Handelingen 22 mei 2025
Tekst van het document
We geven het college de opdracht om: -
de Visie Sport en Bewegen expliciet mee te nemen als beleidskader bij ruimtelijke vraagstukken wanneer deze sportverenigingen raken; in cocreatie met belanghebbenden het participatietraject vorm te geven; de verschillende belangen, dilemma’s en gemaakte keuzes in dit gebied duidelijk zichtbaar terug te koppelen in het stedenbouwkundig plan, 26
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
en gaan over tot de orde van de dag." De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Studentenwoningen worden de komende jaren steeds schaarser. Er moet dus gekeken worden naar oplossingen. We hebben afgesproken om een groot deel van de studentenwoningen op de campus van de TU Delft te ontwikkelen. Daarom is er enkel onderzocht hoeveel woningen er mogelijk zijn. Het blijkt dat 1.000 tot 2.500 wooneenheden mogelijk zijn. Dit biedt oplossingen voor die grote tekorten, maar de vraag hoe dit moet worden ingepast, wordt pas beantwoord in het stedenbouwkundig plan, dat hierna ontwikkeld wordt. Vanavond wordt de raad gevraagd om zijn wensen te uiten richting het vervolgtraject. STIP wil daarom graag drie inhoudelijke punten meegeven, allereerst over de woningen zelf. STIP ziet het liefst dat in alle woningen in dit gebied samen gewoond kan worden. Mijn dank aan de heer Molkenboer voor het opstellen van deze motie en het lobbywerk eromheen. De opdracht die we het college in onze motie geven, is om te streven naar 75% onzelfstandige woningen. De heer VALK (CDA): STIP is ook mede-indiener van de motie van D66 en het CDA, de motie Goed om tafel met belanghebbenden. Komt deze motie, die eigenlijk alweer droomt over de inrichting van de woningen, dan niet eigenlijk veel te vroeg? De heer GOMMERS (STIP): In het stedenbouwkundig plan komen allerlei factoren mee.
Dit is een van de wensen die we daarvoor kunnen meegeven om daar in de toekomst verder te gaan ontwikkelen. De heer TREFFERS (Volt): U zegt: 75% onzelfstandig dan wel STING met een minimumpercentage van 50%. Lees ik het dan goed dat STIP eigenlijk ook tevreden is met 50% STING-woningen in het gebied? Ik wil STIP uitdagen: kunt u aangeven wat er zo belangrijk is aan dat stukje onzelfstandig? Want volgens mij kunnen we het erover eens zijn dat alleen STING niet goed genoeg is om die verbinding te maken. De heer GOMMERS (STIP): We beogen dat mensen in harmonie samenwonen en niet alleen in "legbatterijen'; die term heb ik ooit gehoord en dat vond ik een mooie term. We willen juist zorgen dat iedereen elkaar vindt. 75% is een mooi streefpercentage en 50% is wat we hebben afgesproken in de Woonvisie. Het liefst zien we natuurlijk 100%. Dan de omgeving rondom de woningen. STIP ziet graag dat hier een levendig gebied ontstaat waar mensen elkaar ontmoeten, samen bewegen en sporten. In de Visie Openbare Ruimte zal levendige buitenruimte in het algemeen terugkomen, maar hoe gaat het college ervoor zorgen dat ook dit gebied levendig gaat worden? Kan de wethouder toezeggen dat in het stedenbouwkundig plan een levendige buitenruimte uitgewerkt zal worden? Tot slot het fietspad.
STIP ziet liever dat er gekeken wordt naar een verbinding van de bestaande fietspaden rondom de velden dan dat er verder studies gedaan 27
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
worden naar paden dwars door de velden heen. We zullen dan ook goed luisteren naar het college in het kader van de desbetreffende motie van de VVD. De verkenning heeft veel zorgen bij de verenigingen opgewekt. De documenten met gelikte plaatjes kunnen het gevoel geven dat alle plannen al volledig uitgewerkt zijn, maar dat is nog niet het geval. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): De wens van STIP met betrekking tot studentenwoningbouw is duidelijk, maar Onafhankelijk Delft is benieuwd of STIP ook mogelijkheden ziet om in combinatie met sport naar deze locatie te kijken. Ziet u, heel kort door de bocht, heil in de motie van Onafhankelijk Delft? De heer GOMMERS (STIP): Dat wordt al gedaan: er komt een extra hockeyveld. Het is niet nodig om groepen uit elkaar te drijven. Doen alsof we moeten kiezen tussen sport óf studenten zet mensen onnodig tegenover elkaar en brengt ons beslist niet verder. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik denk dat ik het moet uitleggen. We proberen te verbinden en dus niet om mensen tegen elkaar uit te spelen. Nogmaals dus de vraag of u iets ziet in een bepaalde constructie met - ik noem maar wat - een zaal met woningen erboven.
Vindt u zo'n combinatie of alternatief, dat we nu niet uit de verkenning hebben opgemaakt, niet passend? Ik wijs ook op uw inbreng, het feit dat STIP zo mooi meestemt met de motie van D66 en het feit dat belanghebbenden plannen naar voren hebben gebracht. Kan dat bij jullie nou ergens landen? De heer GOMMERS (STIP): Dit is juist het moment om daarover na te denken en samen te werken. STIP roept de verenigingen en het college op om nu de verbinding samen op te zoeken, want alleen samen komen we verder. De heer TREFFERS (Volt): Reflecterend op het betoog van STIP hoor ik vooral dat de verenigingen geschrokken zijn van de plaatjes. Erkent STIP dat het verkeerd is om een verkenning te doen en in die verkenning niet eens rekening te houden met de belangen van de verenigingen die op dat moment in dat gebied zijn? De heer GOMMERS (STIP): Dat is de reden waarom we de motie mede hebben ingediend. Door de fracties van STIP, GroenLinks, D66, de PvdA en de ChristenUnie wordt motie 7.5.6 (Knus in het Kruithuis) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 22 mei 2025 ter bespreking van de Ruimtelijke Stedenbouwkundige Verkenning naar Studentenhuisvesting gebied rond Sportcluster Kruithuisweg, We stellen vast dat:
28
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
-
in Nederland 62% van de studenten zich eenzaam voelt en deze groep een groot deel van de Delftse 18-24 jarigen betreft; eenzaamheid een sterk negatief effect heeft op mentale en fysieke gezondheid, en de student een gevoelige groep voor eenzaamheid is; onzelfstandige woningen blijvend preventief eenzaamheid tegengaan en in tegenstelling tot studio's bijdraagt aan het welzijn van een student; het college het doel heeft om voor de helft onzelfstandige woningen dan wel STING-woningen te realiseren bij de nieuwbouw van studentenwoningen; twee derde van de studenten samen wil wonen.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -
(recente) nieuwbouwprojecten voor studentenwoningen vooral studio's opleveren; door elders meer onzelfstandig bij te bouwen er weer voorzien kan worden aan de terechte vraag naar onzelfstandige huisvesting; het bouwen van onzelfstandige studentenwoningen een belangrijke maatregel tegen eenzaamheid voor de lange termijn is; de raad eerder heeft aangegeven het een gemeentelijke taak te vinden om te sturen op onzelfstandige studentenhuisvesting die aansluit op de wensen van de huurders, en de fysieke en mentale gezondheid van huurders ten goede komt.
We geven het college opdracht om: -
bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan in te zetten op een streefpercentage van 75% onzelfstandig dan wel STING, met een minimaal percentage van 50%; hierbij de voorkeur voor onzelfstandig aan te houden; de raad, als het definitieve bouwprogramma gereed is, inzicht te geven in de financiële en ruimtelijke effecten van de betreffende woonmix,
en gaan over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: De volgende indiener van een motie is mevrouw Grobben, van Hart voor Delft. Zij hecht eraan om zelf de motie toe te lichten. O, mevrouw De Jongh Swemer neemt dat toch ter hand. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Een kleine toelichting bij de motie: de motie is gemaakt omdat het over sportgrond gaat. Er wordt meer sportgrond ingeruild voor, in dit geval, een azc, maar het gaat over sportgrond. Laten we dat nou gewoon sportgrond laten blijven. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.5.7 (Draagvlak voor azc op het terrein van Fortuna) ingediend:
29
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
"De gemeenteraad van Delft, bijeen in vergadering op 22 mei 2025, ter bespreking van de Verkenning Studentenhuisvesting rond Sportcluster Kruithuisweg; constaterende dat: • • • • •
op het terrein van korfbalvereniging Fortuna vier buitensportvelden liggen; op ongeveer 20 meter afstand van deze velden een azc is gepland; in dit azc alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) van 15 tot 18 jaar gehuisvest zullen worden; deze ontwikkeling tot onrust leidt onder leden van de korfbalvereniging Fortuna; Fortuna geen inspraak heeft gehad in de besluitvorming over de locatie van het azc op haar terrein;
overwegende dat: • • • • • •
in de voorliggende verkenning ook al sportgrond wordt ingeruild voor andere bestemmingen; ook deze ontwikkeling plaatsvindt op grond die bestemd is voor sport; het maatschappelijk belang van veilig en onbelemmerd kunnen sporten onder druk komt te staan; jongens van 15 tot 18 jaar in een kwetsbare positie verkeren en risico lopen op stigmatisering of onterechte beeldvorming wanneer zij dicht naast sportvelden worden geplaatst waar wordt gesport; zowel voor de ama's als voor de sporters een gevoel van onveiligheid of ongemak kan ontstaan; draagvlak en participatie van omwonenden en betrokken organisaties essentieel zijn voor het welslagen van een azc-locatie;
verzoekt het college: • • •
af te zien van de voorgenomen plaatsing van een azc voor alleenstaande minderjarige asielzoekers direct naast de sportvelden van Fortuna; te onderzoeken of de minderjarige alleenstaande asielzoekers kunnen worden gehuisvest op de bestaande azc-locatie aan de Heertjesweg; als dat niet kan samen met het COA te zoeken naar een oplossing waarbij de minderjarigen kunnen worden gehuisvest op of nabij het terrein van volwassen asielzoekers, zodat begeleiding en toezicht gewaarborgd zijn,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik kan het vrij kort houden, want het standpunt dat het CDA van mening is dat de sportverenigingen onvoldoende betrokken zijn en onvoldoende meegenomen zijn bij de verkenning, heeft ons commissielid David Sarkisian uitstekend verwoord in de commissie. Met een steeds verdichtende stad is het belangrijk dat de voorzieningen voor inwoners meegroeien en dus niet zomaar 30
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
verdwijnen voor sociale woningbouw, en dat op een plek waar in de buurt ook nog voldoende terrein braak ligt, zoals Hart voor Delft terecht opmerkte. Daarom is het CDA mede-indiener van de D66-motie Goed om tafel met belanghebbenden. We hebben een vraag over de motie Knus in het Kruithuis van STIP en de andere coalitiepartijen. Jammer dat het concept niet met ons gedeeld was, want we zijn best positief over het STING-concept. Dat hebben we ook bij andere dossiers aangegeven, maar we kregen de motie pas toen die al door vijf partijen ingeleverd was. We hebben een inhoudelijke vraag over de motie: zoals ook uit mijn interruptie bleek, is onze angst dat bij het aannemen van deze motie de uitkomst van het vervolgtraject al vastligt, namelijk: er gaan woningen komen. Als de wethouder deze motie uitlegt als "de raad wil toch woningen op de Kruithuisweg", stemmen we tegen. Als de wethouder expliciet uitsluit dat dat verband er ligt en dat de uitkomst van het vervolgtraject dus ook kan zijn dat er geen enkele woning komt, overwegen wij om met de motie in te stemmen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Ik ga iets nieuws proberen. Mevrouw Kuiken van Hudito overhandigde u zojuist een petitie en zei daarbij dat ze deze week een spoedcursus politiek heeft gekregen. Ik ga kijken of we er een workshop "democratie in de praktijk" van kunnen maken.
Allerlei partijen proberen andere partijen in een hokje te duwen. STIP probeert andere partijen in de mond te leggen dat ze tegen studenten zijn; andere partijen proberen te framen dat andere partijen tegen sporten zijn. Als SP zou ik zeggen dat de tegenstelling vooral is tussen het bestuur van de TU Delft, die geen woningen op de eigen grond wil hebben, en de gemeenschap, die dat wél wil. Maar zo komen we er niet. Er liggen een heleboel moties en verschillende voorstellen. Ik heb zoiets van: kunnen we niet kijken of we een gouden middenweg kunnen vinden? Ik heb de motie al een naam gegeven: De gouden middenweg. Dus geen slappehapmotie van "we denken er nog over na en we gaan nog eens met mensen praten" en zo. Daar gaat het niet om. Ik hoor veel mensen zeggen dat de inspraak niet goed is gegaan. Het gaat er niet om dat de inspraak niet goed is gegaan, maar dat de uitkomst niet goed is. Dat komt omdat er geen goede inspraak was, maar het is niet zo dat het goed is opgelost als we de inspraak gedaan hebben en dan dezelfde oude uitkomst hebben. Dat is natuurlijk niet het geval. Er is natuurlijk veel tekst: "we stellen vast dat …", "overwegende dat". Daar komen we wel uit. Ik heb wat gecopy-pastet. Het gaat om de opdracht om bij het stedenbouwkundig plan de in de verkenning gekozen oplossing niet als basis te nemen, maar de verkenning slechts mee te nemen.
Dat geldt met name voor de inschattingen van het aantal woningen; ik hoorde zojuist ook van STIP dat het vooral daarom gaat. De verkenning stuurt namelijk al erg aan op: hier moet gebouwd worden en hier niet. Daar gaat die verkenning eigenlijk niet om. Neem het dus wat breder. Daarbij moet ook de verkenning van de sportverenigingen worden meegenomen. De Visie Sport en Beweging moet expliciet worden meegenomen als beleidskader bij ruimtelijke vraagstukken wanneer zij sportverenigingen raken; die zin heb ik gewoon gecopy-pastet. Er moet daarbij ook worden gekeken of er nog andere manieren en/of locaties zijn om de gewenste studentenwoningen te verwezenlijken; volgens mij is ook dat een heel redelijk doel. In het proces moeten ook de TU Delft - dat lijkt me logisch - én de sportverenigingen worden betrokken. Zo 31
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
moet tot een voorstel worden gekomen voor het verwezenlijken van studentenwoningen op de campus - hier staat "camping", maar ik denk dat dat "campus" moet zijn - op zo'n manier dat er ook voor sporters genoeg ruimte is. Volgens mij is dit een prima voorstel. Misschien is het nu tijd voor interrupties, vragen, toevoegingen of wat dan ook. Dan kunnen we misschien schorsen. De VOORZITTER: Die interrupties zullen misschien wel komen, maar ik heb een vraag. Wij snakken naar die motie De gouden middenweg, maar ik kan die nergens vinden op het lijstje. Heeft u die al ingediend? De heer VAN DER SLUIS (SP): Nee, die is dus niet ingediend. Het idee is dat men nu nog vragen kan stellen. Dan kunnen we schorsen, dan kunnen we de motie indienen en dan kan er in de tweede termijn op worden gereageerd. Dat is het plan. De VOORZITTER: Dat is een participatief proces in de raad. De heer VAN DER SLUIS (SP): Innovatief! De VOORZITTER: Heerlijk! Ik zie nog geen interrupties of vragen. Blijkbaar bent u klip-en-klaar. O, meneer Analikwu redt de situatie. De heer ANALIKWU (D66): Het zou natuurlijk zonde zijn als het hele experiment van de heer Van der Sluis mislukt omdat niemand interrumpeert, maar ik ben op zoek naar wat precies de meerwaarde, de toegevoegde waarde, is van de motie die hij voorstelt. Misschien helpt het als we de motie straks daadwerkelijk op papier hebben.
U heeft terecht een aantal punten uit onze motie gehaald. Verder wordt daaraan toegevoegd dat we de verkenning zien als een start, als een verkenning, dus als een nog niet afgerond traject, maar dat is volgens mij precies hoe we de verkenning zouden moeten zien. Dat was ook ons verhaal in de commissie. Laten we die discussie niet overdoen en bevestigen met een motie, want het ís ook slechts een verkenning. Volgens mij is dat ook altijd het doel geweest, zodat het participatietraject nu start. Wat voegt de motie dan dus toe? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Complimenten voor deze constructieve poging tot verbinding. Dat vind ik nice, maar er is wel een overlap met andere moties, zoals die van D66 en het CDA. Hoe ziet de SP dat? De heer VALK (CDA): Allereerst complimenten voor de SP voor het zo naar het midden opschuiven. "In het midden vinden we elkaar" zeggen wij altijd. Dat blijkt nu maar weer. Toch een vraag. Als ik goed heb geluisterd, had u het over het aantal woningen dat daar gebouwd gaat worden, maar dat kan dus ook nul zijn; ik mag hopen dat voor de SP ook nul een getal is. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Het gaat niet alleen om deze verkenning. We zien ook in het Actieplan Studentenhuisvesting staan dat we op het sportcluster huizen gaan bouwen.
Ook in het convenant van de TU, bij de vooruitblik van 2025, staat dat we op het sportcluster studentenhuisvesting gaan bouwen. Dan 32
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
zou u uw motie dus moeten uitbreiden in die zin dat er integraal wordt gekeken en dat dus ook het convenant met de TU en het Actieplan Studentenhuisvesting worden aangepast, want overal staat diezelfde zin weer: "we gaan het sportcluster volbouwen met studentenwoningen". De heer VAN DER SLUIS (SP): Er is heel veel overlap, want veel dingen zijn gecopy-pastet. Het grote verschil is wel - dat is het antwoord aan de heer Analikwu dat er heel vaak is gezegd dat die verkenning een verkenning is, maar dat in de verkenning zelf heel duidelijk voor één specifieke oplossing is gekozen. En in alle moties staat niet dat we de verkenning ook als verkenning zien. Zij wordt toch steeds als leidraad genomen. Dat vind ik vervelend. Daarom zijn de aantallen waar ik het over had de aantallen uit de verkenning. Dat is dus niet nul; we halen die aantallen juist uit de verkenning, want dat is blijkbaar mogelijk. Daar wil ik op voortborduren, maar het grote verschil met alle andere voorstellen is dat we datgene wat we hier bespreken, namelijk dat de verkenning slechts een verkenning is, ook op papier zetten. Dat is voor mij het belangrijkste verschil. De VOORZITTER: Ik heb zojuist even wat ruimte voor lange interrupties gegeven vanwege de wat alternatieve aanpak, maar nu is het gewoon weer kort en krachtig.
De heer ANALIKWU (D66): Kunnen we dan ook moties van de SP verwachten waarin staat dat de begroting wordt gezien als de begroting of dat bestemmingsplannen worden gezien als bestemmingsplannen? Waar houdt het dan op? De verkenning is een verkenning. De heer TREFFERS (Volt): Volgens mij is de motie die de SP voorstelt eigenlijk een combinatie van motie 7.5.3 van Onafhankelijk Delft en de motie van D66 en onder andere Volt. Kunt u niet gewoon voor die twee moties stemmen? De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, hoe eenvoudig kan het zijn? De heer VAN DER SLUIS (SP): Als beide moties worden aangenomen, zou ik daar prima mee kunnen leven, maar ik ben bang dat de motie van Hart voor Delft niet wordt aangenomen, terwijl daar een aantal cruciale punten in staan. De motie van D66 zal waarschijnlijk aangenomen worden, maar daar staat niks in. Ik wil dus in het midden uit zien uit te komen door de motie van D66 iets aan te scherpen. Ik ga wat minder ver dan de motie van Hart voor Delft, terwijl ik daar eigenlijk achter zou staan. Dat is het doel. Over "de verkenning is een verkenning": dat is een lastige, maar in de commissie is al uitgebreid besproken dat de verkenning geen verkenning is. Ze hebben eigenlijk één specifiek plan uitgewerkt. Daar hoeven alleen nog maar kleurtjes en grafiekjes bij gevoegd te worden.
Ze hebben ook heel expliciet maar naar één plan gekeken; dat was hun opdracht. Ze hebben niet zo breed kunnen kijken als ze eigenlijk wilden; dat staat ook in de tekst zelf. Daarom: neem het mee, want er staan nuttige dingen in, maar ga niet precies datgene uitvoeren wat daarin staat. Daar gaat het vooral om. 33
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Ik ga aan een tekst sleutelen. Ik denk dat ik aan het eind vraag om een schorsing en dan zal kijken of ik een tekst kan voorleggen waarover we het eens kunnen worden. De VOORZITTER: We wachten in spanning af, meneer Van der Sluis. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik wil graag beginnen met de petitie die we zojuist aangeboden hebben gekregen. Mevrouw Kuiken zei volgens mij heel terecht: wij wilden dit niet doen en het was ook niet leuk. Ik weet dat we al iets van een reflectie hebben gehad in de commissievergadering. Tegelijkertijd lijkt dit mij, met de petitie in onze hand, een goed moment om de wethouder te vragen of hij erop kan reflecteren waarom het - dat is mijn mening - verstandiger was geweest om wél bij de verenigingen te beginnen voordat je zo'n verkenning afmaakt. Binnen dat denkkader heb ik de door onder andere D66 opgestelde motie mede ingediend. Daarin staat heel duidelijk het woordje "cocreatie". Bij het woordje "cocreatie" moet ik misschien benoemen wat dat betekent. Ik ben de definitie kwijt, maar het gaat erom dat het meer is dan participatie. Het gaat om een gelijkwaardige benadering van partners en om samen zoeken naar een optie waar iedereen blij mee kan zijn.
Dat betekent - ik neem het voorbeeld van het fietspad - dat als de verenigingen in zo'n cocreatietraject zeggen dat dat helemaal kan en dat ze daar enkele argumenten voor geven, het college niet wegkomt met "wij denken dat het wel kan". Dat is voor ons de essentie van het woordje "cocreatie". Daarom hoop ik heel erg dat onze motie wordt aangenomen, ook al werd zij zojuist getypeerd als "slapjes". Nee, dat is zij niet, want wij vragen het college om gelijkwaardig met de verenigingen om te gaan. Dat staat in de motie. Als het aan mij ligt - dat heb ik al veel vaker gezegd over veel meer participatietrajecten - heeft het beeld dat wij van de verenigingen aan het eind krijgen, als we de plannen zien en ook zien dat ze nog steeds woest zijn en dat er niet is geluisterd, voor ons heel veel invloed op de afweging of we uiteindelijk akkoord kunnen gaan met het plan. Ik zal de motie van D66 steunen. Ik twijfel nog over de motie van Onafhankelijk Delft en eigenlijk ook over de moties 7.5.1 en 7.5.2. Ik hoop dus heel erg dat het college inderdaad kan aangeven dat er nog niks vaststaat en dat het echt zal luisteren. Ik ga daar eerlijk gezegd ook van uit. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ten eerste ziet mijn partij het belang van sport. Ik ben al jaren woordvoerder Sport en heb ik gezien hoeveel verenigingen betekenen voor onze stad.
Tal van vrijwilligers maken dit mogelijk en dragen bij aan de leefbaarheid. Daarom moeten we dat zeker behouden en zuinig omgaan met onze verenigingen en hun vrijwilligers. In deze verkenning - ik ben het met de SP eens dat dit een verkenning is - is de participatie als onvoldoende ervaren. Dat is altijd zonde. Het is en blijft belangrijk om partijen zo goed mogelijk te betrekken. Er kan absoluut geen sprake zijn van het wegpesten van sportverenigingen, niet ten koste van studentenwoningen maar eigenlijk ook niet ten koste van iets anders. Bestaande grond van sportverenigingen wordt niet afgepakt. Afspraken over uitbreiding worden nagekomen en die uitbreiding vindt plaats. Die is ook hard nodig, want de afgelopen jaren is er fors bezuinigd op de sportverenigingen en is daar gewoon weinig geld heen gegaan. Zij hebben dus een inhaalslagje te maken. 34
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Wensen voor verdere uitbreiding dan benoemd in de reeds bestaande plannen kunnen natuurlijk altijd bestaan. Daarover kan in gesprek worden gegaan. In gesprek gaan met de verenigingen is ook belangrijk voor het uitwerken van deze verkenning. Punten die vanavond zijn ingebracht om mee te nemen in het plan, vinden wij van groot belang. Wij steunen ook de motie over het in gesprek gaan met belanghebbenden bij het uitwerken van deze verkenning tot een plan. Mijn punt in de commissievergadering wil ik nog herhalen. Mogelijk kan omdenken nog. Als grond van de gemeente nu wordt gebruikt voor studentenwoningen, kunnen we mogelijk ook ruimte van de TU gebruiken voor sportvelden. Die mogelijkheid is er misschien. Ik vraag het college om daarop te reageren. De heer VAN DER SLUIS (SP): Mevrouw Janssen heeft het over het uitwerken van de verkenning tot een plan, maar de verkenning is al een plan. Er staat al waar en hoe er gebouwd wordt en welke kant op, terwijl we breder willen kijken. Bent u het niet met mij eens dat we moeten kijken of we breder kunnen kijken dan wat in de verkenning staat en dán een plan moeten maken? Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik ben het met meneer Van der Sluis eens dat die verkenning suboptimaal is en dat we kunnen kijken hoe we die optimaal kunnen verwerken tot een optimaal plan.
Daarbij worden wat mij betreft in optimale omstandigheden alle punten meegenomen die zijn aangedragen in deze vergadering maar ook in eerdere gesprekken met de sportverenigingen en in de eerdere vergaderingen van de commissies R&V en SDW. Daar ben ik dus benieuwd naar. De motie Knus in het Kruishuis hebben wij mede ingediend, ook omdat het belangrijk is om te kijken naar onzelfstandige woningen. Door financiële prikkels, namelijk een hogere huur die mogelijk is als huurtoeslag kan worden gevraagd voor een individuele kamer, worden veel minder onzelfstandige woningen gebouwd voor studenten, terwijl het voor startende studenten juist belangrijk is om samen te wonen en de stad te verkennen. Uiteraard moet de keuze er zijn om ook zelfstandig te wonen, maar er zijn de afgelopen tijd al genoeg zelfstandige woningen gebouwd. Als we alleen zelfstandige units bouwen, neemt de mogelijkheid af om bewust samen te wonen, te leven en te leren. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De PvdA is inderdaad mede-indiener van de motie Knus in het Kruithuis. Interpreteert de PvdA de opdraging aan het college eigenlijk al als de gegeven opdracht om hier definitief woningen te gaan bouwen of staat dat wat de PvdA betreft nog helemaal open? Mevrouw JANSSEN (PvdA): Dat staat wat ons betreft nog open. Wij vinden het belangrijk dat er extra ruimte komt voor studentenwoningen én dat de sport niet wordt weggepest.
Ik noemde zojuist ook de optie om te kijken of er nog ruimte is voor sportvelden op de grond van de TU. Als dat zo is, vind ik het bouwen van woningen op de grond waar we het nu over hebben acceptabeler. Ik zeg niet definitief dat het woningen worden, maar ik zie wel dat extra woningen nodig zijn. Waar die dan precies komen, zie ik graag verder in het plan. 35
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De PvdA heeft het over het eventueel op de TUgrond realiseren van sportvelden, maar waarom worden die studentenwoningen dan niet juist op de TU-grond gerealiseerd? Mevrouw JANSSEN (PvdA): Dat is hetzelfde als wat ik zei in de commissie R&V: ik zeg niet dat het per se zo moet, maar het is wel iets waarover je kan omdenken. Je kan kijken of er misschien ruimte is die daarvoor geschikter is. Ik kan me voorstellen dat er misschien iets meer weerstand is tegen het definitief huisvesten van grote gebouwen met studentenwoningen dan tegen het flexibeler gebruik van ruimte voor sportverenigingen. Ik zeg niet dat het per se zo moet en dat het de beste optie is, maar ik denk dat we ook die optie nog kunnen verkennen. We zijn heel benieuwd naar de reactie van het college op de motie over het fietspad. Tot slot wil ik benadrukken dat we de verkenning goed moeten uitwerken tot een mooi plan, dat we gaan luisteren naar alle punten die zijn ingebracht en dat we ook in gesprek gaan met de belanghebbenden. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie gelooft in de kracht van de samenleving en moedigt het college regelmatig aan om die te gebruiken voor de ontwikkelingen in de stad. Helaas is dit onvoldoende gebeurd in dit traject van de verkenning voor de studentenhuisvesting bij de Kruithuisweg. We zien dit als een gemiste kans.
Hier hebben we het in de commissievergadering uitgebreid over gehad. Ik hou het verder dus kort. De ChristenUnie wil dat de sportverenigingen, de gemeente, de TU Delft en de andere belanghebbenden in de samenwerking een afweging maken waarbij de belangen en de inbreng van alle partijen serieus genomen worden; cocreatie dus. Wij vinden het belangrijk dat hier de tijd voor genomen wordt, zodat de partijen met vertrouwen de verdere ontwikkeling tegemoetgaan. Daarom hebben we met D66 en veel andere partijen de motie Goed om tafel met belanghebbenden mede ingediend. We zien ook de huidige opgave voor studentenhuisvesting in Delft. Het doet geen recht aan deze opgave om dit volledige gebied alleen op basis van de verkenning al af te schrijven. Daarom zullen we niet meestemmen met de moties van Hart voor Delft en de VVD met deze strekking. Tot slot. We zijn voorstander van meer onzelfstandige studentenwoningen en hebben daarom de motie Knus in het Kruithuis van STIP mede ingediend; alvast voorsorterend op de VVD: als er woningen komen vanuit het vervolgtraject. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks benadrukt dat een leefbare stad meer vraagt dan alleen woningen. Ook sportvoorzieningen zijn cruciaal. We staan open voor extra studentenhuisvesting mits dit in goede samenhang gebeurt met andere maatschappelijke functies.
We vinden het dan ook belangrijk dat bij nieuwe plannen voor het sportcluster zorgvuldig overleg plaatsvindt 36
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
met de sportverenigingen en andere betrokkenen. Daarom hebben we de motie Goed om tafel met belanghebbenden mede ingediend. Als er dan woningen komen, dan zijn groepswoningen en collectieve woonvormen waarin studenten samenleven, elkaar ondersteunen en sociale verbinding vinden essentieel voor de leefbaarheid van de stad. Daarom hebben we ook de motie Knus in het Kruithuis mede ingediend. Wat de motie van de VVD betreft: GroenLinks onderschrijft het belang van veiligheid. In het vervolgproces is het daarom belangrijk om goed te kijken hoe het fietspad, op welke manier dan ook, en hopelijk ook een wandelpad worden ingepast. Ik ben blij dat de motie nog is aangepast. De VOORZITTER: We zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn van de raad. Welkom, meneer Jaff, fijn dat u er bent. We zijn weer helemaal op volle sterkte; heel fijn. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Om in sporttermen te blijven: ik doe de aftrap en mijn collega vult aan. Als er twee avonden zoveel mensen op de publieke tribune hebben gezeten die er niet met heel veel leuke vlaggen zitten, maar die een petitie brengen, is er in het proces echt iets verkeerd gegaan. Laten we daar helder over zijn en met elkaar bekijken hoe we dat traject versterken. Ik denk dat we er allemaal - de raad, wij en zeker de sportverenigingen - heel veel energie in steken.
Ik ga terug naar datgene waarbij ik direct betrokken ben; ik start met de sport en ik eindig met de studentenhuisvesting. Voor sport is een strategische visie gemaakt. Uit die strategische visie wordt in de moties van Hart voor Delft geciteerd. Daarin wordt aangegeven dat je rekening moet houden met de groei van je stad en dat die groei van de stad ook gewoon in vierkante meters omgezet moet worden. Met andere woorden: daar houden wij altijd rekening mee. Die visie hield toen nog rekening met ongeveer 140.000 inwoners in onze stad; dat was het startpunt. Dat gaf feitelijk aan dat we 20% tot 30% meer vierkante meters nodig hadden, ongeacht welke sport dan ook. Dat is uiteindelijk vertaald in de investeringsagenda voor sport, die veel concreter is en die u misschien meer kan zien als de strategische lijn. Daarbij was toen al duidelijk dat die groei van de stad minder hard ging, maar ook daarbij is er altijd rekening mee gehouden dat je ervoor moet zorgen dat de sport met je stad mee groeit en ook mee ademt. Daarom heeft u de afgelopen tijd een aantal plannen langs zien komen: de uitplaatsing van Blue Birds, extra velden bij Ring Pass, het extra veld bij Hudito, een tweede sporthal met lichte steun van de gemeente bij Fortuna. Al die dingen hebben wij de afgelopen tijd opgepakt, met als ons perspectief dat de stad groeit en hoe we daar rekening mee houden.
Het is dus natuurlijk niet zo dat we, als we gaan bouwen op de Schieoever, als dat ooit een keer gebeurt, daar zomaar velden neer gaan leggen. We zullen daar wel zorgen dat er gesport kan worden, maar we hebben natuurlijk nog andere plekken in de stad waar we ruimte hebben om de sport een plek te geven. Dat zou op termijn, als dat nodig is, bijvoorbeeld Kerkpolder kunnen zijn. Je ziet dus dat we hier de groei gefaciliteerd hebben van Blue Birds, Ring Pass, Hudito en voor een deel ook van 37
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Fortuna. Inmiddels zijn we ook weer het gesprek met Hudito gestart om te kijken of dat ene extra veld, dat leidt tot vier en een kwart, niet omgezet kan worden naar vier en een half en of we ook nog kunnen kijken naar een mogelijke andere plek van de accommodatie; dat neemt mijn collega verder mee. Dat is de hoofdlijn waarmee we op dit moment aan de slag zijn. De studentenhuisvesting komt straks aan de orde, maar u heeft het Actieplan Studentenhuisvesting gezien. Op termijn zal ook daar op de Schieoever en op andere plekken in de stad plek voor komen, maar ook daar is stagnatie. U heeft als raad heel expliciet gezegd: wij willen dat er ook studentenhuisvesting op de campus komt. Dat zit nu ook in deze plannen. We zijn echt in goede samenhang met de TU met deze planvorming bezig. Uiteindelijk moet de verkenning verder uitgewerkt worden tot het uiteindelijke plan, ook vanuit de vraag: past het allemaal? De andere vraag is de vraag van het CDA: als je zegt dat we 50% onzelfstandig willen - dat mag ook STING zijn - en liefst 75%, als dat echt lukt, is dat dan gelijk een handtekening die betekent dat ze er morgen staan? Dat is natuurlijk nooit zo in een planproces. Je legt daar de programmakant neer, de ambitie die je daar uitvoert. Elk planproces kent zijn eigen obstakels. Kijk naar de Schieoever: het kan een tijdje stilliggen.
Dit kan dus nooit direct vertaald worden in: als we hier ja tegen zeggen, komen ze er uiteindelijk ook. De heer VALK (CDA): Om het scherp te krijgen: de wethouder zegt dat dat niet betekent dat ze er morgen staan; ik neem aan dat "morgen" overdrachtelijk bedoeld wordt. Mijn vraag was of ze er ooit komen te staan, dus in de oneindigheid. Het gaat dus niet om de vraag of ze er morgen, volgend jaar of over twee jaar staan, maar om de vraag of de wethouder uitsluit dat deze motie betekent dat ze er ooit gaan komen. Wethouder SCHREDERHOF: Zoals ik de motie lees, omschrijft zij alleen het programma dat men wenst als er gebouwd wordt op de campus. Dat is wat ze meegeeft. Ik denk dat dit een goede vraag is en dat het ook goed is dat we dat meegeven. Daarmee kan ik geen enkele andere garantie meegeven, want dat zit weer verder in het planproces. Wethouder ZWART: Voorzitter. Dank aan de mensen op de publieke tribune die, in elk geval deels, wéér een avond met ons aan dit onderwerp besteden en daarmee hun belang bij dit onderwerp duidelijk onderschrijven, natuurlijk ook met de petitie. U heeft een heel aantal moties ingediend op dit thema. Een aantal dingen komen in een aantal moties terug. Ik ga ze dus thematisch langs aan de hand van die thema's. Ik begin met waar mijn collega ook mee begon, namelijk de participatie, het proces.
We hebben er in de commissie natuurlijk al best breed bij stilgestaan dat dat beter had gemoeten. Dat hebben wij als college ook erkend en ook al in een brief aan Hudito geschreven. Volt vraag mij of ik daar nog eens op zou willen reflecteren. Dat zal ik een beetje in dezelfde woorden doen als in de commissie: wij hebben echt geleerd dat we in deze verkenning te weinig hebben geluisterd, te weinig hebben gevraagd en te weinig de verenigingen in positie hebben kunnen brengen om hun 38
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
zorgen, hun zaken en misschien ook de kansen die zij zien, aan te geven. U geeft in de voorliggende motie heel duidelijk aan dat u transparant bij het stedenbouwkundig plan in beeld wil hebben wat de belangen van al die verschillende stakeholders zijn, wat de zaken zijn waar het knelt en hoe daarin keuzes zijn gemaakt. Ik vind dat een logische vraag. Dat kunnen wij in het stedenbouwkundig plan inzichtelijk maken. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik ben benieuwd of de wethouder naar aanleiding hiervan ook wijzigingen in het plan gaat aanbrengen of voorziet. Wethouder ZWART: Er is geen plan. We hebben een verkenning gedaan, die laat zien dat woningbouw mogelijk is en dat er op deze plek ontzettend veel uitdagingen zijn. De combinatie van wonen en sport is uitdagend. Dan heb je het over geluid en licht. Wij moeten echt met elkaar bekijken hoe dat kan en of dat goed samen kan gaan. Het is natuurlijk ook best wel een uitdaging om bij de Kruithuisweg een goede woningbouwplek te maken. De verkenning brengt dus in beeld wat die uitdagingen zijn en geeft een eerste beeld: dat zou weleens goed kunnen komen. In het kader van het stedenbouwkundig plan gaan we daar natuurlijk met de verenigingen, dus met elkaar, over in overleg - daar roept u ook toe op - en gaan we ook verder de inhoud in om te kijken we ervoor kunnen zorgen dat dit een fijne, leefbare plek wordt.
Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik ben blij dat de wethouder erkent dat de participatie niet goed gegaan is, maar wat gaat u doen met de 2.243 handtekeningen die zeggen dat er geen woningen op sportgrond worden gebouwd? Legt u die gewoon naast u neer in de zin van: fijn dat u het zei, maar we gaan door? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik wil graag een bevestiging van de wethouder horen: betekent dit dat, als er straks een stedenbouwkundige verkenning komt, zij geenszins lijkt op deze verkenning, die geen plan is? Er is geen plan. Er komt straks dus echt een nieuw plan, dat niet lijkt op deze verkenning. Kunt u dat bevestigen? Wethouder ZWART: De vraag van Hart voor Delft: de petitie nemen we natuurlijk heel serieus. Daarmee geven een heleboel Delftenaren aan dat ze zorgen hebben over deze combinatie van functies. Het ligt natuurlijk aan wat u vanavond besluit: op basis daarvan gaan wij dit proces verder in. Maar als het aan mij ligt, gaan we een goed participatieproces met elkaar in, waarin we de stakeholders - Hudito, Fortuna en alle andere verenigingen die daar zijn - echt vragen en dus ook voor u inzichtelijk maken wat hier hun belangen zijn. Ik wil wel meteen duidelijk maken dat waarschijnlijk geen van ons allen - dat geldt voor ons als gemeente en ook voor de TU Delft en voor de verenigingen - helemaal zijn zin zal krijgen.
Een vraag die in het betoog opkwam, was immers of iedereen aan het eind helemaal tevreden zal zijn met de uitkomst. Dat kan ik u niet beloven. Ik wil u wel toezeggen dat wij onze uiterste best gaan doen voor een goed proces, maar ik kan u natuurlijk niet beloven dat alle wensen van iedereen op dit kleine stukje helemaal in verhouding en helemaal in balans naar voren komen. We gaan daar wel onze uiterste best voor doen; dat kan ik u aangeven.
39
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De tweede vraag was of ik kan bevestigen dat dit stedenbouwkundige plan geenszins lijkt op de verkenning. Nee, dat kan ik niet, want ik weet ook niet hoe dat stedenbouwkundige plan er straks uit gaat zien. Misschien lijkt het wel op de verkenning, maar we hebben dit natuurlijk wel als startpunt. De heer VAN DER SLUIS (SP): De wethouder zegt dat er geen plan is. Vervolgens zegt ze dat er straks wel een plan komt. Dat kan natuurlijk niet lijken op wat er nu ligt. En dan zegt ze: jawel, dat plan kan best wel lijken op wat er nu ligt. Dat betekent dat wat er nu ligt, al het plan is. Iets anders kan ik niet concluderen. Hoe ziet de wethouder dat? De VOORZITTER: Ik geef de wethouder nog één keer de gelegenheid om te reageren, maar dan vraag ik haar om haar betoog te vervolgen. Wethouder ZWART: Wat ik u aangeef, is dat de verkenning een ruimtelijke verkenning is geweest: zou hier de mogelijkheid kunnen zijn van studentenwoningen en, zo ja, wat voor uitdagingen en opgaven brengt dat dan met zich mee? Ik weet niet hoe het stedenbouwkundig plan straks vorm gaat krijgen, want u roept als raad ook op om in een participatief proces daarmee te starten. Het zou dus heel gek zijn als ik nu zou zeggen hoe dat eruit komt te zien. Dat is dus wat ik u aangeef. Een tweede thema dat in veel moties naar voren komt, is de oproep tot een alternatieve locatie.
Ik heb u in de commissie aangegeven dat er op dit moment een ruimtelijke visie loopt voor het Innovatiedistrict Delft. Daarin werken de provincie, de TU, de MRDH en het bedrijfsleven samen met ons om te kijken hoe dat hele gebied - dus Schieoevers én het campusgebied - eruit zou kunnen komen te zien. Een van de onderwerpen die daarin naar voren komen, is studentenhuisvesting. Het kwam hier al naar voren in het debat: ook in de campusvisie van de TU Delft wordt studentenhuisvesting al op verschillende plekken benoemd. De TU Delft zit er tot nu toe ook heel welwillend in om het daarover te hebben. Ten derde is er uiteraard een heel aantal moties die oproepen om deze ontwikkeling te stoppen. Die moties zou ik echt willen ontraden, omdat wij echt ook het belang zien van studentenhuisvesting. Dat is ook een urgente opgave en we gaan onze uiterste best doen om met die opgave deze plek een betere plek te maken. Ten slotte roept de motie van de VVD de raad ertoe op om zich uit te spreken over het fietspad. Als college gaan wij natuurlijk niet over wat u als raad ons meegeeft. Ik wil u wel meegeven dat ik zou zeggen dat u nu eigenlijk te weinig informatie heeft om deze afweging helemaal te maken.
Met de uitwerking van de Kruithuisweg krijgt u het gehele beeld van de mobiliteit in beeld: wat zouden nou alternatieven kunnen zijn voor dat kleine, ook een beetje gevaarlijke fietspad op de Kruithuisweg? Daar komen straks nog meer mensen overheen. Zouden we dat nou beter kunnen doen? Dat is een opgave die nu al loopt en waarvan we u graag een heel beeld willen meegeven: wat zijn daarin de opties, mogelijkheden en onmogelijkheden? Het is tegelijkertijd uiteraard aan u als raad om ons mee te geven hoe u daar, met de informatie die u nu heeft, in staat. 40
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik mag iets zeggen over de motie van Hart voor Delft, hoewel ik niet bij het commissiedebat was. Die motie gaat over de plek van een opvanglocatie voor minderjarige asielzoekers. Dat valt onder mijn portefeuille. Hart voor Delft wil graag dat we stoppen met de voorgenomen plaatsing van die voorziening op de locatie waar we vanavond onder andere over spreken. Het is een kleiner deel daarvan, dat de komende jaren toch nog niet een bestemming vindt en waarover de raad zich volgens mij nog uitvoerig gaat uitspreken. Tot die tijd, tot de planvorming klaar is en je daar gaat bouwen, sporten of iets daartussenin, willen we daar minderjarige asielzoekers huisvesten. Dat moeten we doen op basis van de Spreidingswet. Daar moeten we in ieder geval een plek voor vinden. We hebben de raad begin september 2024 geïnformeerd over deze locatiekeus. Die brief is door de raad besproken. Daarna zijn we met het COA in overleg gegaan. De voorbereidingen om tot de plaatsing te komen, zijn in volle gang. Als wij nu afzien van deze locatie, voldoen wij niet aan de Spreidingswet, die per 1 juli 2025 effectief is. Dat lijkt mij geen goed idee. Wij snappen dat er zorgen zijn bij leden van de sportverenigingen over hoe dit met elkaar matcht. Daar zijn ook gesprekken over. Ik zie ook dat er sportverenigingen zijn die kansen zien en die ons hulp aanbieden.
Daar ben ik ontzettend blij mee. Dus heel kort gezegd ontraden wij deze motie. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik heb een vraag naar aanleiding van de reactie van de wethouder over het fietspad. Ik zag in de stukken "Uitvoeringsagenda Rotterdamseweg" staan, maar hier gaat het over de Kruithuisweg. Zou de wethouder willen toezeggen dat u daarin de zorgen van Hudito - ik kan me voorstellen dat die zorgen ook bij X leven - in ieder geval meeneemt over fietspaden over sportvelden en dat u in de stukken terug laat komen wat daarin de afweging is? Wethouder ZWART: U heeft gelijk: het is de Rotterdamseweg; we hebben het zo vaak over de Kruithuisweg dat dat in een groef in mijn hoofd zit. Ik moet even nagaan hoe dat nu wordt meegenomen. Daar kom ik, als dat oké is, straks op terug. De VOORZITTER: We zijn toe aan de tweede termijn. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Is er behoefte aan een schorsing, zodat we even door de tekst kunnen lopen en ik de motie netjes kan indienen? De VOORZITTER: Vraagt u dat aan de raad of vraagt u om een schorsing? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik vraag u of u daarvoor kunt schorsen. De VOORZITTER: Ja, dat kan natuurlijk. Hoelang wilt u schorsen? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik hoor "tien minuten". Dat is lang. Vijf minuten. De VOORZITTER: Kijk, we gaan heel vlot. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 41
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: De vijf minuten zijn voorbij. Ik zou ook willen zeggen dat we dit niet elke vergadering moeten doen, want de voorbereiding van de moties vindt naar aanleiding van de commissievergadering gewoon voorafgaand aan de raadsvergadering plaats, dus niet tijdens de raadsvergaderingen. Aanpassingen zijn natuurlijk prima, maar het tijdens de raadsvergadering creatief, coproductief en weet ik veel ontwerpen van een hele motie lijkt me minder geslaagd. We beginnen aan de tweede termijn. Die beginnen we bij de heer Van der Sluis, want hij had de schorsing aangevraagd. Meneer Van der Sluis, ik heb al gezegd dat dit een mooi experiment is. Het is mooi om dat één keer mee te maken, maar ik denk dat we voortaan niet meer tijdens de raadsvergadering moties zouden moeten maken. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Er is wat discussie over één zin. Dat is wel een cruciale zin, waar veel discussie over was. Ik denk dat ik de motie indien met mijn oorspronkelijke zin. Dan kunnen we bij het stemmen zien wat eruit komt. Het gaat erom wat een verkenning is en wat je daarmee moet doen. Als ik in de motie zet dat we de verkenning puur als basis nemen en niet als vastomlijnd plan, vinden veel mensen dat lastig, want een verkenning is een verkenning. Dan voeg je dus niks toe, maar als ik kijk naar deze expliciete verkenning … Nou goed, we hebben die discussie al gehad.
Ik hou daarover op. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, ik stel voor dat ik de collega's van andere fracties het woord ga geven. U maakt uw motie dan af. Die komt dan netjes onze richting op. Dan kan de wethouder er ordentelijk op reageren. Dan weten we waar we ja of nee tegen zeggen. Die hygiëne zou ik er nu in willen brengen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Dat is een goed voorstel. Bedankt! De VOORZITTER: Gaat u dus even met uw motie aan de slag. Veel succes! De heer VALK (CDA): Voorzitter. De reactie van de wethouder op de motie Knus in het Kruithuis geeft ons eerlijk gezegd onvoldoende houvast om zeker te weten dat het aannemen van deze motie niet betekent dat er sowieso woningen gaan komen. Misschien voelt de wethouder dus toch de behoefte om dat goed toe te lichten. Anders gaan wij tegenstemmen. De heer ANALIKWU (D66): Ik dacht in het antwoord van de wethouder eigenlijk juist precies te horen waar het CDA naar op zoek was, namelijk dat de motie zegt: als er gebouwd wordt, zou dit het programma moeten zijn. Is dat niet precies wat het CDA nodig heeft? D66 interpreteert de motie in ieder geval zo. De heer VALK (CDA): Het zit heel erg in de betekenis van het woordje "als". Als dat "wanneer" betekent - zo hoor ik het antwoord van de wethouder - wordt dit het uitgangspunt, maar het gaat erom dat er wel of niet wordt gebouwd.
Als dat de betekenis van het woordje "als" is, is het duidelijk. Maar laten we het gewoon horen van de wethouder. Het belangrijke is eigenlijk - ik moet het zorgvuldig formuleren dat de motie niet automatisch betekent dat er gebouwd gaat worden. 42
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Wij interpreteren de motie Knus in het Kruithuis echt zo: als er woningen komen, willen we graag onzelfstandige woningen. Ik ben blij dat ik in de beantwoording door de wethouder hoorde dat de sportverenigingen hulp aanbieden voor het azc dat er komt. Dat vind ik heel mooi. Wat de motie van de SP betreft: als het belangrijkste punt is dat de verkenning geen verkenning is, vinden we het lastig om de motie te steunen. De andere punten vind ik wel interessant. Ik wil de SP vragen om dan voor de motie van D66 en het CDA te stemmen, want die dekt de lading beter. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Met betrekking tot de motie Geen fietspad over de middenlijn wil ik toch nog scherp van de wethouder horen wat er in de visie van het college misgaat als we voor die motie stemmen. Ik fiets regelmatig over het fietspad zoals dat er nu bij ligt. Het is niet fijn, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat het een verbetering is om tussen sportvelden door te fietsen. Ik snap dat we nog niet alle informatie hebben, maar er moet wel heel wat tegenover staan willen we nu deze uitspraak niet kunnen doen. Met deze uitspraak zeggen we ook niet dat het er op geen enkele manier kan komen. Het is gewoon: er moet een goed verhaal tegenover staan. Ik ben dus op zoek naar dat goede verhaal.
Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Ik weet niet of dit het goede moment is om die discussie te voeren. Ik kan me voorstellen dat het misschien slimmer is om het daarover te hebben bij de Mobiliteitsvisie of inderdaad bij de uitwerking van het plan. Ik onderschrijf het veiligheidspunt en ik vind ook dat daarop goed gelet moet worden, maar of de route anders moet lopen … Ik wil de route onder de Kruithuisweg en ook de route die aansluit bij het fietspad echt integraler bekijken dan alleen op dit punt. Wat vindt D66 daarvan? De VOORZITTER: De heer Analikwu heeft geen behoefte om daarop te reageren. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik wil de partijen eigenlijk alleen meegeven om goed na te denken over wat voor signaal dit is. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. De wethouder is mij nog een antwoord schuldig op de vraag of de bezwaren van Hudito meegenomen worden bij de verdere verkenning naar het fietspad. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. In de eerste termijn heb ik het niet over de motie over het azc gehad. Ik ben dankbaar voor het antwoord van de wethouder. Het is belangrijk dat we aan de Spreidingswet voldoen. Het plan bestaat al lang en het is ook goed dat er hulp wordt aangeboden door de sportverenigingen.
Het is goed om te horen dat het college inziet dat de participatie beter had gekund en dat het daarmee aan de slag gaat voor het vervolgtraject. We hopen dat het college dat ook bij andere trajecten zal doen in de termijn die het college nog rest. 43
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Heel kort vanwege de tijd: ik heb enorm genoten van het politieke experimentje van zojuist. Misschien hadden we het een week eerder kunnen doen. Dan hadden we de motie nu iets beter kunnen overwegen. Voor de rest ben ik, zoals het net leek, wel tevreden met de uitkomst. We kunnen er misschien dus voor stemmen. Ik heb een vraag aan de wethouder over de motie van Onafhankelijk Delft over het niet zetten van onomkeerbare stappen: dat gaan we toch sowieso niet doen en waarom kunnen we dan niet gewoon voor die motie stemmen? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. We hebben met een timmermansoog gekeken naar de locaties die ook mogelijk zijn zonder dat het sportcluster wordt volgebouwd. We hebben met het oog op de Spreidingswet ook met een timmermansoog gezien dat ook op andere locaties dan bij sportvereniging Fortuna een azc kan worden neergezet. Dat heeft dus niets met de Spreidingswet te maken. Gewoon op een andere locatie; dat is ons pleidooi. Ten slotte: denk inderdaad goed na voordat je een besluit neemt waardoor de sportverenigingen toch het idee hebben dat er een soort zwaard van Damocles boven hun hoofd komt te hangen. De VOORZITTER: De schijnwerpers gaan weer terug op de heer Van der Sluis. Hoe staat het ermee, meneer Van der Sluis? De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Wij dienen dus een nieuwe motie in.
Die heeft de griffie zojuist ontvangen. Ik hoop dat de griffie de motie kan printen en vermeerderen en aan de wethouder kan geven, zodat die de motie kan lezen. Verder wil ik kort iets zeggen over de STING-woningen. Afgelopen week stond er een brief in de Volkskrant over gezamenlijke woningen voor studenten. Wij willen dat heel graag. Misschien moeten we er een andere keer eens over nadenken om als raad, als stad, een brief naar de minister te sturen om te kijken of ze hier misschien maatregelen voor kan treffen, want volgens mij is het gewoon een fout in de wet die gerepareerd moet worden. Door de fractie van de SP wordt motie 7.5.8 (De gouden middenweg) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van 22 mei 2025 bij de bespreking van het agendapunt Ruimtelijke stedenbouwkundige verkenning naar studentenhuisvesting gebied rond sportcluster Kruithuisweg. We stellen vast dat: •
de gemeente en de TU Delft een stedenbouwkundige verkenning hebben laten uitwerken voor het toevoegen van studentenwoningen op de campus;
44
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
• •
een aantal sportverenigingen een eigen verkenning hebben gemaakt om te onderzoeken wat er mogelijk is; de missie van de Visie Sport en Bewegen nadruk legt op een stad met 'een gezonde leefstijl, met een passend voorzieningenniveau, met een beweegvriendelijke inrichting van de stad en met vitale 'open' verenigingen, die maatschappelijk actief zijn';
overwegende dat: • • •
de uitvoerders van de verkenning van de gemeente en de TU Delft een beperkte opdracht hebben gekregen waardoor verschillende opties niet verkend zijn; de verkenning aanstuurt op een specifieke oplossing voor het gebied; het bestuur van de TU Delft meerdere malen heeft aangegeven en vastgelegd dat ook de TU Delft een rol heeft als het gaat om het bouwen van studentenwoningen;
draagt het college op om: •
• • • • • • •
bij het stedenbouwkundig plan de gekozen oplossing in de verkenning niet als vaste basis te nemen, maar deze verkenning slechts mee te nemen, met name de inschattingen van het aantal woningen en andere punten die in de verkenning worden besproken; bij de ontwikkeling van het stedenbouwkundige plan ook het alternatieve plan van de sportverenigingen mee te nemen; de Visie Sport en Bewegen expliciet mee te nemen als beleidskader bij ruimtelijke vraagstukken wanneer deze sportverenigingen raken; daarbij ook te kijken of er ook nog andere manieren en/of locaties zijn om de gewenste studentenwoningen te verwezenlijken; in cocreatie met belanghebbenden het participatieproces vorm te geven; zo tot een voorstel te komen voor het verwezenlijken van studentenwoningen op de campus; ook rekening te houden met mogelijke (geluids- en licht)overlast over en weer en daar oplossingen voor te verzinnen; waar nodig ook andere beleidsstukken aan te passen, mocht dat nodig blijken na het aanpassen van het stedenbouwkundige plan,
en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Ik vraag de wethouder om alvast met de beantwoording te beginnen. Intussen wordt de motie uitgedeeld. Aan het eind van de rit kunt u de motie dan tot u nemen. Wethouder Schrederhof van Wonen en Sport begint. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Volgens mij heb ik twee vragen gekregen. De ene vraag beantwoord ik half; daar gaat mijn collega verder op in. De eerste vraag is nog steeds de vraag van het CDA. In de tekst van de motie staat geen 45
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
enkele verwijzing naar deze locatie, behalve in de aanhef. Volgens mij moet u de motie ook zo lezen. Het is een programma dat voorgesteld wordt. Nogmaals, ik zie geen verwijzing naar de locatie; of ik heb daaroverheen gelezen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Het staat in de voetnoot van een van de opdragingen. Ik beschouw het daarmee wel degelijk als onderdeel van de tekst van deze motie. Wethouder SCHREDERHOF: Dan vul ik mijn reactie even aan: dit is natuurlijk nooit het besluit om dat te gaan bouwen. Daar moet nog een heel traject omheen. Dit is wat als programma meegegeven is voor de locatie, maar er is daarmee geen enkele garantie of de woningen er ook komen; dat gaat mijn collega verder uitzoeken. De andere vraag is de vraag van Hart voor Delft, die een beetje hangt op de vraag of we straks voldoende in beeld hebben wat we nog aan sport moeten bouwen in deze stad en een plek moeten geven. Ik heb net uitgelegd dat in onze visie op sport en in onze investeringsagenda voor sport wel degelijk rekening wordt gehouden met groei, die we nu al op deze plek faciliteren met echt een ander volume verwacht inwoneraantal in 2040-2050 dan het volume dat aan de start werd verwacht. Wij gaan er dus van uit dat zeker op de Schieoever niet ook nog grote velden zullen komen, maar wel degelijk wellicht pleintjes waar goed kan worden gesport. Wethouder ZWART: Voorzitter.
Een paar vragen voor mij, ten eerste de vraag van de ChristenUnie om een toezegging over het fietspad. Ik had u gewoon niet helemaal goed begrepen; excuses daarvoor. Ik kan inderdaad toezeggen dat de zorgen van de verenigingen worden meegenomen in die uitwerking van de Rotterdamseweg, omdat dat natuurlijk heel veel te maken heeft met hoe die alternatieven eruit kunnen zien. D66 vroeg met betrekking tot dezelfde motie wat er misgaat als de raad die motie aanneemt. Ik vind het meer een overweging voor u dat u nog helemaal niet de informatie over deze opgave heeft. Het lijkt me nu dus voorbarig om daar besluiten over te nemen. Het is dus niet om inhoudelijke redenen maar meer om procesmatige redenen dat het me goed lijkt dat een raad op basis van informatie keuzes maakt. De VOORZITTER: Ik benut dit moment om te zeggen dat de motie van de SP inmiddels op het RIS staat, ondertekend en wel. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De wethouder geeft aan dat we nu nog niet alle informatie hebben om een goed besluit te nemen, maar daarom hebben we de opdraging juist aangepast. We nemen immers inderdaad geen besluit, maar we kunnen wel kaders en wensen meegeven voor de vervolgstappen. Daarmee komt de motietekst volgens mij dus prima tegemoet aan het standpunt van het college.
Wethouder ZWART: Zoals ik al eerder aangaf, is het aan u als raad om met de informatie die u nu heeft, ons daarover dingen mee te geven. Daarmee ontraad ik de motie dus niet. Ik vind het meer aan u als raad om daarover nu een keuze te maken. 46
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Dan de motie van de SP. Ik moet zeggen dat het wel heel erg last minute is om daar zo op te kunnen reageren. Ik ga de verschillende delen langs, want er zitten wel een paar ingewikkelde dingen in. Bij de eerste opdraging vraagt u om de verkenning helemaal niet als basis mee te nemen. We hebben de verkenning natuurlijk niet helemaal voor niks gedaan. Het idee is wel om iets met die verkenning te doen, al is het maar om de uitdagingen aan te pakken die in de verkenning staan. Bij de tweede gaat het om het alternatieve plan van de sportverenigingen. Hudito heeft een alternatief plan neergelegd om dat mee te nemen in de verkenning. Dat kunnen we doen, maar met een maar. U heeft ons immers al een heleboel kaders meegegeven, waardoor we deze verkenning ook zijn gestart. In de investeringsagenda voor sport staat onder andere dat het terrein van Blue Birds een andere bestemming krijgt. We moeten dus wel bij de kaders blijven waarmee u ons al eerder op pad gestuurd heeft. Dus ja, we kunnen goed naar dat plan kijken en kijken welke elementen binnen die kaders passen, maar ten aanzien van het helemaal overnemen daarvan wil ik de verwachtingen temperen. Bij de laatste bullet staat: "waar nodig ook andere beleidsstukken aan te passen, mocht dat nodig blijken". Het is vaak andersom: we hebben beleid en op basis daarvan gaan we stedenbouwkundige plannen maken.
Als het andersom is, zijn we over 30 jaar nog niet met een gebiedsontwikkeling gestart. Ook die opdraging is volgens mij ingewikkeld in de processtappen. De VOORZITTER: Ik kijk rond: kan ik de beraadslaging sluiten? De heer TREFFERS (Volt): Een vraag aan meneer Van der Sluis. Het komt misschien ook door het korte proces, maar de laatste opdraging maakt het voor ons ingewikkeld. Zouden we die misschien kunnen schrappen of zijn de onderhandelingen voor u klaar? De heer VAN DER SLUIS (SP): Kan dat, die laatste opdraging nog schrappen? Dat vraag ik aan u, voorzitter. De VOORZITTER: Het is uw motie. Wat mij betreft mag u dat dus schrappen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Dan schrap ik die laatste opdracht gewoon. De VOORZITTER: Ik denk wel dat we dit eens gaan evalueren met z'n allen, maar de laatste opdracht gaat er nu uit. Dames en heren, de laatste bullet is bij dezen verwijderd. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. We gaan stemmen. In stemming komt motie 7.5.1 (Bezint eer ge begint; geen woningen op het sportcluster) van Hart voor Delft, de SP en de VVD. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij vallen af door het eerste dictum, want dat is wel heel erg rigoureus. Dat sluit woningbouw in de toekomst op elke sportlocatie immers per definitie uit in heel Delft.