Programma-begroting 2023-2026 (5 - PZH)
Tekst van het document
Programmabegroting 2023-2026
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Telefoonnummer 14015 www.delft.nl September 2022
2
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Samen werken aan Delft Samen werken aan Delft. Dat is de opdracht die wij als college hebben voor de komende vier jaar. Een periode waarin de grote transities ook Delft gaan raken. Dat vraagt om doortastend aan de slag te gaan met focus. Duurzaamheid zien we daarbij in al zijn urgentie als overkoepelend thema. In deze programmabegroting – de eerste van dit college – maken we helder wat we willen bereiken voor de stad en welke eerste stappen we gaan zetten. De programmabegroting is concreet voor 2023 en meer op hoofdlijnen geformuleerd vanaf 2024. Deze begroting laat voor de korte termijn een positief beeld zien, dankzij extra inkomsten die gemeenten krijgen van het Rijk. Ook onze inzet om samen met de provincie, regio en andere gemeenten bij het Rijk te pleiten voor meer gelden voor Delft werpt vruchten af. Dit maakt het mogelijk om extra te investeren in Delft. In de komende periode willen we dan ook nadrukkelijk stappen zetten om plannen om te zetten in acties, samen met de gemeenteraad, de stad en onze partners. Voor alle Delftenaren Wij zien het onze verantwoordelijkheid om, met de raad, de lokale politiek dichter bij de stad te brengen, dichter bij de Delftenaar. Wij gaan hier de komende vier jaar samen mee aan de slag, door ons te laten inspireren, goed te luisteren, betrouwbaar te zijn, ruimte te bieden én door resultaten te laten zien.
De stad maken we immers met elkaar. Verbinding met de stad is in deze onzekere tijden extra hard nodig. Hoe corona zich ontwikkelt moet nog blijken. De oorlog in Oekraïne en de opvang van vluchtelingen en asielzoekers stelt ook onze stad voor nieuwe uitdagingen. Dit in tijden van zorgelijke economische ontwikkelingen, zoals de hoge inflatie en de stijgende energieprijzen. We zien dat huishoudens, maatschappelijke partners en ondernemers moeite hebben om de rekeningen te betalen. Dit raakt ook mensen die eerder nooit in de financiële problemen kwamen. Dit vraagt opnieuw veerkracht en verbondenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Oplossingen voor de dalende koopkracht liggen vooral in landelijk beleid. Maar ook de gemeente heeft een belangrijke rol. Dit geldt zowel in de uitvoering van het beleid – denk aan de energietoeslag – als in de ondersteuning van inwoners. Prioriteiten Juist in deze onzekere tijden kan investeren in onze stad het verschil maken. In het coalitieakkoord 'Samen werken aan Delft' benoemen we hiervoor vijf heldere accenten. Deze geven de komende vier jaar richting aan de inzet van ons college voor de stad. Wat wij willen bereiken, is dat Delft kansrijk is voor iedereen: met scholing en opleiding, taalvaardigheid, een goede aansluiting op de arbeidsmarkt en hulp waar dat nodig is.
Wij werken aan ruimte voor wonen, met een woningaanbod dat betaalbaar is voor mensen met verschillende draagkracht en een goede balans tussen sociale huurwoningen en koopwoningen per gebied. Wij werken aan een gezonde en veilige stad, met een gezonde leefomgeving waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten. Wij maken meer werk van de duurzame stad, om de stad prettig leefbaar te houden en om energie en warmte duurzaam en betaalbaar te houden. En wij werken aan de economische kracht van Delft en een bruisende stad, met banen op elk niveau en met cultuur als een basisvoorziening voor inwoners. Nu investeren In 2023 zetten we in op acties waar Delftenaren direct van profiteren. Volgend jaar komt er onder meer een huurteam dat huurders gaat ondersteunen. Met de inzet van een seniorenmakelaar, ook voor particulieren, benutten we de kansen en bevorderen we de doorstroming op de woningmarkt. Goede en tijdige hulp bij schulden is van groot belang. Om Delftenaren met schulden zo vroeg mogelijk te helpen, zetten we de aanpak Eerder Melden Minder Achterstand (EMMA) voort. Te veel kinderen in Delft groeien op in armoede. Samen met scholen en andere partners willen wij deze kinderen helpen en ondersteunen. Wij zetten concrete stappen om energie en warmte te verduurzamen. Zo stellen we met
3
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
woningcorporaties en andere partners een isolatieplan op, in lijn met het Nationaal Isolatieprogramma. Deze en veel meer acties zijn opgenomen in de beleidsprogramma’s van deze begroting. Een randvoorwaarde bij al deze plannen is de beschikbaarheid van personele capaciteit. Kansen benutten Delft is een centrum van bedenken en maken, waar wetenschap en maakindustrie een lange historie kennen, met betekenis voor de regio, het land en de wereld. Wij willen dat iedereen in de stad mee kan profiteren van de kracht van Delft. We zien de maatschappelijke opgaven waar Delft voor staat. Duurzaamheid is daarbij een urgent en overkoepelend thema waarvoor aandacht moet zijn in al het werk. De komende jaren zullen we concrete stappen gaan zetten om onze ambitie van een duurzame stad dichterbij te brengen. Naast concrete acties ligt de focus in 2023 ook op het benutten van kansen. De financiële positie van gemeenten staat echter al jaren onder druk. Dit raakt de stad en onze inwoners en heeft ertoe geleid dat belangrijke – en soms noodzakelijke – investeringen in de stad niet zijn gedaan of zijn uitgesteld. Delft heeft de noodzaak voor extra middelen onder de aandacht gebracht van het Rijk, met steun van onder meer de provincie, de regio en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Wij zien dat deze inspanningen vruchten beginnen af te werpen.
Voor de Delftse aanvraag voor de versnellingsgelden infrastructuur heeft het Rijk middelen gereserveerd. Voor deze rijksbijdrage wordt er ook een forse investering van Delft gevraagd. Daarnaast is Delft toegelaten tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Ook hier is sprake van cofinanciering. Dit betekent wel dat we de mogelijkheid hebben om de komende jaren een inhaalslag te maken als het gaat om investeren in onze stad. We richten ons de komende jaren op duurzaamheid als urgent en overkoepelend thema wat terugkomt in alle bestuurlijke accenten. En op twee gebiedsgerichte programma’s: Delft West (opgaven: kansengelijkheid, bestaanszekerheid en veiligheid) en Innovatiedistrict Delft (opgaven: economische kracht en bruisende stad) die meerjarig zijn. Hier liggen belangrijke kansen, die we samen met de stad willen pakken. Positiever beeld met grote onzekerheden Het positieve financiële beeld uit de programmabegroting komt met name door de bijdrage uit het gemeentefonds. Dat is meegegroeid (accres) met de extra rijksuitgaven tot en met 2025. Over de extra inkomsten uit het gemeentefonds is de afspraak om deze tot en met 2025 te bevriezen. Dit geeft stabiliteit, omdat alleen nog een correctie plaatsvindt voor de ontwikkeling van lonen en prijzen (inflatie). Het positieve saldo biedt financieel de ruimte voor concrete stappen.
Tegelijkertijd blijven de onzekerheden onverminderd groot. Economische ontwikkelingen zoals inflatie hebben impact op iedereen en dus ook invloed op onze eigen begroting. Daarbij komt nog onzekerheid over het rijksbeleid. Bijvoorbeeld over de systematiek van financiering vanaf 2026. Het Rijk heeft op Prinsjesdag aangekondigd een miljard extra vrij te maken voor gemeenten in 2026. Maar helaas is dit niet voldoende om de forse daling in de financiering van het Rijk op te kunnen vangen. Het vinden van oplossingen voor deze daling in 2026 is een belangrijk onderwerp van gesprek tussen VNG en het Rijk. De gemeente volgt de voortgang op de voet. Dit geldt ook voor de hervormingsagenda en de ontwikkeling van de autonome kosten (volume en tarieven) in het sociaal domein. De tijdelijke financiële ruimte is hard nodig voor de maatschappelijke opgaven die Delft heeft en vraagt om een goede afweging. Daarom gebruiken we de financiële ruimte voor een buffer. Deze reservering gebruiken we bijvoorbeeld voor een forse investering in de ontwikkeling van Delft West en Innovatiedistrict Delft, naast de rijksbijdragen. Ook zijn middelen nodig om onze voorzieningen aan te laten sluiten op de groei van de stad. Met de inrichting van een buffer creëren we ruimte om, samen met de raad, een integrale afweging te maken voor de inzet van de extra incidentele middelen.
De raadsconferentie zoals voorgesteld in de motie "Samen werken aan de Delftenaar centraal" biedt hiervoor een eerste gelegenheid. Het college van burgemeester en wethouders
4
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Inhoudsopgave Colofon..................................................................................................................................
2
Samen werken aan Delft.......................................................................................................
3
Financiële positie................................................................................................................... 7 Begroting in één oogopslag ............................................................................................................
8
Inkomsten en uitgaven in 2023........................................................................................................
9
Toelichting op financiële positie....................................................................................................... 11
Financiële begroting 2023 & meerjarenbeeld 2024-2026..................................................... 25 Baten en lasten per programma...................................................................................................... 26 Investeringen................................................................................................................................... 28
Beleidsbegroting.................................................................................................................... 35 Duurzame stad................................................................................................................................ 37 Bereikbare stad............................................................................................................................... 43 Goed wonen.................................................................................................................................... 50 Schone en veilige stad ................................................................................................................... 57 Gezonde en sociale stad................................................................................................................. 69 Samenleven, onderwijs en cultuur................................................................................................... 76 Werk en inkomen............................................................................................................................. 89 Economie en vastgoed....................................................................................................................
94 Stad en bestuur............................................................................................................................... 101 Raad................................................................................................................................................ 105
Algemene dekkings-middelen en Overhead.........................................................................107 Overhead ........................................................................................................................................108 Financiën ........................................................................................................................................ 112
Paragrafen.............................................................................................................................121 Gebiedsgerichte programma's........................................................................................................ 124 Weerstandsvermogen en risicobeheersing..................................................................................... 127 Lokale heffingen.............................................................................................................................. 145 Grondbeleid..................................................................................................................................... 155 Onderhoud kapitaalgoederen.......................................................................................................... 159 Toekomstig Delft.............................................................................................................................. 167 Verbonden partijen en subsidies..................................................................................................... 171 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................183
5
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Financiering..................................................................................................................................... 186
Overzichten...........................................................................................................................191 Uitvoeringsinformatie.......................................................................................................................192 Reserves en voorzieningen............................................................................................................. 196 Incidentele baten en lasten..............................................................................................................206
Bijlagen..................................................................................................................................208 Beleidsindicatoren........................................................................................................................... 209 Verplichte beleidsindicatoren BBV ..................................................................................................216 Aangenomen moties en amendementen.........................................................................................217
6
Financiële positie
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Begroting in één oogopslag
Financiële positie / Begroting in één oogopslag
8
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Inkomsten en uitgaven in 2023 Het huishoudboekje van de gemeente Delft bestaat uit inkomsten en uitgaven. De inkomsten (inclusief onttrekkingen aan reserves) en uitgaven (inclusief stortingen in reserves) van de gemeente Delft zijn als volgt verdeeld: Inkomsten Bedragen x € 1.000 Gemeentefonds Specifieke rijksbijdragen Woonlastenheffingen Overige heffingen Parkeren Huren en pachten Overige inkomsten
Uitgaven 248.287 Lonen premies 52.448 Personeel van derden 61.994 Sociale tegemoetkoming 7.261 Subsidies 7.770 Goederen en diensten 6.228 Rentelasten en afschrijvingen 56.240 Reserves/voorzieningen
77.542 1.859 206.884 22.967 96.936 22.734 10.235
440.228
439.158
Bron: financiële administratie
Gemeentefonds: 56.4% Specifieke rijksbijdragen: 11.9% Woonlastenheffingen: 14.1% Overige heffingen: 1.6% Parkeren: 1.8% Huren en pachten: 1.4% Overige inkomsten: 12.8%
Inkomsten De inkomsten van de gemeente Delft kunnen worden ingedeeld in twee categorieën: inkomsten van het Rijk en de eigen inkomsten. De inkomsten van het Rijk zijn de belangrijkste categorie en bestaan uit de algemene uitkering en specifieke rijksbijdragen (bijvoorbeeld voor bijstandsuitkeringen). De eigen inkomsten omvatten de woonlasten (onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing, afvalstoffenheffing), parkeerinkomsten, huuropbrengsten en overige inkomsten (onder meer rente/dividend, eigen bijdragen in het sociaal domein, verkoop gronden en panden, onttrekkingen aan reserves en voorzieningen).
Financiële positie / Inkomsten en uitgaven in 2023
9
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Lonen premies: 17.7% Personeel van derden: 0.4% Sociale tegemoetkoming: 47.1% Subsidies: 5.2% Goederen en diensten: 22.1% Rentelasten en afschrijvingen: 5.2% Reserves/voorzieningen: 2.3%
Uitgaven De uitgaven zijn gebaseerd op de geraamde lasten voor de beleidsprogramma's. Daarnaast is ook budget gereserveerd voor de gemeenteraad, Overhead en Financiën (algemene dekkingsmiddelen). De uitgaven betreffen salariskosten, uitkeringen, subsidies, programmatische uitgaven, rente en afschrijving en stortingen in reserves en voorzieningen.
Financiële positie / Inkomsten en uitgaven in 2023
10
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Toelichting op financiële positie Hierna lichten we de financiële positie toe aan de hand van de vijf pijlers waarmee we de financiële gezondheid van de gemeente in beeld brengen: 1. 2. 3. 4. 5.
Begrotingssaldo Algemene reserve Stadsschuld Ruimte voor investeringen Woonlasten.
Begrotingssaldo Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
Saldo Programmabegroting 2022-2025
198
788
203
815
1.373
125 895 3.900 -80 1.104 -4.486 -462 -1.500
125 636 8.930 117 -2.726 -4.733 -250 -1.500
125 376 12.640 447 -3.386 -6.533 -329 -2.500
125 551 11.580 347 -2.886 -6.733 -243 -2.500
125 1.150 820 219 -2.886 -6.859 -646 -
-307
1.387
1.043
1.056
-6.704
2.824
8.613 311 -2.382 -50 -309 21 1.294 -648 422 -139 8.520 -7.450
10.279 541
14.579 512
7.224 561
920 -505 1.635 1.649 -1.158 414 69 14.886 -14.450
90 -505 516 2.600 -998 416 205 18.470 -17.950
-1.573 214 67 2.806 -930 416 -199 1.880
1.070
436
520
1.880
Kaderbrief 2022 1. Najaarsrapportage 2021 2. Gemeentefonds 3. Coalitieakkoord / Startnota (Rutte IV) 4. Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling 2022 5. Sociaal domein 6. Bestaand beleid - basis op orde 7. Investeringen in de stad 8. Reservering voor investeringen in de stad Kaderbrief 2022 Programmabegroting 2023-2026 1. Gemeentefonds - meicirculaire 2. Nominale ontwikkeling 3. Uitwerking coalitieakkoord (CA) 4. Sociaal domein 5. Bestaand beleid 6. Areaaluitbreiding 7. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) 8. Herfasering reserves en voorzieningen 9. Woonlasten 10. Financieringsbehoefte en rente
2.517 Buffer: - Cofinanciering - Energiearmoede - Nieuw beleid (o.a. uitvoering CA) - Personele capaciteit - Uitvoering herstelplan - Bijdrage kostenverhaal Saldo Programmabegroting 2022-2025
2.517
Algemeen De tabel laat de opbouw van het nieuwe begrotings- en meerjarenbeeld zien. Hiervoor zijn de Programmabegroting 2022-2025 en de Kaderbrief 2022 het uitgangspunt. Nieuw zijn de bouwstenen voor de Programmabegroting 2023-2026 en het voorstel voor het instellen van een buffer. Deze buffer is nodig voor de inzet op de maatschappelijke opgaven waar onze stad voor gesteld staat. Door nu geen concreet bestedingsvoorstel te doen maar een buffer te vormen, creëren we ruimte om, samen met stad en raad, een integrale afweging te maken over de inzet van de middelen.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
11
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Moties en amendementen Tijdens de begrotingsraad (10 november 2022) zijn 23 moties aangenomen en 2 amendementen. De moties zijn opgenomen in een bijlage. De moties worden nader uitgewerkt, over de concrete opvolging volgt een toelichting in de Kadernota 2023. In bovenstaande tabel is rekening gehouden met de amendementen. Na verwerking is het effect op het saldo van de Programmabegroting 2023-2026 nihil. Amendement A4.1.A Volwaardig onderzoek Delfts slavernijverleden Met het amdement wordt extra budget beschikbaar gesteld voor uitdiepend onderzoek dat kan inspelen op de resultaten van het basisonderzoek (€ 32.000). Het incidentele budget is toegevoegd aan de bouwsteen Uitwerking coalitieakkoord (CA) en betreft het programma Samenleven, onderwijs en cultuur. De dekking door middel van een onttrekking aan de Algemene reserve is verwerkt in bouwsteen Herfasering reserves en voorzieningen (programma Financiën). Amendement A4.1.D Middelen aanpak eenzaamheid Het amendement verhoogt de middelen voor bestrijding van eenzaamheid (€ 50.000 in 2023, 2024 en 2025). Het extra budget is toegevoegd aan de bouwsteen Sociaal domein en betreft het programma Gezonde en sociale stad . De dekking is verwerkt door middel van een lagere dotatie aan de buffer (programma Financiën).
Over het uitvoeringsjaar 2022 volgt meer informatie in de Najaarsrapportage 2022. Naast de reguliere onderwerpen (voortgang realisatie en prognose) zijn de effecten van de hogere inflatie en de voortgang van het herstelplan bijzondere aandachtspunten. De 10 bouwstenen voor de nieuwe begroting zijn (1) de meicirculaire over het gemeentefonds, (2) loonen prijsontwikkeling, (3) het coalitieakkoord 'Samen werken aan Delft' (incidentele voorstellen voor 2023), bijstellingen in (4) het sociaal domein en (5) het overige bestaande beleid, (6) areaaluitbreiding (groei van de stad), bijstelling van (7) investeringen en (8) reserves en tenslotte (9) de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) en (10) de renteontwikkeling. De middelen die nodig zijn voor uitvoering van de moties 8.2.1 'Kinderarmoede' (aangenomen bij behandeling Kaderbrief 2022, 30 juni 2022) en 8.4.1 'Ondermijn de onderwereld' (aangenomen in raadsvergadering 7 juli 2022) zijn onderdeel van de bouwstenen Uitwerking coalitieakkoord en Bestaand beleid. In reactie op de motie 8.2.5 'Samen werken aan de Delftenaar centraal' heeft de raad een aparte bestuurlijke reactie ontvangen op het vijfpuntenplan 'De Delftenaar Centraal'. Voor de Delftse aanvraag voor de versnellingsgelden infrastructuur heeft het Rijk middelen gereserveerd. Daarnaast is Delft aangesloten bij het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
We vertalen dit naar twee gebiedsgerichte programma’s: Delft West en Innovatiedistrict Delft. We zien hiermee kansen om flink te investeren in onze stad, maar dit vraagt ook om cofinanciering van Delft. In de paragraaf Gebiedsgerichte programma's wordt dit nader toegelicht. Na verwerking van de verschillende bouwstenen is het saldo in alle jaren positief. Tot en met 2025 wordt dit verklaard door het fors hogere accres in de meicirculaire 2022 dat weer het gevolg is van de extra uitgaven van het Rijk in het coalitieakkoord Rutte IV en de Voorjaarsnota 2022 ('trap-op-trap-af'). Mede door deze extra middelen is niet alleen sprake van een positief begrotingssaldo maar is de begroting ook structureel in evenwicht. Dit betekent dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Voor het positieve saldo van de begroting geldt vooralsnog dat het is omgeven met onzekerheden van buitenaf. Bijstellingen in het begrotings- en meerjarenbeeld zijn mogelijk als gevolg van de economische ontwikkeling (energieprijzen, inflatie/koopkracht), het nog te verwachten rijksbeleid (korting middelen jeugdzorg, begrotingsdiscipline, bekostiging gemeenten vanaf 2026, de financiering van de grote maatschappelijke opgaven), de voortdurende impact van Covid-19 en de uitkomsten van de onderzoeken naar aanleiding van de herijking van het gemeentefonds.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
12
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Vanaf 2026 is de daadwerkelijke financiële ruimte afhankelijk van een nog te ontvangen voorstel van het Rijk voor een stabiele financieringssystematiek voor medeoverheden. Een eerste brief van het ministerie van BZK over dit onderwerp (Contourennota financieringssystematiek medeoverheden, 11 juli 2022) erkent dat er een structureel probleem is bij de bekostiging van gemeenten, maar biedt voor de oplossing nog geen concrete aanknopingspunten. Ook schrijft de minister in de brief: "het Coalitieakkoord en de Voorjaarsnota 2022 [leidt] tot een sterk verbeterde financiële positie van medeoverheden en een goede financiële basis in de periode tot en met 2025. Dit biedt mogelijk ook ruimte voor gemeenten en provincies om een tijdelijke financiële buffer op te bouwen, die verlichting kan bieden voor het jaar 2026". Deze suggestie levert slechts incidentele dekking op en is geen oplossing voor de structurele verslechtering van de financiële positie. Met de resolutie 'Zekerheid over de structurele financiën' (aangenomen tijdens de Algemene LedenVergadering van de VNG, 29 juni 2022) is opgeroepen om voor Prinsjesdag met het kabinet te overleggen over een gezamenlijke aanpak van de maatschappelijke opgaven en het bieden van duidelijkheid over de financiële ruimte voor gemeenten vanaf 2026.
Op Prinsjesdag is duidelijk geworden dat in 2026 een eenmalige rijksbijdrage van € 1 miljard wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Helaas is dit onvoldoende om de structurele financiele positie van de gemeenten te verbeteren. Aan een voorstel voor een stabielere financieringingssystematiek vanaf 2026 wordt nog gewerkt door het rijk en gemeenten. Hiermee blijft in deze begroting sprake van onzekerheid over de financiële ruimte op termijn. Dit betekent dat de vorig jaar geformuleerde afspraak om, met behoud van een structureel begrotingsevenwicht, de verhoging van de onroerendzaakbelasting (OZB) in 2025 terug te draaien, nu niet uitgevoerd kan worden. Een weloverwogen besluit daarover is (uiterlijk) in 2024 te nemen. Nadat meer bekend is over de nieuwe bekostigingssystematiek vanaf 2026 voor gemeenten kan, in samenhang met de uitkomsten van de septembercirculaire over de uitkering uit het gemeentefonds, een nieuw beeld geschetst worden van de structurele ontwikkeling van de financiële positie. Na afronding van de onderzoeken naar aanleiding van de herijking van het gemeentefonds (voorjaar 2023) volgt opnieuw een actualisering. De gemeente werkt ook zelf aan structurele versterking van haar financiële slagkracht.
In samenwerking met de provincie Zuid-Holland en de TU Delft, en gesteund door de MRDH en IQ, heeft de gemeente daarvoor een propositie opgesteld “de kracht van Delfts blauw verzilveren”. De inzet van deze propositie is om structurele oplossingen te vinden voor de financiële situatie van Delft. De propositie is opgebouwd uit twee integrale gebiedsopgaven (Delft West en Innovatie District Delft) en een aantal specifieke financiële dossiers. Overleg met het rijk heeft in 2022 geleid tot een set met afspraken. Zo is Delft West toegelaten tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en veiligheid. De genoemde afspraken willen wij in 2023 nader concretiseren. Buffer Het positieve saldo telt over de begrotings- en meerjarenperiode (cumulatief) op tot meer dan € 40 miljoen. Het voorstel is deze financiële ruimte te beschouwen als een buffer om voorbereid te zijn op aanspraken voor onderstaande doelen en voor de diverse onzekerheden. We zien grote maatschappelijke opgaven in onze stad. Deze aanspraken zijn op dit moment financieel nog niet uitgekristalliseerd, maar zeker is dat ze fors zijn en op korte termijn wel tot concrete begrotingsvoorstellen leiden: • Cofinanciering Voor de gebiedsgerichte programma's Innovatie District Delft en Delft West zijn aanzienlijke financiële bijdragen van het Rijk noodzakelijk.
De hiervoor beschikbare subsidieregelingen en specifieke uitkeringen vereisen vaak dat de gemeente, al dan niet samen met haar partners, bijdraagt in de kosten. Actuele voorbeelden waarvoor deze cofinancieringsverplichting geldt, zijn de versnellingsgelden (voor infrastructuur), regiodeal en woningbouwimpuls. Afhankelijk van de omvang van de toegekende subsidies en de voorwaarden die daaraan verbonden zijn, moeten we rekening houden met een cofinancieringsbijdrage van vele tientallen miljoenen.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
13
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
•
Energiearmoede Mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne hebben we te maken met stijgende energieprijzen en een hoge inflatie. Dat betekent dat het voor mensen met een laag inkomen en ook mensen met een middeninkomen steeds moeilijker is om rond te komen. We voeren de regeling energietoeslag uit om mensen te ondersteunen. Deze maatregel geldt voor 2022. Het kabinet heeft besloten de energietoeslag ook in 2023 beschikbaar te stellen. In samenhang met het rijksbeleid bepalen we in de tweede helft van 2022, in overleg met partijen in de stad, wat we als gemeente nog meer kunnen doen om inwoners te ondersteunen. Daarbij leggen we een verbinding met de energietransitie.
•
Nieuw beleid (onder andere uitvoering coalitieakkoord) Voor de nieuwe ambities en voorstellen in het coalitieakkoord zijn vanaf 2024 nog geen middelen gereserveerd. De komende periode willen we – het college van B&W – samen met de gemeenteraad onze ambities verder uitwerken. Met de inrichting van een buffer creëren we ruimte om, samen met de raad, een integrale afweging te maken voor de inzet van de extra incidentele middelen. De raadsconferentie zoals voorgesteld in de motie "Samen werken aan de Delftenaar centraal" biedt hiervoor een eerste gelegenheid. Een belangrijke notie hierbij is dat, met het vastzetten van het accres tot en met 2025 door het Rijk, veel van de benodigde ruimte voor nieuw beleid in de komende jaren ook uit de buffer moet komen.
•
Personele capaciteit Bij de opgaven en de overige ambities is de benodigde capaciteit in de organisatie een belangrijke randvoorwaarde. Voor uitvoering binnen afgesproken termijnen, is mogelijk een beroep op de buffer ten behoeve van extra (tijdelijke) capaciteit noodzakelijk.
•
Uitvoering herstelplan In het Herstelplan 2021-2024 zijn maatregelen opgenomen die ingrijpend zijn voor burgers, instellingen en voorzieningen in de stad. Bij de inzet van de buffer past ook een hernieuwde beoordeling van haalbaarheid en impact van eerder afgesproken bezuinigingsmaatregelen.
•
Kostenverhaal In de nota Kostenverhaal (vastgesteld in 2021) zijn voor de Delftse verstedelijkingsopgave tot 2040 indicaties opgenomen voor de gebiedsoverstijgende investeringen (bovenwijkse voorzieningen en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen) en voor de toerekening van kosten aan particuliere initiatiefnemers. Omdat de gemeente het merendeel van de investeringen blijft bekostigen, moet rekening worden gehouden met aanvullende bijdragen van de gemeente voor de ruimtelijke ontwikkeling.
In het najaar van 2022 bekijken we de resultaten van de aanvragen voor rijksmiddelen (versnellingsgelden, regiodeal, woningbouwimpuls) en de daarvoor reeds beschikbare en nog aanvullend benodigde cofinanciering. In samenhang met de overige onderwerpen waarvoor de beschikbare financiële ruimte in de buffer ingezet kan worden, volgt dan een integrale afweging en een raadsvoorstel voor verdeling van (een deel van) de middelen. Tevens onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn voor vergroting van de buffer. Hiervoor kijken we naar het rekeningresultaat, de vrije ruimte in de Algemene reserve en/ of (het verruimen van de doelstellingen van) bestemmingsreserves. Incidentele baten en lasten Voor de (meerjaren-)begroting geldt als randvoorwaarde dat deze structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Dit betekent dat: 1. structurele lasten worden gedekt door structurele baten, 2. ramingen volledig en realistisch zijn. Om vast te stellen of sprake is van een structureel evenwicht, corrigeren we de begroting voor incidentele baten, lasten en reservemutaties. Na correctie is het structurele begrotingssaldo als volgt.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
14
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Begrotingsevenwicht (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Begrotingssaldo programma's Resultaat PB 2023-2026 Incidentele baten en lasten programma's Incidentele mutaties in reserves
1.070 4.358 -3.938
436 217 15.039
520 757 18.515
1.880
Structureel begrotingsevenwicht
1.490
15.692
19.792
1.630
-250
De positieve saldi betekenen dat de begroting tot en met 2026 structureel in evenwicht is. Hoe het structureel evenwicht zich ontwikkeld in 2026, is gezien de hiervoor geschetste onzekerheden over een stabiele financieringssystematiek voor gemeenten vooralsnog de vraag. Een overzicht van de incidentele baten en lasten in deze begroting is opgenomen bij de verzameloverzichten. Hierbij hoort ook het complete overzicht van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Voor de beoordeling van het begrotingsevenwicht schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) het gebruik van het financiële kengetal Structurele exploitatieruimte voor. Dit kengetal vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. In het begrotingsjaar 2023 is de structurele exploitatieruimte voor Delft 0,4% positief. Ook voor de overige jaren is het kengetal positief. Dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Toelichting bouwstenen Hierna volgt op hoofdlijnen een toelichting op de tabel met het begrotings- en meerjarenbeeld. Een uitgebreide toelichting op de verschillende voorstellen is opgenomen bij de beleidsprogramma's en/of de paragrafen. Saldo Programmabegroting 2022-2025 Uitgangspunt is de Programmabegroting 2022-2025 (vastgesteld in de raadsvergadering van 4 november 2021).
Het positieve saldo van deze begroting heeft geleid tot het gangbare repressieve toezicht door de provincie Zuid-Holland in 2022. In het meerjarenbeeld is het jaar 2026 toegevoegd. Kaderbrief 2022 De Kaderbrief 2022 is vastgesteld in de raadsvergadering van 30 juni 2022. De kaderbrief is beleidsarm en bevat geen nieuw beleid. Wel is rekening gehouden met structurele effecten van de Najaarsrapportage 2021 en de september- en decembercirculaire 2021. Ook is een berekening gemaakt van de maartcirculaire waarin de effecten van het landelijke coalitieakkoord Rutte IV verder zijn uitgewerkt. Ten slotte zijn bouwstenen toegevoegd op basis van het Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling (MPG), actuele ontwikkelingen in het sociaal domein, actuele mee- en tegenvallers bij het bestaand beleid, onvermijdelijke investeringsopgaven en reserveringen voor noodzakelijk geachte stedelijke opgaven. De voorstellen in de kaderbrief zijn verwerkt door middel van de 13e begrotingswijziging 2022. Programmabegroting 2023-2026 De nieuwe begroting kent een aantal bouwstenen. Voor zover deze bouwstenen een effect hebben in het lopende jaar zijn ze onderdeel van de Najaarsrapportage 2022. 1. Meicirculaire 2022 De meicirculaire is op 1 juni 2022 gepubliceerd en geeft aan wat de bijstellingen zijn in de Algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
Een toelichting staat in de 'Bestuurlijke reactie meicirculaire 2022' (van 5 juli 2022, kenmerk 2227391). De meicirculaire laat een positief beeld zien, met name doordat de omvang van het gemeentefonds fors is gegroeid. Deze groei (accres) wordt verklaard doordat het gemeentefonds meebeweegt met de uitgaven van het Rijk. Dit wordt de trap-op-trap-af systematiek genoemd. Door extra uitgaven in het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota groeit het gemeentefonds. Over de extra inkomsten uit het gemeentefonds is tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Interprovinciaal overleg (IPO) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de afspraak gemaakt
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
15
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
om deze t/m 2025 te bevriezen (VNG-brief “Akkoord bevriezing volume-accres 2022-2025” d.d. 21 juni 2022). Hiermee wordt een stabielere financiering van medeoverheden bereikt omdat alleen nog een correctie plaatsvindt voor de ontwikkeling van lonen en prijzen (inflatie). Vanaf 2026 daalt het accres structureel als gevolg van het ramen van een vast bedrag, het handhaven van de opschalingskorting en het onvoldoende compenseren voor inflatie door het Rijk. Gevolg hiervan is dat de middelen structureel lager worden. Overige majeure mutaties zijn de extra middelen voor de energietoeslag in 2022 en voor jeugdzorg (arbitrage) in 2023. De voorstellen zijn verwerkt in de Najaarsrapportage 2022 en de Programmabegroting 2023-2026. 2. Nominale ontwikkelingen Voor de extra inflatie in 2022 zijn middelen gereserveerd bij de septembercirculaire 2021 (€ 1,2 miljoen) en bij de Kaderbrief 2022 (€ 1,8 miljoen). Inmiddels zijn diverse gevolgen van de hogere inflatie geïnventariseerd (onder andere energie, bouwkosten, tarieven Sociaal domein). Voor een compleet beeld worden de prognoses in de Najaarsrapportage 2022 afgewacht. Op basis daarvan volgt een nader voorstel in de najaarsrapportage voor de verdeling van de gereserveerde middelen. Het prijspeil van de nieuwe begroting is aangepast aan de verwachte ontwikkeling van lonen en prijzen in 2023.
Hierbij is ook rekening gehouden met te betalen subsidies, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de stijging van de inkomsten uit leges, toeristenbelasting, parkeerinkomsten en precario: • De loonontwikkeling is 3,3% vanaf 2023 en betreft met name een reservering voor de nieuwe cao. NB: dit betreft ook de indexatie van de uitvoering van de Participatiewet door Werkse!. • De materiële prijscompensatie betreft goederen en diensten (2,3%), subsidies (3,1%), vastgoed (op basis van de uitgangspunten Vastgoedanalyse) en de gemeenschappelijke regelingen. • De prijscompensatie van de OZB is gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI) en het rekentarief voor het gemeentefonds (2,79%), de overige tarieven stijgen met de CPI van 2,4%. 3. Uitwerking coalitieakkoord (CA) In het coalitieakkoord 'Samen werken aan Delft' is voor de uitvoering in 2023 een budget van € 2,35 miljoen opgenomen. Een uitwerking op programmaniveau is verwerkt in deze begroting zodat we aan de slag kunnen met de prioriteiten in het coalitieakkoord. In de programmabegroting voor 2024-2027 worden de mogelijkheden voor voortzetting en ook de andere opgaven uit het coalitieakkoord nader bekeken. Aanvullend is rekening gehouden met het amendement A4.1.D Volwaardig onderzoek Delfts slavernijverleden (€ 32.000). 4.
Sociaal domein Rekening is gehouden met een nadeel vanaf 2026 vanwege de oploop van de landelijk afgesproken opbrengst van de hervormingsagenda. In Delft wordt deze opbrengst niet gerealiseerd omdat de onderliggende maatregelen reeds taakstellend in de begroting staan opgenomen. De stelpost Extra middelen jeugdzorg (arbitrage) is aangepast aan de afspraken die zijn gemaakt tussen het ministerie van BZK en de VNG. Gemeenten mogen in de jaarschijven 2024 tot en met 2026 de middelen die in het landelijke coalitieakkoord zijn opgenomen volledig meenemen in hun meerjarenraming (deze middelen zijn nog niet verwerkt in het gemeentefonds). Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met de afgesproken besparing van € 100 miljoen in 2024, € 500 miljoen in 2025, € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen structureel als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken. Tenslotte is rekening gehouden met actuele cijfers over de volumegroei van jeugdzorg en Wmo en voor Delft Support en het amendement A4.1.A Middelen aanpak eenzaamheid (€ 50.000 in 2023, 2024 en 2025). De uitgaven en inkomsten voor het sociaal domein zijn geraamd op basis van lokale ramingen. Ook is rekening gehouden met mutaties in de meicirculaire (algemene uitkering, decentralisatie- en integratieuitkeringen).
Als later dit jaar blijkt dat kosten harder groeien en/of risico’s tegenvallen en/of besparingsverliezen ontstaan, bepalen we de consequenties. Het actuele financiële kader op basis van de verplichte taakvelden voor het sociaal domein is nu als volgt (exclusief overhead).
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
16
Programma-begroting 2023-2026
Financieel kader Soclaal domein
Versie: 14-11-2022
2022
2023
2024
2025
2026
Gezonde en sociale stad 62 - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 66 - Maatwerkvoorziening (Wmo) 671 - Maatwerkdienstverlening 18+ 671a - Hulp bij het huishouden (Wmo) 671b - Begeleiding (Wmo) 671c - Dagbesteding (Wmo) 671d - Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 672 - Maatwerkdienstverlening 18672a - Jeugdhulp begeleiding 672b - Jeugdhulp behandeling 672c - Jeugdhulp dagbesteding 672d - Jeugdhulp zonder verblijf overig 673a - Pleegzorg 673b - Gezinskracht 673c - Jeugdhulp met verblijf overig 674a Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf 674b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 674c Gesloten plaatsing 681 - Geëscaleerde zorg 18+ 681a - Beschermd wonen (Wmo) 681b - Maatschappelijke en vrouwenopvang (Wmo) 682 - Geëscaleerde zorg 18682a - Jeugdbescherming 682b - Jeugdreclassering 71 - Volksgezondheid
12.256 2.906 23.958 28.886 27.710 -1.250 -54 3.970 5.169
14.785 4.256 9.133 13.970 569 492 5.425 2.998 3.109 3.636 1.770 542 3.169 7.109 2.227 428 16.082 8.197 1.513 171 5.294
13.741 4.280 9.477 14.479 569 509 5.489 3.033 3.142 3.466 1.791 549 3.207 7.194 2.247 433 16.087 8.157 1.531 173 5.295
13.760 3.962 9.854 15.038 569 427 5.636 3.115 3.217 3.478 1.839 564 3.293 7.386 2.291 445 16.094 8.157 1.572 178 5.294
13.793 3.957 9.853 15.036 569 427 5.637 3.115 3.218 3.479 1.840 564 3.293 7.388 2.291 445 16.103 7.854 1.573 178 5.244
Samenleven, onderwijs en cultuur 61 - Samenkracht en burgerparticipatie
10.902
11.032
10.803
10.787
9.680
Werk en inkomen 63 - Inkomensregelingen 64 - WSW en beschut werk 65 - Arbeidsparticipatie 671 - Maatwerkdienstverlening 18+
14.315 12.757 10.392 61
6.213 11.851 10.560 61
5.644 11.395 11.079 61
5.628 11.116 11.357 61
5.648 10.723 11.445 61
151.978
144.592
143.831
145.118
143.414
5. Bestaand beleid In het kader van realistisch ramen zijn afgelopen jaarrekeningen geanalyseerd op structurele verschillen tussen raming en realisatie. Tevens zijn parkeerbaten geactualiseerd en is een aantal technische correcties verwerkt. Per saldo ontstaat hierdoor een voordeel. Voor theater De Veste zijn structureel middelen gereserveerd voor instandhouding. Dit is vooruitlopend op een nader voorstel over de toekomst van het theater. Voor invoering van de wet Kwaliteitsborging bouw verschuiven taken van toetsing naar registratie en handhaving. Deze nieuwe taken mogen niet aan de leges toegerekend worden. Bij bestaand beleid is tevens rekening gehouden met kosten voor de organisatie (stadsbouwmeester, ondersteuning) en beheer van de openbare ruimte (Hertenkamp, Arboretum) en vrijval van eerder geraamde stelposten. 6. Areaaluitbreiding In de Kaderbrief 2022 zijn middelen opgenomen voor de kosten die samenhangen met de groei van de stad. Dit betreft de openbare ruimte, toezicht en handhaving en interne dienstverlening en het Klant Contact Centrum. In deze begroting is een bestedingsvoorstel voor deze middelen opgenomen. 7. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) Het bestaande investeringsprogramma is geactualiseerd. Dit betreft met name de herfasering van de investeringsprojecten en de verschuiving van investeringsagenda naar -plan.
Op basis van nieuwe ramingen ontstaan incidenteel voordelen als gevolg van lagere afschrijvingslasten.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
17
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
In het kader van realistisch ramen is voor het totale investeringsprogramma een bijstelling opgenomen van de kapitaallasten die rekening houdt met de verwachte realisatie per jaar. Omdat het investeringsprogramma de afgelopen jaren een aanzienlijke onderschrijding liet zien, ontstaat hier een meerjarig voordeel. een nadere toelichting staat bij Investeringen. 8. Herfasering reserves en voorzieningen Bij de reserves is met name het effect verwerkt van de omzetting van een aantal reserves naar voorzieningen (sportvoorzieningen, vastgoed, omgevingsvergunningen). Tevens is rekening gehouden met de dekking van het amendement A4.1.A Volwaardig onderzoek Delfts slavernijverleden. 9. Woonlasten De woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Zoals al opgenomen in de Kadernota 2021 stijgt de OZB in 2023 met 6%. Daar komt de inflatiecorrectie bij (2,79%). Zoals gebruikelijk zijn ook de extra opbrengsten als gevolg van het nieuwe areaal in de begroting verwerkt. Vorig jaar is in de Programmabegroting 2022-2025 ook een extra stijging van de OZB van 7% vanaf 2025 afgesproken omdat het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten. Hierover is aanvullend afgesproken dat als voldoende financiële ruimte ontstaat, deze wordt benut voor het terugdraaien van het voorstel voor verhoging van de OZB in 2025.
Randvoorwaarde hierbij blijft het behoud van een structureel begrotingsevenwicht. Het Rijk heeft weliswaar veel extra middelen beschikbaar gesteld via het gemeentefonds en specifieke uitkeringen, maar hiervoor geldt dat het tijdelijke baten zijn en dus geen structurele verbetering van de financiële positie van gemeenten opleveren. Pas nadat hierover duidelijkheid ontstaat, kan het terugdraaien van de verhoging van de OZB afgewogen worden, uiterlijk in de Programmabegroting 2025-2028. Voor de gesloten circuits Riolering en Reiniging zijn de loonkosten, overige kosten (GRP, DVO, toezicht, inflatie) en het aantal aansluitingen geactualiseerd. Resultaat is dat geen tariefstijgingen nodig zijn in 2023. Binnen het totale zogenoemde “woonlastenmandje” heeft de bevriezing van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing een dempende werking op het effect van de eerdergenoemde OZB-verhoging. 10. Financieringsbehoefte en rente Op basis van de leningenportefeuille, de financieringsbehoefte en de verwachte stijging van de rente is de raming van de rente geactualiseerd. Op basis van deze begroting kan de financieringsbehoefte in de komende drie jaar worden afgedekt uit de aanwezige liquiditeiten en is een stijging van de rentelasten aan de orde vanaf 2026.
Algemene reserve De algemene reserve heeft na het opmaken van de Jaarstukken 2021 en de voorstellen in de Kaderbrief 2022 een positieve stand. Inclusief de voorstellen in de Programmabegroting 2023-2026 is het saldo aan het eind 2023 bijna € 76,5 miljoen. In deze begroting is het voorstel opgenomen voor het instellen van een buffer van € 40 miljoen (onder andere voor cofinanciering en nieuw beleid). De dekking van het amendement A4.1.D Middelen aanpak eenzaamheid is hierop in mindering gebracht. De buffer is toegevoegd aan de Algemene reserve. Daarnaast is nu een onttrekking verwerkt ten behoeve van een impuls voor het investeringsprogramma (€ 2,24 miljoen) en is rekening gehouden met de dekking van amendement A4.1.A Volwaardig onderzoek Delfts slavernijverleden. Hiermee wordt meer inzet op de uitvoering beoogd. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel en het voorstel voor de instelling van een buffer bedraagt € 77,1 miljoen. De score voor de ratio weerstandsvermogen, ofwel de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit, is 1,72 positief (2023). Volgens landelijk
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
18
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
gehanteerde normen wordt deze score gewaardeerd als 'ruim voldoende'. De ontwikkeling van de Algemene reserve is toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve Bedragen x 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
Beginsaldo
97.685
71.640
76.408
90.345
108.295
Jaarrekening 2021 Resultaat Bestemming resultaat (voorstellen)
23.088 -21.866
-32 7.450
14.450
17.950
Overige voorstellen Ontvlechting reserve Vastgoed Verkoop Staalweg Dekking incidenteel beleid Incidentele voorstellen t.l.v. AR (Herstelplan) Opvang vluchtelingen Oekraïne Amendement 8.1.C Behoud hedendaagse kunst voor Delft Impuls investeringsprogramma Amendement 4.1.A Volwaardig onderzoek Delfts slavernijverleden Buffer
-398 3.800 -480 -806 -1.290 -30 -2.240
Inzet opbrengst aandelen Eneco Stimulerings- en investeringspakket Smart Makers Delft Compensatie dividend Eneco/Stedin/BNG (Herstelplan) Negatief saldo Herstelplan 2021-2024 Positief saldo PB 2022-2025 Openbare ruimte (reserve Investeringsplan) Septembercirculaire 2021 Motie 8.1.24 Energie in de wijken (reserve B&U)
-1.725 -342 -1.538 -9.218 5.000 -6.000 3.000 -15.000
w.v. restant Enecogelden
71.640 18.087
-40 -1.025 -1.585
-513
76.408 15.437
90.345 14.924
108.295 14.924
108.295 14.924
In de Algemene reserve is de opbrengst van de verkoop aandelen Eneco in 2020 verwerkt. De extra dekkingsmogelijkheden die hiermee zijn ontstaan, hebben we tot nu toe ingezet voor nieuwe investeringen in de Programmabegroting 2020-2023 (€ 45,3 miljoen), de reserve Maatregelen coronacrisis (€ 4,4 miljoen), het Stimulerings- en investeringspakket (€ 3,3 miljoen), maatregelen in het Herstelplan 2021-2024 (€ 10,5 miljoen voor compensatie wegvallend dividend Eneco/Stedin/BNG en tekorten in 2021-2023), voor een kwaliteitsimpuls in de Openbare ruimte (€ 6 miljoen) en voor een reservering voor uitvoering van de motie Energie in de wijken (€ 15 miljoen). Nadat rekening is gehouden met bovengenoemde inzet, is van de opbrengst aandelen Eneco nog € 14,9 miljoen beschikbaar als dekking.
Stadsschuld De stadschuld beoordelen we op basis van (1) omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld, (2) betaalbaarheid en (3) financiële ratio’s. 1. Omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld Voor de bepaling van de omvang van de stadsschuld sluiten we aan bij het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Hierin is de bruto schuld opgebouwd uit vaste en vlottende schulden + verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. De actuele bruto stadsschuld is eind 2022 ruim € 347 miljoen. In het nieuwe begrotingsjaar 2023 daalt de schuld naar € 317 miljoen. De verschillen worden verklaard door de geactualiseerde financieringsbehoefte van het nieuwe investeringsprogramma.
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
19
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
Van de totale schuld is in 2023 totaal € 71 miljoen doorgeleend aan bijvoorbeeld ParkerenDelft BV (€ 44,5 miljoen), woningcorporaties (€ 16,4 miljoen), stimuleringsfonds SVN (€ 9,8 miljoen) en de sportsector (€ 0,6 miljoen). In 2024 dalen de doorgeleende gelden naar € 56 miljoen. Tegenover de leningen aan ParkerenDelft BV staat, als zekerheid, het recht van eerste hypotheek op de parkeergarages voor de gemeente. De meerjarige financieringsbehoefte bepaalt de ontwikkeling van de schuld. Deze behoefte is een optelsom van inkomsten en uitgaven, afschrijvingen, investeringen, voorzieningen en aflossingen van leningen (zie paragraaf Financiering). In de grafiek hierna is het effect van de financieringsbehoefte op de bruto schuld in beeld gebracht. De opbrengst van de verkoop van de aandelen Eneco wordt, conform het Treasurystatuut, ingezet voor de bestaande financieringsbehoefte (aflossing van aflopende leningen en nieuwe financieringen). Dit leidt tot een stijging van de activa, een daling van het vreemd vermogen en - per saldo - tot een stijging van het eigen vermogen. Ontwikkeling stadsschuld
Bedragen x € 1 miljoen
400
350
300
250 2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Jaren PB 2022-2025
PB 2023-2026
2. Betaalbaarheid Over de vaste schulden, kasgeldleningen en het negatieve banksaldo betalen we rente. Deze rentelasten zijn de kosten van de stadsschuld. Daarnaast ontvangen we rente voor de doorgeleende gelden. In de paragraaf Inkomsten en uitgaven in 2023 is het aandeel van de rente in het totaal van de begroting vermeld op basis van de huidige leningenportefeuille, de financieringsbehoefte en de verwachte renteontwikkeling. Hierbij is rekening gehouden met een stijging van de rente en een buffer voor het investeringsprogramma. In de paragraaf Financiering is een toelichting opgenomen op de rente en de renterisico's. De verwachting voor de renteontwikkeling is een verdere stijging, echter minder sterk dan de afgelopen maanden. De gevolgen van de renteontwikkeling volgen we nauwlettend. Op basis van deze begroting kan de financieringsbehoefte in de komende drie jaar worden afgedekt uit de aanwezige liquiditeiten. De omvang van rentelasten beoordelen we op basis van de rentequote die de rentelasten uitdrukt als percentage van de inkomsten. In 2023 is de bruto rentequote 1,7% (streefwaarde: < 5%). Na correctie voor uitgezette leningen is de netto rentequote 1,2% (streefwaarde: < 2,5%).
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
20
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
3. Financiële ratio's De omvang en betekenis van de schuldpositie wordt in kaart gebracht met een aantal verplichte financiële kengetallen (BBV, artikel 11) en een extra indicator op verzoek van de raad. Een compleet overzicht van de financiële kengetallen staat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Ratio's
Jaarrekening 2021 Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Door BBV voorgeschreven Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitaties
39,3% 24,7% 39,2% -1,3%
53,7% 36,3% 39,5% -1,2%
60,3% 43,2% 41,4% 0,7%
54,3% 41,0% 45,0% -0,5%
52,6% 39,7% 48,0% 0,1%
58,0% 44,7% 47,2% 0,8%
Gemeentelijke aanvulling De ontwikkeling van de netto schuld per inwoner
2.277
2.229
2.463
2.238
2.165
2.254
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de schuldquote. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn als sprake is van doorgeleende gelden aan bijvoorbeeld woningcorporaties die jaarlijks aflossen. In de gecorrigeerde netto schuldquote zijn de verstrekte leningen buiten beschouwing gelaten. Een belangrijke notie bij de kengetallen is dat de streefwaarden van de VNG geen doel zijn, maar gelden als maximum (schuldquotes, grondexploitaties) of minimum (solvabiliteit) en fungeren als referentie voor de beoordeling. Streefwaarden Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) heeft de wetgever geen normen opgelegd. Wel heeft de VNG een aantal streefwaarden voorgesteld waarbij de kanttekening is dat er geen landelijke normen voor de kengetallen zijn, omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De VNG adviseert om voor de netto schuldquote 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Al bij een netto schuldquote van 100% springt het licht voor een gemeente op oranje. Voor de gecorrigeerde netto schuldquote geldt: hoe lager, hoe beter. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 30% springt het licht op oranje.
Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Bronnen: VNG.nl/financiële kengetallen, Houdbare gemeentefinanciën (2013), Handleiding houdbaarheidstest gemeentefinanciën (2017)
De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre er geen schulden op het bezit rusten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het kengetal grondexploitaties geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is. Omdat dit als risico wordt gezien, geldt: hoe lager het percentage voor dit kengetal, hoe beter. In Delft is de grondpositie beperkt en voor reële marktwaardes opgenomen op de balans. Het risico op de voorraad bouwgrond en de schuld die daarmee samenhangt is daarmee beperkt. Op verzoek van de raad is het kengetal netto schuld per inwoner opgenomen. Dit kengetal brengt de ontwikkeling van de schuld, de zogenaamde schuldevolutie, in beeld. Voor Delft is het beeld stabiel. Conclusie: De schuldpositie is houdbaar. De omvang en ontwikkeling is beheerst, de betaalbaarheid voldoet aan streefwaarden voor de rentedruk en de scores voor de verplichte financiële kengetallen
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
21
Programma-begroting 2023-2026
Versie: 14-11-2022
voldoen aan de streefwaarden van de VNG.
Ruimte voor investeringen In het investeringsprogramma van de nieuwe begroting zijn de investeringen uit de Kaderbrief 2022 verwerkt (Integraal HuisvestingsPlan onderwijs en OnderhoudsHuisvestingsPlan onderwijs) en ziin de bestaande investeringen geactualiseerd. Nieuwe investeringen zijn opgenomen in het plan (Bruggen Schie, openbare verlichting), bij de bedrijfsmiddelen (ICT, nieuwe werkplekken) en op de agenda (adaptieve mobiliteitsagenda, actualisatie IHP). Kwaliteit openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen (openbaar groen, water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering en gebouwen) is het beleid en de daarbij behorende budgetten vastgelegd in beheerplannen. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen is een toelichting opgenomen over de voortgang van het geplande onderhoud en de actuele beheerplannen. Tevens is in de paragraaf voor areaaluitbreiding (groei van de stad) een voorstel uitgewerkt binnen het financieel kader dat is vastgesteld in de Kaderbrief 2022. De middelen worden ingezet voor de openbare ruimte, toezicht en handhaving en interne dienstverlening en het Klant Contact Centrum (KCC). Reserveringen Voor diverse bestedingsvoorstellen zijn de volgende middelen gereserveerd in de Algemene reserve en bestemmingsreserves: • Fonds Delft 2040 Het Fonds Delft 2040 is het financiële kader voor de Agenda Delft 2040.
In 2017 is een inventarisatie gemaakt van de opgaven. Dit leidde tot een geschat benodigd totaal investeringsvolume van circa € 1,4 miljard, met een geschat gemeentelijk aandeel van ongeveer € 360 miljoen. Na aftrek van de al besloten inzet is dekking beschikbaar voor een investeringsvolume van € 20,6 miljoen. De dekking hiervoor is opgenomen in de bestemmingsreserve Stad. Hierbij is reeds rekening gehouden met de inzet voor staton Delft Campus, Gelatinebrug, Next!Delft, Biotech Campus, Futureproof open warmtenet, Lumen en Maria Duyst. Jaarlijks, bij de kadernota, vindt de afweging plaats of een voorstel wordt gedaan voor de groei van het fonds. In de paragraaf Toekomstig Delft staat een toelichting over de voorbereiding en uitvoering van de Agenda Delft 2040. • Stimuleringspakket 2021-2022 Voor het Stimuleringspakket is nog € 2,1 miljoen dekking beschikbaar in de Algemene reserve: 1. Ruimte voor maakindustrie (2040) en keten techniek-onderwijs versterken (inclusief Smart Makers) (€ 0,45 miljoen) 2. Onderhoud (integraal) openbare ruimte en investeren in de wijk (€ 80.000) 3. Energietransitie en circulaire economie (€ 1,6 miljoen) • Schieoevers De bestemmingsreserve Schieoevers is ingesteld voor het ontwikkelplan Schieoevers tot en met fase 2 en voor bovenwijkse voorzieningen. Het saldo van de reserve is € 12,75 miljoen (uiterlijk 2026).
• Prinsenhof (gebied) Voor het gebied Prinsenhof is het financieel kader voor het door het ontwerpteam uit te werken plan vastgesteld op een investeringsbedrag van € 28 miljoen. Dit budget bestaat uit € 18 miljoen van de gemeente (waarvan € 15 miljoen Algemene reserve a.g.v. Enecogelden) voor de restauratie en renovatie van het erfgoed en € 10 miljoen schenking voor versterking van de museale functie, toegankelijkheid en beleving van gebouw en buitenruimte met opschaalmogelijkheden. De gemeenteraad heeft een amendement aangenomen dat het gemeentelijk investeringsbedrag niet verhoogd mag worden. Door de uitzonderlijke inflatie zal dit gaan knellen. • Kwaliteitsimpuls Openbare ruimte In de Programmabegroting 2022-2025 is € 6 miljoen gereserveerd voor projecten met betrekking tot
Financiële positie / Toelichting op financiële positie
22
Programma-begroting 2023-2026
•
•
•
Versie: 14-11-2022
inrichting en gebruik van de openbare ruimte (reserve Investeringsplan). Hiermee is een eerste aanzet mogelijk voor van gevel tot gevel vernieuwen van de openbare ruimte. Het bestedingsplan voor deze middelen is reeds besproken in de commissie Ruimte en Verkeer (1 september 2022) en in de vergadering van de gemeenteraad (22 september 2022). In de huidige beheerplannen en het verbreed gemeentelijk rioleringsplan zitten geen tot zeer beperkt budgetten voor aanpassingen van de openbare ruimte. Met de vaststelling van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 is ruimte gecreëerd voor de watergerelateerde klimaatmaatregelen. Ook zijn vanuit het klimaatplan diverse budgetten beschikbaar voor klimaatmaatregelen in de openbare ruimte. Deze budgetten gecombineerd bieden echter onvoldoende ruimte om gevel tot gevel aanpassingen aan de openbare ruimte te doen en de openbare ruimte toekomstbestendig te maken. De inzet is vergroenen, toegankelijker maken voor alle doelgroepen en in één keer de openbare ruimte in een straat inrichten passend bij de 21e eeuw.