CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-notulen van de gemeenteraadsvergadering van 29 januari 2026

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 29 januari 202644.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

fantastisch, maar de vraag is of we dit als overheid moeten doen. Ik ga dus nog even kauwen, ook op het antwoord dat we hierop gaan krijgen en de tweede termijn. Ook over het amendement van de VVD twijfelen we nog een beetje. Uit de mondelinge toelichting die ik vooraf kreeg, begreep ik dat de motie in ieder geval uitvoerbaar is voor het college. De vraag is of dat zo is en of er geen dingen in staan waar we spijt gaan krijgen als we die gaan doen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De afgelopen jaren heeft de ChristenUnie zich vaker uitgesproken als voorstander van meer circulaire bouw, bijvoorbeeld bij het masterplan voor de Kop van Buitenhof. We zijn er dan ook een groot voorstander van dat via dit beleid circulair bouwen in heel Delft de norm wordt. Hiermee sluiten we ons ook aan bij een bewezen initiatief, Het Nieuwe Normaal. Wij vinden dat circulair bouwen toegankelijker moet worden, want hoe groter de schaal, hoe lager de uiteindelijke kosten. We hebben wel een beetje twijfel over het amendement en wat meer twijfel bij de moties. We zijn dus benieuwd naar de reacties van de wethouder. De twijfel over het amendement zit in de vraag of dat niet toch een beetje een rem zou kunnen zetten op circulair bouwen, maar we wachten graag het antwoord van de wethouder af. Wethouder ZWART: Voorzitter.

Ik ga gewoon de moties en het amendement langs, want we hebben hier in de commissie al een heel mooi debat over gehad. Laten we dat niet overdoen. Ten eerste het amendement van de VVD. De vraag was of dit amendement uitvoerbaar is. Ja, dat is uitvoerbaar. De tweede vraag was of het college hier enthousiast over is. Nee, niet per se. Dat komt door het eerste deel, want deze bouwstandaard hebben we opgewerkt met bouwbedrijven in de stad en we hebben gecheckt of wat hier staat duidelijk is. De angst van de VVD of voor iedereen duidelijk is dat het niet gaat om publiekrechtelijke wetgeving maar om een standaard die vooral privaatrechtelijk werkt, is dus niet terecht, want dat is duidelijk. In die zin is deel 1 overbodig. Deel 2 van het amendement is best interessant. Om heel eerlijk te zijn, waren wij al van plan om zoiets bij u neer te leggen, maar als u als raad zegt dat u dit gewoon zwart-op-wit wilt, dan kan dat en zou ik dat eventueel ook toe kunnen zeggen als u dat in meerderheid interessant vindt. Dan de motie van Volt, de motie Circulariteit realistisch, maar ambitieus waar mogelijk. Ik kan mij goed vinden in de reactie van het CDA, want ook ik vind dit best een ingewikkelde motie om te lezen. Er zitten twee dingen in. Ten eerste moet circulariteit zwaar en expliciet meegewogen worden. Daarmee geef je als raad een beetje ambitie aan hoe we deze standaard kunnen inzetten.

Het tweede deel van de motie gaat daarentegen in tegen het beleid dat we met deze standaard uitvoeren. Wij willen namelijk sturen op doelen en niet per se op maatregelen. De interruptie van GroenLinks daarover klopt dus: dit is eigenlijk een tegengestelde richting ten opzichte van hoe we met dit beleid sturen. Daar ben ik dus minder enthousiast over. Daarmee wil ik Volt namens het college ook echt aangeven - ik heb dat in de commissie al benadrukt - dat dit beleid echt bedoeld is voor de bouwers die met circulair bouwen aan de slag willen maar die de vraag hebben: hoe dan en wat vindt de gemeente Delft "circulair"? We werken natuurlijk mee met projecten die 68

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

ambitieuzer zijn en echt al veel hogere doelen hebben. Dat is hartstikke interessant. We hebben in dit beleid al een aantal van die projecten benoemd. Dat is hartstikke inspirerend; daar leren wij ook weer van. Ook dat soort initiatieven zijn natuurlijk hartstikke welkom in deze stad en we werken daar graag mee samen. De laatste motie is van Volt en de PvdA en gaat over de digitale marktplaats. Daar waren een paar vragen over. STIP vroeg of we het hier hebben over een lokale marktplaats, een lokaal initiatief. Hoe groot moeten we eigenlijk denken? Het is niet heel realistisch om een Delftse marktplaats te hebben, maar daar biedt de motie ook ruimte voor. Er staat ook "regionaal" en misschien wel "landelijk". Die vrijheid zie ik dus zeker in het interpreteren van deze motie. Ten tweede hoorde ik een duidelijke vraag van de VVD en het CDA om kritisch te kijken naar de rol die je hier als overheid pakt. Dat vind ik een goede aanvullende vraag bij deze motie. Die zou ik dus ook willen meenemen. Over het algemeen kunnen we als college goed leven met deze motie en vinden we het best wel interessant om hiernaar te kijken. We willen daarover ook best een terugkoppeling aan u geven, maar het is natuurlijk aan u als raad om daarover te besluiten.

De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg, de wethouder vraagt u eigenlijk of een deel van het amendement misschien kan worden afgedaan met een toezegging. Voor het andere deel voelt zij minder. Wat is uw oordeel? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Even sparrend: zou het een idee kunnen zijn dat we onderdeel 2 van het amendement als toezegging laten noteren en dat ik alleen deel 1 van mijn amendement handhaaf? Dan schrap ik dus het tweede deel uit mijn amendement. De wethouder is dan waarschijnlijk nog steeds niet enthousiast. De VOORZITTER: Ik vermoed dat een toezegging wel mogelijk is; ik zie aan de wethouder dat dat het geval is. Dan houden we het andere deel overeind, maar daar adviseert de wethouder dan dus negatief over. Mag ik het zo samenvatten? Wethouder ZWART: Zeker. Amendement 7.4.A (Circulaire bouwstandaard van Delft: stimulerend, duidelijk en uitvoerbaar) van de VVD en Hart voor Delft is als volgt gewijzigd: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het raadsvoorstel Circulair bouwen, Besluit: 'De circulaire bouwstandaard van Delft' gewijzigd vast te stellen en 3 maanden na vaststelling in werking te laten gaan, met de volgende wijzigingen: 

Verduidelijking karakter en toepassing van de bouwstandaard

69

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

Aan hoofdstuk 1.3 (Afbakening) van de Circulaire bouwstandaard van Delft- CO2arm en toekomstbestendig wordt de volgende tekst toegevoegd: 'Karakter en toepassing van de circulaire bouwstandaard De circulaire bouwstandaard van Delft heeft het karakter van een stimulerend en richtinggevend beleidskader. De bouwstandaard is bedoeld om initiatiefnemers te ondersteunen en te stimuleren bij het realiseren van circulaire ambities. De bouwstandaard is dus niet bedoeld om aanvullende publiekrechtelijke verplichtingen op te leggen bovenop de geldende landelijke weten regelgeving, zoals het Bouwbesluit.' Toelichting De gemeenteraad van Delft ondersteunt de ambitie om circulair en toekomstbestendig te bouwen, mits dit haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar blijft. Dit amendement benadrukt dat de raad met deze circulaire bouwstandaard geen aanvullende publiekrechtelijke verplichtingen oplegt bovenop geldende landelijke wet- en regelgeving, zoals het Bouwbesluit. Daarmee wordt voorkomen dat initiatiefnemers het gevoel hebben dat zij worden geconfronteerd met stapelende regels. Tegelijkertijd blijft het voor de gemeente nadrukkelijk mogelijk om in overleg met marktpartijen privaatrechtelijke afspraken te maken over hogere circulaire ambities, wanneer een initiatiefnemer daar zelf toe bereid is en dit past bij het specifieke project.

Zo blijft er ruimte voor innovatie, maatwerk en koplopers, zonder dat dit leidt tot onuitvoerbare situaties of vertraging in woningbouw en gebiedsontwikkeling. Met dit amendement wordt de circulaire bouwstandaard duidelijker en meer werkbaar gemaakt: stimulerend waar het kan, vrijblijvend waar het moet en ambitieus waar partijen dat samen willen." De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter, ik heb nog een interruptie op de wethouder. Zij geeft namelijk aan dat ze wil sturen op doelen. Daarvan zeg ik eigenlijk: alleen waar het projectmatig passend is, kunnen onderscheidende (sub)doelen worden aangenomen. Ik geef voor de rest ook aan dat het niet biobased móét zijn, want het is nu "biobased en/of". Volgens mij is het dus niet per se tegengesteld aan wat de wethouder wil bereiken. Ik hoop dat zij daarmee voor de motie zou kunnen pleiten. De VOORZITTER: Is dat ook uw tweede termijn? De heer TREFFERS (Volt): Nee, dit is een interruptie. De VOORZITTER: We maken eerst de termijn af, want dan kunnen we gewoon tempo houden. De wethouder neemt uw vraag mee. Ik zie dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Dan hoeft de wethouder alleen de laatste vraag nog te beantwoorden. Wethouder ZWART: Voorzitter. Om heel eerlijk te zijn zit ik een beetje te puzzelen, want uiteindelijk is dat wat op papier staat natuurlijk de motie. Het is een heel lange zin.

Het is dus ingewikkeld om die zin te lezen zoals u die bedoelt. Ik lees die zin, 70

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

zoals die er nu staat, toch echt anders. Als u aangeeft dat u projectmatig wil kijken hoever een project eigenlijk kan gaan: dat doen we natuurlijk. Zo zijn we natuurlijk in gesprek met bouwers: dit is de standaard, maar als u meer wil, juichen we dat natuurlijk alleen maar toe. Ik denk dus niet dat dit per se iets zou veranderen aan de praktijk van hoe we nu werken. De VOORZITTER: Meneer Treffers, ik geef u nog een kans. De heer TREFFERS (Volt): Ten slotte: mijn doel is dat het college in die gesprekken die afweging in het voordeel van circulariteit maakt, ook op het moment dat dat bijvoorbeeld tegenover het bijdragen aan een brug staat; ik zeg maar wat. Dat is het doel van de motie. Ik hoop dat de partijen haar zo kunnen lezen. Ik ga er ook van uit dat als de motie op die manier wordt afgedaan, wij in ieder geval tevreden zijn. Wethouder ZWART: Dat is natuurlijk een prachtige ambitie. Ook als wethouder Circulair kan ik hier natuurlijk volmondig zeggen dat circulariteit altijd voorgaat, maar dat kan ik niet in naam van het college zeggen. Met betrekking tot het voorbeeld dat u nu geeft, namelijk als er een brug is ten opzichte van hogere doelen op circulariteit, kan ik u dus niet toezeggen of positief beantwoorden dat circulariteit dan altijd voorgaat. Dat is namelijk gewoon niet de realiteit in deze stad.

Ik kan u wel aangeven dat we met dit beleid als stad nu een stevige ambitie neerzetten, waarbij we ons aansluiten bij Het Nieuwe Normaal, een landelijk initiatief. Daar kunnen we volgens mij met z'n allen behoorlijk trots op zijn, want we hebben in deze stad al een aantal bouwers die echt verder willen gaan. Dat ondersteunen we en dat vinden we inspirerend. Ik denk dat we elkaar in die zin al behoorlijk vinden. De VOORZITTER: Meneer Treffers? U hoort het niet eens. Dat stel ik vast. Dat was de tweede termijn van de wethouder. Ik sluit de beraadslaging en we gaan naar de stemmingen. Het amendement is inmiddels opgeknipt. Er is een toezegging over het tweede deel. Het eerste deel van het amendement blijft overeind. Ook de moties zijn allebei aangepast; houd u daar rekening mee. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over het geheel. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. We hebben het vaak gehad over natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair bouwen en het belang daarvan. Dit raadsvoorstel is een belangrijke stap om circulair bouwen te borgen, wat al in 2019 door mijn D66-collega Maruf als gemeentelijk beleid is ingezet. Wij steunen de motie van Volt over de marktplaats; dat vinden wij een heel goed en passend initiatief. Het amendement van de VVD kunnen we op het eerste punt simpelweg niet volgen.

Wij vinden het belangrijk om de lijn vast te houden dat we sturen op doelen. Daarom steunen we de tweede motie van Volt niet. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Of het nou aan de wethouder ligt of aan de VVD, de twijfel over het amendement is opgelost. Door de wijziging zullen wij ertegen stemmen, want wij vinden het niet meer nodig om ervoor te stemmen. Met betrekking tot motie 7.4.2 volgen wij graag wat de wethouder daarover heeft gezegd. Wij zullen daarvoor stemmen. 71

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het amendement van de VVD is er met het schrappen niet beter op geworden. Daar zullen we nu dus tegen stemmen, maar ik ben blij met de toezegging. De eerste motie van Volt is te ingewikkeld. Daar gaan we tegen stemmen. Wat de motie over de marktplaats betreft: we hebben natuurlijk twijfels over de rol van de overheid, maar ik heb de wethouder gehoord. Ze heeft ons ook gehoord. Dat is heel mooi en daarom zullen we voor deze motie stemmen, met de uitleg van de wethouder erbij. In stemming komt het gewijzigde amendement 7.4.A (Circulaire bouwstandaard van Delft: stimulerend, duidelijk en uitvoerbaar) van de VVD en Hart voor Delft. Het gewijzigde amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 7 tegen 29 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.4.1 (Circulariteit; realistisch, maar ambitieus waar mogelijk) van Volt. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 4 tegen 32 stemmen, waarbij de fracties van de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.4.2 (Actieve bijdrage aan (digitale) marktplaats voor her te gebruiken/gerecyclede bouwmaterialen) van Volt en de PvdA. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 29 tegen 7 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel.

De VOORZITTER: We hadden de stemverklaringen al gehad, maar mevrouw Van den Berg wil nu alsnog een stemverklaring afleggen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ja, voorzitter, aangezien ons amendement het niet heeft gehaald. De Delftse VVD is echt voor een duurzaam Delft, maar het moet wat ons betreft wel haalbaar en betaalbaar blijven. Nu ons amendement het niet heeft gehaald, ontstaat er mogelijk onduidelijkheid over stapelende regels en daarmee misschien ook terughoudendheid van de markt. Daarom zullen wij helaas tegenstemmen. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 33 tegen 3 stemmen, waarbij de fractie van de VVD ertegen heeft gestemd. De VOORZITTER: Agendapunt 7.5 was al verplaatst naar de hamerstukken. 15. Raadsvoorstel Visie Spelen, ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte (2544673). 72

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd, waarvan de eerste ook aangepast is. Het woord is aan de heer Treffers van Volt als eerste indiener. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik heb in de commissie al een uitgebreid betoog over alle voordelen van urban sports gehouden. Volgens mij is de Delftse raad over het algemeen voorstander van urban sports. Ik hoop dat deze motie daar een concrete invulling aan kan geven. Omdat we net hebben gemerkt … Nee, dat ga ik niet zeggen. Ik zal jullie helpen de motie een keer goed te lezen. Het is belangrijk om daarin te lezen dat we vragen om naast de ruimtelijke ingrepen die we in het implementatieplan doen, met een uitwerking te komen. Met andere woorden: ik vraag dus niet om een uitwerking van de activatie, de programmering en organisatie/partnerschap in het implementatieplan. Dat is het grootste verschil met de vorige versie. Als het goed is, kan de wethouder hiermee leven. Ik hoop dat de raad hiervoor zal stemmen. De motie over het financiële aspect zullen wij mee indienen. Daar zal de VVD meer over zeggen. Door de fracties van Volt en STIP wordt motie 7.6.1 (Urban sports actief meenemen in het implementatieplan) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 29 januari ter bespreking van agendapunt 7.6 Raadsvoorstel Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte (2544673), constaterende dat:  

  

in de 'Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte' - naar aanleiding van een toezegging - urban sports worden meegenomen; uit onderzoek van NOC*NSF blijkt dat het grootste deel van de sporters ongeorganiseerd en vaak alleen sport (jeugdigen 54%, volwassenen 36%), waardoor de inrichting van de openbare ruimte essentieel is om deze groep te faciliteren en meer inwoners te stimuleren te bewegen; urban sports-voorzieningen (zoals skate-elementen, freerun- en calisthenicsvoorzieningen) laagdrempelig zijn en passen bij een beweegvriendelijke openbare ruimte; de raad al vaker aandacht heeft gevraagd voor urban sports, bijvoorbeeld in motie 6.2.12 Bied toekomstperspectief aan sport in Delft; de wethouder heeft toegezegd dat urban sports zouden worden meegenomen in de visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte, maar dit niet expliciet wordt gemaakt in de visie;

overwegende dat:

73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

 

urban sports een verzamelnaam is van sporten die zich kenmerken door een vrij (over het algemeen niet of los georganiseerd), expressief en creatief karakter en die zich afspelen in een stedelijk/urbane setting; skateparks en andere urban sports-plekken kleine voorzieningen met grote sociale waarde kunnen zijn, met name voor kinderen en jongeren: zij bieden ontmoeting, sociale veiligheid, talentontwikkeling en een gevoel van 'thuis' voor uiteenlopende achtergronden; buurgemeenten zoals Rotterdam met de Beleidsnota Urban Sports 20182021 'Van de straat' laten zien dat een actieve, communitygedreven aanpak (met aandacht voor zowel voorzieningen als programmering en samenwerking) kan leiden tot een bruisende urban sports-community;

spreekt uit dat Delft urban sports wil benutten als laagdrempelige motor voor bewegen, ontmoeting en inclusie in de openbare ruimte, en dit zichtbaar wil maken in de uitvoeringskeuzes binnen de visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte; verzoekt het college: 1. om bij de uitwerking van het implementatieplan dat volgt uit de Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen, urban sports actief en herkenbaar mee te nemen, in lijn met de definitie van urban sports zoals hierboven opgenomen; 2. om dit te doen geïnspireerd door de Rotterdamse Beleidsnota Urban Sports 2018-2021 'Van de straat' en de Rotterdamse Urban Sports Agenda 20242027 door naast ruimtelijke ingrepen in het implementatieplan ook met een uitwerking te komen waarin: o de Delftse urban sports-community wordt meegenomen in de participatie (bijv. via een klankbordgroep/ambassadeurs of platform) voor locatiekeuzes, ontwerp en beheerafspraken; o in combinatie van ruimtelijke voorzieningen (hardware) ook activatie/programmering (software) en waar nodig organisatie/partnerschap (orgware) te stimuleren, zodat plekken ook daadwerkelijk gebruikt, veilig en inclusief blijven, en gaat over tot de orde van de dag." De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. Gezien mijn enthousiaste interruptie van zojuist zal ik het nu wat korter houden. We vragen niet om als raad de uitvoering over te nemen van het college.

We vragen het college om met concrete voorstellen te komen, waarbij we als raad kaders stellen en prioriteiten aangeven. Het implementatieplan bevat vervolgens keuzes met financiële en ruimtelijke impact. Dan hoort de raad aan zet te zijn. We horen dus graag van de wethouder of dat past. Door de fracties van de VVD, de SP, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en Volt wordt motie 7.6.2 (Samen spelen, mét duidelijke spelregels en inzichtelijke kosten) ingediend: 74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

"De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026 ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte (nr. 2544673), constaterende dat:    

de Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte de koers schetst om Delft in 2040 een stad te laten zijn waar iedereen graag buiten is; in het bijbehorende implementatieplan de uitgangspunten en actiepunten uit de visie nader worden uitgewerkt; het college aangeeft dat voor het toevoegen van extra kwaliteit aan de openbare ruimte aanvullende financiële middelen nodig zijn; het implementatieplan inzichtelijk moet maken wat binnen de bestaande, beperkte budgetten kan worden gerealiseerd en waarvoor extra financiering noodzakelijk is;

overwegende dat:     

de Sportraad Delft aangeeft dat de visie zonder een concreet, uitvoerbaar en gefinancierd implementatieplan het risico loopt een papieren tijger te worden; het college tijdens het debat van 22 januari 2026 heeft aangegeven het implementatieplan spoedig uit te werken en dit na de gemeenteraadsverkiezingen met de raad te zullen delen; het huidige college niet kan bevestigen dat het implementatieplan als raadsvoorstel wordt voorgelegd en het aan het nieuwe college is om te bepalen op welke wijze het implementatieplan wordt vastgesteld; het college over implementatie en uitvoering van plannen gaat, maar in dit geval de raad actief hierover een besluit wil nemen vanwege het belang van het onderwerp en de financiële impact; het voor de raad essentieel is om tijdig inzicht te krijgen in de financiële consequenties, inclusief welke bestaande budgetten toereikend zijn en waar aanvullende middelen nodig zijn, en de raad hier actief een besluit over wil nemen;

vraagt het college:  

het implementatieplan van de Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen in de openbare ruimte na uitwerking ter vaststelling als raadsvoorstel voor te leggen aan de gemeenteraad; in dit implementatieplan duidelijk aan te geven wat de financiële consequenties zijn binnen de bestaande budgetten, waar extra financiering noodzakelijk voor is en hoe dit terugkomt in de P&C-documenten,

en gaat over tot de orde van de dag."

75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer DE RIJK (PvdA): Voorzitter. Ook ik ga niet te veel herhalen uit het commissiedebat, maar zoals gezegd vinden wij de Visie Spelen, Ontmoeten en Bewegen en vooral het samenvoegen van die drie zaken ontzettend goed, met dien verstande dat urban sports ook wat ons betreft nog wat nadrukkelijker in het implementatieplan mag. Daarom steunen we de motie van Volt om urban sports uitgebreider terug te laten komen in het implementatieplan. We willen het debat afwachten, maar we zijn positief over de motie Samen spelen met duidelijke regels, want zoals ik in het commissiedebat aangaf, heeft de PvdA dezelfde vragen als de Sportraad. De motie voorziet hopelijk in de antwoorden, ook al verwachtten we dat die antwoorden te zijner tijd sowieso zullen komen. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. STIP is enthousiast over de voorliggende visie. Waar ruimte schaars is, moeten we goed met de ruimte omgaan. Urban sports is daar een goed voorstel voor. We zijn al vaker met voorstellen over urban sports gekomen en hebben de motie van Volt dan ook graag mede ingediend. We hebben een vraag over de andere motie: hoe interpreteert de wethouder deze motie? Wij zien het zo voor ons dat we bij de uitwerking hiervan bijvoorbeeld een lijst krijgen met: dit zijn de mogelijkheden voor wat we kunnen doen en dit zou het kosten. Dan kunnen we daar als raad een afweging in maken.

Of ziet de wethouder dit anders? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft heeft ook een vraag aan de wethouder over de motie over urban sports. In het laatste stukje van het dictum staat dat het ook inclusief moet zijn. We vragen ons af of de wethouder daar een toelichting op kan geven: wordt er inderdaad inclusieve apparatuur geïnstalleerd? Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Er is gevraagd of Volt en de wethouder in de tekst hetzelfde hebben gelezen. Er staat keurig een eentje voor de uitwerking van het implementatieplan. Natuurlijk is het dan heel belangrijk om het in de participatie die we met bewoners hebben - want we willen het ophalen in de stad - ook te hebben over urban sports. Het is natuurlijk heel essentieel om dat mee te nemen. We zullen daarbij het Rotterdamse beleid in ons hoofd houden als daar mooie voorbeelden in zitten en we zullen dat, als dat nodig is, ook in gesprek brengen. Bij de andere motie ligt het iets ingewikkelder. Misschien moeten we met elkaar even zoeken of we elkaar verstaan. Het idee is dat we in het kader van het implementatieplan vooral op wijk-, buurt- en stadsniveau met mensen in gesprek gaan om te kijken wat men in de openbare ruimte wil. Dat is natuurlijk een brede uitvraag, niet alleen over urban sports. Het lijkt erop dat in deze motie bijna een aparte lijn voor de urban sports naar boven komt.

Natuurlijk zal je die term gebruiken, maar er zijn meer groepen die willen participeren in dat proces; er wordt ook gevraagd om urban sports daarin mee te nemen. Dat is één. Het is belangrijk om te verkennen of we daar hetzelfde idee over hebben. Daarnaast staan er dingen in die te maken hebben met het beheer en met het activeren van situaties als je iets 76

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

aangelegd hebt. Wij hopen van ganser harte dat bewoners dat gewoon zelf gaan doen. Dit is niet direct een onderdeel van dat implementatieplan, maar als we de motie zo kunnen lezen - zo staat het er niet helemaal; we willen een bredere groep meenemen - zijn we het met elkaar eens, maar dat staat dus niet in de tekst. Dat is een belangrijke. Het is een beetje zoeken met elkaar. Het andere punt met betrekking tot deze motie is dat we nu eigenlijk een visie maken waar we een implementatieplan achter zetten waarin dan pas goed naar boven komt wat we willen, hoe we bestaande investeringen kunnen benutten om ons doel te bereiken en wat we nog extra nodig hebben. Ik moet dus eerlijk zeggen dat ik de vraag van de VVD eigenlijk wel snap: het zou goed zijn om in welke vorm dan ook de raad duidelijkheid te bieden over wat de inhoud van het implementatieplan is, wat we vanuit andere beleidsvelden kunnen doen - je bent net met de straat bezig en dan kunnen we dit ook pakken - en hoe we dat in de tijd zouden kunnen en willen faseren. Dat is ook een antwoord op de vraag van STIP. Dat is hoe wij naar beide moties kijken. De ene motie is volstrekt logisch, want dit is toch een wat wezensvreemd proces. Bij de andere motie is de vraag een beetje hoe we de tekst van Volt interpreteren.

We gaan breed de wijk in, we gaan dat met veel mensen doen en we zullen de term "urban sports" noemen, maar de groep die we daarbij betrekken, zal breed zijn. De VOORZITTER: Meneer Treffers, mag de wethouder de motie interpreteren zoals zij zojuist verwoord heeft? De heer TREFFERS (Volt): Kunnen we even schorsen? De VOORZITTER: Nee, dat gaan we niet doen. Er is een duidelijke vraag. U heeft het commissiedebat gehad. De wethouder heeft gevraagd of zij de motie zo mag interpreteren. Die vraag kunt u met ja of nee beantwoorden. De heer TREFFERS (Volt): Ik ben er helemaal tevreden mee als onze motie zo wordt uitgevoerd dat dit mee wordt genomen in het participatieproces. Dat staat namelijk ook in de motie. De VOORZITTER: De wethouder knikt ja. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Ik sluit de beraadslaging. Met datgene wat gewisseld is over de motie Urban sports gaan we over tot de stemmingen. In stemming komt motie 7.6.1 (Urban sports actief meenemen in het implementatieplan) van Volt en STIP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. Met dien verstande dat we ons aansluiten bij de woorden van de wethouder stemmen wij voor. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Dat geldt ook voor het CDA. 77

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. Ook voor D66 geldt dat wij met de uitleg van de wethouder voor kunnen stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 29 tegen 7 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt motie 7.6.2 (Samen spelen, mét duidelijke spelregels en inzichtelijke kosten) van de VVD, de SP, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en Volt. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 16. Collegebrief Kritische Prestatie Indicatoren (KPI) verslag archief- en informatiebeheer gemeente Delft 2024. De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd door mevrouw Timmermans van Onafhankelijk Delft. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Uit het Kritische Prestatie Indicatoren-verslag, hierna KPI-verslag archief- en informatiebeheer 2024, blijkt dat Delft opnieuw niet aan wettelijke verplichtingen uit de Archiefwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming voldoet, met name op het punt van aantoonbare gegevensverwijdering. Dat kan ook voor de Wet open overheid van belang zijn. Ik plaats hierbij meteen de kanttekening dat dit door het college en de gemeente wordt gezien en dat daarmee aan de slag is gegaan.

De Algemene Verordening vereist dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk en dat verwijdering aantoonbaar en controleerbaar plaatsvindt. Als de gemeente niet kan laten zien of, wanneer en hoe gegevens worden verwijderd, kunnen inwoners hun rechten niet effectief uitoefenen. Onafhankelijk Delft wil, naast dat het KPI-verslag in de nietpolitieke commissie Rekening en Audit wordt behandeld, een extra controlemoment, gebaseerd op meer echt specifieke informatie, zodat de vinger in de pap kan worden gehouden en de controlerende taak van de raad nog meer tot zijn recht kan komen nu we hier toch al een tijdje niet aan voldoen. Door de fractie van Onafhankelijk Delft wordt motie 7.7.1 (Zodat de gemeenteraad zijn controlerende functie meer uit kan oefenen) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van 2536454 College van B en W - Kritische Prestatie Indicatoren (KPI) verslag archief en informatiebeheer gemeente Delft 2024, constaterende dat: 78

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

 

uit het KPI-verslag archief- en informatiebeheer 2024 blijkt dat de gemeente Delft opnieuw een oranje score behaalt als het gaat om de verwijdering van gegevens en daarmee nog niet voldoet aan wettelijke vereisten uit de Archiefwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming; structurele tekortkomingen uit eerdere jaren terugkeren, met name op het gebied van aantoonbare vernietiging van gegevens, grip op applicaties en datastromen en uitbesteding van gegevensverwerking; in het verslag wordt aangegeven dat vernietiging van informatie onvoldoende aantoonbaar plaatsvindt, in het datawarehouse nog geen vernietiging is uitgevoerd en de gemeente Delft in sterke mate afhankelijk is van bronapplicaties en externe leveranciers; deze tekortkomingen directe gevolgen hebben voor de rechten van inwoners op grond van de Archiefwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming, waaronder het recht op gegevensverwijdering, dataminimalisatie en transparantie;

overwegende dat:     

de AVG vereist dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk en dat vernietiging aantoonbaar, controleerbaar en toetsbaar plaatsvindt; inwoners erop moeten kunnen vertrouwen dat hun gegevens daadwerkelijk worden verwijderd wanneer bewaartermijnen zijn verstreken; de gemeenteraad zijn controlerende rol alleen kan uitoefenen wanneer inzichtelijk is hoe verwijdering en vernietiging worden gemonitord, wat daarvan wordt vastgelegd en wie daarop toezicht houdt; het ontbreken van een actueel totaaloverzicht van applicaties en verwerkersovereenkomsten risico's oplevert voor dataveiligheid en rechtmatige verwerking; het doorschuiven van verbetermaatregelen naar 2025 en 2026 moeilijk te rijmen is met bestaande wettelijke verplichtingen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Archiefwet en de Wet open overheid;

verzoekt het college:  

 

intern zorg te dragen voor een volledig, actueel overzicht van alle applicaties en verwerkersovereenkomsten, inclusief bewaartermijnen en verwijderverplichtingen; voor de raad inzichtelijk en concreet te maken hoe de gemeente borgt dat persoonsgegevens daadwerkelijk worden verwijderd, inclusief welke processen hiervoor zijn ingericht, hoe er wordt gelogd en hoe toetsing en controles plaatsvinden; structurele tekortkomingen en risico's op het gebied van archief- en informatiebeheer, gegevensbescherming en datagovernance structureel en expliciet op te nemen in de Kadernota; daarbij per risico de juridische verplichtingen en risico's, de concrete verbetermaatregelen, de benodigde capaciteit en middelen, en de beoogde 79

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

planning en mijlpalen inzichtelijk te maken en de raad zo in staat te stellen de voortgang en rechtmatigheid jaarlijks en integraal te controleren; de raad expliciet te informeren welke aanvullende maatregelen worden genomen indien blijkt dat wettelijke verplichtingen ook in 2026 of later niet volledig worden nageleefd,

en gaat over tot de orde van de dag." Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dank voor deze vraag. Ik heb daar volgens mij al een antwoord op gegeven bij de behandeling in de commissie. We hebben dit document, dat al bijna een jaar oud is, nu met elkaar besproken, terwijl er intussen al bijna een nieuw verslag ligt. Ik heb al aangegeven dat we dat altijd met een reactie naar de raad zullen sturen, maar dat we in dit geval ook iets meer achterliggende duiding zullen geven. Volgens mij staan in deze motie een heleboel onderwerpen die we daarin zeker zullen meenemen, maar ik wil ook waarschuwen, zoals ik eigenlijk ook heb gedaan bij de behandeling van digitalisering: we moeten voorkomen dat de raad echt bij alle losse elementen gaat bekijken in hoeverre we daar voortgang op maken. Voor je het weet, zitten we anders inderdaad het werk van ambtenaren over te doen. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk wel wat zorgen zijn, zeker ook bij de gemeente, want we zien dat lang niet alle functionaliteiten van applicaties het makkelijk maken om te verwijderen. Daardoor kunnen we ook niet altijd voldoen aan al die bezwaartermijnen en alles wat eromheen speelt. We houden de vinger dus goed aan de pols - dus niet de vinger in de pap - om te kijken in hoeverre we daaraan kunnen voldoen, maar we zullen niet in één ronde alle problemen kunnen oplossen.

Ik heb al toegezegd om bij het eerstkomende verslag wat meer informatie op te nemen. Ik denk dat de motie eigenlijk dezelfde oproep doet. Dat neemt niet weg dat we de daarin genoemde elementen ter harte nemen en dat we zullen kijken hoe we dat verslag en onze reactie daarop zo goed mogelijk vorm kunnen geven. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Mag ik dit beschouwen als een soort toezegging-plus? Hoe moet ik dit precies zien? Er zou nog wel enige discussie kunnen zijn over het volgende. Onafhankelijk Delft vraagt of hier in de Kadernota meer aandacht voor kan komen. Dat kan een onhandige plek zijn, maar het is wel een extra middel dat dan in een politieke setting besproken kan worden. Dat is eigenlijk waar ik naar zoek. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Het vraagt natuurlijk wel wat extra inzet en ook middelen om dit op een goede manier te kunnen doen. De acties die we nu hebben lopen en datgene waar we zowel in dit verslag als in het verslag dat gaat straks komen mee bezig zijn, passen gewoon binnen de lopende daarvoor beschikbare budgetten. We hebben daar eerder ook al iets voor opzijgezet en dat zetten we nu in. Als we daar niet meer mee uit de voeten kunnen of als we extra snelheid willen maken en daar meer middelen voor nodig hebben, zullen we daar richting de Kadernota zeker op terugkomen.

Ik kan bij het opstellen van het document dus wel vragen om te kijken of ergens iets niet snel genoeg loopt en of geld daarbij zou 80

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

helpen, maar we zien dat de aanbieders daar niet voldoende vorderingen in maken om echt de goede dingen aan te kunnen kopen. We zijn dus echt aan het wachten totdat verbeteringen in sommige applicaties plaatsvinden, maar die zijn nu gewoon nog niet beschikbaar. We willen het dus zeker doen, maar vooralsnog zijn de middelen toereikend. Mocht er aanleiding voor zijn, dan komen we daarmee zeker naar de raad. Dan zullen we dat in de P&C-cyclus opnemen met een voorstel. De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans, hoe kijkt u naar uw motie? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik denk dat dit een fijne toezegging is en dat ik dan misschien nog even geduld moet hebben en de vinger uit de pap moet halen. Mag ik het dan beschouwen als een toezegging? Wethouder HUIJSMANS: Ik had al de toezegging gedaan om het in de rapportage op te nemen. Laat dit dan een light toezegging zijn dat hier wat woorden in staan die wellicht van pas komen om ze terug te laten komen in wat we toch al zouden doen. Dat is volgens mij wat ik ga doen. De VOORZITTER: Daarmee is de motie ingetrokken; ik zie dat mevrouw Timmermans dat bevestigt. Dat was de enige motie. Er ligt geen raadsvoorstel. Daarmee kunnen we dit agendapunt dus afronden. 17. Collegebrief Innovatiedistrict Delft (2541549). De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd door STIP. De heer BRINK (STIP): Voorzitter.

Delft heeft een koploperspositie met ons Innovatiedistrict. Die moeten we behouden. Dit doen we door onze Delftse start-ups en scale-ups hier te laten landen en hier te laten doorgroeien. We zien dat hier goede stappen op worden gezet, maar er is meer nodig om het Innovatiedistrict te laten bloeien. Innovatie ontstaat waar mensen elkaar ontmoeten en waar reuring is. Cultuur en evenementen zijn hierin essentieel. In de huidige plannen ziet STIP de rol van cultuur en evenementen nog te weinig terugkomen. Dit wordt ook erkend in het ambitiedocument. Op dit moment worden voorzichtige stappen gezet maar wat STIP betreft is dit nog te beperkt om het IDD een volwaardig en levendig onderdeel van de stad te maken. STIP dient een motie in om die ambitie uit te spreken en om het Innovatiedistrict een bruisend stadsdeel te laten worden, een plek waar cultuur en evenementen al in de beginfase verankerd worden bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Dit moeten we niet alleen doen, maar echt samen met de partners van het IDD. Met deze samenwerking komen de initiatieven vanuit de stad echt tot hun recht en krijgt creativiteit een volwaardige plek. Laten we samen werken aan een bruisend Innovatiedistrict. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): De eerste vraag is wat de aanleiding is voor de opmerking dat cultuur onvoldoende terug zou komen in het vervolgproces.

In het stuk komen het woord "cultuur" en "evenementen respectievelijk twaalf keer en zes keer voor, ook als onderdeel van maatschappelijk vastgoed, gekoppeld aan 81

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

vierkante meters en ook aan het einde van het TU-terrein. Cultuur wordt dus op meerdere plekken genoemd. Wat is de aanleiding geweest voor deze motie? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De vraag van de ChristenUnie is waarom in de motie sprake is van "cultuur en evenementen" en niet van de bredere term "maatschappelijke voorzieningen en evenementen". Is STIP bereid om in de motie het woord "cultuur" te vervangen door de term "maatschappelijke voorzieningen"? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik ben benieuwd of STIP het met mij eens is dat het aanbod van bedrijfsruimte in Delft momenteel al schaars is en dat bedrijven en ondernemers moeite hebben om een plek te vinden. De heer BRINK (STIP): Ik probeer de vragen te bundelen. We zagen dat cultuur te weinig terugkomt in het stuk. Mevrouw Wattel noemde een aantal woorden die erin staan, maar dat zijn vooral opsommingen van de dingen die her en der al gebeuren. Op dit moment is het maar in een paar gebieden, eigenlijk maar in twee gebieden, ingetekend. Dat willen we wat ambitieuzer aanzetten. Dat was de aanleiding om de motie nu vroegtijdig in het proces in te dienen, zodat we niet te laat zijn. De heer Van der Woerd noemde "maatschappelijke voorzieningen". Cultuur en evenementen zijn een heel mooie vorm van maatschappelijke voorzieningen; daarom hebben we die eruit gelicht.

Wij vinden het heel belangrijk om dat gebied op die manier echt om te toveren in een bruisend gebied. Ten slotte de vraag over het aanbod van bedrijfsruimte. Het IDD is natuurlijk primair een economisch project om hiervan een bruisend innovatief gebied te maken, maar juist door daar wat dingen aan toe te voegen en daar echt een levendig ecosysteem te ontwikkelen, ontstaat kruisbestuiving. Daarnaast hebben we gewoon culturele ondernemers. Er kan in dit gebied dus zeker ook een centje verdiend worden. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Hoe verhoudt deze motie zich tot het Integraal Huisvestingsplan Cultuur en wat betekent de motie voor andere wijken in Delft? Heeft zij daar gevolgen voor? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik hoor de heer Brink zeggen dat het klopt dat bedrijfsruimte schaars is. Als deze voorzieningen voor evenementen en cultuur al zijn ingetekend in de planvorming, ben ik benieuwd waarom daar met deze motie nog extra aandacht voor wordt gevraagd. De heer BRINK (STIP): Ik begin met de vraag van de VVD: omdat het er nu juist te beperkt ingetekend staat. Daarom willen we het er extra in zetten. Het hoeft echt niet op elke vierkante meter, juist niet, maar het moet ervoor zorgen dat we dat gebied een logische invulling geven en dat we goed kijken wat waar past. Daarnaast moeten we ook in de tijdelijkheid slim met het gebied omgaan. Op die manier wil ik de motie insteken.

Ik ben de vraag van mevrouw Wattel even kwijt. 82

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De VOORZITTER: Of dit past in de cultuurnota. De heer BRINK (STIP): O ja, in het Integraal Huisvestingsplan Cultuur. We borgen dit hiermee juist in dit gebied extra door te zorgen dat die rol er echt in terugkomt en door de samenwerkingspartners mee te geven dat we het erg belangrijk vinden om cultuur en evenementen in dit gebied een plek te geven. Dit IDD doen we immers niet alleen, maar juist samen; het is niet de gemeente die dit allemaal moet opzetten, want we doen dit samen met een hele hoop partners, samen met de stad. De VOORZITTER: De laatste keer, mevrouw Wattel. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Ja, tot slot. Ik deel de vraag van de ChristenUnie: waarom kiest u hier voor cultuur en niet ook voor sport, onderwijs, kinderopvang of allerlei andere activiteiten waar we óók plek voor zouden willen reserveren? De heer BRINK (STIP): U noemt heel belangrijke voorbeelden, maar wij hebben ervoor gekozen om specifiek deze dingen eruit te lichten om die wat meer aan te zetten in het gebied, omdat we die echt nog heel summier terug vinden komen in het gebied, omdat er een aantal deelgebieden waren waar deze dingen daadwerkelijk ontbraken en omdat het gek zou zijn om ze eruit te laten. Daarom hebben we hiervoor gekozen.

De heer ANALIKWU (D66): Wij vinden dit een sympathieke motie en we kijken er op zich positief naar, maar om door te pakken op de vraag van mevrouw Wattel: in welke concrete gebieden zou STIP dan meer cultuur willen zien? De heer BRINK (STIP): U kent STIP als cultuurpartij; ik zou dus zeggen: de hele stad. Maar ik denk dat dat niet het antwoord is dat u zoekt. Er zijn een aantal deelgebieden waar het nu simpelweg nog niet in staat; die kunt u zelf opzoeken. Nu beperkt het zich vooral tot Schieoevers-Noord en de Rotterdamseweg-Midden, als ik me niet vergis. Het ontbreekt dus in een aantal gebieden. Het IDD is best een groot stuk grond. We zouden dit dus in meer deelgebieden in willen tekenen. We hoeven nu niet nader te specificeren in welk gebied wat precies moet komen. Het is juist de opdracht van de motie om dat mee te nemen. De VOORZITTER: Meneer Analikwu, hou het tempo erin, hè? De heer ANALIKWU (D66): Dit is op zich een sympathiek antwoord en ik snap de behoefte om cultuur duidelijker in dit stuk naar voren te krijgen, maar kijkend naar de deelgebieden word ik toch getriggerd door de vraag van mevrouw Wattel: in welke concrete gebieden zou u het terug willen zien? Kijkend naar wat er nog overblijft, gaat dat bijvoorbeeld over Delft Techpark. Dat lijkt mij geen plek waar wij vol willen inzetten op bijvoorbeeld een poppodium, waarover STIP het al langer heeft.

De heer BRINK (STIP): Dan stel ik de vraag toch terug: waarom niet?

83

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

De heer VALK (CDA): Een beetje voortbouwend op de vraag van de heer Analikwu: is deze motie besproken met de ondernemersverenigingen daar? Zitten die te wachten op evenementen of helemaal niet? Hoeveel steun is er in de stad? Is er bijvoorbeeld participatie geweest bij deze motie? Ik zie Volt erbij staan; ik denk dus dat het antwoord ja is, maar welke participatie heeft plaatsgevonden? De VOORZITTER: Mevrouw Wattel heeft ook nog een vraag; de laatste keer. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Het sportquadrant Kruithuiszones groeit de komende jaren ook naar een levendig gemengd cluster waarin sport en cultuur worden gecombineerd. Het komt dus op meerdere plekken terug. Bent u het daarmee eens? De heer BRINK (STIP): Die participatie is juist de crux van de motie: zij roept ook op om in gesprek te gaan met de verschillende partners. Het zou zeer verstandig zijn om daar zowel ondernemers als culturele partijen bij te betrekken. Dat is dus precies de opdracht van de motie.

De heer VALK (CDA): Als die partners zeggen dat zij liever geen evenementen en cultuur of liever niet alléén maar evenementen en cultuur hebben maar dat zij dit veel breder zouden willen zien, wat moet de wethouder dan doen? Deze motie uitvoeren of luisteren naar de participatie? De heer BRINK (STIP): Als dit soort gesprekken plaatsvinden, is de wethouder juist druk bezig met het uitvoeren van de motie, want dat is precies de opdracht. De VOORZITTER: Volgens mij is de motie uitentreuren besproken en toegelicht. Door de fracties van STIP, Volt, Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.8.1 (Cultuur en evenementen in Innovatiedistrict) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026 ter bespreking van de Raadsinformatiebrief Innovatiedistrict Delft (25415491). We stellen vast dat: -

-

het Innovatiedistrict Delft (IDD) van groot belang is voor de brede welvaart, lokale economie en voor de economie van de regio; het Ruimtelijk Ambitiedocument (p. 16) expliciet erkent dat er momenteel 'weinig tot geen (maatschappelijke) voorzieningen' in het gebied zijn en dat het toevoegen van stedelijke voorzieningen een essentiële voorwaarde is voor succes; het Ruimtelijk Ambitiedocument als belangrijke bouwsteen gebruikt zal worden bij de uitwerking van de omgevingsvisie; de rol van cultuur en evenementen in het huidige ambitiedocument beperkt blijft tot specifieke locaties zoals de Rotterdamseweg-Midden en Schieoevers84

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

-

Noord, maar nog geen integraal onderdeel vormt van de strategie voor het hele gebied; de stedelijke omgevingsvisie voor Delft Zuidoost wordt herzien en momenteel wordt gewerkt aan een startnotitie.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

het Innovatiedistrict de ambitie heeft een bruisende stadswijk met een eigen karakter te worden; cultuur en evenementen onmisbare schakels zijn om een levendig woonwerkgebied te vormen en door kruisbestuiving een goed werkend ecosysteem laten ontstaan; culturele voorzieningen en evenementen bij uitstek fungeren als laagdrempelige ontmoetingsplekken die het Innovatiedistrict kunnen verbinden met de omliggende wijken; er in de transformatiefase kansen liggen voor tijdelijke culturele initiatieven die het gebied nu al op de kaart zetten en identiteit geven.

We geven het college opdracht om: -

cultuur en evenementen in de startnotitie serieus mee te nemen en in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie voor Delft-Zuidoost expliciet ruimte te reserveren voor cultuur en evenementen; met de partners binnen het IDD te bespreken hoe de culturele functie en ruimte voor evenementen actief mee kan worden genomen in het samenwerkingsverband; te onderzoeken hoe tijdelijke ruimte in de ontwikkeljaren proactief beschikbaar kan worden gesteld voor culturele experimenten en evenementen; bij de omgevingsvisie een terugkoppeling te geven over de wijze waarop de culturele functie in het IDD wordt ingetekend,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VALK (CDA): Voorzitter. Op zich is het CDA voor meer cultuur in de wijken. Dan begin je zo'n motie dus positief te lezen, maar uit de interrupties bleek al een beetje - ik sluit me ook aan bij de interrupties van mevrouw Wattel - dat de gemeenteraad hiermee heel erg op de stoel van de samenleving gaat zitten door te bepalen wat wij goed vinden voor elk deel van de stad. Het was natuurlijk veel beter geweest als het initiatief uit de samenleving zelf gekomen was en dat mensen hadden gezegd: wij lezen dit voorstel over onze buurt, maar beste gemeenteraad, wij missen cultuur en evenementen; kunt u dat voor ons regelen? De heer Brink zegt nu dat het alleen een verkennend gesprek is en dat de participatie nog moet plaatsvinden, maar de motie zegt wel dat bijvoorbeeld tijdelijke ruimte proactief beschikbaar moet worden gemaakt voor cultuur en evenementen, dus niet reactief maar proactief. Dat is een behoorlijke inkleuring daarvan. Ik ben het helemaal met de ChristenUnie en GroenLinks eens dat je tijdelijke ruimte ook zou kunnen besteden aan kinderopvang, sport of studentenwoningen. Waarom per se alle 85

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

tijdelijke ruimte proactief labelen voor cultuur en evenementen, terwijl er nog helemaal geen vraag vanuit de samenleving is? Ik ben benieuwd hoe de wethouder deze motie leest, maar ik denk dat wij er niet voor gaan stemmen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Zodra de SP het woord "Innovatiedistrict" hoort, is zij geneigd om dat meteen uit de begroting te schrappen, maar deze motie geeft aan waarom dat niet kan, want er staan ook goede dingen in, bijvoorbeeld de samenwerking met mbo's en dergelijke. Ook dit is op zich een goed punt. Het jammere is alleen: waarom zouden we alleen cultuur doen in het IDD? Cultuur moet overal in de stad zijn. Maar goed, het Innovatiedistrict is een goede eerste stap om meer cultuur buiten het centrum te brengen. Wij gaan dus voorstemmen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Het Innovatiedistrict is voor de VVD geen speeltuin waarin we allerlei leuke plannen kunnen plotten, maar echt een economische motor in wording. Dat succes valt of staat met twee randvoorwaarden: goede bereikbaarheid en voldoende ruimte voor bedrijven, met name voor start-ups en scale-ups. Zonder groeiruimte geen innovatie en zonder innovatie geen banen en dus ook geen brede welvaart. In de interruptie hebben wij al een beetje laten doorschemeren wat we van de motie van STIP vinden. In de omgevingsvisie is al ruimte ingepast of gereserveerd voor cultuur en evenementen.

Wij vinden cultuur niet onbelangrijk, maar het Innovatiedistrict is wat ons betreft in de eerste plaats een innovatief gebied voor werken, leren, innoveren en ook een stukje wonen. De ruimte is al schaars en moet wat ons betreft worden benut voor ondernemerschap, kennisontwikkeling en maakindustrie. Het inpassen van ruimte voor cultuur betekent automatisch minder ruimte voor bedrijven en leren. Dat is voor ons de verkeerde prioriteit. We zijn verder benieuwd of de wethouder toch kan bevestigen dat er nu op basis van de huidige plannen zoals die er nu liggen, voldoende gewerkt wordt aan die ruimte voor bedrijvigheid en bereikbaarheid en dat zij daar nu geen zorgen over heeft. Tot slot roepen wij het college op om bij het Omgevingsplan toch echt vast te houden aan de kernruimte voor ondernemerschap en bereikbaarheid op orde en om afspraken te maken met de TU Delft, de MRDH en de provincie. Wij vinden die economische slagkracht belangrijk voor banen, innovatie en een Innovatiedistrict dat doet waarvoor het bedoeld is. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. Hoewel wij dit als GroenLinks een sympathiek idee vinden en een wethouder hebben die cultuur in zijn portefeuille heeft, hebben we de motie niet mee ingediend, omdat we voorstander zijn van het brede maatschappelijk vastgoed en omdat we het belangrijk vinden dat daarvoor voldoende ruimte wordt gereserveerd in de plannen.

Het tweede dictum spreekt ons wél erg aan; daarmee sluit ik mij aan bij de woorden van het CDA. Het tweede dictum roept namelijk op om met de partners binnen het IDD te bespreken hoe die culturele functie actief kan worden meegenomen in dit samenwerkingsverband.

86

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

In de commissie hebben we gesproken over het op een hoger plan tillen van het samenwerkingsverband, omdat de organisatie en het management van het IDD in een ander traject zullen worden geregeld. Zou die culturele instelling ook in dat kader een plek kunnen krijgen en zou daarbij ook aan een culturele instelling of bijvoorbeeld een architectenbureau gedacht kunnen worden? In relatie tot het derde dictum: HAL015 is al een tijdelijk onderkomen van het Rietveld Theater en is een mooi voorbeeld van een tijdelijke invulling. Wordt er ook gedacht aan nieuwe doelgroepen en andere manieren om die functie te gebruiken? Wordt dat tijdelijk onderkomen op dit moment dus al niet gezocht? De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Wij vinden dit een sympathieke motie en wij stonden er serieus positief tegenover, maar een gevleugelde uitspraak in deze zaal is: politiek is overtuigen. Ik vond de vraag van bijvoorbeeld mevrouw Wattel overtuigend. Daarom stel ik de wethouder de vraag die ik ook aan de heer Brink stelde: als deze motie wordt aangenomen, welk gevolg gaat de wethouder daar dan aan geven en hoe ziet dat er dan uit? En specifiek: in welk deelgebied komt er meer cultuur waar dat nu nog niet als ambitie is ingetekend? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Wij hebben de motie van STIP mede ingediend. We hadden eerder een motie over nachtcultuur, waarvoor we ook een plek of ambitie zagen.

Wij hebben bij andere documenten functiemenging altijd benadrukt. Wij vonden dat dat nog wat sterker kon in het ambitiedocument. In de commissie hebben we ook besproken dat dit het moment is om dit als raad mee te geven, omdat dit een van de bouwstenen is waarop de gebiedsvisie en de omgevingsvisie gebaseerd zijn. Als je de motie sympathiek vindt, zou ik me daar nu dus voor uitspreken. Daarnaast vraagt de motie om met de partners van het IDD te kijken of cultuur of cultureel ondernemerschap zou passen bij een broedplaats zoals het Innovatiedistrict. Het lijkt ons mooi als het gesprek hierover ook meer gevoerd kan worden met culturele partners. Zou de wethouder daarover iets willen zeggen? De VOORZITTER: De tijd voor Volt is op. Wethouder ZWART: Voorzitter. Er is een aantal keren gevraagd wat deze motie betekent. U heeft twee documenten kunnen lezen die onder dit agendapunt vallen: de update over het Innovatiedistrict en het ambitiedocument. In die zin is de input van de raad: hoe leest u het ambitiedocument en zijn er onderdelen die daar meer of minder aandacht in kunnen krijgen en die ik in het samenwerkingsverband kan bespreken? Dit is op zich wel het moment om die punten te agenderen.

Tegelijkertijd hebben we in het gebied - dat zeg ik natuurlijk ook namens de wethouder Cultuur - al best wel wat partners die heel mooie culturele activiteiten plannen, zoals HAL015, maar ook bij het Kabeldistrict, Lijm & Cultuur en X. In die zin kunnen we gelukkig bouwen op een infrastructuur die er al is, met partners die hartstikke lekker bezig zijn. Tegelijkertijd zie je dat andere steden - ik noem Eindhoven maar even - cultuur en evenementen en de techkant al veel beter weten te verbinden dan wij en bijvoorbeeld echt heel interessante evenementen weten neer te zetten op dat 87

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

snijvlak. Bij ons zijn dat nog best wel gescheiden werelden; zo ervaar ik dat nog wel. Ik denk dus dat we daar nog wel een stap in kunnen zetten. Gelet op de motie en uw debat, bijvoorbeeld de vraag van D66 waar specifiek nieuwe plekken voor cultuur komen, wil ik ook aan verwachtingsmanagement doen, want het is niet zo dat we ineens ergens een heel nieuwe cultuurtempel gaan bouwen. Dat heeft natuurlijk ook een exploitatielast. Er was ook de terechte vraag hoe dit zich verhoudt tot de beleidskaders van cultuur en hoe we tegelijkertijd de relatie tussen het culturele veld, het evenementenveld en de innovatiekant in dit gebied versterken. Ik denk dat we daar echt nog stappen kunnen zetten. In die zin kan ik de oproep volgen. GroenLinks vroeg hoe de samenwerking die we wat meer zoeken met die partners, er in de organisatievorm uitziet. Ik denk dat het in eerste instantie gewoon om gesprekken gaat. Dat betekent dat we überhaupt de gesprekken hierover voeren, ook met de culturele partners: hoe zou dit kunnen werken? Of dat meteen in een organisatievorm gegoten moet worden … Dat vind ik eerlijk gezegd stap 5. Laten we dus eerst maar eens kijken wat er gebeurt als we die twee werelden wat meer bij elkaar brengen en of daar dan energie vrijkomt. D66 vroeg welk gevolg de wethouder aan deze motie gaat geven. U hoort mij aan verwachtingsmanagement doen.

Ik denk dus dat stap 1 bij deze motie is om gewoon in gesprek te gaan met de culturele partners om te kijken hoe zij aankijken tegen die ontwikkeling van het Innovatiedistrict. Zien zij daar kansen en mogelijkheden? Eenzelfde activiteit kan ik me voorstellen bij het vormgeven van de omgevingsvisie. Tegelijkertijd zegt u terecht dat dit een van de bouwstenen is voor het maken van de omgevingsvisie. Dat wordt echt nog een heel participatief traject, maar hiermee is het zeker mogelijk om echt aandacht te hebben voor de culturele partners. De VVD vroeg of ik kan bevestigen dat er voldoende wordt gewerkt aan ruimte voor bedrijvigheid en bereikbaarheid. Ik kan bevestigen dat we heel hard daaraan werken. Met de recente Update Economie hebben we laten zien dat we de lijn van afnemende ruimte voor bedrijvigheid hebben weten te keren. Dat is iets waarop we echt trots kunnen zijn. Tegelijkertijd is dit taaie materie, vraagt dit dus echt aandacht en blijven we daar natuurlijk ook echt vol op inzetten. Hetzelfde geldt voor bereikbaarheid: ook dat is taaie materie, maar daar hebben we ook net een plan voor neergelegd voor Campus-Zuid. U ziet dus hopelijk dat we daar echt stappen op zetten en daaraan werken.

De heer VALK (CDA): Als ik goed naar de wethouder heb geluisterd, zegt zij eigenlijk met heel veel woorden: dit doen we allemaal al, dit is extra beleid, we praten al met de partners en cultuur heeft al een plek in het Innovatiedistrict; alles wat hier staat, doen we dus eigenlijk al. Andere moties krijgen dan het label "overbodig". Waarom deze motie niet? Wethouder ZWART: Ik moet eerlijk bekennen dat wij die gesprekken vanuit het Innovatiedistrict nog niet met de culturele partners voeren. Dat is wat ik, misschien in 88

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026

veel woorden, zeg: daar hebben wij echt nog stappen in te zetten. We hebben nu eerst op andere gebieden gefocust. Dat ziet u hopelijk ook in het stuk. Daar ziet u niet dat we hier bezig zijn met enorme plannen of ontwikkelingen op cultuur en evenementen. In het kader van verwachtingsmanagement zeg ik dat er niet heel snel sprake zal zijn van enorme nieuwe gebouwen, maar we kunnen echt nog wel stappen zetten in het dichter bij elkaar brengen van die twee werelden. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): In het stuk wordt gesproken over een apart traject voor organisatie en management. U zegt ook dat er gesprekken worden gevoerd, maar hoe verhouden die gesprekken zich tot de startnotitie en de omgevingsvisie? En hoe zou het dan kunnen dat cultuur niet meegenomen wordt in die gesprekken op weg naar die startnotitie en die omgevingsvisie? Wethouder ZWART: Dat zijn twee trajecten die deels naast elkaar, maar deels ook echt apart van elkaar lopen. Bij de startnotitie en de omgevingsvisie gaat het om een gemeentelijk proces. Daarvoor is dit ambitiedocument de input van de vijf partijen, maar het is in principe een gemeentelijk proces waarin we de participatie vormgeven zoals we die bij dit soort trajecten altijd doen. Dit is een oproep om ook de culturele partijen daar serieus in mee te nemen. De organisatieontwikkeling binnen het IDD staat daar in principe los van.

Daar heeft u eerder ook moties over ingediend die ook zijn aangenomen. Daarmee moeten we bijvoorbeeld ook het hoger onderwijs en het mbo daar beter bij betrekken. Precies die vragen staan daarin centraal: hoe doen we dat dan? Worden dat extra partners of wordt dat een soort kring eromheen? Hetzelfde geldt voor de vastgoedontwikkelaars. Dat gaat in die zin dus veel meer om de vraag met welke partners we aan het IDD bouwen en wie welke rol heeft. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Het is wel interessant om het IDD te ontwikkelen naast BKS met andere partners, maar is daar dan ook een plek voor die cultuurorganisaties, architectenbureaus of de creatieve sector? Wethouder ZWART: Dat is een vraag die nu dus voorligt en waar u als raad op een bepaalde manier over kan stemmen: vinden wij het belangrijk dat wij er tijd in steken om ook met dat soort partners gesprekken te voeren over de vraag of zij betrokken willen zijn bij de ontwikkeling van het gebied en op welke manier dan? Ik vind het moeilijk om nu antwoord te geven op de vraag hoe dat eruit komt te zien, maar dat is volgens mij de meest pragmatische manier. De VOORZITTER: Er lijkt mij voldoende gedebatteerd over de motie. Is er behoefte aan een tweede termijn of kunnen we het bij korte stemverklaringen houden? Er is behoefte aan een tweede termijn. Ik ga de agenda vanavond wel afronden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16659065/2