Nota Beantw Herziening Omgevingsbel Wonen Werk
Tekst van het document
Soms is een lichte regeling mogelijk, soms is een striktere regeling nodig. Soms is differentiatie op lokaal niveau de beste oplossing. Soms is gelijkheid in regels voor alle gemeenten in de provincie de beste oplossing. In de Omgevingsverordening zijn generieke en specifieke maatwerkregels opgenomen. Deze bieden al voldoende mogelijkheden voor maatwerk. Dit neemt niet weg dat de provincie open staat voor nieuwe suggesties op dit punt, vanzelfsprekend met inachting van de Omgevingswet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A020 – Gemeente Westland A020-BE026 - Te behouden bedrijventerreinen Indiener verzoekt de locatie Flora Holland niet aan te wijzen als ‘te behouden bedrijventerrein’, maar als regulier bedrijventerreinom . Dit om flexibiliteit te behouden en ruimte voor huisvesting van arbeidsmigranten, flexwonen, studenten en kenniswerkers te bieden. Antwoord: We zijn het met u eens dat deze locatie niet thuishoort op de kaart met niet te transfomeren bedrijventerreinen. Dit zal daarom worden aangepast. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening komt de aanduiding ‘niet te transformeren bedrijventerrein’ te vervallen voor de locatie Flora Holland (gemeente Westland). De locatie wordt ook geschrapt van de lijst met niet te transformeren bedrijventerreinen in de Nota van Toelichting bij de module.
A020-WO038 - Woningbouwprogramma De indiener hecht er waarde aan dat het woningbouwprogramma in Westland in eerste instantie wordt afgestemd op de vraag naar woningen van eigen bewoners en mensen die in Westland werken, met de ambitie om in alle kernen gevarieerd en betaalbaar te bouwen. Uit onderzoek (ABF woningmarktverkenning 2022-2032) blijkt dat er minder vraag naar sociale huur bestaat dan de 30% waar vanuit de nieuwbouwprogrammering op wordt gekoerst. Antwoord: De Provincie stuurt op een regionaal woningbouwprogramma. In Haaglanden is in het mede door Westland ondertekende Tussenakkoord afgesproken dat gemeenten zich inspannen om de doelen van het MeerEvenwichtscenario te halen en daarmee woningen voor de doelgroep beter te spreiden over de regio. Deze afspraken zijn opnieuw bevestigd in de Regionale Realisatieagenda Haaglanden. In de ABF rapportage wordt alleen uitgegaan van de huidige inwoners van de gemeente Westland en hun woonwensen. Er wordt hier geen rekening gehouden met de vraag in de regio en de spreiding van sociale en betaalbare woningen.
A020-WO039 - Betaalbare woningen De indiener onderschrijſt de ambitie om te streven naar meer betaalbare woningen, maar stelt dat het vastleggen van een percentage (minimaal 2/3e) de financiële haalbaarheid en kwaliteit van ontwikkelingen sterk onder druk zal zetten of bepaalde projecten zelfs onmogelijk zal maken. Het voorstel is om 2/3e als ambitie op te nemen en niet als eis. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A020-WO040 - Nieuwbouw M.b.t. tot de eis dat 1/3e van nieuwbouw in het portefeuille van woningcorporaties moet zitten vanaf 2025, merkt indiener op dat de gemeente ook met andere partijen afspraken over huurwoningen maakt met de maximale huur tot de liberalisatiegrens. De indiener wenst, ook deze woningen onderdeel te laten zijn van de definitie ‘sociale huurwoning’. De sociale huurwoning dient volgens indiener dan minimaal 25 jaar tot de sociale huurvoorraad behouden te blijven. Indiener stelt dat monitoring op dit punt goed geborgd moet zijn. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 3.
A020-WO041 - Sociale huur Met betrekking tot het streefpercentage van 30% sociale huur in de totale gemeentelijke woningvoorraad stelt de indiener dat dit streefpercentage niet aansluit op de lokale vraag naar sociale huur en dus voorbijgaat aan het belang van de lokale volkshuisvesting en woningmarkt. Streven naar 30% achten zij niet wenselijk en niet realistisch, ook gezien het doel van een gelijkmatige spreiding, omdat Westland de dichtst-bebouwde gemeente van Nederland is. Beperkte doch mogelijke groei van 1 tot 2% zit al in de huidige programmering. Antwoord: 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad is een streefpercentage. Er zal wel groei moeten zijn door het opnemen van minimaal 30% sociale huurwoningen in de woningbouwprogrammering wanneer een gemeente geen 30% sociale huur in de woningvoorraad heeſt. Hierbij vragen we het maximale, niet het onmogelijke.
A020-WO042 - Invoeringstermijn woningbouwprogrammering Gebiedsontwikkeling met vastgestelde woonprogrammering vereist langjarige samenwerkings- en andere anterieure overeenkomsten. Indiener gaat ervan uit dat bestaande gebiedsontwikkelingen waar dergelijke vaststaande samenwerkingsovereenkomsten aan ten grondslag liggen, en waar voor diverse deelgebieden nog geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt, vallen onder het overgangsrecht, omdat de consequenties van het openbreken van contracten zal leiden tot grote vertragingen, afstel en schadeloosstellingen. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, gaat indiener ervan uit dat de provincie garant staat voor financiële, ruimtelijke en programmatische consequenties. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 7.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A021 – Gemeente Leidschendam-Voorburg A021-WE005 - Behoud in situ Behoud ‘in situ’, zoals voorgeschreven door de beleidsaanpassingen, is reeds het uitgangspunt van de gemeente, maar is vaak niet mogelijk bij ontwikkelingen van andere maatschappelijke opgaves. Deze voorschriſten vormen dus een ernstige beperking van ontwikkelingsmogelijkheden in de gemeente. De herziening dient volgens indiener op dit vlak te worden aangepast. Antwoord: Zie thematische beantwoording Werelderfgoed - Limeszone.
A021-WE006 - Adviescommissie In artikel 6.26b en 6.27 wordt vermeld dat 2023 een Adviescommissie Archeologie Zuid-Holland wordt opgericht. Indiener vindt het proces, de rol en de bevoegdheden mbt omgevingsvergunningstraject van deze commissieonduidelijkheid. De indiener stelt dat de herziening niet mag leiden tot administratieve lastenverzwaring in het omgevingsvergunningenproces en ook niet tot een verschuiving van de Bevoegd Gezag-rol. Antwoord: Zie thematische beantwoording Werelderfgoed - Adviescommissie.
A021-WE007 - Provinciale beschermingszone Met betrekking tot de provinciale beschermingszone merkt indiener op dat deze een ander tracé volgt dan de Unesco bufferzone. Voor deze keuze ontvangt de gemeente graag een onderbouwing waaruit blijkt dat de aanvullende voorwaarden in het provinciale tracé nodig zijn of een aanpassing van de verbeelding vormen. Antwoord: De provinciale beschermingszone is niet alleen op de kernwaarden van het Werelderfgoed gericht maar betreſt de bredere lijn van te verwachten Romeinse sites en hun eventuele voorgangers. Over de exacte begrenzing van de provinciale Limes verwachtingszone is de provincie in overleg met de Zuid-Hollandse Limes gemeenten in het Limes Cluster Zuid-Holland.
A021-WO034 - Afspraken woningmarktregio Haaglanden De indiener constateert dat het voorgenomen Omgevingsbeleid niet in lijn is met het woonbeleid van de provincie met betrekking tot de afspraken tussen de provincie, BZK en de gemeenten en woningcorporaties in de Woningmarktregio Haaglanden die zijn vastgelegd in de regionale woondeal, met name de afspraken over betaalbare woningbouw, prioritaire doelgroepen en het regionale woningbouwprogramma. De indiener stelt voor deze onderdelen in het Omgevingsbeleid aan te passen. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A021-WO035 - Betaalbare woningbouw Met betrekking tot betaalbare woningbouw is er geen sprake van een onvoorwaardelijke afspraak over de realisatie van woningbouw in Haaglanden. De indiener stelt dat in de herziening toegevoegd moet worden dat het realiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwdoelstellingen alleen kan slagen als de kritische succesfactoren uit de regionale woondeal(s) worden opgelost. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
A021-WO036 - Prioritaire doelgroepen Met betrekking tot prioritaire doelgroepen stelt de indiener dat er naast een focus op het huisvesten van aandachtsgroepen ook aandacht moet blijven voor de huisvesting van reguliere woningzoekenden die zijn aangewezen op goedkope woningbouw. Het wordt belangrijk geacht voor deze doelgroep woonruimte te bestemmen in de woningbouwprogrammering. Indiener wilt in de herziening toegevoegd zien dat een substantieel deel van de (nieuwe) sociale huurwoningen beschikbaar moet blijven voor reguliere woningzoekenden (die niet onder de aandachtsgroepen vallen). Antwoord: Het Rijk werkt aan het Wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting waarin het voorstel is dat gemeenten verplicht een urgentieverordening moeten opstellen voor een aantal urgentiecategorieen en hiervoor een beperkt deel van het vrijkomend aanbod beschikbaar stellen. Door de val van het kabinet is de planning van dit wetsvoorstel onduidelijk. In het wetsvoorstel over de wijziging van de Huisvestingswet 2014 wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om een deel van het vrijkomende aanbod sociale huurwoningen te reserveren voor woningzoekers die een economische en maatschappelijke binding hebben met een woningmarktregio. Gemeenten mogen onderling zelf een verdeling van dit percentage overeenkomen.
Gemeenten moeten in een huisvestingsverordening het percentage dat men wil reserveren voor lokale binding onderbouwen en afstemmen met de gemeenten uit dezelfde woningmarktregio. Aandachtsgroepen concurreren met reguliere woningzoekers op de (sociale) huurwoningmarkt. De provincie geeſt dan uiteindelijk een advies t.a.v. de huisvestingsverordening.
A021-WO037 - Regionaal woningbouwprogramma Met betrekking tot het regionale woningbouwprogramma merkt indiener op dat de provincie bij de beoordeling van het behalen van de doelstellingen van het programma geen rekening houdt met de afspraken uit de regionale woondeal over kritische succesfactoren. Indiener stelt dat in de herziening moet worden toegevoegd dat de kritische succesfactoren uit de regionale woondeal(s) worden betrokken bij de beoordeling van het regionale woningbouwprogramma. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A022 – Gemeente Zuidplas A022-GR003 - Grote ruimtevragers Het beleid richt zich op bedrijven met een omvang van 3 hectare, voorheen was dit 5 hectare. Dit nieuw beleid gaat ook gelden voor de in het Middengebied te ontwikkelen bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II. Deze terreinen zijn sinds oktober 2022 opgenomen op de ‘3 hectare kaart’. In de bestuurlijke overeenkomst van 1 juli 2022 is bepaald dat de maximale grootte van de bedrijfskavels 5 hectare bedraagt. Dit wijkt af van de nieuwe regeling in het ontwerp. De gemeente verzoekt een uitzondering te maken voor de genoemde terreinen. Antwoord: De regeling voor grote ruimtevragers zal aangepast worden, zodat een uitzondering geldt voor bestaande bestuurlijke afspraken. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening wordt in het artikel over grote ruimtevragers een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen voor bestaande bestuurlijke afspraken. Dit leidt ook tot aanpassing van de toelichting van de verordening. Ook in de Nota van Toelichting bij de module wordt dit aangepast.
A022-WI004 - Amendement over zonnepanelen bij windturbines De gemeente vindt het geen goede ontwikkeling dat er minder mogelijkheden zijn om zonne-energie op te wekken bij windparken. De fysieke ruimte is al te beperkt voor de grote opgave, deze nieuwe beperking maakt het nog lastiger. Lokaal draagvlak is belangrijk, er zijn nu minder opties beschikbaar terwijl bewoners daarover niet hebben kunnen meedenken. De technische ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Daarom wil de gemeente zoveel mogelijk opties openhouden. Het combineren van windparken met zonne-energie lijkt voor de toekomst juist steeds belangrijker te worden. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond. Zoals door indiener gesteld wordt herkend dat lokale omstandigheden van groot belang zijn om de juiste afweging te kunnen maken. De reallisatie van zon bij windturbines betreſt daarom altijd maatwerk.
A022-WO014 - Termijn van doorwerking beleid wonen De provincie gaat ervan uit dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen die nieuwe woningen mogelijk maken en die vanaf 1 januari 2024 in ontwerp ter inzage worden gelegd, nog te beïnvloeden zijn en dus moeten voldoen aan de nieuwe doelstellingen met betrekking tot betaalbare woningbouw en sociale huurwoningen. De gemeente begrijpt die ambitie, maar daarmee wordt inbreuk gedaan op bestaande afspraken en overeenkomsten over woningbouw. Die afspraken reiken veelal verder dan de jaarschijf 2025. Het Omgevingsbeleid moet daarom op dit punt worden aangepast en kan alleen betrekking hebben op nieuwe plannen waarvoor nog geen (anterieure) overeenkomsten zijn gesloten.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Over het Middengebied/Vijfde Dorp zijn met de provincie afspraken gemaakt over de realisatie van 8.000 woningen waarvan 50% in het betaalbare segment. De gemeente wil vasthouden aan de gemeente afspraken. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 7 De bestaande bestuurlijke afspraken voor het Vijfde Dorp in het middengebied Zuidplaspolder worden niet ter discussie gesteld. Dit is ook bestuurlijk onderschreven door alle partijen in de RRA Midden-Holland.
A022-ZZ007 - Zienswijze regio Midden-Holland De gemeente onderschrijſt de zienswijze van de regio Midden-Holland. Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van Regio Midden-Holland, zie B008
A022-ZZ008 - Leefomgevingstoets Er wordt in de leefomgevingstoets alleen gekeken naar de negatieve effecten op de indicator ‘woningvoorraadontwikkeling’. Het introduceren van de categorie ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’ kan echter ook onzekerheid creëren voor de overige bedrijventerreinen. Er is dus ook een risico op een negatief effect op de indicator ‘ondernemersvertrouwe’. Dit punt blijſt onderbelicht en is voor de investeringsbereidheid van bedrijven zeer belangrijk. Antwoord: Het beleid voor de overige bedrijventerreinen wordt niet gewijzigd. Transformatie was daar onder strikte voorwaarden al mogelijk en dat blijſt zo. De beleidswijziging heeſt geen betrekking op die bedrijventerreinen. Er is dus geen effect en daarom is dat ook niet onderzocht. Het beleid heeſt alleen betrekking op een deel van de bedrijventerreinen die een extra bescherming krijgen, door transformatie uit te sluiten. Voor deze categorie geldt een positief effect voor het ondernemersvertrouwen en daarmee de investeringsbereidheid. Het is te kort door de bocht om te veronderstellen dat daarmee voor de overige terreinen automatisch het ondernemersvertrouwen en de investeringsbereidheid teruglopen.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A023 – Gemeente Gorinchem A023-BE012 - Niet te transformeren bedrijventerrein In de module wordt zowel de term ‘niet te transformeren bedrijventerrein’ gebruikt, als de term ‘te behouden bedrijventerrein’. De gemeente verzoekt laatstgenoemde term te schrappen, omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat andere bedrijventerreinen volop ruimte bieden voor functieverandering. Daarnaast constateert de gemeente dat dit een ingrijpend middel is, dat ingaat tegen het subsidiariteitsbeginsel. Antwoord: Wij zijn het eens met uw suggestie. Wij zullen de tekst 'te behouden bedrijventerrein' aanpassen naar 'niet te transformeren'. Het middel is ingrijpend maar dit is naar ons inzien nodig gezien het inefficiënte ruimtegebruik op de bedrijventerreinen. Het provinciaal belang bij het beschikbaar zijn van voldoende ruimte voor bedrijven weegt hierbij zwaar. Vanwege het ingrijpende karakter van het instrument passen we dit alleen toe op een selectie van de bedrijventerreinen. Bovendien zijn er in deze herziening alleen bedrijventerreinen aangeduid als ‘niet te transformeren’, als dit in overeenstemming is met de gemeente. Vanuit het Rijk is een trend ingezet om werklocaties te behouden (zie kamerbrief Ruimte en Economie van 14/10/2022, kenmerk:DGBI / 22475176). De provincie Zuid-Holland is niet de enige provincie die dit instrumentarium toepast.
Ook in de provincie Noord-Holland is een soortgelijk instrumentarium van kracht. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In alle stukken behorende bij de module wordt de term ‘te behouden bedrijventerrein’ vervangen door de term ‘niet te transformeren bedrijventerrein’.
A023-WI003 - Amendement over zonnepanelen bij windturbines Het amendement levert beperkingen op voor het plaatsen van zonnepanelen bij windturbines. De gemeente is het ermee eens dat zonnepanelen niet zonder meer op (landbouw)gronden mogen worden geplaatst. De combinatie van zonne- en windenergie levert echter voordelen op. In de oorspronkelijke tekst staat al goed verwoord dat zorgvuldigheid en maatwerk per locatie belangrijk zijn. De gemeente vraag daarom het amendement niet toe te passen. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.
A023-WO007 - Wonen – ontwerp wijkt af van wetsvoorstel De tekst in het ontwerp sluit op meerdere onderdelen niet aan bij het Wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting en bij de getekende Regionale Realisatieagenda’s. Het gaat daarbij onder meer om de definitie van sociale huurwoning. Een ander voorbeeld betreſt het toegroeien naar 30% sociale huurwoningen, versus 30% van de nieuwbouw moet sociale huur zijn. De lokale en regionale woonzorgvisies en het (regionaal) volkshuisvestelijk programma hebben een geheel verschillend tijdspad (2024 respectievelijk 2026). Het lijkt dan ook niet reëel om te verwachten
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
dat alle gemeenten en regio’s voor 1 januari 2024 een woonzorgvisie hebben die aan alle genoemde onderwerpen voldoet. De omschrijving van de aandachtsgroep ouderen is niet consistent in het ontwerp. Zowel 55+ wordt genoemd als 65+. De term “ouderen” sluit niet aan bij de beleving van mensen, een neutralere term (65+ groep bijvoorbeeld) is beter. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 3. Zie thematisch antwoord Wonen 5. Zie thematisch antwoord Wonen 6.
A023-WO008 - Ruimte voor lokaal maatwerk De gemeente gaat mee met het streven van Rijk en provincie ten aanzien van betaalbare woningen en sociale huur. Er moet wel ruimte zijn voor lokaal maatwerk. In gemeenten en wijken waar al veel betaalbare woningen en sociale huurwoningen zijn, kan inzet op doorstroming en meer differentiatie belangrijker zijn. De ruimte voor lokaal maatwerk moet verankerd worden in het Omgevingsbeleid, dat is nu onvoldoende het geval. Dit blijkt bijvoorbeeld niet uit de doelstellingen voor het regionale woningbouwprogramma. Bovendien ontstaat er een onwerkbare situatie, als geen overeenstemming worden bereikt over het regionale woningbouwprogramma. Antwoord: De opgenomen doelstellingen in de regionale realisatieagenda's, die door alle Zuid-Hollandse gemeenten zijn ondertekend, gelden voor het gehele regionale woningbouwprograma. Daar binnen is ruimte voor maatwerk, mits dit niet botst met de doelstellingen uit het Omgevingsbeleid en de gemaakte afspraken in de regionale realisatieagenda's.
A023-WO009 - Bestaande afspraken over woningbouw In de teksten van de herziening van het Omgevingsbeleid gaat de provincie ervan uit dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen met nieuwe woningen, die vanaf 1 januari 2024 in ontwerp ter inzage worden gelegd, nog te beïnvloeden zijn en dus moeten voldoen aan de genoemde nieuwe doelstellingen. Dit komt niet overeen met de afspraken zoals neergelegd in onze regionale realisatieagenda. In de regionale realisatieagenda is afgesproken dat woningbouwprogramma's zoals door de provincie aanvaard niet meer ter discussie gesteld worden. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 7.
A023-WO010 - Ondersteuning bij regionale woonvisie Het aanbod om indien nodig ondersteuning te bieden bij het opstellen van een integrale woonzorgvisie wordt gewaardeerd. Antwoord:
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Via de subsidieregeling Vliegende Brigade Zuid-Holland is er de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de inhuur van externe capaciteit en expertise die is gericht op de totstandkoming van een regionale integrale woonzorgvisie. Deze subsidiemogelijkheid hebben we opgesteld omdat in het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ is aangegeven dat gemeenten integrale woonzorgvisies moeten gaan op stellen en dit complexe processen zijn.
A023-WO011 - 30% sociale huur in de voorraad per gemeente Van gemeenten die boven het percentage van 30% sociale huur in de voorraad zitten, wordt verwacht dat ze de voorraad op peil houden. Het is belangrijk aan te geven dat dit gaat om het absolute aantal sociale huurwoningen en niet om het percentage. Anders moet alle nieuwbouw hetzelfde percentage bevatten. Antwoord: Wij zijn het met u eens dat absoluut aantal sociale huurwoningen behouden moet blijven en zo beschikbaar is voor de doelgroep.
A023-WO012 - Rol woningbouwcorporaties Bij beoordeling van het regionale woningbouwprogramma kan GS - kort samengevat – de (regionale koepel van actieve woningbouwcorporaties in de gemeente advies vragen. Het kan zijn dat de woningcorporaties aangeven meer te willen en kunnen. Hier zit echter ook een financieel kader aan vast. Zonder bijdrage van Rijk en provincie hierin, zou dit tot een impasse kunnen leiden. Antwoord: Wij gaan er van uit dat een woningcorporatie zelf een eigen afweging maakt of zij de middelen hebben om te kunnen investeren. In de RRA's in nadedrukkelijk aandacht gevraagd voor de geringe investeringscapaciteit die woningcorporaties in Zuid-Holland hebben. Wij zullen dit punt blijven agenderen aan de woondealtafel waar naast provincie en gemeenten ook de minister voor VRO en woningcorporaties aan deelnemen.
A023-WO013 - Flexwonen De gemeente ziet flexwonen als een middel om een probleem op te lossen. De gemeente onderzoek in haar visies welke problemen er spelen en welke middelen passend zijn om het probleem op te lossen. Flexwonen kan daarbij een rol spelen, maar het is geen afzonderlijke opgave voor gemeenten. Dus het zou ook geen onderdeel hoeven te zijn van de regionale woonvisie en de lokale woonzorgvisie. Antwoord: Wij vragen in de regionale woonzorgvisie alleen een visie op het toepassen van flexwonen. Flexwonen is altijd een aanvulling op reguliere permanente woningbouw. Een tijdelijke flexibele schil van sociale huurwoningen kan worden ingezet als buffer en invoegstrook voor spoedzoekers naar een permanente woning. Uit de visie zou in theorie kunnen blijken dat afgezien kan worden van de inzet van flexwoningen omdat in de woonvraag van aandachtsgroepen kan worden voldaan aangezien er voldoende permanente sociale huurwoningen beschikbaar komen. We zullen de tekst in de ogevingsvisie op de punt nog wat verduidelijken.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. De tekst in de Omgevingsvisie over flexwonen wordt verduidelijkt dat flexwonen een aanvulling is op de reguliere permanente woningbouw en dus geen opgave op zich.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A024 – Gemeente Nieuwkoop A024-DE009 - C-3 Detailhandel Indiener vindt het positief dat gemeenten, winkeliers- en ondernemersverenigingen en stichtingen subsidie kunnen aanvragen voor activiteiten gericht op het verhogen en verbeteren van de onderlinge samenwerking van ondernemers en winkeliers, vooronderzoek voor het oprichten van een BiZ, etc. Indieners vragen echter om naast middelgrote- en grote centra ook oog te (blijven) houden voor kleinere winkelcentra in dorpen, met oog op het belang van de leefbaarheid van dorpen op het platteland. Antwoord: De provincie is dankbaar voor de ondersteuning van de gemeente Nieuwkoop van de gehele inzet van de provincie op het detailhandelsdossier, zowel via het Omgevingsbeleid als de hieraan complementaire ‘Aanpak Winkelgebieden’. Die inzet is zeker niet beperkt tot de grotere en middelgrote centra, maar richt zich juist ook op de kleinere gebieden. De Subsidieregeling detailhandel Zuid-Holland, kan ingezet worden in alle ‘reguliere winkelgebieden’ (dus niet de perifere locaties zoals woonboulevards). Ook kleine winkelgebieden komen in aanmerking voor de subsidie, waarbij wel een ondergrens van minimaal 5 winkels wordt gehanteerd. Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het ontwerpbeleid.
A024-GB010 - B8 mutaties 3 hectare kaart – woningbouwlocaties De gemeente maakt zich zorgen om het opnieuw afwegen van de geplande uitbreiding op regionaal niveau van Langelaar-West. De locatie Langelaar-West kan het beste integraal ontwikkeld, met het oog op de ontwikkeling van één stedenbouwkundig plan dat aansluit op de specifieke kenmerken van het dorp Langelaar en de behoeſte aan woningen van de gemeente Nieuwkoop. De gemeente hoopt dat Langelaar op deze manier “af” kan worden en dat zo de noodzakelijke snelheid in de woningbouwopgave gewaarborgd wordt, omdat er dan maar één proces hoeſt te worden doorlopen. Met betrekking tot de bestuurlijke afspraak omtrent de Noordse Buurt stellen indieners dat voor deze buurt in 2009 bestuurlijke afspraken getroffen zijn over bebouwing bovenop de reguliere plancapaciteit (welke afspraken ook in het provinciale Omgevingsprogramma zijn opgenomen en in samenwerking met het Rijk tot stand zijn gekomen). Indieners merken op dat regio Holland Rijnland akkoord is met de locatie Langelaar-West in de Regionale Woonagenda, en verzoeken op basis hiervan om bij deze herziening de locatie Langelaar-West op te nemen op de provinciale ‘3 hectare kaart’.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Antwoord: Het opnemen van een nieuwe 3 hectare locatie of uitbreiding van een bestaande 3 hectare locatie wordt besproken in het kader van de actualisering van het regionale woningbouwprogramma. Indien een nieuwe 3 hectare locatie in de regio Holland Rijnland nodig is, wordt dit op het regionaal schaalniveau afgewogen. De regio Holland Rijnland heeſt in de periode tot 2030 meer dan 130% plancapaciteit en zijn nieuwe of uitbreiding van bestaande 3 hectare woningbouwlocaties niet nodig. De afspraken over de Noordse Buurt betreffen een deel van de bestaande 3 hectare locatie Langeraar noordwest. Langeraar noordwest is wel onderdeel van het regionale woningbouwprogramma en kan, indien verder ook passend binnen het provinciaal Omgevingsbeleid, worden gerealiseerd. Tenslotte wordt aangegeven dat grote wijzigingen van ons Omgevingsbeleid, waaronder toevoegingen aan de ‘3 hectare kaart’ in beginsel niet via de zienswijzeprocedure lopen, omdat er dan geen inspraak over zulke substantiële wijzigingen heeſt kunnen plaatsvinden.
A024-WO070 - A1 Wonen Op 14 maart 2023 ondertekenden indieners met de twaalf andere gemeenten in Holland Rijnland, de Regionale Realisatieagenda (gepaard met een Side Letter). In dit verband uiten zij een een aantal discussiepunten die zij kritiek achten voor de regio: 1. Indieners verzoeken om gemeenten de ruimte te geven buiten de grenzen van BSD te bouwen, wanneer deze projecten bijdragen aan de betaalbaarheidsambities en leefbaarheid van de kleine kernen. 2. De regio kan voor maximaal 130% van de behoeſte in de regio woningbouwplannen programmeren. Er heerst regelmatig planuitval, veel plannen zijn nog niet hard; daarnaast blijkt uit ervaring dat de afgelopen jaren behoeſteramingen telkens naar boven moeten worden bijgesteld. Indieners vragen daarom om meer programmeerruimte. Antwoord: Tijdens het proces van het opstellen van de Realisatieagenda Holland Rijnland is dit punt ook aan de orde gekomen. Vanwege dit punt is daarom in de Regionale Realisatieagenda (pagina 10) al het volgende opgenomen: Het college van GS wil vooral de focus leggen op het realiseren van harde plannen en het omzetten van zachte plannen naar harde plannen. Indien dit leidt tot een belemmerende factor bij het behalen van de betaalbaarheidsambities waaronder het streven om door te groeien naar 30% in de sociale voorraad, dan kan dit onderwerp worden meegenomen naar de versnellingstafel.
Dit leidt niet tot wijziging van beleid ten aanzien van bouwen buiten BSD. De provincie blijſt sturen op een maximale plancapaciteit van 130% en roept daarbij alle partners op om prioriteit te blijven gevan aan het hard maken van zachte plannen en het versnellen van de woningbouwrealisatie, boven het maken van nieuwe plannen.
A024-ZZ024 - B9-3 Begrenzing recreatiegebieden Indiener vraagt om samen (ook met het Rijks expert- en aanjaagteam vakantieparken en de Stuurgroep recreatieparken Zevenhoven) tot een oplossing te komen om ook de woonparken Zevenhoven op bijlage XI te plaatsen. Indieners uiten onbegrip over de brief van de provincie d.d. 7 april 2023 (PZH-2023-824503831). Indieners verwijzen naar hun brief over de Woonparken Zevenhoven van d.d. 14 maart 2023 (zaaknummer 212313), waarin zij aangeven dat deze parken voldoen aan de provinciale overwegingen die een rol spelen voor omzetting naar wonen.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Antwoord: Zoals aangegeven in de brief van GS aan PS van maart 2023 (PZH-2023-824503851) is er onvoldoende reden om de parken Beau Rivage I en II, Zomerlust, Kromme Mijdrecht, Sans Souci en Dolce Vita (gemeente Nieuwkoop) op bijlage XI van de Omgevingsverordening te plaatsen en daarmee omzetting naar wonen mogelijk te maken.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
A025 – Gemeente Goeree-Overflakkee A025-GB012 - 3 hectare locatie bij Ooltgensplaat De gemeente verzoekt een woningbouwlocatie toe te voegen aan de ‘3 hectare kaart’, met grote buitenstedelijke bouwlocaties. Het gaat om een locatie aan de westkant van Ooltgensplaat, aan de zuidkant van de Langeweg grenzend aan de bestaande dorpskern. De locatie heeſt thans een agrarische bestemming. In eerste instantie werd gedacht aan een locatie kleiner dan 3 ha, maar vanuit ruimtelijk en landschappelijk oogpunt heeſt het een meerwaarde het plangebied door trekken richting de Oudendijk als een nieuwe schil rondom de dorpskern. Het plangebied wordt daardoor 5,8 ha, inclusief groenzones. Bij de zienswijze is een beknopte stedenbouwkundige analyse gevoegd. Sinds 2013 zijn er 41 nieuwe woningen gebouwd in Ooltgensplaat. Op grond van het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid is het wenselijk om voor iedere kern een passend woningaanbod te hebben. In de Woonvisie 2018-2024 is aangegeven wat dat inhoudt. Het plan omvat 125 woningen in een gevarieerd woningaanbod, uitgaande van 1/3 sociale huur, 1/3 betaalbaar en 1/3 overige woningen. Fasering is mogelijk als dit vanuit woningbouwprogrammering wenselijk is. De gemeente verzoekt de locatie nu toe te voegen, omdat anders gewacht moet worden op de volgende herzieningsronde die pas in het jaar 2024 wordt doorlopen.
Antwoord: De beoogde woningbouwloatie bij Ooltgensplaat heeſt op dit moment nog de bestemming agrarisch gebied. Het gaat om een locatie van 5,8 ha waar 125 woningen gebouwd gaan worden inclusief groenzones. Deze woningbouwocatie is niet opgenomen in het ontwerp van deze herziening. Er is derhalve geen gelegenheid geweest om hierover zienswijzen in te dienen. Daar komt bij dat in het coalitieakkoord ‘Krachtig Zuid-Holland’ geen ruimte wordt geboden voor het plaatsen van nieuwe locaties op de ‘3 hectare kaart’, anders dan de twee daarin genoemde locaties. Het verzoek tot plaatsing op de ‘3 hectare kaart’ wordt daarom niet gehonoreerd.
A025-ZZ029 - Voorwaarden recreatiewoningen omzetten naar permanente bewoning De indiener vraagt zich af waar de aanvulling op punt 5 in het afwegingskader (‘en de woningen daar een effect op kunnen hebben’) vandaan is gekomen aangezien deze bewoording niet eerder is gebruikt. Antwoord: Omdat de term 'nabijgelegen' niet duidelijk maakt welke afstand moet worden aangehoudoen tot beschermde natuurgebieden, is ervoor gekozen om aan te geven dat het met name gaat om de nadelige effecten van de woningen op de natuurwaarden in beschermde gebieden. Dit speelt met name omdat recreatiewoningen vaak zijn gelegen in een groene setting, die soms aansluit op natuurgebieden. Omdat de gekozen formulering vragen kennelijk vragen oproept, wordt deze nog iets verduidelijkt. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. Verduidelijkt wordt dat het omzetten van recreatiewoningen in gewone woningen niet mogelijk is als dit nadelige effecten met zich meebrengt voor Natura2000 of NNN gebieden. Dit is verduidelijkt in de tekst hierover in de toelichting van de verordening (m.b.t. overwegingen en aspecten die relevant zijn
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
voor de afweging van Provinciale Staten om een verblijfscreatiepark op bijlage XI te plaatsen, waardoor het verbod op permanente bewoning voor het betreffende park vervalt).
A025-ZZ030 - Voorwaarden recreatiewoningen omzetten naar permanente bewoning De indiener stelt, gezien eerdere uitspraken van de provincie, een herformulering van punt 8 voor. Het omzetten naar woonbestemming van de recreatieparken zou bovenregionaal moeten worden afgestemd met de woonregio en dus niet met de betreffende gemeente én de woonregio. Antwoord: Deze zienswijze is gegrond. We lossen dit op door de woorden “gemeente en” uit het afwegingspunt te halen. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. Verduidelijkt wordt dat het omzetten van recreatiewoningen in gewone woningen moet worden opgenomen in het woningbouwprogramma van de woonregio, het gaat dus niet om het woningbouwprogramma van de gemeente. Dit is aangepast in de tekst hierover in de toelichting van de verordening (m.b.t. overwegingen en aspecten die relevant zijn voor de afweging van Provinciale Staten om een verblijfscreatiepark op bijlage XI te plaatsen, waardoor het verbod op permanente bewoning voor het betreffende park vervalt).
A025-ZZ031 - Voorwaarden recreatiewoningen omzetten naar permanente bewoning De indiener verzoekt de provincie om de eventueel om te zetten recreatiewoningen niet te verrekenen met reeds gemaakte afspraken in de regionale realisatieagenda (RRA). Een groot deel van de woningen wordt al permanent bewoond, de bestemmingswijziging heeſt dan ook geen positief effect op de regionale woonbehoeſte. Antwoord: In het prognosemodel wat is gebruikt om te komen tot de woningbouwprogrammering zijn recreatiewoningen meegenomen als alternatieve woonvormen. Huishoudens in alternatieve woonvormen worden gerekend als woning behoevende. De omzetting heeſt dus effect op de regionale woningbehoeſte van het model en zal verrekend moeten worden met de woningbouwprogrammering. Het formeel omzetten van recreatiewoningen naar reguliere, permanente woningen heeſt invloed op de omvang van de woningvoorraad van een gemeente. In de situatie dat verblijfsobjecten in de BAG worden omgezet van niet-woning naar woning, dient dit opgenomen te worden in het woningbouwprogramma van de woonregio. Dit geldt voor alle recreatiewoningen die als niet-woning in de BAG geregistreerd staan, ook als deze met een gedoog- of omgevingsvergunning wordt bewoond.
A025-ZZ032 - Voorwaarden recreatiewoningen omzetten naar permanente bewoning De indiener ziet – afhankelijk van de omstandigheden in het gebied - een dubbelfunctie op recreatieparken van wonen gecombineerd met recreatie als werkbaar en wenselijk. De indiener stelt
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
voor om punt 12 van het kader aan te vullen met: “Op basis van dit plan is een combinatie van functies bespreekbaar”. Antwoord: De provincie verschilt van inzicht met de indiener. Hoe meer versnipperd het eigendom en het beheer over de parken is, hoe lastiger het voor ondernemers is om adequaat te vernieuwen of transformeren. Niet recreatief gebruik van de woningen heeſt een negatief effect op de gastbeleving van de toerist en het imago van een park. In onze ervaring ontstaan hierdoor de verouderde en vaak permanent bewoonde parken van de toekomst.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Overige bestuursorganen B001 – Holland Rijnland B001-BE020 - Bedrijventerein Beeklaan De Zilk Vanuit de gemeente Noordwijk komt het verzoek om de contour aan de Beeklaan 17 in De Zilk te verwijderen van kaart 20 bedrijventerreinen. In de zienswijze is hierover een bijlage opgenomen. Antwoord: Het terrein aan de Beeklaan 17 in De Zilk wordt agrarisch gebruikt en is feitelijk geen bedrijventerrein. Conform het verzoek zal de aanduiding als bedrijventerrein in het Omgevingsbeleid daarom geschrapt worden. Conclusie Deze zienwijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. Het terrein aan de Beeklaan 17 in De Zilk (gemeente Noordwijk) wordt geschrapt als bedrijventerrein in de Omgevingsverordening.
B001-BE021 - ITC-PTC terrein Ten aanzien van het ITC-PTC terrein in Alphen aan den Rijn wordt verzocht dit terrein toe te voegen als te behouden bedrijventerrein (ofwel niet te transformeren bedrijventerrein). Meer informatie hierover is opgenomen in een bijlage van deze zienswijze. Ook wordt verzocht een uitzondering toe te passen voor het toelaten van een aan de sector gerelateerd arbeidsmigrantenverblijf op dit terrein. Antwoord: Op dit moment kunnen geen nieuwe terreinen toegevoegd worden, omdat andere partijen geen mogelijkheid meer hebben om hierop te reageren. Voorafgaande aan het ontwerp van de volgende herziening zal er weer gelegenheid zijn om verzoeken in te dienen om bedrijventerreinen toe te voegen aan de lijst met niet te transformeren bedrijventerreinen. De provincie zal hierover een afweging maken. Andere partijen krijgen dan de gelegenheid krijgen om te reageren op het ontwerp.
B001-GB008 - Bouwen buiten BSD Gevraagd wordt de gemeente de ruimte te geven buiten de grenzen van bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) te bouwen, wanneer deze projecten bijdragen aan de betaalbaarheidsambities uit de realisatieagenda en de leefbaarheid van de kleine kernen. Antwoord: In de op 14 maart 2023 ondertekende regionale realisatieagenda Holland Rijnland is opgenomen dat GS inzet op verdichting om het omliggende landschap te behouden. Daarbij gaat de focus uit naar het realiseren van harde plannen en het omzetten van zachte plannen in harde plannen. Indien dit leidt tot een belemmerende factor bij het behalen van de betaalbaarheidsambities, dan kan dit worden meegenomen naar de versnelllingstafels. Daarbij is in het coaltieakkoord 2023-2027 opgenomen dat op plekken waar het gewenst is vanwege de leefbaarheid en het op peil houden van voorzieningen er een mogelijkheid wordt gegeven om extra woningen te bouwen aan de rand van
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
kernen. Daarmee omarmt de coalitie het principe van 'een straatje erbij'. De verdere uitwerking hiervan volgt nog.
B001-GB009 - Langeraar West De regio heeſt eerder al aandacht gevraagd voor de Nieuwkoopse kern Langeraar-West. In de zienswijze is hierover een bijlage opgenomen. De gemeente Nieuwkoop wil een viertal locaties, waaronder Langeraar-West integraal als één locatie benaderen, met één stedenbouwkundig plan en één oplossing voor de ontsluiting. Antwoord: Het opnemen van een nieuwe 3 hectare locatie of uitbreiding van een bestaande 3 hectare locatie wordt besproken in het kader van de actualisering van het regionale woningbouwprogramma. Indien een nieuwe 3 hectare locatie in de regio Holland Rijnland nodig is, wordt dit op het regionaal schaalniveau afgewogen. De regio Holland Rijnland heeſt in de periode tot 2030 meer dan 130% plancapaciteit en dus zijn nieuwe of uitbreiding van bestaande 3 hectare woningbouwlocaties niet nodig. De afspraken over de Noordse Buurt betreffen een deel van de bestaande 3 hectare locatie Langeraar noordwest. Langeraar noordwest is wel onderdeel van het regionale woningbouwprogramma en kan, indien verder ook passend binnen het provinciaal Omgevingsbeleid, worden gerealiseerd. Ten slotte wijst de provincie erop dat grote wijzigingen van ons Omgevingsbeleid, waaronder toevoegingen aan de ‘3 hectare kaart’ in beginsel niet via de zienswijzeprocedure lopen, omdat er dan geen inspraak over zulke substantiële wijzigingen heeſt kunnen plaatsvinden.
B001-WE002 - Werelderfgoed De regeling is verzwaard omdat behoud ‘in situ’ uitgangspunt is geworden. Bij afwijking hiervan geldt een motiveringsplicht. Deze verzwaring heeſt gevolg voor een groot deel van de regio, omdat de Limeszone deels door (zwaar) verstedelijkt gebied loopt. Dit kan gevolgen hebben voor de uitvoerbaarheid van initiatieven. Het is onduidelijk hoe het proces van motivering verloopt en wat de rol van de provincie is. Deze beperking van de ontwikkelmogelijkheden is onwenselijk. Op een tweetal plekken in de stukken wordt melding gemaakt van een in 2023 op te richten Adviescommissie Archeologie Zuid-Holland. Het is onduidelijk wat de rol is van de adviescommissie in het proces van vergunningverlening en wat de werking is van het afgegeven advies. Kan deze commissie ongevraagd advies geven en is dat advies dan bindend? De belistermijn voor bouwvergunningen onder de Omgevingswet bedraagt 8 weken. Hoe verhoudt die termijn zich tot de adviesverlening. De instelling van een dergelijke commissie is dan ook onwenselijk. De provinciale verwachtingszone volgt binnen onder andere Voorschoten deels een ander tracé dan de Unesco bufferzone. Een onderbouwing of aanpassing is nodig. Antwoord: Zie thematische beantwoordingen Werelderfgoed - Limeszone en Werelderfgoed - Adviescommissie.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
B001-WI007 - Amendement over zonnepanelen bij windturbines De regio kan niet uit de voeten met de gevolgen van het amendement. Ten eerste belemmert het ernstig de mogelijkheden om duurzame energie op te wekken. Ten tweede dient de afweging om zonne-energie op te wekken op lokaal niveau plaats te vinden, mede in het licht van de participatie die ook lokaal plaatsvindt. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.
B001-WO032 - Ontwerp herziening wijkt af van realisatieagenda wonen en wetsvoorstel Op 14 maart is de realisatieagenda wonen ondertekend. Voor Holland Rijnland zijn de afspraken uit de concept Regionale Woonagenda steeds het uitgangspunt geweest in de gesprekken over de realisatieagenda. De afspraken die zijn gemaakt in de realisatieagenda corresponderen niet met de herziening van het Omgevingsbeleid die nu voorligt. De provincie wordt verzocht de tekst te actualiseren en in overeenstemming te brengen met de realisatieagenda. Het gaat om de volgende punten: Afgesproken is dat het niet realistisch is om 30% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen te laten bestaan in 2030. Het gaat om een ingroeimodel. Het maximale wordt gevraagd, niet het onmogelijke. In het ontwerp wordt gesproken over “minimaal” 2/3 betaalbare woningen. De toevoeging “minimaal” staat niet in het wetsvoorstel en niet in de realisatieagenda. De ambities zijn alleen haalbaar als de kritische succesfactoren worden ingevuld. Dit voorbehoud ontbreekt in het ontwerp. In de realisatieagenda is afgesproken dat vergevorderde plannen niet worden opengebroken. Toch wordt het beleid gekoppeld aan bestemmingsplannen die na 1 januari 2024 in ontwerp ter inzage worden gelegd. De provincie loop ook vooruit op de inwerkingtreding van de Wet versterking regie op de volkshuisvesting.
Ook wijkt het ontwerp Omgevingsbeleid af van het wetsvoorstel, dit betreſt de definitie van sociale huurwoningen en aandachtsgroepen. Enkele zeer specifieke punten over het onderwerp wonen zijn opgenomen in de bijlage van de zienswijze. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1, 3, 4 en 7.
B001-WO033 - Maximale plancapaciteit van 130% De door de provincie gehanteerde maximale plancapaciteit van 130% is onvoldoende. Gezien de huidige omstandigheden verwacht de gemeente een hogere planuitval dan 30%. Verzocht wordt een hogere programmeerruimte toe te staan. Antwoord: De provincie blijſt sturen op een maximale plancapaciteit van 130% en roept daarbij alle partners op om prioriteit te blijven geven aan het hard maken van zachte plannen en het versnellen van de woningbouwrealisatie, boven het maken van nieuwe plannen.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
B001-WO072 - Definitie ouderen Op p10 staat een leeſtijdsgrens van 55 jaar, op p13 een leeſtijdsgrens van 65 jaar. Eenduidigheid is gewenst, met een voorkeur voor 65 jaar. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 6.
B001-WO073 - Definitie sociale huurwoning (p12) De definitie van sociale huurwoning is strijdig met de definitie in de Regionale Realisatie Agenda van Holland Rijnland. Een sociale huurwoning hoeſt niet in het bezit te zijn van een woningcorporatie. In de concept Huisvestingsverordening van Holland Rijnland wordt expliciet de mogelijkheid gecreëerd dat particuliere verhuurders aansluiten bij het regionale woonruimteverdeelsysteem (hierover heeſt de provincie geen zienswijze ingediend). Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 3.
B001-WO074 - Woonzorgvisie (p14) Benoemd wordt dat gemeenten verplicht zijn om lokaal en in regionaal verband een woonzorgvisie (p14) op te stellen. Wordt hier niet bedoeld lokaal of regionaal? Kan de provincie hier het standpunt innemen dat in de optiek van de provincie één van beide schaalniveaus volstaat? Antwoord: Een woningzoekende zoekt veelal binnen de eigen regio naar een woning. De woningmarkt functioneert op regionaal schaalniveau. Ook huisvestingsvraagstukken zijn veelal regionale verdeelvraagstukken. Bijvoorbeeld het aantal sociale huurwoningen dat nodig is in een gemeente is mede afhankelijk van de regionale opgave en of elke gemeente in regionaal verband ook een eerlijk aandeel daarin neemt. Daarom hechten wij belang aan het opstellen van een regionale woonzorgvisie omdat daarin afspraken worden vastgelegd over de regionale verdeling van de opgave. Een lokale woonvisie kijkt primair vanuit het lokale perspectief naar de woningbouwopgave. Wij zien de regionale woonzorgvisie als een belangrijke aanvulling op de lokale woonzorgvisie. Gemeenten worden door het Rijk verplicht een lokale woonzorgvisie op te stellen en deze regionaal af te stemmen. Deze afspraken worden vastgelegd in een regionale woonzorgvisie.
B001-WO075 - Voorraadontwikkeling voor specifieke inkomensgroepen Gevraagd wordt om de volgende aanpassingen. Toevoegen na laatste zin p15: mits er substantiële vooruitgang is geboekt op de kritische succesfactoren in de Regionale Realisatie Agenda. Toevoegen na laatste zin: In de in de Regionale Realisatie Agenda's afgesproken regionale versnellingstafels geven de betrokken partijen aan welke concrete stappen zij zetten op de kritische succesfactoren. Antwoord:
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Zie thematisch antwoord Wonen 1. In het thema-antwoord is aangegeven dat bij de beoordeling van de regionale woningbouwprogramma's rekening wordt gehouden van omstandigheden waar de gemeente geen invloed op heeſt.
B001-WO076 - Regionaal woningbouwprogramma Gevraagd wordt om de volgende aanpassingen. p18 en 19: Waar 2/3 betaalbaar wordt genoemd toevoegen: mits er substantiële vooruitgang is geboekt op de kritische succesfactoren in de Regionale Realisatie Agenda. P19: Toevoeging in 2 tekstblokken (in vet) Indien zij niet voldoen, dan gaat de provincie in overleg met de samenwerkende gemeenten. in dit gesprek wordt inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn om meer woningen sociale huur/middenhuur die door woningcorporaties in portefeuille worden genomen op te nemen in het regionale woningbouwprogramma, welke kritische succesfactoren hiervoor randvoorwaarde zijn, en wat de stappen en fasering kunnen zijn om door te groeien naar 2/3 betaalbare woningbouw (huur en koop) vanaf 2025. P20 laatste tekstblok: beetje vreemde positie van de regionale koepels van woningcorporaties. Gemeenten (al dan niet in regionaal verband) maken een woonvisie/woonagenda en op basis daarvan maken gemeenten, corporaties en huurders prestatieafspraken. Met de afgesproken samenwerking in het kader van de Regionale Realisatie Agenda's waarin de corporaties partij zijn, wordt deze passage helemaal overbodig. Voorstel: tekstblok schrappen Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
In het thema-antwoord is de betekenis is van de kritische succesfactoren aangeven bij de beoordeling van de regionale woningbouwprogramma's. De door u aangegeven werkwijze onderschrijven wij. De gemeenten bepalen in onderling regionaal overleg hoe zij de regionale opgave programmeren. De provincie vindt het hierbij belangrijk dat er sprake in van een evenwichtige verdeling van o.a. sociale huurwoningen en huisvesting van aandachtsgroepen. Mocht dit tot discussie leiden tussen provincie en gemeente kan de provincie advies vragen aan de koepel van woningcorporaties of er in de betreffende gemeente sprake is van een lange wachtlijst voor sociale huurwoningen.
B001-WO077 - Regionale realisatieagenda (p21) Deze passage actualiseren Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
B001-WO078 - Huisvestingsverordening P21 laatste tekstblok: urgentieverordening kan ook een regionale urgentieverordening zijn. Antwoord: De urgentieverordening is genoemd in de versie van het wetsvoorstel Versterking regie Volkshuisvesting die in juli 2023 aan de Raad van State is aangeboden. Medio 2024 wordt duidelijk hoe dit voorstel ook in het definitieve wetsvoorstel staat. Op dit moment kunnen we dus niet
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
aangeven of de genoemde urgentieverordening ook een regionale urgentieverordening mag zijn, maar in beginsel lijkt het erop dat er geen onderscheid gemaakt tussen regionale of een lokale huisvestingsverordening met urgentieregeling ten aanzien van de vormgeving.
B001-WO079 - Omgevingsverordening Wonen 6.10h Sociale huurwoningen Bij 3. toevoegen na 'ingestemd': zoals de Regionale Realisatie Agenda 6.10i Betaalbare woningbouw Bij 1. Toevoegen na 'betaalbare woningbouw': mits er substantiële vooruitgang is geboekt op de kritische succesfactoren in de Regionale Realisatie Agenda Bij 3. Toevoegen na 'ingestemd': zoals de Regionale Realisatie Agenda Toelichting artikel 6.10i Na 'regionale woningbouwprogramma' (regel 6): In de Regionale Realisatie Agenda zijn afspraken gemaakt over de kritische succesfactoren die nodig zijn om 2/3 betaalbare woningbouw te realiseren. Als hierop onvoldoende vooruitgang is geboekt om 2/3 betaalbare woningbouw mogelijk te maken kan van dit percentage worden afgeweken. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 8. Aanvulling op het themaantwoord: voor GS is het regionale woningbouwprogramma een belangrijk instrument waarin de afspraken uit de regionale realisatieagenda's over programmering zijn uitgewerkt. Pas als er in het traject van het regionale woningbouwprogramma geen overeenstemming is tussen provincie en gemeente is de Omgevingsverordening van toepassing.
B001-WO080 - Omgevingsprogramma Wonen Bij 'lokale woonzorgvisies' na 'lokale' toevoegen: of regionale. Antwoord: De provincie heeſt alleen maar beleid opgenomen welke onderwerpen opgenomen moeten zijn in een regionale woonzorgvisie. Daarom zal de lokale woonzorgvisie geschrapt worden. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In het Omgevingsprogramma wordt bij de beschrijving van het Programma Flexwonen de lokale woonzorgvisie geschrapt.
B001-ZZ016 - Integraliteit Gemist wordt de integraliteit in het Omgevingsbeleid van de provincie. Voortdurend vindt aanpassing plaats op onderdelen, zonder dat duidelijk zicht is op welke (geconsolideerde) versie deze wijzigingen betrekking hebben. De regio verzoekt dringend herzieningen te bundelen en vooraf een geconsolideerde versie ter beschikking te stellen. Antwoord:
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Het Omgevingsbeleid wordt regelmatig aangepast om het actueel en opgavegericht te houden. Omdat het dan meestal gaat om een partiële wijziging van het Omgevingsbeleid, kan de indruk worden gewekt dat er geen sprake is van integraliteit. Toch is integraliteit uitgangspunt voor wijzigingen van ons beleid, zowel in de voorbereiding als in de formulering van nieuw beleid. Daarnaast wil de provincie het aantal procedures zoveel mogelijk beperken, door te streven naar één gebundelde herziening per jaar. Na iedere wijziging worden geconsolideerde versies gemaakt van de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma. De nieuwe standaarden waarmee wordt gewerkt onder de Omgevingswet, zorgen ervoor dat alle wijzigingen inzichtelijk worden gepresenteerd waarbij ook te zien is hoe de wijziging past in het geldende beleid.
B001-ZZ017 - Recreatiepark Zevenhoven De regio vraagt om tot een besluit te komen over het plaatsen op lijst XI van de verordening van Woonparken Zevenhoven. Lijst XI bevat parken waar bij uitzondering het verbod op permanente bewoning niet van toepassing is. Antwoord: Er is onvoldoende aanleiding de parken Beau Rivage I en II, Zomerlust, Kromme Mijdrecht, Sans Souci en Dolce Vita (gemeente Nieuwkoop) op bijlage XI van de Omgevingsverordening te plaatsen en omzetting naar wonen mogelijk te maken. Dit hebben GS aangegeven in de brief aan PS van maart 2023 (PZH-2023-824503851).
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
B002 – Hoogheemraadschap van Delfland B002-ZZ023 - Waterkering verwijderen kaart 3 Het Hoogheemraadschap is door de gemeente Westland al geruime tijd betrokken bij de nieuwbouwontwikkeling De Driesprong. Tijdens dit project is gebleken dat de waterkering in en nabij het plangebied geen waterkerende functie heeſt. Hierover heeſt overleg plaatsgevonden tussen het hoogheemraadschap en de provincie, hetgeen heeſt geleid tot inhoudelijke overeenstemming. Indiener verzoekt daarom de regionale waterkering over het traject Mariëndijk – De Driesprong – Vorkotterstraat (zie het tracé tussen aanduidingen “begin” en “eind” in Figuur 1) te verwijderen van de kaart met regionale waterkeringen in de Omgevingsverordening, zoals ook ambtelijk afgestemd is. Antwoord: De zienswijze is conform de afspraak met de provincie en de voorgestelde wijziging van de geometrische begrenzing kan worden doorgevoerd. Conclusie De regionale waterkering over het traject Mariëndijk – De Driesprong – Vorkotterstraat wordt conform de zienswijze van het Hoogheemraadschap van Delfland, verwijderd uit de geometrische begrenzing van de regionale waterkeringen in de Omgevingsverordening.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
B003 – Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam B003-WO060 - Herziening Alvorens inhoudelijk op de beleidswijziging in te gaan, wil indiener drie aspecten benoemen: 1. De gemeenten in de regio Rotterdam maken zich ernstig zorgen over de herzieningen van het Omgevingsbeleid. Er vinden veel aanpassing plaats zonder dat duidelijk is op welke (geconsolideerde) versie deze wijzigingen betrekking hebben. Het dringende verzoek is herzieningen te bundelen en vooraf een geconsolideerde versie ter beschikking te stellen, en daarnaast de herzieningen te stroomlijnen met de uitgangspunten en uitwerkingen van de Regionale Realisatieagenda. 2. Indiener merkt op dat in de ontwerp herziening geen rekening is gehouden met de Regionale Realisatieagenda (RRA) regio Rotterdam (gedateerd 14 maart 2023), waardoor de herziening op diverse plekken achterhaald is of preludeert op uitkomsten van nog komende processen. 3. Indiener merkt op dat dit ontwerp niet aansluit bij de in consultatie zijnde Wet Versterking regie van de volkshuisvesting (WVrvhv). Indiener acht aansluiting op deze wet noodzakelijk tegen de achtergrond van de intenties vastgesteld in de RRA. Om deze redenen verzoekt indiener de voorliggende herziening terug te nemen en eerst in lijn te brengen met de realisatieagenda en de WVrvhv, alvorens een nieuwe procedure te starten.
Mocht de provincie besluiten tot nadere reparatie na de lopende terinzagelegging acht indiener het gewenst ook de aangepaste versie ter inzage te leggen. Antwoord: De geconsolideerde versies van het Omgevingsbeleid zijn onder andere te vinden op https://www.zuid-holland.nl/omgevingsbeleid/ en op https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/. Wat betreſt de duidelijkheid en hoe hier vanuit de provincie mee omgegaan wordt in de toekomst, wordt verwezen naar het behandelvoorstel voor motie 1126 'Het bos weer zien' op https://www.zuid-holland.nl/politiek-bestuur/bestuur-zh/gedeputeerdestaten/besluiten/besluit/behandelvoorstel-motie-1126-het-bos-weer-zien. Zie verder de thematische antwoorden wonen 1 en 2.
B003-WO061 - Wonen Indiener maakt ernstig bezwaar tegen de tussentijdse wijziging van de door de provincie gehandhaafde definitie van sociale huur, zeker tegen de achtergrond van de aanstaande nieuwe definitie van het Rijk. Gelet op het feit dat in enkele gemeenten in de regio een grote sociale particuliere huurvoorraad bestaat die een belangrijke rol vervult in dit segment, vindt indiener een dergelijke aanpassing ongepast en ongewenst. Indiener beroept zich onder andere op de intenties van de provincie zelf, en citeert uit het ontwerp: “Aanvullend aan de bouw van meer betaalbare woningen, willen Rijk en provincie ook inzetten op het betaalbaar houden van nieuwe en bestaande woningen in de toekomst”. (P.11) Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 3.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
B003-WO062 - Aandacht Beleidskeuze Wonen In de gewijzigde beleidskeuze verwijst de provincie bij haar definitie van aandachtsgroepen naar de definitie van het Rijk. Echter, het Rijk definieert de aandachtsgroepen in de WVrvhv breder. Indiener suggereert daarom aanpassing van voorgestelde tekst. Ook op de vaststelling van regionale woonvisies heeſt de WVrvhv volgens indiener invloed; volgens indiener zal de woonvisie als beleidsinstrument komen te vervallen en dienen pagina’s over (regionale) woonvisies hierop aangepast te worden (zie o.a. p.14), evenals nog op te stellen woonzorgvisies. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 4. Zie thematisch antwoord Wonen 5.
B003-WO063 - Betaalbare woningbouw Met betrekking tot het streven naar minimaal 2/3e betaalbare nieuwbouw en 30% sociale huur in de woningvoorraad, stelt indiener dat dit streven een essentiële afwijking bevat van de WVrvhv en de RRA. Daar wordt niet gesproken over minimaal 2/3e betaalbaar. Het verzoek is om “minimaal” te schrappen uit het voorstel. Daarnaast stelt indiener grote vraagtekens bij de veronderstelling dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen die nieuwe woningen mogelijk maken en die vanaf 1 januari 2024 ter inzage worden gelegd nog te beïnvloeden zijn en dus kunnen voldoen aan de nieuwe doelstellingen. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 2. Zie thematisch antwoord Wonen 7.
B003-WO064 - Regionale woonvisie Indiener merkt op dat ook op pagina 15 van de herziening de onder “betaalbare woningbouw” genoemde nuance omtrent “minstens 30% sociale huur” afwezig is. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1.
B003-WO065 - Regionaal Woningbouwprogramma Indiener merkt op dat de provincie en de regio Rotterdam beiden (en in samenwerking) het percentage sociale huur in de voorraad per gemeente monitoren (p.18), en stelt dat moet worden voorkomen dat op diverse plekken een vergelijkbare maar niet identieke monitoring plaatsvind. Indiener stelt voor de regionale monitor hiervoor in te zetten. Verder uit indiener dat zij de maatregel, om gemeenten die niet 2/3e betaalbare woningbouw realiseren vanuit de gemeente op te leggen dat elke stedelijke ontwikkeling voor wonen hierin moet voorzien, buiten proportie vindt. Indiener stelt dat deze maatregel voorbijgaat aan de specifieke lokale situatie/locatie en de realisatie van een gewenste en noodzakelijke balans van de voorraad binnen een gemeente onder druk zet.
PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023
Indiener stelt hetzelfde voor de eis omtrent 30% sociale huur, zie p. 20: hier wordt gesteld dat de provincie, bij gebrek aan overeenstemming tussen provincie en samenwerkende gemeenten, niet zal instemmen met het regionaal woningbouwprogramma. Antwoord: Zie thematische antwoord wonen 8. Daarnaast wordt het volgende opgemerkt. De provincie is het in het algemeen eens met de indiener dat waar het kan, voorkomen moet worden dat dubbeling van werkzaamheden plaatsvinden. In ieder geval dient provinciale monitoring plaats te vinden op basis van het vastgestelde provinciale Omgevingsbeleid. Het ligt mede daarom meer voor de hand dat de regio's de provinciale monitoring hierin volgen dan andersom, zoals het ook voor de hand ligt dat in het verlengde van de interbestuurlijke afspraken over de landelijk monitoring voortgang woningbouw de provincie de landelijke monitoring zal volgen. Als het om de uitvoering van de provinciale monitoring gaat, staat de provincie open voor consulatie vooraf.