CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Zienswijzen - HOEK ABTSWOUDSEWEG ZUIDEINDE

Commissie Ruimte en Verkeer 16 februari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Coördinatieprocedure bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg Zuideinde (nr. 2305049)30.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Reclamanten zijn van mening dat hierom onderhavig plan dient te worden ingetrokken en dat (in goed overleg) maatregelen moeten worden genomen om privacyhinder te minimaliseren en om zodoende tot een passend bouwplan te komen. Bewoners vrezen voor waardevermindering van hun woning bij het doorzetten van onderhavig plan en voelen zich verplicht om een planschadeprocedure te starten. De planontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg – Zuideinde betekent dat de omgeving verandert en dat het uitzicht wijzigt. Omdat de gronden nu nog bebouwd zijn met bedrijfsgebouwen heeft dit gevolgen voor het uitzicht en privacy. Dat betekent echter niet dat de bouwmogelijkheden daarom niet aanvaardbaar zijn. Wanneer naar de kortste afstanden tussen de bouwvlakken van woningen aan de Hillenlaan en het bouwvlak behorende tot de planontwikkeling wordt gekeken dan is de kortste onderlinge afstand circa 23 meter. Het betreft hierbij een gebruikelijke situatie in een stedelijke omgeving. Gelet op deze afstanden tussen en oriëntatie van de gebouwen is van een onaanvaardbare invloed op het uitzicht en (onevenredige) aantasting van de privacy geen sprake. Geen. In onderhavig plan ten onrechte niet wordt ingegaan op artikel 10 van de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht van privacy is opgenomen.

Nergens uit de toelichting behorende bij het (ontwerp)bestemmingsplan blijkt dat dit aspect is meegewogen. Derhalve is onderhavig bouwplan in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb (zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel). Hierom zijn reclamanten van mening dat, bij het meewegen van het aspect privacy, het plan moet worden afgewezen. Voor deze ontwikkeling is uitgebreid gekeken naar de stedenbouwkundige context waarin de planontwikkeling tot stand komt. Hierbij zijn, onder verwijzing naar de beantwoording onder punt j, voor een stedelijke omgeving gebruikelijke afstanden aangehouden tussen de (bestaande) woningen en de voorziene bebouwing. Gelet op de ligging van het plangebied in een bebouwde omgeving, de afstanden van de voorziene bebouwing tot de woonpercelen van reclamanten, leidt het plan niet tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy van de eigenaren van omliggende woningen (waaronder reclamanten). Artikel 10 van de Grondwet en/of het EVRM is hier niet in het geding. Geen. Voor wat betreft het aspect privacy, is volgens reclamanten het participatieproces onvolledig en incorrect verlopen,

25

Beantwoording

en dient overgedaan te worden. Volgens het gemeentelijk beleid ‘Delfts Doen’ moet het participatieproces volledig zijn, wat betekent dat de ontwikkelaar alle knelpunten in beeld brengt en openlijk bespreekt met de omgeving. Tijdens het proces is geen helder inzicht gegeven middels plattegronden en doorsneden met maatvoering. De bewoners van de Hillenlaan zijn uitsluitend over het aspect bezonning geïnformeerd, niet over privacy. Van de bewoners kan niet verwacht worden dat zij zelf voor alle details oog hebben, mede omdat hier met eenzijdig georiënteerde appartementen sprake is van een bijzondere en onalledaagse typologie. Het is de rol van de gemeente (volgens ‘Delfts Doen’) om het algemeen belang te behartigen. De bewoners van de Hillenlaan voelen zich niet ondersteund door de gemeente. Veel groenvoorzieningen – die tijdens de informatiebijeenkomsten werden getoond - zijn uiteindelijk niet in onderhavig plan terecht gekomen, en de ontwikkelaar is hier ook niet actief op teruggekomen bij de bewoners. Onderhavig plan voorziet nu in een stenen verkeers-/parkeerstrook van 10,5 meter tussen de Hillenlaan en de nieuwbouw, zonder ruimte voor bomen of groen. De definitieve bouw- en inrichtingstekeningen zijn pas na het participatieproces aan omwonenden verstrekt. Ook de aantasting van de privacy is pas na het participatieproces inzichtelijk geworden.

Ten slotte is er – in strijd met spelregel 8 van ‘Delfts Doen’ – geen eindverslag van het participatieproces. Voor wat betreft het participatieproces wordt verwezen naar de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt e. Voor wat betreft de borging van de realisatie en instandhouding van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen, waaronder mede begrepen het inrichtingsplan voor de buitenruimte, wordt verwezen naar de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt a.

m

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Voor wat betreft het aspect privacy wordt verwezen naar de beantwoording onder k. Zie de aanpassingen als bedoeld bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt a. De potentiële windhinder is volgens reclamanten onvoldoende beoordeeld. Het verwondert reclamanten dat geen specifiek onderzoek is verricht naar het effect van de wind op fietsverkeer. In dit verband wordt gewezen op de op menig moment chaotische situatie bij de brug, waar een toename van wind wordt verwacht (gelet op de hoge en gladde gevels), hetgeen mogelijk leidt tot heel onaangename en mogelijk zelfs gevaarlijke situaties. Bij het ontwerpbestemmingsplan is een adequaat windhinder onderzoek gevoegd. Meerlaagse gebouwen kunnen gevolgen hebben voor het windklimaat in de omgeving. Bij gebouwen vanaf 30 meter hoogte wordt vanuit het beslismodel van de NEN 8100 normering aangestuurd op een kwantitatief windonderzoek (CFD modellering of in de windtunnel). In de geprojecteerde bebouwing is sprake van een viertal woongebouwen, waarvan voor 1 woongebouw geldt dat hiervoor een bouwhoogte wordt toegestaan die net iets meer dan 30 meter bedraagt. Vanuit deze achtergrond is voor deze woningbouwontwikkeling door het bureau DGMR Bouw B.V. aan de hand van een CFD modellering een kwantitatief windhinderonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 16 bij de plantoelichting opgenomen.

Het doel van het kwantitatief onderzoek is het bepalen van het windklimaat ter plaatse van het nieuwbouwproject en het effect van de nieuwbouw op het windklimaat in de directe omgeving. Hierbij is zowel de bestaande situatie als de toekomstige situatie beschouwd. Voor de beoordeling van het windklimaat is hierbij gebruik gemaakt van NEN 8100: 2006 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving'. Voor het heersende windklimaat wordt in het onderzoek gebruik gemaakt van NPR 6097. De norm NEN 8100: 2600

26

n

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

o

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' maakt onderscheid tussen windhinder en windgevaar. Uit de CFD modellering blijkt dat in de huidige situatie en toekomstige situatie sprake is van een goed windklimaat. Dit betekent dat van windhinder en windgevaar als gevolg van voorliggende planontwikkeling geen sprake is. Een noodzaak tot nader onderzoek is in deze niet aan de orde. Geen. Het participatieproces is door de gemeente aan de ontwikkelaar gedelegeerd, zo stellen reclamanten. Hierbij is niet geregeld hoe ver de bevoegdheden van de ontwikkelaar gaan. De ontwikkelaar heeft aan reclamanten aangegeven voor onderwerpen die beleidsvragen betreffen niet ontvankelijk te zijn, hiervoor is de gemeente de juiste aanspreekpartner. De gemeente heeft echter geweigerd op enig onderwerp een eigen participatietraject op te starten. Reclamanten stellen dat belanghebbenden hierdoor bij het voorbereiden van het wijzigen van het gemeentelijk beleid zijn uitgesloten, en dat alleen nog de mogelijkheid resteert tot het indienen van een zienswijze ten aanzien van een compleet uitgewerkt plan. In dit geval is dus geen beginspraak mogelijk, maar enkel eindspraak, waardoor het honoreren van terechte aandachtspunten onmogelijk is gemaakt.

Reclamanten zijn hierdoor van mening dat, met uitzondering van het punt van de verkeersaansluiting op de omgeving, bij de planvorming geen sprake is geweest van zinvolle, vroegtijdige participatie als bedoeld in de beleidsnota ‘Delfts doen’, en dat daarmee onvoldoende gebruik is gemaakt van kennis van de omgeving. Als gevolg hiervan zijn reclamanten ook niet in de gelegenheid geweest om vroegtijdig de belangen van de buurt te kunnen behartigen. Voor wat betreft het participatieproces wordt verwezen naar de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt e. Geen. Het bestemmingsplan hoort volgens reclamanten integraal deel uit te maken van de planvorming voor Schieoevers Noord en daarmee van de milieueffectrapportage hiervoor. Reclamanten merken op dat in de toelichting op onderhavig (ontwerp)bestemmingsplan wordt vermeld dat het beoogde woningbouwplan geen samenhang heeft met plannen/ontwikkelingen buiten de projectlocatie. Hoewel er geen sprake is van een integrale visie op het gebied waar het plangebied deel van uitmaakt, is in de toelichting behorende bij onderhavig (ontwerp)bestemmingsplan te lezen dat onder meer met onderhavige ontwikkeling een geleidelijke transformatie wordt beoogd naar een gemengd stedelijk gebied met wonen, werken, recreatie en voorzieningen.

Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 24 maart 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:639), in het specifiek rechtsoverweging 10, stellen reclamanten dat onderhavige ontwikkeling alle kenmerken heeft van het begin van een stedelijke ontwikkelopgave voor het MERplangebied van Schieoevers Noord. Volgens reclamanten wordt met onderhavig plan de m.e.r.-(beoordelings)plicht ontlopen, hetgeen verstrekkende gevolgen kan hebben. Reclamanten vragen of de raad bereid is een deskundig en onafhankelijk oordeel te zoeken over de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor dit project, waarbij valt te denken aan een onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. Vastgesteld moet worden dat de aangehaalde zinsnede uit paragraaf 1.1. (aanleiding en doel planvorming) dat ‘met onderhavige ontwikkeling een geleidelijke transformatie wordt beoogd naar een gemengd stedelijk gebied met wonen, werken, recreatie en voorzieningen.’ tot misverstanden kan leiden, gelet op voorliggend initiatief. Het initiatief bestaat namelijk enkel uit een woningbouwontwikkeling in Delftzicht dat in de huidige situatie in

27

overwegende mate al een woonwijk is. In dit verband wordt voorzien in een tekstuele aanpassing van paragraaf 1.1. van de toelichting. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is namens initiatiefnemer door adviesbureau Witteveen en Bos invulling gegeven aan een herijkte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze herijkte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. vervangt de bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegde aanmeldnotitie en beschouwt nadrukkelijker de aspecten van eventuele samenhang en cumulatie met andere projecten. In paragraaf 2.3 van de herijkte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. is uitgebreid toegelicht dat er geen sprake is van samenhang tussen het voornemen en andere projecten in de omgeving. Dit betekent dat er geen sprake is van één activiteit en er daarom ook geen (plan)MER-plicht geldt voor onderhavig bouwplan. Verder is, mede gezien het vorenstaande, sprake van een wezenlijke andere situatie als aan de orde in de uitspraak van de Afdeling van 24 maart 2021. Daarbij wordt nog opgemerkt dat voor het project Schieoevers-Noord vorig jaar al het bestemmingsplan is vastgesteld. In de herijkte aanmeldnotitie is beschreven dat het plan ruim onder de drempelwaarde blijft én dat rekening is gehouden met cumulatie van andere projecten. Relevante projecten zoals Schieoevers Noord en Nieuw Delft zijn daarom meegenomen als onderdeel van de autonome ontwikkeling.

Op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht van het project. Ook aard, plaats, potentiële effecten en cumulatieve effecten (op verkeer, geluid en stikstof) in samenhang beschouwend zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.

Aanpassing

Kortom: uit de herijkte aanmeldnotitie volgt dat geen sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor dit project, maar kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling • De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. zoals opgenomen in bijlage 18 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt vervangen door de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. van Witteveen en Bos d.d. 7 december 2022 met als kenmerk 133784/22-017.729; • In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 1.1. (aanleiding en doel planvorming) voorzien in een vervangende tekst, waarbij onderstaande geel gearceerde passage tekstuele wijzigingen bevat: De hoek van de Abtswoudseweg met het Zuideinde behoort tot de wijk Delftzicht. Op dit moment is op deze locatie kantoor- en bedrijfsbebouwing aanwezig die als gevolg van de planvorming plaats zal maken voor woningbouw. Ter plaatse wordt voorzien in de realisatie van 120 woningen, passend binnen de Woonvisie van de gemeente Delft (zie § 3.4.4). Hierbij wordt uitgegaan van 4 woongebouwen bovenop een

28

halfverdiepte parkeerkeergarage met gevarieerde opbouw in bouwhoogten. Bovenop de parkeergarage is voorzien in een groene leeflaag. Hiermee en met het doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit 'Delftzicht' tot in het plangebied wordt ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden, een klimaat adaptieve en een biodiverse omgeving. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de planologisch-juridische regeling voor de realisatie van dit planvoornemen. Er is voor gekozen om voor de realisatie van het woningbouwplan gebruik te maken van de zogenoemde coördinatie-regeling die ervoor bedoeld is om de benodigde besluiten (zo veel mogelijk) gezamenlijk voor te bereiden en bekend te maken. De besluitvorming kan zodoende gedegen en efficiënt verlopen. Het proces is ook voor belanghebbenden overzichtelijker, omdat sprake is van één gecoördineerde procedure waartegen beroep openstaat. Indien de procedure leidt tot een onherroepelijk besluit, kan worden gestart met de realisatie.

29

INDIVIDUELE ZIENSWIJZEN In dit onderdeel zijn de individuele zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Hierbij wordt steeds aangegeven of de reactie leidt tot een of meerdere aanpassingen van het bestemmingsplan ‘Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde’.

Zienswijze Nr. 1 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zienswijze Nr. 2a

Samenvatting

Beantwoording Aanpassing 2b

Samenvatting

Beantwoording Aanpassing

Onderdeel ontwerpbestemmingsplan: Reclamant is op zich niet tegen de bouw van nieuwe woningen binnen het plangebied, maar acht de huidige inrichting van het plangebied niet conform een goede vorm van ruimtelijke ordening. Het gaat dan primair om de opgenomen bouwhoogten en daarmee het beoogde aantal van 120 woningen in het voornoemde ontwerp. Ten onrechte wordt voorrang gegeven aan onnodige verdichting en verhoging boven de belangen voor een leefbare omgeving. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a. De ontwikkeling van 120 woningen wordt, uitgaande van de inhoud van de Omgevingsvisie van de Provincie ZuidHolland, omschreven als "een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap" waarbij de bestaande structuren en kwaliteiten niet of nauwelijks aan verandering onderhevig zijn (“een inpassing”). Dit is volgens reclamant onjuist, aangezien het gaat om een transformatie. Dit heeft ten onrechte tot een beperkte rol of invloed voor gedeputeerde staten van Zuid-Holland geleid.

Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d.

30

2c

Samenvatting

Beantwoording Aanpassing 2d

Samenvatting

Beantwoording Aanpassing 2e

Samenvatting

Beantwoording Aanpassing 2f

Samenvatting

Uitgaande van de transformatie van een gebied (en niet inpassing), dient op grond van de Omgevingsverordening Zuid-Holland sprake te zijn van een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het hele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (artikel 6.9, eerste lid, sub c). Het ontwerp houdt volgens reclamanten echter geen of onvoldoende rekening met het feit dat het gebied dat gekenmerkt wordt door laagbouw van hooguit drie tot vier bouwlagen en derhalve een bouwhoogte van doorgaans tien tot elf meter hoog. Er vindt daarmee een ingrijpende verandering plaats in de leefomgeving. Het huidige ontwerp voorziet in een verdrievoudiging van de bouwhoogte hetgeen op voorhand de ruimtelijke kwaliteit voor de bestaande woonomgeving aantast. De voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft, als voorgeschreven in de Omgevingsverordening, wordt niet nagekomen. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d.

Voor zover sprake is van een een ruimtelijke ontwikkeling in de categorie ‘inpassing’ (in plaats van transformatie) conform de Omgevingsvisie, dan dient de ruimtelijke ontwikkeling: - aan te sluiten bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad; - een gebiedseigen ontwikkeling te vormen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied of kavel. Volgens reclamanten moet worden geconstateerd dat deze aansluiting geheel ontbreekt. In de huidige situatie zijn er weinig woningen, waardoor het beoogde verdichte woongebied niet bij het bestaande woongebied past. De ontwikkeling leidt zo tot een ongewenste opmaat naar verdere verdichting. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d. Door het ontbreken van een integraal beleid voor de ontwikkeling van de Abtswoudseweg worden drie afzonderlijke projecten gerealiseerd die ieder een geheel andere invulling geven aan het concept van stedelijke verdichting.

Zo laat "1221 Delft” (op de Haringlocatie) significante kansen liggen die binnen het bestemmingsplan worden aangereikt, en worden met de huizen van "WeBuildHomes" slechts acht grondgebonden woningen gerealiseerd, terwijl bij Plan Zuideinde 120 woningen dienen te worden gerealiseerd. Dit resulteert in een FSI die volkomen afwijkt van het karakter van de wijk en de omgeving ervan. De ruimtelijke structuur verandert in ieder geval in die mate dat de rol van de Provincie Zuid-Holland onderbelicht is gebleven. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a en d. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a en d. Het plangebied is een consolidatiegebied in de zin van de Beleidsnota Bouwhoogten Delft, waarbinnen

31

bouwhoogten beperkt dienen te blijven, en dienen te worden afgestemd op de bestaande ruimtelijke structuur en de gemiddelde bouwhoogten in de omgeving. Waar sprake is van een lage bouwstructuur – de gemiddelde bouwhoogte bedraagt in de omgeving van het plangebied ruim naar boven afgerond vier lagen – dient deze derhalve volgens reclamant behouden te blijven. De nota laat dus minder afwijking toe dan in de toelichting op het bestemmingsplan wordt gesuggereerd. Incidentele accenten worden toegestaan in de vorm van (slanke) toren en deze zijn niet hoger dan twee maal de gemiddelde hoogte in het gebied. Hiervan is in deze situatie geen sprake. De redenering in de genoemde toelichting dat met de gekozen bouwhoogten een accentwerking in het leven wordt geroepen, bijvoorbeeld omdat het bepalend is voor het aanzien langs de Schie en om een kenmerkend evenwicht of evenbeeld te vormen met het aanwezige woongebouw nabij de Zuidkolk, kan door reclamant niet worden gevolgd. Dit is niet noodzakelijk en doet nodeloos afbreuk aan het zicht dat vanuit onder meer de woning van reclamant. Ten onrechte wordt het beeld gecreëerd dat een accent in hoogte noodzakelijk is. Ter hoogte van de Delftse Schie is bijvoorbeeld ook gekozen voor relatief lage bouw.

Uit de afwegingen in de toelichting komt het beeld naar voren dat de voorkeur van de planmakers uitgaat naar zo compact en tegelijkertijd zo hoog mogelijk te willen bouwen om zoveel veel mogelijk woningen te kunnen of willen realiseren. De door reclamant aangehaalde paragraaf uit de Beleidsnota Bouwhoogten Delft laat zich juist kenmerken door een 'afkeer' van dominante bouwvormen. Daarbij komt volgens reclamant dat een nieuwe invulling als deze niet met nadruk past in het stedenbouwkundige 'verhaal' van de wijk.

Beantwoording Aanpassing 2g

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing

Reclamant wijst op de bewijslast die voortvloeit uit de Nota Bouwhoogten om toch hoger dan 25 meter te kunnen bouwen binnen het consolidatiegebied. Hieraan wordt volgens reclamant niet voldaan. Dit staat aan het planvoornemen in de weg. Het ontwerpbestemmingsplan zal derhalve voor aanpassing in aanmerking moeten komen. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder b. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder b. Windhinder zal scheepvaart over de Delftse Schie belemmeren. Met inachtneming van de gedeeltelijke ligging van het plangebied binnen de vrijwaringszone, als bedoeld in artikel 6.19, derde lid van de Omgevingsverordening ZuidHolland en als zodanig zichtbaar op de foto, maakt dat sprake is van belemmeringen waar de waterbeheerder een advies over behoort te geven. In paragraaf 3.2.3. van de toelichting zijn de relevante kaders vanuit de provinciale omgevingsverordening besproken. De beschrijving in de toelichting voor wat betreft de vrijwaringszone in verband met de scheepvaart blijft bij vaststelling ongewijzigd.

In de plantoelichting is toegelicht dat het plangebied is gelegen buiten de vrijwaringszone waardoor géén sprake is van een belemmering voor de scheepvaart en dat derhalve ook geen advies van de vaarwegbeheerder relevant is. Het windhinder onderzoek laat verder zien dat zowel in de huidige als toekomstige situatie (na planvorming) sprake is van goed windklimaat. De scheepvaart zal derhalve geen windhinder ondervinden ten gevolge van de planvorming. Geen.

32

2h

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing 2i

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing

2j

Samenvatting

Beantwoording

2k

Aanpassing Samenvatting Beantwoording

Het bestemmingsplan zorgt niet – terwijl het vigerende bestemmingsplan daar wel om vraagt – voor herstel van de historische zichtlijnen. Verkeer moet via een S-bocht, op het punt waar nu de Laan van Braat doodloopt, over een groenstrook naar de inpandige garage van Plan Zuideinde, alwaar de ontsluiting niet afdoende is om grote vrachtauto's door te laten. Derhalve is een keerlus voor vrachtverkeer voorzien, maar deze zal volgens reclamant zorgen voor een aantasting van de verkeersveiligheid omdat vrachtverkeer een aantal keer zal moeten achteruit steken. Dit had kunnen worden voorkomen door de Laan van Braat door te trekken naar het Zuideinde. In het voorliggende bestemmingsplan is uitgebreid ingegaan op de stedenbouwkundige context waarin de planontwikkeling tot stand is gekomen alsmede de stedenbouwkundige verantwoording hiervan. Kortheidshalve wordt voor de beantwoording hier naar verwezen. Voor wat betreft zichtlijnen geldt als belangrijk aandachtspunt uit de Nota Bouwhoogten Delft het bestaande silhouet van de stad en het zicht op de kerktorens. Nieuw te realiseren hoogbouw mag het zicht vanaf de snelweg, het spoor en het water op de torens in het centrum niet verstoren. Het plan houdt rekening met deze belangrijke zichten op Delft, te weten zicht over de Schie op de historische kerktorens in de binnenstad. Deze zichtlijn blijft vrij.

Verder is ten behoeve van de ontwikkeling voorzien in een verkeerskundige analyse. Er is, mede gelet op de verkeerskundige analyse, geen aanleiding om te veronderstellen dat het keren van vrachtverkeer ter plaatse van een te realiseren keerlus in het plangebied tot verkeersonveilige situaties zou leiden. Geen. De bestemming en de beoogde invulling van de Laan van Braat zoals voorgesteld in de toelichting staan lijnrecht tegenover elkaar. Op de verbeelding is sprake van een verkeersbestemming/-functie, terwijl op artist impressions sprake is van een gebied met veel groen. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a voor wat betreft de borging van de realisatie en instandhouding van het inrichtingsplan. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a voor wat betreft de borging van de realisatie en instandhouding van het inrichtingsplan. Onderdeel ontwerp omgevingvergunning: In het ontwerp van de omgevingsvergunning onderbouwt uw college het bouwplan op basis van het hiervoor genoemde ontwerp inzake Plan Zuideinde, waar overigens onder de toelichting in paragraaf 2 (bladzijde 12) ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat dit plan reeds van kracht is.

Hierboven heb ik reeds aangegeven dat alleen sprake is van een ontwerp. De vergunning kan niet worden verleend als het bestemmingsplan niet is vastgesteld. De redactie van het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning anticipeert op de vaststelling van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning kan pas verleend worden daags na vaststelling van het bestemmingsplan en zal in die zin altijd hierop afgestemd zijn. Geen. Een herhaling van de zienswijze gericht op het onderdeel ontwerpbestemmingsplan. Zie beantwoording op het onderdeel ontwerpbestemmingsplan.

33

2l

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

2m

Aanpassing Samenvatting

Zie aanpassing op het onderdeel ontwerpbestemmingsplan. Wanneer de onderbouwing als opgenomen in de toelichting van het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunnning wordt vergeleken met de parkeerkencijfers van het CROW – uitgaande van koopappartementen in het middensegment (bladzijde 30)-en wordt uitgegaan van sterk stedelijk gebied voor de schil centrum dan geldt een minimum parkeercijfer van 1,1 en een maximum van 1,9. Reclamant gaat hierbij uit van een gemiddeld kencijfer van 1,5 en zonder onderscheid naar de omvang van de appartementen naar vloeroppervlak. Weliswaar heeft een gemeente beleidsvrijheid om daar onderscheid naar te maken, maar het is in deze situatie niet gebleken dat daaruit een ander autobezit per appartement naar voren komt. Uitgaande van een gemiddeld parkeerkencijfers van 1,5 per appartement en 120 woningen, dient ter plaatse te worden voorzien in 180 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daar voorziet het plan echter niet in en dat leidt tot de conclusie dat niet kan worden voldaan aan het vereiste inzake de noodzakelijke parkeervoorzieningen, als bedoeld in artikel 5.1, sub a. van het bestemmingsplan "Facetherziening Parkeren". De conclusie die daaruit vervolgens voortkomt is dat binnen het onderhavige plangebied teveel woningen zijn gepland en vervolgens vergund gaan worden.

Met andere woorden, naar de omvang van het gebied aan het Zuideinde - Abtswoudseweg en het aantal te vergunnen woningen, is sprake van meer woningen dan het gebied aankan en waarmee het bouwplan aanmerkelijk in omvang - met name hoogte - beperkt moet worden. Reclamant geeft naar eigen inzicht weer hoe de invulling van de bandbreedte van het parkeercijfer per appartement zou moeten worden ingekleurd. De gemeente gaat uit van de (herijkte) rapportage die is gevoegd bij de toelichting van het bestemmingsplan met de analyse voor wat betreft de afwikkeling van het verkeer en parkeren. De betreffende rapportage bevat geen onjuistheden ten aanzien van de analyse van benodigde parkeerplaatsen vanuit de gemeentelijke parkeernormen. Van een bijstelling van het planvoornemen is derhalve geen sprake. Geen. Uitgaande van de Welstandskaart Delft blijkt dat het onderhavige gebied met de kleur groen is aangeduid. Dat houdt in dat sprake is van een welstandsluw gebied waar alleen de zogeheten A-criteria van kracht zijn. Echter, met de ligging van het bouwplan aan een zichtlocatie cq. Een (historische) route moet worden gesteld dat sprake is van een sterkere bescherming op het gebied van welstand. Dat blijkt uit de aanduiding op dezelfde welstandskaart en het betekent dat alle criteria van toepassing zijn.

A-criterium Wanneer wordt uitgegaan van het A-criterium, dan zijn drie van de aldaar genoemde punten hier aan de orde in de zin dat zij zich verzetten tegen het te vergunnen bouwplan in de huidige vorm en omvang. Het betreft dan de volgende elementen: - het bouwwerk past in de bestaande of toekomstige omgeving - de kwaliteit van het openbaar gebied wordt gerespecteerd of versterkt - de bestaande doorzichten en zichtlijnen worden gerespecteerd. Het gebied kenmerkt zich nadrukkelijk door laagbouw van doorgaans drie tot vier bouwlagen.

34

Dat zal buiten de ontwikkeling die hier speelt, niet wezenlijk veranderen en dat maakt dat een bouwplan met de voorgenomen hoogte indruist tegen deze criteria. De bebouwing zal een zeer dominante indruk veroorzaken op de omgeving en daarmee doorzichten gaan belemmeren en het openbaar gebied niet respecteren, juist omdat het bovenmatig uitsteekt boven de omliggende bebouwing. B-criterium Bij dit criterium zijn de volgende toetsingselementen van toepassing: - het karakter van bestaande gevelwanden wordt gerespecteerd of versterkt - de verhoudingen in de gevels evenwichtig van opbouw zijn - eventuele ingrepen in een bestaande gevel in goede verhouding tot elkaar en tot het geheel van de gevel staan Het bouwplan voorziet in een geheel nieuwe ontwikkeling waarbij de huidige bebouwing zal worden gesloopt. Ondanks de verschillende karakters in de huidige gevelwanden mist het nieuwe bouwplan iedere aansluiting met de bestaande structuren. Daarnaast voorzien het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning in verschillende gebouwen die qua hoogte uiteenlopen. Dit komt de eenheid in bebouwing ter plaatse niet ten goede waarmee moet worden geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de laatste twee criteria.

Beantwoording

2n

Aanpassing Samenvatting

C-criterium Ten aanzien van dit specifieke criterium is het behoud van evenwicht in de architectonische eenheid als geheel (gevelwand, blok of straat) een relevant toetsingspunt. Eveneens vanwege de uiteenlopende gebouwen kan van een evenwicht geen sprake zijn. Anders dan reclamant stelt ligt onderhavig bouwplan in een gebied dat zowel in de vorige als in de huidige welstandsnota is aangeduid met de kleur blauw. Hier geldt een globaal welstandsniveau waarvoor criteria A en B gelden. Voor de gevel die naar de hoofdweg is gekeerd geldt op deze locatie tevens criteria C. Het bouwplan is getoetst aan de criteria A, B en voor de gevel die naar het water is gekeerd tevens C. De welstandscommissie heeft positief geadviseerd op 17 december 2020 en geoordeeld dat het bouwplan in overeenstemming is met redelijke eisen van welstand. Reclamant heeft niet aangegeven waarom het advies van de commissie niet juist zou zijn of niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Ook heeft reclamant geen deskundig tegenadvies overgelegd. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen, de redenering is begrijpelijk en de conclusies sluiten hierop aan. In het gestelde door reclamant ziet het college daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het advies van de commissie. Geen. Uw college heeft ingestemd met een binnenplanse afwijking van de planvoorschriften, namelijk waar artikel 7.2, sub c.

van het ontwerpbestemmingsplan hier aan de orde is. Echter, een onderdeel c. bij dit artikel komt niet voor in de tekst op de aangewezen website, ruimtelijkeplannen.nl . Er wordt aangegeven dat "onder de activiteit 'Strijdig gebruik' leest u waarom we deze toestemming geven". De motivering daartoe ontbreekt echter en blijft

35

Beantwoording

Aanpassing Zienswijze Nr. 3 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 4 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 5 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

beperkt tot een verwijzing naar een advies van het Hoogheemraadschap Delfland. Onder verwijzing naar mijn eerdere argumenten inzake het niet onherroepelijk zijn van dit bestemmingsplan, kan thans geen sprake zijn van een ontheffing van dit planvoorschrift. Reclamant merkt terecht op dat in het ontwerpbesluit is verwezen naar een niet bestaand artikel in de planregels. Dit had moeten zijn artikel 7.3 van de planregels. Dit wordt bij de vergunningverlening aangepast. Ook de motivering van de omgevingsvergunning is aangepast, nu is toegelicht waarom in dit geval kan worden afgeweken van de bouwregels van de bestemming “Waterstaat – waterkering”. Voor zover reclamant stelt dat het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is en dus op die grond niet van het bestemmingsplan kan worden afgeweken wordt opgemerkt dat hier sprake is van coördinatie, waarbij het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning is gebaseerd op het ontwerpbestemmingsplan. De omgevingsvergunning wordt na vaststelling van het bestemmingsplan op basis van dit bestemmingsplan door het college verleend. Bij vergunningverlening wordt de aanpassing als vermeld onder de kop beantwoording bij 2n doorgevoerd.

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze Belangenvereniging TU Noord. Zie beantwoording zienswijze Belangenvereniging TU Noord. Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze Belangenvereniging TU Noord.

36

Zienswijze Nr. 6 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 7 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie beantwoording zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze Buurtvereniging Delftzicht.

Zienswijze Bedrijven Kring Schieoevers Nr. 8a Samenvatting Reclamant ziet de hoek Abtswoudseweg – Zuideinde als onderdeel van Schieoevers. Niet alleen omdat de betreffende locatie onderdeel is van het werkgebied van de vereniging van reclamant, maar vooral omdat deze locatie onderdeel vormt van het in 2013 vastgestelde bestemmingsplan Schieoevers-Noord. Reclamant denkt dat het plan voor de hoek Abtswoudeweg inhoudelijk anders/beter zou zijn als onderhavig plan onderdeel had uitgemaakt van de actualisatie van het bestemmingsplan Schieoevers Noord dat binnenkort in procedure wordt gebracht. Een integrale visie is volgens reclamant dan ook gewenst. Beantwoording De planlocatie maakt geen onderdeel uit van het projectgebied Schieoevers Noord en staat hier inhoudelijk geheel los van. Het bestemmingsplan voor Schieoevers Noord is inmiddels in de raadsvergadering van 18 oktober 2022 vastgesteld. Aanpassing Geen. 8b Samenvatting Invulling van het plangebied met alleen woningbouw is een gemiste kans in relatie tot de ambitie om op Schieoevers Noord een gemengd stedelijk gebied met ook veel ruimte voor innovatieve maakindustrie te ontwikkelen. Door het plan apart te beschouwen van de rest van Schieoevers is sprake van een beperkte omvang (0,84 ha) en is compensatie van het bedrijventerrein vanuit de Omgevingsverordening Zuid-Holland niet vereist.

Hierdoor wordt de onttrekking van werkruimte dus ook niet elders (in Delft) gecompenseerd. Beantwoording Voor deze ontwikkeling wordt inmiddels uitgegaan van de geconsolideerde provinciale omgevingsverordening Zuid Holland d.d. 25 oktober 2022. Hierin is de planlocatie niet meer als bedrijventerrein aangemerkt. Dit betekent ook dat compensatieregels voor het onttrekken van bedrijventerreinen in het geheel niet meer van toepassing zijn op deze planlocatie. Zie ook de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van

37

Aanpassing 8c

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing 8d

Samenvatting

Beantwoording

Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d. Zie de aanpassingen als vermeld bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder d. Het valt reclamant op dat bij de beschrijving van het gemeentelijke beleid de ruimtelijke structuurvisie uit 2010 als toetsingskader is benoemd en niet de recent vastgestelde Omgevingsvisie Delft 2040. Op het moment dat dit laatste wel zou zijn gebeurd, zou tenminste 10% van het programma bestemd moeten zijn voor werk en/of maatschappelijke voorzieningen. Terwijl volgens het Ontwikkelplan Schieoevers-Noord zelfs circa een derde van het programma een werkfunctie zou moeten hebben. In de bij vaststelling herijkte toelichting is de paragraaf betreffende de ruimtelijke structuurvisie vervangen door een paragraaf die ziet op de Omgevingsvisie Delft 2040. In de Omgevingsvisie Delft 2040 is op pagina 61 het volgende aangegeven: ‘Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken bestemmen we op wijkniveau minimaal 10% van het nieuw te realiseren/ te herontwikkelen bouwprogramma voor werk en maatschappelijke voorzieningen zoals zorg, cultuur en onderwijs. In de wijken maken we vooral ruimte voor stedelijk verzorgende economie (zoals dienstverlening, kleine ambachten, horeca en gemakswinkel/retail).

Zelfs maakindustrie kan in lichte vorm en beperkte omvang landen in wijken. De ondergrens van 10% geldt op wijkniveau en mag op pandniveau verschillen. Economie en voorzieningen komen in de ‘haarvaten’ van de stad. Het type activiteit stemmen we daarbij af op de plek.’. Voor onderhavige planontwikkeling is ervoor gekozen om de hiervoor aangehaalde opgave die geldt op wijkniveau niet gedeeltelijk binnen het plangebied in te vullen. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat ten tijde van de totstandkoming van de Omgevingsvisie Delft 2040 in een anterieure overeenkomst al afspraken zijn gemaakt met de ontwikkelaar over het te ontwikkelen programma binnen deze planontwikkeling. Anderzijds wordt de invulling met uitsluitend woningbouw en de realisatie van een groene leeflaag en groenstrook binnen Delftzicht op deze locatie als een meer passende invulling gezien. De passage uit de omgevingsvisie leidt derhalve niet tot een bijstelling van het programma binnen deze planontwikkeling. • In de toelichting is de paragraaf van de ruimtelijke structuurvisie vervangen door een paragraaf die ziet op de Omgevingsvisie 2040. Er vindt op dit moment een nulmeting plaats die inzicht geeft in o.a. de benodigde milieuruimte van nabijgelegen bedrijven en verenigingen in Schieoevers Noord.

De vraag is in hoeverre het plan voor de hoek Abtswoudseweg – Zuideinde past in de contouren zoals die voor deze bedrijven en verenigingen is/wordt vastgesteld. Dit is in het plan niet inzichtelijk gemaakt, en ook is onduidelijk of bij bedrijven of nieuwe woningen maatregelen dienen te worden getroffen. Reclamant wil in elk geval voorkomen dat de ontwikkeling van de hoek Abtwoudseweg – Zuideinde beperkend uitwerkt voor de bedrijfsvoering van de bedrijven die op Schieoevers-Noord zijn gevestigd. Reclamant verzoekt de gemeente om dit alsnog te onderzoeken en te beoordelen of de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt strijdig is met het uitgangspunt om bij de ontwikkeling van Schieoevers-Noord bedrijven niet in de bedrijfsvoering te beperken. In de plantoelichting is reeds voorzien in een paragraaf bedrijven en milieuzonering. Deze paragraaf is nog steeds actueel voor onderhavige planontwikkeling. Op basis van deze paragraaf kan worden vastgesteld dat omliggende bedrijven niet worden belemmerd als gevolg van deze planontwikkeling.

38

8e

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing Zienswijze Nr. 9 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 10 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 11a Samenvatting

Geen. In het bestemmingsplan hoek Abtswoudseweg – Zuideinde is de druk op de bereikbaarheid van Schieoevers-Noord uitsluitend vanuit het oogpunt van de ontwikkeling op de hoek Abtswoudseweg – Zuideinde onderzocht. Dit terwijl op korte afstand van deze hoek ook grootschalige ontwikkelingen van wonen en werken (gaan) plaatsvinden (o.a. Nieuw Delft, Kabeldistrict en stationsomgeving Delft campus). Onduidelijk is of de cumulatie van deze ontwikkelingen de bereikbaarheid van bedrijven op Schieoevers-Noord (w.o. Leeuw & Stein) onder druk zet en/of de bedrijfsvoering van de betreffende bedrijven bemoeilijkt. Reclamant verzoekt om dit nader te onderzoeken. Uit de herijkte verkeersanalyse die bij vaststelling wordt gevoegd als bijlage bij de toelichting blijkt dat de verkeersafwikkeling van de planontwikkeling adequaat kan plaatsvinden en dat deze verkeersafwikkeling derhalve geen problemen oplevert voor de bereikbaarheid van omliggende bedrijven. Daarbij is relevant om op te merken dat in de verkeersanalyse rekening is gehouden met het project Schieoevers Noord en Nieuw Delft. Deze zijn als autonome ontwikkeling meegenomen. De cumulatieve effecten zijn dus beschouwd. Verwezen wordt ook naar het gestelde in paragraaf 4.2 van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (bijlage 18 van de plantoelichting). Geen.

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Het planvoornemen zal volgens reclamanten leiden tot veel extra verkeersgeneratie (zowel personen- als vrachtverkeer). Zowel de Abtswoudseweg als het Zuideinde laten deze extra belasting niet toe. Deze wegen zijn daarvoor te zwaar belast met fietsverkeer van en naar de TU. Ook afwikkeling via de Laan van Braat is

39

11b

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

11c

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

11d

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording Aanpassing Zienswijze Nr. 12 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 13 Samenvatting Beantwoording

problematisch vanwege de overlast voor de aanwonenden en de te verwachten overbelasting van het nu al beruchte kruispunt tussen Engelsestraat en Abtswoudseweg. De verkeersimpact is niet te verstouwen in het omringende wegennet. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt g. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt g. De planwens om veel woningen op een bescheiden terrein te zetten heeft geleid tot een verkaveling die sterk afwijkt van de bestaande wijkplattegrond, zowel qua maatvoering als qua ontsluitingsstructuur. De massaliteit en de hoogte van het gebouwencomplex zullen in de voorhanden maatverhoudingen van de bebouwing bedreigend en benauwend overkomen. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt a. en onder punt b. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt a. en onder punt b. Het wooncomplex leidt voor de bewoners van de bestaande woningen aan de Hillenlaan tot hinder. Delen van het complex geven een heel directe inkijk in hun tuinen en woningen. Zie de beantwoording bij Delftzicht onder l. Geen. Bij sterke wind, bij windvlagen en bij storm is volgens reclamanten forse windoverlast te verwachten van de grote woontoren tegenover de Abtswoudsebrug.

Delft is een van de windrijkste steden van het land en het is dan ook bevreemdend zo'n toren gepland te zien op de hoek van twee zeer drukke fietsroutes. In samenhang met de toename aan verkeersdrukte (zie punt 1) levert dit structureel gevaar op voor kruispunt en fietsroutes. Zie de beantwoording bij Delftzicht onder m. Geen.

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

40

Aanpassing

Zienswijze Nr. 14 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zienswijze Nr. 15 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zie zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie beantwoording zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze Buurtvereniging Delftzicht.

Zienswijze Nr. 16 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zie zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie beantwoording zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze Buurtvereniging Delftzicht.

Zienswijze Nr. 17 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 18 Samenvatting Beantwoording

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Zie zienswijze Buurtvereniging Delftzicht. Zie beantwoording zienswijze Buurtvereniging Delftzicht.

41

Aanpassing Zienswijze Nr. 19 Samenvatting Beantwoording Aanpassing

Zienswijze Nr. 20a Samenvatting

Beantwoording

20b

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording Aanpassing 20c

Samenvatting Beantwoording

Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze Buurtvereniging Delftzicht.

Zie zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie beantwoording zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Zie aanpassing naar aanleiding van de zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord)

Reclamanten zijn van oordeel dat het plan niet aansluit c.q. past in de omgeving. In tegenstelling tot recente en nog te ontwikkelen andere projecten in de directe omgeving van het plangebied, is er geen aandacht besteed aan een zorgvuldige inpassing in de omliggende stedelijke structuren, terwijl dit wel is vereist. Reclamant zet het vigerende planologisch regime in de omgeving van het plangebied uiteen en zoomt vervolgens in op de planologische situatie rondom de Abtswoudseweg. Hierbij maakt reclamant een vergelijking tussen de bouwhoogte die planologisch is toegestaan op de locaties “WeBuildHomes” en “Haring Locatie” en hetgeen daar feitelijk is/wordt gerealiseerd. Bij deze locaties aan de Abtswoudseweg zijn volgens reclamant significante kansen om te verhogen en te verdichten onbenut gelaten, wat niet goed valt te rijmen met de bouwhoogte van onderhavige ontwikkeling waarbij geldt “the sky is the limit”, hetgeen getuigd van een zwalkend bouwhoogtebeleid. Ter illustratie verwijst reclamant naar een aantal projecten langs de Schie en in de direct omgeving, waaronder de flat bij Plein Delftzicht, Parel aan de Schie en plan Zuidkolk (zie pagina 38-45 van de zienswijze). Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder b.

Geen Naar het oordeel van reclamant is niet gestreefd naar een goede ruimtelijke ordening. Op een klein stukje grond wordt een ‘monolithisch’ project op een plint neergezet. Het aantal parkeerplaatsen is daarbij leidend geweest voor het vaststellen van het bouwvolume en de bouwhoogte, zo volgt uit de gesprekken met de stedenbouwkundige en (toenmalige) projectleiders. Zie de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a en b. Zie de aanpassingen bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a. In het plan wordt niet gerefereerd aan de Omgevingsvisie Delft 2040. In de toelichting is de paragraaf van de ruimtelijke structuurvisie vervangen door een paragraaf die ziet op de

42

Aanpassing 20d

Samenvatting

Beantwoording

Aanpassing 20e

Samenvatting

Beantwoording

20f

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

20g

Aanpassing Samenvatting

Omgevingsvisie 2040. In de toelichting is de paragraaf van de ruimtelijke structuurvisie vervangen door een paragraaf die ziet op de Omgevingsvisie 2040. Evenmin wordt ingegaan op de meest actuele versie van de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Zo vraagt de Omgevingsvisie Zuid-Holland om 75 m2 aan groen per woning te realiseren, hetgeen niet is gebeurd in onderhavig plan. In de herijkte plantoelichting wordt aangesloten op de instructieregels voor het opstellen van bestemmingsplan zoals opgenomen in de provinciale geconsolideerde omgevingsverordening Zuid-Holland d.d. 25 oktober 2022. Een eis van 75 m2 aan groen per woning vloeit niet voort uit deze verordening. Desalniettemin wordt bij deze planontwikkeling fors ingezet op de realisatie en instandhouding van groen. Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a en d. Zie de aanpassingen bij de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder a en d. Reclamant is van mening dat voor wat betreft het taalgebruik in onderhavig (ontwerp)bestemmingsplan gebruik is gemaakt van een “babbeltruc”.

De Beleidsnota Bouwhoogten wordt volledig uit zijn verband getrokken en er wordt (onvermeld) tekst bijgehaald die is gekopieerd uit de Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030. De opmerking van reclamant dat in deze sprake zou zijn van een “babbeltruc” kan niet geplaatst worden. Voor wat betreft de beschouwing van de Beleidsnota Bouwhoogten wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) onder b. Geen. Het Planuitwerkingskader (PUK) wordt volgens reclamant neergezet als een leidraad, terwijl het een integraal onderdeel is van de anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar. Daarbij verschaft de ontwikkelaar gekleurde informatie, gelet op de artist impressions. Het Planuitwerkingskader vormt weliswaar onderdeel van de anterieure overeenkomst, maar is naar inhoud slechts een vertrekpunt voor een verdere planuitwerking die kan en mag afwijken van het meegegeven planuitwerkingskader als dit tot ruimtelijk aanvaardbare aanpassingen leidt. Daar is in onderhavige geval sprake van, reden waarom het ontwerpbestemmingsplan in zijn huidige vorm in procedure is gebracht. Geen.

Volgens de toelichting behorende bij het vigerende bestemmingsplan “Schieoevers Noord” (hoofdstuk 4 en paragraaf 8.2) bestaat de intentie om het betreffende gebied te transformeren van een bedrijventerrein naar een gemengd stedelijk gebied, met respect voor de historische verkaveling die richtinggevend dient te zijn voor nieuwe ontwikkelingen en conserverend te bestemmen. In tegenstelling tot andere plannen in de omgeving voldoet onderhavig plan daar niet aan. De historische zichtlijn langs de Laan van Braat wordt niet hersteld, waardoor ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied allerlei kunstgrepen moeten worden uitgevoerd, zoals op een groenstrook (waar men spelende kinderen kan verwachten) een ’S-Bocht’ naar de inpandige parkeergarage en een keervoorziening voor vrachtverkeer.

43

Beantwoording

20h

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

20i

Aanpassing Samenvatting

In het voorliggende bestemmingsplan is uitgebreid ingegaan op de stedenbouwkundige context waarin de planontwikkeling tot stand komt alsmede de stedenbouwkundige verantwoording. Voor de beantwoording van de zienswijze wordt kortheidshalve verwezen naar het gestelde hieromtrent in de plantoelichting. Voor wat betreft zichtlijnen geldt als belangrijk aandachtspunt uit de Nota Bouwhoogten Delft dat het bestaande silhouet van de stad en het zicht op de kerktorens. Nieuw te realiseren hoogbouw moet het zicht vanaf de snelweg, het spoor en het water op de torens in het centrum niet verstoren. Het plan houdt rekening met deze belangrijke zichten op Delft, te weten Zicht over de Schie op de historische kerktorens in de binnenstad. Deze zichtlijn blijft vrij. Verder is in de huidige situatie geen sprake van de door reclamant aangehaalde zichtlijn en wordt het creëren hiervan niet als vereiste gezien. Ten behoeve van de ontwikkeling is verder een verkeerskundige analyse opgesteld. Er is, mede gelet op het gestelde in de verkeerskundige analyse, geen aanleiding om te veronderstellen dat het keren van vrachtverkeer ter plaatse van een te realiseren keerlus in het plangebied tot verkeersonveilige situaties zou leiden. Geen.

Volgens reclamant wordt voor wat betreft de bouwhoogte en bouwstijl van de bebouwing langs de Abtswoudseweg geen consistent beleid gevoerd, hetgeen niet strookt met de motie “Samenhangende visie Abtswoudseweg 2018” (zie pagina 37 van de zienswijze), waarin staat dat “voorkomen moet worden dat deze belangrijke verkeersas door gebrek aan samenhang tussen de verschillende nieuwbouwprojecten van lage kwaliteit en rommelig wordt”. Daarnaast wordt in de motie nadruk gelegd op de verkeersveilheid, omdat het fietspad in de toekomst nog veel drukker zal worden gebruikt. Voor zover reclamanten doelen op de motie “samenhangende Visie Abtswoudseweg’ zoals aan de orde is geweest in de raadsvergadering van 29 november 2018 wordt opgemerkt dat deze motie is ingetrokken. Het gestelde door reclamanten mist gelet hierop feitelijke grondslag. Geen. Voor het gebied Schieoevers Noord is door Antea Group een milieueffectrapport opgesteld. Onderhavig plan is volgens reclamant ten onrechte buiten het MER-plangebied gehouden, terwijl het alle kenmerken heeft van een pilotproject voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige gebied Schieoevers Noord. Ter onderbouwing citeert reclamant het Planuitwerkingskader (“PUK”) – onderdeel van de anterieure overeenkomst – en hoofdstuk 1 van de toelichting behorende bij onderhavig ontwerpbestemmingsplan. Ook wordt verwezen naar de Gebiedsvisie Schieoevers 2030.

Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 24 maart 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:639), in het specifiek rechtsoverweging 4.6, stelt reclamant dat onderhavige ontwikkeling moet worden gezien als het begin van een stedelijke ontwikkelopgave voor het MER-plangebied van Schieoevers Noord.

Beantwoording

Gelet op de disproportionele bouwhoogte en bouwdichtheid betreft onderhavig ontwikkeling een pilotproject voor het m.e.r.-(beoordelings)plichtige gebied Schieoevers Noord, waardoor ten onrecht geen m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd voor onderhavig plan. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is namens initiatiefnemer door adviesbureau Witteveen en Bos invulling gegeven aan een herijkte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze herijkte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. vervangt de bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegde aanmeldnotitie en beschouwt nadrukkelijker de aspecten van eventuele samenhang en cumulatie met andere projecten.

44

In paragraaf 2.3 van de herijkte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. is uitgebreid toegelicht dat er geen sprake is van samenhang tussen het voornemen en andere projecten in de omgeving. Dit betekent dat er geen sprake is van één activiteit en er daarom ook geen (plan)MER-plicht geldt voor onderhavig bouwplan Verder is, mede gezien het vorenstaande, sprake van een wezenlijke andere situatie als aan de orde in de uitspraak van de Afdeling van 24 maart 2021. Daarbij wordt nog opgemerkt dat voor het project Schieoevers-Noord vorig jaar al het bestemmingsplan is vastgesteld.

In de herijkte aanmeldnotitie is beschreven dat het plan ruim onder de drempelwaarde blijft én dat rekening is gehouden met cumulatie van andere projecten. Relevante projecten zoals Schieoevers Noord en Nieuw Delft zijn daarom meegenomen als onderdeel van de autonome ontwikkeling.

Op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht van het project. Ook aard, plaats, potentiële effecten en cumulatieve effecten (op verkeer, geluid en stikstof) in samenhang beschouwend zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.

Aanpassing

20j

Samenvatting

Kortom: uit de herijkte aanmeldnotitie volgt dat geen sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor dit project, maar kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. beoordeling De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. zoals opgenomen in bijlage 18 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt vervangen door de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. van Witteveen en Bos d.d. 7 december 2022 met als kenmerk 133784/22-017.729. Onderhavig plan is volgens reclamant in strijd met de Beleidsnota Bouwhoogten om de volgende redenen: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12376409/1