CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Beantw Herziening Omgevingsbel Wonen Werk

Commissie Ruimte en Verkeer 18 januari 2024, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Herziening provinciaal omgevingsbeleid (nr. 2351831)34.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

A013-WI012 - Amendement A738 In het voorgestelde Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond wordt het lastiger gemaakt om bij windparken ook zonne-energie op te wekken, doordat in principe geen extra verharding rondom het windturbinepark meer wordt toegestaan. Dit is wat betreſt Krimpenerwaard en Regio Midden-Holland geen goede ontwikkeling omdat dit bij voorbaat beperkingen oplegt voor toekomstige ontwikkelingen in een snel veranderende politieke omgeving en waar technische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. In de regio is afgesproken in 2030 0,435 TWh duurzame elektriciteit lokaal op te wekken. Vanwege de beperkte fysieke ruimte die daarvoor in de regio bestaat, zijn daarbij alle kansen van belang. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.

A013-WO050 - Vanaf 2025 streven naar 2/3 betaalbaar en minimaal 30% woningvoorraad sociale huur De provincie Zuid-Holland heeſt zich gecommitteerd aan het realiseren van 235.460 nieuwe woningen tot 2030, waarbij vanaf 2025 2/3 betaalbaar moet. Daarbij streeſt ze per gemeente naar tenminste 30% sociale huur in de woningvoorraad. In de Regionale Realisatieagenda Wonen Midden-Holland is tussen gemeenten, provincie en BZK overeengekomen dat er vanaf 2025 gewerkt gaat worden aan het toegroeien naar een ‘groter’ aandeel betaalbaar wonen in de programmering. De voorstellen in de aanpassing van het provinciaal beleid zijn volgens de indiener niet te realiseren in dit korte tijdsbestek. Voor een groot deel van de plannen heeſt ze namelijk te maken met reeds gemaakte en vastgelegde afspraken met initiatiefnemers. Ze kan zich daarom voorstellen dat de

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

streefcijfers alléén voor plannen gelden waarvoor nog geen afspraken over de programmering zijn gemaakt, mits dit in lijn is met het gemeentelijke beleid en niet tot vertraging leidt. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 7.

A013-WO051 - Realisatie woningen deels binnen bestaande kernen, maar ookaan de randen van kernen Krimpenerwaard heeſt in de afgelopen jaren al zo veel mogelijk woningen binnen de kernen toegevoegd, dat mogelijkheden voor verdere inbreiding daardoor zijn beperkt. Verder wil de gemeente ook aandacht besteden aan opgaven zoals klimaatadaptatie, groen, spelen en biodiversiteit. Om aan al deze doelstellingen te kunnen voldoen ontbreekt het volgens haar aan ruimte in de kernen. Ze vraagt daarom om ‘handelingsruimte’ om ook aan de randen van de kernen te kunnen ontwikkelen. De gemeente maakt zich zorgen over de financiële haalbaarheid van het woningbouwprogramma met zulke hoge ambities op betaalbaarheid en meent dat dit alleen mogelijk is als er naast inbreiding ook ruimte is om te ontwikkelen aan de randen van de kernen. Er moet op korte termijn een helder en gedeeld beeld ontstaan over de vereiste handelingsruimte en de wijze van samenwerken tussen de verschillende overheidslagen en samenwerkingspartners. Antwoord: Hierover voeren wij gesprekken met de gemeente Krimpenerwaard. Woningbouw buiten BSD is beperkt mogelijk maar moet dan wel voldoen aan overig Provinciaal Omgevingsbeleid.

A013-ZZ019 - Zienswijze Midden-Holland De gemeente Krimpenerwaard onderschrijſt de regionale zienswijze van Regio Midden-Holland en wil constructief bijdragen aan het provinciale ruimtelijke beleid en daarmee aan een vitaal Zuid-Holland. Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van Regio Midden-Holland, zie B008

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A014 – Gemeente Molenlanden A014-BE033 - Module werken Toevoeging van circa 13 ha bedrijventerrein in de Alblasserwaard en nabij de A15 voorziet slechts gedeeltelijk in de behoeſte aan bedrijventerrein in de periode t/m 2040. Dit komt mede doordat de afgelopen jaren circa 20 ha bedrijfspercelen op onwenselijke of onbruikbare locaties een andere invulling hebben gekregen. Het realiseren van nieuwe (uitbreidingen van) bedrijventerreinen is evenwel achtergebleven. Met het beleidsstuk ‘Ruimte voor bedrijven’ dat de gemeente momenteel in voorbereiding heeſt en verder verdiept wordt, streeſt ze naar een integraal beleid voor het toekomstbestendig maken/houden van bestaande terreinen in combinatie met voldoende locaties om bedrijventerreinen te ontwikkelen of uit te breiden. Dit beleid wil ze verder afstemmen met de provincie en inbrengen in de regionale economische visie ZHZ. Antwoord: We hebben kennis genomen van de inzet vanuit de indiener. We vinden het belangrijk om mee te geven dat de inbreng landt in de regionale bedrijventerreinenvisie van ZHZ.

A014-BE034 - Meer complete aanpak Ten aanzien van MHC-terreinen maakt de gemeente zich zorgen over de extra set regels die zijn voorgesteld om deze opgaven op te pakken. Ze vraagt de provincie om in het Omgevingsbeleid een meer complete aanpak toe te voegen die zich richt op bestaande bedrijventerreinen, het behoud en toekomstbestendig maken ervan en het verstevigen van hun positie. Met aanpak bedoelt ze meer dan het stellen van regels. Ze doet de suggestie extra expertise beschikbaar te stellen zoals de Vliegende Brigade voor woningbouw, om een gerichte aanpak per bedrijventerrein op te stellen / uit te voeren en is benieuwd hoe de provincie daarover denkt. Antwoord: We vinden de suggestie om extra expertise ter beschikking te stellen een interessante. Gezien de ontwikkelingen met betrekking tot het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen zien we dit als een waardevolle toevoeging. De provincie zal dit betrekken bij de volgende fase van de ontwikkeling van het provinciale instrumentarium voor bedrijventerreinen. In een volgende herziening van het Omgevingsbeleid kan dit leiden tot aanpassingen.

A014-BE035 - Tegenstrijdigheden De gemeente ziet tegenstrijdigheden in de regels en het instrumentarium die rondom bedrijventerreinen worden geïntroduceerd. Met de regel ‘het bevorderen van functiemenging’ wordt mono-functionaliteit tegengegaan terwijl dit met de volgende regels juist wordt nagestreefd om ze beschikbaar te houden voor bedrijven met een zo hoog mogelijke milieucategorie: • afwijkingen van het branchepatroon voor perifere detailhandel beperkt tot een fysiek maximum van 500 m2 verkoop vloeroppervlak • introductie van de lijst "Niet te transformeren bedrijventerreinen" voor bepaalde HMC-terreinen • het aanbrengen van een minimale milieucategorie De gemeente wil graag weten of de provincie deze tegenstrijdigheid herkent en, zo ja, hoe ze daarmee omgaat.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Antwoord: We herkennen deze tegenstrijdigheid niet, we hebben juist verschillende instrumenten voor verschillen typen terreinen. Het instrument ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’ is bedoeld om bedrijventerreinen voor onbepaalde tijd te behouden voor bedrijven en daarmee ook investeringszekerheid te bieden aan ondernemers. Het instrument minimale milieucategorie richt zich op het juiste bedrijf op de juiste plek. Het instrument functiemenging richt zich op het mengen van woon- en werkfuncties op plekken waar die functies elkaar verdragen. Dat kan gaan om het toevoegen van woningen op een bestaand bedrijventerrein in een lage milieucategorie, zonder het verlies aan bedrijfsruimte. Of juist het toevoegen van werkfuncties aan een woongebied. Monofunctionaliteit willen we inderdaad zoveel mogelijk tegengaan, maar dat kan niet altijd en overal, want voor sommige functies moet voldoende beschikbare ruimte gewaarborgd blijven.

A014-BE036 - Toegevoegde waarde Vanuit de constatering dat het introduceren van extra regels leidt tot extra aandachtspunten en belemmeringen in ruimtelijke procedures verzoekt ze de provincie alleen regels vast te stellen die een toegevoegde waarde kunnen hebben. Concreet gaat het om de introductie van de lijst "Niet te transformeren bedrijventerreinen", terwijl huidige regels stellen dat bedrijventerreinen of solitaire locaties vanaf 1 ha gecompenseerd dienen te worden indien sprake is van herontwikkeling. Kunt u toelichten of er een meerwaarde is om beide regels naast elkaar te laten gelden? En zo nee, hoe u hiermee omgaat? Antwoord: Het nieuwe instrument ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’ is een extra bescherming, bovenop de huidige regels die inderdaad van toepassing blijven. Het instrument richt zich op het beschermen van die bedrijventerreinen die de provincie van provinciaal belang acht, zoals strategisch gelegen locaties. Daarmee wil de provincie tevens extra investeringszekerheid bieden op deze terreinen.

A014-WE008 - Module Werelderfgoed Ten aanzien van het cultuurhistorische kroonjuweel de Oude Hollandse Waterlinie constateert indiener dat een groot deel van het gebied van de Oude Hollandse Waterlinie agrarisch gebied is. Hoeveel (nadelig) effect heeſt de term 'op slot' (wat gebruikt wordt in Ad. 2 op pagina 49) op eventuele ontwikkelingen in dit agrarische gebied? De gemeente spreekt haar zorg hierover uit, mede in verband met het gebiedsplan dat ze momenteel aan het opstellen is als bod aan de provincie in het kader van het ZH-PLG. Een algemene opmerking en vraag bij ‘Werelderfgoed en monumenten’ betreſt het aspect duurzaamheid. De gemeente meent dat zowel de provincie als de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in de afgelopen jaren in hun beleid bij actuele ontwikkelingen hebben achtergelopen. Bijvoorbeeld ten aanzien van regels op het gebied van duurzame energieopwekking in combinatie met (rijks)monumenten. Ze constateert nu enige ‘beweging’, maar ziet graag dat hier aandacht naar toe gaat en er meer ruimte en mogelijkheden worden geboden. Hoe gaan we bij Werelderfgoed, kroonjuwelen en molenbiotopen om met de huidige opgaven zoals verduurzamen? Antwoord: Het provinciaal Omgevingsbeleid kent weliswaar een kroonjuweel van De Oude Hollandse Waterlinie, maar dit kroonjuweel ligt niet in de gemeente Molenlanden.

Zie Beleidskaart 4 van de Cultuurhistorische Atlas Zuid-Holland voor de begrenzing van de kroonjuwelen. Er is verder ook geen

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

sprake van een wijziging van het provinciaal Omgevingsbeleid binnen de 'module Werelderfgoed' wat betreſt de gemeente Molenlanden. Wij veronderstellen dat uw zienswijze op dit punt berust op een misverstand. Binnen de gemeente Molenlanden ligt wel een belangrijk deel van het Werelderfgoed Kinderdijk, alsook het gelijknamige kroonjuweel Kinderdijk. Het beschermingsbeleid voor Werelderfgoed Kinderdijk is echter al bestaand beleid, en alleen vanuit technisch/redactionaal oogpunt benoemd bij de beleidsmodule voor Werelderfgoed.

A014-WO052 - Module Wonen In de ontwerp-herziening is nog geen rekening is gehouden met de op 14 maart 2023 gezamenlijk ondertekende Regionale Realisatieagenda’s. Het leidt ertoe dat de herziening hier en daar al achterhaald is. Voor een goede afstemming tussen de Regionale Realisatieagenda en de herziening van het beleid geeſt ze ter overweging om de herziening van het beleid op de gemaakte afspraken af te stemmen. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.

A014-WO053 - Module Wonen Op verschillende plekken in de herziening wordt gesproken over regio’s, bijvoorbeeld in relatie tot regionale woningbouwprogramma’s, regionale woonvisies en integrale regionale woonzorgvisies. Ze gaat ervan uit dat hiermee gedoeld wordt op de woonregio’s (en niet samenwerkingen in RRAverband). Antwoord: De herziening gaat uit van de huidige woonregio's. De samenwerking binnen de regionale realisatieagenda's is in ontwikkeling en zal in 2023 verder worden vormgegeven.

A014-WO054 - Beleidskeuze Wonen (pag. 9) In de Beleidskeuze Wonen wordt de definitie van het Rijk van aandachtsgroepen overgenomen. In die definitie mist een aantal groepen dat ook kwetsbaar is, zoals jongeren die in aanmerking komen voor kamertraining en mensen die structureel overlast geven en dreigend dak- en thuisloos zijn. Deze definitie graag uitbreiden. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 4.

A014-WO055 - Beleidskeuze Wonen (pag. 10) in relatie tot Prioritaire doelgroepen (pag. 13) De omschrijving van de aandachtsgroep ouderen lijkt niet consistent te zijn. In de Beleidskeuze Wonen is de aandachtsgroep omschreven als iedereen vanaf 55 jaar; bij de Prioritaire doelgroepen wordt onder nummer 4 gesteld dat tot de doelgroep ouderen iedereen vanaf 65 jaar behoort. Verder sluit de term ‘ouderen’ voor beide groepen niet aan bij hun beleving. Het is daarom beter een andere term te kiezen zoals bijvoorbeeld 55+ of 65+ groep.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 6.

A014-WO056 - Betaalbare woningbouw (pag. 11 en 12) Rijk en provincie willen sturen op de doelstellingen om minimaal 2/3 betaalbare woningbouw te realiseren in het regionale woningbouwprogramma, waarvan de helſt in portefeuille van woningcorporaties. Het streven is minimaal 30% sociale huur in de totale woningvoorraad per gemeente. De teksten lijken nu deels niet aan te sluiten op de afspraken zoals neergelegd in de Regionale Realisatieagenda’s (RR) en/of het ter consultatie neergelegde wetsontwerp voor de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. De gemeente heeſt zich gecommitteerd aan de RR, waarbij aangegeven is dat er ruimte moet zijn voor lokaal maatwerk. De gemeente wijst hierbij ook op de afspraak dat het om een ingroeimodel gaat. Het streven naar 30% sociale huur in de woningvoorraad hoeſt niet per 2030 bereikt te zijn. De provincie wordt verzocht dit uitgangspunt een plek te geven in de herziening van het beleid en door te laten werken in de regels van het beleid. De provincie gaat er vooralsnog van uit dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen die nieuwe woningen mogelijk maken en vanaf 1 januari 2024 in ontwerp ter inzage worden gelegd nog te beïnvloeden zijn en dus aan de nieuwe doelstellingen moeten voldoen. In de RR is echter afgesproken dat woningbouwprogramma’s zoals door de provincie aanvaard niet meer ter discussie worden gesteld.

De gemeente gaat ervan uit dat ze in de provincie een betrouwbare partner vindt en dat deze afspraak gestand gedaan wordt. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 7.

A014-WO057 - Regionale woonvisie (pag. 15) Het aanbod wordt gedaan om indien nodig ondersteuning te bieden bij het opstellen van een integrale woonzorgvisie. Dit aanbod wordt gewaardeerd en is essentieel gezien de beperkte capaciteit bij de (kleinere) gemeenten/regio’s. Wij gaan hierover graag in gesprek om te verkennen wat dit concreet kan betekenen. Overigens is de terminologie die u gebruikt niet meer in overeenstemming met toekomstige wetgeving, met name de Wet versterking regie volkshuisvesting. Wij verzoeken u om in het beleid rekening te houden met de nieuwe instrumenten die de wet straks biedt. Antwoord: (a) Dank voor deze waardering. Via de subsidieregeling Vliegende Brigade Zuid-Holland is er de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de inhuur van externe capaciteit en expertise die is gericht op de totstandkoming van een regionale woonzorgvisie. Deze subsidiemogelijkheid hebben we opgesteld omdat in het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ is aangegeven dat gemeenten integrale woonzorgvisies moeten gaan op stellen en dit complexe processen zijn. We gaan binnenkort met de regio's in gesprek over dit thema. (b) Zie Thema-antwoord wonen 2) Doelstellingen komen niet overeen met Wvrv

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A014-WO058 - Maatregel flexwonen (pag. 87) Aan de samenwerkende gemeenten wordt gevraagd om flexwonen op te nemen in de regionale woonvisies en lokale woonzorgvisies. Wij zien flexwonen als een middel om een probleem op te lossen. Wij gaan ervan uit dat we in onze visies onderzoeken welke problemen er spelen en daarbij kiezen we een middel dat passend is bij het probleem dat we constateren. Flexwonen kan daarbij een rol spelen, als dit een passend middel geacht wordt. Flexwonen zou daarom geen losse opgave moeten zijn. Antwoord: Wij vragen in de regionale woonzorgvisie alleen een visie op het toepassen van flexwonen. Flexwonen is altijd een aanvulling op reguliere permanente woningbouw. Een tijdelijke flexibele schil van sociale huurwoningen kan worden ingezet als buffer en invoegstrook voor spoedzoekers naar een permanente woning. Uit de visie zou in theorie kunnen blijken dat afgezien kan worden van de inzet van flexwoningen omdat in de woonvraag van aandachtsgroepen kan worden voldaan aangezien er voldoende permanente sociale huurwoningen beschikbaar komen. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. De tekst in de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma over flexwonen wordt verduidelijkt dat flexwonen een aanvulling is op de reguliere permanente woningbouw en dus geen opgave op zich.

A014-ZZ020 - Zienswijze Netwerk Economie ZHZ De gemeente onderschrijſt de zienswijze van het Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid. Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van Netwerk Economie Zuid-Holland Zuid, zie B006

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A015 – Gemeente Pijnacker-Nootdorp A015-BE007 - Te behouden bedrijventerreinen De gemeente ondersteunt de keuze voor een lijst met te behouden bedrijventerreinen. De gemeente vertrouwt erop dat de provincie een gedegen afweging maakt bij het toestaan of weigeren van andere invullingen op bedrijventerreinen. Antwoord: Fijn om te horen dat u de gekozen instrumenten onderschrijſt.

A015-DE001 - Bruisende centra - detailhandelsbeleid De gemeente vertrouwt erop dat de provincie in haar beleid rekening houdt met de economische en sociale functie van de centra binnen de gemeente en deze beschermt tegen effecten van grote detailhandelsontwikkelingen in omliggende steden. Ook de beperking van nevenassortiment bij perifere detailhandel, wordt gesteund door de gemeente. Antwoord: Daar kan de gemeente van op aan. In de beschrijving van het provinciaal belang is aangegeven dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen al snel een bovenlokaal en zelfs een regionaal effect hebben. De keuze van de ene gemeente heeſt gevolgen voor een andere gemeente en vraagt om (regionale) afstemming. Dit geldt ook voor het tegengaan van overcapaciteit en het slim omgaan met de schaarse ruimte. De provincie kan met haar ruimtelijk detailhandelsbeleid lokale belangen overstijgen en effecten van nieuwe, al dan niet (zeer) nabije, detailhandelsontwikkelingen op elkaar afstemmen en waar nodig tegen elkaar afwegen. De provincie dankt de gemeente voor haar ondersteuning op het gebied van het beperken van het nevenassortiment bij perifere detailhandel. Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het ontwerpbeleid.

A015-GB001 - Woningbouwlocatie Dwarskade Deze locatie is in het voorliggend ontwerp opgenomen op de ‘3 hectare kaart’ voor woningbouwlocaties. De gemeente verzoekt in het provinciaal beleid niet op voorhand een minimale dichtheid van 45 woningen per hectare te eisen, maar de ruimte te laten om de specifieke kwaliteiten van deze locatie en de overige ambities voor een goed woon- en leefmilieu mee te kunnen laten wegen bij de verdere uitwerking van Dwarskade. Een dichtheid van 45 woningen is twee keer zo hoog als in de rest van de gemeente. Daar komt bij dat de gemeente waar mogelijk verdicht en zeker bij haltes voor openbaar vervoer, zoals de halte Pijnacker-Zuid. Antwoord: De provincie streeſt naar een zo hoog mogelijke dichtheid, passend bij de kern waar de woningbouwlocatie wordt gerealiseerd. Het gaat dus om maatwerk. De woningdichtheid ligt niet op voorhand vast. Het is tevens van belang dat de ontwikkeling bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat. Een hogere dichtheid kan bereikt worden door een grote variatie aan woningtypes en woonmilieus. Veel bestaande uitleglocaties hebben een relatief lage dichtheid waarbij de focus ligt op eengezinswoningen en appartementn. Een hogere dichtheid is nodig met het oog op de grote woningbouwopgave en de schaarse ruimte.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A015-GB002 - Overgauw – toevoegen aan 3 hectare kaart Het gebied Overgauw (oppervlakte bruto circa 31 ha) ligt in het verlengde van de woonwijk Tuindershof die momenteel in ontwikkeling is. De gemeente wil, in aansluiting op de ontwikkeling van de Dwarskade in Nootdorp, ook in de kern Pijnacker verder bouwen, nadat Tuindershof is afgerond. De gemeente wil hier samen met woningcorporaties minimaal 30% sociale (huur)woningen realiseren. De gemeente verzoekt daarom het gebied op te nemen op de ‘3 hectare kaart’. Verder vraagt de gemeente om niet op voorhand een minimale dichtheid van 45 woningen per hectare te eisen, maar de ruimte te laten om de specifieke kwaliteiten van deze locatie en de overige ambities voor een goed woon- en leefmilieu mee te kunnen laten wegen bij de verdere uitwerking van Overgauw. Momenteel is Overgauw in het provinciaal beleid aangeduid als duurzaam glastuinbouwconcentratiegebied en ook het werkboek Oostland ziet kansen om het gebied een dergelijke toekomst te bieden. Het gebied leent zich door zijn ligging uitstekend voor transformatie naar wonen. In de praktijk zijn de kansen voor de ontwikkeling van glastuinbouw hier beperkt. Zoals in het werkboek Oostland (pagina 53) al wordt geconstateerd zijn grote delen van het gebied inmiddels in handen van projectontwikkelaars.

Antwoord: Het betreffende gebied Overgauw is opgenomen in de Omgevingsverordening binnen de begrenzing van de greenport West-Holland. Vanuit provinciaal oogpunt is behoud en bescherming van het glastuinbouwareaal in de provincie van groot economisch belang. In afweging van diverse ruimtelijke belangen is het mogelijk om over te gaan tot aanpassing van de begrenzing van de greenport mocht daar aanleiding toe bestaan. UIt de zienswijze wordt onvoldoende duidelijk hoe de belangenafweging voor dit gebied in die zin uitvalt. Het enkele argument dat veel grond in bezit is van ontwikkelaars is voor de provincie onvoldoende om de locatie op te nemen op de ‘3 hectare kaart’.

A015-GB003 - Rijskade-Zuid – toevoegen aan 3 hectare kaart Het gebied Rijskade biedt de komende jaren nog toekomstperspectief voor de glastuinbouw. In het zuidelijk deel liggen echter enkele percelen (totaal 7 hectare) die dit toekomstperspectief niet meer hebben. Deze gronden hebben door hun ligging, vorm en omliggende bebouwing weinig mogelijkheden voor de ontwikkeling van een modern glastuinbouwbedrijf. Het is een locatie dicht bij het centrum van Pijnacker met alle voorzieningen onder handbereik en dus bij uitstek geschikt voor het bouwen van (betaalbare) woningen voor doelgroepen. De gemeente verzoekt deze locatie daarom toe te voegen aan de ‘3 hectare kaart’. De gemeente zal zich inspannen om in een hogere, maar bij de plek passende dichtheid te bouwen. De gemeente vraag aan de provincie om niet op voorhand een minimale dichtheid van 45 woningen te eisen, maar ruimte te laten om de specifieke kwaliteiten van deze locatie mee te laten wegen bij de verdere uitwerking. Antwoord: Het betreffende gebied Rijskade is op genomen in de Omgevingsverordening binnen de begrenzing van de greenport West-Holland. Vanuit provinciaal oogpunt is behoud en bescherming van het glastuinbouwareaal in de provincie van groot economisch belang.

In afweging van diverse ruimtelijke belangen is het mogelijk om over te gaan tot aanpassing van de geometrische begrenzing van de greenport mocht daar aanleiding toe bestaan. Diverse ruimtelijke aspecten bepalen daarbij de toekomstbestendigheid van een gebied, waaronder de mogelijkheden voor schaalvergroting. Uit de zienswijze wordt onvoldoende duidelijk wat de toekomstbestendigheid van het gebied zal zijn als een

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

gedeelte ervan omgezet zal worden. Wij zullen het betreffende gebied dan ook niet opnemen op de ‘3 hectare kaart’.

A015-NN001 - Weidevogelgebied Zuidpolder van Delfgauw De gemeente onderschijſt de toevoeging van weidevogelgebied in de Zuidpolder van Delfgauw aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op kaart 14 is wel een groter gebied toegevoegd dan tot nu toe is afgesproken. De gemeente gaat ervan uit dat dit niet betekent dat het bestemmingsplan nu al moet worden aangepast, maar dat dit pas nodig is als de percelen in eigendom zijn verworven. Ook wordt gevraagd een meer gedetailleerde en leesbare kaart op te nemen. Antwoord: Het klopt dat in de begrenzing voor het NNN in de Zuidpolder een aantal percelen zijn opgenomen die nog niet in eigendom zijn verworven. De begrenzing van het NNN is op deze percelen gelegd om voor subsidie voor inrichting en functieverandering naar weidevogelgrasland in aanmerking te komen. Aanpassing van het bestemmingsplan is pas nodig wanneer deze percelen daadwerkelijk verworven zijn en ingericht worden op basis van de natuurdoelen conform NNN. Kadastrale nummers worden niet weergegeven in de digitaal inzoombare kaarten. Hieronder hebben we als service een kaartje opgenomen met de kadastrale nummers. De gemeente hoeſt de bestemming niet te wijzigen voordat met de betreffende eigenaren definitieve overeenstemming is bereikt.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A015-WO004 - Betaalbaar en sociaal wonen Het realiseren van projecten met minimaal twee derde betaalbare woningbouw (huur en koop) zet de financiële haalbaarheid onder druk. Het verder uitwerken van de kritische succesfactoren zoals benoemd in de Regionale Realisatieagenda Haaglanden is dan ook een gezamenlijke prioriteit. Wij vragen deze kanttekening of randvoorwaarde op te nemen in het provinciaal beleid. Over sociale huur wijst de gemeente erop dat samen met de provincie en de acht andere Haaglandengemeenten een intensief traject is doorlopen dat in het Tussenakkoord is opgetekend. Daarin staat nadrukkelijk dat wordt bewogen richting meer evenwicht. Daarbij wordt en mag het maximale van worden verwacht, maar zoals de provincie op pagina 20 aangeeſt niet het onhaalbare. De gemeente vraagt de provincie dit consequent op te nemen in het beleid inclusief de verordening en de uitvoering hiervan. In artikel 6.10 is bepaald dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet voorzien in voldoende sociale en betaalbare woningen. Bedoeld zal zijn dat de stedelijke ontwikkeling als geheel aan deze doelstelling moet voldoen en niet ieder bestemmingsplan. Ontwikkelingen kunnen namelijk gefaseerd tot stand komen met meerdere bestemmingsplannen of herzieningen daarvan.

Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1 In thematisch antwoord Wonen 8 is aangegeven wanneer de nieuwe regels van de Omgevingsverordening van toepassing zijn. De provincie kan alleen binnen de Omgevingsverordening een interventie doen op het niveau van (een wijziging van) een omgevingsplan, ook al is die onderdeel van een grotere stedelijke ontwikkeling.

A015-ZZ005 - Woningbouw in glastuinbouwgebied De gemeente heeſt in november 2021 een Omgevingsvisie vastgesteld. Het centrale thema van de Omgevingsvisie is ‘Verbonden met elkaar’. De gemeente zet in op het versterken van de verbinding tussen gebieden. Op basis hiervan ziet de gemeente mogelijkheden om nog maximaal 3.000 tot 4.000 woningen te realiseren. Het merendeel van deze woningen kan worden gebouwd in vier gebieden die tussen nu en 2050 worden getransformeerd naar woongebied. De gemeente onderzoekt of een bijdrage kan worden geleverd aan de toenemende grote woningbehoeſte door te starten met transformatie van (delen van) gebieden die zijn gelegen nabij voorzieningen. Concreet vraag de gemeente om beleidsaanpassing voor een drietal gebieden: Dwarskade, Overgauw en Rijskade-Zuid. De gebieden zijn aangeduid op kaart en bijlagen. De gemeente begrijpt de twijfel van de provincie om hectares te onttrekken aan de duurzame glastuinbouwgebieden. In de Omgevingsvisie heeſt de gemeente onderzocht of de eventuele transformatie van vier gebieden zou leiden tot een afname van het daadwerkelijke areaal glastuinbouw. Daarbij is geconstateerd dat nettobruto verhouding in de glastuinbouwgebieden aanzienlijk afwijkt van vergelijkbare gemeenten. Meer concreet is er ruimte voor een efficiënter gebruik van de glastuinbouw gronden.

Het werkboek Oostland is door de gemeente meegenomen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie, maar er is wel een integrale afweging gemaakt. De gemeente wil niet op de Herziening 2024 wachten voor helderheid over de betrokken locaties. Voor het toevoegen van de nieuwe locaties Overgauw en Rijskade-Zuid kan eventueel als voorwaarden worden toegevoegd: mits is aangetoond dat zowel lokaal als regionaal de glastuinbouw duurzaam kan blijven functioneren. Antwoord:

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

De door indiener ingebrachte locaties zijn bekend als beoogde ontwikkellocaties voor woningbouw. Om een locatie op te kunnen nemen op de ‘3 hectare kaart’ met grote buitenstedelijke bouwlocaties, dient aan bepaalde cruciale voorwaardes voldaan te zijn. Eén van de voorwaardes is dat het gebied niet meer gebruikt kan worden voor glastuinbouw. Als de provincie dit als voorwaarde zou opnemen bij een locatie op de ‘3 hectare kaart’, wordt daarmee eigenlijk al erkend dat het niet meer gaat om een duurzame glastuinbouwlocatie. Dit is niet de bedoeling, aangezien we duurzame gebieden willen behouden. Overigens geldt specifiek voor de locatie Dwarskade dat deze bij de voorliggende module is opgenomen op de ‘3 hectare kaart’ en als woningbouwlocatie ontwikkeld kan worden, met inachtneming van enkele voorwaarden.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A016 – Gemeente Lansingerland A016-BE008 - Bedrijventerreinen Het provinciaal beleid voor bedrijventerreinen gaat ervan uit dat vraag en aanbod in balans moeten zijn. Dit staat als voorwaarde in de regeling voor compensatie van bedrijventerrein. Het in balans zijn van de vraag naar bedrijventerreinen en het aanbod ervan zou volgens de gemeente niet het uitgangspunt moeten zijn. De vraag is op dit moment groter dan het aanbod. Gezien de grote andere ruimteclaims in de regio zoals woningbouw is het aanbod niet in overeenstemming te brengen met de vraag. Bedrijventerreinen kunnen niet ongebreideld worden gepland en ontwikkeld. Wenselijk is beleid gericht op feitelijk compenseren en selectief aanbieden. Tussen provincie en MRDH vindt hierover discussie plaats. De gemeente zoekt dringend de harde eis over vraag en aanbod in balans te schrappen. Antwoord: Balans in vraag en aanbod is op dit moment nog het uitgangspunt van de provincie. De provincie heeſt de uitvraag gedaan aan de regio's om regionale bedrijventerreinenvisies op te stellen. In het Omgevingsbeleid van de provincie is opgenomen dat compensatie van feitelijk gebruik en m² voor m² mogelijk is mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.

A016-BE009 - Bleizo-West Het gebied van Bleizo-West zou volgens de toezegging van GS tijdens de vergadering van de Integrale Commissie op februari 2023 geschrapt worden als niet te transformeren bedrijventerrein. Deze toezegging is wel correct verwerkt in de tekst van de herziening, maar de kaart met bedrijventerreinen is nog niet aangepast. De gemeente vraagt dit alsnog te doen. Antwoord: Bij de aanpassing van de geometrische begrenzing van de niet te transformeren bedrijventerreinen in de verordening, is alleen het deel van Bleizo-West ten zuiden van de A12 uit de begrenzing gehaald. Het deel ten noorden van de A12 is abusievelijk nog blijven staan. Dit zal aangepast worden. Conclusie Het deel van Bleizo-West ten noorden van de A12 wordt in de Omgevingsverordening geschrapt als niet te transformeren bedrijventerrein.

A016-WO005 - Wonen De gemeente sluit aan bij de zienswijze van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR). Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR), zie B003.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A017 – Gemeente Zoetermeer A017-BE005 - Bleizo-West De gemeente verzoekt de locatie Bleizo-West te verwijderen van de kaart met niet te transformeren bedrijventerreinen, zoals is toegezegd door GS in de vergadering van de Integrale Commissie op 8 februari 2023. Deze wijziging is tekstueel wel correct verwerkt, maar is op kaart 20 van de Omgevingsvisie nog steeds aangemerkt als niet te transformeren bedrijventerrein. Antwoord: Bij de aanpassing van de geometrische begrenzing in de verordening van de niet niet te transformeren bedrijventerreinen, is alleen het deel van Bleizo-West ten zuiden van de A12 uit de begrenzing gehaald. Het deel ten noorden van de A12 is abusievelijk nog blijven staan als niet te transformeren terrein. Dit zal aangepast worden. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening wordt ook het deel van Bleizo-West dat ten noorden van de A12 is gelegen, geschrapt als niet te transformeren bedrijventerrein.

A017-BE006 - Bedrijventerreinen De gemeente is teleurgesteld dat GS de nieuwe strategie werklocaties van de MRDH vooralsnog niet heeſt aanvaard. Reden hiervoor is dat in alle regio’s een kwantitatief evenwicht moet worden aangetoond tussen marktvraag en -aanbod. Voor de MRDH – en de Haagse regio in het bijzonder – geldt dat de maatschappelijke opgaven met een ruimteclaim dusdanig groot en divers zijn, terwijl de beschikbare ruimte zeer schaars is, dat scherpe keuzes noodzakelijk zijn om met elkaar de ruimtelijke puzzel doordacht en gebalanceerd te leggen. Dat impliceert dat niet meer alle marktvraag overal in ongelimiteerde vorm gefaciliteerd kan worden. Ruimte economisch differentiëren is daarom nodig. Dit principe heeſt de provincie zelf onder meer bekrachtigd met het tekenen van het woonwerkakkoord Haagse regio waarin bovenstaande als primair uitgangspunt is gesteld. Verder bevreemdt het de gemeente dat het Rotterdamse haventerrein als grootste werklocatie van Zuid-Holland buiten beschouwing wordt gelaten, terwijl hier ook in substantiële mate bedrijvigheid zonder een directe waterverbondenheid is gevestigd. Dit legt mogelijk een onevenredige druk op andere omliggende gebieden als het gaat om het kwantitatief staven van marktevenwicht. Antwoord: Het evenwicht in vraag en aanbod is zowel kwantitatief als kwalitatief van aard.

Er wordt gekeken naar de balans in de verschillende typen werkmilieus. Verder stuurt de provincie op watergebonden en HMC bedrijventerreinen. De Rotterdamse haventerreinen zijn niet opgenomen, zoals ook in de provinciale bedrijventerreinenstrategie verwoord. Belangrijkste argumenten zijn daarin: een andere marktdynamiek, eigendomsverhouding, ruimtegebruik en economische karakter.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A018 – Gemeente Bodegraven-Reeuwijk A018-BE027 - Beschermen bestaande bedrijventerreinen Zoals uit de provinciale behoeſteraming bedrijventerreinen en de regionale kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland blijkt, is er in Midden-Holland een groot tekort aan bedrijventerreinen. Het instrumentarium om bestaande bedrijventerreinen te “beschermen” is volgens indiener waardevol. Antwoord: Fijn om te horen dat u de gekozen instrumenten onderschrijſt.

A018-BE028 - Te behouden terreinen Indiener wil zijn zorgen uiten over mogelijke nadelige effecten voor terreinen die onder deze herziening niet de status “te behouden terreinen” krijgen. Deze worden onder de ontwerp herziening niet “vogelvrij” verklaard, maar indiener proeſt bij de provincie voornemens om het “te behouden” beleid door te trekken naar bijvoorbeeld inversterings- en subsidiemogelijkheden, en de zorg is dat zogenaamde “B-terreinen” mbt subsidies geen aandacht meer krijgen van de provincie. Dit is zorgelijk want met het oog op vergroening en klimaatadaptatie, zijn maatregelen nodig voor een blijvend aantrekkelijk vestigingsklimaat. De indiener vraagt welk effect de provincie met dit instrument beoogt: een extra bescherming voor een aantal bedrijventerreinen voor transformatie naar woningbouw of een ‘degradatie’ van ‘overige terreinen’ waar investeringsbeleid van ondernemers zal gaan afnemen? Het verzoek is om het instrument puur planologisch in te zetten en verder niet te gebruiken als selectiecriteria voor provinciale (subsidie)projecten. Antwoord: Het doel van dit instrumentarium is om investeringszekerheid te creëren, niet een tweedeling. Op dit moment is er geen koppeling tussen het instrumentarium en subsidieregelingen.

A018-BE029 - Rijnhoek De regio heeſt aangegeven een A-status ook passend te vinden voor bedrijventerrein Rijnhoek in Bodegraven. Dit terrein heeſt geen provinciale betekenis, maar is lokaal van groot belang. De indiener vindt dat ongelijke behandeling wat betreſt subsidiemogelijkheden hier onterecht zou zijn ten opzichte van terreinen waaraan wel een A-status is verleend. Antwoord: Op dit moment is er geen koppeling tussen het instrumentarium en subsidieregelingen. Daarnaast kunnen er in deze fase van de besluitvorming geen nieuwe terreinen worden toegevoegd aan de lijst met de niet te transformeren bedrijventerreinen, omdat andere partijen hier niet meer op kunnen reageren. Bij een volgende ontwerpherziening is er weer de mogelijkheid om terreinen toe te voegen.

A018-BE030 - Minimale milieucategorie Indiener maakt zich zorgen over rigiditeit die kan optreden in de uitwerking van beleid met een minimale milieucategorie en nastreven van functiemenging, omdat sommige bedrijfsactiviteiten met

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

een lage milieucategorie zich met andere functies (wonen, detailhandel) goed verdragen. Indiener vraagt aandacht voor deze nuance, en stelt dat hetzelfde geldt voor mogelijkheden mbt huisvesting van bijzondere doelgroepen, zoals arbeidsmigranten, of andere dienstverlenende functies, zoals sportscholen. Indiener stelt dat op bepaalde bedrijventerreinen huisvesting vanuit milieuoogpunt niet uitgesloten hoeſt te worden en vreest dat een verplichte stringente wijze van bestemmen zou leiden tot minder flexibele invulling van bedrijventerreinen. Daarnaast het advies om in der egels aan te geven wat exact wordt verstaan onder functiemenging. Antwoord: De provincie acht deze instrumenten noodzakelijk gezien het inefficiënte ruimtegebruik op de bedrijventerreinen. Het toepassen van de minimale milieucategorie is een direct antwoord op een tekort aan voldoende ruimte voor HMC bedrijvigheid. Woon- en huisvestingsfuncties of dienstverlenende functies zijn beter te mengen op locaties met een lage milieucategorie of door middel van zonering op het terrein. De instrumenten minimale milieucategorie en functiemenging zijn ook niet op alle terreinen toepasbaar.

A018-TB008 - Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen De aanvullende voorwaarden gesteld in artikel 6.27a staan volgens indiener op gespannen voet met de bouwsnelheid, ruimtegebruik en betaalbaarheid van nieuwbouw. De indiener vraagt of de provincie (en eventueel het Rijk) in staat is om gemeenten in deze ontwikkelingen te ondersteunen. Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A018-WI011 - Amendement A738 In het voorgestelde amendement A738 – ‘zonneladder zonder landbouwgron’ ziet de indiener een probleem voor de regio: het amendement maakt het lastiger om bij windparken ook zonne-energie op te wekken, omdat volgens het amendement in principe geen extra verharding rond het windturbinepark meer is toegestaan. Dit is om drie redenen geen goede ontwikkeling: Geen opties uitsluiten: de regio heeſt afgesproken in 2030 .435 TWh aan duurzame energie zelf op te wekken. Maar geletop de beperkte fysieke ruimte, is het belangrijk niet op voorhand mogelijkheden uit te sluiten door de combinatie van wind- en zonne-energie op gedeelde locaties te bemoeilijken. Draagvlak: duurzame energie is politiek gevoelig; lokale draagkracht is vereist voor een goede uitvoering van de energietransitie. Een inperking zoals het amendement die voorschrijſt perkt de opties in zonder mogelijkheid tot lokaal meedenken. Dit beperkt participatie en bemoeilijkt succes. Netcongestie: ook op technisch niveau gaan de ontwikkelingen mbt de energietranssitie snel; ook met oog hierop wil de indiener graag alle opties open houden. Combineren van zonne- en windenergieparken lijkt in dit opzicht steeds belangrijker te worden, omdat dit netcongestie kan voorkomen. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.

Voor het antwoord op deze zienswijze, zie het antwoord op de identieke zienswijze A007-WI009

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A018-WO043 - Realisatieagenda en Wet versterking regie volkshuisvesting De indiener merkt op dat het voorliggende ontwerp niet overeen komt met de tekst in de reeds vastgestelde realisatieagenda. Daarnaast is het ontwerp in strijd met de tekst van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Het verzoek is, om de teksten van het Omgevingsbeleid, de regionale realisatieagenda en de Wet versterking regie volkshuisvesting met elkaar in overeenstemming te brengen. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 2.

A018-WO044 - Respecteren bestaande afspraken De hier voorgestelde aanpak voor het uitvoeren van doelstellingen vormt volgens de indiener een inbreuk op bestaande afspraken ten aanzien van gemeentelijke woningbouwplannen. Veel van die plannen liggen al vast en lopen tot na 2025 door. Wijzigingen in die plannen zijn niet wenselijk in verband met juridische consequenties en financiële uitvoerbaarheid. Het verzoek is deze aanpassingen van het Omgevingsbeleid alleen toepasselijk te laten zijn op nieuwe plannen waarvoor nog geen (anterieure) overeenkomsten zijn gesloten. Anders is de voorliggende aanpassing voor de gemeente niet uitvoerbaar en worden toekomstige plannen wellicht onhaalbaar. De indiener acht het noodzakelijk dat deze maatregelen met passende financiële middelen gesteund worden. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 7.

A018-WO045 - Betaalbare woningbouw Het is onduidelijk hoe de afspraken in het regionale woningbouwprogramma en de Regionale Realisatie Agenda zich verhouden tot de voorgestelde beleidswijziging. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.

A018-WO046 - Minimaal 1/3 woningen in portefeuille corporaties Investeringskracht is een knelpunt bij corporaties. Deze knelpunten hebben grote invloed op de mogelijkheden om 1/3e van het regionale woningbouwprogramma door corporaties uit te laten voeren. Het is de indiener onduidelijk hoe met kritische succesfactoren (zoals meegenomen in de RRA Wonen) rekening mee gehouden wordt. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.

A018-WO047 - Streven naar 30% sociale huur in woningvoorraad In de beleidswijziging wordt volgens indiener geen rekening gehouden met de gemaakte afspraken in de Regionale Realisatieagenda Wonen en de uitgangspunten van de lokale Woonvisie over de

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

woningvoorraad. Het is volgens indiener (nog wel) een lokale bevoegdheid om het aandeel sociale woningvoorraad in de Woonvisie vast te leggen. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. In de RRA zijn doelstellingen opgenomen voor het aandeel betaalbare woningbouw bebaseerd op nationale doelstellingen. In de Wvrv wordt een nieuwe structuur neergezet van meer top down sturing.

A018-WO048 - Wet versterking regie volkshuisvesting Onder de Wet versterking regie volkshuisvesting vervangt het volkshuisvestelijke programma de gemeentelijke woonvisie. Indiener vraagt of dit betekent dat het beoogde provinciale beleid voor betaalbaarheid de basis wordt van het in de Wet versterking regie volkshuisvesting bedoelde volkshuisvestelijke programma van de gemeenten. Ook is voor indiener onduidelijk welke consequenties dit heeſt en wat het betekent als de doelstellingen niet gehaald worden. Antwoord: In de RRA zijn doelstellingen opgenomen. Wij hebben geconstateerd dat in de Wvrv soms andere doelstellingen zijn opgenomen dan in de RRA's. Wij hebben de minister daar op in onze consultatiereactie ophet wetsvoorstel op gewezen. Wij vinden het van provinciaal belang dat er voldoende betaalbare woningen worden geprogrammeerd. De in de RRA's opgenomen doelstellingen zijn inspanningsverplichtingen waar de partijen die de RRA's hebben ondertekend elkaar op kunnen aanspreken. De afgesproken doelstellingen zijn ook opgenomen in de Omgevingsvisie. Wij zullen het regionale woningbouwprogramma jaarlijks beoordelen op het bereiken van de de doelstellingen, de inspanningen van de gemeenten en factoren waar de gemeente geen invloed over heeſt. Op de woondealtafel hebben we ook periodiek het gesprek over de voortgang.

Mocht een gemeente zich onvoldoende inspannen om de afgesproken doelstellingen te halen dan treedt de Omgevingsverordening in werking.

A018-WO049 - Beleidsuitgangspunten vragen om financiële middelen De verplichting tot 30% sociale huur en 2/3e betaalbaar vanaf 2025 is financieel met de huidige middelen niet te realiseren. Hetzelfde geldt voor het laten beheren van 1/3e van nieuwbouw door woningcorporaties. Inziener vraagt: “wat als de corporaties niet de financiële middelen hebben?” Tekstueel: de huidige tekst bevat herhalingen. De indiener adviseert de tekst beter te structureren en naar essentie terug te brengen. Antwoord: Corporaties hebben in de Nationale Prestatieafspraken met het Rijk afspraken gemaakt over het aantal te realiseren sociale huurwoningen en het financieel kader hiervoor. Het is ons bekend dat corporaties in Zuid-Holland een lage investeringscapaciteit hebben. Dit is in de RRA's ook nadrukkelijk als kritische succesfactor genoemd. Voor de leesbaarheid zijn de teksten de verschillende beleidsinstrumenten verplaatst van de Omgevingsvisie naar het Omgevinigsprogramma en aangeapst zodat deze teksten zelfstandig leesbaar zijn. Dit zorgt ervoor dat er minder dubbelingen voorkomen. In de digitale versie zal over het algemeen slechts een deel van de teksten worden aangeklikt en gelezen.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. De tekst over de instrumenten wordt verplaatst van de Omgevingsvisie naar het Omgevingsprogramma.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A019 – Gemeente Vlaardingen A019-BE037 - Te behouden bedrijventerreinen In algemene zin onderschrijſt de gemeente de nieuwe beleidslijn voor te behouden bedrijventerreinen. Een aantal Vlaardingse bedrijventerreinen is op de lijst geplaatst. De gemeente stemt hiermee in, met uitzondering van de Koningin Wilhelminahaven. Er zijn transformatieopgaven voor dit bedrijventerrein, de gemeente vraagt daarom dit terrein te schrappen van de lijst. Alleen de oostelijke haventak blijſt watergebonden bedrijventerrein. Dit heeſt de gemeente al gecompenseerd in de Koggehaven. Het westelijk deel is met instemming van de provincie al aangewezen als transformatiegebied, in het kader van het Structuurplan Rivierzone 2004. De provincie hanteert een overgangstermijn van maximaal 10 jaar. Dit geeſt spanning om voldoende huisvesting voor doelgroepen te regelen. Antwoord: We zijn het met u eens dat deze locatie niet thuishoort op de kaart met niet te transformeren bedrijventerreinen. Het oostelijk deel van de Koningin Wilhelminahaven is in het ontwerp aangeduid als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’. Deze aanduiding wordt daarom geschrapt. Dit oostelijk deel van de Koningin Wilhelminahaven blijſt wel aangeduid als watergebonden bedrijventerrein. Het westelijk deel van de Koningin Wilhelminahaven heeſt nog steeds een bedrijfsbestemming.

In het provinciaal beleid handhaven we derhalve de aanduiding bedrijventerrein voor dit gebied. Met betrekking tot de overgangstermijn: wij zijn van mening dat 10 jaar noodzakelijk is om investeringszekerheid aan te bieden aan de ondernemers, hierin is een kortere periode ontoereikend. We hanteren geen vaste termijn van 10 jaar, de terreinen zijn 'niet te transformeren' voor onbepaalde tijd. Zodra een gemeente laat weten een terrein van de lijst af te willen halen voor transformatie gaat een overgangstermijn van 10 jaar in. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. Het oostelijk deel van de Koningin Wilhelminahaven (gemeente Vlaardingen) wordt in de Omgevingsverordening geschrapt als niet te transformeren bedrijventerrein, maar blijſt wel havengebonden bedrijventerrein.

A019-BE038 - Begrenzing en aanduiding bedrijventerreinen De begrenzing van het Unileverterrein in Vlaardingen is aangepast. Hier ontbreekt nog de Koningin Wilhelminahaven en het Eiland van Speyk. Ook hiervan moet de begrenzing worden aangepast. Er staat nog een zandtrechter op de kade, die slechts sporadisch wordt gebruikt. Dit is dus geen watergebonden kavel, maar gebruik van de kade voor een watergebonden activiteit. Het bestemmingsplan Eiland van Speyk maakt woningbouw mogelijk. De bedrijventerreinenkaart van de provincieis hiermee dus in strijd. Antwoord: Deze zienswijze gaat niet over de Herziening Wonen, Werken en Werelderfgoed. Het betreſt een technische opmerking over de geometrische begrenzing van bedrijventerreinen. Dit is echter al eerder verwerkt.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A019-DE003 - Detailhandel In de tweede alinea “Veranderend consumentengedrag…” zou het beter zijn om de tweede en derde zin (Prioriteit moet … verschillende voorzieningen) te verplaatsen naar het einde van de alinea. De kern van detailhandelsbeleid hoort nog altijd de detailhandel te zijn. Bovendien is de te eenzijdige duiding van internethandel als oorzaak voor de winkelteruggang onjuist. Overaanbod, maandelijkse kosten voor telefonie/tv/internet, de blijvende verschuiving naar het laagsegment hebben een even grote invloed gehad en hebben twee decennia lang de reserves in de detailhandel uitgehold. Het zou dan als volgt worden: Veranderend consumentengedrag (o.a. meer aankopen via internet) leidt ertoe dat er in algemene zin minder behoeſte is aan winkels. Het is van belang om in de basis het vigerende provinciaal detailhandelsbeleid (detailhandel primair concentreren in de centra) te continueren en niet meer vestigingsmogelijkheden daarbuiten toe te staan, aangezien deze niet bijdragen aan het provinciaal belang van vitale en aantrekkelijke stads- en dorpscentra. Prioriteit moet bovendien worden gelegd bij het relevant houden van centrumgebieden door hier naast winkels ook andere publiek aantrekkende voorzieningen te bundelen. Hierdoor ontstaat synergie tussen de verschillende voorzieningen.

Antwoord: De provincie beaamt dat de door de gemeente benoemde ontwikkelingen mogelijk ook een rol spelen bij de winkelteruggang. De tekst waar de gemeente Vlaardingen een tekstvoorstel voor aanbiedt, betreſt geen tekst die, al dan niet gewijzigd, een plek zal krijgen in het Omgevingsbeleid. Het betreſt alleen de in de Nota van Toelichting opgenomen beschrijving van de aanleiding om beperkte wijzigingen in het Omgevingsbeleid door te voeren. Deze zienswijze leidt niet, hoewel een terechte constatering van de gemeente, tot wijziging van het ontwerpbeleid.

A019-DE004 - Detailhandel Eerste zin van de toelichting: het gebruik van de term “overige centra” bij twee type aanduidingen kan verwarrend werken. Daarom vooral in de verdeling “grote centra, middelgrote centra en overige centra” (de eerste zin) de term vervangen door “kleine, diverse centra” en deze aanpassing elders ook doorvoeren. Antwoord: Het klopt dat de term ‘overige centra’ in de inleiding verwarrend kan werken omdat de ‘overige centra’ ook weer een categorie vormt in de beschrijving van de provinciale detailhandelsstructuur. Deze zienswijze leidt tot wijzing van het ontwerpbeleid. Conclusie Deze zienwijze leidtd tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsvisie wordt de tekst aangepast onder het kopje “Detailhandel binnen de centra: Verschillende typen winkelcentra”. De term ‘overige centra’ wordt vervangen door ‘kleinere centra’ in de volgende zin: “De provincie onderscheidt in Zuid-Holland grofweg drie typen winkelcentra: de grote centra, de middelgrote centra en de kleinere centra. “

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A019-DE005 - Detailhandel De twee alinea’s van internetdetailhandel zijn conflicterend. In de eerste worden alle afhaalpunten naar de winkelconcentraties verwezen, in de tweede (zonder aankondiging in de eerste) wordt een uitzondering aangebracht. Deze uitzondering wordt overigens ook in de Vlaardinger detailhandelsnota (2013) geboden, echter primair gekoppeld aan ondergeschiktheid, beperkte ruimtelijke uitstraling en verkeersaantrekking. Antwoord: Afhaalpunten voor internetdetailhandel in winkels versterken de detailhandelsstructuur en dragen bij aan de attractiviteit en levendigheid van winkelgebieden. In het Omgevingsbeleid wordt, naar aanleiding van een amendement van PS in 2014, onderscheid gemaakt tussen afhaalpunten voor dagelijkse en niet dagelijkse goederen: internetafhaalpunten voor niet dagelijkse artikelen, zonder etalage/showroomfunctie, kunnen gesitueerd worden op goed bereikbare locaties buiten winkelconcentraties. Wij zijn voornemens om de door de gemeente Vlaardingen benoemde mogelijk conflicterende beschrijving te onderzoeken en na te gaan of in de toekomst het locatiebeleid voor internetafhaalpunten beter in lijn moet worden gebracht met het provinciaal belang omtrent attractieve en levendige centra.

A019-DE006 - Detailhandel Voor de PDV/GDV locaties is geen status aangegeven, maar enkel een type aanduiding. Betekent dit dat deze verder niet qua perspectief zijn beoordeeld? Antwoord: Dat klopt. Op basis van het KSO2021 en de daarop uitgevoerde nadere analyse is alleen noodzakelijk geacht om de beschrijving van de reguliere provinciale detailhandelsstructuur te wijzigen. De PDVlocaties en GDV-locaties zijn als zodanig in het verleden al benoemd met daarbij behorend een nadere omschrijving in de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt niet tot wijziging van het ontwerpbeleid.

A019-DE007 - Detailhandel De tabel met kwantitatieve ontwikkelingsmogelijkheden zou, voor een beter inzicht in deze cijfers, moeten worden uitgebreid met het actuele aanbod per regio (totaal, dagelijks en niet-dagelijks). Die cijfers geven meer gevoel voor de verhouding tussen bestaand aanbod en de uitbreidingsruimte. Bovendien aub deze tabel draaien op de pagina, zodat het “-” teken bij de cijfers blijſt staan. Is nu niet altijd direct zichtbaar. N.B. Juist bij dergelijke overzichten is het van belang om erbij aan te geven wat de datum van de momentopname is. Graag vermelden in de titel. Antwoord: De informatie over het actuele aanbod is in losse grafieken en tabellen beschikbaar, in het rapport dat is opgesteld n.a.v. de nadere analyse die is uitgevoerd n.a.v. het KSO 2021 (DTNP: ‘Onderzoek naar en advies over het detailhandelsbeleid van de provincie Zuid-Holland. 24 mei 2022). Wij hebben overwogen om de tabel met deze informatie uit te breiden, maar daar niet voor gekozen omdat de tabel nu al erg veel informatie bevat en uitbreiding van de tabel het geheel er niet duidelijker op zal maken en omdat de informatie al op een andere plek beschikbaar is. De momentopname (24 mei

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

2022) zal in de tabel worden opgenomen en de tabel zal zo worden opgemaakt dat deze goed leesbaar is. Deze zienswijze leidt tot wijziging van het ontwerpbeleid. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In het Omgevingsprogramma wordt een duidelijkere versie opgenomen van de tabel met kwantitatieve ontwikkelingsmogelijkheden detailhandel.

A019-DE008 - Detailhandel Een na laatste alinea: De conclusie dat alleen de regio Haaglanden nog een positieve ontwikkelruimte laat zien is feitelijk onjuist. Ook de regio Rotterdam heeſt een, zij het kleine, positieve ontwikkelruimte. Antwoord: De positieve ontwikkelingsruimte die wordt bedoeld, betreſt die van dagelijkse en niet-dagelijkse artikelen bij elkaar opgeteld, na uitvoering van harde en zachte plannen. Dat is feitelijk wel juist. In de tekst zal dit echter wel verduidelijkt worden. De zienswijze leidt op dit punt tot een kleine tekstuele aanpassing van het ontwerpbeleid. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In het Omgevingsprogramma komt de zin over Haaglanden in de tekst bij de tabel onder het kopje ‘functioneren detailhandelsstructuur’ als volgt te luiden: Na uitvoering van harde en zachte plannen laat alleen de regio Haaglanden nog een positieve ontwikkelingsruimte zien tot 2030, met name voor niet-dagelijkse artikelen.

A019-GR007 - Grote ruimtevragers De provincie kiest waar mogelijk voor het samenbrengen en ruimtelijk combineren van grootschalige functies. De gemeente merkt op dat de capaciteit van de infrastructuur ook afhankelijk is van het verkeersmodel over het onderliggend wegennet dat de gemeente hanteert. Antwoord: Bij het toelaten van grote ruimtevragers spelen meerdere factoren van belang, waaronder efficient gebruik van de bestaande infrastructuur. Daarom vragen we bij bereikbaarheidseffecten zorgvuldig mee te wegen op basis van een adequaat verkeersmodel.

A019-TB009 - Toekomstbestendig bouwen Energiehuishouding: de energietransitie vraagt ook om ruimte en we vragen de provincie hier rekening mee te houden. Het gaat bijvoorbeeld om zon, wind en warmtenetten. Gezonde en veilige leefomgeving: havengeluid en uitstoot dient zoveel mogelijk te worden beperkt. De provincie wordt verzocht dit de stimuleren en te subsidiëren (bijvoorbeeld walstroom). Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A019-TB010 - Toekomstbestending bouwen en ontwikkelen Een prettige, gezonde en veilige leefomgeving is een containerbegrip. Zijn de onderliggende punten afdoende om aan dit criteria te voldoen of is dit meer? Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A019-TB011 - Toekomstbestending bouwen en ontwikkelen Wij kunnen niet in alle gevallen al deze bovenwettelijke maatregelen afdwingen. Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A019-TB012 - Toekomstbestending bouwen en ontwikkelen De provincie wil heel veel innovatieve maatregelen stimuleren. Op welke manier kan/moet een gemeente hier wat mee doen. Welke wettelijke grondslag ligt hier onder? Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A019-TB013 - Toekomstbestending bouwen en ontwikkelen Aspecten als energiehuishouding van een gebouw en toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten. In hoeverre kan een gemeente dit beoordelen bij een woningbouwontwikkeling? Is hier specifieke kennis voor nodig? Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A019-WO059 - Wonen De gemeente sluit zich aan bij de zienswijze van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam. Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR), zie B003.

A019-ZZ021 - Kaarten Diverse kaarten worden gemist door de gemeente, zoals de kaart Grote Ruimtevragers en de kaart met grote buitenstedelijke bouwlocaties (‘3 hectare kaart’).

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Antwoord: Het beleid voor Grote Ruimtevragers is alleen tekstueel (beleid en regels) gewijzigd. De kaart (geo informatie objecten) is niet gewijzigd. Daarom is de kaart niet bijgevoegd. Voor de kaart met grote buitenstedelijke bouwlocaties, geldt dat alleen de gewijzigde locaties in beeld zijn gebracht.

A019-ZZ022 - Afwegingsruimte De gemeente wijst op de filosofievan de Omgevingswet (o.a. minder regels, lokaal maatwerk, ruimte voor initiatieven en meer vertrouwen). De gemeente verzoekt in de praktijk rekening te houden met de gezamenlijk belangen en ambities, onder meer waar het gaat om de NOVEX-gebieden. De ruimtelijke afwegingen van Vlaardingen zijn hierbij leidend. Provincie en gemeente hebben veel gezamenlijke ambities. Toch blijkt voor de provincie strikte toepassing van regels zwaarder te tellen dan het voldoen aan gezamenlijke beleidsdoelstellingen. Dit is een onhoudbare werkwijze in het licht van de Omgevingswet. De gemeente adviseert in de verordening een ruimer afwijkingsartikel op te nemen, die GS gemotiveerd kan benutten. Antwoord: De provincie onderschrijſt de uitgangspunten en de filosofie van de Omgevingswet. Ook de provincie heeſt onder de Omgevingswet een rol als het gaat om de fysieke leefomgeving. Als sprake is van provinciale belangen kan de provincie gebruik maken van een aantal instrumenten die de wetgever aan de provincie heeſt toegekend. De provincie heeſt bij het inzetten van dat instrumentarium nadrukkelijk oog voor de belangen van de gemeente en voor het overlaten van voldoende afwegingsruimte op lokaal niveau. Ook bij het formuleren van regels in de verordening maakt de provincie hierover een bewuste afweging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658020/1