CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 12 september 2023

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 12 september 202337.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de commissie is ook volop gesproken over het behoud van bomen, zeker wanneer bomen op het gebied van klimaat en uitstraling of beleving van grote waarde zijn. Die mogen niet zomaar verdwijnen of worden vervangen door veel kleinere, jongere varianten. Daar moeten zowel de raad als het college alert op zijn. Als de tekst van de motie van de ChristenUnie zo is bedoeld, steunen wij de motie Zuinig op bomen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft wil eigenlijk alleen nog even aanhalen dat we blij zijn om te horen dat de jarenlang gepromote flock- en lockmethode wordt meegenomen in de onderzoeken waar we binnenkort wat meer over horen. Wij maken ons echter wel zorgen over de € 50.000 die wordt genoemd om de plas in de Delftse Hout toekomstbestendig te maken. Ons inziens is dat een te summier bedrag. 46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Daarom willen we daar alvast op voorsorteren en zeggen dat we bij de begrotingsbehandeling terug zullen komen op dit bedrag en daar hopelijk een verruiming voor kunnen vinden. Ik neem aan dat dat misschien ook voor andere partijen geldt als het aankomt op de budgettering omtrent bomen, waaronder die met grote kruinen, om hittestress tegen te gaan. Verder hebben we de motie van de ChristenUnie, Zuinig op bomen, mede-ingediend. Daar zijn we heel trots op. We willen de ChristenUnie graag danken voor al het werk bij de tot nu toe twee onderwerpen van deze avond. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Vanuit Hart voor Delft wil ik meegeven dat het beheerplan in ieder geval ruim is besproken in de commissie. Daar zijn wij tevreden mee, ook omdat de Nota Groen, Water en Recreatie en het punt over blauwalg in de Delftse Hout nog uitgebreid terugkomt in de commissie. Voor de kritische noot willen we ons als Hart voor Delft aansluiten bij de door mevrouw Van den Berg van de VVD benoemde punten. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Dank voor alle mooie woorden over dit beheerplan, ook in de commissie. We zetten hiermee echt een enorme stap in het verder vergroenen van de stad en het ervoor zorgen dat de kwaliteit van dat groen nog beter wordt. We hebben geconstateerd dat die kwaliteit de laatste jaren achter is gebleven.

We gaan niet alleen een inhaalslag, maar ook echt een verbetering van de biodiversiteit, de schaduwwerking en de beeldkwaliteit van de stad realiseren. Ik ga eerst in op het amendement van GroenLinks en STIP. Dank voor de zorgvuldigheid. Het kon helaas inderdaad niet mondeling. Het is heel fijn dat u dit op schrift heeft gesteld. Het grootste deel van het debat ging over het kappen van bomen en hoe we daarmee omgaan. Ik gaf zojuist al aan dat u de Bomenverordening in een nieuwe versie in het eerste kwartaal krijgt. Ik denk dat het heel goed is om dan uitgebreid daarbij stil te staan. Het is goed om te weten dat een boombesparend plan nu al een uitgangspunt in de Bomenverordening is. In tegenstelling tot wat sommige partijen hier suggereren, wordt er dus echt al heel zorgvuldig gekeken of bomen wel gekapt moeten worden en, zo ja, hoe dat gecompenseerd kan worden. Ik denk dat we daarmee in het eerste kwartaal een heel goed debat kunnen voeren met betrekking tot het eerste dictum van de motie van de ChristenUnie. Daarna is de vraag of we met elkaar een balans moeten opstellen. Ik maak de vergelijking met de strenge regels die u heeft gesteld, bijvoorbeeld voor wateropvang bij nieuwe bouwprojecten. Vanuit klimaatadaptatie stelt u regels voor wateropvang. Omdat u die regels gesteld heeft, toetsen wij daaraan en zorgen we dat die wateropvang altijd voldoende is.

In de Bomenverordening stelt u op dezelfde manier regels voor bomen: hoe wilt u dat we daarmee omgaan en hoe zorgen we ervoor dat de stad daar uiteindelijk goed in compenseert en dat we alles bij elkaar beter worden in biodiversiteit en dat soort zaken? Dat neemt u daarin op. Dan kan samen met dit beheerplan, waarin we zoveel investeren in het vergroenen van die stad, die balans alleen positief zijn. Ik zou het alleen heel erg zonde vinden om nu een beleidsmedewerker aan het werk te zetten om het hele jaar allemaal dingen bij te houden en te zeggen: dit is gekapt, dat was zo groot en daar is zoveel voor in de plaats gekomen. Dat zou ik zonde vinden. Ik zou die capaciteit, die toch al beperkt is, echt liever inzetten voor het vergroenen van de stad en niet voor het bijhouden van een boekhouding. De heer HERREMA (GroenLinks): Het valt mij op dat de wethouder maar ook deze motie de focus ontzettend heeft op bomen. De motie heet natuurlijk ook "Zuinig met bomen", maar ik 47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

denk dat we het moeten hebben over groen. Misschien is het ook een idee om niet meer te spreken van een Bomenverordening maar van een Groenverordening. Ik denk dat we die kant op moeten, want bomen kun je niet alleen met bomen compenseren maar met heel veel meer dan dat. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik zou daar graag nog even over willen nadenken. Ik denk dat we dat niet moeten doen, maar laten we in gesprek gaan over "Bomenverordening of Groenverordening". Dat is één. De wethouder noemt het woord "balans". Dat is veel te ver gezocht, kijkend naar het dictum. Ik heb in mijn termijn uitgelegd dat er bij deze motie, als zij wordt aangenomen, toegevoegd mag worden. Maar waar het ook om gaat, is dat het dictum ook spreekt in termen van "beheerplan Groen" ofwel "Bomenverordening". Dat is de 3-30-300-regel. De vraag aan de wethouder is hoe hij die 30% op de een of andere manier gaat volgen, bewaken of wat dan ook. Het tweede punt is dat het woord "compensatie" gewoon een begrip uit de Bomenverordening is. Wethouder VAN VLIET: Allereerst de reactie op GroenLinks. Compenseren met ander groen dan bomen vind ik een interessante gedachte, die we gewoon meenemen in het nadenken over een nieuwe Bomenverordening. Ten aanzien van de ChristenUnie: we moeten goed kijken hoe we die 3-30-300-regel toepassen.

Het is nu echt benoemd als uitgangspunt dat je, als je met veranderingen bezig bent in een wijk, dat als uitgangspunt neemt en kijkt hoe je op die manier die wijk kunt inrichten. Het is dus meer een richtlijn als je dingen gaat veranderen in de stad; het is niet zozeer zo dat we gelijk in de hele stad de telling daarvan gaan doen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dan is mijn vraag aan de wethouder: als hij erover moet nadenken hoe je dat moet gaan doen, zou ik op de een of andere manier in de jaarstukken bij bepaalde door mij genoemde paragrafen, waarin bijvoorbeeld ook het aantal boomstammen, graag een kwalitatieve opmerking willen, zodat we het er als raad over kunnen hebben en het kunnen volgen. Wethouder VAN VLIET: Ik vind het heel lastig dat ons wordt gevraagd om daar in de jaarstukken echt iets zinnigs over te zeggen. Dat suggereert toch wel dat je echt een inventarisatie maakt en niet dat we met een mooie volzin komen. Die mooie volzin kan ik nu al schrijven, maar die inventarisatie is iets anders. We gaan nog met veel voorstellen komen over vergroenen: in de Groennota, maar ook bij de nota over klimaatadaptatie en de plannen daarvoor. Uiteraard rapporteren wij ook aan de raad hoe het daarmee gaat, want dat hoort in de jaarstukken. Ik denk dat dat ook de manier moet zijn waarop we ook hierover aan u rapporteren. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn.

De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wij zullen het amendement van GroenLinks steunen. Ik snap de discussie eerlijk gezegd niet helemaal. Ik snap ook niet helemaal waarom wethouder Van Vliet zegt dat er dan iemand fulltime bomen zou moeten gaan tellen. "Kwalitatief verwoorden in de jaarstukken" voelt voor mij helemaal niet als een verstrekkende motie. Sterker nog: ik vind het een heel goed idee. Ik ga er dus van uit dat we voorstemmen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik heb in de eerste termijn niks gezegd, omdat ik mijn spreektekst weg kon gooien omdat er wat moties verdwenen waren. Maar in de commissievergadering was er veel aandacht voor de kwaliteit van groen en de 48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

beeldkwaliteit. De wethouder besteedde daar terecht aandacht aan. Wat het CDA betreft dat wil ik gezegd hebben - is beeldkwaliteit meer dan de hoeveelheid troep op straat en gaat het ook over het algemene beeld, dus om de verrommeling van het straatbeeld. Ik vind het jammer dat de PvdA de moties heeft weggeveegd. Eerlijk gezegd is dat niet heel collegiaal, maar dat zij zo. De motie Zuinig op bomen hebben we mede ingediend; de heer Van der Woerd heeft heel mooi uitgelegd waarom. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Daarop wil ik graag reageren. Ik heb dezelfde dag een reactie gestuurd op de vraag van de heer Valk om daarmee nog even te wachten. Daarop heb ik helemaal geen reactie meer gekregen. Dat vind ik dus ook jammer. De VOORZITTER: Is er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw GERRITSEN (D66): Voorzitter. Zou er een paar minuten geschorst kunnen worden? Ik zou graag even met de ChristenUnie overleggen over de motie. De VOORZITTER: Prima. Hoelang zullen we schorsen? Drie minuutjes? Mevrouw GERRITSEN (D66): Ja, dat is goed. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Mevrouw Gerritsen, bent u eruit? Mevrouw GERRITSEN (D66): Voorzitter. Ik denk dat het aan de indiener is om iets meer over de motie te zeggen, maar ik heb heel even overlegd om te horen of de indiener tevreden was met de beantwoording.

Ikzelf kon er namelijk nog niet helemaal wijs uit worden waarom de motie precies werd afgeraden. Daarover heb ik net met hem overlegd en ik ben het met de indiener eens. De VOORZITTER: Dan kijk ik nog even naar de indiener. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik weet niet wat ik hieraan zou moeten toevoegen. Ik handhaaf de motie en benadruk dat het gaat om een kwalitatieve beschrijving in bijvoorbeeld de jaarstukken. Het verbaast me dat bij wijze van spreken speciaal daarvoor een ambtenaar aangesteld zou moeten worden. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. U mag weten dat het vergroenen van de stad echt een speerpunt is van dit college en dat ik daaraan echt vol vuur heel graag uitvoering geef. Dat blijkt uit dit beheerplan en straks krijgt u de Nota Groen en de klimaatadaptatie. Uiteraard gaan wij daar in de jaarstukken goed over rapporteren, want het is een speerpunt. We maken er niet alleen plannen voor, maar we gaan er ook resultaten in boeken. U wilt natuurlijk weten hoe het daarmee staat. Dat gaan we goed doen in de jaarstukken. Met deze motie heb ik toch het idee dat u heel erg focust op: ja, maar hoe zit het nou met die compensatie van de gekapte bomen? Dat gaat mij naar een detailniveau waarvan ik niet voorzie dat we dat in de jaarstukken nou eens echt lekker gaan uitdiepen.

Dat is waarom ik zeg dat wij heel graag die verantwoording doen over het vergroenen van de stad en hoe dat gaat, maar vraag ons niet om hierover specifiek dingen bij te houden die we kunnen rapporteren. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dit antwoord begrijp ik. Laat deze motie dan een stimulans zijn om op deze weg door te gaan. 49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

De VOORZITTER: Heel goed. Deze wethouder is hier wel heel enthousiast over; daar kunt u eigenlijk wel van uitgaan. Of het echt nodig is, weet ik dus niet, maar misschien better safe than sorry. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag waarom een amendement over de formulering van het raadsbesluit ingediend moet worden, terwijl dat misschien gewoon mondeling al rechtgezet had kunnen worden en daarvoor geen amendement opgesteld moet worden. De VOORZITTER: Zullen we dat vragen aan de indiener van het amendement? De heer HERREMA (GroenLinks): Volgens mij was het een vraag aan de wethouder, maar de wethouder heeft daar in zijn beantwoording al op gereageerd: dat kon mondeling niet. De VOORZITTER: Oké, dan houdt het op. Waar niets is, verliest de keizer zijn recht, mevrouw De Koning. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt amendement 7.2.A (Formulering raadsbesluit) van GroenLinks en STIP. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie 7.2.3 (Zuinig op bomen) van de ChristenUnie, het CDA en OD. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter.

Omdat we het hier nog uitgebreid over gaan hebben bij de vaststelling van de Bomenverordening en ook de Nota Groen, vinden wij deze motie op dit moment te voorbarig en zullen we ertegen stemmen. Mevrouw GERRITSEN (D66): Voorzitter. D66 stemt voor deze motie, ook met in het achterhoofd dat wij al heel lang voorstander zijn van de 3-30-300-regel. Dit is echt een stimulans om daar een begin mee te maken: hoe ligt het er nu bij en hoe gaan we het in de toekomst doen? Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. We begrijpen de oproep die de motie doet heel goed: grip houden op ons bomenbestand. Wij willen onze ambtelijke capaciteit echter liever steken in het echt vergroenen van de openbare ruimte. We stemmen nu tegen, maar we steken wel de hand uit naar de ChristenUnie om er bij de Bomenverordening verder over na te denken hoe we hier beter op kunnen sturen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik hoor goed wat GroenLinks en STIP noemen, maar wij zullen voorstemmen omdat wij denken dat het beheerplan, dat gaat over beheren, een heel goede plek is. Wat meneer Van der Woerd zegt over "een stimulans", zien wij ook zo. Wij denken ook dat dit niet al te veel zou moeten kosten qua capaciteit. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 25 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van GroenLinks en STIP ertegen hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel.

50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 139. Voorstel van het college aan de raad inzake vaststelling Verordening Jeugdhulp gemeente Delft 2024 (nr. 2324343) De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd: motie 7.3.1 (Het gezin aan zet). Daarvoor geef ik mevrouw Van Dijk als eerste het woord. Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Voorzitter. Allereerst wil ik benoemen dat deze motie niet van mijn hand komt, maar van ons commissielid Wimke Schuurmans. Alle credits gaan dus natuurlijk naar haar. Vandaag stemmen we over de nieuwe Verordening Jeugdhulp. Het is de eerste nieuwe versie sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015, een goede kans om alle ervaringen en nieuwe inzichten te verwerken in nieuw beleid. De discussie is de afgelopen jaren vooral gegaan over de toenemende kosten, de lange wachtlijsten en het feit dat intussen een op de zeven jongeren in Nederland met jeugdhulp te maken heeft. De ChristenUnie zou het graag hebben over wat het beste is voor de gezinnen, de ouders, de jongeren. We zien in het cliëntervaringsonderzoek dat de ouders de jeugdhulp een kleine 6 geven, vooral omdat de hulp niet goed aansluit bij de vraag. De vraag wordt in de huidige werkwijze door Delft Support onderzocht en vastgesteld, uiteraard met inbreng van de ouders.

Nu biedt deze nieuwe verordening in lijn met de landelijke verplichting een mogelijkheid voor een familiegroepsplan. We constateren dat hiervan in de gemeente Delft nog geen gebruik wordt gemaakt. We hebben de indruk dat het ontbreekt aan de ambitie om werk te maken van het serieus ontwikkelen van deze optie. Dat vinden wij een gemiste kans. Een familiegroepsplan kan juist een manier zijn om de regie en de verantwoordelijkheid bij het gezin te laten. Het kan een instrument zijn waarmee het gezin hulp van zijn omgeving en bijvoorbeeld de werkgever kan vragen en daarmee ook een instrument waarmee de rol van de gemeente kleiner kan worden, zowel in de administratie en de bureaucratie van de toegang als in het inzetten en het volgen van de passendheid van de ondersteuning. Samen met het CDA, de Partij van de Arbeid en STIP dienen we vanavond een motie in waarmee we het college de opdracht geven om met de ouders, juristen, cliëntondersteuners en Delft Support te verkennen hoe het familiegroepsplan zou kunnen werken, met de hiervoor genoemde doelen voor ogen. Door de fracties van de ChristenUnie, het CDA, de PvdA en STIP wordt motie 7.3.1 (Het gezin aan zet) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van dinsdag 12 september 2023 bij de bespreking van Ontwerpverordening Jeugdhulp Delft. We stellen vast dat: • • • •

de Ontwerpverordening Jeugdhulp Delft het familiegroepsplan, conform de bedoeling van de wetgever, in artikel 2.1.4 benoemt als optie bij de toegang tot Jeugdhulp; in alle vervolgstappen van het toegangsproces geen enkele status wordt gegeven aan dit familiegroepsplan; in de praktijk in Delft nog geen gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid om zelf een ondersteuningsplan op te stellen; nu alleen wordt verwezen naar de mogelijkheid voor het indienen van een plan, maar niet wordt geholpen bij het opstellen en verder inzetten van dit plan.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: 51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

• •

op dit moment ouders de jeugdhulp in Delft gemiddeld een kleine 6 geven (Cliëntervaringsonderzoek Delft 2021), met als belangrijke reden het ontbreken van aansluiting op de hulpvraag; het familiegroepsplan een middel is om het gezin in staat te stellen een haalbaar toekomstplan voor zichzelf (met hun eigen omgeving) te hebben waarbij de zorg/ondersteuning vanuit de gemeente een tijdelijke en doelgerichte bijdrage is.

Wij vinden dat: • • •

de toegang tot Jeugdhulp (en administratie) te veel gericht is op het beheersbaar en controleerbaar maken van de afspraken tussen gemeente en aanbieder, waardoor de zeggenschap en regie van het gezin buitenspel komen te staan; het een taak van de gemeente is om het gezin actief te informeren en te helpen een gezinsplan op te stellen dat voldoet aan de toegangseisen tot Jeugdhulp; alles wat ouders zelf kunnen, niet noodzakelijkerwijs door de gemeente gedaan hoeft te worden. Daarmee zou het familiegroepsplan mogelijk het door de gemeente uitgevoerde onderzoek en ondersteuningsplan (gedeeltelijk) kunnen vervangen.

We geven het college opdracht om: •

•

(met ouders en juristen en cliëntondersteuners) te verkennen hoe het familiegroepsplan actief onderdeel kan worden in de Delftse aanpak van Jeugdhulp (o.a. door ondersteuning bij het opstellen van het plan, heldere vragen en kaders beschikbaar stellen, een (juridisch) status aan het plan geven enz.). Dit met als doel beter passende jeugdzorg, meer eigen regie voor het gezin en minder administratieve last voor de gemeente en haar uitvoerders; de gemeenteraad hierover te informeren in een volgende raadsinformatiebrief over Jeugd, uiterlijk vóór de zomer 2024,

en we gaan over tot de orde van de dag." De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik heb in de commissie al het een en ander gezegd over de jeugdhulp en de verordening. Daarbij heb ik mijn verontrusting uitgesproken over het feit dat de gemeente de regie wel erg naar zich toe getrokken heeft. Wij gaan de motie niet steunen. Wij stemmen wel voor het voorstel, omdat wij vinden dat we eerst maar eens met de verordening aan de slag moeten en moeten kijken wat daarvan terechtkomt in overleg met de samenwerkingspartners. De motie vinden wij dus een beetje te vroeg. We moeten ook uitkijken dat we als raadsleden invulling gaan geven aan hoe wij denken hoe professionals aan het werk moeten. Daar moeten we mee uitkijken. Dat is de reden waarom wij deze motie niet steunen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Wie het conceptverkiezingsprogramma van het CDA voor de aankomende landelijke verkiezingen leest, zal tot de conclusie komen dat gezinnen een prominente plek hebben gekregen in het programma. Maar goed, dat hoef ik u, voorzitter, uiteraard niet te vertellen. Het programma stelt dat gezinnen het fundament zijn van een sterke samenleving. Volgens het CDA passen meer rust en ruimte voor gezinnen daarbij. De ingediende motie, die oproept om gezinnen meer regie te geven waar mogelijk, sluit hier naadloos op aan: niet de bureaucratie centraal, maar het gezin.

Dat is ook de plek waarvan wij geloven dat het kind daar hopelijk liefdevol kan opgroeien, soms met hulp. Ik denk dat mevrouw Van Dijk daarover een heel adequaat betoog heeft gehouden. Daarmee meent onze fractie dat deze motie een goede aanvulling is op de vanavond voorliggende 52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

verordening. We hebben deze motie daarom mede ingediend. Mij rest mevrouw Schuurmans van de ChristenUnie te danken voor de inzet en het opstellen van deze motie. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ook mijn dank aan mevrouw Schuurmans is groot. We hebben in de commissie uitgebreid gesproken over de jeugdhulp en de jeugdzorg en we hebben zaken meegegeven. We vinden het goed om ook deze extra aanvullende dingen mee te geven. Vanuit mijn werk weet ik heel goed dat de compliance, de therapietrouw en ondersteuning van een plan extreem vergroot worden als mensen zelf kunnen meespreken. Daarom denk ik dat dit alleen maar zorgt voor verbetering. Ik hoop dan ook van harte dat de motie wordt aangenomen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ook ik vind het heel belangrijk dat het gezin en de omgeving zelf de kans krijgen om de regie te voeren over hun eigen leven. De regie terug bij ouders vinden we als VVD ook erg belangrijk. Ik vraag me alleen af of het familiegroepsplan dit resultaat gaat hebben of dat dit het proces voor aanbieders en gezinnen juist complexer maakt. Daarbij wil ik er ook voor waken, zoals de heer Stoop al zei, dat we niet op de stoel van de uitvoerders gaan zitten en dat dit geen opgelegde werkwijze voor zorgaanbieders gaat worden. Wat mij betreft staat het die vrij om de aanpak te kiezen die het best past bij het gezin om die ondersteuning te gaan bieden.

Daarnaast heb ik het college en enkele fracties meerdere malen horen zeggen dat zij het zonde vinden om kostbare capaciteit van het ambtelijk apparaat in te zetten om dingen uit te zoeken, te onderzoeken of te verkennen. Dat geldt dan natuurlijk ook voor de uitvoering van de motie. Mede hierom zullen wij de motie niet steunen. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks is blij dat er een nieuwe Verordening Jeugdhulp Delft 2024 gereed staat. Onze dank voor alle ambtelijke inzet die hiermee gemoeid is en aan de griffie voor de volledigheid van de stukken. Zoals onze collega Grootscholten in de commissie al aangaf, hopen wij van harte dat de geschetste verbeteringen zorgen dat ouders en jeugdigen in moeilijke situaties deze verbeteringen ook gaan merken. Net als het college zien wij graag dat de mensen waarover het gaat en de kwaliteit van de jeugdzorg centraal blijven staan in alles wat wij in Delft op dit gebied doen. GroenLinks blijft monitoren dat het jeugdzorgsysteem overzichtelijk blijft, niet alleen voor raadsleden, maar specifiek voor de ouders en kinderen die deze vorm van zorg nodig hebben. Dank aan de ChristenUnie, die met de motie Het gezin aan zet meer aandacht wil vestigen op de ondanks kwetsbare situaties vaak toch aanwezige interne kracht van gezinnen om meer ruimte voor regie te willen nemen voor de eigen situatie.

Ik hoorde het CDA net zeggen dat de motie het bestaande beleid aanvult. We willen de wethouder vragen in hoeverre dit het geval is en wat wij met de motie anders kunnen gaan doen. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. De motie van de ChristenUnie over het familieplan kunnen wij steunen. Wij denken dat het mooi is als gezinnen zelf afspraken kunnen maken over waarnaartoe wordt gewerkt zonder dat dat op een of andere manier opgelegd wordt en als mensen daarin zelf beslissingen kunnen nemen. Maar we vinden wel dat het moet kunnen en mogelijk moet zijn en dat het ook zeker geen verkapte bezuiniging moet zijn, want ook al kan het geld opleveren, we moeten dit middel niet inzetten om geld te besparen. Dat wil de SP meegeven, maar als aanvulling op de middelen die er zijn, kunnen we dit zeker steunen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Hierover hebben we al het een en ander gezegd in de commissievergadering. Daarom houden we ons bij het feit dat wij de motie

53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

zullen steunen, zeker omdat de familie, het gezin of welke samenstelling dan ook ondersteuning wensen. Daarom gaan we met de motie in zee. Mevrouw ENTHOVEN (STIP): Voorzitter. Allereerst dank aan de ChristenUnie, specifiek aan mevrouw Schuurmans, voor het opstellen van de motie en voor de toelichting. Het belang van betrekken van het gezin is al goed toegelicht door een heleboel partijen. Daaraan zal ik verder dus geen woorden vuilmaken. Wel vinden wij het inderdaad ook belangrijk om het gezin genoeg regie te geven in de zorg die het ontvangt. Dat maakt de zorg beter passend en kan de zorg ook effectiever en efficiënter maken, wat prettig is voor het gezin, de jeugdigen en de hele keten. De VOORZITTER: Ik beluister een reveille voor de hoeksteen; dat kan ik wel vaststellen na al deze mooie inbrengen. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik kan alvast verklappen dat ook in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie woorden aan het gezin gewijd worden, maar daarvoor moet u nog even wachten tot de presentatie op donderdag. De VOORZITTER: Dit is dus nog even onder embargo. Dit houden we hierbinnen. Wethouder GOOIJER: We hebben in de commissie een mooi debat gehad over heel veel stukken. Dank voor de betrokkenheid van de raad bij dit thema; dat heb ik toen ook gezegd.

Ik onderstreep ook wat mevrouw Van Dijk aangaf: wat mij betreft hebben we het vaker over de inhoud en over hoe het eigenlijk gaat met onze gezinnen, onze ouders en kinderen die van jeugdhulp gebruikmaken. Vanavond ligt de verordening voor. Daarin is opgenomen dat er de mogelijkheid is van het indienen van een familiegroepsplan. Helaas moeten we constateren dat daar weinig of eigenlijk geen gebruik van wordt gemaakt. Wel worden alle ouders die een aanvraag doen bij Delft Support, expliciet gewezen op die mogelijkheid. We zijn er dus echt bewust mee bezig, maar blijkbaar resoneert dat niet. We willen echt kijken hoe we dat kunnen verbeteren, want we delen de ambitie van de indienende fracties om bij ouders en het gezin meer regie en zeggenschap neer te leggen voor een haalbaar plan, een toekomstplan voor het gezin en voor het kind. Een familiegroepsplan kan hierin echt een belangrijke rol spelen. Of dit ook leidt tot vermeerdering van administratieve lasten voor de gemeente en de uitvoerders, moet de praktijk maar uitwijzen. De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik heb het niet in mijn termijn gezegd, maar mevrouw Gooijer geeft het zelf aan: het gebeurt al. Ik heb het toevallig veertien dagen geleden nog meegemaakt met een gezin met problemen. Ze hebben thuis of op locatie hele gezinsgesprekken als de ouders in een vechtscheiding liggen. Het gebeurt gewoon al.

Ik proef in deze motie dat wij weer het onderste uit de kan willen hebben en het nog beter willen doen, terwijl we eigenlijk niet weten wat er nu fout of niet goed gaat en wat we willen verbeteren. Dat is mij nu helemaal niet duidelijk, want het gebeurt wel. Ik durf gerust de stelling aan dat wij jeugdzorg tekortdoen met wat wij nu aan het doen zijn, want het gebeurt gewoon en in grote mate; dat weet ik. Wethouder GOOIJER: Het is mooi dat de heer Stoop dit inbrengt. Ik denk inderdaad dat er heel veel professionals zijn die echt met het gezin samen nadenken en proberen te zoeken hoe we zo veel mogelijk regie bij het gezin kunnen laten. Ook ik heb daarvan voorbeelden gezien. Toch wil ik aangeven dat we ook echt de ambitie hebben dat de tevredenheid van ouders en kinderen echt nog beter kan; daarbij verwijs ik ook naar wat vanavond eerder is 54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

aangehaald. Ik zie ook wel dat sommige professionals het best lastig vinden om dingen los te laten en weer terug te leggen in het gezin. Daar hebben we met elkaar echt een uitdaging, ook kijkend naar de Hervormingsagenda. Ik denk dus dat het een goed idee is om met elkaar na te denken over hoe we de regie zo veel mogelijk bij ouders kunnen leggen of terugleggen. Die oproep ondersteun ik van harte. Dat doen we natuurlijk ook met de professionals, want we gaan niet over hun hoofd heen zeggen hoe zij hun werk moeten doen. Dat vraagt deze motie ook niet. De heer STOOP (Hart voor Delft): Dan spreken we elkaar tegen, want bij "we geven het college opdracht" staat letterlijk: "(met ouders en juristen en cliëntondersteuners) te verkennen hoe het familiegroepsplan actief onderdeel kan worden in de Delftse aanpak", terwijl we weten dat het al een onderdeel is. Wethouder GOOIJER: Het gesprek met het gezin is al een onderdeel. Het familiegroepsplan als zodanig is dus niet toegepast. Dat is het verschil. Daar vraagt het dictum om: kunnen we daar iets aan doen? Want het is niet voor niks in de wet verankerd dat het familiegroepsplan een mogelijkheid is. Daar is goed over nagedacht en daar willen we echt naar gaan kijken. Ik kom bij de vragen van GroenLinks en de SP. GroenLinks vraagt of dit een aanvulling is op het beleid. Het kan wel, maar het gebeurt weinig.

In die zin vind ik de motie een vraag aan ons als college: kunnen we dit in de praktijk beter laten werken en kunnen we daar dan mee aan de slag? Het is echt niet bedoeld als een verkapte bezuiniging, zeg ik tegen de SP. Het is echt juist de bedoeling om de zorg beter te maken en goed te laten aansluiten bij het gezin en de regie ook weer terug te leggen in het gezin, zo snel als dat kan. Dat zullen we ook moeten doen, want ik krijg er buikpijn van dat een op de zeven kinderen in de jeugdzorg zit. Ik zou willen voorstellen om het dictum van de motie toe te zeggen, maar met een nuancering bij het tweede dictum. Wij sturen de raad conform afspraak regelmatig raadsinformatiebrieven. We moeten even kijken of het zo uitkomt dat er voor de zomer net een brief naar de raad zou komen waar dit dan in kan. De tijd tot de eerstvolgende raadsbrief zal echt te kort zijn, maar we willen deze verkenning en de verslaglegging hiervan goed doen, in overleg met alle genoemde partijen, zeker met de professionals. "Voor de zomer" vind ik dus iets te hard gesteld, maar in die orde van grootte en in een volgende raadsinformatiebrief willen we hier zeker op terugkomen. Dat zou ik dus willen toezeggen. Mevrouw VOOGT (VVD): Ik begrijp het niet helemaal. Het familiegroepsplan is nu al een mogelijkheid in de wet en wordt om verschillende redenen blijkbaar onvoldoende gebruikt.

Gaat u nu een quotum voorstellen? Hoe moeten we dit voor ons zien? Wethouder GOOIJER: Ik zie dat totaal niet voor me als een quotum. Zoals het dictum vraagt, gaan we kijken hoe we dat familiegroepsplan een plek zouden kunnen geven in onze aanpak. Dan kunnen we gewoon, zoals we dat vaak doen, in een raadsinformatiebrief specifiek ingaan op het onderwerp: hoe leg je in het maken van een ondersteuningsplan en het benutten van een familiegroepsplan de regie zo veel mogelijk bij ouders? Daar gaan we over in gesprek en dat leggen we bij de raad terug in een raadsinformatiebrief. Dat is wat ik ga doen. U hoort mij niet het woord "quotum" gebruiken en dat zal ik ook niet gaan doen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wie het conceptverkiezingsprogramma van Volt leest, ziet dat wij naar een samenleving streven die uitgaat van vertrouwen. Wij geven dit 55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

vertrouwen ook graag aan het gezin. Daarom zijn we heel blij met de toezegging van de wethouder. De VOORZITTER: Ik zie hier geweldige combinaties ontstaan. Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Voorzitter. Ook wij zijn erg blij met de toezegging. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Daar sluit ik me bij aan. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter. Hetzelfde geldt voor GroenLinks. De heer SCHUURMAN (D66): Voorzitter. Ik ben heel slecht bij stem, maar ik zal het proberen. In principe staat D66 niet negatief tegenover de motie, maar ik kan me zeker vinden in de woorden van de heer Stoop: als wij met Delft voor Elkaar praten, zijn wij ook van mening dat er toch een goede interactie is tussen de gezinnen en de hulpverleners. In mijn betoog in de commissie heb ik ook aangekondigd dat wij heel blij zijn met de inzet van Delft voor Elkaar. Wij willen ook zeker niet op de stoel van de professional gaan zitten. Het voelt voor ons dus toch een beetje gemaakt. We willen desalniettemin natuurlijk het beste voor de jeugd. Als dit zou helpen, zijn we daar dus niet tegen, maar met de aantekening dat wij heel blij zijn met hoe Delft voor Elkaar nu werkt. Daar wil ik nog bij zeggen dat er telkens wordt gepraat over een 6 bij de cliënttevredenheid en dat het nu zo overkomt alsof dat een 6 is puur omdat we iets missen aan "familiebonding".

Volgens mij is dat niet helemaal waar; volgens mij is het veel breder dan dat. Dat is dus nog een kleine aantekening. De VOORZITTER: Willen de indieners naar aanleiding van de woorden van de wethouder de motie handhaven? Of heeft de wethouder u tevredengesteld? Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Voorzitter. Wij zijn tevreden met de toezegging. Wij laten de motie dus inderdaad niet meer in stemming brengen. De VOORZITTER: Prima. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 34 stemmen tegen 1 stem, waarbij mevrouw De Jongh Swemer ertegen heeft gestemd. De VOORZITTER: Mevrouw De Jongh Swemer, is er iets fout gegaan? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik dacht dat we over de motie stemden. De VOORZITTER: Nee, de motie was ingetrokken. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): O. De VOORZITTER: Ik denk dat dit fout is gegaan. U wordt geacht te hebben voorgestemd. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ja, dan ben ik voor. De VOORZITTER: We maken er een aantekening van, mevrouw De Jongh Swemer, want we nemen dit mooie voorstel natuurlijk gewoon unaniem aan.

56

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

De heer TREFFERS (Volt): Zouden we heel kort kunnen schorsen, zodat ik even naar het toilet kan? De VOORZITTER: Om uw handen te wassen! Oké, we schorsen drie minuten. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 140. College van B en W - RES plan van aanpak 2022-2026 en RES voortgangsrapportage 2023 (nr. 2316201) De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd met Volt als eerste indiener. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Namens Volt dien ik vanavond twee moties in met betrekking tot de Regionale Energiestrategie ofwel de RES. De motie Ambitieuze acties richt zich op het ondersteunen van de activiteiten in de energieregio van wethouder Zwart op het gebied van de energietransitie en het benadrukken van de urgentie die de gemeenteraad van Delft voelt met betrekking tot de vertraging in de RES. We willen samenwerken met andere gemeenten in de RES-regio om versnelling en oplossingen te vinden. De motie Verkenning kernenergie kijkt vooruit naar de periode na 2030. De bouw van kerncentrales kan namelijk wel elf jaar duren. Het is van cruciaal belang dat we nu al nadenken over de toekomst met kernenergie, aangezien we ons moeten inzetten voor een CO2-neutraal energiesysteem. Het behalen van de doelen voor 2030 blijkt al een uitdaging te zijn.

We moeten proactief stappen ondernemen om nu al na te denken over toekomstige duurzaamheidsdoelstellingen, want wat waren we blij geweest als deze motie vijftien jaar geleden was aangenomen. Met beide moties streven we naar een effectieve energietransitie in de regio en willen we bijdragen aan een duurzamere toekomst voor onze regio en andere regio's. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik kan de vraag aan de wethouder stellen, maar ik stel 'm in dit geval ook graag aan de indiener van de motie over kernenergie. Ook de landelijke VVD is groot voorstander van kernenergie als alternatieve bron, maar de vraag is of de RES-regio hierover gaat en of de gemeente Delft daarin dus een bepaalde invloed kan uitoefenen. Of moeten we dit eventueel grootser aanpakken? De heer TREFFERS (Volt): Een kerncentrale is op dit moment al mogelijk, maar het is ingewikkeld en het gebeurt niet omdat er geen initiatiefnemer is. Er heersen allerlei angsten en stigma's rond kernenergie. Ik denk dat het een belangrijk signaal is als wij als regio aangeven dat het bij ons mag en, sterker nog, dat wij denken dat dit een goede toevoeging is om volledig CO2-neutraal te worden, gelet op het feit dat het al bijna niet lukt om onze doelen voor 2030 te halen en dat we in 2050 energieneutraal moeten zijn.

Nee, wij kunnen niet als RES-regio zeggen dat hier een kerncentrale komt, maar we kunnen zeker wel een signaal geven en samen met de nationale overheid optrekken om die energietransitie echt te gaan realiseren. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Bij mijn weten is, toen we het hadden over de RES 1.0, een uitleg gegeven waarom kernenergie nu niet in de RES van de MRDH-regio zit, namelijk omdat we gewoonweg niet de capaciteit en de mogelijkheden hebben om hier een kerncentrale te realiseren. Ik vraag me dus af wat Volt verwacht van het mogelijke succes van onze Delftse poging om dit alsnog op tafel te leggen.

57

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

De heer ANALIKWU (D66): Ik vraag me af of de heer Treffers zich ervan bewust is dat volgens mij nog dit jaar door het Rijk, door minister Rob Jetten, een lijst met voorkeurslocaties voor kerncentrales is gemaakt, waarbij ook de locatie de Nieuwe Maasvlakte werd genoemd, dat daaruit is gebleken dat dat op nationaal niveau niet de beste locatie is en dat deze analyse dus al een keer is gemaakt. De vraag is dus waarom hij wil dat we die analyse nog een keer overdoen op regionaal niveau. De heer TREFFERS (Volt): Er is een analyse gemaakt van bepaalde locaties. Ik geloof erin dat we, om volledig energieneutraal te worden, echt drie tandjes bij moeten zetten. Als we nu gaan denken dat we, om de doelen in 2030 te halen, precies zoveel windmolens en zoveel zonnepanelen moeten neerzetten en dat we het dan precies gaan halen of net niet, maak ik me daar heel veel zorgen over. De door ons gestelde doelen zijn immers gebaseerd op Parijs 2014 en die zijn achterhaald; dat hoef ik u niet te vertellen. Ik vind dus dat er veel meer zou moeten gebeuren. Ik denk dat het goed is om daarover na te denken en dat een oproep van de regio in de zin van "hier kan het en hier mag het van ons" een hele sterke is. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Ik ken Volt als een partij die goed nadenkt over de toekomst en de toekomstige generaties.

We weten ook dat kernafval ook afval met zich meebrengt en dat je toekomstige generaties met dat afval opzadelt. Dus waarom wilt u dat in godsnaam erbij halen? De heer TREFFERS (Volt): Wij denken inderdaad na over volgende generaties. Als je me vraagt hoe de wereld er over 1.000 jaar uitziet, hoop ik echt heel erg dat we dan niet overal kerncentrales hebben staan die radioactief afval uitstoten. Ik hoop ook niet dat het klimaat dan zo ontregeld is dat leven op onze aarde helemaal niet meer mogelijk is. Op dit moment zien we dat we veel te laat met het reduceren van CO2 zijn begonnen. Als je het mij en Volt vraagt, is tijdelijk inzetten van kerncentrales op dit moment om die versnelling in de CO2reductie nu of over tien jaar te realiseren, zo belangrijk voor de stabiliteit van ons klimaat dat we die keuze nu tijdelijk even moeten maken als een transitie. We zien dat we met alleen windmolens en zonnepanelen achterlopen op de plannen. Het is dus blijkbaar niet genoeg. De heer ANALIKWU (D66): Ik vind het niet heel interessant om het bij dit agendapunt te hebben over de wenselijkheid van kernenergie. Ik vind het interessanter om het te hebben over de vraag of we dit op lokaal, regionaal of landelijk niveau moeten bespreken, want die analyses zijn al gedaan.

Daarbij is er rekening mee gehouden dat we zo snel mogelijk klimaatneutraal worden, precies de ambitie die de heer Treffers hier aanhaalt. Waarom zouden we die analyse opnieuw willen doen als we al weten wat de uitkomst daarvan is, bijvoorbeeld dat kernenergie op een te hoog niveau in de energiemix onwenselijk is, omdat dat het elektriciteitsnet op lokaal niveau, nationaal niveau en misschien zelfs Europees niveau in gevaar brengt? Waarom zou u dat opnieuw willen bekijken? Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): De heer Treffers constateert ook zelf dat we onze doelen op het gebied van wind en zon niet aan het halen zijn. Hoe gaat een extra overleg, waarin we het eigenlijk al moeilijk krijgen om die dingen gedaan te krijgen, ervoor zorgen dat we die doelen nog gaan halen? Wij zien dat immers een beetje als een soort afzwakking van die focus. De heer TREFFERS (Volt): Als u het leest als een afzwakking van de focus, kent u mij als raadslid misschien niet. Volgens mij kunt u dat er niet uit lezen. Nee, ik wil dat er meer gebeurt en dat staat in de motie. Het is niet "verplaats de focus", maar "doe meer". Kernenergie is daar een onderdeel van. Zou de heer Analikwu zijn vraag kunnen herhalen?

58

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

De heer ANALIKWU (D66): Mijn punt was dat die analyse op nationaal niveau is gemaakt en dat we dat onderzoek eigenlijk niet moeten overdoen op lokaal niveau. Ik vraag de heer Treffers dus opnieuw waarom hij het zo graag op lokaal niveau wil doen, terwijl precies de door hem aangehaalde punten al zijn gewogen op nationaal niveau en zelfs ook op Europees niveau, waar Volt volgens mij ook oren naar heeft. De heer TREFFERS (Volt): Ik zou het niet op lokaal niveau willen doen, maar op regionaal niveau. Ik denk dat het, als wij een mogelijkheid zien voor een locatie hier waar wij als regio ondersteuning aan kunnen bieden en die we zouden kunnen inpassen in de Regionale Energiestrategie, een heel goed signaal zou zijn om aan te geven dat het hier kan. Dat is niet heroverwegen, maar gewoon zien dat er echt veel meer moet gebeuren en daaraan bijdragen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik denk dat het toch echt een verschuiving van focus is, misschien niet voor meneer Treffers maar wel voor andere mensen en de andere gemeenteraden. We hebben gezien dat ze moeite hebben met het binnenhalen van wat er al daadwerkelijk is afgesproken en dan komt de gemeente Delft opeens met een voorstel: ook kernenergie om de hoek! Ik denk echt dat het heel slecht werkt en een afleidend effect heeft, misschien niet voor u maar wel voor anderen.

Maakt u zich dus ook niet druk om het effect van de maatregelen die u voorstelt? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Hart voor Delft wil de motie Verkenning van kernenergie als energiebron voor regionale energiestrategie, ook omdat je, als je nu niet gaat starten, alleen maar steeds later aan de beurt komt. Bij de SMR's, de kleine kerncentrales die gewoon dichtbij neergezet kunnen worden, duurt het al acht jaar voordat de eerste van de band rolt. Het is dus nog een hele poos, maar in die tussentijd kan je zelf alvast je plannen opnemen in de RES. Van het stukje over het activeren van de andere plaatsen in de regio denk ik: laat dat nog maar even achter; laten we eerst even kijken wat Delft voor zichzelf kan doen. Daarnaast kan de positieve werking aan de andere steden en dorpen in de regio worden uitgelegd en misschien ondersteund, maar op dit moment is daar ook te weinig geld voor en ook te weinig personeel. Vandaar dat Hart voor Delft de ene motie wel ondersteunt en de aanmoediging van de ambitieuze actie niet. De heer TREFFERS (Volt): Fijn dat Hart voor Delft onze kernenergiemotie ondersteunt en jammer dat Hart voor Delft de andere motie niet steunt. In reactie op de vraag van meneer Van der Sluis: natuurlijk heb ik daarover nagedacht.

Ik zie niet hoe een motie die pas effect heeft na elf jaar bouwen kan leiden tot een verzwakking van het halen van de doelen die we voor die tijd moeten halen en waar we nu al op achterlopen. Daar moeten we nu eenmaal óók op inzetten. Dit is op de langere termijn; dit gaat na 2030. Ik zie dat verband dus niet helemaal. Als u vraagt of ik bang ben voor het gevolg bij anderen … Laat ik het zo zeggen: ik ben banger voor het gevolg als we het niet doen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik zie dat echt anders. Wat er gaat gebeuren, is dat mensen de kortetermijndoelen, die we ook hebben en waarvan u zegt dat we daar ook gewoon mee moeten doorgaan, gaan uitstellen omdat we een discussie starten over "we gaan het over zoveel jaar allemaal oplossen met kernenergie". Die molen hoeft dan dus niet meer. Heeft u die angst niet? De VOORZITTER: Meneer Treffers en dan ga ik echt naar de heer Valk, als meneer Treffers zijn betoog afgerond heeft.

59

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

De heer TREFFERS (Volt): Ja, mijn betoog is inderdaad afgerond. Als meneer Van der Sluis dat zo schetst, denk ik: dat moeten we niet willen. Daarom dien ik ook een andere motie in, waarin ik heel erg oproep om dat niet te doen. Ik denk echt dat het en-en is en dat we daar op die manier mee moeten omgaan, omdat we het anders niet redden. Dat zien we ook in de voortgangsrapportage. Door de fractie van Volt wordt motie 7.4.1 (Verkenning van kernenergie als energiebron voor regionale energiestrategie (RES)) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen in vergadering op 12 september 2023 ter bespreking van 7.4. College van B en W - RES plan van aanpak 2022-2026 en RES voortgangsrapportage 2023 (nr. 2316201), constaterende dat: • •

de Regionale Energiestrategie (RES) een cruciaal instrument is om de transitie naar duurzame energie in onze regio te bevorderen en bij te dragen aan de nationale doelstellingen op het gebied van energietransitie; de RES op dit moment achterloopt op de gestelde doelen en ambities;

overwegende dat: • • •

de klimaatverandering een mondiale uitdaging is en het dus van belang is om niet alleen regionale doelen te halen, maar ook bij te dragen aan bredere duurzaamheidsdoelstellingen; kernenergie een bewezen technologie is om aanzienlijke hoeveelheden CO2-uitstoot te verminderen; het verkennen van kernenergie als een optie in de RES kan helpen om verduurzaming van onze regio te versnellen en onze regio in staat te stellen een actieve rol te spelen in de bredere verduurzamingsopgave;

verzoekt het college: • •

samen met de RES-regio te onderzoeken of kernenergie een geschikte optie kan zijn om de uiteindelijke volledige verduurzaming van onze regio te bereiken en om bij te dragen aan de verduurzamingsopgave in andere regio's; de resultaten van dit onderzoek met de gemeenteraden te delen en het gesprek hierover aan te gaan met andere betrokken gemeenten in de regio,

en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van Volt, GroenLinks en STIP wordt motie 7.4.2 (Aanmoediging van ambitieuze actie voor de Regionale Energiestrategie (RES)) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen in vergadering op 12 september 2023 ter bespreking van 7.4. College van B en W - RES plan van aanpak 2022-2026 en RES voortgangsrapportage 2023 (nr. 2316201), constaterende dat:

60

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

• • •

de Regionale Energiestrategie (RES) een cruciaal instrument is om de transitie naar duurzame energie in onze regio te bevorderen en bij te dragen aan de nationale doelstellingen op het gebied van energietransitie; de RES op dit moment achterloopt op de gestelde doelen en ambities; de reden dat de transitie achterloopt vanwege politiek-bestuurlijke keuzes is;

overwegende dat: • • •

we met alle gemeenten binnen de RES samenwerken om voldoende energie en warmte op te wekken om daarmee de doelen te behalen; iedere gemeente in haar overwegingen niet alleen haar eigen, maar ook regionale belangen moet meenemen; de Delftse wethouder van energietransitie een kartrekkende rol heeft op twee dossiers binnen de RES;

spreekt uit dat de gemeenteraad van Delft zorgen heeft over de vertragingen die er op regionaal niveau spelen en wenst om samen te zoeken naar versnelling en oplossingen; verzoekt het college: • •

deze motie aan andere bestuurders in de RES-regio voor te leggen en de bezorgdheid van de raad mee te nemen als een uitgangspunt voor gesprekken met medebestuurders; deze motie te versturen naar alle gemeenteraden in de RES-regio,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik zal reageren op de twee moties van Volt. Allereerst dank voor het werk en voor het openen van het debat daarover. Wie het conceptverkiezingsprogramma van het CDA leest - ik zou het lezen; het is interessant leesvoer - weet dat het CDA in dat programma kernenergie als transitie naar CO2-vrije samenleving ziet. Het is niet de ideale eindoplossing, maar het is noodzakelijk. Tegelijkertijd is de vraag vanavond - die werd ook door mevrouw Van den Berg en andere interrumpanten gesteld - of dit iets is wat je landelijk moet regelen of regionaal. Als we even een tandje hoger kijken: waarom ligt de RES al achter op haar ambities? Dat is niet omdat we niet ambitieus genoeg zijn, maar omdat we onderschat hebben hoeveel weerstand windmolens en zonneparken in de regio oproepen. Dat vertaalt zich vervolgens op het bestuurlijke niveau: politici volgen de publieke opinie. Daarom zijn heel veel locaties ingetrokken. Dan is het natuurlijk een beetje gratuit om als Delft te zeggen dat er maar ergens een kerncentrale moet komen, zeker wetende dat die niet in de gemeente Delft gaat komen, en maar ergens een andere gemeente aan te wijzen in de zin van: daar moet een kerncentrale komen om het probleem op te lossen. Ik denk dat dat een beetje makkelijk is en misschien zelfs averechts kan uitwerken.

Maar dat ga ik straks uitleggen, want er komt eerst een interruptie. De heer TREFFERS (Volt): Volgens mij is in mijn motie nergens te lezen dat wij naar een andere gemeente moeten wijzen om aan te geven dat daar een kerncentrale moet komen. De motie roept op om het gesprek daarover te voeren met de andere gemeenten in de regio. De heer VALK (CDA): Als je gaat praten over een kerncentrale in onze regio, moet die uiteindelijk ook ergens komen. Ik denk dat de mogelijkheden in de gemeente Delft heel beperkt zijn. Dat betekent dat de kerncentrale in een andere gemeente moet komen. Dan 61

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

zou die andere gemeente eigenlijk het initiatief moeten nemen; dat is wel zo eerlijk. Maar ik vrees zelfs dat het averechts gaat werken, want als het op dit moment al niet lukt om het publiek te overtuigen dat er ergens een windmolen moet komen, verwacht ik nog meer weerstand tegen de komst van een kerncentrale in de achtertuin. Ik ben bang dat die discussie hier regionaal tot nog meer vertraging gaat leiden. Ik vraag me dus af of het slim is om dit te doen, maar ik zou zeggen: laat landelijk daar gewoon een uitspraak over doen en laten we dit landelijk regelen. In de andere motie staat natuurlijk weinig waar je tegen kunt zijn. Over op papier ambitieuzer zijn hebben we het vaker gehad. Mijn vraag aan de wethouder is of deze motie echt gaat helpen, of de wethouder zich gesteund voelt door deze motie en of de motie indruk maakt bij andere gemeenten. Of wordt de motie inderdaad voor kennisgeving aangenomen, gaat men verder met de orde van de dag en doen we alsof we heel erg ambitieus zijn? Dan slaan we de plank volgens mij mis.

De heer VAN DER SLUIS (SP): Het CDA ziet niet veel nadelen aan de motie, maar er speelt hetzelfde als met de kerncentralemotie: wij gaan in Delft tegen de gemeenten om ons heen zeggen dat wij het beter weten en wij wijzen even met ons vingertje in de zin van "jullie moeten ook wel genoeg doen aan het milieu, hè?" Denkt u niet dat dat de reden is om toch tegen te stemmen? De heer VALK (CDA): Volgens mij herhaalt de heer Van der Sluis precies mijn woorden. Ik bedoel dat er weinig in staat waar je tegen kunt zijn. We kunnen natuurlijk onze bezorgdheid uitspreken als raad. Dat lost niks op, maar we zijn natuurlijk wel bezorgd. Als de wethouder zegt dat dit haar echt enorm gaat helpen, stem ik met alle liefde voor de motie, als dat echt helpt. Ik denk van niet; ik denk dat de motie weinig indruk gaat maken bij andere gemeenten. Dan is het misschien gewoon zonde, helaas. De VOORZITTER: Meneer Treffers wil interrumperen. Ondertussen gaat uw spreektijd door, meneer Treffers. Dat wil ik even gezegd hebben. De heer TREFFERS (Volt): Ja, ik weet het, mevrouw de voorzitter. We hebben het in de commissie volgens mij heel duidelijk gehad over een bepaalde manier om de wethouder te ondersteunen in haar gesprekken. Toen heb ik ook voorgesteld om daar een motie voor te schrijven. Die heb ik gestuurd naar alle mensen die bij dat gesprek waren.

Ik heb gevraagd om feedback: hoe kunnen we een motie maken die zo raadsbreed mogelijk gedragen weergeeft hoe urgent wij dit vinden? Ik vind het eerlijk gezegd opvallend dat ik nu hoor dat we niet met het vingertje moeten gaan wijzen, want daar heb ik in de commissie heel duidelijk om gevraagd. De heer VALK (CDA): Ik heb ook niet gezegd dat we niet met het vingertje moeten gaan wijzen. Ik heb de wethouder gewoon gevraagd of dit haar helpt. Als de wethouder zegt dat zij zich met deze motie sterker voelt en zich in de rug gedekt voelt door de raad, zullen wij voorstemmen. Als de wethouder zegt dat dit haar niet zo heel veel helpt, dan niet. De VOORZITTER: Het "vingertje" was volgens mij van de heer Van der Sluis. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Over de Regionale Energiestrategie is in de commissie best veel gezegd, ook best wel kritische zaken. Ik zal mij beperken tot de moties. De motie over kernenergie van Volt vinden wij als PvdA gewoon een slecht idee, om verschillende redenen. Een van de belangrijkste redenen is al genoemd: het is volgens mij een landelijke discussie. Tot die tijd is het niet heel erg zinvol om daar in de RES aandacht 62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

voor te vragen. De heer Valk gaf al aan dat de kerncentrale niet in Delft zou komen. Dat vermoed ik ook, want we zijn al vol. Als bij een bestemmingsplan van een school al een aantal bomen sneuvelen, ben ik benieuwd hoeveel bomen daarbij sneuvelen, maar dat even ter zijde. De tweede motie kwam, zoals al werd aangegeven, voort uit de behoefte aan een steunbetuiging. Wij zijn dus heel blij dat Volt deze motie heeft opgezet. Zeker in een regio waarvan wij van de wethouder begrepen dat er best weleens wat weerstand kan zijn tegen de maatregelen uit de RES, denken wij dat die steunbetuiging best positief kan zijn, maar we wachten nog wel even de reactie van het college af. Als het college positief is, zullen wij voor die motie stemmen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. De ondersteuningsmotie kunnen wij ook steunen. We hebben een ambitieuze raad en wat D66 betreft kan het soms nog ietsje ambitieuzer, zoals u zich misschien herinnert van het laatste debat voor de zomer. Het is goed dat we dit signaal afgeven als raad. Ik ben nog wel benieuwd naar de beantwoording van de vragen van het CDA aan de wethouder. Volgens mij zal het geen verrassing zijn dat wij de motie over kernenergie niet zullen steunen. Ik heb al eens in de commissie gezegd dat D66 kernenergie een acceptabel onderdeel vindt van de energiemix. Daar gaat het nu ook echt niet om.

Het gaat nu simpelweg om de vraag of we dit op regionaal niveau moeten bespreken, zeker omdat een locatie voor kernenergie in onze regio al eens op de nationale afwegingstafel heeft gelegen en omdat er toen voor is gekozen om voor Borssele te gaan. De vraag is dus opnieuw waarom we dit werk over zouden doen als vanuit het nationaal belang en misschien zelfs vanuit een groter belang dan het nationaal belang, namelijk het Europees belang, is gebleken dat dit niet wenselijk is. De heer TREFFERS (Volt): Denkt de heer Analikwu dat een of twee kerncentrales genoeg zijn om energieneutraal te worden in Nederland? De heer ANALIKWU (D66): Het is duidelijk dat Volt mij alle kennis in de wereld toedicht. Helaas weet ik ook niet alles, maar ik denk dat we dit gewoon op nationaal niveau moeten bekijken. Op nationaal niveau is er uitgebreid gekeken naar wat de energiemix in Nederland moet zijn over, volgens mij, 35 jaar; het zit in die orde. Als daaruit blijkt dat er in deze RESregio geen kerncentrale hoeft te komen, hoeven wij dat niet af te gaan dwingen omdat wij gewoon een nucleair hart hebben. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Ik begin met excuses omdat ik zojuist in mijn interruptie de term "in godsnaam" gebruikte. Het was gewoon uit enthousiasme dat ik dat eruit gooide; dat had niet met belastering te maken. Dat wil ik dus rechtgezet hebben. De VOORZITTER: Prima, dank u wel.

Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Dan inhoudelijk: wij hebben de motie over aanmoediging van ambitieuze acties in de RES-regio mede ingediend. Ik wil Volt hartelijk danken voor de goede samenwerking daarbij. Volgens mij is dit een heel goede weerslag van het debat dat we in de commissie hebben gehad. We hopen dat we hiermee de wethouder een steun in de rug kunnen geven om in de regio echt onze mening te laten horen dat we hier samen toch meer aan moeten doen. Het zal geen verrassing zijn dat wij de kernenergiemotie niet steunen, omdat wij niet geloven dat dit is waar wij de toekomstige generaties mee achter moeten laten. 63

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

De VOORZITTER: Nee, meneer Treffers, het is genoeg. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. We hebben het er in de commissie over gehad dat de doelen uit de RES niet gehaald worden. Het grootste probleem is zojuist al aangehaald: er is gewoon heel veel weerstand tegen het plaatsen van bijvoorbeeld molens. Met goede of minder goede redenen, die weerstand is er gewoon heel erg. De wethouder heeft zich ook laten ontvallen dat hier vooral in andere gemeenteraden anders over wordt gedacht en dat zij hier wat kritischer op zijn. Er is ook gezegd dat partijen er misschien over kunnen meedenken hoe we andere gemeenten op andere gedachten kunnen brengen. Ik denk dat dat op zich een goed idee is. Ik ben ook benieuwd welke gemeenten dat zijn en ik wil dat wel een keer aan haar vragen, maar ik heb dan het volgende in gedachte. Ik heb mijn netwerk van SP'ers. Ik zeg tegen de andere SP-fracties: jongens, hoezo dan, waarom of kunnen jullie niet …? Zo gaan we die discussie dan volgens mij aan. Ik denk dat andere partijen dat ook kunnen doen. De andere manier, het via de gemeenteraad gaan doen, waarbij wij in Delft dus vinden dat andere gemeenten het anders moeten doen en wij die gemeenten dan een brief sturen waarin staat dat ze iets anders moeten gaan denken over iets, vind ik een heel vreemde vorm. Ik denk dat dat averechts werkt.

Ik vond het al vreemd dat wij het verzoek van volgens mij Spijkenisse kregen of wij wilden nadenken over kernenergie. Het kan natuurlijk, maar ik vind het een vreemde vorm. Ik denk dat het averechts werkt, omdat die gemeenten die weerstand al hebben. Die moeten zij al zien te overwinnen en dan krijgen ze ook nog publiekelijk van een andere gemeente de opdracht dat ze toch windmolens moeten plaatsen. Ik denk dat dat averechts werkt. We gaan er dus tegen stemmen en ik ben heel benieuwd hoe de wethouder dit ziet. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. In de commissie hebben we onze zorgen al meegegeven over de achterstand op onze doelen in de RES. Delft moet daar regie nemen waar we kunnen. Binnen onze eigen gemeente moeten we inzetten op uitvoering. In de regio kunnen we dat wel blijven agenderen om te versnellen. Daarom hebben we de motie van Volt mede ingediend om zo een duidelijk signaal aan andere gemeenteraden te geven dat wij nu graag willen overgaan tot actie. Wij staan hier dan ook redelijk anders in dan de SP, want wij vinden het wel belangrijk dat we dat signaal moeten afgeven. Dan de tweede motie van Volt. Zoals ik eigenlijk al in een interruptie heb verwoord, is het gewoon heel lastig om gedaan te krijgen wat we nu al hebben afgesproken op het pad van wind- en zonne-energie. We zien daarom graag dat we de focus leggen op actie en uitvoering.

We kunnen heel graag willen dat er meer en meer kan, maar in de realiteit is het een verschuiving en verzwakking van die focus op onze doelen. Daarom zullen we tegenstemmen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik vroeg meneer Treffers er zojuist al naar, maar we zijn inderdaad heel benieuwd in hoeverre de motie over kernenergie daadwerkelijk realistisch en uitvoerbaar is, omdat in onze ogen niet Delft of de RES gaat over de vraag of kernenergie toegepast kan worden, maar dit een landelijk vraagstuk is. In dit geval vragen wij dat dus ook aan de wethouder. De steunbetuiging met de andere motie is sympathiek, maar we horen graag van de wethouder of ze hier inderdaad mee geholpen is. Wethouder ZWART: Voorzitter. Dank weer voor dit mooie debat. We hebben in de commissie in mijn ogen een hartstikke inhoudelijk en hartstikke mooi debat gehad over de voortgangsrapportage van de RES en het plan van aanpak. Er liggen nu twee moties die 64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13449629/1