CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 7 maart 2024

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 7 maart 202435.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

We stemmen dus toch voor. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ook wij stemmen uiteindelijk voor, ook vanuit het idee dat de vervuiler mag betalen. We vonden de motie eerst een beetje verwarrend, want wat is het probleem? Het zou in de toekomst misschien mooi zijn als dit soort nieuwe maatregelen eerst als een pilot of uitprobeersel in de gemeente komen in plaats van vooraf. Dat wil ik via de stemverklaring nog meegeven. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks vindt dat op basis van feiten, cijfers en waarnemingen een goede, zorgvuldige afweging is gemaakt om dit besluit te nemen. Wij zullen dus tegen deze motie stemmen. De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. Wij zullen uiteindelijk tegen deze motie stemmen. We hebben in de commissie wel gezegd dat wij andere maatregelen als beter beschouwen, maar we hebben ook gezegd dat we de evaluatie zullen aangrijpen om te kijken naar de werking van de huidige keuze en we willen niet opnieuw beginnen met de afweging. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 14 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de PvdA en de VVD ervoor hebben gestemd. 36. College van B en W - Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingswet 2024-2028 (nr. 2351816). De VOORZITTER: Ik begin met de indiener van de motie. Dat is de heer Analikwu.

40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik zal proberen kort te zijn. In de motie Duidelijkheid over duurzame doelen dragen we het college op om verbetering aan te brengen in het uitvoeringsbeleid. Op dit moment is in het beleidsstuk namelijk onduidelijk hoe toezicht wordt gehouden op de naleving van de kaders voor klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen wanneer deze geborgd zijn in bijvoorbeeld de voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het lezen ontstaat de indruk dat er niet gehandhaafd wordt, maar uit de beantwoording van technische vragen blijkt dat dit onjuist is. De heer VALK (CDA): Het is heel mooi dat we tegenwoordig proberen om moties makkelijk te maken, zodat we het niet meer over "overwegingen" hebben maar over "nadenken". Dat snapt de burger beter, maar in de tekst van het dictum staat: "de tekst in het Uitvoeringsbeleid Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingswet 2024-2028 aan te passen zodat deze aansluit op de praktijk waarin de kaders voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen worden vastgelegd in het planuitwerkingskader en vervolgens worden geborgd in de vergunningsvoorwaarden voor een BOPA dan wel in de planregels van een bestemmingsplan". Waar stem ik mee in? Ik snap hier niets van. Ik kan niet uitleggen waar ik mee instem.

Kunt u één voorbeeld geven van wat deze motie oplost? De heer ANALIKWU (D66): Ik heb in de aanloop naar de commissievergadering de antwoorden op technische vragen hierover met de rest van de commissie gedeeld. Ik heb in de commissie uitgebreid uitleg gegeven over de situatie. Ik heb dus geprobeerd om het hier beknopt op te schrijven, maar in het kort gaat het erom dat wanneer we in een omgevingsvergunning proberen te regelen dat er klimaatadaptief en natuurinclusief wordt gebouwd, er dan ook gehandhaafd wordt. Dit blijkt het geval te zijn, maar dat staat niet in het beleidsstuk. Daarom vraag ik om die verbetering. Door de fracties van D66 en GroenLinks wordt motie 8.3.1 (Duidelijkheid over duurzame doelen) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 7 maart 2024 bij de bespreking van agendapunt Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingswet 2024-2028. We stellen vast dat: -

-

-

in het Uitvoeringsbeleid VTH Omgevingswet 2024-2028 onderscheid wordt gemaakt tussen de wettelijke kerntaken, risicogerichte taken en bovenwettelijke taken; daarbij wél handhavend wordt opgetreden bij wettelijke kerntaken en niet bij de bovenwettelijke taken; de kaders voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen in principe behoren tot de bovenwettelijke aandachtsgebieden; in het Uitvoeringsbeleid Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingswet 2024-2028 staat dat voor deze bovenwettelijke aandachtsgebieden in de fases toezicht en handhaving de nodige toetsingskaders ontbreken; deze regels bij nieuwe bestemmingsplannen (omgevingsplanwijzigingen) worden geborgd in de planregels en bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden opgenomen in de vergunningsvoorwaarden; deze planregels en vergunningsvoorwaarden wél een toetsingskaders vormen voor toezicht en handhaving.

41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

-

natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen belangrijk is voor onder meer de kwaliteit van de leefomgeving, vermindering van hittestress, behoud van biodiversiteit en voorkomen van wateroverlast; de tekst in het uitvoeringsbeleid onduidelijk is over de status van bovenwettelijke aandachtsgebieden zoals natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit wanneer deze worden geborgd in vergunningsvoorwaarden of een omgevingsplanwijziging.

We geven het college de opdracht om: -

-

de tekst in het Uitvoeringsbeleid Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingswet 2024-2028 aan te passen zodat deze aansluit op de praktijk waarin de kaders voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen worden vastgelegd in het planuitwerkingskader (PUK) en vervolgens worden geborgd in de vergunningsvoorwaarden voor een BOPA dan wel in de planregels van een bestemmingsplan-/omgevingsplanwijziging; hierbij aan te geven dat in die gevallen de betreffende bovenwettelijke aandachtsgebieden worden behandeld als wettelijke taken.

En gaat over tot de orde van de dag." De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik heb niet heel veel aan de toelichting van D66 toe te voegen, maar misschien nog één dingetje. Naast klimaatadaptieve maatregelen en natuurinclusieve kaders moeten we in de toekomst volgens mij ook denken aan het handhaven van circulair bouwen. Daar wil ik nog even aandacht voor vragen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. We hebben in het commissiedebat al gezegd dat natuurinclusief en klimaatadaptief bij STIP heel hoog in het vaandel staan. Maar zoals D66 al zei, hebben we in de beantwoording kunnen lezen dat die regels in de praktijk al worden gehandhaafd. De motie van D66 lijkt ons daarom wat overbodig, omdat het in de praktijk al gebeurt, maar kan de wethouder misschien concreet aangeven wat de precieze impact van de motie zou zijn en hoe zij zou helpen bij het uitvoeren van dit beleid? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik heb de commissievergadering teruggeluisterd. Een vraag van ons over de communicatie is niet helemaal beantwoord. Ik wil daar dus toch nog even op ingaan. Wij denken dat het goed zou zijn als er, bijvoorbeeld door middel van themaweken, aandacht gevraagd kan worden voor een bepaald onderwerp. Momenteel is het bijvoorbeeld de Nationale Week Zonder Vlees & Zuivel. Daarmee wordt aandacht gevraagd voor een duurzamere levensstijl.

Iets vergelijkbaars zou bijvoorbeeld gedaan kunnen worden met de Week van de Toegankelijkheid, waarbij je mensen die hun fiets of auto parkeren, dan wijst op wat zij goed of fout doen, zodat er bewustwording ontstaat. Een ander idee is bijvoorbeeld de Week van de hondenpoep, waarbij je door middel van extra communicatie en misschien ook handhaving duidelijk maakt waarom het opruimen van de bolus van je beste vriend belangrijk en ook nodig is. Extra aandacht dus op bepaalde momenten in het jaar. Graag toch nog een reactie van de wethouder hierop, want volgens mij kwam ons punt in de commissie niet helemaal over. Ik hoop dat dat nu wel het geval is.

42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De motie van D66 vonden ook wij erg ingewikkeld. Wij onderschrijven dus de woorden van de heer Valk, maar uiteindelijk kwamen wij tot dezelfde conclusie. Wij zullen de motie dus steunen. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. In reactie op de heer Van der Steeg: als ik straks na de vergadering naar huis loop, kom ik langs de McDonalds. Hij heeft me op het fantastische idee gebracht om toch een hamburgertje en een milkshake te gaan nemen. De VOORZITTER: Dat heet "uitlokking". Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij kunnen we kort zijn over het door D66 en GroenLinks gemaakte punt en de vraag daarover van STIP. We hebben een beleidsstuk gemaakt waarin blijkbaar nog een beetje lastig te lezen is wat precies de bedoeling is en hoe het in elkaar steekt. Volgens mij is deze motie dus gewoon een oproep om die tekst wat scherper neer te zetten. Alleen al de door het CDA voorgelezen ingewikkelde zin maakt duidelijk dat we dit in de taal wel wat strakker kunnen omschrijven. Het lijkt me goed om dat in het beleidsstuk aan te passen, aangezien dit niet alleen door ons wordt gelezen maar ook door mensen buiten, die dit inderdaad ook moeten begrijpen. Vanuit duidelijk Delfts is dat dus een mooi punt. De door de heer Van der Steeg genoemde elementen hebben allemaal te maken met handhaven, maar niet van de Omgevingswet maar veel meer van de APV.

Volgens mij is het dus een interessante opmerking, maar past die niet helemaal bij het onderwerp dat we hier met elkaar bespreken. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik wil toch een verduidelijking. Kan de wethouder het dictum toezeggen? Ik snap enigszins waar STIP vandaan komt, namelijk dat een motie hier misschien een zwaar middel voor is. Als zij dat wil toezeggen, trek ik de motie graag in. Wethouder H UIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij is het prima om dat over te nemen. Dat kan ik dus toezeggen. De VOORZITTER: Meneer Analikwu, trekt u de motie in? De heer ANALIKWU (D66): Ja. De VOORZITTER: Dan hebben we dit agendapunt afgewikkeld. 37. College van B en W - Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024 (nr. 2350811). De VOORZITTER: Er zijn diverse moties aangekondigd. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ten eerste willen we aangeven dat we zeer tevreden zijn met de betrokkenheid van de hele raad, de commissie en de wethouder bij dit onderwerp. We danken ook de indieners van de andere moties. Ook dank voor de gezamenlijke voorbereiding die we hebben gehad. Allereerst onderschrijft mijn fractie het belang van toegangsregels voor jeugdhulp. We moeten kunnen sturen op wie jeugdhulp nodig heeft en wie niet. Daarbij helpen de hier voorliggende regels. Mijn fractie vindt het echter van belang om jeugdigen gelijk te behandelen.

Precies daarom vallen wij over de complete uitsluiting van de groep jeugdigen met dyscalculie, terwijl jongeren met dyslexie wél in aanmerking komen voor een individuele 43

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

toets of zij baat hebben bij jeugdhulp. Met nadruk vindt mijn fractie een individuele afweging van belang. De zorg voor jongeren die moeite hebben met taal en rekenen, ligt wat ons betreft primair bij het onderwijs en bij school. Beide stoornissen kunnen echter beperkingen geven die niet simpel door de school worden opgelost. Een ander argument is dat er geen bewezen behandeling is voor dyscalculie en voor dyslexie wél. Dat is waarom dyslexie wél in aanmerking zou komen voor een vergoeding en dyscalculie niet. Dit punt is aan de ene kant invoelbaar, maar aan de andere kant niet eerlijk. Ten eerste zijn beide aandoeningen niet te genezen. Het is slechts mogelijk om er goed mee om te leren gaan. Historisch gezien is er veel meer en veel langer aandacht voor dyslexie dan voor dyscalculie. Daarmee zijn interventies voor het eerste eerder met randomized controlled trials bewezen. Voor dyscalculie zijn die nauwelijks uitgevoerd, hetgeen niet betekent dat jeugdigen niet geholpen zijn met extra ondersteuning. Ervaringen van hulpverleners, waarvan ik er een aantal heb gesproken, geven andere geluiden: die jongeren zijn wél gebaat bij extra ondersteuning. Daarnaast zijn er problemen die zowel met dyscalculie als met dyslexie geassocieerd zijn, zoals problemen met aandacht, plannen en organiseren, die wél beter te behandelen zijn middels jeugdhulp.

Mevrouw VOOGT (VVD): Ik hoor mevrouw Janssen zeggen dat de kinderen gebaat zijn bij extra begeleiding. Ik denk dat in algemeenheid iedereen gebaat is bij extra begeleiding. De vraag is alleen of dit thuishoort in de jeugdzorg of in het voorliggende veld. Mevrouw Janssen trekt dit nu het zorgdomein in, terwijl dit eigenlijk gewoon een voorliggende voorziening is binnen het jeugddomein en van het onderwijs. Ik ben benieuwd hoe mevrouw Janssen daartegen aankijkt. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Als antwoord vraag ik mevrouw Voogt om het eerste stuk van mijn betoog terug te luisteren en om ook naar het volgende stuk te luisteren, want ik kom hier nog op. Mijn fractie wil allesbehalve jeugdigen medicaliseren. We willen graag dat kinderen goed onderwijs krijgen op een manier waarmee ze voldoende vaardigheden opdoen om mee te komen in de samenleving. Ook al is dit lastig, in moeilijke gevallen is ondersteuning vanuit school de eerste optie. Als een kind vastloopt op rekenen en daarmee fors in de problemen komt, moet voor dit kind, net als voor een kind dat vastloopt op taal, echter een individuele afweging of ondersteuning middels jeugdhulp mogelijk zijn. We kunnen geen verschil maken tussen letters en cijfers in waar iemand primair op vastloopt. Wat de andere moties betreft geef ik de indieners eerst de kans om die toe te lichten.

Ik zal na de reactie van de wethouder reageren in mijn tweede termijn. Mevrouw VOOGT (VVD): Ik heb nog niet echt een antwoord gehoord op mijn eerdere vraag. Mijn tweede vraag is of mevrouw Janssen het met mij eens is dat dyslexie dan ook uit dit pakket gehaald moet worden en naar het voorliggende veld gebracht zou moeten worden om het gelijk te kunnen trekken. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik snap niet helemaal waarom u het antwoord niet gehoord hebt. Ik zeg dat ik kinderen zo min mogelijk wil medicaliseren. Ik vind dat het onderwijs een belangrijke taak heeft in het ondersteunen van kinderen, omdat kinderen zo goed mogelijk de kans moeten krijgen om de vaardigheden op te doen om mee te doen aan de samenleving, of dat nou in rekenen, taal, geschiedenis, aardrijkskunde of wat dan ook is. Maar ik vind het wel van belang dat we geen onderscheid maken tussen iemand die vastloopt op taal en iemand die vastloopt op rekenen. Nu staat er heel expliciet in dat kinderen met ernstige dyslexie individueel worden getoetst en in aanmerking komen voor 44

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

ondersteuning vanuit de jeugdhulp. Ik vind het gewoon niet eerlijk als groepstechnisch kinderen die vastlopen op rekenen, dat niet hebben. Wat in de toekomst de ontwikkelingen zijn en of dyscalculie en dyslexie dan wel of niet onder de jeugdhulp vallen, is een ander verhaal. Ik heb het hierover: als je A zegt voor kinderen met dyslexie, moet je ook B zeggen voor de kinderen met dyscalculie. Ik ben het helemaal met mevrouw Voogt eens dat de ondersteuning primair vanuit het onderwijs is. Door de fracties van de PvdA, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en GroenLinks wordt motie 8.4.1 (Behandel dyscalculie niet anders) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van donderdag 7 maart 2024 bij de bespreking van Nadere regels jeugdhulp. We stellen vast dat: -

in de vastgestelde Nadere regels jeugdhulp jongeren met dyscalculie als complete groep worden uitgesloten van ondersteuning vanuit de jeugdhulp; voor dyslexie geldt dat ernstige casuïstiek wel in aanmerking komt voor deze ondersteuning; voor deze toekenning een individuele afweging door professionals nodig is; via navraag aan betrokkenen blijkt dat het aantal scholieren in Delft met een diagnose dyscalculie (veel) geringer is dan met een diagnose dyslexie.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

beperkingen in begrip van en omgang met zowel letters als getallen sterk invaliderend kunnen zijn; zowel dyscalculie als dyslexie gepaard kan gaan met stoornissen van aandacht, plannen of organiseren; hiervoor ook ondersteuning vanuit jeugdhulp mogelijk hulpvaardig kan zijn.

We vinden dat: -

gelijksoortige stoornissen met gelijksoortige beperkingen, op eenzelfde manier behandeld moeten worden.

We vragen aan het college: -

jongeren met dyscalculie niet bij voorbaat uit te sluiten van ondersteuning via jeugdhulp; voor deze groep, gelijkwaardig aan dyslexie, individuele afwegingen te maken; dit door te voeren in de Nadere regels jeugdhulp."

De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik ga kort in op de discussie die we al in de commissie hebben gehad en die ik daarna nog uitgebreid heb doorgezet binnen mijn fractie, met de andere partijen en zeker ook met de wethouder. De samenwerking was erg prettig. Wat hoort er nou bij jeugdzorg en wat moet je kunnen normaliseren? Voor Volt zou normaliseren betekenen dat je bijvoorbeeld op school vaktherapie aanbiedt, zodat kinderen beter met hun gevoel kunnen leren omgaan. Voor mij betekent normaliseren misschien ook dat een ADHD'er kan zeggen: sorry, ik heb mijn huiswerk niet af, want ik kon me niet concentreren. Daar zijn we nog niet, zoals ik uit eigen ervaring kan zeggen. Daarom ligt er 45

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

wat mij betreft ook een taak voor de gemeente. Daarom heb ik drie moties. Ik zal ze, ook in verband met de tijd, heel kort langsgaan. Daarna wil ik graag heel veel vragen beantwoorden, als die er zijn. De eerste motie roept op om in de evaluatie over jeugdhulp terug te komen op de effecten van nadere regels, bijvoorbeeld over de hoeveelheid afwijzingen. Ik weet dat de wethouder hier vandaag goed over na heeft gedacht. Ik ben dus heel benieuwd naar de termijn van de wethouder en naar wat zij heeft bedacht. De tweede motie gaat over de vaktherapie. Wij zijn als gemeente in het najaar gestopt met het vergoeden van vaktherapie als die niet wordt gecombineerd met een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. Dat is een keuze die we maken. Van mijn omgeving en van de professionals die ik de afgelopen week heb gesproken, weet ik dat vaktherapie therapie is die met dans, bewegen en spel te maken heeft. Dat zijn allemaal dingen waarvan kinderen laagdrempelig iets kunnen leren. Dit zou juist moeten voorkomen dat mensen in een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz vallen. De laatste motie is een meer algemene motie die onderstreept dat wij het compleet uitsluiten van bepaalde behandelingen niet zouden willen steunen. GroenLinks maakte in de commissie een vergelijking met de toeslagenaffaire.

Harde regels kunnen leiden tot een harde uitvoering. Daar kan ik mij in vinden. Daarnaast bestaat het gevaar dat mensen met meer geld in de portemonnee een bepaalde behandeling wel kunnen betalen en andere mensen niet. Daarom roepen wij het college op om daar nogmaals naar te kijken. Ik ben benieuwd naar de termijn van de rest van de raad en van de wethouder. Mevrouw VOOGT (VVD): Ik ben benieuwd wat de heer Treffers beoogt te bereiken met het inzichtelijk maken van de afgewezen hulpverzoeken. Ik ben benieuwd of de heer Treffers het met mij eens is dat dit het expertisegebied is van professionals en dat juist dit punt extra veel administratief werk voor professionals gaat opleveren. Dat is tijd die dan niet ten goede komt aan de professionals. Dat is mijn eerste vraag. En dan mijn tweede vraag. De heer Treffers dient een motie in die oproept om ruimte te bieden aan het oordeel van de professionals en om daar vertrouwen in te hebben. Waaruit blijkt of waaruit maakt de heer Treffers op dat het college nu geen vertrouwen heeft in het oordeel van deze professionals? Daar ben ik benieuwd naar. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Mijn vraag heeft een beetje dezelfde insteek als die van de VVD: welke problemen ziet Volt? Want vooral bij de moties over de evaluatie en het oordeel van de professional zien wij niet zo goed wat zij oplossen en welke problemen er nu zijn.

De heer TREFFERS (Volt): Ik ga proberen de vragen tegelijk te beantwoorden. Het is zeker niet mijn doel om meer werk te verschaffen. Aan de andere kant heb ik technische vragen gesteld waarin ik vroeg hoeveel vaktherapie de afgelopen jaren is afgenomen. Dat weten we niet, omdat dit via verschillende codes wordt vermeld. Met andere woorden: we halen nu een onderdeel therapie uit de regels, terwijl we niet weten hoe vaak dat dan gebruikt is en hoeveel dat de gemeente heeft gekost. Ik wil die informatie hebben. Als het er heel veel waren, heeft dit heel veel impact. Dat wil ik weten om een beslissing te kunnen nemen. Als het er heel weinig waren, gaat het misschien om heel weinig geld. Ik wil dus niet dat de mensen onnodige administratie krijgen. Ik wil die afweging kunnen maken, maar op dit moment is totaal onduidelijk wat het effect is. Als er ineens veel meer aanvragen worden

46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

afgewezen, wil ik dat ook graag weten. Het is maar voor één periode en het gaat over het overzicht. Mevrouw VOOGT (VVD): Ik ben blij dat de heer Treffers zich eigenlijk aansluit bij het standpunt van de VVD dat we de outcome willen weten van de inzet die we hebben gepleegd en wat die uiteindelijk oplevert. Ik ben benieuwd of het ook de bedoeling van de heer Treffers is om dat in het kader van de jeugdhulp breder te trekken. De VOORZITTER: Ik geloof dat ik de heer Treffers een beetje zie knikken. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Dan nog even over de motie over het oordeel van de professionals. Volgens mij zijn deze regels samen met professionals gemaakt. Welke problemen ziet Volt en welke problemen wil Volt oplossen met deze motie? De heer TREFFERS (Volt): Het probleem dat Volt ziet, is dat ik in gesprekken met professionals die ik heb geraadpleegd - helaas is het me niet gelukt om mensen van Delft Support aan de lijn te krijgen - hoor dat vaktherapie een goed idee is, terwijl ik in de regels zie dat vaktherapie een slecht idee is en dat we dat niet vergoeden; of in ieder geval: dat we dat niet vergoeden. Als een professional ziet dat een kind alleen bij danstherapie gebaat is, zou ik heel graag willen dat we die kunnen bieden.

Ik wil dus niet dat we dat voor iedereen gaan aanbieden die zin heeft om een bepaald spel te doen en dat wij dat dan gaan betalen, maar ik wil wel dat we, als de professional ziet wat eigenlijk de beste manier zou zijn, daar niet in gaan stappen door te zeggen dat we dat niet gaan vergoeden. De VOORZITTER: Meneer Treffers, ik wil u erop wijzen dat u nog 28 seconden hebt. Door de fracties van Volt, de ChristenUnie, Hart voor Delft en GroenLinks wordt motie 8.4.2 (Evaluatie van de Effecten van Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 07-03-2024, ter bespreking van 2350811 College van B en W - Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024, constaterende dat de Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024 van invloed zijn op de toegang tot bepaalde vormen van jeugdhulp, en het van belang is om inzicht te krijgen in de effecten van deze regels op de afwijzing van hulpverzoeken en de daadwerkelijke financiële besparingen; overwegende dat: -

het in de praktijk testen van beleid essentieel is bij beleidsmaatregelen die de toegang tot jeugdhulp beïnvloeden; inzicht in de financiële gevolgen van de Nadere regels jeugdhulp kan bijdragen aan een weloverwogen evaluatie en eventuele aanpassingen van het beleid; het belangrijk is om inzicht te krijgen in de effecten van beleid, niet alleen door cijfers maar juist ook door ervaringen van zorgprofessionals en cliënten;

draagt het college op in de jaarlijkse evaluatie jeugdhulp specifiek aandacht te besteden aan de effecten van de Nadere regels jeugdhulp 2024 op de toegang tot jeugdhulp, met specifieke aandacht voor het aantal afgewezen hulpverzoeken en de financiële besparingen die hieruit voortvloeien en daarbij kwalitatieve resultaten zoals klantervaringen mee te nemen,

47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van Volt wordt motie 8.4.3 (Vergoeding van vaktherapie voor kinderen in de Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 07-03-2024, ter bespreking van 2350811 College van B en W - Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024, constaterende dat vaktherapie in de Nadere regels voor jeugdhulp, vastgesteld door het college, alleen wordt vergoed wanneer die onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz; overwegende dat: -

vaktherapie een waardevolle en effectieve interventie kan zijn voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen; het van belang is om kinderen in de gemeente Delft passende en toegankelijke jeugdhulp te bieden; de huidige Nadere regels jeugdhulp niet expliciet voorzien in de vergoeding van vaktherapie, zelfs wanneer de zorgprofessional dit nuttig vindt voor het kind;

draagt het college op: -

-

-

de Nadere regels jeugdhulp 2024, artikel 2.1 vaktherapie aan te passen, zodat vergoeding van vaktherapie opgenomen wordt als een mogelijke interventie, indien dit nuttig is voor het kind; meer ruimte te formuleren voor de toekenning en vergoeding van vaktherapie binnen de jeugdhulp, rekening houdend met de specifieke behoeften van het kind, de (financiële) draagkracht van ouders en het inschattingsvermogen van de zorgprofessional; deze aanpassing voor het zomerreces vast te stellen en ter kennisgeving naar de raad te versturen,

en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van Volt en de SP wordt motie 8.4.4 (Ruimte voor het oordeel van de zorgprofessional) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 07-03-2024 ter bespreking van 2350811 College van B en W - Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024, constaterende dat de huidige Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024 beperkingen opleggen aan de mogelijkheden van zorgprofessionals door specifieke behandelingen niet te vergoeden, zelfs wanneer deze door de professional noodzakelijk worden geacht; overwegende dat: -

het van groot belang is om de expertise en het professionele oordeel van zorgprofessionals te benutten bij het bepalen van de meest geschikte behandelingen voor kinderen in jeugdhulp;

48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

beperkende vergoedingsregels het risico met zich meebrengen dat kinderen in een kwetsbare omgeving niet de benodigde zorg krijgen die door professionals als essentieel wordt beschouwd;

draagt het college op: -

-

de Nadere regels jeugdhulp 2024 te herzien en daarbij te zoeken naar een meer gewogen pakket van beperkende maatregelen die het niet onmogelijk maken om bepaalde behandelingen te vergoeden, en in plaats daarvan vertrouwen te stellen in de professionele afwegingen van zorgprofessionals; deze herzieningen voor het zomerreces in 2024 in te voeren en de raad op de hoogte te stellen van de genomen stappen en resultaten,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft heeft in de commissie ruim het woord gevoerd. We gingen niet zozeer in op de inhoud van het stuk, maar meer op de vraag voor wie het beleid is. Wij vinden dat jongeren en jeugdigen mee moeten kunnen praten als beleid hen betreft. In het verdrag van de VN staat zelfs een artikel 12 over kinderrechten. De jeugdhulp gaat jongeren rechtstreeks aan. Wij moeten niet over hen praten maar met hen. Wellicht is de motie net op het randje of er zelfs overheen, maar wij zagen door dit stuk een uitgelezen kans om toch met deze motie op de proppen te komen, want ook het SER Jongerenplatform geeft als advies om jongeren meer te betrekken bij lokale beleidstrajecten die over jongeren gaan. Wij willen een gemeente zijn waar iedereen kan meedoen. Jongeren hebben vele contacten en horen en zien elkaar in de praktijk. Zij hebben gouden informatie voor ons. Zorgverleners zullen het best met hen bespreken, maar hoe lezen en meten wij dit terug? Er wordt ook heel veel geld aan uitgegeven. Ook wij vinden dat meten weten is. Wij zouden deze motie met alle liefde intrekken als de wethouder zou kunnen toezeggen om jongeren te betrekken, om te beginnen bij de Adviesraad Sociaal Domein.

Het mooiste zou natuurlijk zijn als wij een democratisch gekozen jongerenraad of jongerenburgemeester zouden krijgen in onze mooie stad. Graag gaan wij van Onafhankelijk Delft ook met andere fracties in gesprek. Als de wethouder zou kunnen toezeggen om te kijken of het mogelijk is om een democratisch gekozen clubje te betrekken bij het sociaal domein, laat ik deze motie dus varen. Mevrouw VAN LEEUWEN (SP): Ik heb twee vragen naar aanleiding van deze motie. Weet Onafhankelijk Delft toevallig wat er al wordt gedaan en zou dat kunnen worden geschetst? En hoe ziet Onafhankelijk Delft dit in de praktijk voor zich? Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): De jongeren die ik heb gesproken, zeggen dat ze eigenlijk nooit met hun zorgverlener of hulpverlener over dat soort dingen praten zodat wij het teruggekoppeld krijgen. Ons punt is dus juist dat er met hen gepraat moet worden, zodat wij hier kunnen meten wat er door hen gezegd is. Dat is waar dit hele punt wat mij betreft over gaat. De heer SCHUURMAN (D66): Wij krijgen, ook via Delft Support en de Adviesraad, toch documenten waarin we kunnen lezen wat de evaluaties zijn? In die evaluaties staan toch ook cijfers van de behandelende organisaties en daar wordt toch ook in geëvalueerd hoe de cliënten het ervaren? Dan zijn er toch al ervaringsonderzoeken? Ik wil dus graag weten wat u daarin precies mist.

49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Via dit soort instanties gaat het alleen over de jongeren die al hulp nodig hebben, maar wij willen het breder zien. Jongeren die nog geen hulp krijgen, zouden zich met z'n allen kunnen vertegenwoordigen. Dan zijn het dus allerlei jongeren, zodat wij kunnen meten wie wat nodig heeft. Nu krijg je alleen via dat soort instanties - laten we zeggen: ketenpartners - dat soort dingen te horen. U kunt wel zeggen dat we dat terug kunnen zien in evaluaties, maar ik wil gericht terugzien wat die jongeren hebben gezegd. Wat vinden zij? Dat zien wij niet terug. Wij zien alleen getallen en dat zoveel procent dit of dat vindt. Nee, wat hebben zij gezegd? Gewoon een mooi stukje: wat willen ze? De heer SCHUURMAN (D66): Als ik het goed begrijp, roept u op tot een soort orgaan buiten de geregistreerde zorg om. Dan vraag ik me af hoe we dat gaan meten. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik vraag helemaal niet om zoiets moeilijks als "buiten een orgaan om" of weet ik veel wat. Ik vraag gewoon dat jongeren inspraak mogen hebben in het beleid dat over hen gaat. Dat is het. Als dat via een clubje jongeren gaat, wat is dan het probleem om hen gewoon te benaderen? Zij hebben zoveel informatie waar wij zoveel wijzer van kunnen worden in plaats van dat het altijd maar de hulpverleners zijn die dat soort dingen zeggen. Nee, ik wil het gewoon van henzelf horen.

De heer SCHUURMAN (D66): Dan begrijp ik het nog niet helemaal. Het gaat bij u om jongeren die nog niet in het circuit zitten en die dus nog niet door instanties geholpen zijn, maar die gaan we dan oproepen zodat ze hun hulpvraag kwijt kunnen. Maar de instanties zijn er toch om je daar aan te melden, zodat we die gegevens ervaren? Volgens mij zoeken we dus naar iets wat er allang is. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik vind dat u er een puinhoop van maakt. Het gaat mij er gewoon om dat jongeren zich gehoord voelen en inspraak mogen hebben in beleid dat over hen gaat. Dan zeg ik het zo. Verder ben ik er nu wel klaar mee. De VOORZITTER: Ik denk dat een verder debat niet veel nieuws zou opleveren. Door de fractie van Onafhankelijk Delft wordt motie 8.4.5 (Jongeren hebben de toekomst, mogen zij die dan even?) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 7 maart 2024, constaterende dat: • • • •

er nieuw jeugdhulpbeleid is vastgesteld; de gemeente Delft een gemeente wil zijn waar iedereen mee kan doen; jeugdigen/jongeren in Delft niet meedoen met totstandkoming van beleid en besluiten; jongeren onze toekomst zijn en zij weten wat er onder hen leeft en speelt;

overwegende dat: • • •

jeugd/jongeren een andere kijk op zaken kunnen hebben dan volwassenen; jeugdhulp en ander beleid voor jongeren een belangrijk onderwerp zijn en dat het belangrijk is dat zij hierover kunnen meedenken; ideeën uit deze doelgroep tot een ander inzicht kunnen leiden op het gebied van natuur, woonsituatie, zorgen enz. 50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

•

jongeren ook betrokken willen worden in hun wijk en stad;

roept het college van Delft op om: • •

in de toekomst bij de totstandkoming van jeugdhulpbeleid jongeren te betrekken en de gemeenteraad te informeren hoe de jongeren zijn betrokken; dit ook te doen op andere beleidsterreinen die impact hebben op jongeren,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik heb in de commissie al gezegd dat ik het jammer vond dat dit op de agenda staat, omdat dit vorig jaar al is vastgesteld door het college, maar toch hebben we het er in de fractie over gehad. Als er dan moties of iets dergelijks komen waarin we ons kunnen vinden, gaan we daarvoor stemmen. Dat geldt onder andere voor de motie van de PvdA. Daar gaan we voor stemmen. We stemmen ook voor de motie van Volt die we mede hebben ingediend. Van de moties 8.4.3 en 8.4.4 weet je van tevoren dat die het niet gaan halen, want dan moet het beleid aangepast worden voor iets wat al vastgesteld is. Dat wordt gewoon lastig. Over de motie van Onafhankelijk Delft zegt meneer Schuurman dat we al allemaal documenten krijgen. Laat ik er duidelijk over zijn dat we deze motie niet kunnen steunen, maar de reden daarvan is dat het beleid is vastgesteld door het college. Mevrouw Gaal wil dat de jongeren daarbij betrokken worden. Ik denk dat er had moeten staan dat er een tevredenheidsonderzoek moet plaatsvinden onder jongeren, zodat ze weten wat ze aan die jeugdzorg hebben gehad en wat daarmee is gebeurd. Mogen ze ook eventjes? Want er gebeurt al heel veel met jongeren. Dat weet ik ook. U spreekt jongeren, maar ik spreek ze ook.

Als je op straat jongeren tegenkomt en over jeugdzorg praat, hoor je meestal dat ze niet tevreden zijn, maar dat staat nergens op papier. Dat geldt wél voor waar meneer Schuurman het over heeft. Daar kun je zúlke pakken van sturen. Het komt er altijd positief uit en wij als raadsleden moeten het daarmee doen, maar ik krijg nooit een stuk waarin staat: we hebben een tevredenheidsonderzoek gehouden en dit is hoe de jongeren denken over het beleid en over hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Dat zou ik graag eens willen zien. Een motie met zo'n strekking, dus over een tevredenheidsonderzoek onder jongeren, hadden we graag ondersteund. Misschien is dat een idee voor de wethouder maar misschien ook voor mevrouw Gaal, als zij de motie wil aanpassen. Dat moet zij zelf weten, maar dan zullen wij de motie wel steunen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Meneer Stoop, dat is een prima suggestie. Ik zou zeggen: dient u de volgende keer zo'n motie in. De motie luidt nu zoals zij luidt. Ik heb ook gezegd dat ik het ook goed vindt als er wordt toegezegd dat zij in ieder geval betrokken worden. Het staat u geheel vrij om zelf met die motie te komen. Wij zullen die dan zeker steunen, maar de motie is nu zoals zij is. De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik moet zeggen dat ik u niet goed kan verstaan, want ik ben een beetje doofachtig.

De VOORZITTER: Mevrouw Gaal gaf aan dat het u natuurlijk vrijstaat om een motie in te dienen en dat zij, als u dat zou doen, een motie in die geest zou steunen. De heer STOOP (Hart voor Delft): Mijn buurvrouw heeft het al tegen me gezegd, maar de volgende raadsvergadering doe ik mijn reserveoor in. Dan komt het goed. De VOORZITTER: Wat zegt u? Ik ga ook achteruit; dat is mijn werkelijkheid.

51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. Om te beginnen wil ik alle raads- en commissieleden met wie wij de afgelopen week om de tafel hebben gezeten voor het uitgebreide pakket moties, heel erg bedanken voor de inzet en de input. Zoals ik in de commissievergadering al zei, hebben kinderen goede zorg nodig; punt. Wat kinderen nodig hebben om te groeien, te ontwikkelen en te helen, hebben zij nodig. Wat niet werkt voor de ene jeugdige, kan wel werken voor de ander. Wat niet werkt volgens een bepaalde studie, kan juist wel helpen voor die ene jeugdige die het net nodig heeft. Niet iedereen is hetzelfde en het inkomen van jouw ouders mag niet bepalen of je noodzakelijke hulp in de vorm van bijvoorbeeld die vaktherapie wel of niet vergoed kan krijgen. Hoewel we begrijpen dat er keuzes moeten worden gemaakt over wat de gemeente wel of niet vergoedt, betekent dit volgens ons niet dat we op voorhand in regels moeten vastleggen dat we bepaalde dingen niet gaan vergoeden. Hierdoor haal je eventuele investeringen in de jeugd weg. Dat moeten we niet willen. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Aan de ene kant hoor ik dat het logisch is dat er regels zijn en aan de andere kant dat het niet logisch is dat er regels zijn. Waar wil de SP dan regels over hebben? Mevrouw DE LEEUW (SP): Bedankt voor de vraag, die ik begrijp.

Met deze motie willen wij ertoe oproepen om hier nogmaals naar te kijken, zodat er gewoon een heroverweging plaatsvindt, ook op basis van de input die vanavond en in de commissievergadering is gegeven. Dat is dus ons standpunt. Ik zet mijn betoog voort. We hebben natuurlijk wel de hardheidsclausule van artikel 8.1, maar de jurist in mij is daar alsnog niet over te spreken, want de nadere regels kunnen vooralsnog streng worden toegepast. Dit kan juist de indruk wekken dat mensen niet bij de gemeente kunnen aankloppen voor een vergoeding, bijvoorbeeld voor vaktherapie. Regels moeten helder en ondubbelzinnig zijn voor iedereen, wat volgens ons niet het geval is. Onder andere hierom vragen wij in onze motie, die wij samen met Volt hebben ingediend, om nogmaals naar deze regels te kijken. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. Politiek is keuzes maken, afwegen en kaders stellen. We hebben niet oneindig veel middelen en zeker in deze tijd hebben we niet zoveel zorgmedewerkers als we allemaal zouden willen. Met dit in ons achterhoofd hebben we het vandaag ook over de regels in de jeugdhulp en de moties die daarover zijn ingediend. STIP kan zich vinden in deze regels. Zo zetten we de capaciteit in en gaat die naar hen die het echt nodig hebben. STIP vindt het goed dat de regels in samenwerking met Delft Support gemaakt zijn. Zij weten wat er speelt en ook wat er nodig is.

Regels kunnen ervoor zorgen dat professionals meer handvatten hebben. Daarom zien we meerwaarde in het opstellen daarvan en zullen we tegen de voorstellen van Volt stemmen om dit nog eens te heroverwegen. Er wordt aangegeven dat er genoeg maatwerk kan worden toegepast. Ook dat doet ons goed. Zo kunnen we ervoor zorgen dat er vaktherapie kan worden aangeboden wanneer dat nodig is. We zullen dus niet voor de motie over de vaktherapie stemmen. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik vraag mij af hoe STIP ertegen aankijkt dat de regels die er nu staan, alsnog streng kunnen worden toegepast en dat zij de indruk wekken dat bepaalde dingen, bijvoorbeeld vaktherapie, niet worden vergoed. Hoe kijkt STIP daartegen aan? Mevrouw VERDUIJN (STIP): We hebben de regels ook gelezen. Daarin staat inderdaad dat het onder sommige omstandigheden niet kan, maar wij lezen ook dat er juist wél vaktherapie 52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

aangeboden kan worden en dat er juist wél maatwerk gerealiseerd kan worden. Dat vinden wij heel fijn en daarom geloven we dat we de mensen die dit nodig hebben, zo juist wél kunnen helpen. We hebben het over jeugdhulp. Zoals de PvdA net aangaf, zijn er ook andere plekken waar jongeren hulp kunnen krijgen. Hobbels horen op je pad en daar heb je dan hopelijk een fijne thuisbasis voor, je school, jongerenwerkers enzovoort. We zien dan ook dat problematiek omtrent dyslexie en dyscalculie fijn op scholen kan worden aangepakt, maar we twijfelen een beetje of dit ook echt bij de jeugdhulp moet. Wij vragen de wethouder of er signalen zijn van behoeftes om dyscalculie ook in de jeugdhulp toe te passen. Tot slot de oproep van Onafhankelijk Delft om jongeren meer te stimuleren. STIP staat volledig achter die oproep. We vinden dit niet het moment en het stuk om dit op toe te passen, maar wij reiken graag de hand om hier nog eens over na te denken. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie sluit zich aan bij de bijdrage van de heer Stoop ten aanzien van de ervaringen van jongeren in de jeugdhulp. Verder hecht de ChristenUnie eraan om te zeggen dat met het woord "klantervaringen" in het dictum van de motie over evaluatie van de effecten bedoeld is: ervaringen met behandelingen en behandelaanvragen van inwoners van Delft.

We hebben al vaker benadrukt dat een gemeente geen klanten heeft, maar inwoners. Omdat het allemaal met stoom en kokend water tot stand is gekomen, is het er zo niet in gekomen, maar met deze uitleg hebben we er vrede mee dat "klantervaringen" toch in het dictum staat. We willen graag dat deze ervaringen worden geëvalueerd, haast nog meer dan de financiën, en dat de raad over deze behandelings- en aanvraagervaringen wordt geïnformeerd, met als doel om uiteindelijk het college te kunnen ondersteunen en adviseren in de bijsturingen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. We hebben in de commissie al uitgebreid over dit onderwerp gesproken. Voor de VVD is het belangrijk dat het accent wordt verlegd naar het voorliggende veld, normalisering en preventie en vooral dat de verantwoordelijkheid weer terug wordt gelegd bij ouders. Tegelijkertijd vinden wij het natuurlijk belangrijk dat de jeugdhulp beschikbaar blijft voor de gezinnen die die het hardst nodig hebben. Daaraan dragen deze nadere regels natuurlijk bij. Daarover heeft de wethouder in de commissie voldoende uitleg gegeven. We onderschrijven daarom de lijn van het college en we zullen tegen de ingediende moties stemmen, behalve de motie van Onafhankelijk Delft. We zijn nog wel benieuwd naar de reactie van de wethouder.

Wij vinden het een sympathieke motie, hoewel het met de raad delen van een rapportage voor ons niet per se een must is, maar ik ben benieuwd hoe de wethouder daartegen aankijkt en of hierin eventueel nog iets te verzinnen is. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Afgelopen donderdag heeft onze collega Sem Grootscholen in de commissie Sociaal Domein en Wonen aangegeven dat het belangrijk is dat we helder communiceren naar onze inwoners. Daarbij is het belangrijk om aan te geven wat de gemeente wél voor hen kan doen in plaats van wat we niet doen. De wethouder gaf aan dat er veel context is voor deze regels in ons jeugdzorgbeleid. Deze context is echter nog niet zichtbaar voor onze inwoners, waardoor de indruk kan ontstaan dat de Delftse overheid niet naast maar tegenover de Delftse inwoners staat. Daarom verzoeken wij de wethouder om toe te zeggen dat de context ook duidelijk wordt gemaakt aan de inwoners van Delft - dit kan bijvoorbeeld door het publiceren van andere stukken van ons jeugdzorgbeleid op dezelfde pagina - en dat in begrijpelijke taal op de website wordt uitgelegd wat het doel van deze stukken is. Door deze tekst moet duidelijk worden hoe de gemeente en Delft Support omgaan met de hulpvraag van jongeren en hun ouders. 53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Dan de moties. De motie Behandel dyscalculie niet anders hebben we mede ingediend, want het is onrechtvaardig dat deze groep momenteel volledig wordt uitgesloten van jeugdhulp, terwijl ernstige gevallen van dyslexie wél worden ondersteund. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Ik hoor dat het onrechtvaardig is dat ze uitgesloten worden. Zoals wij de regels lezen, wordt er geen enkele groep uitgesloten. Om gebruik te maken van de regels, moeten ze misschien alleen op een andere manier of via een ander pad met hun problemen aankloppen. Hoe ziet GroenLinks dat deze mensen uitgesloten worden? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Volgens mij zijn de regels best vrij strikt en is er weinig ruimte voor openingen. Wij lezen de regels dus als best wel gesloten. Wat de motie over evaluatie van de effecten van de nadere regels betreft: het is essentieel om niet alleen naar de financiële besparingen te kijken, maar ook naar de daadwerkelijke effecten op de toegang tot jeugdhulp en de ervaringen van zorgprofessionals en cliënten. GroenLinks vindt het zeker belangrijk om de kwalitatieve resultaten mee te nemen in de evaluatie, zodat we een goed beeld krijgen van de jeugdhulp. Daarbij sluiten we ons aan bij de aanpassing van het dictum van de ChristenUnie. Daarom hebben we de motie mede ingediend. De heer VISSER (CDA): Voorzitter.

Het CDA zet in deze gemeenteraad al geruime tijd in op preventie, lichte zorg waar het kan en zware zorg waar het moet en het feit dat groot worden een proces is van vallen en opstaan. Dat heeft mijn voorganger Ineke van Geenen hier twaalf jaar lang tegen de klippen op betoogd. Dat is ook onze inzet geweest bij het beleidskader Een Delftse (Op)voedingsbodem, dat in december 2021 door de commissie werd besproken. Dat is voor ons ook het startpunt geweest waarop wij hebben gezien dat het college onze gebalanceerde lijn overnam. We zijn blij dat de huidige wethouder die lijn voortzet. Ik was dus net als mevrouw Van Velzen enigszins verrast door het verloop van het debat vorige week in de commissie SDW; dat wil ik hier nog wel gemeld hebben. Ik loop een aantal moties kort langs. Ik begin bij de motie van Volt en andere fracties over de evaluatie. Algemeen gesteld lijkt het ons logisch dat beleid wordt gemonitord en geëvalueerd, als het even kan ook in samenhang en integraal. Dat zal zeker gelden voor het beleid rondom jeugd en mogelijk jeugdpreventie. Dit vloeit ook voort uit de verordening; het is goed om ook dat mee te geven. Het gaat dus niet alleen om de nadere regels waaraan hier gerefereerd wordt. Ik kan me wel een voorstelling maken van de geest van de motie. Ik ben benieuwd of de wethouder dat met mij eens is en op dat punt misschien een toezegging zou kunnen doen.

Dan de moties over het toevoegen van therapie en ruimte voor de zorgprofessional. Dat staat wat mij betreft eigenlijk haaks op de visie die het CDA hier al lange tijd heeft. Die moties zullen we dus niet steunen. Tot slot de motie van Onafhankelijk Delft. Mevrouw Gaal en ik hebben daar vanochtend via de mail nog even contact over gehad. Het betrekken van jongeren hoeft wat ons betreft niet alleen specifiek op het thema jeugdzorg of jeugdhulp; dat kan ook gewoon in het thema "jeugd algemeen" zijn. Ik zou me wel in de gedachte kunnen verplaatsen - mevrouw Gaal noemde die gedachte al - dat het college de Adviesraad Sociaal Domein, een van zijn adviesorganen, de suggestie zou kunnen meegeven om daar in de werving specifiek naar te kijken. Ik zag in Delft op Zondag een advertentie in verband met het zoeken van nieuwe leden. Ik kan me dus voorstellen dat die suggestie nog meegegeven wordt. 54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder GOOIJER: Voorzitter. We hebben in de commissie inderdaad een stevig maar ook goed debat gevoerd. Voordat ik inga op de moties en de termijnen, wil ik heel kort stilstaan bij de context. Toen wij als gemeente begonnen met de jeugdzorg, kreeg één op de tien kinderen jeugdzorg. Inmiddels is dat één op de zeven, maar we komen uit een tijd waarin nog maar één op de twintig kinderen jeugdzorg, een geïndiceerde vorm van jeugdhulp, ontving. Die koers moeten we echt gaan wijzigen. Dat is niet alleen gezegd door mij en Ineke van Geenen, hoe goed het ook is dat het CDA blijft benadrukken met welke inzet het in deze raadzaal daarvoor heeft gepleit. Dat is ook vastgelegd in de Hervormingsagenda waar de gemeenten hun handtekening onder hebben gezet en waarin normaliseren en beperken van de reikwijdte van de jeugdhulp de richtingen zijn waar we in moeten. Dat doe je niet zomaar; dat doe je heel zorgvuldig, vanuit de opgebouwde praktijk. Dat hebben we in een heel klein stukje gedaan in deze nadere regels door al een beetje die kant op te bewegen, want voor een groot deel hebben wij afspraken van het Rijk nodig.

Op zich is de vaststelling van die nadere regels, die volgen uit een verordening, een bevoegdheid van het college, maar uit de grote betrokkenheid van de raad bij dit onderwerp spreekt voor mij vooral dat de raad echt aan het zoeken is: hoe sturen we erop dat de juiste zorg voor kinderen in onze stad gegeven wordt en hoe controleren of evalueren we of dat we dat goed doen? Het is op zich heel goed om daarover te spreken. De vraag die ik in de commissie stelde, was wel of je dat nou moet doen aan de hand van dit document. Met dit in het achterhoofd ga ik in op wat er gezegd is. Ik begin bij een van de laatste inbrengen, namelijk die van GroenLinks. De heer Grootscholten wees er terecht op dat een inwoner op de site alleen de verordening en de nadere regels vindt, terwijl ik in de commissie betoogde dat we natuurlijk niet alleen iets doen met de verordening en de nadere regels, maar dat we gewoon een visie op jeugdhulp hebben. Die hebben we vastgesteld in de regio. Ik zeg maar alvast dat we dat heel uitgebreid en heel zorgvuldig samen met ouders en jongeren hebben gedaan. Zij hebben daarvoor input geleverd en zaten aan tafel. We spreken hen daar ook regelmatig over in het vervolg.

We hebben in deze regio Jong doet mee! Dat is een landelijke organisatie, maar er is ook een regionale afdeling van JONG doet mee! Die jongeren denken echt met ons mee over hoe het gaat in de jeugdzorg en jagen mij aan, bijvoorbeeld om werk te maken van de overgang van 18-min naar 18-plus. Daar ben ik ook mee aan de slag. We zitten dus met jongeren aan tafel. Zij zaten ook aan tafel bij het opstellen van het jeugdbeleid. Dat zeg ik alvast, vooruitlopend op mijn advies over de motie van Onafhankelijk Delft. We hebben dát beleid en we hebben een lokaal vastgelegd beleid voor jeugdpreventie, Een Delftse (Op)voedingsbodem. Dat is natuurlijk het uitgangspunt voor hoe wij omgaan met jeugdhulp. Daarnaast heeft Delft Support op basis daarvan natuurlijk gewoon zelf zijn professionaliteit, een SKJ-registratie van alle medewerkers. Er is dus een heel professionele afweging als een gezin of een kind met een zorgvraag komt: hoe gaan we daarmee om en hoe zetten we hulp in? Maar in reactie op de vraag van GroenLinks wil ik toezeggen - dat waren we al van plan, maar ik wil dit nu expliciet als een toezegging laten vastleggen - dat we de informatie op de website gaan verbeteren. Toen ik er deze week naar keek, vond ik overigens dat de informatie op de site van Delft Support al echt een stuk toegankelijker is.

Helaas verwijzen zij ook alleen naar onze verordening en de nadere regels, maar dat is vandaag al opgelost; dat hoef ik dus niet meer toe te zeggen. Dan de moties, ten eerste de motie over dyscalculie. Als je het zo leest, snap ik dat je denkt: hé, we sluiten één groep uit en dit is net zo invaliderend voor kinderen. Dat heeft een historie vanuit de start van de Jeugdwet en de decentralisaties. Er is toen heel erg gekeken naar wat waar zat en wat wél of niet overging naar gemeenten. Dyslexie is toen in beperkte mate overgegaan naar gemeenten: dat wat een bewezen effectieve behandeling was - dat was 55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

één soort behandeling die wij kunnen voorschrijven, met een vast programma - en de diagnosestelling. Voor de rest is dyscalculie nooit bij gemeenten neergelegd en dyslexie in zekere zin wél. De hele begeleiding rond dyslexie zit gewoon in het onderwijs. Ook de hele begeleiding van dyscalculie zit in het onderwijs. Ik kom nu terug bij datgene waarmee ik startte: in deze nadere regels zijn we alvast aan het toewerken naar wat wordt gevraagd in de Hervormingsagenda, namelijk duidelijk beschrijven wat van jeugdzorg is en wat van andere velden is. Hierbij hebben we dus wat explicieter gemaakt wat van het onderwijs is. Dat zijn dus dyslexie en dyscalculie. Voor dyslexie hebben we nu nog een beperkte taak, maar ik vermoed zomaar dat die in de reikwijdtediscussie, die nog gaat komen en die het Rijk zal moeten beslechten, ook uit de Jeugdwet gaat. Daar ga ik echter niet op vooruitlopen. Ik ga niet, vooruitlopend daarop, nog iets meer de Jeugdwet binnenhalen of bij onszelf in de jeugdzorg binnenhalen. Dat wil niet zeggen dat we, als kinderen helemaal vastlopen met dyslexie, zeggen dat zij bij ons niet welkom zijn. Delft Support zal kijken: loop jij vast, waar heb jij last van, kunnen wij je helpen of kan dat volledig in het onderwijs? Een dyscalculieprobleem zal "plaatsvinden" in het onderwijs, gewoon met ondersteuning van passend onderwijs. Dat heeft daar gewoon aanbod voor.

Maar als kinderen daarnaast problemen hebben die wél binnen de jeugdzorg passen en waarvoor ambulante begeleiding of opvoedondersteuning nodig is waarvoor wij aan de lat staan, dan doen we dat gewoon. Dan is dyscalculie in geen enkele vorm een exclusiecriterium, zoals het nu wordt opgevat. Dat is het niet. Het is alleen zo dat de zorg voor dyslexie als diagnose niet bij de gemeente ligt; dat hebben we geëxpliceerd. STIP vroeg naar aanleiding van de motie of er een behoefte wordt geuit. We hebben dat in de afgelopen jaren niet expliciet gehoord. Dus nee. Dan de motie van Volt over het vergoeden van vaktherapie. Ik denk dat het CDA het goed heeft verwoord: dit is geen koerswijziging die ik weer terug zou willen inzetten. Er is zo nodig ruimte voor vaktherapie als die ingebed is. Als zij echt niet ingebed kan worden maar op dat moment wél echt het beste is voor het kind, is altijd maatwerk nodig. Dat is de professionaliteit die we graag bij de professionals van Delft Support willen leggen en die ze waar nodig ook kunnen inzetten. Andersom is het wel zo dat, hoe goed aanbieders ook zijn in heel mooie programma's waar heel veel kinderen baat bij kunnen hebben, dat nog niet wil zeggen dat dat jeugdzorg is. Daarin zullen we de komende jaren met elkaar echt scherpere keuzes moeten maken.

Dat voelt de raad wellicht al hierbij, maar ik voorspel dat dit soort keuzes de komende jaren vaker zullen moeten worden gemaakt, misschien niet lokaal maar wel ook landelijk. Nogmaals, meerdere interventies die waardevol kunnen zijn voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen, zijn niet per se jeugdzorg. Denk aan sport of huiswerkbegeleiding. Volt deed de suggestie om bijvoorbeeld iets van vaktherapie op school te doen. Dat gebeurt bijvoorbeeld. Daar gebruikt een school een bepaalde subsidie voor en dan biedt de school deze vorm van therapie aan. Het is misschien wat ongelukkig dat dat "therapie" heet; het gaat om een vorm van ondersteuning van kinderen. Het staat dus niet ter discussie dat het zinnige zorg of zinnige begeleiding is, wél of het onder de Jeugdwet valt. Dus ik ontraad deze motie. De motie Ruimte voor het oordeel van de zorgprofessional ontraad ik ook, niet omdat we niet hechten aan het oordeel van de zorgprofessional, maar juist omdat we wél hechten aan het oordeel van de zorgprofessional en omdat er veel ruimte is voor maatwerk en daarmee voor de autonomie van de professionals die de taak hebben van wettelijk verwijzer naar jeugdhulp. Zij zullen daarin zorgvuldige afwegingen moeten maken; dat kan ook met deze nadere regels en, als dat nodig is, met hardheidsclausules.

Juist de professionals van Delft Support en van andere lokale teams uit de regio hebben ons vanuit die praktijk gevraagd om

56

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

kaders, zodat ze bij elke cliënt zelf de afweging kunnen maken en adequaat hulp kunnen bieden. Dit vergroot juist de kansengelijkheid. Deze motie wordt dus ontraden. De motie Evaluatie effecten nadere regels moet ik in deze vorm echt ontraden. Ten eerste lijkt het een beetje alsof we dit doen vanwege een financiële reden. Dat is niet de reden. De reden is dat we echt nadenken over wat jeugdzorg is en wat niet. We kunnen ook niet zeggen, zoals de motie suggereert, dat we vanaf nu of vanaf het ingaan van de nadere regels geen vaktherapie meer bieden en dat we daarmee zorg afwijzen. Er komen net als vorig jaar of de jaren daarvoor jongeren of ouders bij ons. Dan kijken we wat zij nodig hebben en dan worden ze verwezen naar zorg. De ene keer is dat dit product en de andere keer dat product. Ik zou de raad de moeite willen besparen om elke vorm van therapie hier afzonderlijk te bespreken. Wij kopen een dekkend netwerk van zorg in en de professional maakt dan de afweging wat het best passend is. Ik snap wel dat de raad de behoefte heeft om te volgen - daar begon ik ook mee - of we de goede dingen doen, hoe we weten dat we de goede dingen doen en of ouders die zich melden bij het loket van Delft Support, het gevoel hebben dat er echt naar hun hulpvraag wordt geluisterd, dat we dan een goed traject inzetten en dat zij aan het eind van de rit ook goed geholpen zijn.

Daar zijn verschillende manieren voor. Delft Support heeft gewoon zijn eigen klantervaringsonderz… Sorry, inwonerservaringsonderzoek? Nee, het zijn toch echt klant- of cliëntervaringsonderzoeken. Die nemen zij in hun jaarverslag op. Dat is gewoon de afspraak die we met hen hebben: zij moeten dit als organisatie zelf onderzoeken en daarvan verslag doen. Dat doen ze ook netjes. Dat voldoet misschien niet helemaal aan de informatiebehoefte van de raad. Dat kan ik me best voorstellen, want de vraag is wellicht wat meer een zoektocht naar hoe dit gaat en wat we daarvan vinden. Zo proefde ik het in elk geval vanuit de commissie. Ik wil daar met alle liefde met de raad - dan lijkt de raadswerkgroep mij een hele goede - over nadenken: waar zit die behoefte, hoe kunnen we dit inzichtelijk maken, wat ligt er al aan data, welke gegevens heb je nog nodig en hoe zou je die het beste kunnen onderzoeken? Maar zoals de motie nu luidt, met het optuigen van een evaluatie, lijkt zij mij heel ingewikkeld. Het dictum is sowieso lastig. Er wordt gesproken van de jaarlijkse evaluatie van de jeugdhulp. Er is een jaarlijkse regiomonitor van hoe de jeugdzorg in de regio gaat. Dat zegt dus niks over hoe het hier loopt. Nou, niks … Dat zegt iets over hoe het in het algemeen gaat met de geïndiceerde jeugdzorg. Dat gaat niet over onze hele toegang, over het voorliggend veld en over alles.

Dat is dus al lastig. Er wordt ook gesproken over de effecten van de nadere regels alsof wij hier nu een enorme wissel omzetten die echt een hele andere werkwijze is. Nee, we hebben een bepaalde vorm van zorg niet meer ingekocht. Dat maken we expliciet in de nadere regels, maar verder blijven we gewoon kinderen begeleiden in de brede zin. Wij wijzen dus geen hulpverzoeken af. Die kan je meestal dus niet meten. We kijken gewoon welke ondersteuning wél nodig is. Financiële besparingen kan ik niet meten, want ik heb geen nulmeting op basis van mét vaktherapie en zonder vaktherapie, want we … Nou ja, ik ga mezelf herhalen; dat zal ik niet doen. Dus zoals de motie er nu ligt: nee, ontraden. De behoefte van de raad om echt na te denken over hoe dan wel, zou ik graag willen adresseren bij de raadswerkgroep om echt samen te zoeken: wat is de informatiebehoefte en hoe kunnen we de ervaringen met de behandeling en met het hele traject van Delft Support inzichtelijker krijgen, zodat de raad een gevoel krijgt bij de vraag of we de goede dingen doen? De motie Jongeren hebben de toekomst van Onafhankelijk Delft vraagt om jongeren te betrekken bij het beleid. Wat er nu voorligt, de nadere regels, zou ik geen beleid willen noemen. Ik heb aan het begin al gezegd dat zij volop bij het beleid betrokken zijn. Zij zijn trouwens ook betrokken bij de ontwikkeltafels. Wij kopen zorg in.

Daar hebben we contracten voor. We hebben ontwikkeltafels met de contracthouders, dus met de partijen waarmee wij jeugdzorg leveren, waarmee we regelmatig bij elkaar gaan zitten om te kijken 57

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

of het nog klopt en of ze er nog mee uit de voeten kunnen. Ook bij die gesprekken worden de jeugd en de ouders betrokken. Die zijn uitgenodigd en welkom bij die ontwikkeltafels. Daarover zijn we dus in gesprek. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik hoor wat de wethouder zegt en ik ben heel blij om dat te horen, maar is dat echt de standaard? Worden ze altijd betrokken? En waarom krijgen wij dan niet specifiek te horen wat die jongeren hebben gezegd? Dat zou ik immers wel willen weten. Wethouder GOOIJER: Of ze altijd betrokken worden … Volgens mij zijn ze gewoon altijd welkom. In die zin is het antwoord dus ja. Zeker als we nieuwe beleidsdocumenten maken, worden zij betrokken en uitgenodigd. Dat is dus inderdaad altijd; dat krijg ik zojuist nog bevestigd. Of dat inzichtelijk gemaakt kan worden … We hebben bij beleidsstukken die we maken, niet inzichtelijk gemaakt wat de grote zorgaanbieders hebben gezegd, wat de toegangsorganisaties hebben gezegd en waarom en wat de jeugd heeft gezegd en waarom. Dat hebben we niet uitgelegd. Dat lijkt mij ook vrij onwerkbaar. Ik snap de behoefte enigszins, maar niet op deze manier. Het tweede dictum van de motie vraagt om de jeugd ook bij andere beleidsterreinen te betrekken. Daarvoor zou ik willen verwijzen naar de schriftelijke vragen van STIP over jongerenparticipatie. Die hebben we deze week in het college behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14025512/1