Concept-notulen van de gemeenteraadsvergadering van 29 januari 2026
Tekst van het document
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
tegelijkertijd weer met een nieuwe, open blik naar het nieuwe voorstel kunnen kijken, zodat we over vijf jaar, over twee jaar of misschien al over een halfjaar hier opnieuw over kunnen nadenken en kunnen zeggen wat wél een goede invulling van dit gebied is. Maar op dit moment zullen wij voor het amendement van D66 stemmen. Ook van mij dank voor de uitgebreide onderbouwing door D66, in samenwerking met onder anderen de heer Sarkisian en de ambtenaren. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Ten eerste wil ik me aansluiten bij het technische betoog van STIP, dat wij onderschrijven. Ook GroenLinks had graag gezien dat het proces tussen bewoners en de initiatiefnemer zorgvuldiger en gelijkwaardiger was verlopen, want de kennis en de betrokkenheid van de bewoners hadden beter benut kunnen worden. Dat vinden we jammer, maar tegelijkertijd ligt vandaag niet het proces voor maar het eindresultaat. Onze afweging gaat daarom over de vraag of het plan, zoals het er nu ligt, bijdraagt aan een betere stad. Voor GroenLinks is het antwoord daarop ja, want wij zien de waarde van een horecafunctie met een terras op deze plek. Het terras past in onze visie op Delft, een stad waarin we ruimte creëren voor verblijfskwaliteit, ontmoeting en lokale toeristen, zonder alles te concentreren in het centrum.
Wat GroenLinks betreft draagt dit plan bij aan meer strategische ruimtelijke betekenis, wellicht in samenhang met het toekomstige DSM-terrein, waardoor een samenhangend verblijfs- en recreatiegebied kan ontstaan. Deze ontwikkeling kan sterke verbindingen leggen tussen bestaande en nieuwe voorzieningen en versterkt daarmee het stedelijk netwerk. De voordelen van dit plan wegen voor GroenLinks zwaarder dan de potentiële nadelen. Wij hebben wel zorgen over de logistiek en de synergie tussen Radius en de horeca. We nemen ook de zorgen over rust en leefbaarheid serieus. Daarom zijn wij blij dat eerder onze motie over openingstijden is overgenomen. Wij kijken uit naar de uitwerking en de consequente handhaving daarvan. De heer ANALIKWU (D66): Als ook de initiatiefnemer nu zelf aangeeft de stap te willen zetten naar ondergeschikte horeca en meer ruimte wil geven aan het groen en aan verbetering van de biodiversiteit, waarom kiest GroenLinks dan voor een groot terras met minder groen? De heer GOMMERS (STIP): Ik had eigenlijk nog een interruptie op de heer Treffers. De VOORZITTER: We lopen vandaag allemaal een beetje achter. Als we straks op tijd klaar zijn, scheelt dat wel, want dan is dat voor u allemaal vroeger. Mevrouw Romeijnders reageert nu eerst op de vraag van meneer Analikwu. Dan kijken we straks wat u nog aan meneer Treffers wil vragen.
Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): We zouden de vraag ook andersom kunnen stellen: vertrouwt u de intentie van de ondernemer niet? We hebben inderdaad een aanvullende brief ontvangen. Die is voor ons niet doorslaggevend geweest, want we vonden het voorstel al passend. Die brief heeft ons dus niet overtuigd. Ik ga verder met mijn betoog. De VOORZITTER: Dat staat u geheel vrij. 46
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): We vragen ons ook af hoe het college het beleid om toerisme te concentreren in de binnenstad weegt tegenover dit voorstel. De heer ANALIKWU (D66): Ik wil deze afweging toch wat scherper maken. Ik hoor dat GroenLinks de spreiding van horeca plaatst tegenover de hoeveelheid groen in de stad. Heb ik goed begrepen dat voor GroenLinks in dit geval de spreiding van de horeca wint ten koste van het groen? Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Nee, in ons beeld van de stad zien wij, zoals ik al eerder benoemde, echt die verbinding met het DSM-terrein en ook de verbinding met het toerisme dat je door Radius naar buiten de stad kan trekken. Dat is de reden waarom we voor deze verklaring gaan stemmen. De VOORZITTER: Meneer Gommers, kan uw vraag naar de tweede termijn? Anders komen we wel heel erg uit de discussie. Ja, dat doen we zo. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij zijn er weinig vragen gesteld. Ik begin met de vraag van GroenLinks: wat vindt het college hier eigenlijk van? Wij hebben als college gekeken naar het plan. We hebben gesproken met de initiatiefnemer en we hebben gekeken naar alle onderzoeken die hebben plaatsgevonden. Op basis daarvan hebben we afgewogen en gemeend dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening, maar daarmee houdt het niet op, want er zijn kaders waar we van afwijken.
Dat betekent dat we de raad uiteindelijk een verklaring van geen bedenkingen moeten voorleggen. Daar moeten we uiteindelijk een ja op krijgen, want pas als we dat binnen hebben, kunnen we uiteindelijk de vergunning verlenen. De raad heeft de vrijheid om daarbij allerlei andere elementen te betrekken, bijvoorbeeld naar aanleiding van zienswijzen of van punten die de raad relevant vindt om in zijn overweging te betrekken. Volgens mij hebben we nu weer een korte versie gezien van het debat van vorige week. Dan is het uiteindelijk aan de raad om daar het definitieve besluit over te nemen, maar als college hebben we gemeend dat er sprake was van goede ruimtelijke ordening. Verandert zo'n brief daar dan iets aan? Nee, want die brief heeft feitelijk geen status. Het stuk dat voorligt, is immers het besluit van het college, met de stukken vanuit de zienswijzen en het hele proces dat is gevoerd. Dan is het vervolgens aan de raad om op basis daarvan het besluit te nemen. Dan kun je die brief op allerlei manieren bekijken. Verschillende raadsleden hebben daar iets over gezegd, maar de brief is geen onderdeel van de besluitvorming. Uiteindelijk is het dus echt aan de raad om te overwegen of, alles gehoord hebbende en alle stukken bekeken hebbende, de verklaring kan worden afgegeven.
Dat is het debat dat we hier met elkaar hebben en waar u uiteindelijk het doorslaggevende punt in zult kunnen maken. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): De wethouder zegt dus dat het eigenlijk een heel goed plan is. De VOORZITTER: Wethouder, is die vraag met ja of nee te beantwoorden? 47
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Wethouder HUIJSMANS: Het is goede ruimtelijke ordening. De heer KRISHNASING (VVD): Even over een andere boeg, om niet het debat van de commissievergadering over te doen. Als de raad straks zegt dat we dit niet doen, komt het plan vervolgens terug. Even heel technisch, heel kort en platgeslagen: de initiatiefnemer dient het plan in en dat komt vervolgens bij het college te liggen. Wat doet het college dan? Wethouder HUIJSMANS: Voor een deel is er in de technische sessie met de ambtenaren over gesproken wat dan de procedure zal zijn. Dan zal er echt het een en ander moeten worden aangepast, omdat hier in het debat allerlei elementen zijn benoemd die voor de raad van belang zijn om te kunnen spreken van goede ruimtelijke ordening. Dan zullen we ook weer gewoon stappen moeten doorlopen, waarbij de initiatiefnemer participatie zal moeten gaan doen. We zullen dan vervolgens ook weer moeten toetsen of het voldoet aan goede ruimtelijke ordening. Dan is er het moment om uiteindelijk een besluit te nemen. We gaan dan dus weer gewoon terug in de stappen die in dit soort processen gebruikelijk zijn.
De heer KRISHNASING (VVD): Misschien ziet u dit als uitlokking, maar ik ben heel benieuwd welke politieke afweging het college vervolgens maakt als die aanpassingen worden gedaan door de initiatiefnemer en als het plan volgens de ruimtelijke ordening, de kaders en eventuele aanpassingen, al dan niet op basis van wensen van de bewoners, wordt aangepast. De VOORZITTER: Dat zijn een paar als-vragen. Wethouder HUIJSMANS: We kunnen natuurlijk eindeloos bakkeleien over wat "goed" of "fout" is, maar we hebben uiteindelijk gewoon een aantal kaders op basis waarvan we kunnen concluderen wat goede of minder goede ruimtelijke ordening is. Dan zullen we dat proces dus doorlopen. Dan worden er gewoon onderzoeken gedaan en dan zullen we uiteindelijk onze afweging maken, maar dan hebben we geen politiek debat over de vraag of we het mooi of lelijk vinden, want we hebben, ook vanuit de raad, gewoon allerlei kaders meegegeven. Dat is het meetlatje dat we dan naast het voorstel zullen leggen. De VOORZITTER: Maar daarvoor is het woord eerst nog aan de raad. Alleen de heer Van der Woerd heeft behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. 50 jaar geleden, toen ik net als eerstejaars in Delft kwam, sloot het grootste hotel in Delft, hotel Wilhelmina. Dat had niet 80 tafels, maar 80 bedden. Het stond exact tegenover het Kalverbos. Je kunt dus zeggen: het kon wel.
Maar de tijden veranderen. Daarom zitten we nu in deze situatie. De ChristenUnie is geen voorstander van de oplossing met het initiatief dat er nu is. We hebben daarvoor overwegingen die vergelijkbaar zijn met de overwegingen die hier zijn gedeeld. We danken dan ook de heer Analikwu voor het werk dat hij heeft gedaan. Het lijkt bijna een studie, maar hartstikke bedankt. 48
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Ik wil nog meegeven dat de ChristenUnie mede op basis van de brief die de initiatiefnemer ons heeft gestuurd, hoopt op een goed vervolgproces nadat wij dit achter de rug hebben. De VOORZITTER: Ik hoorde daarin geen vraag aan de wethouder. Daarmee sluiten wij de beraadslaging. Wij gaan stemmen. In stemming komt amendement 7.2.A (Weigering verklaring van geen bedenkingen Kalverbos 20) van D66, het CDA, de SP, Onafhankelijk Delft en Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Zoals aangegeven zullen wij voor het amendement stemmen, maar ik was vergeten om de heer Analikwu net als andere fracties te bedanken voor het vele werk dat hij heeft gedaan. De VOORZITTER: Meneer Krishnasing, was u ook nog iets vergeten? De heer KRISHNASING (VVD): Nee, voorzitter, ik ben deze keer niet iets vergeten. Ik weet ook weer wat mijn vraag was, maar dat is nu natuurlijk mosterd na de maaltijd. Even serieus: de Delftse VVD is kritisch op het verloop van het proces. De participatie is niet tijdig gedaan, het proces is niet zorgvuldig verlopen en de ondernemers zijn te laat meegenomen, maar de Delftse VVD vindt ook dat er een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige afweging tussen leefbaarheid en ruimte voor de ontwikkeling moeten worden gemaakt.
Wij geloven erin dat niet alles is toegestaan maar het is ook niet zo dat alles niet is toegestaan. Het is dus niet zwart-wit. Op deze locatie zien wij ruimte voor gepaste ontwikkeling, die goed begrensd en gehandhaafd moet worden met serieuze bescherming van het woonen leefklimaat. Wie zich niet aan de kaders houdt, moet daarop aangesproken worden en de gemeente moet daar streng op handhaven. Daarom maken wij een evenwichtige keuze bij dit amendement. De VOORZITTER: Het was dat het een cliffhanger was, maar dit was wel bijna een bijdrage in plaats van een stemverklaring. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. De initiatiefnemer heeft deze week laten zien toch te willen luisteren naar de omwonenden. Helaas is het niet zo dat hetzelfde initiatief met wat aanpassingen opnieuw ingediend mag worden. Het afgeven van een VvGB betekent niet dat het tot op de millimeter nauwkeurig op deze manier uitgevoerd moet worden. STIP heeft er vertrouwen in dat de initiatiefnemer en de omwonenden eruit komen in een gepaste vorm. We zullen daarom voorstemmen. De VOORZITTER: Voor de helderheid: ik vermoed dat u tegen het amendement en voor het raadsvoorstel gaat stemmen. Dat gaan we zo zien. Ik snap dat het spannend is. 49
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 24 tegen 13 stemmen, waarbij de fracties van GroenLinks, STIP en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 28 tegen 9 stemmen, waarbij de fracties van STIP en de VVD ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Ik krijg hier de vraag of GroenLinks - hoe moet ik dat formuleren? - weet wat het doet. Laat ik het iets neutraler zeggen: is GroenLinks zich bewust van zijn stem? Ik vraag de fractie van GroenLinks of zij een aantekening wil, want zij heeft nu voorgestemd, terwijl het leek alsof zij tegen wilde stemmen. Ik zie dat we inderdaad de aantekening maken dat GroenLinks tegen het geamendeerde voorstel had willen stemmen. 13. Raadsvoorstel Bomenverordening 2025 (2547717). De VOORZITTER: Er zijn een motie en een amendement aangekondigd. Als eerste geef ik het woord aan de indiener van het amendement, de heer Van der Woerd van de ChristenUnie. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Met het amendement wordt de concrete beoordeling of een boom al dan niet mag blijven staan in het kader van leerbaarheid sterker door klimaatadaptatie en hittestress aan dit onderdeel toe te voegen. Het maximale aantal punten van 15 kan daardoor eerder worden behaald.
Belangrijk bij dit amendement is ook dat het puntensysteem als zodanig overeind blijft, omdat de gemeente door jarenlange ervaring weet dat deze wijze van werken goed werkt in Delft. Dan de motie Gefaseerde bomenkap. Volgens de ChristenUnie is dit reeds in beleid geregeld via de Visie Groen en Biodiversiteit; daar lijkt het in ieder geval op. De vraag is dus wat de motie toevoegt. Overigens ziet de ChristenUnie zelf dat gefaseerde bomenkap in bijvoorbeeld de wijk Voorhof, waar zo'n beetje 60 à 70 jaar geleden alle bomen bijna gelijktijdig zijn gepoot, nu juist aan het werk is. Ik ben dus benieuwd naar de reactie van de wethouder op deze motie. Door de fracties van de ChristenUnie, Hart voor Delft, GroenLinks, de PvdA en STIP wordt amendement 7.3.A (Opnemen hittestress en klimaatadaptatie als wegingscriterium) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 29 januari 2026 ter bespreking van het agendapunt 'Raadsvoorstel Bomenverordening', BESLUIT
Beslispunt 1 van het voorliggende raadsbesluit als volgt te wijzigen: 50
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Was: De onderstaande Bomenverordening Delft 2025 vast te stellen Wordt: De onderstaande Bomenverordening Delft 2025, inclusief de Bijlagen 1 t/m 5, vast te stellen.
Als tweede beslispunt toe te voegen aan het raadsbesluit:
In bijlage 5 onder Wegingscriteria A4 'Waarde van bomen voor leefbaarheid en recreatie' één wegingscriterium toe te voegen, namelijk: 'A 4.3 Hittestress en Klimaatadaptatie'.
en het laatste beslispunt hiertoe te vernummeren.
Toelichting: De bevoegdheid tot vaststellen van de bijlagen moet eerst expliciet aan de raad worden gegeven. Dan pas kan de raad de bijlagen ook aanpassen. In artikel 7.2 van de Bomenverordening is aangegeven dat het college Bijlage 1 t/m 5 vervolgens kan wijzigen. Het college doet de nadere invulling van de toelichting van het wegingscriterium. Het totaal aantal te behalen punten onder Wegingscriteria A4 'Waarde van bomen voor leefbaarheid en recreatie' blijft 15. Toevoeging van het wegingscriterium A 4.3 maakt de kans groter dat dit aantal punten wordt gehaald. De algehele opzet van de puntenverdeling heeft tot nu zijn waarde bewezen. Daarom is het verstandig dit heel te laten. Bij een volgende agendering van de Bomenverordening kan worden geëvalueerd hoe het toegevoegde wegingscriterium heeft gewerkt. De indieners ontvangen over de nadere invulling van de toelichting en de evaluatie van het wegingscriterium graag via een raadsinformatiebrief terugkoppeling van het college." Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Eerst het amendement. Het is van belang om als raad de bijlagen vast te stellen, want dan kunnen wij als raad ze ook wijzigen en geven we het vaststellen van criteria niet uit handen aan het college.
We vinden het goed dat er afweegcriteria zijn, maar we willen ook weten of het in de praktijk uitpakt zoals wij voor ogen hebben, met meer oog voor een bredere impact van onze bomen. Daarom steunen wij het amendement. De motie is bedoeld als aanvulling op de Bomenverordening. Wij vragen het college om bij kapaanvragen voor meerdere bomen tegelijk aandacht te hebben voor de vraag in hoeveel tijd er wordt gekapt en te kijken naar mogelijkheden voor gefaseerde kap. Met een gefaseerde kap, uitgespreid over meerdere jaren, vergroot je de kans voor vogels en insecten om in een stadse omgeving te overleven op de plek waar zij soms tientallen jaren nestelen en verblijven. Als een of twee bomen worden gekapt en als er nog andere grote, volwassen bomen overeind staan, 51
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
kunnen de vogels en de insecten daarheen en is het wachten tot de nieuwe aanplant groter is geworden en dan kunnen ze daaraan wennen. Wij willen dat de mogelijkheden voor gefaseerde kap meer worden meegenomen in de belangenafweging die de verordening al voorschrijft. De heer Van der Woerd heeft er gelijk in dat het al wordt toegepast, maar het is niet op die manier helemaal goed verankerd. Daarnaast vragen we om bewoners en belanghebbenden in positie te brengen en hun de mogelijkheid te geven om een second opinion te vragen bij geconstateerde ziektes en om kennis van bomen van deskundigen te benutten om bomen te behouden. De Universiteit Wageningen doet bijvoorbeeld onderzoek naar de kastanjebloedingsziekte met hittebehandeling en met onderzoek naar resistentie. Op dit moment hebben belanghebbenden en buurtbewoners bij de voorgenomen kapbesluiten geen stem. Ze moeten de vergunningaanvraag afwachten en dan kunnen ze in bezwaar gaan, maar willen we zo met onze burgers omgaan? Iedereen in de stress en bewoners en gemeente tegenover elkaar. Een voorbeeld is de Bernhardlaan, waar een kapvergunning in de maak is om prachtige monumentale kastanjes die mogelijk zijn aangetast door de kastanjebloedingsziekte, straks allemaal tegelijk te kappen zonder second opinion of oog voor het leefmilieu van vogels en insecten en zaken zoals hittestress.
De gemeente geeft niet thuis bij het verzoek om een second opinion. Dat hoeft nu nog niet, maar de gemeente zegt dat zij voldoende deskundige mensen heeft. Maar de mensen van de Belangenvereniging TU Noord hebben ook voldoende deskundige mensen en voelen zich niet gehoord. Met de motie willen wij dit soort ongrijpbare besluiten van de gemeente rechtzetten. De motie draagt bij aan een zorgvuldige en transparante uitvoering van bestaand beleid, vergroot het draagvlak voor eventueel ingrijpen in ons bomenbestand en zet meer in op behoud van de leefomgeving in een wijk of in een buurt en op de leefwereld van de dieren in de stad. De heer KRISHNASING (VVD): De motie van Hart voor Delft is echt sympathiek, maar vervolgens begint Hart voor Delft over een second opinion. Dat is begrijpelijk, maar bij wie komen die kosten te liggen? En kan iedereen vervolgens zonder argumentatie - ik wil het woord "willekeur" niet noemen - altijd een second opinion aanvragen? Hoe werkt dit? De heer VALK (CDA): Mevrouw De Jongh Swemer zegt dat zij de bevoegdheid om criteria te formuleren bij de raad wil laten en niet aan het college wil geven, maar haar motie geeft het college juist het volledige mandaat om de criteria te formuleren: wanneer mag er gefaseerd gekapt worden en wanneer niet? Ik kan me niet voorstellen dat het zo bedoeld is.
Welke criteria zou mevrouw De Jongh Swemer bijvoorbeeld willen? Een voorbeeld op het punt van ruimtelijke ordening: als tien bomen gekapt moeten worden, moet er dan tien jaar gewacht worden voordat er gebouwd kan worden of zou dit een criterium zijn om in één keer te kappen? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Het argument "geen geld en wie gaat dat betalen" wordt hier echt ontzettend vaak gebruikt als iets de mensen niet uitkomt. Dat argument speelt op de een of andere manier nooit een rol als er iets speelt waar het college het over eens is. Je moet het goed onderbouwen. Je kunt niet zomaar zeggen dat je een second opinion wil omdat je het anders niet wil. Je 52
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
moet goed onderbouwen waarom je een second opinion wil. En dat is dus vaker met oude, monumentale bomen. Bewoners hebben er ook echt behoefte aan om dat te doen. Zij voelen zich echt overvallen en staan eigenlijk buitenspel. Wij willen juist opkomen voor die bewoners in de wijk en zorgen dat ze niet buitenspel worden gezet. Het genoemde voorbeeld speelt niet. Als dat voorbeeld speelt, kun je altijd op dat moment nog een afweging maken: wat is redelijk? We willen dus geen dingen voorschrijven, maar we willen wel in redelijkheid de mensen en de bewoners de mogelijkheid geven om gefaseerde kap toe te passen. De heer VALK (CDA): De motie vraagt niet om redelijkheid, maar vraagt het college om criteria te formuleren. Dat is echt iets anders dan "redelijkheid" beoordelen per geval. U verdedigt volgens mij dus een andere motie dan de motie die u indient. De heer KRISHNASING (VVD): We hebben de technische sessie gehad en die proberen we hier vanavond zo veel mogelijk niet te herhalen, maar er is juist benoemd dat een weloverwogen afweging wordt gemaakt over "hoe en wanneer in de kaptijd". Het verbaast de Delftse VVD dus dat we ondanks de deskundigheid die er nu is de tijd voor het kappen van bomen toch anders gaan plaatsen. Hoe zit dat? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ten eerste het antwoord op de vraag van de heer Valk. Het college formuleert de criteria.
Vervolgens gaan wij ze als raad vaststellen; dat is ook het amendement. Wij stellen als raad de bijlagen vast. Het bijt elkaar dus juist helemaal niet. Het college doet zet 1 en legt die voor aan de raad. De raad gaat er dan over. Ik snap dus niet precies waar uw probleem zit met het punt dat het college de criteria formuleert. Ik zeg niet dat het college ze vaststelt, maar dat het ze formuleert. De VOORZITTER: De laatste poging van de heer Valk, want we gaan het debat niet helemaal overdoen. De heer VALK (CDA): Nee hoor, ik ga gewoon citeren uit eigen werk van mevrouw De Jongh Swemer. Een opdracht aan het college is: "daarbij duidelijke criteria te formuleren". Later staat er: "de raad te informeren over deze uitgangspunten". Er staat dus helemaal niks wat aangeeft dat de raad besluit. Met deze motie geeft u dus alles uit handen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Maar heeft u het amendement dan niet gelezen dat wij mede hebben ingediend? Wij hopen dat het amendement wordt aangenomen. Anders hadden we iets geformuleerd wat strijdig is met de verordening. Dat was weer moeilijker geweest. De VOORZITTER: Ik heb het gevoel dat u het niet helemaal eens wordt. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Wat de vraag van de heer Krishnasing betreft: wij willen de bewoners juist meer grip geven. Dat is er gewoon nog niet goed uit gekomen.
We hebben dit ook samen met bewoners bekeken: wat 53
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
kunnen jullie wel en wat kunnen jullie niet? Dat is op dit moment gewoon onvoldoende. Men vindt dat onvoldoende en wij luisteren naar de bewoners. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.3.1 (Gefaseerde bomenkap en second opinion bij monumentale bomen) ingediend: De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, met betrekking tot de Bomenverordening, constaterende dat:
er een nieuwe Bomenverordening aan de raad is aangeboden, waarin de bescherming en het beheer van bomen worden geregeld; bomen een grote waarde hebben voor leefbaarheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid; grootschalige en gelijktijdige bomenkap in aaneengesloten gebieden kan leiden tot aanzienlijke aantasting van het straat- en wijkbeeld, verlies aan ecologische samenhang en vermindering van draagvlak onder bewoners; monumentale bomen een bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarde vertegenwoordigen;
overwegende dat:
gefaseerde bomenkap over meerdere jaren de negatieve effecten op de leefomgeving en biodiversiteit kan beperken zodat vogels en insecten zich kunnen herpakken in hetzelfde gebied en er ruimte geboden wordt voor natuurlijke opvolging en herplant; gefaseerd werken bewoners meer duidelijkheid, rust en vertrouwen kan geven in het gemeentelijk bomenbeleid; bij voorgenomen kap van monumentale bomen vaak sprake is van complexe afwegingen waarbij verschillende boomtechnische inzichten mogelijk zijn; het bieden van een mogelijkheid tot een onafhankelijke second opinion kan bijdragen aan een zorgvuldige en breed afgewogen besluitvorming en maatschappelijk draagvlak;
verzoekt het college:
in de uitvoering van de Bomenverordening als uitgangspunt te nemen dat bij kap van meerdere bomen in een aaneengesloten gebied deze kap, waar technisch en ecologisch mogelijk, gefaseerd over meerdere jaren plaatsvindt; daarbij duidelijke criteria te formuleren voor situaties waarin van gefaseerde kap kan worden afgeweken; daarbij de mogelijkheid te bieden dat belanghebbenden bij voorgenomen kap van een monumentale boom of bomen de mogelijkheid hebben om, op gemotiveerd verzoek, een second opinion te laten uitvoeren door één of meer onafhankelijke boomdeskundigen; 54
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
te borgen dat de uitkomsten van deze second opinion expliciet worden meegewogen in de besluitvorming tot al dan niet kappen van deze bomen; de raad te informeren over de wijze waarop deze uitgangspunten juridisch en praktisch zijn uitgewerkt,
en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie EFB hebben we vanuit GroenLinks al verwezen naar een inspirerende podcast van Joost Verhagen, De Boominee, die hier enthousiast over kan vertellen. Ik herhaal graag het voorbeeld dat een boom van 35 jaar eigenlijk pas een puber is en dat een gemiddelde stadsboom gemiddeld maar 35 jaar wordt. Veel onderzoeken tonen dat bomen belangrijk zijn, onder meer in verband met de klimaatverandering en om hittestress te voorkomen. Daarom hebben wij het amendement van de ChristenUnie graag mee ingediend, met veel dank aan de heer Van der Woerd voor het initiatief. Wij zijn met name benieuwd naar de reactie van de wethouder op de motie van Hart voor Delft: is wat de motie vraagt onderdeel van het huidige beleid? Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. We houden het kort, zoals we hebben afgesproken in het fractievoorzittersoverleg. Wij zien het zo dat alle bomen meetellen. Als er iets aan de hand is, zijn er zat mogelijkheden om daartegen in te gaan of erin mee te gaan, maar laat inwoners vooral niet zelf aan de slag gaan op gammele trapjes, bijvoorbeeld via de Wabo, want wie is uiteindelijk verantwoordelijk als er iets gebeurt? Wij zagen afgelopen week in Tanthof mensen op een trapje staan. Wij vroegen wat zij aan het doen waren, want het zijn bomen van de gemeente.
Ze zeiden dat ze een vergunning hadden en zelf aan de takken en aan de heg mochten zagen. Dat vonden wij heel vreemd, want er stond een heel gammel trapje. Hoe zit dit? Kan de wethouder daar straks iets over zeggen? De VOORZITTER: De wethouder Gammele trapjes. De heer GROENEVELD (D66): Voorzitter. D66 is blij met de update van de Bomenverordening. We zijn ook blij dat de modernisering van het beleid richting de klimaatadaptatie, die nodig is, is meegenomen. Daarom steunen wij het amendement van de ChristenUnie om daar nog wat meer handen en voeten aan te geven. We horen graag nog van de wethouder hoe hij kijkt naar de motie van Hart voor Delft, maar zoals het er nu uitziet, zien wij nog geen reden tot steun. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik zal het ook kort houden. Het amendement zullen wij steunen. Ik heb er niet aan meegewerkt. Mijn handtekening staat er daarom niet onder, maar dat had zomaar gekund, want inhoudelijk zijn we het ermee eens. Het is jammer dat pas na middernacht de eerste versie van de motie van Hart voor Delft werd gestuurd, want de gedachte is heel goed, maar er was gewoon geen tijd om naar de formuleringen te kijken. Er zitten een paar dingen in die we gewoon niet wenselijk vinden, zoals ik al in interrupties heb laten weten. Het college zou bijvoorbeeld alle criteria mogen bedenken, maar het huidige beleid is eigenlijk al dat 55
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
er niet massaal gekapt wordt, behalve als dat nodig is. Nu zegt deze motie dat dat het uitgangspunt moet worden. Dat betekent dat, als niet hard vastgelegd is wat een uitzondering kan zijn, dat niet kan gebeuren. Ik ben bang dat dit in de praktijk tot heel veel vertraging gaat leiden op momenten waarop haast geboden is. Omdat dat niet goed afgedekt is in deze motie, zullen we ertegen stemmen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik was niet bij het fractievoorzittersoverleg. Ik wist dus niet dat ik het kort moest houden, maar ik zal mijn best doen. De VOORZITTER: Het is altijd verstandig om het gewoon kort te houden. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Dat is zo; daar heeft u gelijk in. De PvdA is tevreden met de voorliggende Bomenverordening. Met een aantal genoemde elementen zijn wij erg blij. Daar hebben we ook in het debat naar gevraagd, onder andere naar hergebruik, zoals de Lepelaar in de Lepelaarstraat. We willen eigenlijk elke boom heel oud laten worden. Wel vinden wij het belangrijk dat we gaan communiceren over het kappen, want bomen en de bomenkap roepen vragen en emotie op. Wij denken dus dat goede communicatie echt meerwaarde heeft voor onze inwoners. We begrijpen ook dat het moeilijk kan zijn. We dienen daarover geen motie in, maar we dagen het college wel uit om hier op een constructieve manier over na te blijven denken.
Wij vinden dat het amendement recht doet aan de discussie en ook aan de brief van de Belangenvereniging Binnenstad-Noord. Wij vertrouwen de wethouder toe dat hij met een goede uitwerking van dit amendement komt, zeker omdat we weten hoeveel hij van bomen houdt. Daarom hebben we het amendement mee ingediend. Dank aan de ChristenUnie voor het opstellen van het amendement. Wij vinden dat de motie van Hart voor Delft misschien een klein beetje wantrouwen uitstraalt. Net als de heer Van der Woerd denken we dat dat onterecht is, omdat een aantal van die dingen al worden gedaan, bijvoorbeeld gefaseerde bomenkap, juist om de bomen te kunnen redden die redelijkerwijs gered kunnen worden. Daarom zullen wij die motie niet steunen. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Eerst het amendement. Het is mooi hoe Binnenstad-Noord het stuk heel goed gelezen heeft en heeft geconstateerd dat wij in het stuk weliswaar zeggen dat we klimaatadaptatie erg belangrijk vinden, maar dat dit in de beoordeling nog een technische aanpassing vroeg. De ChristenUnie heeft dit samen met de ambtenaren mooi vertaald. Daarom omarmen wij dit amendement. Wij adviseren u om ervoor te stemmen, want daarmee is dit beter geborgd. Dan de motie van Hart voor Delft. Wat de second opinion betreft is het goed om te weten hoe wij te werk gaan. Wij vragen bij dit soort zaken namelijk altijd het advies van een externe deskundige.
Die stelt voor ons een advies op; dat zijn gespecialiseerde bedrijven. Vervolgens kijken onze eigen boomspecialisten nog 56
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
eens naar dat advies. Daarmee hebben we feitelijk al een second opinion ingeregeld in onze methodiek. Daarom vinden wij de motie op dit vlak overbodig. Daarnaast is het gegaan over het kappen, maar ik zie een interruptie. De VOORZITTER: Ik zou zeggen: maak de termijn even af. Wethouder VAN VLIET: Ik maak de termijn af. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik wilde hierop reageren. Wethouder VAN VLIET: Daarnaast ging het over bomen in groepen of in lanen. U moet weten dat wij bij het kappen altijd kijken naar zowel de leefbaarheid als de ecologie. Een mooi voorbeeld is hoe wij nu omgaan met lange rijen populieren. Daar kappen wij, als dat kan, altijd niet tegelijk alles, zowel ten behoeve van het beeld als ten behoeve van vleermuizen, die hun route bepalen aan de hand van bomenlanen. Dat is een belangrijke reden om juist niet alles in één keer te kappen. Kortom: dat zit nu in ons beleid. Dat neemt niet weg dat het kán gebeuren - daarvan heeft Hart voor Delft een voorbeeld genoemd - dat het vanuit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is om alle bomen in een rij te kappen. Dat is dan heel vervelend, maar dan hebben wij ook te kiezen voor de veiligheid van onze inwoners. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal had nog een vraag over snoeien op eigen initiatief door bewoners. Wethouder VAN VLIET: Het is niet de bedoeling dat mensen dit zelf doen met trapjes en een zaag.
Deze casus is ons niet bekend. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ten eerste zegt u dat u uw eigen deskundigen heeft en dat hier heel zorgvuldig mee wordt omgegaan, maar als bewoners zeggen dat zij andere deskundigen hebben, wordt er gewoon gezegd: nee, want wij hebben onze eigen deskundigen en wij doen het allemaal helemaal goed; vertrouwt u maar op ons. Als er nou echt deskundige mensen die echt andere bronnen hebben, zoals de Universiteit Wageningen, is het gewoon raar als er wordt gezegd: nee, wij weten het beter. Dat is het eerste punt. Ten tweede worden er nogal wat bomen gekapt. In de Wippolder worden de komende tijd 52 grote bomen gekapt. 52! Dat is niet niks. Ik woon al een tijdje in Delft en we houden het best wel goed bij; Maartje Martens, die kwam inspreken, heeft een heel Excelbestand waarin zij aangeeft hoeveel bomen er al gekapt zijn. De schrik slaat je om de oren, want wij kappen niet zomaar twintig bomen. Wij kappen echt ongelofelijk veel bomen. Sprietjes op de Julianalaan, sprietjes op de Simonsstraat. Werkelijk waar: in de Wippolder word je gewoon diep bedroefd over onze bomenkap en onze bomensloop. Ik vind dus echt dat u ons en Hart voor Delft tekortdoet als wij zeggen dat hier gewoon een einde aan moet komen. We gaan niet meer een hele laan hele mooie, monumentale kastanjes - tegenover Jaffa heb je de Bernhardlaan - allemaal tegelijk kappen.
Daar kappen wij mee; dat doen wij niet. Wij gaan luisteren naar die bewoners en we gaan het echt serieus nemen als bewoners zeggen dat zij een 57
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
second opinion willen en dat zij andere deskundigen hebben dan de gemeente. Wij willen dat u dit serieus neemt. Ik ben dus niet tevreden met "wij weten het beter, vertrouw maar op ons en gaat u lekker slapen; die bomen die verdwenen zijn uit de Wippolder, dat is dan jammer". De VOORZITTER: Ik heb geen vraag gehoord; wel bijna een tweede termijn. Meneer Krishnasing, heeft u nog een vraag aan mevrouw De Jongh Swemer? Ik zou bijna zeggen: niet uitlokken. Toch? Kom maar op. De heer KRISHNASING (VVD): De wethouder kan zich hartstikke goed zelf verdedigen. Dat laat ik dus bij hem, maar volgens mij was iedereen tijdens de technische sessie lovend over dit stuk. De Delftse VVD schrikt dus een beetje van de reactie van Hart voor Delft. Als we zeggen "wij luisteren naar onze Delftenaren", houden we onze inwoners volgens mij een worst voor. Dat is een beetje choquerend, want er kijken hier experts naar de bomen. Trekt Hart voor Delft al die experts die de gemeente Delft inhuurt dan in twijfel? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Nee, ik zeg alleen dat dat arbitrair is. Er kan altijd iemand zijn die zegt: luister nou ook eens naar nieuwe inzichten. Dat wordt bij voorbaat al afgekapt. Dat is het enige waar wij een probleem mee hebben.
Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Mevrouw De Jongh Swemer, ik wil alleen opmerken dat er ook heel veel mensen klagen over bepaalde bomen, onder andere populieren. Die mensen kunnen daar amper adem halen. Wat vindt u ervan als zo'n straat daar enorm over klaagt? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik heb ook twee vragen aan mevrouw De Jongh Swemer. Staat bij die lijst van te kappen bomen ook de oorzaak waarom zij gekapt moeten worden? En is mevrouw De Jongh Swemer zich ervan bewust dat het bijvoorbeeld door besmettelijke ziektes inderdaad voor kan komen dat meerdere bomen tegelijk gekapt moeten worden? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Overlast door bomen dicht op de gevels is een goede reden om een boom weg te halen. Er staan echt bomen dicht op gevels, waardoor je inderdaad geen adem kan halen, maar daar is ook geen commentaar op. Daar gaat onze bijdrage dus niet over. En besmettelijke ziektes zijn nou juist de expertise van de Universiteit Wageningen, die kijkt naar de besmetting onderling en zo. Daarom die vraag en daarvan wordt gezegd: nee, dat is allemaal niet nodig. Hoezo? Zijn wij hier beter bezig dan de Universiteit Wageningen? De VOORZITTER: Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Dan hoeft de wethouder ook geen tweede termijn. Of heeft hij nog dingen gehoord waarop hij kort wil reageren? Wethouder VAN VLIET: Voorzitter.
Daar waar wij in gesprek zijn met bewoners en daar waar dingen naar voren worden gebracht, wordt daar natuurlijk naar geluisterd. In dit geval, waarin het gaat om de Universiteit Wageningen, is dat ook gebeurd. Wij 58
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
zijn heel goed op de hoogte van die onderzoeken. Onze specialisten zijn daarvan op de hoogte, maar die onderzoeken bieden in dit geval geen soelaas. Ik denk dat ik daarmee voldoende heb gereageerd. De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging. We gaan over tot de stemmingen. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Dat geldt voor het hele gebeuren. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Het amendement vinden we heel goed klinken en is een goede toevoeging. Daar stemmen we dus voor. De motie klinkt ook goed, maar is eigenlijk overbodig. Daar gaan we dus tegen stemmen. In stemming komt amendement 7.3.A (Opnemen hittestress en klimaatadaptatie als wegingscriterium) van de ChristenUnie, Hart voor Delft, GroenLinks, de PvdA en STIP. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie 7.3.1 (Gefaseerde bomenkap en second opinion bij monumentale bomen) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 7 tegen 30 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: We gaan ongeveer vijf minuten pauze houden. De vergadering wordt enige tijd geschorst.
De VOORZITTER: Een mededeling: mevrouw Grobben wordt door de heer Koelewijn naar huis gebracht. Zij voelt zich niet helemaal lekker. De heer Koelewijn komt terug, maar mevrouw Grobben is afwezig voor de rest van de vergadering. 14. Raadsvoorstel Circulair bouwen (2549768). De VOORZITTER: Er zijn een amendement en twee moties aangekondigd. Het woord is aan de eerste indiener van het amendement, mevrouw Van den Berg van de VVD. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. De Delftse VVD staat pal voor duurzaam en innovatief bouwen. Daar zijn we heel helder over. Tegelijkertijd zeggen 59
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
wij dat duurzaamheid haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn. Precies daarover gaat ons amendement. In de commissie heeft de wethouder gezegd dat de circulaire bouwstandaard niet publiekrechtelijk verplichtend is. Het is dus geen extra lokale regelgeving, bijvoorbeeld bovenop het Bouwbesluit. Dit is een belangrijke toezegging aan bouwers, corporaties en ontwikkelaars, maar wie de nota leest, twijfelt daar misschien over. Begrippen als "prestatie-eisen" en "minimumvereisten" wekken de indruk dat er toch sprake kan zijn van verplichtingen. Die onduidelijkheid willen we graag wegnemen. Ons amendement doet daarom iets eenvoudigs maar in onze ogen ook iets wezenlijks: het brengt de tekst in lijn met de bedoeling. De bouwstandaard wordt expliciet neergezet als stimulerend en richtinggevend en niet als extra regelgeving. Daarnaast vragen we om iets wat vanzelfsprekend is voor de VVD: inzicht en verantwoording. Als we dit beleid invoeren, wil de raad weten wat het effect is op inschrijvingen, bouwtempo en betaalbaarheid van woningen. Volt dient twee moties in die volgens ons ten opzichte van ons amendement juist het tegenovergestelde beogen. Daar zullen wij dus tegen stemmen. De heer TREFFERS (Volt): Ik zie helemaal niet hoe mijn moties afdoen aan het amendement van de VVD.
Kan de VVD dat toelichten? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De ene motie gaat juist over het misschien nog ambitieuzer zijn dan wat de circulaire bouwstandaard nu al voorschrijft. Wij willen met ons amendement zeker ambitieus zijn, maar we willen dat niet vertalen naar stapelende regels. In toon vinden we die motie dus echt tegenovergesteld aan ons amendement. De tweede motie gaat over een marktplaats. Daar zitten we wat anders in. Wij vinden het vooral belangrijk dat dit echt iets is wat we aan de markt willen overlaten. U kent de VVD: wij vertrouwen de markt hierin; hier zit voor ons geen taak voor de overheid. De heer TREFFERS (Volt): Ik zal straks uitgebreid ingaan op de eerste motie, maar nu heb ik een vraag over de markt. Juist die markt van gerecyclede materialen is nu ontzettend onderontwikkeld. Ziet de VVD dan geen enkele taak voor de overheid om precies datgene te doen waardoor die markt wat beter zijn ding kan doen? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Nee. De VOORZITTER: Heerlijk, zo'n kort antwoord. Door de fracties van de VVD en Hart voor Delft wordt amendement 7.4.A (Circulaire bouwstandaard van Delft: stimulerend, duidelijk en uitvoerbaar) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van het raadsvoorstel Circulair bouwen, Besluit:
60
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
'De circulaire bouwstandaard van Delft' gewijzigd vast te stellen en 3 maanden na vaststelling in werking te laten gaan, met de volgende wijzigingen:
Verduidelijking karakter en toepassing van de bouwstandaard
Aan hoofdstuk 1.3 (Afbakening) van de Circulaire bouwstandaard van Delft- CO2arm en toekomstbestendig wordt de volgende tekst toegevoegd: 'Karakter en toepassing van de circulaire bouwstandaard De circulaire bouwstandaard van Delft heeft het karakter van een stimulerend en richtinggevend beleidskader. De bouwstandaard is bedoeld om initiatiefnemers te ondersteunen en te stimuleren bij het realiseren van circulaire ambities. De bouwstandaard is dus niet bedoeld om aanvullende publiekrechtelijke verplichtingen op te leggen bovenop de geldende landelijke weten regelgeving, zoals het Bouwbesluit.'
Rapportage en evaluatie
Aan hoofdstuk 5.6 (Monitoren, evalueren en actualiseren) wordt de volgende tekst toegevoegd: 'Bij de evaluatie wordt, naast de drie hoofddoelen van de circulaire bouwstandaard, expliciet gerapporteerd over de vijf randvoorwaarden zoals opgenomen in paragraaf 3.2. Daarbij wordt inzicht gegeven in de werking en effecten van de bouwstandaard in de praktijk, waaronder: -
het aantal en de diversiteit van inschrijvingen bij aanbestedingen en tenders; de voortgang van de woningbouwproductie; de gevolgen voor de betaalbaarheid van woningen.'
Toelichting De gemeenteraad van Delft ondersteunt de ambitie om circulair en toekomstbestendig te bouwen, mits dit haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar blijft. Dit amendement benadrukt dat de raad met deze circulaire bouwstandaard geen aanvullende publiekrechtelijke verplichtingen oplegt bovenop geldende landelijke wet- en regelgeving, zoals het Bouwbesluit. Daarmee wordt voorkomen dat initiatiefnemers het gevoel hebben dat zij worden geconfronteerd met stapelende regels. Tegelijkertijd blijft het voor de gemeente nadrukkelijk mogelijk om in overleg met marktpartijen privaatrechtelijke afspraken te maken over hogere circulaire ambities, wanneer een initiatiefnemer daar zelf toe bereid is en dit past bij het specifieke project. Zo blijft er ruimte voor innovatie, maatwerk en koplopers, zonder dat dit leidt tot onuitvoerbare situaties of vertraging in woningbouw en gebiedsontwikkeling. Met dit amendement wordt de circulaire bouwstandaard duidelijker en meer werkbaar gemaakt: stimulerend waar het kan, vrijblijvend waar het moet en ambitieus waar partijen dat samen willen." 61
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik dien twee moties in. Ik ga proberen ze goed, duidelijk en kort uit te leggen, want voor mijn gevoel heeft in ieder geval de VVD ze nog niet begrepen. De eerste motie gaat inderdaad over "realistisch, maar ambitieuzer waar dat kan". Het is inderdaad belangrijk om in lijn met het amendement van de VVD, dat heel erg benadrukt dat het absoluut geen regels zijn, te beseffen dat ik ook in deze motie niet voorstel om regels strakker of strenger te maken. Wat ik wel zeg, is dat er potentie is om veel ambitieuzer te zijn dan de richtlijnen die we, als het goed is, nu gaan vaststellen. Ik vraag het college dus om voor de duurzaamheid niet te richten op die 30% en 35% en om niet blij te zijn met een ambitie van 35%, maar om per situatie met de ontwikkelaar of in een tender te kijken wat de mogelijke ambitie is, wat zij graag willen en wat wij graag willen. Wat wij graag willen, is: zo ambitieus mogelijk. Dat betekent niet dat ik verwacht dat dit in een anterieure overeenkomst wordt afgedwongen. Dat kan namelijk niet, want het is een overeenkomst. Maar ik verwacht wel dat als degene aan de andere kant van de tafel zegt "wij kunnen wel van alles qua circulariteit, maar dat betekent bijvoorbeeld dat we iets minder kunnen betalen voor de grond", het college dan zegt: wat een goed idee; wij zijn namelijk heel ambitieus op het punt van circulariteit.
Dit betekent ook dat we, als we een gronduitgifte en een tender doen, niet tevreden zijn als iedereen 35% circulair bouwt maar dat we, als iemand een plan indient met 80% of 90% circulair, wat ook gewoon kan, zeggen dat we dat misschien een beter plan vinden dan een plan dat maar 35% biedt. Ik ben hier niet als enige ambitieus in, want bijvoorbeeld de provincie Zuid-Holland heeft begin januari een subsidieregeling bekend gemaakt: je kan € 6.000 per sociale huurwoning krijgen als je die met houtbouw bouwt. Ik denk dus samen met de provincie dat er heel veel meer kan. De provincie zet de grens zelf op 40%. Ik zeg dus niet dat de plannen niet ambitieus genoeg zijn. Ik zeg dat er de komende jaren plannen zijn die ambitieuzer mogen worden ingezet. Met de motie ondersteun ik het college om dat dan ook te doen. De heer VALK (CDA): Ik probeer het betoog van de heer Treffers goed te volgen, maar in de motie staan best wel wat termen zoals "het moet zwaar en expliciet meegewogen worden", "waar mogelijk in afspraken" en "hogere ambities". Wanneer is de motie afgedaan? Welke lat legt deze motie het college op en wanneer kunnen we zeggen dat de wethouder het goed heeft gedaan? Of wanneer moeten we, als de motie aangenomen wordt, zeggen dat de wethouder de motie niet heeft uitgevoerd? De heer TREFFERS (Volt): Dat is op dit moment inderdaad wat lastiger te toetsen.
Wat een hele makkelijke manier zou zijn om dit af te doen, is om bijvoorbeeld over een paar jaar een brief te sturen waarin staat wat het college hiermee heeft gedaan. Als dan in die brief staat dat de praktijk uitwees dat 35% echt het maximum was dat te bereiken was, heeft het college voldaan aan de motie. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat er ook initiatieven zijn die wél ambitieuzer zijn; die zijn er ook al in de stad. Dan wil ik heel graag dat het college daar zijn volledige medewerking aan verleent. Ik ga ervan uit dat het college dat doet, maar tegelijkertijd heb ik in de gesprekken met de wethouder ook gehoord dat een motie van de raad die, behalve dat we zeggen dat we dit beleidsstuk goed vinden, ook zegt dat dit zwaar en expliciet moet worden meegewogen, helpt in die gesprekken. Daarom deze motie. 62
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Als de gemeente prestatie-eisen stelt, betekent dat dat een initiatiefnemer hoger kan scoren op die prestatie-eisen als hij aan hogere normen voldoet. Het kan voor initiatiefnemers toch een extra drive zijn om juist een stap verder te gaan? Is de motie daarmee niet overbodig? De heer TREFFERS (Volt): Initiatiefnemers stimuleren om een stap verder te gaan is precies wat deze motie moet doen. Dat wil ik ook graag. De motie is dus niet overbodig. Zij is juist heel nodig. "Nodig" is misschien overdreven, want ik denk dat het beleidsstuk an sich al heel goed is. Ik wil niet in herhaling vallen, maar in de commissie heb ik betoogd dat dit een goed soort richtlijn is, maar dat er echt situaties zijn waarin het veel ambitieuzer kan. Dat zie ik nu niet terug in het stuk. Als het mag, ga ik met het oog op de tijd eerst heel even mijn andere motie toelichten. De VOORZITTER: Er is toch nog een vraag. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Als er prestatie-eisen worden gesteld en als je daar hoger op scoort, onderscheid je je toch op basis van die bestaande prestatieeisen? De heer TREFFERS (Volt): Ja, dat klopt; dat is in een van de situaties, maar als je anterieure overeenkomsten hebt, is dat weer anders. Dan is het een gesprek tussen mensen. Wat ik over het algemeen met deze motie probeer te zeggen, is: laat nou het verschil zien.
De prestatie-eisen gaan over heel veel dingen, ook over betaalbaarheid en over allerlei andere typen onderwerpen. Het gaat ook over "hoeveel betaal ik mee aan een brug die in sommige gevallen tegenover het plan zit?". Hiermee zeg ik dus dat circulariteit zwaar en expliciet meegenomen moet worden. Dat is volgens mij heel goed, want we hebben de ambitie om in 2050 zonder afval te leven. Als wij nu allemaal gebouwen gaan neerzetten waarvan we 100% zeker weten dat er afval uitkomt wanneer je ze weer moet afbreken, voldoen we per definitie niet aan die eis. Ik ga snel door naar de digitale marktplaats, want ook die motie helpt het college om de ambitie die het zelf formuleert waar te maken en doet net dat stapje verder. De PvdA kwam in de commissie met dit plan. Ik heb me daar meteen achter geschaard. Uiteindelijk hebben we samen een motie opgesteld, waarmee we het volgende vragen. Ik ga de tekst een beetje nuanceren, want er staat "actief bij te dragen aan de ontwikkeling", maar dat betekent niet dat wij de initiatiefnemer hoeven te zijn van die marktplaats. Wij worden niet de eigenaar; het is niet een overheidsinstantie. Maar bijvoorbeeld als een ontwikkelaar of een bouwer naar ons toekomt en vraagt "hoe doen we dat dan?" kunnen we al die ontwikkelaars en bouwers naar dezelfde plek sturen, het liefst ook nog samen met al die andere steden die ook naar Het Nieuwe Normaal streven.
Er is dus een totaal onderontwikkelde markt op het punt van gerecyclede materialen. Laten wij nou als overheid een stimulerende rol pakken in het ontwikkelen of versterken van zo'n digitale marktplaats. 63
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
De heer VALK (CDA): Ik ben blij met de uitleg van wat "actief bijdragen" betekent. Het klinkt allemaal vrij onschuldig, maar het kan ook zijn dat een ontwikkelaar naar de gemeente toe komt en zegt dat hij 1 ton nodig heeft. Is dat dan ook een uitvloeisel van deze motie of valt een financiële bijdrage daar niet onder? De heer TREFFERS (Volt): Ik heb dat gelukkig niet expliciet gemaakt. Dat mag het CDA of eigenlijk het college zelf bedenken. Ik heb wel gevraagd of het college naar de raad wil komen met welke inzet of middelen daarvoor nodig zijn. Ik zou het niet logisch vinden als we hier 1 ton … Nou, dat weet ik eigenlijk nog niet. Ik denk dat dit nodig is voor een circulaire omgeving. Als er een heel goed voorstel komt waaraan wij een kleine financiële bijdrage moeten leveren, zou ik daar helemaal niet principieel tegen zijn, maar dat is niet waar de motie om vraagt. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Ik wil graag van de heer Treffers weten waar hij al dat materiaal wil laten, want ik neem aan dat het materiaal dat binnenkomt, dus dat afgebroken wordt en dat je wilt hergebruiken, niet gelijk de volgende dag naar een nieuwe afnemer gaat. De heer TREFFERS (Volt): Ten eerste heb ik in de bouwstenen gezien dat daarover wordt nagedacht in het Innovatiedistrict, maar dat ter zijde. Daarom heb ik het over een digitale marktplaats.
Denk aan marktplaats.nl: dat verzamelt ook niet alles wat daarop staat ergens in een loods. Nee, dat ligt op de plek waar het verkocht wordt. Een marktplaats is een koppeling van iemand die het kwijt wil aan iemand die het wil hebben. Hoe meer mensen dat gebruiken, hoe sneller dat ook gaat. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Als ik nou ergens nog even een klokje of een kast heb staan … Matrassen worden altijd al zo naar buiten gegooid. Maar dit is een flat. Dat is aardig wat beton en aardig wat metaal. Dat gaat dus niet op één dag. De VOORZITTER: Dat is een opmerking. Door de fractie van Volt wordt motie 7.4.1 (Circulariteit; realistisch, maar ambitieus waar mogelijk) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 29 januari ter bespreking van agendapunt 7.4 Raadsvoorstel Circulair bouwen (2549768), constaterende dat:
het beleid De circulaire bouwstandaard van Delft beschrijft dat de gemeente circulaire ambities borgt via aanbestedingen/programma's van eisen (situatie 1), gronduitgifte en gunningscriteria (situatie 2) en via PUK/plandocumenten en anterieure overeenkomsten bij planwijzigingen (situatie 3); de circulaire bouwstandaard daarbij een heldere basis biedt voor toepassing in projecten en processen, die aansluit bij 'het nieuwe normaal';
overwegende dat: 64
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
de circulaire bouwstandaard in de praktijk een standaardniveau vormt, terwijl per project (afhankelijk van haalbaarheid, marktsituatie en risico's) ook hogere ambities mogelijk en wenselijk kunnen zijn; juist de borging in overeenkomsten/contracten en gunningscriteria de momenten zijn waarop de gemeente effectief richting kan geven aan ontwerpen materiaalkeuzes (situaties 1-3); biobased materialen en hergebruikte/gerecyclede materialen verschillende effecten, risico's en ketenvoorwaarden kennen en daarmee niet automatisch hetzelfde ambitieniveau of dezelfde beleidsprikkel vragen;
verzoekt het college om bij de uitvoering van het beleidsstuk Circulair bouwen circulariteit zwaar en expliciet mee te wegen in gesprekken en waar projectmatig passend, onderscheidende (sub)doelen of bandbreedtes op te nemen in afspraken of gunningscriteria, zodat hogere ambities op hergebruik/gerecycled en/of biobased gericht kunnen worden ingezet (bovenop de richtlijnen uit de bouwstandaard), en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van Volt en de PvdA wordt motie 7.4.2 (Actieve bijdrage aan (digitale) marktplaats voor her te gebruiken/gerecyclede bouwmaterialen) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 29 januari, constaterende dat:
het beleid inzet op het langer in omloop houden van materialen en het stimuleren van hergebruik, onder meer via instrumenten als verantwoorde herkomst en het materialenpaspoort; het beleid ook beschrijft dat de markt voor circulair bouwen zich ontwikkelt en dat veel partijen behoefte hebben aan verdere standaardisering en ondersteuning om circulaire ambities breed te realiseren;
overwegende dat:
het realiseren van hogere aandelen hergebruikte/gerecyclede materialen vraagt om betere vindbaarheid, kwaliteitsinformatie en logistiek, en dat een (digitale) marktplaats hiervoor een belangrijke versneller is; de gemeente in situaties 1-3 (opdrachtgever, gronduitgifte, planwijziging/anterieure overeenkomst) een concrete hefboom heeft om vraag te bundelen en aanbod te activeren;
verzoekt het college: 1. om actief bij te dragen aan de ontwikkeling of versterking van een (digitale) marktplaats voor her te gebruiken en gerecyclede bouwmaterialen (lokaal 65
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
en/of regionaal), bijvoorbeeld door samenwerking met ketenpartners en bestaande netwerken; 2. om te onderzoeken hoe Delft in haar eigen projecten en processen (waaronder sloop/renovatie en gemeentelijk vastgoed) materiaalstromen beter kan ontsluiten richting zo'n marktplaats, met aandacht voor kwaliteit/keuring, opslag en transparante informatie; 3. te verkennen hoe deelname/gebruik van zo'n marktplaats realistisch kan worden gestimuleerd (bijv. via gunningscriteria, rapportage-eisen of pilots), zonder onnodige vertraging of disproportionele lasten in de hand te werken; 4. de raad na de zomer 2026 te informeren over: o welke marktplaatsoptie(s) Delft kiest (aansluiten of mede-ontwikkelen); o welke inzet/middelen daarvoor nodig zijn, en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Circulariteit is belangrijk en wordt steeds belangrijker. Het hergebruiken van materialen is alleen mogelijk als je nieuwe gebruikers kunt koppelen aan oude materialen. Soms kunnen materialen ook niet direct gebruikt worden in een project. Dan moeten dat soort materialen simpelweg even een poosje ergens logeren in afwachting van hun nieuwe bestemming. Daarom hebben wij de motie van Volt die oproept om na te denken over de marktplaats, mee ingediend. De heer Treffers gaf aan samen te hebben gewerkt, maar alle credits voor het opstellen gaan echt naar de heer Treffers.
Wij zijn op dit moment minder zeker van de andere motie van Volt en het amendement van de VVD, ook omdat zij nogal wat consequenties lijken te hebben. Daarom wachten we de reactie van het college af op elementen zoals de uitvoerbaarheid en in hoeverre zij iets toevoegen aan het huidige voorstel. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. We zullen zuiniger en slimmer met onze grondstoffen moeten omgaan. Dat vraagt een fundamentele verandering van de manier van werken en denken. Het raadsvoorstel gaat uit van prestatie-eisen voor het reduceren van de CO2-uitstoot. De motie van de heer Treffers van Volt wil hierin nog een stap verder gaan. De motie is op het laatste moment nog aangepast. Ik moet dus even schakelen. We vinden de omslag naar biobased bouwen belangrijk. Vezelgewassen dragen bij aan biodiversiteit en groeien vanzelf weer aan, maar dat onderscheid maakt het ook lastig om die materialen te kunnen onderscheiden. Als er bijvoorbeeld wordt gewerkt met bioverrijkt beton, is er een combinatie van biobased en beton. Hoe is dat in de praktijk uitvoerbaar? Die vragen hebben wij dus. Het voorstel om actiever bij te dragen aan de marktplaats, vinden we een sympathiek idee, want het verbinden van verschillende schakels in de bouwketen is belangrijk om de omslag te maken van verbruik naar hergebruik en van lineair naar circulair.
Met inzet op zo veel mogelijk hergebruik, bijvoorbeeld van hout bij Avalex of de milieustraat, is hier al een begin mee gemaakt. We zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder op deze motie. 66
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2026
Omdat wij het amendement van de VVD inderdaad als tegengesteld lezen, zullen wij die motie niet steunen. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Ik reageer op het amendement en de moties. Ik begin met de motie van Volt over circulariteit. In het document zien we een duidelijke ondergrens, met ook duidelijke tussentijdse evaluaties. Wat ons betreft wordt dit dus eigenlijk al op een bepaalde manier meegenomen, maar we zijn erg benieuwd naar de interpretatie van de wethouder: hoe kijkt zij naar het "zwaar en expliciet meewegen", zoals het genoemd wordt? De tweede motie van Volt gaat over de marktplaats. We zien hier voor de gemeente niet per se een rol om die op te stellen. Gelukkig werd het al verduidelijkt: Insert en circulair slopen zijn al mooie voorbeelden in het land. Wel zijn we benieuwd naar de interpretatie van de wethouder: is dit nou een lokale marktplaats, een regionale marktplaats of een nationale marktplaats? Dat is voor ons echt een belangrijke afweging. Tot slot het amendement van de VVD. We spreken hier over een ambitiedocument. Dat is niet per se iets wat we als verplichting hebben. We gaan daarvoor dus geen boetes of iets dergelijks opleggen. Met het amendement van de VVD zien we wel het risico dat de ambitie verloren gaat op het moment dat we aanbestedingen aangaan waar wel een bepaald verplicht karakter aan zit.
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): We hebben in de toelichting juist uitgeschreven dat de tekst van het amendement heel specifiek gaat over de publiekrechtelijke verplichtingen en juist niet over overeenkomsten, tenders, aanbestedingen et cetera. Als de heer Gommers dat zo leest in de toelichting, is hij dan wél bereid om het amendement te steunen? De heer GOMMERS (STIP): Wat ons betreft zouden we met het amendement het genoemde risico lopen. De VOORZITTER: Daar moet u het mee doen, mevrouw Van den Berg. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik zal de moties en het amendement langsgaan. Uit mijn interruptie bleek al dat ik de gewijzigde motie Realistisch maar ambitieus waar mogelijk best ingewikkeld vind. Ik vraag de wethouder hoe het college deze motie leest en wanneer het college de motie als afgedaan beschouwt. Wellicht kan het met een toezegging opgelost worden. Wat de marktplaats betreft: op zich is dat een sympathiek en leuk idee. Er is natuurlijk wel de principiële vraag wat de rol van de overheid daarin is. Dat is al iets genuanceerd door Volt, maar wij twijfelen nog een beetje, want we zijn een beetje bang dat de markt het juist niet op gaat pakken en achterover gaat leunen als de overheid hier een te actieve rol in neemt. Dan bereik je het tegenovergestelde van wat je eigenlijk ambieert. Een marktplaats zoals deze opzetten is natuurlijk 67