieprogramma, om te beginnen voor de wijken met kwetsbare inwoners. Werkstroom 2.
Strategie In 2023 wordt de Routekaart Klimaatneutraal 2050 opgesteld. Delft werkt mee in het uitvoeringsprogramma van de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 met focus op regionale regie op de warmte transitie. De RES wordt waar nodig elke twee jaar herzien en de RES 2.0 wordt in 2023 afgerond. De Lokale Energie Strategie wordt opgesteld en vertaalt de RES naar de specifieke situatie van Delft. Brede monitoring van de voortgang op weg naar klimaatneutraal wordt opgestart. Werkstroom 3: Techniek Door de overgang naar duurzame warmte en elektriciteit zijn aanpassing in de infrastructuur nodig. De aanleg van WarmtelinQ inclusief een pompstation door Gasunie is gestart en wordt eind 2023 afgerond. Voor het Open Warmtenet in Voorhof en Buitenhof en de warmtepompcentrale op het terrein van de TU worden vergunning aanvragen verwacht in 2023. De gemeente zet zich binnen haar rol in voor de start van de aanleg van de geothermie bron op het terrein van TU Delft in 2023. Om congestie op het elektriciteitsnet voor te zijn vervangt Stedin het hoogspanningsstation in Tanthof, naar verwachting worden in 2023 de bestemmingsplanwijziging en vergunning voor de nieuwbouw aangevraagd. Werkstroom 4: Wijken en gebiedsontwikkelingen De overgang naar aardgasvrije warmte verloopt in Nederland met behulp van warmte uitvoeringsplannen.
Daarbij stelt een buurt haar warmte uitvoeringsplan op in een participatie proces onder regie va de gemeente. In de warmte uitvoeringsplannen wordt de samenhang met andere belangrijke uitdagingen in (kwetsbare) wijken georganiseerd. Daarnaast komen de koppelkansen op tafel met de andere duurzame thema’s - groen, blauw & gezond en klimaatadaptie. Het eerste warmte uitvoeringsplan in de Multatulibuurt doorloopt van 2022 tot en met 2024 de volgende stappen: het buurtpaspoort wordt in 2022 gemaakt, in 2023 bepaalt de buurt de reikwijdte van haar warmte uitvoeringsplan en in 2024 wordt het ontwerp uitgewerkt. Hierna start de uitvoering in de buurt. Het is de ambitie om voor 2030 te starten met 13 warmte uitvoeringsplannen. Werkstroom 5: Innovatie Ontwikkelingen en onderzoek in de buitenwereld worden gevolgd om te bepalen wanneer nieuwe innovaties in Delft kunnen worden toegepast. We zetten er op in om Delftse ontwikkelingen – vanuit de TU, start-ups en scale-ups – te laten landen in Delft.
Beleidsbegroting / Duurzame stad
39
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Mobiliteitstransitie Ook de mobiliteitstransitie draagt bij aan een duurzame stad. Denk hierbij aan het terugdringen van het autogebruik, de milieuzonering, deelmobiliteit mogelijk maken, het bevorderen van het fietsgebruik en de voetganger op 1. Met de uitvoering van de projecten uit het mobiliteitsprogramma en de adaptieve mobiliteitsagenda werken we niet alleen aan de mobiliteitstranssitie maar komen we ook stap voor stap dichter bij een duurzame stad. Zie de toelichting in programma Bereikbare stad. Recreatiegebied Delftse Hout / Buytenhouttafel Binnen het regiopark Buytenhout continueren en versterken we de samenwerking met partners. We geven invulling aan de gebiedsvisie, die uitgaat van de waarden van het landschap en de natuur. We zetten gezamenlijk in op maatregelen voor wilde bijen(bijenlandschap). In de Bieslandse Bovenpolder verbeteren we de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland (CBG) en Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (BPL) We blijven ons inzetten voor het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland met actieve deelname aan de Landschapstafel en het uitvoeren van projecten om het belevingslandschap en de toegankelijkheid daarvan te versterken.
Via een samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer geven we uitvoering aan een beheerplan voor het groengebied en werken we een ontsnipperingsplan uit voor de gronden. Samen met Staatsbosbeheer verbeteren we de toegankelijkheid van het Abtswoudse Bos ter hoogte van Schieoevers-Zuid. Dit doen we met betere bebording, aanpassing van het fietspad, realisatie van een wandelroute, aanleg van een verblijfplek en vergroting van de waterberging. Deze maatregelen hangen deels samen met het project verbreding van de Schie. De in 2022 gestarte projecten die gericht zijn op het vergroten van de aantrekkelijkheid van de natuuren recreatiegebieden en het versterken van de relatie tussen stad en land worden doorgezet. Hierbij denken we aan bijvoorbeeld de aanleg van paddenpoelen en een bloementuin in recreatiegebied Kerkpolder en aan de realisatie van een slikgebied in het Abtswoudse Bos voor weidevogels. De realisatie van een natuurlijk erf, in samenwerking met Staatsbosbeheer, bevindt zich in een verkennende fase. Het project Natuurlijk Erf betreft een zoeklocatie voor een werkschuur voor Staatsbosbeheer, in combinatie met een ontmoetingsplaats voor bewoners en leerwerkplekken en betrokkenheid vanuit sociale dienstverlening.
Daarnaast verkennen we met Staatsbosbeheer en het Bijzonder Provinciaal Landschap de mogelijkheid van de vorming van een natuurlijk erf in het Abtswoudse Bos en de aanleg van een natuurlijke speelplek. Het Groenfonds voorziet in gebiedsversterkende (groenblauwe) maatregelen die producenten en consumenten met elkaar verbinden.
Beleidsbegroting / Duurzame stad
40
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
3 Wat gaat het kosten Overzicht baten en lasten (bedragen × € 1.000)
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Baten 72 Riolering 74 Milieubeheer Baten
527 11 538
537 12 549
128 12 140
128 12 140
Lasten 72 Riolering 74 Milieubeheer Lasten
1.652 8.008 9.660
1.560 2.893 4.453
1.050 3.461 4.511
1.050 2.723 3.773
Saldo Duurzame stad
-9.122
-3.904
-4.371
-3.634
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Duurzame stad Reeds besloten: Stand Programmabegroting 2022-2025
-3.827
-3.643
-3.559
-3.572
Begrotingswijzigingen t/m 1 juli 2022 ARB 2 - 2021 ARB 1 - 2022
1 -26
-26
1 -26
-26
-42 -23
-42 -23
-45 -23
Duurzame stad
Overzicht mutaties (bedragen × € 1.000)
Nog te besluiten voorstellen: Nominale ontwikkeling Bestaand beleid - realistisch ramen Actualisatie reserves - Energietransitie Actualisatie reserves - Futureproof Warmtenet Delft Actualisatie reserves - Klimaatplan Actualisatie kostenverdeling Herijking investeringsplanning Coalitieakkoord
-3.027
Totaal - Duurzame stad
-9.122
-41 -23 -1.914
6 29 -300
-757 -202 6 26
6 29
6 26
-3.904
-4.371
-3.634
Toelichting op de mutaties Bestaand beleid - realistisch ramen In het kader van realistisch ramen zijn afgelopen jaarrekeningen geanalyseerd op structurele verschillen tussen raming en realisatie. Tevens is een aantal technische correcties verwerkt. Naar aanleiding van de analyse zijn correcties geraamd voor milieuadvisering en -educatie.. Actualisatie reserves - Energietransitie Het kabinet heeft in juni 2022 het beleidsprogramma Klimaat gepresenteerd inclusief middelen voor decentrale overheden om het Klimaatakkoord uit te voeren tot en met 2030. De gereserveerde middelen benaderen de benodigde middelen zoals geadviseerd door de Raad van Openbaar Bestuur (Van Parijs naar praktijk, 2020). Echter, de verdeling hiervan wordt eind 2022 bekend. Wel zijn er middelen (€ 0,6 miljoen) beschikbaar vanuit de meicirculaire 2022. Daarnaast maakt deze programmabegroting voor 2023 gebruik van middelen die beschikbaar zijn in de reserve Beleid en uitvoering naar aanleiding van de motie Energie in de wijken.
Beleidsbegroting / Duurzame stad
41
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Actualisatie reserves - Futureproof Warmtenet Delft Fonds Delft 2040 heeft een bijdrage van € 3,784 miljoen toegekend aan NetVerder voor de overdimensionering van het Open Warmtenet ten behoeve van toekomstige aansluitingen. Deze middelen worden grotendeels in 2023 verstrekt (€ 3,027 miljoen) met een laatste tranche na oplevering van het warmtenet. Actualisatie reserves - Klimaatplan Dit betreft de dekking voor investeringen (zie ook volgende onderdeel overzicht investeringen). Coalitieakkoord Delft zet concrete stappen om de stad prettig leefbaar te houden en onze energie en warmte te verduurzamen. In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt om een routekaart op te stellen voor duurzaamheid, gericht op klimaatneutraal in 2050. Daarnaast wordt een uitvoeringsplan circulair opgesteld en samen met partners in de stad – in het bijzonder de woningcorporaties – een isolatieplan, in lijn met het Nationaal lsolatieprogramma. Overzicht investeringen Investeringen
Toegekend bedrag
Geplande realisatie t/m 2021
925 1.300
373
1.215 3.440
(bedragen × € 1.000) Duurzame stad Klimaatplan Waterplan / klimaatadaptatie Wettelijke verplichtingen duurzaamheid (<8 jaar) 2020-2024 t.l.v. reserve Totaal
Fasering 2022 236 200
2023 114 275
2024 202 275
45
673
324
173
418
1.109
713
650
2025
2026
275
275
275
275
Toelichting op de investeringen Klimaatplan Het investeringsbudget Klimaatplan zetten we op in duurzame maatregelen in de stad, zoals de voorbereiding van een smart grid door Bedrijvenkring Schieoevers of een bijdrage aan duurzame proeftuin The Green Village. Waterplan De gereserveerde middelen betrekken we bij het uitvoeren van watergerelateerde maatregelen voor klimaatadaptatie. De werkzaamheden worden veelal gecombineerd uitgevoerd met onderhoudswerkzaamheden aan bestrating en/of riolering. Het betreft zowel maatregelen voor het versnellen van afvoer van water in 'natte' gebieden als het (vertraagd) opnemen en vasthouden van water in 'droge' gebieden. Het budget is beschikbaar om aanvullende klimaatadaptieve maatregelen van projecten te financieren, waardoor wateroverlast in de toekomst wordt voorkomen. Wettelijke verplichtingen duurzaamheid De gemeente heeft een routekaart opgesteld voor de verduurzaming van haar vastgoedportefeuille. De routekaart is afgeleid van de visie ‘Delft Energieneutraal 2050’ en geeft weer hoe we onze vastgoedportefeuille gefaseerd willen verduurzamen. Het investeringsbudget zetten we in voor het uitvoeringsplan met concrete maatregelen in de eerste fase van verduurzaming van de portefeuille. Het budget is niet toereikend om het volledige gemeentelijke vastgoed volledig te verduurzamen.
Beleidsbegroting / Duurzame stad
42
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Bereikbare stad In de komende jaren worden in Delft 15.000 woningen gebouwd en 10.000 arbeidsplaatsen gecreëerd. Deze ontwikkelingen leveren nieuwe verplaatsingen op. Als de verdeling over de verschillende vervoermiddelen gelijk blijft aan het huidig mobiliteitssysteem heeft ons wegennet niet voldoende capaciteit om de bereikbaarheid duurzaam te garanderen. Het uitbreiden van de capaciteit door het verbreden van wegen is geen oplossing; hiervoor ontbreekt de ruimte. Daarnaast vragen de energietransitie en het klimaatakkoord eveneens om ruimte en is door de groei van het aantal inwoners meer behoefte aan parken en pleinen om te verblijven en te ontmoeten. Om de stad bereikbaar te houden en ruimte te geven aan een duurzame en leefbare omgeving moeten we anders om gaan met mobiliteit. In dit hoofdstuk geven we aan wat we komend jaar gaan doen om een bereikbare stad te zijn in een prettige leefomgeving.
1 Wat willen we bereiken? Mobiliteitstransitie De stad groeit. Er is ruimte nodig voor nieuwe woningen en arbeidsplaatsen, wat leidt tot extra verplaatsingen. Ons huidige mobiliteitssysteem is niet geschikt om deze extra verplaatsingen mogelijk te maken binnen de beschikbare ruimte. Door in te zetten op een mobiliteitstransitie draagt mobiliteit bij aan een duurzame groei van de stad. Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD) biedt de kaders voor deze mobiliteitstransitie. Voor het gemak, comfort, veiligheid en snelheid zetten we in op reizen die te voet, per fiets en met het openbaar vervoer worden afgelegd. Bij nieuwe ontwikkelingen, nieuwe infrastructuur en herinrichting van bestaande wegen geven we daarom de ruimte aan deze vervoermiddelen. De auto behoudt een functie in het mobiliteitssysteem, maar krijgt binnen de stad op de meeste plaatsen een ondergeschikte rol in de verkeersafwikkeling. Dit betekent onder meer dat de automobilist vaker voorrang moet verlenen aan andere verkeersdeelnemers en de reistijd langer wordt. We leggen nieuwe infrastructuur aan voor voetgangers en fietsers. Daarmee bieden we ruimte voor actieve vervoerwijzen. Lopen en fietsen zorgen voor meer lichaamsbeweging en dragen daarmee bij aan de gezondheid. Daarnaast verlagen we de snelheid op bestaande wegen en verbeteren we de verkeersveiligheid.
Dit doen we door knelpunten aan te pakken en wegen aan te passen waar we een verkeersveiligheidsrisico zien. Het wordt voor de kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers, veiliger om zich door Delft te verplaatsen. Bij het creëren van ruimte voor de fiets hoort ook de ruimte om deze te stallen. Eind 2022 wordt een fietsparkeerstrategie vastgesteld waarmee we de stallingsopgave in beeld krijgen om het groeiende aantal fietsen te faciliteren zonder de druk op de openbare ruimte onevenredig te laten toenemen. In 2023 werken we deze strategie verder uit en beginnen bij het gebied dat wordt toegevoegd aan het autoluwe binnenstad. De parkeertransitie is in volle gang. Waar nodig passen we parkeerregimes aan en voeren we regulering in. We maken de binnenstad autoluwer. Door het aantal parkeerplaatsen te verminderen en het aantal autoverplaatsingen in de binnenstad te reduceren, geven we ruimte aan andere functies, zoals vergroening en klimaatadaptieve maatregelen. De binnenstad wordt weer het domein van de voetganger. Met belanghebbenden praten we over ideeën, wensen en de haalbaarheid van de nieuwe inrichting. Met de ontwikkeling van mobiliteitshubs en deelmobiliteit zetten we in op minder geparkeerde auto’s. Bij de grotere gebiedsontwikkelingen is dit een bewuste keuze.
We actualiseren de Nota Parkeernormen om bij nieuwe ontwikkelingen het parkeerbeleid beter te laten aansluiten op het Mobiliteitsprogramma
Beleidsbegroting / Bereikbare stad
43
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Delft. Door met het parkeerbeleid meer te sturen op een minimale parkeervraag vanuit de ontwikkelingen, meer inzet van deelmobiliteit en meer eisen te stellen aan fietsparkeeroplossingen, leveren we een bijdrage aan de doelen uit het Mobiliteitsprogramma om tot een duurzamer mobiliteitssysteem te komen. Overzicht beleidsindicatoren Bereikbare stad Stand: JR 2021 Bereikbaarheid: klantwaardering Fietsen en lopen: klantwaardering % Auto: aandeel verplaatsingen % Fiets: aandeel verplaatsingen % Lopen: aandeel verplaatsingen % OV: aandeel verplaatsingen
7,7 8,4 18% 42% 33% 1%
Streven: PB 2023 7,8 8,5 Minder auto Meer fietsen Meer lopen Meer OV
Streven: 2030 8,5 9,0 Minder auto Meer fietsen Meer lopen Meer OV
Toelichting op de beleidsindicatoren Bereikbaarheid en Fietsen en lopen: Klantwaardering De klantwaardering van de bereikbaarheid, fietsen en lopen gebeurt op basis van de Omnibusenquête. De volgende Omnibusenquête wordt conform afspraak najaar 2023 uitgevoerd. Aandeel verplaatsingen Gegevens over vervoersverplaatsingen komen voort uit de enquête onder het Delft Internetpanel. Uitvoering van de enquête is voorzien najaar 2023.
2 Wat gaan we ervoor doen? Duurzame Mobiliteit In lijn met het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD) geven we in de adaptieve agenda van het MPD prioriteit aan schone en actieve vormen van verplaatsen. We doen dit in samenhang met het Schone Lucht Akkoord en de ambitie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) om binnen het mobiliteitssysteem 30% CO2-reductie te halen in 2025 ten opzichte van 2016. Wij volgen de ontwikkelingen op landelijk niveau en onderzoeken of wij deze ook bij grote projecten kunnen toepassen. Deelmobiliteit draagt bij aan het verduurzamen van de stad. We gebruiken de ervaringen van de mobiliteitshub in Nieuw Delft voor eventuele hubs in andere nieuwbouwprojecten. Verder zijn in 2022 vergunningen uitgegeven aan aanbieders van deeltweewielers. De komende periode monitoren we het aanbod, het gebruik en de impact op de openbare ruimte. Het huidige beleid voor deelauto's sluit niet meer aan bij de doelstellingen van het MPD. We gaan het beleid voor het aanbieden van deelauto's actualiseren en stellen een visie op voor de langere termijn. Op die manier kunnen we meer sturing geven aan het aanbod van deelauto's en zoeken we goede combinaties tussen de bestaande stad en gebiedsontwikkelingen. Duurzaam zoneren Als onderdeel van het Schone Lucht Akkoord en klimaatafspraken bereiden we strengere, wettelijk verplichte milieuzones voor.
Voor de logistieke zone scherpen we de regels voor ontheffingen en venstertijden aan. De focus ligt op minder verkeer, bij voorkeur met zo licht en zo klein mogelijke voertuigen. In de komende vijf jaar werken we met een jaarlijks uitvoeringsprogramma met beleidsmatige en uitvoerende werkzaamheden die nodig zijn om de doelen te behalen. Ruimte in de binnenstad We starten met de uitbreiding van het autoluwplus-gebied in het zuidwesten van de binnenstad: globaal het gebied tussen Zuidpoort en het NS-station. Daarmee willen we de openbare ruimte in de binnenstad
Beleidsbegroting / Bereikbare stad
44
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
een kwaliteitsimpuls geven. De voetganger krijgt in het autoluwplus-gebied de maximale ruimte. Door de parkeerplaatsen in dit gebied weg te halen van straat ontstaat er extra ruimte. Deze ruimte richten we, in overleg met bewoners en andere belanghebbenden, in voor onder andere vergroening, verblijven en verbetering fietsparkeren. Voetganger op één In het MPD staat de voetganger op de eerste plaats. De voetganger neemt in het mobiliteitssysteem de minste ruimte in en laat geen voertuig, zoals een fiets of een auto, achter in de openbare ruimte als hij/ zij de bestemming heeft bereikt. Veel voorzieningen zijn vanuit de stations en andere OV-haltes en vanuit de woningen en werkplekken goed te voet bereikbaar. Maar de kwaliteit van het voetgangersnetwerk heeft een verbeterslag nodig om het lopen aantrekkelijker en veiliger te maken. We werken beleid uit om de voetganger een sterkere positie te geven in het mobiliteitssysteem. Waar mogelijk sluiten we aan op bestaande projecten om de herinrichting van routes of gebieden meer te richten op het gebruik door de voetganger. Bijvoorbeeld langs de Rotterdamseweg binnen het project Metropolitane Fietsroute ten behoeve van het versterken van de voetgangersverbinding tussen station Delft Campus en de campus van de TU Delft. Daarnaast willen we in 2023 een plan uitwerken om in de wijk Buitenhof meer ruimte te bieden aan voetgangers.
Op die manier werken we niet alleen aan de doelstellingen van het MPD, maar dragen we ook bij aan een gezonde en leefbare wijk waar de kans op ontmoeting meer centraal komt te staan. Fietsparkeren Vanuit het MPD stellen we een fietsparkeerstrategie op. Deze strategie geeft inzicht in de huidige en toekomstige fietsparkeeropgave en definieert oplossingsrichtingen, rekening houdend met de gewenste ruimtelijke kwaliteit. De strategie geeft ook inzicht in de benodigde investeringsopgave en beheeropgave. In 2023 moet helder worden hoe we hier invulling aan kunnen geven. In samenspraak met ProRail bekijken we hoe de fietsenstallingen bij station Delft veiliger en toekomstbestendiger kunnen worden gemaakt en ook efficiënter worden benut. Bij station Delft Campus werken we samen met onder meer de MRDH en ProrRail om de mogelijkheden voor een ketenreis van uit dit station te versterken. Dit doen we onder andere door het aantal fietsparkeerplekken uit te breiden. Fietsinfrastructuur In 2023 realiseren we op de Kanaalweg een fietsstraat. Voor de Oostsingel, Hugo de Grootstraat en het Westplantsoen treffen we voorbereidingen voor de aanleg van een fietsstraat. De aanleg van een fietsstraat op de Colijnlaan is door leveringsproblemen van materiaal doorgeschoven naar 2024.
Om de grote fietsstromen op de Michiel de Ruyterweg goed te kunnen faciliteren, moet het bestaande fietspad verbreed worden. Ook zijn aanpassingen nodig om vanuit de Zeeheldenbuurt veilig de fietsstroom te kunnen doorkruisen. Deze aanpassingen worden momenteel uitgewerkt. We streven ernaar om in 2023 gefaseerd te starten met de uitvoering. In 2022 is de samenwerkingsoverenkomst voor de Metropolitane Fietsroute (MFR) Delft - RotterdamAlexander ondertekend. Delen van de route, zoals de Schieweg en het tracé langs de Rotterdamseweg worden nu verder uitgewerkt. Ten aanzien van de Rotterdamseweg is specifiek aandacht voor de stedenbouwkundige inpassing en de cultuurhistorische waarde. In de overeenkomst zijn een aantal complexe schakels benoemd. Voor Delft zijn dit de Gelatinebrug en Ecofietsbrug over de A13. Deze onderdelen doorlopen een afzonderlijk ontwerptraject en zal de uitwerking een langere doorlooptijd kennen. Voor de MFR Delft - Naaldwijk wordt een inpassingsvisie opgesteld; het streven is om voor deze route in 2023 een samenwerkingsovereenkomst te tekenen Openbaar vervoer (OV) De coronacrisis heeft een flinke impact gehad op het OV: er zijn minder reizigers en een minder snel herstel van het aantal oorspronkelijke reizigers. Voor de korte termijn wordt binnen de MRDH vooral
Beleidsbegroting / Bereikbare stad
45
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
ingezet op het behoud van het OV-systeem. Voor de langere termijn willen we samen met de MRDH en de concessiehouders kijken naar het functioneren van het OV-systeem en de daaraan gerelateerde investeringen. In dat licht willen we in 2023 breder kijken naar het OV-netwerk en een netwerkvisie ontwikkelen. In de netwerkvisie is ook aandacht voor de behoefte aan mobiliteit die ontstaat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de Nieuwe Haven. Eind 2023 gaat tram 19 doorrijden naar de TU Campus. Dat betekent dat looproutes van reizigers op en rond het (bus)station Delft veranderen. In 2023 willen we samen met de OV-partners onderzoeken welke effecten dat heeft in de stationsomgeving. Hierin betrekken we ook de verbinding tussen station Delft Campus en de TU. Adaptieve mobiliteitsagenda In de tweede helft van 2021 is de adaptieve mobiliteitsagenda Delft 2040 (kortgezegd de uitvoeringsagenda) vastgesteld. Hierin wordt aangegeven op welke wijze het MPD wordt vertaald naar concrete projecten om de doelstellingen uit het MPD te realiseren. De projectenlijst is tot stand gekomen door een afweging te maken, waarbij gekeken is in hoeverre verschillende projecten bijdragen aan de doelstellingen van het MPD en in hoeverre er mee-koppelkansen zijn. Hiermee bedoelen we werk met werk maken of de aanwezigheid van subsidiekansen.
Het beschikbare budget voor mobiliteitsmaatregelen is richtinggevend. Bij wijzigingen in planning of bij gewijzigde kosten van de verschillende projecten, kan de projectenlijst aangepast worden. Om deze reden is de uitvoeringsagenda adaptief. Hiermee blijven we projecten realiseren binnen vastgestelde kaders. Deze uitvoeringsagenda heeft betrekking op de jaren 2022 tot en met 2025. Begin 2023 wordt een eerste update van deze agenda aan de raad gepresenteerd. Parkeren Als afgeleide van mobiliteit is de manier waarop we met parkeren omgaan van belang. Het parkeren van auto’s en autoverkeer neemt namelijk veel van de schaarse ruimte in beslag en dat heeft invloed op de leefbaarheid van de stad. Daarom zijn keuzes nodig in hoeveel ruimte de geparkeerde auto krijgt. In 2020 is met de ‘parkeertransitie’ een stevige basis gelegd voor het parkeerbeleid. In lijn met dit beleid werken we de komende periode aan: • We actualiseren het beleid voor parkeren bij nieuwe bouwontwikkelingen en transformaties (Nota Parkeernormen Delft). Er is een noodzaak voor meer flexibiliteit bij de toepassing van parkeernormen. In het verleden vertaalden we de parkeerbehoefte één-op-één in het aantal aan te leggen parkeerplaatsen of toe te wijzen parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Bij de toepassing van parkeernormen voor autoparkeren willen we het niet alleen over fysieke parkeervoorzieningen hebben, maar ook over het stimuleren van alternatieven voor de eigen auto. Ook het parkeren voor de fiets bij nieuwe bouwontwikkelingen moet een volwaardige rol krijgen in het parkeerbeleid. • Het beter verdelen van het aantal uit te geven abonnementen per parkeergarage. Daardoor ontstaan meer mogelijkheden voor minder geparkeerde auto’s op straat (met name in de binnenstad). Voor de uitbreiding van het autoluwplusgebied gaan we op zoek naar maatregelen om een betere balans te vinden tussen het parkeren van bezoekers van de stad en het bewonersparkeren. Verkeersveiligheid Vanuit het MPD zetten we in op projecten die bijdragen aan verbetering van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid. Vooral voetgangers en fietsers profiteren hiervan. In 2023 voeren we onder andere de volgende projecten uit: • De verkeersveiligheidsmaatregelen op het Delflandplein zijn eind 2022 uitgevoerd. De hieraan gerelateerde maatregelen, zoals de fietsoversteek Papsouwselaan-Mercuriusweg en de nieuwe alternatieve fietsroute via de Vulcanusweg bereiden we voor. Het streven is deze in 2023 te realiseren. • In vervolg op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op de Oude Langendijk bereiden we de herinrichting voor van de Binnenwatersloot en Peperstraat.
Hierin nemen we de complexe situatie mee van het wegvak tussen de Westvest en de toegang naar de binnenstad vanuit de Phoenixstraat.
Beleidsbegroting / Bereikbare stad
46
Programma-begroting 2023-2026
• • • • •
Versie: 14-11-2022
In Voorhof worden onder andere de Multaluliweg en de Frederik van Edenlaan duurzaam veilig ingericht, waarbij asfalt wordt vervangen door elementverharding en snelheidsremmende maatregelen worden aangebracht. De voorbereidingen worden getroffen om een ontbrekende voetgangersverbinding te maken tussen de Hooikade en de onderdoorgang met de Zuidwal naast de Westersingelgracht. We vergroten daarmee de verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers. De Tweemolentjeskade in de Delftse Hout wordt afgewaardeerd van 60 naar 30 km. per uur. Schoolomgevingen worden verkeersveiliger ingericht voor kinderen en hun ouders/verzorgers door het uniformeren van schoolomgevingen en inzet op communicatie. Met quick wins lossen we knelpunten op in verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers.
Overige projecten Overige verkeersprojecten die we voorbereiden zijn onder meer: • Herinrichting kruispunt Wateringsevest-Vrijenbanselaan naar een compactere en fietsvriendelijkere vorm. • Duurzaam veilige inrichting Weteringlaan. Recreatieve havens De passantenhaven is voor varende bezoekers de hoofdentree van Delft. Dankzij nieuwe voorzieningen (digitaal betalen, elektra, water) is de haven goed toegerust. We voeren als vanouds de taken uit op het gebied van handhaving en gastheerschap. We zetten stappen voor een herziening van de Verordening Openbaar Gemeentewater Delft (VOGD) in samenhang met de Omgevingswet.
3 Wat gaat het kosten? Overzicht baten en lasten (bedragen × € 1.000)