CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

De Staal vastgesteld 1 Toelichting Regels en Bijlagen Regels

Commissie Ruimte en Verkeer 2 december 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake bestemmingsplan De Staal (nr. 2146882)37.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Voor een uitgebreide uitleg van mogelijkheden kan worden verwezen naar de 'richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces' van het Hoogheemraadschap van Delfland. Te vinden via richtlijn-vasthoudmaatregelen (hhdelfland.nl). Bij voorkeur vindt compensatie plaats door het realiseren van extra oppervlaktewater. Indien het voor een ontwikkeling niet mogelijk is om compensatie in oppervlaktewater te realiseren, kan ook worden gekozen voor het treffen van vasthoudmaatregelen ter compensatie van versnelde afvoer van hemelwater. Het principe is daarbij vasthouden- bergen- afvoeren. Toename van verhard oppervlak zorgt ervoor dat regenwater minder gemakkelijk in de bodem kan infiltreren en versneld wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of rioolstelsel. In combinatie met toenemende extreme neerslag door klimaatverandering kan dit voor overlast zorgen.

Indien wordt gekozen voor het treffen van vasthoudmaatregelen is het belangrijk dat deze goed functioneert en ook op lange termijn betrouwbaar is. De maatregelen dienen dus effectief te zijn en blijven. In de specifieke gebruiksregel is gekozen voor de term effectief beschikbaar, omdat er meerdere mogelijkheden zijn voor het treffen van vasthoudmaatregelen. Om te bewerkstelligen dat vasthoudmaatregelen worden getroffen die functioneel en effectief zijn en voldoen aan de huidige maar ook de toekomstige richtlijnen van het hoogheemraadschap, is voor een flexibele maar dekkende term gekozen.

64

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal Een aantal relevante voorwaarden hierbij is o.a.:  De waterberging is niet eerder dan in 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar  Het in stand houden van bergingscapaciteit op lange termijn (beheer en onderhoud).  De bergingscapaciteit moet het hele jaar door beschikbaar zijn met uitzondering van de ledigingstijd  Minimaal het te compenseren oppervlak voert hemelwater af via de voorziening Voorbeelden van maatregelen zijn; aanleg van groene daken of kratten die een overschot aan hemelwater opvangen. Het idee is en blijft; water vasthouden/ bergen/ afvoeren. Uiteraard zijn meerdere maatregelen mogelijk, mits de essentie en het doel van vasthoudmaatregelen in acht worden genomen. Woongebied De bestemming 'Woongebied' is van toepassing op de ontwikkeling van een groot deel van de geplande woningen. De blokken 1 (grachtenwoningen) en 2 (herenhuizen) zijn het meest flexibel bestemd door het opnemen van een groot bouwvlak met bebouwingspercentage en maximale hoogtemaat. Het bieden van flexibiliteit is hier mogelijk door de grotere afstand tot omliggende bebouwing en de Staalweg door het water waarmee beide blokken worden omringd. In de bestemming is ook wegverkeer toegestaan om de woningen te ontsluiten en de aansluiting op de omringende wegen mogelijk te maken.

De overige bouwvlakken zijn veelal strakker rond de beoogde bebouwing getrokken met een flexibiliteitsmarge van 1-2 meter. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak en binnen de op de verbeelding aangegeven hoogtematen toegestaan. Buiten het bouwvlak mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd. De ruimte buiten het bouwvlak kan worden benut voor bijbehorende voorzieningen zoals verblijfs- en verkeersvoorzieningen, groen en water. Het maximum aantal woningen is zowel vastgelegd binnen de bouwvlakken als binnen het totale plangebied. Ten behoeve van de flexibiliteit is de optelsom van het maximum aantal woningen binnen de verschillende bouwvlakken groter dan het maximum aantal woningen voor het totale plangebied. Binnen het totale plangebied zijn maximaal 346 woningen, waaronder twee groeps(zorg)woningen met maximaal 8 eenheden toegestaan. Binnen enkele bouwblokken zijn ook andere functies toegestaan. Deze zijn aangeduid met de functieaanduidingen. Op de eerste twee bouwlagen van de toren zijn bedrijven, dienstverlening, kantoren en/of horeca toegestaan. De maximale oppervlakte van deze functies bedraagt 2.500 m2 waarbij de maximale bedrijfsvloeroppervlakte kantoren 1.000 m2 mag bedragen en de maximale bedrijfsvloeroppervlakte aan horeca 300 m2. Ter plaatse van blok 3 zijn maatschappelijke functies, en op de eerste bouwlaag toegestaan.

De oppervlakte van deze functies is voor blok 3 gelimiteerd tot 150 m2. Daarnaast zijn binnen blok 3 ook zorgwoningen met bijbehorende voorzieningen toegestaan. Dit kunnen ook groepswoningen zijn, waar onder begeleiding en met gemeenschappelijke voorzieningen wordt gewoond. De maximaal toelaatbare bouwhoogte van gebouwen is op de verbeelding opgenomen. In deze bestemming en in de bestemming 'Gemengd' worden de relevante regels vanuit het Stap-3 Besluit Interimwet Stad- & Milieubenadering ook opgenomen, zodat de compenserende maatregelen uit de Interimwet geborgd zijn in het bestemmingsplan. Daarnaast bevat deze bestemming regels ten aanzien van gasloos bouwen voor niet-woonfuncties Leiding - Hoogspanning Aan de oostzijde van het plangebied ligt een ondergrondse hoogspanningsverbinding. De belangen, verbonden aan deze leiding, zijn in de regels beschermd via de bestemming 'Leiding - Hoogspanning'. Op grond van deze bestemming is voor activiteiten waarbij gegraven wordt, zoals bouwen en een aantal specifiek genoemde werken en werkzaamheden, een omgevingsvergunning nodig. Het verlenen van de omgevingsvergunning is slechts mogelijk indien de belangen (veiligheid) van de leiding niet onevenredig worden geschaad. Waarde - Archeologie Deze bestemming is toegekend aan het hele plangebied. Ten behoeve van de dubbelbestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen mogen slechts onder voorwaarden worden gebouwd. Daarnaast is voor diverse werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig. Een archeologisch rapport is in de regeling opgenomen als indieningsvereiste bij de aanvraag om omgevingsvergunning ten behoeve van bouwen dan wel aanleggen. Overigens is voor een deel van de gronden dit onderzoek al (volledig) uitgevoerd, maar dit zal bij omgevingsvergunning worden bekrachtigd.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

65

bestemmingsplan De Staal Waterstaat - Waterkering In het plangebied komt een waterkering voor. Hiervoor is de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' opgenomen. Het uitvoeren van werken en werkzaamheden of het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de andere voor die gronden geldende bestemmingen zijn slechts toelaatbaar met een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend als de waterkeringsbelangen hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint advies in bij de beheerder van de waterkering, voordat zij beslist op het verzoek om een omgevingsvergunning. Aangezien het plan voorziet in een verlegging van de waterkering is het nieuwe tracé ook vastgelegd op de verbeelding en geborgd via de regels. 5.2.3 Algemene regels Antidubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die gelden voor alle gebouwen binnen het plangebied. Deze regels gelden naast de overige regels in het plangebied. In de algemene bouwregels is opgenomen dat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd indien voorzien wordt in voldoende parkeerruimte ten behoeve van het parkeren of stallen en laden en lossen.

Ten aanzien van de klimaatopgave is, zoals hiervoor onder Water aangegeven, in de algemene bouwregels een voorwaardelijke verpichting opgenomen ten aanzien van de instandhouding en compensatie van de waterberging in het plangebied. Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. In lid 13.1 is aangegeven welk gebruik in ieder geval verboden is en in lid 13.2 welk gebruik hieronder niet wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre en in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels ingeval van geringe afwijkingen van de bouwregels. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Dit artikel bevat de overgangsregels met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. Slotregel Hierin is de naam van het bestemmingsplan opgenomen.

66

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor particuliere ontwikkelingen. De projecten richten zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten worden gedekt uit de opbrengst van de verkoop /verhuur van woningen en bedrijfsruimten. In de exploitatie is tevens rekening gehouden met de kosten voor bodemsanering. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Dit geldt ook voor eventuele planschade. In de anterieure overeenkomst is opgenomen dat deze kosten voor rekening komen van de ontwikkelaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier zijn doorlopen. Participatie Door de initiatiefnemer is gesproken met alle partijen die momenteel in het plangebied zijn gevestigd. Daarnaast is door de initiatiefnemer op 8 juli 2020 een inloopdag en -avond georganiseerd voor buurtbewoners. De geïnteresseerden zijn tijdens deze bijeenkomst geïnformeerd over de plannen voor de beoogde ontwikkeling. Naar aanleiding van de participatie is er een nieuwsbrief aan de geïnteresseerden toegestuurd. Deze is opgenomen als bijlage 20. Vooroverleg Voorafgaand aan het wettelijk vooroverleg is overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap van Delfland. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het concept-ontwerpbestemmingsplan op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de gebruikelijke overlegpartners van de gemeente Delft. De uitkomsten hiervan hebben op een aantal punten geleid tot wijzigingen in het plan. Het concept-ontwerp bestemmingsplan is gestuurd naar de volgende overlegpartners: 1. Rijkswaterstaat; 2. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; 3. Provincie Zuid-Holland; 4. Veiligheidsregio Haaglanden; 5. GGD Haaglanden; 6. Hoogheemraadschap van Delfland; 7. Gemeentebestuur Pijnacker-Nootdorp 8. KPN; 9.

Evides Waterbedrijf; 10. Tennet Zuid-Holland; 11. Nederlandse Gasunie; 12. Stedin; 13. Pipeline Control; 14. Stichting DUWO;

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

67

bestemmingsplan De Staal 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21.

Vidomes; Woonbron Delft; Vestia Delft; MKB Delft; VNO-NCW Delft; KHN Delft; BOB Delft.

De volgende instanties hebben niet gereageerd op het concept-ontwerp bestemmingsplan: 1. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; 2. Vestia Delft; 3. Evides Waterbdrijf; 4. Steding; 5. Stichting DUWO; 6. Vidomes; 7. Woonbron Delft; 8. MKB Delft; 9. VNO-NCW Delft; 10. KHN Delft; 11. BOB Delft; 12. Gemeentebestuur Pijnacker-Nootdorp. De volgende instanties hebben een reacties gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan: 1. Rijkswaterstaat; 2. Provincie Zuid-Holland; 3. Hoogheemraadschap Delfland; 4. KPN 5. Tennet Zuid-Holland; 6. Nederlandse Gasunie; 7. Pipeline Control; 8. Veiligheidsregio Haaglanden; 9. GGD Haaglanden. De ingekomen overlegreacties zijn hieronder samengevat en beantwoord. 1. Rijkswaterstaat Samenvatting 1.1. Mobiliteit Rijkswaterstaat verlangt dat bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen een analyse wordt opgesteld van de verkeersintensiteiten waarbij de verkeerseffecten van het plan op de (aansluiting van) rijksweg ‘A13’ in beeld worden gebracht. De ontwikkelingen die uw plan mogelijk maakt, vallen hieronder. Daarom dient de genoemde analyse aanwezig te zijn, maar deze ontbreekt.

Ik verzoek u een mobiliteitsparagraaf op te nemen in uw bestemmingsplan waarin u inzicht geeft in: de mobiliteit die wordt gegenereerd, de gevolgen voor de rijkswegen, de ontsluiting (openbaar vervoer, wegen), de consequenties van de verkeerstoename op de aansluitingen van de rijkswegen, de te treffen maatregelen om de bereikbaarheid te garanderen en om bereikbaarheidsproblemen in de omgeving te beheersen en de financiële haalbaarheid van die maatregelen en hoe de realisering hiervan is geborgd. Bovendien gaat de verkeersanalyse (bijlage 10) uit van 282 woningen, dit strookt niet met het akoestisch onderzoek waarin maximaal 330 woningen worden toegestaan.

68

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal Antwoord Conform het verzoek van de Rijkswaterstaat is het onderzoek aangepast en is mobiliteitsparagraaf aangevuld. Conclusie Deze reactie heeft geleid tot aanpassing van de toelichting. 1.2. Geluid Samenvatting Ik verzoek u om met Rijkswaterstaat in overleg te treden inzake het opstellen van de nadere onderbouwing voor het Stap-3 besluit en andere afstemming. Antwoord Het Stap3 besluit kent een afzonderlijk traject. In het kader van dat project heeft er in september een overleg plaatsgevonden met de betrokken partners, waaronder Rijkswaterstaat, om het plan toe te lichten. Tijdens dit overleg heeft de Rijkswaterstaat de gemeente gewezen op de aanpak met betrekking tot verhogen en verlengen van de geluidschermen langs de A13 in het kader van de uitvoering van MJPG-maatregelen (MeerJarenPlanGeluid). Naar aanleiding hiervan is de ontwikkelaar gevraagd om in gesprek te gaan met de Rijkswaterstaat en onderzoek te doen naar mogelijke mee-koppelmaatregelen. Conclusie Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. 2. Provincie Zuid-Holland Samenvatting De provincie heeft verzocht het concept-ontwerpbestemmingsplan te willen ontvangen. De provincie was in de veronderstelling dat de bestemming ‘ commercieel’ betrekking had op ‘detailhandel’. Dat is niet het geval. Geen andere opmerkingen op het plan ontvangen.

Antwoord Ter kennisname aangenomen, zonder deze van een nadere reactie te voorzien. Conclusie Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. 3. Hoogheemraadschap Delfland (HHD) HHD heeft een informele reactie ingediend die als een formele reactie wordt meegenomen. 3.1. Watercompensatie Samenvatting HHD geeft aan de ontwikkeling resulteert in een waterbergingsopgave van 683 m3/ha plangebied. Delfland heeft de voorkeur voor compensatie in oppervlaktewater, maar voor de extra opgave vanuit klimaatadaptatie zijn vasthoudmaatregelen bespreekbaar. Aanleg en instandhouding van vasthoudmaatregelen moet in de planregels worden geborgd. Antwoord Aanleg en instandhouding van vasthoudmaatregelen is geborgd in de planregels, zie hiervoor artikel 12.4. Conclusie Conform het verzoek van HHD wordt de waterbergingsopgaven 683 m3/ ha plangebied. Daarnaast wordt de aanleg en instandhouding van vasthoudmaatregelen in de planregels geborgd. 3.2. Verleggen waterkering Samenvatting Het plan kan doorgang vinden mits de regionale waterkering wordt verlegd conform de nog te verkrijgen watervergunning. Mocht er onverhoopt een verandering in plannen plaatsvinden dan dient de dubbelbestemming waterstaat waterkering op de verbeelding te worden aangepast. De legger en de keur van Delfland zijn hierbij leidend, werken in de leggerzonering is niet toegestaan zonder watervergunning.

Antwoord Ter kennisname aangenomen. Conclusie De reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

69

bestemmingsplan De Staal 3.3. Waterkwaliteit Samenvatting Het creëren van natuurvriendelijke oevers is wel wenselijk en kan bijdragen aan de omgevingskwaliteit. Er bestaat echter in dit gebied een risico op instroom en ophoping van kroos vanuit de Schie. Delfland adviseert om maatregelen te onderzoeken om instroom van kroos te beperken. Antwoord Op advies van het HHD is gekeken naar mogelijkheden om instroom van kroos te voorkomen. Een drijfbalk lijkt is in dit geval de meest voor de hand liggende oplossing. Dit is een drijvende balk die het drijvende vuil en kroos tegenhoudt. De keerzijde is echter dat het niet helpt tegen kroos achter het balk. Bovendien blokkeert een dergelijke balk de vaarroute naar de Staalhaven. Naar aanleiding hiervan is contact geweest met HHD om dit nader te bespreken. Geconstateerd is dat een drijfbalk geen optimale oplossing biedt. Het HHD heeft bevestigd dat een maatregel als een drijfbalk geen oplossing is en dat er weinig te doen is aan kroos. Dit is een groter aandachtspunt dan alleen bij deze ontwikkeling en dé oplossing hiervoor is er niet. Conclusie De reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. 3.4. Tekstueel Samenvatting Tot slot heeft Delfland tekstuele opmerkingen geplaatst. Antwoord Conform het voorstel worden de tekstuele opmerkingen overgenomen. Conclusie De reactie heef wel geleid tot aanpassing van het plan 4.

KPN Samenvatting KPN heeft aangegeven dat het plan consequenties kan hebben voor de huidige infrastructuur van KPN, ook voor de omliggende woningen en bedrijven. KPN stelt voor om in gesprek te blijven over de nadere uitwerking van het plan. KPN verzoekt om voor de planontwikkelingen gegevens op te vragen bij de KLIC om de aanwezige kabels en leidingen in de ondergrond in beeld te brengen. Antwoord De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het bouwrijp maken van het plangebied. Het is dan ook aan de ontwikkelaar om het gesprek aan te gaan met KPN. KPN heeft te kennen gegeven dat er geen straalpaden meet van kracht zijn en dat er vrij kan worden gebouwd. Conclusie De reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan en leidt ook niet tot onuitvoerbaarheid van het plan. 5. Tennet 5.1 belemmerde strook Samenvatting Het is niet goed te bepalen of de belemmerde strook juist is opgenomen. Het is onduidelijk of de sloot ten oosten van het plangebied behouden blijft of gedempt gaat worden. Antwoord De betreffende sloot ten oosten van het plangebied wordt aan die zijde niet gedempt. Het geen betekent dat daar ook niet zal worden gebouwd. De belemmerde strook van 7 meter wordt in acht genomen en is dan ook juist opgenomen op de verbeelding. De verbeelding is echter wel aangepast. De functieaanduiding specifieke vorm van groen-talud is duidelijke aangegeven.

Conclusie De reactie heeft geleid tot aanpassing van het plan.

70

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal 5.2 bestemming ‘ groen’ Samenvatting Daarnaast geeft Tennet aan dat de regels met betrekking tot de bestemming ‘ groen ’ een talud van 6 meter hoog toestaan, oplopend vanaf het kabelbed. Volgens Tennet kan dit van invloed zijn op de zetting van de grond, wat negatieve gevolgen kan hebben voor de levensduur en everingszekerheid van de kabels. Daarnaast wordt ook de bereikbaarheid bemoeilijkt. Antwoord Ten aanzien van de bestemming ‘ groen’ en het toegestane talud geldt dat de ontwikkelaar voor nadere afstemming contact heeft gehad met Tennet. Dit uitvoering van het talud zal – indien nodig- worden voorgelegd aan Tennet. De aanduiding is verplaatst tot aan de westzijde van de sloot en de kabel ligt aan de oostzijde daarvan. Conclusie De reactie heeft geleid tot aanpassing van het plan. 6. Nederlandse Gasunie Samenvatting Het plan is getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen zoals bepaald in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Hieruit is gebleken dat het plangebied buiten het 1% letaliteitsgrens van de dichts bij gelegen leiding valt. Deze leiding heeft dan ook geen invloed op de verdere planontwikkeling. Antwoord De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het plan. 7.

Pipeline Control Samenvatting Binnen het plangebied liggen geen kabels en/of leidingen welke in het beheer is van Pipeline. Antwoord De reactie is ter kennisgeving aangenomen. Conclusie De reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan. 8. Veiligheidsregio Haaglanden Samenvatting Vanwege de aanwezigheid van de transportroute gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A13 is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Gezien de afstand van deze risicobron tot het plangebied wordt als gevolg van de ontwikkeling een geringe toename van het groepsrisico (van 0,531 naar 0,566) verwacht. De Veiligheidsregio adviseert om in de objecten een voorziening te plaatsen zodat de ventilatie met en eenvoudige handeling kan worden uitgeschakeld om zo de gevolgen bij het vrijkomen van giftige stoffen te beperken. Daarnaast adviseert de Veiligheidsregio een vluchtweg te realiseren vanuit de objecten richting de omgeving in een afgekeerde zijde van de A13. Verder adviseert de Veiligheidsregio om het personeel, de begeleiding en/of BHV-organisatie voor te bereiden op incidenten met gevaarlijke stoffen. Tot slot adviseert de Veiligheidsregio om bewoners en vaste gebruikers binnen het invloedsgebied te informeren over de verschillende risico’s en gevaren van het transport van gevaarlijke stoffen.

Antwoord Het plan is aangevuld met de verantwoording van het groepsrisico in de toelichting van het BP? Voor het overige geldt dat de reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. De adviezen van de Veiligheidsregio hebben geen betrekking op het bestemmingsplan, maar op maatregelen die bij e bouw kunnen worden getroffen (ventilatievoorzieningen en het informeren van bewoners). Conform het advies van de Veiligheidsregio worden de maatregelen die niet passen binnen het estemmingsplan doorgezet naar andere afdelingen binnen de gemeente zodat deze maatregelen binnen andere ruimtelijke procedures of door andere disciplines van de gemeente worden geborgd. Conclusie Deze reactie leidt tot aanvulling van het plan met betrekking tot verantwoording van het groepsrisico. bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

71

bestemmingsplan De Staal 9. GGD Haaglanden De locatie De GGD adviseert deze locatie niet te bestemmen voor woningbouw. De gemeente Delft onderschrijft de argumenten die de GGD geeft, zowel voor als tegen het gebruik van deze locatie. De gemeente maakt daarin echter een andere afweging. Doorslaggevend is de enorme behoefte aan nieuwe woningen in de Delft en de regio en de wens het groene buitengebied daarbij zoveel mogelijk te ontzien. 9.1 Toelichting Samenvatting GGD Haaglanden vraagt aandacht voor het aspect windhinder. Het is onduidelijk hoe het realiseren van een acceptabel windklimaat in het plan wordt geregeld. Antwoord In het kader van het plan is er een windhinderonderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat er geen sprake is van windgevaar dan wel gevaarlijke situaties. In het grootste deel van het gebied is het windklimaat goed (klasse A comfortabel), dat geldt zeker voor de verblijfsgebieden. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het plan 9.2 Klimaatadaptatie Samenvatting Daarnaast vraagt GGD Haaglanden aandacht voor klimaatadaptatie. In het plan wordt hier weinig aandacht aan besteed. Antwoord Het gebied is op dit moment voor het grootste gedeelte verhard, alleen langs de Staalweg zijn op dit moment bomen aanwezig. In het gebied wordt nieuw oppervlaktewater gerealiseerd dat in verbinding staat met de boezem.

Dit water zal voor verkoeling in het gebied zorgen. Ook de groene wal langs de A13 zal een verkoelend effect hebben. Ten opzichte van de bestaande situatie zal er verbetering optreden. Dit is vooral voor de bestaande woningen in de omgeving relevant. Met de ontwikkelaar worden gesprekken gevoerd voor het toepassen van maatregelen op woningniveau zoals groene daken, gevelgroen en daktuinen. Conclusie De reactie leidt tot aanpassing van de toelichting 9.3 Geluid Tot slot verzoekt GGD om onderstaande passage met betrekking tot het aspect geluid toe te voegen. ‘ Geluid is na luchtverontreiniging de milieufactor met de tweede grootste ziektelast in Nederland. De belangrijkste gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid in de woonomgeving zijn (ernstige) hinder en (ernstige) slaapverstoring. Hinder kan al optreden vanaf geluidsniveaus van 40 dB en is ook afhankelijk van het soort geluid en de context van het geluid. Bij een geluidbelasting van meer dan 60 dB neemt het risico op hart- en vaatziekten aantoonbar toe. Blootstelling aan geluid kan ook leiden tot een verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen.

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in een recent advies sterk aanbevolen om geluidniveaus als gevolg van wegverkeer terug te brengen tot beneden 53 dB.’ In aanvulling daarop verzoeken wij om in de rapportage de volgende aspecten toe te voegen:  Neem ook de cumulatieve geluidbelasting op in de tabellen,  Besteed ook expliciet aandacht aan de nachtelijke geluidbelasting (Lnight) vanuit de verschillende bronnen, i.v.m. slaapverstoring. Antwoord Het vertrekpunt bij projecten in de gemeente Delft is voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Gezien het feit dat de gemeente Delft, in navolging van de provincie, de afweging heeft gemaakt binnenstedelijk te verdichten is het onvermijdelijk dat op geluidbelaste locaties gebouwd wordt. De Staal is één van deze locaties. Om de geluidsbelasting te beperken is onder andere de wal parallel aan de A13 opgenomen. Bij de geluidsbelasting zoals die nu is opgenomen in het voorontwerp is nog geen rekening gehouden met maatregelen bij de ontvanger. De reden hiervoor is da deze maatregelen momenteel worden uitgewerkt. Te denken aan bijvoorbeeld een vliesgevels, loggia’s, dove gevels, suskasten etc. Voor de toren is al een pakket maatregelen ontwikkeld dat de geluidsbelasting fors reduceert.

Ook voor de overige woningen in het gebied wordt onderzocht welke maatregelen op woningniveau genomen kunnen worden om de geluidsbelasting bij de te openen delen te beperken. Doel hiervan is dat bij elke woning bij een aantal (slaap-) kamers een raam (of ander geveldeel)

72

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal geopend kan worden waarbij de geluidsbelasting aan de voorkeursgrenswaarde voldoet. In de nadere uitwerking zal de geluidsbelasting en de te nemen maatregelen uitgebreid worden toegelicht. Gezien de ligging van het plangebied en daarmee de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de A13 kan niet worden voldaan aan de wettelijke grenswaarde voor wegverkeerslawaai zoals vastgelegd in de Wet Geluidhinder. Dit volgt uit het akoestisch onderzoek dat ten behoeve van deze ontwikkeling is uitgevoerd. Naar aanleiding daarvan is in het kader van de Wet geluidhinder onderzoek gedaan naar geluidreducerende maatregelen en de effecten daarvan. Gebleken is dat het niet mogelijk om de gewenste ontwikkeling met toepassing van geluidreducerende maatregelen zodanig te reduceren dat wordt voldaan aan de Wgh. De Interimwet Stad- en Milieubenadering biedt onder voorwaarden mogelijkheden om af te wijken van de wettelijke grenswaarden. In dat kader is nader onderzoek gedaan naar maatregelen. In het Stap 3 besluit worden de onderzochte oplossingen en de effecten nader toegelicht. Te denken aan bijvoorbeeld de indeling van woningen; om deze zo veel mogelijk aan de minder belaste zijde te realiseren dan wel maatregelen met betrekking tot geluidwering of compenserende maatregelen zodat sprake is van een aanvaardbare akoestische situatie.

Al vanaf het begin is geluid een aandachtspunt; in de stedenbouwkundige opzet is rekening gehouden met de akoestische situatie zodat een deel van de woningen beschikt over een geluidluwe gevel. Daarnaast zal op gebouw- en woningniveau maatregelen worden getroffen om geluidhinder te beperken. Ten aanzien van de overige twee punten:  De gecumuleerde geluidsbelasting is opgenomen in de tabellen  Een regulier Wgh-onderzoek is niet geschikt voor het aspect de nachtelijke geluidbelasting (Lnight) vanuit de verschillende bronnen. Dit zou meer een geschikte exercitie kunnen zijn voor bijvoorbeeld een Milieueffectrapportage. Conclusie De reactie heeft geleid tot aanpassing van de toelichting. 9.4 Regels Samenvatting GGD Haaglanden doet onderstaande voorstellen om in de planregels op te nemen: 1. Vestiging van scholen en voorzieningen voor kinderopvang uit te sluiten vanwege de afstand van de locatie tot de A13; 2. Binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla rondom een ondergrondse hoogspanningsverbindingen zijn geen gevoelige activiteiten toegestaan; 3. Bij de aanleg van nieuwe en het verleggen van bestaande ondergrondse hoogspanningsverbindingen wordt ervoor zorg gedragen dat binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla geen gevoelige activiteiten zijn gelegen. 4. Het opnemen van een beperking van het maximaal percentage verharding van percelen. Antwoord 1.

De gemeente Delft De gemeente Delft is zich bewust van het Besluit gevoelige bestemmingen waarop de reactie is gebaseerd. De ontwikkeling bevindt zich binnen 300 meter van de Rijksweg A13 en binnen 50 meter van de grote doorgaande weg Oostpoortweg. Conform het Besluit gevoelige bestemmingen is bij het ontbreken van een (dreigende) normoverschrijding geen sprake van een bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek is gebleken dat er geen sprake is van een dreigende normoverschrijding. Daarmee is er ook geen sprake van een bouwverbod voor gevoelige bestemmingen. Conform het advies van GGD Haaglanden wordt het vestigen van scholen en voorzieningen voor kinderopvang uitgesloten in het plan. 2. De GGD Haaglanden refereert in haar reactie op het concept voorontwerp bestemmingsplan aan het advies van de Gezondheidsraad (2018). In de periode 2018/2019 is het voorzorgbeleid voor magneetvelden als gevolg van bovengrondse hoogspanningsleidingen geëvalueerd door het ministerie van EZK (Economische Zaken en Klimaat), samen met de ministeries van IenW (Infrastructuur en Waterstaat), BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties), gemeenten, provincies en netbeheerders. Op basis van uitgevoerde onderzoeken is in juni 2019 door Co Verdaas een advies (Advies Voorzorgbeleid Hoogspanning & Gezondheid) opgesteld over het voorzorgbeleid.

Dit advies is gevoegd bij de Kamerbrief van 1 oktober 2019 DGKE/19215327 van Minister Wiebes aan de Tweede Kamer. 3. Het advies van Co Verdaas benoemt specifiek dat de waarde van 0,4 microtesla geen te hanteren waarde is. Over de exacte afstand van de 0,4 microtesla bij ondergrondse leidingen bestaan bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

73

bestemmingsplan De Staal verschillende, slechts indicatieve inzichten. Conform het advies van Co Verdaas draagt het schrappen van deze waarde bij aan een redelijke en proportionele afwegingen per situatie. De inzet moet zich richten op ALARA (As Low As Reasonable Archievable, ofwel redelijke, haalbare maatregelen die er zo optimaal mogelijk aan bijdragen de magneetveldsterkte op plaatsen waar mensen verblijven zo klein mogelijk te maken). Vaststelling van deze ALARA maatregelen gebeurt in overleg met stakeholders en zou in 2020 moeten plaatsvinden en vervolgens via een Ministeriele Regeling gekoppeld en geborgd moeten worden in de Omgevingswet. Deze maatregelen zijn thans is ontwikkeling. De RIVM-rapportage ‘ Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM 2009, rapport 609300011/2009; A. Dusseldorp, M.J.M. Pruppers, J.F.B. Bolte, A.E.M. Franssen, N.M. van Kuijeren), geeft (beperkte) informatie over de te hanteren afstand tot een ondergrondse leiding. In dit rapport staan resultaten van verkennende metingen die uitgevoerd zijn aan een vier 150 kV ondergrondse kabels in Nederland. De gemeten afstanden voor de veldsterkte van 0,4 microtesla ten op zichte van de ondergrondse 150 kV kabel zijn 6 meter (bij een vermogen van 280 MVA), 15 meter (bij 200 MVA) en 25 meter (bij 535 MVA).

Volgens de webkaart hoogspanningesnet.com heeft de ondergrondse hoogspanningskabel bij de Staal een vermogen van 300 MVA. Naar verwachting zal de afstand waarop de (conform de GGD te hanteren waarde van ) 0,4 microtesla kan optreden, kleiner dan 20 meter zijn. Ondanks dat er geen wettelijke eis is, wordt het vestigen van scholen en kinderdagverblijven uitgesloten. Dit sluit aan bij het voorzorgprincipe. Het advies van de GGD wordt hiermee vertaald naar een concrete regel met betrekking tot gevoelige bestemmingen voor kinderen. Dit is tevens conform de gedachte achter de- eerder genoemde- Kamerbrief van 1 oktober 2019. Bron: webkaart.hogspanningsnet.com, geraadpleegd op 26 oktober 2020

3. Zie antwoord op punt 2. 4. Volgens de gemeente Delft is het niet noodzakelijk om een beperking van het maximaal percentage verharding van de percelen op te nemen in het bestemmingsplan. Eventuele gevolgen van klimaatverandering zijn ondervangen in de planregels door een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Conclusie De reactie heeft geleid tot aanpassing van het plan.

74

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal Zienswijze Na het wettelijk vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan en het Stap 3 besluit gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Binnen deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en beantwoord in de nota zienswijzen die deel uitmaakt van het bestemmingplan. Naar aanleiding van één van de zienswijzen is de hoogteregeling op de verbeelding deels aangepast. Vaststelling Het bestemmingsplan is vervolgens gewijzigd vastgesteld. Een overzicht van de wijzigingen is gevoegd bij het raadsbesluit. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

75

bestemmingsplan De Staal

76

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

Regels

bestemmingsplan De Staal

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan De Staal met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0072-2001 van de gemeente Delft; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw op de begane grond dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan-huis-gebonden-beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met een woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.9 balkon open buitenruimte met balustrade uitkragend aan de verdieping van het

aangrenzend hoofdgebouw; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingsgebied achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw; 1.12 bebouwingspercentage de oppervlakte van de bebouwing, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.13 bedrijf een bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen, vervaardigen, herstellen en/of opslaan van producten, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, hotel en horeca; 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 Bevi-inrichtingen bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.17 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.18 bijbehorende voorzieningen voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming zoals parkeren, afvalvoorzieningen, groen, water, waterberging, ontsluitingswegen, bruggen, duikers, kades, taluds of beschoeiingen;

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

123

bestemmingsplan De Staal 1.19 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak zoals aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen; 1.20 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel opzicht ten dienste staat van de in het bijbehorende hoofdgebouw toegelaten functies en in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, tenzij sprake is van huisvesting in verband met mantelzorg; 1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.23 bouwlaag een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kelder en kap; 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond

verbonden is, hetzij direct op indirect steun vindt op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.28 burgemeester en wethouders het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft; 1.29 bvo (brutovloeroppervlak) het totale gebouwde vloeroppervlak, exclusief parkeervoorzieningen; 1.30 consumentenvuurwerk vuurwerk voor particulier gebruik; 1.31 cultuurhistorische waarden de aan een bouwwerk, gebied of element toegekende waarde in verband met ouderdom, gaafheid, zeldzaamheid of herkenbaarheid vanuit historisch oogpunt; 1.32 dakopbouw een geheel of gedeeltelijk toegevoegde bouwlaag op een gebouw boven goothoogte; 1.33 dakterras een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een aan- of uitbouw voorzien van een afscheiding; 1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35 dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met rechtstreeks contact met het publiek, zoals bijvoorbeeld kapsalons, reisbureaus, bankfilialen, detacheringsbureaus, flexibele werkplekken, copyshops en 3D printservices, niet zijnde kantoren en detailhandel;

124

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal 1.36 ecologische voorzieningen voorzieningen ten behoeve van de bescherming van fauna, zoals faunarasters, -duikers of bomen ten behoeve van vliegroutes 1.37 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.38 erker een uitbouw aan de voorgevel van een hoofdgebouw; 1.39 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.40 groen dak een dakbedekking waarop een plantaardige laag is aangebracht bijvoorbeeld in vorm van mos, sedum of gras. 1.41 groepswoning een samengestelde woning, bestaande uit maximaal 8 units met elk één bewoner die samenleven en gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoners met een geïndiceerde zorgbehoefte.

1.42 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.43 Hoogheemraadschap het Hoogheemraadschap van Delfland; 1.44 horeca een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van drank- en/of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, waaronder in ieder geval worden verstaan café's, restaurants, lunchrooms, snackbars en hiermee gelijk te stellen inrichtingen of bedrijven met uitsluiting van hotels en discotheken; 1.45 hoofdrijbaan een rijbaan die in belangrijke mate is bestemd voor doorgaand (auto)verkeer; 1.46 hoogtescheidingslijn een op de verbeelding binnen een bestemmingsvlak aangegeven lijn waarmee de scheiding tussen twee binnen dat bouwvlak aangegeven hoogteaanduidingen wordt weergegeven; 1.47 hoogspanningsleiding een elektriciteitsleiding die wordt gebruikt voor het vervoer van elektriciteit onder hoge spanning over grote afstanden; 1.48 huishouden een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen met een zekere mate van onderlinge verbondenheid die binnen een complex van ruimte gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree.

1.49 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; 1.50 kantoor een bedrijf dat niet of slechts in ondergeschikte mate op het publiek gericht is en dat zich richt op administratieve, adviserende of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden; 1.51 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning of een daarbij behorend bouwwerk door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of omgevingsvergunningplicht op grond van art. 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsvergunning geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

125

bestemmingsplan De Staal 1.52 kunstwerken voortbrengsels van de beeldende kunsten en bouwwerken waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals sluizen, tunnels, bruggen, viaducten enzovoort; 1.53 kwetsbare objecten objecten zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.54 laad- en losvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is, onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, zoals parkeerplaatsen voor laden en lossen.

Uitgezonderd zijn het incidenteel laden en lossen van goederen met gebruikmaking van personenauto's; 1.55 Lijst van Bedrijfstypen de Lijst van Bedrijfstypen die onderdeel uitmaakt van deze regels; 1.56 Lijst van Horeca-activiteiten de Lijst van Horeca-activiteiten die onderdeel uitmaakt van deze regels; 1.57 maaiveld de gemiddelde hoogte van het uiteindelijke aansluitende afgewerkte terrein; 1.58 maatschappelijke voorzieningen het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder gezondheidszorg, zorg en welzijn, religie, bibliotheken, openbare dienstverlening en verenigingsleven met uitsluiting van ziekenhuizen, scholen, kinderopvang, uitvaart/begraafplaatsen, gevangeniswezen en defensie/militaire zaken; 1.59 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, openbare toiletten en apparatuur voor telecommunicatie; 1.60 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.61 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk

is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.62 parkeervoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het parkeren, zoals parkeerplaatsen en de daarbij behorende in- en uitritten; 1.63 parkeren een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen; 1.64 peil  voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;  in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van wegen in de directe omgeving, niet zijde de Rijksweg A13 inclusief op en afritten; 1.65 risicovolle inrichting een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.66 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden;

126

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal 1.67 stikstofdepositie neerslag van stikstofverbindingen uit de lucht op een oppervlakte, uitgedrukt in mol per hectare per jaar; 1.68 talud een hellend vlak of glooiing van een aarden wal; 1.69 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.70 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding; 1.71 zorgwoning een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

127

bestemmingsplan De Staal

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstanden afstanden worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras wordt gemeten vanaf de bovenkant van de bebouwing waarop de voorziening is geplaatst.

128

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven; b. dienstverlening; c. maatschappelijke voorzieningen; d. wonen, aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis met dien verstande dat wonen niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten'; e. parkeergarage; f. fietsenstallingen; g. nutsvoorzieningen; h. groen- ecologische zones; i. ecologische voorzieningen; j. bijbehorende voorzieningen; waarbij geldt dat: k. het maximale bruto vloeroppervlak (bvo) voor de in lid 3.1 a tot en met c genoemde functies 3.700 m2 bedraagt. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwwerken, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken binnen het bouwvlak gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepalingen: a. het maximum aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bedraagt ten hoogste het aangeduide aantal; b. het totaal aantal woningen binnen het plangebied mag niet meer bedragen dan 346, waaronder maximaal twee groepswoningen. c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; d. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'groen dak' zijn groene taluds toegelaten en mogen gebouwen uitsluitend worden gebouwd indien deze worden voorzien van een groen dak, dat in stand wordt gehouden; e.

bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd. f. kelders en souterrains zijn toegestaan; g. balkons en dakterrassen zijn toegestaan; h. voor het overige zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken buiten het bouwvlak gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepaling: a. er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting verlegging waterkering Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan slecht worden verleend nadat de aanleg en instandhouding van de waterkering ter plaatse van de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering is geborgd.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

129

bestemmingsplan De Staal 3.2.4 Voorwaardelijke verplichting geluid Een omgevingsvergunning voor het bouwen van functies zoals genoemd in 3.1 sub d kan slechts worden verleend als is aangetoond dat er wordt voldaan aan: a. de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder dan wel de vastgestelde hogere waarden, zoals opgenomen in bijlage 3; b. de prestatie eisen zoals vastgelegd in de toolbox geluidmaatregelen. 3.3 Nadere eisen a. Voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met een hoogte van 30 meter of meer verleend kan worden, dient door de aanvrager een windhinderonderzoek te worden overgelegd. Dit onderzoek moet inzicht bieden in de mogelijke gevolgen van windhinder in de omgeving van het gebouw en de eventueel daaruit voortvloeiende te nemen maatregelen en/of aan te leggen voorzieningen. b. Het bevoegd gezag kan ter voorkoming van onevenredige windhinder en/of windgevaar nadere eisen stellen met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter ter voorkoming of beperking van windhinder indien het in het vorige lid bedoelde onderzoek daartoe aanleiding geeft.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Milieucategorie Bedrijven zijn uitsluitend toegestaan voorzover zij behoren tot categorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfstypen; 3.4.2 Aan-huis-gebonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis Aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn toegestaan, voor zover het bvo ten behoeve van kantoor- en/of praktijkruimten en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 40% van het bvo van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen. 3.4.3 Verticale bestemming a. Ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten op de eerste 2 bouwlagen' zijn de functies zoals genoemd in artikel 3.1 sub d, uitgesloten op de eerste twee bouwlagen. b. Ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' zijn de functies zoals genoemd in artikel 3.1 sub d niet toegestaan. 3.4.4 Gebruiksverbod Niet toegestaan zijn: a. activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als vergunningplichtige inrichting; b. nieuwe activiteiten die genoemd zijn in onderdeel C en onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage, in de gevallen als genoemd in kolom 2 van die onderdelen, c.

activiteiten die op grond van in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; d. het gebruik van gronden en bouwwerken, zodanig dat er sprake is van een significant effect op een Natura 2000-gebied door een toename van stikstofdepositie. Er is sprake van een toename wanneer de stikstofdepositie als gevolg van de stikstofemissie meer bedraagt dan de stikstofdepositie ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige legale gebruik van de gronden en bouwwerken; e. Bevi-inrichtingen; f. de opslag en/of verkoop van consumentenvuurwerk; g. seksinrichtingen.

130

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 3.4.1 om functies uit categorie 3.1 van de Lijst van bedrijfstypen toe te laten; b. het bepaalde in lid 3.4.1 om bedrijven toe te laten die niet genoemd worden in de Lijst van bedrijfstypen. c. het bepaalde in lid 3.4.4 sub d in die zin dat gronden en bouwwerken zodanig worden gebruikt dat een significant effect op een Natura 2000-gebied ontstaat door stikstofdepositie, mits hiervoor een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag. 3.5.2 Voorwaarden afwijken Het bevoegd gezag past de in lid 3.5.1, sub a en b bedoelde afwijkingsbevoegdheid toe indien deze naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot categorie 1 of 2 en indien de kwaliteit van leefomgeving niet nadelig wordt beïnvloed.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

131

bestemmingsplan De Staal

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en groenstructuren; b. water; c. natuurvriendelijke oevers; d. ecologische voorzieningen; e. langzaam verkeersroutes; f. nutsvoorzieningen; g. parkeerplaatsen; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - talud' voor een gebouwd talud; i. bijbehorende voorzieningen, waaronder speelvoorzieningen en kunstwerken. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepalingen: a. de hoogte van gebouwde taluds ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - talud' bedraagt ten hoogste 6 meter gemeten vanaf het oorspronkelijke maaiveld; b. voor het overige zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.

132

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal

Artikel 5

Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en andere verblijfs- en verkeersvoorzieningen; b. groenvoorzieningen; c. water, bruggen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging; d. nutsvoorzieningen; e. kunstwerken; f. laad- en losvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepalingen: a. leidingen zijn uitsluitend onder maaiveld toegestaan; b. voor het overige zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 9 m. c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - duiker' moet worden voorzien in een duiker ter verbinding van de aangrenzende watergangen.

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

133

bestemmingsplan De Staal

Artikel 6

Water

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de waterhuishouding in samenhang met waterrecreatie; b. voorzieningen zoals bruggen, duikers, kades, taluds en beschoeiingen; c. natuurvriendelijke oevers; d. ecologische voorzieningen; e. groen; f. nutsvoorzieningen; g. kunstwerken. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepalingen: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; b. steigers ten behoeve van de toegang tot naastgelegen gronden mogen een maximum bouwhoogte van 4 m en een minimale bouwhoogte van 0,2 m ten opzichte van het waterpeil hebben.

134

bestemmingsplan "De Staal" (vastgesteld)

bestemmingsplan De Staal

Artikel 7

Woongebied

Artikel 7 Woongebied 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1': tevens bedrijven, dienstverlening, kantoren en/of horeca; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2': tevens maatschappelijke voorzieningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning': zorgwoningen waaronder maximaal twee groepswoningen met bijbehorende voorzieningen; e. wegen en andere verblijfs- en verkeersvoorzieningen; f. toegang tot parkeergarage; g. laad- en losvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. ecologische voorzieningen; j. bijbehorende voorzieningen. waarbij geldt dat: k. het maximale bruto vloeroppervlak (bvo) voor de in lid 7.1 sub b genoemde functies 2.500 m2 bedraagt, met dien verstande dat: 1. de maximale bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) kantoren 1.000 m2 bedraagt; 2. de maximale bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) horeca 300 m2 bedraagt; l. het maximale bruto vloeroppervlak (bvo) voor de in lid 7.1 sub c genoemde functies 150 m2 bedraagt. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Bouwwerken, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken binnen het bouwvlak gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepalingen: a.

het maximum aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' ten hoogste het aangeduide aantal; b. het totaal aantal woningen binnen het plangebied mag niet meer bedragen dan 346, waaronder maximaal twee groepswoningen. c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag de totale oppervlakte van alle gebouwen niet groter zijn dan het aangegeven percentage; e. bouwwerken worden gasloos gerealiseerd, met dien verstande dat geen gasaansluitingen worden aangelegd. f. kelders en souterrains zijn toegestaan; g. balkons en dakterrassen zijn toegestaan; h. voor het overige zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. 7.2.2 Parkeervoorzieningen De bouwhoogte van gebouwde parkeervoorzieningen mag maximaal 7 m bedragen. 7.2.3 Bouwwerken, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken buiten het bouwvlak gelden de regels van artikel 12 en de volgende bepaling: a. er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. b. in afwijking van lid a mogen fietsenstallingen op het achtererfgebied worden gerealiseerd met een maximale bouwhoogte 3 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10837541/1