CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2022 Omgevingsdienst Haaglanden

Commissie Algemeen 3 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting Omgevingsdienst Haaglanden (2120394)39.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

ICT 2.652.400 1.815.830 836.570

Gereedschappen 84.800 84.800 0

Huisvesting 386.900 375.791 11.109

Totaal 3.124.100 2.276.421 847.679

Boekwaarde 31-12-2020 Investeringen 2021 Afschrijving 2021 Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen 2022 Afschrijving 2022 Boekwaarde 31-12-2022 Investeringen 2023 Afschrijving 2023 Boekwaarde 31-12-2023 Investeringen 2024 Afschrijving 2024 Boekwaarde 31-12-2024 Investeringen 2025 Afschrijving 2025 Boekwaarde 31-12-2025

1.236.835 836.570 385.279 1.688.126 0 552.593 1.135.533 0 435.802 699.731 0 283.322 416.409 0 249.097 167.312

43.127 0 18.252 24.875 0 18.252 6.623 0 6.623 0 0 0 0 0 0 0

255.521 11.109 37.579 229.051 0 38.690 190.361 0 38.470 151.891 0 30.357 121.534 0 30.357 91.177

1.535.483 847.679 441.110 1.942.052 0 609.535 1.332.517 0 480.895 851.622 0 313.679 537.943 0 279.454 258.489

2024 618.000 313.679 304.321

2025 627.300 279.454 347.846

Tabel 9 Overzicht verloop kapitaallasten

Omschrijving activa Totaal kapitaallasten primitieve begroting Afschrijving Ruimte voor rente en afschrijving herinvesteringen

2022 599.800 609.535 -9.735

20 / 36

2023 608.800 480.895 127.905

4

Financiële begroting

4.1 Uitgangspunten 4.1.1

Begrotingsbeleid

In verband met de aanscherping van het financieel toezicht is de Gemeentewet in 2013 gewijzigd en is de term ‘materieel evenwicht’ vervangen door de term ‘structureel evenwicht’, waarbij tevens de term ‘reëel evenwicht’ is toegevoegd. Het BBV is ter nadere uitwerking van die wetswijziging aangepast, zodat het Algemeen Bestuur en de financieel toezichthouder in staat zijn om vast te stellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting c.q. meerjarenraming. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Ter invulling van het begrip reëel evenwicht is in het BBV voorgeschreven dat wordt ingegaan op het realisme van de ramingen en de motivering daarvan (zijn de ramingen volledig, realistisch en haalbaar). Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat over blijft moet op termijn positief zijn (de structurele baten zijn dan gelijk of groter dan de structurele lasten). Op basis van onderstaand overzicht (tabel 10) wordt aangetoond dat de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Tabel 10 Structureel evenwicht

Structureel evenwicht Resultaat na bestemming Af: incidentele lasten Bij: incidentele baten Af: incidentele toevoegingen aan reserves Bij: incidentele onttrekkingen aan reserves Structureel saldo begroting Structureel evenwicht 4.1.2

2022

2023 0 0 0 0 0 0 Ja

2024 0 0 0 0 0 0 Ja

2025 0 0 0 0 0 0 Ja

0 0 0 0 0 0 Ja

Loon- en prijsontwikkeling

In de meest recente Macro Economische Verkenning van september 2020 (MEV 2021) wordt voor de indexering van de begroting 2022 uitgegaan van een indexering van respectievelijk 1,3% voor de lonen (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) en 1,5% voor de materiële lasten (prijs materiële overheidsconsumptie (imoc). Voor de jaren 2023 tot en met 2025 is met dezelfde indexpercentages rekening gehouden. De looptijd van de in 2019 afgesloten Cao Gemeenten is eind 2020 verlopen. Over de uitkomsten van onderhandelingen over een nieuwe Cao SGO per 1 januari 2021 en de financiële effecten daarvan is in de voorliggende begroting nog geen rekening gehouden. Thans is dus niet duidelijk hoe groot de werkelijke lastenstijging zal uitvallen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft als toezichthouder aandacht gevraagd voor de wijzigingen in de beleids- en uitvoeringspraktijk als gevolg van invoering van de Ow per 1 januari 2022 en de financiële vertaling daarvan. Deze zijn nog niet meegenomen in de voorliggende begroting. De indexering van de lonen en materiële lasten op basis van de MEV 2021 laten een lastenstijging zien ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 van € 317.000, die als volgt is verdeeld: 1. Indexering loonkosten 1,3% € 253.100 2. Indexering materiële lasten 1,5% € 63.900 Totaal € 317.000

21 / 36

In de begroting 2021 is rekening gehouden met een loonindex van 2,5%. De verhoging van de pensioen- en sociale verzekeringspremies in 2021 hebben tot gevolg dat de loonkosten ten opzichte van 2020 met 1,6% zijn gestegen. De effecten van een nieuwe cao Gemeenten zijn in de voorliggende begroting 2022 nog niet meegenomen. De materiële lasten (waaronder huisvesting, ICT, vervoer en indirecte kosten) zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar en laten eerder een stijging zien dan een daling van de kosten (de gemiddelde prijsstijging van de materiële lasten zijn per jaar hoger is dan de index van 1,5%). Met behoud van de kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening wordt geconstateerd dat binnen de exploitatie geen structurele middelen beschikbaar zijn om de lastenstijging op te vangen zodat dekking alleen kan worden gevonden door verhoging van de deelnemersbijdrage. 4.1.3

Output, voor- en nacalculatie

Vanaf 2016 is de begroting kaderstellend voor de te realiseren output, waarbij het werkpakket is opgebouwd uit de te verrichten diensten en producten met bijbehorende productprijzen. Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het AB besloten met ingang van 2019 over te gaan tot een systeem van nacalculatie. Afrekening vindt plaats bij jaarrekening op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief en niet op basis van gerealiseerde producten en diensten (output): 1. De verrekening van de geleverde prestaties (werkelijk bestede uren x werkelijk tarief) vindt te allen tijde plaats met de individuele deelnemer. Er is daardoor altijd sprake van een individueel resultaat (werkelijk bestede uren x werkelijk tarief -/- begroot aantal uren x geraamd tarief). 2. Als uitwerking van het Koersplan wordt afgerekend door middel van facturen tussen individuele deelnemer en ODH indien de omzet op basis van nacalculatie (werkelijke bestede uren x werkelijk uurtarief) meer dan 10% afwijkt van de geraamde omzet (begroot aantal uren x geraamd tarief); 3. Indien, op basis van de nacalculatie, de afwijking tussen de werkelijke omzet en de geraamde omzet minder bedraagt dan 10% wordt het bedrag per individuele deelnemer meegenomen naar een volgend dienstjaar via een vordering of schuld op de balans.

Het totaal aantal fte per 1 januari 2022 bedraagt 221,03 fte, waarvan 46,64 fte ondersteuning (inclusief management). Voor het primaire proces is 174,39 fte beschikbaar. Op basis van een productie van 1.390 uur per fte komt dat afgerond neer op 242.400 uur (zie bijlage 6.4 tabel 23). De daadwerkelijke invulling van de uren en de daarmee te realiseren output vindt plaats via de werkplannen die in het laatste kwartaal van 2021 samen met de deelnemers worden opgesteld. Bijstelling van de deelnemersbijdragen op basis van te realiseren output vindt plaats bij Voorjaarsnota (VJN) en Najaarsnota (NJN). In bijlage 6.4 is, naast het beschikbare werkvolume in uren (tabel 23), een overzicht opgenomen van de tariefopbouw (tabel 24) en de tariefgroepen voor 2022 (tabel 25).

22 / 36

4.2 Overzicht van baten en lasten De meerjarenbegroting bestaat uit de programma’s, de algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing vennootschapsbelasting (Vpb) en een bedrag voor onvoorzien. De uitwerking van de begrotingsuitgangspunten zijn hierin verwerkt. Tabel 11 Overzicht van baten en lasten Totaal baten en lasten per programma 1 Toetsing en Vergunningverlening 2 Toezicht en Handhaving Totaal lasten programma's

Realisatie Primitieve Gewijzigde 2020 begroting 2021 begroting 2021 8.943.040 7.347.700 9.311.900 7.158.884 6.986.100 7.028.000 16.101.924 14.333.800 16.339.900

Begroting 2022 8.073.900 7.004.200 15.078.100

Meerjarenbegroting 2023 2024 8.179.500 8.286.600 7.095.700 7.188.900 15.275.200 15.475.500

2025 8.395.100 7.283.200 15.678.300

3 Algemene dekkingsmiddelen 4 Overhead 5 Heffing Vpb 6 Onvoorzien Saldo van baten en lasten

-25.928.817 9.826.893 0 0 0

-23.539.600 9.160.000 0 45.800 0

-26.525.700 10.140.000 0 45.800 0

-25.142.300 10.017.700 0 46.500 0

-25.477.600 10.155.200 0 47.200 0

-25.818.100 10.294.700 0 47.900 0

-26.163.000 10.436.100 0 48.600 0

7 Mutatie reserves Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Gerealiseerd/Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

0

Lasten programma’s De programma’s zijn direct gerelateerd aan de uitvoerende afdeling met dezelfde benaming. Een toelichting per programma is opgenomen in hoofdstuk 2.2.3 en 2.3.3. Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdragen. In tabel 12 is een overzicht van de deelnemersbijdragen over 2022 opgenomen. Tabel 12 Overzicht deelnemersbijdragen Taakoverdracht asbest Bijdrage 2021 TaakoverTaakover- TaakoverBijdrage Index Inspectie- Bijdrage 2022 Databank Bijdrage 2022 excl. dracht soorten- dracht (p)ZZS Asbest 2020 Asbest 2021 Minderwerk 2021 2022 view excl. Flora en incl.

Databank bescherming Stikstof asbest Databank Faunawet Databank Delft 1.338.982 0 0 0 0 71.517 -48.303 1.362.196 17.430 825 1.380.451 4.363 1.384.814 Den Haag * 6.465.182 0 0 0 0 243.287 -13.287 6.695.182 85.667 4.054 6.784.903 7.272 6.792.175 Leidschendam-Voorburg 838.477 0 0 0 97.826 3.887 0 940.190 12.030 569 952.789 3.333 956.122 Midden-Delfland 534.496 0 0 0 35.221 1.395 0 571.112 7.307 346 578.765 1.515 580.280 Pijnacker-Nootdorp 745.755 0 0 0 0 20.614 -6.959 759.410 9.717 460 769.587 3.333 772.920 Rijswijk 615.639 0 0 0 73.655 2.920 0 692.214 8.857 419 701.490 2.666 704.156 Wassenaar 336.716 0 0 0 7.654 8.262 0 352.632 4.512 213 357.357 2.121 359.478 Westland 3.804.187 0 0 0 0 53.618 -53.618 3.804.187 48.676 2.303 3.855.166 5.454 3.860.620 Zoetermeer 1.117.694 0 0 0 0 30.842 0 1.148.536 14.696 695 1.163.927 5.454 1.169.381 Provincie Zuid-Holland 7.706.940 316.918 388.483 36.756 0 0 0 8.449.097 108.108 5.116 8.562.321 0 8.562.321 Totaal 23.504.068 316.918 388.483 36.756 214.356 436.342 -122.167 24.774.756 317.000 15.000 25.106.756 35.511 25.142.267 Deelnemers

* De afname van producten en diensten door de gemeente Den Haag zal tot een bedrag van € 162.100 in de vorm van minderwerk in mindering worden gebracht op de deelnemersbijdrage 2022.

Overhead De kosten van de ondersteunende activiteiten worden op het taakveld ‘overhead’ geregistreerd. De overhead maakt onderdeel uit van de integrale kostprijs en wordt toegerekend op basis van de direct aan de programma’s toe te rekenen fte’s op begrotingsbasis. Op begrotingsbasis worden 90,31 fte toegerekend aan het programma T&V en 84,08 fte aan het programma T&H (verhouding 51,79 : 48,21). Vennootschapsbelasting Met het Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen zijn in 2016 afspraken gemaakt dat indien een omgevingsdienst zijn overheidstaken op basis van wetgeving uitvoert en op alle andere (commerciële) activiteiten geen winst behaald de omgevingsdienst dan niet Vpb-plichtig is. De ODH belast zijn producten en diensten uitsluitend tegen kostprijs (zonder winstopslag) door aan zijn afnemers. Met inachtneming hiervan is geconcludeerd dat de ODH niet Vpb-plichtig is (en dus geen fiscale administratie hoeft te voeren en geen aangifte hoeft te doen).

23 / 36

Onvoorzien De post onvoorzien dient op basis van BBV afzonderlijk te worden gepresenteerd. Mutatie reserves In 2022 zijn geen mutaties voorzien.

24 / 36

4.3 Geprognosticeerde balans per ultimo van het jaar Omschrijving

31-12-2020 31-12-2021 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025

Vaste activa

1.535.483

1.942.100

1.332.500

851.600

537.900

258.500

Totaal materiële activa Materiële vaste activa

1.535.483 1.535.483

1.942.100 1.942.100

1.332.500 1.332.500

851.600 851.600

537.900 537.900

258.500 258.500

TOTAAL VASTE ACTIVA

1.535.483

1.942.100

1.332.500

851.600

537.900

258.500

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card

17.133.441 17.857.100 18.453.300 18.943.500 19.433.100 19.891.200 13.061.567 14.576.100 14.918.700 15.269.400 15.628.700 15.628.700 279.224 279.200 279.200 279.200 279.200 279.200 3.790.878 3.000.000 3.253.600 3.393.100 3.523.400 3.981.500 1.772 1.800 1.800 1.800 1.800 1.800

Liquide middelen Banksaldi

7.964 7.964

8.000 8.000

8.000 8.000

8.000 8.000

8.000 8.000

8.000 8.000

Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa

1.025.380 581.027 444.353

1.025.400 581.000 444.400

1.025.400 581.000 444.400

1.025.400 581.000 444.400

1.025.400 581.000 444.400

1.025.400 581.000 444.400

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

18.166.785 18.890.500 19.486.700 19.976.900 20.466.500 20.924.600

TOTAAL ACTIVA

19.702.268 20.832.600 20.819.200 20.828.500 21.004.400 21.183.100

Eigen vermogen

1.071.385

1.071.400

1.071.400

1.071.400

1.071.400

1.071.400

Algemene reserve - opgebouwd rekeningresultaat - opgebouwd weerstandsvermogen - saldo boekjaar

1.071.385 51.385 1.020.000 0

1.071.400 51.400 1.020.000 0

1.071.400 51.400 1.020.000 0

1.071.400 51.400 1.020.000 0

1.071.400 51.400 1.020.000 0

1.071.400 51.400 1.020.000 0

Voorzieningen Voorz. werkloosheidsuitkeringen

272.521 272.521

218.500 218.500

164.400 164.400

131.700 131.700

99.000 99.000

66.300 66.300

TOTAAL VASTE PASSIVA

1.343.906

1.289.900

1.235.800

1.203.100

1.170.400

1.137.700

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Crediteuren Af te dragen BTW Af te dragen loonheffing en soc. premies

4.190.676 591.545 2.185.305 1.413.826

4.645.200 591.500 2.639.900 1.413.800

4.680.400 591.500 2.675.100 1.413.800

4.716.200 591.500 2.710.900 1.413.800

4.752.400 591.500 2.747.100 1.413.800

4.789.100 591.500 2.783.800 1.413.800

Overlopende passiva Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog te verrekenen saldo nacalculatie Overige overlopende passiva

14.167.686 14.897.500 14.903.000 14.909.200 15.081.600 15.256.300 11.716.228 12.571.200 12.738.800 12.909.100 13.081.500 13.256.200 378.720 378.700 378.700 378.700 378.700 378.700 922.265 797.100 635.000 470.900 470.900 470.900 1.150.473 1.150.500 1.150.500 1.150.500 1.150.500 1.150.500

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

18.358.362 19.542.700 19.583.400 19.625.400 19.834.000 20.045.400

TOTAAL PASSIVA

19.702.268 20.832.600 20.819.200 20.828.500 21.004.400 21.183.100

25 / 36

26 / 36

5

Besluit Algemeen Bestuur

Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden; Gelezen het voorstel van de Dagelijks Bestuur van 7 april 2021; Gelet op artikel 24 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden;

BESLUIT:

1. De begroting 2022 vast te stellen; 2. De meerjarenbegroting van de jaren 2023 – 2025 voor kennisgeving aan te nemen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 30 juni 2021.

De secretaris,

De voorzitter,

Ir. L.P. Klaassen

Ing. drs. R.C. Paalvast

27 / 36

6

Bijlagen

6.1 Exploitatiebegroting Tabel 13 Exploitatiebegroting Kostensoort 1 Personeel 2 Kapitaallasten 3 Overige kosten 4 Additionele werken 5 Onvoorzien Totaal lasten

Realisatie Primitieve Gewijzigde 2020 begroting 2021 begroting 2021 22.510.762 20.121.600 21.706.200 365.731 590.900 590.900 2.542.678 2.781.300 3.302.000 509.646 0 880.800 0 45.800 45.800 25.928.817 23.539.600 26.525.700

Begroting 2022 21.323.000 599.800 3.173.000 0 46.500 25.142.300

Meerjarenbegroting 2023 2024 21.600.800 21.883.300 608.800 618.000 3.220.800 3.268.900 0 0 47.200 47.900 25.477.600 25.818.100

2025 22.169.400 627.300 3.317.700 0 48.600 26.163.000

6 Bijdragen deelnemers 7 Additionele werken Totaal baten

-25.419.171 -509.646 -25.928.817

-23.539.600 0 -23.539.600

-25.644.900 -880.800 -26.525.700

-25.142.300 0 -25.142.300

-25.477.600 0 -25.477.600

-25.818.100 0 -25.818.100

-26.163.000 0 -26.163.000

0

0

0

0

0

0

0

Mutatie reserves Storting Onttrekking Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Gerealiseerd/Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

0

Geraamd totaal van baten en lasten 8

Lasten •

Personeel

De post personeel bestaat uit de salariskosten van het eigen personeel, de inhuur van derden (inclusief inhuur derden en inkoop diensten ICT waaronder de Servicedesk), opleidingskosten en algemene personeelskosten. De looptijd van de in 2019 afgesloten cao Gemeenten is eind 2020 verlopen. Over de uitkomsten van onderhandelingen over een nieuwe gemeentelijke cao per 1 januari 2021 en de financiële effecten daarvan is in de voorliggende begroting nog geen rekening gehouden. Thans is dus niet duidelijk hoe groot de werkelijke lastenstijging zal uitvallen. De opleidingskosten bedragen conform afspraak 2,3% van de salariskosten. De algemene personeelskosten bestaan uit o.a. de kosten voor woon-werkverkeer, overwerk, wachtdienstvergoedingen, kosten BHV, kosten arbodienst, kosten personeelsvereniging en kosten ondernemingsraad. • Salariskosten en inhuur en inkoop diensten • Opleidingskosten: 2,3% van € 20.337.700 • Algemene personeelskosten Totaal personeel • Kapitaallasten

€ € € €

20.337.700 467.800 517.500 21.323.000

Voor de kapitaallasten van de investeringen wordt uitgegaan van een structureel bedrag van € 599.800. Daarbij is er van uitgegaan dat de in het verleden gedane investeringen na afloop van de afschrijvingstermijn voor een gelijk bedrag worden geherinvesteerd.

28 / 36

•

Overige kosten

De overige kosten bestaan uit huisvestingskosten, kosten van ICT, kosten wagenpark en diverse bedrijfskosten (kosten van dienstreizen, accountantskosten, kosten van verzekeringen, werkkleding en – schoeisel, abonnementen en kantoorbehoeften, representatie, kosten van onderzoek, kosten van bezwaaren beroep etc.). • • • •

Huisvestingskosten ICT Vervoerskosten (wagenpark) Diverse bedrijfskosten (verzekeringen, accountantskosten, abonnementen, kosten van onderzoek, kosten van bezwaar- en beroep etc.) Totaal overige kosten •

€ € €

760.600 1.127.800 125.400

€ €

1.159.200 3.173.000

Additionele projecten

In de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met additionele werken. Nieuwe additionele werken worden via een administratieve wijziging geraamd (en gemeld via Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening). •

Onvoorzien

Deze post is opgenomen omdat het goed wordt geacht dat de dienst een klein werkkapitaal heeft om naar eigen inzicht kleine investeringen te doen en niet voor elk bedrag alle deelnemers langs hoeft. Baten •

Algemene dekkingsmiddelen

In tabel 12 is een overzicht opgenomen van de bijdragen per deelnemer over 2022. De bedragen per deelnemer zijn gebaseerd op de bijdragen 2021 verhoogd met aanvullende bijdrage Inspectieview en met de indexatie op grond van de in de MEV 2021 (september 2020) opgenomen indices voor loon- en prijsstijgingen. •

Additionele projecten

In de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met additionele werken. Nieuwe additionele werken worden via een administratieve wijziging geraamd (en gemeld via de Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening). Mutatie reserves •

Mutaties reserves

In 2022 en volgende jaren zijn geen stortingen en onttrekkingen voorzien.

29 / 36

Tabel 14 Overzicht reserves en voorzieningen

Reserves en voorzieningen

Algemene reserve

Stand 1-1-2021 Storting 2021 Onttrekking 2021 Stand 1-1-2022 Storting 2022 Onttrekking 2022 Stand 1-1-2023 Storting 2023 Onttrekking 2023 Stand 1-1-2024 Storting 2024 Onttrekking 2024 Stand 1-1-2025 Storting 2025 Onttrekking 2025 Stand 1-1-2026

1.071.385 0 0 1.071.385 0 0 1.071.385 0 0 1.071.385 0 0 1.071.385 0 0 1.071.385

30 / 36

Voorziening werkloosheidsuiteringen 272.521 0 54.000 218.521 0 54.100 164.421 0 32.700 131.721 0 32.700 99.021 0 32.700 66.321

6.2 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in de begroting een overzicht moet worden opgenomen van de geraamde baten en lasten per taakveld. In tabel 15 is dit overzicht weergegeven. Voorts zijn in tabel 16 de beleidsindicatoren weergegeven van het taakveld bestuur en ondersteuning. Voor de inwoneraantallen is uitgegaan van de geprognosticeerde aantallen per 1-1-2022 (bron: Gemeentefondsgegevens). Voor het taakveld volksgezondheid en milieu zijn vooralsnog geen beleidsindicatoren opgenomen. Het hanteren van streefcijfers voor activiteiten van de ODH, waarbij er interactie is met partijen uit de samenleving, heeft weinig waarde omdat juist overleg en het trachten van het bereiken van consensus van groter belang kunnen zijn dan een streefgetal voor bijvoorbeeld tijdsbesteding. De ODH kan in het geval van wettelijke normen wanneer sprake is van bijvoorbeeld incomplete aanvragen of te laat verkregen externe adviezen, ‘op tijd’ weigeren. Echter bevoegde gezagen geven aan soms de voorkeur te geven aan een zorgvuldig proces boven het halen van een tijdslimiet. Uit bovenstaande aspecten moge blijken dat naast een kwantitatieve kant ook de kwaliteit van het proces naar de maatschappij aandacht verdient. De aandacht die ook onze opdrachtgevers hiervoor vragen spreekt boekdelen.

Het spreekt voor zich dat het halen van termijnen uitgangspunt blijft. Tabel 15 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld Overzicht van baten en lasten per taakveld

Lasten

2022 Baten

Saldo

2023 Baten

Lasten

Saldo

Lasten

2024 Baten

Saldo

Lasten

2025 Baten

Saldo

0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.10 Mutaties reserves Bestuur en ondersteuning

10.017.700 0 10.017.700 10.155.200 0 10.155.200 10.294.700 0 10.294.700 10.436.100 0 10.436.100 46.500 -25.142.300 -25.095.800 47.200 -25.477.600 -25.430.400 47.900 -25.818.100 -25.770.200 48.600 -26.163.000 -26.114.400 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.064.200 -25.142.300 -15.078.100 10.202.400 -25.477.600 -15.275.200 10.342.600 -25.818.100 -15.475.500 10.484.700 -26.163.000 -15.678.300

7.4 Milieubeheer Volksgezondheid en milieu

15.078.100 15.078.100

Totaal

0 15.078.100 15.275.200 0 15.078.100 15.275.200

25.142.300 -25.142.300

0 15.275.200 15.475.500 0 15.275.200 15.475.500

0 25.477.600 -25.477.600

0 15.475.500 15.678.300 0 15.475.500 15.678.300

0 25.818.100 -25.818.100

0 15.678.300 0 15.678.300

0 26.163.000 -26.163.000

0

Tabel 16 Beleidsindicatoren bestuur en ondersteuning Naam indicator Eenheid 1 2 Formatie Fte per 1.000 inwoners Bezetting Fte per 1.000 inwoners ApparaatskostenKosten per inwoner Externe inhuur Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen Overhead % van totale lasten

Begroting 2021 Begroting 2022 Fte/kosten Inwoners/kosten Kosten per eenheid Fte/kosten Inwoners/kosten Kosten per eenheid 4 5 6 7 8 9 FVW 212,64 1.114.700 0,19 221,03 1.134.900 0,19 FVW 188,26 1.114.700 0,17 208,45 1.134.900 0,18 Eigen bron 7.868.400 1.114.700 7,06 7.992.200 1.134.900 7,04 Eigen bron 707.700 19.170.800 3,69 627.600 19.885.400 3,16 Eigen bron 9.527.800 24.503.800 38,88 10.064.200 25.142.300 40,03 Bron

3

Onder apparaatskosten wordt verstaan alle noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Dat zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie. Onder externe inhuur wordt verstaan het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt. Tot de externe inhuur behoren niet producten of diensten die compleet in de markt zijn gezet, waarbij de opdrachtgever niet op de specifieke inzet kan sturen (zoals o.a. de Servicedesk en de uitwijkvoorziening ICT). Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overhead bestaat dus naast de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies uit ICT-kosten, huisvestingskosten, kosten wagenpark, kosten van onderzoek, kosten van bezwaar- en beroep etc., kapitaallasten en personele kosten die niet rechtstreeks zijn toe de delen aan de taakvelden in het primaire proces.

31 / 36

6.3 BBV-informatie Tabel 17 Vertegenwoordiging bestuur

Artikel 15, lid 2 a Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur Aantal leden Stemverdeling Stemverhouding A B AxB 1 16 16 0 2 27 54 1 1 4 4 0 1 4 4 0 1 8 8 1 1 8 8 0 1 4 4 0 2 14 28 1 1 16 16 1 2 29 58 1 13 130 200 5

Tabel 18 Bekostiging

Bekostiging

Artikel 15, lid 2 b

Begin 1.384.814 6.792.175 956.122 580.280 772.920 704.156 359.478 3.860.620 1.169.381 8.562.321 25.142.267

Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

Eind 1.384.814 6.792.175 956.122 580.280 772.920 704.156 359.478 3.860.620 1.169.381 8.562.321 25.142.267

Tabel 19 Omvang vermogen, financieel resultaat en risico’s

Omvang

Artikel 15, lid 2 c t/m e

Begin 1.071.385 0 0 1.020.000

Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwachte omvang financiële resultaat Risico's

Eind 1.071.385 0 0 1.020.000

Tabel 20 Netto schuldquote Verloop van de kengetallen Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 A. Totaal van de vaste schulden 0 0 0 0 0 0 B. Totaal van de netto vlottende schulden 4.190.676 4.492.300 4.680.400 4.716.200 4.752.400 4.789.100 C. Totaal van de overlopende passiva 14.167.686 13.227.000 14.903.000 14.909.200 15.081.600 15.256.300 D. Totaal financiële activa met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 0 0 0 0 0 0 E. Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 17.133.441 16.911.000 18.453.300 18.943.500 19.433.100 19.891.200 F. Totaal van alle liquide middelen 7.964 21.800 8.000 8.000 8.000 8.000 G. Totaal van de overlopende activa 1.025.380 429.100 1.025.400 1.025.400 1.025.400 1.025.400 H. Totaal saldo van de baten, exclusief mutaties reserves 25.928.817 23.539.600 25.142.300 25.477.600 25.818.100 26.163.000 Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H) 0,7% 1,5% 0,4% -1,4% -2,4% -3,4% Netto schuldquote

32 / 36

Tabel 21 Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio A. Eigen vermogen B. Totaal alle passiva Solvabiliteitsratio (A/B)

Verloop van de kengetallen Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 1.071.385 1.071.400 1.071.400 1.071.400 1.071.400 1.071.400 19.702.268 18.944.200 20.819.200 20.828.500 21.004.400 21.183.100 5,4% 5,7% 5,1% 5,1% 5,1% 5,1%

Tabel 22 Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte Totaal lasten programma's Totaal incidentele lasten programma's A. Structurele lasten

Verloop van de kengetallen Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 25.928.817 23.539.600 25.142.300 25.477.600 25.818.100 26.163.000 3.280.779 0 0 0 0 0 22.648.038 23.539.600 25.142.300 25.477.600 25.818.100 26.163.000

Totaal baten programma's Totaal incidentele baten programma's B. Structurele baten

25.928.817 3.435.527 22.493.290

23.539.600 0 23.539.600

25.142.300 0 25.142.300

25.477.600 0 25.477.600

25.818.100 0 25.818.100

26.163.000 0 26.163.000

C. Totaal structurele toevoegingen aan reserves D. Totaal structurele ontrekkingen aan reserves E. Het totaal van de baten exclusief mutaties reserves Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E

0 0 25.928.817 -0,6%

0 0 23.539.600 0,0%

0 0 25.142.300 0,0%

0 0 25.477.600 0,0%

0 0 25.818.100 0,0%

0 0 26.163.000 0,0%

33 / 36

6.4 Werkvolume in uren en tariefgroepen 2022 Tabel 23 Beschikbare werkvolume 2022 in uren Deelnemers

Uren 2022

13.593 68.257 9.372 5.749 7.572 6.942 3.543 38.167 11.501 77.711 242.407

Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal Deelnemers

Bijdrage excl. Databank

Uren 2022

Bijdrage excl. Databank

125.534 116.873 242.407

Aantal uren werkplan T&V Aantal uren werkplan T&H Totaal

1.380.451 6.784.903 952.789 578.765 769.587 701.490 357.357 3.855.166 1.163.927 8.562.321 25.106.756

13.153.399 11.953.357 25.106.756

Databank

4.363 7.272 3.333 1.515 3.333 2.666 2.121 5.454 5.454 0 35.511 Databank

35.511 0 35.511

Bijdrage 2022

1.384.814 6.792.175 956.122 580.280 772.920 704.156 359.478 3.860.620 1.169.381 8.562.321 25.142.267 Bijdrage 2022

13.188.910 11.953.357 25.142.267

Tabel 24 Tariefopbouw 2022

Tariefopbouw 2022

Begroting 2022

Per uur

%

Loonsom primair Algemene personeelskosten Diverse bedrijfskosten Materiële productiekosten Totaal directe kosten

16.133.700 76.200 61.300 464.600 16.735.800

66,56 0,31 0,25 1,92 69,04

64,17 0,30 0,24 1,85 66,56

Loonsom ondersteuning incl. technisch beheer ICT Opleidingskosten Algemene personeelskosten Kapitaallasten Huisvestingskosten ICT Vervoerskosten Diverse bedrijfskosten Onvoorzien Totaal overhead

4.126.700 467.800 518.600 599.800 760.600 1.127.800 125.400 597.800 46.500 8.371.000

17,02 1,93 2,14 2,47 3,14 4,65 0,52 2,47 0,19 34,53

16,41 1,86 2,06 2,39 3,03 4,49 0,50 2,38 0,18 33,29

Totaal exclusief Databank Flora en Fauna Databank Flora en Fauna Totaal

25.106.800 35.500 25.142.300

103,57 0,15 103,72

99,86 0,14 100,00

De gemiddelde directe kosten bedragen in 2022 per uur € 69,04 (in 2021 € 67,80) en de overhead € 34,53 per uur (in 2021 € 34,06). De directe kosten worden toegerekend aan de producten op basis van 6 tariefgroepen. De verdeling is weergegeven in tabel 25.

34 / 36

Tabel 25 Tariefgroepen 2022

Tariefgroepen 1 2 3 4 5 6

Directe kosten 49,52 57,48 64,80 71,94 82,74 94,00

Overhead 34,53 34,53 34,53 34,53 34,53 34,53

35 / 36

Totaal Tarief afgerond 84,06 84,00 92,02 92,00 99,33 99,00 106,47 106,00 117,28 117,00 128,53 129,00

Begrippen- en afkortingenlijst AB AR AOW AVG BBV BOR BZK Cao SGO DSO EMU FIDO FVW Fte GGD ICT MER MEV NJN ODH Ow PIOFACH RO RVO SMT T&H T&V VJN Vpb VTH Wabo WKO Wm

Algemeen Bestuur Algemene reserve Algemene Ouderdomswet Algemene verordening gegevensbescherming Besluit begroting en verantwoording Besluit Omgevingsrecht Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Collectieve arbeidsoveenkomst Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties Digitale Stelsel Omgevingswet Economische en Monetaire Unie Financiering Decentrale Overheden Financiële-verhoudingswet Fulltime-equivalent Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst Informatie- en communicatietechnologie Milieueffectrapportage Macro Economische Verkenning Najaarsnota Omgevingsdienst Haaglanden Omgevingswet Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting Ruimtelijke Ordening Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Sociaal Medisch Team Toezicht & Handhaving Toetsing & Vergunningverlening Voorjaarsnota Vennootschapsbelasting Vergunningverlening, toezicht en handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Warmte- en koudeopslag Wet milieubeheer

36 / 36

Ontwerp Jaarstukken 2020

1.4

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Aanbieding ............................................................................................................................................... 4 Inleiding.............................................................................................................................................. 4 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 5

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Jaarrekening in één oogopslag ............................................................................................................... 6 Algemeen ........................................................................................................................................... 6 Jaarrekeningresultaat ........................................................................................................................ 6 Vermogenspositie .............................................................................................................................. 7 Wet normering topinkomens .............................................................................................................. 7

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Jaarverslag .............................................................................................................................................. 8 Realisatie programma’s ..................................................................................................................... 8 Programma Toetsing en Vergunningverlening .................................................................................. 8 Programma Toezicht en Handhaving .............................................................................................. 11 Kwaliteitscriteria VTH ....................................................................................................................... 13 Klanttevredenheidsonderzoek ......................................................................................................... 15

4 Paragrafen ............................................................................................................................................. 16 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 16 4.1.1 Weerstandscapaciteit ...................................................................................................................... 17 4.1.2 Risicoanalyse ................................................................................................................................... 17 4.1.3 Beheersmaatregelen ....................................................................................................................... 17 4.1.4 Impact COVID-19 virus .................................................................................................................... 18 4.1.5 Ratio................................................................................................................................................. 18 4.1.6 Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer ........................................................................ 19 4.2 Financiering .....................................................................................................................................

19 4.2.1 Schatkistbankieren .......................................................................................................................... 19 4.2.2 Kasgeldlimiet en de renterisiconorm ............................................................................................... 19 4.2.3 Kredieten.......................................................................................................................................... 19 4.3 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................. 21 4.3.1 Personeel en organisatie ................................................................................................................. 21 4.3.2 Klachten handelen ODH .................................................................................................................. 22 4.3.3 Informatisering en automatisering ................................................................................................... 23 4.3.3.1 Informatiebeveiliging en AVG .......................................................................................................... 23 4.3.3.2 Digitale informatievoorziening .........................................................................................................

23 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................... 25 5 Jaarrekening .......................................................................................................................................... 26 5.1 Programmaverantwoording ............................................................................................................. 26 5.1.1 Toelichting programma’s ................................................................................................................. 26 5.1.2 Programma Toetsing en Vergunningverlening ................................................................................ 26 5.1.3 Programma Toezicht en Handhaving .............................................................................................. 26 5.1.4 Algemene dekkingsmiddelen ........................................................................................................... 27 5.1.4.1 Deelnemersbijdragen ....................................................................................................................... 27 5.1.4.2 Additionele projecten .......................................................................................................................

28 5.1.4.3 Overige opbrengsten ....................................................................................................................... 29 5.1.5 Overhead ......................................................................................................................................... 29 5.1.6 Onvoorzien....................................................................................................................................... 29 5.1.7 Mutaties reserves ............................................................................................................................ 29 5.2 Overzicht incidentele lasten en baten .............................................................................................. 30 6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................................................. 32 6.1 Wet- en regelgeving ......................................................................................................................... 32 6.2 Algemene waarderingsgrondslagen ................................................................................................ 32 6.3 Activa ...............................................................................................................................................

32 6.3.1 Materiële vaste activa ...................................................................................................................... 32 6.3.2 Vlottende activa ............................................................................................................................... 32 6.4 Passiva ............................................................................................................................................ 33 6.4.1 Eigen vermogen ............................................................................................................................... 33 6.4.2 Vlottende passiva ............................................................................................................................ 33 2 / 68

7 Balans en toelichting ............................................................................................................................. 34 7.1 Balans .............................................................................................................................................. 34 7.2 Toelichting op de balans .................................................................................................................. 34 7.2.1 Vaste activa ..................................................................................................................................... 34 7.2.2 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar ..................................................... 35 7.2.3 Liquide middelen .............................................................................................................................. 35 7.2.4 Overlopende activa .......................................................................................................................... 35 7.2.5 Eigen vermogen ............................................................................................................................... 35 7.2.6 Voorzieningen ..................................................................................................................................

35 7.2.7 Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar ................................ 36 7.2.8 Overlopende passiva ....................................................................................................................... 36 7.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ...................................................................................... 37 8

Besluit Algemeen Bestuur ..................................................................................................................... 38

9 Bijlagen .................................................................................................................................................. 39 9.1 Exploitatierekening .......................................................................................................................... 39 9.2 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld .................................................................... 41 9.3 BBV-informatie ................................................................................................................................. 42 9.4 Wet normering topinkomens ............................................................................................................ 44 9.5 Kwantitatieve verantwoording realisatie programma’s .................................................................... 45 9.5.1 Programma T&V .............................................................................................................................. 45 9.5.1.1 Milieu-inrichtingen ............................................................................................................................ 45 9.5.1.2 Bodem & Ondergrond ......................................................................................................................

45 9.5.1.3 Natuurbescherming ......................................................................................................................... 46 9.5.1.4 Milieu & RO ...................................................................................................................................... 47 9.5.1.5 Overige taken .................................................................................................................................. 47 9.5.1.6 Kritische Prestatie Indicatoren T&V ................................................................................................. 49 9.5.2 Programma T&H .............................................................................................................................. 52 9.5.2.1 Toezicht ........................................................................................................................................... 52 9.5.2.2 Overlast............................................................................................................................................ 52 9.5.2.3 Duurzaamheid ................................................................................................................................. 54 9.5.2.4 Handhaving ......................................................................................................................................

54 9.5.2.5 Overige taken .................................................................................................................................. 55 9.5.2.6 Totaalbeeld ...................................................................................................................................... 55 9.5.2.7 Kritische Prestatie Indicatoren T&H ................................................................................................. 55 9.6 Totaalbeeld raming en realisatie werkplannen in uren .................................................................... 58 9.7 Raming en realisatie werkplan T&V ................................................................................................ 59 9.8 Raming en realisatie werkplan T&H ................................................................................................ 62 10

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ........................................................................... 66

11

Begrippen- en afkortingenlijst ................................................................................................................ 67

3 / 68

1 Aanbieding 1.1 Inleiding Voor u ligt de jaarstukken 2020. 2020 is een bijzonder jaar geweest voor de ODH. Na een intensieve start van het jaar waarbij de agenda voor een groot deel beheerst werd door de stikstofproblematiek, werd Nederland in maart geconfronteerd met een pandemie die we als maatschappij nooit eerder hebben meegemaakt. Dit heeft geleid tot een reeks maatregelen om de negatieve gevolgen van het COVID-19 virus voor de volksgezondheid te beperken. Essentieel daarbij stond het uitgangspunt om zoveel mogelijk vanuit huis te gaan werken. De ODH heeft snel geschakeld en is in één weekend overgegaan naar een systeem van collectief thuiswerken en is hierbij gefaciliteerd door een robuuste digitale omgeving. In de periode tot juni is vervolgens ook noodgedwongen het toezicht buitenshuis aangepast en beperkt gebleven tot fysiek toezicht in situaties met acuut of aanzienlijk gevaar voor de leefomgeving en veiligheid. Alle andere vormen van toezicht waren in die periode “op afstand”. Vanaf half juni is het reguliere toezicht weer opgepakt onder stringente protocollaire voorwaarden. De accenten hebben daarbij toen ook anders gelegen. Er heeft bijvoorbeeld ten opzichte van een “normaal” jaar aanmerkelijk minder toezicht plaatsgevonden bij horecagelegenheden.

Het invoeren van een mix van administratief en fysiek toezicht (buiten de periode van half maart tot half juni) heeft ervoor gezorgd dat er geen achterstanden van betekenis zijn ontstaan. Op de werkgebieden advies, toetsing en vergunningen is 2020 zelfs een zeer productief jaar geweest. Er hebben namelijk t.o.v. de primaire begroting in de loop van het jaar diverse intensiveringen plaats gevonden op met name het werkveld van de Wet natuurbescherming. Zo heeft het bijzondere jaar 2020 uiteindelijk niet geleid tot significante afwijkingen in het aantal geleverde producten en diensten. De medewerkers van de dienst hebben ondanks deze soms lastige werkomstandigheden een mooi resultaat neergezet. Zo is duidelijk geworden dat de ODH tegen een stootje kan en staat als een huis. Ze heeft bewezen zich goed aan te kunnen passen aan drastisch gewijzigde omstandigheden. Afgelopen jaar zijn de voorbereidingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook voortgezet ondanks de voortdurende onzekerheid over het moment van invoering en alle eerdere uitstelmomenten. Zo is het op het moment van schrijven van deze tekst (begin februari) nog steeds onduidelijk of de invoeringsdatum van 1-1-2022 blijft staan. De voorbereidingen bij de ODH gaan vooralsnog gewoon door en het lijkt mogelijk op tijd de noodzakelijke voorzieningen te realiseren zoals de aansluiting op het landelijke DSO netwerk.

In het afgelopen jaar zijn maatregelen getroffen om het thuiswerken te faciliteren. Omdat de ervaringen met het thuiswerken zich lijken te ontwikkelen tot structureel meer thuiswerken in de toekomst na COVID-19, is voor alle medewerkers afgelopen jaar een thuiswerkfaciliteit gecreëerd. De dienst heeft in het kader van haar digitaliseringsopgave het afgelopen jaar ook de mogelijkheden verkend voor een nieuw zaaksysteem als vervanger van SquitXO. Tevens zijn er stappen gezet naar meer toekomstbestendige oplossingen voor data en documenten beheer. De extra inzet op ziekteverzuim heeft ook duidelijk zijn vruchten afgeworpen en het verzuimpercentage is fors teruggelopen. Anno januari 2021 ligt het percentage onder de streefnorm van 4,5%. Samengevat is 2020 een intensief jaar geweest met goede resultaten en is de dienst klaar voor de toekomst en vol ambitie om haar kennis en expertise blijvend in te zetten ook in de periode na COVID-19.

4 / 68

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u een samenvatting van de financiële verantwoording van de jaarrekening. In hoofdstuk 3 is het jaarverslag opgenomen en hoofdstuk 4 behandelt de paragrafen. Hoofdstuk 5 behandelt de jaarrekening en in hoofdstuk 6 zijn de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling opgenomen. In hoofdstuk 7 is de balans met toelichting opgenomen, waarna in hoofdstuk 8 het besluit van het Algemeen Bestuur is opgenomen. De bijlagen zijn in hoofdstuk 9 opgenomen, waarna in hoofdstuk 10 de controleverklaring van de onafhankelijke accountant is opgenomen. De jaarrekening wordt afgesloten met een begrippen- en afkortingenlijst.

5 / 68

2 Jaarrekening in één oogopslag 2.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft voor de programma’s Toetsing en Vergunningverlening (T&V) en Toezicht en Handhaving (T&H) de realisatie op de begroting 2020 weer. In paragraaf 2.2 wordt het jaarrekeningresultaat op programmaniveau weergegeven en in paragraaf 2.3 wordt de verkorte balans van de ODH weergegeven om inzicht te geven in de vermogenspositie.

2.2 Jaarrekeningresultaat Tabel 1 Programmaverantwoording Omschrijving

Realisatie 2019

1 Programma Toetsing en Vergunningverlening 2 Programma Toezicht en Handhaving Totaal lasten programma's

7.616.318 6.751.905 14.368.223

7.084.300 6.849.700 13.934.000

-86.900 110.000 23.100

3 Algemene dekkingsmiddelen 4 Overhead 5 Heffing Vpb 6 Onvoorzien Saldo van baten en lasten

-23.115.891 9.010.468 0 0 262.800

-22.797.000 8.817.900 0 45.100 0

7

Primitieve begroting 2020

Wijzigingen VJN 2020

Wijzigingen NJN 2020

Overdracht asbesttaken

Administratieve wijzigingen t/m NJN

Begroting na NJN

Administratieve Begroting 2020 wijzigingen na NJN na wijziging

Realisatie 2020

Verschil 2020

29.600 -151.400 -121.800

77.400 66.800 144.200

1.705.100 187.300 1.892.400

8.809.500 7.062.400 15.871.900

924.800 69.000 993.800

9.734.300 7.131.400 16.865.700

8.979.950 7.158.884 16.138.834

754.350 -27.484 726.866

-150.700 127.600 0 0 0

-10.200 132.000 0 0 0

-214.300 70.100 0 0 0

-2.274.900 382.500 0 0 0

-25.447.100 9.530.100 0 45.100 0

-1.293.200 299.400 0 0 0

-26.740.300 9.829.500 0 45.100 0

-25.965.727 9.826.893 0 0 0

-774.573 2.607 0 45.100 0

Mutaties reserves

Stortingen reserves AR: resultaat jaarrekening 2018 Onttrekking reserves AR: saldo jaarrekening 2018 AR: egalisatie deelnemersbijdrage Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

41.916

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-167.316 -137.400 -262.800

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Resultaatbestemming De jaarrekening 2020 sluit met een onverdeeld positief rekeningresultaat van € 483.451. Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het Algemeen Bestuur (AB) besloten met ingang van 2019 over te gaan tot een systeem van nacalculatie. Afrekening vindt plaats op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief en niet op basis van gerealiseerde producten en diensten (output). Een jaarrekeningresultaat wordt om die reden collectief op basis van het werkelijk aantal bestede uren per deelnemer afgerekend. Indien het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie zich binnen de bandbreedte van 10% bevindt dan wordt het verschil meegenomen naar een volgend dienstjaar via een vordering of schuld op de balans. Is het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie meer dan 10% dan wordt het verschil buiten de bandbreedte van 10% met de deelnemer afgerekend. Het onverdeelde rekeningresultaat van 2020 van € 483.451 is verrekend met de deelnemersbijdrage (zie tabel 17) en toegevoegd aan de balanspost overlopende passiva. Als gevolg daarvan sluit de jaarrekening zonder saldo. In hoofdstuk 5.1 is een nadere toelichting op de programmaverantwoording opgenomen.

6 / 68

2.3 Vermogenspositie Tabel 2 Verkorte balans Activa

31-12-2020

Vaste activa

1.535.483

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Liquide middelen Overlopende activa TOTAAL ACTIVA

31-12-2019 Passiva

31-12-2020

31-12-2019

1.071.385 272.521

1.071.385 298.074

17.170.351 7.964 1.025.380

1.438.649 Eigen vermogen Voorzieningen Netto-vlottende schulden met een rentetypische 16.539.559 looptijd korter dan één jaar 21.765 429.174 Overlopende passiva

4.190.676

3.951.669

14.204.596

13.108.019

19.739.178

18.429.147 TOTAAL PASSIVA

19.739.178

18.429.147

De post vaste activa geeft de stand van de investeringen in materiële vaste activa na afschrijvingen weer die ten laste zijn gebracht van de door het AB in 2012 beschikbaar gestelde kredieten voor ICT van € 1.685.000 en voor Huisvesting en inventaris van € 354.000. In 2017 heeft het AB voor de vervanging van ICT-investeringen een krediet beschikbaar gesteld van € 2.375.000, waarna in 2018 bij Voorjaarsnota 2018 een aanvullend krediet van € 75.000 is beschikbaar gesteld voor de aanschaf van tablets voor de mobiele toezichtapplicatie. Bij Voorjaarsnota 2020 is het krediet ICT in verband met indexering aangevuld € 202.400. Het totale beschikbaar gestelde krediet ICT bedraagt € 2.652.400. Bij Voorjaarsnota 2019 is het in 2012 beschikbaar gestelde krediet Huisvesting en inventaris in verband met de uitbreiding van de huisvesting verhoogd met € 85.000. Bij Voorjaarsnota 2020 is het krediet Huisvesting en inventaris als gevolg van indexering aangevuld met € 32.700, waardoor het totaal beschikbaar gestelde krediet € 471.700 bedraagt. De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaan met name uit de eind 2020 gefactureerde deelnemersbijdragen over 2021 en de rekeningcourant Schatkistbankieren. De liquide middelen betreft het saldo dat ultimo van het jaar aan banksaldi beschikbaar was.

De in de overlopende activa opgenomen posten hebben betrekking op kosten die in 2020 zijn betaald, maar die betrekking hebben op 2021 alsmede nog te ontvangen bijdragen in de additionele projectkosten. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het onverdeelde rekeningresultaat. Het onverdeelde rekeningresultaat van € 483.451 is op basis van het besluit van het AB van 26 juni 2019 verrekend met de deelnemersbijdrage en toegevoegd aan de balanspost overlopende passiva. De voorzieningen bestaan uit het saldo van de voorziening werkloosheidsuitkeringen. De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaan voornamelijk uit nog af te dragen BTW, loonheffing, sociale premies en pensioenpremies. De overlopende passiva bestaan uit de over het eerste halfjaar van 2021 bij de deelnemers in rekening gebrachte voorschotbijdragen, de gefactureerde dwangsommen, de verrekening met de deelnemers op basis van nacalculatie en uit nog te nog te ontvangen facturen van in 2020 geleverde goederen en diensten. Meer gedetailleerde informatie is opgenomen onder 7.1 Balans.

2.4 Wet normering topinkomens Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de ODH. Het voor de ODH toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000 (het algemene bezoldigingsmaximum). Het WNT-maximum voor de leden van het AB bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband. De ODH heeft in 2020 geen topfunctionarissen en leden en voorzitters van interne toezichthoudende organen, waarvan de bezoldiging boven het bezoldigingsmaximum uitkomt. In bijlage 9.4 is de verantwoording van de ODH op grond van de WNT opgenomen.

7 / 68

3 Jaarverslag 3.1 Realisatie programma’s Jaarlijks wordt per deelnemer een werkplan opgesteld als basis voor de uitvoering van vergunningverlening 1, toezicht2 en handhavingstaken (VTH-taken). De taken zijn in 2020 grotendeels uitgevoerd volgens deze werkplannen. Er wordt zaakgericht gewerkt, ondersteund door digitale processen en op basis van de bestuurlijk vastgestelde PDC3 van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Op de VTH-taken zijn de kwaliteitscriteria van de Wabo van toepassing en de kaders die worden gesteld in de wet VTH. Voorfinanciering vindt plaats op basis van output, dat wil zeggen aan de hand van de per opdrachtgever te leveren producten en diensten. De deelnemersbijdrage is op basis van voorcalculatie vastgesteld. Verantwoording over 2020 vindt conform de bestuurlijke afspraak via nacalculatie op basis van het aantal gerealiseerde uren. Het werkaanbod is voor een groot deel vraag gestuurd en daardoor deels afhankelijk van externe ontwikkelingen en factoren. Het gaat dan vooral om vergunningaanvragen, meldingen, klachten en toezichtresultaten die leiden tot verder toezicht en/of handhaving. In de diverse ambtelijke voortgangsrapportages (juni en september) en de jaarrapportage is aan de deelnemers uitgebreid gerapporteerd over de voortgang van de werkzaamheden per deelnemer.

Indien de daadwerkelijke kentallen (in uren) lopende een uitvoeringsjaar significant afwijken van de kentallen (in uren) van de begroting, wordt hierover tussentijds per deelnemer (ambtelijk) gerapporteerd. Deze afwijkingen worden in de Voorjaars- of Najaarsnota gerapporteerd indien ook sprake is van een effect op de totale deelnemersbijdrage. De kwantitatieve verantwoording (aantallen) is opgenomen in bijlage 9.5 en vindt plaats op basis van de registratie van werkzaamheden in het zaaksysteem.

3.2 Programma Toetsing en Vergunningverlening Het programma T&V bestaat uit de volgende werkvelden: • Milieu-inrichtingen (inclusief asbestsloop) • Bodem & Ondergrond (bodemkwaliteit, grondwater, ontgronding, PMV) • Natuurbescherming • Milieu & RO (lucht, geluid, externe veiligheid, MER) • Overige taken De taken zijn uitgevoerd conform de werkplannen van de individuele deelnemers. Het gaat daarbij om de reguliere wettelijke taakuitvoering (meldingen, toetsingen, vergunningen en beschikkingen) en de opgedragen taken ter ondersteuning van bijvoorbeeld planontwikkeling of MER-procedures. Daarnaast zijn met name op het gebied van bodem, externe veiligheid en geluid op reguliere basis adviestaken verricht voor verschillende opdrachtgevers. Verder zijn veranderingen in regelgeving opgepakt en geïmplementeerd, zoals ontwikkelingen op het vlak van natuurregelgeving en de voorbereiding op de Omgevingswet. In grafiek 1 is een grafische weergave opgenomen van het aantal zaken per werkveld en het aandeel in % van het werkveld van het totaal werkvolume. In grafiek 2 is het aantal gerealiseerde zaken en uren per werkveld opgenomen vanaf 2015 t/m 2020.

Onder “vergunningverlening” wordt tevens begrepen de taken op het gebied van toetsing en advisering Onder “toezicht” wordt tevens begrepen het behandelen van overlastmeldingen 3 Producten- en Diensten Catalogus Omgevingsdiensten Zuid-Holland, versie 1.0 d.d. 9 september 2013 1 2

8 / 68

Grafiek 1 Procentuele verdeling naar cluster op basis van gerealiseerde aantallen en gerealiseerd werkvolume

Grafiek 2 Aantal gerealiseerde zaken per werkveld (2015-2020)

Het gerealiseerde aantal zaken is in 2020 beduidend hoger geweest dan de voorgaande jaren. Dit wordt veroorzaakt door de taakuitbreiding op (asbest)sloopmeldingen (de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Rijswijk en Wassenaar hebben de asbesttaak in 2020 overgedragen aan de ODH) en de intensivering op de taakuitvoering voor natuurbescherming. Lopende 2020 is de raming naar boven bijgesteld omdat sprake bleek van een noodzakelijke intensivering voor natuurbescherming en de waterwet. Het totaal aantal uitgevoerde zaken binnen het programma T&V is lager dan de bijgestelde raming voor 2020. Dit zit vooral bij de werkvelden bodem en Milieu & RO. Deze daling heeft een incidenteel karakter en is vooral gekoppeld aan de problematiek rond stikstof en COVID-19 en de remmende invloed daarvan op de ontwikkeling van woningbouwlocaties. Fluctuaties in vraag als gevolg van externe factoren doen zich overigens elk jaar voor en zijn van invloed op het werkaanbod. Voor natuurbescherming is 2020 een intensief jaar geweest. Zowel voor gebiedsbescherming (waaronder stikstof) als voor soortenbescherming is in 2020 sprake geweest van een substantiële intensivering. Voor stikstof kenmerkt 2020 zich als het jaar waarin de nodige veranderingen zijn opgetreden in de regelgeving en waarin de vergunningverlening weer op gang is gekomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10148112/1