CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Beantw Herziening Omgevingsbel Wonen Werk

Commissie Ruimte en Verkeer 18 januari 2024, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Herziening provinciaal omgevingsbeleid (nr. 2351831)34.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

A001-GB006 - Stougjesdijk Oost – 3 hectare kaart Het volledige gebied van Stougjesdijk Oost (89 hectare) is opgenomen op de ‘3 hectare kaart’. Echter nog niet alle woningen voor deze locatie zijn aanvaard. Dit kan consequenties hebben voor de subsidies die de gemeente ontving voor deze locatie. De gemeente verzoekt daarom het totale woningbouwprogramma voor deze locatie op te nemen in het Omgevingsprogramma. Dus ook voor de periode 2032-2040. Een uitbreide motivering is opgenomen in de bijlage van de zienswijze. Antwoord: Mede naar aanleiding van deze zienswijze heeſt met de gemeente zowel ambtelijk als bestuurlijk afstemming plaatsgevonden over dit plan. Opname in het Omgevingsprogramma van de provincie is niet wenselijk. Dit gaat in tegen het provinciaal belang om te voorzien in voldoende en passende woningen. De provincie heeſt meegedacht met de wens van de gemeente om het bestemmingsplan in één keer vast te stellen. De nieuwe behoeſte raming gaat lopen van 2024 t/m 2033, wat de gemeente extra ruimte geeſt in de regionale woningbouwprogrammering. Naar verwachting zal dit nog niet geheel voldoende zijn om het geheel aan woningen voor Stougjesdijk-Oost in één keer vast te stellen. Voor het deel waarvan de behoeſte onderbouwing ontbreekt in het voorgenomen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan de behoeſteonderbouwing worden vooruitgeschoven naar de vergunningenprocedure.

Dit is/wordt nader uitgewerkt in de (ontwerp)-planregels. Onderdeel van de planregels is een opname van een adviesplicht en de voorwaarde van een door GS aanvaarde regionaal woningbouwprogrammering om het belang van voldoende en passende woningen te borgen.

A001-GB007 - Molenpolder Numansdorp – 3 hectare kaart Een eerdere zienswijze om de locatie Molenpolder toe te voegen aan de ‘3 hectare kaart’ is door de provincie afgewezen, met als argument dat de locatie nu niet aan de orde is en eerst andere locaties gerealiseerd moeten worden. De gemeente wijst er op dat daarmee voorbij is gegaan aan het experimentele karakter en de status van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte onder de Crisis- en Herstelwet. De gemeente bepleit derhalve nogmaals opname van deze locatie op de ‘3 hectare kaart’ en onderbouwt dat met de nodige argumenten. Antwoord: De provincie komt niet tot een andere conclusie dan eerder gecommuniceerd. Het standpunt van de provincie is dat eerst de bebouwing van Stougjesdijk in een gevorderd stadium moet zijn en alle woningen van deze locatie aanvaard moeten zijn in het woningbouwprogramma. Dit is nog niet het geval. U wijst op het experimentele karakter en de status van een bestemmingsplan met verbrede

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

reikwijdte onder de Crisis- en Herstelwet. Wij zien het experimentele karakter van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte niet als aanleiding om tot een andere conclusie te komen. Uitgangspunt voor het opnemen van een locatie op de ‘3 hectare kaart’ is dat het gaat om een reële ontwikkeling. Binnen een periode van ten hoogste 10 jaar moet er voldoende behoeſte bestaan voor ontwikkeling van de locatie. Voor de komende jaren is er met de bestaande 3 hectare locaties, waaronder Stougjesdijk-Oost, voldoende ruimte beschikbaar om de benodigde woningen te bouwen. Het toevoegen van deze locatie is daarom vanuit het belang van efficiënt ruimte gebruik en duurzame verstedelijking op dit moment niet aan de orde.

A001-GR005 - Grote ruimtevragers De gemeente vraagt zich af hoe de weging plaatsvindt van de verschillende factoren, zoals duurzaamheid, welzijn en klimaatadaptie. Wie bepaalt welke factor het zwaarst weegt, de gemeente of de provincie? Geldt deze weging ook voor grote ruimtevragers die bij bestemmingsplan zijn toegestaan? Antwoord: De provincie heeſt al een eerste weging gedaan door een aantal locaties aan te wijzen die in potentie geschikt zijn voor grote ruimtevragers. De provincie vraagt aan gemeenten om bij het toelaten van grote ruimtevragers rekening te houden met een aantal factoren. De weging daarvan is niet op voorhand aangegeven, zodat de gemeente een eigen afweging kan maken rekening houdend met de lokale omstandigheden.

A001-TB006 - Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen Ten aanzien van ‘toekomstbestendig bouwen’ vraagt de gemeente zich af hoe de weging van de verschillende factoren plaatsvindt. Wie bepaalt welke factor het zwaarst weegt, de gemeente of de provincie? Wie bepaalt welke ontwikkelingen voorrang krijgen op het energienetwerk? De gemeente heeſt handvatten nodig om bepaalde eisen te kunnen stellen. Er is meer duidelijkheid nodig en ruimte voor maatwerk. Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A001-WI005 - Amendement over zonnepanelen bij windturbines Het amendement beperkt de ruimte voor de opwek van zonne-energie bij windparken, door dit alleen mogelijk te maken op de verharding. Dit staat haaks op het huidige beleid van de provincie. Ook belemmert het cable-pooling. Effectief gebruik van de netcapaciteit wordt onmogelijk. De verharding onder windturbines moet juist vrij worden gehouden voor bereikbaarheid/toegankelijk van de turbines voor onderhoud en in geval van calamiteiten. De plaatsing van zonnepanelen op de verharding zou dit juist belemmeren. Wat betreſt het mogelijk verlies aan landbouwgrond, wijst de gemeente erop dat er verschil is in kwaliteit van landbouwgrond. Maatwerk is dus nodig. De windparken in de Hoeksche Waar zijn in de meeste gevallen ook goede locaties voor een zonnepark.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.

A001-WO024 - Wetsvoorstel en Realisatieagenda Wonen In het ontwerp is nog geen rekening gehouden met de op 14 maart 2023 ondertekende Regionale Realisatieagenda Wonen. Ook sluit het ontwerp niet aan bij het Wetsvoorstel Versterking regio op de volkshuisvesting. De gemeente gaat ervan uit dat dit alsnog wordt aangepast. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 2.

A001-WO025 - Betaalbare woningbouw In de Realisatieagenda is afgesproken dat vanaf 2025 de woningbouwprogrammering voor 2/3 uit betaalbaar moet bestaan. In de ontwerpherziening wordt nog uitgegaan van 1 januari 2024. Ook staat in de Realisatieagenda dat het streven naar 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad van elke gemeente een ingroei model is. Dit percentage hoeſt dus niet per 2030 te zijn bereikt. Het maximale wordt gevraagd, maar niet het onmogelijke. De gemeente gaat ervan uit dat de provincie de herziening op dit punt aanpast. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 7.

A001-WO026 - Prijssegmenten Gelet op de onderhandelingen bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat structureel en periodiek de lijn met betrekking tot de prijssegmenten afgestemd wordt met de woningbouwregio’s. Zodat hier tijdig rekening mee kan worden gehouden bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Hierover zijn ook afspraken gemaakt in de regionale realisatieagenda. De gemeente verzoekt dringend om hier rekening mee te houden en te agenderen voor de ‘bouwtafel’. Antwoord: Het is aan partijen van de RRA’s om ervoor te zorgen dat ook de afgesproken prijssegmenten worden opgenomen in de woningbouwprogrammering om o.a. het doel van 2/3e betaalbaar, waarvan de helſt door woningcorporaties te realiseren. De voortgang van de RRA's zal besproken worden in een samenwerkingsstructuur die in 2023 zal worden uitgewerkt. Vooralsnog zal aan de Woondealtafels de voortgang van de RRA's (incl. de programmering in de verschillende prijssegmenten en evt. bijsturing van het nog niet bepaalde segment) worden gemonitord en is de Versnellingstafel bedoeld om belemmeringen te bespreken.

A001-WO027 - Ouderen De gemeente erkent de urgente opgave rond vergrijzing. Hierom is doorpakken met betrekking tot de woonvoorraad noodzakelijk. De gemeente zet daarom graag de volgende stap. Hier zijin provincie en Rijk bij nodig

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Wenselijk zijn: - Concrete aantallen (prognoses met betrekking tot huishoudens/woonvoorraad); - Eenduidige definities en juridische verankering in wet- en regelgeving en concrete regelingen om doorstroming te realiseren. Graag treedt de gemeente hierover in overleg. De gemeente merkt ook nog op dat de gehanteerde definitie van de doelgroep ouderen niet consequent is in de ontwerpherziening (zowel 55 plus als 65 plus). Antwoord: Vanuit Het Rijk heeſt aangegeven medio 2023 te komen met landelijke definities voor nultredenwoningen, geclusterede woonvormen en woonzorgplekken. Op deze manier kunnen gemeenten deze type woningen opnemen in het planregistratiesysteem. Ook zal het Rijk medio 2023 de nieuwopgave van de drie genoemde woontypen doorvertalen naar gemeenten. Zie thematisch antwoord Wonen 6.

A001-WO028 - Programma ouderenwoningen Met betrekking tot een eventueel programma ouderenwoningen, merkt de gemeente op dat in 2022 een Wonen Welzijn Zorgvisie is opgesteld. De gemeente gaat ervan uit dat die reeds vastgestelde visie in stand kan blijven. Antwoord: In het Rijksprogramma 'Een thuis voor iedereen' is aangegeven dat gemeenten integrale (en regionaal afgestemde) woonzorgvisies moeten gaan opstellen die betrekking hebben op de huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen zoals genoemd in dat programma en later is aangescherpt in het wetsvoorstel Versterking Regie op de Volkshuisvesting. Deze woonzorgvisie moet naast de huisvesting van ouderen onder andere ingaan op de omvang en spreiding van diverse aandachtsgroepen alsmede hoe de gemeente voorziet in hun zorg- en huisvestingsbehoeſte. Ook moet de gemeente de huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen in regionaal verband afstemmen. Als dit ontbreekt verwachten we dat u uw huidige woonzorgvisie hiermee uitbreidt en regionaal afstemt.

A001-WO029 - Sociale woningvoorraad Met betrekking tot de sociale woningvoorraad zijn In de Regionale Realisatieagenda afspraken gemaakt over de gehele programmering, niet per project. De gemeente wil hierover graag in overleg om te bezien wat haalbaar is. Dit onderwerp is geschikt voor de regionale ‘bouwtafel’. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 8.

A001-WO030 - Sociale huurwoningen De doestelling om 30% sociale huur te realiseren is niet uitvoerbaar bij alle kleinere stedelijke ontwikkelingen. Het is belangrijk om oog te houden voor de praktische uitvoerbaarheid. Er is behoeſte aan ruimte voor maatwerk. Antwoord:

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

Zie thematisch antwoord Wonen 8.

A001-ZZ015 - Verschrijving Op pagina 80 staat Gemeente Hoeksche Waarde, met een e teveel achter Waard. Antwoord: Deze verschrijving zal worden verbeterd. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aapassing van het ontwerp. De verschrijving op pagina 80 (gemeente Hoeksche Waarde, met een e teveel achter Waard) wordt gecorrigeerd.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A002 – Gemeente Nissewaard A002-BE001 - Minimale milieucategorie bedrijventerreinen De gemeente heeſt begrip voor de achtergrond van de nieuwe regeling voor het toepassen van een minimale milieucategorie op nieuwe HMC (hogere milieucategorie) bedrijventerreinen. De gemeente plaatst echter vraagtekens bij de wenselijkheid en de uitvoerbaarheid van de regeling. Bij de uitzonderingsmogelijkheid voor “bedrijven die noodzakelijk zijn in de keten” komt de vraag op hoe dit bepaald kan worden. Zijn daar criteria voor? Voorkomen moet worden dat voor mogelijke uitzonderingen een stelstel van vergunningverlening en leges in het leven wordt geroepen. Er zijn bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 die zich toch niet of nauwelijks laten mengen in een woonmilieu. Bijvoorbeeld vanwege vervoersbewegingen van bezoekers en klanten, of aan- en afvoer van goederen. De gemeente richt zich bij het ontwikkelen van nieuw bedrijventerrein op bedrijven die relatief veel werkgelegenheid per hectare genereren, maar die laten zich niet leiden door een milieucategorie. Antwoord: De provincie acht deze instrumenten noodzakelijk gezien het inefficiënte ruimtegebruik op de bedrijventerreinen. Het formuleren van criteria lijkt ons hierbij niet haalbaar gezien het eerder uitzondering dan regel zal zijn.

Motivering zal nodig zijn om de keten aan te tonen bijvoorbeeld uitwisseling van goederen of kennisuitwisseling. De mengbaarheid van bepaalde bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 zal altijd maatwerk zijn, waarbij gekeken wordt in hoeverre die activiteiten passsen bij of zich verdragen met andere (bestaande) functies.

A002-TB001 - Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen De gemeente zet grote vraagtekens bij nut en noodzaak van de nieuwe regeling voor toekomstbestendig bouwen. Dit soort zaken dient bij uitstek in landelijke regels te worden vastgelegd en niet in provinciale regels. Het is de vraag in hoeverre deze eisen überhaupt mogen worden gesteld, nu deze verder gaan dan de wet. Op een aantal aspecten is de techniek nog niet ver genoeg om verregaande eisen te stellen. De eisen leiden tot meer administratieve lasten, terwijl daar in de praktijk geen meetbare resultaten tegenover zullen staan. De gemeente noemt in de zienswijze enkele voorbeelden, onder meer over de beperkte beschikbaarheid van circulaire bouwstoffen, gezondheidseffecten bij gebruik regenwater voor douchen. De regeling heeſt geen ondergrens en ziet ook op bouwplannen voor één woning, welke invloed heeſt dat op de globale ontwikkeling? Ongetwijfeld kunnen allerlei standaardteksten in bestemmingsplannen worden gezet, maar deze hebben in de praktijk weinig effect. Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A003 – Gemeente Voorne aan Zee A003-NN002 - Ligging ecologische verbindingszone NNN Dit jaar heeſt overleg plaatsgevonden met de provincie, naar aanleiding van een door de provincie ingediende zienswijze in het kader van een bestemmingsplanprocedure. In het overleg is komen vast te staan dat de route van de voorgenomen kreek door de beoogde woonwijk in de polder Oude Goote, zoals deze op de provinciale kaart is opgenomen, afwijkt van de route zoals de gemeente voornemens is aan te leggen. De kreek is een onderdeel van het project ‘Kreken Kweken’. Doelstelling van het project is de oude kreken op Voorne-Putten in ere te herstellen. Bij het ontwerpen van de beoogde woonwijk in de polder Oude Goote, mede door de uitbreiding van het plangebied in zuidelijke richting, is de kreek verschoven ten opzichte van de provinciale kaart. Na ambtelijk overleg medio 2022 en in het 1e kwartaal van 2023 tussen de gemeente Voorne aan Zee en de provincie Zuid-Holland is de ligging en de inrichting van de kreek geoptimaliseerd om te voldoen aan de beoogde natuurdoelen. De kreek door de polder Oude Goote zal met de beoogde natuurdoelen en de natuurambities in het bestemmingsplan “Oude Goote” worden geborgd. Dit bestemmingsplan zal naar verwachting ter vaststelling aangeboden worden in de raadsvergadering van 22 juni 2023 van de gemeente Voorne aan Zee.

De gemeente verzoekt de ligging van de ecologische verbindingszone aan te passen, zoals afgesproken in het overleg en zoals is aangegeven op de bij de zienswijze gevoegde kaart. Antwoord: De provincie stemt in met de nieuwe ligging van de ecologische verbindingszone. Het bestemmingsplan is inmiddels vastgesteld. De wijziging wordt ook doorgevoerd op de kaart van de Omgevingsverordening. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening wordt de ligging van de ecologische verbindingszone, als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), gewijzigd overeenkomstig het bestemmingsplan Oude Goote (gemeente Voorne aan Zee).

A003-ZZ009 - Zienswijzen Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag De gemeente ondersteunt deze zienswijzen. Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR), zie B003. Voor de reactie op de zienswijze van de Metropoolregio Rotterdam - Den Haag (MRDH), zie B010

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A004 – Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht A004-BE002 - Te behouden bedrijventerreinen Bij het opstellen van de lijst met te behouden (niet te transformeren) bedrijventerreinen is overleg geweest met de gemeente over de terreinen Antoniapolder en Grotenoord. De gemeente heeſt aangegeven deze terreinen liever niet op de lijst te zetten, omdat er geen acute dreiging voor transformatie op deze terreinen is. Uit nadere gesprekken is het de gemeente duidelijk geworden dat maatwerk mogelijk is en dat ook delen van een bedrijventerrein op de lijst kunnen worden gezet. Dit heeſt bij de gemeente geleid tot nieuw inzicht. De delen van de genoemde bedrijventerreinen die tegen de Noord (de waterkant) aanliggen, horen op de lijst te staan. Door een plek op de lijst kan de gemeente meer zekerheid bieden aan watergebonden bedrijvigheid en de daarbij behorende werkgelegenheid. Dit past ook bij de recente inzet om het Citadelterrein van een watergebonden bestemming te voorzien, om het verlies van watergebonden bedrijventerreinen elders te compenseren. Bij de zienswijze is een kaartje gevoegd met de betreffende bedrijventerreinen. Antwoord: Na de terinzagelegging van de ontwerp herziening kunnen geen nieuwe terreinen toegevoegd worden, omdat andere partijen hierop niet hebben kunnen reageren.

Bij het opstellen van het ontwerp van de volgende herziening zal er weer ruimte zijn voor verzoeken om bedrijventerreinen toe te voegen aan de lijst met ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’. De provincie zal hierover een afweging maken bij het opstellen van het ontwerp.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A005 – Gemeente Rotterdam A005-BE010 - Bedrijventerrein De gemeente gaat akkoord met de nieuwe instrumenten ‘minimale milieucategorie’ en ‘te behouden bedrijventerreinen’. Voor de lijst met te behouden bedrijventerreinen acht de gemeente de bepaling “nooit” te transformeren niet reëel. De gemeente stelt de volgende tekst voor “de transformatie naar woningbouw is nu – gezien de stand van zaken in de verstedelijkingsopgave- voor onbepaalde tijd niet aan de orde”. Over het aanwijzen van Spaanse Polder als te behouden bedrijventerrein merkt de gemeente op dat dit een deel van het gebied raakt waarvoor een verkenning loopt in het kader van BO MIRT. Dit betreſt een te creëren station (Van Nelleknoop). De aanwijzing van dit deel van de Spaanse Polder loopt vooruit op de uitkomsten van die verkenning. Antwoord: De provincie kan zich vinden in uw suggestie. De tekst zal aangepast worden van 'nooit' naar 'voor onbepaalde tijd'. Dit geldt alleen voor de Nota van Toelichting. In de andere stukken staat al ‘voor onbepaalde tijd’. Tevens wordt de Van Nelle knoop geschrapt van de kaart 'niet te transformeren bedrijventerreinen'. Het gaat om het deel van de Spaanse Polder tussen A20 en het spoor. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp.

- In de Nota van Toelichting wordt in de tekst over niet te transformeren bedrijventerreinen de term ‘nooit’ vervangen door ‘voor onbepaalde tijd’. - In de Omgevingsverordening wordt de begrenzing van het niet te transformeren bedrijventerrein Spaanse Polder aangepast, zodat de Van Nelleknoop er buiten valt.

A005-BE011 - Compensatieregeling De compensatieregeling voor bedrijventerreinen stelt de gemeente voor onnodig grote opgaven. Meer vereisten dan feitelijke compensatie is bijna altijd onhaalbaar, omdat de ruimte voor HMC en watergebonden bedrijvigheid zeer schaars is. Gezien de noodzaak om de woningbouw op tempo te kunnen houden is het van belang dat dit obstakel in deze herziening wordt weggenomen. In de Kop van Feijenoord liggen watergebonden locaties die door deze eis nooit de gewenste gebiedsontwikkeling kunnen doormaken. Maasvlakte 2 heeſt juist voor schuifruimte van watergebonden bedrijvigheid gezorgd. Antwoord: Balans in vraag en aanbod is op dit moment nog het uitgangspunt van de provincie. De provincie heeſt de uitvraag gedaan aan de regio's om regionale bedrijventerreinenvisies op te stellen. In het Omgevingsbeleid van de provincie is opgenomen dat Compensatie van feitelijk gebruik en m² voor m² mogelijk is mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie. Dat Maasvlakte 2 en het Haven Industrieel Complex (HIC) schuifruimte biedt is waar, maar dat geldt alleen voor compensatie van de Stadshavens in Rotterdam: Merwehaven, Waalhaven, Rijnhaven, Maashaven, Eemhaven en het RDM-terrein en campus.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

De Kop van Feijenoord is geen onderdeel van de Stadshavens en de compensatie kan derhalve niet gecompenseerd worden door ruimte in het HIC te claimen. Zolang er nog geen regionale bedrijventerreinenvisie is geaccordeerd door GS, dient planologische compensatie plaats te vinden door elders ruimte hiervoor vrij te maken. Indien de regionale bedrijventerreinenvisie geakkordeerd wordt door GS is feitelijke compensatie van de in de visie opgenomen locaties voldoende.

A005-DE002 - Detailhandel De conclusie over minder winkelbehoeſte is te kort door de bocht. De gemeente houdt rekening met herstel van fysieke verkoop en een veranderende functie van winkels (merkbeleving, klantcontact en productoriëntatie). Concentratiebeleid blijſt gewenst, maar nieuwe concentraties moeten niet op voorhand worden uitgesloten. De uitsplitsing van te versterken centra naar te consolideren en te herpositioneren is begrijpelijk vanuit de opgave om gebieden aantrekkelijker te maken als voorzieningengebied en de focus op groei van het winkelaanbod tegen te gaan. De gemeente brengt wel wat nuances aan bij de tekst hierover in het ontwerp. Zo kan er na herpositionering een aantrekkelijker gebied ontstaan, waardoor toch weer uitbreiding van winkels mogelijk is. Ook willen sommige solitaire winkels de stap maken naar een centrumlocatie. Vookomen moet worden dat het beleid innovatie in de weg staat. De beperking van het nevenassortiment bij perifere detailhandel wordt door de gemeente ondersteund. Antwoord: Het KSO 2021 laat zien dat ontwikkelingen die in het verleden zijn ingezet door corona zijn versneld. De opmars van online winkelen en boodschappen doen, gaat bijvoorbeeld voort. In de afgelopen jaren nam het aantal winkels in het onderzoeksgebied van het KSO aanzienlijk af, vooral in de nietdagelijkse en recreatieve sector (o.a. mode).

De grotere en middelgrote winkelgebieden ondergaan in algemene zin een transitie en veranderen via herontwikkeling en herpositionering steeds meer in centrumgebieden met minder winkels en een grotere aanwezigheid van andere (consumentgerichte) functies maar ook wonen. Eventuele uitbreiding van winkelaanbod na herontwikkeling van een winkelgebied wordt op voorhand niet uitgesloten maar zal dan wel getoetst worden aan de bestaande beleidskaders. Ook verplaatsing van een solitaire winkel naar een centrumlocatie wordt niet uitgesloten in ons beleid. Door winkels en andere publieksvoorzieningen zoveel als mogelijk te bundelen en te concentreren in de centra kunnen deze relevant gehouden worden voor zowel inwoners als ondernemers en eigenaren. De aanwezigheid van diverse soorten winkels en de interactie met andere (maatschappelijke) voorzieningen zorgt ervoor dat mensen het centrum van een stad of dorp bezoeken. Hierdoor functioneren de winkels en voorzieningen samen beter dan apart van elkaar. De kracht van winkel voor vitale, sterke en aantrekkelijke centra wordt optimaal benut. De provincie sluit geen nieuwe winkelconcentraties uit, maar beperkt dit wel tot nieuwe wijkgebonden winkelconcentraties in nieuwe woonwijken. Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het ontwerp.

A005-GR002 - Grote ruimtevragers De gemeente steunt de selectieve benadering van grote ruimtevragers. Antwoord: De provincie is blij met deze steun voor het beleid.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A005-WI002 - Amendement over zonnepanelen bij windturbines De gemeente is het eens met de aanpassing waardoor geborgd wordt dat in het open landschap niet meer verharding wordt toegelaten dan strikt noodzakelijk is. Er komen echter ook windturbines zonder verharding voor. Of de verharde oppervlakte is te klein om zonnepanelen te plaatsen. Er wordt dan iets toegelaten wat in de praktijk onmogelijk of onhaalbaar is. Zonnepanelen kunnen ook onwenselijk zijn voor het op een goede manier inpassen van de windturbines op ooghoogte in het landschap. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.

A005-WO006 - Wonen - ontwerp wijkt af van wetsvoorstel en gemaakte afspraken De definitie van sociale huur wijkt af van de definitie zoals omschreven in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting en tevens van de recent ondertekende Regionale Realisatieagenda waarbij is afgesproken de landelijk definitie te volgen. De gemeente vraagt dit aan te passen. Ook het beleid voor betaalbare woningbouw (“minimaal 2/3 betaalbare woningbouw”) wijkt af van het wetsvoorstel. In het wetsvoorstel wordt niet gesproken over “minimaal”. Dit geldt ook voor de Regionale Realisatieagenda. De gemeente vraagt dit aan te passen. In het ontwerp staat dat 1/3 van het totale regionale woningbouwprogramma uit middenhuur en betaalbare koop moet bestaan. Ten onrechte is vermeld in de stukken dat dit aansluit bij de doelstelling van het Rijk. In het wetsvoorstel staat een andere verdeling. De G5 bepleiten in hun reactie op het wetsvoorstel dat gemeenten met een aandeel sociaal boven de 30% zelf de vrijheid krijgen hoe ze toewerken naar 2/3 betaalbaar. In het ontwerp staat dat een ontwerp omgevingsplan dat vanaf 1 januari 2024 in ontwerp ter inzage wordt gelegd, moet voldoen aan de nieuwe doelstellingen.

In de Regionale Realisatieagenda is echter afgesproken om vanaf 2025 toe te groeien naar 2/3 betaalbaar en dat realisatie van deze ambitie mede afhankelijk is van de randvoorwaarden en sturingsmogelijkheden die nog niet zijn geregeld. Bovendien is de veronderstelling onjuist dat aanpassing naar de ambitie 2/3 betaalbaar altijd mogelijk is als een ontwerp nog niet ter inzage is gelegd. Er zijn voor verschillende stedelijke ontwikkelingen al afspraken gemaakt in Nota’s van uitgangspunten, tenders of masterplannen. De leeſtijdsgrens van de doelgroep ouders verschilt in het stuk. Op pagina 10 staat vanaf 55 jaar, op pagina 13 staat vanaf 65 jaar. De gemeente stelt voor uit te gaan van 65 jaar, omdat de doelgroep anders wel heel erg groot wordt. Buiten de tekst over het woonbeleid gaat het ontwerp nergens in op de impact van veroudering, ook niet over zorg, passend werk en nabijheid noodzakelijk voorzieningen. Daarnaast zijn er ook kansen, zoals de economisch kant van ‘de zilveren golf’. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 2. Zie thematisch antwoord Wonen 3. Zie thematisch antwoord Wonen 6. Zie thematisch antwoord Wonen 7.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A005-ZZ006 - Generieke regels versus ruimte voor maatwerk De gemeente plaatst de kanttekening dat het bij de voorgestelde wijzigingen in het ontwerp vooral om generieke regels gaat. De gemeente dringt aan op een grotere regionale differentiatie in het provinciale beleid om meer maatwerk mogelijk te maken. De inzet op versterking van agglomeratiekracht van de metropoolregio is onvoldoende als centraal en integraal verbindend thema opgenomen. Antwoord: Bij het formuleren van nieuw beleid en nieuwe regels houdt de provincie rekening met verschillende aspecten. Het gaat daarbij om effectiviteit en doeltreffendheid van het beleid en de regels, maar ook om ruimte voor maatwerk en gemeentelijke afwegingsruimte. Soms verdient een eenduidige regeling en een grote mate van gelijkheid voor alle gemeenten in de provincie de voorkeur. Soms verdient een regeling die veel ruimte laat voor maatwerk de voorkeur. De Omgevingsverordening bevat meerdere algemene en specifieke regels voor maatwerk. Daarnaast denkt de provincie nog na over de mogelijkheden voor een bredere toepassing van gebiedsgericht beleid. Diverse aspecten die relevant zijn voor agglomeratiekracht zijn onderdeel van de verstedelijkingsstrategie van de provincie en zijn neergelegd in de beleidskeuze verstedelijking.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A006 – Gemeente Schiedam A006-BE003 - Te behouden bedrijventerreinen In de module zijn bedrijventerreinen aangewezen als niet te transformeren bedrijventerrein. Een tweetal terreinen in de gemeente is ten onrechte als zodanig aangewezen. De gebieden zijn aangeduid op kaartjes die zijn opgenomen in de zienswijze. Het gaat allereerst om een locatie aan de Westfrankelandsedijk, waar sinds 1973 een zwembad is gelegen. Deze locatie maakt geen onderdeel uit van het bedrijventerrein, en kan dus ook niet worden aangeduid als niet te transformeren. Een tweede locatie betreſt het zogenaamde VROM -terrein aan de Buitenhavenweg. Deze locatie wordt thans gebruikt als parkeerterrein en is in het verleden gebruikt als tijdelijke opvanglocatie voor onderwijs en een supermarkt. Het terrein zal de komende jaren een definitieve invulling met woningen krijgen. Dit is onderdeel van de Realisatieagenda regio Rotterdam en het Woonwerkakkoord Schiedam Nieuw-Mathenesse. In mei wordt een bestemmingsplanherziening ter inzage gelegd. Antwoord: We zijn het met u eens dat deze locaties niet aangeduid moeten worden als bedrijventerrein, dus ook niet als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’. Dit zal daarom aangepast worden. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp.

De aanduiding als ‘bedrijventerrein’ en als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’ van een tweetal terreinen aan de Westfrankelandsedijk en de Buitenhavenweg in de gemeente Schiedam, wordt geschrapt. Dit wordt aangepast in de Omgevingsverordening.

A006-BE004 - Begrenzing bedrijventerrein In het verlengde van de opmerking van de gemeente over het ten onrechte als ‘te behouden bedrijventerrein’ aangewezen VROM-terrein aan de Buitenhavenweg, wijst gemeente erop dat in een eerdere zienswijze al is gevraagd om gevolg te geven aan het Woonwerkakkoord door de aanduiding bedrijventerrein te schrappen voor het gehele transformatiegebied Nieuw-Mathenesse Noord. De gemeente herhaalt dit verzoek. Een kaartje met de begrenzing van het gebied is opgenomen in de zienswijze. Antwoord: We zijn het met u eens dat geheel Nieuw-Mathenesse Noord niet thuishoort op de de kaart met ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’. Dit zal aangepast worden. Met uitzondering van de twee genoemde locaties (zwembad en VROM-terrein) blijſt Nieuw-Mathnesse Noord voorlopig nog wel aangeduid als ‘bedrijventerrein’, omdat eerste de compensatie nog goed moet worden geregeld. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. Nieuw-Mathenesse Noord wordt geschrapt als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’. Dit leidt tot aanpassing van de Omgevingsverordening en de Nota van Toelichting bij de module.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A006-TB002 - Toekomstbestendig bouwen De gemeente deelt de ambities van het nieuwe beleid voor toekomstbestendig bouwen. De gemeente ziet echter geen aanleiding om dit juridisch te verankeren in de Omgevingsverordening. In de Realisatieagenda is afgesproken hierover in 2023 aanvullende afspraken te maken, een proces dat met deze regels wordt doorkruist. De gemeente betwijfelt of hier wel sprake is van een provinciaal belang. De regeling in de verordening staat op gespannen voet met het principe ‘decentraal tenzij’ uit de Omgevingswet. Met de regeling wordt beoogd de gemeenten te stimuleren na te denken over toekomstbestendig bouwen. Dit getuigt van weinig vertrouwen en kan niet worden gezien als een provinciaal belang. En bovendien past dit niet bij het dwingende karakter van een verordening. Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A006-WO001 - Definitie sociale huur De wijziging van het Omgevingsbeleid doorkruist de afspraken die zijn gemaakt met de ondertekening van de Realisatieagenda regio Rotterdam. De gehanteerde definitie van sociale huurwoning (“… die in het bezit zijn van woningcorporaties”), wijkt af van de definitie die is opgenomen in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting (huurwoningen tot de liberalisatiegrens). De gemeente betreurt dit en verzoekt de definitie aan te passen. Ook vraagt de gemeente de tekst op pagina 21 aan te passen, aangezien de Realisatieagenda inmiddels is ondertekend. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 3.

A006-WO002 - Voldoende sociale huurwoningen De regeling in de verordening is niet in overeenstemming met de tekst in de Omgevingsvisie, de Realisatieagenda en de het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. De regel gaat anders dan de genoemde stukken niet uit van de totale woningvoorraad per gemeente, maar van een aandeel sociale huur bij elke nieuwe stedelijk ontwikkeling. De gemeente verzoekt dit aan te passen, in zowel de regeling als de toelichting daarop. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 1. Zie thematisch antwoord Wonen 2. Zie thematisch antwoord Wonen 8.

A006-WO003 - Voldoende betaalbare woningbouw De regeling in de verordening over voldoende betaalbare woningbouw is in lijn met de Realisatieagenda, maar de gemeente plaatst vraagtekens bij de praktische uitwerking. Er ontbreekt een ondergrens, waardoor ook bij zeer kleine stedelijke ontwikkelingen 2/3 van de woningen betaalbaar moet zijn. De gemeente verzoekt een ondergrens op te nemen van bijvoorbeeld 50

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

woningen. Voor kleinere projecten zou dan volstaan kunnen worden met een verantwoording op welke wijze met de gehele nieuwbouw wel wordt voorzien in 2/3 betaalbare woningen. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 8.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A007 – Gemeente Gouda A007-WI009 - Amendement A738 In het voorgestelde amendement A738 – “zonneladder zonder landbouwgrond” ziet de indiener een probleem voor de regio: het amendement maakt het lastiger om bij windparken ook zonne-energie op te wekken, omdat onder het amendement in principe geen extra verharding rond het windturbinepark meer is toegestaan. Dit is om drie redenen geen goede ontwikkeling: - Geen opties uitsluiten: de regio heeſt afgesproken in 2030 .435 TWh aan duurzame energie zelf op te wekken. Maar omdat de fysieke ruimte hiervoor beperkt is, moeten niet op voorhand mogelijkheden worden uitgesloten door de combinatie van wind- en zonne-energie op gedeelde locaties te bemoeilijken. - Draagvlak: duurzame energie is politiek gevoelig; lokale draagkracht is vereist voor een goede uitvoering de energietransitie. Een inperking zoals het amendement die voorschrijſt perkt de opties in zonder mogelijkheid tot lokaal meedenken. Dit beperkt participatie en bemoeilijkt succes. - Netcongestie: ook op technisch niveau gaan de ontwikkelingen met betrekking tot de energietranssitie snel; ook met oog hierop wil de indiener graag alle opties open houden. Combineren van zonne- en windenergieparken lijkt in dit opzicht steeds belangrijker te worden, omdat dit netcongestie kan voorkomen. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.

De zorgen van indiener worden herkend, derhalve wordt de tekst van de Omgevingsvisie aangepast. De provincie wil hier nog wel benadrukken dat lokale omstandigheden en het zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten, waaronder landbouwkundige waarde van de grond, van belang is.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A008 – Gemeente Leiden A008-WE003 - Limeszone De voorgestelde beleidswijze stelt verzwaarde voorwaarden voor de limeszone vast, met oog op behoud ‘in situ’. In de gemeente Leiden loopt de limeszone echter door zwaar verstedelijkt gebied. Verzwaring van regels en te rigide handhaving van behoud ‘in situ’ zou daarom andere maatschappelijke opgaven in de weg zitten, zoals de woningbouwopgave. Dit is onwenselijk, zeker met oog op de goede staat van instandhouding van archeologisch erfgoed onder de huidige regels. Ook ziet de gemeente een mogelijke verzwaring van administratietaken met betrekking tot vergunningverlening. Ook is onduidelijk of de voorgestelde aanpassingen de uitvoerbaarheid van geplande initiatieven in de stad ondermijnen. Antwoord: Zie thematische beantwoording Werelderfgoed - Limeszone.

A008-WE004 - Adviescommissie Daarnaast wordt op een tweetal plaatsen (in artikel 6.26b en 6.27) melding gemaakt van een in 2023 op te richten Adviescommissie Archeologie Zuid-Holland. Het is voor de indiener onduidelijk wat de rol van deze commissie is in het proces van vergunningverlening en wat de werking is van een afgegeven advies. Het is onduidelijk of de commissie (alleen) ongevraagd advies geeſt, of de gemeente om advies kan vragen en of het advies bindend is. Een dergelijke commissie lijkt onwenselijk, zeker als ze ongevraagd bindend advies kan geven, mede omdat bouwvergunningen onder de nieuwe omgevingswet binnen 8 weken dienen te worden afgegeven. Het afwachten van advies van een commissie zou moeilijk te verenigen zijn met dit termijn. Antwoord: Zie thematische beantwoording Werelderfgoed - Adviescommissie.

A008-ZZ018 - Zienswijze Holland Rijnland Indiener verwijst ook naar de zienswijze die door het Samenwerkingsorgraan Holland Rijnland is ingediend Antwoord: Voor de reactie op de zienswijze van Holland Rijnland, zie B001

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A009 – Gemeente Delft A009-BE048 - Niet te transformeren bedrijventerreinen De gemeente vraagt nadrukkelijk om ‘Technopolis Innovation Park (Campus Delſt)’ en ‘Schieoevers Zuid’ niet aan te wijzen als ‘niet te transformeren bedrijventerrein’. De aanwijzing van deze terreinen staat de wenselijke doorontwikkeling van Innovation District Delſt in de weg. De gemeente werk samen met de provincie en andere partijen aan de ontwikkeling van Delſt Zuidoost als innovatiedistrict Delſt. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst getekend. In de zienswijze wordt uitvoerig ingegaan op het belang van Innovation District Delſt. Antwoord: Akkoord wat betreſt ‘Technopolis Innovation Park (Campus Delſt)’. Wij halen dit terrein van de kaart en de lijst. Wat betreſt Schieoevers Zuid, dit terrein is voorheen opgenomen in het woonwerkakkoord Haaglanden als compensatielocatie om 'beter te benutten'. Dit terrein staat ook vermeld als beter benutten terrein in concept bedrijventerreinen strategie van de MRDH. Er is HMC en watergebonden bedrijvigheid aanwezig, dit achten wij van provinciaal belang. Hierdoor wijzen we het verzoek om het bedrijf te verwijderen van de lijst af. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. De aanduiding ‘niet te transformeren bedrijventerrein’ komt te vervallen voor het bedrijventerrein ‘Technopolis Innovation Park (Campus Delſt)’.

Dit leidt tot aanpassing van de Omgevingsverordening en de Nota van Toelichting bij de module.

A009-BE049 - Uitsluitend bestaande woningen op bedrijventerrein Op de nieuwe categorie ‘niet te transformeren bedrijventerrein’ zijn woningen uitgesloten. Dit zou beperkt moeten worden tot nieuwe woningen, want nu zijn ook bestaande woningen uitgesloten. Antwoord: Het is niet de bedoeling dat het uitsluiten van woningen ook betrekking heeſt op bestaande gevallen. Dit speelt overigens slechts in een enkel geval. De regeling zal aangepast worden, zodat deze alleen betrekking heeſt op nieuwe woningen. Conclusie: Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening wordt in de bepaling over niet te transformeren bedrijventerrein bepaald dat ‘nieuwe’ woningen worden uitgesloten, zodat de regeling geen betrekking meer heeſt op bestaande woningen.

A009-BE050 - Begrenzing bedrijventerrein Schieoevers Noord Het in 2022 vastgestelde bestemmingsplan Schieoevers Noord voorziet in transformatie van delen van het bedrijventerrein tot een gemengd gebied met werken, wonen, stedelijke voorzieningen en recreatie. Het gaat om de delen ‘Kabeldistrict’ en ‘Nieuwe Haven’. De gemeente verzoekt deze

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

terreinen niet langer aan te wijzen als bedrijventerrein en in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan. Antwoord: De provincie stemt hiermee in. De delen ‘Kabeldistrict’ en ‘Nieuwe Haven’ van het bedrijventerrein Schieoevers-Noord worden geschrapt als bedrijventerrein. Conclusie Dit leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening wordt de begrenzing van bedrijventerrein Schieoevers-Noord (gemeente Delſt) aangepast, zodat de delen ‘Kabeldistrict’ en ‘Nieuwe Haven’ hier geen onderdeel meer van uitmaken.

A009-BE051 - Milieuzonering In artikel 6.12 lid 5 a (nieuw) is er nu rekening mee gehouden dat de VNG-milieuzonering komt te vervallen en dat in het omgevingsplan niet meer gewerkt wordt met milieucategorieën. De formulering hiervoor in dit artikel is echter te vaag: “milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur”. De gemeente verzoekt uit te gaan van concrete zones/normen zoals gehanteerd in de VNG-handreiking nieuwe stijl. Antwoord: Voor de beoordeling van nieuwe gemeentelijke omgevingsplannen hebben we vaak nog te maken met milieucategorieën oude stijl, vanuit de huidige gemeentelijke bestemmingsplannen. Deze worden na inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel van het tijdelijke deel van het gemeentelijk omgevingsplan. In de tekstuele weergave van dit artikellid is het nog noodzakelijk om rekening te houden met de oude VNG-brochure voor bedrijven en milieuzonering waarin de milieucategorieën zijn weergegeven. Deze oude brochure is qua richtafstanden voor de onderdelen geluid en geur goed te vergelijken met de systematiek van de nieuwe VNG-milieuzonering zodat gemeenten kunnen beoordelen welke nieuwe milieuzonering in het omgevingsplan kan worden opgenomen. We zien geen aanleiding om nu de tekst aan te passen.

A009-WO071 - Wonen De gemeente is op hoofdlijnen positief over het provinciale woonbeleid. Op onderdelen zijn er opmerkingen. 1) Verzocht wordt niet in te zetten op het maken van regionale woonvisies. Met een Regionale Realisatieagenda / Tussenakkoord Wonen, regionale woningbouwprogrammering met concrete locaties, een te maken regionale woonzorgvisie en een gezamenlijke uniforme basis voor de Huisvestingsverordeningen is de kern van het woonbeleid helder. De regionale woonvisie heeſt niet of nauwelijks meerwaarde en de inzet weegt hier niet tegenop. 2) Eer moet niet alleen een meer evenwichtige verdeling komen van de sociale huurvoorraad over de regiogemeenten, maar de instroom moet ook evenwichtiger zijn. Dit vergt afspraken over instroompercentages voor de primaire doelgroep. 3) De gemeente kan zich niet vinden in de stelling dat bij uitblijven van overeenstemming over het regionale woningbouwprogramma, iedere stedelijke ontwikkeling op zichzelf dan moet voldoende aan de doelstelling van 2/3 betaalbare woningen. Het is niet fair dat als andere gemeente niet kunnen of willen voldoen, iedere gemeente bij iedere ontwikkeling moet voldoende aan 2/3 betaalbare woningen. De gemeente wil de ruimte houden om dit te differentiëren per wijk. Verzocht

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

wordt daarom de tekst hierver als volgt aan te passen: “In dat geval gaat de provincie ervan uit dat elke gemeente met een evenwichtig woningbouwprogramma voldoet aan de doelstelling 2/3 betaalbare woningbouw (huur en koop) vanaf 2025.” 4) In de module is aangegeven dat de provincie advies kan vragen aan de regionale koepel van actieve woningcorporaties, over het voorgestelde ingroeipercentage. Bij een negatief advies van de regionale koepel stellen GS het voorgestelde woningbouwprogramma van de betreffende gemeente niet vast totdat er overeenstemming is tussen provincie en gemeente over de te nemen maatregelen zoals beleidsaanpassingen, het ingroeipercentage of het beoogde tempo. Dit lijkt op een bindende advies. De provincie zou een bredere afweging moeten maken. 5) Gevraagd wordt de definitie van sociale huur aan te passen aan de definitie die door het rijk wordt gehanteerd. In omgevingsplan kan niet geregeld worden wie de woningen in bezit heeſt of verhuurd, dus kan ook niet worden bepaald dat sociale huurwoningen alleen meetellen als ze in bezit zijn van corporaties. 6) De definitie van ouderen is niet consistent. De gemeente heeſt een voorkeur voor het hanteren van de leeſtijd 65+. 7) De module schenkt aandacht aan woonmilieus. Voor Delſt heeſt dit weinig meerwaarde. De gemeente wil het graag arbeidsextensief houden.

In alle gevallen gaan het vanwege schaarse van grond om verdere verstedelijking van bestaande wijken dan wel nieuwe woongebieden met een stedelijk milieu. 8) Flexwoningen worden in de RRA meegeteld als volwaardige woningen. Verplaatsing van flexwoningen telt echter niet mee. De gemeente voorziet een structurele stroom van flexproducten en wil op dit punt niet geconfronteerd worden met extra administratief werk.

Antwoord: 1) Een woningzoekende zoekt veelal binnen de eigen regio naar een woning. De woningmarkt functioneert op regionaal schaalniveau. Ook huisvestingsvraagstukken zijn veelal regionale verdeelvraagstukken. Bijvoorbeeld hoeveel sociale huurwoningen nodig zijn in een gemeente is mede afhankelijk van de regionale opgave en of elke elke gemeente in regionaal verband ook een eerlijk aandeel daarin neemt. Daarom hechten wij belang aan het opstellen van regionale woonzorgvisie omdat daarin afspraken worden vastgelegd over de regionale verdeling van de opgave. Een lokale woonvisie kijkt primair vanuit het lokale perspectief naar de woningbouwopgave. Wij zien de regionale woonzorgvisie als een belangrijke aanvulling op de lokale woonzorgvisie. De regio Haaglanden is een landelijke koplopersregio voor het opstellen van een regionale woonzorgvisie en loopt daarmee voor om te komen tot een actuele regionale woonzorgvisie en afspraken over de spreiding van aandachtsgroepen. 2) In Nederland is een open woningmarkt waarbij het recht op vrije vestiging geldt. Wij kunnen de instroom van de primaire doelgroep niet reguleren. In eerste instantie zijn het gemeenten die de toegang tot de regionale/lokale woningmarkt kunnen reguleren via een huisvestingverordening.

In een regionale woonzorgvisie kunnen afspraken worden gemaakt over de spreiding van de aandachtsgroepen en ouderen over de regiogemeenten. 3) Zie thematisch antwoord Wonen 8. Omgevingsverordening gaat uit van doelstelling per omgevingsplan . Aanvulling op het thema-antwoord: de provincie gaat er van uit dat gemeenten in onderling overleg in regionaal verband afspraken maken over de programmering. Hierbij kijkt de provincie of de afsproken doelstellingen uit de regionale realisatieagenda worden bereikt. Mocht een gemeente zich niet houden aan de doelstellingen, ook niet niet na zorgvuldig ambtelijk en bestuurlijk overleg dan is de Omgevingsverordening van toepassing op de betreffende gemeente. De Omgevingsverordening is dus alleen van toepassing voor een gemeente die zich niet houdt aan de

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

doelstellingen in het Omgevingsbeleid, niet voor de gemeenten die zich wel houden aan de doelstellingen in het Omgevingsbeleid. 4) De gemeenten bepalen in onderling regionaal overleg hoe zij de regionale opgave programmeren. De provincie vindt het hierbij belangrijk dat er sprake in van een evenwichtige verdeling van o.a. sociale huurwoningen en huisvesting van aandachtsgroepen. Mocht dit tot discussie leiden tussen provincieen gemeente kan de provincie advies vragen aan de koepel van woningcorporaties of er in de betreffende gemeente sprake is van een lange wachtlijst voor sociale huurwoningen. Dit is geen bindend advies, maar kan helpen om de discussie over evenwichtige spreiding te beslechten. GS maken altijd een eigen afweging of zij het regionale woningbouwprogramma vaststellen 5) Zie thematisch antwoord Wonen 3. 6) Zie thematisch antwoord Wonen 6. 7) De provincie vraagt aan gemeenten al geruimte tijd om in de planregistratie wonen (dat de basis is voor het regionale woningbouwprogramma) om per project ook het type woonmilieu in te vullen. Op deze manier kan er gemonitord worden dat woningen worden gebouwd waar vraag naar is 8) Met de komst van de fysieke en financiële herplaatsgarantieregeling m.i.v.

mei 2023 (ministerie BZK) zal een door een woningcorporatie geplaatste flexwoning minimaal 30 jaar in het sociale huursegment beschikbaar blijven en voldoet aan het bouwbesluit. De kwaliteit en instandhoudingstermijn is daarmee vergelijkbaar met een regulier gebouwde sociale huurwoning. De initiële plaatsing kan daarom meetellen voor de taakstelling. Een herplaatsing binnen de eigen woonregio niet omdat het geen nieuwe toevoeging betreſt. Het bij deeerste plaatsing afgegeven garantiecerticaat geeſt uitsluitsel over ouderdom en eerste woonregio. De administratieve lasten ten behoeve van de woningbouwprogrammering voor (her)plaatsing van flexwoningen zijn beperkt.

A009-ZZ033 - Integraliteit Het provinciale Omgevingsbeleid is teveel een optelsom van sectorale beleidsterreinen, ook in de Module Wonen en Werken. De ruimte is schaars en er komen verschillende opgaven samen. Dit vraagt om integrale keuzes, samenwerking en flexibiliteit. Antwoord: Het provinciale Omgevingsbeleid is opgebouwd uit verschillende lagen, respectievelijk: ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes. Op het niveau van de ambities is het beleid integraal en in samenhang geformuleerd. De beleidskeuzes zijn veel concreter en kunnen zich ook richten op sectorale aspecten. Herzieningen van het Omgevingsbeleid richten zich vaak op deze beleidskeuzes. De indruk kan daarom gewekt worden dat het Omgevingsbeleid sectoraal is samengesteld. Het gaat echter om een samenhangend geheel en bij iedere herziening is er aandacht voor die samenhang. Bij de volgende herziening zullen we bezien in hoeverre we bij de presentatie van het beleid, de samenhang beter in beeld kunnen brengen.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A010 – Gemeente Den Haag A010-BE018 - Bedrijventerreinen Op 21 maart hebben provincie en gemeente een bestuursovereenkomst getekend over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de compensatieopgave in het kader van de doorontwikkeling van de Binckhorst. Dit leidt tot een gewijzigde planologische invulling van het gebied, circa 4,6 hectare bedrijventerrein komt te vervallen om de bouw van circa 7.500 woningen en de realisatie van hoogwaardig openbaar vervoer mogelijk te maken. Het bedrijventerrein wordt gecompenseerd op de GAVI-kavel. In de bestuursovereenkomt is afgesproken dat de gemeente een zienswijze zal indienen op onderhavig ontwerp. De gemeente verzoekt daarom 4,6 hectare bedrijventerrein te schrapen op de Binckhorst en circa 16 hectare toe te voegen op de GAVI-kavel, zoals aangeduid in de bijlage van de zienswijze. Antwoord: In lijn met de bestuursovereenkomst Binckhorst komt 4,6 hectare bedrijventerrein te vervallen op de Binckhorst en wordt 16 hectare toegevoegd op de GAVI-kavel. Conclusie Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp. In de Omgevingsverordening wordt de begrenzing van bedrijventerreinen in de gemeente Den Haag aangepast: - op het bedrijventerrein Binckhorst komt ongeveer 4,6 ha te vervallen; - op de GAVI-kavel wordt ongeveer 16 ha bedrijventerrein toegevoegd.

A010-BE019 - Compensatiebeleid bedrijventerreinen De 100% compensatieplicht die in het vigerende beleid is opgenomen is gelet op de schaarse ruimte een grote uitdaging. Daarom is maatwerk nodig en goede onderlinge afstemming op regionale schaal. De gemeente blijſt hierover graag in gesprek met de provincie. Antwoord: Balans in vraag en aanbod is op dit moment nog het uitgangspunt van de provincie. De provincie heeſt de uitvraag gedaan aan de regio's om regionale bedrijventerreinenvisies op te stellen. In het Omgevingsbeleid van de provincie is opgenomen dat Gedeputeerde Staten de geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisie kunnen aanvaarden. Hierin is ook vastgelegd dat er feitelijke compensatie kan plaatsvinden.

A010-GR006 - Grote ruimtevragers De gemeente ondersteunt het selectieve vestigingsbeleid voor grote ruimtevragers met de gestelde uitgangspunten. Tegelijkertijd staan de ontwikkelingen niet stil, maar is er ook in Zuid-Holland behoeſte aan ruimte voor dit soort activiteiten. De gemeente blijſt hierover graag in gesprek. Antwoord: De provincie is zich ervan bewust dat er ook behoeſte is aan vestigingsmogelijkheden voor grote ruimtevragers. Daarom is gekozen voor selectief vestigingsbeleid, waarbij op een aantal plekken ruimte wordt geboden. Vanzelfsprekend kan er in de loop van de tijd behoeſte ontstaan aan meer of

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

andere plekken. Dit zou bijvoorbeeld kunnen blijken uit een regionale bedrijventerreinenvisie. We blijven hierover in gesprek met de (samenwerkende) gemeenten. En zo nodig kan het provinciaal beleid worden aangepast, om ruimte te bieden.

A010-TB007 - Toekomstbestendig bouwen De gemeente kan zich grotendeels vinden in de beleidsdoelen voor toekomstbestendig bouwen, maar heeſt wel enkele aandachtspunten. Verzocht wordt ruimte te laten voor lokaal en regionaal energiebeleid uit de Transitievisies warmte en de Regionale energiestrategieën. In de verordening is een verantwoordingsplicht opgenomen over de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen die verder gaan dan de wettelijke eisen. Een verantwoordingsplicht zonder juridische middelen acht de gemeente niet effectief. Het is de gemeenten niet toegestaan om technische eisen te stellen aan gebouwen. Een verantwoordingsplicht levert dus alleen extra papierwerk op. De gemeente geeſt in de zienswijze enkele suggesties hoe het omgevingsplan wel effectief kan worden ingezet om toekomstbestendig bouwen te bevorderen. Onder meer door de regels te richten op de ruimtelijke inpassing van een gebouw in zijn omgeving. De focus op het opwekken van energie moet niet alleen betrekking hebben op elektriciteit, maar ook op het benutten van duurzame warmtebronnen. Ten aanzien van drinkwater stelt de gemeente voor om in provinciaal of landelijk verband onderzoek te doen naar hoe waterbesparende maatregelen voorgeschreven kunnen worden. Antwoord: Zie Thematische beantwoording Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen.

A010-WI006 - Amendement over zonnepanelen bij windturbines De gemeente dringt erop aan om dit amendement niet te implementeren. Het beperkt teveel de mogelijkheid voor het combineren van wind- en zonlocaties wat juist wenselijk is voor het optimaal benutten van elektriciteitsinfra en het beperken van netcongestie. Stedin zal op dit punt ook een zienswijze indienen. Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond.

A010-WO031 - Wonen De provincie gaat ervan uit dat ontwerpbestemmingsplannen die vanaf 1 januari 2024 ter inzage worden gelegd nog te beïnvloeden zijn en dus moeten voldoend aan de nieuwe doelstellingen voor betaalbaar wonen. De gemeente betwijfelt of dit haalbaar is en bovendien is in de Realisatieagenda afgesproken dat de gemeenten vanaf 2025 aan de betaalbaarheidseisen moeten voldoen zodat het openbreken van bestaande contracten en afspraken niet nodig is. De gemeente stelt daarom voor deze eisen pas per 1 januari 2025 te laten ingaan. Antwoord: Zie thematisch antwoord Wonen 7.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A011 – Gemeente Waddinxveen A011-WI010 - Amendement A738 In het voorgestelde amendement A738 – “zonneladder zonder landbouwgrond” ziet de indiener een probleem voor de regio: het amendement maakt het lastiger om bij windparken ook zonne-energie op te wekken, omdat door het amendement in principe geen extra verharding rond het windturbinepark meer is toegestaan. Dit is om drie redenen geen goede ontwikkeling: - Geen opties uitsluiten: de regio heeſt afgesproken in 2030 .435 TWh aan duurzame energie zelf op te wekken. Maar omdat de fysieke ruimte hiervoor beperkt is, is het belangrijk niet op voorhand mogelijkheden uit te sluiten door de combinatie van wind- en zonne-energie op gedeelde locaties te bemoeilijken. - Draagvlak: duurzame energie is politiek gevoelig; lokale draagkracht is vereist voor een goede uitvoering de energietransitie. Een inperking zoals het amendement die voorschrijſt perkt de opties in zonder mogelijkheid tot lokaal meedenken. Dit beperkt participatie en bemoeilijkt succes. - Netcongestie: ook op technisch niveau gaan de ontwikkelingen met betrekking tot de energietranssitie snel; ook met oog hierop wil de indiener graag alle opties open houden. Combineren van zonne- en windenergieparken lijkt in dit opzicht steeds belangrijker te worden, omdat dit netcongestie kan voorkomen.

Antwoord: Zie thematische beantwoording Amendement A738 – zonneladder zonder landbouwgrond. Voor het antwoord op deze zienswijze, zie het antwoord op de identieke zienswijze A007-WI009.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A012 – Gemeente Alphen aan den Rijn A012-BE031 - Bedrijventerrein ITC-PCT De Greenport en het boomkwekerijcluster is een belangrijke speerpuntsector in gemeente Alphen aan den Rijn. Het bedrijventerrein ITC-PCT (Greenport Boskoop/Hazerswoude-Dorp) is daarin heel belangrijk. Er liggen stevige ambities om dit bedrijventerrein duurzaam en toekomstbestendig te maken. Volgens de gemeente hoort dit bedrijventerrein op de lijst van ‘te behouden terreinen/niet te transformeren’. De gemeente gaat er vanuit dat met deze status het aan de sector gerelateerde arbeidsmigrantenverblijf (in beperkte mate) op het ITC-PCT terrein mogelijk blijſt, conform de bij u bekende ISV Greenport regio Boskoop. Meer specifiek is deze status voor de indiener belangrijk vanuit haar ambitie om met het ITC-PCT terrein aan te haken en mee te doen in de Green Deal 'Werklandschappen van de toekomst', waarin deze status als rand-voorwaardelijk zal worden gesteld. De gemeente vraagt om t.a.v.

het onderwerp ‘bedrijventerreinen’ het volgende onderdeel aan te passen: a) Opnemen van het bedrijventerreinen ITC-PCT op de ‘Lijst van te behouden bedrijventerreinen’ en deze te verwerken in het Omgevingsbeleid; b) Opnemen van het terrein ITC-PCT op Kaart 20 Bedrijventerreinen, als ‘bedrijventerrein, niet te transformeren’; c) Uitzondering toe te passen op aan de sector gerelateerde arbeidsmigrantenverblijf bij toepassing van dit instrument op het ITC-PCT terrein. Als punt c) niet mogelijk is, dan vraagt indiener de provincie over een creatieve oplossing mee te denken zodat het ITC-PCT terrein in aanmerking kan komen voor deelname in Green Deal ‘Werklandschappen van de toekomst’. Antwoord: De provincie beschouwt het ITC-terrein en het PCT-terrein als twee aparte terreinen. Het ITC-terrein is een bedrijventerrein en kan in een volgende ontwerpherziening worden toegevoegd aan de lijst met niet te transformeren bedrijventerreinen. Andere partijen kunnen dan reageren op het ontwerp. Het PCT-terrein is geen bedrijventerrein, maar maakt onderdeel uit van de Greenports, met als specifieke aanduiding boom- en sierteeltgebied PCT-terrein (pot en containerteelt). Voor dit gebied gelden specifieke instructieregels voor de Greenports. Hiermee past die niet binnen de criteria voor opname op de lijst van te behouden terreinen.

PZH-2023-840248101 dd. 02-10-2023

A013 – Gemeente Krimpenerwaard A013-BE032 - Bedrijventerreinen Uit de provinciale behoeſteraming bedrijventerreinen en de regionale kwantitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland blijkt in de Krimpenerwaard een tekort van circa 20-25 hectare aan bedrijventerreinen te bestaan. Bij de ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen wordt rekening gehouden met meervoudig ruimtegebruik, klimaatadaptatie, duurzaamheid, biodiversiteit en innovatiekracht. Bij herontwikkeling is ook lokale schuifruimte nodig voor herstructurering. Het proces rondom de aanduiding ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’ is volgens de gemeente niet goed verlopen, hierover zijn al eerder opmerkingen gemaakt. Het is nog onvoldoende duidelijk wat de effecten van de voorgestelde tweedeling tussen bedrijventerreinen zijn, met name wat de gevolgen zijn op gebied van investeringszekerheid en mogelijke negatieve neveneffecten. Antwoord: Wij betreuren het dat de gemeente het proces niet goed heeſt ervaren. Er zijn diverse malen op ambtelijk en bestuurlijk niveau overleggen gepleegd. Ook is er een toelichtende memo verstuurd en behandeld in het BOEZHD overleg. Het rekening houden met meervoudig ruimtegebruik, klimaatadaptatie, duurzaamheid, biodiversiteit en innovatiekracht sluiten aan bij de provinciale doelstellingen. Op dit moment is er geen koppeling tussen het instrumentarium en subsidieregelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658020/1