Ontwerpbegroting 2022 Omgevingsdienst Haaglanden
Tekst van het document
Op het vlak van de soortenbescherming wordt de afhandeling van aanvragen bemoeilijkt door de strikte regelgeving, het detailniveau van de te beoordelen aanvragen en de onvoldoende kwaliteit van de aanvragen, onderliggende ecologische onderzoeken en onderbouwingen. In samenwerking met de provincie is een stappenplan ontwikkeld om hierin verbetering te brengen.
9 / 68
De voorbereiding op de Omgevingswet (Ow) vindt plaats samen met de gemeenten en provincie in diverse overleggen en werkgroepen en ook door nieuwe regelgeving inhoudelijk te beoordelen en desgevraagd van commentaar te voorzien. Verder worden de landelijke ontwikkelingen gevolgd en is bij enkele gemeenten deelgenomen aan een zogenaamde vergunningentafel om ervaring op te doen met een meer integrale benadering van de afhandeling van aanvragen. Vanaf halverwege maart 2020 zijn de werkzaamheden binnen het programma T&V als gevolg van de COVID-19 maatregelen en de intelligente Lock down volledig vanaf de thuiswerkplek uitgevoerd. Omdat de ODH haar werksystemen heeft ingericht op het plaats- en tijdonafhankelijk werken konden de werkzaamheden vrijwel ongestoord doorgang vinden. De werkzaamheden binnen het programma T&V zijn ook niet sterk afhankelijk van activiteiten buiten op locatie. De gewijzigde omstandigheden hebben nagenoeg geen effect gehad op de productiviteit en effectiviteit van de werkzaamheden. Een meer gedetailleerde verantwoording is opgenomen in bijlage 9.5.1.
10 / 68
3.3 Programma Toezicht en Handhaving Het programma T&H bestaat uit de volgende werkvelden: • Toezicht • Overlast • Duurzaamheid • Handhaving • Overige taken 2020 was een bijzonder jaar. Door de COVID-19 maatregelen hebben de medewerkers van de ODH sinds 13 maart 2020 grotendeels vanuit huis gewerkt. Binnen het programma T&H hebben noodgedwongen fysieke bedrijfsbezoeken van half maart tot half juni niet plaats kunnen vinden. Deze zijn daarna wel weer opgepakt met inachtneming van diverse maatregelen. Het aantal overlastmeldingen is afgenomen, dit komt met name door het sluiten van de horeca. In 2020 is het aantal uitgevoerde zaken binnen het programma gemiddeld 13% onder de prognose uitgekomen. Voor 2020 was een aantal van 11.876 zaken gepland terwijl uiteindelijk een aantal van 10.298 zaken is uitgevoerd. De overall tijdsbesteding ligt wel rond de prognose. Veel werk is op een andere wijze uitgevoerd (met meer tijdsinspanning) en ook zijn andere werkzaamheden uitgevoerd dan op voorhand in aantallen geraamd. In 2020 zijn voor vier gemeenten de asbesttaken uitgevoerd te weten voor Leidschendam-Voorburg, MiddenDelfland, Rijswijk en Wassenaar (Wassenaar vanaf 1 juli 2020). Grafiek 3 Realisatiecijfers T&H 2015 - 2020
Tabel 3 Overzicht uitgevoerd toezicht 2015 - 2020 Toezicht en handhaving
Gerealiseerd 2017
2015
2016
2018
2019
2020
Totaal aantal zaken waarvan: Wm planmatig toezicht (integrale controles) Inventariserende controles Themacontroles Overlastmeldingen Overlasttoezicht Bodem (Wbb en Bbk) Hercontroles Sanctiecontroles Voornemen last Last onder dwangsom
11.460
11.947
12.506
13.760
11.912
10.297
2.608 242 N.v.t. 2.079 829 316 1.624 438 300 161
1.194 440 716 2.314 1.047 367 1.592 390 419 227
1.085 479 714 2.754 1.157 336 1.437 599 483 287
965 829 946 2.753 1.359 365 1.425 615 386 235
979 752 852 2.527 1.256 403 1.214 448 347 216
966 1.000 631 1.910 978 431 1.077 457 295 180
Totaal
8.597
8.706
9.331
9.878
8.994
7.925
11 / 68
Er is een aantal meer specifieke en projectmatige werkzaamheden verricht zoals: • Risico Register Gevaarlijke Stoffen (RRGS): controle van de inrichtingen die op de risicokaart staan op naleving van wetgeving en juistheid van gegevens in het RRGS; • Controle natte koeltorens; • Controle op (open en gesloten) bodem-energiesystemen (WKO’s); • Ketentoezicht op afval en asbest; • Controle op de informatie- en energiebesparingsplicht. De inzet op de handhaving is lager uitgevallen dan van tevoren is ingeschat en afgenomen t.o.v. vorig jaar. Er zijn 1.910 overlastmeldingen geweest tegen 2.527 in 2019. Deze daling wordt veroorzaakt door de sluiting van de horeca als één van de maatregelen om de verspreiding van COVID-19 in te perken. Grafiek 4 Overlastmeldingen per type overlast in 2020
Tabel 4 Overlastmeldingen
Soort melding
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Afval Geluid Geur Licht Opslag Overig Verontreiniging
71 1.243 617 44 9 39 23
43 1.503 408 69 2 28 26
36 1.598 582 57 3 26 12
32 1.977 577 108 1 19 40
44 1.953 452 51 0 241 12
0 1.710 407 38 1 346 25
0 1.092 319 76 1 382 40
Totaal
2.046
2.079
2.314
2.754
2.753
2.527
1.910
Een meer gedetailleerde verantwoording is opgenomen in bijlage 9.5.2.
12 / 68
3.4 Kwaliteitscriteria VTH Gemeentelijke nota VTH Op 14 april 2016 is de wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna te noemen: wet VTH) in werking getreden. In de wet VTH is de vernieuwing van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving vastgelegd. Deze wet legt de basis voor de landelijk georganiseerde omgevingsdiensten. Naast de wet VTH is op 1 juli 2017 ook de AMvB VTH in werking getreden. Op grond van deze AMvB dienen alle participanten gezamenlijk voor de Omgevingsdienst Haaglanden een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid op te stellen. Met alle gemeenten is in 2019 gezamenlijk gewerkt aan een gemeentelijke nota VTH die in 2020 is voorgelegd aan DB en AB waarna deze ter vaststelling is aangeboden aan de colleges van B&W. Met deze nota wordt het uniforme VTH uitvoerings- en handhavingsbeleid voor de Omgevingsdienst Haaglanden gebundeld, waardoor transparantie en samenhang ontstaat. Het opgestelde uniforme uitvoeringsbeleid van de Omgevingsdienst Haaglanden betreft een raamwerk van reeds vastgestelde (handhavings- en gedoogstrategie) en nieuwe strategieën (toezicht-, preventie- en vergunningenstrategie) en vormt daarmee het uitvoeringskader voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma van de negen gemeentelijke participantenopdrachtgevers van de Omgevingsdienst Haaglanden. De provincie werkt al langer met een eigen nota VTH.
Probleemanalyse en prioriteiten Conform het Besluit omgevingsrecht (art. 7.2) dient een handhavingsorganisatie te handelen op grond van een analyse van de problemen in de fysieke leefomgeving, de effecten van niet-naleving en de kansen op niet-naleving, teneinde sturing te kunnen geven aan haar handhavingsinspanningen. Deze probleemanalyse dient iedere vier jaar te worden uitgevoerd en in de analyse dient rekening te worden met naleefgedrag en risico’s bij niet naleving. Samen met alle gemeenten is in 2020 gewerkt aan een nieuwe probleemanalyse en prioriteitstelling 20202024. Stappen nieuwe risicomethodiek Wm toezicht
Het AB heeft in november 2020 ingestemd met deze nieuwe regionale probleemanalyse en prioriteitenstelling, waarna deze is aangeboden aan de colleges van B&W ter vaststelling. De probleemanalyse en prioriteitstelling voor de periode 2020-2024 dient als uitgangspunt voor het opstellen van de jaarwerkplannen voor wat betreft het uitvoeren van preventief toezicht.
13 / 68
Kwaliteitssysteem, protocollen en werkinstructies In het kwaliteitsmanagementsysteem van de ODH zijn naast een algemeen beschrijvend deel ook de procedures, werkinstructies en een risico-inventarisatie per werkproces opgenomen. De procedures en werkinstructies zijn nagenoeg allemaal beschreven In het kader van het beheer en verbetering zullen er structureel werkzaamheden plaats blijven vinden. Gemeentelijke en provinciale verordeningen Acht van de negen gemeenten en de provincie hebben een verordening vastgesteld, waarin de kwaliteit van de VTH-taken wordt geregeld. Binnen Haaglanden hebben gemeenten en provincie besloten dat voor alle taken die bij de ODH zijn ondergebracht de landelijk geldende kwaliteitscriteria gelden. De landelijk kwaliteitscriteria hebben betrekking op de zgn. kritieke massa. Aangegeven wordt welke expertises een omgevingsdienst in huis moet hebben, voor de taakuitvoering, ook is voor elke expertise aangegeven hoeveel over hoeveel vlieguren een medewerker moet beschikken die de activiteit uitvoert.
In 2019 zijn deze landelijke kwaliteitscriteria in opdracht van het IPO en de VNG geactualiseerd. De kwaliteitscriteria sluiten na deze update weer aan bij de uitvoeringspraktijk. De ODH voldoet aan deze kwaliteitscriteria. Door wijzigingen in het personeelsbestand, taken etc. wordt jaarlijks organisatie-breed een overzicht gemaakt waarin naar voren komt of het minimale aantal deskundigen per team nog aanwezig is of dat er tekortkomingen zijn in opleiding, werkervaring en/of vlieguren.
14 / 68
3.5 Klanttevredenheidsonderzoek Hoe tevreden zijn onze afnemers over de door ons geleverde producten? Deze vraag staat centraal in het klanttevredenheidsonderzoek. Onze afnemers ontvangen per e-mail een enquête om deze vraag te beantwoorden. De meting betreft het primaire proces, toezicht en handhaving, toetsing en vergunningverlening en advisering. Grafiek 5 Resultaten klanttevredenheidsonderzoek 2020
In het jaar 2020 zijn voor beide uitvoeringsprogramma’s klanttevredenheidsonderzoeken (KTO) verstuurd. Het gemiddelde responspercentage is 25%. Dit betreft zowel bedrijven als particulieren (overlastmelding). Opvallend is dat de respons bij mensen die overlast ervaren een stuk hoger is, namelijk 35%. Van deze 35% is 42% van de respondenten ontevreden. Uit deze cijfers blijkt een relatie tussen het ervaren van overlast en het ontevreden zijn over de oplossing en het willen reageren op een KTO. Afgezien van deze constatering blijkt dat het overgrote deel van de respondenten (83%) tevreden of zeer tevreden is over de geleverde diensten.
15 / 68
4 Paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdienst. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen.
4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft een indicatie over de mate waarin de ODH in staat is onvoorziene tegenvallers op te vangen. Inzicht in het weerstandsvermogen van de ODH is belangrijk om de continuïteit van de organisatie te kunnen garanderen. Het benodigd weerstandsvermogen kan worden bepaald als het risicoprofiel bekend is. Het risicoprofiel omvat alle onderkende risico’s voor de dienst, waarbij per risico de mate van beheersing is vastgesteld om inzicht te verkrijgen in hoeverre een risico daadwerkelijk kan optreden. Vervolgens kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (de benodigde weerstandscapaciteit) en de middelen en mogelijkheden die de dienst beschikbaar heeft om niet begrote, substantiële kosten financieel op korte termijn af te kunnen dekken (de beschikbare weerstandscapaciteit). Het streven is om de impact van de risico’s te minimaliseren. Dit betekent dat een beoogde weerstandscapaciteit dat ten minste voldoende is. In de door het AB op 27 juni 2016 vastgestelde Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is een gewenst ratio voor de weerstandscapaciteit vastgesteld tussen de 1,0 en 1,4.
Daarnaast is bepaald dat de maximumomvang van de incidentele weerstandscapaciteit is gebaseerd op het risicoprofiel waarbij voor de gekwantificeerde risico’s en nietgekwantificeerde risico’s wordt uitgegaan van een maximum van 5% van de bij begroting geraamde structurele exploitatielasten; voor het deel dat uitgaat boven de 5% zijn de deelnemers verantwoordelijk. Tabel 5 Richtlijnen weerstandscapaciteit
Betekenis ratio Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Ratio weerstandscapaciteit > 2,0 1,4 < X < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < X < 1,0 0,6 < X < 0,8 < 0,6
Tabel 6 Weging risicoprofiel (financiële bandbreedte en waarschijnlijkheid)
Klasse Kans (waarschijnlijkheid) Kans 1. Zeer klein 2. Klein 3. Gemiddeld 4. Groot 5. Zeer groot
1-20% 21-40% 41-60% 60-80% 81-100%
Klasse Financiële Bandbreedte Financiële gevolgen 1. Zeer klein 2. Klein 3. Gemiddeld 4. Groot 5. Zeer groot
Financieel risico x < € 50.000 € 50.000 < x > € 100.000 € 100.000 < x > € 200.000 € 200.000 < x > € 500.000 x > € 500.000
Met behulp van een risicoscore kunnen risico’s worden gerangschikt en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te worden beheerst. De risicoscore wordt bepaald door de klassen van 16 / 68
kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule, waarbij de maximale score 25 is (5*5). Tabel 7 Risicomatrix.
Kans
Zeer groot (81-100%) Groot (61-80%) Gemiddeld (41-60%) Klein (21-40%) Zeer klein (0-20%)
4.1.1
Weerstandscapaciteit
Impact x € 50.000 < <x> € 50.000 € 100.000 5 10 4 8 3 6 2 4 1 2
€ 100.000 <x> € 200.000 15 12 9 6 3
€ 200.000 <x> € 500.000 20 16 12 8 4
x > € 500.000 25 20 15 10 5
De weerstandscapaciteit bestaat uit de structurele weerstandscapaciteit (de post onvoorzien) en de incidentele weerstandscapaciteit (de algemene reserve). Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit inclusief de post onvoorzien (2021) bedraagt ultimo 2020 € 1.117.200. De incidentele weerstandscapaciteit (exclusief onvoorzien) bedraagt € 1.071.400. Tabel 8 Weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit
Bedrag
Algemene Reserve (stand per 31-12-2020) Onvoorzien (structureel) Totaal weerstandscapaciteit
1.071.386 45.800 1.117.186
4.1.2
Risicoanalyse
Het AB heeft op 27 juni 2016 de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Het risicoprofiel is berekend op een kwantificeerbaar risico van € 1.020.000. De incidentele weerstandscapaciteit (totaal weerstandscapaciteit exclusief de post onvoorzien) bedraagt € 1.071.400. Het AB heeft tevens besloten om de maximumomvang van de weerstandscapaciteit (algemene reserve) te baseren op het risicoprofiel waarbij voor de gekwantificeerde risico’s en niet-gekwantificeerde risico’s wordt uitgegaan van een maximum van 5% van de bij begroting geraamde structurele exploitatielasten. Het totaal van de geraamde structurele exploitatielasten bedraagt over 2021 € 23.539.600 zodat de maximumomvang kan worden bepaald op 5% van € 23.539.600 is € 1.177.000. Op basis van het risicoprofiel bedraagt de omvang € 1.020.000. Daarmee is de in de Algemene reserve aanwezige weerstandscapaciteit € 51.400 hoger dan noodzakelijk voor een weerstandsratio van 1,0 en € 105.600 minder dan de afgesproken maximumomvang van de weerstandscapaciteit. 4.1.3
Beheersmaatregelen
Bij de vaststelling van de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is besloten gebruik te maken van het model Integraal risicomanagement, een standaard methodiek voor het identificeren en beheersen van risico’s. In 2019 heeft een nadere inventarisatie van de risico’s plaatsgevonden, waarbij o.a. risico’s omtrent fraude en cyberrisico’s zijn meegenomen. In 2020 is de inventarisatie verder uitgewerkt en vastgelegd in een geautomatiseerd systeem (NARIS). De planning is erop gericht om bij Voorjaarsnota 2021 het aangepaste risicoprofiel en de daarvoor benodigde beheersmaatregelen vast te stellen. In deze jaarrekening is het huidige risicoprofiel ongewijzigd opgenomen (zie tabel 9).
17 / 68
Tabel 9 Risicoprofiel Soort risico Bedrijfsproces Juridisch/aansprakeljkheid Materieel
Product/dienst
Omschrijving risico Uitval bijzondere omstandigheden Aansprakelijkheid handelen ODH Uitval van hard- en softwaresystemen Het buiten gebruik zijn van de huisvesting Verschil vraag en aanbod producten en diensten
RisicoBeheersmaatregel score Exploitatieverlies Zeer groot Gemiddeld 15 Verzuimbeleid Effect
Impact
Exploitatieverlies Groot
Kans
Gemiddeld
12
Exploitatieverlies Zeer groot Zeer klein
5
Exploitatieverlies Zeer groot Zeer klein
5
Schaalnadeel
5
Zeer groot Zeer klein
Totaal gekwantificeerde risico's
Bandbreedte Benodigde weerstandsfinancieel risico capaciteit € 0,8 miljoen 400.000
Aansprakelijkheidsverzekering Noodstroomvoorziening en uitwijk -
€ 0,5 miljoen
200.000
€ 2,0 miljoen
200.000
€ 1,4 miljoen
140.000
Flexibele schil (nog te vormen)
€ 0,8 miljoen
80.000 1.020.000
T.a.v. de in het risicoprofiel opgenomen risico’s zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: 1. Uitval door bijzondere omstandigheden zoals ziekteverzuim: het verzuimbeleid en de toepassing daarvan binnen de ODH heeft ook in 2020 nadrukkelijk aandacht gekregen. Langdurige ziektegevallen worden met regelmaat met de leidinggevenden besproken in het Sociaal Medisch Team (SMT) met als doel een zo snel mogelijke re-integratie. Hiervoor is tevens een verzuimcoach ingehuurd. Tevens wordt aandacht besteed aan eventueel veelvuldig kort verzuim; 2. Aansprakelijkheid door handelen ODH: voor zover de dienst aansprakelijk wordt gesteld voor enige vorm van schade is een verzekering afgesloten. Er bestaat de mogelijkheid dat er gedeeltelijke dekking zal zijn. Een inschatting te maken van een orde van grootte is ondoenlijk omdat de diversiteit van mogelijke aansprakelijkheidsstellingen groot is. Omdat voor grote bedragen er naar verwachting een afwijkend proces zal worden gelopen, is in dit kader een bedrag van € 0,5 miljoen in relatie tot het weerstandsvermogen benoemd; 3. Uitval hard- en softwaresystemen: t.a.v. hardware is d.m.v. het realiseren van uitwijkmogelijkheden als mede het optimaliseren van de condities in de primaire werksituatie net als in voorgaande jaren geïnvesteerd in het beperken van de risico’s.
Bij een calamiteit zullen deze voorzieningen ervoor zorgdragen dat zowel het bedrijfsproces als de beschikbaarheid van gegevens niet voor lange tijd ontregeld zijn en er geen data verloren gaan; 4. Het buiten gebruik zijn van de huisvesting: de ODH maakt als huurder gebruik van een deel van het gebouw van de provincie Zuid-Holland. Bij brand of een andere calamiteit waarbij de huisvesting verloren gaat moet zo snel als mogelijk naar vervangende huisvesting worden gezocht; 5. Verschil vraag en aanbod producten en diensten: doel van de ODH is een dienst te zijn die in staat is doelmatig en doelgericht de huidige en toekomstige VTH-taken uit te voeren en integrale adviezen uit te brengen over ontwikkeling en behoud van een duurzame leefomgeving. Het streven is erop gericht deze kennis binnen de dienst beschikbaar te hebben. Incidenteel gevraagde kennis kan ‘van de markt’ worden betrokken. De strategische personeelsplanning is daarop afgestemd. Doel is een relatief grote harde kern te hebben met veel kennis en expertise en daaromheen een flexibele schil om incidentele vragen en fluctuaties in de vraag van regulier werk op te kunnen vangen. 4.1.4
Impact COVID-19 virus
Vanaf medio maart 2020 heeft de ODH het kabinetsbeleid gevolgd en een stringent thuiswerkbeleid gevoerd. Dit heeft niet of nauwelijks invloed gehad op de omvang van het aantal verrichte werkzaamheden, maar wel op de aard van de werkzaamheden met name op het gebied van toezicht. In Voor- en Najaarsnota is hier ook melding van gedaan. Voor de gevolgen op de aard van de werkzaamheden wordt verwezen naar de respectievelijk paragrafen in hoofdstuk 3. 4.1.5
Ratio
De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (exclusief de post onvoorzien) en de benodigde weerstandscapaciteit wordt weergegeven in een ratio. Deze bedraagt ultimo 2020 € 1.071.400 / € 1.020.000 = 1,05. Op basis van de in de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement opgenomen waarderingstabel kan het weerstandsvermogen ultimo 2020 als ‘voldoende’ worden beoordeeld.
18 / 68
4.1.6
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer
In 2015 is het Besluit begroting en verantwoording (BBV) aangepast. De aanpassing houdt in de begroting en het jaarverslag een zestal kengetallen moeten worden opgenomen: een kengetal netto schuldquote, een kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, een kengetal solvabiliteitsratio, een kengetal structurele exploitatieruimte, een kengetal grondexploitatie en een kengetal belastingcapaciteit. De laatstgenoemde twee kengetallen zijn niet van toepassing op de ODH. Tabel 10 Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Realisatie 2014 -11,3% 19,1% 3,0%
Realisatie 2015 -13,9% 20,6% 5,5%
Realisatie 2016 -10,5% 17,1% 1,5%
Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 -4,3% -1,6% 10,2% 7,6% -7,4% -2,5%
Realisatie 2019 0,3% 5,8% 0,6%
Begroting 2020 2,8% 6,1% 0,0%
Realisatie 2020 0,7% 5,4% -0,6%
De netto schuldquote4 geeft de verhouding weer van de vlottende activa minus de vlottende passiva t.o.v. het totaal saldo van baten, exclusief mutaties reserves. De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODH ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio5 geeft de verhouding weer van het eigen vermogen t.o.v. de totale passiva en geeft aan in welke mate de ODH het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de ODH in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen). De structurele exploitatieruimte geeft de verhouding weer van de structurele lasten en baten t.o.v. het saldo van de baten (het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage6). In bijlage 9.3 is een berekening van de ratio’s opgenomen.
4.2 Financiering 4.2.1
Schatkistbankieren
Op 15 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Voor de ODH betekent dat de betaalrekening geen langdurig saldo groter dan € 250.000 mag hebben. Boven deze limiet moet het bedrag afgeroomd worden naar de tussenrekening bij de BNG. Deze tussenrekening wordt dagelijks op € 0 afgeroomd ten laste of gunste van de ‘schatkist’. 4.2.2
Kasgeldlimiet en de renterisiconorm
Gedurende het hele jaar is er een positief liquiditeitensaldo geweest. De kastgeldlimiet en renterisico-norm is dan ook niet overschreden. 4.2.3
Kredieten
In 2017 heeft het AB voor de vervanging van ICT-investeringen een krediet beschikbaar gesteld van € 2.375.000, waarna in 2018 bij Voorjaarsnota 2018 een aanvullend krediet van € 75.000 is beschikbaar gesteld voor de aanschaf van tablets voor de mobiele toezichtapplicatie. Bij Voorjaarsnota 2020 is het krediet ICT in verband met indexering aangevuld € 202.400. Het totale beschikbaar gestelde krediet ICT bedraagt € 2.652.400.
4
Een negatieve netto schuldquote houdt in er geen schulden zijn. De netto schuldquote in 2020 bedraagt +0,7% en betreft de schuld die de ODH per saldo heeft aan de deelnemers als gevolg van de methodiek nacalculatie. 5 De ODH heeft in 2020 een solvabiliteitsratio van 5,4% en wordt beperkt als gevolg van de afspraak dat het incidentele weerstandsvermogen niet meer mag bedragen maximaal 5% van de geraamde structurele lasten. 6 Het percentage structurele exploitatieruimte van -0,6% geeft de stand weer per 31-12-2020.
19 / 68
Voor huisvesting en inventaris is in 2012 een krediet van € 354.000 beschikbaar gesteld. Bij Voorjaarsnota 2019 is het in 2012 beschikbaar gestelde krediet Huisvesting en inventaris in verband met de uitbreiding van de huisvesting verhoogd met € 85.000. Bij Voorjaarsnota 2020 is het krediet Huisvesting en inventaris als gevolg van indexering aangevuld met € 32.700, waardoor het totaal beschikbaar gestelde krediet € 471.700 bedraagt. Voor een overzicht van de kredieten wordt verwezen naar tabel 12 bij paragraaf 4.4.
20 / 68
4.3 Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering heeft een faciliterende rol en schept de randvoorwaarden voor een goed functionerende organisatie. Het welslagen van de primaire programma’s is mede afhankelijk van de doelmatigheid, transparantie en kwaliteit van de bedrijfsvoering. De externe dienstverlening is gebaat bij een goede interne bedrijfsvoering. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De kosten van de ondersteunende activiteiten, hierna te noemen overhead, wordt met ingang van 2018 op één centrale plaats in de begroting vermeld. De toerekening van de overhead naar de programma’s vindt plaats op basis van de direct aan de programma’s toe te rekenen fte’s op begrotingsbasis. Voor een toelichting wordt verwezen naar 5.1.5. 4.3.1
Personeel en organisatie
In 2020 heeft wederom een aantal structurele taakuitbreidingen plaatsgevonden (met een omvang van ca. € 0,2 miljoen). Daarnaast is voor een bedrag van € 2,4 miljoen aan incidentele opdrachten verstrekt als aanvulling op de werkplannen. Ondanks de groei van de organisatie is er geen uitbreiding van de huisvesting geweest. De verwachting is dat het massale thuiswerken van 2020 in de toekomst zal leiden tot aanpassing van de huisvestingsfilosofie waarbij de huisvesting wellicht anders ingericht gaat worden maar in ieder geval niet tot uitbreiding zal leiden. De arbeidsmarkt is de laatste jaren meer in beweging gekomen en de ODH heeft daar ook mee te maken gekregen. Er is een relatief hoog aantal vacatures dat voornamelijk bij specialistische functies in het primaire proces zit en beperkt is in de overhead. Er wordt gestreefd naar een maximale flexibele schil van 10% bij T&V waar een groot deel van het werk vraag gestuurd en/of additioneel, dus van tijdelijke aard is. In de rest van de organisatie wordt gestreefd naar een maximale flexibele schil van 5%. Vanwege de COVID-pandemie in 2020 hebben extra inspanningen op het vlak van arbeidsmarktcommunicatie zoals aanwezigheid op Hogescholen in de regio en de Nationale Carrièrebeurs niet plaats kunnen vinden. Mede hierdoor is er dit jaar niet actief voor starters en jongeren geworven, zoals in 2019 in een startersprogramma.
Wel is er met succes, begeleidt door een extern bureau, geworven voor 6 nieuwe teamleiders naar aanleiding van natuurlijke uitstroom en een betere verdeling van teams in het primaire proces. Ondanks dat naar het nu laat aanzien het verloop wellicht wat stabiliseert vanwege de pandemie blijft er een groeiende behoefte aan specialistische functies en jongeren bestaan mede vanwege natuurlijke uitstroom en een structurele groei. De markt kan hier niet of nauwelijks voorzien en daarom blijft aandacht voor dit onderwerp noodzakelijk. Ultimo 2020 bedroeg de vacatureruimte 25,3 fte tegen 29,2 fte eind 2019. In 2021 is het dus belangrijk om in te blijven zetten op arbeidsmarktcommunicatie. Het aanbieden van stageplekken en afstudeeronderzoeken is een andere manier om de verbinding met opleiders te blijven behouden. De binding van het zittende personeel aan de organisatie is ook een belangrijk onderwerp binnen het strategisch personeelsbeleid. In 2020 is er extra aandacht besteed aan het relatief hoge percentage ziekteverzuim. Er is extra energie gestoken in de begeleiding van leidinggevenden in met name de langere ziektetrajecten en er is voorlichting gegeven over de Wet Verbetering Poortwachter. Een tijdelijke casemanager is ingehuurd voor de begeleiding van dit proces.
Het verzuimproces is verbeterd door een full-service ondersteuning door een verzuimcoördinator in samenwerking met de P-adviseurs. Ook is er tweewekelijks overleg geweest met de bedrijfsarts in een Sociaal Medisch Overleg met aandacht voor specifieke casuïstiek. Het ziekteverzuimpercentage is over 2020 (inclusief langdurig zieken maar exclusief zwangerschappen) uitgekomen op 5,74% (2019 8,44%). Het ziekteverzuim ligt een stuk lager dan de voorgaande jaren. Dit komt mede doordat een aantal langdurige verzuimdossiers is afgesloten. In tabel 11 is het verloop van het ziekteverzuim weergegeven over de periode 2016 t/m 2020. Het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage in de gemeentelijke sector is in 2019 5,8% (net als in 2018; Bron: Enquête Personeelsmonitor 2019 A&O fonds). Bij het opmaken van de jaarrekening waren landelijke cijfers over 2020 nog niet bekend.
21 / 68
Welke invloed COVID-19 heeft gehad op het verzuimpercentage is niet bekend. De COVID-19 crisis heeft wel bij een grote groep Nederlanders geleid tot een toename van psychische klachten. Zij voelen zich vaker depressief, gestrest, angstig en/of hebben moeite met slapen. De COVID-19 crisis begint ook steeds meer zijn tol te eisen van werknemers, waardoor het risico op uitval toeneemt. De ODH heeft de inrichting van een thuiswerkplek gefaciliteerd en een Servicebalie geïnitieerd waar medewerkers terecht kunnen met vragen over thuiswerken, advies over een Arbo verantwoorde bureaustoel, e-learning, aanschaf printer of muis of gewoon een luisterend oor. Tabel 11 Personeelsmonitor 2016 – 2020 Personeelsmonitor ODH Formatie en bezetting (ultimo jaar) Primair proces (exclusief management) Ondersteuning (inclusief management) Formatie Bezetting Vacatureruimte % vacatureruimte van gemiddelde formatie % overhead van totale formatie Gemiddelde leeftijd Aantal medewerkers generatiepact (ultimo jaar)
2016
2017
2018
2019
2020
155,7 48,1 203,8 191,7 12,1 5,5 23,6 49,0 17
161,0 48,1 209,1 199,3 9,8 5,3 23,0 49,6 24
167,9 47,6 215,5 182,4 33,1 10,1 22,1 49,4 22
172,6 47,1 219,7 190,5 29,2 14,3 21,4 48,0 20
183,7 46,6 230,3 205,0 25,3 12,1 20,2 46,8 23
7,2
6,0
6,8
8,4
5,7
Opleiding en ontwikkeling Totaal opleidingskosten Gemiddelde opleidingskosten per fte % opleidingskosten van totale loonsom
448.732 2.341 3,3
266.279 1.336 1,8
282.165 1.547 1,9
275.873 1.448 1,9
185.310 904 1,1
Strategische personeelsplanning Salariskosten Externe inhuur (exclusief inhuur ICT) Totale loonkosten Gemiddelde loonkosten per fte % externe inhuur van totale loonkosten
13.765.214 1.801.430 15.566.644 72.031 11,6
14.897.616 1.284.143 16.181.759 76.203 7,9
15.008.714 1.905.751 16.914.465 78.641 11,3
14.813.327 2.381.250 17.194.577 79.449 13,8
16.229.686 3.273.934 19.503.620 82.072 16,8
Ziekteverzuim % verzuim
4.3.2
Klachten handelen ODH
Bij de ODH komen drie soorten klachten binnen: 1. Over overlast (van bedrijven); 2. Over de wijze waarop de ODH taken uitvoert (dienstverlening als tijdigheid, inhoudelijke standpunten etc. dit alles buiten de scope van bezwaar en beroep); 3. Over houding en gedrag van medewerkers van de ODH (bejegening). Klachten van de eerste soort leiden tot toezicht en mogelijk handhaving. Klachten van het tweede en derde soort vallen onder hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. De grens tussen bezwaar, klacht of enkel ongenoegen over het feit dat er gehandhaafd wordt is in de praktijk niet altijd even scherp. In gevallen waar concreet rechtsgevolg aan de orde is, zal bij onduidelijkheid meestal de juridische route van bezwaarbehandeling gevolgd worden. In gevallen waarin ongenoegen over handhaving in een gesprek met de toezichthouder tot helderheid gebracht wordt, zal ook geen sprake zijn van een formeel klachttraject. Ook kan er sprake zijn van gevallen waarin de betrokkene alle juridische mogelijkheden inzet om handhaving tegen overtredingen te voorkomen. In 2020 zijn twee formele klachten over het handelen van de ODH geregistreerd. Eén klacht betrof een handhavingszaak, één ging over een vergunningsprocedure. Een klacht betrof een onaangekondigd controlebezoek tijdens de COVID-19 periode.
Regel van het bedrijf was dat alleen bezoek mogelijk is op afspraak om het aantal mensen binnen het bedrijf te beperken met het 22 / 68
oog op de gezondheid van de aanwezige mensen en eventuele verspreiding van het virus. Uitgelegd is dat een controlebezoek doorgaans niet vooraf wordt gemeld, maar dat dit in een tijd van COVID-19 met bezoekbeperkingen mogelijk wel verstandig was geweest. Een klacht had betrekking op het herhaald vragen stellen en daarin steeds nieuwe punten aandragen over een vergunningaanvraag. Met name de daardoor ontstane lange beslistermijn was voor klager een belangrijk punt. In gesprek daarover met klager is afgesproken dat een nieuwe aanvraag die meer zou aansluiten bij de aan te leveren gegevens het proces aanzienlijk zou versnellen. Aldus is gehandeld. Geen van de klachten heeft geleid tot een juridische vervolgtraject. Het heeft geleid tot twee interne verbeterpunten. 4.3.3
Informatisering en automatisering
In de taakuitvoering van VTH wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld (integrale en aspectcontroles, de inzichten in energieverbruik en -besparing die steeds meer worden opgedaan etc.). Het omzetten van deze data naar waardevolle informatie via data-analyses (voor zowel de omgevingsdiensten als haar deelnemers en ketenpartners) en het creëren van een professionele informatiepositie, is van belang om informatie-gestuurd te kunnen werken en daarmee relevant te zijn. In de toekomst en zeker ook in geval van komst van de Omgevingswet is verdere samenwerking in de keten noodzakelijk. Samenwerken en informatie delen met landelijke inspectiediensten, het OM, waterschappen, veiligheidsregio en GGD is de toekomst. Meer digitalisering maakt ook de ontwikkeling naar risico-gestuurd toezicht en digitalisering van alle VTH taken mogelijk. Permanente inzet op doorontwikkeling is noodzakelijk omdat de technologische ontwikkelingen razendsnel blijven gaan. De ODH doet dit op basis van een interne visie en informatiebeleid. De zogenaamde ODH-grondplaat die hier onderdeel van is, dient inmiddels landelijk als voorbeeld voor alle omgevingsdiensten. De dienst is in 2020 ook begonnen met de aanbesteding van een nieuw VTH-systeem ter vervanging van het huidige en verouderde SquitXO. In 2021 wordt Open Wave in gebruik genomen.
De voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet met daaraan gekoppeld het DSO zorgen ervoor dat op dit vlak blijvende inspanningen noodzakelijk zullen zijn. D.m.v. dit systeem kunnen initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag de informatie raadplegen die zij nodig hebben bij het gebruik van de Ow. Het systeem wordt zo opgezet dat alle informatie voor iedereen snel inzichtelijk is. De ODH dient zich in dit kader te richten op twee belangrijke aspecten: het (1) beschikbaar hebben van de juiste informatie (data) op de juiste wijze en op het juiste moment voor de gebruikers en (2) het op de juiste wijze kunnen beschikbaar stellen (ontsluiten) van deze data. De digitale toekomst van gegevensopslag zal daarbij vooral geo-georiënteerd zijn. Locatiegegevens zullen de ingang zijn tot alle gegevens die erover bekend (moeten) zijn. 4.3.3.1
Informatiebeveiliging en AVG
De ODH hecht aan een goede informatiebeveiliging en heeft haar beleid vastgelegd in een strategische visie op informatiebeveiliging die gebaseerd is op de nieuwe landelijke standaard: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. De dienst heeft een Information Security Officer die zorg draagt voor goede fysieke beveiliging van de systemen en de bewustwording op dit vlak stimuleert. In 2020 heeft er b.v. een phishing test plaatsgevonden. In 2021 is de ICT infrastructuur afgeschreven en zal deze worden vervangen met aandacht voor beveiliging. In 2020 hebben er zich geen incidenten of datalekken plaatsgevonden. Met leveranciers die met persoonsgegevens in aanraking komen zijn (nieuwe) verwerkersovereenkomsten afgesloten. Met alle contractpartijen waar wij mee werken zijn inmiddels de verwerkersovereenkomsten afgesloten. Deze overeenkomsten zullen aan de (digitale) contractdossiers toegevoegd worden. 4.3.3.2
Digitale informatievoorziening
Het cluster Documentaire Informatie Voorziening (DlV) is verantwoordelijk voor tijdige postverwerking (zowel inkomend als uitgaand, papier en digitaal) en voor archivering. De voormalige post en reprokamer is ontwikkeld naar een moderne professionele Documentatie en lnformatie Voorzieningsorganisatie. De ODH werkt volledig digitaal maar heeft nog stappen te zetten in het digitaliseren en ontsluiten van de overgenomen archieven. Het Document Management Systeem (DMS) uit de beginjaren van de dienst is
23 / 68
inmiddels aan vervanging toe en wordt in 2021 vervangen. In combinatie met een nieuw Record Management Applicatie (RMA) is er dan sprake van een adequate en rechtmatige archivering.
24 / 68
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf heeft tot doel te laten zien hoe de ODH de instandhouding waarborgt van de kapitaalgoederenvoorraad. De kapitaalgoederen van de ODH bestaan uit twee onderdelen: investeringen in ICT en investeringen in huisvesting/inventaris. De kapitaallasten en onderhoudskosten van deze investeringen zijn opgenomen in de exploitatie. In tabel 12 is een totaaloverzicht opgenomen. Tabel 12 Kredietoverzicht
Vervangingsinvestering ICT Vervangingsinvestering DMS/RMA Vervangingsinvestering VTH Totaal ICT krediet Huisvesting en inventaris Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris
1.177.400 925.000 550.000 2.652.400 386.900 84.800 471.700
Uitgaven t/m 2019 848.850 558.078 0 1.406.928 322.131 84.797 406.928
Totaal
3.124.100
1.813.856
Materiële vaste activa
Krediet
314.636 64.704 29.562 408.902 53.663 0 53.663
1.163.486 622.782 29.562 1.815.830 375.794 84.797 460.591
Restantkrediet per 31-12-2020 13.914 302.218 520.438 836.570 11.106 3 11.109
462.565
2.276.421
847.679
Uitgaven 2020
Totaal
In 2020 is in totaal € 314.600 aan vervangingsinvesteringen ICT uitgegeven. Het betreft het vervangen van netwerkapparatuur voor een bedrag van € 263.100, de vervanging van laptops voor een bedrag van € 20.400, de vervanging van mobiele apparatuur van € 10.800 en aanschaf aanvullende software HRM-gesprekkencyclus voor een bedrag van € 20.300. Voor de vervanging van DMS/RMA is in 2020 € 64.700 aan implementatiekosten software uitgegeven. Voor de vervanging van het zaaksysteem VTH is € 29.600 aan implementatie software uitgegeven. Vanwege de taakuitbreidingen is ten laste van het krediet Huisvesting en inventaris extra meubilair aangeschaft en zijn vergaderruimtes ingericht voor een totaalbedrag van € 53.700.
25 / 68
5 Jaarrekening 5.1 Programmaverantwoording In dit hoofdstuk vindt u de verantwoording 2020 per programma. Tabel 13 Programmaverantwoording Omschrijving
Realisatie 2019
1 Programma Toetsing en Vergunningverlening 2 Programma Toezicht en Handhaving Totaal lasten programma's
7.616.318 6.751.905 14.368.223
7.084.300 6.849.700 13.934.000
-86.900 110.000 23.100
3 Algemene dekkingsmiddelen 4 Overhead 5 Heffing Vpb 6 Onvoorzien Saldo van baten en lasten
-23.115.891 9.010.468 0 0 262.800
-22.797.000 8.817.900 0 45.100 0
41.916
7
Primitieve begroting 2020
Wijzigingen VJN 2020
Wijzigingen NJN 2020
Overdracht asbesttaken
Administratieve wijzigingen t/m NJN
Begroting na NJN
Administratieve Begroting 2020 wijzigingen na NJN na wijziging
Realisatie 2020
Verschil 2020
29.600 -151.400 -121.800
77.400 66.800 144.200
1.705.100 187.300 1.892.400
8.809.500 7.062.400 15.871.900
924.800 69.000 993.800
9.734.300 7.131.400 16.865.700
8.979.950 7.158.884 16.138.834
754.350 -27.484 726.866
-150.700 127.600 0 0 0
-10.200 132.000 0 0 0
-214.300 70.100 0 0 0
-2.274.900 382.500 0 0 0
-25.447.100 9.530.100 0 45.100 0
-1.293.200 299.400 0 0 0
-26.740.300 9.829.500 0 45.100 0
-25.965.727 9.826.893 0 0 0
-774.573 2.607 0 45.100 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-167.316 -137.400 -262.800
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mutaties reserves
Stortingen reserves AR: resultaat jaarrekening 2018 Onttrekking reserves AR: saldo jaarrekening 2018 AR: egalisatie deelnemersbijdrage Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
5.1.1
Toelichting programma’s
De programma’s zijn direct gerelateerd aan de uitvoerende afdeling met dezelfde benaming. Tabel 14 Afwijkingen op kostensoort Kostensoort
1. Personeel 2. Kapitaallasten 3. Indirecte kosten 4. Additionele projecten 5. Onvoorzien
5.1.2
Programma Toetsing en Vergunningverlening Programma Toezicht en Handhaving Overhead Begroting 2020 Begroting 2020 Begroting 2020 na wijziging Realisatie 2020 Verschil 2020 na wijziging Realisatie 2020 Verschil 2020 na wijziging Realisatie 2020 Verschil 2020 8.500.000 8.245.748 254.252 6.922.600 7.006.189 -83.589 7.259.800 7.258.826 974 0 0 0 0 0 0 365.800 365.731 69 231.400 231.099 301 109.600 109.241 358 2.203.900 2.202.336 1.564 1.002.900 503.103 499.797 99.200 43.453 55.747 0 0 0 0 0 0 0 0 0 45.100 0 45.100 9.734.300 8.979.950 754.350 7.131.400 7.158.884 -27.484 9.874.600 9.826.893 47.707
Programma Toetsing en Vergunningverlening
Het programma T&V laat een onderschrijding zien € 754.400. Hiervan heeft een bedrag van € 499.800 betrekking op additionele opdrachten, waarvan op realisatiebasis minder is uitgegeven dan geraamd (zie 5.1.4.2). De reguliere exploitatie is per saldo € 254.600 lager uitgevallen dan geraamd. De intensiveringen op het gebied van de Wet natuurbescherming (soortenbescherming en stikstof) zijn in 2020 niet volledig uitgevoerd en doorgeschoven naar 2021. Voor een toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar bijlage 9.1. 5.1.3
Programma Toezicht en Handhaving
Het programma T&H laat een overschrijding zien € 27.500. De additionele opdrachten laten een onderschrijding zien van € 55.700 doordat op realisatiebasis minder is uitgegeven dan geraamd (zie 5.1.4.2). Van de additionele opdrachten binnen dit programma wordt een bedrag van € 15.800 doorgeschoven naar 2021. De reguliere exploitatie is per saldo € 83.200 hoger uitgevallen dan geraamd met name als gevolg van kosten van voormalig personeel. Voor een toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar bijlage 9.1.
26 / 68
5.1.4
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdragen, opbrengsten additionele projecten en overige opbrengsten: • Deelnemersbijdragen € 25.376.000 • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € 546.600 • Overige opbrengsten € 526.600 Totaal € 25.965.700 In totaal is in 2020 ten opzichte van de raming € 774.600 minder aan algemene dekkingsmiddelen ontvangen: • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € -/- 555.500 • Overige opbrengsten € 264.400 Totaal € -/- 774.600 5.1.4.1
Deelnemersbijdragen
De bijdragen van deelnemers zijn gebaseerd op de uitvoering van de werkplannen inclusief een bijdrage van € 35.511 voor de kosten van het abonnement Nationale Databank Flora en Fauna. De jaarrekening 2020 sluit met een onverdeeld positief rekeningresultaat van € 483.451. Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het AB besloten met ingang van 2019 over te gaan tot een systeem van nacalculatie. Afrekening vindt plaats op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief en niet op basis van gerealiseerde producten en diensten (output). Een jaarrekeningresultaat wordt om die reden collectief op basis van het werkelijk aantal bestede uren per deelnemer afgerekend. Indien het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie zich binnen de bandbreedte van 10% bevindt dan wordt het verschil meegenomen naar een volgend dienstjaar via een vordering of schuld op de balans. Is het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie meer dan 10% dan wordt het verschil buiten de bandbreedte van 10% met de deelnemer afgerekend. Het resultaat 2019 is verrekend met de deelnemersbijdrage en toegevoegd aan de balanspost overlopende passiva.
In tabel 15 zijn de uitkomsten van de vastgestelde methodiek nacalculatie opgenomen per deelnemer op totaalniveau en in tabel 16 is per deelnemer de afwijking weergegeven voor de afrekening/verrekening op basis van de afgesproken marge van +/-10% (ten opzichte van de geraamde deelnemersbijdrage 2020). Bij de berekening van de afwijking wordt het balanssaldo van de afrekening/verrekening van 2019 per 31-122020 meegenomen. Een overzicht van de deelnemersbijdrage over 2020 na verrekening nacalculatie inclusief additionele opdrachten is opgenomen in tabel 17. Tabel 15 Nacalculatie totaal Deelnemers Bijdrage 2020 begroting t/m NJN 1 2 Delft 1.303.976 Den Haag 6.336.762 Leidschendam-Voorburg 919.477 Midden-Delfland 554.714 Pijnacker-Nootdorp 728.270 Rijswijk 677.985 Wassenaar 338.563 Westland 3.688.204 Zoetermeer 1.106.175 Provincie Zuid-Holland 8.459.046 Totaal 24.113.172
Begroting (voorcalculatie) Bijstelling Bijdrage 2020 Totaal Gemiddeld tarief Quotiënt Gemiddeld tarief Totaal Verschil raming Bijdrage Bijdrage na NJN begroting geraamde uren voorcalculatie nacalculatie bestede uren en realisatie Nacalculatie Voorcalculatie 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 0 1.303.976 13.548 96,25 0,9817 94,48 13.189 359 1.247.187 1.303.976 0 6.336.762 67.113 94,42 0,9817 92,69 66.476 637 6.166.675 6.336.762 0 919.477 9.520 96,58 0,9817 94,81 9.920 -400 941.328 919.477 0 554.714 5.793 95,76 0,9817 94,00 6.411 -618 603.138 554.714 0 728.270 7.506 97,03 0,9817 95,25 7.784 -278 742.014 728.270 0 677.985 7.037 96,35 0,9817 94,58 7.855 -818 743.540 677.985 0 338.563 3.524 96,07 0,9817 94,31 3.758 -234 354.720 338.563 0 3.688.204 38.138 96,71 0,9817 94,93 38.881 -743 3.694.195 3.688.204 0 1.106.175 11.452 96,59 0,9817 94,82 11.554 -102 1.096.479 1.106.175 1.262.790 9.721.836 91.664 106,06 0,9817 104,11 89.281 2.383 9.303.234 9.721.836 1.262.790 25.375.962 255.295 99,40 97,58 255.109 186 24.892.511 25.375.962
27 / 68
Rekening resultaat 13 -56.789 -170.087 21.851 48.424 13.744 65.555 16.157 5.991 -9.696 -418.602 -483.451
Tabel 16 Nacalculatie per deelnemer Deelnemers
Nacalculatie 2019 Informatieplicht Restantsaldo Nacalculatie 2020 Transitoria energiebesparende te verrekenen Resultaat Totaal te Transitoria % Bijdrage Afwijking Afwijking maatregelen Afrekening Verrekening via balans 2020 verrekenen voorcalculatie binnen 10% % Afrekening Verrekening via balans Bedrag via balans 2020 voorcalculatie via balans 2 3 4 5 6 8 9 10 11 12 13 14 15 -80.687 -6,25 0 -80.687 7.505 -73.182 -56.789 -129.971 1.303.976 -130.398 -9,97 0 -129.971 -279.702 -4,46 0 -279.702 90.155 -189.547 -170.087 -359.634 6.336.762 -633.676 -5,68 0 -359.634 -45.641 -5,64 0 -45.641 9.215 -36.426 21.851 -14.575 919.477 -91.948 -1,59 0 -14.575 20.702 3,96 0 20.702 2.185 22.887 48.424 71.311 554.714 55.471 12,86 15.840 55.471 -59.503 -8,26 0 -59.503 5.320 -54.183 13.744 -40.439 728.270 -72.827 -5,55 0 -40.439 105.010 17,62 59.598 45.412 7.600 53.012 65.555 118.567 677.985 67.799 17,49 50.769 67.798 -23.433 -7,15 0 -23.433 3.895 -19.538 16.157 -3.381 338.563 -33.856 -1,00 0 -3.381 -138.198 -3,81 0 -138.198 11.495 -126.703 5.991 -120.712 3.688.204 -368.820 -3,27 0 -120.712 -67.949 -6,25 0 -67.949 12.065 -55.884 -9.696 -65.580 1.106.175 -110.618 -5,93 0 -65.580 40.750 0,54 0 40.750 0 40.750 -418.602 -377.852 9.721.836 -972.184 -3,89 0 -377.852 -528.651 -2,32 59.598 -588.249 149.435 -438.814 -483.451 -922.265 25.375.962 -3,63 66.609 -988.874
Resultaat 2019 1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal
Tabel 17 Deelnemersbijdragen Deelnemers
1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal
5.1.4.2
Betaald voorschot 2020 2 1.296.471 6.246.607 812.436 517.308 722.950 596.730 327.014 3.676.709 1.094.110 7.438.296 22.728.631
Betaalde deelnemersbijdragen Intensivering werkplan via balans betaald 3
4
7.505 90.155 9.215 2.185 5.320 7.600 3.895 11.495 12.065 0 149.435
0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.239.734 2.239.734
Totaal betaald 5 1.303.976 6.336.762 821.651 519.493 728.270 604.330 330.909 3.688.204 1.106.175 9.678.030 25.117.800
Nog te verrekenen deelnemersbijdragen Totaal Intensivering Resultaat reguliere werkplan nog 2020 deelnemersbijdrage te verrekenen 6 7 8 0 -56.789 1.247.187 0 -170.087 6.166.675 97.826 21.851 941.328 35.221 48.424 603.138 0 13.744 742.014 73.655 65.555 743.540 7.654 16.157 354.720 0 5.991 3.694.195 0 -9.696 1.096.479 43.806 -418.602 9.303.234 258.162 -483.451 24.892.511
Additionele opdrachten
Verantwoording in jaarrekening 2020 9 10 12.250 1.259.437 0 6.166.675 0 941.328 12.250 615.388 0 742.014 0 743.540 12.250 366.970 12.250 3.706.445 9.500 1.105.979 485.725 9.788.959 544.225 25.436.736
Additionele projecten
In totaal zijn in 2020 € 1.102.100 aan zogenaamde additionele opdrachten verstrekt. Deze wijzigingen zijn op grond van artikel 24, lid 8b van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden via een administratieve wijziging verwerkt. Tot en met de Najaarsnota 2020 was een bedrag van € 1.071.700 aan additionele opdrachten verstrekt. Na de vaststelling van de Najaarsnota 2020 is door de provincie ZuidHolland nog een tweetal opdrachten verstrekt en een opdracht door de Stichting Geonovum met een totaalwaarde van € 30.400: • Ontwikkeling werkwijzen en netwerkvorming nieuwe energie € 15.700 • Impuls Omgevingsveiligheid deelprogramma 2 en 3 € 10.200 • Basisregistratie Ondergrond (BRO) door Geonovum € 4.500 Totaal € 30.400 Doordat de lasten € 555.500 lager zijn uitgevallen dan geraamd komen ook de baten lager uit. De lasten zijn voor een totaalbedrag van € 546.600 bij de opdrachtgevers in rekening gebracht (tabel 18). Van de verstrekte opdrachten wordt een bedrag van € 15.800 doorgeschoven naar 2021.
Tabel 18 Additionele projecten Projectomschrijving E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) Advisering BRIKS gemeenten Impuls Omgevingsveiligheid (deelprogramma 2 en 3) Impuls Omgevingsveiligheid (deelprogramma 3 en 4) Werkplan Spoed en Nazorg Digitale dienstverlening Ontwikkeling werkwijzen en netwerkvorming nieuwe energie Pilot vervoersmanagement Bijstellen bodemkwaliteitskaart PFAS Impuls Omgevingsveiligheid (deelprogramma 5) Verbeterpunten soortenbescherming - woningbouwopgave Basisregistratie Ondergrond (BRO) Totaal
Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Gemeenten Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Geonovum
28 / 68
Budget 6.800 100.000 44.400 96.200 631.500 60.000 30.600 11.800 58.500 18.500 39.300 4.500 1.102.100
Kosten 6.756 27.750 16.500 78.409 278.219 13.671 14.191 8.281 58.500 2.636 39.312 2.331 546.556
Verschil 44 72.250 27.900 17.791 353.281 46.329 16.409 3.519 0 15.864 -12 2.169 555.544
Naar 2020 0 0 0 0 0 0 15.800 0 0 0 0 0 15.800
Vrijval budget 0 72.200 27.900 17.800 353.300 46.300 600 3.500 0 15.900 0 2.200 539.700
5.1.4.3
Overige opbrengsten
De overige opbrengsten zijn € 264.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Ten opzichte van de Najaarsnota 2020 is de vergoeding van gedetacheerd personeel € 2.900 lager uitgevallen dan geraamd. In het kader van de uitvoering van de Ziektewet en Wet Arbeid en Zorg is de bijdrage € 17.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast is over de jaren 2016 tot en met 2019 een totaalbedrag van € 250.000 teveel aan pensioenpremies berekend. De afrekening transitoria en overige opbrengsten is afgerond € 100 lager uitgevallen. 5.1.5
Overhead
De overhead bestaat uit de personele lasten van het management, de kosten van inhuur (waaronder ICT), algemene personeelskosten, kapitaallasten, indirecte kosten en de post onvoorzien. De overhead laat in totaal een onderschrijding zien van € 47.700, waarvan € 45.100 betrekking heeft op de post onvoorzien. De overige € 2.600 heeft betrekking op lagere personele en indirecte kosten. 5.1.6
Onvoorzien
De post onvoorzien van € 45.100 is in 2020 niet aangewend. 5.1.7
Mutaties reserves
In 2020 zijn geen mutaties in de reserves geweest.
29 / 68
5.2 Overzicht incidentele lasten en baten De in dit overzicht opgenomen lasten en baten zijn als incidenteel bestempeld, omdat deze lasten en baten alleen in 2020 zijn gerealiseerd. De andere lasten en baten hebben een meer structureel karakter en zijn daarom niet opgenomen in dit overzicht. Tabel 19 Incidentele lasten en baten Programma
Kostensoort
Omschrijving
Personeel Personeel Personeel Personeel Personeel Personeel Personeel Indirecte kosten Additionele projecten Totaal incidentele lasten Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Totaal incidentele baten
Uitvoering Wet natuurbescherming aanvragen ontheffingen soortenbescherming Uitvoering Wet natuurbescherming stikstof Uitvoering Waterwet Capaciteitsinzet i.v.m. uitvoering informatieplicht energiebesparende maatregelen Invensivering werkplan Zoetermeer duurzaamheidscontroles Inhuur i.v.m. detachering en zwangerschappen Kosten voormalig personeel Overig Kosten additionele projecten
T&V
Intensivering werkplan 2020 Vergoedingen detacheringen en uitkeringsinstanties Bijdragen informatieplicht energiebesparende maatregelen Afrekening transitoria en overige opbrengsten Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren Bijdragen additionele projecten
860.000 1.130.000 249.734 0 0 45.029 4.252 16.887 503.103 2.809.005 0 0 0 0 0 0 0
T&H 0 0 0 149.435 10.152 200.184 91.000 14.560 43.452 508.783 0 0 0 0 0 0 0
Algemene dekkingsmiddelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2.249.886 -245.213 -149.435 -31.447 -250.000 -546.555 -3.472.536
Reserves
Totaal 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
860.000 1.130.000 249.734 149.435 10.152 245.213 95.252 31.447 546.555 3.317.788 -2.249.886 -245.213 -149.435 -31.447 -250.000 -546.555 -3.472.536
Incidentele lasten • Aanvragen ontheffingen soortenbescherming Wet natuurbescherming: voor het inhalen van de achterstand en het grotere werkvolume in de afhandeling van het aantal aanvragen soortenbescherming Wet natuurbescherming is door de provincie Zuid-Holland een drietal incidentele aanvullende opdrachten verstrekt; • Aanvragen ontheffingen Natuurbeschermingswet (PAS): Door de uitspraak van de Raad van State m.b.t. het PAS dossier zijn meer activiteiten in het kader van de uitvoering Wet natuurbescherming stikstof vergunning plichtig worden. De provincie Zuid-Holland heeft hiervoor een tweetal incidentele aanvullende opdrachten verstrekt; • Aanvragen Waterwet: in 2019 is geconstateerde dat het aantal Waterwetaanvragen hoger is dan aanvankelijk was voorzien. In 2019 is hiervoor in een tweetal tranches aanvullende incidentele middelen beschikbaar besteld. De tweede tranche van deze opdracht is in 2020 uitgevoerd. In 2020 is door de provincie Zuid-Holland nogmaals een aanvullende incidentele opdracht voor het hogere werkvolume beschikbaar gesteld; • Uitvoering informatieplicht energiebesparende maatregelen: voor de uitvoering implementatie informatieplicht energiebesparende maatregelen hebben de gemeentelijke deelnemers via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds in 2019 incidenteel € 192.100 ontvangen.
Een deel van dit bedrag is op basis van de methodiek van nacalculatie via de balans naar 2020 overgeheveld waarmee de personele inzet 2020 is gedekt; • Intensivering werkplan Zoetermeer duurzaamheidscontroles: in 2020 is het werkplan van de gemeente Zoetermeer aangevuld door het aantal duurzaamheidscontroles en hercontroles te verhogen; • Inhuur en zwangerschappen: betreft incidentele last in verband met het inhuur van personeel in verband met zwangerschap van eigen personeel. Hiertoe wordt een bijdrage van uitkeringsinstanties ontvangen; • Kosten voormalig personeel: op basis van vaststellingsovereenkomsten is 2020 personeel afgevloeid waarvan de kosten in 2020 zijn betaald; • Overig: betreft incidentele uitgaven die zijn gedekt uit de afrekening transitoria van 2019; • Additionele projecten: in 2020 is voor een totaalbedrag van € 546.600 aan additionele opdrachten uitgevoerd. Deze opdrachten hebben een incidenteel karakter (zie ook 5.1.4.2 Additionele projecten).
Incidentele baten • Intensivering werkplan: zie toelichting incidentele lasten (ontheffingen soortenbescherming, ontheffingen Natuurbeschermingswet (PAS), aanvragen Waterwet en intensivering werkplan Zoetermeer); • Vergoedingen detachering en uitkeringsinstanties: betreft incidentele baten in verband met detachering personeel en incidentele vergoedingen van uitkeringsinstanties in verband met zwangerschap; • Bijdragen informatieplicht energiebesparende maatregelen: zie toelichting incidentele lasten; • Afrekening transitoria: betreft incidentele baten doordat de in de jaarrekening 2019 opgenomen transitoria te hoog zijn ingeschat. Voorts is er een klein bedrag aan invorderingskosten in verband met de afwikkeling van dwangsommen ontvangen;
30 / 68
• •
Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren: betreft afrekening pensioenpremies over voorgaande dienstjaren; Bijdragen additionele projecten: zie toelichting incidentele lasten.
Tabel 20 Structureel evenwicht Structureel jaarrekeningsaldo (x € 1.000)
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Jaarrekeningsaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo
1.132 -472 660 -58 602
781 -308 473 1.219 1.692
337 -1.161 -824 1.839 1.015
131 -1.308 -1.177 881 -296
167 -442 -275 155 -120
0 -263 -263 400 137
0 0 0 -155 -155
31 / 68
6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Wet- en regelgeving De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.
6.2 Algemene waarderingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor zover relevant wordt met oninbaarheid rekening gehouden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben (met uitzondering van de opgebouwde vakantiegelden). Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De gehanteerde valuta is de Euro. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het wettelijke verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals vakantiegelden en vakantiedagen. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie BBV geldt hetzelfde voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een jaarlijks constante ontwikkeling.
6.3 Activa 6.3.1
Materiële vaste activa
Materiele vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt op lineaire wijze plaats met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de investering is gedaan op basis van de verwachte gebruiksduur. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven. De ODH kent geen vaste activa met maatschappelijk nut. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: a. Kosten onderzoek en ontwikkeling 4 jaar b. Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur 5 jaar c. Hardware en software automatisering met uitzondering van mobiele telefoons en tablets 5 jaar d. Huisvesting en Kantoorinventaris 10 jaar e. Mobiele telefoons en tablets 3 jaar Specifieke investeringsbijdragen van derden, evenals aangewezen reserves worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven, conform de door het algemeen bestuur besloten wijze en termijnen.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. 6.3.2
Vlottende activa
Vorderingen worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling (statische methode) van de inbaarheid van de vorderingen. Op basis hiervan zijn vorderingen uit hoofde van sociale voorzieningen