Handelingen raadsvergadering 7 maart 2024
Tekst van het document
Ik verwacht dat de beantwoording uiterlijk morgen op het RIS staat. Laat de fractie van Onafhankelijk Delft dan kijken wat we eigenlijk al doen en of zij dat genoeg vindt. Die brief kan ter bespreking worden gevraagd. De motie is wat mij betreft dus overbodig wat het eerste dictum betreft en te vroeg wat het tweede dictum betreft. Daarvoor verwijs ik graag naar de schriftelijke vragen. Dus ontraden. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik hoor wat de wethouder zegt en ik vind het toch heel jammer. Wij krijgen allemaal stukken die allemaal doorgekauwd worden, maar wat is nou eigenlijk het probleem als jongeren gewoon gevraagd wordt of ze een stukje willen opschrijven, zodat wij dat kunnen lezen? Dan zeggen ze bijvoorbeeld "wij vonden het helemaal niks, want wij zijn helemaal niet geholpen", "wij zijn fantastisch geholpen" of "wij hebben dit of dat idee en we hebben met elkaar overlegd". Jongeren zijn vaak onzeker en als ze met elkaar praten, komen ze tot andere inzichten. De ene zegt dat hij thuis ruzie heeft en de andere zegt: joh, dat moet je gewoon zo oplossen. Het gaat om zulke gewone dingen. Ik heb er gewoon behoefte aan om dat te weten. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. De VVD wordt heel erg blij van de uitleg van de wethouder over het stukje over het meten van de effecten van de behandelingen.
Het resultaat en uiteindelijk de outcome zijn volgens mij ontzettend belangrijk. Daar pleiten wij al enige jaren voor. Ik hoor ook de uitgestoken hand van de wethouder om dit uit te werken in de raadswerkgroep. Ik ben benieuwd of andere fracties daarover mee willen denken. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit me helemaal bij mevrouw Voogt aan. Mijn vraag over het punt van de cliëntenervaringen is of dat benoemd kan worden als een toezegging. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Die toezegging zouden wij ook graag horen. Zoals in mijn eerste termijn gezegd, ben ik het met de wethouder eens dat er zo veel mogelijk via school moet worden gedaan, zowel bij dyslexie als bij dyscalculie. Het is belangrijk om het onderwijs zo goed te maken dat we zo weinig mogelijk extra ondersteuning nodig hebben. Ik 58
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
snap echter gewoon niet waarom die afweging wel wordt gemaakt voor dyslexie en niet voor dyscalculie. Mijn fractie ziet geen meerwaarde in dit onderscheid. Het kan best zijn dat je op andere gronden alsnog in aanmerking komt voor zorg. Daar zijn we tevreden mee, maar waarom is het nou nodig om een groep die zo lijkt op een andere groep die wél in aanmerking komt, volledig anders te behandelen, alleen op basis van dat kleine diagnoseverschil? Dit maakt dat je als jongere door extra hoepeltjes moet springen om alsnog in aanmerking te komen voor zorg. Bij ons ontstaat de indruk dat de zorg voor jongeren met dyscalculie moeilijker te krijgen is dan de zorg voor jongeren met dyslexie. De VOORZITTER: Ik denk dat de wethouder daar straks nog even op ingaat. Ze heeft er wel het nodige over gezegd, maar ze komt er zeker nog op terug. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen dat zorgprofessionals kaders willen, maar betekenen die kaders dan ook dat we dingen gaan uitsluiten? Vragen zorgprofessionals ons om met regels eens wat dingen uit te sluiten? Het punt is juist dat we regels willen maar niet zo zwart-wit, waarbij dit al op voorhand wordt gezegd. We begrijpen dat die hardheidsclausule er is, maar schrijf je regels gewoon duidelijk op. Dat is het punt: voorkom dat ze hard worden toegepast en voorkom die ondubbelzinnigheid.
Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de toezegging over betere communicatie met onze inwoners; een hartje voor de wethouder! Het is ook fijn dat de wethouder wil meedenken over de raadswerkgroep en hoe we samen kunnen kijken hoe we het best contact kunnen houden met de jeugdzorg. We zijn niet de eerste indiener, maar we zouden graag met de andere indieners willen overleggen over de mogelijkheid om de motie in te trekken. Daar zou ik graag een schorsing voor willen. De VOORZITTER: Ja, daar gaan we straks even voor schorsen. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik vergat iets te zeggen over de ASD. Ik denk dat jongeren daar altijd welkom zijn en dat het best lastig zal zijn om ze te werven. We kunnen altijd de suggestie doen, maar het is uiteindelijk trouwens ook de taak van de ASD om de doelgroepen van onze zorg goed te betrekken. Die opdracht hebben ze dus. Als de ASD dingen over jeugd langs krijgt, hoop ik dus dat daar niet alleen maar oude heren of dames over nadenken maar dat ze hun oor ook te luisteren leggen bij ouders en jongeren om wie het gaat. Dan de tweede termijn. OD vroeg wat nou het probleem is van het opschrijven van het stukje. Als het zo verwoord wordt, lijkt het geen probleem, maar ik zie dit momenteel even niet voor me. Ik blijf dus gewoon bij het ontraden van de motie. De ChristenUnie vroeg of er sprake is van een toezegging.
Ik heb daarover na zitten denken. Ik wil heel graag samen met de werkgroep nadenken over welke informatie- of evaluatiebehoefte de werkgroep heeft en hoe we daaraan vorm kunnen geven. Daar hoef ik feitelijk geen toezegging voor te doen, want de werkgroep kan alles aan mij vragen en kan alles zelf agenderen. Daar zit ik dus een beetje mee. Zeg vooral tegen elkaar: we gaan het daar in de werkgroep over hebben. Wat de werkgroep aan mij of de ambtenaren vraagt, wordt binnen redelijkheid geleverd. Ik aarzel daar dus een beetje over. Volgens mij gaan we het gewoon doen en komt dat dus terug. Dan de PvdA met het ongemak en de uiteindelijke conclusie dat je met dyscalculie door meer hoepeltjes moet dan met dyslexie. Ik snap dat ongemak enigszins. Ik denk echt niet 59
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
dat het zo ervaren wordt als je het gaat vragen. Het kan ook een mooie vraag aan ouders van kinderen met dyscalculie zijn hoe zij de begeleiding van Delft Support hebben ervaren als die nodig is. En je moet daarvoor bij het Rijk zijn. Dat heeft deze scheidslijn zo gelegd en heeft gezegd dat een stukje dyslexie in de Jeugdwet moet. Dat is een rare beslissing, maar die heb ik niet genomen en dat wil niet zeggen dat je ook dyscalculie in de Jeugdwet moet neerleggen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Is de wethouder het met mij eens dat dit ook goed zo kan zijn door het historisch perspectief? Dyslexie was veel eerder bekend en heeft veel eerder aandacht gekregen dan dyscalculie, die pas later goed bekend is geworden en pas later aandacht heeft gekregen. Is de wethouder het met mij eens dat ze anders waarschijnlijk allebei op ons bordje terecht waren gekomen? Wethouder GOOIJER: Dat zou zomaar kunnen. Ik waag me niet helemaal aan een onderbouwde uitspraak daarover. Het zou kunnen, maar dan zeg ik nogmaals wat ik betoogde aan het begin: laten we koersvast inzetten op de richting waar we in moeten. Dat is uiteindelijk het echt inperken van de reikwijdte van de Jeugdwet, bij het onderwijs leggen wat daar hoort en in de jeugdzorg leggen wat daar hoort. We doen echt wat moet gebeuren voor kinderen, met welke diagnose dan ook.
De SP zegt: de wethouder zegt wel dat de zorgprofessionals kaders willen, maar willen zij de kaders op deze manier? Dat hangt natuurlijk af van aan wie je dit vraagt. Als je het vraagt aan een professional die vaktherapeut is, heeft hij een andere behoefte dan zorgprofessionals zoals die van Delft Support, die in brede zin kijken wat een kind nodig heeft. Sommige zorgprofessionals zijn ondernemers in de zorg die graag hun product goed willen verkopen. Dé zorgprofessional bestaat dus niet. De SP wil regels maar niet zo zwart-wit. Ik denk dat we daar eindeloos over kunnen dimdammen. We leggen nadere regels vast. Dat geeft houvast, maar er is ruimte voor maatwerk en dat wordt veelvuldig toegepast. Daar laat ik het dus graag bij. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik vraag me af of mevrouw Gooijer nog eenmaal het laatste punt over de zwart-witte regels zou willen herhalen. Het is een beetje rumoerig en ik ben half doof. Ik kon het dus niet heel goed verstaan. De VOORZITTER: Dat kan ik me heel goed voorstellen. Wethouder GOOIJER: Ik weet niet hoever ik terug moet, maar ik gaf aan dat er verschillende zorgprofessionals zijn. Het hangt dus af van aan wie je vraagt of ze blij zijn met deze aanscherping. De zorgprofessionals van de zelfstandige organisatie Delft Support, die een brede afweging maken in wat goede zorg voor onze kinderen is, hebben hierom gevraagd.
Als je het vraagt aan een zorgprofessional die vaktherapeut is, zal hij wellicht een ander antwoord geven. Maar er zitten ook ondernemers onder de zorgprofessionals. Daar moeten we goed over nadenken: hoe luister je daar dan naar? Wat mij betreft hebben we dat heel zorgvuldig gedaan en doen we geen rare dingen. De SP wil wel regels maar niet zo zwart-wit. Uiteindelijk zijn regels altijd regels, dus best wel duidelijk, maar er is maatwerk en er zijn hardheidsclausules. Zo regel je dat en wat mij betreft staat dat goed. De VOORZITTER: Dat was de termijn van de wethouder. Mevrouw Romeijnders wil een schorsing. Dat gaan we doen. Hoelang heeft u nodig? Vijf minuten? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Drie minuten. 60
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De VOORZITTER: Prima. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik kijk naar mevrouw Romeijnders, omdat zij om de schorsing had gevraagd. En misschien willen ook anderen nog iets zeggen. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Wij zitten hier een beetje mee. Na de uitleg van de wethouder over de motie twijfelen we toch of we niet tegen de motie moeten stemmen. Ik wil de wethouder vragen of zij ons wat meer tegemoet kan komen. Zo niet, dan stemmen we … Dan bepalen we onze stem. De VOORZITTER: Mevrouw Romeijnders, betreft dit motie 8.4.1 over dyscalculie? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Dit betreft de evaluatiemotie over de effecten van de nadere regels voor de jeugdhulp. De VOORZITTER: Dat is motie 8.4.2. U vraagt of er nog wat meer toezegging kan komen. Ik kom straks bij de wethouder terug. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Met betrekking tot de motie Evaluatie van de effecten van Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft zouden wij op het punt van de kwalitatieve evaluatie graag bij wijze van spreken tien klantreizen willen bespreken. Dat is meer een idee. Dat kan in principe in de werkgroep. Hoe zijn klanten behandeld en benaderd? Dat punt heb ik in mijn termijn gemaakt. Dan zouden we dat kunnen volgen en bespreken om juist die kwalitatieve evaluatie te kunnen maken. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter.
Ik heb gehoord wat de wethouder heeft gezegd. Ik wist wel dat ik met de motie een beetje buiten de boot kwam. Ook in verband met de schriftelijke vragen van STIP zullen wij de motie intrekken. Ik ga zeker in contact met STIP om verder te bezien hoe of wat. De VOORZITTER: Motie 8.4.5, de motie van mevrouw Gaal, is ingetrokken. Zij gaat het debat samen met STIP oppakken. Er zijn twee vragen gesteld. Kan de wethouder nog iets toezeggen? De heer Van der Woerd heeft het gehad over vijf of tien klantreizen. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Over dat laatste hebben we in de tussenliggende week weleens zitten te filosoferen. Vandaar mijn aarzeling. Dat zou een werkbare manier kunnen zijn, maar dat wil ik heel graag met de Werkgroep Sociaal Domein bespreken om te zien of dat een manier is. Ik zou willen toezeggen - want ik snap de behoefte van in elk geval een deel van de raad - dat we iets van een kwalitatieve evaluatie doen. Dat zou ik niet alleen aan deze nadere regels willen ophangen, want dat is wat mij betreft te eng. Daarin gaan we samen met de raadswerkgroep dus kijken naar de vorm.
Dat is dus een kwalitatieve evaluatie: hoe doen we het nu in het proces van het toewijzen van jeugdzorg? Ik geef dan ook de suggestie dat de vraag van Volt over het niet meer geven van vaktherapie zou kunnen worden opgenomen als een van die klantreizen, hoewel mensen zich meestal melden met een hulpvraag en niet met een therapievraag. Maar je zou natuurlijk als een van de casussen kunnen uitzoeken hoe dat werkt, hoe we dat vroeger deden en wat er nu in zo'n geval gebeurt. Maar dat is echt een onderwerp voor de raadswerkgroep. Daar zou ik dit dus willen adresseren, maar de toezegging is dat ik met de raadswerkgroep tot een proces of idee wil komen voor hoe we een kwalitatieve evaluatie gaan doen. 61
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De VOORZITTER: Ik kijk rond of dat nog het intrekken van moties veroorzaakt. Mevrouw Romeijnders? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Wij zijn niet de eerste indiener van de motie. Dat is Volt. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Zoals ik in de commissie al aangaf, zit onze behoefte echt bij de cijfers. Ik heb zes technische vragen gestuurd, waarbij op vier vragen het antwoord was: dat weten we niet. Daarom laat ik de motie graag staan. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. We halen op basis van de beantwoording door de wethouder het logo van de ChristenUnie van de motie af. De VOORZITTER: Het logo is eraf, meneer Treffers. De motie is in die zin gewijzigd. Ik denk dat ook het logo van GroenLinks eraf gaat; dat zie ik zomaar gebeuren. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik heb aan het begin van de week mijn intentie met de motie duidelijk gemaakt. Ik heb daar uitgebreid over gesproken, ook met de ChristenUnie, en ik heb concessies gedaan met aanpassingen van de motie. Ik heb een halfuur voor de vergadering gehoord dat mevrouw Romeijnders de motie graag mede wilde indienen. Ik vind dit op z'n minst niet netjes. De VOORZITTER: Ik moet u helaas melden dat uw tijd nu op is. Dit waren uw laatste woorden. Uiteindelijk is het aan de fracties zelf om te bepalen hoe ze met moties omgaan en of ze die wel of niet steunen.
Dat is misschien iets om na afloop nog even over door te praten. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 8.4.1 (Behandel dyscalculie niet anders) van de PvdA, Onafhankelijk Delft, Hart voor Delft en GroenLinks. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Zoals u weet, hecht de CDA-fractie erg aan rolvastheid en rolzuiverheid. Ik denk dat bij dit onderwerp duidelijk is gebleken dat dit een rijksaangelegenheid is. Om die reden zullen wij tegen deze motie stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 19 tegen 17 stemmen, waarbij de fracties van de ChristenUnie, GroenLinks, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de PvdA, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt de gewijzigde motie 8.4.2 (Evaluatie van de Effecten van Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024) van Volt en Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw ROMEIJNDERS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. De wethouder heeft een goed antwoord gegeven. Daarom stemmen wij tegen de motie, want je kunt politiek overtuigd zijn en we vinden dat de wethouder met een goed alternatief komt. Dat dit voor Volt vervelend voelt, snappen we, maar je moet uitvoerbare politiek bedrijven.
62
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij hebben deze motie mede ingediend en we zijn blij dat die in stemming wordt gebracht. De VOORZITTER: Dan mag u eigenlijk geen stemverklaring afleggen, meneer Stoop. Daar moet ik u op wijzen. Dat is de werkelijkheid. Dat kan niet; het spijt me. Het geeft niks; ik zou het ook zomaar kunnen vergeten. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Volgens mij, extrapolerend, is de stemverklaring van meneer Stoop dat hij deze motie mede heeft ingediend, dat hij het er nog steeds mee eens is en dat hij er blij mee is. Onze stemverklaring is dat wij heel erg onderschrijven dat het belangrijk is om te evalueren wat het effect is, maar dat we ons afvragen of dat op deze manier lukt. Wij vinden de toezegging van de wethouder een mooie manier om te kijken wat er met die klantreizen gebeurt, met name op het punt van de vaktherapie. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie zal tegenstemmen. Dat heeft vooral te maken met de beantwoording door de wethouder. In die zin zijn we het eens met GroenLinks. De gewijzigde motie wordt met een digitale stemming verworpen met 10 tegen 26 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 8.4.3 (Vergoeding van vaktherapie voor kinderen in de Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024) van Volt.
De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 30 stemmen, waarbij de fracties van de Onafhankelijk Delft, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 8.4.4 (Ruimte voor het oordeel van de zorgprofessional) van Volt en de SP. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 30 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. 38. Actuele motie Delft kan niet door de helft - CDA, PvdA, Hart voor Delft, ChristenUnie, Onafhankelijk Delft, STIP en Volt. De VOORZITTER: De heer Valk gaat deze motie ongetwijfeld toelichten. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp, want gemeenten nemen steeds meer taken van het Rijk over tegen een lagere vergoeding dan de kosten die het Rijk ervoor maakte. En dan zijn er ook nog eens plannen om miljarden te bezuinigen op het Gemeentefonds. Ook dat gaat Delft treffen. Bij de bespreking van de programmabegroting werd zelfs gesproken van "het ravijnjaar 2026". Momenteel lopen de onderhandelingen over een nieuw kabinet. Even los van de mogelijke samenstelling en vorm van dat kabinet - want daar vind ik ook wat van - kunnen we alleen maar hopen dat het nieuwe kabinet voldoende middelen ter beschikking stelt aan de gemeenten om de gedelegeerde taken op een fatsoenlijke manier uit te voeren.
Natuurlijk hebben gemeenten een verantwoordelijkheid voor een degelijk financieel beleid, maar je kunt als gemeente Delft niet steeds meer doen voor steeds minder. Om het retorisch te zeggen: het kan niet voor de helft, want dan gaat Delft door de helft. Het CDA is niet altijd voorstander van moties die oproepen tot het schrijven van een brandbrief naar het Rijk, want zomaar een brief sturen heeft doorgaans 63
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
niet zoveel zin, maar nu is het anders. De actiegroep Raden in Verzet heeft de petitie Zonder geld geen gemeenten opgesteld. Deze is getekend door meer dan 1.100 raads- en commissieleden door heel Nederland, waaronder een aantal van ons. Daarnaast is aan alle gemeenteraden in Nederland het verzoek gedaan om deze maand een motie aan te nemen waarin we een oproep aan het nieuwe kabinet doen. We weten niet of dat gaat helpen, maar als alle gemeenten in Nederland een vergelijkbare motie aannemen, geven we wel het meest krachtige signaal af dat we kunnen afgeven dat we ons in ieder geval niet op voorhand neerleggen bij de aangekondigde bezuiniging. Daarom heb ik samen met de heer Hombergen van de PvdA deze motie opgesteld. Zij wordt mede ingediend door Hart voor Delft, de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft, STIP en Volt. Ook GroenLinks heeft aangegeven de motie mede in te willen dienen. Door de fracties van het CDA, de PvdA, Hart voor Delft, de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft, STIP en Volt wordt motie 8.5.1 (Delft kan niet door de helft) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 7 maart 2024, constaterende dat: • • •
gemeenten door een breder wordend takenpakket en beperkte financiële middelen de afgelopen jaren flink scherp hebben moeten prioriteren en dat de rek er inmiddels uit is; het Rijk vanaf 2026 jaarlijks 3 miljard euro wil bezuinigen op het Gemeentefonds; uit de ondertekening van het manifest Zonder geld geen gemeenten door meer dan 1.100 raads- en commissieleden uit ruim 300 gemeenten blijkt dat in het hele land deze raads- en commissieleden zich grote zorgen maken;
overwegende dat: • •
• • •
de houdbaarheid van de financiële situatie van de gemeenten in Nederland aanleiding geeft tot grote zorg; gemeenten in Nederland geld uit het Gemeentefonds niet alleen gebruiken voor lokale voorzieningen, maar ook voor de aanpak van grote maatschappelijke opgaven als woningbouw, criminaliteitsbestrijding, zorg voor jongeren en ouderen, klimaat en energietransitie; een goede financiële gezondheid van de gemeente natuurlijk begint bij degelijk financieel beleid van de gemeente zelf; daarbij ook een goede en gelijkwaardige samenwerking tussen de gemeenten en het Rijk noodzakelijk is zoals in de Code Interbestuurlijke Verhoudingen is vastgelegd, ook voor de gezamenlijke vaststelling van het Gemeentefonds; voor Delft vanaf 2026 een structureel tekort dreigt op de begroting door de bezuinigingen op het Gemeentefonds of dat de gemeente verregaande maatregelen moet nemen;
roept het nieuw te vormen kabinet op in het regeerakkoord te regelen dat: • •
gemeenten de belangrijke maatschappelijke opgaven kunnen realiseren door hiervoor vanuit het Rijk voldoende geld beschikbaar te stellen; gemeenten structureel over voldoende middelen beschikken via het Gemeentefonds door bijvoorbeeld afschaffing van de opschalingskorting, voortzetten van de
64
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
• • •
bestaande financieringssystematiek en indexering van de fondsen passend bij echte (stijgende) kosten op wettelijke (zorg)taken; gemeenten sturingsmogelijkheden en bevoegdheden krijgen die bij hun taken en verantwoordelijkheden passen; gemeenten nooit meer in een situatie terecht kunnen komen waarbij wel de taken, maar niet de benodigde middelen bij de gemeenten terechtkomen; de interbestuurlijke (financiële) verhoudingen op basis van gelijkwaardigheid en samenwerking worden hersteld en verankerd;
verzoekt het college: • • •
deze motie ter kennis te brengen van de informateur en onderhandelende partijen namens de gemeente Delft; deze motie ter kennis te brengen van de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken; deze motie in kopie te sturen aan het actiecomité Raden in verzet via radeninverzet@gmail.com,
en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Gaat dit een hamerstuk worden? Alleen meneer Hombergen dan nog, als mede-indiener. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ik ben inderdaad mede-indiener en -opsteller van deze motie. Bij de algemene beschouwingen heb ik het al gehad over het ravijnjaar 2026. Ik denk dat het van belang is dat wij taken en budgetten hebben die met elkaar in balans zijn. Wij kunnen rekenen en wij denken dat wij er vanaf 2026 echt niet meer mee uit komen. Wat dat betreft is er een gapend gat in onze begroting. We hebben ook zorgen of dit nu in het Haagse zal worden opgelost. Daarom sluiten we ons aan bij Raden in Verzet. De VOORZITTER: Meneer Hombergen, uw tijd is om, maar u mag uw zin afmaken. De heer HOMBERGEN (PvdA): Dan wordt het heel moeilijk. Wij sluiten ons aan bij Raden en Verzet en wij verzoeken u om deze motie te steunen. Ik wil nog één uitspraak doen. De VOORZITTER: Nee, meneer Hombergen, ik moet het afronden, want anders moet ik dat ook bij anderen doen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Dit is vanuit het Haagse werkelijk ondermijning van het lokale gezag. De VOORZITTER: Oké, het is er toch uit. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Het is goed om samen met andere gemeenten op te trekken en een vuist te maken tegen de "decentralisatie zonder middelen"-drift vanuit het Rijk.
Daarom hebben wij als VVD destijds het Raden in Verzet-initiatief op de Delftse agenda gezet. We staan niet op deze motie, maar we zullen haar wel steunen. Nog wel een waarschuwende vinger van de VVD: ja, het is essentieel dat er vanuit het Rijk nog middelen naar de gemeenten vloeien om die gedecentraliseerde taken uit te kunnen voeren, maar dit progressieve "strooi met geld; we kunnen geen keuze maken"-college moet ook echt zelf aan de bak en verantwoordelijkheid nemen. Niet alles kan. We zullen prioriteiten moeten stellen en op lokaal niveau financieel duurzaam beleid moeten voeren. Uiteraard zullen de 65
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
vrienden van de VVD dit college helpen en keer op keer de krachtige rechterhand reiken. Denk bijvoorbeeld aan de motie Prinsenhof aangaande de begrenzing van de exploitatiekosten. Over het reiken van de hand gesproken: we hopen als VVD natuurlijk dat uw rechterhand ook weer snel op kracht is. De VOORZITTER: Dat is aardig. Hartelijk dank, meneer Van Rijn. Dat heeft u heel origineel gebracht. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. Bij de bespreking van de begroting in november had STIP al een betoog over de grote financiële onzekerheid die gemeenten vanaf 2026 gaan ondervinden. Het ravijn werd net al genoemd. Toch is het fijn om te horen dat de ideeën en zorgen van STIP na een paar maanden ook door andere partijen worden opgepakt. Dat kunnen we nu nog een keer proberen, maar dan wel met een meerderheid en met andere gemeenten. Eerder is al goed toegelicht waarom dit zo belangrijk is en waarom we meer financiële zekerheid nodig hebben. Daar sluit ik me dus bij aan. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft heeft deze motie mede ingediend, omdat ook wij bang zijn dat wij straks in 2026 een diepe afgrond inkijken als het gaat om wat wij nog kunnen met onze lokale financiën. Uiteindelijk hebben raadsleden van 300 van de 342 gemeenten in Nederland aangegeven dat ze het een slechte gang van zaken vinden om bijna 3 miljard op het Gemeentefonds te bezuinigen.
Wij hopen dat we deze motie allemaal steunen, zodat wij als Delft een groot gebaar of een grote vuist kunnen maken naar de minister van Binnenlandse Zaken en laten merken dat een gemeente geen hobby is, maar een basis voor bestaanszekerheid voor de mensen die het betreft. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Wij staan wel gewoon op deze motie, maar een beetje in navolging van de VVD proberen ook wij de financiële risico's, zeker van de grote, megalomane projecten, hier af en toe onder de aandacht te brengen. Natuurlijk worden er gigantisch veel opgaven vanuit het Rijk naar ons overgeheveld, gemandateerd of noem maar op. Daar wordt gewoon niet genoeg geld voor gegeven vanuit het Rijk. Het spaarpotje is hier wat dat betreft op. Inwoners kunnen straks wellicht ook niet meer geholpen worden. Geld is dan ook hard nodig. Eigenlijk vinden wij het heel mooi dat wij ook op deze motie mogen staan. Onafhankelijk Delft zegt: samen sterk en de handen ineen om een sterk signaal vanuit diverse gemeentes aan het Rijk te laten horen. De VOORZITTER: Nee, mevrouw Brussaard, dat kan niet. Uw tijd is helaas op. Ik moest meneer Hombergen zojuist ook heel streng toespreken. Het is de harde werkelijkheid van het bestaan. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. Het is toch wel leuk om hierover te stemmen. De wethouder vindt dat ook.
Zij staat hierachter; ik zie haar knikken. Ze is ook reeds uitgelogd. Ze gaat wat mij betreft ook niet meer inloggen. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. Wij zullen voorstemmen. De enige opmerking die we daarbij willen maken, is dat wij betwijfelen of dit de juiste manier is en dat wij ons afvragen of misschien ook andere manieren overwogen kunnen worden. De VOORZITTER: Ongetwijfeld. U heeft uw punt helder gemaakt. In stemming komt motie 8.5.1 (Delft kan niet door de helft) van het CDA, de PvdA, Hart voor Delft, de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft, STIP en Volt.
66
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: We gaan dit netjes afwikkelen vanuit het college. 39. Sluiting. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Slaap lekker! De vergadering wordt om 23.33 uur gesloten.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 april 2024.
,voorzitter. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
, griffier. J. Mimpen
67