CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2022 Omgevingsdienst Haaglanden

Commissie Algemeen 3 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting Omgevingsdienst Haaglanden (2120394)39.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

32 / 68

geheel voorzien. De overlopende activa en liquide middelen zijn eveneens op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende activa worden opgenomen: 1. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; 2. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

6.4 Passiva 6.4.1

Eigen vermogen

Het totale eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorgaand jaar vermeerderd of verminderd met het resultaat voor bestemming. Voor zover het bestuur gedurende het jaar al besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van die reserves per jaareinde verwerkt. Uit het resultaat voor reservemutaties en de effecten van genoemde bestuursbesluiten betreffende goedgekeurde reservemutaties volgt een resultaat voor bestemming, dat als een gescheiden post van het eigen vermogen is gepresenteerd. De reserves van het eigen vermogen worden onderscheiden in een algemene reserve en bestemmingsreserves. De overige bestemmingsreserves zijn door het bestuur ingesteld voor specifieke doeleinden, zoals de financiering van activa, verwachte bijdrage in projecten of relevante risico’s. Voor alle bestemmingsreserves geldt dat het bestuur over de aard en omvang kan beslissen. 6.4.2

Vlottende passiva

De vlottende passiva zijn op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende passiva worden afzonderlijk opgenomen: a) verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b) de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; c) overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.

33 / 68

7 Balans en toelichting 7.1 Balans Activa

31-12-2020

31-12-2019 Passiva

31-12-2020

31-12-2019

Vaste activa

1.535.483

1.438.649 Eigen vermogen

1.071.385

1.071.385

Totaal materiële activa Materiële vaste activa

1.535.483 1.535.483

1.438.649 Algemene reserve 1.438.649 - opgebouwd rekeningresultaat - weerstandsvermogen - resultaat boekjaar

1.071.385 51.385 1.020.000 0

1.071.385 51.385 1.020.000 0

272.521 0 272.521

298.074 0 298.074

Voorzieningen Verlofrechten latende organisatie Werkloosheidsuitkeringen TOTAAL VASTE ACTIVA

1.535.483

1.438.649 TOTAAL VASTE PASSIVA

1.343.906

1.369.459

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card

17.170.351 13.098.477 279.224 3.790.878 1.772

Netto-vlottende schulden met een rentetypische 16.539.559 looptijd korter dan één jaar 14.152.007 Crediteuren 299.950 Af te dragen BTW 2.086.102 Af te dragen loonheffing en soc. premies 1.500

4.190.676 591.545 2.185.305 1.413.826

3.951.669 542.618 1.989.035 1.420.016

14.204.596 11.716.228 378.720 922.265 1.187.383

13.108.019 11.398.506 474.035 528.651 706.827

Liquide middelen Banksaldi

7.964 7.964

21.765 21.765

Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa

1.025.380 581.027 444.353

429.174 Overlopende passiva 352.127 Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen 77.047 Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog af te rekenen/verrekenen resultaat nacalculatie Overige overlopende passiva

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

18.203.695

16.990.498 TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

18.395.272

17.059.688

TOTAAL ACTIVA

19.739.178

18.429.147 TOTAAL PASSIVA

19.739.178

18.429.147

7.2 Toelichting op de balans 7.2.1

Vaste activa

Materiële vaste activa Hardware servers, werkplekken en ondersteundende voorzieningen Vervangingsinvestering ICT Vervangingsinvestering mobiele apparatuur Vervangingsinvestering DMS/RMA Vervangingsinvestering HMR-gesprekkencyclus (My Forms) Vervangingsinvestering VTH Totaal ICT krediet Huisvesting en inventaris Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris Totaal

Boekwaarde begin 2020 11.768 564.398 165.847 401.186 0 0 1.143.199 234.074 61.376 295.450 1.438.649

34 / 68

Investering 2020 0 290.125 4.265 64.704 20.246 29.562 408.902 53.662 0 53.662

Afschrijving 2020 11.768 136.600 55.282 111.616 0 0 315.266 32.213 18.251 50.464

462.564

365.730

Extra afschrijving

Boekwaarde einde 2020 0 0 0 717.923 0 114.830 0 354.274 0 20.246 0 29.562 0 1.236.835 0 255.523 0 43.125 0 298.648 0

1.535.483

7.2.2

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Kortlopende vorderingen

Boekwaarde 31-12-2020 13.098.477 279.224 3.790.878 1.772 17.170.351

Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card Totaal

Boekwaarde 31-12-2019 14.152.007 299.950 2.086.102 1.500 16.539.559

De vorderingen op openbare lichamen bedragen in totaal € 13.098.477. Van de vooruit gefactureerde deelnemersbijdrage over de 1e helft van 2021 van € 14.125.440 (inclusief BTW) is eind 2020 in totaal € 1.207.379 ontvangen zodat nog een vordering open staat van € 12.918.061. Daarnaast is nog een bijdrage te vorderen in projectkosten voor een bedrag van € 78.505 en een bedrag van € 65.001 i.v.m. detachering. Van de overige vorderingen met een totaalbedrag van € 279.224 heeft € 268.075 betrekking op nog te ontvangen dwangsommen. In het kader van de wet Schatkistbankieren zijn alle decentrale overheden vanaf 15 december 2013 verplicht hun overtollige7 liquide middelen op een rekening courant bij het Ministerie van Financiën te storten. 7.2.3

Liquide middelen

Liquide middelen Banksaldi Totaal

7.2.4

Boekwaarde 31-12-2020 7.964 7.964

Boekwaarde 31-12-2019 21.765 21.765

Boekwaarde 31-12-2020 581.027 444.353 1.025.380

Boekwaarde 31-12-2019 352.127 77.047 429.174

Overlopende activa

Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa Totaal

De overlopende activa bestaat uit door leveranciers vooruit gefactureerde bedragen die betrekking hebben op 2021 (vooruitbetaalde bedragen). Van de overige overlopende activa heeft een bedrag van € 179.127 betrekking op nog te ontvangen projectkosten additionele opdrachten en een bedrag van € 258.162 heeft betrekking op nog te verrekenen deelnemersbijdrage i.v.m. overdracht asbesttaken en potentiële Zeer Zorgwekkende Stoffen (p)ZZS. Daarnaast is nog een vordering opgenomen van € 7.064 voor nog door te belasten kosten in het kader van de voorbereiding Omgevingswet. 7.2.5

Eigen vermogen

Reserves 2020 Algemene Reserve Resultaatbestemming Totaal

7.2.6

Stortingen

Beginstand 2020 298.074 298.074

Stortingen

Onttrekkingen 0 0 0

0 0 0

Eindstand 2020 1.071.386 0 1.071.386

Voorzieningen

Voorzieningen 2020 Werkloosheidsuitkeringen Totaal

7

Beginstand 2020 1.071.386 0 1.071.386

0 0

Onttrekkingen Eindstand 2020 25.553 272.521 25.553 272.521

Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak.

35 / 68

Voor een tweetal medewerkers heeft het ‘van werk naar werk’ traject als gevolg van de in 2016 besloten wijzigingen en aanvullingen op het inrichtings- en personeelsplan (I&P-plan) niet tot het gewenste resultaat geleid. Zij hebben vanaf 1 januari 2019 recht op een werkloosheidsuitkering. De ODH heeft als risicodrager een voorziening gevormd voor de dekking van de (bovenwettelijk) werkloosheidsuitkering waardoor de kosten van de werkloosheidsuitkeringen niet op de exploitatie in toekomstige jaren drukken. In 2020 is een bedrag van € 25.553 aan werkloosheidsuitkering uitgekeerd. 7.2.7

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Kortlopende schulden

Boekwaarde 31-12-2020 591.545 2.185.305 1.413.826 4.190.676

Crediteuren Af te dragen BTW Af te dragen loonheffing en soc. premies Totaal

Boekwaarde 31-12-2019 542.618 1.989.035 1.420.016 3.951.669

Het crediteurensaldo betreft de nog openstaande facturen per 31 december 2020. Voorts was ultimo 2020 nog een bedrag aan BTW af te dragen van € 2.185.305 en een bedrag van € 1.413.826 aan loonheffing, sociale premies en pensioenpremies. 7.2.8

Overlopende passiva

Overlopende passiva

Boekwaarde 31-12-2020 11.716.228 378.720 922.265 1.187.383 14.204.596

Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog af te rekenen/verrekenen resultaat nacalculatie Overige overlopende passiva Totaal

Boekwaarde 31-12-2019 11.398.506 474.035 528.651 706.827 13.108.019

De vooruit gefactureerde deelnemersbijdrage bevat de in 2020 gefactureerde deelnemersbijdrage over het eerste halfjaar van 2021. Ultimo 2019 was een bedrag van € 474.035 aan dwangsommen gefactureerd. In 2020 is een bedrag van € 73.000 aan nieuwe dwangsommen gefactureerd en is een bedrag van € 136.750 aan ontvangen dwangsommen aan de deelnemende gemeenten uitbetaald. In overleg met de opdrachtgevers is een bedrag van € 31.565 afgeboekt. Van het saldo van € 378.720 is ultimo 2020 een bedrag van € 97.080 ontvangen maar nog niet uitbetaald. Dit bedrag wordt pas nadat het volledige bedrag van de dwangsom is geïnd aan de deelnemende gemeenten uitbetaald. Op basis van de bij besluit van 26 juni 2019 door het AB vastgestelde methodiek nacalculatie wordt het rekeningresultaat van € 483.451 via de balans met de deelnemers verrekend/afgerekend. Van het afgerekende/nog te verrekenen rekeningresultaat over 2019 was ultimo 2020 nog een bedrag beschikbaar van € 438.814. Met toevoeging van het rekeningresultaat over 2020 van € 483.451 komt het saldo uit op een bedrag van € 922.265. De overige overlopende passiva bestaan met name uit nog te ontvangen facturen van in 2020 geleverde goederen en diensten voor een bedrag van € 1.187.383.

36 / 68

7.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Artikel 53 van de BBV verplicht de ODH om in de toelichting op de balans inzicht te geven in de financiële verplichtingen waaraan de ODH is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor toekomstige jaren en deze verplichtingen niet zijn opgenomen in een balanspost. In de uitwerkingen van dit artikel is aangegeven dat alleen politiek-bestuurlijke en financieel gezien belangrijke verplichtingen dienen worden opgenomen: • Huurcontract en dienstverleningsovereenkomst (incl. contract/SLA printers met Xerox Nederland) met de provincie Zuid-Holland ca. € 710.000 per jaar; • Leasecontract wagenpark met Multilease ca. € 73.000 per jaar; • Contract KPN/Cegeca(Call2) incl. uitwijkvoorziening ca. € 338.000 per jaar; • Licentiekosten Roxit zaaksysteem Squit ca. € 253.000 per jaar; • Licentiekosten Afas geïntegreerd salaris-, financieel-, en HRM-systeem Profit ca. € 66.000 per jaar; • Verlofrechten € 708.500.

37 / 68

8 Besluit Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden; Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 7 april 2021; Gelezen het verslag van bevindingen van de onafhankelijke accountant; Gelezen het verslag en het advies van de rekeningcommissie; Gelezen de reactie van het Dagelijks Bestuur van 9 juni 2021;

BESLUIT:

− −

De Ontwerp Jaarstukken 2020 vast te stellen; Het resultaat van de nacalculatie van € 483.451 met de deelnemers af te rekenen op basis van de vastgestelde methodiek nacalculatie (zoals opgenomen in tabel 16).

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 30 juni 2021. De secretaris,

De voorzitter,

Ir. L.P. Klaassen

Drs. ing. R.C. Paalvast

38 / 68

9 Bijlagen 9.1 Exploitatierekening Exploitatie-overzicht 1 Personeel 2 Kapitaallasten 3 Indirecte kosten 5 Additionele projecten 6 Onvoorzien Totaal lasten

Realisatie Primitieve 2019 begroting 2020 19.616.885 19.429.900 309.497 581.600 2.524.500 2.740.400 927.809 0 0 45.100 23.378.691 22.797.000

7 Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten

-23.115.891 -23.115.891

Gerealiseerd totaal van baten en lasten Mutatie reserves Storting Onttrekking Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

VJN

NJN

-4.600 0 155.300 0 0 150.700

20.200 0 -10.000 0 0 10.200

Admin. wijzigingen 3.236.900 -215.800 -340.800 1.102.100 0 3.782.400

Totaal Begroting 2020 wijzigingen na wijziging 3.252.500 22.682.400 -215.800 365.800 -195.500 2.544.900 1.102.100 1.102.100 0 45.100 3.943.300 26.740.300

Realisatie 2020 22.510.762 365.731 2.542.677 546.556 0 25.965.727

Verschil 2020 171.638 69 2.223 555.544 45.100 774.573

-22.797.000 -22.797.000

-150.700 -150.700

-10.200 -10.200

-3.782.400 -3.782.400

-3.943.300 -3.943.300

-26.740.300 -26.740.300

-25.965.727 -25.965.727

-774.573 -774.573

262.800

0

0

0

0

0

0

0

0

41.916 -304.716 -262.800

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8

Gerealiseerd resultaat

De totale lasten (inclusief additionele projecten) komen in 2020 uit op € 25.965,727 en dat is € 774.573 lager dan geraamd. De totale baten (inclusief additionele projecten) komen in 2020 uit € 25.965.727 en dat is (inclusief de afrekening/verrekening nacalculatie) € 774.573 lager dan geraamd. De post personeel bestaat uit de salariskosten van eigen personeel, de inhuur van derden, opleidingskosten en algemene personeelskosten. De inhuur en inkoop diensten t.b.v. ICT (o.a. Servicedesk en uitwijkvoorziening), die in de begroting, voorjaarsnota en najaarsnota waren verantwoord onder de post indirecte kosten zijn in de jaarrekening verantwoord onder de post personeel. Hierna is per hoofdkostensoort een toelichting opgenomen van de verschillen (afgerond op honderdtallen). Personeel De post personeel is in totaal € 171.700 lager uitgevallen dan geraamd door: • Minder personele lasten T&V • Meer personele lasten T&H • Minder personele lasten BV (overhead) Totaal

€ € € €

254.300 -83.600 1.000 171.700

Voor een toelichting zie bijlage 9.5. Kapitaallasten In de primitieve begroting was een post kapitaallasten opgenomen van € 581.600. De post kapitaallasten is via een administratieve wijziging verlaagd met € 215.800 naar € 365.800. De vrijkomende middelen zijn incidenteel ingezet voor het verder optimaliseren van de ICT-infrastructuur. In 2020 zijn geen financieringsmiddelen aangetrokken. Indirecte kosten De indirecte kosten bestaan uit huisvestingskosten, ICT-kosten, vervoerskosten en overige bedrijfskosten. In totaal zijn de indirecte kosten in 2020 € 2.200 lager uitgevallen dan geraamd.

39 / 68

Additionele projecten Na de vaststelling van de Najaarsnota 2020 bedroeg het totaal aan additionele projecten € 1.071.700. Na de vaststelling van de Najaarsnota 2020 is nog een tweetal opdrachten verstrekt door de provincie Zuid-Holland en een opdracht door de Stichting Geonovum voor een totaalwaarde van € 34.400. Het totaal komt daarmee uit op een bedrag van € 1.102.100. In totaal is een bedrag van € 546.600 uitgegeven, zodat een verschil resteert van € 555.500. Van dit bedrag heeft € 15.800 betrekking op opdrachten die in 2021 doorlopen. Het restantbedrag van € 539.700 wordt aan de betreffende opdrachtgevers gerestitueerd en/of afgerekend (zie 5.1.4.2, tabel 18). Onvoorzien In de primitieve begroting 2020 was een post voor onvoorzien opgenomen van € 45.100. In 2020 zijn geen bedragen aan de post onvoorzien onttrokken.

Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdragen, opbrengsten additionele projecten en overige opbrengsten: • Deelnemersbijdragen € 25.376.000 • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € 546.600 • Overige opbrengsten € 526.600 Totaal € 25.965.700 In totaal is in 2020 ten opzichte van de raming € 774.600 minder aan algemene dekkingsmiddelen ontvangen: • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € -/- 555.500 • Overige opbrengsten € 264.400 Totaal € -/- 774.600 De jaarrekening 2020 sluit met een onverdeeld positief resultaat van € 483.451. Het onverdeelde resultaat is op basis van het besluit van het AB van 26 juni 2019 inzake de nacalculatie verrekend met de deelnemersbijdrage en toegevoegd aan de balanspost overlopende passiva, waarna met de individuele deelnemer afrekening plaatsvindt dan wel verrekening via het werkplan 2020. Doordat de additionele projectkosten € 555.500 lager zijn uitgevallen dan geraamd komen ook de baten lager uit (zie 5.1.4.2). De lasten zijn voor een totaalbedrag van € 546.600 bij de opdrachtgevers in rekening gebracht (tabel 19). Van de verstrekte opdrachten wordt een bedrag van € 15.800 doorgeschoven naar 2021. De overige opbrengsten zijn € 264.400 hoger uitgevallen dan geraamd.

Ten opzichte van de Najaarsnota 2020 is de vergoeding van gedetacheerd personeel € 2.900 lager uitgevallen dan geraamd. In het kader van de uitvoering van de Ziektewet en Wet Arbeid en Zorg (WAZO) is de bijdrage € 17.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast is over de jaren 2016 tot en met 2019 een totaalbedrag van € 250.000 te veel aan pensioenpremies berekend (zie 5.1.4.3). De afrekening transitoria en overige opbrengsten is afgerond € 100 lager uitgevallen. Mutatie reserves In 2020 hebben geen mutaties in de reserves plaatsgevonden.

40 / 68

9.2 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in de begroting en jaarrekening een overzicht moet worden opgenomen van de geraamde en gerealiseerde baten en lasten per taakveld. In tabel 21 is dit overzicht weergegeven. Voorts zijn in tabel 22 de beleidsindicatoren weergegeven van het taakveld bestuur en ondersteuning. Voor de inwoneraantallen is uitgegaan van de aantallen per 1-1-2020 (bron: CBS Statline). Voor het taakveld volksgezondheid en milieu zijn vooralsnog geen beleidsindicatoren opgenomen. Het hanteren van streefcijfers voor activiteiten van de ODH, waarbij er interactie is met partijen uit de samenleving, heeft weinig waarde omdat juist overleg en het trachten van het bereiken van consensus van groter belang kunnen zijn dan een streefgetal voor bijvoorbeeld tijdsbesteding. De ODH kan in het geval van wettelijke normen wanneer sprake is van bijvoorbeeld incomplete aanvragen of te laat verkregen externe adviezen, ‘op tijd’ weigeren. Echter bevoegde gezagen geven aan soms de voorkeur te geven aan een zorgvuldig proces boven het halen van een tijdslimiet. Uit bovenstaande aspecten moge blijken dat naast een kwantitatieve kant ook de kwaliteit van het proces naar de maatschappij aandacht verdient. De aandacht die ook onze opdrachtgevers hiervoor vragen spreekt boekdelen.

Het spreekt voor zich dat het halen van termijnen uitgangspunt blijft. Tabel 21 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld Overzicht van baten en lasten per taakveld 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Bestuur en ondersteuning

Primitieve begroting 2020 Lasten Baten Saldo 8.817.900 0 8.817.900 45.100 -22.797.000 -22.751.900 0 0 0 0 0 0 0 0 0 8.863.000 -22.797.000 -13.934.000

Gewijzigde begroting 2020 Lasten Baten Saldo 9.829.500 0 9.829.500 45.100 -26.740.300 -26.695.200 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.874.600 -26.740.300 -16.865.700

Realisatie 2020 Lasten Baten Saldo 9.826.893 0 9.826.893 0 -25.965.727 -25.965.727 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.826.893 -25.965.727 -16.138.834

7.4

Milieubeheer Volksgezondheid en milieu

13.934.000 13.934.000

0 0

13.934.000 13.934.000

16.865.700 16.865.700

16.138.834 16.138.834

Totaal

22.797.000 -22.797.000

0

0 0

16.865.700 16.865.700

26.740.300 -26.740.300

0

Lasten 2.607 45.100 0 0 0 47.707

Verschil 2020 Baten 0 -774.573 0 0 0 -774.573

Saldo 2.607 -729.473 0 0 0 -726.866

0 0

16.138.834 16.138.834

726.866 726.866

0 0

726.866 726.866

25.965.727 -25.965.727

0

774.573

-774.573

0

Realisatie 2020 230,3 1.117.031 205,0 1.117.031 8.338.595 1.117.031 2.920.425 19.503.620 9.826.893 25.965.727

0,21 0,18 7,46 14,97 37,85

Tabel 22 Beleidsindicatoren bestuur en ondersteuning Naam indicator Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead

Eenheid Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten

Bron FVW/CBS Statline FVW/CBS Statline Eigen bron Eigen bron Eigen bron

Begroting 2020 215,3 1.102.800 194,2 1.102.800 7.249.200 1.102.800 672.800 18.496.800 8.863.000 22.797.000

0,20 0,18 6,57 3,64 38,88

Onder apparaatskosten wordt verstaan alle noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Dat zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overhead bestaat dus naast de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies uit ICT-kosten, huisvestingskosten, kosten wagenpark etc., kapitaallasten en personele kosten die niet rechtstreeks zijn toe de delen aan de taakvelden in het primaire proces. Het percentage overhead bedraagt over 2020 37,9% (2019: 38,5%) tegenover een raming van 38,9%. Exclusief de materiële lasten komt het percentage overhead uit op 28,0% (2019: 28,5%).

41 / 68

9.3 BBV-informatie Tabel 23 Vertegenwoordiging bestuur

Artikel 15, lid 2 a

Aantal leden A

Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur Stemverdeling Stemverhouding B AxB 1 16 16 0 2 27 54 1 1 4 4 0 1 4 4 0 1 8 8 1 1 8 8 0 1 4 4 0 2 14 28 1 1 16 16 1 2 29 58 1 13 130 200 5

Tabel 24 Bekostiging

Bekostiging Begin Eind 1.305.455 1.247.187 6.308.324 6.166.675 819.427 941.328 518.943 603.138 727.929 742.014 601.961 743.540 330.140 354.720 3.686.637 3.694.195 1.094.492 1.096.479 7.403.705 9.303.234 22.797.013 24.892.511

Artikel 15, lid 2 b Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal Tabel 25 Omvang vermogen, financieel resultaat en risico’s

Omvang Begin 1.071.385 0 0 1.020.000

Artikel 15, lid 2 c t/m e Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwachte omvang financiële resultaat Risico's

Eind 1.071.385 0 0 1.020.000

Tabel 26 Netto schuldquote Netto schuldquote A. Totaal van de vaste schulden B. Totaal van de netto vlottende schulden C. Totaal van de overlopende passiva D. Totaal financiële activa met een rentetypische looptijd van één jaar of langer E. Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar F. Totaal van alle liquide middelen G. Totaal van de overlopende activa H. Totaal saldo van de baten, exclusief mutaties reserves Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H)

Realisatie 2014 0 2.485.408 10.568.465 0 14.981.365 6.407 316.938 19.849.009 -11,3%

Realisatie 2015 0 2.528.033 11.205.363 0 16.163.713 6.759 427.463 20.585.834 -13,9%

Realisatie 2016 0 2.488.636 10.918.347 0 15.190.240 5.276 470.058 21.599.908 -10,5%

42 / 68

Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 0 0 3.439.897 3.653.626 10.627.869 12.147.450 0 0 14.230.625 15.151.767 9.516 4.766 763.409 1.007.751 21.622.346 22.243.410 -4,3% -1,6%

Realisatie 2019 0 3.951.669 13.108.019 0 16.539.559 21.765 429.174 23.115.891 0,3%

Begroting 2020 0 3.640.000 12.703.500 0 15.697.800 6.000 0 22.797.000 2,8%

Realisatie 2020 0 4.190.676 14.204.596 0 17.170.351 7.964 1.025.380 25.965.727 0,7%

Tabel 27 Solvabiliteitsratio Realisatie 2014 3.137.148 16.437.899 19,1%

Realisatie 2015 3.610.192 17.499.482 20,6%

Realisatie 2016 2.785.547 16.280.708 17,1%

Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 1.609.295 1.334.186 15.752.127 17.497.490 10,2% 7,6%

Realisatie 2019 1.071.385 18.429.147 5,8%

Begroting 2020 1.071.400 17.622.200 6,1%

Realisatie 2020 1.071.385 19.739.178 5,4%

Totaal lasten programma's Totaal incidentele lasten programma's A. Structurele lasten

Realisatie 2014 19.189.151 603.293 18.585.858

Realisatie 2015 20.112.790 2.051.991 18.060.799

Realisatie 2016 22.424.553 2.643.595 19.780.958

Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 22.798.598 22.518.519 2.903.339 1.448.044 19.895.259 21.070.475

Realisatie 2019 23.378.691 1.523.353 21.855.338

Begroting 2020 22.797.000 0 22.797.000

Realisatie 2020 25.965.727 3.317.788 22.647.939

Totaal baten programma's Totaal incidentele baten programma's B. Structurele baten

19.849.009 661.295 19.187.714

20.585.834 1.391.973 19.193.861

21.599.908 1.494.017 20.105.891

21.622.346 2.022.680 19.599.666

22.243.410 1.293.079 20.950.331

23.644.542 1.639.564 22.004.978

22.797.000 0 22.797.000

25.965.727 3.472.536 22.493.191

C. Totaal structurele toevoegingen aan reserves D. Totaal structurele ontrekkingen aan reserves E. Het totaal van de baten exclusief mutaties reserves Structurele exploitatieruimte((B-A)+(D-C))/E x 100%

0 0 19.849.009 3,0%

0 0 20.585.834 5,5%

0 0 21.599.908 1,5%

0 0 21.622.346 -1,4%

0 0 22.243.410 -0,5%

0 0 23.644.542 0,6%

0 0 22.797.000 0,0%

0 0 25.965.727 -0,6%

Solvabiliteitsratio A. Eigen vermogen B. Totaal alle passiva Solvabiliteitsratio (A/B)

Tabel 28 Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte

43 / 68

9.4 Wet normering topinkomens WNT-verantwoording 2020 Omgevingsdienst Haaglanden Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de Omgevingsdienst Haaglanden. Het voor de Omgevingsdienst Haaglanden toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000 (het algemene bezoldigingsmaximum). Het WNT-maximum voor de leden van het Algemeen Bestuur bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband. De toezichthoudende topfunctionarissen bij de ODH (leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur) ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. In verband daarmee is volstaan met het opnemen van de naam en de functie van de toezichthoudende topfunctionarissen. Bezoldiging topfunctionarissen Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

L.P. Klaassen Directeur/Secretaris 1/1 - 31/12 1,0 ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

133.489 20.807 154.296

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

201.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging

N.v.t. 154.296

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2019 Aanvang en einde functievervulling in 2019 Deeltijdfactor 2019 in fte Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

1/1 - 31/12 1,0 ja 124.728 19.961 144.689

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

194.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging

N.v.t. 144.689

Toezichthoudende topfunctionarissen Naam topfunctionaris R. Paalvast L. van Tongeren L. Snijders A. Bom-Lemstra F. van Kuppeveld S. Smit B. Vollebregt H. Bredemeijer A. van Eekelen A. van de Laar K. Wassenaar B. van der Stee J. Baljeu

Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12

Organisatie

Functie

Zoetermeer Den Haag Westland Zuid-Holland Pijnacker-Nootdorp Midden-Delfland Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Rijswijk Wassenaar Westland Zuid-Holland

Voorzitter AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

44 / 68

9.5 Kwantitatieve verantwoording realisatie programma’s 9.5.1

Programma T&V

9.5.1.1

Milieu-inrichtingen

Het aantal afgeronde zaken voor milieu-inrichtingen is lager uitgekomen dan geraamd. Met name het aantal meldingen Activiteitenbesluit en maatwerkbesluiten kwam lager uit. Belangrijkste oorzaak is dat de realisatie bij een beperkt aantal gemeenten achter is gebleven op de raming. Vanwege de maatregelen rond COVID19 hebben er minder vuurwerkevenementen plaatsgevonden dan geraamd. In 2020 heeft de ODH voor de gemeente Den Haag de vuurwerkverkoopvergunningen verzorgd. Voor een aantal gemeenten is in 2020 de taak asbest bij sloopmeldingen uitgevoerd. Het bevoegd gezag heeft een (wettelijke) verplichting om regelmatig te bezien of vergunningen nog voldoende actueel zijn en of daarin opgenomen beperkingen en voorschriften nog toereikend zijn. Het actualiseren van vergunningen maakt onderdeel uit van de in mei 2020 uitgebrachte nota “VTH Beleid gemeentelijke taken Omgevingsdienst Haaglanden”. Gelet hierop is in 2020 het milieuvergunningenbestand van de Haaglandengemeenten doorgelopen op een mogelijke noodzaak tot actualisatie. Naar aanleiding van deze beoordeling is een prioritering aangebracht van actualisaties die het komende jaar zouden dienen plaats te vinden. De hieruit naar voren gekomen actualisaties zijn opgenomen in de individuele werkplannen voor 2021. Voor de provincie wordt al langer een actualisatieprogramma voor milieuvergunningen uitgevoerd.

Binnen het cluster milieu-inrichtingen heeft het leeuwendeel van het aantal zaken betrekking op activiteiten van bedrijven en het behandelen van (asbest)sloopmeldingen. Slechts een klein deel heeft betrekking op vuurwerkactiviteiten. De realisatie in 2020 wijkt niet significant af van de werkplanraming 2020 (grafiek 6). Grafiek 6 Aantal zaken milieu-inrichtingen

9.5.1.2

Bodem & Ondergrond

Dit cluster verricht werkzaamheden op gebied van bodemverontreiniging, waterwet, ontgrondingen en de PMV. Het aantal zaken voor bodem & ondergrond is in 2020 iets hoger uitgekomen dan geraamd. Dat geeft een enigszins vertekend beeld omdat vooral een gewijzigde registratie van administratieve handhavingszaken (aanschrijven op rapportage verplichtingen) heeft geresulteerd in een hoger aantal zaken. Als die wijziging buiten beschouwing wordt gelaten is het aantal zaken over de hele linie iets lager uitgekomen dan geraamd. Voor de waterwet is als gevolg van het aantrekken van het bouwen van wooncomplexen en het doorvoeren van aardgasloze energievoorzieningen voor woningen, kantoren en bedrijven een licht stijgende beweging waarneembaar in het aantal waterwetvergunningen voor bodemenergiesystemen. In grafiek 7 is de verdeling van de zaken opgenomen.

45 / 68

Grafiek 7 Aantal zaken Bodem & Ondergrond

9.5.1.3

Natuurbescherming

Het taakveld Natuurbescherming betreft een zogeheten geconcentreerde provinciale taak die voor de hele provincie worden uitgevoerd. Deze taak omvat de werkvelden gebiedsbescherming (waaronder stikstof), soortenbescherming en beheer- en schadebestrijding. Deze taak ondervindt invloed van de uitspraak eind mei 2019 rond de stikstofregelgeving (vernietiging PAS), die zorgt voor een toegenomen complexiteit om natuurvergunningen (Natura 2000) af te geven. Het Rijk en de provincies werken vanaf de herfst 2019 aan oplossingen om de stagnatie van allerlei activiteiten als gevolg van de stikstofproblematiek op te lossen. Dit heeft geresulteerd in een aantal aanpassingen in de regelgeving voor natuurvergunningen. Onderdeel daarvan was het voorzien in een stikstofregistratiesysteem ter ondersteuning van de vergunningverlening voor woningbouwprojecten. Vanaf eind 2019 is de vergunningverlening voor stikstof weer op gang gekomen. Lopende 2020 heeft voor deze taakuitvoering een intensivering plaatsgevonden en is de raming substantieel naar boven bijgesteld. Het aantal gerealiseerde zaken voor natuurvergunningen (gebiedsbescherming) ligt rond de bijgestelde raming. Een onderdeel van natuurbescherming betreft de soortenbescherming.

De afhandeling van ontheffingsaanvragen voor de soortenbescherming is door de strikte regelgeving en het detailniveau van de te beoordelen aanvragen zeer arbeidsintensief, waarbij de afhandelingssnelheid te lijden heeft onder de vaak onvoldoende kwaliteit van de aanvragen en de onderliggende ecologische onderzoeken en onderbouwingen. Ook voor soortenbescherming heeft in 2020 een intensivering en een opwaartse bijstelling van de raming plaatsgevonden. Het aantal gerealiseerde zaken voor de soortenbescherming ligt net onder de raming. Gezien de voortdurende druk op de ontheffingenverlening voor soortenbescherming is in samenwerking met de provincie een stappenplan gestart om in overleg met onder andere woningbouwcoöperaties en adviesbureaus tot verbetering van het ontheffingenproces te komen. Dit traject loopt door in 2021. Bij schadebestrijding is het aantal zaken groter geweest dan geraamd.

46 / 68

Grafiek 8 Aantal zaken natuurbescherming

9.5.1.4

Milieu & RO

Dit cluster omvat werkzaamheden op gebied van geluid, lucht, externe veiligheid ten behoeve van milieuinrichtingen en ruimtelijke plannen en adviezen en beoordelingen in het kader van MER. Het aantal zaken binnen dit werkveld is lager uitgekomen dan verwacht. In 2020 zijn vooral minder toetsen en adviezen uitgevoerd op de milieuaspecten voor bouwplannen en ruimtelijke plannen. Het lager aantal zaken op het vlak milieu & RO kan verband houden met de remmende werking van tijdelijke issues rond stikstof of COVID-19 op de ontwikkeling van woningbouwlocaties. Daarentegen is lopende 2020 de raming voor MER activiteiten in het kader van de waterwet naar boven bijgesteld. De inzet op het provinciale programma Impuls Omgevingsveiligheid is separaat op projectniveau verantwoord. Grafiek 9 Aantal zaken Milieu & RO

9.5.1.5

Overige taken

In de werkplannen 2020 is tijd ingeruimd voor een aantal ‘overige taken’ zoals ondersteuning bestuur, beleidsafdelingen, participatie in netwerken en/of externe overleggen, inbreng in crisisorganisatie, als ook bezwaar en beroep. De inzet op deze taken kwam lager uit dan de raming.

47 / 68

Omgevingswet De voorbereiding op de Omgevingswet (Ow) is in samenspraak met de gemeenten en provincie opgepakt door deel te nemen aan diverse overleggen, werkgroepen en door documenten aangaande de nieuwe regelgeving te beoordelen en desgevraagd van commentaar te voorzien. Verder zijn de landelijke ontwikkelingen gevolgd en is voor enkele gemeenten deelgenomen aan een zogenaamde vergunningentafel om ervaring op te doen met een meer integrale benadering van de afhandeling van aanvragen. Er is in dit traject sprake van een goede samenwerking tussen deelnemers en Omgevingsdienst. Helpdesk en informatie-ontsluiting De vraag naar milieu- en bodeminformatie is al jaren substantieel en vergt een intensive inzet voor dossierinzage en dossierinformatie. Ten opzichte van enkele jaren terug is in 2020 de inzet op het verstrekken van informatie uit bodem en milieudossiers licht afgenomen (grafiek 10). Om de grote vraag naar milieu- en bodeminformatie efficiënter af te kunnen handelen is het wenselijk dit proces meer te digitaliseren en informatiezoekers te helpen zelf hun informatie te vinden. Uitdaging zit vooral in het digitaal beschikbaar hebben en AVG-proof krijgen van alle bodemdocumenten. Inzet is om de bodeminformatie in 2021 online op geo-basis beschikbaar te stellen. Grafiek 10 Inzet helpdesk en informatie-ontsluiting

Hieronder is een grafische weergave opgenomen van de verdeling per deelnemer van de inzet op informatie-ontsluiting en helpdeskvragen. Met afstand de grootste afnemers zijn de gemeente Den Haag en de provincie Zuid-Holland. Grafiek 11 Inzet helpdesk en informatie-ontsluiting per deelnemer

48 / 68

Uit de grafieken 12 en 13 blijkt dat het om grote aantallen informatieverzoeken gaat. In grofweg 90% van de gevallen betreft het informatie uit bodemdossiers. Gevolg van de COVID-19 maatregelen is dat de informatieverstrekking vrijwel geheel digitaal is verzorgd en dat het aantal fysieke inzagen op kantoor is afgenomen. Grafiek 12 Aantal dossier/documentverzoeken

9.5.1.6

Grafiek 13 Aantal dossiers gecheckt en inzage

Kritische Prestatie Indicatoren T&V

Monitoring en rapportage van de taakuitvoering gebeurt aan de hand van door het bestuur vastgestelde KPI’s. Het betreft voor het programma T&V een drietal KPI’s, te weten gerealiseerd werkvolume (opgenomen in bijlage 9.6), tijdigheid en resultaat van bezwaar- en beroepszaken. Gerealiseerd werkvolume Het aantal uitgevoerde zaken binnen het programma T&V ligt net onder de raming. Hierbij wordt opgemerkt dat de raming lopende 2020 substantieel naar boven is bijgesteld door het verstrekken van additionele opdrachten. De lagere realisatie heeft vooral betrekking op de aspecten milieu-inrichtingen en Milieu & RO. Fluctuaties in vraag doen zich elk jaar voor en de eigen invloed op het werkvolume is relatief beperkt. De economische situatie of andere externe factoren zijn van grote invloed waardoor de vraag in komende jaren kan afwijken van de huidige situatie. De lagere realisatie in 2020 kan verband houden met de remmende werking van tijdelijke issues rond stikstof en COVID-19 op de ontwikkeling van woningbouwlocaties. Dit effect zal een incidenteel karakter hebben. In grafiek 14 is het aantal gerealiseerd zaken per cluster (werkveld) gepresenteerd over de afgelopen jaren. Voor een toelichting wordt verwezen naar de beschrijving per cluster in de voorgaande paragrafen.

49 / 68

Grafiek 14 Aantal gerealiseerde zaken per cluster

Tijdigheid De indicator tijdigheid van de taakuitvoering is ODH-breed uitgewerkt voor die procedures waarvoor wettelijk vastgestelde termijnen gelden. Hierbij is onderscheid gemaakt in reguliere en uitgebreide procedures. Uit het overzicht blijkt dat de tijdigheid over 2020 niet significant afwijkt van voorgaande jaren en dat de tijdigheid voor reguliere en uitgebreide procedures ongeveer gelijk scoren. Voor uitgebreide procedures is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt. Bij de reguliere procedures blijkt dat de tijdigheid voor vergunningen Waterwet vanwege het groter aantal aanvragen dan was verwacht, onder druk staat. Voor de uitgebreide procedures staat de tijdigheid voor de omgevingsvergunningen onder druk omdat hiervoor geldt dat in een belangrijk aantal gevallen het zorgen dat de aanvraag compleet, volledig en op voldoende niveau is meer tijd vraagt dan binnen de procedure beschikbaar is. Voor de niet in de tabellen opgenomen producten geldt of geen wettelijke termijn of alleen een servicetermijn, zoals voor toetsing en advisering als onderdeel van een Wabo procedure. Voor de KPI tijdigheid is geen absolute norm vastgesteld. In het algemeen moeten aanvragen tijdig, dat wil zeggen binnen de wettelijk geldende termijnen, worden afgehandeld. De behandeltermijn kan voor veel procedures conform de Awb worden verlengd.

Voor sommige procedures is sprake van een van rechtswege positief besluit (Lex Silencio Positivo) indien niet tijdig een besluit wordt genomen. Die situatie heeft zich in 2020 niet voorgedaan. Voor de meeste procedures geldt geen LSP, maar een aanvrager kan bij niet tijdig besluiten de overheid wel via een dwangsomprocedure dwingen alsnog een besluit te nemen.

50 / 68

Tabel 29 Tijdigheid zaaktypen T&V PDC Code

ODH Regulier Zaaktypenaam

R01.1 - R02.1 R10.1 R06.1 - R12.1 R10.2 R13.1 R13.1 R13.1 R13.1 R13.1 R19.1 R20.1

Omgevingsvergunning Ontbrandingstoestemming vuurwerkbesluit Overige vergunningen Vuurwerkverkoopvergunning (APV) Beschikking ernstige bodemverontreiniging Beschikking op nazorgplan Beschikking op saneringsplan Beschikking op saneringsverslag Beschikking op saneringsverslag BUS Vergunning Waterwet Ontheffing grondwaterbeschermingsgebied

2016 Aantal Aantal tijdig

Eindtotaal

PDC Code

ODH Uitgebreid Zaaktypenaam

R01.1 - R02.1 R13.1 R13.1 R13.1 R16.1 R17.4 R19.1

Omgevingsvergunning Beschikking ernstige bodemverontreiniging Beschikking op saneringsplan Beschikking op saneringsverslag Vergunning Ontgrondingswet Overige vergunningen Vergunning Waterwet

2017 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

2018 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

2019 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

2020 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

26 23 17 16 29 120 33 67

84% 82% 100% 100% 94% 99% 75% 99%

33 17 25 31 2 22 19 143 55 37

29 16 23 31 2 22 19 142 48 37

88% 94% 92% 100% 100% 100% 100% 99% 87% 100%

18 24 7 7 15 1 14 17 108 39 33

17 23 5 7 15 0 14 17 107 38 31

94% 96% 71% 100% 100% 0% 100% 100% 99% 97% 94%

20 35 2 4 9 1 15 16 135 32 42

16 21 2 4 9 1 15 16 134 27 42

80% 60% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 99% 84% 100%

26 9 5 2 14 13 17 121 54 49

23 9 5 0 14 13 15 116 36 48

88% 100% 100% 0% 100% 100% 88% 96% 67% 98%

357

332

93%

384

369

96%

283

274

97%

311

287

92%

310

279

90%

2020 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

2016 Aantal Aantal tijdig

Eindtotaal

% Tijdig

31 28 17 16 31 121 44 68

% Tijdig

2017 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

2018 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

2019 Aantal Aantal tijdig

% Tijdig

36 12 14 1 2 8

19 12 14 1 1 7

53% 100% 100% 100% 50% 88%

26 12 14 2 2 15

11 12 14 2 2 15

42% 100% 100% 100% 100% 100%

18 2 7 1 -

12 2 7 1 -

67% 100% 100% 100% -

22 9 9 7 1 3

11 9 9 7 1 3

50% 100% 100% 100% 100% 100%

10 22 19 10 3 4

5 22 19 10 3 3

50% 100% 100% 100% 100% 75%

73

54

74%

71

56

79%

28

22

79%

51

40

78%

68

62

91%

NB Voor zowel reguliere als uitgebreide procedures zijn de producten voor de natuurbeschermingswet buiten beschouwing gelaten omdat daarvoor in 2020 bijzondere omstandigheden buiten de invloedsfeer van de ODH aan de orde zijn waardoor tijdig afhandelen onmogelijk was (onder andere vanwege de specifiek problematiek rond Stikstof en Soortenbescherming).

Bezwaar- en beroepszaken In tabel 30 is een overzicht opgenomen van de bezwaar- en beroepszaken binnen het programma T&V. Ten opzichte van voorgaande jaren was in 2020 het aantal bezwaar- en beroepszaken lager. Het aandeel provinciale dossiers in bezwaar- en (hoger)beroepszaken is ruim 75% en die zaken zijn voor het grootste deel verbonden aan de provinciale taakuitvoering voor de Wet natuurbescherming. Van de 5 gegronde bezwaar- en (hoger) beroepszaken op concernniveau hebben 3 zaken betrekking op de uitvoering Wet Natuurbescherming voor Provincie Zuid-Holland en 2 hebben betrekking op gemeentelijke dossiers. Tabel 30 Overzicht bezwaar- en beroepszaken T&V 2016 Programma T&V Ongegrond Deels gegrond, deels ongegrond Deels niet ontvankelijk/deels ongegrond Gegrond Ingestemd met rechtstreeks beroep Niet-ontvankelijk Ingetrokken/afgewezen/overgedragen Toegekend (vovo) Afgewezen (vovo) Totaal

2017 Hoger beroep

Bezwaar

Beroep

21 10

13

32 4 4 29

3

100

2018 Hoger beroep

Bezwaar

Beroep

2

9

11 1

1 10

1

2 1 1 7 14

27

3

2 36

Bezwaar 3 1

19

5 31

4

51 / 68

4

Bezwaar 4 2

2020 Hoger beroep

Beroep

2

8 2 1 1

43

5 14

6 5

3 4

7

38

1 18

19

55

6

8

2019 Hoger beroep

Beroep

6

4 1

Bezwaar 1

Hoger beroep

Beroep

6

3

1

1

2

2

2 4

3 10

2

7

20

7

3

9.5.2

Programma T&H

9.5.2.1

Toezicht

De COVID-19 pandemie heeft effect gehad op de realisatie van het jaarwerkplan. Daar waar werkzaamheden niet of minder konden plaatsvinden is gezocht naar alternatieven om alsnog toezicht te kunnen uitvoeren (telefonisch, administratief, via videobellen). Daar waar mogelijk zijn werkzaamheden geïntensiveerd zoals het opschonen van het inrichtingenbestand op basis van data-analyses en verrijking, bijvoorbeeld door extra inzet op het zogenaamde gevels spotten. In de planning stonden 849 integrale controles en 576 themacontroles bij bedrijven. Uiteindelijk zijn er 760 integrale controles en 631 themacontroles uitgevoerd en administratief afgerond. Er zijn 1.000 inventariserende controles uitgevoerd hetgeen iets minder is dan geraamd (1.040). Er werd rekening gehouden met 1.414 uit te voeren hercontroles en dat zijn er 1.077 geworden. Er stonden 449 sanctiecontroles gepland en er zijn uiteindelijk 457 sanctiecontroles uitgevoerd. De inzet op toezicht op bodemsanering is hoger dan geraamd. Bij elkaar genomen zijn er 195 controles uitgevoerd bij ernstige en niet-ernstige saneringen (raming controles 183). Controles in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit hebben ook vaker plaatsgevonden: 185 keer versus een raming van 161. Ook de inzet op ondergrondse tanksaneringen heeft meer plaatsgevonden (36) dan was geraamd (28).

De inzet op de sanering van verontreinigingen die naar aanleiding van een calamiteit of een eindsituatie onderzoek zijn aangetoond (herstelplicht Wm) was minder dan geraamd. Diverse gemeenten hebben in 2020 inzet gevraagd aan de ODH ten einde een bijdrage te leveren aan het terugdringen van het fenomeen ondermijning. De ODH werkt daarbij samen met HEIT. Het HEIT is een samenwerkingsverband tussen gemeente, politie, Douane, Belastingdienst, energiebedrijf Stedin, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), UWV en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De ODH is in 2020 met het HEIT opgetrokken. Deze zaken staan onder de post gestapeld toezicht. In 2020 zijn 46 van de 71 geprognotiseerde controles uitgevoerd. Door de COVID-19 maatregelen heeft het HEIT minder integrale controles uitgevoerd. De ODH logischerwijs dus ook. Controle vuurwerk verkoopdagen 2020 Door de COVID-19 maatregelen hebben de controles tijdens de vuurwerk verkoopdagen van 2020, te weten op 29, 30 en 31 december, een andere insteek gekregen dan verwacht. De overheid had in eerste instantie aangegeven dat alleen de verkoop van categorie F1 vuurwerk / fop en schertsvuurwerk zou worden toegestaan. Dit is vastgelegd in een tijdelijke wijziging van het Vuurwerkbesluit. Op 15 december 2020 is een besluit genomen om landelijk een lockdown in te stellen.

Dit hield voor de vuurwerkverkooppunten in dat deze voor verkoop aan derden gesloten moesten zijn. Door de sluiting van de detailhandel en daarmee de verkooppunten ontstond landelijk de zorg dat F1 vuurwerk in grote hoeveelheden zou worden opgeslagen bij onder andere supermarkten. De ODH heeft daarom tijdens de vuurwerk verkoopdagen preventief controles uitgevoerd op de opslag van fop- en schertsvuurwerk. Tijdens de vuurwerkverkoopdagen is aangepast toezicht uitgevoerd waarbij onder andere is gekeken of de vuurwerkverkooppunten geopend waren. Bij een constatering dat een vuurwerk verkooppunt geopend was, is gecontroleerd of er enkel fop- en schertsvuurwerk werd verkocht conform het tijdelijke gewijzigde Vuurwerkbesluit. In totaal zijn 218 controles uitgevoerd. In het kader van signaaltoezicht heeft de ODH meldingen gedaan bij gemeente en politie bij constateringen van het afhalen en bezorgen van vuurwerk. 9.5.2.2

Overlast

Er zijn 1.910 overlastmeldingen geweest tegen 2.527 in 2019. Deze daling wordt veroorzaakt door de sluiting van de horeca als één van de maatregelen om de verspreiding van COVID-19 in te perken.

52 / 68

Tabel 31 Toezicht en overlastmeldingen 2014 - 2020

Soort melding

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Afval Geluid Geur Licht Opslag Overig Verontreiniging

71 1.243 617 44 9 39 23

43 1.503 408 69 2 28 26

36 1.598 582 57 3 26 12

32 1.977 577 108 1 19 40

44 1.953 452 51 0 241 12

0 1.710 407 38 1 346 25

0 1.092 319 76 1 382 40

Totaal

2.046

2.079

2.314

2.754

2.753

2.527

1.910

Naar aanleiding van overlastmeldingen zijn er 978 controles uitgevoerd op het specifieke overlastaspect van de melding. Opvallend is de daling in het aantal geluidsoverlast meldingen en de stijging van de hoeveelheid meldingen lichtoverlast. Deze laatste is met name veroorzaakt door twee overlastmelders bij twee op zichzelf staande overlastsituaties. Een tennispark in Wassenaar waar erg veel meldingen over zijn ingediend door één bewoner en in Den Haag een bewoner die lichtoverlast ondervindt van een kantoor. De overlast in Den Haag is onderzocht en betrof geen overtreding; desalniettemin blijft de bewoner meldingen indienen. In Wassenaar ligt situatie complexer en wordt nauw samengewerkt met de gemeente om te bepalen of er sprake is van overtredingen en op welke wijze de situatie kan worden opgelost. De daling in meldingen geluidsoverlast is direct gevolg van het sluiten van de met name natte horeca als gevolg van de COVID-19 maatregelen. Naar aanleiding van gemelde ongewone voorvallen is 65 maal toezicht uitgevoerd. Vier maal betrof het een ongewoon voorval met asbest. De overige betreffen vaak storingsmeldingen van bedrijven waardoor overlast is ontstaan. In tabel 32 zijn de aantallen overlastmeldingen over 2016 t/m 2020 opgesplitst per deelnemer weergegeven. Tabel 32 Aantal overlastmeldingen per deelnemer Deelnemer

2016

2017

2018

2019

2020

Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Provincie Zuid-Holland Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer

128 1.606 16 23 54 28 48 41 292 78

193 1.867 14 24 57 19 39 16 396 129

172 1.676 73 22 53 52 55 23 497 130

150 1.542 99 31 61 42 28 53 276 245

111 1.196 61 26 30 21 22 73 287 83

Totaal

2.314

2.754

2.753

2.527

1.910

Net zoals voorgaande jaren is een beperkt aantal bedrijven verantwoordelijk voor een groot deel van de overlastsituaties. Veel van deze klachten zijn niet te voorkomen omdat de ODH over een langere periode een beeld moeten vormen over de ernst en omvang van de gemelde overlast om als basis te dienen voor besluiten over eventueel te nemen maatregelen en handhaving. De ODH streeft er altijd naar dergelijke ‘probleemdossiers’ snel maar ook zorgvuldig af te sluiten. Hierbij is niet uit te sluiten dat zich nieuwe situaties aandienen. Tot slot is er een beperkt aantal zaken waar bewoners zich niet wensen neer te leggen bij de uitkomst van klachtenonderzoek door de ODH en daarom op dagelijkse basis klachten blijven indienen. Om dergelijke situaties te beslechten stuurt de ODH in de regel aan op voor bezwaar- en beroep vatbare besluiten en in overleg met het bevoegd gezag het naar de toekomst buiten behandeling laten van deze klachten. Ondanks de afname in hoeveelheid overlastmeldingen en de daaruit voorvloeiende toezichtwerkzaamheden is de tijdsbesteding hoger dan geraamd. Dit is met name het gevolg van extra communicatie met de overlastmelders en met vermeende veroorzakers van de overlast. Met name tijdens de periode mei t/m half 53 / 68

juli toen er niet of nauwelijks toezicht mocht worden uitgevoerd is veel met melders en ondernemers gesproken over de overlastsituaties en getracht partijen tot elkaar te laten komen. 9.5.2.3

Duurzaamheid

Reguliere duurzaamheidscontroles Slechts een beperkt aantal (78) reguliere duurzaamheidscontroles konden worden opgenomen in de werkprogramma’s van de deelnemers. Deze controles omvatten het inventariseren van energieverbruik, te treffen maatregelen (besparingspotentieel) en advisering/uitleg bij een deel van de bedrijven. Duurzaamheidscontroles nemen meer tijd in beslag dan reguliere controles en bestaan uit een fysieke controle, administratieve ondersteuning, beoordeling van rapportages en plannen van aanpak en handhaving. Ook dient er monitoring van de voortgang op het gebied van duurzaamheid (energie en vervoersmanagement) bij de bezochte bedrijven plaats te vinden. Daarbij kan het mogelijk nodig zijn dat vergunningen op de energieparagraaf moeten worden aangepast. In het totaal heeft zal de ODH heeft jaar 70 van deze controles uitgevoerd. Als gevolg van de COVID-19 maatregelen zijn de meeste controles pas laat in het jaar uitgevoerd, hierdoor zijn termijnen voor herstellen van eventuele tekortkomingen vaak in volgende planningsjaren. Derhalve zijn er in 2020 slechts 2 van de 15 geplande hercontroles gerealiseerd en is er 1 sanctiecontrole duurzaamheid uitgevoerd.

Informatieplicht/Energiebesparingsplicht (Erkende Maatregelen Lijst) Bedrijven zijn op grond van het Activiteitenbesluit (art.2.15) verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen als hun jaarverbruik hoger is dan 50.000 kWh stroom en/of 25.000 m3 gas. In de zgn. Erkende Maatregelen Lijsten (EML) is opgenomen welke maatregelen een bedrijf moet treffen. Om bedrijven verder te stimuleren deze maatregelen te nemen is per 1 juli 2019 ook de Informatieplicht van kracht geworden. Bedrijven zijn verplicht om hun energiegegevens en de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen te vermelden in het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). In 2019 is gestart met het informeren van de bedrijven over de informatie- en energiebesparingsplicht middels het versturen van voorlichtingsbrieven aan bij ODH bekende bedrijven. In 2020 is een toezichtsplan energiebesparingsplicht opgesteld en besproken in het Ambtelijk Overleg Opdrachtgevers van 17 september 2020 en middels een presentatie aan het AB van de ODH toegelicht. Vervolgens zijn we in december gestart met het aanschrijven van de bedrijven die volgens ons bekende gegevens wel onder de informatieplicht vallen maar nog niet het eLoket hebben ingevuld. Batchgewijs zullen ook in 2021 bedrijven worden aangeschreven.

Tijdens reguliere controles wordt ook getoetst of het te controleren bedrijf of instelling aan de informatieplicht heeft voldaan. Indien dit het geval is en als de rapportage uit het eLoket al is beoordeeld, dan wordt ook getoetst of het bedrijf alle te nemen energiebesparingsmaatregelen heeft uitgevoerd. Tijdens de themacontroles duurzaamheid is in 2020 een aanvang gemaakt om bedrijven te controleren op de energiebesparingsplicht middels de rapportages uit het eLoket. De bedrijven die geclassificeerd zijn als grote energieverbruiker én waar in het eLoket is ingevuld dat nog (veel) energiebesparende maatregelen te treffen zijn; worden deze rapportages als eerste beoordeeld en worden deze bedrijven vervolgens bezocht conform afspraken uit het werkplan. 9.5.2.4

Handhaving

Bestuurlijke en de strafrechtelijke handhaving staan in principe naast elkaar en hebben elk een eigen functie. Er wordt gehandeld conform de sanctiestrategie waarbij de inzet van het instrumentarium afhankelijk is van de ernst van de overtreding in relatie tot het gedrag van de overtreder. De inzet op de handhaving is lager uitgevallen dan van tevoren is ingeschat en is ook iets afgenomen t.o.v. vorig jaar. Er waren 587 voornemens en lasten geraamd terwijl er uiteindelijk slechts 475 voornemens en lasten noodzakelijk zijn geweest. In verband met de COVID-19 maatregelen heeft de ODH per half maart het versturen van handhavingsbrieven (voornemens, lasten, invorderingen) voor inrichtingen in de horeca, scholen, zorg en sierteelt opgeschort en in een “wachtrij” gezet. Met ingang van 15 juni is het reguliere toezicht op en de handhaving van de regelgeving hervat. Bij het inlopen van de “wachtrij” is geprioriteerd naar de milieurelevantie: 54 / 68

• •

Hoge prioriteit: het voorkomen of bestrijden van gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld natte koeltorens, opslag gevaarlijke stoffen) en overlastsituaties (geluid, geur, etc.) Lagere prioriteit: administratieve overtredingen of andere overtredingen met een beperkt (direct) milieubelang.

Op verzoeken van bedrijven (ook in andere branches) om verlenging van de begunstigingstermijn in verband met de COVID-19 maatregelen is coulant gereageerd, tenzij er in het belang van mens en/of milieu dringende redenen waren om dat niet te doen. Met de deurwaarder is afgesproken dat hij in 2020 niet zonder overleg met ODH overgaat tot de inzet van dwang- en executiemaatregelen. Bij de Omgevingsdienst zijn Boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaar) in dienst. De Boa’s voeren zelfstandig of in samenwerking met politie en justitie strafrechtelijke onderzoeken uit op het gebied van de milieuwetgeving. Vanaf 1 januari 2014 wordt de Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu (BSBm) als handhavingsinstrument ingezet. Binnen Haaglanden is in 2020 een aantal van 11 BSBm’s opgelegd voor overtredingen van de geluidsnormen 4, vuurwerkopslag 6 en asbest 1. Daarnaast zijn 15 processen verbaal opgemaakt voor geluid 7, Wet milieubeheer 4 en vuurwerk 2 en asbest 2. 9.5.2.5

Overige taken

De voorbereiding op de Omgevingswet gaat samen met de gemeenten en provincie door onder andere deel te nemen aan diverse overleggen en werkgroepen en door documenten aangaande de nieuwe regelgeving te beoordelen en desgevraagd van commentaar te voorzien. In het laatste kwartaal van 2020 is gestart met het opleiden van de medewerkers van de ODH. 9.5.2.6

Totaalbeeld

2020 gaat de historie in als een bijzonder jaar. Ondanks alle gevolgen die COVID-19 heeft op de werkzaamheden van de ODH en in bijzonder op de werkzaamheden van toezichthouders heeft dit er niet geleid tot grote productieachterstanden of capaciteitsverlies. Werkzaamheden zijn op alternatieve wijze tot stand gekomen en nieuwe vormen van toezicht zijn ontwikkeld en toegepast. Overall is het overwegend planmatige toezicht nagenoeg volledig uitgevoerd. 2020 vertoond een forse daling in de hoeveelheid overlastmeldingen en daaruit voortvloeiend aantal controles. Ook de aantallen uitgevoerde her- en sanctiecontroles is lager dan geraamd. Dit geldt ook voor het aantal handhavingszaken. In 2020 is een tijd lang afgezien van handhavend optreden in verband met de andere verstrekkende COVID-19 maatregelen die ondernemers hard troffen. De ODH heeft wel uitvoering contact met deze ondernemers aangezien het uiteindelijk naleven van milieueisen van belang is en blijft. 9.5.2.7

Kritische Prestatie Indicatoren T&H

Monitoring van de taakuitvoering gebeurt aan de hand van een door het bestuur vastgesteld dashboard met indicatoren (KPI). Het betreft voor het programma T&H een viertal KPI’s, te weten het gerealiseerde werkvolume, overlastmeldingen uitgesplitst naar oorzaak, naleefgedrag en het resultaat van bezwaar- en beroepszaken. Het naleefgedrag wordt in deze rapportage gedefinieerd als het percentage bedrijven waarbij bij de eerste controle geen overtredingen wordt geconstateerd. Monitoring en analyse t.a.v. trends zal in de komende jaren uiteraard plaatsvinden vooral in relatie tot de jaarlijkse evaluatie van de risicomethodiek. In tabel 34 is een overzicht opgenomen van de bezwaar- en beroepszaken binnen het programma T&H en in de tabellen 35 en 36 een overzicht van het naleefgedrag.

55 / 68

Tabel 33 Overzicht bezwaar- en beroepszaken T&H 2016 Programma T&H

Bezwaar

Ongegrond Gegrond Niet-ontvankelijk Ingetrokken Deels gegrond Deels niet-ontvankelijk, deels gegrond Totaal

2017 Hoger beroep

Beroep

21 4 6 6

2 1 1

37

4

Bezwaar

1

1

2018 Hoger beroep

Beroep

Bezwaar

18 1 1 6

6 2 2

1

26

10

1

2019 Hoger beroep

Beroep

19 2 1 12 1 1 36

4 1

Bezwaar 1

1

6

1

2020 Hoger beroep

Beroep

Bezwaar

Hoger beroep

Beroep

30 2 17 11 1

4

22

1 2

3 5

1

61

7

30

1 2

0

1

1

Tabel 34 Naleefgedrag 2016 – 2020 Product

Product-

Onderdeel

Cat.

Percentage naleving na eerste controle

code 2016

2017

2018

2019

2020

Toezicht - Controle Inrichting (preventief)

T01.5

Integrale controle

T01.6 T03.1 T01.4

Opleveringscontrole Inventarisatie bedrijven Deelcontrole

T01.1

Administratieve controle preventief

Wm-regulier

1 2 3 4

Gestapeld toezicht Opleveringscontrole Inventarisatie bedrijven Asbest Assimilatie Energie/duurzaamheid Externe veiligheid Grondwateronttrekking Índirecte lozingen Meten/Verificatie Nazorg stortplaatsen Thema controle Acceptatiebeleid Thema controle Afscheiders-GA Thema controle Afvalbeheer Thema controle Afvalstoffen Thema controle Afvalwater Thema controle Asbest Thema controle Asbestdaken Thema controle Basisonderwijs Thema controle Bodem Thema controle Bomenzand Thema controle Brandveiligheid Thema controle Datakwaliteit Thema controle Duurzaamheid Thema controle Grondverzet Thema controle Installatieboek Thema Koeling-Energieverbruik Thema controle Limiter Thema controle Loodemmissie Thema controle Mest Thema controle Opslag stoffen Thema controle Opslagtanks-Wasplaatsen Thema controle Propaan Thema controle Spuitcabines-VOS Thema controle Stookinstallaties Thema controle Veiligheid Thema controle Voortgezet onderwijs Thema controle WEEELABEX Vuurwerkopslag WKO-afdichting WKO-boorcontrole WKO-gesloten WKO-regulier WKO-start-up Administratief toezicht

90% 71% 48% 48% 96% 52% 80% 81% 78% 100% 70% 93% 96% 100% 100% 99% 96% 63% 100% 97% 0% 90% 69% 56% 93% 90% 100% 96% 68% 46% 74%

91% 68% 53% 57% 95% 39% 55% 93% 60% 100% 50% 100% 50% 79% 95% 83% 97% 90% 72% 100% 89% 100% 100% 100% 87% 69% 67% 90% 75% 84% 55% 94% 100% 90% 76% 70% 71% 71%

84% 68% 49% 45% 96% 39% 66% 72% 67% 28% 99% 100% 95% 79% 100% 91% 90% 97% 86% 100% 75% 88% 91% 100% 79% 100% 89% 87% 100% 69% 77% 100% 88% 100% 87% 93% 76% 86% 51%

97% 75% 64% 58% 96% 37% 86% 91% 81% 70% 98% 50% 100% 100% 100% 100% 100% 95% 90% 89% 100% 82% 52% 100% 86% 90% 61% 97% 96% 100% 93% 100% 75% 62% 76%

76% 53% 63% 60% 98% 36% 97% 86% 51% 23% 60% 0% 95% 75% 0% 93% 100% 76% 79% 100% 84% 95% 67% 89% 77% 74% 80% 91% 100% 94% 93% 85% 57% 69%

EED MJA Natte koeltorens Programma van eisen upd WKO-administratief E-PRTR Mobiele puinbreker Vuurwerkevenement Controle PMV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10148112/1