Nota Zienswijzen Verbreding Schie
Tekst van het document
Het onderzoek luchtkwaliteit gaat niet over de luchtkwaliteit ter plaatse van gevoelige bestemmingen, zoals bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen. Deze zijn uitgesloten van beoordeling op basis van het toepasbaarheidsbeginsel (artikel 5.19 Wet milieubeheer). De eventuele hinder die Combi-Ster ondervindt van de voorgenomen plannen is daarmee geen beperking voor doorgang van de plannen. Dit vormt geen relevant onderdeel van de afweging in het ruimtelijk spoor voor het aspect luchtkwaliteit. 18. De achtergrondconcentratie is meegenomen in de berekening. Samen met de toename als gevolg van de activiteiten leidt dit niet tot een concentratie hoger als de grenswaarde uit de Wet milieubeheer. Zolang voldaan wordt aan de grenswaarden, vormt het aspect luchtkwaliteit geen beperking voor doorgang van de plannen. 19. In hoofdstuk 5.1.1 van het luchtkwaliteitsonderzoek wordt inderdaad ten onrechte aangegeven dat het bedrijf niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt. Hier wordt alleen gesproken over het aspect stikstofdioxide (NO2), terwijl het begrip NIBM alleen van toepassing is als aan de voorwaarden voor zowel NO2 als fijnstof PM10 wordt voldaan. Dit wordt tekstueel aangepast in het rapport. In het onderzoek wordt evengoed ook getoetst aan de grenswaarden, en daar wordt op basis van de rekenresultaten aan voldaan.
Voldoen aan de grenswaarden is leidend voor een inpasbare situatie.
58
Aanpassing
3i
1. 2. 3. 4.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. De maximale situatie in het rapport is aangepast van 500.000 m3 naar 400.000 m3 overslag. Het luchtkwaliteitsonderzoek is aangepast aan de emissiekentallen volgens de NTA 8029+C1 van 2013. 5. De opslag van zand binnen de zandhandel en op de boot is meegenomen in de rapportage als ‘licht verkeer’. 6. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 7. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 8. De zienswijze leidt tot aanpassing van het luchtkwaliteitsonderzoek. 9. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 10. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 11. Scheepsvaartbewegingen zijn toegevoegd aan de rapportage. 12. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 13. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 14. De zienswijze leidt tot aanpassing van het luchtkwaliteitsonderzoek. 15. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 16. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 17. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 18. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. 19. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het onderzoek. Het rapport is tekstueel aangepast ter verduidelijking. Stikstof: Indiener heeft het stikstofonderzoek van Arcadis laten toetsen door Peutz en heeft de volgende opmerkingen ten aanzien van het rapport van Arcadis: 1. De transportbewegingen van personenauto’s zijn niet beschouwd.
2. Het is voor indiener niet duidelijk hoeveel weken de zandhandel open is. Het stikstofonderzoek gaat uit van 45 weken en paragraaf 4.10 toelichting gaat uit van 50 weken. 3. Peutz vraagt zich af of er wel sprake is van een referentiesituatie van 250.000 m3, aangezien een onderbouwing van de referentiesituatie ontbreekt (niet onderbouwd met milieuvergunning/melding). Indien er geen natuurtoestemming of een andere milieuvergunning/melding (ten tijde van de referentiedatum) is voor de huidige activiteiten, dan 59
4.
5. 6. 7.
is er geen referentiesituatie en moet de gehele activiteit getoetst worden (ECLI: NL: RVS: 2021:1371). Als er wel sprake is van een milieuvergunning/melding, dan is er sprake van een nieuwe activiteit op een nieuwe locatie waardoor er sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Daardoor is er sprake van extern salderen en moet er 30% van de stikstofruimte worden teruggegeven aan de natuur. De emissie van de scheepvaart is niet meegerekend. Het stationair draaien en manoeuvreren van vrachtwagens is niet meegerekend. Er is een zin weggevallen paragraaf 3.4 bijlage 6 waardoor het onduidelijk is welke situatievergelijkingen zijn gemaakt:
8. De bouwvrijstelling is vervallen waardoor ook de bouwfase onderzocht moet worden. Daarom dienen de effecten van realisatiefase (verbreding Schie, aanleggen loswallen, opnieuw uitvoeren Marconiweg, uitvoeren natuur- en watercompensatie), op de stikstofdepositie ook beschouwd te worden. Dit is door Arcadis onderkend, maar de berekening ontbreekt. Beantwoording
1. De planontwikkeling Verbreding Schie maakt de bedrijfsverplaatsing van de zandhandel mogelijk. Ook worden met deze ontwikkeling de verplaatsing van de openbare loswal en de ligplaatsen mogelijk gemaakt. Deze functies komen verder van Natura 2000-gebieden af te liggen. In de huidige situatie (locatie Schieoevers Noord) is zowel bij de openbare ligplaatsen als bij de zandhandel geen walstroom aanwezig. In de plansituatie is zowel bij de zandhandel als bij de openbare ligplaatsen walstroom aanwezig. Daarom is er in de plansituatie geen stikstofemissie van liggende (aangemeerde) schepen en zijn deze niet gemodelleerd voor wat betreft de gebruiksfase. Voor zowel de verplaatsing van de zandhandel, de openbare loswal als de ligplaatsen geldt dat het aantal varende schepen en de vaarroute in de huidige en 60
6. 7. 8.
plansituatie ongewijzigd blijft. Hetzelfde geldt voor het (vracht)verkeer. Het gaat hier dan ook slechts om de bedrijfsverplaatsing van de zandhandel en de verplaatsing van de functies openbare loswal en ligplaatsen. Daarom is alleen voor de aanlegfase een Aeriusberekening opgenomen. Voor de berekening van de aanlegfase zijn personenauto’s meegenomen. Zie de beantwoording onder 3i-1. Zie de beantwoording onder 3i-1. Zie de beantwoording onder 3i-1. De emissie van de scheepvaart is voor de aanlegfase meegenomen. Zie voor de gebruiksfase de beantwoording bij 3i-1. Zie de beantwoording onder 3i-1. Het onderzoek is geheel gewijzigd. Deze passage komt niet meer voor. De Aeriusberekening voor dit project is opgesteld en als bijlage bij de toelichting gevoegd.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt tot aanpassing. Deze zienswijze leidt tot aanpassing. De berekening is als bijlage bij de toelichting toegevoegd.
2. 3. 4. 5.
Aanpassing
3j
Geluid Indiener heeft het stikstofonderzoek van Arcadis laten toetsen door Peutz en de conclusie van Peutz is dat rapport van Arcadis is gebaseerd op onjuiste en onvolledige uitganspunten. Peutz heeft de volgende opmerkingen:
61
1. De geluidsniveaus in de aanmeldnotitie en het akoestisch onderzoek komen niet overeen.
2. Peutz geeft aan dat Arcadis niet de juiste en onvoldoende geluidsbronnen heeft beoordeeld in het rapport. Door de lagere snelheid van de vrachtwagens met gelijk of hoger geluidvermogen dan in het akoestisch rapport is gehanteerd, zullen de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de omgeving hoger zijn dan berekend in het akoestisch rapport. 3. Peutz stelt dat de hoeveelheid vrachtwagens per dag hoger is (gelet op hetgeen door CombiSter bij de representatieve hoeveelheid naar voren is gebracht). Hierdoor moeten volgens Peutz de aantallen vrachtwagens met een factor 1,5 tot 3 worden vermenigvuldigd. 4. Peutz stelt dat uit het rapport van Arcadis niet blijkt dat aan de geluidzone van het industrieterrein is getoetst en dat de maximale geluidsniveaus op de omgeving hoger zullen zijn. Beantwoording
1. De aanmeldnotitie m.e.r. is geactualiseerd op basis van de aangepaste rapportages. 2. Er zijn voldoende bronnen beoordeeld voor een representatieve weergave. Zie voor het overige de beantwoording bij zienswijze 1aa. 3. Zie hiervoor de beantwoording bij zienswijze 3k-1. 4. In het akoestisch onderzoek is het LAr,LT ook op 50 meter van de terreingrens van de Zandhandel berekend ten behoeve van de toetsing aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Deze toetsing staat los van de inpasbaarheid voor het bestemmingsplan. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dag- en avondperiode op 50 meter afstand, in de oostelijke richting, voldoet niet aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. Uit de toetsing aan de zonebewakings- en MTG-punten moet blijken of de Zandhandel inpasbaar is op de beoogde locatie. Deze toets wordt door de zonebeheerder uitgevoerd. In dit geval door de Omgevingsdienst Haaglanden. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften voor het LAr,LT op 50 meter afstand vast te stellen.
62
Aanpassing
3k
1. 2. 3. 4.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de aanmeldnotitie m.e.r. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Verkeer Indiener heeft deskundige Movares Nederland B.V. gevraagd het ontwerpbestemmingsplan op het aspect verkeer te toetsen. De conclusie van Movares is dat de komst van Van der Waal en de openbare loswal ter plaatse van de Marconiweg tot opstoppingen zal leiden. Movares merkt het volgende op ten aanzien van het aspect verkeer: 1. De komst van de zandhandel leidt volgens Movares tot opstoppingen. De gemeente heeft geen deskundige om een oordeel gevraagd. 2. Openingstijden van der Waal zijn niet duidelijk (discrepantie toelichting 7-16 uur en geluidsonderzoek 6- 18 uur). 3. Het ontwerpbestemmingsplan gaat uit van een verkeersbelasting van een vrachtwagen iedere 2 minuten. De praktijk leert - volgens Movares - dat er sprake is van piekbelasting als een schip aanmeert. 4. Volgens Movares is niet voorzien in een opstelplaats voor vrachtwagens. En zelfs met de grotere opstelplaats, zouden nog de vrachtwagens op de openbare weg wachten. Hierdoor wordt de inrit van Combi-ster geblokkeerd. 5. In de nieuwe situatie zal de inrit van de openbare loswal en die van de zandhandel direct door de inrit van indiener lopen. 6.
Met betrekking tot parkeren is in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen dat 2 parkeerplaatsen ten behoeve van de kantoorfunctie op het terrein van de zandhandel zullen worden gerealiseerd en dat daarmee wordt voorzien in ruim voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde functies. Dit is onjuist volgens Movares, er zou ook moeten worden voorzien in parkeerruimte voor wachtende vrachtwagens op eigen terrein. Die zijn op de tekeningen niet voorzien. 7. Ter hoogte van Combi-ster kruist het vrachtverkeer het voetpad en het fietspad. Dit levert volgens Movares een gevaarlijke situatie op. Beantwoording
1. Bij het bepalen van de vervoersbewegingen is uitgegaan van het feitelijke huidige gebruik van de zandhandel om een zo accuraat mogelijke voorspelling te maken voor het toekomstig gebruik. Bij het vaststellen van het toekomstig gebruik is een ruime worst-case benadering toegepast, waarmee extra zekerheid is ingebouwd ten aanzien van het voorkomen van overlast voor de omgeving (in 63
2.
3. 4.
5. 6. 7.
totaal 400.000 m3 zandoverslag per jaar). Als wordt uitgegaan van de gebruikelijke methode van het CROW (wat doorgaans wordt toegepast bij het bepalen van de verkeersbewegingen in een bestemmingsplan), dan wordt voor een dergelijke functie (industrie/bedrijfsterrein/overslag/opslag) gerekend met veel lagere aantallen (maximaal zo’n 50 per etmaal). De verwachting is daarom, dat het aantal vervoersbewegingen in de praktijk veel lager zal uitvallen dan in het bestemmingsplan als worst-case is meegenomen. De stelling dat de komst van de zandhandel leidt tot opstoppingen baseert Movares op de verkeerde aanname dat er geen opstelplek op eigen terrein is. In het bestemmingsplan zal worden verduidelijkt hoe het verkeer zich opstelt en manoeuvreert op het terrein van de zandhandel en de openbare loswal. De zandhandel is geopend voor het publiek tussen 7 en 16 uur. Dat zijn de tijden waarop klanten zand kunnen afhalen en wat relevant is voor de vervoersbewegingen. Buiten die tijden vindt wel laden en lossen van schepen plaats. Dit is relevant voor diverse omgevingsaspecten maar niet voor de vervoersbewegingen. Dit is verduidelijkt in de toelichting bij paragraaf 4.10. Er is geen sprake van extra piekbelasting tijdens het lossen van schepen. Dit blijkt uit de praktijk van de bestaande zandhandel. Door het gebruik van silo’s is hiervoor ook geen noodzaak.
Er is voorzien in opstelruimte voor (vracht)wagens op het terrein. Een tekening zal worden toegevoegd. Het blokkeren van de uitweg van Combi-Ster is niet aan de orde. Als er zorgen zijn dat er incidenteel een vrachtwagenchauffeur is die even stilstaat voor de uitrit van Combi-Ster, dan kan de gemeente aanvullende maatregelen treffen om te zorgen dat de uitrit vrij wordt gehouden. Het is in de praktijk niet zo dat een vrachtwagenchauffeur zijn vrachtwagen moedwillig voor een uitrit parkeert, uitstapt en wat anders gaat doen. Er zal altijd een chauffeur zijn die aangesproken kan worden mocht het voorkomen dat een vrachtwagen onverhoopt even stilhoudt tegenover de uitweg van Combi-Ster. Het is staande praktijk dat de zandhandel hierin een aanvullende informerende rol heeft naar haar vaste afnemers zodat eventuele problemen ten aanzien van de uitweg worden voorkomen. De beide uitwegen staan haaks op de openbare weg. Verkeer van en naar die uitwegen kruist elkaar op de openbare weg. Er is voorzien in opstelruimte voor (vracht)wagens op het terrein. Een tekening is als bijlage 22 toegevoegd. Het enkele feit dat een uitweg een fiets-/bromfietspad kruist maakt een situatie niet onveilig. Het bestemmingsplan maakt de uitweg en de kruising mogelijk. Daarbij is ook expliciet gekeken of een veilig ontwerp (met voldoende zicht, haakse aanrijroutes en beperkte snelheid) mogelijk is.
Dit is het geval. Daarmee maakt het bestemmingsplan een verkeersveilige kruising mogelijk.
64
Aanpassing 3l
3m
Een tekening met manoeuvreerruimte en opstelplekken is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De toelichting is voor wat betreft openingstijden verduidelijkt in paragraaf 4.10. Grondwater In de watertoets is opgenomen dat de grondwatersituatie gemonitord wordt om een beter beeld te krijgen. Hierdoor is het volgens indiener onduidelijk welke gevolgen de ontwikkeling heeft op de grondwaterstand en de afvoer van regenwater en welk effect dit heeft op het terrein en de afwatering van indiener. Gelet op de gecoördineerde procedure mag dit onderzoek niet worden verlegd naar een later moment.
Beantwoording
Door te monitoren is vroegtijdig gesignaleerd dat de ontwateringsdiepte in het plangebied beperkt is. Het monitoren biedt inzicht in deze situatie. Dit geeft aanleiding om ter plaatse van de demping een drain toe te passen, zodat de grondwatersituatie niet negatief wordt beïnvloed door de ontwikkeling. In de watertoetsrapportage (bijlage 4 bij de Toelichting) wordt in hoofdstuk 4.2 ingegaan op de hemelwaterafvoer, wat inzicht geeft op de effecten en maatregelen zoals nu gevraagd door indiener.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Uitvoering Indiener geeft aan dat in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan omtrent de financiële uitvoerbaarheid is opgenomen: "Ter uitvoering van de verschillende onderdelen van deze ontwikkeling hebben gemeente en provincie voldoende financiële middelen gereserveerd en beschikbaar." Uit stukken die indiener in het kader van een Woo-verzoek heeft verkregen, blijkt volgens indiener dat provincie en gemeente al jaren discussie hebben over de kosten van dit project. Volgens indiener is de financiering voor de vervanging van de Marconiweg, de aanpassingen bij de apparatuur van indiener om de trillingen te beperken en de investeringen om voorzieningen te treffen om het zand en stof van de loswal bij Combi-Ster uit het bedrijfspand te houden niet meegenomen in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Dit geldt volgens indiener ook voor aanspraken op vergoeding van planschade. Dit gecombineerd met de stijgende bouwkosten, beperkte inzetbaarheid van aannemers en onduidelijkheid over de afspraken met Van der Waal, maakt dat indiener van mening is dat niet vaststaat dat het plan uitvoerbaar is binnen de planperiode.
65
Beantwoording
De provincie en gemeente hebben financiële afspraken over het project vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst die nog steeds de basis vormt voor het project. Het klopt dat gemeente en provincie in de afgelopen periode geconfronteerd zijn met kostenverhogingen in het project. Hierover hebben gesprekken plaatsgevonden en zijn aanvullende afspraken gemaakt. Op dit moment geldt nog steeds dat er aan de zijde van de Provincie en de gemeente voldoende financiële middelen gereserveerd zijn.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3n
Bestemmingsplanregels Volgens indiener ontbreken de definities van: 1. Zandhandel 2. Openbare loswal; 3. Zand; 4. Vrachtwagen; 5. Zandhopen; 6. Bevochtigd; 7. Verladen. Beantwoording
Net als in het bestemmingsplan op de huidige locatie van de zandhandel is in onderhavig bestemmingsplan geen definitie van ‘zandhandel’ (1) opgenomen. Ook is in de planregels geen voorschrift voor het type zand opgenomen. Dit is ook niet nodig, omdat het op- en overslaan van bulkgoederen in de buitenlucht aan algemene regels uit het Bal zijn gebonden. Deze zijn rechtstreeks van toepassing op de bedrijfsactiviteiten van de zandhandel en de openbare loswal. Er zal een begrip ‘loswal’ (2) worden toegevoegd. Zie de beantwoording van zienswijze 1p. Hoewel de zandhandel nagenoeg alleen zand verhandelt, is het onnodig en te beperkend om dit in een definitie op te nemen. De op- en overslag van andere goederen wordt immers geregeld in het Bal. Er is om deze reden ook geen definitie van ‘Zand’ (3) opgenomen. Om duidelijk te maken dat de beperking in hoeveelheid zand niet alleen ziet op ‘vrachtwagens’ (4), maar ook om andere voertuigen en dus alle vrachten en verkeersbewegingen omvat, is in (na vernummering) artikel 4.3.1 c vracht tussen haakje gezet. Zie hiervoor de beantwoording van zienswijze 1q. ’Zandhopen’ (5) en ‘Verladen’ (7) worden door wijziging van de redactie van artikel 4.3.2b niet meer in de regels genoemd (zie hiervoor de beantwoording bij zienswijze 1ee en 9c) en dienen daarom alleen al om die reden niet als begripsbepaling te worden opgenomen.
‘Bevochtigen’ (6) is een handeling die 66
voor zich spreekt. Doordat er nu in artikel 4.3.2 b is opgenomen dat stuifgevoelige stoffen bevochtigd dienen te worden, dan wel dat er vergelijkbare maatregelen getroffen moeten worden om verspreiding of morsing te voorkomen, is het beschrijven hoe de bevochtiging daadwerkelijk plaats moet vinden niet nodig. Stofvorming kan zo veel als mogelijk voorkomen worden door de stuifgevoelige bevochtigbare stoffen te bevochtigen of een vergelijkbare techniek toe te passen met minimaal hetzelfde resultaat. Aanpassing 3o
3p
Naar aanleiding van deze zienswijze en zienswijze 1p zal een begrip ‘loswal’ worden opgenomen Volgens indiener ontbreken de volgende bouwregels: 1. De maximale omvang van zandsilo's van bijbehorende bouwwerken en van installaties zoals bedoeld in artikel 4.2 onder b. 2. De maximale omvang van bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals bedoeld onder artikel 4.2 onder 3d.
Beantwoording
1: De bouwhoogte van zandsilo’s en installaties is wel vastgelegd. Om flexibiliteit te behouden is er geen bebouwingpercentage vastgelegd. Dit is op de huidige locatie ook niet het geval. 2: Deze functie als loswalkade vanuit benodigde ruimte voor vrachtverkeer e.d. organiseert vanzelf dat de omvang beperkt blijft. Er is ter plaatse ook flexibiliteit nodig.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener is van mening dat de gebruiksregels onduidelijk zijn en merkt daarbij het volgende op: 1. In artikel 4.3.1 onder b dient een beperking opgenomen te worden m.b.t. de producten die vervoerd worden in de maximaal 10.000 vrachtwagens, in zowel product (niet stuifgevoelig, e.d.) als (maximaal) gewicht. 2. Er zal ook met aanhangers en kleine wagens bij de openbare loswal gelost worden. Deze verkeersbewegingen dienen gemaximeerd te worden in die zin dat enkel sprake kan zijn een van maximaal aantal verkeersbewegingen in plaats van een maximaal aantal vrachtwagens. Immers, meer verkeer is meer fijnstof, meer stikstof, meer trillingen en meer (verkeers)overlast, ook als het verkeer kleiner is dan een vrachtwagen. 3. In het bestemmingsplan dient bepaald te worden dat het niet toegelaten is dat wachtende vrachtwagens buiten het terrein van de loswal opgesteld worden. 4. In artikel 4.3.2 is opgenomen dat tijdens het verladen en opslaan van zand zandhopen dienen te worden bevochtigd ter voorkoming van stof/stuifoverlast. Onduidelijk is wanneer en hoe dat bevochtigen dient plaats te vinden. 67
5. In het verlengde van het voorgaande dient ook voor het zand in de boot, in de trechters en de vrachtwagens bepaald te worden dat hier bevochtiging dient plaats te vinden. 6. In de beheersmaatregelen met betrekking tot trillingen is door Arcadis opgenomen dat trillingsarm funderingsmateriaal dient te worden toegepast, de Marconiweg en de Teslaweg dienen te worden voorzien van asfaltverharding en trillingsgevoelige apparatuur bij Combi-Ster dient op dempers geplaatst te worden. Deze voorwaarden zijn niet opgenomen in de planregels. 7. In artikel 4.3.1 onder b onder 2 dient omschreven te worden wat een verzoek bij de Havenmeester moet omvatten. De inhoud en verslaglegging daarvan dient dusdanig te zijn dat de omvang van het gebruik en het 'quotum' eenvoudig is na te gaan door derden. 8. In de tabel opgenomen in artikel 4.3.1 onder c zijn in de kolom 'Lnight' twee waarden opgenomen, onduidelijk is aan welke waarde de bedrijven moeten voldoen. Beantwoording
1. Er is hier uitgegaan van de hoeveelheid te verladen zand danwel van een hoeveelheid (vracht)wagens indien er geen zand wordt overgeslagen danwel een combinatie hiervan. De inhoud van de vrachtwagens zal in werkelijkheid variëren. Voor de onderzoeken is uitgegaan (uitgangspunt) van een representatieve vrachtwagen met een inhoud van ca. 15m3. Deze is als een gemiddelde gehanteerd om een beeld te krijgen van de transportbewegingen. Als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is een overzicht opgenomen met daarin het type overslag dat de afgelopen jaren op de openbare loswal heeft plaatsgevonden. Uit het overzicht blijkt dat andersoortige overslag dan zand op de openbare loswal voorkomt, maar moeilijk te voorspellen is. Het type (bulk)goederen loopt uiteen van een trafo tot basaltsteen ten behoeve van het spoor. Hierdoor is geen eenduidig onderzoek te doen naar de milieu-effecten van andersoortige overslag dan zand. Maar de gemeente heeft wel een goed beeld van de goederen die zijn overgeslagen. Voor het aspect stofhinder is zand maatgevend. Dat blijkt ook uit het overzicht van de overgeslagen goederen op de openbare loswal in de afgelopen jaren. Onderzoek naar de overige goederen is dan ook niet nodig.
Op basis van de Verordening kadegelden en Verordening openbaar gemeentewater Delft kan uitsluitend van de openbare loswal gebruik worden gemaakt na aanmelding bij en instemming door de havendienst. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken zijn in het bestemmingsplan specifieke gebruiksregels opgenomen, met name gericht op geluid en stof. Deze regels gelden ook als er andere stoffen of producten worden overgeslagen. Los daarvan zullen er in het milieuspoor regels gaan gelden, in het belang van de bescherming van het milieu. Die regels zullen ook gelden als er andere stoffen of
68
2. 3. 4.
5. 6.
7. 8.
producten door de Zandhandel worden overgeslagen. Hierdoor voldoet de bepaling zoals deze nu in het bestemmingsplan is opgenomen. Er is een gemiddelde genomen van de afmetingen van de voertuigen en de hoeveelheid voertuigen over de afgelopen jaren. Wel zal de term vrachtwagens worden vervangen door (vracht)wagens, zodat personenauto’s met aanhangwagens hier ook onder vallen. Zoals ook is aangegeven bij de beantwoording van zienswijze 1p worden verkeerskundige aspecten niet in het bestemmingsplan geregeld. Een bestemmingsplan regelt niet aan welke verkeersregels er binnen de bestemming ‘Verkeer’ moet worden voldaan. Het bevochtigen dan wel het treffen van vergelijkbare stuifreducerende maatregelen dient plaats te vinden als er op- of overslag van stuifgevoelige stoffen plaatsvindt. Dit is opgenomen in artikel 4.3.2 aanhef en sub b van de planregels. Voorts regelt het Bal de op- en overslag van stuifgevoelige stoffen. Voor het transport van (bulk)goederen over water gelden regels uit het Bal die moeten worden opgevolgd. In het trillingsonderzoek is opgenomen dat de beheersmaatregelen kunnen worden getroffen, niet dat ze moeten worden getroffen. De gemeente zal de Marconiweg herinrichten en de bestaande klinkerverharding vervangen door een asfaltverharding. Dit zal de trillingen en de navolgende hinderbeleving aanzienlijk verminderen.
Hiervoor is in artikel 4.3.4 een voorwaardelijke verplichting opgenomen, zodat de uitvoering in de planregels is geborgd. Bovendien zal er rekening gehouden worden met het drukken van de damwand in plaats van trillen. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 3g-1. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1w. Deze tabel is aangepast aan tabel 5 van de oplegnotitie bij het Akoestisch onderzoek. Zie ook 3d-7.
Beoordelingspunten
Lden
Lnight
Nummer
[dB]
[dB]
omschrijving
Zonebewakingspunten Z09
Zonebewakingspunt
34
25
Z10
Zonebewakingspunt
39
30
Z11
Zonebewakingspunt
31
21
69
Z12
Zonebewakingspunt
32
24
MTG-punten (woningen in de geluidzone)
Aanpassing 3q
W55\01
Woning Rotterdamseweg 416
34
26
W57\01
Woning Rotterdamseweg 414
35
26
W59\01
Woning Rotterdamseweg 189
32
24
Als gevolg van zienswijze 3p -2 zal vracht tussen haakjes worden gezet. Voorts zal de tabel door deze zienswijze en 3d-7 worden aangepast. Volgens indiener is de voorwaardelijke verplichting in artikel 4.3.2 onder b onduidelijk en niet effectief, en zou er gesproken moeten worden van een nevelgordijn terwijl het artikel slechts spreekt van 'bevochtigen'. Ook is de voorwaardelijke verplichting – volgens indiener - niet opgenomen t.b.v. de openbare loswal, terwijl ook daar sprake is van het 'verladen' van zand. Uit de tabel in randnummer 41 volgt dat stuifklassen S1 en S3 niet bevochtigbaar zijn, zodat stoffen van deze stuifklassen – volgens indiener - in de gebruiksregels in ieder geval uitgesloten dienen te worden. Tot slot wordt in de regel gerefereerd aan stof- en stuifoverlast, maar niet gedefinieerd is wanneer daarvan sprake zal zijn, zodat een duidelijk handhavingskader ontbreekt. In het kader van de voorwaardelijke verplichtingen dient - volgens indiener - een verplichting te worden toegevoegd dat het wegdek van de gehele Marconiweg opnieuw (trillingsarm) uitgevoerd zal moeten worden om trillingen te beperken en de door indiener gebruikte apparatuur dusdanig aangepast moet zijn dat de bedrijfsvoering niet belemmerd wordt door de komst van de openbare loswal en de zandhandel.
Beantwoording
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1ee en 3h.
70
Er is een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.3.4 van de planregels opgenomen betreffende de asfaltering en verzwaring van de Marconiweg. De Marconiweg zal worden verzwaard en geasfalteerd voordat de zandhandel in gebruik wordt genomen. Artikel 4.3.2 wordt tevens van toepassing op aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - loswal', waarmee de verplichting om stuifgevoelige stoffen te bevochtigen dan wel om vergelijkbare maatregelen te treffen ook geldt voor de openbare loswal. Aanpassing 3r
Volgens indiener dient in het geval het bestemmingsplan vastgesteld wordt op grond van de zienswijze van indiener in ieder geval geconcludeerd te worden dat het aantal toegelaten m3 zand, de toegelaten producten en het aantal vrachtwagenbewegingen aanzienlijk verlaagd te worden. Beantwoording
Uit de onderzoeken blijkt dat met de hoeveelheid m3 en de verkeersbewegingen, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Het is dus niet nodig om deze hoeveelheid aan te passen.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3s
3t
Naar aanleiding van deze zienswijze is artikel 3.4.2 aanhef aangepast.
Volgens indiener voorziet het bestemmingsplan niet in de twee openbare ligplaatsen. Beantwoording
De twee openbare ligplaatsen worden gerealiseerd ter hoogte van Rataplan.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. De gepubliceerde ontwerp omgevingsvergunning is volgens indiener onduidelijk. Indiener stelt dat de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen niet volgt uit de publicatie. In de publicatie in het Gemeenteblad is enkel de optie opgenomen om een zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad tegen het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegd gezag heeft volgens indiener nagelaten om in de kennisgeving van de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning een clausule op te nemen waarin 71
wordt vermeld dat zienswijzen tegen de ontwerp omgevingsvergunning kunnen worden ingediend én dat zienswijzen moeten worden ingediend bij het college. Indiener is van mening dat het ontwerp besluit opnieuw ter inzage gelegd moet worden. Voorts stelt indiener dat de publicatie van de omgevingsvergunning niet duidelijk is, omdat daaruit niet blijkt wat precies is aangevraagd en wat beoogd wordt te vergunnen. Enkel is opgenomen dat de volgende activiteiten zijn aangevraagd: bouwen, uitvoeren van een werk en kappen. Beantwoording
In de publicatietekst is per abuis weggevallen dat ook een schriftelijke reactie tegen de ontwerp omgevingsvergunning naar het college van burgemeester en wethouders kan worden gestuurd. Er is wel in de publicatie opgenomen dat op de ontwerp omgevingsvergunning digitaal kan worden gereageerd. Hierdoor is het duidelijk dat ook tegen de ontwerp omgevingsvergunning zienswijzen kunnen worden ingediend. Bovendien heeft indiener een zienswijze ingediend tegen de ontwerp omgevingsvergunning waardoor er geen sprake is van schending van de belangen van indiener. In de ontwerp omgevingsvergunning is een beroepsclausule opgenomen. Dit is gebruikelijk, aangezien er ook in de uiteindelijke omgevingsvergunning een beroepsclausule wordt opgenomen. De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen is opgenomen in de publicatie. In de publicatie is een korte samenvatting van het plan opgenomen. Ook staat vermeld op welke wijze de omgevingsvergunning kan worden ingezien. Indiener geeft verder niet aan waarom de publicatie niet zou voldoen.
Aanpassing 3u
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener stelt dat de 15 bijlagen die ten grondslag worden gelegd aan de ontwerp omgevingsvergunning gelijk zijn aan de 18 bijlagen die ten grondslag zijn gelegd aan het Ontwerpbestemmingsplan. Hiervoor gelden dezelfde opmerkingen als die indiener tegen het ontwerpbestemmingsplan heeft ingediend. Voorts geeft indiener aan dat er geen verkeersonderzoek ter onderbouwing aan de ontwerp omgevingsvergunning is gelegd. Verder stelt indiener dat de bijlagen m.b.t. de Aerius-berekeningen niet aan de ontwerp omgevingsvergunning ten grondslag zijn gelegd. Hierdoor is indiener van mening dat de ontwerp omgevingsvergunning onvolledig is. Volgens indiener volgt uit de second opinion van Movares dat de ontsluiting van de loswallen via de Marconiweg in combinatie met de bedrijfsvoering van Combi-Ster onmogelijk is. Volgens indiener ontbreekt een verkeersonderzoek. 72
Beantwoording
In het ontwerpbestemmingsplan zijn de verkeerskundige aspecten toegelicht. De ontwerp omgevingsvergunning past binnen het bestemmingsplan waardoor verkeer geen overweging meer is bij de beoordeling van de omgevingsvergunning. De Aeriusberekening zal worden toegevoegd aan de omgevingsvergunning en er zal een stukje tekst hierover worden opgenomen in de definitieve vergunning. Zie ook beantwoording op 3k.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Aanvullende zienswijze Combi-Ster 3v
Indiener is van mening dat de locatiekeuze voor de zandhandel niet zorgvuldig heeft plaatsgevonden, omdat de verkeerssituatie na realisatie van de zandoverslag en de openbare loswal onveilig zal zijn en de patiëntveiligheid in het gedrang komt. Beantwoording
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze 3a tot en met 3u.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3w
Volgens indiener voldoet de verkenning van Arcadis uit 2018 niet meer, aangezien de ruimtereservering voor de Faradaybrug is komen te vervallen. Indiener meent dan ook dat het gebied van deze ruimtereservering ten onrechte buiten de variantenstudie is gelaten. Beantwoording
Op grond van de variantenstudie is de voorkeur uitgesproken voor alternatief 1, waarbij de loswal langs de Delftse Schie komt te liggen tussen grofweg het pand van Combi-Ster en Avalex. Naar aanleiding van aanwijzingen van de Stadsbouwmeester en de Adviescommissie OmgevingsKwaliteit (AOK) van 8 oktober 2020 bleef in dit ontwerp onvoldoende ruimte over om een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Aan het advies is gevolg gegeven door het fietspad optimaler in te passen in het landschap 73
en meer ruimte te creëren voor groen. Ook is een voetpad toegevoegd ten opzichte van alternatief 1. Om de openbare loswal bereikbaar te houden had dit tot gevolg dat de openbare loswal noordelijk van de ingang gepositioneerd moest worden. Voorwaarde hierbij was dat de ruimtereservering voor de Faradaybrug werd losgelaten. Dit heeft zijn beslag gekregen in het Mobiliteitsplan Delft dat, waarin de ruimtereservering voor de Faradaybrug is losgelaten, overigens na de variantenstudie 2018 is vastgesteld. Met het loslaten van de ruimtereservering voor de Faradaybrug is geen (nieuwe) alternatieve locatie voor de loswal van de zandhandel ontstaan, omdat daar dwars op de oever noordelijk van de Marconiweg - geen ruimte voor is. De minimale breedte (ruimtebeslag) die nodig is voor de loswal bij de zandhandel wordt bepaald door de afstand tussen de vaargeul en het meest westelijke groenstrookje. Hiertussen moet plaats zijn voor een kraan, trechters, een bedieningscabine, de ruimte voor het rijden van vrachtwagens, twee groenstroken, een voetpad een fietspad. Bij deze Nota beantwoording zienswijzen is een tekening gevoegd waarin de afstand (het minimale ruimtebeslag vanaf de rand van de vaargeul) is geprojecteerd op de omgeving. Hieruit blijkt dat de loswal van de zandhandel op geen enkele andere plek in de omgeving gesitueerd kan worden dan hoe die nu is opgenomen. Aanpassing 3x
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener geeft aan dat in het variantenonderzoek uit 2018 is opgenomen dat alternatief 1 als voordeel heeft dat na een eventuele verplaatsing van Avalex naar het zuiden kan worden uitgebreid en dat dat perceel vrijkomt voor watergebonden bedrijvigheid. De gekozen locatie grenst volgens indiener niet aan de Avalex locatie waardoor het voordeel van de uitbreiding niet opgaat. Doordat dit voordeel is meegewogen in het variantenonderzoek uit 2020, is indiener van mening dat dit voordeel onterecht wordt meegewogen.
Beantwoording
Het klopt dat in de variantenstudie 2018 is geconcludeerd dat er bij alternatief 1 mogelijkheden zijn voor verdere toekomstige ontwikkelingen van watergebonden bedrijvigheid. Echter tijdens de uitwerking (VO- en DO fase) van deze variant is geconcludeerd dat er onvoldoende ruimte op deze locatie beschikbaar is. Dit komt door alle ruimtelijke voorwaarden van de zandhandel en openbare 74
loswal in combinatie met de eisen voor ruimtelijke inpassing van het fietspad en een nieuw voetpad en een vrije (veiligheids)ruimte tussen de loswal en het fietspad. De randvoorwaarden hierbij zijn dat het niet mogelijk is om met een vrachtwagen onder de kraan van Avalex door te rijden en dat - met het oog op de veiligheid - de loswallen slechts één toegang mogen hebben. Daarnaast is er ook met de randvoorwaarde dat schepen niet buiten de veiligheidszone van de vaarweg mogen liggen rekening gehouden waardoor er in combinatie met de huidige footprint (loswal, groenstroken en voet- fietspad) onvoldoende ruimte is op de locatie 2018 nabij Avalex. Tijdens uitwerking van het ontwerp is aan de hand van de randvoorwaarden een minimale breedte (ruimtebeslag) voor de loswal en de inpassing van de loswal ontstaan. Deze minimale breedte is aanleiding geweest om de beoogde locatie alternatief 1 in noordelijke richting te verschuiven. Ter informatie is als bijlage bij de Nota beantwoording zienswijzen het minimale ruimtebeslag geprojecteerd op de locatie van alternatief 1. Hieruit valt af te leiden dat de situatie dat de zandhandel naast Avalex is gelegen niet past binnen de huidige grens vaarweg en de kadastrale eigendommen van derden. Ditzelfde geldt voor de andere aangedragen locatie voor de zandhandel. Aanpassing 3y
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Volgens indiener is bij de beoordeling van de verschillende varianten de hinder voor de bedrijfsvoering van Combi-Ster niet meegenomen. In het variantenonderzoek uit 2018 ligt de zandhandel niet ter hoogte van Combi-Ster maar ter hoogte van ter hoogte van Avalex. Dit zou voor indiener een veel minder zware belasting betekenen. Volgens indiener is eerst de locatie gekozen en is er daarna naartoe geredeneerd.
Beantwoording
In eerste instantie is beoordeeld waar de zandhandel en de openbare loswal langs de Schie in Schieoevers Zuid gesitueerd konden worden. Hierbij zijn verschillende aspecten betrokken zoals de benodigde ruimte voor de loswal en de zandhandel op de kader, de doorvaarbaarheid van schepen, verkeersveiligheid, kosten, watercompensatie, stedenbouwkundige invulling etc. Doordat iedere onderzochte locatie op een industrieterrein voor bedrijven in de hogere milieucategorieën was gelegen, is de hinder voor de bedrijfsvoering van bedrijven op voorhand niet meegenomen. Tijdens het ontwerpproces van (VO en DO) is alternatief 1 aan de hand van alle randvoorwaarden en eisen verder uitgewerkt. Tijdens dit proces is om te kunnen voldoen aan alle randvoorwaarden en eisen geschoven met positie van de zandhandel en openbare loswal. Zie ook beantwoording 3x. Hierna zijn 75
onderzoeken opgestart om de omgevingsaspecten van het plan te onderzoeken. Daaruit is de haalbaarheid naar voren gekomen. Aanpassing 3z
3aa
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener geeft aan in de haar toegezonden stukken geen definitieve versie van de variantenstudie verkeersafhandeling 2022 te hebben aangetroffen. Indiener betwijfelt of er ooit een definitieve versie is vastgesteld.
Beantwoording
De variantenstudie verkeersafhandeling 2022 is nooit formeel vastgesteld maar deze vormt wel de basis voor de ontwerptoelichting die is opgesteld en definitief is gemaakt. Deze ontwerptoelichting zal als bijlage bij het bestemmingsplan worden gevoegd.
Aanpassing
De ontwerptoelichting wordt als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. 1. Volgens indiener heeft het onderzoek naar de geschiktheid van de locaties en de alternatieve locaties onzorgvuldig plaatsgevonden. Indiener voert hiervoor de volgende redenen aan: Op basis van onjuiste uitgangspunten zou de 'Verkenning verplaatsing loswal' uit 2018 ten grondslag zijn gelegd aan het huidige ontwerp. Vervolgens stelt indiener dat het huidige ontwerp zou zijn aangepast, als gevolg waarvan punten die in 2018 voor een positieve doorslag zorgden (bijvoorbeeld de connectie met de Avalex locatie en geen overlast voor omliggende bedrijven) niet langer meer als onderbouwing voor de locatie gebruikt kunnen worden. 2. Alternatieve locaties zijn niet voldoende kenbaar afgewogen, aangezien die op grond van de verkenning uit 2018 al zijn afgevallen, terwijl die motivering volgens indiener teniet is gedaan. Voorts geeft indiener aan dat in 2018 door de reservering voor de Faradaybrug en de veiligheidscontour een groot terrein, ongeveer over een lengte van 250 meter, is uitgesloten van de verkenning, terwijl die brug er uiteindelijk niet komt. Ook door Combi-Ster aangedragen locaties (zie het Movares onderzoek en de Variantenstudie zelf), zijn niet serieus onderzocht. 3. Er zou niet kritisch naar de gebruikte onderzoeken zijn gekeken. Dit zorgt volgens indiener voor onzorgvuldigheid.
Als voorbeeld geeft indiener aan de variantenstudie uit 2018 waar nog een
76
reservering in zat voor de Faradaybrug alsook het voordeel voor de connectie met de Avalex locatie vanwege het vrijkomen daarvan. 4. Indiener kent geen definitieve versie van de variantenstudie en stelt dat dit eigenlijk niet controleerbaar is. Wel blijkt volgens indiener uit die studie dat voor- en nadelen onjuist zijn toegepast. Als voorbeeld hiervan noemt indiener de connectie met de Avalex locatie en de stelling dat de voorkeurslocatie geen invloed heeft op omliggende bedrijven. Indiener is van mening dat bij die beoordeling zijn belang niet is meegewogen. Beantwoording
Aanpassing 3bb
1. De variantenstudie in 2018 is destijds uitgevoerd op basis van relevante criteria om een afweging in varianten te kunnen maken. Tijdens het verdere ontwerpproces zijn alle relevante randvoorwaarden en eisen opgehaald en hebben als input gediend voor verdere detaillering van het ontwerp. Dit is ook de gebruikelijke werkwijze van een ontwerpproces dat is gevolgd. 2. Dit is niet juist, de varianten zijn onderzocht. Kort samengevat is een ontsluiting via de Schieweg niet mogelijk vanwege de belemmering door de hefinrichting van Avalex. Tijdens het gebruik van de hefinrichting wordt de toegang afgesloten en zou de bedrijfsvoering van de loswal stil komen te liggen met alle risico’s van opstopping op de Marconiweg. Een veilige doorgang tijdens het gebruik van de hefinrichting is alleen mogelijk met een tunnelconstructie (op de waterkering). Dit is vanwege hoge kosten, de complexe technische realisatie gezien de ligging op de kering en de knelpunten voor afwikkeling vracht- en fietsverkeer (te weinig ruimte voor gecombineerde afwikkeling) niet haalbaar (zie hiervoor de ontwerptoelichting). De aangedragen alternatieven zijn meegenomen in de ontwerptoelichting. Deze is als bijlage bij de toelichting opgenomen. 3. Zie de beantwoording bij 3w en 3y. 4.
De variantenstudie voor de ontsluiting is inderdaad niet definitief gemaakt, maar de inhoud is als basis gebruikt voor de memo ontwerptoelichting d.d. 22 januari 2022. De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Volgens indiener blijkt uit de inrichtingstekening van de toekomstige locatie van de zandhandel hoe groot de verkeersbelasting is. Er ontstaat volgens indiener een verkeersonveilige situatie. Indiener
77
geeft aan dat er veel stationair draaiende en manoeuvrerende vrachtwagens zijn. Hiermee is volgens indiener geen rekening gehouden in de onderzoeken.
3cc
Beantwoording
De inrichtingstekening geeft aan waar de wachtrij zich bevindt (langs de groene strook, circa 7 plekken). Dit is ruim voldoende voor het gebruik van de zandhandel. Daarnaast zijn enkele vrachtwagens ingetekend waarmee de beschikbare manoeuvreerruimte en de ruimtelijke verhoudingen worden verduidelijkt. De inrichtingstekening zegt niks over de te verwachten drukte. De tekening geeft alleen aan dat rekening is gehouden met voldoende opstelruimte op het terrein, zodat de inrit van Combi-ster niet geblokkeerd kan worden door wachtende vrachtwagens, voor zover het nodig mocht zijn dat vrachtwagens moeten wachten. Het manoeuvreren op het terrein is gebruikelijk en levert geen chaos op, en al zeker niet voor de inrit van Combi-ster. De "wachtende vrachtwagen" die op de Marconiweg is ingetekend is geen vaste opstelplek. Echter, ter hoogte van de bestaande vrachtwagenparkeerplaats die daar aanwezig is, kan een vrachtwagen eventueel kort wachten, bijvoorbeeld om een vrachtwagen van Combi-ster voor de laten gaan bij het uitrijden van de uitrit. De hier door indiener voorgestelde verkeerssituatie is niet aan de orde. Er is dus sprake van een onmogelijke noch verkeersonveilige situatie. Er is juist een zodanige situatie gecreëerd dat de uitrit van Combi-ster zo minimaal mogelijk wordt gehinderd en alle verkeer altijd veilig gebruik kan maken van de weg.
In het geluidrapport zijn manoeuvrerende kranen en optrekkende vrachtauto's meegenomen (piekgeluid). Dit is dan ook voldoende geborgd. In het luchtkwaliteitsrapport is stationair draaiend dieselmaterieel meegenomen. Er zijn geen stationair draaiende vrachtwagens meegenomen in het onderzoek, aangezien op het terrein van de zandhandel de werkafspraak geldt dat de vrachtwagenmotor bij stilstand wordt uitgezet. Hierdoor is stationair draaien niet relevant.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Volgens indiener is er met blokken een mobiele kraan ingetekend op onderstaande tekening. Hierdoor kunnen vrachtwagens volgens indiener niet meer naar links afslaan en ontstaan er opstoppingen.
78
3dd
Beantwoording
Dit betreft een werktekening voor het bepalen of het opstellen van een 200 tons mobiele hijskraan met bijbehorende stempels op de deze locatie mogelijk is.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener stelt dat de aantallen en hoeveelheden niet zijn te controleren en dat bij een geconstateerde overschrijding niet zal worden opgetreden. 79
Beantwoording
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijzen 5m en 5n.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
3ee
Indiener verwijst naar een concept memo uit 2019 waarin er volgens indiener ervaringscijfers zijn opgenomen. Volgens indiener komen deze cijfers niet overeen met de hoeveelheden als opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan en de onderzoeken. Beantwoording
De cijfers uit het bestemmingsplan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van de zandhandel van 2005 tot en met 2021 (zie tabel) en de overgeslagen goederen op de huidige openbare loswal (een overzicht hiervan is opgenomen als bijlage bij de toelichting). Hieruit blijkt dat de in het bestemmingsplan opgenomen hoeveelheden voor zowel de locatie bij de zandhandel als die voor de openbare loswal toereikend zijn.
80
Aanpassing 3ff
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener stelt dat uit de aanvullende verkregen Woo-stukken volgt dat een gemiddelde aangehouden wordt van 15 m3 per vrachtwagen, wat zou corresponderen met 150.000 m3en 10.000 vrachtwagens. Echter, volgens Van der Waal zelf varieerden de ingezette transportmiddelen per jaar sterk, van een aanhanger van 1m3 tot een trailer van 23 m3. De gemeente gaat bij de onderbouwing van het bestemmingsplan vervolgens uit van het door Van der Waal genoemde gemiddelde van 15 m3 per vervoersbeweging, kennelijk zonder enig eigen onderzoek uit te voeren.
Beantwoording
De gemiddelde omvang per vracht is bepaald aan de hand van de geregistreerde gegevens van de zandhandel uit 2021. In dat jaar waren er 16.276 vrachten met gezamenlijk een volume van 250.262 m3. Dit omvat daarmee zowel alle kleine vrachten (per aanhanger bijvoorbeeld) als grotere vrachten (met verschillende typen vrachtwagens). De hoeveelheid verkeer omvat dus alle vrachten/verkeersbewegingen. Om dit te verduidelijken wordt vracht tussen haakjes gezet in artikel (na vernummering) artikel 4.3.1 c. De inhoud van de vrachtwagens zal dus in werkelijkheid variëren. Voor de onderzoeken is altijd uitgegaan (uitgangspunt) van een representatieve vrachtwagen met een inhoud van ca. 15m3. Deze is als een gemiddelde gehanteerd om een beeld te krijgen van de transportbewegingen. Een gemiddelde van 15m3 wordt wel vaker als uitgangspunt bij onderzoeken gehanteerd en geeft een representatief beeld van de werkelijkheid weer.
Aanpassing
De zienswijze leidt tot aanpassing van artikel 4.3.1 onder b lid 1 (na vernummering 4.3.1. onder c) in de zin dat vracht tussen haakjes wordt gezet.
3gg
Intern is vervolgens door de provincie aangegeven dat bij verkeersbewegingen per uur 53 in de spits zeker gevaarlijke situaties ontstaan op het kruispunt bij de Schieweg (en met de extra 26 bewegingen vanwege de loswal zal het totaal wel op 53 bewegingen komen). Via deze weg verloopt ook de verkeersafwikkeling van indiener. Beantwoording
Indiener baseert zich op concept stukken, waarin onjuiste aannames zijn gedaan.
81
Aanpassing 3hh
4a
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener stelt dat in de toelichting bij de ontwerp omgevingsvergunning is opgenomen dat ontsluiting van de openbare loswal en de loswal van de zandhandel plaatsvindt via de Marconiweg. Een verkeersonderzoek ter onderbouwing van de mogelijkheid ontbreekt volgens indiener. Indiener is van mening dat uit het ingebrachte deskundigenonderzoek van Movares volgt dat de ontsluiting van de loswallen via de Marconiweg in combinatie met de bedrijfsvoering van Combi-Ster onmogelijk is. Dit wordt onderschreven door bovenstaande mailwisseling.
Beantwoording
Uit het verkeersonderzoek dat per abuis niet als bijlage bij de toelichting was opgenomen blijkt dat er voldoende restcapaciteit is. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 3k.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Omwonenden (1)
Indiener geeft aan dat uit bladzijde 12 van het akoestisch plan zichtbaar is dat de woning niet in de metingen is meegenomen (zie ingevoegde tekening blad 2 brief). Dat geldt volgens indiener tevens voor de overige onderzoeken. De gemeente heeft aangegeven dat hij zou nagaan of er toch metingen van de omgeving van het huis van indiener zouden zijn. Indiener heeft niets meer van de gemeente gehoord. Indiener geeft aan dat het geluid van de overkant van de Schie naar de Rotterdamseweg kant versterkt wordt door de geleiding van het water. Zo kan indiener bijna letterlijk verstaan wat hardlopers en/of fietsers aan de overkant van de Schie tegen elkaar zeggen. De geluidsoverlast van de vrachtwagens zal dus volgens indiener hoger worden die kant op. Beantwoording
De bedrijfswoning van indiener en de voormalige woning aan de Rotterdamseweg 390 (waarop het geluid berekend is) liggen vlak bij elkaar. De geluidbelastingen zullen vergelijkbaar zijn. De berekende waarden bij (voorheen) nr. 390 zijn relatief laag. Bovendien betreft het woningen op het gezoneerde industrieterrein, zodat deze niet geluidgevoelig zijn. Het geluid op de bedrijfswoning van indiener is hiermee voldoende onderzocht.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
82
4b
5a
Indiener stelt dat niet alle bedrijven aan de Rotterdamseweg kant op de hoogte zijn gesteld van het ontwerpbestemmingsplan. Indiener gaat ervan uit dat de termijn voor deze partij daarom verlengd zal worden. Beantwoording
Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning zijn op juiste wijze bekend gemaakt. De termijnen zijn in de wet bepaald en de gemeente kan hier niet zomaar van afwijken. Bovendien is er weldegelijk contact opgenomen met de bedrijven aan de Rotterdamseweg. Dit is echter geen vereiste voor de bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
Van den Berg transport Beheer B.V.
Indiener stelt dat de stukken behorende bij de ontwerp omgevingsvergunning niet op www.ruimtelijkeplannen.nl zijn gezet. Beantwoording
Dat klopt dat is ook geen vereiste. Zie voor het overige de beantwoording van zienswijze 1y.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5b
Indiener stelt dat in de toelichting wordt uitgegaan van een toename van 213 verkeersbewegingen per dag. Volgens indiener leidt dit tot een onaanvaardbare toename die leidt tot onoverzichtelijke en onveilige verkeerssituatie en verkeersopstoppingen. Beantwoording
Zie beantwoording op 3k.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5c
Indiener is van mening dat er een gevaarlijke situatie ontstaat doordat de vrachtwagens het fietspad kruisen. Doordat de vrachtwagens moeten wachten op de fietsers ontstaan er verkeersopstoppingen. Beantwoording
Zie beantwoording op 3k.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. 83
5d
Indiener stelt dat in de toelichting (2.3.3) is aangegeven dat vrachtwagens na kruising van het fietspad naar links steken en dan achteruitrijden naar de trechters. De vrachtwagens voor de openbare loswal steken naar rechts en rijden dan achteruit de loswal op. Volgens indiener is er niet aangegeven dat beide loswallen tegelijkertijd in gebruik zijn. Indiener stelt dat de rijrichtingen in het bestemmingsplan geborgd hadden moeten worden. Beantwoording
Rijrichtingen zijn geen aspecten die in een bestemmingsplan worden geregeld. Zie verder de beantwoording van zienswijze 1p.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5e
Indiener is het er niet mee eens dat de Marconiweg voldoende ruimte biedt voor het incidenteel kort wachten op de Marconiweg door een vrachtwagen voordat deze het terrein op kan rijden. Beantwoording
Op de kade is voldoende ruimte voor wachtende vrachtwagens. Het kan incidenteel voorkomen dat een vrachtwagen even moet wachten op de Marconiweg, bijvoorbeeld als een andere vrachtwagen net aan het manoeuvreren is. Daarvoor biedt de Marconiweg voldoende ruimte. Er wordt een figuur toegevoegd waarop is aangegeven waar een vrachtwagen eenvoudig kan wachten op de Marconiweg.
Aanpassing
Dit is inzichtelijk gemaakt in bijlage 22 bij de toelichting.
5f
5g
Het uitgangspunt van de gemeente dat de vrachtwagens op het perceel zelf zullen moeten wachten deelt indiener niet. Volgens indiener zullen chauffeurs kiezen voor de makkelijke weg en hun vrachtwagens op de Marconiweg stallen waardoor verkeersopstoppingen en verkeersonveilige situaties ontstaan. Beantwoording
Zie beantwoording op 3k-6.
Aanpassing
Een tekening met manoeuvreerruimte en opstelplekken is als bijlage 22 bij de toelichting opgenomen. Volgens indiener moeten fietsers regelmatig omrijden als Avalex bezig is om afval naar schepen over te slaan. Gedurende die tijd is het fietspad – volgens indiener – afgesloten en moeten fietsers omrijden via de Marconiweg en de Voltaweg. Indiener is van menig dat deze situatie nu al onveilig is en dat dit in de nieuwe situatie tot nog meer verkeersonveilige situaties zal leiden. Indiener is van mening dat een ingrijpende reconstructie van de Marconiweg moet plaatsvinden. 84
Beantwoording
Het klopt dat in voorkomende gevallen (brom)fietsers via de omleidingsroute moeten rijden. De toename van verkeer als gevolg van de ontwikkeling geeft echter geen aanleiding tot verkeersonveiliger situaties. Op de Marconiweg geldt een 30 km/h regime. De hoeveelheid verkeer blijft, ondanks de toename met (worstcase) gemiddeld 213 voertuigen per etmaal (bestaande uit zowel autoverkeer als vrachtverkeer), beperkt en ruimschoots onder de niveaus waarop een gemengd profiel acceptabel is.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5h
5i
Indiener geeft aan dat uit de onderzoeksrapporten blijkt dat zij overlast zullen ondervinden van stof-, trilling- en geluidhinder. Volgens indiener is het onvoldoende in het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning geborgd dat dit wordt opgelost. Beantwoording
De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op een gezoneerd industrieterrein. Deze terreinen zijn bedoeld voor bedrijven die vallen in hogere milieucategorieën. Het is daarom ook logisch om een functie als (zand)overslag op een dergelijk terrein een plek te geven. Immers op deze terreinen wordt een hogere trillings- en geluidnorm geaccepteerd. De toename van geluid, stof en/of trillingen als gevolg van de verplaatsing valt hierbinnen. De toename van trillingen zal voor een groot deel worden tenietgedaan door de asfaltering van de Marconiweg. Het bevochtigen van het zand of de te treffen stofreducerende maatregelen zorgen voor het reduceren van stofhinder. In de regels is een gebruiksregel opgenomen waarin is bepaald dat de kraan die wordt gebruikt om het zand te lossen vanaf het schip naar de trechters een maximaal geluidbronvermogen van 100 dB(A) mag hebben.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. In het rapport Bedrijven en milieuzonering is de zandhandel ingedeeld in milieucategorie 4.2 behorende bij “Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart kleiner dan 2000m2”. Volgens indiener voert de zandhandel een deel uit op de openbare loswal, zodat deze oppervlakte ook meegerekend moet worden voor de bepaling van de milieucategorie. Voorts voert indiener aan dat de bedrijfsactiviteiten ook plaatsvinden op de rest van het perceel. Naast vier trechters komt er een kraanbaan, zandopslag en een kantoorkeet. Deze oppervlakte moet volgens indiener ook worden berekend. 85
Beantwoording
De totale oppervlakte van de zandhandel is circa 2700 m2. Op de openbare loswal wordt alleen zand overgeslagen, niet opgeslagen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat er meer dan 2000 m2 opslagoppervlakte gerealiseerd zal worden. Niettemin zal de opslagoppervlakte voor de zandhandel van minder dan 2.000 m2 nog wel in de planregels worden vastgelegd.
Aanpassing
Zekerheidshalve zal vastgelegd worden, dat de opslagoppervlakte van de zandhandel minder moet zijn dan 2000 m2.
5j
Indiener is van mening dat, indien milieucategorie 4.2 het uitgangspunt is, dan zou in een gemengd gebied de richtafstand vanaf de bestemmingsgrens van het bedrijf tot de gevel van de woning minstens 100 meter moeten zijn. Doordat het bedrijf en de bedrijfswoning van indiener ligt op een afstand van 37 meter, is dit volgens indiener onjuist. Beantwoording
De bedrijfswoning van indiener ligt op 37 meter afstand van de plangrens, ruim binnen de richtafstand van 100 meter voor geluid tot gemengd gebied. Echter in artikel 2.23 van het Activiteitenbesluit zijn geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten gelegen op een gezoneerd industrieterrein uitgezonderd van toetsing aan de trillingswaarden in de SBR-richtlijn. In het bestemmingsplan geldt voor de bestaande gronden de classificering ‘bedrijventerrein’, met een algemene toelating van bedrijven tot maximaal milieucategorie 4. Dit kunnen ook trillingveroorzakende bedrijven zijn. De bedrijven die in de trillingrapportage zijn beschouwd zijn bedrijven gelegen op een gezoneerd industrieterrein en behoeven bij de toepassing van het Activiteitenbesluit niet getoetst te worden aan de trillingswaarden in de SBR-richtlijn (en logischerwijs evenmin bij een eventuele milieuvergunningverlening).
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing.
5k
In het rapport Bedrijven en milieuzonering van Arcadis wordt geadviseerd om de hinder ten opzichte van bedrijfswoningen te beperken bij een omgevingsvergunning milieu. Volgens indiener valt de zandhandel onder het Activiteitenbesluit en is dit advies derhalve geen optie. Ook adviseert Arcadis om het bedrijf te bestemmen met de functieaanduiding bedrijf tot en met categorie 4.2. Dit is volgens indiener niet gebeurd. Beantwoording
Ook bij een bedrijf onder het Activiteitenbesluit kunnen, bijvoorbeeld op grond van de zorgplicht, met maatwerk aanvullende maatregelen worden verlangd om hinder zo veel mogelijk te beperken, voor zover dat redelijkerwijs kan worden verlangd.
86
De zandhandel heeft de bestemming verkeer met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zandhandel’. Als er geen zandhandel ter plaatse is gevestigd, is de bestemming verkeer weer van toepassing. Niet ieder bedrijf past immers op deze locatie. Aanpassing 5l
De zienswijze leidt niet tot aanpassing. Indiener vreest trillinghinder in de bedrijfswoning als gevolg van de vrachtwagens met zand. Voorts merkt indiener op dat in de regels niet is geborgd dat de Marconiweg geasfalteerd moet worden.
Beantwoording
Zie de beantwoording bij zienswijze 3g-11.
Aanpassing
De zienswijze leidt tot aanpassing. In artikel 4.3.4 van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting betreffende de asfaltering van de Marconiweg opgenomen.
5m
Indiener stelt dat de regel dat ter plaatse van de zandhandel niet gehandhaafd kan worden dat er maximaal 250.000m3 zand wordt overgeslagen. Beantwoording
Om goederen te kunnen overslaan is ontheffing van de havenmeester nodig. Deze ontheffing is nodig om te kunnen sturen op de hoeveelheid die wordt overgeslagen. Omdat de ontheffing is geregeld in de ‘Verordening openbaar gemeentewater Delft’ en deze middels een formulier, waarin de hoeveelheid en soorten goederen (zand-, bagger, stukgoederen) moet worden ingevuld, bij de Havenmeester moet worden aangevraagd, is voorzien in de mogelijkheid tot sturing en handhaving.