CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Zienswijzen - HOEK ABTSWOUDSEWEG ZUIDEINDE

Commissie Ruimte en Verkeer 16 februari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Coördinatieprocedure bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg Zuideinde (nr. 2305049)30.327 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota Zienswijzen Samenvatting en beantwoording zienswijzen

Ontwerpbestemmingsplan ‘Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde’ Ontwerp omgevingsvergunning

Gemeente Delft Ruimte Advies 16 Januari 2023

Inleiding Het bestemmingsplan ‘Hoek Abtswoudseweg – Zuideinde’ heeft betrekking op de locatie aan westzijde van de Schie, op de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde (Panjo-locatie). Beide wegen vormen tevens de zuidelijke en oostelijke plangrens. De overige plangrenzen worden bepaald door de noordelijke perceelsgrens met de bebouwing aan de Hillenlaan en oostelijke perceelsgrens met de bebouwing elders aan de Abtswoudseweg. De planlocatie behoort tot de wijk Delftzicht. Op dit moment is op deze locatie kantoor- en bedrijfsbebouwing aanwezig die als gevolg van de planvorming plaats zal maken voor woningbouw. Ter plaatse wordt voorzien in de realisatie van 120 woningen. Hierbij wordt uitgegaan van 4 woongebouwen bovenop een halfverdiepte parkeerkeergarage met gevarieerde opbouw in bouwhoogten. Bovenop de parkeergarage is voorzien in een groene leeflaag. Hiermee en met het doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit ‘Delftzicht’ tot in het plangebied wordt ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden, een klimaat adaptieve en een biodiverse omgeving. Het bestemmingsplan voorziet in de planologisch-juridische regeling voor de realisatie van dit planvoornemen.

De Nota Zienswijzen bevat de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan “Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde” en de omgevingsvergunning die gecoördineerd ter inzage heeft gelegen met het bestemmingsplan. Vanaf 17 augustus 2021 tot en met 27 september 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpvergunning voor de activiteit bouwen in het kader van de Wro-coördinatieregeling ter inzage gelegen bij de Publieksbalie, Stationsplein 1, op de gemeentelijke

website en op ruimtelijkeplannen.nl (de landelijke voorziening ROonline). Dit is aangekondigd in de krant ‘Delft op zondag’ van 15 augustus 2021 en het Gemeenteblad van 13 augustus 2021. Tevens heeft het concept ontwerpbestemmingsplan – voorafgaand aan de officiële terinzagelegging – voor (belangenbehartigers van) omwonenden ter inzage gelegen bij de Publieksbalie, Stationsplein 1. Omwonenden zijn hierover per e-mail benaderd. Tevens is er op 23 November 2020 een digitaal technisch vragenuur georganiseerd. Hierbij was er een gemeentelijke vertegenwoordiging aanwezig voor het beantwoorden van vragen en het geven van een nadere toelichting. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn géén mondelinge zienswijzen ontvangen. Er zijn 75 schriftelijke zienswijzen binnengekomen, waarvan 1 schriftelijke zienswijze (BMG vastgoed) inmiddels is ingetrokken (in het onderstaande overzicht van ingediende zienswijzen is de intrekking expliciet gemaakt). Voor de telling van het aantal ontvangen zienswijzen is hierbij voorts uitgegaan van 1 schriftelijke zienswijze per reclamant. Door enkele reclamanten zijn meerdere brieven verstuurd (onder andere vanwege adressering aan college of raad). De registratienummers van deze brieven zijn in onderstaand overzicht vermeld en gebundeld per reclamant. De schriftelijke zienswijzen zijn hieronder weergegeven.

De bedrijfsnaam van reclamanten wordt in het overzicht weergegeven. De NAW-gegevens van reclamanten worden niet weergegeven omdat deze beschermd zijn op grond van de Wet bescherming 2

persoonsgegevens. De zienswijzen hebben daarom een nummer gekregen, daarnaast is de datum en het registratienummer weergegeven van de ingekomen reactie. Omdat meerdere reclamanten collectieve zienswijzen hebben ingediend die inhoudelijk overeenkomen, zijn deze eerst afzonderlijk samengevat en beantwoord. Daar waar een reclamant deze zienswijze heeft ingediend wordt dit in de individuele beantwoording vermeld.

Nr. 1

Djuma (registratienummer)

Bedrijfsnaam

4652933

2

4639671 / 4694342

3

4652752

4

4652392

5

4652181

6

4652931

7

4652165

8

4655230/4655239

9

4652928

10

4652398

11

4651643/4652160

12

4652872

Belangenverenigin g TU Noord

Bedrijven Kring Schieoevers (BKS)

Datum brief / Datum ontvangst brief 13-9-2021 / 2409-2021 06-09-2021 / 0709-2021 en 10-09-2021 / 1709-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 22-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 23-09-2021 / 2709-2021 24-09-2021 / 2709-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 24-09-2021 / 2709-2021 13-09-2021 / 2409-2021

13

4652878

14

4652557

15

4647974

16

4652177

17

4652552

18

4652179

19

4652867

20

4652921

21

22

4653391 4651927 / 4651929 / 4653342

23

4652163

24 25

4652169 4645396 / 4645401

26

4651874

27

28

4652870 4643032 / 4643033 / 4645399 /

29 30

4652754 4653520

Buurtvereniging Delfzicht

13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 20-09-2021 / 2009-2021 23-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 22-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 20-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2709-2021 27-09-2021 / 2709-2021 23-09-2021 / 2709-2021 24-09-2021 / 2409-2021 16-09-2021 / 1609-2021 26-09-2021 / 2609-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13 en 16-09-2021 / 13 en 16-092021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 27-

3

31

4652418

32

4652875

33

4652749

34

4652550

35

4652925

36

4646871 / 4694343

37

4651840 / 4651841

38

4653098

39

4652385

40

4652551

41

4652421

42

4640387

43

4652556

44

4652554

45

4651994

46

4651871

47 48

4653390 4652395

09-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 14-09-2021 / 1709-2021 en 14-09-2021 / 1709-2021 23-09-2021 / 2409-2021 27-09-2021 / 2709-2021 13-09-2021 / 2409-2021 17-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 07-09-2021 / 0809-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 27-09-2021 / 2709-2021 26-09-2021 / 2609-2021 13-09-2021 / 2709-2021 13-09-2021 / 24-

49

4652553

50

4641057

51 52

4650569 4651881 / 4651882

53

4653518

54

4650236

55

4653066 / 4653067

56

4652389

57

n.v.t.

58 59

4652167 4651369

60

4643007

61

4653340

62

4643020 / 4643021

63

4652758

64

4653521

65

4652419 4651857 / 4651858

66

09-2021 13-09-2021 / 2409-2021 02-09-2021 / 0209-2021 20-09-2021 / 2209-2021 26-09-2021 / 2609-2021 13-09-2021 / 2709-2021 22-09-2021 / 2209-2021 27-09-2021 / 2709-2021 24-09-2021 / 2409-2021 Zienswijze BMG vastgoed en Borent is ingetrokken

Ingetrokken d.d. 16-11-2022 24-09-2021 / 2709-2021 - / 24-09-2021 13-09-2021 / 1309-2021 25-09-2021 / 2709-2021 13-09-2021 / 1309-2021 13-09-2021 / 2409-2021 / 13-09-2021 / 2709-2021 13-09-2021 / 2409-2021 - / 26-09-2021

4

67

4653386 / 4651886 / 4651887

68

4651866 / 4651867

69

4652380

70

4652420

71

4652756

72

4652422

73

4653388

74

4694345

75

4694346 / 5211230

VVE Schiezicht

26-09-2021 / 2709-2021 25-09-2021 / 2609-2021 23-09-2021 / 2709-2021 13-0-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2409-2021 13-09-2021 / 2709-2021 17-09-2021 / 1709-2021 17-09-2021 / 2009-2021

5

Collectieve Zienswijzen In dit onderdeel zijn de collectieve zienswijzen van de bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord), Belangenvereniging TU Noord alsmede die van Buurtvereniging Delftzicht samengevat en van een reactie voorzien. Hierbij wordt steeds aangegeven of de reactie leidt tot een of meerdere aanpassingen van het bestemmingsplan ‘Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde’. Zienswijze bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan (aangesloten bij Belangenvereniging TU Noord) Nr. a Samenvatting Reclamanten richten zich tegen de omvang van het bouwplan. Reclamanten vinden het bouwplan te massaal. De ‘floor space index’ (fsi) bedraagt circa 2 in een omgeving met een bouwdichtheid van gemiddeld 1,25 fsi. De toename van de bouwdichtheid in het gebied heeft negatieve effecten op de omgeving. Beantwoording Delft heeft enerzijds een grote woningbouwopgave en anderzijds een opgave om de stad meer klimaatadaptief en natuurinclusief te ontwikkelen. Dit betekent dat de ‘floor space index’ in het plangebied kan toenemen in combinatie met een gelijktijdige vergroening van datzelfde plangebied. Het plangebied voor de Hoek Abtswoudseweg Zuideinde is nu feitelijk geheel verhard met bedrijfsbebouwing en bijbehorende terreinverhardingen.

Als gevolg van deze planontwikkeling, waarbij zowel wordt ingezet op ‘verdichten’ als ‘vergroenen’, zal de oppervlakte aan verhardingen ten opzichte van de bestaande situatie afnemen. De planontwikkeling gaat hierbij uit van 4 woongebouwen bovenop een halfverdiepte parkeerkeergarage met gevarieerde opbouw in bouwhoogten. Bovenop de parkeergarage is voorzien in een groene leeflaag. Hiermee en met het doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit ‘Delftzicht’ tot in het plangebied wordt ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden, een klimaat adaptieve en een biodiverse omgeving. Relevant voor deze ontwikkeling is dat inmiddels het gemeentelijke beleid 'Kader natuurinclusief bouwen en ontwikkelen' en het gemeentelijk beleidskader ‘Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkelingen en herstructurering’ geldend is. Wanneer naar voornoemd beleidskader wordt gekeken, maar ook naar de ontvangen zienswijzen, dan moet worden vastgesteld dat maatregelen die zien op klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen die nu al onderdeel vormen van het voornemen beter dienen te worden geborgd. In dit verband wordt in onderstaande aanpassingen voorzien.

Daarnaast is hierbij door voortschrijdend inzicht op grond van het hier genoemde beleidskader sprake van een noodzaak tot het treffen van aanvullende maatregelen die verder bijdragen aan het natuurinclusief en klimaatadaptief ontwikkelen. De hierop betrekking hebbende aanpassingen zijn in hieronder vermeld. Als gevolg van het treffen én borgen van de natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen, zijn er vanuit het oogpunt van de bouwdichtheid géén onevenredig negatieve effecten te verwachten op de omgeving. Aanpassing

1. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt voorzien in een aanvulling van de beschrijving van het gemeentelijke beleidskader door een paragraaf in te voegen ten aanzien van natuurinclusief bouwen en

6

een paragraaf in te voegen ten aanzien van klimaatadaptief bouwen. Betreffende paragrafen worden ingevoegd, onder hernummering van overige paragrafen, in de paragrafen 3.4.7 en 3.4.8 van de toelichting. 2. In artikel 4.2 van de planregels wordt bij gewijzigde vaststelling voorzien in de navolgende geel gearceerde aanpassingen en aanvullingen:

4.2 Nadere detaillering bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1: 4.2.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging en beheersmaatregelen grondwater De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend voor wonen worden gebruikt, mits uiterlijk ten tijde van ingebruikname van het laatst gerealiseerde woonblok van het appartementengebouw ten behoeve van wonen: a. een waterberging van 496 m3 is gerealiseerd, instand wordt gehouden en te allen tijde effectief beschikbaar wordt gehouden; b. de beheersmaatregelen, als bedoeld in paragraaf 3.3 van Bijlage 2 Beheersmaatregelen grondwater, zijn gerealiseerd en instand worden gehouden; De onder a en b genoemde verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning.

4.2.2 Voorwaardelijke verplichting natuurinclusieve bouw a. De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits uiterlijk ten tijde van ingebruikname van het laatst gerealiseerde woonblok van het appartementengebouw ten behoeve van wonen maatregelen in het kader van een natuurinclusieve bouw zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen bij deze regels; b. Het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat andere natuurinclusieve maatregelen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden welke een ecologisch gelijkwaardig alternatief vormen voor de in Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen bij deze regels genoemde maatregelen en ook met deze alternatieve natuurinclusieve maatregelen de minimaal benodigde aantal punten per onderdeel wordt behaald; c. De onder a genoemde verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning.

7

4.2.3

Voorwaardelijke verplichting: inrichtingsplan buitenruimte

a. De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits uiterlijk ten tijde van ingebruikname van het laatst gerealiseerde woonblok van het appartementengebouw ten behoeve van wonen de inrichtingsmaatregelen van de buitenruimte (niet zijnde een privétuin behorend tot een woning), als bedoeld in Bijlage 3 Inrichtingsplan buitenruimte, voorzover deze betrekking hebben op beplanting en voorzover gelegen binnen het plangebied zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden; b. het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat de in Bijlage 3 Inrichtingsplan buitenruimte opgenomen beplanting, voorzover gelegen binnen het plangebied, op alternatieve posities worden gerealiseerd en in stand worden gehouden en ook met deze alternatieve posities van de beplanting sprake is van een kwalitatief gelijkwaardige inrichting van de buitenruimte; c.

b

Samenvatting

Beantwoording

De onder a genoemde verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning.

3. In de bijlagen van de regels wordt, in het verlengde van de wijzigingen in de planregels als bedoeld onder punt 2, voorzien in de toevoeging van een ‘Bijlage 3 inrichtingsplan buitenruimte’ en een ‘Bijlage 4 natuurinclusieve maatregelen’. Reclamanten zijn van oordeel dat het bouwplan in strijd is met de beleidsnota ‘Bouwhoogten Delft 2005’. Het plangebied ligt op grond van de beleidsnota ‘Bouwhoogten Delft 2005’ in een ‘consolidatiegebied’, waarbinnen bouwplannen dienen te passen ‘in het verhaal van de stedenbouwkundige opzet’ van het gebied. De maximale bouwhoogte moet beperkt blijven tot tweemaal de gemiddelde hoogte in het gebied. Dit houdt volgens reclamanten in dat in het plangebied maximaal 8 bouwlagen (25 meter) toelaatbaar zijn. Het bouwplan is in alle opzichten in strijd met deze randvoorwaarden uit de beleidsnota ‘Bouwhoogten Delft 2005’. De maatvoering van het bouwplan wijkt beduidend af van de verkavelingsopzet van de wijk (zelfs de Laan van Braat blijft een doodlopende straat). Bovendien is de maximale bouwhoogte van het bouwplan geen 25 meter, maar 32 meter. In 2005 is de nota “Beleidsnota Bouwhoogten Delft” vastgesteld. De nota is bedoeld als leidraad om bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging te kunnen maken over bouwhoogte en schaal. In de nota zijn voor gebieden indicatieve hoogten opgenomen.

De nota gaat er vanuit dat de maximale hoogte wordt bepaald bij de totstandkoming van bestemmingsplannen. Als hulpmiddel is daarvoor een onderzoeksmethode in de nota opgenomen. Daarnaast bevat de nota algemene aandachtspunten en een indeling in gebieden. In paragraaf 3.4.3 van de plantoelichting is nader ingegaan op de gebiedsindeling en gebiedstypering, de beschouwing van Delftzicht en bestaande bouwhoogten en de beschouwing van bouwhoogten in het plangebied. Deze beschouwingen worden

8

Aanpassing C

Samenvatting

D

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

hierbij als herhaald en ingelast beschouwd. Geconcludeerd moet worden dat hoogbouw een manier is om de schaarse grond in de stad zo optimaal te gebruiken en bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van Delft als compacte stad. De planontwikkeling draagt op een positieve manier bij aan de verdere ontwikkeling van Delft als compacte stad en geeft verdere invulling aan de positie van Delftzicht als verbinding met andere stadsdelen. De wijk Delftzicht is opgebouwd uit bebouwing in 2, 3, 4, 5 en 7 bouwlagen en er is één gebouw van 10 lagen. Enerzijds is samenhang gezocht met het eerder gebouwde woongebouw aan het Delftzichtplein en anderzijds is een accentuering gemaakt langs het waterfront van de Schie en op het kruispunt van de lange lijnen Schie en de verbindingsroute tussen de westelijke woongebieden en de TU-campus. Hierbij wordt een hogere bebouwing toegelaten dan 25 meter voor één van de stedenbouwkundige accenten binnen het plangebied aan de Schiezijde, waarvoor de Nota Bouwhoogten Delft bij een planuitwerking ruimte laat en waarvoor geldt dat deze stedenbouwkundig aanvaardbaar is. Dit zonder afbreuk te doen aan het silhouet van de stad, zonder onaanvaardbare effecten op de directe omgeving en op een wijze (door de variatie in bouwhoogtes) die de beeldkwaliteit van de locatie en het waterfront aan de Schie ten goede komt. Geen.

Gelet op de hoogte en de omvang van het bouwplan, past het bouwplan ook niet in de omgeving volgens reclamanten. Reclamanten verwijzen hiervoor naar de artist impression. De raad kiest in dit geval voor een lompe galerijflat van tienbouwlagen, meer dan het dubbele van de omringende bebouwing. Zie hiervoor de beantwoording als bedoeld onder b. Geen. Het plan is volgens reclamanten in strijd met provinciale regels over ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving, in het bijzonder uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland (paragraaf 6.2.2, artikel 6.9, eerste lid, onder c). Met onderhavig plan is immers sprake van een transformatie van het gebied. De Omgevingsverordening Zuid-Holland stelt “Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door […] een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart [.”.]". Aan deze eis wordt volgens reclamanten niet voldaan. Inmiddels is de provinciale omgevingsverordening herijkt.

Voor de vaststelling van het bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg – Zuideinde is de geconsolideerde omgevingsverordening Zuid-Holland d.d. 25 oktober 2022 relevant. De plantoelichting van het bestemmingsplan wordt in het kader van de vaststelling herijkt, zodat de verantwoording ten opzichte van het provinciaal beleid is afgestemd op de redactie van de geconsolideerde omgevingsverordening d.d. 25 oktober 2022. De instructieregel als bedoeld in het ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan geldende artikel 6.9, eerste lid, onder c is inmiddels in de geconsolideerde omgevingsverordening ondergebracht in artikel 6.9, vijfde lid, onder c. Aan deze bepaling wordt niet toegekomen nu bij deze ontwikkeling sprake is van ‘inpassen’ in plaats van ‘transformeren’ als bedoeld in de omgevingsverordening. In het kader van de toetsing aan artikel 6.9 van de omgevingsverordening is van belang om vast te stellen dat de ruimtelijke kwaliteit met de onderhavige

9

ontwikkeling ten opzichte van de feitelijke situatie per saldo verbeterd (en blijft derhalve vanuit het oogpunt van artikel 6.9 lid 1 per saldo tenminste gelijk). Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is beschouwd in de paragrafen 2.1, 2.2 en 3.4.3 van de plantoelichting. Van belang hierbij is dat bij deze ruimtelijke ontwikkeling sprake van een gecoördineerde Wro procedure met het bouwplan. Het bouwplan is hierbij beoordeeld door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en is voorzien van een positief advies. Gelet op het feit dat de inrichting van de buitenruimte, overeenkomstig het inrichtingsplan buitenruimte, in belangrijke mate bijdraagt aan de te realiseren ruimtelijke kwaliteit is in dit bestemmingsplan voorzien in een voorwaardelijke verplichting voor realisatie en instandhouding van de buitenruimte overeenkomstig het inrichtingsplan buitenruimte. Hiervoor wordt verwezen naar het bovenaangehaalde nieuwe artikel 4.2.3 en Bijlage 3 Inrichtingsplan buitenruimte als nieuwe bijlage bij de planregels. De realisatie en instandhouding van de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit van het planvoornemen, is hiermee geborgd.

Aanpassing

e

Samenvatting

Beantwoording

In dit verband wordt verder verwezen naar de nieuw op de geconsolideerde provinciale omgevingsvisie afgestemde paragraaf 3.2.2 van de plantoelichting waarin is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij de inpassing van onderhavige ruimtelijke ontwikkeling horen. Hierbij geldt als conclusie dat aan de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit wordt voldaan. De realisatie van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie inpassing. De realisatie van 120 woningen in het bestaand stads- en dorpsgebied sluit aan bij een omliggende woonomgeving en voegt zich in de bestaande stedelijke structuur. De ontwikkeling past binnen de te behouden en te versterken ruimtelijke kwaliteit, door de bestaande ruimte beter te benutten. • De paragrafen 3.2.2. en 3.2.3 van de plantoelichting zijn aangepast en afgestemd op respectievelijk de geconsolideerde provinciale omgevingsvisie d.d. 25 oktober 2022 en de geconsolideerde provinciale omgevingsverordening d.d. 25 oktober 2022. • Aanpassingen in de planregels en bijlagen bij de planregels worden doorgevoerd overeenkomstig de beschrijving van aanpassingen als bedoeld onder punt a.

Volgens reclamanten dient op basis van het beleid ‘Delfts Doen’ het participatieproces volledig te zijn, en dient de ontwikkelaar alle knelpunten in beeld te brengen en dit openlijk met de omgeving te bespreken. Reclamanten stellen dat bewoners niet vanaf het begin bij de planvorming zijn betrokken en voelen zich niet voldoende ondersteund door de gemeente. Daarmee wordt niet voldaan aan de beleidsnota’s ‘Delfts Doen’ en voorloper ‘Beginspraak’, die voorschrijven dat de omgeving vanaf de start wordt betrokken en dat er een eindverslaglegging komt van het participatieproces die wordt rondgestuurd. Dit verslag is niet bekend bij de bewoners en ligt niet als onderdeel van de planstukken ter inzage. Gedurende de planvorming heeft op meerdere momenten en ten aanzien van meerdere aspecten die betrekking hebben op de planvorming zowel vanuit de ontwikkelaar als vanuit de gemeente participatie plaatsgevonden. Zo zijn in 2018 door de projectontwikkelaar meerdere participatiemomenten voor omwonenden en buurtverenigingen georganiseerd, is sinds 2019 tot heden zes-wekelijks overleg met de buurtvereniging over de voortgang van het project, is alle projectdocumentatie aan buurtbewoners geleverd en zijn meerdere

10

f

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

g

Aanpassing Samenvatting

beeldvormende avonden geweest. Ook is door middel van workshops met omwonenden in 2022 de openbare ruimte verder vormgegeven. Er zijn door de participatie met omwonenden aanpassingen doorgevoerd in het plan (waaronder begrepen de opbouw van bouwhoogte van gebouwen vanuit de Laan van Braat en een tweezijdige ontsluiting van het plangebied). Daarnaast heeft het concept ontwerpbestemmingsplan – voorafgaand aan de officiële terinzagelegging – voor omwonenden ter inzage gelegen aan de Publieksbalie, Stationsplein 1. Omwonenden zijn hierover per mail geïnformeerd. De resultaten zijn vervat in de bijlage ‘Nota wettelijk vooroverleg en participatie’ zoals opgenomen in de bijlagen bij de plantoelichting. Met deze participatiemomenten en ter inzage legging kent dit project een uitgebreider participatieproces dan bij een reguliere bestemmingsplanprocedure. Geen. Het bouwplan moet zich, conform het planuitwerkingskader, verhouden tot het stedenbouwkundige plan van Delftzicht. Dit plan is gebaseerd op de oorspronkelijke slotenverkaveling. Uitgangspunt was om bij latere nieuwbouw, waar zich de mogelijkheid voordoet (het plan Zuideinde dus) dit verkavelingssysteem voort te zetten. Met het planuitwerkingskader is voorzien in een richting voor planuitwerking waarvan bij een planuitwerking kan worden afgeweken.

Uiteindelijk is het plan, zoals dat nu voorligt, beoordeeld op ruimtelijke aanvaardbaarheid. Met het plan wordt invulling gegeven aan het doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit ‘Delftzicht’ tot in het plangebied, waarbij is ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden en een klimaat adaptieve en een biodiverse omgeving. De planontwikkeling gaat hierbij uit van 4 woongebouwen bovenop een halfverdiepte parkeerkeergarage met gevarieerde opbouw in bouwhoogten. Deze ruimtelijke opzet geeft invulling aan de opgaven waar Delft voor staat en wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht. Geen. Reclamanten uiten hun zorgen over de gevolgen van het planvoornemen voor de verkeersveiligheid. Onderhavige ontwikkeling heeft namelijk een grote verkeersaantrekkende werking. Naast een toename aan personenauto’s zal dagelijks sprake zijn van een groot aantal bestel- en vrachtwagens van bezorgdiensten, verhuiswagens, onderhoudsvoertuigen, vuilniswagens, etc. Dit leidt tot een toename van de verkeersonveiligheid voor de omgeving. Daarnaast heeft het Zuideinde (als drukste fietsroute van Delft) al te maken met een hoge verkeersdruk ten aanzien van het fietsverkeer. Tevens staat het ontwerp op gespannen voet met de ontwerpcriteria voor een hoofdfietsroute. Hierdoor is de gekozen in- en uitrit van autoverkeer onwenselijk en onveilig.

Een alternatieve, tweede in- en uitrit moet worden uitgewerkt en het plan zal op dit punt moeten worden aangepast. Reclamanten stellen voor om de tweede in- en uitrit aan de Abtswoudseweg te situeren, zo ver mogelijk vanaf de kruising met het Zuideinde. De Abtswoudseweg is namelijk onlangs gewijzigd in een fietsstraat met groenstroken en verbreed waardoor extra ruimte voor verkeer en groen is ontstaan, en er is sprake van lagere intensiteit van fietsverkeer (en neemt mogelijk nog verder af als gevolg van de realisatie van de Gelatinebrug).

Beantwoording

De conclusie van de verkeerskundige beoordeling, onderschreven door een verkeersexpert, is dat de verkeersonderdelen van het plan niet voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Reclamanten verzoeken betere oplossingen voor het verkeer te onderzoeken en pas te besluiten na dit onderzoek. Voor dit bestemmingsplan is een verkeerskundige analyse uitgevoerd. In het verlengde van de in de zienswijze geuite zorgen, is bezien in hoeverre de verkeerskundige analyse representatief is voor de beschouwing van een

11

worstcase situatie ten aanzien van effecten op de verkeerskundige afwikkeling en of bijstelling noodzakelijk is. Hieruit is gebleken dat voor de effectbeschouwingen voor de maximale verkeersgeneratie een nog meer worstcase scenario tot uitgangspunt kon worden genomen. Koopappartementen genereren in beginsel meer auto verkeersbewegingen dan huurappartementen. In verband met het vorenstaande is de verkeerskundige analyse bijgesteld en is nader beschouwd wat de effecten zijn voor de verkeersafwikkeling indien wordt uitgegaan van een volledige invulling van het planvoornemen met koopappartementen. Volgens het CROW geldt voor fietsstraten met een gemengd profiel (zoals het Zuideinde en Abtswoudseweg) en bij een fietsintensiteit van meer dan 1.000 fietsers per etmaal, dat de intensiteit aan autoverkeer maximaal 2.500 motorvoertuigen per etmaal mag zijn. Voor het Zuideinde (waaraan één van de twee ontsluitingen van het plangebied is gelegen) geldt - uitgaande dat 100 procent van het plangebonden verkeer op basis van 100% koopappartementen (overschatting) gebruik zou maken van deze ontsluiting - dat sprake is van maximaal 1350 motorvoertuigen per etmaal. Aan de CROW richtlijn wordt derhalve voldaan.

Voor wat betreft de ontsluitingen in het plangebied is voorts in de plantoelichting op grond van de resultaten van de verkeerskundige analyse het volgende opgenomen: ‘Na meerdere participatieavonden met omwonenden en andere belanghebbenden is ervoor gekozen om het plan op twee manieren te ontsluiten. De eerste ontsluiting bevindt zich aan de westzijde en leidt via de Laan van Braat. De tweede ontsluiting bevindt zich aan de oostzijde en sluit aan op het Zuideinde. Voor beide ontsluitingen geldt, dat deze in twee richtingen te berijden zijn. Hierbij wordt wel opgemerkt, dat de ontsluiting op het Zuideinde een smaller profiel heeft. Op basis van de voor deze aansluiting uitgevoerde verkeerstechnische analyse zal ter plaatse van de doorgang worden voorzien in signalering met verkeerslichten. Deze verkeerslichten regelen het inrijdend en uitrijdend verkeer van en naar het Zuideinde. Voorzien zal worden in voldoende opstelruimte voor een voertuig vanaf het Zuideinde dat in incidentele gevallen moet wachten op van het plan uitrijdend verkeer. De doorgang van het overige verkeer op het Zuideinde wordt daarmee niet gefrustreerd. De verkeersruimte binnen de planlocatie is voldoende ruim om verkeer in beide richtingen te kunnen afwikkelen en te laten manoeuvreren.

De planlocatie is goed bereikbaar voor hulpdiensten en in het plangebied is voorzien in een opstelplaats voor afvalcontainers. Deze opstelplaats is benaderbaar via de Laan van Braat. Voor een goede afwikkeling van het bestemmingsvrachtverkeer is in dit verband binnen het plangebied voorzien in een keermogelijkheid ter plaatse van de groenstrook aan de westzijde van het plangebied.’ Uit de herijkte verkeerskundige analyse (die in het verlengde staat van de doorrekening van 100% koopappartementen) vloeit niet voort dat voor wat betreft een veilige verkeerskundige afwikkeling naar andere oplossingen moet worden gezocht. Een alternatieve ontsluiting van het plangebied via de Abtswoudseweg wordt hierbij niet voorgestaan, omdat dit ten koste zou gaan van de aanleg van groen en klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Kortom van een verkeersonveilige situatie is geen sprake. Daarnaast is de voorgestane oplossing ook in

12

overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Aanpassing

h

Samenvatting

Beantwoording

i

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

j

Aanpassing Samenvatting

•

De verkeerskundige analyse die als bijlage bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd wordt vervangen door een versie waarin is doorgerekend wat de toename van het verkeer is uitgaande van 100% koopappartementen; • De toelichting op het onderdeel verkeer en parkeren, zoals opgenomen in paragraaf 4.5 van de plantoelichting, wordt bijgesteld aan de hand van gewijzigde verkeersgeneratiecijfers; • De aangepaste verkeersgeneratiecijfers leiden mede tot aanpassing van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, de invoeging van een gevelweringsonderzoek geluidhinder voor maatgevende woningen aan de Laan van Braat, aanpassing van het stikstofdepositieonderzoek en aanpassing van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. alsmede doorvertaling van de resultaten van de herijkte rapportages in de toelichting. Reclamanten stellen dat er geen sprake is van borging van groen in de regels van het bestemmingsplan (zoals wel het geval is voor waterberging). De planvoorschriften voor het groen dat voorzien is volgens de tekeningen laten ruimte om een niet-groene invulling aan deze bestemming te geven. Deze opmerking is terecht. De realisatie en instandhouding van beplanting wordt bij vaststelling alsnog geborgd. Zie hiervoor de beantwoording en aanpassingen zoals aangehaald onder punt a. Zie de aanpassingen zoals aangehaald onder punt a.

Er zijn geen voorschriften over natuurinclusief bouwen opgenomen in het plan, waarvoor wel in gemeentelijk beleid eisen worden gesteld (Kader Natuurinclusief Bouwen). Reclamanten vragen of de raad bereid is het plan alsnog op zodanige wijze aan te passen dat planregels worden opgenomen die groen en natuurinclusief bouwen borgen. Deze opmerking is terecht. Bij gewijzigde vaststelling wordt alsnog voorzien in de borging van realisatie en instandhouding van natuurinclusieve maatregelen. Zie de aanpassingen zoals aangehaald onder punt a. Zie de aanpassingen zoals aangehaald onder punt a. Uit diverse studies door DP6 architectuurstudio en door een stedenbouwkundige die namens de bewoners een alternatief plan heeft voorbereid, blijkt dat er wel degelijk een haalbaar en passend plan is te realiseren dat wél voldoet aan alle geldende randvoorwaarden en uitgangspunten uit gemeentelijk beleid. Reclamanten vragen of de raad bereid is het college te verzoeken de haalbaarheid van een alternatief plan dat beter aansluit op de omgeving serieus na te gaan, en na te gaan wat het draagvlak voor onderhavig plan en het alternatief plan is in de omgeving. In het kader van het voornemen van de gemeente Delft om in de geest van de Omgevingswet te werken, betekent dit volgens reclamanten ook dat de redelijke voorstellen vanuit de omgeving aandacht moeten krijgen.

In onderstaande afbeeldingen is het ingebrachte planalternatief verbeeld.

13

Beantwoording

Vastgesteld moet worden dat het voorliggende planalternatief niet geheel te beoordelen is. Het planalternatief wordt enkel voorzien van aanzichten. Op grond van het gestelde in de zienswijze alsmede de aangereikte aanzichten is niet te beoordelen of er in het planalternatief een programma met gelijkwaardige omvang wordt voorgesteld. Dit is een belangrijk aspect, omdat de economische uitvoerbaarheid van het planalternatief hiermee nu niet op realiteit kan worden ingeschat. Daarnaast kan op deze manier niet worden ingeschat of met het planalternatief een vergelijkbare bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave en kan niet worden ingeschat of gelijkwaardige klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen kunnen worden gerealiseerd teneinde aan geldend gemeentelijk beleid te voldoen. Voor zover het ingebrachte planalternatief wel beoordeelbaar is, zijn in onderstaande de sterke en minder sterke punten van het planalternatief beschouwd. Het voorliggende planalternatief heeft een aantal kenmerken die vergelijkbaar zijn met de gekozen uitgangspunten. Zo wordt een accent op de hoek Zuideinde – Abtswoudseweg voorgesteld. Weliswaar gaat het planalternatief uit van 8 lagen, maar het verschil tussen 8 lagen of 10 lagen met een set-back is niet dermate zwaarwegend dat

14

daardoor een volledig andere kwaliteit van de planuitwerking in zijn omgeving ontstaat. De beschrijving bij het planalternatief suggereert verder dat het plan zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde een zichtlijn blokkeert. Voorzover dit aan de orde is geldt hierbij echter eveneens dat die zichtlijn er nu ook niet is. Omdat zoals hierboven vermeld een plattegrond of situatie van het planalternatief ontbreekt, is niet te zien hoe daar met die zichtlijn is omgegaan noch wat dat betekent voor programma en maatvoering van woningen. Sterke punten van het planalternatief: • Een hoogteaccent benadrukt de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde Daarmee wordt tevens de kruising met de Schie benadrukt. Hierin is het alternatief enigszins vergelijkbaar met het voorliggende plan. • Aan Schiezijde is een slanker hoekaccent en een trapsgewijze afbouw naar bestaande bebouwing aan het Zuideinde. Hierin is het alternatief subtieler dan het bestaande plan. Minder sterke punten van het planalternatief: • Door geleidelijke massaopbouw naar de hoek aan de Abtswoudseweg toont het gebouwencomplex aan de Abtswoudseweg nogal zwaar ofwel massaal. Het alternatief verdeelt de massa anders dan het voorliggende plan en mist de inkijk naar het binnenterrein. Door de hogere bebouwing langs de Abtswoudseweg is er mogelijk meer schaduwwerking op bestaande woningen.

• Doordat geen situatie- of plattegrondtekening is meegegeven en daardoor ook geen achterliggend gebied getekend is, is onduidelijk wat nu precies het plan is. Het is in belangrijke mate niet beoordeelbaar. • Mede daardoor is het onduidelijk of er een semi openbaar binnengebied is van een gelijksoortige kwaliteit als het voorliggende plan.

Aanpassing

Een en ander leidt tot de conclusie dat het ingebrachte planalternatief, voorzover dat betrekking heeft op het programma, niet geheel te beoordelen is. Om deze reden kan dit niet in aanmerking worden genomen als een reëel planalternatief en leidt het niet tot een heroverweging ten aanzien van het planvoornemen. Geen.

Zienswijze Belangenvereniging TU Noord (NB komt inhoudelijk grotendeels overeen met collectieve zienswijze 1, een kleine aanvulling heeft betrekking op het onderdeel participatie) Nr. a Samenvatting Reclamanten richten zich tegen de omvang van het bouwplan. Reclamanten vinden het bouwplan te massaal. De ‘floor space index’ (fsi) bedraagt circa 2 in een omgeving met een bouwdichtheid van gemiddeld 1,25 fsi. De toename van de bouwdichtheid in het gebied heeft negatieve effecten op de omgeving. Beantwoording Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt a. Aanpassing Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder a. b Samenvatting Reclamanten zijn van oordeel dat het bouwplan in strijd is met de beleidsnota ‘Bouwhoogten Delft 2005’. Het

15

Beantwoording Aanpassing c

Samenvatting

d

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

e

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

plangebied ligt op grond van de beleidsnota ‘Bouwhoogten Delft 2005’ in een ‘consolidatiegebied’, waarbinnen bouwplannen dienen te passen ‘in het verhaal van de stedenbouwkundige opzet’ van het gebied. De maximale bouwhoogte moet beperkt blijven tot tweemaal de gemiddelde hoogte in het gebied. Dit houdt volgens reclamanten in dat in het plangebied maximaal 8 bouwlagen (25 meter) toelaatbaar zijn. Het bouwplan is in alle opzichten in strijd met deze randvoorwaarden uit de beleidsnota ‘Bouwhoogten Delft 2005’.De maatvoering van het bouwplan wijkt beduidend af van de verkavelingsopzet van de wijk (zelfs de Laan van Braat blijft een doodlopende straat). Bovendien is de maximale bouwhoogte is het bouwplan geen 25 meter, maar 32 meter. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt b. Geen. Gelet op de hoogte en de omvang van het bouwplan, past het bouwplan ook niet in de omgeving volgens reclamanten. Reclamanten verwijzen hiervoor naar de artist impression. De raad voor een lompe galarijflat van tienbouwlagen, meer dan het dubbele van de omringende bebouwing. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt b. Geen.

Het plan is volgens reclamanten in strijd met provinciale regels over ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving, in het bijzonder uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland (paragraaf 6.2.2, artikel 6.9, eerste lid, onder c). Met onderhavig plan is immers sprake van een transformatie van het gebied. De Omgevingsverordening Zuid-Holland stelt "Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door [...] een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart [...]". Aan deze eis wordt volgens reclamanten niet voldaan. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt d. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder d. Volgens reclamanten dient op basis van het beleid ‘Delfts Doen’ het participatieproces volledig te zijn, en dient de ontwikkelaar alle knelpunten in beeld te brengen en dit openlijk met de omgeving te bespreken.

Reclamanten stellen dat bewoners niet vanaf het begin bij de planvorming zijn betrokken en voelen zich niet voldoende ondersteund door de gemeente. Daarmee wordt niet voldaan aan de beleidsnota’s ‘Delfts Doen’ en voorloper ‘Beginspraak’, die voorschrijven dat de omgeving vanaf de start wordt betrokken en dat er een eindverslaglegging komt van het participatieproces die wordt rondgestuurd. Dit verslag is niet bekend bij de bewoners en ligt niet als onderdeel van de planstukken ter inzage. Reclamant geeft aan de (beantwoording van) reacties op het concept ontwerpbestemmingsplan niet als voorwaardige vorm van inspraak te beschouwen. Reclamant heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een reactie op het concept ontwerpbestemmingsplan, omdat het plan niet aan de insprekers ter hand kon worden gesteld (slechts op afspraak en onder toezicht in te zien bij de publieksbalie op een beeldscherm). De “Nota wettelijk vooroverleg en participatie” verdient volgens reclamant dan ook niet deze naam, omdat bewust vergaande beperkingen zijn opgelegd aan de mogelijkheid tot inspraak. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder punt e. In aanvulling hierop is

16

f

Aanpassing Samenvatting

g

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

de reactie ten aanzien van de wijze van raadplegen van het concept ontwerpbestemmingsplan, vooruitlopend op de formele procedure, zoals opgenomen in de Nota wettelijk vooroverleg en participatie onverkort van toepassing. Deze reactie is hierna nog een keer verwoord. Vanuit de gemeente Delft is ervoor gekozen om het concept ontwerp bestemmingsplan op genoemde wijze aan (belangenbehartigers van) bewoners in de omgeving van het plangebied aan te bieden. Een en ander in combinatie met een overleg waarin de gelegenheid bestond om technische vragen te stellen. De wijze van aanbieden van de stukken, voorafgaand aan de formele procedure, hield verband met het feit dat het concept ontwerp weliswaar ambtelijk, maar nog niet bestuurlijk was vrijgegeven voor een formele planprocedure. Normaliter wordt na een participatiefase enkel het wettelijk vooroverleg doorlopen, waarna de formele procedure wordt ingezet (zienswijzenprocedure ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan). In dit geval is ervoor gekozen om nog de gelegenheid te geven voor informele reacties op een concept. Hiermee is gehoor gegeven aan een uitdrukkelijk verzoek vanuit (belangenbehartigers van) bewoners uit de omgeving.

Uit de reactie kunnen wij herleiden dat het, ondanks ervaren ongemakken tijdens de raadpleging, voor u mogelijk is geweest om voor deze fase van de planvorming (voorafgaand aan de formele procedure) afdoende kennis te kunnen nemen van de materie. Geen. Het bouwplan moet zich, conform het planuitwerkingskader, verhouden tot het stedenbouwkundige plan van Delftzicht. Dit plan is gebaseerd op de oorspronkelijke slotenverkaveling. Uitgangspunt was om bij latere nieuwbouw, waar zich de mogelijkheid voordoet (het plan Zuideinde dus) dit verkavelingssysteem voort te zetten. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder f. Geen. Reclamanten uiten hun zorgen over de gevolgen van het planvoornemen voor de verkeersveiligheid. Onderhavige ontwikkeling heeft namelijk een grote verkeersaantrekkende werking. Naast een toename aan personenauto’s zal dagelijks sprake zijn van een groot aantal bestel- en vrachtwagens van bezorgdiensten, verhuiswagens, onderhoudsvoertuigen, vuilniswagens, etc. Dit leidt tot een toename van de verkeersonveiligheid voor de omgeving. Daarnaast heeft het Zuideinde (als drukste fietsroute van Delft) al te maken met een hoge verkeersdruk ten aanzien van het fietsverkeer. Tevens staat het ontwerp op gespannen voet met de ontwerpcriteria voor een hoofdfietsroute.

Hierdoor is de gekozen in- en uitrit van autoverkeer onwenselijk en onveilig. Een alternatieve, tweede in- en uitrit moet worden uitgewerkt en het plan zal op dit punt moeten worden aangepast. Reclamanten stellen voor om de tweede in- en uitrit aan de Abtswoudseweg te situeren, zo ver mogelijk vanaf de kruising met het Zuideinde. De Abtswoudseweg is namelijk onlangs gewijzigd in een fietsstraat met groenstroken en verbreed waardoor extra ruimte voor verkeer en groen is ontstaan, en er is sprake van lagere intensiteit van fietsverkeer (en neemt mogelijk nog verder af als gevolg van de realisatie van de Gelatinebrug).

Beantwoording

De conclusie van de verkeerskundige beoordeling, onderschreven door een verkeersexpert, is dat de verkeersonderdelen van het plan niet voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Reclamanten verzoeken betere oplossingen voor het verkeer te onderzoeken en pas te besluiten na dit onderzoek. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g.

17

h

Aanpassing Samenvatting

i

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

j

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g. Reclamanten stellen dat er geen sprake is van borging van groen in de regels van het bestemmingsplan (zoals wel het geval is voor waterberging). De planvoorschriften voor het groen dat voorzien is volgens de tekeningen laten ruimte om een niet-groene invulling aan deze bestemming te geven. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder h. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder h. Er zijn geen voorschriften over natuurinclusief bouwen opgenomen in het plan, waarvoor wel in gemeentelijk beleid eisen worden gesteld (Kader Natuurinclusief Bouwen). Reclamanten vragen of de raad bereid is het plan alsnog op zodanige wijze aan te passen dat planregels worden opgenomen die groen en natuurinclusief bouwen borgen. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder i. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder i Uit diverse studies door DP6 architectuurstudio en door een stedenbouwkundige die namens de bewoners een alternatief plan heeft voorbereid, blijkt dat er wel degelijk een haalbaar en passend plan is te realiseren dat wél voldoet aan alle geldende randvoorwaarden en uitgangspunten uit gemeentelijk beleid.

Reclamanten vragen of de raad bereid is het college te verzoeken de haalbaarheid van een alternatief plan dat beter aansluit op de omgeving serieus na te gaan, en na te gaan wat het draagvlak voor onderhavig plan en het alternatief plan is in de omgeving. In het kader van het voornemen van de gemeente Delft om in de geest van de Omgevingswet te werken, betekent dit volgens reclamanten ook dat de redelijke voorstellen vanuit de omgeving aandacht moeten krijgen.

18

Beantwoording Aanpassing

Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder j Geen.

Zienswijze Buurtvereniging Delftzicht Nr. a Samenvatting Reclamanten richten zich tegen de omvang van het bouwplan. Met vaststelling van dit bestemmingsplan kiest de raad voor een galerijflat van tien bouwlagen, meer dan het dubbele van de omringende bebouwing. Het bouwplan past daarmee niet in de omgeving, terwijl dit op grond van (a) het Plan Uitgangspunten Kader, (b) de Beleidsnota Hoogbouwhoogten Delft uit 2005 en (c) de Omgevingsvisie Zuid-Holland van 1 april 2019 wel is vereist: a. Het bouwplan wijkt af van de stedenbouwkundige opzet van de wijk Delftzicht, die gekenmerkt wordt door straten en open bouwblokken, die de historische slotenverkaveling volgen. Het Plan Uitgangspunten Kader (PUK), versie 008 uit november 2018, vereist dit heel duidelijk in essentie 1, pagina 8. b. In het PUK 008 wordt verwezen naar de Beleidsnota Hoogbouwhoogten Delft uit 2005, waarin Delftzicht wordt onderscheiden als “consolidatiegebied”. Vanuit dit gegeven wordt vereist dat het bouwplan past in het stedenbouwkundige verhaal van de wijk. Het bouwplan bestaat, in contrast hiermee, juist uit vier dikke alzijdige blokken op een half-verhoogd dek met daaronder een parkeergarage. Geen doorlopend stratenpatroon en dus geen zichtlijn naar de Schie, geen levendige maar een dichte plint van 1,5 meter hoog.

De centrale groenstrook door de wijk wordt weliswaar doorgetrokken tot de Abtswoudseweg maar bruut onderbroken door een toegangsweg naar de parkeergarage met een keergelegenheid voor vrachtwagens. c. De Omgevingsvisie Zuid Holland van 1 april 2019 schrijft voor dat onderhavig plan past in de omgeving. Ten onrechte concludeert de gemeente in de toelichting bij het bestemmingsplan dat het om een inpassing

19

gaat terwijl het een aanpassing zou moeten zijn aan de eigenschappen/kenmerken van de omgeving. Dit leidt volgens reclamanten tot een ernstige aantasting van de leefkwaliteit van de omgeving.

Beantwoording

b

Aanpassing Samenvatting

Onderdeel a: Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder f. Onderdeel b: Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder f. Onderdeel c: Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder d. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder d. Reclamanten stellen dat een stedenbouwkundig accent op de kruising van twee hoofdfietsroutes met de Schie logisch is, maar dat een hoogteacccent op deze locatie niet op zijn plaats is. Bijzondere architectuur, bijvoorbeeld een groene gevel (ter ondersteuning van de ecologische route Mercuriusweg - Abtswoudseweg) zou veel meer op zijn plaats zijn. Reclamanten stellen dat het stedenbouwkundig accent ook op andere manier kan worden bereikt. In onderstaande profielentekening wordt geïndiceerd hoe een planalternatief meer betekenis aan de kruising kan

20

geven.

c

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder j. Geen. De bouwhoogte van het plan overschrijdt de maxima voor hoogbouw die in beleid worden gesteld: •

d

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

De maximale bouwhoogte van het plan is in strijd met de Nota Bouwhoogten 2005, waarin wordt gesteld dat binnen een consolidatiegebied de maximale bouwhoogte twee keer de gemiddelde hoogte van de omgeving mag zijn, ofwel 2 maal 4 = 8 bouwlagen (25 m). • Reclamanten kunnen zich niet vinden in de argumentatie voor het afwijken van de hoogtegrens van 25 meter (spiegelen met toren Plein Delftzicht aan de kop van de historische wand Zuideinde). De kruising Zuideinde-Abtswoudseweg is van een totaal andere orde dan de kop van Zuideinde. Spiegelen met de toren Plein Delftzicht is derhalve niet logisch. • De stadsbouwmeester ziet een torentje wel als optie, maar alleen als die slank is (verhouding minimaal 1:3). • Illustratief is het Bouwinitiatievenoverleg 12 juli 2016, waarin te lezen staat dat een hoekgebouw van 6 bouwlagen (19 meter) al te hoog wordt gevonden. Het huidige plan betreft een blok van 32 meter hoog. Het blok, dat gaat aansluiten op de aanwezige bebouwing langs het Zuideinde, is met 7,5 bouwlagen (23 meter) ook te hoog. In het PUK 008 wordt 4 à 5 lagen (16 meter) als passende hoogte genoemd. Het is dus niet dat één van de vier gebouwen te hoog is, maar twee. En wel de grootste met de meeste impact op de omgeving, en daarom volgens reclamanten niet te rechtvaardigen. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder b. Geen.

Langs de Abtswoudseweg wordt met de nu voorgestelde invulling op geen enkele wijze voldaan aan de breed gesteunde “Motie samenhangende visie Abtswoudseweg 2018”, die stelt

21

Beantwoording

e

Aanpassing Samenvatting

f

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

g

Beantwoording Aanpassing Samenvatting

dat “voorkomen moet worden dat deze belangrijke verkeersas door gebrek aan samenhang tussen de verschillende nieuwbouwprojecten van lage kwaliteit en rommelig wordt”. Voor zover reclamanten doelen op de motie “samenhangende Visie Abtswoudseweg’ zoals aan de orde is geweest in de raadsvergadering van 29 november 2018 wordt opgemerkt dat deze motie is ingetrokken. Het gestelde door reclamanten mist gelet hierop feitelijke grondslag. Geen. De afwijkende bouwplanopzet heeft volgens reclamanten tal van negatieve effecten op de omgeving (zie zienswijzen j e.v.). Verzocht wordt om overtuigend te motiveren waarom aan onderhavige ontwikkeling steeds medewerking wordt verleend, terwijl uit eerdere massastudies door de architect evenals het door de bewoners opgestelde alternatieve plan, wel degelijk blijkt dat er een haalbaar en passend plan met voldoende woningen is te realiseren dat wél voldoet aan alle geldende randvoorwaarden en uitgangspunten. Reclamanten stellen dat er een alternatief mogelijk is en vragen de raad om het college te verzoeken dit alternatief als basis te nemen voor een beter plan. Nu de gemeente Delft in de geest van de Omgevingswet wil werken betekent dit ook het uitgangspunt dat redelijke voorstellen vanuit de omgeving meer aandacht krijgen dan 'wegschrijven' in een Nota van Antwoord (Right to challenge).

De raad dient erop toe te zien dat dit uitgangspunt wordt nageleefd. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder j. Geen. Onderhavig plan leidt tot een toename van verkeersdrukte (zowel personenauto’s als bestel- en vrachtwagens van bezorgdiensten, verhuiswagens, onderhoudsvoertuigen, vuilniswagens, etc.). De straten Laan van Braat, Zuideinde en Abtswoudseweg zijn, gelet op hun specifieke functie en inrichting, niet berekend op extra verkeersaantrekkende aansluitingen. Dit concludeert de gemeente volgens reclamanten zelf ook in het PUK 008, p. 13 Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g. De tweede aansluiting op het Zuideinde voldoet volgens reclamanten niet aan de voorwaarde van een veilige aansluiting (n.a.v. de modellenstudie naar de verkeersaansluiting van het plan op de omgeving): a. In de toelichting behorende bij onderhavig bestemmingsplan, paragraaf 4.5, wordt gesteld dat het realiseren van een tweede aansluiting aan het Zuideinde met de nodige maatregelen zou kunnen. Volgens reclamanten kan de tweede aansluiting absoluut niet verkeersveilig en verkeerstechnisch worden gerealiseerd. b.

Tevens verhoudt de beoogde aansluiting aan het Zuideinde zich niet tot de ontwerpcriteria voor een fietsstraat (CROW 2018) die een hoofdroute in het regionale fietsnetwerk vormt en de drukste fietsroute van Delft is. Eén van de criteria is de breedte van het wegvak. In het geval van Zuideinde is sprake van een intensiteit tot 12.100 fietsers in beide richtingen met ook autoverkeer in twee richtingen. De geadviseerde breedte is 5,90 meter. De rijbaan van het Zuideinde is slechts 4,20 meter. Wachtende, in- en uitrijdende auto’s veroorzaken opstoppingen en, indachtig het rijgedrag van de meeste fietsers, gevaarlijke situaties. Op grond van deze redenen wijzen reclamanten de tweede aansluiting op het Zuideinde in zijn huidige

22

vorm af en verzoeken zij de gemeente en de ontwikkelaar een tweede alternatieve, betere, aansluiting te ontwerpen.

c. De tweede aansluiting op het Zuideinde is verder ook niet te rijmen met de planontwikkeling Schieoevers Noord, waarmee conform de antwoordnotitie van 6 juli 2021 op het commentaar van reclamanten op het voorontwerp bestemmingsplan, rekening zou zijn gehouden. Hierin is het uitgangspunt dat de Schieweg, die nu direct langs de Schie loopt, wordt verlegd naar de zijde van de spoorlijn. Dat betekent dat alle autoverkeer van en naar het bouwplan uiteindelijk op het verlegde tracé (Nieuwe Gracht - Deltaweg) terecht zal komen. De aansluiting Zuideinde veroorzaakt zo bezien dus veel onnodige drukte en potentieel onveilige situaties op het soms zeer chaotisch drukke kruispunt Abtswoudseweg-Zuideinde bij de Abtswoudsebrug. Verkeer dat dit punt wil mijden kiest daarom voor de route Laan van Braat, die men nou juist wilden ontlasten d.m.v. een tweede aansluiting.

Beantwoording

h

Aanpassing Samenvatting

Reclamanten verzoeken (middels een duidelijke motivatie) deze aansluiting aan te passen zodat deze aan de gestelde voorwaarden voldoet of indien dit niet mogelijk is deze op een andere locatie te situeren. Zie de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g. Op grond van het gestelde in de herijkte verkeersanalyse is er tevens geen aanleiding voor het treffen van aanpassingen als bedoeld onder b en c in bovenstaande reactie. Zie de aanpassingen bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g. Reclamanten hebben ernstige bedenkingen bij de keergelegenheid in de groenstrook. Kerende ‘driehoekende’ vrachtwagens, zoals geïndiceerd met onderstaande afbeelding, zullen geluidsoverlast veroorzaken ten aanzien van de laatste woningen aan de Laan van Braat, de woningen en tuinen van de Hillenlaan en de nabijgelegen woningen

23

van onderhavig plan. Dit levert een ernstige aantasting van het woongenot op, met mogelijke waardedaling van de woningen tot gevolg. Reclamanten vragen aan de gemeente en ontwikkelaar om een betere oplossing te ontwerpen.

Beantwoording

i

Aanpassing Samenvatting

Zoals aangegeven in de beantwoording bij bewoners Koningsveld en Machteld van Meterenlaan onder g en de hiermee verband houdende aanpassingen is voor wat betreft het akoestisch onderzoek rekening gehouden met een worstcase uitgangspunt waarin wordt uitgegaan van 100% koopappartementen, nu dit de grootste verkeersgeneratie teweeg brengt (vergeleken met huurappartementen). In het verlengde van de resultaten van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is een gevelweringsonderzoek uitgevoerd naar maatgevende woningen ter plaatse van de Laan van Braat. Vastgesteld moet worden dat bij alle woningen, dus ook de hoogst geluidbelaste woningen, wordt voldaan aan de vereiste binnenwaarde op basis van het bouwbesluit. Voor de goede orde dient te worden vermeld dat de keermogelijkheid zich binnen plangrenzen begeeft en op basis van de planregels onder andere mogelijk wordt gemaakt in de noord-zuid gerichte groenstrook. Logischerwijs zal de keermogelijkheid in de nabijheid van de bebouwing en niet in de noordwesthoek van het plangebied worden gefaciliteerd. Naar een alternatieve oplossing behoeft niet te worden gezocht. Voor zover sprake is van een mogelijke waardedaling van omliggende woningen, dan wordt gewezen op de mogelijkheid om na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een planschadeverzoek in te dienen bij de gemeente volgens de alsdan geldende indieningsvereisten.

Geen. De conclusie dat fietsen op eigen terrein kunnen worden gestald klopt niet. Op de plattegrond van de parkeerkelder (zie aanvraag omgevingsvergunning) is te zien dat iedere woning weliswaar over een berging van 5 m2 beschikt, maar dat de toegang tot die berging verloopt via smalle (vaak doodlopende) gangen met haakse bochten en sommige zelfs via trappen. Het is reclamanten volstrekt onduidelijk hoe hier elektrische fietsen, bakfietsen en zelfs scootmobielen in kunnen worden gestald. Hierdoor zullen volgens reclamanten veel fietsten in de omgeving van het bouwplan worden gestald. Doordat weinig tot geen ruimte is op eigen terrein voor het stallen van fietsen, vrezen

24

Beantwoording

j

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

k

Aanpassing Samenvatting

Beantwoording

l

Aanpassing Samenvatting

reclamanten voor het uitzwermen van fietsen in de omgeving, hetgeen tot verrommeling zal leiden. Reclamanten verzoeken op dit punt de aangevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen. Het plan voldoet volledig aan de regelgeving met betrekking tot bergingen en toegankelijkheid. Het woongebouw is toegankelijk conform de eisen die daarin gesteld worden in het Bouwbesluit 2012. Geen. Reclamanten zijn van oordeel dat het plan de privacy van bestaande woningen onaanvaardbaar aantast. Bouwblok D van het bouwplan, gelegen direct achter de woningen aan de Hillenlaan, kenmerkt zich, zoals alle vier, door éénzijdig georiënteerde appartementen met vrij en direct uitzicht op de woningen en de achtertuinen, op ca. 20 – 23 meter afstand van de achtergevel. Het bouwblok wordt 3,5 bouwlagen hoog, gesitueerd op een halfverdiepte parkeergarage, met uitstekend balkons (ongeveer 2 meter uit de gevel) richting de bestaande woningen. Bij een afstand van minder dan 25 meter mag verwacht worden dat in het bouwplan maatregelen worden genomen om privacyhinder te minimaliseren. In het voorliggende plan is dit geenszins gedaan, waardoor geen sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12376409/1